CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV25.0030] Verslag Commissie Ruimte d.d. 11 maart 2025

Commissie Ruimte 1 april 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering32.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wat ons betreft moet parkeren gratis blijven en moeten we vlakbij onze woningen kunnen parkeren. De heer Jumelet zei het net al. Mocht hij het amendement straks nog steeds overwegen, dan willen we graag meedenken. Ook vinden we het belangrijk om deelmobiliteit en goed OV te stimuleren op strategische locaties. Dan de energietransitie. We staan positief tegenover verduurzaming, maar we vinden het niet nodig om één initiatief zoals LansingerStroom te benoemen. Dat vinden we eigenlijk een beetje raar, dat we één initiatief benoemd hebben, terwijl wij denken dat er ruimte moet zijn voor alle energiecoöperaties en alle initiatieven. Ik zou graag willen horen of dit aangepast kan worden, want misschien komt iemand anders ook nog wel met een goed idee. De energietransitie moet natuurlijk ook haalbaar en betaalbaar zijn. En als dat niet zo is, hoeven we het ons betreft niet van het gas af. We moeten voorkomen dat mensen in de kou komen te staan door onbetaalbare maatregelen. Dat vonden wij de belangrijkste. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg.

34/52

De heer Ruijtenberg: Ja, nog even een kleine interruptie op de heer Duivesteijn. Is de heer, is Leefbaar 3B ervan bewust dat van het gas af gaan een Rijks, van het Rijk uitkomt? Dus dat we dat wel kunnen willen, of u kan dat willen, maar dat we daar niet zo heel veel over te zeggen hebben. Dat gaan we uiteindelijk allemaal moeten. De voorzitter: Mijnheer Diepeveen. De heer Diepeveen-Van de Merwe: Diepeveen is het en niet Duivesteijn? Dat is wel een ambitie die steeds vooruitgeschoven wordt. Maar u moet het wel met mij eens zijn dat het betaalbaar moet blijven. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ja, ik ben het hartstikke met u eens. En mijn excuses trouwens dat ik de naam van uw partijgenoot noemde. Gelukkig een partijgenoot van u, dat dan wel. Ja, ik ben het met u eens dat het betaalbaar moet zijn inderdaad. Maar nu heel doodleuk roepen van, we willen niet van het gas af daar waar het nodig is. Het is onrealistisch om dat te stellen. Uiteindelijk gaan we daar naartoe. En dat is ook nodig, want fossiele brandstoffen raken op op een gegeven moment. Dus je moet naar andere alternatieven gaan denken, naar een mix om dat uit te sluiten. Dus hoe ziet u dat dan voor u als u zegt van, we willen dat niet. De heer Diepeveen-Van de Merwe: Bij nieuwbouw komen we er momenteel al niet onderuit. Dat ben ik met u eens. Maar verder, we hebben netcongestie.

Laten we maar eens kijken wanneer we het echt daadwerkelijk gaan verplicht moeten doen. En zolang hoeft het van ons niet als gemeente gedwongen te worden. De Rijksoverheid, dat is een ander verhaal. De voorzitter: Even kijken wie volgt. Mijnheer Ruijtenberg misschien? Mijnheer Van Harn, zie ik. De heer Van Harn: Dank, voorzitter. Voorzitter, ik weet niet of het aan mij ligt, maar soms schrik ik van wat er allemaal op ons afkomt. De Omgevingsvisie 2.0 staat vol met ambities, maar ook met bedreigingen. En als ik dan realiseer dat er 11.000 woningen bijgebouwd gaan worden in Lansingerland en dat al die bewoners willen recreëren en zich in het verkeer gaan begeven. Dat er 36 hectare nieuw bedrijventerrein ontwikkeld moet gaan worden. Met alle mobiliteitsgevolgen van dien. Dat eind 2025 de Rottemerentunnel opengesteld gaat worden, wat zeker zijn gevolgen zal hebben voor de N209 en de ontsluitingen van Bleiswijk en Bergschenhoek. Voorzitter, dan duizelt het mij wel eens voor ogen. Want hoe houden wij Lansingerland leefbaar? De leefkwaliteit in Lansingerland verslechtert en die verbetert niet vanzelf. Dan denk ik ook aan de onderwerpen luchtverontreiniging, geluidshinder en de kwaliteit van het oppervlaktewater. Dan nu wil ik even stilstaan bij het kopje economie. De gemeente geeft voorkeur aan bedrijven met activiteiten van grote toegevoegde waarde voor de economie.

De voorzitter: Mijnheer Van Harn, interruptie van de heer Hofman. De heer Hofman: U schakelt heel snel van een heel negatief doemscenario naar het kopje economie. Maar hebt u met mij ook de ambities gelezen om iets te gaan doen aan die luchtkwaliteit, aan die geluidsoverlast? Ben ik de enige die dat gelezen heeft of hebt u dat met mij gelezen?

35/52

De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Als u goed heeft geluisterd, dan had ik het over de ambities, maar ook de bedreigingen. En ik denk dat dat genoeg zegt. Ik wil doorgaan met economie. De gemeente, zoals ik al zei, geeft voorkeur aan bedrijven met activiteiten die van grote toegevoegde waarde zijn voor onze economie. Maar wat houdt toegevoegde waarde in? Gaan we de 36 hectare bedrijventerrein vullen met bedrijven en logistieke centra waar voornamelijk arbeidsmigranten te werk worden gesteld, waarvoor vervolgens huisvesting voor moet worden geregeld? Of maken we als gemeente een proactieve keus voor de vestiging van hoogwaardige bedrijven die kiezen voor automatisering en robotisering? Een goed voorbeeld hiervan is het super-gemechaniseerde distributiecentrum Hoogvliet langs de A12 in Bleiswijk. Bij dit bedrijf is de tussenkomst van de mens minimaal. Door daarvoor te kiezen kunnen we problemen van arbeidsmigranten beperken. Want kiezen voor werkgelegenheid door arbeidsmigranten uit bijvoorbeeld landen als Roemenië, Georgië, Armenië, dat is niet de kwaliteit van de bedrijven die wij in Lansingeland moeten willen. Ik hoop dat het college dat met mijn fractie eens is. De voorzitter: Mijnheer Van Harn, een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Even een vraag ter verduidelijking.

Suggereert de heer Van Harn hiermee dat deze arbeidsmigranten voor problemen zorgen? Of suggereert de heer Van Harn hiermee dat juist deze arbeidsmigranten in de problemen raken, omdat zij verstrikt raken in het web van huisjesmelkers, koppelbazen en andere ongure types? De heer Van Harn: Nee, een kort antwoord aan de heer Ruijtenberg, noch het een, noch het ander. De keus ligt bij de bedrijven. Hoe willen zij hun bedrijf inrichten? Willen ze automatiseren of willen ze dat niet? Ik ga nu naar… De voorzitter: Er is nog een vervolgvraag van de heer Ruijtenberg, denk ik. De heer Ruijtenberg: Dat klopt. U heeft het namelijk wel gehad over problemen met arbeidsmigranten. Wat bedoelt u daar dan mee? De heer Van Harn: Wanneer de bedrijven een goede keuze maken, dan zijn er minder arbeidsmigranten nodig. We moeten proberen kwaliteitsbedrijven in Lansingerland binnen te halen en niet achteraf ons met een probleem laten opzadelen. De voorzitter: Mijnheer Van Harn, er is nog een volgvraag van de heer Xhemaili. De heer Xhemaili: Ja, die lijkt op die van de heer Ruijtenberg. Suggereert de heer Van Harn dat wij in Lansingeland geen kwaliteitsbedrijven hebben? Eén. En twee, is de heer Van Harn het met mij eens dat zonder deze arbeidsmigranten heel veel werk blijft liggen in Lansingerland en de werkgevers die hier werk aanbieden? Ik doe het niet, moet ik eerlijk bekennen, in de kassen werken.

De heer Van Harn: Ik ontken helemaal niet dat wij geen kwaliteitsbedrijven in Lansingerland hebben. Maar ik pleit voor als wij nieuwe bedrijventerreinen gaan inrichten, dat we dan goed nadenken over wat voor soort bedrijven we daar willen hebben. De voorzitter: Mijnheer Jumelet.

