[BV25.0030] Verslag Commissie Ruimte d.d. 11 maart 2025
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Ruimte BV25.0030 Datum vergadering
: 11 maart 2025
Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Jan Pieter Blonk,Roy Diepeveen- Van de Merwe, Leon Erwich WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Bianca Boonstra, Paul Zantman CDA : Rita Leijendekker Charles van Harn, Michiel Krieger VVD : Ivo de Graaf, Vincent Jumelet D66 : Arjen van Berkel, Bert Bakker CU : Arjen Hofman GroenLinks : Marko Ruijtenberg PvdA : Nanno Scheringa, Valmir Xhemaili Burgemeester Wethouders
: : Michiel Muis, Titia Cnossen
Voorzitter Commissiegriffier
: Nelleke Bouman : Karin Koemans
Afwezig VOOR Lansingerland : Petrine van Olst Leefbaar 3B : Machiel Crielaard, Jean-Paul Meuldijk VVD : Christiaan Toussaint D66 : Ineke den Heijer GroenLinks : Manon van Splunter PvdA : Hamid Azzouzi
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, het is acht uur en ik open de vergadering van de commissie Ruimte. Mede namens de commissiegriffier aan mijn rechterzijde heet ik u allen van harte welkom. Welkom aan de commissieleden, de wethouders aan de linker- en de rechterzijde, de ambtenaren die ik in groten getale aanwezig zie, insprekers en andere belangstellenden die op de tribune zitten, dan wel via de webcast deze commissievergadering gaan volgen. Alvorens ik met de vergadering begin even een paar dingen. Zojuist heb ik om kwart voor acht een petitie ontvangen en in handen genomen van een aantal bewoners, ouders van de Rodenrijse Velden. En in het bijzijn ook van twee kinderen. Ontzettend leuk. En dan is de vraagstelling, waar gaat het om? Het gaat over een speeltuin die daar de nodige vragen met zich mee brengt en ook over een vijver die, zeker waar heel veel kleine kinderen zijn, de nodige problemen zouden kunnen gaan opleveren. De petitie is overhandigd aan de raad. En het is nu aan de fracties wat de fractie ermee gaat doen. Ik heb intussen begrijpen dat het CDA een bespreekstuk hier aan zal wijden. Maar misschien zijn er ook nog andere fracties die daar ook het nodige over willen kwijt. Dus bij deze, en ik denk dat dat in april gaat
1/52
gebeuren, dat wij dit bespreekstuk in de commissie krijgen. Dan nog iets anders. Aan mijn linkerzijde op een welbekende plaats...Een interruptie. Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter, vraagje. Misschien heb ik het mis of zie ik het fout. Er wordt nu een petitie aan de raad aangeboden en één partij heeft er al op gezegd een bespreekstuk van te maken. Ik heb de petitie nog niet gezien. Dus ik zou het misschien eerder... De voorzitter: Even voor de duidelijkheid, de petitie heb ik aangeboden gekregen. U krijgt het allemaal te zien, uiteraard. En dan is de CDA wil alvast een bespreekstuk hier aan gaan wijden. Laat onverlet dat u misschien ook wel het een en ander daar aan toe wil volgen of wat dan ook. Maar dat is de intentie. Ja? De andere heer Jumelet. De heer Jumelet: Het is geen afgesproken werk hoor, maar ik heb hier ook wel wat moeite mee, omdat het aan de commissie wordt aangeboden en de commissie dus niet de gelegenheid krijgt om daar überhaupt de kennis van te nemen. Ja, net even om kwart voor acht. En in uw mededeling als voorzitter van deze commissie, kondigt u direct aan dat het CDA een bespreekstuk. En dat vind ik dan bijzonder. Dat vind ik ook eigenlijk formeel niet juist dat dit gebeurt.
En dan wil ik toch eventjes inderdaad collega Jumelet van de VVD daarin ondersteunen, want wellicht zijn er ook partijen die wat anders zouden willen, maar dan denk ik, dan is dat voor een volgend moment, maar niet in de aankondiging dat het aangeboden is aan de commissie. De voorzitter: Even kijken, de heer Krieger wil daar een reactie op geven. De heer Krieger: Dank u wel, voorzitter. Ik kan het heel simpel houden en alle insinuaties gelijk in de kiem smoren. Het bespreekstuk is bij de griffie gemeld naar aanleiding van berichtgeving in de media. In De Heraut heeft een heel artikel gestaan over de betreffende speeltuin. Naar aanleiding daarvan heeft het CDA verzocht om er een bespreekstuk van te maken. En de petitie is ook nog niet aan ons aangeboden. En die krijgt u nu allemaal. En als u een mening heeft over het onderwerp en dat in een bespreekstuk zou willen bespreken, staat het u vrij en bent u van harte welkom om dat met ons in de commissie te bespreken. De voorzitter: Mijnheer Jumelet, wordt vervolgd. De heer Jumelet: Ik wilde toch één opmerking maken. Dat is A, het woord insinuatie vind ik heel vervelend. Want ik doe niks insinueren, maar ik vraag gewoon formeel naar het verloop van hoe dit loopt. En het is niks te maken met insinuatie. En dat vind ik wel heel vervelend dat dat gezegd wordt.
En twee, op het moment dat er een aankondiging is van een bespreekstuk, dan vind ik dat dat vanuit de fractie van het CDA moet komen en niet vanuit de voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer andere Jumelet. De heer Jumelet: Dank u, voorzitter. Ik sluit me helemaal aan bij de heer Jumelet. Ik hoop dat de heer Krieger het goed in zijn oren knoopt, want insinuatie, laten we niks insinueren zonder dat er iets gebeurt of überhaupt daadwerkelijk aan de hand is. Dank u wel. De voorzitter: Toch nog even een interruptie van de heer Krieger. De heer Krieger: Voorzitter, heel fijn dat er dan niet geïnsinueerd wordt. Dat we het daarover eens zijn. Dank daarvoor.
2/52
De voorzitter: Ik ga verder tot nog iets anders. Aan de linkerzijde, daar zat altijd, en daar zit nu nog, de heer Blonk. En mijnheer Blonk, het is vanavond uw laatste vergadering in de commissie Ruimte. Daar wil ik toch even bij stilstaan. U zit al heel veel jaren, volgens mij vanaf 2007, de Lansingerlandse periode, heeft u betrokkenheid gehad bij de commissie Ruimte. Ik denk dat we met zijn allen node zullen missen uw inbreng, uw interrupties, ons scherp houden. Ik wilde daar toch even bij stilstaan. We gaan nog van u afscheid nemen in de raad, maar ik wilde toch nu even hier bij stilstaan. Dank voor al uw inbreng. 2. Inspreker(s) De voorzitter: Dan gaan we over tot de agenda. Er hebben zich toch een aantal insprekers gemeld. Het zijn vijf insprekers over een drietal onderwerpen. De eerste inspreker, die nodig ik uit om naar het spreekgestoelte te komen, dat is de heer Dirkzwager voor een aantal onder ons geen onbekende. Mijnheer Dirkzwager, u gaat het hebben over het weigeren van een bouwvergunning. Ik zou zeggen, gaat uw gang. U krijgt van mij vijf minuten. Inspreker 1: Goedenavond, dames en heren. U heeft mijn ingezonden stuk op tijd ontvangen, neem ik aan. In het kort leg ik u toch graag mijn probleem nog een keer uit. Onze huidige woning wordt te groot. Ligt op de Moerasvaren, Oosteindseweg, op de hoek. We zijn op zoek naar een alternatief.
We willen het liefst hier blijven wonen, in Bergschenhoek, op de Oosteindseweg. Dicht bij onze eigen huisarts en het dorpscentrum. Mijn vrouw en ik zijn alle twee in de buurt van 86 of eroverheen. En het zou niet leuk zijn als we ergens in een wijk komen waar helemaal geen dokter is en waar we ver buiten het centrum komen. Onze tuin voor mijn huis is 750 vierkante meter groot. Wat een geweldige oplossing zou het zijn als we in de tuin een kleine, leeftijdsbestendige woning kunnen bouwen en het huidige huis zouden kunnen verhuren aan een van onze kinderen c.q. kleinkinderen. Het resultaat kent alleen maar winnaars. Wij betrekken een kleinere woning, maar blijven in onze vertrouwde omgeving en we hebben een mantelverzorger naast ons. Drie jaar geleden heb ik bezoek gehad van de gemeente of ik te zijner tijd bezwaar zou hebben tegen het dempen van de sloot langs de Oosteindseweg, om een voetpad mogelijk te maken. Dat is toen niet doorgegaan. Maar het idee lag er om dat voetpad aan de hoek Moerasvaren en Oosteindseweg in de richting dorp door te trekken. Nu is een van de afwijzingen voor mijn bouwaanvraag dat dit vieze, modderige stukje blauw sloot behoort tot de cultuurhistorische linten. Eerst wilde de gemeente dempen, althans hadden ze in de gedachte, en nu weer niet.
