[BV25.0122] Verslag CIE AB d.d. 3 dec 2025
Tekst van het document
Voorzitter, de ChristenUnie is erg blij met de evaluatie die is opgesteld. Het is een uitvoerig en duidelijk document, waarvoor dank. Er is duidelijk en per bouwsteen beschreven wat er is gedaan, wat er is bereikt en welke aandachtspunten er zijn voor de komende periode. Wat je aandacht geeft, groeit, zou je kunnen zeggen. De ChristenUnie constateert dat er best wel heel veel is bereikt en dat er ook veel partijen zijn betrokken bij Horti Science. Waaronder de vmbo-scholen en specifiek daarvan zouden we willen zeggen, ga er vooral mee door. Het is mooi dat er veel bereikt is, verdient een compliment. Tegelijkertijd is het ook wel de uitdaging om ook in de komende periode die ontwikkeling vast te houden en verder uit te bouwen. Hoe kun je voorkomen dat je na deze eerste periode van enthousiasme komt stil te staan? In de evaluatie wordt benoemd dat de rol van de gemeente zich zou moeten door ontwikkelen naar een meer netwerkende rol. Maar dat dit onder andere afhankelijk is van de bereidheid en het tempo van externe partners. Hoe denkt het college dit aan te pakken? Wat is het beeld daarbij wat ze zelf hebben? Moet dit nog besproken gaan worden of heeft het college hierover al verkennende gesprekken gevoerd? Ook staat in de evaluatie de zorg beschreven van onvoldoende gemeentelijke capaciteit.
Vraagt die nieuwe rol, die netwerkende rol, minder capaciteit van de gemeente? Vraagteken. Om het wat algemener te formuleren, wat is nu een absolute randvoorwaarde om Horti Science ook in de komende periode verder uit te kunnen bouwen? Daar hoor ik graag een reactie op vanuit het college. Dan nog een opmerking over de financiën. Wat ons betreft prima om bestemmingsreserve te vormen voor het budget wat nog niet is gebruikt. Wel nog een vraag daarbij. Hoe gaan we om met de structurele ondersteuning als het budget straks op is? Wetende dat de financiën onder druk staan. Hoe ziet het college dat voor zich? Dan even reagerend op eerdere inbrengen in de eerste termijn. De waterkwaliteit, mevrouw Van Splunter, helemaal eens met wat u daarover zei. De opmerking van de heer Bakker over de bestemmingsreserve en nieuwe of bestaande initiatieven, wat ons betreft kunnen daar best prima ook nieuwe initiatieven voor gebruikt worden. Als dat kan helpen om de gang erin te houden, graag zelfs. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu toch echt naar de heer Philippens, die al zo smachtend zat te kijken naar de knop. Mijnheer Philippens.
34/60
De heer Philippens: Dank, voorzitter. Ik was iedere keer net te laat. Toch de scherpte er al een beetje vanaf. Maar ik ga hem toch weer proberen te herpakken. Wij hebben dubbele gevoelens bij deze evaluatie. Enerzijds delen we de trotsheid, denk ik, en het enthousiasme van de heer Van den Beukel van hetgeen wat hier allemaal bereikt is en hoe belangrijk dit cluster ook voor Lansingerland is. Veel is al benoemd. Wat ik nog wel uit wil lichten is de verbinding Horti Science en de maatschappij. Dat is wat de echte Lansingerlander daar concreet van merkt. Onderwijs, banenmarkt en betrokkenheid van de inwoners via de biodiversiteitsavonden onder andere. Maar ook de financiën. Dat is deels financieel met die hefboomconstruct. Maar het laat ook zien dat dit soort initiatieven ook gewoon breed gedragen worden door andere instellingen. Al dan niet via de overheid. Je ziet dat andere partijen dit ook een goed idee vinden. Dat versterkt elkaar. Tegelijkertijd maken we ons ook wat zorgen. Dat is ook al door een aantal raadsleden gememoreerd. Wat we zien is dat 18 van de 79 acties zijn afgerond. De rest loopt nog of is nog niet afgerond. Dan kom je op een percentage van 22 procent. Terwijl 72 procent van het budget al is uitgegeven. Dan gaan we naar verklaringen zoeken. Dan zien we, even grof samengevat, opstartproblemen bij de gemeente en de moeilijke context.
Waar ik dan naar ga kijken is, waar hebben we het meest invloed op? Dat is onze eigen capaciteit. Dan zien we dat de beschikbare capaciteit er niet was. Maar die wordt pas in 2024 opgehoogd. Mijn vraag aan het college, waarom was er pas in 2024 werd de capaciteit opgehoogd, terwijl er al budget was vrijgemaakt hiervoor? De tweede vraag hierop, gaat het nu wel lukken om die 78 procent openstaande doelen nog te halen met 28 procent van het budget dat nog over is? Graag antwoord hierop vanuit het college. Dat gaat het over de 1 miljoen die we nog door willen zetten voor 5 jaar in de bestemmingsreserve. Ook als Leefbaar, wij gaan daar mee akkoord. Maar ook daar maken we ons wat zorgen op. Onze intentie was 3,6 miljoen initieel als incidenteel bedrag voor Horti Science Cluster. Nu wordt die bestemmingsreserve voor 5 jaar dat lijkt wat meer structureel karakter te krijgen. Maar wat ons betreft is het incidenteel. We zetten het door. Maar we maken daar ons zorgen over. Ook gezien de koppeling met de positie vanuit de gemeente. We zitten nu in een netwerkende positie, maar we willen meer naar faciliterend. Maar tegelijkertijd lezen we dat het wat een uitdaging lijkt te zijn om daar te komen. Wat ons betreft moeten nu ook de andere organisaties instappen. Er zit een risico op dat dat niet gaat gebeuren, denk ik.
Het is vooral nu ook de bedoeling, we hebben een incidentele impuls hier aan gegeven. Volgens mij is dat prima geweest. We zien het geld dat we daaraan besteed hebben, dat het bewezen effectief is geweest voor Lansingerland. Maar wat betreft Leefbaar is het nu ook aan het bedrijfsleven om dat verder op te pakken. Zodat wij als gemeente echt in een faciliterende rol komen te zitten. Daar wil ik het bij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Is dat nog een interruptie van de heer Van den Beukel? De heer Van den Beukel: Voorzitter, eens met de heer Philippens over dat faciliteren. Tegelijkertijd zijn er sommige rollen die echt bij de overheid horen. Ik heb zelf het voorbeeld genoemd van een school faciliteren. Daar heb je als overheid een rol in. Bijvoorbeeld van handhaven in verouderd glastuinbouwgebied. Daar hebben we eerder van de college wel eens een keer gehoord dat er gewoon een gebrek in capaciteit is in dat ruimtelijk domein. Is de heer Philippens het wel met ons eens dat je ook voor een aantal van die taken die heel basaal zijn gewoon echt als overheid de portemonnee moet trekken? Juist ook structureel, dan pas kun je natuurlijk capaciteit opbouwen. De voorzitter: Mijnheer Philippens. De heer Philippens: Als dat echt vanuit de overheid gerealiseerd moet worden, om dat verder te helpen, dan ben ik het daarmee eens. Tegelijkertijd denken we ook dat er gewoon
35/60
een risico in zit dat wij nu zaken hebben opgepakt als gemeente, dat in hebben gezet. Wat ons betreft is nu het idee dat het bedrijfsleven dat verder weer over gaat nemen. Dat we niet als gemeente daarin blijven hangen. Dat we nu het stokje over gaan geven. Dat dat niet een grote structurele post voor ons wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Jansen. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. Ook WIJ Lansingerland heeft zijn wortels richting de glastuinbouw. We zijn blij met deze evaluatie. Een mooi, uitgebreid rapport wat duidelijk weergeeft wat we de afgelopen jaren bereikt hebben. Dat er onderbesteding geweest is in de afgelopen jaren, dat hebben we al regelmatig besproken in deze commissie. Dat zou voor de partijen niets nieuws moeten zijn. Wij kunnen dan ook instemmen met het doorschuiven van het resterende budget naar een investeringsreserve. Hoe nu verder? Wij zien duidelijk de gemeente als een faciliterende organisatie in het geheel. De gemeente moet gaan faciliteren en zorgen dat het beter wordt, dat het vooruit gaat, dat we nu al bedrijven gaan aantrekken in de nog te ontwikkelen aangewezen industriezones. Wat zijn we wel een beetje bezorgd over? Dat is in het stukje duurzaam. Dat misschien niet door wat er stond in de evaluatie. Want daar wordt mooi uitgelegd hoe we met duurzame energie om zijn gegaan.
