[BV25.0049] Verslag commissie Samenleving d.d. 8 mei 2025
Tekst van het document
En er zijn los van… De voorzitter: Mijnheer Bergwerff, ik ga u interrumperen voor een, ik ga u onderbreken voor een interruptie van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Is het de heer Bergwerff bekend dat het aantal woningen niet 15 procent is toegekend, maar 10 procent volgens 3B-Wonen in de presentatie van afgelopen april? De voorzitter: Mijnheer Bergwerff. De heer Bergwerff: Goed, dat zou kunnen. Dat wil ik van de heer Lieverse aannemen, dat dat 10 procent is. Maar er zijn echt nog meer opties die we nu niet meenemen. Bijvoorbeeld juist die woningen, die te bouwen sociale huurwoningen, oormerken en dan te zeggen, 10 procent is voor statushouders. We hebben het bericht gehad dat het voornamelijk gaat om alleenstaande statushouders, eenpersoonshuishoudens. Dan kan je ook zeggen, in de te
35/56
bouwen plannen, ook voor sociale huur, bouwen we niet voor die statushouders een reguliere woning, een rijtjeswoning, maar bijvoorbeeld twee woningen op één locatie. Zo kan je die 10 procent bijvoorbeeld naar 20 procent opkrikken. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken voor een interruptie van de heer Azzouzi. Mijnheer Azzouzi, ik wil u wel zeggen dat u echt aardig door uw tijd heen aan het gaan bent van interrupties. Dus dit is één van uw laatste interrupties in deze termijn. Oké, spreken we dat af? Helder. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Ik wil de redenering van het CDA ook volgen. Het CDA maakt een verschil tussen statushouders in vluchtelingen, asielzoekers. Maar u pleit voor een opvang op een andere locatie, Bleizo. Daar wordt ook toch op een hoop gegooid. Veel mensen van dezelfde cultuur en dezelfde… De voorzitter: Mijnheer Bergwerff. De heer Bergwerff: Voorzitter, dat is toevallig, want ik wilde dat wel gaan doen, maar dat heb ik nog niet gedaan, gepleit voor Bleizo in deze samenstelling. Klopt, wij gaan inderdaad pleiten voor Bleizo. Ik had ook deze vraag verwacht. Maar wij, nogmaals, deze twee onderwerpen, die zien we echt apart van elkaar. Een statushouder blijft over het algemeen in Nederland wonen. Die moet ook meteen integreren, zo snel mogelijk aan werk komen. Een asielzoeker is het nog maar de vraag of die persoon mag blijven in Nederland.
Dus daar willen we heel anders mee omgaan. En dat hoeft absoluut niet meteen, hoeven niet meteen opgevangen te worden binnen een woonwijk. Dan is een locatie buiten een woonwijk, en dan ga ik het maar nu noemen, Bleizo, ook absoluut een hele goede locatie. Eén van de belangrijke punten van Bleizo, tegelijk het bruggetje naar het onderwerp asielopvang, één van de goede punten voor Bleizo is dat daar veel meer draagvlak voor is, ook binnen de samenleving. En wij snappen als CDA heel goed dat binnen een woonwijk een AZC realiseren niet draagvlak kan vinden. Dat snappen wij heel goed. De voorzitter: Ik ga u onderbreken voor een interruptie van de heer Duijvestein. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik ben verwonderd over de houding van het CDA over Bleizo. Want er wordt hier eigenlijk al jarenlang door het CDA geroepen dat die locatie ongezond is naast de snelweg, onder hoogspanningslijnen. Is die locatie dan wel gezond voor asielzoekers? De voorzitter: Mijnheer Bergwerff. De heer Bergwerff: Dat is een hele goede vraag. Daar zou ik nog op komen als u mij had door laten praten. Maar wij zijn als CDA op het gebied van wonen op Bleizo, zijn wij al onze knopen gaan tellen. En hebben wij ook door dat dat hoogstwaarschijnlijk gaat gebeuren. Wij hebben daar geen meerderheid voor om dat tegen te houden. Dus in die zin zijn we over onze schaduw heen gestapt.
Daarnaast is het natuurlijk heel anders als je een asielzoeker bent en je blijft gemiddeld plusminus een jaar. Dat is het gemiddelde, er zijn echt uitschieters, op één locatie, in plaats van dat je een woning koopt en misschien wel twintig, dertig jaar in eenzelfde woning woont. Dus dat is echt heel anders. De voorzitter: Helder antwoord, mijnheer Bergwerff, wilt u ook uw termijn gaan afronden, alstublieft?
36/56
De heer Bergwerff: Ja. Daarnaast is het zo dat in Zuidwest-Bleizo heb je helemaal geen last van de snelweg, heb je helemaal geen last van die hoogspanningsmasten. Dus dan gaat dat milieuaspect ook helemaal niet op. Dus dat is ons argument daarvoor. Dan werd er vanuit het college aangegeven ook de verbinding slecht is met de dorpscentra. Dat is wat ons betreft bij Bleizo ook niet zo. We hebben een hele goede busverbinding juist naar alle drie de dorpscentra. De voorzitter: Mijnheer Bergwerff, ik ga u toch nog één keer onderbreken. Mijnheer Afalah, dat is een interruptie van u en de laatste interruptie voor de heer Bergwerff. Dan wil ik u echt vragen af te ronden, mijnheer Bergwerff. De heer Afalah: U weet dat op 1 januari 2027 de bedoeling is dat Tobias 2 hier gaat sluiten. U weet volgens mij ook heel goed dat op 1 januari 2027 er niks op Bleizo-West gaat komen. Hoe gaat u daarmee om met die mensen op dat moment? Want u weet dat het gewoon niet gaat lukken. De voorzitter: Mijnheer Bergwerff. De heer Bergwerff: Laat ik vooropstellen dat wij uw woorden eerder deze avond van harte nemen om Tobias 2 langer open te laten. Wie weet kan er enige overlap zijn. Aan de andere kant, we hebben al eerder over dit onderwerp gesproken, ook in deze commissie. En toen heb ik ook aangegeven als CDA, dat is van ons is geen criterium dat die overlap op elkaar moet aansluiten, die twee locaties.
Eigenlijk hetzelfde als wat de VVD al zei. Het is helemaal niet gezegd dat de mensen die hier opgevangen worden naast het gemeentehuis als asielzoeker, ook in deze gemeente een sociale huurwoning krijgen. Dus als we daar rekening mee moeten houden, denk ik dat we echt afwijken van het kernpunt. Wij als CDA zullen dus ook niet het voorstel van het college steunen. Eigenlijk de enige optie die wij nu reëel zien, dat is de optie voor Bleizo. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bergwerff. Dat is geen interruptie meer, mijnheer Lieverse? Nee, helder, want die zou ik ook niet toestaan. Het kan ook maar duidelijk zijn. Wij gaan naar de spreektijd van de ChristenUnie. Mijnheer Lieverse, u heeft het woord. De heer Lieverse: Voorzitter, de opgave die voor ons ligt, die voor ligt, is niet licht, maar wel helder. Lansingerland zal opvang moeten bieden aan mensen die veiligheid en perspectief zoeken. De Spreidingswet verplicht ons tot het opvangen van 391 mensen, los van de taak die we al hebben voor statushouders. Dat is geen vrijblijvende suggestie, maar een wettelijke verplichting. Zelfs als de wet zou vervallen, wat zeer onzeker is, blijft de morele en bestuurlijke verantwoordelijkheid bestaan. Dat benadrukken ook tientallen VVDen CDA-burgemeesters. Bovendien steunt het CDA de wet in de Tweede Kamer.