Ik wil u vragen of u mogelijkheden ziet dat mijn vrouw en ik deze kleine woning in onze grote tuin kunnen laten bouwen. Minister Mona Keijzer heeft onlangs aangegeven die mogelijkheid wel te zien. Ik dank u wel voor uw aandacht. De voorzitter: Mijnheer Dirkzwager, blijft u even staan. Misschien zijn er vragen in uw richting. Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Kleine verduidelijkende vraag. De woning die u wilt laten bouwen, gaat dat om een permanente woning of om een mantelzorgwoning? Volgens mij zijn voor die laatste categorie de eisen een stuk minder zwaar. Klopt dat? Inspreker 1: Dat weet ik niet. De heer Hofman: En wat is het plan met de woning?
3/52
Inspreker 1: Een kleine, bestendige woning. Dus geen mantel en geen tiny house. Want dat is allemaal te klein. En dat is een investering die je er later ook niet uit krijgt. Als dat ooit nog eens een keer door mijn kinderen verkocht gaat worden. De heer Hofman: Maar zou uw probleem wellicht opgelost kunnen worden als u de aanvraag indient als een aanvraag voor een mantelzorgwoning? Inspreker 1: Ik weet niet precies wat het verschil is in die mantelzorg en mijn idee van dat huis voor ons, de laatste vijf, zes jaar dat we nog leven, of iets langer, laten we het hopen. Maar ik heb een behoorlijk grote familie, man of achttien. Allemaal hier in Bergschenhoek, Bleiswijk. En die komen met elke verjaardag die ze maar kunnen vieren, komen ze bij opa op de stoep staan. En dus je moet ook niet, het moet wel een klein, maar het moet een duidelijke woning zijn waar je wel ook nog eens een keer, laten we zeggen, een feestje kunt doen. Of je kinderen en kleinkinderen kunt ontvangen. En daarom, als je dan naar een mantelzorgwoning kijkt, die zijn niet groot. Die zijn echt voor, dan zou je de mantelzorger er misschien in kunnen zetten als je er iemand hebt die er alleen is. Maar het is niet de bedoeling van mij. De heer Hofman: Voorzitter, volgens mij is het enige verschil dat een mantelzorgwoning tijdelijk is van aard.
Ik weet niet of we de, het is lastig om vanaf deze plek vragen te stellen die dan misschien door het college beantwoord kunnen worden daarover. Maar volgens mij is dat in essentie het verschil. Ik zou er bij u op willen aandringen, want volgens mij lost dat uw probleem op. Inspreker 1: Maar die mantelzorgwoning mag niet blijven staan. De heer Hofman: Maar juist, u wilt dat er gemantelzorgd wordt. Dus dat is dan toch ook tijdelijk van aard? Inspreker 1: Ja, maar ik wil op een andere manier. Dus ik wil daarin gaan, iets kleiner bouwen. Ik heb een tamelijk groot huis. Daar kunnen of mijn kinderen met hun kinderen nog in, of een van mijn kleinkinderen, die ook al weer zover is dat ze wil gaan. Die komen dan in het grotere huis. En ik wil wel in een kleiner huis. Maar niet in een mantelzorg. Ik ken die woningen en die zijn niet zo leuk hoor. De voorzitter: We gaan weer even verder. Ik zag de heer Blonk. Mijnheer Blonk. De heer Blonk: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik heb een kleine inleiding voor ik aan mijn ene vraag kom aan de heer Dirkzwager. Voorzitter, ik was verbijsterd bij het lezen van het antwoord op vraag 5 in het afwegingsformulier van de intake tafel. En dat was die vraag, is het initiatief politiek gevoelig? Dan het antwoord, nee, maar aanvrager is lid van Leefbaar 3B.
Ik vind het ongehoord dat het lidmaatschap van de aanvrager, een voormalig raadslid van Leefbaar 3Bb die twaalf jaar in deze raad heeft gezeten en nog steeds lid is van Leefbaar 3B, blijkbaar een rol heeft gespeeld in de afwijzing van de bouwaanvraag. Mijn fractie zal daar in ieder geval op een later tijdstip binnenkort nog op terugkomen. Nu de vraag, voorzitter, aan de heer Dirkzwager. Mijnheer Dirkzwager zijn er aan de Oosteindseweg vergelijkbare situaties waar twee woonhuizen op de oorspronkelijke ene perceel staan, aan de ene aan de weg en de andere daarachter? Dat is mijn vraag aan u, of dat aan die Oosteindseweg ook voorkomt? Dat is de situatie die u voor ogen heeft? Inspreker 1: Ik zal u zeggen, het komt in heel Lansingerland voor. Berkel, Bleiswijk, Kruisweg, maar aan de Oosteindseweg meerdere.
4/52
De voorzitter: Ik zag nog iemand. Nee? Oké. Verder geen vragen meer? Nee. Mijnheer Dirkzwager, dank. En ik hoorde de heer Blonk, althans zijn fractie dan, er komt waarschijnlijk een vervolg op. Je hoorde mij ook zeggen, de fractie. Wordt waarschijnlijk vervolgd. Het staat vanavond niet op de agenda, maar er komt waarschijnlijk een vervolg. Dank u. Even kijken, we gaan verder naar de volgende inspreker. Dat is Quinten Harmsen. Quinten, ook jij het woord en vijf minuten. Ik zou zeggen, ga je gang. Inspreker 2: Geachte commissieleden, mijn naam is Quinten Harmsen en ik studeer momenteel Lentiz MBO Oostland in Bleiswijk. Vandaag sta ik hier om een belangrijk probleem aan te kaarten dat niet alleen voor mij, maar ook vele andere verkeersdeelnemers in deze gemeente raakt. De verkeersveiligheid bij onze school. Iedere dag wanneer scholieren en studenten naar huis gaan en weer naar huis gaan, zien we het gebeuren, auto's die met hoge snelheden langsrijden en gevaarlijke situaties bij de oversteekplaats. Helaas hebben we al vaak gezien hoe het maar net goed gaat. Veel mensen, inclusief ik zelf, vragen zich niet af of er een ongeluk gebeurt, maar wanneer. Daarom kom ik graag met mijn voorstel om een oversteekplaats voor fietsers en voetgangers aan te leggen en de weg versmallen op de Merenweg.
Dit is een eenvoudig, maar zeer effectieve maatregel die verkeersveiligheid aanzienlijk zou kunnen verbeteren. Waarom is dit belangrijk? De veiligheid van scholieren en medestudenten staat mogelijk op het spel. Niemand wil zich zorgen maken of hij of zij veilig kan oversteken. Maar met een oversteekplaats zou het zowel voetgangers als automobilisten duidelijk kunnen zijn waar de oversteekplaats is. Auto's rijden vaak te hard, zoals wij als scholieren en medestudenten het regelmatig ervaren. Het is niet alleen een gevoel, maar ook een observatie. Zonder fysieke belemmeringen blijven bestuurders vaak met hoge snelheid te passeren. Een wegversmalling zou kunnen zorgen voor snelheidsvermindering en automobilisten worden mogelijk gedwongen langzamer te rijden en beter op te letten. Dit zou de kans op ongelukken kunnen verlagen. Binnen deze gemeente wordt al vaak gebruik gemaakt van een maatregel, zo het aanleggen van een zebrapad op locaties met veel voetgangers die regelmatig oversteken. De Merenweg, waar vaak hard gereden wordt en veel scholieren en studenten oversteken is een plek waar tegelijk een maatregel goed van toepassing zou kunnen zijn. Ik stel voor om de verkeersveiligheid op de Merenweg te verbeteren door een duidelijke oversteekplaats aan te leggen en de weg versmallen.
