[BV25.0096] Verslag Commissie Ruimte d.d. 7 okt 2025
Tekst van het document
De omgevingsvisie maakt industrie op drie locaties mogelijk, maar initiatiefnemers die zich er willen vestigen zullen aan strenge normen moeten voldoen op het gebied van gezondheid, mobiliteit en overlast. Daarmee zeg ik niet dat omwonenden niks te vrezen hebben. Je kiest je buren nooit zelf en het kan mee- of tegenvallen. Maar bij de voorziene industrie in deze gebieden krijgt u wel heel veel waarborgen vooraf. Voorzitter, tot slot kijken we ook nog terug naar de participatie. De voorzitter: Voordat u terugkijkt naar de participatie heb ik een interruptie van de heer De Graaf voor u. Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de heer Hofman. Hij gaf in zijn woordvoering aan, je kiest je buren niet zelf. Ik meen in een brief van juli dat stond
19/57
dat wij, of het college, de ambitie heeft om de Horti Science-gerelateerde bedrijven bijvoorbeeld daar te vestigen. De vraag is hoe het een zich tot het ander verhoudt. Want als je die buren inderdaad niet zelf kiest, wat de heer Hofman zegt, hebben we dan wel voldoende grip op wat voor soort bedrijven of partijen zich daar dan gaan vestigen? Want dit stemt mij niet gerust. De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: In deze visie maken we een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk. Er is nog geen concreet plan. Daar is deze visie ook niet voor. En dat is het onderscheid tussen, je kiest je buren niet zelf. Als we de buren nu al konden kiezen, dan lag hier nu een omgevingsplan voor met een concrete uitwerking. Die is er nu nog niet. In de visie maken we alleen ruimtelijk mogelijk. Voorzitter, ik kijk tot slot nog terug naar de participatie. Soms is het niet te voorspellen. De voorzitter: Helaas is er nog een interruptie voordat u aan de participatie kunt beginnen van de heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Dank u wel. Licht verbaasd over de inbreng van de heer Hofman. Ik hoor hem zeggen, er is nog geen concreet plan. Ik heb een inspreker horen zeggen dat er wel degelijk sprake is van een concreet plan. Alleen geen plan dat bij de gemeenteraad bekend is.
Kunt u dat of ontkrachten, wat daar is gezegd, of toch uw woorden wat anders formuleren? De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Wat er vandaag voor ligt is de omgevingsvisie. Die visie maakt dingen ruimtelijk mogelijk. En het kan best zo zijn dat er al ideeën zijn die in verschillende stadia zijn. Die zijn nog niet hier bij ons als raad bekend. Op dit moment maken wij alleen dingen ruimtelijk mogelijk, zoals ik al eerder zei. En dat is niet iets wat concreter te maken is dan dat op dit moment. De voorzitter: Dan zie ik nog een vervolgvraag van de heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, niet bij u bekend, zegt de heer Hofman. Als u uw oor te luister legt bij de inwoners, wat we doen en ook vanavond hebben gedaan, dan horen we dat er wel een plan bekend is. Dus dat is denk ik een verschil tussen de systeemwereld hier en de echte werkelijkheid hier buiten. Maar mijn tweede vraag is, de heer Hofman suggereerde een continue lijn tussen de transformatielocaties zoals eerder aangewezen en het huidige voorstel. In mijn beleving is het heel nieuw dat die transformatie nu is naar een hogere milieucategorie. Bent u het met mij eens dat eerder van die hogere milieucategorie in de Omgevingsvisie 1.0 geen sprake was? De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Dat ben ik met u eens.
De wijziging van transformatiegebied naar transformatiegebied met een hoge milieucategorie vind ik een continue lijn. Dan de participatie. Soms is niet te voorspellen waar ophef over gaat ontstaan. Met de toelichting
20/57
van het college snap ik dat er voor gekozen is om de wijzigingen die er voor liggen voor deze drie industriegebieden niet te bestempelen als majeur. Over doorzicht in de linten is wel geparticipeerd en daar kraaide geen haan naar. Dan kan ik stoer roepen dat ik vind dat ze het niet goed hebben gedaan, maar dat is te makkelijk. Dat het college er onvoldoende in is geslaagd om alle belanghebbenden rondom deze drie locaties te betrekken is duidelijk. Met de aanscherpingen en het doorlopen proces met omwonenden de afgelopen maand ben ik content. Voorzitter, wij hopen de visie met dit amenderen aanscherpingen te kunnen vaststellen. Dank u wel. De voorzitter: Is dat nog een interruptie van de heer Van den Beukel? Het is de termijn van de heer Van den Beukel. Mijnheer Van den Beukel, u heeft het woord. De heer Van den Beukel: Voorzitter, wat een consternatie. Het was noodzakelijk dat de raad ervoor koos om in juli dit stuk niet te behandelen. Dat gaf het college de mogelijkheid om alsnog te proberen een maatschappelijk draagvlak te krijgen voor zijn plannen. We zijn nu twee maanden verder, voorzitter, en zien dat het college hun excuses aanbiedt voor het proces. En dat is mooi, maar inhoudelijk zijn we er nog niet. Mijn fractie staat niet achter deze omgevingsvisie en is daarom vijf amendementen aan het voorbereiden.
En ik hoor veel overlappen overigens met het voorstel van de heer Xhemaili, dus dat gaat de goede kant uit. Onze steun hangt wel echt af van wijzigingen op die vijf punten. En ik hoop dat collega's zich ook hierover willen buigen en willen meedenken. Ik loop ze puntsgewijs langs. Ten eerste, Warmoeziersweg. De vijfenveertig zienswijzen, voorzitter, spreken boekdelen. En Esther Zonneveld zei het helder, realiseer woningbouw bij woningbouw. Dus wij stellen voor om het gebied Warmoeziersweg blijvend te bestemmen als woningbouw. Honderden woningen tegen de huidige kern aan, dat is volstrekt logisch en het past echt beter dan de industrie die nu wordt voorgesteld met een hertje ertussen. Met het oog op goede ruimtelijke ordening, gezondheid en verkeersveiligheid bereiden we graag met collega's daarop een amendement voor. De voorzitter: Ik zie twee interrupties. De heer Jumelet was als eerste. Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Misschien kan de heer Van den Beukel dan ook even reflecteren op het feit hoe de provincie hierin staat en wat ook de heer Hofman ook aangaf, wat ook in stukken, staat dat de provincie feitelijk dat heeft ingetrokken of gaat intrekken. Dus graag uw reflectie daarop en hoe u dan de realiteitswaarde acht van wat hetgeen wat u voorstelt. De voorzitter: Mijnheer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Dank, voorzitter en de heer Jumelet. Goede vraag.
Voorzitter, de drie hectare kaart intrekking is pas volgend jaar juni definitief door Provinciale Staten vastgesteld. En ten tweede, heeft deze raad zich ooit iets gelegen laten liggen aan provinciaal beleid toen wij het ontwikkelperspectief Bleizo vaststelde? I rest my case. Voorzitter, de Molenweg ligt volgens de provincie in een groene buffer. En in elk geval tegen de Zuidpolder. De voorzitter: Mijnheer Van den Beukel, die zag u misschien al aankomen, maar een vervolginterruptie van de heer Jumelet.
21/57
De heer Jumelet: Nee, dat is iets te makkelijk. Dat is echt iets te makkelijk. U geeft nou gewoon eens antwoord op de vraag, tegen de realiteit zoals die nu is rondom de provincie met betrekking tot deze locatie. U kunt natuurlijk heel stoer zeggen van, ik wil daar woningen bouwen. Maar op het moment dat dat niet realistisch is, dan verkoopt u iets wat er gewoon niet kan. En daar wil ik uw reflectie dan ook op hebben. De voorzitter: Mijnheer Jumelet, u stelt dus eigenlijk nogmaals dezelfde vraag. Dat sta ik één keertje toe, maar daarna is het ook wel klaar op dit onderwerp. Mijnheer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, in alle oprechtheid, mijn antwoord was volgens mij duidelijk. Provinciale Staten stelt pas volgend jaar definitief de kaart vast waarop de drie hectare kaart wordt geschrapt. Tot die tijd staat dat er nog op. En bovendien, voorzitter, we hebben hier jarenlang in de veronderstelling verkeerd als gemeenteraad dat Bleizo kon, terwijl het volstrekt contraire was aan provinciaal beleid. Dus het precedent is duidelijk geschapen dat we hier dingen doen die nog niet voldoen aan provinciaal beleid. Voorzitter, de Molenweg ligt tegen de Zuidpolder aan, tegen de Ackerdijkse Plassen. En officieel in een groene buffer, volgens de provincie. Het is echt oerdom om daar industrie te gaan huisvesten in een hoge milieucategorie.
