[BV25.0072] Verslag Gemeenteraad van 3 juli 2025
Tekst van het document
VERSLAG Gemeenteraad
Datum vergadering
: 03-07-2025
Aanwezig in de raadszaal Raadsleden Leefbaar 3B : Terry Duivesteijn, Roy Diepenveen, Marjolein Gielis (later, 21:03), Leon Erwich, Johan Philippens, Machiel Crielaard, Jean-Paul Meuldijk WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Bianca Boonstra-Becker, Jan Alsemgeest, Adelkarim Afalah (later, 20:07), Mark Bik, Ton Jansen CDA : Jan-Willem van den Beukel, Nelleke Bouman-Quist, Charles van Harn, Job Halkes, Rita Leijendekker VVD : Ivo de Graaf, Matthijs Machielse (later: 20:40), Marloes Draak, Ed van Santen, Christiaan Toussaint D66 : Ineke den Heijer, Brecht Weerheijm, Ronald van der Stad CU : Kees-Willem Markus, Paul Lieverse, Arjen Hofman (later: 20:13) PvdA : Hamid Azzouzi Wethouders
: Simon Fortuyn, Michiel Muis, Titia Cnossen en Leon Hoek
Voorzitter Griffier
: Jules Bijl : Eveline Hamelink–van Rens
Afwezig CDA GroenLinks VOOR Lansingerland
: Dave Bergwerff : Marko Ruijtenberg : Petrine van Olst
1. Opening en mededelingen De voorzitter: Het is toch zo ongeveer 20:00 uur. Niet elke klok staat hier op dezelfde tijd, maar ik hou maar een beetje de meridiaan aan. Dan zijn we nu op 20:00 uur. Welkom vanavond iedereen bij de raadsvergadering, in het bijzonder ook de aanwezigen op de publieke tribune. Er zijn vanavond weer gasten van de raad. Een aantal van uw collega's hebben daar ook mee gesproken. En zij kijken nu in de praktijk hoe het eraan toegaat. Fijn dat u geïnteresseerd bent om ook te zien hoe het werkt aan onze kant van de besluitvorming en in de democratie hier. Van harte welkom uiteraard ook aan de kijkers, de leden van de raad zelf, het college, medewerkers van de griffie. En we hebben vanavond ook een inspreker die met zijn vrouw hier is, dus die heet ik ook alvast welkom. U hebt in een vooruitziende blik al besloten om de vergadering een uurtje in te korten. En ik hoop dat u mij dan helpt om dat uurtje er niet aan de achterkant bij te laten komen. Maar daar komen we denk ik gezamenlijk wel uit. Het lot heeft bepaald dat de heer Markus de eerste is waarbij gestemd gaat worden. Dan moet ik een aantal afwezigen melden. Dat zijn er vier vanavond. Dat zijn mevrouw Van Olst en de heren Ruijtenberg en Bergwerff. En er zijn enkele leden later. Dat is mevrouw Den Heijer, mevrouw Gielis, de heer Machielse, de heer Afalah en de heer Hofman.
We starten wel met een beetje mankerende raad, moet ik eerlijk zeggen.
1/53
2. Trekken van het lot ter bepaling van het raadslid bij wie een eventuele stemming zal beginnen De voorzitter: Ik had gezegd dat de heer Markus als eerste zou gaan stemmen, mocht dat zich gaan voordoen. 3. Spreekrecht voor niet-raadsleden De voorzitter: Ik zei ook al dat er een inspreker was, of is, dat is de heer Koelewijn. Misschien mag ik u verzoeken, mijnheer Koelewijn, om te gaan staan. U vindt voor u het spreekgestoelte van waaruit u spreekt. We hebben al even contact gehad tevoren, omdat uw tekst wat vragen opriep. We gaan proberen samen u erdoorheen te loodsen. Maar u moet het niet persoonlijk maken en geen waarderingen aan personen koppelen. Laat ik dat dan tevoren toch nog even zeggen. U hebt dan vijf minuten. De heer Koelewijn: U heeft geadviseerd het college te gebruiken. Ik zal dat overal proberen, maar ik kan me misschien een keer vergissen. Daarvoor excuses. Geachte leden van de raad. Alles van waarde is weerloos. Deze dichtregel van Lucebert is als geen ander van toepassing op het monumentenbeleid van Berkel en Rodenrijs. De Kerkstraat, het oude raadhuis, de smederij, de klokboerderij, andere adressen, weg. De rij is eindeloos. Alles gesloopt. Er zijn weinig gemeenten waar de sloophamer zo huisgehouden heeft als in Berkel en Rodenrijs. Je zou verwachten dat een Vinex-gemeente extra zuinig is op het verleden. Niet dus.
De laatste aanvulling aan de slooplijst is de oude maalderij van Treurniet. Dit unieke gemeentelijke monument, wat als geen ander de ontstaansgeschiedenis van Berkel en Rodenrijs vastlegde, is niet meer. Het oude gebouw is hiermee onherstelbaar beschadigd en heeft zijn bestaansrecht verloren. In een tijd waarin andere gemeenten de fouten uit het verleden herstellen en grachten en gesloopte gebouwen hersteld worden, neem bijvoorbeeld Leiden met het Rapenburg, heeft het college in april 2025 het doek laten vallen voor dit unieke monument. Wat door voorgaande colleges sinds 2008 met hand en tand verdedigd werd, is door het college met een vingerknip om zeep geholpen. Totaal zinloos. Als behoud financieel of technisch niet mogelijk is, kan ik hier begrip en vrede mee hebben. Helaas blijkt uit de besluitvorming van het college doorgestoken kaart en in het kort een leugen is. De erfgoedcommissie heeft in 2023 geadviseerd dat behoud technisch en financieel mogelijk is. Het college heeft het advies van de erfgoedcommissie genegeerd, met als argumentatie dat winstgevendheid dan te laag is en dat de uitvoering onzeker is. Het faciliteren van de winst van de ontwikkelaar en de eigenaar is belangrijker dan behoud van het monument. Tweede argument was dat bij sloop de voorgenomen starterswoningen sneller gerealiseerd kunnen worden.
Naar nu blijkt, is ook dit een onjuiste voorstelling van zaken. Het college heeft u op 20 februari per brief op de hoogte gesteld van de voortgang van het project. Ik citeer: "De planning is om de sloop eindelijk in maart afgerond te hebben. Vervolgens kan een aanvang gemaakt worden met de nieuwbouw van de Laan van Romen. Op een later moment volgt ook de vervangende nieuwbouw van de maalderij aan de Rodenrijseweg. Oplevering van de gehele nieuwbouw, 34 appartementen, is in het derde kwartaal van 2026.” Het enige wat op het ogenblik gestart is, is de bouw van de nieuwe maalderij. Er zit geen enkele starterswoning in en het derde kwartaal van 2026 is totaal onrealistisch. Ik vraag me af wie van de raad hierop gereageerd heeft. U bent gewoon voor de gek gehouden. Op het moment dat het college de raad in februari informeerde, was er nog geen aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de oude maalderij ingediend. Een paar weken later is dat wel plaatsgevonden. Ik heb het vorige week vrijdag gecontroleerd en het blijkt dat de aanvraag buiten behandeling gesteld is. En ik weet ook waarom. Er is geen toegang tot het terrein meer, want er is een grote fout gemaakt bij het toekennen van de gemeente bij de nieuwe maalderij. Te weinig parkeerplekken, geen toegang, je kan er met een auto niet meer op af. Ja, wel erop, maar niet
2/53
meer eraf. Hoe kan een wethouder… Sorry, hoe kan het college concluderen dat het pand gesloopt mag worden als er geen uitgewerkt en vergund ontwerp is? Het was niet financieel rendabel, maar er is geen alternatief. Wat is het kader geweest? Het kader is er niet. Het moest gewoon gesloopt worden, want de aannemer en de ontwikkelaar hadden dat graag. Er is gekozen voor een winstgevende nieuwbouw, zonder zich te realiseren dat het niet kan. Oftewel, het is een onzinverhaal. Ook hierbij is de raad voor de gek gehouden. De oude maalderij is dus zonder deugdelijke onderbouwing gesloopt. Het klopt dat de Raad van State de voorlopige voorziening niet heeft laten doorgaan, maar er loopt nog steeds een bodemprocedure. En de bodemprocedure zal dus ook op dit punt verder gezet worden. En ik hoop eigenlijk absoluut dat de raad zal concluderen dat ook het college onrechtmatig gehandeld heeft. Als inwoner van Lansingerland weet ik niet of ik boos of teleurgesteld moet zijn. Ik schaam mij om inwoner te zijn van een gemeente met een college dat raad en bewoners verkeerd informeert. Met een college dat niet op alle vlakken competent lijkt te zijn en aannemers en onderaannemers financieel bevoordeelt. Last but not least, de gemeente en de ontwikkelaar hebben gezamenlijk starters een rad voor de ogen gedraaid.
