CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV25.0030] Verslag Commissie Ruimte d.d. 11 maart 2025

Commissie Ruimte 1 april 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering32.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Waar was ik gebleven? En moet de ruimte en grond er natuurlijk ook zijn. We weten allemaal hoeveel moeite het heeft gekost om een plek te vinden voor de tijdelijke opvang van onze Oekraïners, asielzoekers, statushouders en arbeidsmigranten in onze drukbevolkte gemeente. En daar gaat het dan om tijdelijke huisvesting. Hier wordt echter gesproken over permanente bewoning. Maar, voorzitter, wij zoeken wel graag de overeenkomsten. Deze zien wij met name in de vorm van het realiseren van bijvoorbeeld de meer efficiëntere gestapelde flexwoningen. Mocht u met een dergelijk initiatief komen, dan vindt u ons zeker aan uw zijde. Wellicht niet het betoog waarop u hoopte, maar voor nu wel ons wel overwogen standpunt. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de indieners van dit bespreekstuk. Het is goed om aan de eerdere bespreking herinnerd te worden. Het is ook goed om het college daaraan te herinneren. Eigenlijk de belangrijkste vraag die je moet beantwoorden op het moment dat je gaat kijken naar welke woonvorm in Lansingerland dan ook is eigenlijk, de waar-vraag. Waar dan? Want pakken we vraag 4 erbij, staat het college ervoor open, staan andere fracties ervoor open om het op eigen grond te doen? Heel veel eigen grond hebben we niet. We hebben Bleizo-West, maar dan houdt het ook al gauw op.

We hebben wel geld. We hebben veel geld. We hebben een zogenaamde Eneco-reserve. Die wacht om uitgegeven te worden. Hieraan dan misschien? De voorzitter: Mijnheer Hofman. Mijnheer Ruijtenberg, gaat uw gang. De heer Ruijtenberg: We hebben de Lies Frankenweg, we hebben wel meer eigen grond. Dus u moet zich niet beperken tot alleen maar uitsluitend Bleizo-West, waar we wat hebben. Uw buurman heeft nog een alternatief genoemd. Dus wat vindt u daarvan, van zijn voorstel? De voorzitter: Mijnheer Hofman.

18/52

De heer Hofman: De Lies Frankenweg is misschien wel een idee. Maar dan komen we eigenlijk bij het punt van geld, wat we wel hebben. Maar ik ben een beetje, ik weet het niet zo goed hoe het nou zit met geld. En daar wil ik graag over met u van gedachten wisselen. Want korting op grondprijzen, dat kan als het sociaal is. Dan heb je het over de sociale grondprijs. Daar lever je dan als gemeente op in. Dan is je grex niet meer breakeven als je alle grond maar als sociale grondprijs gaat uitgeven. Maar dat kan volgens mij ook alleen maar onder voorwaarden. Want het is eigenlijk een soort van marktverstoring wat je dan doet. Dus dat is lastig. Als je gebruik maakt van gronden van projectontwikkelaars en je wil als overheid ook nog korting geven, dan gaat je grex volgens mij helemaal door het dak. Dus ik vind het moeilijk om het enthousiasme over deze woonvorm ook daadwerkelijk om te zetten in daden. Eigenlijk weet ik niet zo heel goed welke instrumenten wij als raad nou eigenlijk kunnen inzetten om dat te doen. Ik zit binnenkort met de griffie om te kijken naar knarrenhofjes. Dat is eigenlijk net zo’n doelgroep, vergelijkbare woonvorm. Natuurlijk heel anders, maar toch stiekem een beetje vergelijkbaar. Daar speelt een beetje hetzelfde, want ook daar initiatieven genoeg.

Maar hoe regel je het nou? En naar aanleiding van een bezoek ga ik binnenkort met de griffie praten of het niet een idee is om te kijken naar een beeldvorming van, wat voor instrumenten hebben we nou eigenlijk als raad om van dat enthousiasme te komen tot iets wat ons enthousiasme kan omzetten in daden. Het is een beetje veel en een beetje gescheiden om die dingen misschien te combineren in één beeldvormende avond. Maar het idee kwam bij me op van, eigenlijk heb je dat hier ook nodig. Dat je je een beeld gaat vormen van, welke instrumenten staan je eigenlijk tot je beschikking? Want eerlijk gezegd, aan de hand van de gestelde vragen en de bijdragen, ik weet niet wat onze volgende actie nu zou moeten zijn. Dus wellicht ook richting de indieners kunnen we dat in overweging nemen om ook zo'n dergelijke beeldvorming op het gebied van tiny houses te organiseren. Om onszelf gewoon een beeld te vormen van, wat kunnen wij nou eigenlijk? Daar wilde ik het even bij laten in eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Was er een interruptie? Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Zeker, mevrouw de voorzitter. U hebt een heel verhaal, mijnheer Hofman, dus dank daarvoor op zich, was helder.

Maar even alle mogelijkheden en beren op de weg aan de kant, op zich bent u dus wel positief over tiny houses, begrijp ik en zou u toch ook wel willen dat dat hier gerealiseerd is, mits de voorwaarden die u stelt aan voldaan kan worden? De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Ja, ik ben op zich enthousiast over tiny houses. Ik ben niet per definitie enthousiast over het over de balk smijten van overheidsfinanciën als we vinden dat mensen hun eigen woning moeten kunnen betalen. Dus het wringt wel een beetje. Mijn enthousiasme is wel wat gemixt met twijfel. De voorzitter: Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Dat snap ik helemaal, maar u heeft denk ik niet ook de insprekers horen vragen om een zak met geld. Zij willen gewoon de mogelijkheid om dit mogelijk te kunnen maken en de investering kunnen ze uiteindelijk zelf doen. Eventueel geholpen worden met de starterslening als dat een goede mogelijkheid is, lijkt mij. Dus ik denk, beantwoord dat uw zorg in die zin? De voorzitter: Mijnheer Hofman.

19/52

De heer Hofman: Als we er geen geld op hoeven toe te leggen, dan lijkt het me, waarom zijn we dan niet gisteren begonnen? Ik denk dat we zo meteen in de beantwoording van de wethouder gaan horen dat er best wel wat financiële beren op de weg zijn. Laten we dat even afwachten. De voorzitter: Dan zag ik nog de heer Erwich. Oh, oké. Dan ga ik de heer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank, voorzitter. Volgens mij zijn we het er allemaal over eens, we willen meer ruimte voor alle mogelijke wooninitiatieven. Het is volgens mij geen wedstrijdje wie het meest enthousiast is over tiny houses of andere woonvormen. Wij zijn voor knarrenhofjes, wij zijn voor collectief particulier opdrachtgeverschap, flexwoningen, tiny houses, alles om uit deze wooncrisis te komen. Dat is ook gelijk het antwoord op vraag 3, ja, wij zijn ook enthousiast over tiny houses, maar over een heel breed palet. En ze kunnen een oplossing zijn en het zou natuurlijk heel mooi zijn als het goed mogelijk is om dan aan te sluiten op de wensen van inwoners. En ik ben echt heel blij met wat de ChristenUnie net voorstelt, met een goede beeldvorming even te kijken, wat kan er nou wel? Volgens mij hebben we daar heel erg veel behoefte aan. Want we hebben allemaal volgens mij het gevoel, ook als we de insprekers horen, we willen ze helpen.

Maar hoe dan? Volgens mij is dat een beetje de centrale vraag die we met elkaar hier stellen. Want we moeten realistisch zijn, de woonopgave in Lansingerland is heel groot en de druk op de ruimte in Lansingerland is heel erg groot. Dus dat betekent dat ook niet alles maar kan en of alles gaat lukken. En het is natuurlijk heel anders als iemand zijn grond particulier beschikbaar stelt en daar, hoe zeg je dat, faciliteert. Maar grond die we hebben bedoeld voor permanente woningbouw, moeten we volgens mij ook zoveel mogelijk gebruiken om permanent te bouwen. Daar zitten jongeren en starters ook op te wachten. Dus dat is ook een beetje onze zoektocht naar vraag 4. Ik ben ook echt heel benieuwd naar het antwoord van het college daarin. We moeten ook realistisch zijn, de plancapaciteit, ook binnen onze organisatie, die is ook gewoon beperkt. Dus ik ben ook wel benieuwd, hoeveel ruimte is daar om dat soort initiatieven te ondersteunen? Want we hebben ook heel veel projecten, we moeten gewoon woningen gaan realiseren. En wat levert het meeste op? Dus als er een locatie is die aansluit bij de wensen van initiatiefnemers, en ook niet dwars zit met bestaande woningbouwplannen, prima. Dat is ook een beetje het antwoord op vraag 5. Maar de kans dat er heel veel locaties beschikbaar zijn, die achten we niet zo heel erg groot. Dus dat was even ons betoog. De voorzitter: Dank u wel.

Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dank, voorzitter. Onze inwoners willen in Lansingerland prettig wonen. Dat is ook vanwege natuurlijk het befaamde dorpse karakter. De VVD wil dat dan ook behouden en vindt daarom dat de woningbouw daarbij moet passen. Dus hoogwaardige kwaliteit, passende bouw en veel groen in de wijken en daaromheen. De grootste uitdaging voor Lansingerland zit voor ons dan ook in die diversiteit van woningtype. Want er is een groeiende behoefte, niet alleen bij jongeren, starters, maar ook bij ouderen. Vanuit dat oogpunt staat de VVD dan ook niet onwelwillend tegen nieuwe vormen van wonen aan. Zeker als het helpt om die woningnood terug te dringen. Echter, wij zijn natuurlijk wel van de checks en balances. En dan gaan we kijken van, wat kost het en wat levert het op? Dan komen we toch ons inziens met de benodigde ruimte komen we dan op en om die units heen, dat werd net al genoemd door de insprekers, moestuinen, gemeenschappelijke ruimte, ruimtelijke ateliers. Dan wordt het al gauw een hoop ruimte naast die tiny houses zelf en laten we nou net als gemeente al vrij krap zitten in die ruimte. Daarnaast het fenomeen druk op de ruimte is natuurlijk ook al, niet alleen in onze gemeente, een thema.

20/52

Maar heel veel mensen willen heel veel op een klein lapje, stukje grond. Waar natuurlijk ook al veel risico is, noem klimaatverandering, noem andere thema's die op ons afkomen. En daarbij is het ook, wat willen we zijn als gemeente? Is dat, willen we als gemeente tiny houses hebben? Dat lieert natuurlijk ook wat we zo gaan behandelen, omgevingsvisie 2.0. Ik denk dat we daar goed over na moeten denken. En dan niet bij één initiatief gelijk moeten denken van, misschien is het wat. Maar goed, rustig daarover na te denken en even een stapje terug te doen. Zoals ik net al zei, het aantal meters is al snel groot. En die meters in onze gemeente zijn vrij duur. Daarbij lijkt het ons al snel en gauw een lastig financieel verhaal te worden. Ja, er zijn geslaagde projecten, we hoorden het al even. Maar die liggen heel vaak al in het oosten of noorden, zuiden. In die zin, buiten de randstad waar de grondprijs aanzienlijk lager is en er sprake is geweest van of compleet gratis grondinbreng of volledige particuliere financiering. We zitten dus krap in die ruimte en die ruimte is vrij duur. Daar moeten we wat ons betreft vrij verstandig mee omgaan. Wat ons betreft zetten we die nuttig…Ik maak even mijn zin af. Nuttig inzetten voor woningtypen die al zoveel mogelijk woningen en ruimte reserveren. De voorzitter: U heeft al gezien, de heer Ruijtenberg. Een interruptie.

De heer Ruijtenberg: Er zijn in Nederland zijn er 89 tiny houses projecten en daarvan…Roepen dat die allemaal in het oosten of in het noorden liggen, dat is een beetje een farce. Die liggen onder andere in Delft, in Alphen aan den Rijn, Oud Beijerland is net al genoemd, in Rotterdam-Zuid ligt een heel populaire. Speciaal voor de heren van WIJ Lansingerland, in Alphen aan den Rijn staan gestapelde tiny houses. Dus het kan. Ik neem aan dat men daarmee gaat overwegen. Maar goed, los daarvan eventjes, het is dus niet zo dat het alleen maar daar kan en dat in de Randstad niet zou kunnen. Maar wat vindt u specifiek van vraag 5, om het college te laten helpen, met gesprekken gaan met andere aanbieders om het mogelijk te maken, zodat we niet zelf eigen grond hoeven te investeren? De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Eigen grond investeren, in die zin zou dat mogelijk zijn als de grond beschikbaar is en die ruimte daarvoor is. En ik zie niet waar die ruimte in onze gemeente ervoor is. En die druk in de ruimte heb ik al eerder een keer genoemd. En wat de VVD, ze geven dan zeker ruimte aan starters voor ons in de gemeente, maar dan op een andere manier. Dat zien we de ontwikkeling van starters en doorgroeimogelijkheden in zowel de koopsector als de particulier huursector, dat juist te stimuleren als gemeente zijnde en als raad zijnde.

En ook te kijken juist naar die kosten en baten. Wat levert het ons als maatschappij op en wat kost het ons als maatschappij? Want we zitten hier natuurlijk voor de gemeente, maar ook voor de maatschappij op zich. Wat ons betreft gaan die kosten en baten zijn daarbij het belangrijkst. En bij ons zijn die kosten nu te hoog om hiermee in zee te gaan. De voorzitter: Mijnheer Jumelet, alweer een vraag van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ik geef de heer Jumelet even de tijd om zijn hele verhaal opnieuw af te steken over kosten, batenanalyses en bladibladibla. Maar de vraag is eigenlijk gewoon, de vraag was heel simpel. Als het college alleen maar zou faciliteren in gesprekken met projectontwikkelaars, andere gemeenten, particulieren en het kost ons dus geen geld en het kost ons geen grond. Wat vindt u daarvan? En kunt u misschien alleen antwoord geven op dat aspect? De voorzitter: Mijnheer Jumelet.

21/52

De heer Jumelet: Daar vind ik een hele hoop van. Ik vind het in die zin, tiny houses op zich, het concept van een gemeenschap dat je samen eenzaamheid bestrijdt, maar ook juist die mensen een plekje geeft die anders willen leven, helemaal prima. Maar we moeten ervoor zorgen dat je niet een gemeenschap in een gemeenschap krijgt. En daar bedoel ik mee te zeggen, als je een gemeenschap in een gemeenschap krijgt, als het ware ‘…’, dan ga je voor jezelf beginnen. Dat lijkt mij geen goed idee. Als VVD zien we dan ook liever dat die mensen juist in een normale, in die woonvorm blijven wat we in kunnen breien in ons bestaande bestand en dat ze gewoon onderdeel blijven van die maatschappij. De voorzitter: Mijnheer Jumelet, de heer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Ik ben toch een beetje verbaasd over uw betoog, vooral dat laatste stuk. Ik denk, bij mijn weten bent u een liberale partij en als mensen hun eigen leven willen inrichten, dan zegt u, dat kan niet en je moet maar in een rijtjeshuis. Dat kan u toch niet menen als liberale partij? De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Goed dat de heer Scheringa zich goed verdiept in het liberalisme. Dat zou hij vaker moeten doen, zeggen wij dan maar. Ik ontneem helemaal niemand iets. Het staat vrij om iemand met een particulier idee te financieren en dat uit te voeren.

Alleen, wij als VVD zeggen, daar zijn wij geen fan van. We zijn niet voor niets zeggen we, samenleving. We zijn gezamenlijk, maar dat betekent wel dat je het ook samen moet doen. En ja, die vrijheden hebben we. Maar goed, dit is ons standpunt. Take it or leave it, zou ik zeggen. De voorzitter: Ik kijk even nog naar de heer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nergens gehoord dat take it or leave it of dat mensen dat…U maakt er een beetje, ik weet niet zo goed hoe ik het moet zeggen, maar alsof mensen een beetje vrijgeslagen desperado's zijn, die maar wat willen. Mensen willen gewoon hun leven inrichten op een bepaalde manier en die vragen of daar een mogelijkheid voor is. En ik snap heel goed, dat heb ik ook gezegd in mijn betoog, we moeten er niet zomaar miljoenen gemeenschapsgeld tegenaan gooien, want uiteindelijk gaat het om particulier bezit. Maar iemand mag toch weten hoe hij zijn eigen particuliere bezit inricht als hij niemand anders daarmee lastigvalt. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Kijk, en daar vinden we elkaar, daar ben ik het helemaal mee eens. Maar de vorm, daar kunnen we wel over verschillen. En dat betekent niet dat we het daarover eens hoeven te worden. Maar ik denk dat, die vrijheid moet je hebben, maar wel binnen de kaders die we met elkaar gesteld hebben, om het hier leefbaar en goed met elkaar te houden.