36/52

De heer Jumelet: Mag ik dan concluderen, als u praat over de bedrijven en de arbeidsmigranten, dat de glastuinbouw, die heel groot is hier, dus een probleem is voor het CDA? De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Ik heb, dacht ik, het woord glastuinbouw niet genoemd, dus ik begrijp niet goed waar u nu op wilt duiden. Ik had het over bedrijventerreinen, logistieke centra enzovoort. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Als er één sector is waar heel veel arbeidsmigranten werken, is het de glastuinbouw, die rijkelijk vertegenwoordigd is hier in Lansingerland. De voorzitter: Ik ga weer terug naar de heer Van Harn. De heer Van Harn: Als u het goed vindt, dan ga ik verder met het volgende kopje in mijn betoog. De voorzitter: Er was nog iemand… De heer Van Harn: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, in de omgevingsvisie wordt 276 keer het woord groen genoemd. Groen en vergroening is heel belangrijk in Lansingerland nu we nog meer gaan bouwen. En we moeten zuinig zijn op het beetje groen wat we nog hebben. In dat verband zouden wij als CDA-fractie graag willen dat het ontwikkelplan Landschapspark de Rotte eindelijk opgepakt wordt en tot uitvoering wordt gebracht. Dit plan is in april 21 vrijgegeven, maar ligt, voor zover wij merken, nog al die tijd te verstoffen. Dan even aandacht voor het buurtschap De Kruisweg.

Voorzitter, de CDA-fractie heeft grote zorgen over de verdere toekomst van buurtschap De Kruisweg. Ze hebben in het verleden al zoveel voor hun kiezen gekregen. Zitten ingeklemd tussen de A12 en de N209. Hebben een fastfoodcluster om de hoek met alle verkeersbewegingen van dien. Kregen in het recente verleden te maken met straatraces die hen uit de slaap hielden. En straks krijgen ze een waterstoftankstation om de hoek. En dan ligt de dreiging van de windmolens op de loer. Die dreigen in de groene polder 140-Morgen geplaatst te worden. Wat een verbindingszone moet vormen tussen het recreatieschap en het Bentwoud. Voorzitter, dat alles baart ons grote zorgen. Je zal als burger van Lansingerland maar op de Kruisweg wonen. Voorzitter, een grote wens van de CDA-fractie is het realiseren van kinderboerderijen. Wij lopen daar in vergelijking met omliggende gemeenten zoals bijvoorbeeld Zoetermeer ver bij uit de pas. De voorzitter: Er komt een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ik heb wel eens vaker aan het CDA gevraagd, en dat ga ik ook nu doen, het is wel leuk dat u al dit soort dingen benoemt, maar wat is dan uw oplossing? U zegt heel veel dingen die u niet wilt. Ook hier noemt u heel veel dingen op, waterstof en snackbar en andere dingen. Volgens mij heel veel van die plannen heeft het CDA ook mee ingestemd. Dus dat terzijde.

Maar wat wilt u dan wel? De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: U heeft het over de kinderboerderij, neem ik aan?

37/52

De heer Ruijtenberg: Nee, ik heb het over de Kruisweg. Er komt geen waterstoftankstation op bij een kinderboerderij, voor zover mij bekend. De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Ik had het over de dreiging van de groene polder 140-Morgen. En ik hoop dat u dat met mij eens bent, dat we het groen moeten koesteren. De voorzitter: Nog een interruptie? De heer Ruijtenberg: Nou breekt mijn klomp. Ik denk dat de heer Van Harn zijn eigen tekst nog een keer moet naluisteren. U heeft het echt gehad over de Kruisweg. U wilde een lans breken voor de bewoners op de Kruisweg, want ze hebben al zoveel te lijden gehad. Straatraces en waterstoftankstations en fastfood en de dreiging van windmolens. Die trouwens geen dreiging zijn, maar dat terzijde. En nu zegt u van, nee, ik heb het over 140Morgen. U noemt allemaal dingen die u zegt van, Kruisweg, dat vind ik niet fijn. Maar wat wil u dan wel? Geef eens een keer een oplossing waar u van bent. Want het is continu, en dat is heel vaak bij het CDA, het is bijna een soort SP-achtig. We zijn overal tegen. We willen niks. Maar wat je wel wilt, wat u wel wilt als partij, waar u voor staat, dat wordt eigenlijk niet benoemd. Behalve dan populistisch mee roepen, we willen groen. Want dat willen alle partijen tegenwoordig. Wat wilt u wel? De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Wij zijn tegen windmolens op de Kruisweg.

Zo duidelijk is dat. De voorzitter: Mijnheer Van Harn, gaat u verder. De heer Van Harn: Voorzitter, een grote wens van de CDA-fractie is het realiseren van kinderboerderijen, wat ik al zei. En we lopen uit de pas met bijvoorbeeld gemeenten als Zoetermeer, waar wel vier of vijf kinderboerderijen zijn. En nu recentelijk ‘t Ezelsbruggetje in Bleiswijk is gesloten, is het belangrijk dat daar nieuwe aanvulling aan wordt gegeven. En ook pleiten wij voor het oprichten van schooltuinen in Lansingerland. Schooltuinen brengen jeugd op een praktische manier in aanraking met alles wat groeit en bloeit. Dan zullen ze hopelijk ontdekken en leren dat bessen en frambozen aan struiken groeien en aardappelen en uien uit de aarde komen en niet uit de verpakking zoals ze in de supermarkt worden gepresenteerd. Hier wil ik het bij laten voor de eerste termijn, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat we wat langer de tijd voor hebben, want ik ga er ook voor zitten. Voor ons ligt het voorstel om het ontwerp van de Omgevingsvisie 2.0 vast te stellen en vrijgeven voor de zienswijzen. De Partij van de Arbeid vindt het een belangrijk moment. We bepalen samen de koers van de toekomst van Lansingerland en juist die toekomst moet sociaal, duurzaam en leefbaar zijn voor iedereen.

Ik ga mijn woordvoering in drie delen opdelen, klimaatadaptatie en duurzaamheid, ruimte voor iedereen en mobiliteit en verbondenheid in de metropool. Voorzitter, we kunnen niet om klimaatopgave heen. In de commissie Ruimte van 3 december ‘24 heb ik reeds aangegeven dat klimaatbestendigheid het leidende principe moet worden bij de inrichting van de openbare ruimte. We kunnen en moeten ambitieuzer zijn op het gebied van energietransitie, circulaire economie en waterbeheer. Lansingerland heeft een kans om

38/52

voorop te lopen en echt werk te maken van klimaatbestendige gemeente. In deze zelfde commissie van 3 december ‘24 pleitte de PvdA al voor investeren in voldoende groen, waterberging, hittebestendige infrastructuur, biobased klimaatadaptief bouwen/woningen, voor zowel de leefbaarheid als om in de toekomst kosten door klimaatschade te beperken. Dit is goed te lezen ook in de paragraaf kwaliteit van de leefomgeving en in de paragraaf energietransitie en circulaire economie van de Omgevingsvisie 2.0. Daar zijn we heel blij mee. Toch hebben we nog wel vragen over de concrete vertaling van deze ambities naar de uitvoering. Hoe gaat het eruit zien? Wanneer krijgen wij uitvoeringsplannen? En hoe gaat het zich vorm krijgen? Hoe maken we de gemeente klimaatadaptief zonder dat de kosten worden afgewend tot op hen, op de inwoners die het al moeilijk hebben? We roepen het college op om hier scherp op te sturen. En de vraag die ik daarbij heb, hoe maakt het college de scherpe keuzes? Nu ga ik naar, ruimte voor iedereen. Eén van de kernpunten van de Omgevingsvisie 2.0 is de inrichting van onze fysieke leefomgeving tot 2050. Dat is dus over 25 jaar. Het lijkt ver, maar het is ook heel dichtbij. De PvdA is blij dat het thema wonen als een van de belangrijkste opgaven wordt erkend.