Voor de ChristenUnie is de zorg voor vreemdelingen geen beleidsoptie, maar een christelijke opdracht. Barmhartigheid is geen bijzaak van het geloof, maar een kernwaarde. Daarom vinden wij dat we deze verantwoordelijkheid niet kunnen doorschuiven. Niet naar een volgend college, niet naar een andere plek, niet naar een andere gemeente. We dragen deze zorg samen. Het plan dat nu voor ligt, is nog geen voorstel, ook al zei het CDA het net. Het is nog geen voorstel tot een besluit, maar een richtinggevend overzicht van mogelijke locaties. En wij zien daarin een realistische, zorgvuldige en menselijke aanpak, waarop we graag inhoudelijk reflecteren. Zorgen over omvang, snelheid en draagvlak, zoals van Leefbaar bijvoorbeeld, zijn begrijpelijk. Tegelijk biedt het voorgestelde spoor juist duidelijkheid, structuur en ruimte voor participatie. De VVD erkent wel de verplichting tot huisvesting van statushouders, maar kijkt weg van de eveneens wettelijk verplichte opdracht van asielzoekers. Het CDA wijst naar Bleizo. Wat ons betreft is die locatie op dit
37/56
moment geen reëel alternatief. De grond is deels in bezit van Zoetermeer en vergt langdurig overleg. Bovendien ligt Bleizo geïsoleerd, zonder sociale infrastructuur. De voorzitter: Mijnheer Lieverse, ik heb een interruptie voor u van de heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. De heer Lieverse refereert aan waar wij op gereageerd hebben. Maar stelt daarbij dat er alle ruimte is voor participatie in dit proces. Wat bedoelt u daarmee? Welke participatie heeft u het dan over? De voorzitter: Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Die vraag heeft u al gesteld in uw eigen woordvoering. Die zal de wethouder vast dan ook u gaan beantwoorden. De voorzitter: Mijnheer Lieverse, dat leidt nog tot een vervolginterruptie van de heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dat vind ik wel makkelijk, want u zegt, het college gaat die vraag beantwoorden, maar u stelt dat er alle ruimte is voor participatie. Dan gaat u het antwoord toch niet door het college laten geven? De voorzitter: Mijnheer Lieverse en gaat u dan ook verder met uw termijn, alstublieft. De heer Lieverse: Maar u weet wat er gedaan is, u weet van de procedure in januari, van het stappenplan wat er gedaan is, dat er wel degelijk een hele circus is opgetuigd om juist de participatie vorm te geven. Dat is voor ons een helder signaal geweest dat het goed ging. De voorzitter: Mijnheer Duivesteijn, tot slot.
De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. U refereert naar dat proces in januari. Er ging een breed gesprek, heeft het college gevoerd, over nieuwkomers. Maar daarbij zijn geen locaties besproken. Welke participatie ten aanzien van deze locaties heeft u het dan over als u zegt, er is alle ruimte voor participatie? De voorzitter: Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: U weet dat zo gauw de keuze gemaakt was op grond van de schifting, op grond van de criteria die wij als raad hebben vastgesteld, gekomen is tot een beperkt aantal locaties, dat zo gauw mogelijk alle mensen die ermee te maken hebben, daarover geïnformeerd zijn en uitgenodigd zijn om daarover te horen en weerwoord te geven. Los van de open avonden die daarna ook georganiseerd zijn. De voorzitter: Gaat u verder met uw termijn, mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Ik was bij het CDA. Bleizo ligt geïsoleerd. Dat helpt integratie niet. Dat belemmert het. Zoals Henri Bontenbal terecht zei, Nederland heeft geen asielcrisis, maar een integratiecrisis. En dat is precies wat we willen voorkomen. Daarom kiezen wij principieel voor opvang binnen de kernen. In wijken waar ontmoeting en meedoen mogelijk zijn. Niet uit naïviteit, maar vanuit de overtuiging dat het werkt. Kijk naar Tobias 2. Daar komen opvang, integratie en lokale betrokkenheid samen. Dankzij vrijwilligers, taalcoaches, buren die meedoen.
De enthousiaste brief van het taalcafé heeft u mogelijk gezien. Dat willen we vasthouden, ook als Tobias 2 sluit. De vier locaties die het college nu noemt zijn
38/56
niet perfect, maar uitvoerbaar. Merenweg, dat is een locatie die rustig is, al zei het tijdelijk, nabij voorzieningen en eerder door ons als kansrijk aangedragen. Maaiveld, meer geïsoleerd en geluidgevoelig, maar wel snel inzetbaar en pragmatische keuze. Jacob Marislaan, onze voorkeur ligt in principe bij een vaste plek, zodat dit circus wat we nu aan het doorlopen zijn niet steeds terugkeert. Maar tegelijkertijd begrijpen we de zorgen rond de concentratie van alleenstaande statushouders. We horen graag of het college ook andere opties of aangepaste tijdspaden overweegt. Eerder noemden wij zelf bijvoorbeeld Wolfend. Oudelandselaan, de reguliere woningmarkt wordt nauwelijks belast. De voorzitter: Mijnheer Lieverse, wilt u zo gaan afronden, alstublieft. U mag nog verder gaan, mijnheer Lieverse, maar als u zo, dat was wel een heel abrupt einde. De heer Lieverse: Maar ik heb 75 seconden gebruikt, voorzitter, aan interrupties. Dat heb ik straks niet meer nodig. De voorzitter: Daar ga ik u dan aan houden, mijnheer Lieverse. Dat is een afspraak die we kunnen maken. Maar rond uw termijn alstublieft af. Dank u wel. De heer Lieverse: In ruim driehonderd gemeenten worden inmiddels asielzoekers opgevangen. Wij doen het ook, met driehonderd mensen op de Tobias 2. Zij verdienen een vervolg in onze gemeente. Natuurlijk zijn er zorgen. Soms luidruchtig geuit. Maar we horen ook andere stemmen.
Inwoners die zeggen, dit is goed. Dit is nodig. We doen het samen. Tot en met de ingezonden brieven in De Heraut van vandaag. Diezelfde houding horen we ook uit het onderwijsveld. Rond Bevrijdingsdag hoorden we het ook. Honderd jaar. Nee, helaas nog geen honderd jaar. Pas tachtig jaar vrijheid vieren en in welvaart leven. Voor Lansingerland is oorlog lang geleden. Voor heel veel plaatsen in de wereld is het de praktijk van vandaag. Toen hadden wij hulp nodig. Nu hebben anderen hulp nodig. De ChristenUnie, voorzitter, dat zijn mijn slotwoorden, kiest voor gerechtigheid die niet ophoudt bij de grenzen van gemak. Dit proces vraagt moed, maar biedt perspectief. Wij dragen daar graag inhoudelijk aan bij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse. Dan vraag ik u wie de volgende spreker is. Dat is de heer Van der Stad van D66. U heeft het woord. De heer Van der Stad: Dank u wel, voorzitter. Als het aan D66 ligt, staan we als Lansingerland voor een drietal plichten. Allereerst en het belangrijkste hebben we als Lansingerland de morele plicht om mensen op de vlucht voor geweld, vervolging en rampen een veilige plek te bieden, waarbij mensen vanaf de eerste dag mee kunnen doen in de samenleving. Daarnaast hebben we twee wettelijke verplichtingen.
De wettelijke plicht om mensen die een veilig heenkomen zoeken op te vangen volgens de Spreidingswet en de taakstelling voor het huisvesten van de statushouders die een verblijfsvergunning hebben. Lansingerland vangt op dit moment succesvol driehonderd vluchtelingen op. Maar als de Tobias 2 moet sluiten vanwege de bouw van Wilderszijde, moeten deze inmiddels gewortelde mensen in Lansingerland weer verhuizen. D66 is daarom voorstander van het realiseren van nieuwe opvang, zowel tijdelijk als permanent. Het is onwenselijk om de discussie over één of meerdere locaties telkens opnieuw te voeren. Dit is onwenselijk voor zowel inwoners als het ambtelijk apparaat. Ook als de Spreidingswet mocht worden ingetrokken, dan verdwijnt de opgave niet. Lansingerland zal altijd een gemeente zijn waar Den Haag naar kijkt, onder welke wet dan ook. Nu niet besluiten betekent simpelweg de bal vooruit passen naar een volgende raad. Onverantwoord en te gemakkelijk. En alhoewel de Spreidingswet verguisd wordt, doet het wel zijn werk. Er worden meer plaatsen gerealiseerd en de spreiding zorgt voor verbeterde integratie. Het legt de druk niet meer op
39/56
één of twee gemeenten in Nederland, maar op allen. Daarnaast hebben we grote tekorten op de sociale woningmarkt, waardoor we niet voldoen aan onze wettelijke taakstelling om statushouders te huisvesten. Het is de hoogste tijd om te kijken of we dit vlot kunnen trekken door specifiek voor deze doelgroep te bouwen. Als we dit niet doen, lopen we reëel risico dat de provincie de regie overneemt en zowel 3B-Wonen als Lansingerland buitenspel zet. Dan zijn we nog veel verder van huis. En uit de gesprekken die we afgelopen weken gevoerd hebben, blijkt dat er veel behoefte is aan spoedwoningen en woningen voor de eigen jeugd. En ja, we gaan nog ruim elfduizend woningen bouwen. En de woningen waar we nu over spreken, komen daar bovenop. Juist om de verdringingen van starters en eigen woningzoekenden tegen te gaan. Zij komen er op dit moment amper tussen op deze oververhitte, zeer dure woningmarkt. Het is voor onze fractie simpel. Het is terecht dat Lansingerland kwetsbare mensen opvangt en huisvest. Dit is geen tijdelijke taak, maar een permanente opgave. Met of zonder Spreidingswet. Wel hebben wij natuurlijk ook gemerkt dat de plannen vragen en zorgen oproepen bij inwoners. Deze moeten serieus genomen worden, maar tegelijkertijd heeft Lansingerland succesvolle ervaringen met de opvang van vluchtelingen in de huisvesting van statushouders, bijvoorbeeld in de Hergerborch.