Het beste zou zijn om ook daar woningen te realiseren, wanneer de bestaande bedrijven er ooit mee zouden ophouden. Maar next best is behoud van de tuinbouw of tuinbouw gerelateerd. De heer en mevrouw Termeulen onderstreepten dat vandaag nog eens in een brief aan ons. Dus ook daar bereiden we een amendement voor. Ten derde, Chrysantenweg is een transformatiegebied. Eens met de heer Hofman, het is helder en dat blijft ook zo als het aan mijn fractie ligt. Maar dat ene zinnetje in dat memo, ik noemde het al, dat vereist een hoge mate van zorgvuldigheid en publieke waarborgen. Want als je zegt als gemeenteraad, je bekrachtigt, het is wenselijk deze woningen te verplaatsen, dan zeg je nogal wat. Dan creëer je enorme onzekerheid voor inwoners. En voorzitter, dit is niet de goede volgorde dus. Eerst moeten wij ons als raad ervan vergewissen dat het zorgvuldig verloopt. Dat er een plan is met draagvlak, waarin woningen ingepast zijn, of met instemming van inwoners die woningen elders worden gerealiseerd. En dan zouden we ja kunnen zeggen tegen deze majeure ingreep. Maar op dit moment is het echt daarvoor niet tijdig. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Hofman voordat u verder gaat. De heer Hofman: U refereert aan het uitplaatsen van woningen. Dat past bij een concreet plan. We kunnen erover van mening verschillen wat een concreet plan is en wat een visie is.
Maar op dit moment hebben we het alleen maar over het mogelijk maken van een visie. Bent u het daarmee eens? En in die visie wordt nog niet gerept over het uitplaatsen van woningen. De voorzitter: Mijnheer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, ik denk dat dat niet waar is wat de heer Hofman zegt, met alle respect. We kregen een memo van het college in juni. Daarin stond, die drie locaties gaan we realiseren in de hoge milieucategorie. Daarnaast staat ook, ik heb het geciteerd, daarbij hoort om dat mogelijk te maken, het verplaatsen van woningen. En vervolgens staat daar, u besluit erover, beste gemeenteraad, bij omgevingsvisie. Dus het
22/57
ene is aan het ander gekoppeld. Dat memo is zo te zeggen de memorie van toelichting op de omgevingsvisie. Dit is de visie die de raad zou vaststellen. Dat is niet wat wij op dit moment kunnen doen, omdat we het plan niet hebben doorgrond, niet kennen en ook daar geen goede participatie heeft plaatsgevonden. De voorzitter: Ik heb nog een interruptie van de heer Hofman. Mijnheer Hofman, u heeft het woord. Ik wil u er wel op wijzen dat u al redelijk in uw tijd zit en dat er ook nog een tweede termijn is. De heer Hofman: Eens dat het in de memo staat, maar misschien goed om voor u als verheldering richting het college te vragen of die twee niet van elkaar gescheiden moeten worden. Want volgens mij is het zo dat wij nu de visie vaststellen en dat in een plan later woningen uitgeplaatst kunnen worden. Wellicht als suggestie richting u. De voorzitter: Het was niet, ik hoorde niet echt een vraag. Maar mijnheer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Dank, ik neem de suggestie graag over. Dan tot slot, voorzitter, want mijn tijd tikt ook heel gauw weg, dat is even iets anders. Spoedzoekers. In de omgevingsvisie staat dat spoedzoekers en ook statushouders voortaan kunnen worden gehuisvest in een permanente tijdelijke schil.
Dat klinkt paradoxaal, maar waar het op neerkomt is dat die flexwoningen nu aan de Sporthoeklaan een permanente status zouden kunnen krijgen of vergelijkbare projecten. Wij denken dat het belangrijk is dat statushouders ook integreren in onze samenleving en dat we daarom niet die flexibele locatie, die flexschil, een permanent karakter moeten geven. Het is nu te ver om daar helemaal over uit te weiden, maar ook daar treden we graag over in gesprek met de collega's de komende tijd. Dank u wel. De voorzitter: Wie wil dan graag het woord voeren in de eerste termijn? Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Er ligt op het gebied van de omgevingsvisie een lang proces achter ons. U refereerde er zelf al aan, voorzitter. Niet alleen dit voorjaar, maar ook deze winter in de aanloop naar de ter visielegging hebben we het over dit document gehad. Het is een belangrijk document, deze visie. Het is een kapstok voor ons hele ruimtelijke ordeningsbeleid en alle processen die daar verder uit voortvloeien. Het is daarom van groot belang om de omgevingsvisie goed te keuren om de vele noodzakelijke ontwikkelingen in onze gemeente op heel veel fronten, zoals woningbouw, maar ook ruimte voor ondernemers, om dat allemaal mogelijk te maken. VVD gaat echter niet onvoorwaardelijk akkoord en is op dit moment tegen het voorliggend voorstel.
Onze bezwaren concentreren zich, het zal u niet verbazen, op de keuze voor de HMC-locaties. De beeldvorming, twee weken geleden, gaf antwoorden op veel van onze vragen, maar niet op alle. En dat we de afwegingen begrijpen die gemaakt zijn van het college, wil niet zeggen dat we de conclusie vervolgens ook delen. HMC-bestemming als alternatief voor oude tuinbouwgebieden, die getransformeerd moeten worden, waar weinig alternatieven voor lijken te zijn. Na bijvoorbeeld het schrappen, straks wellicht van de drie hectare kaart, zijn voor sommige partijen wellicht een oplossing, maar niet voor de VVD. De bezwaren van de VVD op een rijtje. Allereerst de timing. De HMC-locaties zijn compensatie voor iets wat we willen, maar nog niet hebben. De VVD wil voorkomen dat we straks een windturbine in de voortuin, een verffabriek in de achtertuin hebben, en onze volwassen kinderen nog op
23/57
zolder wonen, omdat Bleizo niet gerealiseerd is kunnen worden. Eerst boter bij de vis wat ons betreft. Dan het proces. Het proces lijkt een vluggertje. Er is een aantal keren aan gerefereerd. Afgelopen zomer zijn er vele nuttige acties ondernomen, vanuit onder andere het college, om dat te repareren, maar het is wat ons betreft nog niet voldoende. We begrijpen het verhaal achter de locaties, maar we missen de bredere afweging van alternatieve locaties, bereikbaarheidszaken, verkeersveiligheidsonderzoeken, et cetera, et cetera. De kenmerken van deze drie locaties verschillen nogal. Het zijn andere kenmerken, andere locaties met andere karakters. De omgevingsvisie voorziet daar op dit moment nog onvoldoende in. Er lijkt een soort one-size-fits-all oplossing te komen voor deze drie locaties. Dan de handhaving. In de interruptie net refereerde ik daar al even aan. We hebben de ambitie om Horti Science-gerelateerde bedrijven te huisvesten op een aantal locaties, maar hoe borgen we dat? Hoe handhaven we dat? Op een van de geeltjes van de bewonersavonden bleek dat de bewoners ook met dit soort vragen leven. Wij delen die vragen. We hebben ook in dit huis wat ervaring op dat punt. Zo herinner ik mij collega Blonk, die wat vragen had over de functie van het transportbedrijf, hoe dat gebruikt werd in Berkel.