De maalderij was uitermate geschikt geweest om tot een cultureel centrum getransformeerd te worden. Zie bijvoorbeeld de oude DRU fabrieken in Ulft. Dan hadden de oude eigenaar Treurniet en de gemeente echt wat voor Berkel en Rodenrijs achtergelaten. De gemeente en de raad, voor alle partijen, hebben voor monumentenbeleid nog geen enkele euro over. Maar hebben inmiddels wel meer dan 18 miljoen gestopt in een zielloos en bodemloos cultureel centrum, waarvan de meer toepasselijke naam is: "Pozzo senza fondo," Italiaans voor "bodemloze put." Mijns inziens is er sprake van belangenverstrengeling en het verkeerd informeren van de raad, en beide zijn ernstige zaken en voldoende aanleiding tot de vraag te stellen van hoe gaat dit met dit college? Geen enkele partij heeft de afgelopen jaren een vinger uitgestoken voor het behoud van de maalderij en is ingepakt met de belofte van starterswoningen. Dat was het argument om te zeggen slopen maar, slopen maar, want we willen die starterswoningen. De andere kant op kijken is makkelijker. Jammer van het monument en jammer van de starters. Deze staan al sinds 2024 te koop bij Funda en mijn inschatting is dat de eerste vijf jaar er geen enkele starterswoning gebouwd zal worden in de oude maalderij. Dat is niet omdat ik het niet wil, want wij als bewoners willen ook heel graag dat er een project plaatsgevonden had.
De voorzitter: Heer Koelewijn, u heeft nog 1 minuut. De heer Koelewijn: Er is, als ik het even samenvat, in 2021 een bestemmingsplan aangenomen waar geen enkel bezwaar op gekomen is. Niet van de erfgoedcommissie, niet van de raad, niet van bewoners. Het probleem is dat de ontwikkelaar en de gemeente het bestemmingsplan gewoon niet uitvoeren. Met als consequentie dat we nu dus een monument verloren hebben, en de oude maalderij met heel veel beperkingen misschien nog gebouwd kan worden. En ik denk dat dat jammer is, zeker voor die starters. Want alle partijen die hebben, in naam, zeggen ze elke keer: "Ja, die starters zijn zo belangrijk." Maar dan moet je wel de projecten waar starterswoningen zijn in de gaten houden en niet dat je voor de gek gehouden wordt door zowel de aannemer als het college. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: De raad heeft het recht om u feitelijke vragen te stellen. Het is niet de bedoeling dat er een discussie komt of een politieke vraag, maar wel een feitelijke vraag. Is daar behoefte toe? Ik zie de heer Duivesteijn. Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Inspreker, u heeft het over voorgelogen, dat de raad voorgelogen is, maar ook over belangenverstrengeling. Kunt u dat eens duiden? Wat bedoelt u daarmee? De voorzitter: U moet nog even wachten op de microfoon, want anders komt het niet op band.
3/53
De heer Koelewijn: Het staat er glashelder in, in Q3 van 2026. Op het moment dat je weet en ter zake deskundig bent, en je weet dat er nog niet eens een omgevingsvergunning is, dan is dat per definitie onmogelijk. Met heel veel moeite, denk ik, de wethouder heeft een aantal weken geleden de eerste paal geslagen voor de nieuwe maalderij. Die hebben ze al moeite om... Waarschijnlijk wordt het pas vierde kwartaal van 2026. Voor de rest is er nog geen ontwerp-omgevingsvergunning. Er kan bezwaar aangetekend worden, dus dat is totaal fysiek onmogelijk. Hoe kan zo'n brief geschreven worden naar een raad en waarom reageert de raad daar niet op? Dus dat is de eerste. En ten tweede, de belangenverstrengeling. Ik heb het hele proces meegemaakt. Wat je dan krijgt, is dat er altijd is gesteld in het ambitiedocument dat het uitgangspunt was voor het feit dat de achterzijde gebouwd mocht worden, het behoud van de maalderij. Dat heeft de ontwikkelaar ook altijd gezegd. Het kan, het kan, totdat het bestemmingsplan geaccepteerd was. Er zat een kleine ontsnappingsclausule in. Die zijn ze volop gaan inzetten door eerst een nieuwe maalderij te bouwen, en de voorkant niet. Terwijl iedereen verwachtte dat eigenlijk beide gebouwd zouden worden. En dan krijg je het probleem dat, en dan kijk ik ook naar de raad, de raad het college opjaagt van je moet starterswoningen, je moet starterswoningen bouwen.
En dat college kan die niet bouwen, daar heb je ontwikkelaars voor nodig. Die weten dat. Dus die zitten net zo lang te wachten. En die zeggen ik kan starterswoningen wel doen, maar dan kan ik hem niet behouden. Kan je zeggen… Als ik de partijen zie, de bewoners... De voorzitter: De kern van uw antwoord is duidelijk denk ik. Het gaat om feitelijke vragen en feitelijke antwoorden. Ik zet u even af. Uw antwoord is afgerond wat mij betreft, dat is wel duidelijk. Maar ik zie de heer Duivesteijn nog. Het is niet de bedoeling dat we in discussie... De heer Duivesteijn: Nee, zeker geen discussie. Maar de heer Koelewijn had het over belangenverstrengeling en ik hoor een ander antwoord. Dus belangenverstrengeling is natuurlijk dat iemand een ander belang heeft bij wat daar moet gebeuren. Dus daar ben ik naar op zoek. Wat bedoelt u dan precies met belangenverstrengeling? De voorzitter: Nee, maar we gaan geen discussie beginnen hierover. Dat moeten we niet doen. Dus er is een duidelijk punt. Het is niet geagendeerd. We kunnen feitelijke vragen stellen. Het antwoord is er naast, dat kan ik ook constateren. Maar laten we niet een hele discussie beginnen. Andere leden van de raad? Ik zie mevrouw Leijendekker. Mevrouw Leijendekker: Dank u wel, voorzitter. En dank ook voor de inspraak. U heeft het in uw inspraak over het niet doorgaan van starterswoningen.
