CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV25.0072] Verslag Gemeenteraad van 3 juli 2025

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van de verslagen van de vorige vergaderingen33.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het zou ons helpen om de goede discussie te krijgen in september of oktober van dit jaar. Mijnheer de voorzitter, ik denk dat ik mijn punten gehad heb. En wilde het hier bij laten als er geen interruptie is? De voorzitter: Daar moet u nooit om vragen. Nee, die is er niet. Het woord is aan wethouder Hoek. Gaat uw gang. De heer Hoek: Dank u wel voor ieders inbreng. Ik zou mij beperken tot de amendementen en de motie die mij aangaan. Er liggen twee amendementen over bestaanszekerheid voor iedereen en kansen voor iedereen. Die zal ik in één keer behandelen, omdat eigenlijk de strekking hetzelfde is. De door de indieners aangegeven redenen om te wijzigen begrijpen wij volledig. Die zijn duidelijk. Gezamenlijk hebben we natuurlijk in de gemeente gedeelde ambities die we allemaal graag willen realiseren en waarmaken. De perspectiefnota gaat over de hoofdrichting. Welke ambities in tijden van financiële schaarste prioriteit krijgen boven andere ambities. Echter, de verwachte financiële opgave blijft staan. We hebben heel vaak gezegd welke discussie we ook voeren, het zal echt pijn doen. Het college constateert dat in het amendement geen andere ambities genoemd worden als hoofdrichting waar minder prioriteit komt te liggen.

Kan het college dit amendement interpreteren als een aanvullende ambitie op het inhoudelijke kader, dat de raad deze ambitie in stand wil houden, en ook dat de raad dus aanvullende middelen moet aanwenden om uiteindelijk sluitend te begroten? Dat is natuurlijk de cruciale vraag. Volgens mij is er al eerder aan gerefereerd en dat blijft boven de markt hangen. We ontzien zo veel mogelijk de sociale basis. En we hebben het ook gehad over voorkeursvarianten. Die heeft het college aangegeven. En het wordt natuurlijk ontzettend moeilijk op het moment dat er om heel veel zaken een hek wordt gezet, om daadwerkelijk nog te bezuinigen. Dat wordt wel een hele exercitie, moet ik zeggen. Vandaar ook dat we deze amendementen ontraden. De voorzitter: U hebt een interruptie van de heer Azzouzi. Gaat uw gang. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Het is een beetje verwarrend, want soms wordt de term sociale basis gebruikt en soms de ondergrens. Wat is het nu? De heer Hoek: Die discussie hebben we al zo vaak gehad, daar wil ik op dit moment van wegblijven. We hebben het gehad over de maatschappelijke basis. Daar zijn wij zelf van. We hebben wettelijke taken en wij bepalen als gemeente hoe we daar vorm en inhoud aan geven. En daar bent u dus van

33/53

in de volgende discussie. Die bepalen we hier. Die sociale basis. Dan de motie van het CDA. Allereerst heel hartelijk dank voor deze motie, die verhelderend werkt en die duidelijkheid wil scheppen over het programma Horti Science en het vervolg hierop. Dit onderwerp hebben we ook al op 21 mei op hoofdlijnen besproken tijdens de beeldvorming bij de WUR. Heel veel zaken zijn toen aan de orde geweest. Op dit moment is het cluster Horti Science bezig met de evaluatie van het totale programma Horti Science. Tegelijkertijd zijn we gestart met de voorbereidingen voor het omgevingsprogramma, dat onderdeel uitmaakt van de omgevingsvisie en daaropvolgend volgen de omgevingsprogramma’s. Zoals de gemeenteraad heeft besloten, zijn de omgevingsprogramma’s een bevoegdheid van het college. Bij Horti Science ligt dat iets anders. De continuering hiervan is namelijk ook een aangelegenheid van de gemeenteraad. Ik zal u uitleggen hoe het zit. Dat komt doordat voor de uitvoering van het omgevingsprogramma Horti Science de gelabelde, incidentele Horti Science middelen nodig zijn. Het omgevingsprogramma Horti Science is namelijk grotendeels een vernieuwde versie van de bestaande Horti Science-uitvoeringsagenda. Daarom zijn we voornemens om de gemeenteraad op 18 december, memorabele datum nu al, het omgevingsprogramma Horti Science aan te bieden.

En via de slotwijziging voor te stellen om een bestemmingsreserve Horti Science aan te maken. Met dit raadsbesluit zijn we in staat om de nog uit te voeren acties, doelen en ambities op het vlak van Horti Science te realiseren en dus het omgevingsprogramma Horti Science uit te rollen voor 2026 en eventueel daarna. Met de kennis van nu is de verwachting dat we ongeveer 1 miljoen euro in deze bestemmingsreserve kunnen plaatsen. Gelet op het eerder genoemde ontraadt het college deze motie in deze vorm. Oktober is namelijk niet haalbaar. De uiteenzetting sluit echter goed aan bij het verzoek van de motie, als oktober wordt vervangen door december. Dan kunnen we hem prima doen laten plaatsvinden. Onze planning is daar nu op gericht. Het is daarom ter overweging om de motie in dat geval in te trekken. Dan de verschillende vragen die er gesteld zijn. Dan moet ik even gaan bladeren. Het CDA vraagt... De voorzitter: U hebt een interruptie van de heer Weerheijm. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Ik moest er nog even broeden wat de wethouder zei over Horti Science. Dus even eigenlijk een checkvraag. Als ik het goed begrijp zegt u we gaan de Horti Science-visie zoals die hier lag continueren in de komende jaren op basis van een nieuwe bestemmingsreserve. Dat is wat u zei, met 1 miljoen euro erin? De voorzitter: De wethouder.

De heer Hoek: Ja, we komen met een voorstel om een bestemmingsreserve beter te labelen als zijnde Horti Science. Dus dat is wat er aan de orde is. Dat klopt. En daar zit nog 1 miljoen in. De voorzitter: Soms is het antwoord heel eenvoudig. Gaat u door. Excuus, nog een interruptie in ieder geval van de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Voorzitter, voor de scherpte. Die reservering van 1 miljoen, waarom gebeurt dit niet bij de begroting? De heer Hoek: Ook dat is een goede vraag. Daar kom ik in tweede termijn op terug. De voorzitter: Ik zag ook dat de heer Duivesteijn nog een interruptie wilde. De heer Duivesteijn: Voorzitter, dank u wel. U zegt 1 miljoen, dat wordt hier gedropt. Maar heeft u daar niet juist een evaluatie voor nodig om te bepalen hoeveel euro nodig is? De voorzitter: Wethouder Hoek, gaat uw gang.

34/53

De heer Hoek: Dat hangt natuurlijk met elkaar samen. Dat klopt. En het heeft te maken met de doelstellingen en ambities die we hadden en wat er nog ligt. De verwachting is dat we met die 1 miljoen de ambities die nog niet verwezenlijkt zijn, prima uit kunnen rollen. Die maken eigenlijk onderdeel uit van de Horti Science-visie zoals die oorspronkelijk bedoeld is. Die kunnen we dus verder uitrollen. Voor 2026 is daar het geld nog voor. Dan kunnen we de hele visie compleet maken. Dan zit er weer een nieuwe raad en wellicht is het dan een nieuwe uitdaging om te kijken hoe gaan we met Horti Science verder? De voorzitter: De heer Markus. De heer Markus: Hoop nieuwe informatie deze avond, altijd goed. Maar kan dit ook op papier of schriftelijk? Want ik moet heel eerlijk zeggen, ik heb het niet bijgehouden. Ik kan het verslag nog wel lezen, maar er wordt nu weer heel veel nieuwe informatie in een keer gedropt. Dus even voor mij persoonlijk, ik kan vrij veel hebben, maar dit moet ik wel heel snel schakelen. Dus dat is eigenlijk het verzoek. De heer Hoek: We zullen het op papier zetten. De voorzitter: Gaat uw gang en vervolgt u. De heer Hoek: Ik kan het me voorstellen. Het CDA vroeg wel heel duidelijk naar de JOS en de POH. Er wordt gesproken over versobering. Dat kan van alles inhouden natuurlijk. Dat kan zijn dat je het aantal JOS en POH niet uitbreidt.