Waarbij bleek dat het heel lastig is om in de huidige setup van ruimtelijke ordeningsafspraken en vergunningen en vergunde functies om te handhaven op het moment dat die functie wat opgerekt wordt door betreffende bedrijven. Voorzitter, de optie om het hele onderwerp HMC uit de omgevingsvisie te amenderen lag bij onze fractie afgelopen maandag in het fractieberaad op tafel. Dat was vooral om op die manier het proces van locatiekeuze nu echt een keer zorgvuldig te doen. Met onder andere ook meer aandacht voor maatschappelijk draagvlak en participatie. En eerst eens te kijken wat er nou precies concreet op Bleizo gebeurt, om niet iets te compenseren wat we niet gaan krijgen. We hebben daarom sympathie voor de amendementen die het CDA deze week deelde. En daar wil ik het voor nu bij laten in deze eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Wie mag ik dan het woord geven in de eerste termijn? Mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: Dank u wel. De omgevingsvisie is natuurlijk een belangrijk document voor onze toekomst van Lansingerland. Het is natuurlijk een verhaal waar we allemaal ons in zouden moeten herkennen. We hebben al eerder gezegd in de toekomstvisie, wat ons betreft, is er een goede balans gevonden tussen wonen, werken, groen en recreatie. Daar hebben we het vorige keer allemaal over gehad, over de klimaatadaptatieruimte die ervoor is voor wonen.
Voor groen en voor duurzaamheid. Maar daar hebben we het vorige keer al over gehad. Wat ik al mee begon, als je een verhaal maakt voor Lansingerland, dan hoop je natuurlijk dat zoveel mogelijk mensen zich kunnen herkennen in het verhaal. Dat iedereen zich hier thuis voelt en ook iedereen zich kan verbinden aan het verhaal. Er zijn dus gaandeweg de besprekingen zorgen gekomen over die drie locaties voor die hogere milieucategorie. En dat doet ons ook, we vinden dat ook echt teleurstellend, dat deze mensen zich niet kunnen vinden in het verhaal van Lansingerland of deze omgevingsvisie. Dat is teleurstellend. En we vinden ook dat we daar alles aan moeten doen om te kijken of we tot elkaar kunnen komen. En zoals mijn collega van de ChristenUnie al heeft uitgelegd, er zijn natuurlijk redenen dat deze locaties zijn gekozen. Dat ligt in het verleden, maar dat ligt ook in afspraken in de toekomst. En wij volgen het college daar wel in. Maar we vinden wel dat het belangrijk is om dat gewoon met elkaar te doen. En natuurlijk, je kan alles vinden van de participatie en het is ook zo dat in het begin misschien, daar is een slag gemaakt. Het college heeft zich zo goed mogelijk herpakt om de mensen en de zorgen die er leven nogmaals aan te horen en ook het verhaal te vertellen over deze toekomstvisie en
24/57
wat het betekent. En bewoners hebben zich ook in alle avonden kunnen uiten over de zorgen. En toch blijft dat wantrouwen, ik hoor het vanaf de tribune natuurlijk nog steeds. Het wantrouwen en de zorgen blijven bij de insprekers. Dat hebben we niet weg kunnen nemen en dat vinden we echt heel erg zorgelijk en jammer ook. Maar toch is het ook zo dat nu het voorstel van het college er is. In de brief zijn alle zorgen en alle informatie die uit de bewonersavonden zijn gekomen zijn meegenomen in het voorstel, in het amendement wat nu wordt voorgesteld van het college. En we denken dat er op die manier voor een groot deel tegemoet kan worden gekomen aan die zorgen en de wensen van de insprekers. Ook al begrijp ik heel goed en hoor ik ook heel goed, hebben wij gehoord dat het voor heel veel mensen niet voldoende zou zijn. Wij stellen dus eigenlijk voor om de omgevingsvisie zoals die er nu ligt, inclusief de voorgestelde amendementen, aan te nemen. Met daarbij de notie dat we een verhaal hebben gemaakt van Lansingerland waar niet alle mensen zich in kunnen herkennen. En dat doet pijn, want dat wil je natuurlijk niet. Maar dat is wel de consequenties die we nou daarin vinden. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer De Graaf voordat u verder gaat. Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel. Ik hoor de collega zeggen, inclusief de voorgestelde amendementen.
Ik was even benieuwd waar ze concreet op doelt. De voorzitter: Mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: In de brief van het college zitten een paar voorstellen, volgens mij. Of misschien dat het in één amendement past, dat kan misschien ook. Ik las het als verschillende amendementen, maar misschien kan het in één amendement. De voorzitter: Nog een interruptie van de heer De Graaf. De heer De Graaf: U doelt dus louter op de voorstellen uit de brief en niet op de voorstellen die collega's vanavond, onder andere van GroenLinks, Partij van de Arbeid en CDA gedaan hebben? De voorzitter: Mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: Dat klopt, ik heb het eerst over het collegevoorstel wat in de brief is genoemd. En ik wou eigenlijk nu ook nog even kort ingaan op het amendement wat voorgesteld is van de collega PvdA/GroenLinks, omdat ik ook daarin eigenlijk dezelfde vragen heb als de heer Jumelet had van, kunnen we dit zo doen en wat betekent dat voor de afspraken met de provincie? En die vragen had u ook, mijnheer, dus die zou ik nog even door willen zetten aan het college. Maar wat ik al zei, wij willen heel graag meedenken over manieren waardoor we een verhaal met elkaar maken waar zoveel mogelijk Lansingerlanders zich in kunnen vinden.
Maar wel op die manier dat het natuurlijk ook recht doet aan alle afspraken die we al eerder in het verleden hebben gemaakt over dit gebied en welke kant het op moet. Dus kortom, het amenderen is voor ons op dit moment het verreweg de beste manier om die omgevingsvisie zo toekomstbestendig te maken en alle belangen daarin een plek te geven. En hopen dat we daarmee een verhaal maken waar zoveel mogelijk mensen van Lansingerland zich in kunnen vinden. Dank u wel.
25/57
De voorzitter: Dan zie ik de heer Jumelet. Is dat voor uw termijn? Mijnheer Jumelet, u heeft het woord. De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter. Het blijft toch een heel bijzonder proces wat we doorlopen hebben, in meerdere opzichten. Met name ook omdat we, er is vanavond ook al een beetje aan gerefereerd, het is een proces wat niet in de laatste maanden gelopen is, maar eigenlijk waar we heel lang over gedaan hebben met elkaar. We hebben in maart een omgevingsvisie in concept vastgesteld en vrijgegeven voor de inspraak. Het bijzondere is natuurlijk wel dat we daar met elkaar toen deze visie, zoals die feitelijk nu ook voor ligt, in de inspraak is gegaan en dat we met elkaar toen wel vonden dat dat zo kon. De omgevingsvisie is wel een totaaldocument en je kan door een rietje naar slechts één element kijken, maar dan doe je de visie geen recht. Maar dat wil niet zeggen dat je geen zorg kan hebben over punten die daar natuurlijk in staan. In de afgelopen weken of maanden is die zorg natuurlijk heel expliciet naar voren gekomen en die begrijpen wij ook als fractie heel erg goed. Want je zou daar wonen en je leest in de krant, en vanavond is het al een beetje genoemd door één van de collega's, of het inderdaad waarheden zijn of halve waarheden of onwaarheden, maar je zal het maar lezen en daarmee geconfronteerd worden.
Wij hebben wel als fractie gezegd, je moet je ook wel baseren op de feiten, want anders wordt het wel een hele ingewikkelde discussie en daar ga je anders ook nooit uitkomen. Wij zijn ook blij dat in die zin bij de stukken nu de Q&A zit, want dat geeft wat ons betreft heel klip en klaar aan hoe het verhaal nou in elkaar zit. Zeker als het gaat om, wat mag je nou verwachten op het moment dat daar een hogere milieucategorie van toepassing is. En is het inderdaad, want collega's ter rechterzijde, die hadden het over de cementfabriek, dat geeft wel een beeld dat je denkt, jeetje mina, wat gebeurt er? Maar uiteindelijk, als je de Q&A goed leest, en ook het stuk, de voorgestelde amendementen van het college in de raadsbrief, dan kunnen we in ieder geval op basis van de feiten constateren dat dat geen zaken zijn die aan de orde zijn. Wat mijn fractie betreft, en dat vinden we heel belangrijk, is dat er niet alleen gekeken wordt naar de milieucategorie, maar ook met name de regelgeving die erachter zit. En dat betekent, op het moment dat daar een bedrijf zou worden, of er een vraag is tot vestiging van een bepaalde activiteit of een bedrijf, dat daar inderdaad allerlei milieucirkels en noem maar op is. Dus wat mijn fractie betreft, heel veel waarborg, ook om die leefomgeving ook goed in stand te houden.