En als dat nu bijvoorbeeld op het financiële kader niet uit kan, ook al zou het ons geen grond en geld kosten, dat geld moet toch ergens vandaan gaan komen. Dan kunnen we zeggen, dat is de gemeente die dat op moet draven, maar ga dan maar een particulier of een stichting vinden die dat heeft. Ik denk dat dat vrij lastig is, dus daar is het wat mij betreft mee afgedaan. De voorzitter: Ik kijk even naar de heer Ruijtenberg. U heeft nog maar heel weinig tijd. Wilt u dat nog benutten nu in uw vraag?

22/52

De heer Ruijtenberg: Ik ga toch proberen voor de derde keer om de heer Jumelet te geven of hij antwoord kan geven op een vraag die gesteld is, niet een heel riedeltje ophangen. Nogmaals, als het ons geen geld kost en geen moeite en het college is bereid om te faciliteren in gesprekken, wat u net aangeeft ook met particulieren die iets ter beschikking willen stellen, vindt u dan dat het college dat zou moeten doen? En dan niet zeggen van, ik vind er heel veel van en geen antwoord geven. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Volgens mij ben ik vrij helder geweest. Als het niet helder is, dan is dat pech voor de heer Ruijtenberg. De voorzitter: Even kijken, zag ik de heer Erwich nog? Mijnheer Erwich. De heer Erwich: Ik had eigenlijk een vraag, want volgens mij focussen we ons nu veel te veel op het geld. Daar gaat het helemaal niet over. We zoeken een plek en je gaat er al gelijk vanuit dat bergen met geld bij moet. Jullie eigen wethouder, die was heel enthousiast en die heeft daar ook mogelijkheden proberen te scheppen. Ik begrijp niet dat nu op dit moment op deze negatieve manier wordt benaderd. We hebben het nog helemaal niet gehad, als de Lies Frankenweg gewoon betaald wordt, prachtige plek ervoor.

En waarom zou dat niet kunnen? Waarom moeten we zo negatief zijn? De voorzitter: Volgens mij heb ik alle fracties gehad en de wethouder heeft het een en ander te horen gekregen, zeker de vragen die al op papier staan en wat ik beluister, de ruimte, de gemeenschappelijke voorzieningen, de kosten enzovoort, enzovoort. De wethouder, gaat uw gang. Beantwoording college De heer Muis: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Dank aan de insprekers en aan de indieners voor het bespreekstuk en natuurlijk ook aan uw bijdragen. Dat geeft volgens mij al aardig weer hoe u hier zo gemiddeld in zit. Laat ik beginnen dat het natuurlijk heel mooi is dat lokaal woningzoekenden zelf initiatief nemen om verder na te denken over innovatieve woonvormen zoals tiny houses. Het is ook goed dat ze hebben ingesproken, want het geeft iets meer duiding van waar we aan moeten denken. Is het permanent? Is het flex? Wat is een beetje de omvang? Dat maakt het denk ik ook wel wat beter dan voor jullie behapbaar, mochten jullie daar verder iets mee willen. Het verhaal begint inderdaad in 2020. Toen is het eerder besproken in de commissie Ruimte. En om maar gelijk ook met de eerste vraag te beginnen van de indieners, is er in de keuken gekeken bij andere gemeenten? Ja, dat is toentertijd is dat gebeurd. Er is een bezoek gebracht aan bijvoorbeeld aan de gemeente Leiden.

Naar aanleiding daarvan heeft het college ook aangegeven, het toenmalig college, dat de prioritering is flexwoningen in het betaalbare segment. Dat daar een regierol voor het college is. Dus er was toen niet de toezegging van mevrouw Arends voor een regierol voor tiny houses. Daarvan is gezegd dat de gemeente en het college een faciliterende rol daarin zou vullen. En faciliterend betekent, de gemeente die toetst de geschiktheid van de locaties die door initiatiefnemers worden aangedragen. In uw bijdrage is ook al aangegeven dat de ruimte schaars is. Dat hoef ik u niet uit te leggen. En dat sommige groepen en woonvormen meer aandacht nodig hebben dan anderen. Daar maken we ook allerlei afspraken over in de regio en met u, in de woonvisie en ook in de concept omgevingsvisie die straks op de agenda staat. En daarin weet u dat ook is opgenomen dat wij nog 11.000 woningen te realiseren hebben. En het klopt, de focus moet veel meer op betaalbaar. Nou laten we dat, wij, u en het college nou ook gaan doen. Wij

23/52

gaan natuurlijk 3.100 sociale woningen realiseren en 2.200 betaalbare woningen. Dat zijn woningen tot 405.000 euro en tot 1180 euro huur. Maar dat kan natuurlijk ook lager zijn. En de gemeente Lansingerland, dat is ook wel goed om denk ik even te benoemen, is na Rotterdam in de regio de grootste bouwgemeente. Dus het is ook niet zo, dat wil ik ook eventjes nuanceren, dat er hier helemaal niks zou gebeuren. Alleen, we kiezen wel en we sturen op woningen die iets toevoegen aan de bestaande voorraad en ook zorgen dat er doorstroming plaatsvindt. Onder andere gelijkvloers, sociale huur, middel dure huur, wonen en zorg en flexwoningen. En dan kom ik eigenlijk op het punt, tiny houses gaat om een beperkt aantal en, u heeft het ook hier en daar in uw bijdrage genoemd, het is niet de meest efficiënte manier om de ruimte te gebruiken. Het zijn toch inderdaad vaak eenlaags, misschien, dat werd net gesuggereerd, kan het ook twee lagen. Dan wordt het alweer iets anders, denk ik, de business case. Maar er zit veel grond omheen. Je moet er kunnen komen. Je hebt voorzieningen nodig. Je moet het aansluiten op gas, water. Niet gas, maar in elk geval op elektriciteit en riolering. Dus daar komen nog best wel wat kosten bij. Er werd ook aangegeven, de vergelijking met de knarrenhofjes.

Dat klopt ook wel, want daar hebben we ook al vaker mee te maken gehad en de discussie gevoerd en die zitten nu ook meer op de lijn van, als wij wat willen, dan moeten we vooral kijken bij projectontwikkelaars of wij met een groep inwoners, met een bepaald budget, daar binnen onze woonwens, droom, behoefte kunnen realiseren. Er is inderdaad, dat werd door een andere inspreker vanavond naar voren gebracht, ik weet niet of die er nog is, het wetsvoorstel Regie op de volkshuisvesting van minister Keijzer. Daarin staat, en dat biedt wellicht op kleinere schaal mogelijkheden, dat je in de tuin van familieleden een kleiner huis mag bouwen. Dus dan hoeft het niet meer per se de mantelzorgwoning te zijn die de heer Hofman noemde, maar dan zou dat gewoon vergunningsvrij mogelijk zijn om dat te bouwen. Maar goed, dan heb je nog geen community. Maar wellicht biedt het wel voor starters een optie. Dan naar vraag 2, dan ga ik het wat sneller doen. Heeft het college geïnventariseerd of er knelpunten zijn in de bouwvoorschriften? En is er een regeling mogelijk? Denk ook aan biobased bouwen. Ik heb hier uit het verhaal begrepen dat het een permanente woning is. En een tiny house mag alleen staan op een plek die een woonbestemming heeft. We zijn een groene gemeente. Dat willen we ook graag zo houden. Dus het idee van, ik weet niet hoe het er precies stond ook in de bijdrage van de insprekers.