Dit zou kunnen helpen voor een veilige oversteekplaats te creëren en ervoor te zorgen dat automobilisten hun snelheid beter aanpassen aan de situatie. Door deze maatregel toe te passen wordt niet alleen snelheid verkeer verlaagd, maar ontstaat bewustwording automobilisten. Een goed zichtbare snelheidsremmende aanpassing zou kunnen bijdragen aan een omgeving waar voetgangers zich veilig voelen en op ongelukken afneemt. Wat vraag ik gemeente? Ik zou de gemeente willen oproepen om de verkeersveiligheid op de Merenweg te verbeteren en overwegen om volgende stappen te zetten. Een verkeerskundig onderzoek laten uitvoeren om te bekijken welke knelpunten er precies zijn en welke maatregel het meest effectief zou kunnen zijn. Deze verbetering om te nemen in de verkeersplan. Zodat er niet wordt gehandeld wanneer een ernstig incident plaatsvindt, maar proactief wordt gezocht naar een oplossing. In gesprek te gaan met betrokkenen zoals buurtbewoners, ouderen, scholieren en school om samen te kijken naar de aanpak en het draagvlak te creëren voor de mogelijke verandering. Met deze maatregel zou de Merenweg een stuk veiliger kunnen worden voor iedereen, in het bijzonder voor vele scholieren en studenten die hier dagelijks moeten oversteken. Ik wil u graag bedanken voor het luisteren en uw aandacht voor dit belangrijke onderwerp.
5/52
De voorzitter: Quinten, blijf even staan, want ik ga jouw directeur, de heer Speksnijder, gelijk maar even uitnodigen. Want ik zag ook zoiets over de verkeersveiligheid, maar nog meer. Mijnheer Speksnijder, gaat uw gang. Maar Quinten, blijf maar even staan. Inspreker 3: Ik ondersteun van harte de woorden van Quinten. Ik mag jullie vanavond toespreken, geachte leden van de gemeenteraad. Ik ben Jaco Speksnijder, directeur Lentiz MBO Oostland. Op de Tienskipdag was een van de winnaars Merenweg veilig. Dit initiatief gaat over de verkeersveiligheid rondom de scholen aan de Wilgenlei. En daarom zijn we vanavond toch wel met grote getalen gekomen. Student heeft net aangegeven wat het perspectief vanuit hen is. En vanuit het onderwijsveld zijn wij waanzinnig trots op onze studenten en leerlingen en juichen dit initiatief heel erg toe. Op de Wilgenlei zijn een vmbo van Melanchthon Business School, het MBO, Lentiz MBO Oostland, en Stichting De Levende Tuin gevestigd. Een prachtige, mooie, groene omgeving, vlak naast de Rottemeren, waar we werken aan de ontwikkeling van het kind, de jongere en jongvolwassene. Basisscholen uit Bleiswijk, vmbo-leerlingen en mbo-studenten komen hier hun kennis en vaardigheden ontwikkelen. Eigenlijk is het een plek waar alle leerlingen van alle leeftijden welkom zijn, elkaar ontmoeten en van elkaar leren.
Misschien is een hecht clubhuis een mooie verwoording van deze ontmoetingsplek. De Stichting De Levende Tuin Bleiswijk heeft als doel jongeren op een interactieve manier te leren over natuur en milieu. Melanchthon Business School is een VMBO-school met onder andere een groen profiel. Lentiz MBO Oostland biedt groene opleidingen aan, zoals dier, bloem, hovenier, teelt en logistiek. Dit voor zowel werkende jongeren als studenten. We starten volgend jaar met de opleiding werkbegeleider voor de zorgboerderij. Allemaal opleidingen die goed aansluiten op de werkgelegenheid in deze gemeente. We werken intensief samen met het lokale bedrijfsleven. Dit noemen we hybride leren, in een integrale gebiedsbenadering. Zo komen onze leerlingen en studenten bij de WUR en Delphy, waar we echte opdrachten uitvoeren vanuit het bedrijfsleven. We kwamen wekelijks bij het voormalig Ezelsbruggetje en doen onderzoek in samenwerking met Ovata, Hoogheemraadschap, SIGN en deze gemeente naar biodiversiteitsverhogende maatregelen. Onze scholen en stichting zitten op de Wilgenlei in Bleiswijk. Wekelijks ontmoeten bijna duizend leerlingen elkaar hier, verspreid over basisscholen, vmbo en mbo-studenten. Echter, we maken ons zorgen over de verkeerssituatie rondom de school. Dagelijks ervaren we onveilige situaties die een directe bedreiging vormen voor onze leerlingen, studenten en medewerkers.
Vrachtwagens die vanuit de Wilgenlei de Merenweg opgaan. Op de Merenweg, werd net ook aangegeven, wordt structureel te hard gereden. Veel gebruikte route voor onze leerlingen, studenten en medewerkers. Maar door de hoge snelheden is het oversteken vaak gevaarlijk. Een veilige oversteekplaats bij de kruising Merenweg, Wilgenlei, maar ook richting de hockey, bij het houten bruggetje waar leerlingen vaak oversteken zouden bijvoorbeeld een verkeerslicht of zebrapaden of verkeersremmende maatregelen bijdragen aan een veiligere situatie. Ook op het B-weggetje naast de school, constateren we regelmatig hoge snelheden. Het uittesten van hoe snel van 0 naar 100 is niet een uitzondering. De verkeerssituatie vraagt om maatregelen, daar door bijvoorbeeld drempels of een versmalling of een verlaging van de maximum snelheid om ook daar de verkeerssituatie te verbeteren. Laatste punt wat ik graag wil maken is dat veel leerlingen en studenten gebruik maken van het Rottermeren gebied. Zij komen op de brommer of de fiets naar school. Het is een prachtige groene route, maar de verlichting schiet tekort. Studenten geven aan dat zij het, zeker in de wintermaanden, als onveilig ervaren. Een innovatieve verlichting wat aangestuurd wordt door sensoren zou helpen de route veiliger te maken en beter toegankelijk.
Alle bovenstaande opties en maatregelen zouden passend zijn bij een innoverende gemeente die veiligheid hoog in haar vaandel heeft staan. Dank jullie wel. De voorzitter: Mijnheer Speksnijder, blijft u even staan. Een vraag van de heer Blonk.
6/52
De heer Blonk: Dank u wel, voorzitter. Een compliment voor de inspraak voor de beide heren. Maar in het bijzonder voor de heer Quinten Harmsen. Een hele goede inspraak, denk ik. En ook geïnspireerd door dat Tienskip. Ik ben daarbij geweest. Het probleem wat jullie daar neergelegd hebben, dat was hartstikke goed. Ik heb het ook ondersteund. Want we moesten daar dan handtekeningen onder zetten enzovoort. Dus een compliment daarvoor. En in de inspraak heb je in ieder geval het probleem goed geanalyseerd. En de mogelijke oplossingsrichtingen aangegeven. Heb ik een vraag over. Vindt u het, Quinten, een goed idee dat wij de wethouder vragen of de verkeerskundige van de gemeente de eerste aanzet voor een oplossingsrichting op papier zet en dat bij jullie school, ook met raadsleden erbij, komt bespreken? Dat is mijn vraag. Inspreker 2: Het lijkt me sowieso handig om iemand ernaar te laten kijken om zelf te zien wat er nodig is. En om ook zelf te kunnen zien wat er gevaarlijk is. En wat er veranderd kan worden. De heer Blonk: Dan gaan we dat aan de wethouder vragen. Dank u wel, voorzitter. Even kijken, ik zag mevrouw Boonstra, ik zie het hier staan. Mevrouw Boonstra: Dank u wel, voorzitter. Dank je wel, Quinten. Dank u wel, mijnheer Speksnijder, voor uw inspraak. Ook ik was bij Tienskip betrokken. En ik heb ook echt complimenten voor jou, omdat jouw team won.
Je had de meeste handtekeningen verzameld. En vanuit Tienskip wordt er natuurlijk uiteindelijk ook gewerkt aan een vervolg. En ik denk dat ik met de heer Blonk mee kan en jullie met de kruising ook natuurlijk op kom zoeken, sowieso. Ik denk dat het heel verstandig is dat we gewoon met zijn allen gaan kijken wat er mogelijk is om de kruising veiliger te krijgen. Dat betekent dat er gesprekken moeten gaan volgen, sowieso met school. Met Tienskip, want die moet daar de leiding in nemen. En met de ambtenaren. Sta je daar voor open? Inspreker 2: Ik zeker. Mevrouw Boonstra: Dan gaan wij proberen om je zo goed mogelijk te helpen. Inspreker 2: Top. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Krieger. De heer Krieger: Dank u wel, voorzitter. Dank jullie wel beiden voor het inspreken. En zeer zeker de jongeman. Je moet er maar aan gaan staan. Ik heb een vraag, want helaas zijn jullie niet de eerste school die hier bij de gemeente het probleem van verkeersveiligheid rond scholen aan komt stippen. Staan jullie als scholen ook onderling in contact met elkaar binnen Lansingerland? Zodat jullie weten, eigenlijk bij die school speelt hetzelfde probleem. En natuurlijk niet elke situatie is hetzelfde. Zodat jullie die kennis ook met elkaar kunnen delen. Want een integrale aanpak is natuurlijk ook fijn. Dat is mijn eerste vraag.