Als we het niet doen, en dat is natuurlijk de andere kant van het verhaal, is dat wij daar verrommelde gebieden hebben, met allerlei neveneffecten die we ook niet willen. Ondermijning is vanavond al even genoemd. En dat zijn ook dingen die wij niet met elkaar willen. En dat moet je als bewoners ook niet willen, want dat geeft ook een bepaalde mate van overlast. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Xhemaili. Mijnheer Xhemaili, u heeft het woord. De heer Xhemaili: Dank u wel. Ik heb zitten nadenken over mijn vraag die ik wil stellen. Wat voor milieucategorie vindt de heer Jumelet wel acceptabel? De voorzitter: Mijnheer Jumelet.
26/57
De heer Jumelet: Ik antwoord u eigenlijk ook in mijn volgende zin en dat zou zijn dat wij in de brief zoals die er nu ligt van het college de voorgestelde amendementen, daar kunnen wij goed mee uit de voeten. Ook met name omdat daar die waarborg achter zit van milieucirkels, et cetera. Wij worden ook gesteund wat dat betreft in die gedachte, ook door de brief van de GGD, want die wil ik toch niet onbenoemd laten. Dus in die zin kijken wij ook uit, collega Hofman stelde voor voor het indienen van dat amendement en wij kijken daar ook wat dat betreft met vertrouwen daar tegemoet. En daarmee ook wel, want de vraag die u stelt, en die heb ik ook al gesteld aan u, maar die stel ik eigenlijk ook dan maar ook aan het college. Als er gekozen wordt voor de milieucategorie 3.1, wat betekent dat dan? Wat betekent dat dan, niet alleen als het gaat om die drie gebieden, maar wat betekent dat dan in de bredere zin van de omgevingsvisie en de afspraken die wij hebben met onder andere de provincie als het gaat om woningbouw? Daar ben ik erg benieuwd naar. Ik wacht dat graag ook even af. Dank u wel. De voorzitter: Dan in de eerste termijn. Mijnheer Diepeveen, u heeft het woord. De heer Diepeveen: Voorzitter, dank u. Ik heb bewust gewacht als laatste te spreken, want eerlijk is eerlijk, wij weten het als fractie echt gewoon niet. We hebben nog nooit in zo'n dubio gezeten als deze keer.
En de O van oordeelsvorming, want we hebben hier het BOBmodel, gaan wij vanavond heel letterlijk nemen. Wij gaan jullie allemaal aanhoren en we gaan daarna een oordeel vormen met ons allen van, wat willen wij hier nou mee? Want aan de ene kant snappen we alle inwoners heel goed. Ze zijn geschrokken. Er komt industrie bij ons in de buurt en dat wil je gewoon eigenlijk niet. Ook snap ik het college, we moeten verder met de omgevingsvisie. We moeten door met Bleizo, dat willen wij als fractie ook heel graag. Dus die dingen hangen allemaal aan elkaar. Communicatie had beter gekund, is later deels goed gemaakt. Maar dat laten we even buiten kijf. Ook weten we aan de andere kant dat het vaststellen van deze visie nog niet betekent dat er morgen opeens een betoncentrale in uw tuin staat en dat er nog heel veel stappen achteraan komen. Omgevingsplan, BOPA, bestemmingsbesluit, planwijziging en ga zo maar door. En daarin wordt alles opnieuw bekeken. Wij luisteren vanavond met open blik. Dat doen we ook met zijn allen. Ik weet dat collega's via de webcast zelfs aan het meeluisteren zijn. Maar ik heb wel een paar vragen aan het college. Kent het college ook de amendementen die in concept zijn bij het CDA? En zo ja, kan het college dan even aangeven wat de lange en korte termijn gevolgen zullen zijn als deze aangenomen zouden worden.
Zelf lopen we met het idee, wat zou het effect op lange en korte termijn zijn als we de Molenweg en de Warmoeziersweg uit de visie halen en onderzoek laten doen wat nou echt de geschikte locatie is voor die twee? Dus in mijn ogen verandert er dan niet veel aan de visie, maar komen die gebieden een andere keer wel. Dan het voorgestelde amendement van het college, dat we geen wat huidig 5 en 6 klasse is, als we die maximeren, heb ik gisteren kennis genomen van het woord maatwerkbesluit. De voorzitter: Maar voordat u over het maatwerkbesluit gaat praten, heb ik een interruptie van de heer De Graaf op u. Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel. Ik heb een vraag aan de heer Diepeveen betreffende eigenlijk zijn vraag aan het college over het doen van het onderzoek, wat het college daarvan vindt. Maar mag ik uit de vraag impliciet afleiden dat hij toch wel enige waardering
27/57
heeft voor het amendement van het CDA op dat punt? Want die vraag lijkt heel erg op wat in dat amendement wordt voorgesteld. De voorzitter: Mijnheer Diepeveen. De heer Diepeveen: Het is niet direct waardering, ik wil eigenlijk weten wat de feitelijke gevolgen zijn mocht dat worden aangenomen. Verder heb ik daar nog geen oordeel over zelf, moet ik eerlijk zeggen. Dan hoorde ik gisteren dus de term maatwerkbesluit. En daar kreeg ik eigenlijk te horen van, we kunnen nu wel zeggen we willen geen 5 en 6, maar via maatwerkbesluit kan het gewoon alsnog. Mijn vraag is dan, hoe kunnen we borgen dat dat niet kan? Dan zou je mij al gerust stellen. En ik hoorde ook net in de inspraak dat afstandsnormen ook versoepeld kunnen worden, ondanks dat volgens het lijstje wat ik hier heb, ik heb het hier een lijstje met echt alle afstandsnormen, alle categorieën, alles heb ik hier uitgeprint. En ik begrijp dat er op een of andere manier ook versoepeld kan worden, heb ik van de insprekers gehoord. En ik wil ook daar de feitelijke onderbouwing van hebben, of dat wel of niet kan. En dat waren eigenlijk mijn vragen. Dank u. De voorzitter: Brengt dat ons tot het einde van de eerste termijn van de commissie en dan gaan we zo over naar de eerste termijn van het college.
Daarbij wil ik wel even aangeven, er werd gevraagd vanuit de raad naar de waardering van het college op een aantal aangekondigde amendementen. Het is natuurlijk belangrijk om te zeggen, er zijn hier net een aantal amendementen aangekondigd in de maak, in wording, in concept. Deze zijn nog niet ingediend en daar kan het college dus ook geen waardering op geven. Dat gaat natuurlijk zeker gebeuren als er amendementen worden ingediend in de raadsvergadering. Die is over vier weken, dus daar is denk ik ook meer dan genoeg tijd voor om daar goed met elkaar van gedachten over te wisselen. Maar daar kan het college dus nu bij voorbaat geen waardering aan geven. Dan geef ik nu het woord aan wethouder Cnossen, denk ik. Wethouder Cnossen. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel, voorzitter. Vanuit het college inderdaad een reactie op wat er in de commissie is gezegd, maar indirect uiteraard ook op wat de insprekers naar voren hebben gebracht. Zoals wij in onze collegebrief al hebben benoemd, zie je achteraf dat je het participatietraject vol goede moed bent begonnen. Vorig jaar zaten we voor de zomer hier met een heel restaurant vol mensen die allemaal mee hebben gedaan. Ik zat de zienswijzen ook nog eens door te lezen en dan zie je wel degelijk ook in zienswijzen terugkomen dat er op heel veel elementen gewoon goed geparticipeerd is.