Maar je kunt niet zomaar agrarische grond omflippen en zeggen, we gaan er nu bouwen. Een tiny house is, als het een permanente woning is, moet het ook voldoen aan het bouwbesluit. Als het tijdelijk zou zijn, dan gelden er andere regels. Maar volgens mij is dat hier niet de wens. En er zijn geen beperkingen op basis van bouwvoorschriften voor biobased bouwen. En dat is natuurlijk ook aan de orde gekomen in de beeldvormende avond vorig jaar. Dan de derde vraag. Even kijken, was dat ook aan het college? Ja. Of tiny houses een oplossing kunnen zijn? Ik heb net aangegeven, realisatie is niet effectief en efficiënt in ruimtegebruik. Vanuit het college kiezen we voor gestapelde flexwoningen die ook vallen in het sociale huursegment. En we hebben natuurlijk al 132 tiny houses op LOO-1, in het sociale huurprijssegment. Dat is dus kleine woningen, ook voor onze lokale jongvolwassen spoedzoekers. Dan komen we eigenlijk op de hamvraag en dat is de vraag over de eigen grond ter beschikking stellen om niet, of met een verlaging van de grondprijs. Dat is ook al door sommigen van jullie gezegd, grondprijs mag je niet zomaar verlagen. Want dat zou staatssteun zijn. Er is wel, dat heeft u ook aangegeven, differentiatie mogelijk voor sociale huurwoningen. Maar ik denk dat het goed is, dat is ook door twee partijen… De voorzitter: Mijnheer Muis, een interruptie van de heer Erwich.

De heer Erwich: Ging eigenlijk even over het vorige punt, maar ik dacht, ik wacht even tot hij zijn zin af heeft gemaakt. Maar LOO-2, daar mag je eigenlijk maar twee jaar wonen. Of, LOO-1. En ik geloof ook niet dat dat echt tiny houses zijn, wat hier bedoeld wordt.

24/52

De heer Muis: Nee, dat is ook niet het concept van de tiny houses, dat begrijp ik. Maar het is meer van, waar heb je kleine woningen voor een diverse doelgroep die met spoed een woning nodig heeft. Het is redelijk in het groen, maar het is niet het concept tiny houses. Maar het zijn wel kleine woningen. Tiny dus, klein is tiny. Even kijken, voorzitter, ik ga verder. We waren bij de grond. Differentiatie, dat kan dus wel voor sociale huurwoningen. Ik wou even het bruggetje maken naar uw idee van de heer Hofman. Dat moet u het misschien in de tweede termijn maar met elkaar verder over hebben. Die beeldvorming lijkt mij een heel goed idee. En ik zou daar ook dan het grondprijsbeleid in meenemen, zodat je weet, wat is er wel of niet mogelijk. Want ik hoor nog verschillende signalen. Ik hoorde de heer Scheringa, er hoeft helemaal geen geld bij. Kijk, als dat het geval is, dan is het gewoon een kwestie van het plan indienen. Dan gaan wij het toetsen. En dan kun je inderdaad een starterslening krijgen en dan kunnen we verder. Maar ik verwacht dat dat hier niet het geval is. Dus die grondprijs verlagen, dat gaan we niet doen. Dat mogen we niet doen. En overigens, als het wel zou kunnen, dan denk ik dat u ook moet overwegen van, hoe ga je dat dan uitleggen aan doelgroepen met misschien nog wel veel urgentere woonbehoeften.

Onlangs hebben we vanuit Maaskoepel een kalender gekregen waar elke dag een woningzoekende opstaat die echt in een hele schrijnende situatie zit. En natuurlijk is het lastig om met elkaar te vergelijken. Maar we hebben heel veel urgente doelgroepen te huisvesten en daar moet je dan ook wel uit gaan leggen dat je de ene doelgroep gaat helpen en de andere naar achteren schuift. Iedereen heeft zijn eigen woonwensen, maar urgentie, daar zit nog wel verschil in, denk ik. De voorzitter: Mijnheer Muis, een interruptie van de heer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Ik vind dit toch een beetje een valse tegenstelling. Niemand heeft gezegd dat als mensen naar een tiny house gaan dat het ten koste gaat van mensen die spoedzoekers zijn. Als je dat door gaat trekken kan je ook zeggen, we gaan niks meer regelen voor mensen met een bovenmodaal inkomen, want we gaan eerst spoedzoekers voor mensen in nood helpen. Kijk, mijn fractie wil dat wel, maar dat gaat niemand zeggen. Dus dat gaat de andere kant op ook niet. Dus dat staat gewoon los van elkaar. Het is gewoon hier een vraag van particulieren van, wij willen dat regelen of wij willen dat hebben, kan de gemeente ons helpen om dat te regelen? En dat gaat helemaal niet, een beetje gek vind ik dat dat dat zo bij elkaar gesteld wordt.

Hoe ziet u dat dan? Denkt u dat een spoedzoeker of iemand die echt in schrijnende nood zit en er zijn heel veel mensen van, dat weten wij, dat die dan later geholpen wordt omdat we eerst een tiny house gaan bouwen of zo. Ik snap dat niet. Wat bedoelt u daarmee? De voorzitter: Mijnheer Muis. De heer Muis: Dank u wel, voorzitter. Het gaat ook om geld. En daarvoor zei ik ook net, als het niet om geld gaat, hebben we een ander verhaal met elkaar. Dan gaan we gewoon iets toetsen en beoordelen. Maar, ik heb de insprekers gehoord, staat ook in de inspraak, willen graag grond om niet, of een korting op de grondprijs. En als je dat gaat doen, dan gaan die kosten ten koste, nog even los van de capaciteit die nodig is, als u als raad ook nog wil dat we dat gaan begeleiden, gaat ten koste van een andere doelgroep. Mooier kan ik het niet maken, maar dat is wel de consequentie daarvan. Voorzitter, ik ga verder naar vraag 5. De voorzitter: Mijnheer Muis, even geduld. De heer Erwich had nog een interruptie. De heer Erwich: Ik had een kleine aanvulling, want u had het over oneerlijk en tegenover een ander. Maar het is niet per se oneerlijke concurrentie. Het gaat ook om diversiteit van

25/52

het woningaanbod. Dus dan is het ook weer een heel ander verhaal. En nu gaat het alleen maar over geld en grond. Maar het gaat gewoon over het principe, zijn we bereid en hebben we al daar iets aan gedaan om plekken te vinden waar het wel kan? En daar hoor ik helemaal niks over. De voorzitter: Mijnheer Muis. De heer Muis: Voorzitter, even denken hoor. De heer Erwich noemt een aantal dingen, nou ben ik even de draad kwijt. Het is natuurlijk niet zo dat tiny houses, dat het college daar tegen is. En uw raad is daar ook niet tegen. Alleen, de mogelijkheden die wij daartoe hebben zijn beperkt. En is het zo dat mensen een plan hebben met mensen die daar willen wonen en er is helder hoeveel geld ze erin willen stoppen. En ze hebben een locatie en die dragen ze aan, dan kunnen we dat gaan beoordelen en toetsen. En we kunnen ook al voordat dat officieel op de tafel komt in gesprek en aangeven wat er wel of niet kan. Dat lijkt me sowieso heel verstandig. Overigens hoeven er ook geen kosten betaald te worden voor vooroverleg. Dat wil ik gelijk ook even wegnemen. Daar hoeven geen leges voor betaald te worden. Dus ik zou vooral die weg kiezen. En het is dus niet dat wij het niet willen. Maar we willen ook eerlijk zijn en schetsen wat er voor nodig is als je zoiets wilt realiseren. Wij gaan niet, voorzitter, op zoek naar locaties. Dat moeten echt initiatiefnemers zelf doen.

Dus die moeten aangeven, wij zouden dat hier willen. En dan zeggen wij, dat zou kunnen of dat zou niet kunnen. De voorzitter: Mijnheer Erwich, nog een aanvullende vraag. De heer Erwich: Ja, inderdaad, want het lijkt natuurlijk alsof je zegt, ze moeten zelf met locatie komen. Maar dat is eigenlijk een beetje onredelijk, want dan komen er mensen met een locatie en dan gaat u kijken en dan zegt u, maar die kan niet. En dan stuurt u ze weer weg. Dus het zou toch heel fijn zijn als we juist zeggen, dit is een leuke manier van leven, dat ondersteunen we, daar staan we achter. We gaan eens kijken waar het wel kan. En als u dan met de mensen in gesprek gaat en zegt van, kijk eens, we hebben daar drie locaties. Dat is toentertijd toegezegd om daarnaar te gaan kijken. Ik heb een snoepje in mijn mond, ik heb een beetje last van mijn keel, sorry hoor. Maar er is toen gezegd om daarnaar te kijken en dan zou het leuk zijn als je zegt van, we hebben die locaties en laten we dan met de mensen in gesprek gaan of ze dat wat vinden en wat ze van de prijs vinden en hoe ze het willen invullen. De voorzitter: Mijnheer Muis. Ik dacht dat u helder was, maar misschien nog even. De heer Muis: Ik wou naar vraag 5, maar nogmaals, wij gaan niet bepalen voor initiatiefnemers waar ze zouden moeten willen wonen. Daar gaan ze toch echt zelf over.

