CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV25.0072] Verslag Gemeenteraad van 3 juli 2025

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van de verslagen van de vorige vergaderingen33.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Mag ik het zo interpreteren dat we dus verder maximaal kunnen bezuinigen op het thema klimaat, zolang dat doel overeind staat? En dat de rest eigenlijk daarmee niet relevant is? De voorzitter: Mijnheer Weerheijm. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Dat zou ik niet op die manier zo stellig willen zetten, nee. Wat we hiermee opnieuw zeggen, is we scheppen een perspectief. Wat we hiermee aangeven is breng allerlei maatregelen in beeld. We zeggen nergens van tevoren een keiharde nee dat we er niet voor openstaan. Ook op een onderwerp als duurzaamheid, wat heel belangrijk is voor mijn partij, willen we daar best wel kritisch naar kijken. Want overal, op veel plekken bezuinigen doet pijn. En zoals ik net zei, een eventuele lastenverhoging doet ook pijn. Maar wat wij heel belangrijk vinden, is dat punt van de klimaatdoelen. Dat is voor ons eigenlijk ons maatschappelijk minimum. En daarom moeten we het ook amenderen, omdat we anders door het maatschappelijk minimum heen zakken. En dan nog even verder over jeugd, zoals we ook hebben toegelicht in de commissie. Het gaat niet alleen over kansengelijkheid, maar het heeft ook ermee te maken dat als je investeert in preventie, en ervoor zorgt dat aan de voorkant voorzieningen beschikbaar zijn voor de jeugd, dan heb je op lange termijn daar ook gewoon baat bij. Je kunt op korte termijn even

17/53

bezuinigen en dan bepaalde voorzieningen laten verdwijnen, maar als daardoor vervolgens de zorgvraag in de toekomst alleen maar verder toeneemt… De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Duivesteijn, gaat uw gang. De heer Duivesteijn: De heer Weerheijm mocht best zijn zin wel afmaken. Uw amendement zegt dus de inzet op het gebied van kansrijk opgroeien handhaven. Dat is een post die is in kaart gebracht voor 1,6 miljoen. En daarbij geeft u voorbeelden geen versoberingen te doen op voorzieningen, et cetera. Maar ik hoor eigenlijk twee verschillende dingen. Want u zegt we willen niet op de uitvoering bezuinigen. Maar met het amendement dat u voorstelt, zegt u tegen het college u mag geen enkele maatregel inzetten. Geen enkele maatregel, want u wilt de inzet handhaven. Zo lees ik hem. U wilt eigenlijk die 1,6 miljoen, die staaf helemaal vullen en dus niet bespreekbaar maken. De voorzitter: De heer Weerheijm. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Ik zou u even willen meenemen, want het was nog best wel een klus om dit amendement op een goede manier te verwoorden. Want eigenlijk de opties die in het inhoudelijk kader van de perspectiefnota zaten, waren keuze, prioriteren of versoberen. We hebben er bewust voor gekozen om eigenlijk die categorie ertussenin toe te voegen.

Waarmee we eigenlijk het college willen meegeven kijk opnieuw kritisch naar wat we uitgeven, kijk kritisch naar waar het misschien wat minder kan, maar handhaaf in ieder geval deze punten. Die punten rondom de uitvoering die gewoon belangrijk zijn voor onze jeugd, die concreet impact hebben. Dus vandaar dat we hebben gekozen voor de term handhaven. Ik kan u verzekeren dat de heer Markus en ik nog hebben nagedacht om daar een betere term voor te bedenken, maar daar zijn we niet helemaal uitgekomen. Dus in ieder geval dat is het kader wat wij het college mee willen geven. Dus handhaaf die belangrijke zaken in de uitvoering, maar kijk nog steeds gewoon wel kritisch. Volgens mij heb ik daarbij dit amendement voldoende duidelijk gemaakt. In diezelfde lijn dienen we ook het amendement van de ChristenUnie mee in. Opnieuw bestaanszekerheid, zeker in een welvarende gemeente, is gewoon van belang. En daarop snijden, zeker in een hele welvarende gemeente, lijkt ons niet maatschappelijk verantwoord. Dan ben ik even klaar met mijn eigen punten. Dan ga ik nog even in op het amendement van de PvdA over het surplus van de algemene reserve inzetten voor de begroting. Dat is voor ons altijd een beetje een moeilijk punt geweest, dat bent u van ons gewend ook vanuit de commissie. Wij vinden het lastig om te verantwoorden om structurele tekorten incidenteel te dekken.

Maar zoals we ook in de commissie hebben aangegeven, we staan er wel voor open. Als je dit op een goede manier doet, en op een verantwoorde manier doet, kunnen we hier prima over praten. Want we zien ook ieder jaar bij de jaarstukken dat er een flinke plus overblijft. En dan denk ik we hebben aan de voorkant allemaal lopen bezuinigen en achteraf blijkt dat het niet nodig was. Dus ja, we staan hierover open om hier iets aan te doen. We kijken wel echt even naar het college, naar de financiële duiding die van dit amendement wordt gegeven. En wat wij vooral belangrijk vinden, en ik ben ook blij dat dat net al door de heer Duivesteijn werd meegegeven, is dat het niet de bedoeling is... Want eigenlijk missen we in dit amendement een beetje een soort van sleutel. Die zouden we eigenlijk wel graag richting de begroting willen uitwerken. Waarin je inzichtelijk maakt wat is nu het maximale bedrag dat je op een verantwoorde manier kunt inzetten? Rekening houdend bijvoorbeeld met de overschotten die je hebt gehad en wat je verwacht eigenlijk te krijgen aan meevallers over het komende jaar. Want wat we vooral willen voorkomen, is dat het niet zo moet zijn dat de algemene reserve een soort… Het lijkt soms een hele hoop geld, maar als je ziet hoe die de afgelopen jaren is afgenomen, is het zeker niet de bedoeling dat we daar maar uit blijven putten.

Zeker niet om structurele tekorten te dekken. Dus op een voorzichtige manier kunnen we hier, met wat duiding van het college, misschien wel meegaan met dit amendement. Maar we zijn wel voorzichtig met onze steun hiervoor. Dan op het allerlaatste nog even over de

18/53

motie van het CDA. Daar hebben we met zeer veel interesse kennis van genomen. Zoals u weet was mijn fractie tegen de Horti Science visie in de uitvoeringsagenda. Niet zozeer omdat wij tegen de sector zijn, vanzelfsprekend, maar omdat wij in de visie nogal veel aandacht zagen voor marketing en PR. En minder voor duurzaamheid en innovatie. Dat is de reden dat we toen tegen hebben gestemd. Maar toen hebben we ook gezegd vanaf nu is het dan ook wel onze taak om goed kritisch te kijken wat er nu gebeurd is met die miljoenen. Dus aan het eind van de rit een goede evaluatie uitvoeren, dat lijkt ons niet meer dan logisch. Zodat ook de raad in positie gebracht kan worden om haar controlerende taak uit te voeren. Daarbij wel nog een aantal aandachtspunten. Het gaat er voor ons niet alleen over wat er nu wel of niet is gedaan, maar ook of het doelmatig was of niet. De uitvoeringsagenda was heel indicatief opgesteld. Er stonden heel veel geplande projecten in. Daarvan zijn sommige uitgekomen, of op andere punten zijn er hele andere projecten voor in de plaats gekomen. Ik vind wel dat we daar met een kritische bril naar moeten kijken, was dit nu echt de bedoeling die we met elkaar hadden? Daarnaast ook belangrijk wat we graag dan terug zouden zien in de evaluatie, wat zijn de verwachtingen die gewekt zijn? Zowel de verwachtingen bij de sector.

Wat heeft de sector voor verwachting van de gemeente? En ook andersom, wat heeft de gemeente voor verwachtingen bij de sector opgebouwd door de visie? Voor ons ligt, zeker in de financiële lastige tijden waarin we zitten, een soort van structurele continuering van dit beleid niet direct voor de hand. Dus voor ons is het wel belangrijk dat, als we die kant op zouden gaan, dat dat heel duidelijk inzichtelijk gemaakt moet worden. Wat zijn de verwachtingen die zijn gewekt? Waar en op welke manier kunnen we nu daadwerkelijk als gemeente verschil maken? En wat zijn nu de projecten die we de afgelopen pak 'm beet drie jaar hebben gedaan, die daadwerkelijk gewenst effect hebben gehad? En natuurlijk mag daarbij een goed financieel overzicht niet ontbreken. Volgens mij heb ik ze allemaal gehad, dus dank u wel. De voorzitter: Ik dank u ook. En dan zie ik als eerste bovenaan staan de heer Bik voor de eerste termijn. Gaat uw gang. De heer Bik: Dank u wel. Voorzitter, belofte maakt schuld. Ik heb u in de lobby beloofd het kort en bondig te houden, dus ik zal de amendementen en motie daarom kort doorlopen. Maar staat u mij daarin een anekdote toe. De amendementen rondom WOZ en OZB. Daarin is onze fractie in de woordvoering altijd duidelijk geweest.