Dat kan ook zijn dat je minder uren daarvoor ter beschikking stelt. Er wordt gesproken over een versobering en dat maakt allemaal onderdeel uit van die versobering inderdaad, om goed te kijken naar de JOS, POH, maar ook andere gesubsidieerde zaken die wij inhuren... Sorry, ik dacht dat er een interruptie was. Maar het is natuurlijk wel zo, op het moment dat we gebruikmaken van het surplus, dan kun je daar ook weer heel duidelijke andere keuzes in maken. Je kunt dan bijvoorbeeld zeggen we willen dat inzetten om die POH… De voorzitter: U hebt een interruptie nog van de heer Markus. De heer Markus: Maar nu spreekt u uzelf tegen. Aan het begin zegt u dat we dat niet moeten doen, want we hebben daar te weinig middelen voor. Vervolgens zegt u ja, maar als je het surplus inzet, kan het wel. Dat is precies waarom wij die vier amendementen in gezamenlijkheid hebben ingediend als ChristenUnie. Want we hebben een andere oplossing. Dus dan kan u dat eerste amendement bijvoorbeeld over jeugd ook prima omarmen. Toch? De voorzitter: Wethouder Hoek. De heer Hoek: Nee, dat kunnen we niet. Want op het moment dat we overal een hek omheen zetten, wat ik nu beluister vandaag, dan wordt het wel heel erg moeilijk om nuances aan te geven. Dus ik vind wel, op het moment dat je het surplus inzet, kun je wel keuzes maken om de POH of de JOS wel uit te blijven voeren.

Maar om nu alles wat in kansengelijkheid zit meteen niet bespreekbaar te maken, dat maakt de discussie wel heel erg eng, denk ik. Dan hadden we nog, even kijken... De ChristenUnie. De memo met betrekking tot het Cebeon-onderzoek. Die zien wij wel als de afdoening van de toezegging. En de aanvullende analyse waar u het over heeft, daar wordt ook in die notitie over gesproken. Dus als u de notitie leest, dan kunt u zien dat die aanvullende analyse eigenlijk synchroon loopt met de conclusies van het Cebeon-onderzoek. Dus…

35/53

De voorzitter: De heer Markus interrumpeert. De heer Markus: Maar er wordt in die brief gesproken over voorlopige of tussenresultaten. En mijn vraag is even komt de uitkomst van het onderzoek onze kant op? En of die toezegging voldoende is daar beraden we ons nog even op. De voorzitter: Wethouder Hoek. De heer Hoek: Die uitkomsten zijn natuurlijk al voor een deel meegenomen in bijvoorbeeld het beleidsplan Kansrijk Opgroeien. En straks in Grip op je Leven, worden die uitkomsten van het Cebeon ook weer gebruikt. Dus ja, de uitkomsten die in het Cebeon-onderzoek staan en die u ook in de memo hebt zien staan, daar wordt nu al mee gewerkt. Volgens mij was dat het, voorzitter. De voorzitter: Dan dank ik u voor de beantwoording. Heb ik het correct, ik kijk even naar wethouder Cnossen, dat u geen amendement of motie heeft te doen? Dan hebben we de beantwoording van het college in eerste... Oh, neem me niet kwalijk. Ik ga te hard. Nee, dat is niet de bedoeling. Wethouder Muis. De heer Muis: Dank u, voorzitter. Ik was ook even in verwarring. Ik dacht dat collega Fortuyn alles ging doen, maar ik doe toch zelf even het amendement over de klimaatdoelen. Daar is al veel over gezegd en gewisseld. En wij begrijpen uw oproep. Het college houdt natuurlijk ook vast aan de ambitie.

En zoals in de commissie gezegd, dat ga ik ook niet overdoen, we blijven ook deelnemen aan allerlei regionale samenwerkingen. Ook de samenwerking met onze energiecorporatie. We blijven ook sturen op die doelen. En zoals de heer De Graaf ook zei, die zijn heel ver weg. Tegelijkertijd moeten we er natuurlijk wel dagelijks aan blijven werken. Tegelijkertijd, als we helemaal niet bezuinigen op duurzaamheid, is dat ook geen garantie dat we de doelen in 2050 wel halen. De doelen liggen nog ver weg en het is ook voor een heel groot deel afhankelijk van rijksmiddelen en rijksbeleid, waar we als gemeente helaas weinig invloed op hebben. Dat ontslaat ons natuurlijk niet van de plicht om zelf ook te doen wat we kunnen doen, maar het is wel redelijk bepalend wat het Rijk hierin beslist en gaat beslissen. We ontvangen nu bijvoorbeeld veel verschillende rijksmiddelen voor de energietransitie, circulaire economie en klimaat. Het hele veld is natuurlijk heel dynamisch. Er gebeurt van alles, netcongestie, aanleg van warmtenetten. En het Rijk moet ook een paar beentjes bijtrekken om te zorgen dat wij dat ook allemaal uit kunnen voeren. Dus wij wachten ook op middelen die het Rijk beschikbaar gaat stellen vanaf 2026 tot 2030 op het gebied van klimaat. Hopelijk komt, niet minister Hermans dan, maar iemand anders met een brief wat we de komende jaren kunnen gaan ontvangen.

Dus als u op duurzaamheid en ook andere thema’s die vanavond zijn gepasseerd minder of niet zoveel wil bezuinigen, dan hebben we natuurlijk wel een uitdaging waar we het dan wél vandaan gaan halen. Dat hoor ik vanavond nog niet. Ik hoor gelukkig wel ook de heer Weerheijm zeggen breng de maatregelen in beeld. Wees kritisch. Dat doen we zeker. Dat doen we altijd. In het amendement staat ook bezuinigen op duurzaamheid kan wel. Dus dat biedt volgens mij ook ruimte om te kijken waar die ruimte zit en waar we dan wel op kunnen bezuinigen. De voorzitter: Een interruptie van de heer Markus. De heer Markus: Ik vind het toch een beetje vervelend dat het college steeds zegt jullie komen niet met een andere oplossing om dat tekort te dekken. Volgens mij komen wij met een aanvullende maatregel om ook iets met het surplus doen. Dus ik vind dat te makkelijk om steeds achter te verschuilen. De voorzitter: De heer Muis.

36/53

De heer Muis: Dank u, voorzitter. Ik begrijp dat. En het is ook heel lastig en ik snap de frustratie. Tegelijk, dat surplus is het denk ik niet… Dat gaat niet ons hele tekort afdekken, want dan konden we vanavond overslaan en dan konden we gelijk gezellig richting de kerst. Maar dat is niet zo. Dus ik denk dat dat verschil, dat is niet voldoende. Dus we zullen echt moeten zoeken. We hebben gevolgd de lijn langs de inhoud. Die inhoud, u heeft ook gezien in de verschillende thema's, is redelijk beperkt. En de zoektocht daarbinnen betekent forse bezuinigingen... De voorzitter: Interruptie van de heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik zit nog even te kauwen op die opmerking van de wethouder over de inzet van het surplus. En dat we dan lekker doorgaan tot aan de kerst. Volgens mij is dat net het punt wat wij willen maken. Want hoor ik de wethouder dan impliciet zeggen dat we gewoon als college en raad niet kritisch moeten zijn op de effectiviteit van onze uitgaven die we in deze begroting willen vaststellen? De voorzitter: Wethouder Muis. De heer Muis: Dank, voorzitter. Nee, natuurlijk moeten we kritisch zijn. Ik hoor hier trouwens twee verschillende geluiden. Want de heer De Graaf, voorzitter, heeft volgens mij gezegd zorg eerst dat die maatregelen in beeld zijn en ga dan kiezen.