Welk warmtenet, zonnepanelen, wat er allemaal loopt. Maar meer door een stuk wat afgelopen week in de krant verscheen. Waarin stond dat door Europese rekenregels de verduurzaming van de tuinbouw op losse schroeven komt te staan. Ik zou graag van het college willen horen hoe zij dit zien. Zien zij dit als een bedreiging voor de glastuinbouw? Zien ze dit als een bedreiging voor het geheel als Horti Science, als deze belangrijke poot verduurzaming weg zou vallen bij de glastuinbouw? Dat was mijn eerste termijn, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn blij met de innovatieve kartrekkerrol die de gemeente gespeeld heeft de afgelopen vier jaar. Dat is ook wat mijn collega Verhoef toentertijd zo blij maakte aan deze visie. De hefboom van de investeringen, daar hebben veel mensen het over gehad. Het is een beetje koffiedik kijken of dat zonder deze uitvoering ook niet gebeurd was. Maar wij denken wel dat dit echt wel bijgedragen heeft, die uitvoering aan die hefboom en dat extra investeringsgeld losgemaakt heeft. Als we dan kijken wat er allemaal goed is gegaan, mijn collega's hebben het ook al genoemd van tevoren. Naar de aanbevelingen naar de toekomst. Wat wij belangrijk vinden is vooral, blijft de nadruk op innovatie. Dan vooral innovatie met impact ook voor onze inwoners.
Dan kan je bijvoorbeeld denken aan warmtenet. De heer Van den Beukel noemde het ook al. Maar bijvoorbeeld ook kijken of het warmtenet uitgebreid kan worden als duurzaam alternatief voor woonwijken. Huisvesting arbeidsmigranten, ook superbelangrijk. Ten eerste, als je de arbeidsmigranten goed huisvest, dan verhoogt het de leefbaarheid in de wijken. Maar het scheelt ook busjes op de 209, waardoor dat ook veiliger kan worden en minder druk. Minder pesticiden gebruiken in de kassen. Als er goede alternatieven voor zijn, dan kunnen we die pesticiden omlaag. Dan komt het grondwater ook weer ten goede, wat mevrouw Van Splunter ook al aangaf. Dat soort dingen. Wij vinden wel dat de gemeente wel een innovator kan zijn en dat blijven stimuleren. Dat kan je op verschillende manieren doen. Daar zal het college vast goede ideeën voor hebben. Wij zitten zelf bijvoorbeeld te denken aan, je kan een congres organiseren om dat belangrijk te maken en dat ook bij iedereen op het netvlies te krijgen. Wij denken wel dat hier nog toch een rol blijft voor de overheid. Je kan niet alles aan de markt overlaten. De markt wil toch, denkt toch aan rendementen en dat soort dingen. Juist dingen die belangrijk zijn, die misschien op korte termijn niet direct rendement opleveren, kunnen we zo wel stimuleren. Dat vinden wij erg belangrijk.
Mocht dat budget doorgeschoven worden naar de reserve en mocht er tekort zijn, dan wil ik daar
36/60
samen met de heer Van den Beukel prima over praten. Als dat goede voorstellen zijn, kunnen we zeker ook kijken. Investeren in de maatschappij is altijd winst. Niet alles is in geld te vangen. Wij zijn erg positief en we zien de toekomst met vertrouwen tegemoet. We hopen dat dit tot mooie dingen mag leiden. Dat horen we graag van het college te zijner tijd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Scheringa. Volgens mij hebben we dan alle fracties in de eerste termijn gehad. Dan gaan we naar het college, naar wethouder Hoek. Aan u het woord. Beantwoording college De heer Hoek: Dank u wel, voorzitter. In ieder geval bijzonder prettig dat er veel complimenten zijn uitgedeeld aan het college. Maar in feite moet dat ook aan het vorige college natuurlijk gedaan worden. Want die hebben de kiem gelegd voor de Horti Science visie. Dit college is met name heel erg betrokken geweest bij de uitvoering. Maar dat is, dat kan ik u wel zeggen, een bijzonder prettige aangelegenheid geweest. Gezien het enthousiasme wat we ervaren vanuit het bedrijfsleven. Toch zijn er nog een aantal vragen, dat is logisch. D66 vraagt, er is een stukje onderbesteding. Tenminste, zo kwalificeren zij dat. Ik wil dat anders kwalificeren. Het is geen onderbesteding, geen meevaller, maar het gevolg van gefaseerde uitvoering. Volgens mij wordt daar in de evaluatie ook aandacht aan besteed.
De naweeën van corona hebben ervoor gezorgd dat er het een en ander later op gang kwam. Dat was ook logisch. Daarna werden we geconfronteerd met de energiecrisis. De ondernemers hadden op dat moment wel iets anders aan hun hoofd om mee aan de slag te gaan. Dat heeft ervoor gezorgd dat we in tijd wat verder naar achter geschoven zijn. Het is zeker geen meevaller. Het is meer een gefaseerde uitvoering geworden. U geeft ook aan, er zijn dan ook wellicht onderdelen die gewoon minder geld nodig hebben. Dat is altijd het geval. Gaandeweg leer je, dit vergt iets meer financiën en dat wat minder. Daar is ook deze evaluatie voor. Straks gaan we ons buigen over het omgevingsprogramma Horti Science. Daarvoor halen wij nu ook het net op om te kijken, wat willen we nog toevoegen en wat ook wat minder doen? Dat is ook de reden waarom wij dit plan evalueren. Nieuwe uitdagingen, die hebben we zelf ook al bedacht. AI, digitalisering, die komen steeds meer nadrukkelijk worden die ook in de glastuinbouw gebruikt. Dat zijn ook weer uitdagingen waar we in de toekomst wellicht wat meer aan moeten besteden. De bouwstenen had u het ook al over, met betrekking tot de samenleving en de positionering, die blijven relevant. Maar wel, en dat is wel wat we ook geleerd hebben, steviger vanuit de inhoud en wat minder vanuit de promotie zelf. Incidentele middelen zullen altijd nodig blijven.
Maar de accenten gaan natuurlijk, dat heeft u zelf ook al min of meer gezegd, onderdeel uitmaken van de evaluatieverschuivingen. Er was ook een vraag over, moeten wij nou doorgaan met financieren? Dat is een hele goede vraag. In feite hebben we het nu over de evaluatie voor die 3,6 miljoen. Daar beperk ik me toe. In feite hebben we tot nu toe 2,6 miljoen geïnvesteerd en 12 miljoen opgehaald. Dan zegt u misschien, had dat dan zonder dat wij hadden geïnvesteerd ook niet gebeurd? Dat vind ik een ingewikkelde. Als mijn buurman zegt, Leon, je moet aandelen kopen, aandelen Saab. Dan zeg ik, hoeveel heb je er zelf dan? Als hij dan zegt, zelf doe ik het niet, dan ben ik een beetje het vertrouwen kwijt of ik die Saab aandelen wel moet kopen. Maar op het moment dat ik als overheid zeg, ik ben bereid om in datgene waar ik in geloof, om daarin te investeren, dat is echt wel een katalysator voor het bedrijfsleven. Zo ervaren we dat ook. Externe partijen, dat is wel de realiteit, die stappen niet zomaar in op het moment dat wij ook niet instappen en geloven in datgene wat we in de Horti Science visie op papier hebben gezet. Wat dat betreft denk ik dat we er goed aan doen om te investeren in de glastuinbouw. Dan de vraag van de verbinding tussen scholen en bedrijven. Op zich loopt dat goed. Als u dan vraagt, die werkeloosheid en die doorstroom, dat komt wat minder uit de verf.