Maar het college constateert ook dat we onvoldoende in staat zijn gebleken om belanghebbenden rondom deze drie locaties te bereiken. Hoewel er uiteraard wel zienswijzen zijn ingediend over de Chrysantenweg, want die zitten gewoon bij uw stukken. Dus dat wil ik graag vooraf gezegd hebben om dat gevoel in elk geval ook vanuit het college graag aan u mee te geven. En die participatie uiteraard, je evalueert elke keer en dat stel je weer bij. Maar met degenen die hier de deskundigen zijn op participatie, die hebben ook wel aangegeven dat een visie gewoon heel erg lastig is. Omdat een visie inderdaad hoog over is, op grote punten je met elkaar bedenkt hoe het in elkaar zit, de gemeente. En dan blijkt op details daar toch een struikelblok te zitten. En dat blijft een lastige en ik denk dat we er altijd mee aan het zoeken blijven hoe we dat op een goede manier doen. Maar er is wel degelijk veel
28/57
geparticipeerd. Ook op punten waar echt verandering zit in de omgevingsvisie. Het college heeft gekeken van, waar blijven we bij 1.0 en waar zitten er echt veranderingen in. En daar zijn we gericht met groepen en organisaties over in gesprek gegaan. Dus dat over deze drie locaties in eerste instantie vanaf vorig jaar niet gericht gecommuniceerd is, dat is door verschillende van u ook gezegd, omdat in visie 1.0 deze locaties ook genoemd waren. En dan ga je ervan uit dat dat genoeglijk bekend is. Maar dat is achteraf heel fout gebleken. Dus dat daarover, voorzitter. U gaf al aan, voorzitter, dank u wel daarvoor, dat het college niet kan reageren op amendementen die wij niet kennen. Het enige wat het college nu kan doen is op de woordvoering reageren, dat zal ik zo goed mogelijk proberen. De Warmoeziersweg, daar moet blijvende woningbouw komen, hoor ik vanuit het CDA. De onderliggende reden dat de provincie daar de drie hectare gaat intrekken is uw eigen woonvisie als gemeenteraad. We hebben met elkaar geconstateerd, woonvisie is denk ik nog net van de vorige collegeperiode, dat Wolfend al een hele grote opgave is, met name voor de ontsluiting, waar heel veel eigenlijk op blijft hangen in deze gemeente. Wolfend moet ook via de Kulk naar de N209. En daarom heeft u als raad de woningbouwlocatie Warmoeziersweg niet op deze woonvisie gezet als te ontwikkelen.
En daarom is die nu ook bij de provincie op dat lijstje gekomen als in te trekken op de drie hectare kaart. Dus het college heeft hier de raad gevolgd in haar besluitvorming. Bij de Molenweg hebben wij als college, dat heeft u mogelijk gezien in de brief, het terrein, de locatie wat verkleint naar het bestaande bedrijf waar nu de agrarische tuinbouwbestemming op ligt en daar alleen de transformatie van gemaakt. Met in ons achterhoofd dat dit een voor Lansingerland belangrijk bedrijf is, maar zit daar nou letterlijk tuinbouw in? Dat moet u maar aan de omwonenden vragen. Dat is een beetje er tussenin. En stel je nou voor dat er vanuit Den Haag nieuwe regelgeving komt en het geen glastuinbouw of agrarisch mag blijven, dan zou het bedrijf daar moeten stoppen. En om die mogelijkheid open te houden om daar toch iets met transformatie te doen, hebben we precies op dat bedrijf de contour geschetst waar eventueel transformatie mogelijk is. En dat is door sommigen van u ook gezegd, het is een eenmalig aanbod nu van de provincie om op drie van deze plekken in de gemeente die stip te zetten. Die stip, dat heeft u ook gelezen in brieven die u van het college vanuit de provincie heeft gekregen of een plan van aanpak, zo heette dat letterlijk, hebben op zich helemaal geen planologische waarde, maar sorry, is een mogelijkheid om daar wat te veranderen. Ik pak hem er eventjes bij.
Dat is het stuk planologische realisatie, waar de provincie in aangeeft, het plan kent geen formele status buiten gemaakte afspraken. Als het niet zou lukken binnen de tijd van de bestuursovereenkomst, namelijk vijf jaar, hier die transformatie tot stand te brengen, mocht dat niet lukken, dan gaan we met opnieuw met elkaar in overleg en over vijf jaar, 2030, zou het ook kunnen zijn dat de stippen weer weggehaald worden door de provincie. Net zoals dat bij de woningbouw van de Warmoeziersweg gebeurd is. Maar dat is daarop vooruit lopen. Maar wij zijn hier niet verplicht om deze transformatie op gang te brengen. Wij wachten inderdaad af, zoals door velen van u gezegd is, op initiatieven van bedrijven, eigenaren, wie dan ook, op deze plekken die aangegeven zijn. En dan is door de heer Van den Beukel, even kijken waar ik dat op heb geschreven, bij een interruptie dacht ik aangemeld van, maar er is wel degelijk een concreet plan. En daar hebben we het vorige week bij de beeldvorming, heb ik dat met één van de mensen die aanwezig was vanuit de Chrysantenweg ook besproken. Uiteraard weet het college dat één van deze ondernemers met een concreet plan is gekomen naar de bewoners. En dat verhaal wat u vertelde over die villa's in de vierde fase, heb ik daar ook over gehoord. Bij de gemeente is nooit een concreet plan ingediend. Er zijn ideeën geuit van wat er nodig is.
En dat heeft ook met circulaire economie te maken, wat toch ook een
29/57
landelijk iets is waar we mee bezig moeten gaan en waar ruimte voor moet zijn. Daar hebben we over gesproken. En daarom is deze Chrysantenweg, die ook in de vorige college periode al zo benoemd was, als niet houdbaar voor glastuinbouw, maar Horti Science gerelateerde bedrijvigheid aangemerkt. En dan gaan ondernemers uiteraard ook plannen ontwikkelen. Maar er worden heel veel plannen door ondernemers ontwikkeld, kan ik u vertellen, die nog niet concreet bij de gemeente zijn ingediend. En de heer Van den Beukel stelde ook over wenselijk om woningen te verplaatsen. Dat is niet zorgvuldig. Dat is uiteraard op dat moment ook aan hoe het daar gaat lopen. Als er woningen staan die bestemd zijn als gewoon burgerwoningen, zeiden we vroeger, dan zal het hele bedrijf daar rekening mee moeten houden in de afstanden. Er is wel een verschil met bedrijfswoningen. Dat weet ik ook dat een aantal van u daar wonen. Dat klopt. En daar liggen weer wat andere afstandsmaten. Dus dat is wel een proces wat daar gelopen moet worden. En dan vind ik inderdaad de Chrysantenweg een lastige, omdat, ik probeer iets met mijn handen aan te geven, maar de woningen echt midden in het gebied zitten aan de Chrysantenweg en het gebied er omheen ligt.
Dus dat is echt wel een hele andere situatie dan bijvoorbeeld de Molenweg waar je de woningen vooral in een lint aan de Molenweg hebt en het bedrijf wat meer naar achter ligt achter dit lint. Ik hoorde de heer Van den Beukel ook iets over spoedzoekers. Dat kwam even voor mij een beetje uit de hoge hoed, voorzitter, maar toch even een korte reactie daarop. Als in de omgevingsvisie over die permanente flexibele schil wordt gesproken, dan is dat een vorm van mogelijke doorstroomlocatie. We hebben hem niet, laat dat helder zijn, we hebben de Sporthoeklaan, die is tijdelijk. De huurdersvereniging van 3B Wonen, zou ik even bij de zienswijzen moeten opzoeken, maar die hebben daar ook op gereageerd, omdat zij toch aanlopen tegen die tijdelijke huurcontracten. Daar lezen we vaker wat over. En dat tijdelijke bij huurcontracten is geschrapt. Maar zo'n permanente flexibele schil is niet om mensen daar bij elkaar neer te zetten, permanent. Nee, mensen moeten inderdaad integreren. Maar in het geval van onze medebewoners uit Oekraïne is dat net een wat andere situatie. Waarvan we voor hen nog steeds hopen dat ze ook op een keer naar hun land terug kunnen. Een lastig onderwerp vind ik op dit moment, voorzitter, waar de heer Xhemaili mee kwam. Hij wil amenderen dat op alle drie de locaties maximaal 3.1 als milieucategorie wordt gesteld.