Hoeveel zekerheid heeft u daarvoor? Want ik heb eerdere plannen gezien, ook op Funda en dergelijke, waar wel degelijk sprake was van kleinere starterswoningen, meer betaalbare starterswoningen. De voorzitter: Even wachten, mijnheer, want u moet eerst via de microfoon kunnen spreken. En via de voorzitter. Maar de microfoon is misschien nog wel uiteindelijk het belangrijkste. Kan de microfoon aan? De heer Koelewijn: Het klopt, er is een plan. U kunt het zo opzoeken op de website Oude Maalderij. Volgens mij zijn ze allemaal op een na zijn ze verkocht. Dus de plannen zijn er wel. Alleen om iets te gaan bouwen heb je een omgevingsvergunning nodig. En die is er niet. Dus ik zal niet zeggen dat het plan niet bestaat, maar het is een hele mooie ballon die in de lucht hangt. En wanneer die ooit landt, weet niemand. Volgens de informatiebrief die u gehad heeft van het college, zou de ballon moeten landen in 2026, derde kwartaal. Alleen, toen was er nog geen omgevingsvergunning ingediend. Die is twee weken later ingediend, in maart. En nu blijkt, ik heb nog geen reden gekregen, is die buiten behandeling gesteld. En ik weet ook wel hoe het komt. Want de ontwikkelaar heeft nagelaten een ingang te maken bij de parkeergarage van de nieuwe maalderij, wat de ontsluiting zou moeten zijn. Dat vond hij geld besparen. Hij heeft geprobeerd het op een
4/53
andere manier te doen, probeert hij nog steeds, maar inmiddels is de nieuwe maalderij verkocht aan een aannemer. Die heeft inmiddels ook al bewoners, en die bewoners zeggen we gaan echt geen ontsluiting meer maken. Dus er zijn een aantal hele grote problemen. En als die ontsluiting er niet is, kan je de omgevingsvergunning niet verlenen. En mijn inschatting is dat het nog een hele tijd gaat duren voordat er iets is wat... Want waarschijnlijk moet het bestemmingsplan aangepast worden. Daar kan bezwaar op worden gemaakt. Want het zou een groen plan worden. Wat wij zien is gewoon een grote parkeergarage en parkeerplaatsen. Dus daar wordt absoluut vanuit de omgeving bezwaar op aangetekend. Dan krijg je een omgevingsvergunning, die gaat naar de rechtbank toe, daar komt bezwaar op. Waarschijnlijk gaat die naar de Raad van State. Dan ben je zo vier jaar verder. De voorzitter: Rond uw antwoord af. De heer Koelewijn: En op het moment dat het uitgevoerd was volgens het bestemmingsplan, had niemand een bezwaar ingediend. De voorzitter: Oké. Waren dit de vragen van de raad? Dan dank ik de inspreker voor zijn inbreng en sluit ik dit punt af. 4. Vaststelling van de agenda De voorzitter: Dan kom ik bij de vaststelling van de agenda. We hebben een aantal financiële stukken, maar dat weet u natuurlijk ook allemaal. Het staat in mijn instructie. Een paar hamerstukken. U heeft de agenda gezien.
Er zijn volgens mij geen wijzigingen op ingebracht, dus kunnen we de agenda ongewijzigd vaststellen. Ik zie in ieder geval veel fysieke bevestiging daarvan. 5. Bespreekpunten 5.a. Perspectiefnota 2026 De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 5.a, de perspectiefnota. Daarvan zijn zes amendementen bekend en een motie. We gaan de amendementen kort toelichten in een 0e ronde op tafel leggen. En dan gaan we in de eerste ronde van u als fracties vragen om ook te reageren op de verschillende amendementen zoals die op tafel liggen. En daarna gaan we richting het college kijken. Dan doen we dat op volgorde van het overzicht van de griffie, stel ik voor. En dan is als eerste degene die zijn amendementen kan toelichten, de heer Duivesteijn. Gaat uw gang. Nulde termijn A2025-009 OZB als sluitstuk A2025-010 WOZ-waardecorrectie behouden De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik wil een amendement indienen met de titel ‘OZB als sluitstuk’, mede namens CDA en de VVD. En het amendement ‘WOZ-waardecorrectie behouden’, ook mede namens CDA en VVD. Jan-Willem Van den Beukel en Ed Van Santen. De voorzitter: Heel kort de strekking, mag dat, mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Ja, heel kort. Het amendement ‘OZB als sluitstuk’ beoogt ervoor te zorgen dat we eerst snijden in uitgaven voordat we de rekening bij onze inwoners leggen.
Dus dat de OZB als laatste in de begrotingssystematiek komt. Het amendement ‘WOZ-waardecorrectie behouden’
5/53
beoogt dat we in ieder geval stabiliteit en voorspelbaarheid houden in de inkomsten en de lasten. En dat we niet afhankelijk zijn van WOZ-waardes om te bepalen wat onze inkomenskosten worden. De voorzitter: Dank voor deze aanvulling. Dan kom ik bij de heer Weerheijm. A2025-011 Klimaatdoelen blijvend in beeld A2025-012 Kansen voor iedereen De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Ik dien vanavond twee amendementen in. Allereerst het amendement met de titel ‘Klimaatdoelen blijvend in beeld.’ Dit amendement is tot stand gekomen met de ChristenUnie en WIJ Lansingerland en wordt mede ingediend door het CDA en de PvdA. De strekking van dit amendement houdt eigenlijk in dat als er bezuinigd wordt op duurzaamheid, de duurzaamheidsdoelen zoals afgesproken in onder meer het Klimaatakkoord van Parijs niet in het geding mogen komen. Dan dienen we nog een tweede amendement in met de titel ‘Kansen voor iedereen.’ Dit amendement is ook tot stand gekomen in samenwerking met de ChristenUnie en WIJ Lansingerland en wordt mede ingediend door de PvdA. Wat we daarin eigenlijk meegeven is dat bezuinigingen en versoberingen op kansrijk opgroeien geen afbreuk mogen doen aan die functies en voorzieningen die concreet impact hebben op de jeugd, zoals POH’s (praktijkondersteuners huisartsen) en jeugdcoaches op scholen. Heel kort, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Dan ga ik door naar de heer Markus. A2025-013 Bestaanszekerheid voor iedereen De heer Markus: Voorzitter, dank u wel. Samen met D66, WIJ Lansingerland en de PvdA dienen we het amendement met de titel ‘Bestaanszekerheid voor iedereen’ in. Dat heeft tot doel om juist niet fors te versoberen op bestaanszekerheid en minimabeleid, maar dat juist onder het punt prioritering toe te voegen. De voorzitter: Dank voor uw toelichting. Mijnheer Azzouzi is aan de beurt. A2025-014 Gebruik surplus algemene reserve voor overbrugging 2026 De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Samen met Leefbaar 3B, CDA, ChristenUnie, WIJ Lansingerland, GroenLinks is niet aanwezig, maar die had ook meegewerkt, dien ik een amendement in om het gebruik van beschikbaar surplus van de algemene reserve voor overbrugging in 2026 als toevoeging van een uitgangspunt aan de uitgangspunten die in de nota… Dat dient dat de bezuinigingsopgave omlaag gaat door dit amendement. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Azzouzi. Dan tot slot de heer Van den Beukel. M2025-007 Evaluatie Horti Science De heer Van den Beukel: Dank, voorzitter. U noemde alleen de amendementen, dus ik had me daar even niet op voorbereid. Maar fijn dat ik ook de motie mag indienen in de eerste termijn. En inderdaad heb ik het voorrecht een motie in te dienen die ziet op het evalueren van de Horti Science uitvoeringsagenda.
Dat doe ik niet alleen, maar samen met diverse collega's, namelijk de heer Azzouzi van de PvdA en de heer Markus van de ChristenUnie. De bedoeling is dat we feitelijke stuurinformatie hebben om een weloverwogen afweging te maken in dit najaar of er extra middelen nodig zijn of niet. Maar begin even bij de feiten op een rij.
6/53
De voorzitter: Dank daarvoor en voor de flexibiliteit, mijnheer Van den Beukel. Dan zouden we de bespreking doen gewoon op wie aanvraagt. Daar hebben we geen vaste volgorde voor. Dus ik kijk naar mijn scherm, wie als eerste het woord verlangt. Dat is de heer Duivesteijn. Ga uw gang. Eerste termijn De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. In de commissie hebben wij het gehad over angst. De fractie van Leefbaar 3B vindt dat we ons niet moeten laten leiden door angst, maar verantwoordelijkheid moeten nemen voor alle inwoners van Lansingerland, juist nu het moeilijk wordt. We staan namelijk voor een zware financiële opgave. Tenminste, dat wordt ons telkens voorgehouden. Maar hij is ook niet meer zo zwaar als eerder. Want eerst was het liefst 12 miljoen euro dat we moesten gaan bezuinigen, en nu is het nog om en nabij de 5 miljoen. En dat het tekort kleiner is geworden, zou ons hier allemaal kunnen verleiden tot het verhogen van de OZB en het vooral niet bespreken van andere maatregelen. Dat zou namelijk de makkelijke weg zijn, maar dat schuift de rekening alleen maar door naar later. Juist nu moeten we de rust behouden, nuchter en verstandige keuzes maken. En die willen wij wel maken, voorzitter.