Dat hebben we geconstateerd. Dat zijn ook
37/60
aandachtspunten. Het vraagt meer maatwerk en intensieve begeleiding. Dat kost inderdaad tijd en capaciteit. De afstand tot arbeid is bij een deel van de doelgroep toch groter dan we hadden verwacht. Waar we wel heel erg in investeren, is onze jeugd. In feite, dat is ook wat het CDA net aangaf, vinden wij het belangrijk dat iedere jongere kennis maakt met de mooie sector waar wij hier mee te maken hebben. Dat betekent ook dat we zowel worden voor middelbare scholen of basisscholen, hele mooie programma's hebben. Het Kids at the Park Festival is georganiseerd mede door de Ronde Tafel. Daarmee hopen we inderdaad, want die interesse in die glastuinbouw, ook om er te werken, dat dat een andere dimensie krijgt. Ik heb zelf ook tomaten geplukt. Het stigma van, je kan er alleen tomaten plukken, paprika’s plukken en rozen knippen, dat ligt ver achter ons. De glastuinbouw heeft alle beroepsgroepen in zich. Of het nou gaat om logistiek, computeren, energiemanagers, alles heeft de glastuinbouw in zich. Daar zijn we bijzonder trots op. Ook Oostland On Stage. Als u in de gelegenheid bent, wil ik u echt uitdagen om met mij mee te gaan, om dat te bezoeken. Het is echt een festival voor met name vmbo-leerlingen. We willen daar mogelijk volgend jaar ook een mbo-banenmarkt aan koppelen. Daar zijn we ook mee bezig.
Het is echt een feest om mee te maken en het enthousiasme te zien waar iedereen dit soort activiteiten bezoekt. U stelt ook dat we wat specifieker moeten worden in waar we ons wel en niet op moeten richten als gemeente. Dat klopt. Dat is een terecht punt. Daarvoor is ook de evaluatie hier. Zodat we straks, wanneer we met de visie, de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsprogramma Horti Science, nu zijn we input aan het genereren om dat omgevingsprogramma te vullen. Daar zijn we druk mee aan de slag. Dan ga ik wat terugbladeren. D66, ik denk dat ik alles had. CDA. Het klopt, de visie is nog niet af. Dat klopt helemaal. U komt weer met een puntenprogramma. Dat is voor mij in ieder geval heel overzichtelijk, zodat ik ze één voor één kan aflopen. Prettig dat u ook stelt dat we op de goede weg zijn. U zegt, er zijn nog een aantal aandachtspunten. Daar zal ik ook wat op zeggen. Moderne huisvesting voor het mbo. U weet dat dat in het Horti Science House is gepland. We zijn er druk mee bezig om dat hele Horti Science House inderdaad op de rails te houden. Er zijn wat veranderende omstandigheden. Maar wij vinden het net als u bijzonder belangrijk dat het mbo een mooie huisvesting krijgt waar we trots op zijn. Ook dat het een mooi uiterlijk heeft en ook een omgeving waar we trots op zijn. Want in die omgeving, het Horti Science Park, gebeurt het gewoon.
Daar vindt u mij aan uw kant. Alle kassen aansluiten op het warmtenet. Uiteraard, daar wordt heel veel in gedaan. Dat heeft u ook kunnen lezen in de visie. GroenLinks, meen ik, zei er net ook al iets over. We moeten dat uitgangspunt ook in woningbouw betrekken. Of de Partij van de Arbeid. Maar in ieder geval, dat is een toegevoegde waarde. Hetzelfde tegenwoordig. Dat heeft u zelf ook al gezegd. Ieder schoolkind moet een kas bezocht hebben. Vroeger was het zo dat ieder schoolkind, die werkte ongeveer in de glastuinbouw. Maar tegenwoordig is dat toch een iets andere dynamiek, maar ik ben het met u eens. Er vinden ook heel veel bezoeken door schoolklassen plaats bij de huidige ondernemers. We hebben lespakketten georganiseerd. Ik weet ook dat alle ondernemers, die staan open voor bezoeken. Ze vinden dat leuk. Het is ook iets waar je als ondernemer ontzettend trots op bent. Als er nog eens zo’n kom-in-dekas-dag is, dan is het echt de moeite waard om eens te kijken wat daar op dit moment gebeurt. Het Horti Science Park uitbreiden, daar zijn we natuurlijk druk mee bezig. Ik weet dat daar heel hard aan gewerkt wordt, ook in de nieuwe omstandigheden en de nieuwe uitdagingen die voor ons liggen. Het behouden van ruimte voor tuinbouw, dat is uiteraard zo. Sowieso zit de provincie daar ook bovenop. Wat dat betreft is dat in goede handen.
Vitaliteit voor oude kassengebieden, hebben we daar genoeg aandacht voor? Daar hebben we nu juist de poldermaand voor in het leven geroepen, waarin we ook met die traditionele polders, de oorspronkelijke glastuinbouwgebieden, daar spreken we ook mee. Daar gaat het over inderdaad veiligheid, duurzaamheid, energie. Al die polders, het zijn er zeven in totaal, die worden ieder jaar bezocht. We hebben ze afgelopen jaar allemaal bezocht. Dit jaar staan ze ook weer in de agenda, of in ieder geval die gaan we plannen, om inderdaad ook weer met de traditionele tuinders in gesprek te gaan. Want laten we dat vooral niet
38/60
vergeten, dat is wel, zonder de traditionele tuinders hier zou de innovatieve glastuinbouw ook moeite hebben om overeind te blijven. We zijn ontzettend trots op die traditionele familiebedrijven, die hier het verschil maken. De VVD heb ik horen zeggen, als een meerderheid van de raad voor is, dan sluiten wij aan. Daar ben ik in ieder geval bijzonder blij mee, want zo zitten wij ook in de wedstrijd. Mogelijk, daar refereerde het CDA nog aan, komt er een moment, niet binnen nu en vijf jaar, maar dat we zeggen, er komen wat meer uitdagingen op ons pad met betrekking tot de glastuinbouw. Laten we het dan uit ons handen vallen? Nee, natuurlijk niet. Dan zullen we altijd als college bij u terugkomen om met u de discussie aan te gaan voor, wat is er dan nodig om deze sector nog meer op de rails te zetten? Ik kan u vertellen, ik ben vandaag, heb ik bezoek gebracht aan het Westland. Ik heb daar met de wethouder gesproken. En het Westland is ook zo'n gemeente die ontzettend investeert in die glastuinbouw. Van oudsher al meer dan Lansingerland. Met de komst van de WUR hebben wij natuurlijk een extra impuls gekregen en is door die science gedachte hier ook veel meer ontstaan, omdat we gewoonweg veel te bieden hebben. De ChristenUnie, de ontwikkelingen vasthouden. We gaan niet eerder terugtrekken als overheid dan dat het bedrijfsleven het overneemt.
We merken gewoon dat het bedrijfsleven het inderdaad aan het overnemen is. Toen we startten met het HIC, een bedrijf of een instelling als YES!Delft en StartLife zijn toch vreemde eenden in de bijt hier in de omgeving. Maar die nemen wel een heel belangrijk deel in het HIC. Die uitdaging die wordt door het bedrijfsleven steeds meer overgenomen. Daar gaan ze mee aan de slag. Dan de gemeentelijke capaciteit. Twee fte’s die worden incidenteel bekostigd vanuit het Horti Science budget. Als we het vandaag eens zijn met de slotwijziging, dan zijn die twee fte’s ook voor de toekomst redelijk veiliggesteld. Op het moment dat we er tegenaan lopen dat er mogelijk meer nodig is, dan komen we uiteraard bij u terug. Maar eerst hebben we nog het omgevingsprogramma waarin u dit soort zaken ook nog aan de orde kan stellen. Randvoorwaarden om verder uit te bouwen. Dat is gewoon dat wij als overheid in ieder geval de energie blijven uitstralen dat wij erin geloven. Je ziet ook inderdaad dat het bedrijfsleven heel veel zaken overneemt nu al en zeggen, fijn dat jullie faciliteren, maar wij willen wel steeds meer zelf aan het roer komen te staan. Dat is een hele goede ontwikkeling. De voorzitter: Wethouder, heel erg bedankt voor uw uitgebreide ... De heer Hoek: Ik ben nog niet klaar. De voorzitter: U bent nog niet klaar.