Nogmaals, er is door wethouder Arends indertijd gezegd, we hebben regie op die flexwoningen. Wij faciliteren alleen ideeën, plannen die mensen hebben voor allerlei andere woonvormen, zoals tiny houses. Dus volgens mij is dat duidelijk. Dat is eigenlijk ook gelijk vraag 5, is het college bereid te faciliteren in gesprekken? Wij gaan dat niet actief doen. Dus wij voeren het gesprek graag met de initiatiefnemers en daarin helpen we ze graag verder. Maar wij gaan niet voor hen op zoek naar gronden of met ontwikkelaars daarover in overleg. Dat zullen ze toch echt zelf moeten doen. Dan, voorzitter, ben ik door de vragen heen. Er waren er nog een paar, denk ik, naar aanleiding van de bijdragen. Leges heb ik gehad. De toezegging van mevrouw Arends heb ik gehad. Over de grond hebben we het gehad. De beeldvorming, dat lijkt me een goed idee. Volgens mij is alles wel zo'n beetje aan bod geweest. Oh ja, er werd nog in de discussie met de heer Jumelet en de heer Ruijtenberg het voorbeeld van Delft aangehaald. Daar ging het om een tijdelijke oplossing

26/52

in afwachting van permanente woningbouw. Dus dat is ook een andere situatie dan wat hier om gevraagd wordt. Dank u wel, voorzitter. Tweede termijn De voorzitter: Dan gaan we over naar de tweede termijn. Ik kijk even naar de tijden. Mijnheer Ruijtenberg, helaas. Dan ga ik naar de heer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Wat de heer Erwich ook al aangeeft, ik mis een beetje ambitie. Op voorhand al allemaal beren op de weg gooien en zeggen van, het gaat niet lukken en dit kan niet en dat kan niet. Er komt hier niemand komt hier om een miljoen euro vragen om een tiny house te bouwen. Ze komen vragen om de mogelijkheid. Ik denk ook, het gaat erom, wat voor gemeente wil je zijn. Wil je een gemeente zijn waar het in principe gewoon mogelijk is en niet op voorhand, tegengewerkt is een groot woord, dat is het niet, maar het komt bij mij een beetje over, doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Dus pas gewoon in het stramien. En tuurlijk, ik snap ook, kijk, een tiny house of een rijtjeshuis en tuurlijk, er zijn afwegingen te maken. Maar een beetje ambitie, dat zou ik wel waarderen in deze. Dus ik denk dat we wel even na gaan denken hoe we hier verder mee omgaan. In ieder geval, ik vond de discussie an sich wel zinvol. Ik proef niet echt negatief, niemand is op voorhand negatief. Maar allemaal nog een beetje in de meewerkstand en dan komt het helemaal goed.

Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik ga naar de heer Erwich. De heer Erwich: Voorzitter, ik wil toch wel even benadrukken dat tiny houses dat zijn geen tijdelijke oplossingen. De mensen zoeken echt een plek waar ze gewoon op hun manier kunnen leven. Dat lijkt me ook heel normaal, dat je dat kenbaar maakt en dat je daar iets voor doet. Dus laten we nou proberen en onderzoeken wat wel mogelijk is. En laten we dan eens kijken of het deze keer wel lukt. Ik denk dat dat een mooi slot is. Dank u. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mijnheer Zantman. De heer Zantman: Dank u wel, voorzitter. Wij willen nog even benadrukken dat we ook niet tegen tiny houses an sich zijn, maar alleen de manier waarop en de financiering daarvan, dat wij daar wel wat vraagtekens bij zetten. Nou wil ik ook de wethouder bedanken voor de heldere uitleg. Mocht er een concreet voorstel zijn, dan zien we dat graag tegemoet en dan willen we er graag naar kijken. En ook willen we de eventueel eerder genoemde beeldvorming graag afwachten. Dank u wel. De voorzitter: Scheringa, nee. De heer Hofman: Voorzitter, dank aan de wethouder voor de aftrap van de beeldvorming. Want volgens mij zijn er al heel wat beelden daarin langsgekomen. Of, paden platgetrapt die al dan niet mogelijk zijn.

En even mijn take away daaruit, als je een initiatief hebt rondom tiny houses, de projectontwikkelaars zijn de partijen met de meeste gronden. En dat zijn dus de partijen waar je je bij moet voegen om je project bij verkocht te krijgen. Eigenlijk, misschien is het wel zelfs zo dat je meer bij die projectontwikkelaars moet gaan buurten dan bij ons als gemeente. Ik denk dat het goed is om daar verder over te gaan praten in een beeldvorming. Maar dit is wat ik meeneem uit het betoog van de heer Muis. En ik denk dat het waardevol is voor ons allemaal om mee te nemen, ondanks dat we er enthousiast over blijven.

27/52

De voorzitter: Mijnheer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank, voorzitter. Ik sluit me ook helemaal aan bij de behoefte aan de beeldvorming. Sprak ik net al uit, dus dank voor dat initiatief. En wat ons betreft hoor ik ook een heel belangrijke lijn, een echt liberale lijn. Namelijk, als er particulieren komen met een initiatief, dan hoor ik geen beren op de weg, maar hoor ik een gemeente die zegt, meld je bij ons. Er zijn vooroverleggen mogelijk zonder kosten. Dus ik hoor met name een gemeente die open staat voor initiatieven van particulieren. Dus dat vind ik hartstikke positief. Dus ik roep ook eigenlijk hierbij via de voorzitter op, initiatiefnemers, meld je met plannen. De voorzitter: Even kijken. Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dank, voorzitter. Ik hoorde de markt voorbij komen. Daar sla ik toch als liberale partij gelijk op aan. Dat is natuurlijk een prachtig gegeven. Dat zal u vast met mij eens zijn. Wat de VVD betreft hebben we het natuurlijk al ruimschoots behandeld. Maar wat ons betreft blijven we dus wel gewoon inzetten op het realiseren van starters en doorgroeiwoningen. Maar dan vooral in die particuliere huursector en betaalbare woningen die we met zijn allen gaan realiseren de aankomende tien jaar. Daar ga ik maar vanuit. Dank u wel. De voorzitter: Naar mevrouw Leijendekker. Aan u het woord. Mevrouw Leijendekker: Dank u, voorzitter.

Ook dank voor de beantwoording door de wethouder. Ik ben net zo enthousiast als de heer Van Berkel over de openheid van het college om vooroverleg te treden. Maar ik begrijp daar wel uit dat dat gaat om plannen waar ook grond ter beschikking is. Misschien daar nog even een bevestiging van de wethouder op. En misschien dat we in de beeldvorming dan inderdaad meer duidelijkheid krijgen wat de gemeente aan mogelijkheden heeft ten aanzien van die facilitering van die grondverwerving. De voorzitter: Even kijken, volgens mij heb ik iedereen gehad. Er is nog één vraag aan de heer Muis. Mijnheer Muis. Beantwoording college De heer Muis: Dank u wel, voorzitter. De vraag van mevrouw Leijendekker. Het is niet zo dat wij natuurlijk in overleg, als u dat bedoelt, als mevrouw Leijendekker dat bedoelt, dat wij zeggen van, die en die gronden, die zouden in aanmerking komen. Het volgende onderwerp gaat over de omgevingsvisie. Ik denk dat dat ook heel duidelijk aangeeft waar wij welke functies beogen. Dus het zal al bouwgrond moeten zijn of de bestemming voor bouwen moeten hebben. Het hele recreatieschap en de groenzoom, dat kun je natuurlijk uitsluiten. Dus ik denk dat je zo wel het gesprek kan voeren. Maar daarvoor ben ik ook heel benieuwd naar waar de initiatiefnemers zelf aan denken. Ik heb in de media gelezen, ze hebben vijf locaties op het oog.