De uitvoering van de plannen dient gemaakt te worden met inwoners. Daarvoor zijn er al veel stappen gemaakt. Het college en ambtenaren hebben persoonlijk honderden inwoners gesproken. En dat is niet niets. Echter, we snappen dat de snelheid en de manier waarop informatie is gedeeld niet altijd voldoet aan de verwachtingen van inwoners. Dat is een leermoment voor onze gemeente. Dan doorkijkend op de locaties. Er heeft een grondig vooronderzoek plaatsgevonden. Van tweehonderd locaties in stappen terug naar vijftien. En op basis van onze meegegeven criteria is er een afweging uiteindelijk in gemaakt. Dank voor deze uitwerking. Wat voor D66 belangrijk is richting verdere uitwerking zijn een vijftal punten waarna ik mijn eerste termijn zal afsluiten. Eén, zorg voor heldere afspraken met het COA over de doelgroep die we gaan opvangen. Geen uitgeprocedeerde of ongeregistreerde asielzoekers. Voorzieningen zoals zorg zoveel mogelijk op locatie en gerealiseerd door het COA, zodat zwaarbelaste lokale voorzieningen zoals huisartsen er niet nog meer werk bij krijgen. Maar denk ook over de aanwezigheid van onder andere huismeesters en andere personeel voor de veiligheid op de locatie. Twee, zorg voor de kwalitatief goede huisvesting die tegen een stootje kan en niet uit de toon valt met de rest van de wijk. Zorg voor voldoende groen zodat we leefbare locaties realiseren.
Drie, zorg ervoor dat de integratie plaatsvindt vanaf dag één. Dit betekent onder andere begeleiding naar werk of vrijwilligerswerk, onderwijs, sport en taallessen. Laat mensen niet aan hun lot over. Vier, houd rekening met het absorptievermogen van een wijk. Als D66 stellen we meer eisen aan semi- of permanente locaties dan aan de tijdelijke locaties van twee à drie jaar. Het moet de dynamiek en leefkwaliteit van een wijk niet veranderen en mensen moeten zich veilig blijven voelen in hun eigen wijk. En als hiervoor investeringen nodig zijn in de veiligheid, zijn we daar ook voor bereid. Kijk naar het absorptievermogen en focus je niet rot op het behalen van aantallen op een enkele locatie om te voldoen aan de opgave. En bespreek voorzieningen met het COA. Maar wees ook slim en kijk naar verschillende samenstellingen. De voorzitter: Mijnheer Van der Stad, een korte interruptie. Mijnheer Duivesteijn, ook uw laatste interruptie in deze termijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Als we kijken naar absorptievermogen, bijvoorbeeld bij de Jacob Marislaan. Denkt u dan dat daar absorptievermogen is in die wijk? De voorzitter: Mijnheer Van der Stad, en daarna kunt u ook verder gaan met uw termijn.
40/56
De heer Van der Stad: Ik denk dat er een zeer stevige discussie gaande is en gezien de aantallen die daar genoemd worden is dat maar de vraag. Maar voor onze fractie is de Jacob Marislaan ook een geschikte locatie om verder op door te kijken, wat is er wel mogelijk. Ik vervolg. De voorzitter: Dat is een goed idee, mijnheer Van der Stad, maar ik ga u toch onderbreken voor een interruptie van de heer Bergwerff nog. De heer Bergwerff: Dank u wel. Ik heb nog een vraag. Even een stukje terug, dat eerste punt. Volgens mij zei D66 van, we moeten invloed uitoefenen op de doelgroepen van asielzoekers die we dan zouden willen opvangen. Maar zover ik weet hebben we als gemeente daar helemaal geen invloed op en is het maar afwachten wie de doelgroep gaat zijn. De voorzitter: Mijnheer Van der Stad. De heer Van der Stad: We moeten zorgdragen van waar we wel invloed op gaan uitoefenen. Maar wees ook slim en kijk naar de verschillende samenstellingen. Bijvoorbeeld het mixen van statushouders met spoedzoekers. En als laatste, geef wijkbewoners een stem in de inrichting en opzet van de locaties. En laat inwoners meedenken over de inrichting. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Stad. Dan tot slot in deze eerste termijn ga ik naar u, mevrouw Van Olst, van de fractie VOOR Lansingerland. U heeft het woord. Mevrouw Van Olst: Dank u wel, voorzitter.
Ik hoop dat ik nog iets nuttigs kan toevoegen aan deze discussie. Wellicht is er wat herhaling, maar goed, dan geldt de kracht van de herhaling. Als eerste de locatiekeuze. De gekozen locatie voor het AZC achter de Plantenhal vind ik een kansloze locatie. Hoe is het mogelijk dat er in tijden van woningnood ineens een stukje grond beschikbaar is waar blijkbaar ook gebouwd kan worden en in de hoogte nog wel? Want waarom is dit idee niet eerder geopperd, om bijvoorbeeld woningen te bouwen voor jongeren die zelfstandig willen wonen of ouderen die kleiner willen wonen? We hoorden net behoorlijk grote aantallen mensen die dus ook gewoon zo'n woning zoeken. Waarom kan dit planologisch ineens? Hoogbouw is aan de andere kant van de hogesnelheidslijn in de Noordpolder immers niet de bedoeling. In de stukken lees ik dat geluidsoverlast op een bedrijventerrein niet goed is voor getraumatiseerde vluchtelingen. Hoe rijmt dit dan met de locatie naast de hogesnelheidslijn? Dat dus even over de locatiekeuze van het asielzoekerscentrum. Dan de locatie aan de Noordeindseweg. Dat vind ik ook een bijzondere keuze, want dat moest toch agrarisch blijven? Hoe kun je dit verklaren aan de mensen die daar op deze gronden een woning hebben gekocht? Dat lijkt mij een lastige en kostbare kwestie.
Daarnaast vind ik het bijzonder dat wij in Nederland allen gelijk behandeld worden, zoals in artikel 1 van de grondwet staat. Dus waarom wordt dit nieuwe gebouw dan specifiek bestemd voor de doelgroep van statushouders? Dat lijkt mij tegenstrijdig aan dit belangrijke artikel. Wat is een statushouder meer of minder dan iemand anders die een woning nodig heeft? Er zijn immers zoveel mensen in Lansingerland die zo'n soort woning zouden willen. Daarnaast is het voor de integratie van statushouders beter als zij niet met elkaar in een locatie verblijven, maar verspreid worden over de gemeente. De andere twee locaties in Bleiswijk en op het bedrijventerrein in Bergschenhoek zijn tijdelijk. Dat lijkt mij geen oplossing. Zo blijf je bezig met onrust creëren. Dit moet je gewoon niet doen. De puzzel, als die al gelegd moet worden, moet opnieuw worden gelegd. Er klopt nu niets van. En het lijkt mij een beter idee om alle puzzelstukjes terug in de doos te doen en deze terug te sturen naar Den Haag. Want wij
41/56
kunnen deze puzzel niet oplossen. Dan iets over de communicatie. Want dat is volgens mij hier het issue. Want of een puzzel nu gemakkelijk is of moeilijk is, of niet op te lossen is, de manier van communiceren, de toon van de muziek, kun je wel kiezen. En ik vind dat deze keuze niet goed gemaakt is. Hoe verzin je het om bij slechts een beperkt aantal adressen een dag voor de informatieavond een brief te sturen? Voor zoiets ingrijpends. Ik woon zelf ook in de betreffende wijk en ik had de brief ook niet ontvangen. Ik wist het natuurlijk wel via dit medium. Maar ja, hierdoor is dus heel veel onzekerheid en angst ontstaan bij inwoners die zich vervolgens verenigd hebben. Burgerparticipatie op het verkeerde moment dus. Het vertrouwen in de overheid daalt hierdoor met rassenschreden en dat is niet de bedoeling. Hoe anders had dit kunnen zijn als de buren wel geïnformeerd waren of betrokken waren bij wat hun buurman van plan was. Want zo moet je er dus naar kijken. Hoe zou je zelf willen dat je buurman je informeert over wat hij van plan is? Dan zorg je er toch voor dat je in een ontspannen setting met elkaar om tafel gaat. Wat er nu ontstaat is polarisatie en wantrouwen tegen de overheid. Dit kan niet de bedoeling zijn.