Terwijl een ander deel van deze raad zegt, zet nu een hekje en het mag nooit en te nimmer, laat ik hem even sterk aanzetten, effect hebben op die doelen. Dat is natuurlijk best wel een lastige opgave. Maar goed, wij gaan dat doen, want er is waarschijnlijk een meerderheid hiervoor in de raad om toch te zorgen dat die doelen niet verder uit beeld raken. De voorzitter: Interruptie van de heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor u zeggen dat 2050 blijft staan. Maar begrijp ik het dan goed dat de tussenstapjes gewoon iets later komen? Dus dat het einddoel wel in zicht blijft, maar dat de tussenstapjes iets vertraagd zijn? Want u zegt ik houd vast aan de ambitie. Hoe moet ik dat dan precies voor me zien? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Muis: Voorzitter, een hele goede vraag. En dat is ook nu de zoektocht met dit amendement, wat waarschijnlijk aangenomen wordt. Hoe kunnen we toch bezuinigingen voorstellen die ervoor zorgen dat we op de langere termijn die doelen wel halen? Dus wat zit daar wellicht extra in, wat niet direct doorwerkt in het halen van die doelen? En dat is heel ingewikkeld, voorzitter, zoals ik net aangaf. Omdat we sowieso voor een heel groot deel natuurlijk afhankelijk zijn van middelen van anderen, vanuit het Rijk, maar ook vanuit de provincie. Dus het is sowieso een opgave.

Het is natuurlijk wel zo, als je hierop bezuinigt, komen ze niet eerder dichterbij. En het is nog een heel lange weg naar 2050. Dus inderdaad, de heer Duivesteijn, we gaan kijken naar die stapjes en proberen zo goed mogelijk vast te houden aan die doelen. En tegelijkertijd geeft het amendement ook ruimte, daar was ik volgens mij net gebleven, om te kijken naar proces, uitvoeringskosten, alles wat daarin zit wat niet direct dat doel raakt. Even kijken... Volgens mij is dat het, voorzitter. Het college gaat dat in beeld brengen en kijken waar de ruimte zit. De voorzitter: Er is nog een interruptie van de heer De Graaf. Uw tweede.

37/53

De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Een beetje for the record, we hebben onze mind al opgemaakt op dit onderwerp, maar ik zou toch even heel expliciet de waardering van de wethouder op dit amendement willen horen na dat uitvoerige betoog. De voorzitter: De wethouder. De heer Muis: Wij zouden er niet voor kiezen, maar u stelt hier de kaders met elkaar. En als dat de kaders zijn, dan gaan wij kijken naar binnen wat de ruimte is. Dank u wel. De voorzitter: Daarmee bent u rond? Dan is het college rond in de beantwoording eerste termijn. Dan kijk ik even naar uw spanningsboog of u gewoon door wil. De heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Voorzitter, ik zou graag willen verzoeken om een schorsing, om even te overleggen. De voorzitter: Daar hoopte ik al even op, want dan kan ik ook mijn handen gaan wassen, heet dat geloof ik netjes. Dus zullen we tien minuten proberen te nemen? Tien minuten geschorst. Schorsing De voorzitter: Mag ik u verzoeken om uw plaatsen weer in te nemen? Dan gaan we daarna proberen de tweede termijn aan de gang te brengen. Ook de heren Van den Beukel en Hoek. De heer Halkes, u hebt de stoel al beet, maar u zit er nog niet op. Als het dan mogelijk is, dan wil ik de tweede termijn openen. Ik ga gewoon iedereen even bij langs, uiteraard in dezelfde volgorde. En de eerste waar ik bij aankom is de heer Duivesteijn. Gaat uw gang.

Tweede termijn De heer Duivesteijn: Voorzitter, dank u wel. Ten aanzien van het OZB als sluitstuk, ik heb het college gehoord. Het college geeft aan dat zij inzichtelijk gaan maken waarvoor de OZB wordt gebruikt. Dat lijkt ons een prima, puik plan. Wat voor ons wel het allerbelangrijkste is, is dat alle maatregelen gewogen worden door het college zonder beperkingen vooraf. En dat zij niet dus de OZB vooraf maar verhogen met 20 procent en dan geen enkele maatregel meer meeneemt in haar weging voor de begroting. Als wij simpelweg structurele bezuinigingen kunnen vinden die niet geleid hebben tot de doelen die we gesteld hebben, dan moet het college die inzetten. Want dat is dan niet-werkend beleid. Ten aanzien van de amendementen, wij zijn niet tegen de inhoud van de amendementen van D66 en ChristenUnie. Maar we hebben simpelweg structurele maatregelen nodig. En het college heeft veel keuzeruimte nodig en geeft ook aan zet er alstublieft geen hek omheen. Ten aanzien van de klimaatdoelen heb ik gehoord dat de wethouder aangeeft dat we vasthouden aan de ambitie van 2050. Dat de tussenstapjes wellicht iets later komen, maar dat het hoofddoel intact blijft. Hij doet dan ook een oproep aan andere partijen om dat te laten wegen. De voorzitter: U heeft ook een interruptie van de heer Bik. De heer Bik: Dank u wel, voorzitter.

Ik wil via u, voorzitter, vragen aan de heer Duivesteijn wat dan de reden is waarom we hier vanavond zitten. We hebben een perspectiefnota. Als alle initiatieven die daaromtrent worden genomen in de vorm van amendementen, aan de kant worden geschoven omdat we het erover moeten hebben in de begroting, dan hadden we deze hele avond kunnen overslaan. Of in ieder geval kunnen zeggen jongens, doe het maar niet, al die amendementen. We gaan gewoon lekker overal tegenstemmen en we laten het in de begroting weer terugkomen. Wat is daarop uw visie?

38/53

De voorzitter: Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. De heer Bik doet hiermee geen recht aan het proces dat we gevolgd hebben en aan de voorkeursvarianten die we hebben opgesteld. Daarbij hebben we onze overwegingen meegegeven en daarbij hebben we zelfs een dashboard samengesteld dat bijna één op één overeenkwam met de voorkeursvariant van het college. Dus als ik nu dan extra hekjes ga inbouwen, ben ik niet betrouwbaar. Dus ik geef graag mee aan het college om in ieder geval vast te houden aan wat we eerder hebben besproken. De voorzitter: De heer Bik nog een keer. De heer Bik: Dank u wel, voorzitter. Wat is dan het verschil tussen wat de heer Duivesteijn hekjes noemt en zijn voorstel om de OZB en de WOZ-zaken aan te passen ten opzichte van de perspectiefnota? De voorzitter: Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Ik vind het vervelend dat de heer Bik telkens doet alsof de OZB een integrale maatregel is. De OZB is een belasting en daarmee verhogen wij de lasten voor onze inwoners. Wat wij hier voorstellen is niet dat we de OZB niet verhogen. Wat wij voorstellen is dat we eerst structureel een beeld krijgen van waar we nu geld aan uitgeven dat niet tot doelen leidt die we gesteld hebben.

Dus ik wil eerst die maatregelen op tafel zien, waar hebben we het nu echt over? En als dan blijkt dat die 5,6 miljoen aan maatregelen echt superslechte maatregelen zijn, dan gaan we die OZB verhogen. En dat is wat we hier telkens op gehamerd hebben. Die OZB kan gewoon ingezet worden, we hebben daar geen hek omheen geplaatst. Wij hebben juist gezegd gebruik die OZB voor het sluitstuk. Dus eerst kijken naar de maatregelen, eerst snijden in de uitgaven en dan pas inzet van de OZB. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Duivesteijn: Voorzitter, ten aanzien van ‘Kansen voor Iedereen.’ De fractie van Leefbaar 3B vindt het belangrijk om te zeggen dat wij de POH en JOS heel erg belangrijk vinden. Dat die functionarissen precies doen wat wij beogen, namelijk ervoor zorgen dat dat een bezuiniging op lange termijn is. Door aan de voorkant te werken. Door de inzet van een POH of een JGZ voorkomen we extra uitgaven later in de termijn. Maar wij blijven voor nu bij ons uitgangspunt dat we het college niet willen beperken in de financiële ruimte zoeken, omdat het amendement simpelweg toch een hek zet op dat domein. Dus ik roep ook het college op om deze woordvoering goed mee te wegen in het opstellen van de begroting.