Want maanden geleden zijn we als gemeente hier een ander proces gestart, waarbij de ambtelijke organisatie, en daar heb ik heel veel waardering voor, heel veel werk heeft verricht om te zoeken waar ruimte is om te bezuinigen. En daarbij is 5,6 miljoen euro gevonden op structurele basis. Maar ons is verzekerd dat als we die inzetten, we dan niet door de ondergrens zakken. En dat we dan blijven voldoen aan het maatschappelijk minimum, en dat we geen systemen afbreken. Dat zijn blijkbaar uitgaven die we maken zonder dat er inkomsten vanuit het Rijk tegenover staan. Dat klinkt ons in de oren als geen geld, geen Zwitsers. Geen knaken, geen taken. Maar tot op heden weten wij niet wat die maatregelen inhouden. En daarom vinden wij dat het college zoveel mogelijk maatregelen moet uitwerken in de begroting zoals ze zelf heeft voorgesteld, zodat wij als raad goed inzichtelijk krijgen wat nu het maatschappelijk minimum betekent. En daarbij willen wij wel zeggend, als een maatregel ons niet bevalt, dan schrappen we die. En dan kunnen we op dat moment bij de begroting de OZB verhogen. Want een OZB-verhoging is voor ons geen taboe, maar die moet niet als eerste redmiddel op tafel liggen, waardoor we al die maatregelen waar de afgelopen maanden naar gezocht is niet meer inzichtelijk krijgen. Een OZB-verhoging moet wat ons betreft dan ook pas in beeld komen als sluitstuk.
Eerst benutten wat er aan keuzeruimte beschikbaar is, eerst andere maatregelen overwegen en dan de algemene reserve inzetten. Op dat punt gelijk ook het amendement de reflectie dat we mede hebben ingediend namens de PvdA, het inzetten van de algemene reserve. Wat ons betreft doen we dat ook echt ter maximaal van het gemiddelde overschot van de afgelopen jaren. Dus niet om zomaar de rekening te dekken. De amendementen die we hebben ingediend, het amendement OZB als sluitstuk. Dat beoogt dus dat we pas na gaan denken over een OZB-verhoging nadat alle beschikbare keuzeruimte en andere maatregelen zijn benut. Zo krijgt de raad maximale invloed. En bij de begroting hebben we dan een integrale afweging te maken, welke maatregelen willen wij als fracties nu wel of niet terugdraaien? En waar is dan de OZB-verhoging werkelijk noodzakelijk voor? Eigenlijk precies zoals uit de participatiesessies naar voren is gekomen. Dat mensen best wel willen verhogen, indien duidelijk is waar dat dan voor is. De voorzitter: U hebt een interruptie van de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde de heer Duivesteijn laten uitpraten. Het pakket aan maatregelen dat het college voorstelt, daar is de OZB-verhoging een onderdeel van.
Waarom stelt Leefbaar dan dat dat het laatste redmiddel moet zijn? Waarom moeten wij die integrale afweging niet laten tot de begroting? Dan kunnen wij kiezen. De voorzitter: De heer Duivesteijn.
7/53
De heer Duivesteijn: Dank, voorzitter. De fractie van de PvdA zal ons nooit gaan overtuigen dat we de OZB aan de voorkant gaan verhogen. Dus voor ons staat vast dat we pas de lasten bij onze inwoners leggen op het moment dat dat onontkoombaar is. En het vertrekpunt om de OZB gelijk te verhogen, omdat we dan dingen in stand houden, dat gaat voor ons niet op. Wij willen eerst zien wat kunnen we nu structureel bezuinigen of minder doen met dezelfde kwaliteit, waarbij we niet door de ondergrens zakken, voordat we de OZB verhogen? Want dat onze inwoners... De voorzitter: De heer Azzouzi is nog niet overtuigd. De heer Azzouzi: Kunt u mij uitleggen wat is de ondergrens? Weet u wat dat betekent? Dat betekent dat wij niet investeren in kansrijk opgroeien, in onze ouderen en onze jeugd. Weet u dat? Beseft u dat? De voorzitter: De heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik weet heel goed wat kansrijk opgroeien is, en wat bestaanszekerheid is. Maar ons is verzekerd dat we niet door de ondergrens zakken. Maar wij weten ook, net als u, niet wat die ondergrens is. En het college heeft ons verzekerd dat er niks wordt afgebroken, en dat daar dus keuzeruimte is. En zoals dat ons is voorgesteld, is dat het kleinste topje van de ijsberg. En er wordt hier nu gedaan alsof wij aan de onderkant beginnen met schaven, alsof we alles afbreken.
Dat zou ik graag eerst inzichtelijk willen krijgen. En dan vindt u misschien ons aan uw zijde bij de begroting, als daar maatregelen in zitten waaruit blijkt dat mensen inderdaad door een ondergrens zakken. De voorzitter: Mijnheer Azzouzi, u vraagt een derde interruptie, maar u weet dat ik daar niet van ben. Er zijn er twee en er is nog een tweede termijn, dus dan kan het wat mij betreft verder gaan. En omgekeerd kunt u ook nog in discussie raken. Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank, voorzitter. Ik was bij het punt dat we eerst moeten snijden in uitgaven voordat we de rekening bij onze inwoners leggen. Dus de OZB moet voor ons geen automatische eerste oplossing zijn. Er zijn veel maatregelen in beeld gebracht, en de raad heeft daar simpelweg nu nog onvoldoende zicht op. Dus eerst benutten wat er al is voorbereid, zodat duidelijk is waar een OZB-verhoging echt voor nodig is. Want de OZB-verhoging is nu eenmaal een zwaar instrument. De lastenverzwaring die nu al dreigt, loopt in het zwaarste scenario op tot wel richting de 200 euro per jaar voor een gemiddeld huishouden. Goed is om daarbij op te merken dat de meest kwetsbare inwoners in Lansingerland al in aanmerking komen voor kwijtschelding van die OZB en andere lasten of heffingen, waardoor de rekening dus eigenlijk per definitie het hardste landt bij de middeninkomens.
Dan kom ik bij het amendement ‘De WOZ-waardecorrectie behouden.’ Het loslaten van die correctie zou betekenen dat we een automatische lastenverhoging van 10 procent op korte termijn realiseren. Het behouden van die correctie, zoals we al jaren hier doen, zorgt voor stabiliteit en voorspelbaarheid in de inkomsten en de lasten. En als de raad de OZB wil verhogen, dan kan dat gewoon. Dan kan dat een bewuste keuze zijn. Maar niet een straf omdat je huis weer meer waard is geworden. Dan wil ik even terugkomen op de andere amendementen. ‘Klimaatdoelen blijvend in beeld’ van D66. Wij zullen daar niet in meegaan, doordat wij het proces dat het college heeft voorgesteld… Die hebben een aantal maatregelen in beeld gebracht waarvan gezegd wordt dat we niet door de ondergrens zakken. En wij weten niet precies wat levert dat nu op. En we willen daarbij ook het college gewoon niet beperken in de mogelijkheden om die begroting op te stellen. ‘Kansen voor iedereen’ van D66. Hetzelfde antwoord… De voorzitter: Een interruptie van de heer Van den Beukel, op het vorige punt. Gaat uw gang.
8/53
De heer Van den Beukel: Voorzitter, dank u. Iedere partij maakt zijn eigen afweging. Voor mijn partij is het klimaat heel belangrijk. In de stukken van het college staat dat met voorgestelde maatregelen de klimaatdoelen buiten beeld raken. Dus dat gaat niet over een ondergrens die we niet kunnen begrijpen of die moeilijk te vatten is. Daar staat gewoon als je deze bezuiniging inzet, raken onze klimaatdoelen uit beeld. Is de fractie van Leefbaar 3B daar niet mee bezig? Vindt ze dat een oké uitkomst? De voorzitter: Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. De klimaatdoelen 2050 is een opgelegd doel vanuit het Rijk. En ik lees vanmiddag nog in de krant dat zelfs het Rijk zelf de eigen doelen niet haalt voor 2030. Wij willen graag eerst zien wat betekent dat nu concreet in geld en andere maatregelen? Wat gaat er nu werkelijk veranderen? Is dat maar een klein beetje? Is dat veel? En als dat bij de begroting betekent dat we echt dingen doen die niet goed zijn voor deze gemeente, dat het minder groen wordt, dat hier de straten overlopen, dan vindt u ons aan uw zijde om dat eruit te amenderen. Maar niet aan de voorkant beperkingen meegeven aan het college. De voorzitter: De heer Van den Beukel komt nog even terug. Gaat uw gang. De heer Van den Beukel: Ja, voorzitter.