Dat al deze inwoners zich nu roeren en opstaan voor hun eigen leefomgeving geeft hopelijk voldoende aanleiding om en die puzzel terug te sturen en de communicatie te herstellen en daarmee een stukje vertrouwen terug te winnen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Olst, voor ook uw bijdrage. Dan zijn we aan het einde gekomen van deze eerste termijn van de commissie. We hebben naar negen fracties geluisterd. En hierna is het college aan zet voor de beantwoording van het college. Ik ga daar zo direct voor schorsen. Maar ik heb eerst nog een zeer praktische mededeling. Er staan op dit moment twee auto's op de parkeerplaats van Wolfert Lansing. Een zwarte Kia Rio en een grijze BMW X1, die mogelijk van één van u zijn. En deze parkeerplaats gaat sluiten. Dus mocht u vanavond met uw auto naar huis willen, dan wil ik u adviseren, verzoeken, vragen, om uw auto wellicht even te verplaatsen. Mocht die niet van u zijn, geen enkel probleem, maar dan heb ik het wel even genoemd. Dan gaan we nu schorsen. Wij gaan schorsen voor tien minuten en tien over half elf gaan wij hier verder met de beantwoording van het college. Ik schors de vergadering. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, wilt u allemaal weer plaatsnemen. Wij gaan ogenblikkelijk verder met onze vergadering. Dames en heren, wilt u allemaal weer plaatsnemen. Wij gaan direct verder met onze vergadering.
Dames en heren, hartelijk welkom terug in de raadzaal van de gemeente Lansingerland. Als u allemaal wilt plaatsnemen. Welkom terug. Dan gaan wij verder met onze vergadering van de commissie Samenleving. Ik zie nog een paar commissieleden deze kant op snellen, dus dan praat ik nog even deze heropening vol. De heer Weerheijm zie ik ook, de heer Erwich komt er nog aan. Oh, u gaat weer weg, mijnheer Weerheijm. Hartelijk welkom iedereen terug in deze zaal. Ik heropen de vergadering van de commissie Ruimte van 8 mei en wij zijn in agendapunt 5.a, dat is de bespreking van de collegebrief over de locaties voor asielzoekers en statushouders. Wij hebben voor deze schorsing de inbreng van de commissie afgerond, alle negen partijen, en gaan nu naar de beantwoording van het college. En ik kan me goed voorstellen dat die beantwoording mogelijk toch emoties of reacties oproept. Maar tot dusver kan ik als voorzitter echt wel blij zijn en u ook complimenteren met het respect wat u heeft voor de insprekers en voor de commissie. Dank u wel daarvoor. En ik wil u echt vragen om dat respect ook te hebben voor de collegeleden. Ondanks dat het prima kan dat er tegengestelde meningen zijn. Dat kan en dat mag. Op het moment dat ik bemerk dat er toch emoties oplopen, zal ik daarop ook moeten ingrijpen. Daar vraag ik uw begrip voor.
Maar ik wil natuurlijk vooral op uw hulp rekenen om te zorgen dat dat niet nodig is. Insprekers, commissieleden, college, ik reken
42/56
op uw hulp. En dat gezegd hebbende wil ik wethouder Cnossen als eerste het woord geven. Wethouder. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel, voorzitter, voor het woord. Ik zal de aftrap doen namens het college en vervolgens gaat het stokje over naar de andere wethouders. Vooraf gezegd willen we toch graag neerzetten waar we het vanavond over hebben, namelijk het locatieonderzoek waar de raad het college opdracht voor heeft gegeven. Dat locatieonderzoek heeft het college uitgevoerd en opgeleverd en vanaf dat moment is inderdaad de participatie, communicatie gaat lopen. Maar voorzitter die participatie begint eigenlijk nu pas. Want eerst moesten wij vanavond bij de raad ophalen, bij de commissie ophalen, hoe zij hierin zitten en waar we wel en niet mee verder kunnen. Dus dat frame wilde ik toch wel graag (wegens een technische storing ontbreekt een deel van de opname en het verslag)* De heer Fortuyn: Ja, dat moet ik nader onderzoeken. Die 1 januari is niet voor niks gekomen. Het was eigenlijk midden 2026 en is verlengd tot 2027. Er moet natuurlijk … plaatsvinden. De woningbouwontwikkeling gaat uiteraard door. Ik moet het verder uitzoeken, maar daar ga ik even het gesprek over aan. Dus ik vraag alleen bevestiging van u uit of we dit moeten onderzoeken, ja of nee.
De voorzitter: Ik zal zo direct proberen in de tweede termijn ook dat antwoord uit de commissie voor u te krijgen, mijnheer Fortuyn. Maar daar gaat de commissie toch ook zelf over. Wethouder Hoek, u heeft het woord. De heer Hoek: Dank u wel, voorzitter. Het gaat over de Spreidingswet. Daar is een vraag over gesteld. De regionale regietafel is in het leven geroepen toen de druk op opvang ontzettend toenam. Weliswaar toen de Spreidingswet nog geen feit was is daar al een soort verdeelsleutel, met een verdeelsleutel gewerkt. Nadat de Spreidingswet een feit was, is die verdeelsleutel officieel geworden en hebben wij gewoon aantallen gekregen die we moeten leveren. Het zijn met name de gemeenten die de heer Duivesteijn noemt die nu intensieve gesprekken hebben met de provincie, omdat zij nog niet voldoende leveren. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Hoek. En dan wethouder Muis. U heeft het woord. De heer Muis: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de insprekers ook vanavond. Ik heb tijdens de participatie volgens mij meer dan honderd bewoners rond OudelandselaanNoordeindseweg gesproken. En ik begrijp, dat had u wellicht langer gewild en volgens mij kan dat nog steeds. Alleen hier vindt nu het debat vanavond plaats.
Wat ook uit de gesprekken kwam en ook hier vanavond door de insprekers en ook uit de commissie, is met name de concentratie een probleem of een mogelijk probleem in de verschillende bijdragen die ik heb gehoord. Dat betekent dat een gemengde groep wellicht wel mogelijk zou zijn. Alleen ook daarover hoor ik dan in de commissie, die hier uiteindelijk over moeten beslissen. Tenminste, die zullen moeten beslissen over andere locaties dan. Dat er geen voorkeur is voor een concentratie, hier de meerderheid, op de locatie OudelandselaanNoordeindseweg. En ik wil best, ook samen met 3B-Wonen, kijken of er een mix van doelgroepen mogelijk is op de locatie. Als dat uw wens is, maar dan hoor ik dat graag in tweede termijn. Want ik heb het nu nog niet heel scherp eruit gekregen of dat zinvol is om verder te onderzoeken. En ik doe alleen dingen die zinvol zijn. Dus ik hoor u graag daar dan over. Dit gezegd hebbende…
43/56
De voorzitter: Kan u die vraag voor mij iets scherper formuleren, wethouder Muis? De heer Muis: Dat wil ik best, voorzitter. De vraag is, heeft het zin als ik samen met 3BWonen ga kijken naar een mix van doelgroepen op de locatie OudelandselaanNoordeindseweg? Of zegt u bij voorbaat, ga dat niet doen, want we gaan er toch tegen stemmen. Dan weet ik dat liever vanavond dan over een aantal weken. De voorzitter: Dan snap ik uw vraag in ieder geval. Dan gaan we zo direct horen of de commissie hem heeft begrepen. Dat was ook uw bijdrage? Gaat u verder. De heer Muis: Nee, want hiermee is het probleem natuurlijk niet opgelost. Dat heeft mevrouw Vliet Vlieland natuurlijk ook toegelicht. De taakstelling en de achterstand blijft. We hebben nu 222 statushouders te huisvesten. De taakstelling voor dit jaar is iets naar beneden bijgesteld. Dat is gunstig. Het zou kunnen dat we heel die taakstelling voor dit jaar weten te halen. Blijft nog steeds die achterstand van 119 statushouders staan. En die moeten we wel op gaan lossen. Ik heb recent een toezichtgesprek gehad. Dus ook maar even weg te nemen dat het allemaal theorie is. Dat is niet allemaal theorie. Dat is geen fictie. Dat is echt de praktijk. Als we, 1 juli kunnen we naar de volgende trede. En dat is zeg maar de op een-na-laatste trede ongeveer.