Ten aanzien van de motie van de heer Van den Beukel, ik heb gehoord dat het college niet overweg kan met de termijn van oktober, dus ik zou eigenlijk de heer Van den Beukel willen oproepen om zijn motie aan te passen. En naar aanleiding van een eventuele aanpassing zullen wij wel of niet instemmen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van den Beukel, uiteraard, gaat uw gang. De heer Van den Beukel: Voorzitter, dank u wel. Om even met het laatste te beginnen van collega Duivesteijn. Die motie passen we graag aan. Naar aanleiding van de inbreng van het college zal oktober worden vervangen door december, omdat dat beter past bij het ritme hier in huis. En dat is ook wat waard. Dus de nieuwe motie is nu in beeld en daarin is oktober vervangen door december. Voorzitter, dan mijn termijn. Dank aan collega’s voor de steun voor deze motie, in eerste termijn althans, en aan het college voor de beantwoording. Daar hebben we wel veel aan gehad. En tegelijkertijd zijn er nog resterende punten, zoals het ook hoort in een tweede termijn. Allereerst, voorzitter, is het eventjes gegaan, de heer Markus refereerde daaraan, over een memo van het

39/53

college dat inging op de toezegging die is gedaan. Het college heeft zelf de indruk dat daarmee de toezegging is afgedaan. De CDA-fractie deelt die opvatting niet. Wat ons betreft komen we daar later nog op terug. Gaan we daarover doorspreken. Bijvoorbeeld WMO is echt heel summier behandeld. En afgezien daarvan, we hebben gewoon behoefte aan een bespreking van dit stuk. Ook omdat er met grote woorden is aangekondigd dat het college onderzoek zou doen en grote besparingen zou realiseren. Dat komt hier toch maar matig uit voor. Dus daar gaan we op door, wat ons betreft. Vervolgens is het debat voor een deel ook gegaan over amendementen over bestaanszekerheid en kansen voor iedereen. En terecht, want het moet gaan over de inhoud en niet alleen over de OZB. Voorzitter, bestaanszekerheid. Daarover hebben we gisteren een beleidsnota gekregen van het college, een conceptbeleidsnota. Die heet “Grip op het leven” en na de zomer gaan we daar inhoudelijk over spreken. Lijkt ons heel waardevol en belangrijk om dan ook in detail goed te kijken naar wat is inderdaad nodig voor goed minimabeleid, voor goed armoedebeleid? Onze indruk is dat het amendement, dat daar opnieuw is ingediend, toch in woorden van het college, een hek zet om het huidige budget, om de huidige aanpak.

Het lijkt ons heel waardevol om dus die beleidsnota te hebben, dan te bespreken en vervolgens bij de begroting de keuze te maken die wij nodig achten. En voorzitter, iets vergelijkbaars geldt voor ‘Kansen voor Iedereen.’ Dat gaat over de POH en over de JOS. Daar hebben we toch nog even goed naar gekeken. We denken dat die inderdaad hun waarde hebben bewezen. Tegelijkertijd zegt het college we kijken daar heel genuanceerd naar. Misschien willen we alleen maar het aantal uren niet uitbreiden, of een aantal uren licht terug. We denken dat het heel waardevol is om op basis van de doelmatigheid en de kennis van het college daar dan een oordeel te vellen bij de begroting wat inderdaad de ruimte is die daarin zit. Ook daar geldt, nu de ruimte bevriezen is eigenlijk een voorschot nemen op een uitkomst die we nu niet kunnen voorspellen, van inhoudelijke afweging. Ik heb nog een vraag, voorzitter, aan het college. Er is een helder stuk ook naar ons toegekomen over dat surplus. Het amendement dat we mede hebben ingediend. Zoals wij dat lezen is dat surplus dus inderdaad 50 plus miljoen. En kun je 10 procent daarvan inzetten. Dan anticipeer je, als je dat helemaal zou inzetten, op een enorme meevaller. Maar 10 procent van 50 miljoen, dat is wel die 5 miljoen waar we het eigenlijk over hebben.

Dus klopt het nu dat als je die totale ruimte die de provincie ons biedt zou inzetten, dat je inderdaad, in theorie, niet dat wij dat voorstellen, maar toch in theorie, zou kunnen afzien van de totale bezuinigingen? Graag daarop een reactie van het college. Voorzitter, dan tot slot Horti Science. Ik heb al gezegd, onze motie passen we graag aan en die houden we ook aan. En die dienen we er wel graag in dadelijk voor de stemming. Want we denken nog steeds dat het belangrijk is om dat wel goed te markeren dat we daar inderdaad als raad positie in willen nemen. Voorzitter, de wethouder heeft gezegd dat er 1 miljoen over zal blijven. Dat is nog een paar maanden weg, het einde van dit jaar. Zijn inschatting, daar gaan we er toch vanuit dat die zo accuraat is, dat we de komende vijf maanden kennelijk niet komen tot uitputting van het budget. Dus dan is er sowieso voor 2026 nog 1 miljoen euro aan uitvoeringsmiddelen beschikbaar. Dat verlaagt de druk wat voor deze raad om bij de begroting te handelen, mocht dat nodig zijn. Omdat er kennelijk alsnog budgettaire ruimte is. Dus dat is plezierig. En daar vertrouwen we dus op, op het oordeel van de wethouder. Wat ik alleen wel van hem nodig heb, is een toezegging over het omgevingsprogramma dat hij gaat opstellen. Als het omgevingsprogramma zou worden aangepast op het budget van 1 miljoen, dan begin je eigenlijk verkeerd.

Deze raad heeft een ambitie neergelegd voor het realiseren van de Horti Science visie. Een ambitie neergezet ook in de omgevingsvisie om een programma neer te zetten. Ik zou willen voorkomen dat dan het budget leidend is in plaats van de visie. Dus kan de wethouder me daarin geruststellen? En dan zouden we het hierbij kunnen laten, bij deze motie op dit moment. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van den Beukel, dank u wel. Dan kom ik bij de heer Weerheijm.

40/53

De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Het lijkt wel zo wat de perspectiefnota precies is, is een kwestie van perspectief, zou ik bijna willen zeggen. Is het een kader, is het een visie, is het een hek, of is het toch vooral een perspectief? De bedoeling van mijn fractie is in ieder geval altijd geweest om een perspectief te schetsen waarmee we het college op pad kunnen sturen om een mooie begroting op te stellen. We hebben onze amendementen dan ook heel bewust ingezet als focus hierop, let daarop. En niet als een soort hekken, zoals ze wel worden aangeduid door sommige partijen. Ik doe nog een van de laatste pogingen om mensen misschien net over de streep te trekken. Het is geen hek dat we ergens omheen zetten. We doen een suggestie van college, richt die begroting op deze manier in. Dat voorkomt een hoop amendementen en gedoe straks in het najaar. En dat betekent ook niet opnieuw dat we allerlei dingen niet inzichtelijk maken, juist niet. Het is juist belangrijk dat alle potentiële bedragen en knoppen zichtbaar zijn. Maar dat we in ieder geval het college een handje helpen om de juiste knoppen in te zetten, zodat wij er zelf niet meer aan hoeven te draaien in het najaar. Dat is onze insteek geweest. Zeker geen hek. Ik kan het woord hek ook zo langzamerhand niet meer horen eigenlijk.

Een paar zaken waar ik nog u antwoord op ben verschuldigd, omdat we daar in de eerste termijn nog geen duiding over hadden gegeven. De waardecorrectie van de OZB. Ik had gehoopt dat ik in de tweede termijn daar een iets duidelijker beeld van zou hebben, van wat nu meer transparant is. Dat is niet echt het geval. Wij delen wel heel erg de oproep van de heer Markus van laten we dit gewoon een keer los van dit hele gebeuren in de commissie op een goede manier bespreken. Welke kant willen we op? Wij denken nog steeds, en delen daarin de mening van het college, dat deze manier van waardecorrectie misschien niet houdbaar is op termijn. Maar het is goed om daar een keer los met elkaar over te spreken. Daarom gaan we nu het amendement wel steunen, zodat we het voorlopig in stand houden tot we die discussie hebben gehad in de commissie. En het kan dus best zijn dat we nadat we die discussie hebben gehad alsnog een andere kant op bewegen, als fractie, maar ook misschien als raad als geheel. Dus dat is een beetje onder de voorwaarde. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de inzet van de algemene reserve. We keken daar ook even naar het college… De voorzitter: Een interruptie op dat punt van de heer Azzouzi, gaat uw gang. De heer Azzouzi: En die discussie dan, wanneer wenst D66 die te voeren? Voor de begroting of na de begroting? Want dan mis je wel een station.