Wat ons betreft moet het altijd bespreekbaar zijn om met de grootste draaiknop, waar we als gemeente zelf invloed op hebben, die in te kunnen zetten waar nodig is. Met de uitdagingen van de komende jaren ontkomen we er wat onze fractie betreft niet aan om deze knop ook in te zetten. In het voorliggende perspectief is de knop OZB integraal aanwezig en we willen deze knop niet als laatste redmiddel, maar juist als integraal onderdeel van de aanpak. We zullen daarom de beide amendementen rondom WOZ en OZB niet steunen. Het amendement 'Klimaatdoelen blijvend in beeld.’ ‘Kansen voor iedereen’ en bestaanszekerheid… De voorzitter: U heeft een interruptie, mijnheer Bik, van de heer Van den Beukel. Gaat uw gang. De heer Van den Beukel: Voorzitter, dank u wel. Even voor de helderheid van de discussie. Uw argumentatie kan ik helemaal volgen ten aanzien van amendement 1, maar minder ten aanzien van amendement 2. Amendement 2 gaat over de systematiek van hoe wij belastingen innen. Of we dat wel of niet laten meebewegen met waardeontwikkeling van woningen. Dat is niet hetzelfde als hoeveel OZB wil je ophalen. Dus heeft u ook daarvoor een argument waarom u daartegen zou zijn? De voorzitter: De heer Bik. De heer Bik: Wat ons betreft staan alle opties open om te komen tot enerzijds goede inkomsten voor de uitdagingen die we hebben en anderzijds de ambities die we hebben. En of daar dan een

19/53

andere rekensystematiek wel of niet voor nodig is, dat is voor ons open voor discussie. Dus dat willen we niet meteen uitsluiten door dit amendement te ondersteunen. De voorzitter: De heer Van den Beukel nog even. De heer Van den Beukel: Maar voorzitter, daar is volgens mij het stuk van het college wel helder. Dat is óf een uitgangspunt dat we inderdaad de systematiek gaan aanpassen, óf niet. Als u nu niet eruit amendeert, dan gaat het college ervan uit dat we over willen gaan naar een andere systematiek. Ik denk dat dat een heldere keuze kan zijn. Het zou niet de onze zijn. Maar heeft u gewoon uw keuze niet gemaakt, of bent u eigenlijk voor het veranderen van de systematiek? De heer Bik: Nogmaals, het is onderdeel van de integrale aanpak die we met elkaar moeten vormgeven. En wij sluiten dat dus niet uit. Voor ons is het dus ook bespreekbaar dat die systematiek van het berekenen anders gaat worden. Ik kan er geen beter antwoord op geven. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Duivesteijn, gaat uw gang. De heer Duivesteijn: Dank u wel. Ik heb er alle begrip voor als partijen OZB willen verhogen. Dat zullen wij nooit doen. Maar wat de heer Van den Beukel ook aangeeft, het gaat om de systematiek. Dus in het geval dat de woningwaarde wel daalt, dan haalt u dus minder OZB op.

En eigenlijk zegt u ik wil juist die knop inzetten, meer OZB heffen, dus dan zou u juist mee moeten gaan met dit amendement, waarin we de WOZ-waardecorrectie behouden. Want dan heeft u in ieder geval de basislijn van wat u ophaalt. De voorzitter: De heer Bik De heer Bik: Dank voor het college van mijnheer Duivesteijn? Wij zien het niet zomaar gebeuren dat de WOZ gaat dalen. En de heer Duivesteijn is ook realist en kan ook zien wat voor woningnood we hebben en hoeveel huizen er nog bij moeten worden gebouwd. Economische modellen laten dan ook zien dat de waarden van schaarse goederen niet zullen dalen, maar eerder zullen stijgen. Dus dat is mijn antwoord daarop. Ik verwacht dus niet, en ik heb geen glazen bol, maar als we met z’n allen even logisch nadenken, zullen de huizenprijzen in Lansingerland de komende jaren niet dalen. De voorzitter: De heer Duivesteijn nog eenmaal. De heer Duivesteijn: Maar dat betekent dus op het moment dat het wél gebeurt, dat de woningwaarde daalt, dat u dan de systematiek weer terug aanpast? Bedoelt u dat dan? De voorzitter: De heer Bik. De heer Bik: De als-danvraag. Dank u inderdaad daarvoor. Nee, laten we daar gewoon per voorliggende economische situatie naar kijken. Voor ons is alles bespreekbaar. En het is ook niet zoals het wordt geschetst óf aan het begin, óf aan het eind OZB of WOZ verhogen. Het is een onderdeel van de integrale aanpak.

Wij staan open voor de discussie. En voor ons is het niet per se een no-go of iets waar we een hek omheen moeten zetten. Verder kan ik het niet duidelijker maken. De voorzitter: Gaat u voort. De heer Bik: Dan rond de drie amendementen die wij ook mede hebben ingediend. Dus dan gaat het om de amendementen rondom klimaat, kansen voor iedereen en bestaanszekerheid voor iedereen.

20/53

Deze amendementen weerspiegelen een aantal van de nuances die we eerder hebben aangegeven te willen terugzien in de door het college voorgestelde begrotingsvariant. Onder andere voor onze jeugd blijven we ons stevig inzetten en vinden we dat we een extra inzet moeten plegen, daar waar mogelijk. Dan heb ik er meteen drie gehad. Excuus, mijn laptop is wat traag en mijn geheugen is niet zo goed, dus ik moet het ook eventjes bekijken. Dan over het amendement rondom het gebruik van surplus. Ook hier zijn we mede-indiener van. Door gebruik te maken van surplus houden we ons vet op de botten op het juiste niveau en hoeven we ons tegelijkertijd niet in nog meer bochten te wringen dan nodig is om tot een sluitende begroting 2026 te komen. Dan de motie evaluatie Horti Science. Horti Science is en blijft voor ons een van de mooiste en grootste economische pijlers. Ik kan me nog goed herinneren dat ik als klein ventje, samen met mijn opa Huisman, die 50 jaar in de glastuinbouw heeft gewerkt, door de tomatenkassen van Stolk liep. Dat is hier letterlijk tegenover, waar de huizen nu gebouwd staan. En ik was toen al onder de indruk van wat ik allemaal zag en beleefde. Dus als de motie bijdraagt aan het borgen van het Horti Science-, dan zijn we er niet op tegen. Als gemeente zijn we accelerator en katalysator geweest voor dit initiatief.

En het is ook goed om te zien wat er de afgelopen jaren bereikt is. De ondernemers hebben uiteraard ook een significante bijdrage geleverd aan dit succes. En de branche kennende verwacht ik ook dat ze daar de komende jaren zelf in blijven investeren. Dus wij wachten even de reactie van het college af of de genoemde deadline in de motie haalbaar is. Afsluitend, voorzitter. WIJ Lansingerland wensen het college veel wijsheid toe bij het opstellen van een begroting voor 2026 en verder. Het zal een pittig potje worden, maar onze fractie heeft er alle vertrouwen in dat we op een transparante manier met het college en de raad kunnen toewerken naar een begroting die staat voor de gemeente die we willen zijn. Wat ons betreft een gemeente waar iedereen kan meedoen, waar jong en oud een steuntje in de rug krijgen waar het nodig is, en waar we elkaar blijven ontmoeten. Zowel in onze levendige dorpskernen als in ons nieuwe cultuurhuis. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bik. Dan kom ik bij de heer Markus als eerste aanvrager. Gaat uw gang. De heer Markus: Voorzitter, dank u wel. Tijdens de commissie hebben we aangegeven dat ons perspectief voor Lansingerland een groene en duurzame gemeente is, waar iedereen gezond kan samenleven en waar jong en oud mee kan doen. Een mooi perspectief, een perspectief vol van hoop voor een goede toekomst.