Dus het is wel serieus dat wij met een realistisch plan komen hoe wij binnen een half jaar of binnen een jaar hier opvolging aan gaan geven. Dus prima als u besluit, dit is niet de locatie. Maar dan wil ik graag van u een opdracht op basis van het locatieonderzoek, welke andere locaties u dan wel geschikt acht. Ik ga sowieso kijken naar alle andere mogelijkheden die er zijn, zoals woningdelen, hospitaregeling en alles wat ik in mijn instrumentenbox heb. Maar u zult toch denk ik ook iets moeten doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Muis. Zijn er dan nog op dit moment prangende vragen van de commissie voor het college? Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Voorzitter, dank u wel. Ik had gevraagd naar een reflectie op de vraag van inwoners over veiligheid, woningwaarde, welke doelgroepen, waarom er alleen positieve vragen moesten worden gesteld. Wat kan Rotterdam voor ons betekenen met de resterende taakstelling? Dus ik wens toch wel een iets uitgebreider antwoord van het college. De voorzitter: Dan gaan we eerst even kijken of het college op dit moment die kan en/of wil geven. Want u gaat over uw vraag, het college over het antwoord. Wethouder Cnossen, u wilt er nog op reageren. U heeft het woord. Mevrouw Cnossen: Ik heb inderdaad uw vragen ook genoteerd, via de voorzitter, zeg ik dit tegen de heer Duivesteijn.
Maar het verzoek was om toch wat kort te antwoorden. En uiteraard, wij herkennen heel veel dingen die hier vanavond gezegd zijn. Maar we hebben als college ook geprobeerd uit te leggen, ook in de technische antwoorden op uw vragen, hoe de zaken gelopen zijn. Dus wil Rotterdam die taak overnemen, deels overnemen, vroeg u. Ik denk dat wethouder Hoek daar duidelijk over is. Aan die regietafel moet iedereen gewoon zijn eigen taak doen. En Rotterdam neemt op dit moment al heel veel statushouders voor ons op, op dat schip wat ook weer in het nieuws was. Ik weet zijn andere vragen niet meer, voorzitter. Ik hoop dat dit al voldoende is, maar anders wil de heer Duivesteijn misschien nog één keer herhalen. De voorzitter: Dat ga ik aan de heer Duivesteijn vragen. Maar met gevaar voor uw spreektijd, mijnheer Duivesteijn, een algemene bespiegeling van het college vragen is
44/56
wellicht wat breed. Dus kunt u dan een specifieke vraag of vragen nog aangeven? Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik wil gewoon graag de antwoorden horen op de vragen die inwoners gesteld hebben over, hoe zit het met de veiligheid, hoe zit het met onze woningwaarde, welke doelgroepen komen in de AZC’s, waarom werd er zo gestuurd op positieve vragen en vooral, ik heb de wethouder Hoek niet horen reflecteren over of hij de vraag heeft gesteld of bijvoorbeeld een andere gemeente onze resterende taakstelling wil overnemen. De voorzitter: Dan gaan we eerst even naar wethouder Cnossen voor de beantwoording. Mevrouw Cnossen: Tijdens de participatieavonden hebben wij op allerlei manieren gesprekken gevoerd. En dat waren soms heel kritische gesprekken die inderdaad lastig waren. De kritische vragen zijn gewoon gesteld. Wij hebben daar antwoord op gegeven. We hebben aangegeven wat we wisten. Maar we hebben vooral aangegeven, we kennen nu deze locaties. Elke locatie heeft nadelen. En met elkaar, als we hiermee verder gaan, zullen we het gesprek aan moeten gaan hoe we de nadelen kunnen wegnemen. En dat is het gesprek. En als u dat alleen maar positief noemt, wij moeten wel ergens naartoe werken. Dus we hebben zeker erkend dat mensen zorgen hebben, angst hebben, dat woord heb ik hier ook vaak genoemd, voor veiligheid.
En dat is iets wat we gewoon heel serieus nemen, maar nog niet zover zijn dat we al met concrete locaties aan het uitwerken zijn, mijnheer Duivesteijn. Dus vandaar dat dat iets te snel was. En richting wethouder Hoek, ik denk dat dat beantwoord is door de heer Hoek. Aan die regietafel heeft ieder zijn eigen taak en die neem je ook op je. De voorzitter: Komt er nog een ja-nee-antwoord van wethouder Hoek op de vraag van de heer Duivesteijn of andere gemeenten onze taakstelling deels willen overnemen? Wethouder Hoek. De heer Hoek: Ik denk niet, de mensen staan echt niet in de rij om elkaars taakstellingen. Ik bedoel, dat had u kunnen verwachten natuurlijk. Iedereen is druk bezig met zijn eigen taakstelling en het is al een hele exercitie om de aantallen te halen waar je zelf voor aan de lat staat. De veronderstelling dat Rotterdam iets zou over kunnen nemen, dat is natuurlijk een non-veronderstelling, want met de grootste stedelijke problematiek heeft Rotterdam echt wel een grotere uitdaging dan de gemiddelde gemeente in de provincie Zuid-Holland. De voorzitter: Ik zie, mijnheer Duivesteijn, dat u daar nog op wilt reageren, maar dat ga ik even niet toestaan op dit moment. Want u gaat hetzelfde antwoord, vrees ik, nog meermaals krijgen. Dus laten we dan in tweede termijn kijken of u nog echt een aanscherping nodig heeft.
Dan een vraag aan de commissie, kunnen wij naar de tweede termijn of heeft u behoefte aan een schorsing? Is dat een ordevoorstel? Dan nog een vraag van de heer Afalah. De heer Afalah: Ik had een korte vraag. Wethouder Cnossen praat heel veel over de permanente huisvesting van asielzoekers. En naar mijn idee hebben wij nooit de vraag gesteld, onderzoek een permanente locatie voor asielzoekers en hadden we het altijd over een locatie voldoet aan de Spreidingswet. De voorzitter: Wat is uw vraag, mijnheer Afalah?
45/56
De heer Afalah: Als die langer dan vijf jaar. Dus wat is een permanente locatie en hoe komt u erbij dat wij daar om gevraagd hebben? De voorzitter: Wethouder Cnossen nog en dan gaan we door naar de tweede termijn. Mevrouw Cnossen: De Spreidingswet schrijft aan de gemeente voor dat je een permanente, langjarige locatie moet leveren. Dus als wij nu van tijdelijk naar tijdelijk, tijdelijk, tijdelijk gaan, dan zouden we daar aanmerkingen op kunnen krijgen. Dus we voeren de Spreidingswet uit en in opdracht van u hebben we dat locatieonderzoek daarvoor gedaan. De voorzitter: Helder. Dank u wel, wethouder Cnossen. Dan gaan we over naar de tweede termijn van de commissie. Dan heb ik eerst een vraag voor u. Er zijn u nog drie vragen gesteld. Eén, wilt u scherp aangeven wat u wilt met de locaties Merenweg en Maaiveldweg? Wilt u dat het college daarmee verder gaat? Dat is vraag één. Schrijft u even mee, indien u dat nodig heeft. Vraag twee, moet het college onderzoeken of Tobias 2 langer open kan blijven dan 1 januari 2027 en of en welke invloed dit dan heeft op het woningbouwprogramma van Wilderszijde? Dat is vraag twee. En vraag drie, heeft het zin als wethouder Muis een mix van doelgroepen onderzoekt voor de locatie OudelandselaanNoordeindseweg? Dat zijn drie vragen waar ik u, u gaat over uw eigen inbreng, zoals u weet, in deze commissie.