Wij zien in Lansingerland een groeiende woningnood en het is essentieel dat wij niet alleen bouwen, maar dat we bouwen voor alle doelgroepen. Dus meer sociaal, meer betaalbare koopwoningen en dus meer ruimte voor jong en oud om hier een huis te vinden. Fijn dat dit ook terug te lezen is in de paragraaf wonen. Er wordt gestreefd naar een gebalanceerde woningvoorraad door meer nadruk te leggen op het bouwen van betaalbare woningen. In het stuk staat, minimaal twee derde dus betaalbaar, voor lage en middeninkomens en ouderen. Echter, daarnaast vragen wij ook specifiek aandacht voor kwetsbare groepen in onze samenleving. Het huisvesten van statushouders, spoedzoekers en de Oekraïners moet nog steeds zorgvuldig gebeuren binnen de kaders van goede ruimtelijke ordening. Ook moet er uiteraard aandacht zijn voor de goede leefomstandigheden voor woonwagenbewoners. Gelukkig wordt dit ook benoemd. Ik kom ook terug op de arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten spelen een belangrijke rol in de lokale Lansingerlandse economie. Denk aan de Horti Science, aan de glastuinbouw in de Oostland. En er moet daarvoor dus meer huisvesting voor hen worden geregeld. In het stuk staat dat marktpartijen verantwoordelijk zijn, maar de gemeente moet een leidende rol pakken. En in het stuk staat zelfs dat de gemeente een faciliterende rol gaat nemen.

Maar wat de PvdA betreft gaat het echt erom dat de gemeente, of dat het college, juist meer een leidende rol moet hebben om de arbeidsmigranten huisvesting te organiseren. Ik ga nu naar de paragraaf, verbondenheid in de metropool en mobiliteit. Bereikbaarheid en nabijheid van voorzieningen. We pleiten voor een aanpak die zorgt dat iedereen ongeacht inkomen en achtergrond profiteert van een goed bereikbare en toegankelijke leefomgeving. We onderschrijven slachtoffers, dat omarmen wij en verlagen de maximumsnelheid idem. Er wordt veel geschreven over hoogwaardig OV en mobiliteit, maar het is niet duidelijk hoe de kernen onderling worden verbonden. We gaan richting de 9000 inwoners. Dat betekent dat de kernen an sich gaan groeien. Maar hoe worden die kernen onderling verbonden met OV? Het is nu niet goed geregeld. Daarnaast mis ik in het stuk de ‘…’ van de ZoRo-lijn. Het kan zijn dat ik dat gemist heb, maar het zou heel fijn zijn als het ook wat meer expliciet terugkomt in de omgevingsvisie. De vraag die ik heb aan de wethouder, wethouder, waarom is er niks opgenomen onder onderlinge connectiviteit tussen de dorpskernen? Daar wil ik het voor nu bij laten voor mijn eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Als laatste in de rij, meen ik, vanavond dit onderwerp in de eerste termijn.

Als ik met mijn werk een visie opstel, dan gaan we met zijn allen in een hutje op de hei zitten en dan komen we met een academisch zinnetje, wat richtinggevend moet zijn aan het eind van de dag. Als we naar deze visie kijken, ligt er een wat lijviger document. Maar dat gezegd hebbende, doe ik alle inspanningen van ons als raad

39/52

en ook van de ambtenaren enorm tekort. Want per saldo ligt er natuurlijk een heel mooi document. We hebben het niet geteld, maar we geloven absoluut meteen dat er 107 ambities in genoemd staan. Een mooie basis voor de toekomst van onze gemeente, wat ons betreft. We hebben er nog wel een aantal opmerkingen bij. We hebben vanuit verschillende perspectieven ook naar dat document gekeken. Er zijn natuurlijk in de loop der jaren wel een aantal zaken veranderd. Zo is dit document wat nu voorligt onder andere straks een belangrijke paraplu in het kader van de Omgevingswet. We geven daarmee ook wel wat beleidsruimte weg en we zetten wat beleidsruimte neer. En dan gaan we heel erg mee met D66 dat zegt dat een aantal van die punten best wel wat aangescherpt kunnen worden en wat SMART’er mogen zijn. 276 keer groen, is net al opgemerkt, staat in het stuk. We hebben ook eens eventjes door het document heen gescrold en wat woorden geteld. Passend, 44 keer, voldoende 51, goed 115, geschikt 30, meer 162. Allemaal woorden die enige richting geven, maar op een aantal van de ambities best wat aangescherpt kunnen worden, wat ons betreft. Want nogmaals, het is een belangrijk paraplu document in de Omgevingswet om in geval van afwijkingen van de omgevingsplannen toch heel duidelijk als afwegingskader te kunnen dienen. Het parkeren hebben we het al eventjes over gehad eerder vanavond.

Er vinden een aantal partijen ons aan hun zijde als het over dat onderwerp gaat. Dan hebben we met een andere bril zitten kijken. De structuur van het document, dat is misschien wat administratiever. Juist omdat dit document dat voorligt een paraplu is in het kader van de Omgevingswet lijkt het ons niet handig om op een aantal onderdelen verwijzingen te maken naar documenten die denk ik in die hele structuur van een lage orde zijn. Zo noem ik het toetskader wind, waar heel snel naar verwezen wordt in die paragraaf. En daarvan denk ik, als dat morgen verandert, dan veranderen we daarmee impliciet onze visie. Ik weet niet of dat helemaal correct is. Hetzelfde geldt voor het ontwikkelperspectief Bleizo. Er wordt verwezen naar de strategische agenda MRDH, die tot maart ‘26 loopt. Niet dat we niet kunnen verwijzen, maar als die verwijzingen ertoe leiden dat dit een belangrijk onderdeel wordt van onze visie, zou ik daar heel terughoudend mee zijn. Dan zou ik er toch voor pleiten om een aantal kernelementen uit die document hier nog te herhalen om ze ook expliciet op te nemen in onze omgevingsvisie.

Verder hebben we nog even gekeken van, we hebben een aantal keer een debat gevoerd in dit huis over een aantal onderwerpen waarbij wij zoiets hadden van, zou een omgevingsvisie hier nou leidend in zijn en hoe leidend is dat dan? En we herinneren ons met name een aantal debatten over huisvesting van arbeidsmigranten, over AZC's, andere soorten van opvang voor mensen die asiel zoeken in dit land. En we hebben daar een aantal oplossingen voor gevonden. We hebben een paar keer met elkaar natuurlijk de schouders onder dat soort dossiers gezet en toch dingen naar de kant kunnen roeien en iets kunnen organiseren in onze gemeente. Maar ik denk niet dankzij een omgevingsvisie. En die omgevingsvisie kan wat ons betreft veel meer voorzien in een aantal van die doelgroepen. En het lijkt nu wel of aan het eind van het stuk een aantal van die doelgroepen in één paragraaf worden genoemd. Ik heb in dit huis bij het vorige agendapunt kunnen optekenen dat, we hebben veel urgente doelgroepen te helpen. Unquote. De bestemming bouw moet het dan wel hebben. Ik weet niet of dit stuk wat nu voor ligt voldoende richting geeft in de zin van, eventueel een LOO-3. Ik weet niet of daar ooit sprake van is. Ik hoop het niet. Maar stel dat. De knarrenhofjes. De heer Xhemaili noemde ook al een aantal andere voorbeelden van doelgroepen.

Ik denk met name de vertaling van die doelgroepen naar de ruimtelijke inpassing, dat dat een tandje concreter kan in deze visie door daar explicieter naar te verwijzen of ruimte voor op te nemen. Dat was hem wat mij betreft even voor de eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Graaf. U was niet de laatste, want de heer Ruijtenberg is nog aan de beurt. Mijnheer Ruijtenberg.

40/52

De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Sorry, mijnheer De Graaf, helaas. Er zijn heel veel dingen zijn er al gezegd vandaag, dus ik hoop het gewoon ook wel wat korter te kunnen houden daarin. D66 heeft al heel veel dingen genoemd waar we het echt heel erg mee eens zijn. Als we gaan kijken naar energietransitie, als we kijken naar klimaatadaptatie, als we gaan kijken naar wat er op ons afkomt, dan zijn dat dingen waar wij ons echt zorgen over maken als GroenLinks. Dat zijn zorgen die gedeeld worden door D66 en de heer Bakker heeft dat uitermate goed verwoord, dus ik zal daar niet in herhaling in treden. Ook de heer Xhemaili heeft in zijn bijdrage een aantal dingen gezegd waar wij op aansluiten. Niet heel toevallig natuurlijk in onze samenwerking daarin. Maar ook daarbij zal ik dus vrij kort zijn daarover. Ik kan me voor een groot gedeelte ook daarbij aansluiten. Wat ik dan wel zie in deze in hierin is dat er een aantal dingen in staan die niet benoemd zijn. De relatie met de samenlevingsvisie is wat mij betreft hartstikke goed. Daarbij kunnen we nog meer de vraag stellen van, wat voor gemeenten willen we zijn? Zijn we niet voor iedereen? Het staat er ook in, we willen een gemeente voor mensen die afstand hebben tot de arbeidsmarkt, mensen die ouder zijn, mensen die meervoudig of invalide zijn.