Ik wil u vragen, gezien ook de tijd, gezien de volle agenda vanavond, om zich te houden aan de vragen die nog gesteld zijn. De heer Hoek: Hoe gaan we om met het gegeven als straks het geld op is? Daar heb ik antwoord op gegeven. Initiatieven worden breed gedragen, Leefbaar 3B. Dat is ook waar. 18 van de 79 acties zijn afgerond. Er lopen er nog heel veel. Dat is een beetje de afdronk. Want het is wel going concern voorlopig. De komende tijd nog juist ook omdat we die achterstand hebben opgelopen. De uitdaging, hoe ga je nou ervoor zorgen dat anderen ook instappen? Dat heb ik zojuist ook al gezegd. YES!Delft en StartLife. Met het onderwijs zitten we ook heel goed aan tafel. Daar ben ik van de week ook nog langs geweest. Die kunnen ook niet wachten om onderdeel uit te gaan maken van het hele Horti Science Park. Dat is prachtig. WIJ Lansingerland, die verduurzaming van de glastuinbouw is inderdaad deze week aan de orde geweest. Dat was niet helemaal een verrassing. Glastuinbouw Nederland zit daar in ieder geval bovenop. We gaan daar … De voorzitter: We gaan even onderbreken, dat is wat we gaan doen, voor een interruptie. Mijnheer Philippens.
39/60
De heer Philippens: De wethouder is heel erg op dreef. Er komt heel veel informatie. Maar ik heb 2 heel concrete vragen gesteld. Of de wethouder daar kort op zou kunnen reflecteren. 1, zit op de personele capaciteit. Daar hadden we tekort op en er wordt pas in 2024 ingevuld, wat de reden daarvoor was. 2, gaat het u lukken om met die 78 openstaande doelen … U zegt, going concern, dat snap ik. Met nog 28 procent van het budget. Ik hoor u net ook in een bijzin zeggen, we trekken niet eerder terug totdat het bedrijfsleven dat overneemt. Past dat ook binnen die 1 miljoen die we daar nog op over hebben? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Hoek. De heer Hoek: Dank voor de interruptie. De vraag was, u bent pas in 2024 bent u gaan werven. Dat klopt, omdat we die achterstand ook al hadden opgelopen en we toen in de actiefase kwamen dat we die fte’ gewoon nodig hadden. We hebben een poosje stilgelegen vanwege corona, de energiecrisis. Toen moesten we overgaan tot actie en toen zijn we ook gaan werven. Lukt het om die 78 openstaande zaken … Zoals we het nu bekijken, gaat dat lukken. Dan ga ik nog even kort naar de Partij van de Arbeid, met uw goedvinden. Nadruk op innovatie. We willen ook niet anders. Dat is ons unique selling point. Het warmtenet uitbreiden.
Ik heb ook nog iets over water gehoord, maar of dat nou in de Horti Science visie zit of bij de provincie, dit is een heel belangrijk item wat op alle tafels zo ongeveer besproken wordt. U hoeft niet bang te zijn dat dat van tafel verdwijnt. Want het is gewoon een punt en wat in de Horti Science visie aan de orde komt, want wij vinden het een heel belangrijk punt. Maar ook op allerlei provinciale tafels belegd is. De voorzitter: Ik heb nog een interruptie van de heer Jansen, die ik met veel enthousiasme aankondigde. Mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ik sla even aan, want er kwam de interruptie van de heer Philippens toen de wethouder aan mijn antwoord bezig was. Vervolgens stapt de wethouder over naar het antwoord op de Partij van de Arbeid. Maar volgens mij was u, of ik heb het niet helemaal goed begrepen, maar was u nog niet helemaal klaar met het antwoord op mijn vraag die ik gesteld had. Zou u dat dan nog even kunnen herstellen of aanvullen? De heer Hoek: Het antwoord is dat dat echt voor 100 procent de volledige aandacht is. Want anders gaan we echt als glastuinbouwsector, dat is zonde van alle energie en mooie initiatieven die er op dit moment uitgerold zijn. We zijn ons echt wel bewust van het feit dat we hier echt op een goede manier moeten inspelen. Ik heb dat ook met Westland besproken vandaag. Die hebben wat meer lobbyisten in Den Haag dan wij.
Maar in ieder geval, dit is wel een heel belangrijk punt. Want anders, als je het hebt over duurzaamheid en fossiel telen in 2040, dat wordt dan wel een hele ingewikkelde. We doen er echt alles aan, samen met buurgemeenten ook, om dit op de juiste agenda's te krijgen en in ieder geval dit aan te pakken. De Partij van de Arbeid had nog een vraag over arbeidsmigranten. We hebben de Horti Campus, waarin we 72 plekken hebben. En Kafra hebben we 256 plekken gerealiseerd. Ook daar wordt aan gedacht. Minder pesticiden. Dat is ook, dat is niet omdat wij het willen, maar omdat de glastuinbouw dat zelf heel graag wil. U kan zich wellicht nog herinneren dat het geven van bloemen, dat kwam op een gegeven moment onder druk te staan. De sector, de sierteelt, die is zich echt bewust van het gegeven dat ze daarmee aan de slag moeten. Dat doen ze ook heel erg, want zij willen gewoon die markt behouden. Dat doe je alleen om op de juiste, adequate manier in te spelen op de wensen vanuit de samenleving. Blijft er een rol voor de overheid? Ik denk het wel. Of die nou faciliterend is, katalyserend is. Wij zullen altijd een rol blijven, omdat wij geloven in die glastuinbouw. En omdat wij bij uitstek een glastuinbouwgemeente zijn en dat ook van alle kanten willen uitdragen. Dank u wel.
40/60
De voorzitter: Dank u wel. Alvast een verzoekje, mochten er nog vragen zijn in de tweede termijn, dat het echt wel even ietsjes bondiger mag, gezien de tijd. Dan ga ik snel door naar de tweede termijn van de commissie. Zijn er partijen die behoefte hebben aan een tweede termijn? De heer Bakker van D66. Mijnheer Bakker. Tweede termijn De heer Bakker: Dank u wel, voorzitter. Ik wil de wethouder bedanken voor het uitgebreide antwoord op onze inbreng. Dat is niet zonder lachen. Ik heb best wel veel vragen gesteld en die werden allemaal keurig beantwoord. Daar wil ik voor bedanken. Het enthousiasme is ook natuurlijk heel mooi om te zien. Ik ben zelf bij twee Horti Science café-bijeenkomsten geweest. Eentje over waterstof en eentje over het warmtenet. Ik kan dat iedereen van harte aanraden. Ik denk dat dat ook een goede manier is om uitwisseling te krijgen tussen mensen die iets in de politiek doen en om in contact te komen ook. Integratie van die sector met de samenleving is denk ik ook een heel belangrijk punt. We kunnen zien dat Horti Science duidelijk op de kaart staat dankzij alle initiatieven. Ik kijk ook uit naar het vervolg en hoe het resterende bedrag effectief wordt besteed. Ik had al aangegeven dat wij akkoord zijn met het vormen van de bestemmingsreserve. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel.
Nog anderen die behoefte hebben aan de tweede termijn? Mevrouw Van Splunter. Mevrouw Van Splunter: Dank, voorzitter. Gewoon heel kort. Het enthousiasme waarmee de vragen vandaag beantwoord zijn, dat enthousiasme ervaar ik ook als de wethouder de boer opgaat, extern. Dat vind ik echt een compliment waard. De voorzitter: Ik kijk nog even rond. Meer mensen nog voor een tweede termijn? Mijnheer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Ik sluit me aan bij mevrouw Van Splunter, voorzitter. Die passie van een wethouder zien we heel graag. Goed bezig. Veel succes de komende tijd. Eén vraag nog. De wethouder zei, we doen er goed aan te investeren in de glastuinbouw. Je zult altijd incidentele middelen nodig hebben. Als je altijd incidentele middelen nodig hebt, heb je volgens mij structurele middelen nodig. Wat vindt de wethouder daarvan? De voorzitter: Nog anderen? Geen verdere vragen in de tweede termijn richting het college. Dan geef ik nog heel snel het woord terug aan de heer Hoek, want ik heb een hele heldere vraag gehoord, die kan kort beantwoord worden. Mijnheer Hoek. Beantwoording college De heer Hoek: Het is wel prettig als je de eerste termijn uitgebreid beantwoord hebt, heb je niet zoveel vragen meer in de tweede termijn. U heeft gelijk natuurlijk.