En niet omdat we het college niet vertrouwen, maar vanuit ons perspectief willen we graag wat dingen aanscherpen en meegeven. En dan gaat het om vier punten. Allereerst bestaanszekerheid. Inderdaad, een hele brede term, die sommige partijen soort geowned en ook in mijn optiek enigszins, misbruikt klinkt wat hard, maar het gaat uiteindelijk gewoon om ons armoede- en minimabeleid. En het is wat ons betreft echt een verkeerde keuze van het college om daarop te versoberen. Juist die mensen die hulp en ondersteuning hard nodig hebben, pakken we met deze versobering. Ook op lange termijn is dit een domme keuze, omdat we uit onderzoek weten dat juist preventieve ondersteuning helpt om grote problemen te voorkomen. Dus juist het bestaande beleid voortzetten, en niet versoberen. De afgelopen jaren hebben we juist raad breed heel veel op dit thema bereikt en er ligt nu een mooi pakket aan maatregelen waarmee we minima kunnen helpen. En waarom dan nu versoberen? Dat is onbegrijpelijk, wat ons betreft. En ik moest er even op kauwen. De bijdrage van het CDA op dit vlak was helder, maar toch wat teleurstellend, moet ik zeggen. Ik ken het CDA toch echt als een partij die ook armoede- en minimabeleid hoog in het vaandel heeft. En daar mag je volgens mij ook best wel wat voor over hebben.

Het tweede punt is de jeugdzorg… De voorzitter: U heeft een interruptie uiteraard, dat kon u verwachten, van de heer Van den Beukel. Gaat uw gang.

21/53

De heer Van den Beukel: De heer Markus heeft helemaal gelijk. CDA is een partij die het heel belangrijk vindt om goed minimabeleid te voeren. En daarom steunen we ook de ideeën die het college ons heeft gegeven, namelijk om die basis daar op orde te houden, zeker te weten dat we inderdaad voor de minima een fatsoenlijk minimum blijven garanderen. Tegelijkertijd is het zo, ik ben benieuwd of de heer Markus dat herkent, dat we natuurlijk volop situaties hebben waarin mensen worden ontmoedigd om iets meer te gaan werken. Vorige week nog gehoord. Omdat ze dan het voorrecht verliezen op allerlei ondersteuning, onder andere vanuit de gemeente. De armoedeval heet dat. Daar moeten we natuurlijk wel voor waken, zou ik me kunnen voorstellen. Maar nogmaals, benieuwd hoe de heer Markus daar naar kijkt. Dat we daar niet onnodig aan bijdragen, aan die armoedeval. De voorzitter: De heer Markus. De heer Markus: Voorzitter, dank u wel. De discussie over de armoedeval herken ik zeker en het is ook goed om daar de discussie over te voeren. Maar volgens mij moet je dat niet doen bij een begroting. Dan moet je daar kritisch met elkaar naar kijken. Ik vind het een heel gevaarlijk punt om bij een begrotingszaak op minimabeleid te versoberen en te bezuinigen, omdat het dan snel terechtkomt op keuzes maken tussen groepen.

Dus als je over zulke dingen kritisch na wilt denken, moet je dat los van een begroting doen. Dan moet je daar het goede gesprek over voeren. Maar wat ons betreft houden we het minimabeleid zoals we dat de afgelopen jaren hebben opgebouwd gewoon in stand met hoe het nu is. En nemen in die zin ook voor lief dat we misschien inderdaad soms maatregelen nemen die voor een bepaalde groep minder effectief zijn, maar het hele pakket totaal enorm goed kan helpen voor onze minima in Lansingerland. Ik ga even terug naar het tweede punt, de jeugdzorg, een heet hangijzer. Er is al veel over gesproken. We weten uit onderzoek dat hier veel meer geld naartoe gaat dan bij andere gemeenten en we erkennen ook zeker als ChristenUnie dat er op dit vlak iets moet gebeuren. Maar dan wel slim. Wat is nu slim? Dat is ook lastig. Dat beseffen we ons ook. Maar we hebben toch gemeend daar wat meer richting aan te geven dan in de perspectiefnota staat, namelijk door in ieder geval niet te bezuinigen op die maatregelen die direct invloed hebben op de hulp voor jongeren. We hebben wat voorbeelden genoemd. En het gaat ons echt om de preventie waar we op moeten blijven sturen. Kijk dus kritisch naar andere zaken als beleidscapaciteit, projectstructuur en overleggen. En laat de middelen in ieder geval daar landen waar er echt verschil gemaakt kan worden.

En dit wat ons betreft in het directe, preventieve contact met jongeren en hun ouders of verzorgers. En vandaar… De voorzitter: Een interruptie… Ik denk, u gaat uw punt zetten, want dat kon de vorige keer. Maar u bent handig zonder punten. Mijnheer Duivesteijn mag interrumperen. Gaat uw gang. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ook aan u de vraag. Want de inzet handhaven op kansengelijkheid, kansrijk opgroeien impliceert bij mij, en wellicht ook bij het college, dat we die 1,6 miljoen aan maatregelen niet kunnen inzetten. Maar ik hoor u het anders zeggen. U wilt zeggen ik wil niet alleen op de uitvoering. Bent u het met mij eens dat dat verwarrend kan zijn, dat u eigenlijk iets anders bedoelt? Dat u eigenlijk een ander kader wilt meegeven dan wat u nu in dat amendement zet? De voorzitter: De heer Markus. De heer Markus: Ik wil zeker geen ander kader meegeven dan in het amendement staat. Ik wil wel een ander kader meegeven dan het college meegeeft, namelijk versoberen op dit gebied. En versoberen zonder enige richting aan te geven. En die richting proberen wij in ieder geval met het amendement wel iets aan te geven, door namelijk in ieder geval niet te bezuinigen op dat deel

22/53

waar het echt gaat om het preventieve contact met jongeren en hun ouders. En dat lijkt ons verstandig om te doen, omdat we dan in ieder geval zeker weten… En die maatregelen hebben de afgelopen jaren heel vaak in de begroting gestaan als bezuinigingsvoorstellen, als het gaat om praktijkondersteuners, als het gaat om jeugdcoaches op school, die hebben elke keer in bezuinigingsvoorstellen gestaan. Dat willen wij gewoon niet. Dat willen we aan de voorkant al goed geregeld hebben. De voorzitter: De heer Duivesteijn komt nog een keer bij u langs. De heer Duivesteijn: Dank u wel. Ik vraag dat uit interesse, omdat ik er wel iets voor voel, maar het blijft mij nog steeds te vaag. Dus als die POH’s en al die andere afkortingen maar twee ton zijn in die maatregelen, zegt u dan eigenlijk tegen het college, ga aan de slag met die andere 1,4 miljoen. Om daar wel maatregelen voor in te zetten? Is dat dan wat u bedoelt? Of heeft u eigenlijk heel die bewegingsvrijheid nu afgepakt van het college? Dat is waar ik naar op zoek ben. De voorzitter: De heer Markus. De heer Markus: Dat is wat deze discussie ook lastig maakt en dat hebben we ook tijdens de commissie aangegeven. Als het ging om hoe goed is nu onderzoek gedaan naar die 100 euro, waar zitten die verschillen nu in? Dat moeten we goed inzichtelijk hebben.

Maar nogmaals, wij willen aan de voorkant aangeven dat je niet moet bezuinigen daar waar je bezig bent met het directe, preventieve contact met jongeren, ouders en verzorgers. Ik snap dat dat te vaag klinkt, maar meer informatie hebben we op dit moment gewoon niet. Maar wij vinden het wel belangrijk om dat kader aan de voorkant mee te geven. Nogmaals, omdat we dat afgelopen jaren te vaak als bezuinigingen hebben zien staan in de begroting, die we terug hebben moeten draaien, waar we het gewoon niet mee eens waren op dit vlak. Het derde punt is duurzaamheid. Ook veel over gesproken. We hebben ons als gemeente als doel gesteld om in 2030… Nu ga ik ga even twijfelen, 2050 CO₂-neutraal te zijn. Dat klinkt nog heel ver weg, maar dat is een ontzettend uitdagend doel. En daar staan we nog steeds vierkant achter. En dat niet omdat het zomaar een doel is, maar wat ons betreft zijn we niet op deze aarde gezet om het achteloos achter te laten. We hebben dat op een goede en nette manier te beheren. We beseffen ons heel goed, en dat is punt 4, dat we hiermee wellicht bepaalde bezuinigingen onmogelijk maken, maar wat ons betreft kunnen we dit prima dekken vanuit het overschot van de algemene reserve. Vandaar dat we dat amendement ook mede over hebben ingediend. En niet vanuit een stuk gemakzucht, maar ook omdat we de afgelopen jaren hebben gezien dat we altijd overschot hebben gehad.