De heer Weerheijm: Absoluut voor de begroting. Dat was in ieder geval ook mijn perceptie van het voorstel van de heer Markus, dat we dat denk ik vlak na het zomerreces gewoon met elkaar kunnen bespreken. Zodat we op tijd die discussie voeren. Mochten we dan nog van de uitgangspunten willen veranderen bij de begroting, dan hebben we daar nog de kans voor. Geen richting de inzet van de algemene reserve. Het college omarmt dat amendement, dus dat neemt voor ons wel wat zorgen weg. Maar opnieuw de aantekening dat we bij de begroting inderdaad een deugdelijke onderbouwing willen zien. Waaruit blijkt dat als we dit inzetten, we niet interen op de algemene reserve, maar op een realistische manier begroten. Want het schrikbeeld dat werd geschetst door de heer Van den Beukel, van wat je allemaal zou kunnen doen op basis van de algemene reserve, lijkt ons een heel onhandige manier van begroten. Want dan zijn we echt binnen een paar jaar helemaal blut. Dus dat lijkt ons niet de bedoeling. Maar met een degelijke onderbouwing kunnen we dat steunen. Dan nog even over Horti Science. Daar ging het bij mij een beetje duizelen bij de antwoorden van de wethouder, waar we nu voor staan.

Volgens mij blijft het als een peil boven water staan dat het evalueren van die visie misschien nog harder nodig is dan gedacht, ook gezien het feit dat er blijkbaar nog heel veel ambities liggen die waargemaakt moeten worden. Daarbij teken ik opnieuw aan, wij delen heel erg de lijn van de VVD, ook toen bij de originele… Toen de visie voor het eerst in stem werd gebracht. Dat je als overheid bewust moet zijn van je rol in deze sector. En we willen dus graag weten bij de evaluatie, wat hebben we nu gedaan? Is dat doelmatig

41/53

geweest? Hebben we onze rol als overheid goed gepakt? En hebben we de goede uitgaven gedaan? Dat is voor ons heel belangrijk. Want pas als we dat hebben, kunnen we daadwerkelijk bepalen wat we verder daarmee aan willen. Op alle andere punten zijn we volgens mij al duidelijk geweest. Dus op naar de stemming, zou ik bijna willen zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik door naar de heer Bik... De heer Bik: Dank u wel, voorzitter. Ik kan mij in hele grote lijnen aansluiten bij de introductietekst van de heer Weerheijm in tweede termijn. Ook wij hebben met verbazing geluisterd naar woorden als 'hekken', 'nuances', 'kaders' en dat soort zaken. Eigenlijk zijn we gewoon een beetje teleurgesteld in hoe vanavond de initiatieven die zijn genomen om extra perspectief te creëren op de perspectiefnota, worden gezien als het omkaderen, of het ver-hekken, van de mogelijke begrotingsrichtingen. Dat vind ik jammer. Ik deel niet de mening dat… Dat schaadt eigenlijk gewoon wel een beetje het gevoel van dit proces voor ons. Ik ben ook wel benieuwd welk amendement, over welke richting die extra gegeven had kunnen worden, of daar van het college het antwoord nee was geweest, dat ze daar niet in konden meegaan? De voorzitter: Een interruptie van de heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter.

Is de heer Bik het met mij eens dat we hier gewoon de kaders bespreken, de kader stellende rol van de raad. En dat we dus inderdaad hekjes gaan zetten, of niet, richting begroting? Dat is toch waar het feitelijk om draait? U kunt wel teleurgesteld zijn dat u geen meerderheid vindt voor uw amendement, maar dat is toch precies de rol van de raad hier? De voorzitter: De heer Bik. De heer Bik: Dat is een beetje een flauwe benadering van wat ik zeg. Ik probeer alleen aan te geven dat als we van tevoren klaarblijkelijk met elkaar het erover eens zijn... Ik hoor dat ook terug in de beantwoording van het college. Die zeggen eigenlijk op alle amendementen die op inhoud worden aangegeven, die extra zijn of een toevoeging zijn op het perspectief, dat dat eigenlijk niet omarmd wordt omdat dat dan als kaders of hekkenschetserij wordt neergezet. Ja, dat vind ik teleurstellend. En ik kan echt leven, en ik lig daar ook geen nacht wakker van, en ik ga ook niet huilend in slaap omdat de amendementen waar ik voor of tegen ben niet worden meegestemd. Maar ik vind het gewoon jammer dat daar niet wat extra ruimte in is. De voorzitter: De heer Duivesteijn gaat nog een keer terugkomen. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het toch jammer dat uw perspectief op deze wijze is, want het college zit hier ook in een dubbel gevoel. Net als de raad.

Want wij moeten bezuinigen omdat we geld nodig hebben, of geld tekortkomen. En het college zou alles in stand willen houden. De raad zou hier misschien ook wel alles in stand willen houden, maar dat kan simpelweg niet meer. Dus dat is de beginopdracht geweest hier in dit proces, dat we met pijn in het hart maatregelen gaan zoeken. Maar u draait dan nu eigenlijk... U zet dus een scherper hek neer zodat we daar niet meer over mogen hebben? De voorzitter: Er zit een vraag in, maar de heer Bik. De heer Bik: Laat ik positief afsluiten. Ik hoor in ieder geval ruimte bij een aantal partijen rondom de JOS en de POH. Dat dat dan niet in een amendement wordt omarmd, laat ik dat in ieder geval zien als een goede stap voorwaarts voor de begroting. En ik ben toch nog wel benieuwd of... Nee

42/53

sorry, die vraag trek ik in. Voor wat betreft de motie met de aanpassing van de datum kunnen wij prima leven en dan zullen we ook voor de motie rondom Horti Science stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Misschien hebben we straks wethouder Hekking nog nodig. We gaan bekijken. Wij komen bij de heer Markus. De heer Markus: Voorzitter, dank u wel. Wij zitten ook met een wat dubbel gevoel. Om even met positief te beginnen, Horti Science, de aanpassingen zijn al benoemd. Ik denk dat dat hiermee een prima motie ligt. Wacht nog even de beantwoording van het college af en ik neem aan dat hij dan gewoon aangenomen wordt. Het is in ieder geval mooi dat er voor duurzaamheid wel perspectief wordt geboden. Daar lijkt zich een meerderheid voor af te tekenen. Dat is fijn, dat geeft in ieder geval een beter perspectief voor onze gemeente. En inderdaad, wij zijn over een paar zaken teleurgesteld. Allereerst even de uitkomst van het Cebeon-onderzoek en de memo van het college hierover. Als dit de beantwoording is van de toezeggingen, vinden wij dat echt onvoldoende. Laten we dat maar gelijk zeggen. Wij verwachten echt dat het college minimaal nog de uitkomst van het externe onderzoeksbureau met ons deelt, die in de memo wordt benoemd. Tot die tijd blijft de toezegging wat ons betreft gewoon staan en dan zullen we daar verder over nadenken.

Nog wel even inhoudelijk richting het CDA over het missen van de toelichting op de WMO. Klopt dat die niet in die memo staat, die is al eerder gegeven. Dus die drie ton verschil die al eerder zijn aangegeven, die hoeven wat ons betreft niet op terug te komen. Dus we verwachten echt nog wel wat inzet van het college op dat onderwerp. Want nogmaals, over jeugd is ontzettend veel te doen. Ik merkte ook in deze commissie is veel over te doen en we moeten daar echt een goede afweging met elkaar over maken. De voorzitter: De heer Van den Beukel die wil u interrumperen. De heer Van den Beukel: Voorzitter, ik wil de heer Markus danken voor zijn correctie, maar ik bedoelde de Participatiewet. Die had ik moeten zeggen. De voorzitter: De heer Markus. De heer Markus: Goede toevoegingen zijn altijd welkom. Dus dat is mijn antwoord dan op een nietgestelde vraag. Ik weet trouwens helemaal niet of dat moet, maar dat maakt niet uit. Dan toch even over de beantwoording van het college. We zitten hier bij elkaar voor een perspectiefnota en dan mag volgens mij elke partij in deze raad prima zijn eigen perspectief delen en hoe hij Lansingerland ziet in de toekomst. En dan vind ik het toch jammer dat het dan heel snel wordt afgedaan als hekwerken. Dat doet volgens mij geen recht aan de inbreng van partijen die iets benoemen. En om ook te zeggen er wordt geen alternatief geboden.