De incidentele middelen die we nu ter beschikking hebben gesteld, als we akkoord gaan met de slotwijziging, kunnen we in ieder geval voorlopig vooruit. Ik ben het met u eens dat we altijd wel na moeten denken over wat op dat moment nodig is. Dan hebben we weer een nieuwe uitdaging. Dan komt het college vanzelf bij u terug om die uitdaging met u te delen. Of misschien komt u met die uitdaging richting het college. Dan hebben we ook iets om over te discussiëren. De voorzitter: Dank u wel. Dat brengt ons aan het einde van de tweede termijn van het college. Ook aan het einde van dit agendapunt. Ik stel voor om even snel onze drie minuten
41/60
strekpauze in te lassen. Dan gaan we daarna verder met agendapunt 5.c. Ik zie u over drie minuten weer terug. Schorsing 5.c Afronding onafhankelijk onderzoek gebeurtenissen Huttendorp 2025 De voorzitter: Heerlijk dat belletje. Ik blijf hem maar gebruiken. We gaan verder met agendapunt 5.c. Dat is het bespreekpunt over het onafhankelijk onderzoek gebeurtenissen Huttendorp 2025. Het onderzoek is verricht. Daar heeft u allemaal kennis van kunnen nemen. Daar kunt u hier uw reactie en uw bevindingen over delen. Ik ga als eerst het woord geven aan de heer Toussaint. Eerste termijn De heer Toussaint: Dank voor het woord, voorzitter. In augustus is de VVD geschrokken van de gebeurtenissen in Huttendorp in Bleiswijk. Wat een kinderfeest had moeten zijn, werd helaas verstoord door overlast en intimidatie. Wij waarderen dat de gemeente een onderzoek heeft ingesteld en dit vorige maand heeft gepresenteerd. Toch zien wij dat het rapport enkele beweringen bevat die door de organisatie van Huttendorp als verwijtend zijn ervaren. Zo wordt gesuggereerd dat de organisatie te snel heeft besloten het evenement te beëindigen. De VVD vindt dit niet gepast in de conclusie. Het werkelijke probleem lag wat de VVD betreft in de gebrekige communicatie tussen de organisatie en de gemeente. Een punt dat gelukkig ook als aanbeveling in het rapport is opgenomen.
Daarnaast constateren wij dat de organisatie nauwelijks de kans heeft gekregen om inhoudelijk te reageren. Het rapport werd op vrijdagmiddag 14 november verstuurd met het verzoek om uiterlijk 17 november, maandagochtend, te reageren. Dat is een bijzondere korte termijn voor een vrijwilligersorganisatie. De voorzitter: Ik ga even interrumperen. Ik ga u onderbreken voor een interruptie, dat is de goede zin, van de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Begrijp ik hiervan dat de heer Toussaint de resultaten van het onderzoek betwijfelt? De voorzitter: Mijnheer Toussaint. De heer Toussaint: Nee, ik citeer hier de organisatie van Huttendorp dat zij zeggen te weinig tijd hebben gehad. En dat zij een aantal kanttekeningen plaatsen en dat ze daar te weinig tijd voor hebben gehad om die ook formeel mee te laten nemen bij de beeldvorming. Ik ga verder. Het onderzoek bevat wel enkele waardevolle aanbevelingen. Zo pleiten wij voor het aanwijzen van een vast aanspreekpunt vanuit de gemeente dat ook buiten kantoortijden bereikbaar is tijdens het evenement. Alleen zo kan bij calamiteiten snel en gezamenlijk worden besloten. Verder wijzen wij op de vergunningaanvraag. Deze werd al in januari 2025 ingediend, maar pas op 7 augustus verstrekt. Slechts een krappe twee weken voor de start van het evenement.
Daarbij kwamen aanvullende eisen zoals het realiseren van een extra nooduitgang. Voor een vrijwilligersorganisatie is dit zo kort voor aanvang nauwelijks haalbaar. Daarom vragen wij het college en andere partijen, wat vindt u een redelijke termijn voor het verstrekken van een vergunning van een vrijwilligersorganisatie die een kinderfeest organiseert? Wat de VVD betreft … De voorzitter: Ik ga u onderbreken voor een interruptie van de heer Ruijtenberg.
42/60
De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik heb zelf het bestuur van Huttendorp niet gesproken, maar u wel, misschien kunt u namens hun antwoord geven. De vergunning is weliswaar officieel verleend in augustus zoals u zegt, maar hij is informeel via de mail al verleend in mei. Heeft het bestuur in de tussentijd dan niks gedaan daarbij of hebben ze echt formeel gewacht? De voorzitter: Mijnheer Toussaint. De heer Toussaint: Uiteraard. Maar je kunt natuurlijk niet al in mei een gebied afzetten, noem maar op. De echte organisatie, de uitvoering, dat vind natuurlijk kort voor het evenement plaats. Een aantal zaken die moeten besteld worden, die moeten gepland worden, dan is twee weken ontzettend kort. Wat de VVD betreft zou dit minimaal zes tot acht weken moeten zijn, zodat er voldoende tijd is om aan de gestelde eisen te voldoen. Tot slot, richting de organisatie is mondeling toegezegd dat een toekomstige vergunningaanvraag niet aan strengere eisen zullen worden onderworpen, maar dat de nadruk zal liggen op de betere communicatie tussen de organisatie, de gemeente, de veiligheidsregio en de politie. Daarom hebben wij tot slot twee vragen nog. Op welke wijze wordt deze communicatie concreet verbeterd? Kan het college de toezegging ook formeel bekrachtigen? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Duivesteijn.
De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wat een mooie afsluiting van de zomervakantie had moeten zijn eindigde voor het bestuur van de Stichting Jeugdspeelweek in een nachtmerrie. En voor de kinderen die meededen aan het Huttendorp in een angstige avond en een flinke teleurstelling. Als kind heb ik zelf een keer meegedaan aan het Huttendorp. Voor mij draaide dat toen ook op een teleurstelling uit. Want tijdens de laatste avond kroop ik door onze zelfgemaakte hut en kwam er een spijker in mijn knie. Na een nachtelijk bezoek aan de huisarts heb ik toen zelf thuis moeten slapen. Ik kan me goed voorstellen wat het voor teleurstelling voor die kinderen is geweest. In augustus zeiden we direct na het Huttendorp, en ik wil het graag nu nog eenmaal benadrukken, dit wat er nu gebeurd is, mag nooit meer gebeuren. Het is daarom goed dat de burgemeester direct actie heeft ondernomen om uit te zoeken wat er precies is gebeurd en hoe dat voorkomen kan worden. Uit het onderzoek blijkt dat de risico-inschatting vooraf laag was en dat er te licht is gekeken naar mogelijke escalatie. Vooral de enorme verschillen in dreigingsperceptie tussen de organisatie, gemeente en de politie baren ons zorgen. Want als je 112 belt, dan moet dat serieus genomen worden. Dat gebeurde hier blijkbaar niet altijd. Vier avonden op rij kwamen dezelfde jongeren na 20:00 uur langs.