En het is lastig uit te leggen, achteraf, als je zaken bezuinigd hebt terwijl je toch geld over hebt. Dus wat ons betreft, met deze vier amendementen, ligt er een prima kader, een prima mooi perspectief voor de komende begroting om verder uit te werken. Dan bij de andere twee amendementen die zijn ingediend. Het valt mij op dat het altijd ontzettend veel over OZB gaat in deze raad. Dat lijkt wel het belangrijkste onderwerp in deze gemeente. Terwijl, volgens mij, minima, jongeren, duurzaamheid toch zeker belangrijkere thema’s zijn. Maar dat terzijde. Even over de WOZ waardecorrectie. Wat je in deze discussie al mis ziet gaan, en dat is precies waarom wij voor dit amendement zullen stemmen, is dat hier de discussie wordt gevoerd of de OZB wel of niet omhoog moet gaan. Daar gaat het helemaal niet over. We laten hier bewust een systematiek los. En wij zijn er gewoon niet uit of dat slim is. Want we kunnen wel zeggen er komen geen slechte tijden. Maar in slechte tijden heb je wellicht minder OZB-inkomsten. Is dat nu iets wat we willen? En daarnaast vinden wij, en wij zijn zeker niet tegen OZB-verhoging, dat je dat goed en duidelijk uit moet kunnen leggen aan onze inwoners. En niet door even wat te doen met de systematiek, waardoor opeens de OZB omhoog gaat. Dat is lastig uit te leggen. Dat moet je volgens mij splitsen.

Dus nogmaals, we zijn zeker niet tegen OZB-verhoging, dat moet je ook goed afwegen, daar kom ik zo meteen op. Maar je moet het niet doen door de systematiek van

23/53

de OZB los te laten. Laten we die discussie gewoon een keer los van de begroting voeren. Er zijn misschien wel meer systematieken. En dan samen besluiten, zitten we nog op de goede weg of moeten we gaan voor een andere systematiek? Dus wij zullen voor dat amendement stemmen, puur vanuit het feit dat je dat nu niet moet gebruiken bij een begroting om de OZB te laten verhogen. Dat is in onze optiek een verkeerde discussie. Dan OZB als sluitstuk. Dat is natuurlijk ook een beetje een soort Heintje Davids, dat elke keer terugkomt in deze raad. En dan wordt er gezegd die gaan we pas inzetten als alle maatregelen uit de voorgestelde scenario's zijn ingezet. Dat vind ik toch heel vaag. Welke maatregelen zijn dat precies? Daar is zoveel discussie over gevoerd. Gaat het over bouwen, schooltuinen, een tandje minder verkeersveiligheid? Horti Science? Ik noem maar wat zaken. Geen idee of die maatregelen ertussen zitten. En ik heb ook weer horen zeggen, ook met name bij het CDA en Leefbaar, dat de OZB-verhoging zeker niet onbespreekbaar is. Kortom, wat ons betreft wat onduidelijk wat er met dit amendement bedoeld wordt. En wij wegen een eventuele OZB-verhoging gewoon integraal af bij de begroting. En dat doen we vanuit de perspectieven die we net voor Lansingerland hebben geschetst. Kort nog even over de motie Horti Science. Die dienen we mede in.

Kortom, als je bij de begroting besluiten moet nemen, moet je gewoon een goede evaluatie hebben om ook goede besluiten te kunnen nemen. Nog één vraag aan het college. Het college heeft ons een memo gestuurd over de… De voorzitter: Een interruptie voordat u dat punt begint. De heer Van den Beukel. De heer Van der Beukel: Dank u, voorzitter. Nog op het vorige punt van de heer Markus. Integraal afwegen, wil hij. Hij wil zijn fractie van de OZB bij de begroting. Dat klinkt heel verstandig. Tegelijkertijd, in het huidige kader dat het college ons voorlegt, zit in mijn beleving 1 miljoen euro aan OZB-verhoging. Dus we gaan ervan uit dat op basis van dit kader het college een begroting gaat voorleggen dit najaar waarin 4 miljoen bezuinigingen zit en 1 miljoen OZB-verhoging. Is dat ook wat de heer Markus namens zijn fractie wenst? De voorzitter: De heer Markus. De heer Markus: Nee, want wij willen bij de begroting dat integraal afwegen. Maar ik vind als je dat amendement aanneemt, dan zet je het weer als laatste neer bij de begroting. En zo zien wij het ook niet. OZB is voor ons geen sluitstuk. De OZB is voor ons een integrale discussie die we ook moeten afwegen tegen duurzaamheidsmaatregelen, minima-beleidsmaatregelen. En dat willen we op een integrale manier doen. Moet er dan 1 miljoen zijn bij OZB-verhoging, een ton, 2 miljoen? Ik weet het niet, mijnheer Van den Beukel.

Maar we zien het niet als sluitstuk, maar als een integrale discussie voor het geheel. De voorzitter: Mijnheer Van den Beukel, laatste interruptie. De heer Van den Beukel: Voorzitter, dank u wel. Ik denk toch dat de heer Markus het moeilijker maakt dan nodig. Want de vraag is gewoon, er komt een begrotingsvoorstel van het college. In dat begrotingsvoorstel zitten twee knoppen. Bezuinigen en belastingen verhogen. Dus in dat voorstel zit 1 miljoen, of 2, of 0. In het voorstel van het amendement zit er in beginsel 0 miljoen belastingverhoging in. Dus wat is het bedrag dat de fractie van de CU verwacht van het college dat zit in de ontwerpbegroting? Los van de uitkomst, los van de amendementen die deze raad vervolgens gaat aannemen. De voorzitter: Mijnheer Markus. De heer Markus: Voorzitter, dank u wel. Ik vind het een beetje moeilijk om nu op allerlei bedragen in te gaan zonder dat er een begroting ligt. Wij zien het anders. Wij hebben gewoon een inhoudelijk perspectief neergelegd voor Lansingerland. Dat vinden wij belangrijk. En of daar dan wel of geen

24/53

OZB-verhoging bij komt, dat gaan we dan wel zien. Het gaat erom dat we bepaalde dingen in deze gemeente in stand houden en dat vinden wij belangrijk. En dan zie ik die OZB echt... Nogmaals, ik vind het teleurstellend dat het hier alleen maar over OZB gaat in deze raad. Er zijn voor ons echt belangrijke zaken die we in deze gemeente in stand moeten houden en moeten regelen. En laten we dat alsjeblieft bij de begroting op een goede en ordentelijke manier met elkaar afwegen. Maar ik was even bij mijn vraag aan het college gebleven. Want we hebben best wat zitten soebatten in de commissie over die 100 euro verschil in het sociaal domein bij jeugd. Nu is er wel een memo naar de raad gestuurd. En de vraag is even aan het college of zij vinden dat met deze memo de toezegging ook is afgedaan. En zo ja… Er wordt ook gesproken over een aanvullende analyse. Er zijn nu wel tussenresultaten. Of die uiteindelijke analyse ook naar ons komt als raad? En even afhankelijk van het antwoord zullen wij daar nog op terugkomen. Dat was hem, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. Dan is de heer De Graaf de eerstvolgende die zijn inbreng levert. Gaat uw gang. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik ga denk ik de heer Markus teleurstellen, maar ik ga toch het onderwerp OZB nog even aanstippen, met uw welnemen. We hebben het vanavond over de perspectiefnota.