Volgens mij bieden wij wel een alternatief, om ook te kijken naar surplus uit de algemene reserve. Dat zal vast niet voldoende zijn, maar ik vind het toch wat jammer dat het dan heel beperkend wordt neergezet. Die beperking wordt vervolgens overgenomen in de discussie door partijen die tegen zijn. En dan wordt het heel snel weggezet als een hekwerk. Dat vind ik wat jammer. Volgens mij moet je, als je een perspectiefnota hebt en met elkaar ook inhoudelijk wil spreken over hoe een begroting richting moet geven, dan moet je volgens mij daar elkaar ook ruimte geven om daar ook goed over te spreken. Want anders is het wat ons betreft gewoon weer een discussie over het financiële kader en de OZB, zoals we elk jaar hier voeren. Dus laten we dat bij de evaluatie over dit traject wat ingezet is en wat inderdaad veel waardering verdient, laten we dat bij de evaluatie meenemen. Maar voorzitter, dat werd al door de heer Duivesteijn bij de commissie aangegeven, er is altijd hoop. Bij ons zeker. We hopen dat het college, en daar gaan we ook vanuit, de beraadslaging hier goed in de oren heeft geknoopt. En dat heel vaak minimabeleid en uitvoerende jeugdzorg nog in het achterhoofd rondzingt bij het verder uitwerken. We hebben zeker hoop dat het goed gaat komen.

43/53

Het gaat ooit sowieso goed komen. Voor nu wensen wij in ieder geval het college heel veel wijsheid en zegen toe, en het ambtelijk apparaat, bij de verdere uitwerking. En wij zullen zeker letten bij de begroting dat daar inderdaad een mooi perspectief voor Lansingerland ligt in de toekomst. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Markus. Dan ben ik bij de heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Om even bij het thema hekken te blijven. Ook gehoord hebbende de reactie van het college. Wij delen die mening van de eerdere sprekers niet zo. Wij zien die hekwerken dan in dit geval als misschien tuinhekjes waar je overheen kunt stappen. Want als we ook de teksten van de amendementen lezen, dan gaat het over een verschuiving van de focus. Maar in alle gevallen is er nog steeds volledig ruimte om ook voorstellen te doen om wel te bezuinigen op een aantal thema's. Alleen het verzoek wordt gedaan middels amendementen om misschien het ene iets meer te ontzien dan het andere. Maar dingen onmogelijk maken met echt een groot hek met prikkeldraad, dat lezen wij niet zo. Dus die ruimte is er, denk ik, sowieso. Dus in die zin is het evengoed wel een waardevolle avond om het op deze manier met elkaar te doen wat ons betreft.

Een ander punt in de beantwoording van het college is dat wethouder Fortuyn ook een aantal keer refereerde aan het participatietraject en de resultaten van de enquête. Ik denk dat het goed is dat wij op deze manier ook onze burgers erbij betrekken bij het proces. Wij zijn wel van mening dat de vragen in dat traject wat suggestief waren en dat de resultaten multi-interpretabel zijn. Dus ik gun ons dat we daar volgend jaar met elkaar iets scherper in zijn en wat meer zwart-wit vragen stellen die echt scherper maken wat onze inwoners willen. In elk geval kunnen wij de conclusie trekken, maar dat even voor nu en hier, dat slechts 22 procent OZB stijging omarmt en 78 procent dus niet. Maar goed, die komt waarschijnlijk in oktober nog wel een keer terug. Maar dan zullen wij het lezen. Voor de rest, voorzitter, ik zal niet al te veel woorden besteden in de tweede termijn aan de amendementen. Ik denk dat wij redelijk helder waren in de eerste termijn hoe wij bij diverse amendementen in de wedstrijd zitten. Die waardecorrectie, die dienen wij natuurlijk mede in. Ik denk daar zijn wij, net als een aantal andere partijen, eigenlijk alleen maar meer in gesteund dat het verstandig is om die wel in te dienen en aan te nemen vanavond, gezien de ruis die daarover ontstaat.

En wij zien graag het debat in de commissie Algemeen Bestuur hierover, over dit instrument, over een aantal maanden graag tegemoet. Voor de rest, voorzitter, denk ik dat wij op alle amendementen voldoende helder waren. Misschien nog eentje, die over die jeugdzorgzaken. Wat we zagen in de eerste termijn is dat de discussie een beetje ging over woorden, over versobering. Wat is nu precies versobering? En ik denk dat dat juist de kern van de discussie is. We hebben het hier over een begroting en over geld. We vertalen dat in ons hoofd heel erg meteen naar maatregelen en effecten voor mensen, maar wellicht zit er echt een stukje waste in het systeem, een stukje inefficiency. En dan moeten we ook de ruimte pakken om dat ter discussie te stellen en in de begroting daar dingen misschien uit te sleutelen die minder effectief zijn. Dat heet dan versobering in financiële zin. Wellicht kan dat ook zonder dat het effect heeft op de kwaliteit van de dienstverlening naar onze inwoners. Dus in die zin zitten we er hetzelfde in eigenlijk als in de eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Graaf. Dan tot slot de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank voor de beantwoording van de vragen vanuit het college. Ik hoorde de wethouder het amendement OZB omarmen. Dat stelt ons teleur. Dat beschouwen wij als een schutting ook, om het woord hek niet te gebruiken.

En ik wil ook niet belanden in de discussie met Leefbaar 3B, maar ik wil iets rechtzetten. Leefbaar 3B doet alsof alleen een hogere OZB pijn doet, maar de werkelijkheid is dat niet verhogen óók pijn doet. Dan snijden wij in de voorzieningen van onze inwoners, ook juist in de kwetsbare inwoners. Dus dat gezegd hebbende. Het tweede punt is de planning voor de WOZ-waarde. Die had ik net gevraagd, is die discussie in de commissie of is die

44/53

voor de begroting? Ik wil graag een toezegging van de wethouder, wanneer wordt dat georganiseerd? En de derde vraag, wethouder Fortuyn had niet gereflecteerd op de stelpost algemene uitkering van 1,3 miljoen. Die is belangrijk. De voorzitter: U hebt toch een interruptie van de heer Duivesteijn weten op te roepen. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik ga niet de discussie opzoeken, zoals de heer Azzouzi aan refereerde. Maar deze raad gaat over haar eigen agenda. Dus als wij die discussie gewoon na het zomerreces willen voeren, kunnen we dat gewoon doen. Bent u daarvan op de hoogte? De voorzitter: De heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Daar ben ik wel van op de hoogte, maar dat vergt ook medewerking van het college en de organisatie. Want de raad gaat het niet zelf oplossen. We hebben die vragen en dat moet ook kunnen. Vandaar dat ik dan die toezegging vraag aan de wethouder. Dus die toezegging moet wel komen. De vraag over de stelpost van 1,3 miljoen, oplopend naar 1,4 of 1,2 miljoen in 2028, die is belangrijk om dat tekort te minimaliseren. In het verleden hadden wij ook zo’n stelpost en toen hebben wij hem raad breed geamendeerd. En dat risico dat nu benoemd wordt, heeft zich niet voorgedaan. Graag het saldo hiermee verkleinen, samen met het surplus van de algemene reserve. Dan is de opgave wat kleiner. Dan kunnen wij dat 2026 overbruggen. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: U ook bedankt voor uw inbreng. Daarmee is de tweede termijn van de raad afgerond. En dan kijk ik allereerst naar wethouder Fortuyn, die een aantal vragen heeft. En dan kom ik nog even bij wethouder Hoek daarna. Wethouder Fortuyn, aan u het woord. Beantwoording college De heer Fortuyn: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. En ik wil zo direct via u vragen aan mijnheer Azzouzi welke toezegging hij wil hebben, want dat was mij niet helemaal scherp. Maar goed, ik ga eerst even op vraag een van het CDA, van de heer Van den Beukel. Die had het over het surplus. Of daar ook een volledig surplus in te zetten is om geen bezuinigingen te doen. Dat was uw vraag, feitelijk. Want wij baseren het surplus, want dat was ook het misverstand dat we aanvankelijk hadden met het voorstel dat door de PvdA was ingediend om het surplus in te zetten. Dat was eigenlijk een beetje gebaseerd op de gedachte die ook vanuit het Rijk kwam om de laatste twee jaar surplus, wat je dus eigenlijk als extra naar de algemene reserve kon schrijven als gevolg van rijksmiddelen die we extra kregen, om die in het gemiddelde te mogen inzetten. Waarbij ook de provincie akkoord gaf om dat te doen. Dat hadden wij zo geïnterpreteerd. Maar we lazen het amendement. En toen stond eigenlijk het surplus... Het surplus dat we hebben als totale gemeente is veel groter.