Dat lijkt voorspelbaar gedrag. Dat de politie dan niet eerder preventief aanwezig was, is wat ons betreft ook een gemiste kans. Als je als organisatie de verantwoordelijkheid draagt over 150 kinderen en de politie pas na 1.5 uur komt, terwijl je al 3 keer gebeld hebt, dan vinden wij het logisch dat de organisatie uiteindelijk de stekker eruit trok. Ook de gemeente was buiten kantooruren niet bereikbaar. We hebben het allemaal kunnen lezen, de veiligheidsadviseur werd pas dagen later volledig bijgepraat. De aanbeveling, direct bereikbare contactpersonen, neem dat alsjeblieft over. Ik wil benadrukken dat wij vinden dat de wijkagent goed gehandeld heeft door signalen te melden en te laten meenemen in de rondes. Maar als die inzet vervolgens door de meldkamer telkens wordt overstemd door andere meldingen met meer prioriteit, dan lijkt ons de conclusie wel helder, Lansingerland lijkt qua bezetting en prioritering opnieuw hier het ondergeschreven kindje te zijn in de regio. Dat vinden wij onacceptabel. Wij missen bovendien een hele belangrijke bron in het onderzoek. De jongeren zelf en hun ouders. Zij zijn niet gesproken of gehoord en dat vinden wij echt een gemiste kans. In de aanbevelingen wordt geopperd om een alternatief iets te organiseren voor de jongeren die overlast veroorzaakten. Dat voelt voor ons als een verkeerd signaal. De fractie van Leefbaar
43/60
3B vindt dat er voor alle jongeren in Lansingerland iets te doen moet zijn. Maar iets incidenteels voor deze raddraaiers organiseren is wat ons betreft echt niet het juiste signaal. Wij vinden dat de politie en de gemeente die ouders in ieder geval per brief of gesprek moet confronteren met hun gedrag en gevolgen. Want wij weten, voorzitter, dat veel betrokkenen precies weten om welke jongeren het hier gaat. Verder kunnen wij de overige aanbevelingen steunen. Wel belangrijk vinden wij dat deze burgemeester helder heeft uitgesproken dat Huttendorp in 2026 gewoon doorgaat. Dat is wat ons betreft ook het uitgangspunt. We hopen dat de nieuwe burgemeester dit zich ook ter harte neemt, dat hij meekijkt en dat de huidige burgemeester het even in de overdracht nog benadrukt. Wij willen wel benadrukken dat het incident niet mag leiden tot extra regeldruk of kosten voor vrijwilligers. Geen nog ingewikkelder, meer ingewikkelde vergunningstrajecten. Als er aanvullende eisen komen, dan willen we dat de gemeente actief meehelpt door mee te denken over het veiligheidsplan, expertise te leveren, of materialen beschikbaar te stellen en knelpunten op te lossen. Ten aanzien van de vraag van de VVD over de termijn van vergunningen, volgens mij hebben wij hier in de gemeente afgesproken dat er binnen 8 weken wordt beslist op een vergunningsaanvraag.
Als dat in januari is geweest, dan zou dat volgens ons in maart of april gedaan moeten zijn. Onze conclusie blijft helder, Huttendorp moet blijven bestaan. Dat is in ieder geval wat de kinderen verdienen, de vrijwilligers verdienen, en wat Bleiswijk verdient. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bik. De heer Bik: Dank u wel, voorzitter. Er zijn een aantal zaken al gezegd. Ik vind het toch belangrijk dat wij het ook in onze eigen context een aantal zaken nog eens een keer goed, en dubbel dan wellicht, verwoorden. Afgelopen zomer heeft de vroegtijdige beëindiging van het jeugdevenement Huttendorp in Lansingerland op 28 augustus veel losgemaakt onder de betrokkenen en de inwoners. Het is enorm zuur dat een evenement met een jarenlange traditie waar een flink aantal vrijwilligers hun stinkende best doen om voor 130 kinderen een onvergetelijke tijd te verzorgen vroegtijdig is beëindigd. Naar aanleiding daarvan hebben meerdere fracties, waaronder WIJ Lansingerland, vragen gesteld rondom deze vroegtijdige beëindiging. Onze fractie spreekt ook zijn waardering uit voor het initiatief van de burgemeester om kort na het evenement een reconstructieonderzoek te laten starten. Daarmee hebben we enerzijds de feiten op tafel en anderzijds handvatten om naar de toekomst toe dit soort evenementen weer beter te organiseren.
Dit neemt niet weg dat iedereen zo zijn eigen gevoelens en belevingen heeft bij de avond. Dat is logisch en menselijk. Onze fractie zou graag van de burgemeester horen of het college zich herkent in het rapport en hoe zij met de aanbevelingen aan de slag gaan. Daarnaast zijn we benieuwd of het rapport met de organisatie al besproken is? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Jonker. De heer Jonker: Dank u wel, voorzitter. De D66-fractie deelt de schrik en ontzetting die ook door andere fracties is geuit ten aanzien van de gebeurtenissen rondom het Huttendorp, want het haalde zelfs het nationale nieuws. Op deze manier wil je dat niet. Het is heel goed dat er direct na die gebeurtenissen een onderzoek is ingezet om te achterhalen wat is misgegaan. Dat onderzoek ligt er nu en er zijn aanbevelingen om te voorkomen dat dit nogmaals gebeurt. Tegelijkertijd vindt mijn fractie het vooral jammer dat het zover moest komen. Een evenement als Huttendorp zou geen vast contact bij de politie nodig moeten hebben in onze ogen. We lezen in het onderzoek ook dat politie en handhaving steeds te laat of niet aanwezig is. Dat is pijnlijk, maar tegelijkertijd ook wel te begrijpen, want de druk op de politie is groot, net zoals op onze boa’s. Daarnaast, een evenement als dit zou ook gewoon normaal moeten plaatsvinden, zonder de aanwezigheid van die agent of boa.
Dit brengt me op het laatste punt. Dat dit kan gebeuren zegt vooral iets over het gedrag van
44/60
een deel van onze jeugd. Natuurlijk zijn onze organisatie, gemeente en politie verantwoordelijk voor een veilig verloop, maar de jongeren die zich misdroegen en hun ouders, dat is ook al door anderen gezegd, hebben daar een nadrukkelijke verantwoordelijkheid. Dit soort gedrag is niet acceptabel, niet goed te praten en ook niet te begrijpen. Er zijn heldere lessen wat D66 betreft voor de komende jaren. Betere afstemming, betere voorbereiding en communicatie, maar vooral ook de noodzaak om een gedragsverandering te stimuleren of te bewerkstelligen op dat vlak. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dan zie ik nog een interruptie van de heer Toussaint. De heer Toussaint: Kan de fractie van D66 ook nog even reageren op mijn gestelde vraag? De voorzitter: Mijnheer Jonker. De heer Jonker: U bedoelt over de termijn van de procedure? Daar wil ik niet intreden, want ik kan het niet helemaal beoordelen op dit moment. Die laat ik graag bij het college liggen. De voorzitter: Mijnheer Toussaint, nogmaals. De heer Toussaint: Het is gewoon een politieke vraag. Twee weken voor het evenement is die verstrekt door de gemeente. Vindt u dat de organisatie daar voldoende tijd voor heeft gehad om de aangescherpte maatregelen te kunnen doen? De voorzitter: Mijnheer Jonker. De heer Jonker: Ik had niet de informatie over de afstemming die u heeft.
Ik dacht dat u vroeg naar de termijnen van vergunningen en dergelijke. Die zijn gewoon vastgesteld. Ik ken de feitelijke situatie niet, maar natuurlijk vind ik dat iedereen voldoende tijd moet hebben om te reageren op iets. Nogmaals, ik ken de feiten niet. Maar als dit zo is, dan klinkt dat niet positief. Misschien kan de wethouder, de portefeuillehouder daar ook nog op reageren. De voorzitter: Dan mijnheer De Ruiter. De heer De Ruiter: Dit is voor mijn inbreng, dit is geen interruptie. Top. Dank u, voorzitter. De CDA-fractie vindt het bijzonder betreurenswaardig voor zowel de kinderen als voor de vrijwilligers dat het Huttendorp dit jaar vroegtijdig beëindigd moest worden. Het is goed dat er onderzoek gedaan is naar het verloop van de avond en alle incidenten die uiteindelijk geleid hebben tot de vroegtijdige beëindiging. Het is jammer om te zien dat de ordeverstoring uiteindelijk kwam van een groep jongeren waarvan de leeftijd net boven de doelgroep viel. Misschien deden zij vorig jaar nog wel mee met het Huttendorp. Wat het extra triest zou maken aangezien zij dit plezier niet gunden aan degenen die na hun komen. Uit het onderzoek kwam onder andere naar voren dat de communicatie en de capaciteit niet voldoende was. De CDA vindt het niet kunnen dat de vrijwilligers het gevoel hadden er alleen voor te staan.
De aanbevelingen die in het rapport zijn geformuleerd ziet het CDA dan ook als waardevol. Daarbij vraag ik me nog wel af, naar aanleiding van de reactie van het college dat de aanbevelingen worden besproken als opstap naar het organiseren van Huttendorp 2026, of er ook andere evenementen zijn in Lansingerland waar dit soort problematiek kan spelen? En worden deze aanbevelingen dan ook opgevolgd? Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Markus van de ChristenUnie.