Dat is goed als ze die vijf locaties voorleggen aan de gemeente. Dan kunnen wij helpen en zeggen van, dat is allemaal wel of niet kansrijk. Of daar zijn bepaalde besluiten van u voor nodig als we daar een andere functie aan zouden willen geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Volgens mij heb ik iedereen gehad. Ik concludeer dat het aan de commissieleden nu is om te kijken, gaan we een beeldvorming doen? Wat zijn de mogelijkheden? Enzovoort, enzovoort. Ik hoorde de wethouder ook iets zeggen over het

28/52

grondprijsbeleid, want dat zou er ook gelijk mee genomen kunnen worden. Ik hoorde ook de wethouder zeggen dat de wethouder, dat bent u dan, want ik hoorde de heer Hoek noemen, maar dat dacht ik ook niet, die is niet in deze, maar dat een gesprek mogelijk is waar…Oké, een gesprek is altijd mogelijk. Met andere woorden, we gaan kijken of er een beeldvorming kan komen. Dat gaan we dan via de griffie, door wie dat initiatief wil nemen, de drie initiatiefnemers voor deze of iemand anders. Maar goed, dat weet de griffie straks ons wel een keer te melden. Daar sluit ik nu het onderwerp de tiny houses mee af. 6. Stukken ter advisering aan de raad Vaststellen Ontwerp Omgevingsvisie 2.0 - afwijkende spreektijd 5/3 De voorzitter: Dan gaan we verder naar een stuk dat toch ook zeer van belang is. Dat is het vaststellen van de ontwerp Omgevingsvisie 2.0. Daar hebben we vrij recent een beeldvorming over gehad en dit raadsvoorstel gaat over het vaststellen van het ontwerp Omgevingsvisie 2.0. De gemeenteraad wordt gevraagd om het ontwerp samen met de leefomgevingsfoto Lansingerland en de milieueffectbeoordeling vast te stellen en vrij te geven voor de nodige zienswijzen gedurende zes weken. Dat heeft u kunnen zien. Na de zienswijzeperiode zal de raad beslissen over de definitieve vaststelling.

We hebben het bij de beeldvorming ook al gehad, we gaan verder op de versie van 2022 en legt de strategische koers vast voor de fysieke leefomgeving tot wel 2050. En de beeldvorming hebben we de nodige items naar voren zien komen. De klimaatadaptatie, energietransitie, ruimtelijke ontwikkeling, een belangrijke rol, maar ook mobiliteit en de sociale leefomgeving. Met andere woorden, de omgevingsvisie is overkoepelend. De verschillende thema's vallen onder de verantwoordelijkheid van meerdere wethouders bij de beantwoording. Dan gaan we even kijken wie aan de beurt is, maar ik denk, merendeel, denk ik aan mijn linkerzijde, dat daar de wethouder aan het woord zal zijn. Wie kan ik het woord geven over dit onderwerp? 5/3, want we hebben er even de tijd voor genomen. U kunt het zien op het scorebord. Mijnheer Jumelet. Eerste termijn De heer Jumelet: Voorzitter, dank u wel. Ik vind het altijd toch wel weer een mijlpaal als wij zo'n visie voorgelegd krijgen. Weliswaar nu nog in concept in aanloop naar de inspraak. Maar uiteindelijk is het toch wel een belangrijke mijlpaal. En ook een proces wat we denk ik met elkaar in de afgelopen periode toch wel redelijk doorleefd hebben. Als commissie, samen met het college, maar ook met wethouders. Of met de ambtenaren moet ik zeggen.

Dus in die zin, complimenten in ieder geval richting het college en daarmee ook de ambtelijke organisatie, voor het stuk wat voor ligt. En uiteindelijk, ook vanuit die blik heb ik gekeken, ook gelezen van, herken ik mij, herken ik de bijeenkomsten daarin, et cetera. En gelukkig herkennen wij ons daar als fractie zeker in. Maar er zijn wel twee hoofdpunten waar ik bij wil stilstaan en nog een wat kleiner punt. Het eerste hoofdpunt waar ik bij wil stilstaan is eigenlijk rondom wonen. Want daar zie je toch wel een bijzonder iets. Daar ga ik voor naar bladzijde 21-22 van de ontwerpvisie. Daar staat iets raars wat ons betreft en dat gaat over bij de 3.3.1 wonen. Het laatste stukje gaat over starters. En dan komt er een zin dat je denkt, hè? Maar volgens mij hebben wij daar toch een heel ander beeld bij. Dat gaat over, doordat ze geen stabiele woonsituatie hebben, stellen veel mensen noodgedwongen hun levensplannen uit, zoals samenwonen en het krijgen van kinderen. Omdat zij niet een stabiele woonsituatie hebben. Je kan zeggen van, je moet een beetje tussen de regels doorlezen. Maar wij vonden dat toch wel een heel bijzondere formulering voor het feit dat bijvoorbeeld starters gewoon thuis blijven wonen, omdat ze niet op zichzelf kunnen. Ik zou, we hadden gehoopt dat het wat positiever zou zijn geformuleerd. Wel met urgentie, maar

29/52

toch wel wat positiever. Maar dat maakt ook wel dat op de volgende bladzijde en daar moet de wethouder maar even op reageren, dat er iets gemist wordt. Dat is namelijk, we spreken daar over huishoudens met laag of midden inkomen, ouderen, en dan gaan we richting de aandachtsgroepen. Maar daar missen we eigenlijk helemaal de starters als apart hoofdstukje of aparte paragraaf. En waarom missen we dat heel erg? A, omdat het natuurlijk een bijzondere groep is, naast die andere groepen, maar ook wel omdat wij als gemeente recent toch wel ook een stap gemaakt hebben als het gaat om woningen voor starters hier op Wilderszijde. Dat is wat mijn fractie betreft toch wel een beetje een soort trendbreuk, die wij toch wel heel graag ook in de omgevingsvisie terug zouden willen zien. Waarbij er wordt door het college is voorgesteld juist om kleinere wooneenheden te realiseren. Wat wij denk ik raadsbreed hebben omarmd en toegejuicht. Maar dat is nou juist iets waarvan wij zeggen als fractie, dat had nou juist moeten terugkomen ook in de woonvisie, want daarmee kunnen we die groep ook heel erg bedienen. En het missen van de paragraaf überhaupt vinden wij een klein beetje een, dat zal misschien een omissie zijn, maar dat zouden we heel graag terugzien. En misschien moeten we dat gaan amenderen, maar dat weet ik even niet. Maar dat zullen we met alle plezier doen als dat moet.

Dan komen we bij ons tweede punt en dat mag geen verrassing zijn, dan moet ik even de bladzijde erbij pakken. Dan ga ik naar bladzijde 36 door. Dat gaat over het parkeerbeleid. Daar zat toch wel een irritatie in mijn fractie, omdat het parkeerbeleid eigenlijk een beetje weer haaks staat voor de zoveelste keer op de mening van de meerderheid van deze raad. En dan zult u zeggen, het gaat nou over de toekomst. Ja, maar de meerderheid van de raad heeft juist middels moties en amendementen heel erg een uitspraak gedaan, ook toekomstgericht, over het parkeerbeleid. En mijn fractie overweegt in die zin ook wel een amendement om dat toch wel recht te gaan trekken en de afslag die genomen wordt in de omgevingsvisie om die afslag toch niet te nemen en echt toch een andere afslag te nemen. Waarbij wij recht doen aan de lijn die wij als meerderheid van de raad al meerdere keren in deze periode, maar ook in de vorige periode, hebben uitgesproken. De voorzitter: Mijnheer Hofman, een interruptie. De heer Hofman: Voorzitter, dank u wel. De heer Jumelet refereert met besluiten over parkeerbeleid aan de mobiliteitsvisie die in deze raad is aangenomen. De omgevingsvisie die wij ook hebben aangenomen met zijn allen, 1.0, die spreekt in dezelfde soort bewoordingen over parkeren. Die hebt u ook aangenomen. Bent u zich daarvan bewust? De voorzitter: Mijnheer Jumelet.