En de tweede vraag, direct daarop volgend, er werd aangegeven dat leerlingen een gevoel van onveiligheid hebben bij het fietsen. En dan neem ik aan in de winter als het schemert. Of zomers na zonsondergang. Op welke manier ervaren zij die onveiligheid? Hebben ze dat aan jullie kenbaar gemaakt? En hoe groot leeft dat gevoel binnen jullie school dan van onveiligheid? Inspreker 3: Dank u wel voor deze vraag. In eerste instantie is er binnen de SOB Oostland samenwerking onderwijs, bedrijfsleven een intensief contact met de VO-scholen. En in
7/52
Lansingerland is er maar één MBO en dat mag Lentiz MBO Oostland zijn. De Melanchthon Business School en Lentiz MBO Oostland zitten op hetzelfde terrein, dus wij hebben wekelijks overleg als het gaat om operationele zaken waar verkeersveiligheid er wel eentje van is. En binnen de VO-scholen is daar zeker ook overleg, in ieder geval binnen het SOB van Oostland. Dus dat is de ene kant. En als studenten in de zomermaanden, als ze in de schemer naar huis gaan, dan gaat er iets niet goed, want dan hebben ze dingen gedaan die in ieder geval niks met school te maken hebben. Maar zeker de wintermaanden, dan hoor je wel eens van studenten als ze dan richting school komen of van school naar huis toe gaan, dan fietsen ze alleen, is het donker. En dan is het niet zo dat het dagelijks of wekelijks voorkomt. Maar ze komen wel eens een keer, zeker met een mentorgesprek, als dat ter sprake komt, dan geven zij dat aan. En dat was ook één van de onderwerpen die op de Tienskipdag naar voren kwam van, geef ons een veilige route, een zichtbare route, waar wij ons prettig voelen. Want als die jongens en die meiden met zijn tweeën of met zijn drieën fietsen, dan ervaren ze dat vaak niet. Het is vaak als ze in zijn eentje fietsen. De heer Krieger: Dank u wel. Kunt u nog iets verduidelijken over de route.
Is er een specifieke route waar dat gevoel van onveiligheid groter is? Want ik kan me voorstellen, die leerlingen komen van alle, die zullen misschien gedeeltelijk uit Berkel komen, uit Bleiswijk en uit Bergschenhoek. Is er dan één specifieke route waar dat gevoel van onveiligheid het grootst is? Dat is wel van belang, denk ik. Inspreker 3: Ja, zeker. Alleen dat antwoord moet ik u schuldig blijven. Ik had gehoopt dat de studenten hier zelf zouden staan vanavond. Want zij hebben dit aangekaart op de Tienskipdag. Alleen zij waren verhinderd. Maar de info die ik van hen gekregen heb, gaat het rondom het Rottemeren gebied. De voorzitter: Even kijken, nog meer vragen? Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Ik ken op zich de straat wel. Ik weet alleen niet precies waar de borden staan. Het is een 50 kilometer gebied, volgens mij. Is het nou nog binnen de bebouwde kom of zit het buiten de bebouwde kom? Dat is de eerste vraag. Inspreker 3: Het is een 60 kilometer gebied vanaf de Merenweg. En dat is buiten bebouwde kom. De heer Scheringa: Het zou dus een idee kunnen zijn om dat Merenweg 30 kilometer te maken. En dat zou dan ook helpen met de snelheid. Daar moeten natuurlijk wel maatregelen bij. Maar dat is eigenlijk wat jullie graag voor ogen zien, begrijp ik. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken, nog meer vragen? Nee. Hartelijk dank voor de inspraak.
En ik begrijp uit de discussie dat Tienskip het een en ander oppakt. En ik denk dat dit dan een vervolg krijgt. Dank u. Even kijken, dan gaan we naar de volgende inspreeksters. Dat is Anneke Meyer en Daisy van der Vliet. Het initiatief de Tiny Houses. Ik heb het een en ander onder andere in De Heraut mogen lezen en de commissieleden hebben ook jullie inbreng. Ik zou zeggen, ga je gang. Inspreker 4: Goedenavond iedereen. Dank jullie wel voor jullie aandacht. En dank jullie wel dat wij dit mogen inbrengen vandaag. Ik steek gelijk van wal. Wij willen graag een tiny house community realiseren hier in Lansingerland. Dit willen we graag doen omdat de betaalbare woningen in deze regio best wel heel erg schaars zijn. De duurzaamheid is heel erg belangrijk. Het staat ook in de pijlers van het woningprogramma van de gemeente zelf.
8/52
De gemeente geeft aan dat ze op zoek zijn naar een bredere toegang voor meerdere doelgroepen en daarin dus ook mee wil denken met de leefstijl van die groepen. Ik denk dat de tiny house community daar mooi in valt. Het kan bijdragen aan een meer financieel toegankelijkere woningmarkt, maar ook een ecologische leefstijl. Starters krijgen toegang en je krijgt een grotere doorstroommogelijkheid. En dat is even een paar voordelen in het kort. Met een tiny house kan je een kleinere ecologische voetstap maken dan met een eigenlijk normaal huis. Met een normale gezinswoning of een rijtjeshuis. Je hebt simpelweg minder materiaal nodig om het te kunnen realiseren. Maar ook kan er vaak duurzame technologie gerealiseerd worden, zoals zonne-energie of een wateropvangsysteem dat je niet de wc doortrekt met schoon drinkwater, maar bijvoorbeeld het water wat je in de douche al hebt gebruikt. Maar zo zijn er een legio aan ideeën. En het kan daardoor dus ook vaker zelfvoorzienend zijn. Het kan snel te bouwen zijn of te kopen. Ik weet niet of jullie bekend zijn met TinyFindy, maar dat is dé marktplaats van de tiny houses. Ze staan helemaal vol met aanbieders. Er is alleen geen plek om ze neer te zetten. Dat is ook waarom we vandaag hier zijn.
In een tiny house is het ook mogelijk om in een groene omgeving je huis neer te zetten, om in een groene omgeving dus misschien wel kinderen op te voeden of juist als ouderen daar te gaan wonen. Want het is niet alleen voor jongeren zoals wij, maar voor meerdere doelgroepen. En het is eigenlijk vastgesteld dat het ook de kwaliteit van leven kan bevorderen als je in een groene omgeving kan wonen. Voor ons is het dus best wel een duidelijke oplossing dat als er woningnood is en nood is aan betaalbare woningen in een groene omgeving voor doelgroepen die een andere soort levensstijl willen dan standaard, want ik denk dat dat het wel is, dat tiny houses daarin een uitkomst zouden kunnen hebben. Inspreker 5: Daar wil ik graag eventjes op inhaken bij wat we tot nu toe teweeg hebben gebracht. We hebben de komende of afgelopen maanden hebben we een flyer rondgebracht. We hebben ruim vijfduizend flyers rondgebracht en er zijn ruim zevenhonderd ondertekeningen uitgekomen. Dus daar wil ik alle burgers ook hartelijk voor bedanken. We hebben het ook gedeeld op social media platformen. We hebben interviews gehad met De Heraut, met het AD, met RTV Rijnmond. Sorry, RTV Lansingerland. We hebben contact gehad met meerdere fractievoorzitters van GroenLinks, PvdA en Leefbaar 3B.