Dus we zijn in gesprek gegaan met de PvdA en die bedoelde nadrukkelijk de 1,3 miljoen of de 1,2 miljoen die ik een aantal weken geleden in de commissie heb genoemd. Dus vandaar dat wij vanuit die 1,2 miljoen geredeneerd hebben en daar hebben we ook met mijnheer Azzouzi een gesprek over gehad. En dit amendement wijst daarop, waarbij ik ook heb aangegeven vanavond, na overleg met de provincie, dat 2025, dat zijn de laatste twee jaren, de begroting van 2026… Hoe ingewikkeld ga je het maken. Maar de potentiële verwachting die we hebben over dit jaar, om ook ruim 1 miljoen te kunnen boeken bij het resultaat van vorig jaar. Dat het inderdaad rond de 1,2 miljoen, 1,3 miljoen kan zijn. Uw vraag ging iets verder, want u ging namelijk over het totale surplus. U weet dat wij een algemene reserve hebben van ongeveer 45 miljoen. Maar daar zit een bestemming in, vanuit de uitname dit jaar door het besluit van de raad om het Integraal Huisvestingsplan van de scholen op te hogen, onder andere in Wilderszijde. En dat heeft dat deel van de algemene reserve geraakt. Dus dan zou je ook weer over een 13 miljoen praten. Ongeveer.

45/53

Dan praat je over 1,3 miljoen die je extra zou kunnen toevoegen. Weliswaar stelt de provincie dat je een goede risicoanalyse moet hebben ten aanzien van je weerstandsvermogen, maar je weerstandsvermogen moet wel aan de minimale voorwaarden voldoen. Maar dat betekent niet dat we er dan zijn. Want dan zou ik 1,3 en 1,3 hebben, dat is 2,6. Tenzij u zegt wacht even, dat doet u ook altijd, wethouder, de algemene reserve is veel groter. Want we hebben ook nog de Eneco. Tel ik de Eneco erbij op, dan heb ik natuurlijk geld zat om inderdaad aan uw vraag te voldoen om het gat van 2026 dicht te lopen. Maar daarmee eet je de suikerpot op. De vinger gaat de suikerpot in en spaargeld verdwijnt. Terwijl we voor grote uitgaven staan in de toekomst. Dus wij vinden dat een onverstandig besluit. Dus het zou kunnen, maar wij adviseren het niet. Nu wil ik nog de toezegging horen, via u, mijnheer de voorzitter, van de heer Azzouzi, wat u gevraagd heeft. De voorzitter: Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dat is een toezegging om die sessie te organiseren voor de begroting. Dan kunnen wij bepalen of wij die correctie gaan doorzetten of niet. De heer Fortuyn: Mijnheer de voorzitter, ik ga niet over uw agenda, maar als u dat wenst, kan ik het in ieder geval op papier zetten. Laat ik daar maar even mee beginnen.

En mocht er dan door u via het presidium besloten worden om daar een aparte sessie van te maken, ben ik daar inderdaad voor bereid om dat gesprek met u aan te gaan. De voorzitter: Dan heb ik nog een interruptie van de heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, ik vind het wel wat verwarrend. Er wordt verwezen naar gesprekken met de PvdA. Goed dat er gesprekken gevoerd worden. Maar we hebben een memo ontvangen vandaag van deze wethouder, die zegt er is een surplus van 51 miljoen. Er staat niet plus min 13. U heeft vandaag een brief gestuurd die zegt 51 miljoen. Daar gaat het over 10 procent daarvan. Dus waarom richt u zich nu weer op iets anders in plaats van op het memo dat u zelf verzonden heeft? De voorzitter: Wethouder Fortuyn. De heer Fortuyn: We hebben dat… In principe hebben we dat, 51 miljoen klopt. Ik geef ook aan er is 35 miljoen uitgenomen in het kader van een soort bestemmingsreserve voor het IHP. Dat heeft natuurlijk wel een beklemming op dat bedrag. De voorzitter: Maar dat moet misschien ooit nog eens duidelijker worden in de richting van de begroting dan. Het principe is helder, denk ik. Daarmee was u klaar, wethouder? Ja? Dan gaan we naar wethouder Hoek. In ieder geval over de Horti en Cebeon. U wijst naar een andere wethouder? Wethouder Fortuyn, u mag nog even een keer terugkomen. Excuus voor de...

De heer Azzouzi: Voorzitter, ik had nog een vraag over de stelpost van 1,3. Die kan ook gebruikt worden om het saldo te verkleinen. De heer Fortuyn: Over welke stelpost heeft u het nu? De heer Azzouzi: En de technische vraag, ik heb een technische vraag gesteld waarin nu in de memo van de meicirculaire 1,3 gereserveerd wordt. Dat hebben wij in het verleden ook gehad. Hebben we geamendeerd. Waarom kiezen wij om dat nu daar te reserveren in plaats van dat als risico op te nemen en het saldo daarmee te verlagen?

46/53

De heer Fortuyn: U heeft, als het goed is, een technische beantwoording gekregen dat wanneer een risico zich manifesteert, gezien de ervaringen die we hebben… Dat ging over de uitkeringen. Want dan hebben we dat even helder, waar we het nu over hebben. Dat de uitkeringen, het aantal, oploopt. Ook in het afgelopen jaar en dit jaar zien we dat ook. En als je niet aan kunt tonen dat het risico er nauwelijks is, dan is het ook niet verstandig om dat in de risicoreservering neer te zetten. Dus ik begrijp nu wat u bedoelt met die vraag. Wij hebben gemeend om reëel te begroten. Prudent te begroten. En dit wel mee te nemen, omdat de kans dat we hier die uitkering moeten doen erg groot is. En dat we het risico niet in een risicoparagraaf willen stoppen. De voorzitter: De heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Voorzitter, ik heb net gezegd dat wij in het verleden ook zo'n reservering hadden. Die hebben we weg geamendeerd en dat risico heeft zich niet voorgedaan. Dus mijn vraag, kunnen wij... Ik ga ervan uit dat het college dat richting de begroting gaat onderzoeken. En als dat niet zo is, dan gaan we dat amenderen. De voorzitter: Het wordt wel heel technisch trouwens, hoor. Maar wethouder Fortuyn. De heer Fortuyn: Die risicoafweging laat ik aan u en aan de raad. Wij gaan als college die 1,3 niet in de risicoreservering zetten. De voorzitter: Goed, dat zien we terug.

Dan ben ik wel toe aan wethouder Hoek, met in ieder geval twee vragen. Gaat uw gang. Ja, u kunt het zonder pasje, maar dan komt het niet in de huiskamer. De heer Hoek: Dank u wel, voorzitter. Er stond nog een vraag over, in ieder geval uit de eerste termijn van de PvdA. Waarom doet u het niet bij de komende begroting? Dat is heel simpel. In de planning stond dat de evaluatie Horti Science in december 2025 zou plaatsvinden. En dat doen we dus ook. Vandaar ook dat het in deze begroting niet is meegenomen. Dus dat is het verhaal. De voorzitter: Interruptie van de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dus die begroting is nog niet opgesteld, voorzitter? De voorzitter: Wethouder. De heer Hoek: Nee, dat klopt. Maar de evaluatie is ook nog niet rond. We hebben die tijd echt nodig om die evaluatie op een goede manier uit te voeren. En dat is de reden. Dan de ChristenUnie, de toezegging over het Cebeon-rapport. Ik heb de hele notitie nog eens doorgelezen. Ik ben dan wel nieuwsgierig wat u dan eventueel nog mist. Ik heb de andere partijen daar ook niet over gehoord. En als daar aanvullingen nodig zijn, dan kunnen we dat één op één een keer bespreken. Maar ik zou zo niet weten waar u op doelt. Dan met betrekking tot het CDA… De voorzitter: U krijgt natuurlijk van de heer Markus nog een reactie.