Ik denk niet dat het zo is dat straten onderlopen in Lansingerland omdat Lansingerland zijn doelen niet haalt. Zo werkt het natuurlijk niet bij klimaatverandering. Dat weet u, dat weet ik. Dus voor mij is de informatie die u zoekt gewoon nu al voorhanden. Er is een inspanning nodig om te komen tot een netto nul uitstoot in 2050. Er zijn allemaal tussendoelen geformuleerd. Die zien we met name op de tuinbouw, om daar de CO₂uitstoot te reduceren. Want dat is de grootste uitstoot die wij reduceren. Dus u kunt toch nu al daar een antwoord op geven? Vindt u het acceptabel als we inderdaad ons budget terugschroeven, waardoor we die doelen voor CO₂-reductie in Lansingerland niet halen? Ja of nee? De voorzitter: De heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ja. Dat antwoord ga ik u schuldig blijven bij de begroting, op het moment dat wij weten wat het kost om die klimaatdoelen te behouden en welke facetten van de klimaatdoelen dat dan zijn. Want als wij niet 100 procent halen, maar 90 procent op de juiste dingen, dan zal onze fractie daar voorstander van zijn. Als dat betekent dat we echt door een ondergrens gaan, wat ons verzekerd is dat dat niet zo is, dan gaan we dat amenderen op dat moment. De voorzitter: Vervolgt u. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Dan ‘Kansen voor iedereen’ van D66. Zelfde kader.
Als we nu al de maatregelen gaan beperken en vanuit angst gaan regeren, dan vinden wij dat we het college veel te weinig houvast geven om die begroting op te gaan stellen. En ook hier, als er iets bij de begroting blijkt in te zitten waardoor we door de ondergrens zakken, als er echt mensen niet kansrijk kunnen opgroeien, als er jongeren echt in de problemen komen, natuurlijk gaan we dat terugdraaien. Maar we moeten eerst weten waar we het over hebben. Het is het topje van de ijsberg wat in beeld is gebracht. En als dat allemaal leuke dingen zijn, nice to have, dan moeten we daar kritisch naar kijken. De voorzitter: Markus heeft een interruptie. Mijnheer Markus. De heer Markus: U hebt het zeker over dingen die niet in beeld worden gebracht als deze amendementen worden aangenomen. Volgens mij geven we als raad ook een inhoudelijk kader mee
9/53
aan het college. En dat ontheft het college zeker niet van de taak ook de maatregelen die gewenst zijn in kaart te brengen die het college niet genomen heeft. En dan staat u alle vrijheid om die maatregelen wel te nemen. Als we het verkeerde kader meegeven nu, hebben we zo meteen een hele klus om alles eruit te amenderen. Dat is ook zonde van de tijd. De voorzitter: Korte vraag. Zonde van de tijd. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben een heel proces doorlopen waarbij we een voorkeursvariant hebben samengesteld, ook als fracties, waarbij bepaalde ambities in stand zouden houden of niet. Waarvan we niet weten welke maatregelen daarin zitten. En nogmaals, het gaat om een centimeter of misschien een meter. We weten niet hoe groot de staaf is waaraan we draaien. Misschien is het maar 1 procent, het is 2 procent. Dus als u de tabel ziet, dat zijn hele kleine stukjes van hele grote beleidsvelden. En ons, nogmaals, is verzekerd dat we niet door de ondergrens zakken. Er is een maatschappelijk minimum heel zorgvuldig door ambtenaren hier in kaart gebracht. En daar ga ik nu op dit moment vanuit. De voorzitter: Mijnheer Bik wil interrumperen. Gaat uw gang. De heer Bik: Dank u wel, voorzitter.
Ik ben benieuwd waarom de heer Duivesteijn nu zo vasthoudt aan het feit dat hij het vooral uit wil amenderen in de begroting en het er niet in wil amenderen tijdens deze perspectiefnota-bespreking. Want we krijgen toch allemaal, of we nu de ene of de andere manier aanpakken, krijgen we allemaal een knoppenboek voor ons waar we op dat moment nog steeds aan kunnen draaien? De voorzitter: Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dat weet ik niet of dat zo is, voorzitter. Ik weet niet of dat allemaal in het knoppenboek komt te staan. Als ik mijn antwoord afmaak, dan kan ik misschien de heer Bik eerst bevredigen. De voorzitter: Heeft u daar een schorsing voor nodig? De heer Duivesteijn: We doen hier gewoon serieuze zaken. En iedereen die daarom lacht die heeft een andere leeftijd intern, denk ik. Het is goed om te schetsen, we zijn hier vanaf december bezig met een nieuw proces, een ander proces, waarbij de ambtelijke organisatie superveel werk heeft verzet. En wat ik hier nu zie, is dat al die bezuinigingsmaatregelen die we mogelijk kunnen nemen worden teruggedraaid of niet worden bekeken. Dat is hoe ik het voor mij zie. En als we minder ruimte geven, betekent dat ook simpelweg voor ons dat we de lasten voor onze inwoners verhogen.
Want wat we niet aan structurele maatregelen gaan vinden, moet óf uit de algemene reserve gaan komen, wat geen blijvende oplossing is, óf het moet uit de OZB komen. En dan vindt u ons niet aan uw zijde. Dus eerst maatregelen op tafel. Zitten er goede tussen, laten we ze in stand. Zitten er slechte tussen, halen we ze weg. Zo simpel is dat. En zo beoordeel ik ook het andere amendement ‘Bestaanszekerheid voor iedereen.’ Dan het gebruik van de algemene reserve. Daar heb ik op gereflecteerd. En dan de motie Horti Science. Een evaluatie is altijd goed om te doen. We moeten hier doelen smart formuleren. Dan moeten we ook daarna weten hebben we onze doelen bereikt als we daar geld voor hebben beschikbaar gesteld? Als blijkt dat we al die doelen goed hebben bereikt, dan blijft het zoals het nu staat. En als blijkt dat we die doelen niet bereikt hebben, dan gaan we daar verder naar kijken, of dat nodig is. Dus die informatie op tafel krijgen voor de begroting lijkt me verstandig. En dit had wat ons betreft ook afgekund met een toezegging van de wethouder. Voorzitter, ik ga afronden, want het duurt al veel te lang. Of wordt er nog geïnterrumpeerd?
10/53
De voorzitter: Daar moet je nooit om vragen. Rondt u gewoon af. De heer Duivesteijn: Gelukkig, er willen niet nog meer mensen bevredigd worden. Voor ons is het in ieder geval helder, voorzitter. We gaan eerst snijden in uitgaven en maatregelen in beeld brengen waar maanden achter de schermen aan gewerkt is. En bij de begroting beoordelen we of dat inderdaad boven het maatschappelijk minimum blijft. Want laten we wel wezen, we hebben structurele maatregelen nodig. Structurele maatregelen die meerjaren doorwerken. En volgend jaar hebben we meer nodig en dat jaar daarna hebben we er nog meer nodig. Dus als we nu al maatregelen niet willen inzien of eruit amenderen, dat vinden wij niet verstandig. Laten we ons in ieder geval niet door angst leiden. Ons is in ieder geval verzekerd dat die ondergrens bewaakt wordt. Laten we kalm blijven, verantwoordelijkheid nemen voor Lansingerland en keuzes maken die ons op lange termijn vooruithelpen. Niet op de korte termijn. De voorzitter: U heeft nog twee interrupties te gaan. De heer Markus als eerste. De heer Markus: Ik zit er toch nog even op te kauwen. U roept steeds op dat wij elkaar angst aanpraten. Ik heb één partij, zowel in de commissie als in de raad, het woord angst horen gebruiken. Dat is Leefbaar. Ik zou daar toch mee stoppen, want ik heb totaal geen angst gevoeld in heel deze raad niet.