Voor de rest hebben we ook een hele waslijst ontvangen met burgers vanuit Lansingerland die het wel interessant zouden vinden om in zo'n community te wonen. Als voorbeeld hebben we dus bijvoorbeeld hier ook Lucas zitten. Eén van de geïnteresseerden die hier graag zou willen wonen. En uiteraard dus ook het opbouwen van een netwerk. Dus we zijn druk bezig geweest. Denk hierbij aan contacten opdoen met particulieren die hun agrarische grond graag zouden willen aanbieden. Dat zouden ze dus wel moeten om kunnen klappen tot bouwgrond. Daarnaast ontwikkelaars, kundige op het gebied van vergunningen en met kennis van de Omgevingswet. En ook aannemers en/of verschillende bouwbedrijven die maar al te graag zouden willen helpen. Ik wil het graag ook eventjes hebben over de maatschappelijke meerwaarde van de tiny house community. De twee belangrijkste punten die ik graag zou willen noemen is het punt eenzaamheid. Gezien eenzaamheid best wel een stijgend probleem is overal eigenlijk in Nederland, maar vooral in Rotterdam en omstreken. En zeker als individualistische cultuur is het gewoon niet voor iedereen weggelegd om op de manier te leven zoals iedereen hier leeft en die willen dus graag wat meer saamhorigheid en verbinding, wat men terug kan vinden in een community. Community zorgt voor verbinding en daarnaast een belangrijk thema is ook ertoe doen.
Er zijn ook wel burgers met wat meer afstand tot de arbeidsmarkt. Burgers die wellicht gepensioneerd zijn of mensen die gewoon simpelweg gewoon meer bijdragen zouden willen leveren in de maatschappij. Dus dan zou het wel heel fijn zijn als door dat er dus activiteiten kunnen worden georganiseerd, het bijhouden van een moestuin, het organiseren van evenementen en talentenateliers, zouden dus een goede optie zijn voor die mensen om wat meer bij te
9/52
kunnen dragen. De doelgroep voor wie het is, in het algemeen voor de groenliefhebbers, maar ook voor de jongeren. Steeds meer jongeren zijn gedwongen om tot steeds later bij ouders in te blijven wonen omdat ze het gewoon niet kunnen veroorloven om op zichzelf te kunnen wonen. Voor senioren, er zijn ook een grote groep senioren of ouders die dus graag zouden willen downsizen, als je het zo zou willen noemen. En die nemen eigenlijk dus best wel een grote plek in beslag of een groot huis in beslag, terwijl mochten zij dus intrekken in een kleinere woning, dan komt er dus ook meer plek vrij voor bijvoorbeeld gezinnen die in dat huis kunnen trekken. Daarnaast ook voor gezinnen die behoefte hebben aan een meer groenere levensstijl, maar ook bijvoorbeeld aan stellen of mensen die overwegen een scheiding aan te gaan, die zoveel druk ervaren dat ze dus geen mogelijkheid zien om uit elkaar te gaan. Voor de rest wat het oplevert voor de gemeente Lansingerland is dat het Lansingerland op de kaart zet. Lansingerland zal dan een van de koplopers worden op het gebied van innovatief wonen. En ook laat het zien dat de gemeente Lansingerland daadkrachtig handelt op het gebied van duurzaamheid. Maar ook gezien dat het steeds vaker terugkomt in het duurzaamheidsplan en de visie van de gemeente Lansingerland. Daarbij dus ook de bevordering van de doorstroom wat ermee gerealiseerd wordt.
Inspreker 4: Nog een hele kleine toevoeging als het gaat over de verschillende doelgroepen die hier zouden kunnen gaan wonen. Anneke heeft net al een hele rits mensen opgenoemd die misschien hier geïnteresseerd in zouden kunnen zijn. Even als achtergrondinformatie, 74 procent van de koopwoningen op dit moment in Lansingerland zijn een half miljoen of meer. Ik denk dat er dus zeker wel vraag is naar betaalbare woningen. Misschien tiny houses. Daarbij is het vaak zo dat tiny houses op een tijdelijke plek geplaatst worden. Dat zou natuurlijk al geweldig zijn als we dat kunnen bewerkstelligen. Maar eigenlijk zoeken wij naar een plek die bestaanszekerheid kan opleveren. En dus niet een tijdelijke woning van tien jaar. Omdat die er ook al zijn voor jongeren. Flexwoningen zijn er al. Dus wij zoeken eigenlijk idealiter naar niet iets tijdelijks. Dank jullie wel voor jullie aandacht. De voorzitter: Dames, blijf even staan, want misschien zijn er vragen vanuit de commissieleden. Was de heer Ruijtenberg eerder? Vooruit. De heer Ruijtenberg: Dank jullie wel, dames, voor jullie inspraak. Even nog ter verduidelijking, zo'n community, hoeveel huizen zouden dat moeten zijn? En hoe groot zou het perceel ongeveer moeten zijn waar zo'n community op zou moeten komen? Inspreker 5: Het perceel dat hangt er ook eigenlijk puur vanaf in hoe groot het perceel er beschikbaar is.
Want wij schrikken ons echt puur daarnaar. Het is niet dat we veel te zeggen hebben daarover. Wat we wel vaak terugzien in de praktijk is dat zo'n tiny house community bestaat van tussen de twaalf en vijftien tiny houses. Inspreker 4: En ook dat is geen vaststaand gegeven, omdat het dus iets is wat opgezet kan worden, kan het ook helemaal op maat gemaakt worden. Dus als er een plek is waar zeven huisjes kunnen passen, fijn. Als er een plek is waar twintig huizen passen, nog beter. Dus dat is onze insteek erin. De voorzitter: Mevrouw Leijendekker. Mevrouw Leijendekker: Dank u voor de inspraak. Ik heb een tweetal vragen. De eerste vraag is, het plan wat u aan het uitdenken bent, of al hebt uitgedacht, bestaat dat er ook in dat er gemeenschappelijke voorzieningen tot stand worden gebracht?
10/52
Inspreker 5: Ja, wellicht hebben we dat nog net even iets onderbelicht. Maar het is uiteindelijk ook de bedoeling dat er dus ook gemeenschappelijke voorzieningen komen. En dus dat er ook de veiligheidsdiensten goed bereikbaar. Dus de parkeerplaatsen, bereikbaarheidsdiensten moeten er kunnen komen. Maar u heeft het denk ik over gemeenschappelijke ruimtes, denk ik. Over het algemeen is het ook de bedoeling dat er dus ook gemeenschappelijke ruimtes komen buiten. Dus moestuinen, dat soort dingen. Maar ook… Inspreker 4: Denk aan een gezamenlijke kantine. Zoals deze aardige heer net al bijvoorbeeld uitlegt, als je visite hebt of een grote familie, is het ook fijn dat je die langs kan laten komen. En dat kan moeilijk zijn in een tiny house. Dus in dat opzicht, een gezamenlijke ruimte waarin dat soort dingen georganiseerd zouden kunnen worden, zou fijn zijn. Maar ook om daar dingen met de community zelf te organiseren, zodat je echt dat gevoel van samen zijn krijgt. Dat is eigenlijk ons idee daarachter. En ook wat er in de praktijk al vaker georganiseerd is op andere plekken.
Mevrouw Leijendekker: Mag ik een vervolgvraag stellen? Heeft u dan ook al nagedacht over het beheer van die gemeenschappelijke voorziening? Een corporatie of een stichting? Inspreker 4: Ik denk, als het gaat over plekken waar het al gerealiseerd is, vaak valt het onder iets wat je kan vergelijken met een VvE, dus een Vereniging van Eigenaren. De mensen die een huisje daar hebben, die zijn ook samen verantwoordelijk over die kantine. Als het gaat over de kantine dan bijvoorbeeld. En in dat opzicht is er denk ik heel veel mogelijk. Niet iedereen die zal daar gebruik van willen maken. Dus in dat opzicht kan je ook met de bewoners zelf afspreken, die week is die verantwoordelijk, die week is die verantwoordelijk. Maar ik denk dat daarin heel veel mogelijkheid is. Inspreker 5: En we hebben ook heel veel leuke ideeën en creatieve ideeën die we graag zouden willen uitdenken verder. Maar we dachten, in eerste instantie is het ook al belangrijk dat we weten vanuit de gemeente dat er steun voor is voordat we dit verder uitwerken. De voorzitter: Mijnheer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank, voorzitter, ook aan de insprekers. Ik heb even twee vragen. U heeft met heel veel partijen gesproken, maar heeft u ook al met de gemeente zelf gesproken? En wat is daaruit voortgekomen? De voorzitter: Ho, ho, u bent niet…Even op het knopje drukken. Ja. Inspreker 5: Ja? Oké.