Maar ik wil u toch vragen om daarop te reageren voor de scherpte. Dan mijn vraag aan u, heeft u als commissie behoefte aan een korte schorsing om dit voor te bereiden of kunnen wij gelijk doorgaan met de tweede termijn? Ik zie schudden en knikken. Dan vraag ik me altijd af wat dat betekent, mijnheer Markus. Maar dit signaal snap ik wel. Oké, dan gaan wij verder. Dat doen we in dezelfde volgorde. Oh, excuus, moment. De griffier geeft aan dat we door kunnen. Dan gaan wij de tweede termijn openen. En dat doe ik in dezelfde volgorde. Ik wil u echt wel even attenderen op uw nog beperkte spreektijd die u over heeft. Ik heb het aan het begin van de vergadering ook aangegeven. Ik ben een groot voorstander van effectief en compact vergaderen om het ook begrijpelijk te houden voor de kijkers thuis, het publiek op de publieke tribune. Dus ik ga u geen extra spreektijd geven. Maar wilt u wel die drie vragen beantwoorden? Dan gaan we beginnen met WIJ Lansingerland, mijnheer Afalah. Tweede termijn De heer Afalah: Dank u wel, voorzitter. Wat onze fractie betreft, willen wij eerst de opdracht meegeven om te kijken of dit verlengd kan worden. En mocht het nou niet blijken, zijn voor ons Maaiveldweg en Merenweg locaties die het onderzoeken waard zijn. Maar wel heel erg belangrijk, wel als vervanging van de Tobias 2. Want dat hoor ik, er was verwarring over.
Dus het gaat niet om een andere locatie, maar om deze mensen daarin te verhuizen, op tijdelijke basis. Oudelandselaan, ik heb al aangegeven in mijn bijdrage, ik wil heel graag dat dat gebied integraal wordt ontwikkeld. En dat je dan in fases gaat bouwen en hoe je dat gaat bouwen, daar heb ik geen verstand van. Maar dat zou ik heel graag onderzocht willen hebben. Hoe was die andere vraag? Heb ik alles beantwoord, voorzitter, of niet? Oh ja, die doelgroepen. Voor ons is dat natuurlijk, alleen wel integraal. Dus niet alleen op dat kleine stukje, maar dat stukje gras is best wel groot. Dus laten we gewoon naar dat hele stuk gras kijken en wat we daarmee kunnen doen. En ik wil wel even benadrukken, WIJ Lansingerland neemt natuurlijk de zorgen van onze inwoners nemen we echt wel serieus. En wij hebben echt wel gehoord wat er leeft bij onze inwoners. En ik ben ook blij dat die mensen daar hun recht, gebruik maken van hun recht om hier in te spreken en zich te uiten. En dat geldt zowel voor de mensen die voor opvang zijn, maar zeker ook, er zijn ook genoeg mensen die tegen zijn. En die zitten hier ook in de grote getale. Dus daar wil ik het even bij houden. Dank u wel.
46/56
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Afalah. Dan ga ik verder met de tweede spreker. Dan moet ik even mijn lijstje er weer bij pakken, wie dat ook alweer was. U helpt mij al. Mevrouw Draak, u heeft het woord. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Wethouder Muis vraagt naar een reactie op het locatieonderzoek. Ik heb niet voor niets in mijn eerste termijn gezegd, de VVD wil graag dat het college het voorstel terugneemt. Want wij willen meer inzage in de volledige tweehonderd locaties. Daar is overigens ook door één van onze inwoners een Woo-verzoek op gedaan. Want dan kun je kijken welke andere opties er zijn voor gemengde woonvormen voor statushouders en eigen woningzoekenden. Om dan even specifiek MerenveldMaaiveldweg te noemen, zouden opties kunnen zijn voor tijdelijke woonlocaties. Maar dan voor statushouders en lokale woningzoekenden. Als het gaat over onderzoek of de Tobias 2 langer open kan blijven. Dat lijkt mij dus een heel goed idee, wethouder Fortuyn. Want dan kopen we tijd om af te wachten wat er met de Spreidingswet gebeurt. Als je kijkt naar de Oudelandselaan, als je ook weer een mix van bewoners kunt vinden, maar vooral in gesprek kunt gaan met de opgerichte bewonersvereniging, die volgens mij een ontzettend redelijke toon aanslaan.
Als je met de bewonersvereniging tot een akkoord kunt komen over wat iedereen kan dragen, dan heb je daar misschien wel mogelijkheden. Maar dan moet je nu niet doordenderen vanuit je eigen dossiervorming. Dan moet je in gesprek gaan. En dan ten slotte, voorzitter. Ik hoorde twee wethouders zeggen dat we dan stevige gesprekken hebben als Lansingerland en dat we hoger op de escalatieladder komen. Het lijkt me prima dat er stevige gesprekken worden gevoerd. Want wij zitten hier namelijk voor Lansingerland en we kunnen niet de problemen van heel Nederland of de hele wereld hier oplossen. Er is gewoon geen redelijke grond, net als voor de windmolens, om Lansingerland, die al zoveel opgaves invult, te verplichten ons tot de laatste telling aan onze verplichtingen voor statushouders en asielzoekers te houden. Het lukt gewoon niet. Er is geen plek. Uit tweehonderd locaties blijven er vier over. En van twee van die locaties gaan je wenkbrauwen tot hier omhoog. Dus, voorzitter, ik denk dat ik mijn punt gemaakt heb. Geen AZC voor de VVD in deze collegeperiode en graag een beter voorstel voor statushouders en voor eigen woningzoekenden. Dank u wel. De voorzitter: Yes, blijft u nog even in uw termijn, want ik heb nog een interruptie van mevrouw Gabin.
Mevrouw Gabin: Vindt de VVD de Spreidingswet geen redelijke grond om aan de wettelijke verplichting te houden? De voorzitter: Mevrouw Draak nog voor een reactie tot slot. Mevrouw Draak: Ik vind dat op dit moment geen redelijke grond, omdat de landelijke overheid richting de gemeentelijke overheid zich onbetrouwbaar toont door rookgordijnen op te werpen. Het lijkt erop dat de Spreidingswet van tafel gaat en daarom is het beter om nu te richten op dingen waarvan je zeker weet dat je ze moet doen en niet die je misschien voor niets doet. De voorzitter: Mevrouw Gabin nog. Mevrouw Gabin: Ik denk dat het argument dat de Spreidingswet mogelijk wordt ingetrokken, dat dat natuurlijk een rookgordijn is om uitstel en afstel te rechtvaardigen. Is de VVD het daarmee eens?
47/56
De voorzitter: Dat is een dermate makkelijke vraag dat ik ook nog even de heer Bergwerff de kans geef voor zijn interruptie. En dan heeft mevrouw Draak vier seconden om beiden te beantwoorden. Mijnheer Bergwerff. De heer Bergwerff: Waar ik even mee zit is, VVD zegt inderdaad voor te zijn, of eventueel voor te zijn, voor gemengde woonvormen, dat het, voor het college kan ik me voorstellen, dat dat echt te weinig is om daar echt chocola van te maken. Misschien moet dat specifieker. Eigenlijk meer een vraag aan de VVD, maar ook meteen eigenlijk aan het college, hoe ziet het college dat voor zich om die informatie… De voorzitter: Maar dit is geen termijn met een vraag aan het college, mijnheer Bergwerff. Een interruptie is een korte interruptie aan de spreker, dat is een interruptie op mevrouw Draak. Dus de vraag is aan mevrouw Draak en verder is die niet aan de orde. Mijnheer Azzouzi, u kunt geen interruptie meer doen op mevrouw Draak, maar is het een punt van orde? Dat vermoedde ik al. De heer Azzouzi: Ik heb een punt van orde. Voorzitter, u had aan het begin van de vergadering dat u hier voorzitter bent. Waarom classificeert u de vraag van de GroenLinks als een makkelijke vraag? De voorzitter: Dat is heel eenvoudig, mijnheer Azzouzi. Het was volgens mij een ja-neevraag.