Maar wat ik daar een beetje mis is dan, hoe gaan we ook om met mensen die in armoede leven? Hoe worden die erbij betrokken om te zorgen dat ook die een plek hebben in deze gemeente? Als je toch een relatie legt met de samenlevingsvisie, moet dat wat mij betreft er ook in staan. Wat ik ook mis is een relatie met andere overheden. Het wordt wel genoemd, met de MRDH, met de provincie, met het Rijk. Wat ik daar concreet in mis is van, hoe gaan we in over maatregelen die genomen worden in Europa? Dat is uiteindelijk waar heel veel van onze dingen in komen. Later wordt het wel benoemd, over de luchtkwaliteit en over straling, waar we op Europese dingen handhaven. Maar er zijn ook bijvoorbeeld de waterkwaliteit, waar wij echt ons zorgen over moeten gaan maken onder druk van Europese regels die daar zijn. Daar wil ik graag weten van de wethouder hoe we daarmee omgaan. Dan staan er een aantal dingen in die ik heel goed vind. Een van de paragrafen staat in, meer economische groei met meer geld is niet zaligmakend. Meer consumptie staat niet per definitie gelijk aan meer geluk. Dat sluit helemaal aan bij wat wij vinden. Er is een moment dat je moet zeggen van, we kunnen niet doorgaan in die ratrace van altijd maar meer, meer, meer groei. Er moet ook een tijd van bezinning komen. Positief dat dat erin staan. Arbeidsmigratie is een keer genoemd, ook door de heer Xhemaili, onder andere.

Daar sluiten we aan. Wat ik nog wel wil aangeven daarbij is dat in de plannen die we gezien hebben was er heel veel of te weinig aandacht voor de privacy van de desbetreffende arbeidsmigranten. Er werd continu gesproken over huismeesters, over cameratoezicht, over bijna een soort meldingsplicht. We zouden graag zien dat ook daar meer aandacht in zijn, want die arbeidsmigranten die hebben we keihard nodig. Die doen heel goed werk. We moeten zorgen dat die uit de handen blijven van allerlei gepeupel wat hun wil uitbuiten, maar het zijn wel zelfstandige burgers die gewoon ook recht hebben op privacy, dus daar meer aandacht voor. De linten, mogelijkheid tot wijziging. We hebben altijd gezegd, we koesteren de kernen, maar we kunnen de kernen niet koesteren tot in de eeuwigheid. Wat ons betreft, als we willen gaan verdichten en we willen wat meer mensen hier in Lansingerland gaan huisvesten, zul je ook op een gegeven moment moeten gaan over te gaan tot een kleine wijziging van die linten. Goed dat ook dat nu benoemd wordt, dat dat erin staat. Nou willen wij volgende maand als GroenLinks PvdA willen wij een bespreekpunt indienen over 30 kilometer de norm in Lansingerland. Dat gaan we ook doen. Maar het is wel goed om te lezen dat het hier alvast in staat. Het moet, als ambitie moet het de norm worden.

En alleen op die wegen waar dat nodig is voor doorstroming zou het naar 50 zijn of in ieder geval 60. We zijn benieuwd hoe het college, maar ook andere partijen daar volgende maand op gaan reageren, terwijl het hier zo klip en klaar al opgeschreven staat. Dan nog twee andere vragen die ik heb. CO2-reductie, we willen in 2050 klimaat of CO2neutraal zijn. In 2030 willen we 55 procent minder uitstoot hebben. Ik wilde graag van de wethouder weten, hoever staan we nu daarin? Of hij dat kan benoemen. Mag ook

41/52

schriftelijk, want ik begrijp dat het wel een vrij lastige vraag is. Ik zie hem al bedenkelijk kijken. Dan nog de laatste vraag, op pagina 46 staat een hele paragraaf over windenergie. Die lijkt enigszins in tegenspraak met wat er nu afgesloten is in het bestuursakkoord. Dus ik wilde graag weten van de wethouder wat hij daarvan vindt. Dank u wel. De voorzitter: We hebben volgens mij alle fracties gehad. Ik zie de wethouder Cnossen heleboel geschreven hebben. Er zijn de nodige vragen gesteld, van de starters tot parkeren tot evaluatie en hoe gaan we verder met de verbindingen tussen de dorpen? Het is te veel om het allemaal op te noemen, maar ik heb u driftig zien schrijven. Ik zou zeggen, gaat uw gang. Mevrouw Zevenbergen zit en aan de linkerzijde nog een paar ondersteuningen. Dan kom ik straks denk ik nog bij de heer Muis. Mevrouw Cnossen, gaat uw gang. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel, voorzitter. En inderdaad, bij een aantal onderwerpen misschien dat ik ze even noem en dan zeg dat dat richting de collega-wethouder Muis gaat. Mooi, mijnheer Jumelet van WIJ Lansingerland, hoe u de bespreking opende. Want we hebben inderdaad als commissie Ruimte, ambtenaren en college een heel traject met elkaar gelopen. En het is mooi om dat hele proces nog eens even terug te kijken. En dat u ook dingen herkent, want dat was ook het woord wat u noemde.

En dat vind ik echt heel belangrijk, dat er niet allerlei verrassingen in de omgevingsvisie zitten. Maar de dilemma's hebben we met name met elkaar goed doorgesproken. En dat ziet u hierin terugkomen. Dus daarin pak ik het compliment op. Want het college vindt het echt belangrijk dat de raad stukken krijgt aangeboden waar die herkenning in zit en niet opeens allerlei verrassingen tussen de regels door. U had met name een aantal punten. Bij wonen mist u de starters. De heer Muis zal straks op het wonen ook terugkomen. Maar in zijn algemeenheid wijs ik erop dat er in het omgevingsprogramma, in dit geval wonen, ook nog het een en ander wordt uitgewerkt. Parkeerbeleid. Hebben we een afslag genomen in onze omgevingsvisie? Nee. Het vigerend parkeerbeleid. Ik heb bladzijde 36, die zoek ik er even bij, want dat heb ik aangetekend. Even kijken hoor. Bladzijde 36, 38. Ja, daar had ik hem gevonden. Ik snap nu waar uw opmerking vandaan komt. Bladzijde 36, de ambitie slim omgaan met parkeerdruk en overlast, kiest voor een gebiedsgerichte aanpak. Ik heb het gevoel dat u daarover valt, zal ik maar even zeggen. Het college, ik denk dat wij hetzelfde wel benoemen. Dat je kijkt per wijk. Dat noemde u ook. En dat is toch ook een vorm van gebiedsgerichte aanpak. Wij hebben dus geen parkeernormen bijgesteld of wat dan ook.

In mijn beleving, de beleving van het college, hebben we het vigerend beleid hierin overgenomen en hebben we deze woorden gekozen om inderdaad te kunnen afwijken, in overleg met uw raad, van parkeernormen. En dat is eigenlijk hetzelfde als wat u zei. Ik geef het even ter overweging. De fiets. Ja, daar kwam de fiets. Het STOMP-principe, dat is door heel veel van u aangehaald, past bij heel veel onderwerpen. Ook bij de fiets. Even kijken hoor. Ik moet even naar een ander document schakelen. Het STOMP-principe, het is u duidelijk, denk ik, wat dat is. De heer Hofman heeft dat heel beeldend ook verteld van het stappen en trappen, et cetera. Juist dat STOMP-principe wordt elke keer afgepeld om ook dat woonwerkverkeer af te pellen hoe dat zit om, zoals u terecht zegt, ook daarmee het autogebruik te verminderen. Dus dat STOMP-principe is vertaald in die omgevingsvisie. En die omgevingsvisie stelt, want dan kom ik even terug op het vorige onderwerp, dat er altijd plek moet blijven voor dat parkeren. Ook bij dicht bij woningen. Dus wij halen dat er niet uit. Maar er worden wel nuances inderdaad gemaakt als je ook moet kiezen voor klimaatadaptatie. En je probeert met elkaar de wat duurzamere vormen van mobiliteit aantrekkelijker te maken. Heel deftig gesproken. Maar dan kom je op die snelle fietsverbindingen, voorzitter, die de heer Jumelet ook noemde.