We hebben getracht wethouder Leon Hoek hierover te spreken. Alleen moet ik zeggen, het is behoorlijk uitdagend geweest voor ons beiden, omdat wij beiden zes dagen in de week werken. Dus het is ons helaas niet gelukt om hem hierover te spreken. Maar we hebben wel zijn assistente gesproken. Dus we hopen zo snel mogelijk een afspraak met Leon Hoek in te plannen om hier ook over te spreken. De voorzitter: En dan, vervolgvraag. De heer Van Berkel: Jullie gaven aan van, we hebben niet per se een plek waar we naartoe willen, maar als jullie nou eens mogen dromen, wat zou nou een ideale plek zijn om dit soort initiatief te realiseren?
11/52
Inspreker 5: Wat je vaak ziet bij tiny house communities is dat het een beetje op de afgrond, het wordt een beetje ergens gedumpt waar het uitkomt. En dat is dus vaak naast industrieterreinen, stations, dat soort dingen. Dat is ook, als het niet anders kan, dan is het prima. Maar in de ideale wereld is een tiny house community draait ook gewoon om groen om je heen en het ervaren dat je gewoon even in een ander soort omgeving bent. Dus eigenlijk vooral groen, dat zou voor ons… Inspreker 4: Bijvoorbeeld de rand van een natuurgebied of de rand van een stadspark. In dat opzicht zou er ook niet heel veel grond op de schop moeten om dit idee te kunnen realiseren. Dus daar zijn denk ik zeker mogelijkheden voor. De voorzitter: Even kijken. Ik had de heer Scheringa volgens mij. De heer Scheringa: Ja, dat klopt, voorzitter. Hebben jullie een idee van de kosten van een tiny house, omdat, kijk hoe duur het ongeveer is? Inspreker 5: De kosten van een tiny house zelf, die kan je zelf, die beginnen vanaf 10.000 en die eindigen ergens 60.000, 70.000. Je kan het zelf zo gek maken als dat je zelf wilt. Het hangt er ook vanaf hoe je die gaat bouwen. Ga je containers aan elkaar lassen? Ga je dit met hout bouwen? Dat is een stuk duurder. Dus het hangt er echt puur vanaf.
En als bewoners de vrije kaart krijgen om dit zelf in te kunnen richten, dan verschilt het gewoon heel erg wat de persoon nodig heeft en hoe groot de tiny house moet worden. Of er meerdere verdiepingen op de tiny house komen. Dus ergens tussen, ik zou zeggen, 10.000 en 60.000 zoiets. Inspreker 4: Natuurlijk zijn er ook tiny houses in het duurdere segment. Anneke heeft het nu bijvoorbeeld over zelf bouwen, maar er zijn bijvoorbeeld al zoveel aanbieders die kant-enklare tiny houses leveren. En ook die prijzen die verschillen echt van, vaak begint het dan rond de twintig, maar dan kunnen ze zelfs tot twee ton gaan. Maar dat is alleen maar hoeveel je er zelf in zou willen stoppen. Maar dat ligt dus aan de persoon die er uiteindelijk in gaat wonen. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de inspraak. Ik heb een kort vraagje, heeft u ook praktijkvoorbeelden waar dit al met succes is uitgevoerd? Inspreker 4: Er zijn er in Nederland inmiddels echt al heel veel. Bij meerdere plekken zijn we wel wezen kijken. Bijvoorbeeld Minitopia, we zijn ook in Oud-Beijerland wezen kijken waar inmiddels ook vijf huisjes staan. In Delft zijn we wezen kijken, in Heinenoord. Er zijn inmiddels heel veel plekken waar dit gerealiseerd is. Dus het is geen vraag meer van of het werkt. Daar zijn we al achter.
We moeten alleen de plek hebben om het te kunnen realiseren. De voorzitter: Nog een vervolgvraag? Nee. Even kijken. Mijnheer Erwich. De heer Erwich: Dank je wel, dames. Leuk dat jullie er zijn. Ik had eigenlijk, jullie zijn zo intensief en al zo gedetailleerd aan het vertellen. Ik vroeg me eigenlijk af, hebben jullie ook al een kant en klaar plan wat je zo kan laten zien? Inspreker 5: Een plan van aanpak bedoelt u? We hebben zelf zijn we bezig geweest met een conceptuitwerking. Alleen wouden we in eerste instantie, wat ik net ook al zei, eerst weten
12/52
of er überhaupt steun was binnen de gemeente. We hebben dit wel mogen ervaren van bewoners. Dat is wel te zien aan de 700 plus ondertekeningen, dat dit wel breed gedragen wordt. Dus die zouden we eventueel nog kunnen nasturen of iets in die richting. Als dat is, is dat? Ja? De voorzitter: Mijnheer Zantman. De heer Zantman: Dank u wel, voorzitter. Dames, dank voor de inspraak. Ik was even benieuwd, is het essentieel dat tiny houses vrijstaand zijn? Kunnen ze bijvoorbeeld ook gestapeld worden om het efficiënter te maken? Is daar ervaring mee? Inspreker 4: Ik weet niet of er echt een soort van flat van tiny houses, ik weet niet of dat bestaat. In Nederland denk ik niet. Interessante gedachtegang, denk ik. Als het gaat over de ruimte en ecologisch en het duurzame wonen in het groen, weet ik niet of het helemaal passend is bij wat wij in gedachte hadden. Maar ik ga zeker eens kijken naar deze vraag, want ik ben nu zelf ook wel benieuwd of dat al gerealiseerd is ergens. De voorzitter: Eens even kijken, wie nog meer? Nee. Dames, dank voor uw inspraak, beiden. En het staat op de agenda, dus even geduld. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering De voorzitter: Dan gaan we over naar punt 3 van de agenda, vaststelling verslag van de vorige vergadering. Geen opmerkingen binnengekomen, dus het is hierbij vastgesteld. 4.
Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Punt 4 van de agenda, vaststelling agenda, inventarisatie rondvragen. Er zijn geen opmerkingen voor de agenda en ook geen rondvragen binnengekomen. 5. Bespreekpunten 5.a Tiny houses (GL, PvdA en L3B) De voorzitter: Dan gaan we over naar het bespreekpunt en dat zijn de tiny houses. Dit bespreekpunt is ingediend door de fractie van GroenLinks, de PvdA en Leefbaar 3B. Dat gaat dus, wat we net gehoord hebben, over de tiny houses. We hebben het een en ander net gehoord en er zijn de nodige vragen gesteld. Eerder, en ik kan me dat nog goed herinneren, in 2020 heeft de fractie van Leefbaar 3B ook een keer een bespreekpunt ingediend over de tiny houses. Ik ga nu over tot de indieners om een toelichting te geven op het bespreekpunt. Wie kan ik het woord geven? De heer Ruijtenberg, zie ik. Mijnheer Ruijtenberg. Eerste termijn De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het klopt inderdaad, vijf jaar en één dag geleden heeft de heer Meester destijds, heeft daar een bespreekpunt over ingediend, wat toen in groot enthousiasme ontvangen is. Inmiddels zijn we vijf jaar en een dag zijn we verder en we zien dat we eigenlijk op hetzelfde punt staan als waar we toen stonden. Wederom is er een particulier initiatief nodig van twee betrokken dames die graag hier iets mogelijk willen maken in Lansingerland.
Er is in de tussentijd, en dat staat niet in het bespreekpunt opgenomen, is er nog wel iets anders gebeurd. Er is namelijk in november 2020, heeft mevrouw Den Heijer van D66, heeft een motie ingediend over tiny houses en
13/52
informatievoorziening die daar moest komen. Die motie heeft ze uiteindelijk nooit in stemming gebracht, want er is toen een toezegging gekomen van de toenmalige wethouder mevrouw Arends, dat ze dat gaat doen. En nou zet ik even de bril op. Voor de toezeggingenlijst inderdaad, dat klopt, mijnheer Muis, dat heeft u goed begrepen inderdaad. Daar is toen aangegeven, de toezegging is geweest, op de website wordt de informatie over bijzondere woonvormen als tiny houses en het aanspreekpunt in de gemeente hiervoor duidelijk vindbaar. Daarmee werd die als afgedaan. Als je dan echter gaat naar de website van Lansingerland, en je doet daar tiny houses, komen er twee punten komen erbij. En wat je dan ziet bij de tiny houses is bijzondere woonvormen. Daar worden tiny houses worden op één stapel gegooid met woonzorgenwoningen, flexwoningen, woonwagens, huisvesting voor arbeidsmigranten en andersoortige woningen voor starters en senioren. En staat erbij, heeft u zelf een initiatief, dan kunt u dit met ons delen door een vooroverleg in te dienen bij het digitaal stelsel Omgevingswet. Er zijn kosten verbonden aan het vooroverleg. Het klopt dat het op de website staat, maar we vinden dit toch niet helemaal getuigen van een gemeente die echt helpt bij tiny houses en gaat kijken voor bijzondere woonvormen en daar wat meer aan te doen.