De heer Markus: Voorzitter, er wordt in die memo gewoon gesproken over een onderzoek dat wordt uitgevoerd door een extern onderzoeksbureau. Wij zouden gewoon graag de uitkomst van dat onderzoek willen hebben. Meer ingewikkeld wordt het niet. De voorzitter: Wethouder. De heer Hoek: En in de memo staat wat die analyse is, en die luidt als volgt. We hebben laten onderzoeken waar die 100 euro extra per jongere in Lansingerland nu vandaan komt. En het

47/53

onderzoeksbureau heeft geverifieerd en komt tot de conclusie, die 100 euro per jongere klopt. Wij hadden een groot vraagteken met betrekking tot waar komt die 100 euro nu vandaan? Dat hebben we nog eens nader laten onderzoeken en laten duiden door een ander onderzoeksbureau. Die hebben echt wel gezocht en die komen tot dezelfde conclusie. De voorzitter: De heer Markus interrumpeert u nogmaals. De heer Markus: Deel dat onderzoek, is de enige vraag die we hebben. Hoe ingewikkeld kan ik het maken? De heer Hoek: Goed, ik kom met de uitkomsten van het onderzoek naar u toe. Dan met betrekking tot het CDA, over de evaluatie en de ambities voor de toekomst. Uiteraard is het zo dat de inhoud leidend is. En mocht het zo zijn dat daar in de toekomst meer budget voor nodig is, dan komen we uiteraard terug bij de raad. Laat dat ook heel duidelijk zijn. Daarnaast dank dat u uw motie aan wilt passen in de zin van dat het december wordt. En ik verwacht zomaar dat die aangenomen wordt. Dus prima, dank u wel. De voorzitter: Daarmee hebben we de beantwoording van het college ook gehad en kunnen we wat mij betreft gaan stemmen. Als u dat ook zo vindt, dan gaan wij naar eerst de stemming over de amendementen. Stemming Nu heb ik een lijstje voor me van de griffie en dat heeft u wellicht ook. Maar bij de indiening van Leefbaar 3B zijn de eerste en de tweede omgedraaid.

En dan zitten ze ook andersom in het systeem. Dus dan moeten we ze omgekeerd in stemming brengen. En ik wil niet dat u daar in verwarring over raakt, dus ik ga u expliciet aangeven waar we over gaan stemmen. Wij gaan als eerste stemmen over amendement... Een vraag van de heer Azzouzi. Punt van orde. De heer Azzouzi: Ik wil een stemverklaring straks bij een amendement van WOZ-correctie... De voorzitter: Dan hou ik daar rekening mee. Ik zie geen andere. Dan is het eerste amendement, dus het tweede op uw lijstje. Dat gaat over OZB als sluitstuk. A2025-009 OZB als sluitstuk We hebben 30 leden aanwezig. U kunt stemmen. 18 voor en 12 tegen. Wat is er aan de hand? De heer Afalah: Nee, ik heb gewoon de verkeerde knoppen ingedrukt, voorzitter. Ik was hartstikke tegen. De voorzitter: Kunnen we de uitslag terughalen? Nee, het maakt voor de uitslag niet uit, volgens mij. Maar dan maken we er een aantekening van in het verslag. Maar niettemin is ook het amendement wel aangenomen, zag ik. En dan is het net in een iets andere getalsverhouding. Ga ik dan naar boven, dan komen we bij de WOZ-waarde-correctie waar we een stemverklaring hebben van de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank, voorzitter. We gaan tegen dit amendement stemmen. We hebben wel gehoord dat er een beeldvorming of iets georganiseerd wordt.

Maar als ik hiervoor stem, dan geeft het de indruk dat ik voor die correctie… Niet voor die correcties ben. De voorzitter: Dat gezegd zijnde gaan we over tot stemming over het WOZ-waarde-correctieamendement.

48/53

A2025-010 WOZ-waardecorrectie behouden Daar vallen 23 stemmen voor het amendement en 7 tegen, waarmee het amendement is aangenomen. Ga ik naar een derde amendement in stemming. Dat gaat over de klimaatdoelen blijvend in beeld. U bent voor of tegen. A2025-011 Klimaatdoelen blijvend in beeld Daar is een uitslag van 18 stemmen voor het amendement en 12 tegen, waarmee het is aangenomen. Dan ga ik naar het amendement over de bestaanszekerheid voor iedereen. U kunt stemmen. Oh, ik zit verkeerd. Ik ga te hard, ik wil voortdurend te hard, geloof ik. Het amendement dat ik in stemming breng is nummer 12, kansen voor iedereen. A2025-012 Kansen voor iedereen Amendement van de heer Weerheijm. Dat amendement is verworpen met 17 stemmen tegen en 13 stemmen voor. Dan kom ik wel toe aan bestaanszekerheid voor iedereen. A2025-013 Bestaanszekerheid voor iedereen U kunt stemmen. Daar zijn 18 stemmen voor en 12 stemmen tegen uitgebracht, waarmee het is aangenomen. Dan kom ik aan het amendement dat gaat over het gebruik van het surplus van de algemene reserve. A2025-014 Gebruik surplus algemene reserve voor overbrugging 2026 Dat is met algemene stemmen aangenomen. Dan kom ik aan de stemming over het hoofdstuk, dus het oorspronkelijke stuk, zojuist geamendeerd door een aantal aangenomen amendementen. U bent voor of tegen de notitie, geamendeerd.

[BR2500052] Perspectiefnota 2026 Daar bent u allemaal voor, dus dat is met algemene stemmen aangenomen. Dan gaan wij nog stemmen over de motie van het CDA over de Horti Science. M2025-007 Evaluatie Horti Science U bent voor of tegen de motie. Daar zijn 25 stemmen voor uitgebracht en 5 stemmen tegen, waarmee het amendement is aangenomen. De motie. Sorry, verspreek ik me. Dan gaan wij door. Even mijn papier vinden. 5.b. Zomerrapportage 2025 De voorzitter: Wij gaan door met de zomerrapportage. Misschien dat we toch even nog weer de aandacht moeten terugpakken. We gaan met agendapunt 5.b, zomerrapportage, aan de gang. Daar is een amendement ingediend, of wordt ingediend, door de heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel krijgt het woord. Nulde termijn A2025-015 Blijf binnen budget Kassa Cadanza

49/53

De heer Van den Beukel: Voorzitter, ik zal het wel kort houden. Voorzitter, we hebben hier uitgebreid gesproken, enkele keren, over Casa Cadanza. En uiteindelijk vertaalt het zich in een financieel voorstel van het college. Financieel voorstel dat is om acht ton extra te reserveren voor uitgaves aan Casa Cadanza. En dit amendement haalt dat weg. Omdat wij zeggen Casa Cadanza mag worden uitgevoerd, vinden we zelfs een goed idee, maar wel binnen budget. Eerste termijn De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de heer Van Santen als eerste die het woord verlangt. Mijnheer Van Santen. De heer Van Santen: Dank u wel, voorzitter. Wij dienen dit mede in. Zal geen verrassing zijn na de commissievergadering. Heel stiekem hopen wij dat het college, specifiek de wethouder, ons dadelijk gaat verrassen, dat er de afgelopen weken niet stil is gezeten. En dat toch financiering is gevonden bij een aantal sponsors, mooie bedrijven hier in de regio. En dat er een mooi plakkaat opgehangen wordt dadelijk en dat dit helemaal niet nodig is. Maar goed, we gaan het afwachten. De voorzitter: Wensen er meer fracties het woord te voeren? Ik zie de heer Lieverse als eerste aankomen. Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Dank u, voorzitter. Het amendement dat voorligt, imponeert als theater, om maar in de sfeer van het ontwerp te blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=7e7dd6ef-582f-4ddd-ab31-b42d294bfc1d