Gelukkig is de opgave die we met elkaar te doen hebben een stuk kleiner dan we aanvankelijk dachten. De heer Duivesteijn refereerde er al aan bij de eerste inbreng. Maar we moeten als gemeente nog steeds de tering naar de nering zetten, zoals dat heet. En dat vraagt veel van ons. We hebben een aantal keuzes te maken en helaas kunnen we dat vanavond niet doen met de concreetheid van het knoppenboek, wat ongetwijfeld later in deze begrotingscyclus wel aan de orde is. Maar we doen dat door perspectieven vast te stellen. En de bril waarmee wij naar de perspectiefnota en amendementen hebben gekeken, is dat wij als VVD vinden dat we een goed, betrouwbaar bestuur moeten hebben. Goed financieel beheer, lage lasten en focus als gemeente op onze kerntaken. En met die bril ga ik graag met u door de amendementen en moties heen. Als we kijken naar de eerste op mijn lijstje, WOZ-waardecorrectie. Dat hebben we die mede ingediend omdat wij, zoals we dat eerder hebben aangegeven, de noodzaak hiervan totaal niet zien. Automatische koppelingen vinden wij ongewenst. Is ook al een aantal keren aan gerefereerd. Onder andere wat gebeurt er als de woningwaarde naar beneden gaat? Dan hebben we een financieel risico als gemeente. Maar ook andersom, hebben we een exorbitante stijging, dan zadelen we onze inwoners automatisch op met exorbitante extra lasten. En de vraag is of dat gewenst is.

En daarnaast is het woord koppeling politiek een beladen woord. En u weet ook hoe wij daarover denken als VVD. Eigenlijk is het rond die OZB... Als je kijkt naar hoe de inwoners in de gemeente naar het onderwerp kijken. De inwoners willen gewoon weten wat er aan het begin van het jaar op de factuur van de gemeente staat. En hoe dat tot stand komt? Het sommetje woningwaarde keer tarief is voor de gemiddelde inwoner minder relevant. En de gemeente wil uiteindelijk gewoon weten wat is de totale opbrengst die onze begroting op een gegeven moment sluitend maakt? Dus in die zin is dit voorstel zoals het nu voorligt voor ons niet oké. En daarom hebben wij mede dit amendement ingediend. Het tweede punt OZB als sluitstuk. We geven, zeker in financieel zware tijden, de voorkeur aan het verlagen van onze ambities en het beperken van onze uitgaven, door echt gewoon kritisch te kijken naar wat we als gemeente moeten doen en ons zoveel mogelijk te beperken, waar mogelijk, tot onze wettelijke taken. Dit leidt tot lagere lasten voor onze inwoners. Dan ga ik naar de ‘Klimaatdoelen blijvend in beeld.’ Wat ons betreft is dat een overbodig amendement. De doelen van 2050 zijn niet aan ons om ter discussie te stellen. Maar het is wel gepast om in magere jaren, het jaar wat voor ons ligt, wat kritischer te kijken naar onze uitgaven.

En dan in de vette jaren, als het financieel beter gaat, dan misschien iets extra’s in te doen. De voorzitter: U hebt ruimte geboden voor een interruptie van de heer Markus.

25/53

De heer Markus: Dan komen we op echt belangrijke thema's, naast OZB, duurzaamheid. U bent niet helemaal duidelijk. Laat u nu het doel van 2050 los of niet? De heer De Graaf: Nee, integendeel. Het klimaat… Tenminste, het overheidsbeleid, is wat ons betreft leidend. De klimaatdoelen van 2050 laten wij niet los. Maar we moeten ons realiseren als gemeente hebben we nog een kwart eeuw om daarop bij te sturen. Dus als wij het komend jaar iets minder moeten doen op het thema klimaat, is dat wat ons betreft zeker bespreekbaar. Ik weet niet of dat de vraag voldoende beantwoordt? De voorzitter: U vraagt erom, dan komt de heer Markus nog een keer terug. De heer Markus: Vindt u dat niet te gevaarlijk? Zeggen we doen de komende jaren even een tandje minder en dan hopen maar dat we daarna weer bij kunnen lopen. Moet ik het zo zien? De voorzitter: De heer De Graaf. De heer De Graaf: Nee, zeker niet. Hopen moet je zeker niet doen. Maar we hebben natuurlijk volgend jaar om deze tijd weer de gelegenheid om bij te sturen. Het doel van 2050 houden we zeker voor ogen. Maar we willen niet het onderwerp klimaat nu buiten haakjes plaatsen in het kader van onze begroting voor dit jaar. De voorzitter: De heer Weerheijm wil ook nog op dit punt… De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, op hetzelfde punt.

Is de heer De Graaf zich ervan bewust dat, ook zoals net door de heer Van den Beukel al werd gezegd, dat iets van twee derde van de CO₂-uitstoot van onze gemeente afkomstig is uit de glastuinbouw? Daar is ook de doelstelling gesteld om die sector in 2030 klimaatneutraal te hebben, zeg ik even uit mijn hoofd. Dus een paar jaar wachten... Volgens mij hebben we die luxe helemaal niet als gemeente. Is de heer De Graaf dat met mij eens? De heer De Graaf: Dat ben ik met hem eens. Maar volgens mij ligt de concrete keuze wat we daarin gaan doen vanavond niet voor. Vanavond hebben we het over de perspectiefnota. En wij willen gewoon, zeker op dit onderwerp, alle opties die voorliggen nog op tafel houden, totdat we het werkelijk over de begroting gaan hebben, later dit jaar. Dan kom ik bij ‘Kansen voor iedereen.’ We hebben in dit huis vorig jaar gesproken over het rapport van Rijnconsult, kosten voor jeugdzorg. We hebben ook een amendement vorig jaar hier in dit huis behandeld en aangenomen in het kader van de GRJR, om op te roepen tot kostenbeheersing. En het onderwerp jeugd gaat bij ons heel veel geld in om. Dus het past ons dat we kritisch kijken naar de uitgaven die we doen op dat terrein. Aan de andere kant realiseren we ons natuurlijk terdege dat onze jeugd is de toekomst. Dus we moeten goed zorgen voor onze jeugd en wel de hulp die minimaal nodig is kunnen bieden.

Maar ook hier geldt dat wij vinden dat in deze fase van de begroting, zeker gezien de hoeveelheid geld die daarin omgaat, dat het ons past om alle opties op tafel te houden. En daarom zijn we tegen dit amendement. Dus wij gaan redelijk mee in de motivatie van de heer Markus zoals zojuist… Wij komen alleen tot een andere conclusie op dit moment in het proces... De voorzitter: De heer Bik interrumpeert. De heer Bik: Gewoon even puur voor mijn beeld, is het dus, als jullie dit amendement niet mede steunen, het dan een optie is voor de VVD om te gaan afschalen op POH en op de jeugdcoaches op school in de begroting? Dus dat staat ook gewoon echt open voor discussie? De heer De Graaf: Op dit moment staat vanzelfsprekend alles open voor discussie. U stelt een soort als-dan vraag. Gebruikelijk ga ik daar niet op in. Ik vind het nu wel interessant. Dit zijn juist de

26/53

vragen die wij op onze beurt integraal willen bekijken en beantwoorden, maar dan bij de behandeling van de begroting later dit jaar. Dan ga ik naar ‘Bestaanszekerheid voor iedereen.’ Wij zijn als VVD het helemaal eens met de doelstelling van het amendement. Armoede is namelijk vaak de start van heel veel andere problemen. Sociale rechtvaardigheid is ook een van de kernwaarden van de VVD. We moeten ons realiseren aan de andere kant dat geld niet altijd een oplossing is, of een beperking is, om armoede aan te pakken. Niet alle maatregelen die we nemen zijn altijd effectief. Dus ook hier past het ons als raad om kritisch te blijven of alle bestedingen in dit domein wel voldoende effectief zijn. Er is helaas ook op dit punt natuurlijk nog geen knoppenboek op dit moment beschikbaar. Het is lastig om heel concreet te worden. We blijven kritisch kijken naar dit onderwerp, maar gezien het belang van dit onderwerp, omdat armoede een belangrijk thema is, wat vaak een opmaat is voor andere problemen in de maatschappij, gaan we dit amendement wel steunen. Dan het gebruik van surplus van de algemene reserve voor de overbrugging van 2026. We vinden het wel heel verstandig om een dergelijke tool aan onze gereedschapskist voor de begroting toe te voegen.