De heer Jumelet: Ik ben me daar heel goed van bewust. Maar de recente discussie die wij hebben gehad in deze raad of in deze commissie, waarbij we ook voornamelijk gezegd hebben van, en zoals het nu geformuleerd is, we kijken per wijk wat de parkeernorm is, ik zeg het maar even in mijn eigen woorden. Daarvan heeft de meerderheid van deze commissie of van deze raad gezegd, nee, we hebben een parkeernorm en met argumenten kan afgeweken worden door het college. Kan het college met een voorstel komen om af te wijken. En die lijn moet wat ons betreft gewoon in deze omgevingsvisie 2.0 terechtkomen. En dat is in lijn met wat wij als raad hebben afgesproken ook recent weer. Dan kan je zeggen, 1.0 is stond iets anders. Maar ja, de tijd schrijdt voort. En we hebben dit meest recent ook wat dat betreft. Kom ik bij… De voorzitter: Nog een interruptie van de heer Hofman.

30/52

De heer Hofman: Ik zal u de volgordelijkheid even vertellen, want eerst werd de mobiliteitsvisie namelijk vastgesteld en daarna de omgevingsvisie. Dus dat is even de volgordelijkheid. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dan ga ik u even aan iets anders herinneren. Wij hebben als commissie namelijk ook een stuk rondom parkeerbeleid ook teruggestuurd naar het college, omdat de amendementen en de motie niet verwerkt waren en daardoor de parkeerbeleid ook niet geactualiseerd is. Dus in die zin moet u, als u de geschiedenis even wilt schetsen, moet u dat punt ook even meenemen. Maar er zijn in die tussenliggende tijd meerdere uitspraken gedaan door deze commissie en door deze raad en die kan je niet negeren wat ons betreft. Dan kom ik bij een tot slot, wat mij betreft, een wat kleiner punt. De voorzitter: Ik zie ook nog een interruptie van de heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft parkeren vindt de heer Jumelet ons natuurlijk aan zijn zijde. We hebben die paragraaf ook bestudeerd. Ik zou daarin kunnen lezen dat wij van alle parkeerplaatsen maar moestuintjes moeten maken, daardoor ontstaat er schaarste en daar moeten we voor betalen voor die parkeerplaatsen, noemen we regulering. Is dat een interpretatie die u wellicht deelt als u naar die paragraaf kijkt? De voorzitter: Mijnheer Jumelet.

De heer Jumelet: Ik denk dat u doelt op bladzijde 36. U mag best weten van mij, ik zal hem even openklippen, mijn opmerking. Maar ik dacht, dat is een beetje klein bier misschien. Maar daar heb ik ook, nee, geen betaald parkeren. En dat, wij hebben als, en ik weet, dan gaat de heer Ruijtenberg natuurlijk reageren, gratis parkeren bestaat niet. Maar goed, dat is bekend. Oh, hij is er niet. Maar goed, ik ga snel verder. Maar in die zin, als dat betekent dat er eventueel betaald parkeren, dan vindt u ons ook aan uw zijde, daar is mijn fractie totaal geen voorstander van en daar zullen we ook nooit mee instemmen. Maar goed, dat is ook een discussie die we hier al vaker gevoerd hebben. Ik voel hem al aankomen. De voorzitter: Ja, helemaal. Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ik moest even een sprintje ervoor trekken, maar mag ik de heer Jumelet erop wijzen dat gratis parkeren niet bestaat? Er is altijd iemand die het betaalt en als je het doet, zorg je in ieder geval dat de mensen die er gebruik van maken ook daadwerkelijk betalen. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dank u voor dat consistente geluid vanuit uw hoek. Ik had nog één klein punt en dat is met name het fietsverhaal. Er wordt heel erg gefocust op de verbinding met de omgeving van Lansingerland vanuit recreatief fietsen.

Maar je zou juist verwachten dat met name ook het woon-werkverkeer, het snelfietsen, we hebben daar een hele mooie naam voor, ik ben hem even kwijt. Het snelfietsen, maar het heeft een andere naam. Maar dat we daar ook heel erg op zouden attenderen. Of ik heb erover heen gelezen, maar ik zie met name het recreatieve verhaal in onze omgeving en niet zozeer het woon-werkverkeer. En op het moment dat je het gebruik van auto's wilt verminderen, het gebruik, mind you, dan is juist wat mij betreft, wat mijn fractie betreft, een stimulans van het snel kunnen

31/52

fietsen richting Den Haag of Rotterdam of Delft heel erg belangrijk. En daar zou je toch ook wel wat extra aandacht voor moeten vragen. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mijnheer Bakker. De heer Bakker: Dank u wel, voorzitter. Goed om te zien dat we, vanuit D66, dat we de in december besproken dilemma's terugzien in deze omgevingsvisie. Nogmaals dank aan het college voor de bespreking destijds. Het is goed dat wij alle losse visies die we in de afgelopen jaren hebben gemaakt, nu terugzien in één samenhangend document. Dat helpt ongelooflijk met het inzichtelijk maken wat de koers, identiteit en uitdagingen van onze gemeente zijn. En we vinden het ook mooi dat we dit nog hopelijk in het jaar voor de verkiezingen kunnen afronden met deze raad. Als je het goed bestudeert, dan staan er in totaal 107 ambities in de omgevingsvisie, als we goed geteld hebben. Ga daar maar eens aan staan. En die zijn natuurlijk te omvangrijk om in deze vijf minuten even te behandelen. Sommige mensen halen een aantal punten eruit. Maar wij willen graag kijken naar de doorvertaling van de dilemma's die in deze visie en de punten die belangrijk zijn voor ons. Allereerst de prioritering van belangen bij de energietransitie. In het debat hierover in december heeft D66 gezegd dat de energietransitie soms toch echt moet voorgaan op andere gebruiksmogelijkheden.

Goede en betrouwbare energievoorzieningen is een randvoorwaarde om goed te kunnen wonen, te kunnen leven en te kunnen werken. Ook is goed om te zien dat bij de richtinggevende uitspraken terug te lezen is dat groen gecompenseerd gaat worden indien de voorzieningen voor de energietransitie niet goed in te passen zijn. Ook van belang is dat als richtinggevende uitspraak is opgenomen dat klimaatbestendigheid het leidende principe wordt bij de herinrichting van de openbare ruimte. En die urgentie is hoog. Zeker na het lezen van de leefomgevingsfoto. Want daar staan toch wel conclusies en beelden in waar we van schrikken. Er gaan veel zaken goed, maar de luchtkwaliteit is op onderdelen zorgelijk. En er is sprake van aanzienlijke lichthinder en is de ervaren geluidshinder voor sommige bewoners aanzienlijk. Waar we echt aandacht voor vragen is de conclusie dat zonder mitigerende maatregelen bodem- en waterkwaliteit verder zullen verslechteren. De onderzoekers roepen op dat een proactieve aanpak essentieel is om de impact te beperken. Ook zijn klimaatadaptieve en klimaatbestendige maatregelen essentieel om de veerkracht van Lansingerland te waarborgen. En ten slotte dreigt Lansingerland zonder aanvullende maatregelen achter te blijven op het gebied van verduurzaming. Deze onderwerpen hebben wat ons betreft echt prioriteit in het monitoren.

En er staan er natuurlijk 107 in, maar er zijn een aantal die wat ons betreft echt prioriteit hebben om te monitoren en te volgen. Maar ook om te volgen of de Omgevingsvisie 2.0 in de toekomst actueel blijft. Uiteraard is deze nu strategisch van aard en daarbij ook wel flexibel. Het is daarom goed om scherp te monitoren of deze moet worden bijgesteld om te zorgen dat aan deze belangrijke onderwerpen een goede draai wordt gegeven. Kijkt het college dan naar ons als de raad om dit te agenderen of legt het college dat richting ons? Kortom, wat kunnen we afspreken over het evaluatie- en actualisatieproces? Daar ligt wat D66 betreft ook de uitdaging, hoe zetten we die 107 ambities en de duidelijke problemen die naar voren komen in de leefomgevingsfoto om in iets wat we kunnen monitoren? We zien die leefomgevingsfoto natuurlijk ook als een soort nulmeting. Maar we zijn wel kritisch over de methodologische verantwoording. Waarbij we bij de beeldvorming ook technische vragen hebben gesteld. Daar wachten we eigenlijk nog op beantwoording van. Bijvoorbeeld, er is natuurlijk een nulsituatie en een situatie als je niks doet. De vraag is dan, hoe is dat nou beoordeeld? Hoe is de methodiek daarachter? Dat kan natuurlijk niet voor alle 107 ambities, maar voor de belangrijke punten is het wel van belang dat we weten hoe dat berekend is en dat dat ook consequent blijft gebeuren.