Dus dat sluit wel goed aan bij wat in de visie ook staat. De heer Bakker had wel een wat ingewikkelde vraag over een

42/52

technische vraag waar geen antwoord op was. Ik stel voor dat u die technische vraag nog een keertje indient bij de griffie. Dan zorgen we daarvoor. Want daar was ik mij niet van bewust. Dat monitoren, waar u naar vroeg, want we hebben inderdaad heel veel ambities. Hoe gaan we die monitoren in de omgevingsprogramma's. Ga je dat wat meer detailleren? En wil je ook monitoren, bijvoorbeeld fijnstof. Dat staat in met name de omgevingsfoto. Dat fijnstof, dat kun je via landelijke metingen monitoren hoe zich dat verder ontwikkelt. En u heeft daar ook iets over gelezen dat de houtstook een belangrijke oorzaak ook is. Dus daar zouden we het altijd later over kunnen hebben. Het SMART maken, dat komt dus later in de omgevingsprogramma's. Ga ik naar de woordvoering van de heer Hofman. En daar heb ik heel gek D66 achter gezet, maar ik weet heel goed dat hij van de ChristenUnie is. Ik weet niet hoe dat komt. Die heeft het inderdaad over dat STOMP-principe. Dat de S en de T, stappen en trappen, nog te vaak op één pad moeten en dat splitsen in de uitwerking. Ik begrijp uw opmerking. En ik wil niet alles doorschuiven, maar het programma mobiliteit moet dit verder gaan detailleren. En dan moet je ook het erover hebben hoe je je openbare ruimte inricht. Of daar altijd financiën voor zijn om dit te splitsen. En dat het een belangrijk onderwerp is, dat begrijp ik heel goed.

Want die fietsers gaan steeds harder en het stappen blijft een beetje hetzelfde gaan. Of je moet heel hard lopen natuurlijk. Het grondbeleid. Mooi dat u constateert op bladzijde 82 dat daar de hoofdlijnen van het grondbeleid inderdaad in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Want dat was ook één van de doelstellingen. Weet u nog dat plaatje van BMC met die 100 beleidsstukken? Er zit echt heel veel nu in deze omgevingsvisie. En daarmee wil ik dat graag bevestigen. U stelde ook een vraag over het uiterlijk van de omgevingsvisie. Of plaatjes met een hogere resolutie ook kunnen, zodat als het echt ter inzage komt mensen dat ook beter kunnen bekijken. Daar krijg ik allerlei technische adviezen over, maar in elk geval is dat wel een punt van aandacht. Maar zitten er ook altijd wel weer beperkingen als je een kaartje hebt, dat dat technisch ook wel weer beperkt is, omdat anders de bestandsgrootte een probleem gaat worden. Ik ga naar de woordvoering van de heer Diepeveen, voorzitter, van Leefbaar 3B. De dorpse uit…U stelt een aantal punten die voor uw fractie heel erg belangrijk zijn, maar die ik niet onmiddellijk als vraag zag, voorzitter. Of er knarrenhofjes in de omgevingsvisie staan. Het gevarieerd wonen, ik wijs ergens naar, maar dat is iets anders, dat staat er heel duidelijk in beschreven. En hoe je dat precies gaat doen, daar zal denk ik de heer Muis ook nog wel op terugkomen.

In het omgevingsprogramma wonen ga je dat verder uitwerken. Dus het knarrenhofje zul je niet onmiddellijk in de omgevingsvisie terugzien. Bladzijde 22 van de visie. Ik ga even weer iets opzoeken, voorzitter. Dus de merknaam, daar hebben we het eigenlijk vorige keer ook over gehad bij het vitaal waardig ouder worden, knarrenhofje een bepaalde merknaam is. Maar bladzijde 22 van onze omgevingsvisie, onder het kopje ouderen, de laatste alinea, hebben we wel degelijk geclusterde ouderenwoningen benoemd. Om ook bij te dragen waar uw fractie ook op aandringt, dat dat belangrijk is voor ouderen om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen, omdat ze op die manier iets voor elkaar kunnen betekenen. Dus ik hoop dat die alinea u voldoende comfort geeft om niet het woord knarrenhofje terug te zien, maar wel de bedoeling daarvan. De duurzame energietransitie zal de heer Muis straks op terugkomen. Mijnheer Van Harn, mooi hoe u bij economie ook stilstond. Bij de bedoeling van hoogwaardige bedrijvigheid wat houdt dat in? Bladzijde 21 spreekt vrij uitgebreid over brede welvaart, mijnheer Van Harn. En daarin hebben we wel aangegeven wat belangrijk is voor Lansingerland, welke clusters. Het moet aansluiten bij economische clusters die we al hebben voor het dorp en regio voorzienende bedrijvigheid.

Maar terecht wat u ook zegt, hoogwaardige bedrijven, dat je ook kijkt naar die robotisering et cetera. De arbeidsmigranten, voorzitter, zal wethouder Muis straks oppakken. En u had ook een opmerking over landschapspark De Rotte. Die laat ik ook even daar. De heer Xhemaili zocht nog naar een concrete vertaling. Dat is eigenlijk voor de heer Muis, klimaat opgave, in het programma kwaliteit leefomgeving. De heer Xhemaili vroeg ook aandacht voor de kwetsbare groepen. Er stonden er al een aantal in. Mogelijk dat de heer Muis daar

43/52

ook op ingaat. Maar in onze omgevingsvisie zijn ook heel veel, ik moet die kant op kijken, kwetsbare groepen benoemd. Zoals het beschermd wonen, GGZ. Alles waar de gemeente voor aan de lat staat, dat hebben we wel op een rijtje gezet. En u noemde terecht ook een opdracht voor de gemeente zijn ook de woonwagenbewoners, om die op een nette manier onderdak te geven. Het kernen onderling verbinden. Daar ga ik u ook weer wijzen, mijnheer Xhemaili op het STOMP-principe. Waar je ook afpelt in dat principe hoe je de kernen het beste kan verbinden. En de vertramming van de ZoRo-lijn, die mist u. Bladzijde 35 heb ik erbij gezet, staat die toch redelijk uitgebreid. En dat is ook een belangrijke ambitie om te verwezenlijken. Want dat gaat dus ook wel zorgen voor een betere OV-verbinding tussen de drie kernen. Want dan kun je inderdaad vanuit Bleiswijk, Bergschenhoek en Berkel elkaar wat makkelijker bereiken. Even kijken. Ik ben beland bij de woordvoering van de heer De Graaf. Die constateert terecht dat dit echt een belangrijke paraplu is voor de Omgevingswet. We zien nu al aan de intake tafel dat er op Omgevingsvisie 1.0 vaak wordt teruggegrepen van, wat staat er nou beschreven? En van daaruit wordt er beredeneerd hoe een initiatief beoordeeld kan worden. Dus dat is inderdaad een hele belangrijke. Ik vond het een ingewikkelde vraag over die verwijzingen.

Ik heb hem nog niet echt gezien of dat nou terecht is. Want u gaf aan, mijnheer De Graaf, als je een verwijzing maakt naar bijvoorbeeld een windbeleid, ik noem maar even, ik weet niet hoe u het precies benoemde, en dat windbeleid verandert, dan zouden we eigenlijk in de omgevingsvisie gelijk het nieuwe windbeleid hebben staan. Zo heb ik hem opgepakt. En voorzitter, ik zou willen voorstellen dat we die per mail of zo beantwoorden, want dat wil ik echt even navragen. Want over de structuur van het document is wel heel erg nagedacht, omdat die ook weer moet passen in het digitaal stelsel Omgevingswet et cetera. En verder ook doorwerkt in allerlei programma's. Dus daar is wel over nagedacht. Maar ik ga vragen om daar aan dit punt even aandacht te geven, want dat had mij wel even een lampje laten branden. De arbeidsmigranten vroeg u naar. Dat gaat naar de heer Muis. De heer De Graaf, voorzitter, wilde toch ook wel weten, moet je in de visie nou niet een richting hebben waar je al die locaties moet gaan zoeken? We zijn op zoek naar locaties voor het COA, voor arbeidsmigranten, voor knarrenhofjes, et cetera. Moet dat al concreter vertaald worden in de visie? De visie zijn inderdaad de grote lijnen. En dat uitwerken op concrete plekken vind ik lastig op dit moment, voorzitter, om dat toe te zeggen. Op het moment, dat kent u misschien nog van Vinex.