45/60
De heer Markus: Voorzitter, dank u wel. Inderdaad, afgelopen zomer was helaas weer een dieptepunt qua jongerenoverlast. Het is natuurlijk inderdaad diep triest dat zo'n fantastisch evenement vroegtijdig beëindigd moet worden. Volgens mij moeten we ook geen discussie voeren of dat wel of niet terecht was. Het is gewoon de perceptie geweest van die vrijwilligers. Die hebben zich op dat moment in de steek gelaten gevoeld, onveilig gevoeld. Die hebben op basis daarvan een terecht besluit genomen om het vroegtijdig te beëindigen. De aanbevelingen zijn prima, denk ik. Ik wil een paar opmerkingen erbij plaatsen. Die zijn door anderen ook gemaakt, maar goed om die te onderstrepen. Laten we niet als gevolg hiervan in een soort kramp schieten en allerlei vergunningaanvragen ingewikkelder maken. Er zijn volgens mij andere dingen om te verbeteren, inderdaad, rondom communicatie. Daarnaast zou het echt van de zotte zijn als we inderdaad iets gaan organiseren voor die overlastgevende jongeren omdat ze zich vervelen. Laat ik het even zo zeggen, als je vijftien bent, dan moet je rond die tijd gewoon op je bed liggen. Anders moet je misschien een keer een gesprek met die ouders hebben. Maar het lijkt me geen goede ontwikkeling dat we die daarvoor gaan belonen. Daar mag best wel op die manier wat anders worden tegen opgetreden worden.
Inderdaad, daar sluit ik me aan bij het CDA, we focussen heel erg op het Huttendorp maar er worden meer evenementen georganiseerd. Het lijkt me ook goed dat de lering die we uit het Huttendorp trekken ook doortrekken naar andere evenementen. Ook daar kunnen dit soort dingen gewoon gebeuren. Dan is het ook goed om rondom communicatie daar ook heldere afspraken over te maken, zodat we niet tegen elkaar zeggen, bij het Huttendorp hebben we dit ook al gezien en helaas hier ook. Dat moeten we met elkaar zien te voorkomen, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie nog net op het randje een interruptie van de heer Toussaint. De heer Toussaint: Ik hoorde achter mij de woordvoerder zeggen, tuurlijk. Ik hoop dat mijn vraag is begrepen. De voorzitter: Mijnheer Markus. We gaan het zien of de vraag is begrepen. De heer Markus: Laat in ieder geval deze vraag niet de afdronk zijn van deze discussie. We hebben gewoon wettelijke termijnen. Dat moet aan voldaan worden. Is het acht weken, is het acht weken. En niet twee weken voordat een evenement gebeurt. Tenzij het inderdaad tien weken van tevoren is aangevraagd. De voorzitter: De vraag was inderdaad goed onthouden Mijnheer Azzouzi, van de Partij van de Arbeid. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. De Partij van de Arbeid vindt het jammer dat het is gelopen zoals het gelopen is.
Het onderzoek laat zien dat de risico's vooraf zijn onderschat, de afstemming tussen de partners onvoldoende was en dat daardoor de organisatie zich alleen voelde staan op een cruciaal moment. Het college bevestigt dat betere voorbereiding en duidelijke afspraken noodzakelijk zijn. Wat ons betreft drie belangrijke dingen. Veiligheid van kinderen en vrijwilligers moet altijd leidend zijn. Afspraken over communicatie, bereikbaarheid en rollen moeten structureel worden vastgelegd. En het Huttendorp moet in 2026 vooral veilig en positief kunnen doorgaan. Wij steunen de voorgestelde vervolgstappen en bij deze hierbij mijn bijdrage. De voorzitter: U voelt hem misschien al aankomen, u krijgt een interruptie van de heer Toussaint. Mijnheer Toussaint.
46/60
De heer Toussaint: Ook hier is de VVD-fractie ontzettend benieuwd wat PvdA van de vraag van de VVD vindt. De voorzitter: Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Die vraag is eerder beantwoord. We hebben wettelijke termijnen en we laten het daarbij. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg, van GroenLinks. De heer Ruijtenberg: Dank u wel. Het zal niet geheel als een verrassing klinken dat ik me aansluit bij de vorige spreker. Ook voor de beantwoording van de heer Toussaint, ook daarbij sluit ik me aan bij de vorige spreker. De voorzitter: Dank u wel. Dat brengt ons aan het einde van de eerste termijn van de kant van de commissie. Dan geef ik het woord graag aan de burgemeester voor de beantwoording van de vragen. De burgemeester. Beantwoording college De heer Bijl: Voorzitter, dank u wel. Ook de fracties bedankt voor de inbreng die is geleverd. Als ik er tussendoor hoor, en ik heb die ene vraag ook goed begrepen, laat ik dat er gelijk bij zeggen. Maar verder een beetje door de reacties heen luisterend, dan denk ik dat wij het wel met elkaar eens zijn. Dat het erop aankomt dat we een goede invulling vinden met elkaar, het goede gesprek hebben in de aanloop naar het volgende Huttendorp. Want inderdaad, dat komt er natuurlijk gewoon.
Dat we nu een hele vervelende waarschuwing hebben gehad, dat iets wat je 50 keer goed hebt zien gaan of 49 keer, dat het gewoon ook een keer echt anders kan lopen. Dat was misschien in de samenspraak met elkaar niet helemaal verwacht en voorzien. Dan reageer je zoals je reageert. Het is niet mijn bedoeling om wie dan ook in de hoek te zetten of in de hoek gezet te hebben. Ik respecteer dat je aan de ene kant van het hek anders kunt kijken dan aan de andere kant van het hek en dat dat een andere impact heeft op de beleving van mensen. Gelukkig is het wel zo dat uiteindelijk, behalve een grote teleurstelling, als je kijkt naar een hulplijn of een terugkomstbijeenkomst voor vrijwilligers, dat daar niet echt gebruik van gemaakt is. Dat was kennelijk niet nodig, laat ik het zo formuleren. De termijn die ervoor staat, die wordt in die zin zo ingevuld dat er wel gesprek is met de organisatie, maar de vergunning vrij laat wordt afgegeven, omdat je dan nog het beste kan inspelen op de nieuwste situatie. Dat dat misschien onduidelijkheid oplevert, dat wil ik wel onderkennen. Dan moeten we richting evenementenbeleid kijken dat we dat nog een keer scherper aanzetten hoe dat nou moet. Maar het is ook een kwestie van aftasten, gesprek, doe dit, doe dat, lukt dat, lukt het niet. Dan verstrijkt de tijd en ik heb ook het gevoel dat dit laat is. Dat erken ik ook wel.
Er zijn heel veel A-evenementen en die moeten we vooral ook A-evenementen laten blijven. Daardoor wordt het eenvoudiger om het te organiseren en alles wat we daar bovenop scheppen maakt het steeds ingewikkelder. De raadsleden bepleiten ook niet om het ingewikkelder te maken, want dan komen we in een situatie terecht waarin je in kalenders moet terechtkomen, enzovoort, enzovoort, enzovoort. Dan wordt het heel ingewikkeld en dan zouden we ook heel veel stuk maken in de gemeente. Dat moeten we vooral niet doen. Dat we ons moeten bedenken dat wat hier gebeurt is ook ergens anders kan gebeuren, bij een ander type evenement, er zijn veel meer evenementen ook met kinderen enzovoort, dat is helder. Ik hoop dat we ook die informatie goed verwerken, ook in de organisatie van onszelf bedoel ik dan. Ik denk dat ik daarmee misschien toch de belangrijkste dingen al wel heb gehad. Ik voelde ook wel enige onderbouwing voor de conclusies van het rapport.