Herkent u dat? De voorzitter: Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Mijnheer Markus, er liggen drie amendementen die vanuit angst zijn ingegeven. Want u bent bang dat de bestaanszekerheid in gevaar komt. U bent bang dat de klimaatdoelen dat we daarmee alles onderuit halen. En u bent bang dat er geen jongeren meer kansrijk opgroeien. En dat is wat ik bedoel met angst. Laten we nu vooral vertrouwen op het college. Sturen met zoveel mogelijk ruimte. En we hebben hier gewoon een capabel college dat zelf kan inschatten of maatregelen wel of niet zinvol zijn. Laten we in ieder geval niet onze inwoners onnodig op kosten jagen, alleen omdat het kan. De voorzitter: De heer Bik wil nog interrumperen? De heer Bik: Ja, ik wil de heer Duivesteijn vragen waar hij in die amendementen het woord bang heeft gevonden. De voorzitter: De heer Duivesteijn. De heer Markus: Mijnheer Duivesteijn, het woord bang staat er niet in, maar het feit dat er een amendement op tafel ligt waarbij kansen verzekerd moeten blijven, waardoor maatregelen niet in een begroting landen, terwijl wij dit college op pad hebben gestuurd om maatregelen in beeld te brengen die ons Lansingerland niet verslechteren. Dat is wat er gaande is.
En nu wordt dat aan de voorkant teruggedraaid, terwijl ik gewoon eerst het college het vertrouwen wil geven om te doen waarvoor we ze op pad hebben gestuurd en in ieder geval niet met een beperkter kader de begroting te laten opstellen. De voorzitter: De heer Azzouzi, laatste interruptie hoop ik. De heer Azzouzi: Dank u wel. Ik moest toch ingrijpen, want hetzelfde betoog geldt ook voor het amendement van Leefbaar. De angst zit ook daarin voor 30, 40 euro extra OZB. Tegenover snijden in kansrijk opgroeien, jeugd, Wmo en alles. De voorzitter: De heer Duivesteijn.
11/53
De heer Duivesteijn: Dank u wel. Over die OZB, u stelt dus voor om onze lasten te verhogen, als ik uw redenering moet volgen, gewoon omdat het kan. Laten we die lasten verhogen om dan vervolgens niet te kijken naar onze eigen uitgaven. Dat is toch de simpelste manier van begroten? Dat is toch niet hoe we dat moeten doen? De voorzitter: Mijnheer Azzouzi, laatste keer. En dan was toch, dacht ik, de heer Duivesteijn ook afgerond. De heer Azzouzi: Dank u, voorzitter. Dat is niet waar, voorzitter. Wij stellen voor om de OZB te verhogen omdat wij de inkomsten horen te genereren. Die laten wij nu liggen en we gaan nu snijden in andere voorzieningen omdat we dat niet willen genereren. De voorzitter: Maar nu bent u uw eigen verhaal aan het promoten en niet aan het interrumperen. De heer Duivesteijn: Voorzitter, ik wil daar toch nog een keer op reageren en dan is het gewoon klaar. De voorzitter: Oké, u heeft daar recht op, maar dan ronden we dan ook uw eerste termijn af. De heer Duivesteijn: Het feit dat je iets kunt verhogen, of dat het van iemand verwacht wordt, betekent niet dat we dat moeten doen. Onze mensen hebben hier gewoon hoge lasten. De afvalstoffenheffing gaat omhoog, alles is duurder geworden in het leven. Ja, er zijn ook salarissen mee omhoog gegaan, maar we hebben ook hoge WOZ-waardes. En dat betekent dat we hier netto gewoon een heel hoog tarief hebben voor de OZB.
En dat komt dus, zoals ik al heb gezegd, bij de middeninkomens en net boven de minimuminkomens, die niet voor een kwijtschelding in aanmerking komen. Dus ik had juist van de PvdA verwacht dat zij hierin zouden meegaan. Daar wil ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dat zien we straks in de inbreng wel. We hebben nog een tweede termijn, mijnheer Van den Beukel, vindt u het goed om… U wilt inbrengen? Dat lijkt me prima. De eerste termijn voor de heer Van den Beukel van het CDA. Gaat uw gang. De heer Van den Beukel: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, het hoofdpunt moet komen en de zaal loopt leeg. Dat is toch jammer. Ik ga me toch even achter de oren krabben. Voorzitter, ik hoop dat u straks een momentje heeft om uit te huilen. De voorzitter: Ik denk dat u ook gewoon maar moet beginnen, toch. Misschien komen ze nog terug. Gaat uw gang. De heer Van den Beukel: Voorzitter, wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Fijn dat er nog een hoop publiek over is. Nee, voorzitter, alle gekheid op een stokje, het gaat over serieuze zaken hier. Het gaat over de begroting van onze gemeente. En die begroting hebben we goed bestudeerd als CDA-fractie. Dat wil zeggen, de perspectiefnota. We hebben ernaar gekeken, zoals ik in de commissie ook betoogd heb namens mijn fractie, vanuit de lens van goed bestuur.
Wat is goed bestuur volgens het CDA? Die houdt in dat we hier keuzes maken en dat we het college met keuzes op pad sturen die uitgaan van een beperkte overheid die veel ruimte laat aan de samenleving. We zien in Nederland een overheid die een steeds groter aandeel van de koek naar zich toetrekt om daarvan publieke uitgaven te doen. We geloven dat deze opgave van vijf miljoen die voor ons ligt, ook een kans is om als overheid goed te kijken of we ons wel op de kerntaken richten. Dus vandaar dat we inderdaad het amendement van de fractie van Leefbaar 3B hebben gesteund, om eerst te kijken waar kunnen we bezuinigen? Waar kan de gemeente de broekriem aanhalen? Om ook onze inwoners daarmee lagere lasten te geven. Maar zeker ook in eerste instantie om te kijken of we ons meer op de kernzaken kunnen richten en wat minder uitgaven kunnen realiseren als gemeente.
12/53
Voorzitter, dat is ook de reden om op dezelfde manier te kijken naar het amendement over WOZwaardecorrectie. Het is niet nodig om een automatisme te hebben in het verhogen van de inkomsten. Dat kunnen we prima doen zoals we dat de laatste jaren hebben gehad. Voor een ander aspect van goed bestuur, naast een beperkte overheid, gaat het ook over gericht zijn op de lange termijn. We hebben vandaag weer in Den Haag gezien, voor degenen die de NOS een beetje volgen, wat het betekent en wat het oplevert als je een overheid hebt die zich niet richt op de lange termijn. Totale chaos en ellende. Gericht zijn op de lange termijn in het kader van Lansingerland zit nu op twee aspecten. Het gaat over een visie hebben en houden op klimaatbeleid. Daarom hebben we de motie van de collega's daar mede ondersteund. Niet alleen vanwege het klimaat, maar ook vanwege de tuinbouw. Het is al gememoreerd dat twee derde van onze uitstoot komt uit de tuinbouw. Als we die niet klaarstomen voor de toekomst, door die dankzij geothermie en restwarmte naar netto nul uitstoot te brengen, dan hebben we ook heel veel economische activiteiten at risk. Dat willen we niet, dus vandaar steun voor die motie. Een ander aspect van gericht zijn op de lange termijn dat is onze eigen motie over Horti Science. We moeten zeker weten dat een van die pijlers van de omgevingsvisie, namelijk...
De voorzitter: U hebt een interruptie, mijnheer Van den Beukel, van de heer Azzouzi. Gaat uw gang. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Het ging heel snel… Want het CDA wil eigenlijk die correctie niet doen, OZB niet genereren. Eerst de ondergrens bereiken en afbreken voordat wij die inkomsten negeren. Begrijp ik het goed? De voorzitter: Mijnheer Azzouzi, u maakt nu een interruptie die u volgens mij, in een andere bewoording, ook al een paar keer gemaakt heeft. Dus uw punt is wel helder. Als we dat iedere keer gaan doen, duurt het heel lang. Ik geef de heer Van den Beukel het recht om te antwoorden. Gaat uw gang. De heer Van den Beukel: Voorzitter, dank u wel. Volgens mij is de heer Azzouzi een goede leerling van de heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn had het over angst en legde andere mensen een beetje angst in de mond. En de heer Azzouzi suggereert nu dat het CDA de partij is die de samenleving wil afbreken. Nee, dat heeft de heer Azzouzi echt verkeerd begrepen. Heb ik ook niet gesuggereerd. Sterker nog, wat ik heb gesuggereerd is… De voorzitter: De heer Azzouzi nog een keer. De heer Azzouzi: Voorzitter, ik wilde ook de mening van het CDA weten. Vandaar dat ik de vraag ook stel aan het CDA. We zijn in debat, dus ik wil gewoon weten hoe het CDA erin staat. Ik heb dat niet gezegd. Ik heb gezegd, accepteert u de ondergrens. En die ondergrens weten we niet allemaal.