Dus vonden wij met ons drie partijen en ook met de steun van D66, zo naar later bleek, toch weer ruimte om gewoon de vraag opnieuw in te dienen. En nou zal ik niet het hele stuk, maar ik ga wel nog even de vragen dan maar voorlezen. Ik heb toch mijn bril op, dus. Heeft het college, vorige en huidige, in de keuken gekeken bij andere gemeenten naar aanleiding van de vraag uit 2020? Heeft het college geïnventariseerd of er knelpunten zijn in de bouwvoorschriften en of er voor Lansingerland een regeling mogelijk is? Ook dit naar aanleiding van de vraag uit 2020. Denk hierbij aan biobased bouwen, wat uitermate goed geschikt is voor tiny houses. Delen de overige partijen en het college de mening dat tiny houses een oplossing kan zijn voor zowel tijdelijke huisvesting als langdurige huisvesting en dat voor meerdere in de aanleiding genoemde doelgroepen? Ik ga ervan uit dat iedereen de aanleiding heeft gelezen en anders de dames hebben verteld eigenlijk wat de doelgroepen zijn.
Is het college bereid om eigen grond ter beschikking te stellen, al dan om niet of middels een verlaging van de grondprijs, of is het een vereiste dat een project break-even is, en wat denken de overige fracties hiervan? Is het college bereid om te faciliteren in gesprekken met projectontwikkelaars, particulieren of aanpalende gemeenten om via hun plekken te realiseren voor een tiny house community, en wat denken de overige fracties daarvan? Van twee partijen weten we inmiddels wat ze daarvan denken, van de overige nog niet. Ik ben zeer benieuwd wat hun mening hierop is, en uiteraard van het college. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga even…De heer Hofman heeft een vraag aan de heer… De heer Hofman: Interruptie graag. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Hofman: De vraag stellen is hem waarschijnlijk beantwoorden, maar mag ik de vragen 4 en 5, als ik hem aan de fractie van GroenLinks stel, mag ik dan aannemen dat ze retorisch zijn? Oftewel, u beantwoordt de vragen met, een project hoeft niet break-even te zijn en het college zou moeten mee participeren? De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: De vraag stellen is hem beantwoorden. Wat ons betreft hoeft een project niet per se break-even te zijn, nee. We kunnen het best ‘…’ dat je door middel van grondpolitiek ook grondprijzen verlaagt, waardoor je een klein verliezen zou gaan inboeken daarin.
En ja, wij zijn heel erg van mening dat wij moeten faciliteren om dit gewoon voor
14/52
elkaar te krijgen. Er is een wens vanuit de bewoners, zoals blijkt. Er is een wens vanuit meerdere partijen in dit huis, zoals blijkt. We hopen dat daarvoor een meerderheid te vinden is dat we dit daadwerkelijk gaan realiseren. Dus ja. De voorzitter: Ik ga even verder naar de verdere indiener, mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Mijn fractie had in het verkiezingsprogramma staan dat wij voor experimenteren met woonvormen zijn. Tiny houses vallen daar zeker onder. Dus we zijn er voor. Mijn collega Xhemaili vroeg het ook al aan de insprekers, het is een succes. Het succes, dat kan ik niet beter vertellen dan de insprekers gedaan hebben. Dus dat hoef ik niet te herhalen in die zin. Maar wij denken wel, de gemeente moet hier wel aan meewerken. Dus als ik de vragen ook doorneem, het is ook wat de heer Ruijtenberg gaf bij de toezegging. Dus vraag 1, dat is een beetje voor het college, denken wij dus ook. Er zijn succesvolle trajecten in andere gemeenten. We zijn erg benieuwd of de gemeente daar kennis van genomen heeft. Vraag 2, dat is ook voor het college. 3, oplossing. Gelet op het aantal zal het niet gelijk een oplossing zijn voor de hele woningnood. Maar elk beetje helpt en dit is wel heel specifiek voor één doelgroep of meerdere doelgroepen. Dus we denken daar, als daar ruimte voor is, moet je dat zeker doen. Dan komen we bij vraag 4.
Dat is ook een beetje wat de heer Hofman net vroeg aan de heer Ruijtenberg. Op zich is mijn fractie, zeker ook wel gelet op het ravijnjaar, we moeten wel voorzichtig zijn met gemeenschapsgeld in die zin. En tiny houses, iemand zal daar zelf in moeten investeren. En het is ook niet echt aan de gemeente om daar echt veel aan bij te dragen in die zin. Dat moet iemand wel zelf uiteindelijk kunnen doen. We denken wel dat als je dat permanent mogelijk maakt, dat dat voor iemand wel makkelijker wordt. Want als je iemand een vergunning geeft voor vijf jaar, dan wordt het bij de bank weer lastig om een hypotheek daar voor rond te krijgen. En wellicht kan de gemeente wel wat doen met grondprijzen en startersleningen in die combinatie. Maar daar laat ik me graag door de wethouder door informeren wat mogelijk zijn om het mogelijk te maken. En dat de gemeente dit ook toe kan staan. En dan kom ik eigenlijk ook bij vraag 5, de gemeente moet gewoon faciliteren. Ze hoeven ze niet zelf te bouwen. Dus maar wel mogelijk maken en geschikte grond die beschikbaar is in de gemeente, dan daar mogelijk te maken met de vergunning. En dat, wij zijn positief. Maar dat is wel duidelijk. Ik hoop de rest van de fracties ook. Dus ik kijk uit naar uw beantwoording. De voorzitter: Dan ga ik naar de derde indiener, mijnheer Erwich. De heer Erwich: Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad alweer maart 2025.
Vijf jaar geleden hebben we het op de kaart gezet en daarvoor ook al een keer in 2016, meen ik. Een zekere heer Barendregt, die toen over tiny houses begon. Maar op de een of andere manier schijnt het niet te lukken en moet er weer een particuliere aanvraag komen van Anneke en van Daisy. In diezelfde periode van de afgelopen jaren is het wel gelukt om flexwoningen te regelen. Dus dat laat zien dat er wel mogelijkheden zijn om zoiets van de grond te brengen. En laten we eigenlijk één misverstand even wegwerken, tiny houses zijn geen flexwoningen of noodopvang. Ze zijn gewoon een bewuste keuze van iemand die op die manier wil leven en die op een duurzame, betaalbare en een compacte woonvorm, ideaal voor starters, ouderen en anderen, op die manier willen wonen. Dus ik denk dat we er even van af moeten stappen van in de categorie flexwoningen. De gemeente kan zo'n project duidelijk ook haalbaar maken en die tiny houses passen bovendien in deze tijd. We wachten nu al ruim vijf jaar op een mogelijkheid en ik dacht aan de locatie Lies Frankenweg. Dat zou bijvoorbeeld een hele mooie locatie zijn. Die is in bezit van de gemeente en ik gooi maar even een balletje op. Een belangrijke vraag is inderdaad wel de grondprijs. Ik denk dat we daar inderdaad even naar moeten kijken. Het is geen standaard koopwoning, maar een
15/52
alternatieve duurzame woonvorm. De gemeente heeft in het verleden ook regelingen getroffen voor sociale huurwoningen. Dus waarom zou dat niet kunnen bij tiny houses? We moeten ons daar gewoon even niet gelijk met de hoofd schudden van, nee, dat kan niet. Maar gewoon nadenken, hoe kan het wel? Ik heb wel een paar vragen nog even extra aan de wethouder. Want waarom zijn er nou de afgelopen periode helemaal geen tiny houses gebouwd? Het college wilde destijds faciliteren. Ze wilde het opnemen in de woonvisie. En zelfs de regierol pakken. Dus dat waren allemaal kreten van wethouder Arends, die ik heel blij tot me had genomen. Maar tot nu toe is er weinig gebeurd. De volgende vraag is, zijn er nou inmiddels wel locaties in beeld, behalve Lies Frankenweg? Is daar meer over nagedacht momenteel? En hoe zorgt het college dat we deze keer wel in een goede samenwerking met de dames in gesprek blijven, zodat er iets van terecht komt? Dank u wel. De voorzitter: Ik ga over naar de overige fracties. Wie? Mevrouw Leijendekker. Mevrouw Leijendekker: Dank u, voorzitter. Ik wilde eerst uitspreken dat ik het echt een heel sympathiek initiatief vind. Ik ben er op zich ook heel enthousiast voor. Als je kijkt naar onze gemeente, dan is die eigenlijk ook wel heel saai met eengezinswoningen, appartementen. Alternatieve woonvormen hebben we er weinig.