47/60
De voorzitter: Ik ga u even onderbreken voor een interruptie van de heer Toussaint. De heer Toussaint: Er was ook nog een vraag gesteld, er is een toezegging gedaan vanuit het college aan de organisatie dat er bij de nieuwe vergunning niet heel veel bij komt, behalve dat de communicatie wordt verbeterd. Kunt u die toezegging ook beamen? De voorzitter: Burgemeester. De heer Bijl: Dank u wel. Ik dacht dat ik dat net in algemene termen ook deed. Dat het evenement niet zo zwaar moet worden opgetuigd, met randvoorwaarden en al die dingen meer, dat het uit de A-categorie schiet. Maar de les is hier wel, praat vooraf goed met elkaar door wat er gebeurt op het moment dat het opnieuw verstoringen kent. Dat je dan ook naar dezelfde waardering van die verstoringen werkt en contact hebt met elkaar. Intensiever dan het nu is geweest. In die zin bevestig ik dat. Wij hebben veel druk gezet op de snelheid van dit rapport. Mede omdat ik dan ook in deze commissie nog met u daarover zou kunnen praten. Ik vond ook dat het afgewerkt moest zijn op het moment dat de nieuwe burgemeester aantreedt. Die heeft toch veel meer afstand tot het hele gebeuren. Samen met de eerste loco ben ik natuurlijk zelf ook in handeling geweest in deze situatie. Als dat een bijeffect heeft gehad, dan betreur ik dat. De reden zit hier op het kunnen afhandelen met u in deze vergadering.
Daarmee denk ik, voorzitter, dat ik het wel redelijk heb besproken. Zo niet, dan hoor ik dat in de tweede termijn nog terug. De voorzitter: Dank u wel. Dat gaan we inderdaad merken, of er nog behoefte is aan een verdere duiding of vragen. Ik kijk even rond of er nog behoefte daaraan is. Ik zie de heer Toussaint. Mijnheer Toussaint. Tweede termijn De heer Toussaint: Ik wil de burgemeester bedanken voor de uitvoerige beantwoording. Ik proef ook inderdaad bij u en ook bij andere partijen dat het toch wel rijkelijk laat is verstrekt, die vergunning. Onze fractie overweegt om even te kijken wat er mogelijk is om eventueel te zorgen voor een bepaald vangnet. Dat we zeggen, het moet in ieder geval voor dit termijn worden verstrekt. Daar willen we nog even in duiken als fractie. Tot slot dat. De voorzitter: Ik ga u onderbreken voor een interruptie van de heer Markus. De heer Markus: Wat voor vangnet gaat de VVD organiseren? We hebben gewoon wettelijke termijnen binnen deze gemeente wanneer een vergunning vertrekt moet worden. Gaat u dan een soort vangnet organiseren om dat te gaan doen? Kunt u dat wat specificeren, want het klinkt allemaal heel mooi? De voorzitter: Mijnheer Toussaint. De heer Toussaint: Wij willen die termijnen steviger en duidelijker neerzetten. Als dat niet nodig is, dan is het heel fijn.
Als het mea culpa is van het college en dat ze beterschap beloven, is het ook prima. Maar we willen het niet zomaar hierbij laten liggen. Toch even kijken wat er nog mogelijk is om het toch iets steviger neer te zetten, die termijnen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even verder rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Bij de heer Duivesteijn is dat in ieder geval het geval. Mijnheer Duivesteijn.
48/60
De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog even de burgemeester bedanken voor de beantwoording. Toch nog even meegeven aan het college dat ze de aanbevelingen overnemen, maar niet de aanbeveling dat er iets apart wordt georganiseerd voor de overlastgevende jongeren. Of er moet iets structureel worden georganiseerd. Of er wordt een gesprek met de jongeren en ouders georganiseerd. Dat zou ik graag willen meegeven. Nog even een reflectie op de vraag van de VVD en de aankondiging wat misschien gaat leiden tot een motie vreemd of iets dergelijks. Het staat gewoon heel duidelijk in de APV dat er binnen acht weken moet beslist worden. Dat er dan nog een verlengtermijn is van acht weken. We gaan niet een tweede APV ontwikkelen om die termijn te bewaken. Als het hier is fout gegaan, dan moet daar het college gewoon op bevraagd worden en op afgerekend worden conform onze afspraken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of er ergens een microfoon aan gaat. Dat is niet het geval. Dan ga ik voor de tweede termijn van het college nog even terug naar de burgemeester. De burgemeester. Beantwoording college De heer Bijl: Ik heb, dacht ik, al wel gereageerd op de termijn. Ik heb gezegd, daar kunnen we nog een keer scherp naar kijken.
We moeten aan de andere kant ook wel blijven bedenken dat als je een evenement eenvoudig organiseerbaar wil houden, toch adequaat, waarbij de verantwoordelijkheid totaal bij de organisatie ligt, dat je elkaar wel moet volgen. Ik heb dezelfde discussie in een vorige gemeente ook gehad, waarin dat dan soms toch laat lijkt, maar je wel in gesprek bent geweest over bepaalde dingen. Dat komt wel voor, maar het uitgangspunt is uiteraard dat de APV hier gewoon gehanteerd moet worden. Met betrekking tot die overlastgevende jongeren. Er staat ook in het rapport, de drie geïdentificeerd daar is mee gesproken, zijn Halt-trajecten opgelegd. Ik weet niet wat de inschatting wordt, het is nou niet zo dat we daar nou een heel groot evenement voor gaan organiseren. Maar als je ze meer betrokken hebt misschien bij wat daar gebeurt, heb je er ook minder last van. Je zou ook zoiets kunnen proberen te bedenken. Ik zit dan niet meer aan de knoppen, ik heb ook nog niet met het bestuur gesproken over dit rapport. Het is ook, denk ik, belangrijk dat uw bespreking ook bij het college bekend is op het moment dat we dan verder gaan met de organisatie die in de toekomst verder moet. U kunt ervan verzekerd zijn dat ik dat de opvolger zal meegeven, maar het staat ook ongetwijfeld in het overdrachtsdossier. Dat zal wel goed komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester.
Dat brengt ons ook aan het einde van agendapunt 5.c en ook aan het einde van de bespreekpunten. 6. Stukken ter advisering aan de raad 6.a Afvalstoffenverordening 2026 + Uitvoeringsbesluit De voorzitter: We gaan nu verder met de stukken ter advisering aan de raad. Daar liggen er vier. Gezien de tijd, het is inmiddels al bijna 22:15 uur. Ik hoop dat we het allemaal nog vanavond netjes kunnen afronden. Ik denk het wel. Als we gewoon netjes gedisciplineerd vergaderen, moet dat te doen zijn. We gaan snel verder. Agendapunt 6.a, dat is de afvalstoffenverordening 2026 plus het uitvoeringsbesluit wat daarbij hoort. In de Wet milieubeheer is bepaald dat gemeenten een afvalstoffenverordening vast moeten stellen. Hierin staan regels over, u verwacht het al, de afvalinzameling. De huidige verordening stamt uit 2023. Per 30 december van dit jaar, einde van dit jaar, wordt het circulair materialenplan vervangen door de Omgevingswet. Met het raadsvoorstel dat nu voor ligt
49/60
stelt de raad de vernieuwde afvalstoffenverordening vast. Als u daar natuurlijk mee instemt. Wie mag ik hierover het woord geven? Dat is als eerste de heer Azzouzi. Eerste termijn De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Wat ons betreft een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel, dat was kort en krachtig. Mijnheer Halkes. De heer Halkes: Ik heb een beetje meer tijd nodig. Voorzitter, wie dagelijks door de gemeente rijdt of fietst, wordt in de wijk vaak welkom geheten door vrolijke oranje PMDzakken die wapperen aan lantaarnpalen. Veel van onze inwoners houden zich netjes aan de regels wat betreft ophangen, maar een deel helaas niet. Het hele jaar door ontvangen wij klachten van bewoners wiens straat is vervuild door opengetrokken zakken. Vogels maken deze open, op zoek naar een maaltijd en ook mensen die statiegeldflesjes en -blikjes zoeken, speuren erin. We hebben vragen gesteld over de handhaving, maar die zijn helaas vertraagd in de beantwoording. Mochten die cijfers teleurstellend zijn, dan overwegen wij een motie om te onderzoeken wat de alternatieven zijn voor de PMD-zak. Daarnaast overwegen wij ook een amendement bij artikel 7.1b, dat gaat over het ophalen van GFTafval. Door de klimaatverandering wordt het warmer in Nederland en daar profiteren ook de maden in de GFT-bakken van.