Toen bedacht het Rijk van, de Meerpolder en Westpolder dat waren Vinex locaties en alle sappige graslanden werden onmiddellijk verkocht door ontwikkelaars. Dat is altijd het lastige met heel concreet worden van locaties. Je kunt mogelijkheden aangeven, maar op het moment dat je zegt, dit is onze nieuwe bouwlocatie. Ik wijs even naar daar, maar daar zitten de mensen niet meer. Maar die zouden daar dan misschien hun tiny house op willen zetten. Iemand anders, wij willen misschien de statushouders daar huisvesten. Daar moet ik ook nog even op kauwen. Dus ik geef u eigenlijk helemaal geen goed antwoord. Dat begrijp ik, mijnheer De Graaf. Maar ik probeer u het dilemma te schetsen om heel concreet te worden in deze visie. De heer Ruijtenberg tot slot, voorzitter. Hij mist hoe omgaan met mensen in armoede. We hebben bewust die relatie met de samenlevingsvisie gelegd om niet al die groepen te noemen. Want wij weten welke principes wij daar hanteren. Het ongelijk behandelen, de bestaanszekerheid. En een van u zei ook dat het goed is dat wonen heel prominent hierin staat. Ik dacht dat het de heer Xhemaili was. Vind ik ook een van de belangrijkste opgaven van dit moment, waar mensen, net de tiny house mensen, maar iedereen zit met smart te wachten op een huis.

En de stelling is wel, als je eenmaal een woning hebt, dan heb je ook al een vorm van bestaanszekerheid, omdat je dan je leven kunt opbouwen. Dus op die manier zou ik hem eigenlijk willen benaderen, als u dat goed vindt, dat het wel degelijk in deze visie ook zit. De visie gaat niet zozeer om, wat we in de samenlevingsvisie wel doen, het sociaal domein benoemen, wat je daarin doet. Maar wel dat wonen een belangrijke vorm van bestaanszekerheid is. Ook voor mensen in armoede. Want die kunnen daar iets opbouwen,

44/52

samen met hun partner, gezin of et cetera. De relatie met andere overheden vond u er niet genoeg in zitten. Daar heb ik niet onmiddellijk een vraag op. Ik wou die toezegging ook maar doen om dat ook per mail schriftelijk te beantwoorden, voorzitter. Want ik weet wel dat die dingen er allemaal in zitten, de kaderrichtlijn water, daar moet je gewoon aan voldoen. Laat dat helder zijn. We hebben in die omgevingsfoto daar al heel veel in zitten. Maar ik denk dat de ambtenaren dat nog iets preciezer kunnen beantwoorden. Het verdichten van de linten, dat was meer suggestie van u. De voorzitter: Mevrouw Cnossen, een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel. Het is al enige tijd geleden, maar ik wil even nog een kleine checkvraag bij u doen dan. Bent u wel van mening of bent u het eens ook dat aanpak van armoede ook wel een onderdeel is van de brede welvaart? Mevrouw Cnossen: Ik zit er even over na te denken. Zeker, want die brede welvaart kan er dus voor zorgen dat mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, om dat maar wat onaardig te benoemen, maar veel meer mensen toegang ook hebben op arbeid, op fietsafstand, loopafstand, wat dan ook. Ja, dus ik denk dat daar zeker een verband zit. We hebben hem in de omgevingsvisie wel vooral vanuit economie benaderd, dat heeft u gelezen. Maar ik vind het een heel mooi verband. Ik zet het er even bij, ook voor mijzelf.

De voorzitter: Er is nog een interruptie van de heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Als de wethouder en ambtenaren toch aan de slag gaan met het verduidelijken van die relatie met andere overheden, zou ik daarbij willen benadrukken dat we ook behoefte hebben aan, als die relatie dan beschreven is of concreter gemaakt is, wat dan specifiek onze rol daarin is. Ik zit even te denken aan een artikel, een van die stukjes in de omgevingsvisie over, ik geloof, laadpalen voor logistiek of zo, samen met de MRDH. Dat is een hele mooie ambitie, maar dat is een regionale ambitie. Maar wat onze rol als gemeente daar nou concreet in gaat zijn, dat blijft een beetje vaag. Dus ook die concreetheid graag aanbrengen als u toch met dit onderwerp aan de slag gaat. Dank u wel. Mevrouw Cnossen: Ja, ik vervolg weer. Dank u wel, voorzitter. Het is een hele belangrijke, mijnheer De Graaf, want je moet juist die rol van de overheid daarin zo klein mogelijk maken. De samenleving kan heel veel zelf en onder die samenleving vat ik ook het bedrijfsleven, die heel veel op kunnen pakken. Dus ik denk dat dat helder is. Ik was er bijna, voorzitter. Ik had nog één puntje opgeschreven over de linten verdichten. Dat was meer eigenlijk een suggestie van de heer Ruijtenberg.

En de 30 kilometer heeft u terecht gezien, mijnheer Ruijtenberg, dat daar al een voorzet hier in zit om daar meer mee te doen. Er zitten nog een aantal onderwerpen, wind, et cetera, voor collega Muis. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Muis, ik heb het nodige gehoord. Wonen, duurzame energie, landschapspark De Rotte en de arbeidsmigranten onder andere. Aan u. De heer Muis: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik zal even kijken wat er nog mist. Ik begin bij de heer Jumelet van WIJ Lansingerland. Die mist in elk geval iets en dat was een aparte paragraaf over de starters. En ik begrijp dat aan de ene kant wel. Aan de andere kant, dat komt terug onder het kopje huishoudens met lage en midden inkomens. U kunt natuurlijk, als u dat allemaal wilt, daar allemaal mooie teksten voor maken. Maar ik wil u voorstellen om in elk geval dat kopje te veranderen. Want volgens mij zit het wel daaronder. Om van dat kopje dan te maken, huishoudens laag en midden inkomens,

45/52

voornamelijk starters. Dan is het bovenaan die tekst helder dat het met name daar over starters gaat. Maar goed, neemt u dat mee. En anders, als u het anders ziet, dan hoor ik dat. En dan is het aan u hoe u dat dan in de tekst wilt krijgen. Even kijken, volgens mij zijn er andere punten heeft mijn collega beantwoord. De voorzitter: Mijnheer Muis, een interruptie van de heer Jumelet. De heer Jumelet: Ik kan u heel goed volgen, maar kunt u dan ook de link leggen met de stap die we hebben gemaakt met elkaar met betrekking tot Wilderszijde, de kleinere wooneenheden, want dat zou juist daarin een plek kunnen krijgen. De heer Muis: Voorzitter, de discussie over Wilderszijde loopt natuurlijk nog via collega Fortuyn, als u dat heeft over het toevoegen van die kleinere wooneenheden, of in elk geval kleinere koopwoningen. Die is natuurlijk nog niet klaar. Je kunt het als ambitie meenemen. Dus ik denk misschien dat het goed is om toe te zeggen dat we kijken waar dit ergens zou passen. Maar het is natuurlijk wel een visie, wil ik u ook nog even meegeven. Dus laten we kijken of het ergens in de tekst een plek kan krijgen. En dat laten we u dan ook schriftelijk weten. Voor alles geldt natuurlijk, en dan kijk ik ook even rond, dat iedereen dat dan in ieder geval in meerderheid moet vinden, voordat we natuurlijk die dingen aanpassen.