En dat betekent dat je echt dingen gaat afbreken. Dat probeer ik te zeggen. De voorzitter: Neem me niet kwalijk dan, maar ik probeer het ook een beetje gecomprimeerd te houden. Mijnheer Van den Beukel, u ging er eigenlijk al op in, maar gaat u verder. De heer Van den Beukel: Voorzitter, ik wil het wel concreet maken en dan ga ik meteen verder in mijn inbreng. Dan heb ik denk ik ook een antwoord voor de heer Azzouzi en doe ik ook recht aan uw wens om een beetje tempo te houden. Er ligt een amendement over bestaanszekerheid voor iedereen. Wie is daartegen, zou je kunnen zeggen. Bestaanszekerheid voor iedereen, hoe zou het CDA daar kritisch op kunnen zijn? Voorzitter, ten eerste over de terminologie, bestaanszekerheid voor iedereen is altijd een grote belofte. De vraag is of die überhaupt waar te maken valt vanuit de overheid. Dan naar de inhoud van het amendement. In de perspectiefnota staat heel duidelijk
13/53
verwoord dat het minimabeleid gehandhaafd blijft. Dan heb ik het over echt minimabeleid, over de bijzondere bijstand. Daarbuiten is er inderdaad nog meer steunbeleid voor mensen die dat misschien wel zouden wensen, maar waarvoor het niet noodzakelijk is. Dus voorzitter, richting de heer Azzouzi, dat is inderdaad iets waarvan wij zeggen daar kan het een tandje minder. Denken wij. Gaan we zien of dat echt zo is bij de begroting, maar dat is niet per definitie afbraak als we er zo naar kijken. En voorzitter, datzelfde geldt misschien wel, maar dat weten we niet zeker, voor het amendement dat gaat over kansen voor iedereen. Het lijkt erop, voorzitter, maar ik hoor het graag van het college, of dat betekent dat als die bezuinigingen worden gerealiseerd, dat zaken als de praktijkondersteuner huisartsen worden geschrapt. Het lijkt erop dat dan de jeugdcoach op school, de JOS, wordt geschrapt. Voorzitter, dat lijkt ons niet zo wijs. Die hebben we juist ingevoerd om preventief bezig te zijn. Om te voorkomen dat mensen later grotere problemen krijgen en ook om hogere kosten te voorkomen. Dus ik hoor graag van het college of dat inderdaad de consequentie zou zijn van het inzetten van die knop, om dat even zo te zeggen. Als dat zo is, dan kijken we zeer sympathiek naar het amendement. Als dat niet zo is, dan kijken we daar kritischer naar.
En tot slot, wat ik wilde zeggen over Horti Science… De voorzitter: Er is nog een interruptie van de heer Markus. De heer Markus: Wat betreft het amendement, toch even ter verduidelijking. Er worden nu wat voorbeelden genoemd. Het gaat inderdaad in het amendement om dat we bepaalde dingen niet op de uitvoering bezuinigen. Wij snappen best dat er op jeugdzorg wat moet gebeuren. Dus, even los van het antwoord van het college, bent u het ook met ons eens dat als je gaat bezuinigen, je dat slim moet doen en zeker niet op de uitvoering, daar waar je mensen direct helpt? De voorzitter: Heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, dat lijkt me in alle oprechtheid een open deur. Ja, natuurlijk moet je slim bezuinigen en de focus leggen op de uitvoering en minder op het management. Ik ga er eigenlijk van uit dat dat al het geval zou zijn. Maar waar nodig willen we het college aanmoedigen om inderdaad die keuze te maken. Dat ben ik het met de heer Markus eens. En voorzitter, zoals ik al zei, we hebben als CDA, en volgens mij gelukkig als hele raad, echt een warm hart voor de tuinbouw. We zeggen met trots wij zijn de meest innovatieve glastuinbouwgemeente van de wereld. En dat is een van de pijlers in de omgevingsvisie.
Alleen we hebben het college, de wethouder, horen zeggen in de eerste termijn in de commissiebespreking, dat er eigenlijk nul euro was voor die pijler in de omgevingsvisie van volgend jaar. In de tweede termijn werd dat wat genuanceerd, maar het lijkt ons toch wel echt wenselijk en noodzakelijk om te weten, voor we een begroting zouden accorderen in het najaar, hoe we er eigenlijk voorstaan. Of we onze doelen kennelijk al behaald hebben, dan zou je kunnen zeggen prima, dan kunnen we met heel weinig geld toe. Als dat niet zo is, dan zouden we denk ik of die pijler moeten schrappen uit de omgevingsvisie en zeggen we laten het los. Of we zouden dat moeten financieren. Maar voor we die keuze kunnen maken, roept deze motie op om uiterlijk in oktober te komen met een evaluatie. We horen ook daar graag een reactie op van het college. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. Dan even een punt van orde. Want sommigen worden nu in het zonnetje gezet terwijl ze dat helemaal niet op prijs stellen. Misschien kunnen we de lamellen naar beneden krijgen. Ik hoop ook dat ze daar blijven, want ze hebben soms hele andere gedachten dan wij. Maar dan bent u in ieder geval van de zon verlost. Maar ik krijg een verzoek en als iemand daar last van heeft, dan wil ik daaraan tegemoetkomen. Dat is gebeurd.
Ik zie wel een verdeelde fractie aankomen bij de VVD over dit punt, maar dat vinden we wel terug. Eerste termijn, de heer Weerheijm namens D66, gaat uw gang.
14/53
De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Gelukkig nu met iets minder herrie van de lamellen. De perspectiefnota. Hoe hebben wij daar eigenlijk als fractie naar gekeken? We hebben natuurlijk al duiding meegegeven aan de commissie over wat voor ons de speerpunten zijn. Maar wat voor ons vooral vooropstaat, is dat we een bepaald perspectief willen meegeven. Zowel aan onszelf, om onszelf bij de les te houden straks bij de begroting, maar natuurlijk vooral aan het college. Een perspectief waar het college mee uit de voeten kan en op basis daarvan een goede begroting kan opstellen, die hopelijk straks in het najaar dan ook met niet al te veel gedoe aangenomen kan worden. In ieder geval is dat onze insteek. Het perspectief dat wij dus ook mee willen geven, en daarvoor doen we dus een aantal wijzigingsvoorstellen, is eigenlijk een duurzaam en sociaal inclusief perspectief. En dat is naar mijn mening net zo'n legitiem perspectief als bijvoorbeeld een perspectief dat gaat over de laagste lasten. Het is een keuze, een politieke keuze, die we met elkaar te maken hebben. Dat betekent niet, en dat vind ik wel belangrijk om voorop te stellen, dat welke amendementen hier vanavond ook aangenomen worden en hoe die perspectiefnota er straks in het najaar ook uitziet, wij gewoon het hele overzicht verwachten. Inclusief de knoppen die wel of niet worden ingedrukt en wat dat zou kunnen opleveren.
Zodat we precies weten waar we aan toe zijn. Want opnieuw, we schetsen hier een perspectief, we zijn hier niet om onze handen helemaal vast te binden zodat we straks geen kant meer op kunnen. Dus ik hoop dat het college dat ook zo gaat doen. Ik hoop dat het ook een aantal van de zorgen van andere partijen wegneemt. Dan ga ik de amendementen en moties maar gewoon even aflopen zoals ze zijn ingediend. Allereerst de waardecorrectie OZB niet loslaten. Dat vinden wij een beetje een moeilijke kwestie. Het is een beetje, oneerbiedig gezegd, boekhoudkundig. Is het nu zo dat je een tarief alleen maar verhoogt, ook nog met de inflatiecorrectie. Het is iets wat, denk ik, bij inwoners ook niet bekend is, dat we dit mechanisme al een aantal jaar hanteren. Wat wij belangrijk vinden, is als we straks bij de begroting zitten en we keuzes maken over de OZB, er gewoon een helder en goed uitlegbaar verhaal ligt. En dat het voor inwoners duidelijk is wat gebeurt er nu met de OZB? Waar komt dit vandaan? Is het hoger? Is het lager? Is het alleen gecorrigeerd voor inflatie? Is het voor andere dingen gecorrigeerd? Of is het gewoon helemaal verhoogd omdat het nodig is om bepaalde voorzieningen in stand te houden? We weten niet per se of dit amendement, het loslaten van dit mechanisme dat we al wat jaren hebben, of dat daar nu aan bijdraagt, of juist verwarring in stand houdt.