Terwijl de behoefte daaraan wel is, zoals ook eerder gesignaleerd. Studenten, alleenstaanden, samengestelde gezinnen, jongeren en ouderen, die zoeken allemaal naar betaalbare toegankelijke huisvesting. En daar lijkt dit initiatief aan te voldoen. Ook het gemiddelde huishouden wordt steeds kleiner. De gedeelde voorzieningen, op zich zijn we daar ook enthousiast over. Maar we hebben toch nog wel een aantal vragen. En die hangen ook deels samen met de vragen die door de indieners van het bespreekpunt zijn gesteld. En dan ga ik met name in op de vragen die aan onze partij, aan de partijen zijn gericht en niet op de vragen die aan het college zijn gericht. Onder meer vraag 3, delen de overige partijen de mening dat tiny houses een oplossing kan zijn? Ja, wel in beginsel. Maar we hebben toch nog wel wat zorgen ook over de kwaliteit van de woningen. Zijn dat woningen voor langere termijn? Hebben die de kwaliteit om langer te blijven staan? Of gaan we op den duur toch ook aan een renovatieachtige trajecten denken? Herbouw en dergelijke. Ik weet niet of de bouwverordening of de omgevingsverordening daar nog bepaalde eisen aan stelt. Maar die zorgen hebben wij nog wel steeds. Hetzelfde geldt voor de bekostiging van de gedeelde voorzieningen. Op zich het idee van een vereniging van eigenaren, zoals de insprekers ook hebben gezegd, is een goed idee. Maar dat moet je dan ook verplichten.
En bijvoorbeeld dat niet facultatief maken. Want anders gaan die gemeenschappelijke voorzieningen ook eronder lijden en is er geen continuïteit voorzien. De voorzitter: Mevrouw Leijendekker, er is een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel. Die interruptie is al van iets van wat u een tijd geleden gezegd heeft en dat ging over uw vrees voor de kwaliteit van de woningen. Ik begrijp een gedeelte van uw vrees. Vandaar ook dat wij nadrukkelijk in vraag 2 hebben geantwoord of er knelpunten zijn in de bouwvoorschriften en of hier ook in Lansingerland een regeling mogelijk is. Daarnaast wil ik u wel aangeven of u voldoende begrijpt dat dit in principe een particulier initiatief is. Dus wij geven een vergunning af voor een tiny house en voor een plek en daarna is het eigenlijk aan de bouwers om zelf eisen te hebben over de kwaliteiten van de huizen, zolang die voldoen aan de bouwvoorschriften. En we dus niet zelf als Lansingerland in een renovatietraject gaan komen, want dat is voor de eigenaars van de tiny houses. De voorzitter: Mevrouw Leijendekker, even weer het knopje indrukken.
16/52
Mevrouw Leijendekker: Mijnheer Ruijtenberg, dat begrijp ik inderdaad. Renovaties, dan denk je eigenlijk vooral aan sociale woningbouw en dergelijke. Maar we hebben op zich ook de zorg dat er ook woningen van kwaliteit staan die toch enige tijd meegaan. En in die zin ben ik net zoals u heel erg nieuwsgierig naar het antwoord op de vraag die u aan het college heeft gesteld over de kwaliteit van bouwen en of er voldoende garanties op dat punt zijn. De vraag die wordt gesteld… De voorzitter: Mevrouw Leijendekker, er is een interruptie van de heer Erwich. Even het knopje uit. De heer Erwich: Dank u wel, voorzitter. Ik vraag me eigenlijk een beetje af, door die twijfels van mevrouw Leijendekker, of ze überhaupt weten wat tiny houses zijn en hoe die gebouwd worden. Want het is geen tent of geen karton. De voorzitter: Mevrouw Leijendekker Mevrouw Leijendekker: Ik zie ontzettend veel reclame voor tiny houses. Ik vind ze er ontzettend leuk en schattig en dergelijke uitzien. Maar ik zie het wel dat het kleine houten of woningen zijn. Of woningen waar je toch je zorgen over zou kunnen hebben of ze bestand zijn tegen de langere termijn. Dat is alleen maar een vraag die ik dan graag ook van het college beantwoord wil zien. Dan de vraag over de grond.
Wat vinden de partijen om grond ter beschikking te stellen? Over het door de gemeente beschikbaar stellen van grond hebben we toch wel wat aarzelingen. Willen we daar inderdaad verlies op nemen? En ik vond het wel leuk dat de heer Erwich kwam met de Lies Frankenweg. Want daar hebben we juist het discussiepunt gekregen dat met name de gemeente ook daar geld wil terugzien op wat men heeft geïnvesteerd. Dus daar hebben we juist, we hebben elke keer juist discussie dat de gemeente er niet op wil toeleggen. Dat er sprake moet zijn van, we gaan dadelijk de omgevingsvisie behandelen. Dan heb ik een hele paragraaf gezien over verplicht kostenverhaal. Dat er ook nog verplicht is op grond van de Omgevingswet. Ik heb zaken gezien over openbare procedures bij gronduitgiften en dergelijke. En in die zin zet ik wel vraagtekens of wij dan helemaal consequent zijn in ons beleid als het gaat om de omgevingsvisie. Maar misschien kan het college daar ook op reflecteren. De voorzitter: Mevrouw Leijendekker, ik ga u even interrumperen. Uw spreektijd is bijna om. Mevrouw Leijendekker: Dan beëindig ik ook mijn verhaal met, kortom, het is een mooi initiatief, maar ik heb nog vragen over de uitvoerbaarheid en de financiering. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mijnheer Zantman. De heer Zantman: Dank u wel, voorzitter.
Het is altijd goed en fijn om te horen dat er inwoners zijn met initiatieven en ideeën. Dank ook voor de indieners van dit bespreekstuk en ook fijn dat de dames de moeite hebben genomen om in te komen spreken. Mijn fractie onderschrijft uiteraard het belang voor huisvesting van starters, spoedzoekers, senioren en alle andere groepen die nu een beetje buiten de spreekwoordelijke woonboot lijken te vallen. Maar wij vragen ons terdege af of dit de juiste vorm is om deze problematiek op te lossen. Op het eerste gezicht denk je inderdaad ook, wat een leuk idee, en krijg je er allerlei mooie ideële en idyllische gedachten bij. Maar zoals altijd is de realiteit helaas toch weerbarstiger. Zo heb ik een beetje rondgekeken op internet en kwam mijn oog op de site van Tiny House Nederland. En daar stonden wat gerealiseerde voorbeelden die me nou niet direct over de streep trokken. De gerealiseerde initiatieven waren vaak buiten de randstad.
17/52
Daarmee kom ik dan ook een beetje tot de kern van mijn betoog, tiny houses zijn qua grondgebruik in tegenstelling van wat wordt gedacht niet heel efficiënt. De huisjes zelf zijn klein, maar er wordt ook wat ruimte omheen verwacht. En er wordt gebouwd met een enkele woonlaag. Of zien de indieners dit wellicht anders? Er wordt gesproken over een gedeeltelijke, ik noem het maar even, sponsoring van gronden. Iets wat we, wat mijn buurvrouw net ook aangaf, als gemeente volgens de Omgevingswet niet eens mogen, omdat gronden marktconform moeten worden aangekocht en ook zodanig moeten worden uitgegeven. De voorzitter: Mijnheer Zantman, een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik wil even van de heer Zantman weten wat hij dan duidt in het verkiezingsprogramma van zijn eigen partij waar bij bouwen nadrukkelijk staat, alternatieve woonvormen de ruimte geven. Het staat in uw verkiezingsprogramma. Wat bedoelt u daar exact mee? Ook als er verder staat, een gemeente die proactief nieuwe plannen met bewoners bespreekt en open staat voor ideeën. En hierbij zegt u van, dit vinden we eigenlijk niks. Wat vindt u dan wel wat? De voorzitter: Mijnheer Zantman. De heer Zantman: U was me eigenlijk voor, want ik kom daar straks op. Dus als u even wacht, dan kom ik daar zo op. Ga ik even verder.