Maar laten we het even teruggeven van wat wij daarvoor kunnen bedenken om die discussie te benoemen. De voorzitter: Mijnheer Muis, nog een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel. Ik begrijp die koppeling tussen lagere en midden inkomens en starters begrijp ik toch niet helemaal, want niet alle starters hebben lagere of midden inkomens. Er zijn ook starters met prima inkomens. Maar er zijn ook heel veel mensen met lagere of midden inkomens die gewoon geen starters zijn, maar al heel lang ergens wonen of ‘…’, maar gewoon vastzitten. Dus ik begrijp die koppeling niet helemaal. Dus ik zou niet op voorhand enthousiast worden van zo'n verandering van het kopje. De heer Muis: Voorzitter, vanuit het college hoort de starter onder die tekst die onder dat kopje staat. En dan laat ik het verder bij u. En de discussie van, wat is dan een starter. De ene legt hem uit, hij heeft al een woning. Ik zie het als iemand die nog moet starten op de woningmarkt. Maar goed, die discussie gaan we hier vanavond, tenminste, die ga ik niet met u voeren. Die mag u met elkaar voeren. Maar dan hoor ik het graag als u het anders wilt. Dan ga ik naar de heer Bakker van D66. Een aantal zaken zijn volgens mij ook al door wethouder Cnossen beantwoord. Het ging ook over de bronnen die er soms achter zitten. Het zijn allemaal openbare bronnen. Dat staat ook in het stuk.

Maar specifiek met betrekking tot fijnstof noemt u volgens mij ook. Dat is gemodelleerd door het RIVM op basis van een centraal instrument monitoring luchtkwaliteit. Maar goed, als u daar meer in detail over wilt weten van de verschillende bronnen van waar die vandaan komen dan hoor ik dat graag. Dan kunnen we dat u laten weten. Dit is er één. Maar het zijn dus allemaal openbare bronnen. Dan ga ik naar de heer Hofman. Maar die sla ik weer over, want volgens mij STOMP, grondbeleid en over de vormgeving, dat is volgens mij allemaal door collega wethouder Cnossen beantwoord. Dan kom ik bij de heer Diepeveen van Leefbaar 3B. Daar heeft collega Cnossen ook al het een en ander gezegd over de knarrenhofjes. Volgens mij ook dat het past binnen de ambitie gelijkvloers geclusterde ouderenwoningen. En volgens mij was dat daar het antwoord op. Dan het benoemen van LansingerStroom als energiecoöperatie. Het is natuurlijk aan de ene kant, het is een belangrijke samenwerkingspartner. Aan de andere kant begrijp ik ook de heer Diepeveen. Er kunnen natuurlijk ook andere lokale energiecoöperaties zich melden. Die zijn er niet. En wij werken

46/52

ook nauw samen met LansingerStroom. Ik zou er ook geen bezwaar tegen hebben als wij het aanpassen, als u het daarmee eens bent, in lokale energiecoöperaties, is ook helemaal prima. Maar kijk even rond. Er staat ook bijvoorbeeld woningcoöperatie. Er staat ook niet 3B-Wonen. Dus in die zin zou dat prima kunnen. Dan ga ik naar de heer Van Harn van het CDA. Die had het onder andere over het ontwikkelplan landschapspark De Rotte. Dat moet mij van het hart, dat wordt wel een beetje een herhaling van zetten. En ik en ook denk ik uw collega raadslid Bianca Boonstra probeert u heel goed op de hoogte te houden van de status van het ontwikkelplan landschapspark De Rotte. Het is ook niet een plan, daar hebben we het natuurlijk al verschillende keren over gehad. Het is een plan, maar het is ook meer een visie, een ambitie voor een langere termijn. Er komen heel concreet uitvoeringsprojecten uit, die koppelen we naar u terug. Onlangs nog is dat vastgesteld natuurlijk in het AB. Verschillende projecten, daar wordt nu ook aan gewerkt. Omwonenden worden erbij betrokken, daar informeren we u ook over, onder andere bij de Bleiswijkse Zoom. De hele aanpak van dat hele gebied met participatie, enquêtes. En ik wil u ook een winstwaarschuwing meegeven. We hebben heel veel ambitie en we werken aan allerlei projecten en we proberen ieder jaar te laten zien wat wij oppakken en wat we kunnen oppakken.

Maar u heeft als raad ook gevraagd om te bezuinigen op alle GR'en en ook op het recreatieschap Rottemeren. Dus het is een soort dubbele opdracht en een dubbele boodschap. Maar in Q2 krijgt u een brief met scenario's en het lijkt me goed dat u dan daar helder met elkaar over beslist en keuzes maakt. Maar u krijgt die informatie sowieso. Dan de huisvesting van arbeidsmigranten, hebben verschillende partijen hier iets over gezegd, maar de heer Van Harn was volgens mij de eerste. En volgens mij zijn de ambities die wij hebben en die we u voorstellen in de omgevingsvisie ook in lijn met de vragen die het CDA stelt. Wij sturen op die lokale balans tussen het aantal werkzame arbeidsmigranten en de huisvestingsplekken voor arbeidsmigranten. We verwachten ook van die werkgevers dat die daarin voorzien. Plus we hebben natuurlijk ook de ambitie, staat er ook in beschreven, dat we streven voor de arbeidsmigranten naar een goede woon- en leefomgeving. En ook het liefst dat ze dicht bij hun woning natuurlijk ook werken. Ook met het oog op mobiliteit. Even kijken, moet ik er nog iets meer over zeggen? Nee. Dan ga ik verder. De kinderboerderijen. De voorzitter: Mijnheer Muis, een interruptie van de heer Van Harn. De heer Van Harn: Dank. Toch even doorvragen aan de wethouder. Ik had het meer over een proactieve houding.

Niet koppelen aan huisvesting voor die arbeidsmigranten, maar juist voorkomen dat je die niet nodig hebt door slimme, slimme bedrijven aan te trekken. De voorzitter: Mijnheer Muis. De heer Muis: Ik denk dat het inderdaad goed is. Het is meer portefeuille van mijn collega Hoek. Maar daarom moet ook dat gesprek gevoerd worden met bedrijven van, wat voor bedrijf heb je? Hoe ga je voorzien in je personeel? Zijn dat arbeidsmigranten? Dan willen we weten hoe je die gaat huisvesten. Maar als die niet nodig zijn, daar bent u als raad ook bij om kaders te stellen voor, wat voor bedrijven wil je ruimte bieden in Lansingerland? Maar ik denk dat dat dan een andere discussie gaat worden. Ik focus nu even op de huisvesting van de arbeidsmigranten en hoe we daarmee omgaan. We zoeken dus nadrukkelijk naar die balans. We kijken ook, wanneer is het in balans? En dan komen we natuurlijk ook bij u terug van, wat wilt u daar verder in? Maar uw punt is ook helder dat u het liefst een ander soort economie zou hebben waarbij er minder mensen nodig zijn. En dat is wellicht ook een oplossing. Dan kom ik bij de heer Xhemaili van de PvdA. Hoe maakt het college scherpe keuzes? En dat ging volgens mij over de energietransitie, met name. Dat wordt uitgewerkt in het omgevingsprogramma energietransitie en circulaire economie. Dus dat is even wat ik

47/52

er nu over kan zeggen. Het punt van de kwetsbare doelgroepen, daar heeft collega Cnossen al antwoord op gegeven. Dat zit natuurlijk ook in het programma reservering aandachtsgroepen. Dus ook binnen onze woningbouwplannen hebben we ook een bepaald percentage wat we natuurlijk hebben benoemd wat specifiek bestemd is voor bepaalde aandachtsgroepen. U noemde ook de woonwagencentra. U weet natuurlijk Bosland. Daar zijn we natuurlijk al heel lang mee bezig, collega wethouder Fortuyn. Maar goed, er zijn ook andere wensen. We kunnen het niet allemaal tegelijk oppakken. Laten we de mensen ook weten. Dat vinden ze niet altijd leuk. Maar ik denk dat Bosland eerst afgerond moet worden voordat wij nog andere projecten op gaan pakken. Dan de heer De Graaf. Volgens mij heeft wethouder Cnossen daar antwoord op gegeven. Dan kom ik bij de heer Ruijtenberg. Mensen in armoede heeft collega Cnossen ook al deels antwoord opgegeven. Ik vat hem ook inderdaad breder op dan alleen wonen. Maar daar eindigde collega Cnossen ook mee. Daarom hebben we natuurlijk ook opgenomen dat we voldoende blijvend betaalbare woningen willen hebben voor lage inkomens. En dat is ook daarom dat wij afspraken hebben met 3B-Wonen als een heel betrouwbare woningcorporatie die voor een hele lange termijn die woningen in hun bezit houdt.