En de VVD interrumpeerde inderdaad al, is dat voldoende compensatie? Ik wil hier nadenken over, wat hebben ondernemers nodig? Wat heeft de circulaire economie nodig? Ik las pas, maar daar moet ik u helemaal niet mee vermoeien, maar een Kamerbrief over circulaire economie, met de oproep aan gemeenten, provincies om daar ook ruimte voor te maken. Want circulaire bedrijvigheid heeft ruimte nodig. En dat gaan we niet eerst naar China brengen en dan weer terug. Nee, we proberen in onze eigen gemeente binnen de provincie deze dingen op te lossen. En als je dan op je maximale 3.1 gaat zitten, dan beperk je je heel erg en beperk je niet mij, maar de ondernemers die eventueel daar een bedrijf willen beginnen. De heer Diepeveen had zich ook verdiept in categorieën. Ik heb ook eens uitgevraagd, wat hebben we nou precies in de gemeente aan categorieën? En tot mijn verbazing hadden we 1 categorie 5. Maar dat is geen bedrijf, dat is de motocrossclub in Bleiswijk. De voorzitter: Een korte interruptie is er van de heer De Graaf. De heer De Graaf: Ik weet niet of ik het helemaal goed hoorde, voorzitter, maar de wethouder begon het laatste stuk van haar betoog op zo'n manier dat ik dacht, hier komt een toezegging aan om nog eens te onderzoeken wat nou de impact van die categorie 3.1
30/57
precies is. En ik weet niet of ik dat goed gehoord heb of we een toezegging kunnen noteren of dat dat een slip of the tongue was. De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Geen toezegging. Ik wil duidelijk maken dat als dat zo is, zoals ik er op dit moment in zit, maar ik vind hem lastig, want wij hebben dit niet van tevoren heel erg doorgesproken. Maar op dit moment zie ik dat wij daarmee het bedrijfsleven zeer inperken en waar we, wat ik aangaf, de circulaire economie ook echt een plek moeten geven in Lansingerland, dat we onszelf heel erg beperken daarin, omdat, daar is in schriftelijke vragen ook naar gevraagd, op onze bedrijventerreinen, Oudeland, Weg en Land, et cetera, daar zijn alle kavels uitgegeven. Dus daar zetten we ook niet opeens een nieuw bedrijf neer. Dus voor die circulaire economie, gerelateerd aan Horti Science, daar zegt de omgevingsvisie, zorg dat er in elk geval beweegruimte is om daar iets voor te realiseren. En daarom verwees ik ook naar die Kamerbrief die ik van de week zag, die kan eventueel nog toegestuurd worden, waar ook we allemaal worden opgeroepen, allemaal, gemeenten, wij zijn verantwoordelijk daarvoor, om die ruimte ook te maken voor deze ondernemers. Want anders zal dat niet op gang komen.
En toen begon ik, voorzitter, over mijn lijstje, dat ik inderdaad had nagevraagd, wat hebben we nou eigenlijk in de gemeente? En tot mijn verbazing trok, daar kom ik even terug, bij de motorclub Bleiswijk, die dus een categorie 5 vergunning heeft. Maar dat zit tussen het kassengebied, maar om maar aan te geven wat voor type bedrijven het kunnen zijn. Ook ons buitenzwembad is een categorie 4. Ik denk toch niet dat we het uit willen sluiten. Het heeft ook iets te maken, niet alleen met stoffen, een zwembad heeft ook met stoffen te maken, maar dat heeft het binnenbad ook. Maar ook met het geluid wat buiten wordt geproduceerd. En bijvoorbeeld een tankstation met LPG, dacht ik, dat zit vast heel hoog, maar dat is slechts categorie 3. Maar dat wil je ook niet naast je woning hebben. Dus laten we onszelf ook de ruimte geven en ons niet beperken tot categorie 3.1, is op dit moment mijn oproep. Maar wij kunnen uiteraard als college daar nog wat meer op ingaan in een vorm van technische beantwoording, als wat er nou precies gebeurt als we dit doen. Want ik wil me niet, het college wil zich niet achter de provincie verschuilen. Want dat vind ik echt onzin wat hier gebeurt. We hebben een bestuursakkoord, daarmee gaat Bleizo gebouwd worden. Daar ligt ook een raadsbesluit voor. Dat heeft het college uitgevoerd.
En met deze drie locaties geeft de provincie ons een kans om verouderde glastuinbouw nieuw leven in te blazen met een ander type bedrijvigheid. Als we die kans laten lopen, dan blijft het zo. En dan moet je maar afwachten wat er gaat gebeuren. Dan kunnen er allerlei aanvragen binnenkomen. Want inderdaad, bedrijven zijn steeds op zoek naar mogelijkheden om zich wel ergens te vestigen. Maar dan wordt het rommelig. En met deze manier van doen kun je een gebiedsvisie maken. Met name voor een Warmoeziersweg lijkt me dat heel erg belangrijk, omdat je die groene zone, ik zeg maar even huiselijk, achter Het Baken zo door kunt gaan trekken richting de HSL en dan naar de overkant naar het Annie M.G. Schmidt Park en daar ook echt iets kunt verwezenlijken. Maar dat kan alleen met echt een gebiedsvisie en iemand die zich daarvoor in gaat zetten. De heer Xhemaili wilde ook de omgevingsvisie uitstellen. Als wij hem nu niet aannemen, dan blijft 1.0 gewoon geldig, mijnheer Xhemaili. Dat is het antwoord. De voorzitter: De heer Xhemaili heeft nog een interruptie. Mijnheer Xhemaili.
31/57
De heer Xhemaili: Correctie. Ik wilde het niet uitstellen, maar stel. Het was meer een stelvraag. Niet dat ik het wil. De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Als deze 2.0 niet wordt vastgesteld, blijft 1.0 staan. Dat is hem. En ik denk dat u in uw woordvoering heel goed heeft aangegeven wat 2.0 ons meer brengt dan 1.0. De voorzitter: Voordat u verder gaat heb ik ook nog een interruptie van de heer Diepeveen. Mijnheer Diepeveen. De heer Diepeveen: Dank u, voorzitter. Ik ga nog heel even een stapje terug, want ik moest even nadenken. U zegt, als we blijven bij 3.1, dan blijft het het rommeltje die het nu is. Maar als we wel hoger gaan, dan. Maar je kan toch ook een gebiedsvisie vaststellen met maximaal 3.1? Of is dat onmogelijk? Hele simpele gedachte misschien. De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Alles is mogelijk, maar dan ga je dus niet realiseren wat we wel met onze omgevingsvisie beogen. Namelijk dat we de bedrijvigheid die een wat hogere categorie heeft gaan bundelen in zo'n hoek of midden op één van deze locaties. En daaromheen het gebied zo ontwikkelen dat de omgeving daar geen last van heeft. Want dat is toch ook wel een misverstand dat we opeens allemaal last krijgen van hogere milieucategorie. Vandaar dat ik een zwembad noem. Een schoolplein veroorzaakt ook best wel wat geluidsoverlast.
Maar denk niet altijd in, het woord zware industrie daar heb ik hele andere beelden bij dan bij het buitenbad van De Windas waar ook een categorie 4 op zit. Dat probeer ik hier duidelijk te maken. De voorzitter: Ik ga u even interrumperen voor een vraag van de heer Xhemaili. Is het dit keer wel een nieuwe vraag? Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Voor mij is het een nieuwe vraag. Over die categorieën. Maar volgens mij kun je best een goede, denk ik, een goede omgevingsvisie 2.0 organiseren met 3.1. Want dat kunnen ook hoogwaardige bedrijven zijn die daar komen. En mijn vraag die daar gerelateerd is, of samenhangt is, is er ook met het RIVM, één van de bewoners gaf al aan, onderzoek gedaan naar geluid, lucht, stank, bij die hogere categorisering bedrijven? Of gaat dat nog gebeuren een keer? De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Dank, voorzitter. Ik denk dat dat ook door andere commissieleden is aangegeven, dat is een kwestie van uitwerking. En als wij alleen op 3.1 gaan zitten, dan schieten we er niet zoveel mee op. Want we hebben bij Oudeland 3.1, 4, dat hebben we daar zitten. En nog een aantal andere bedrijventerreinen. Maar die bedrijventerreinen zitten vol. En er is behoefte bij de ondernemers, we zitten hier denk ik ook voor de ondernemers, om ook met hun bedrijven ergens anders te kunnen zitten. Was ik aan het woord, voorzitter?