Maar wat we wel jammer vinden, is dat in de toelichting wordt gerefereerd dat dit uitsluitend, tenminste vooral, ingezet kan worden om extra investeringen in het sociale domein te financieren. Wat ons betreft interpreteren wij het amendement breder. En wij denken dat ook op het gebied van bijvoorbeeld veiligheid, mobiliteit of andere hele belangrijke ambities van onze raad we ook hetzelfde instrument kunnen inzetten. Dus we staan in principe positief tegenover dit amendement. Dan de motie over de Horti Science. Wij vinden als gemeente onze glastuinbouwsector heel belangrijk. We moeten dat ook enablen, zoals dat heel populair heet. Dat betekent dat er wel voor de gemeente een rol is om die sector te stimuleren. De vraag is of we dat moeten doen met subsidies en of dat onze gemeente geld moet kosten, of dat we dat op andere manieren moeten doen, door middel van regelgeving of andere infrastructurele investeringen aan mobiliteit, wegen, et cetera. Daar waren we toentertijd op tegen. Dus wij snappen dat er een wens is en vinden het ook verstandig om te evalueren. De motie zoals die nu voorligt, is een duidelijk onderdeel van onze begrotingscyclus.

Ik weet niet of in deze komende zomermaanden we onze ambtelijke organisatie moeten lastigvallen, tussen aanhalingstekens, met extra werk door het uitvoeren van deze evaluatie, zodat we die in de begroting van dit jaar nog wat mee kunnen doen. Dus wij zijn voor evalueren, maar we denken laten we daar onze rustige tijd voor nemen. Hoeft niet nu. Dus we gaan deze motie ook niet steunen. En dan denk ik, voorzitter, dat ik door de stukken heen ben. De voorzitter: Maar u bent nog niet helemaal klaar, want er liggen nog twee interrupties voor u. De eerste die binnenkwam is de heer Markus. De heer Markus: Ik vind het toch een wat wonderlijke redenering als het gaat om de motie rondom Horti Science. Je wilt toch bij de begroting weloverwogen besluiten nemen? Stel nu dat u allerlei maatregelen eruit amendeert, of er uit bezuinigd. En dan komt u bij de evaluatie erachter: heel stomme actie geweest. Dat is toch zonde De voorzitter: Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dat lijkt me heel sterk, mijnheer Markus, dat wij tot die conclusie komen. Wij zijn namelijk gewoon principieel tegen subsidie vanuit de gemeente, of funding vanuit de gemeente, voor dit soort initiatieven. Dus zelfs als dat geld oplevert, vinden wij als gemeente dat het niet tot de kerntaak behoort. Het is gewoon niet onze corebusiness als gemeente om dit te doen.

Dus ook al blijkt dat besluit uit het verleden een verstandig besluit geweest te zijn, dan nog zijn we om principiële reden tegen een verlenging of extra uitbreiding van funding in dit kader. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Beukel.

27/53

De heer Van den Beukel: Voorzitter, dank voor de steun van de VVD-fractie. Laat ik daarmee beginnen, voor de motie, al is dat dan even afhankelijk van de timing. Zo begrijp ik tenminste de heer De Graaf. Ik vraag me even af of de VVD-fractie zich bewust is van het feit dat de investering vanuit de gemeente een multiplier van ongeveer vijf, uit mijn hoofd, heeft opgeleverd in funding van andere partijen. Zoals in de beeldvorming naar ons gepresenteerd. Om dan maar niet te spreken over de multiplier naar de private sector toe, die, blijkens informatie van de gemeente, ongeveer 100 miljoen gaat investeren in Horti Science House. Is de heer De Graaf het niet met me eens dat die multiplier dan wel op zich laat zien dat het een groot maatschappelijk rendement geeft? De voorzitter: De heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel. Volgens mij probeert de heer Van den Beukel om mij woorden in de mond te leggen. Ik heb niet gezegd dat ik voor de motie ben. Evalueren, leren en verbeteren, daar zijn we voor. We denken alleen niet dat we dat de komende maanden al moeten doen als onderdeel van de begrotingscyclus. En als ik de heer Van den Beukel zo deze cijfers hoor oplepelen, vraag ik me af wat überhaupt de waarde van de evaluatie nog is. Want volgens mij heeft hij vrij scherp op het netvlies wat de effecten van onze investering zijn geweest. De voorzitter: De heer Van den Beukel.

De heer Van den Beukel: Voorzitter, dit is een klassieke drogredenering, of laat ik zeggen een debattruc. De heer De Graaf draait er een beetje omheen. Mijn vraag was niet kent hij deze cijfers? Mijn vraag was wat vindt hij van deze multiplier? Zou dat hem toch niet tot heroverweging van zijn, ik zou zeggen, erg rigide opvatting kunnen brengen dat er 0 euro vanuit de gemeente mag gaan naar Horti Science? De heer De Graaf: U stelt dezelfde vraag als uw collega, in iets andere woorden, maar u krijgt hetzelfde antwoord. Sterker nog, ik weet niet of we dat überhaupt hoeven te herhalen. Wij zijn daar gewoon principieel tegen. Het is niet de core business van de gemeente om hier investeringen te doen. Als een pannenkoekenhuis een multiplier van 10 heeft, gaan we ook niet in een pannenkoekenhuis investeren als gemeente. Dat is gewoon niet onze taak. De voorzitter: We hebben nog een tweede termijn om dat eventueel scherper te maken, mocht dat nodig zijn. U was ook, volgens mij, afgerond? Of heb ik dat verkeerd? Nee? Dan hebben we de heer Azzouzi die aan het woord komt voor zijn eerste termijn. Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. We begonnen met wat voor gemeente willen we en kunnen we zijn? Zeker voor de PvdA geldt dat wij geen gemeente zijn van de ondergrens. We zijn niet de gemeente die het minimaal doet omdat het net kan.

We zijn de gemeente die verantwoordelijkheid neemt, voor mensen, voor de toekomst, in onze samenleving. We bezuinigen niet hard op jongeren, op bestaanszekerheid of op duurzaamheid, want dat zijn geen luxe-uitgaven. Dat zijn onze basisvoorwaarden. Wie dat snijdt, vergroot ongelijkheid en schuift problemen voor zich uit. Ook financieel kiezen we voor realisme. De automatische WOZ-correctie klinkt stabiel, maar beperkt wel de ruimte. En als we de OZB niet serieus nemen, lopen we geld mis dat we hard nodig hebben. Dan verdelen we de taart ook niet eerlijk. Laten we beginnen. We begonnen met een saldo van 11 miljoen, een zware opgave, oplopend naar 13 miljoen. We gingen als PvdA kijken hoe kunnen wij die bezuinigingsopgave kleiner maken, zodat wij zowel de kwetsbare inwoners niet raken, maar ook de lastenverhoging voor de inwoners beperken? Daarom hebben wij dat amendement ingediend om de algemene reserve te gebruiken als overbruggingsmethode, omdat wij weten dat het ravijnjaar verschuift naar 2028. En dat daar onzekerheid is als het gaat om gelden die vanuit het Rijk komen.

28/53

Daarnaast hebben wij ook een technische vraag gesteld, in de algemene uitkering zit nog een stelpost van 1,4 miljoen en die kunnen we ook benutten. We zitten nu op 4,8 miljoen met die twee maatregelen. Die surplus, die kan 1,4 miljoen maximaal, volgens de ambtelijke afstemming. En dan heb je ook 1,3. Dan is de opgave wel verkleind. Kijk naar de OZB, kijk naar een ingroeimodel. Ik hoorde dat Leefbaar aan het begin in de commissie wel de opening maakte naar een ingroeimodel, maar ik hoor daar nu niets meer over. Ik ga eerst naar de amendementen die wij hebben ingediend. De surplus, die is duidelijk, is technisch van aard. VVD, ik heb hem aangepast. Er zat geen sociaal domein meer in. Dat is eigenlijk een dekking die ik hier in het midden voorleg en dat kunnen wij allemaal gebruiken. Het amendement van ‘Bestaanszekerheid voor iedereen.’ In dit amendement maken we één ding helder, op bestaanszekerheid bezuinig je niet. Minimabeleid is daarvoor de meest kwetsbare. Snijden hierin raakt mensen direct en vergroot de kans op armoede, schulden en gezondheidsproblemen. Dat kost ons als gemeente op termijn juist meer geld. We stellen daarom voor om voor bestaanszekerheid te kiezen en niet te versoberen. ‘Kansen voor iedereen,’ dat hebben de ChristenUnie en D66 goed uitgelegd. In Lansingerland mag je afkomst of thuissituatie niet bepalen welke kansen je krijgt.