Dus ik heb het niet over de achtergrond van de vraag, maar de vraag is volgens mij feitelijk met een ja of nee te beantwoorden. Dus dat is de reden dat ik hem classificeer als een makkelijke vraag. Niet als toon van de vraag. Maar als puur taalkundig wat mevrouw Draak zou moeten doen om de vraag te beantwoorden. Dus vergeeft u mij als u hem anders heeft geïnterpreteerd. Maar dat is wat ik bedoelde met mijn reactie. Ik zie u knikken, dus ik ga ervan uit dat u dat begrijpt. Dan ga ik nu echt naar mevrouw Draak voor de reactie op de vraag van mevrouw Gabin en nog een laatste korte reactie richting de heer Bergwerff en dan wilt u uw termijn dan afronden, alstublieft. Mevrouw Draak: Zeker, dank u. De vraag van mevrouw Gabin, ik ben het daar niet mee eens. Dus dat was inderdaad een makkelijke vraag. Om nog even op de heer Bergwerff te reageren, ik heb het college gevraagd dit plan in te trekken. Dat is wat ik ermee wilde bereiken, dat wij nu op korte termijn geen nieuw besluit nemen voor een nieuw AZC. Tijdelijk, dan wel permanent. En dat we het huidige locatieonderzoek nog een keer opnieuw bekijken. Maar dan met de bril op voor statushouders en eigen woningzoekenden. En ik heb ook gevraagd om dan na het zomerreces daar bij ons op terug te komen. Dat was het. Punt. De voorzitter: Punt. Dank u wel, mevrouw Draak.
Dan ga ik verder in deze tweede termijn met de heer Azzouzi van de PvdA. Mijnheer Azzouzi, u heeft het woord. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Ik ga toch de vragen van het college aflopen. In mijn eerste termijn heb ik gezegd dat locatie Merenweg-Maaiveldweg geen perfecte locatie is. Maar als dat moet, dan staan we daar positief tegenover, met een goede participatie richting de inwoners. Verlenging Tobias 2, om het proces zorgvuldig te lopen, ja. Maar het mag geen vertraging opleveren voor de bouw van woningen op Wilderszijde. De vraag van de heer Muis, mix van inwoners, ja. En vooral ook voor spoedzoekers die bijvoorbeeld op de Sporthoeklaan nu zitten en ze dreigen ook het huis uitgezet te worden. We hebben daar vijftig mensen. Ik had een aanvullende vraag. Ik begreep van het college dat de Jacob Marislaan gaat vervallen. Maar wat is dit alternatief dan? Dank u wel, voorzitter.
48/56
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Azzouzi. Dan gaan we verder naar de heer Duivesteijn nog, voor een korte tweede termijn. Mijnheer Duivesteijn, u heeft het woord. De heer Duivesteijn: Dank u, voorzitter. De fractie van Leefbaar 3B vindt dat er eerst duidelijkheid moet komen over de Spreidingswet. In de eerste termijn hebben drie fracties in meerderheid aangegeven om de huidige plannen te stoppen. Dus dat is het antwoord op de vraag vanuit het college. Mijn vraag aan het college, gaat het college dan nu ook de plannen intrekken? Ik vroeg ook aan de wethouder, wethouder Hoek, of hij überhaupt gevraagd heeft of andere gemeenten onze taakstelling willen overnemen, niet of hij het eens was met die vraag. Heeft hij dit gevraagd aan Rotterdam? Wat ons betreft gaan we door met de allerbelangrijkste prioriteit en dat is bouwen voor onze eigen inwoners. Leefbaar 3B vindt dat Lansingerland voorlopig nog maar één doelgroep moet prioriteren, onze eigen inwoners, jongeren en starters, senioren die een woning op maat zoeken, maar ook spoedzoekers zoals gescheiden ouders en de vele Lansingerlanders die gedwongen naar een andere gemeente zijn verhuisd omdat hier niks, maar dan ook niks te vinden was. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duivesteijn. Dan ga ik naar de fractie GroenLinks. Mevrouw Gabin, in deze tweede termijn. Mevrouw Gabin: Dank u wel, voorzitter.
De eerste vraag of Maaiveld en Merenweg dienen te worden behouden. Het antwoord is ja. Onze vraag in de eerste termijn is ook niet beantwoord. Wij hebben voorgesteld om op de Maaiveld langdurige opvang te realiseren. De vraag is, kan dat meegenomen worden in het onderzoek? Het is erg simpel, totdat de Spreidingswet officieel is ingetrokken door beide kamers, geldt de Spreidingswet. Gemeenten hebben een wettelijke taak en als democratisch bestuur moeten wij die ook uitvoeren. Of er nu wel of geen Spreidingswet is, de behoefte aan opvang blijft. Vraag twee, Tobias langer openhouden, ja, graag onderzoek. Vraag drie, de mix van doelgroepen. Wij zijn daar voor, mits het spoedzoekers zijn die op straat komen te staan, omdat hun contract hier in de nabije toekomst verloopt. Dus in die zin zijn wij voor een samenstelling van groepen. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mevrouw Gabin. Dan ga ik door naar de fractie van het CDA, de heer Bergwerff. Mijnheer Bergwerff, u heeft het woord. De heer Bergwerff: Voorzitter, ik loop even die vragen langs. Er is, dat kunnen we constateren, geen meerderheid in deze raad voor de locaties die nu voorliggen. Het lijkt ons dan ook verstandig dat het college daar ook niet meer op terugkomt, op deze locaties. Wij noemen meermaals de locatie Bleizo.
Wij hebben duidelijk gezegd, wij willen geen asielzoekerscentrum binnen de bebouwde kom of binnen de woonwijken. VVD en Leefbaar willen helemaal geen asielzoekerscentrum. Dat betekent dus dat alle locaties binnen de woonwijken uitgesloten zijn. Ik denk dat dat een duidelijke constatering is. Tobias 2 langer open, ja, wat ons betreft kan dat zeker. En de vraag van de wethouder over… De voorzitter: Voordat u naar vraag drie gaat, mijnheer Bergwerff, een interruptie van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Dat ging nog over vraag één. Kan de heer Bergwerff iets zeggen over het volgende. Gisteren is nog door uw woordvoerder van het CDA in de commissie AB iets gezegd over de woningbouw. En dat het een goed idee zou zijn om daar juist in de kern meer werk van te maken. Ook de eenvoudige soort van woningen. Ziet u daar een kans voor, ook om die mix voor elkaar te krijgen waarover gesproken is? En het andere punt is,
49/56
eerder vonden we de CDA aan onze zijde toen we spraken over Merenweg als een geschikte locatie voor opvang. Hoe denkt u daar nu over? De voorzitter: Mijnheer Bergwerff. De heer Bergwerff: Wat betreft statushouders zeggen wij inderdaad, we moeten bouwen binnen de te bouwen woningbouwprojecten. En dat daar per definitie extra aandacht kan zijn voor specifieke doelgroepen, waaronder de statushouders, maar ook starters, ook senioren, dat sluiten we zeker niet uit. Dat kan ook gewoon wat ons betreft. En wat betreft de locatie Merenweg voor asielopvang. Kijk, laat ik het zo zeggen, op dit moment is dat gewoon, zijn er veel betere locaties, dat we daar eigenlijk niet, dat we dat niet gaan afwegen. Want de locaties die, met name dan buiten de bebouwde kom, hebben veel meer voordelen, waardoor die binnen de bebouwde kom gewoon afvallen voor ons. Dank u wel. De voorzitter: Tot slot, de heer Bergwerff heeft nog een seconde dus u mag hem nog interrumperen, mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Wie weet wordt het dan een eenvoudige vraag, een makkelijke vraag. Want als u zegt, buiten de dorpskernen, u denkt natuurlijk aan Bleizo, want dat heeft u uitvoerig toegelicht. Maar dat is niet gereed op het moment dat de Tobias 2 sluit. Wat is daarop uw reactie? De voorzitter: Mijnheer Bergwerff, tot slot en als u dan ook gelijk uw termijn wilt afronden.
De heer Bergwerff: Nee, maar daar heb ik een paar woorden voor nodig. Tweeledig is dat. Laat ik vooropstellen dat de mensen die nu opgevangen worden op Tobias helemaal niet per definitie in de gemeente Lansingerland uiteindelijk als ze een status krijgen, een sociale huurwoning krijgen. Dus die overlap van de ene locatie naar de ander, het zou mooi zijn, het is nice to have, maar dat is voor ons absoluut geen criterium. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Bergwerff. Dan gaan we naar u, mijnheer Lieverse, voor uw tweede termijn. U heeft het woord namens de ChristenUnie. De heer Lieverse: Voorzitter, het debat lijkt te gaan over stenen en aantallen en procedures, maar het draait ook aan wie we willen zijn als samenleving. Dat willen we toch graag nog eens naar voren brengen. Kiezen we voor integratie of voor isolatie? Voor ontmoeting of voor muren? En dan kan ik heel kort zijn over de concrete vragen die het college ons voorlegt als commissie. Zowel de eerste vraag over de twee locaties, Merenweg en Maaiveld, als ook over de optie om te onderzoeken of de Tobias langer open kan blijven, als ook over het gaan denken in de Oudelandselaan in de zin van een mix van verschillende doelgroepen. Wij geven graag het college de ruimte om dat verder te onderzoeken en met een voorstel te komen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse.