32/57
De voorzitter: Ik snap dat er hevige emoties zijn over het onderwerp. Die mogen er ook zijn. U heeft de mogelijkheid gekregen om daarover in te spreken. Nu is het aan de commissie om daar mening over te vormen en vervolgens aan het college om antwoord te geven op de vragen. Dat respecteren we ook, want we respecteren elkaars mening in dit huis. Wethouder Cnossen Mevrouw Cnossen: Dank u wel. RIVM, vroeg de heer Xhemaili naar. In de leefomgevingsfoto, afgekort LOF, daar zitten de RIVM-gegevens in. Dus daar kunt u eigenlijk heel goed volgen wat het RIVM ook aan cijfers heeft. U vroeg ook bij de GGD nog extra onderzoek. Dat zou ik eigenlijk ook daar willen neerzetten, dat op het moment dat je concreet ergens mee aan de gang gaat, dan ga je inderdaad ook weer met de GGD. Want in de brief is door de GGD ook aangegeven dat wij als één van de eerste gemeenten binnen de GGD Rotterdam-Rijnmond ons aangesloten hebben bij de adviezen over omgevingsvisie, Omgevingswet. En heel veel gemeenten vinden dat niet nodig, maar wij hebben ze heel nadrukkelijk betrokken. Dus gezondheid, één van de pijlers van deze visie, staat heel hoog in het vaandel bij het college. Ik kijk verder of ik nog concrete vragen zie, voorzitter. De voorzitter: De heer Xhemaili heeft nog wel een concrete vraag. Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Nog één korte verhelderende vraag.
Hoe zit het met de GGD en het Schone Luchtakkoord die we hebben afgesloten? Het GGD-onderzoek en het Schone Luchtakkoord die daarmee samenhangt. En de bedrijvigheid. De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Het Schone Luchtakkoord, daar zijn we nog lang niet, dat ziet u in die leefomgevingsfoto. Dat heeft met heel veel te maken, houtstoken is één van die zaken. Maar daar zijn we wel voortdurend op aan het sturen om dat beter te krijgen. Dus dat is wel één van de ambities ook uit de omgevingsvisie, om daar steeds meer verbetering in te krijgen. De voorzitter: Is er nog een interruptie van de heer Jumelet? Mijnheer Jumelet De heer Jumelet: Ik had nog een vraag even gesteld rondom hetgeen wat de heer Xhemaili aangaf rondom die 3.1 en de samenhang met de realisatie van woningbouw in bredere zin. En ik hoor de wethouder eigenlijk zeggen van, het gaat over de ontwikkelingsmogelijkheden voor de bedrijvigheid. Mag ik daaruit afleiden dan dat die samenhang met woningbouw in bredere zin, die afhankelijkheid, dat die er niet direct is? De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Ik check even of ik de vraag goed bekijk. De samenhang met bestaande woningen, nieuwbouw. Dan moet u het even herhalen. De voorzitter: Mijnheer Jumelet.
33/57
De heer Jumelet: Er is natuurlijk bij de inspraak heel erg gerefereerd aan Bleizo-West. En de vraag is even die 3.1 versus Bleizo-West. De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Voorzitter, al eerder vertelde ik dat Bleizo-West een besluit is geweest van deze gemeenteraad waar het college mee verder is gegaan en in overleg is gegaan met de provincie. En via het bestuursakkoord nu die stap heeft gemaakt. Waardoor Bleizo-West op alle lijstjes staat, ook bij de ministeries. Dus Bleizo-West is voor mij op dit moment een gegeven, omdat het college heeft uitgevoerd wat de raad heeft besloten. Ook op Bleizo, dat hele terrein, is ook nog ruimte voor bedrijvigheid. Dat weet u uiteraard ook. De gedeputeerde had op dat moment wel behoefte aan van, dan mis ik dus op Bleizo-West op dat woningbouwgedeelte wel mogelijkheid om HMC te compenseren. Dus daarmee hebben we wel 1 plus 1 is 3 gemaakt, dat wij al in 1.0 die 3 locaties hadden staan waar we eigenlijk niks mee kunnen. Want je mag tuinbouw, agrarisch, mag je niet omkatten naar bedrijvigheid. De provincie zet dat dicht. Maar op dit moment hebben we die mogelijkheid. Die mogelijkheid leggen we erop. Maar als die niet gebruikt wordt, dan is die denk ik over 5 jaar ook weer weg. Maar wel om toch een stukje verrommelde glastuinbouw toch te kunnen verbeteren is door het college wel deze mogelijkheid aangegrepen.
Dus het is een kans en hij kan er ook weer af gaan. De voorzitter: Een vraag van de heer De Graaf. Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de wethouder over Bleizo. Wat de verwachting van de wethouder is, dat daar de eerste bewoners de sleutel van hun voordeur kunnen ontvangen. We hebben in onze eerste termijn een punt gemaakt van de volgordelijkheid van dingen. Dat we toch echt die zekerheid willen hebben dat er gebouwd wordt, voordat we gaan compenseren waar we daar dus niet kunnen bouwen. Lees, HMC. En dat Bleizo op een lijstje staat, dat is leuk, maar die A16 die we vorige week openden, die stond ook al dertig jaar op het lijstje en ligt er uiteindelijk pas. Dus als Bleizo dezelfde toekomst heeft, dan ben ik er niet gerust op. Dus wat is de waardering of inschatting van de wethouder, dat dat echt heel concreet gaat worden, Bleizo, op welke termijn? De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Voorzitter, het is niet direct mijn portefeuille. Ik weet dat er deze maand voor de twee raden, Zoetermeer en Lansingerland, een avond is. Ik denk een beeldvormende avond, zo zal het genoemd worden. Het college komt ook weer met een update over deze zaken, waarin ook een soort tijdsplanning staat wanneer die eerste sleutel er komt. Dus die zekerheid van de eerste sleutel zit wel degelijk in de planning.
Daar worden allerlei schema's van gemaakt nu, hoe dat gaat lopen. Dus die zekerheid en nu de omgevingsvisie vaststellen, daar zit wel wat tijd tussen. Daar heeft u gelijk in. Maar nogmaals, Bleizo-West is een besluit van deze raad en daar is het college ook mee bezig om dat uit te voeren. Ik had bij de heer Duivesteijn, voorzitter, nog een paar opmerkingen over, is het niet waar? Diepeveen. Oh, wat erg, noem ik je nou. Oh, ik ga het even opschrijven. Excuus. Even een andere naam. Over maatwerkbesluit en afstandsnormen kun je versoepelen. Even overleg met mijn buurvrouw. We willen voorstellen om dat technisch te beantwoorden aan u, want het gaat nu heel ver om daar echt diep op in te gaan. Wat je
34/57
met maatwerkbesluit allemaal kunt doen en hoe dat zit, versoepelen, et cetera. Dus, voorzitter, dat is een toezegging vanuit het college om dat op zo kort mogelijke termijn aan u terug te koppelen. Ik loop nog even langs de lijstjes of er nog vragen zijn die ik niet beantwoord heb. De Groene Boog is een paar keer genoemd. Maar ik weet niet of die vanuit de commissie kwam of alleen van de insprekers. Maar laat ik er toch op reageren. U weet als commissie, als gemeenteraad, dat dat bestemd is voor natuur, het recreatieschap. Daar kun je niet woningen op kwijt. Dat kan niet. En dat is ook wel de zoektocht van het college geweest. Er werd vaak gevraagd, welk lijstje hebben jullie dan? Vorige week ook bij de beeldvorming. Nee, het lijstje was heel concreet deze drie. We hebben nog wel gekeken naar het VES-gebied in de Voorafsche Polder, maar dat is toekomstbestendige glastuinbouw. Komt niet in aanmerking voor transformatie. Dus dit is het ook wel, wat er is en wat ook door de raad is vastgesteld en meegegeven aan het college. Dus maak er niet een groot verhaal van dat er allerlei longlists zijn. Nee, vanuit het bestaande beleid zijn deze drie locaties naar boven gekomen. Ik denk dat ik de vragen beantwoord heb, voorzitter. En anders hoor ik het graag in tweede termijn. De voorzitter: Ik heb nog twee interrupties staan. Allereerst de heer Hofman.