Kansengelijkheid is geen luxe maar noodzaak. Zeker voor onze jeugd. Juist nu, in tijden van bezuinigen, moeten we blijven investeren in voorzieningen als de POH of jeugdcoaches. Zij maken dagelijks het verschil in het leven van jongeren. Het amendement over klimaatdoelen is heel duidelijk. We willen eigenlijk niet van de koers af, we willen focussen op dat klimaatdoel van 2050. Dan de motie over Horti Science, die hebben wij mede ingediend omdat wij Horti Science heel belangrijk vinden. We waren eigenlijk ook voorstander in de voorgaande jaren voor de incidentele bijdragen, omdat wij wel het nut van de investering kennen. En daarom willen wij een evaluatie om te bekijken of we dat kunnen voortzetten. Voor de OZB, die twee moties neem ik in één keer. Het gaat erom dat je de ruimte die je eigenlijk hoort te gebruiken, gebruikt voordat dat je snijdt of loopt naar de ondergrens. Heel veel fracties hier beseffen niet wat de ondergrens is. Als we maar niet onder de ondergrens zakken, weet je wat dat betekent? Stel die vraag wel. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Duivesteijn. Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter.

Met het gevaar dat de PvdA nog meer kansen krijgt om te schetsen dat deze samenleving helemaal ontwricht wordt, u weet toch hoeveel geld er omgaat in het sociaal domein? U als financieel expert weet ook dat de top van die staven waar we het over hebben, maatregelen, hele kleine percentages zijn. Hoe kunt u dan zeggen dat we door een ondergrens zakken, als ook dat door onze ambtenaren en wethouders verzekerd is dat we dat niet doen? Hoe kunt u daaraan vast blijven houden? De voorzitter: De heer Azzouzi. De heer Azzouzi: We konden niet precies weten wat de ondergrens is, dat is de eerste. En ten tweede, ik zie gewoon concreet, POH, jeugdcoaches, versoberen. Alleen de term versoberen betekent al iets. Dat heb ik in mijn verhaal ook gezegd, je moet investeren nu, om ook financieel straks op termijn de vruchten te plukken. Dus dat is ons idee. En voor die OZB willen wij eigenlijk als het niet nodig is, dan is het niet nodig. Maar als het nodig is, dan willen wij eerst, juist eerst, naar die OZB-knop, die we nu laten liggen. Voordat wij maatregelen en voorzieningen gaan afbreken. Dus daarom steunen wij die twee amendementen niet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Azzouzi. Daarmee is de inbreng van de raad in eerste termijn gecompleteerd. Ook gelukkig nog in aanwezigheid van mevrouw Gielis, die eerder was afgemeld maar toch gekomen. Dank u wel.

Ik weet dat het college gereed is om te beantwoorden, althans, ik heb geen signalen dat dat niet zo is, maar ik kan me ook voorstellen dat we even vijf of tien minuten willen schorsen. Of wil de raad in één keer door? Ik zie ‘door’, dan gaan wij door. En dan

29/53

nodig ik wethouder Duivesteijn… Dat gaat wel heel snel. Wethouder Fortuyn als eerste uit om namens het college...Ik heb ooit zelf de fout gemaakt. Was ik net plaatsvervangend bureauhoofd geworden en toen tekende ik bij het afdelingshoofd. En die zei de carrière gaat snel, maar niet zó snel. De wethouder. Beantwoording college De heer Fortuyn: Goedenavond, dames en heren, ook thuis. We zijn natuurlijk in de eerste beantwoording en we praten natuurlijk over de perspectiefnota. Dat is best wel lastig als je niet alle, laat ik zeggen, kennis of informatie hebt. Ik zit dus een beetje onthoofd op het scherm hier. Ik weet niet hoe het bij u is. Ik kom dus een beetje beter in beeld. Dat maakt het ook wat lastiger. Maar we hebben met elkaar een proces afgesproken en daar zijn we vorig jaar mee begonnen in december. Want we zagen natuurlijk dat het ravijnjaar een grote opgave zou opleveren voor de gemeente Lansingerland. En dat we daar op een andere manier… Met kleine bezuinigingen, klein leed wegbezuinigen, dat is niet de oplossing. Dus we zijn met elkaar een proces ingegaan om te kijken of wij ook beleidskeuzes kunnen maken. En het doet pijn. Natuurlijk doet dat pijn. Maar dan gaan we inderdaad wel de kleinere, laat ik zeggen, het kleine leed daarmee voorkomen, door dat niet allemaal af te breken.

We hebben ook nog een aantal andere afspraken gemaakt, die ik hier uiteraard niet ga herhalen. Maar wij hebben elkaar regelmatig ontmoet in beeldvormende avonden, maar ook in een commissievergadering. En we hebben hier ook een participatieavond gehad waarin we heel veel informatie hebben opgehaald. En we hebben ook nog een enquête gehouden met 1.250 inwoners, die altijd zeer enthousiast reageren over welke potentiële mogelijkheden er zijn, mochten wij gaan bezuinigen. En uiteindelijk zijn wij in de laatste commissievergadering tot een richting gekomen, een inhoudelijke richting. Want we hebben al besproken laten we het nu even niet over geld hebben. Uiteindelijk hebben we het er straks wel over. Maar laten we nu eens over de inhoud hebben, wat voor gemeente willen wij zijn? De voorzitter: De heer Markus wil daar kennelijk over meepraten. Gaat uw gang. De heer Markus: Bij voorkeur niet, want we hebben dat heel vaak gedaan. Ik zou graag de wethouder willen verzoeken om gewoon te reageren op de amendementen. Want deze inleiding hebben we al kunnen lezen en al meerdere keren kunnen horen. De heer Fortuyn: Ik weet niet of u daar iets van kunt zeggen, maar ik denk dat er ook mensen luisteren buiten deze raadszaal. Ik vind het ook wel belangrijk… De ontmoet de raad, die mensen zijn nu waarschijnlijk via de digitale weg aan het kijken.

Maar ik wil de beantwoording wel in een context plaatsen, want anders wordt mijn beantwoording misschien weer als te bot ervaren. Ik wil in ieder geval aangeven dat wij naar een begrotingstekort kijken. Dat weet u wel. U heeft namelijk de meicirculaire ontvangen voor het weekend, waarin wij naar een tekort kijken voor 2026 van een kleine 5 miljoen. En het goede bericht is, we kwamen vanaf 11,5 miljoen, dus dat is alweer een flinke stap naar beneden. We zien ook dat wij richting 2027 een oplopend tekort hebben en na 2029 zullen we het maar niet hebben, omdat dat nog heel erg onduidelijk is met de nieuwe regering en welke besluiten dan gaan vallen. Die context wil ik wel meegeven. Een tweede context wil ik ook meegeven. We gaan natuurlijk in 2026 de verkiezingen houden. En natuurlijk wil iedereen het allerbeste en eigenlijk zo min mogelijk bezuinigen. Maar aan de andere kant, in 2026 zit er een nieuw college en daar hebben we ook verantwoording aan af te dragen. En voor hetzelfde geld zit de oppositie straks ook in de coalitie. Dus het is wel handig als we realistisch met elkaar de begroting in elkaar zetten. En ik heb er ook alle vertrouwen in dat we dat met elkaar kunnen doen. Maar het vooraf plaatsen van hekken maakt het niet makkelijk. Wij moeten met elkaar het goede gesprek aangaan. We gaan namelijk zo direct voor u aan de slag. We hebben zo een aantal

30/53

amendementen en moties die invloed hebben op de uitvoering en invulling van onze begroting. Wat wij doen met u is namelijk het volgende, dat wij een sluitende begroting aanbieden. Dat wij daarin de elementen willen gebruiken met de ruimte die u ons vanavond geeft. En dan kom ik zo bij die amendementen. Binnen die ruimte geven we ook aan wat wij met dat geld hebben gedaan. Dus mocht bij wijze van spreken de OZB straks ter sprake komen, ik ga daar straks op antwoorden, dan is het omkaderd wat als u de OZB terugbrengt of niet inzet, wat er dan ook meer bezuinigd gaat worden. De voorzitter: U gaat wel grote stappen nemen, wethouder, naar amendementen, hoop ik. De heer Fortuyn: Dat is klaar. Maar ik wil wel even iets aangeven over het proces. U heeft nog alle mogelijkheden om te kunnen sturen wanneer de begroting er is, en ook met de kennis dan van de septembercirculaire. Want u weet dat de regering nog een aantal besluiten moet nemen. Inhoudelijk, dat even vooraf gezegd hebbend, dan hoeven mijn collega's dat niet meer te doen. Ga ik nu naar het amendement over het gebruik van het surplus algemene reserve voor de overbrugging 2026. Het college wil deze bezuiniging, gezien de potentiële kans die erin zit en de ruimte die het ook geeft… Want het wordt ook een beetje open, hoeveel is dat dan? Wij hebben inderdaad in de commissie gezegd 1,2. Maar het gaat wel over 2024 en 2025.