Dus dat is ook een reden dat we heel graag daarmee werken als preferred supplier, omdat ze dan minimaal 25 jaar in de voorraad blijven en dus ook beschikbaar voor die specifieke doelgroepen. Nog even los van LOO-1 en andere projecten waar zij ook echt ambitie in hebben, maar ook hun financiën zijn niet oneindig. Dan de relatie met andere overheden. Daar heeft wethouder Cnossen al deels antwoord op gegeven. Inderdaad die kaderrichtlijn water bijvoorbeeld. Maar collega Cnossen heeft volgens mij een toezegging gedaan om nog even uit te zoeken waar dat allemaal nog meer van toepassing is. Dan, hoe ver staan we, volgens mij was dat met de CO2-reductie. Ik denk dat het handig is dat we dat eventjes technisch of via de mail beantwoorden. Ik wil u wel vast meegeven dat we dat allemaal niet hebben bijgehouden sinds 1990. Dus dat we even moeten kijken op basis waarvan we dit nou bijhouden en monitoren. Maar daar is iets voor, alleen dat voert nu denk ik even te ver. Dus dat zetten we op de mail en dan kunt u daar kennis van nemen. Dan wind. U vroeg, er staat natuurlijk in de tekst over wind in de omgevingsvisie. En dat is de visie en de ambitie van Lansingerland. En in de bestuursovereenkomst met de provincie maken we afspraak over het proces dat de provincie doorloopt met betrekking tot wind op basis van hun bevoegdheid.

Dus in die zin heeft u gelijk, heeft de heer Ruijtenberg gelijk, voorzitter, dat dat iets anders is. Maar het dient ook een ander doel. Die bestuursovereenkomst is, wat spreken wij af? Provincie is bevoegd gezag, jullie doen dat proces, netjes en keurig met inspraak en alles. In onze omgevingsvisie schrijven wij op, wat is onze visie en ambitie op het gebied van wind in Lansingerland? Want je weet het niet, de wereld kan veranderen. Dus dan is het ook goed dat je je eigen beleid natuurlijk ook opneemt in de omgevingsvisie. Voorzitter, dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de tweede termijn en is gelijk de vraagstelling of er nog een amendement gaat komen. Dan begin ik maar met de heer Jumelet. En ik vraag even aandacht voor de tijden. Tweede termijn De heer Jumelet: Heel simpel. Ik wil wel even een punt van orde en dat is rond het amenderen of moties rondom de omgevingsvisie. Want ik weet niet of het college daar een beeld bij heeft van wat wenselijk is. Wij kunnen natuurlijk het stuk helemaal gaan amenderen en noem maar op en ik heb wel behoefte ook aan een amendement, maar ik weet niet wat het college in het idee heeft rondom de behandeling. Maar goed, ik kan me voorstellen dat ze zeggen, u kunt gewoon amenderen. Maar dan, als dat het geval is, hebben wij gewoon in ieder geval een amendement, ik vermoed ook een motie. In ieder

48/52

geval een amendement rondom het parkeren en een motie waarschijnlijk rondom de starterswoningen. De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Ik wilde graag even een stukje aanvulling, een suggestie erbij doen voor de heer Jumelet. Want dat proces, dat kennen we ook nog van de vorige omgevingsvisie. Ik zou zelf voorstellen daarin, laten we vooral nu al onze amendementen die we hebben op deze omgevingsvisie nu indienen en er vooral voor waken dat we niet ook nog allerlei amendementen gaan indienen na de zienswijzeprocedure, want dan verrassen we onze inwoners helemaal. Laten we met zijn allen afspreken dat we dat niet meer doen. De voorzitter: Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Ik vind het een mooie ambitie, maar we zitten hier volgens mij zonder last en ruggespraak. Dus als wij in de tweede ronde behandeling in de raad nog het nodig vinden om dat te doen, dan wil ik wel die vrijheid houden. Maar laat onze intentie zijn om zoveel mogelijk in deze eerste ronde op te lossen met elkaar. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken. Mijnheer Jumelet, nog heel kort. De heer Jumelet: Maar dan volg ik ook de lijn die collega Hofman ook geeft. Dan gaan we ons daar gewoon op focussen. Dat lijkt me uitstekend. De voorzitter: Oké, even kijken. Wie volgt? Mijnheer Bakker. De heer Bakker: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eerst de wethouders bedanken voor de antwoorden.

Ik heb misschien iets over het hoofd, of niet goed gehoord, maar ik heb een vraag niet beantwoord gehad, volgens mij. Het eerste is over het mechanisme om het actueel te houden. En dat staat op bladzijde 85, 6.4. Daar staat eigenlijk in vermeld dat, er kunnen ontwikkelingen zijn waardoor het noodzakelijk is om het actueel te houden. Misschien kunt u daar een soort toezegging op doen dat dat artikel iets herschreven wordt, dat er ook wat duidelijker wordt hoe dat proces dan in zijn werking gaat. Tweede was dat mevrouw Cnossen heeft gezegd, een voorstel aan ons om een technische vraag in te dienen. Dat gaan we doen, want het is een beetje een complexe vraagstelling. Dus we gaan een technische vraag stellen over de methodologische verantwoording, omdat ik toch denk dat dat heel belangrijk is om goed te begrijpen hoe de beoordeling is van de huidige situatie, als we niets doen, ambitieniveau, hoe die evaluatie dan tot stand komt. En nogmaals, dat gaat ons niet om alle 107 ambities, maar het gaat ons om de voor ons belangrijkste ambities. Die raken vooral, als ik het zo even op een rijtje zet, thema's die aan de gezondheid van onze inwoners treffen. Dat is de klimaatbestendigheid, fijnstof, geluid, lichthinder, bodem- en waterkwaliteit. Dat zijn denk ik de belangrijkste om die even te noemen. Dus daar komt een technische vraag over.

Dan, de heer Muis had even een verwijzing gedaan naar een bron over fijnstof. Dank daarvoor. Maar ik denk dat het heel belangrijk is om bij de branche thema's die bronnen ook vast te leggen. Dat dat misschien in een bijlage te vinden is als daar sprake is van lichthinder, dus uit de ‘…’ enzovoort, dat in de bijlage dan staat, bron, dat en dat en dat. Zodat we ook over twee of drie jaar dezelfde bronnen kunnen raadplegen, dat er niet andere cijfers naar boven komen in verband met de, dus een soort legenda, mag in de bijlage. En dan mijn vierde punt is, dat heldere afspraken opstellen om ervoor te zorgen dat we de ambities ook daadwerkelijk nakomen. Ik denk als wij de eerste vragen invullen, dan kunnen we het ook beter monitoren en volgen.

49/52

En dan worden uiteindelijk ook die ambities kwantitatiever en meer meetbaar. Dat was het, dank u wel. De voorzitter: Ik ga naar de heer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, dank aan alle sprekers namens de fracties en aan de wethouders voor de, wat mij betreft, goede bespreking van deze omgevingsvisie. Hopelijk komen er uiteindelijk goede aanscherpingen uit. Ik wil één aanscherping er even specifiek uitpikken en dat is de suggestie die de heer De Graaf deed. Want de balans van, waar geven we beleidsruimte weg versus hoe concreet maak je het dan in de omgevingsvisie, daar raakte hij een zenuw, hij ligt niet open, maar dat is een moeilijke balans. Dus daar denk ik graag met de VVD verder over na van, moeten we daar nog iets mee richting de vaststelling? Ik vind het ook wat om veertig keer het woord passend aan te passen in één amendement. Dat gaan we waarschijnlijk niet doen. Maar het punt wat hij ermee maakt, als je beleidsruimte weggeeft, dan moet je het wel concreet vastleggen. Dat wil ik wel benadrukken, dat ik daar wel zoiets van heb van, daar moeten we misschien nog even wat mee. Dat was het wat mij betreft in tweede termijn, voorzitter. De voorzitter: Ik ga naar de heer Diepeveen. De heer Diepeveen-Van de Merwe: Dank u, dank u. Ik moet heel even kort geholpen worden, want ik denk dat ik iets niet helemaal goed begrepen heb.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=77643072-3800-4be9-9cca-39b45eafc9ad