Dan ga ik naar de fractie van D66, mijnheer Van der Stad. De heer Van der Stad: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik in de eerste termijn zei, is het voor D66 helder dat er tijdelijke en permanente opvang gerealiseerd moet worden. Maar we zien ook de puzzel in de raad. We gaan onszelf niet ingraven in een standpunt wat niet haalbaar lijkt. Daar is het onderwerp voor ons veel te belangrijk voor. Daarnaast heeft ook het college diezelfde puzzel gelegd. Graag kijken we met welwillende partijen in het college wat wel mogelijk is, als permanente opvang niet mogelijk is. Laten we dan met zijn allen op
50/56
zijn minst proberen om tijdelijke opvang te blijven realiseren. Het is voor mijn fractie echter onbestaanbaar als de inwoners van de Tobias 2 in 2027 alweer moeten vertrekken uit onze gemeente. Proberen deze locatie te verlengen is dan ook prima. Zeker omdat de Tobias 2 op een meerderheid rekende in de raad. We gaan er dan ook vanuit dat de partijen die toen de Tobias 2 steunde, ook nu hun verantwoordelijkheid pakken. Daarbij is het dus ook logisch om te kijken of Maaiveldweg en Merenweg ingezet kunnen worden voor opvang. Dan over de statushouders. We hebben die specifiek gebouwde woningen keihard nodig. We hebben 3B-Wonen vanavond daarover gehoord. Als dit mogelijk is door een mix te maken met andere doelgroepen, zoals starters, dan is dat prima. We moeten de woningmarkt vlot trekken en het is ons om het even op welke manier we dat doen. Kortom, drie keer ja op de vragen van het college. Daarbij wil D66 nog wel aangeven dat een locatie buiten kernen misschien aantrekkelijk lijkt, maar is onwenselijk omdat er weinig voorzieningen zijn, zoals onderwijs en winkels. Probeer dan maar eens mensen te laten in zich integreren. Tot slot wil D66 alle betrokken inwoners bedanken, voor- en tegenstanders, maar ook dank aan alle ambtenaren en vrijwilligers die keihard werken aan de huisvesting en opvang van vluchtelingen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Stad.
En dan tot slot in deze tweede termijn van de commissie ga ik weer naar u, mevrouw Van Olst, VOOR Lansingerland. Mevrouw Van Olst: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik in mijn eerste bijdrage al zei, vind ik dat de puzzelstukjes terug in de doos moeten. Ik begrijp dat we een opgave vanuit Den Haag uitvoeren, of we die terug kunnen sturen, dat weet ik niet. Maar ik denk dat het verstandig is om het voorstel nu in te trekken en terug naar de tekentafel te gaan. En ik hoorde de wethouder zeggen dat de burgerparticipatie dus nu pas begint. En ik denk dat dat een mooie insteek is om daar nu ook gelijk vaart achter te zetten door bijvoorbeeld de insprekers die echt goede ideeën hadden ook te raadplegen over bijvoorbeeld de locatie aan de Noordeindseweg. Want de eerste inspreker, Harry, sorry, ik weet je achternaam niet meer, die had toch wel het idee van, het zou wel kunnen, maar misschien andere gebouwen. Volgens mij zijn er echt wel mogelijkheden om te kijken van hoe het wel kan. Ik denk dat het heel goed is om echt in een mix te denken. En niet alleen op de Noordeindseweg, maar in meerdere locaties in de verschillende gemeenten, verschillende dorpen. Merenveld en Maaiveldweg, dat vind ik geen oplossing, want dat is dus weer tijdelijk. Ik denk niet dat dat goed is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Olst.
Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de commissie en gaan we nog voor een laatste reactie naar het college. Collegeleden, u heeft vragen gesteld aan de commissie. Daar heeft u ook antwoorden op gehad. Dus ik wil u ook vragen in uw beantwoording om dan helder aan te geven wat nu uw vervolgactie is. Want we bespreken vanavond een brief van het college. En ik denk wel dat het prettig is dat we in ieder geval dan concluderen wat de vervolgactie is. Of wanneer die nog niet concreet is, wanneer die concreet gemaakt kan worden. Dan is dat in ieder geval helder. Ik zal dat in dezelfde volgorde doen en probeert u daar dan ook de nog prangende vragen in mee te nemen. Wethouder Cnossen, u heeft het woord. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel, voorzitter. Dank aan de commissie ook voor hun reacties. Een aantal reacties zijn voor het college lastig. We hebben van u de opdracht gekregen tot dit locatieonderzoek. Er liggen opdrachten om mensen te huisvesten. Dus het voorstel, terugnemen, zoals mevrouw Draak zegt, en na de vakantie terugkomen, dat is een lastige. Maar ik heb u goed gehoord wat u wel wilt bij de Oudelandselaan.
51/56
De voorzitter: Wethouder Cnossen, ik hoorde een adempauze, dus dan denk ik, dat is het moment om mevrouw Gabin het woord te geven voor een interruptie. Moet ik u even weer aanzetten. Mevrouw Gabin, u heeft het woord. Mevrouw Gabin: Ik wilde de wethouder om verduidelijking vragen of het huisvesten van statushouders en asielzoekers een collegebevoegdheid is. De voorzitter: Wethouder Cnossen. En daarna kunt u ook gelijk verder gaan met uw verdere beantwoording. Mevrouw Cnossen: Het college staat aan de lat voor de uitvoering daarvan, maar we hebben locaties nodig. Vandaar locatieonderzoek en locaties, daar gaat de raad vanuit omgevingsplannen over. Dus daarom zoeken we juist ook de afstemming op dit moment met de raad, mevrouw Gabin. Dat is het punt wat wij hier willen maken. En op het moment dat wij op 1 juli dat gesprek hebben met de provincie en alle sociale huurwoningen moeten worden toegewezen aan de statushouders, zijn we in onze beleving nog wat verder van huis. Dus ja, er zit veel bevoegdheid, maar we hebben de raad gewoon keihard nodig daarvoor. Dus ook richting de heer Duivesteijn, nee, plannen intrekken. Wij hebben geen plan gemaakt, we hebben u het locatieonderzoek voorgelegd en we halen hier vanavond op wat u daarvan vindt. En dan zijn er toch wat misverstanden, ook bij het CDA.
We hebben de criteria netjes opgehaald, voorzitter, bij deze commissie, bij de raad, over de tijdigheid. U heeft zelf aan ons meegegeven, op het moment dat Tobias sluit, moeten wij nieuwe locaties hebben. Want we doen wel wat luchtig over de mensen, maar ga kijken, de kinderen gaan hier naar school. Heel veel mensen hebben ook werk of een opleiding. Dus u heeft zelf meegegeven dat u het belangrijk vindt dat mensen dan hier weer verder kunnen. En er zitten een aantal statushouders hier die mogen blijven zitten. Dus die overlap, u zegt nice to have, maar dat is wel wat u heeft meegegeven aan het college. De voorzitter: Mijnheer Bergwerff. De heer Bergwerff: Dat is niet hoe ik, ik heb die commissievergadering teruggekeken en toen heb ik gezegd dat het inderdaad wel onze, als het enigszins kan, onze voorkeur heeft, maar dat het niet doorslaggevend is. En dat blijkt nu ook in mijn woordvoering hier. Dus dat ben ik absoluut niet eens met de wethouder. De voorzitter: Helder. Dan gaan we terug naar wethouder Cnossen. Mevrouw Cnossen: Dat is een heldere nuancering, dat u dan tegen die gezinnen zegt, zoekt u maar weer een nieuwe school. Niet de criteria van de raad. U zegt, we hebben veel betere locaties, de Merenweg, daar wilt u ook niet in meegaan. Dan is het college gewoon benieuwd wat dan die betere locaties zijn. Even kijken of ik nog meer vragen had.