De heer Hofman: Voorzitter, ik heb uit de mond van de heer De Graaf nog een goede vraag gehoord over Horti Science-bedrijvigheid en in welke mate kunnen we borgen dat die Horti Science-bedrijvigheid daar stabiel is, dat we er ook niet iets anders krijgen. Kunt u daar nog een antwoord op geven? De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Dank u wel. Dat zit geborgd in alle afwegingskaders, want het is ook door één van de insprekers gezegd, al die ambities die hier afgelopen worden als een bedrijf zich aanmeldt of zij in aanmerking kunnen komen om zich daar te vestigen. Dus als niet direct die Horti Science relatie er is, dan komen ze niet in aanmerking. Maar al die andere voorwaarden gelden ook. Vorige week in de beeldvorming werd ook nog opgemerkt dat mobiliteit een hele belangrijke is. Want op het moment dat we ergens een bedrijf zich wil vestigen waar de bereikbaarheid niet geregeld is, kan het niet of het bedrijf moet zelf zorgen dat die bereikbaarheid gerealiseerd wordt. Dus bereikbaarheid, gezondheid, alles telt mee. En Horti Science-gerelateerd is ook een hele belangrijke, omdat je als gemeente nu met schaarste die keus hebt om bedrijven, niet toe te laten, die hier niet passen. En niet alleen Horti Science, ook die lokale betrokkenheid hebben we erin geschreven.
Lokale familiebedrijven die we hier hebben, waar ook veel mensen hier werken, die dan op de fiets naar hun werk kunnen. Het zijn allemaal van die afwegingen die hierin meetellen. De voorzitter: Interruptie van de heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, ik heb het volgens mij niet gehoord. De vraag die de heer Hofman en mij nog bezighield is over de uitplaatsing van woningen en de mate van gewenstheid daarvan, de wenselijkheid daarvan. In mijn beleving staat het in het memo, dat ook is gedeeld met de provincie. Dus is dat toch een bestuurlijk voornemen? Moeten we dat heel serieus nemen? Daar hoop ik nog op een antwoord op te ontvangen van mevrouw Cnossen.
35/57
De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Als je inderdaad beoogt om op deze locaties ander type bedrijvigheid te krijgen, dan betekent dat niet dat de woningen weg moeten. Want het college is heel duidelijk over de rol van de gemeente, het is faciliteren. Dus als er door de initiatiefnemer geen alternatief wordt geboden aan de huidige bewoners, met geld of een andere woning, dan blijven ze daar zitten. En dan zal het bedrijf in alle afstandsmaten rekening moeten houden met deze bewoners, omdat zij in hun woonfunctie recht hebben op borging van hun woongenot. Dus inwoners kunnen er wel zelf aan meewerken, maar wij gaan dus als college niet onteigenen of andere instrumenten inzetten. Dat is niet de bedoeling. De voorzitter: Nog een vervolgvraag hierop, denk ik, van de heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, met alle respect, dat was mijn vraag niet. Mijn vraag was niet of de gemeente gaat onteigenen. Mijn vraag was, vindt het college het wenselijk dat die woningen uitgeplaatst worden? Dat staat er letterlijk. Staat de wethouder achter die woorden? De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Op het moment dat je daar inderdaad een heel ander type gebied krijgt, zou dat wenselijk kunnen zijn voor deze zelfde bewoners.
De voorzitter: Nog een laatste vraag op dit punt van de heer Van den Beukel De heer Van den Beukel: We moeten echt hier helderheid in hebben. Zou het wenselijk kunnen zijn voor de bewoners? Nee, mijn vraag is niet, wat zouden de bewoners willen? Dat weet ik wel. Maar vraag is, wat zou de wethouder willen? De voorzitter: Wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Alles wat je planologisch mogelijk maakt, moet voor de inwoners ook gewoon goed zijn. Dus als bewoners daar willen blijven wonen, dan is er minder ruimte voor bedrijvigheid. Laat dat helder zijn. En die uitplaatsing, dat kan gebeuren, maar het hoeft niet. De voorzitter: Dat brengt ons aan het einde van de eerste termijn van het college. Dat betekent dat we doorgaan met de tweede termijn van de commissie. Die doe ik gewoon even op dezelfde volgorde als in de eerste. Dat maakt het ook heel makkelijk. Ik zie een ordevoorstel van de heer Hofman. Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Ik was er wel even aan toe om drie minuutjes te schorsen. De voorzitter: Het lijkt mij wenselijk, gezien de spreektijden die nog over zijn, dat we even dit agendapunt afronden en dan even schorsen. Dan gaan we verder met de tweede termijn. Zoals ik al zei, het wordt even makkelijk bij het begin, want de heer Ruijtenberg had al aangegeven verder geen woordvoering te willen doen. Dan geef ik zo het woord aan
36/57
de heer Xhemaili. En ik wil u er allemaal even op wijzen dat uw spreektijden al redelijk erdoorheen aan het lopen zijn. Kort en bondig, zou ik willen zeggen. Mijnheer Xhemaili. Tweede termijn De heer Xhemaili: Dank u. We hebben nog zeven minuten voor ‘…’(02:15:33), dus het kan nog. Nee, gekkigheid. Waar ik naartoe wil, in mijn woordvoering heb ik aangegeven wat we willen en dat we an sich de omgevingsvisie goed vinden, grosso modo. Alleen op het punt van de bedrijvigheid hebben we nog wensen. Wat willen wij, zoals aangegeven, hoogwaardige bedrijven die niet ruiken en geen geluid maken. Dus niet horen en niet zien. Niet horen en niet, wel zien, maar niet horen en niet ruiken. Dat wilde ik zeggen. En dat was dus mijn amendement die ik wil gaan doen tijdens de raad. En nu is het zo dat GroenLinks en PvdA een hele goede samenwerking heeft. En naar aanleiding van gesprekken die mijn bijna fractiegenoot de heer Ruijtenberg heeft gevoerd met onze vertegenwoordigers in de Staten, zien wij geen probleem met de provincie op het vaststellen van 3.1. Want je hebt zoiets, wat daarnaast ook speelt, is dat de bedrijvigheid ook naar andere randgemeenten kan gaan die wel de ruimte hebben voor hoogwaardige categorieën bedrijvigheid, 4, 5, et cetera. Dus ook daarin kan je op zich best wel veel spelen in je afwegingen. Dus dat hoeft niet per se binnen de gemeente te worden gedaan.
De voorzitter: Een interruptie van de heer Hofman. Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Even richting de heer Xhemaili. U hebt het over, niet horen, niet ruiken, niet zien. Het idee van die richtafstanden maakt juist dat je zo weinig mogelijk ziet, ruikt of hoort. Dus dat betekent niet alleen voor 3.1 die je op een meter of 100 van woningbouw mag doen, maar dat betekent ook voor die categorie 4.2 die je minstens 200 meter ver weg moet doen. Bent u het daarmee eens? En is dat niet ook uw definitie van niet ruiken, niet horen, niet zien? De voorzitter: Mijnheer Xhemaili. Kort antwoord wordt dat. De heer Xhemaili: Ja en ja. De voorzitter: U heeft hem uitgezet, mijnheer Xhemaili. Oh, ik zie ook nog een vervolginterruptie op de heer Xhemaili. Maar de heer Xhemaili heeft nog niet de kans gehad om te antwoorden op uw eerste vraag, dus laten we eerst de heer Xhemaili daar de kans voor geven. En u bent ook bijna door de tijd, mijnheer Hofman. Dus ik zou zeggen, mijnheer Xhemaili, nogmaals. De heer Xhemaili: Op beide vragen zijn mijn antwoorden, ja en ja. Maar waar ik naartoe wilde is dat wij als gemeente ook kunnen kijken, spelen met wat wel mogelijk is in de bedrijvigheid. Dus het hoeft niet per se hier, mag ook in een randgemeente waar wel de mogelijkheid en ruimte voor is. De voorzitter: Ik wil u heel even onderbreken, want de heer Hofman heeft nog een aanvullende vraag.