Als voorbeeld bijvoorbeeld fijnstof. Is dat een berekend op basis van een model of is dat een schatting door een expert? En zo zijn er natuurlijk meer punten. Het is zaak om op de

32/52

punten die voor Lansingerland belangrijk zijn, zoals bijvoorbeeld luchtkwaliteit, klimaatbestendigheid, licht- en geluidshinder en de duurzame energievoorziening, heldere afspraken op te stellen om ervoor te zorgen dat we de ambities uit de omgevingsvisie ook daadwerkelijk nakomen en door vertalen naar onze plannen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Hoeveel van onze energie is duurzaam opgewekt? Hoeveel procent van ons bebouwd areaal is geschikt tegen hittestress? Is er inderdaad minder fijnstof? Natuurlijk betekent het niet dat we op alle 107 ambities indicatoren moeten opstellen. Dat is niet te doen en schiet voorbij aan het doel. Maar laten we het wel SMART houden. Wat ons betreft is deze versie geschikt om open te stellen voor zienswijzen. We zijn heel benieuwd wat er nog aanvullend uit de samenleving komt. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik ben blij met deze omgevingsvisie. Deze omgevingsvisie ademt ambitie. We willen een mooie, groene, gezonde gemeente zijn, waarin het goed wonen en ondernemen is. En we zien dat het niet vanzelfsprekend is dat dit zo blijft. De leefomgevingsfoto laat duidelijk zien dat de kwaliteiten die we waarderen onder druk staan. Gelukkig onderkennen we dat en staan in deze visie ambities om Lansingerland ook in 2050 nog steeds die mooie, groene en gezonde gemeente te laten zijn.

Wij kunnen daar van harte mee instemmen. Voorzitter, waar we blij mee zijn, is de uitgebreide aandacht voor onze groenblauwe structuur en het versterken daarvan. Zoals het realiseren van de diverse ecologische verbindingszones richting Bentwoud en MiddenDelfland. We waarderen de inzet op betaalbaarheid van woningen, juist voor de mensen in de samenleving die een steuntje kunnen gebruiken. We ondersteunen ook de focus op klimaatadaptatie. We laten klimaatverandering niet over ons heen komen. We gaan proactief op zoek naar oplossingen. Ook op het gebied van het beheer en de kwaliteit van water zetten we piketpalen in deze visie die we met de waterschappen verder kunnen uitwerken. Mooie ambities. Er zijn ook een paar dingen waar we aandacht voor willen vragen. We lezen veel over het STOMP-principe. Waarbij de eerste letters staan voor stappen en trappen. Eigenlijk zien we die twee heel veel samengenomen worden in deze visie. Namelijk, daar waar over die dingen gesproken wordt gaat het vaak over inzet op goede loop- en fietspaden. We zien in Lansingerland dat heel veel fietspaden ook als wandelpad gebruikt worden, omdat een wandelpad ernaast ontbreekt. Eigenlijk de S en de T zijn heel vaak samengenomen in deze visie. Maar ze moeten wat mij betreft, wat ons betreft, gesplitst worden in de uitwerking.

Want we zien dat wandelaars behoefte hebben aan hun eigen plekje eigenlijk naast die fietsers om te voorkomen dat ze samen in conflict komen. Ik denk dat dat goed is om aan te vullen. Verder viel het ons op dat we een paragraaf hebben in deze omgevingsvisie vanaf pagina 81 over het grondbeleid. Voorzitter, we wachten al ruim twee jaar op een nieuwe nota grondbeleid. Nu komen we deze passage in de omgevingsvisie tegen die eigenlijk een nieuw stuk grondbeleid duidt. En ik wil eigenlijk even de bevestiging vanuit het college krijgen van, is dit nou onze nieuwe nota grondbeleid die dus niet meer komt, maar die vanaf heden in onze omgevingsvisie staat? Ik denk dat het goed is om daar als raad ook even, dat we daar hetzelfde beeld in hebben met zijn allen. Voorzitter, tot slot, ik heb dit ontwerp Omgevingsvisie 2.0 heb ik vergeleken met de Omgevingsvisie 1.0 en dan zie je een andere uiterlijke kwaliteit van het document. En ik wil één ding wil ik nog even meegeven. Zorg dat de punten, komma's en verwijzingen nog even recht staan. Kom met plaatjes die een hoge resolutie hebben voordat we die zienswijze periode ingaan. Want ik denk dat opmaak zal vast nog wel plus, plus gedaan worden als we het zo meteen definitief vaststellen, maar we hebben ook voor de zienswijzeprocedure hebben onze inwoners behoefte denk ik aan leesbare plaatjes.

En ik denk dat we dat nog even recht moeten zetten voordat we die zienswijzeprocedure ingaan. Dat was hem even voor nu, voorzitter. Dank u wel.

33/52

De voorzitter: Mijnheer Diepeveen. De heer Diepeveen-Van de Merwe: Voorzitter, bedankt. Ook dank aan het college, de ambtenaren voor het mooie stuk. Een stuk waar Leefbaar 3B veel ambities van steunt. Bijvoorbeeld de groene omlijsting van Lansingerland is in deze omgevingsvisie meegenomen. Wat ons betreft is dat essentieel voor de leefbaarheid en de herkenbaarheid van onze gemeente. Maar ook hebben we enkele aandachtspunten en willen we graag een aantal zaken bijsturen. Lansingerland is en blijft een gemeente met een dorpse uitstraling. De drie kernen moeten herkenbaar en leefbaar blijven. We zien dat de omgevingsvisie inzet op meer gestapelde woningbouw om kansen te bieden aan onze thuiswonende starters en ouderen. Wij vinden dat onze buurten en wijken met grondgebonden woningen, dat we die moeten koesteren. We willen geen gestapelde woningen op inbreilocaties in laagbouwwijken. Natuurlijk snappen we dat er op sommige plekken ruimte moet zijn voor gestapelde betaalbare woningen, maar dat moet beperkt blijven tot locaties waar het echt passend is. Hoogbouw hoeft wat ons betreft geen doel op zich te zijn. Betaalbare woningen is echter wel een doel wat ons betreft. De voorzitter: Mijnheer Diepeveen, een interruptie van de heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een verduidelijkende vraag aan de heer Diepeveen. Het gaat over gestapeld.

Ik hoor het begrip gestapeld, ik hoor het begrip hoogbouw. Maar twee huizen op elkaar is ook al gestapeld. Dat is wat lager dan de gemiddelde grondgebonden woning. Dus wat is zijn definitie van gestapeld in dit kader? De heer Diepeveen-Van de Merwe: Wij hebben staan met vier verdiepingen en hoger. Wat ons betreft is dat een hoogbouw. ‘…’ ik dat? Ja, dank je. We willen ook graag benadrukken dat betaalbare huur en koop belangrijk zijn, maar dat dit niet hetzelfde hoeft te zijn als sociale huur. Een gevarieerd woningaanbod betekent dat we voor iedereen bouwen. Zonder dat de balans in de wijken verloren gaat. Dus dan moet je ook denken aan midden huur tot circa 1250 euro per maand. Hier nog een punt, tijdens het beleidsplan vitaal ouder worden gaf de wethouder aan, naar aanleiding van een vraag van mijn collega Leon Erwich hier, dat knarrenhofjes in de omgevingsvisie moeten worden meegenomen. Leefbaar 3B wil dit soort woningvormen, maar ook woningdeelvarianten, graag verankeren in de omgevingsvisie. Dan de mobiliteit. Lansingerland is een forensen gemeente. We steunen en stimuleren hoogwaardig openbaar vervoer, maar ook deelmobiliteit. Maar dat betekent niet dat we de auto willen ontmoedigen. Daarom zijn we kritisch op diverse onderdelen waarin gesproken wordt over het vergroten van de loopafstanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=77643072-3800-4be9-9cca-39b45eafc9ad