2025 is natuurlijk niet hard, maar we hebben daar wel een inschatting van. En er wordt ruimte gegeven binnen dit amendement om daar naar eigen inzicht verantwoord een bedrag in op te nemen. Dus die omarmen wij en adviseren ook u om dit te doen, want daarmee verzachten we misschien wat bezuinigingen. Over de WOZ. Als ik de volgorde goed doe, mevrouw de griffier. Geloof het wel. Of is de waarde correctie... De voorzitter: Als u ze maar allemaal aanraakt, vind ik het best. De heer Fortuyn: Ik raak ze allemaal aan. Dan hebben we het over die stap... Nee, laat ik zeggen over die WOZ-waarde correctie behouden. Ja, dat mag. We hebben u heel veel informatie verstrekt. Het is elk jaar weer een discussie hoe loopt dit nu? Wij komen er ook niet achter wanneer en waarom dit ooit is ontstaan. Het is op een of andere manier het enige wat nog een beetje in gedachte was, om die waarde correctie toe te passen om de lasten niet te laten toenemen. Het is een wat vreemde constructie, ook zelden gebruikt in Nederland. Dus wij hebben gezegd haal die correctie er nu een keer af, want je moet het elke keer weer corrigeren met je ophoging. En het effect hiervan is, als wij die correctie laten zitten, wordt het gat tussen de algemene uitkering, want die wordt namelijk gekoppeld aan je belastinghypothese voor je WOZ, die wordt natuurlijk steeds groter.

Want naarmate de WOZ-waarde oploopt, loopt de korting financieel ook op. Dus in je algemene uitkering loopt die pas niet bij. Je gat wordt steeds groter. En wij zeggen op een gegeven moment, stap nu eens af van die waarde correctie. De voorzitter: De heer Duivesteijn, interruptie. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Is de wethouder met mij eens dat wij gewoon de WOZwaarde correctie kunnen behouden. En daarbij kunnen besluiten om de OZB, als partijen dat willen, naar het landelijk gemiddelde te krijgen? De heer Fortuyn: Nee. Ik denk dat de waarde correctie... Wat u doet, u geeft een korting op een belastingpotentie. Die geeft u. Het Rijk zegt u heeft een belastingpotentie voor zoveel. Daar baseren wij de algemene uitkering op. Dus dat gaat tussen je algemene uitkering en de WOZwaarde. Je geeft eigenlijk korting om vervolgens daarna alleen maar op indexatie je WOZ te verhogen. Dus je laat ongelooflijk veel geld liggen. En het moment komt er een keer aan dat die gecorrigeerd moet worden. Het Rijk is vrij simpel…

31/53

De voorzitter: De heer Van den Beukel stapt er toch nog tussen, wethouder. De heer Van den Beukel: Voorzitter, hoe komt de wethouder erbij dat wij de inwoners korting geven? Dat doen we juist niet. Wat we nu doen, op dit moment, is juist die inwoners stabiliteit bieden. We corrigeren voor die waardeontwikkeling, en op basis daarvan geven we in 2026 dezelfde factuur als in 2025, tenzij we besluiten om de OZB-opbrengst die we inbegroten aan te passen. Dus hoe komt de wethouder daarbij? De heer Fortuyn: Het is vrij simpel. Als u waarde correctie heft, heeft dat een negatieve invloed op de belasting van je WOZ. Het is gewoon een korting. Zo simpel is het. De voorzitter: De heer Van den Beukel, afrondend. De heer Van den Beukel: Voorzitter, volgens mij gaat hier toch iets mis. Ik probeer te redeneren vanuit het perspectief van de inwoners op de tribune of thuis. Die hebben een factuur. Op die factuur staat x honderd euro op. Dat is het uitgangspunt. Die verandert niet. Daar komt geen korting op, die gaan we niet elk jaar omlaag brengen. Wat we alleen doen, is als de huizenprijzen over de kop gaan, bijvoorbeeld 100%, dan niet plotseling die OZB-factuur keer twee doen. Dat is toch hoe het in elkaar zit? De voorzitter: De wethouder. De heer Fortuyn: Nee, mijnheer Van den Beukel, zo zit het niet in elkaar.

Als we die correctie niet hebben, rekenen we gewoon het standaardpercentage dat we zouden gebruiken op de waardevermeerdering van het pand. Maar goed, ik adviseer het om niet te doen. De voorzitter: De heer Markus op dit punt nog even. De heer Markus: Voorzitter, volgens mij zien we deze discussie dus precies gebeuren waarvoor ik gewaarschuwd heb, namelijk dat we nu iets snel erin fietsen. Terwijl het denk ik veel verstandiger is om dit eens een keer goed in de commissie te bespreken. Want ik hoor allerlei dingen langskomen. Iedereen is het wel en niet met elkaar eens. Dus ziet de wethouder ook in dat het misschien verstandig is om dit, even los van welke begroting dan ook, gewoon eens in de commissie AB te bespreken? Los van de begroting. De voorzitter: We moeten ook niet de discussie over gaan doen. Wethouder. De heer Fortuyn: Dan moet u deze inderdaad aannemen, want hij staat als uitgangspunt. Dus dan is dat waar. En ik ben het met u eens om hier een keer een goed gesprek over te hebben. Dat ben ik helemaal met u eens. Maar goed, ik krijg het amendement. Daar ga ik toch wel iets van zeggen. Dan hebben we de OZB. Ik heb net al aangegeven dat wij ook de enquête hebben gehouden bij de bewoners. En daar was ook inderdaad sprake van eventuele lastenverzwaring in de OZB. Dat hebben we ook in de enquête gezien, maar ook in die participatie.

En de inwoners van Lansingerland begrijpen heel goed dat gratis niet bestaat. En dat wij met elkaar, mochten wij de OZB verhogen, dat ze daartoe bereid zijn, mits we aangeven waar het voor wordt gebruikt. Die boodschap wil ik graag ook meegeven aan u. Om ons de ruimte te geven de OZB, en die staat ook inderdaad in de perspectiefnota, wel in de berekeningen mee te nemen. Zoals aangegeven in de perspectiefnota, wij ook aangeven wat we met dat geld doen, we hebben ook de bestemming van dat geld. En het is aan u om dat later eventueel met het knoppenboek dat erbij zit, of als er geactualiseerde zaken zijn, een uitruil te doen ten aanzien van andere bezuinigingen en het terugbrengen van het OZB. Ik denk dat we dan een heel transparant proces hebben om het op deze wijze te doen.

32/53

De voorzitter: De heer Bik wil daar op reageren. De heer Bik: Ik grijp gelijk even de kans aan. U gebruikt het woord knoppenboek. Kunt u, in ieder geval voor onze fractie en misschien voor de hele raad, de zorg wegnemen dat door welk amendement ook dat vanavond wordt ingediend, het knoppenboek minder transparant wordt? De heer Fortuyn: Of ik begrijp uw vraag niet… Nee, we zijn transparant. Dus u krijgt uw keuze en u kunt uitruilen, wat we vorig jaar ook gedaan hebben. En dan gaan we ook met u, en we gaan dat altijd met toelichting doen... Dus wat dat betreft zou ik zeggen dat amendement is aan te nemen als sluitstuk. Met de kanttekening dat we hem wel mogen inzetten bij de begroting, met inderdaad de omkadering wat we met dat geld hebben gedaan. En dan is het altijd aan u om daar in de begrotingsdiscussie in september of oktober, waar wij dan ook de septembercirculaire hebben, de goede discussie te hebben gaan we de OZB-knop wel of niet gebruiken? Gebruiken we hem een klein beetje of meer? Dan denk ik dat we een goede discussie krijgen en dan kan het college ook haar huiswerk goed invullen. Want anders hebben we geen goed zicht op wat we eventueel met de OZBgelden kunnen doen om eventueel pijn te verzachten. Ik denk dat je dan inhoudelijk een goede discussie krijgt. Dus die kunnen wij best omarmen, maar in ieder geval laat ik het aan de raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=7e7dd6ef-582f-4ddd-ab31-b42d294bfc1d