Dus dan kijken we ook even naar het college en wat voor duiding zij daarop meegeven. De voorzitter: Interruptie van de heer Duivesteijn. Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. U zegt dat het instrument al jaren bestaat. Het instrument beschermt ons ook bijvoorbeeld tegen daling van de woningwaarde. Dus het zorgt voor ons ook gewoon voor in ieder geval een nullijn waarop wij kunnen begroten richting de toekomst. Bent u het niet met mij eens dat we juist die zekerheid moeten waarborgen en blijven behouden, zodat we in ieder geval meerjarig ook weten wat de OZB minimaal gaat opleveren? De voorzitter: De heer Weerheijm. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Dat is natuurlijk waar inderdaad, je houdt ook rekening met een waardedaling van woningen. Die is volgens mij in deze gemeente sinds de oprichting al niet meer aan de orde geweest. Dus hoe realistisch dat is, die kans acht ik klein. Als je natuurlijk een bepaald tarief… De voorzitter: De heer De Graaf, gaat uw gang. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ongetwijfeld is de heer Weerheijm een stuk jonger dan ik, maar volgens mij ergens rond 2008 hebben we een kredietcrisis gehad. Ik weet niet of hij zich dat herinnert en wat het effect daarvan was op de woningmarkt.
15/53
De voorzitter: Mijnheer Weerheijm. Op die laatste vraag, niet over de leeftijd. De heer Weerheijm: Ik ben... Volgens mij was de gemeente Lansingerland toen nog niet helemaal af… Of wel? 2007? Toen was ik nog heel jong… De voorzitter: Ik had u liever inhoudelijk gehoord over het andere stuk. De heer Weerheijm: Ik mocht toen nog helemaal niet stemmen, mensen. Dus de afgelopen jaren, laat ik mezelf dan corrigeren, is daar natuurlijk al geen sprake meer van geweest. Het is al langer iets waarvan we denken is dit nu houdbaar, om het ieder jaar op deze manier te doen? Ik wil een discussie met de heer Van Santen over het gemeentefonds te allen tijde proberen te voorkomen. Maar het is natuurlijk wel iets dat meegenomen wordt in onze uitkeringen. Er zit een korting op het gemeentefonds, op basis van de potentiële belastingcapaciteit. Op het moment dat je een hoge belastingcapaciteit hebt, zoals Lansingerland, krijg je een korting op de uitkering, omdat de rijksoverheid verwacht dat je een bepaalde belastingopbrengst hebt. En als je dat dus niet doet, dan kom je ergens op wat minder uit. Dat kunnen we leuk vinden, dat kunnen we oneerlijk vinden, maar dat is helaas hoe de systematiek nu eenmaal werkt. Dus daar zullen we op den duur een keer op moeten anticiperen.
Je kunt niet… En wij denken dat je niet eindeloos dat tarief kan blijven verlagen, terwijl de capaciteit alleen maar hoger wordt. En daardoor die korting ook alleen maar hoger. De voorzitter: De heer Duivesteijn, tweede laatste interruptie. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. U zegt het Rijk verwacht van ons dat wij meer belasting ophalen. En u zegt daarbij we moeten misschien een keer maar loslaten die lage lokale lasten. Tenminste, zo interpreteer ik hem dan. Maar vindt u dan dat het in de afgelopen jaren slecht is gegaan in Lansingerland? Dat we meer geld nodig hadden voor andere zaken? Dat het hier niet groen genoeg is, of de andere zaken niet goed doen? De voorzitter: De heer Weerheijm. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel. Laat ik vooropstellen dat we absoluut niet van mening zijn dat dit dan maar betekent dat we maar meer belasting moeten ophalen. Wij zijn zeker van mening dat de OZB geen melkkoe en zo maar een knop is waar je even aan moet draaien. Dat is iets waar je heel voorzichtig mee om moet gaan. En als Lansingerland hebben we natuurlijk de afgelopen jaren ook met succes gewerkt aan het verlagen van onze lokale lasten. En als het aan D66 ligt, blijven we dat ook gewoon proberen te doen. Maar we moeten ook bij de begroting realistisch zijn hoeveel ruimte we nog hebben.
Dat brengt me automatisch ook bij de argumentatie voor het tweede amendement rondom de OZB als sluitstuk. Daar gaan we tegen stemmen, eigenlijk om dezelfde reden als net. Als we dat nu met elkaar afspreken, dan binden we onze handen wel heel erg vast. En we hebben liever dat we dat gewoon integraal meenemen en een afweging maken tussen bepaalde voorzieningen, bepaalde belastingen en dat we bij de begroting daar goed naar kijken. Volgens ons, als we ook… De voorzitter: De heer Duivesteijn nog een keer, gaat uw gang. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. De heer Weerheijm zegt dan binden we onze handen vast. Maar als u de OZB als sluitstuk gebruikt en u heeft gewoon nog 5 miljoen nodig, dan kunt u toch die OZB verhogen? Dat is toch ook gewoon de systematiek? U heeft toch geen vastgebonden handen op deze manier.
16/53
De voorzitter: Mijnheer Weerheijm. De heer Weerheijm: Als het een sluitstuk is, dat impliceert dat volgens mij dat je allerlei andere, misschien maatschappij ontwrichtende maatregelen al daarvoor genomen hebt. Dan heb je misschien al BOA’s ontslagen, dan heb je misschien een zwembad gesloten. Dat is echt iets waar wij, en ik denk uw partij ook niet per se, aan willen beginnen. Dus we willen daar het liefst gewoon in integraliteit naar kijken. Naar wat zijn nu de opties? Waar zitten potentiële tekorten? Waar zitten potentiële extra opbrengsten? Dus op die manier kijken wij daar naar. Ook hebben we daarbij in de commissie voor opgeroepen, en dat doe ik hier ook nogmaals, mocht het nu zover komen dat we de OZB helaas… Want opnieuw, we doen dit echt niet voor de lol, dat we dat leuk vinden. Als het nodig zou moeten zijn, maak het ook inzichtelijk als college van waar komt dit nu vandaan? Wat zijn de consequenties als we dit niet zouden doen met elkaar? Dus dat is onze reden om tegen dat amendement te zijn. Dan kom ik bij de amendementen die wij samen met een aantal partijen hebben ingediend. Allereerst die over duurzaamheid toelichtend. Voor ons is het eigenlijk heel simpel. Als we het hebben over een maatschappelijk minimum. Onze eigen klimaatdoelen niet halen, dat is voor ons ver onder dat maatschappelijk minimum.
En even richting de heer Duivesteijn, die eerst in het eerste termijn aangaf die 2050 is een norm die is opgelegd door het Rijk. Dat is ook gewoon iets wat in onze eigen duurzaamheidsvisie staat. Dus het is ook gewoon ons eigen beleid. En de klimaatcrisis is serieus. Ik weet niet of u de afgelopen dagen het weer heeft gevoeld, volgens mij is dat niet helemaal normaal. Dus dat nu uit beeld laten gaan, lijkt ons zeer onverstandig. Hetzelfde geldt eigenlijk voor ons amendement “Kansen voor iedereen.” We zijn een welvarende gemeente, en daardoor is kansengelijkheid des te belangrijker. Heel veel mensen krijgen hier heel veel kansen, daar zijn we heel erg blij mee. Maar we vinden juist dat de mensen die anders buiten de boot dreigen te vallen, dat die achterblijven. Dat kan niet de bedoeling zijn. En we kijken dus specifiek naar precies die dingen die de jeugd echt helpen in de praktijk. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer De Graaf. Gaat uw gang. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik zat nog even te kauwen op de toelichting van de heer Weerheijm over het amendement over de klimaatdoelen. Want als ik het goed begrijp, dan stelt u die voorwaarde van het halen van de doelen in 2050 wel als belangrijke voorwaarde hierin, maar het kopje verder blijft hetzelfde.