CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV25.0020] Verslag commissie Samenleving d.d. 6 februari 2025

Commissie Samenleving 3 april 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering26.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maakt niet uit wie het precies vroeg, maar dat maatschappelijk minimum, u ziet ook in dat tabelletje op bladzij 18 van ons beleid, dat is pas eigenlijk het laatste stadium als we de gemeentebegroting heel erg uit moeten kleden, omdat het echt heel fout loopt. Dus daar zijn we niet. En dat maatschappelijk minimum, wij zullen uiteraard vanuit de ambtenaren en vanuit het college u daar advies over geven. Maar dat bepaalt u ook weer zelf. En dat maatschappelijk

18/44

minimum, we hebben het er gisteren ook heel even over gehad, dat kun je niet met een schaartje knippen van, de wet zegt dit en dan doen we dat. Gisteren hebben we ook het voorbeeld genoemd van de Wmo, die heeft van die termen over adequate voorzieningen. De jeugd zegt, eigen kracht. Wat is dat dan precies? Je hebt zo'n Centrale Raad van Beroep die daar elke keer ook invulling aan het geven is. Maar met elkaar zullen wij na moeten denken, wat is in Lansingerland dan dat maatschappelijk minimum? Maar nogmaals, daar zijn we nog lang niet. Want voorlopig blijven we naar die nieuwe beleidslijn die hier paars met cijfers is ingevuld daar naartoe streven om voor volgend jaar de begroting sluitend te krijgen. Maar dat gesprek over maatschappelijk minimum, dat wordt verder gevoerd. Maar weet dat wij daar ook zo naar kijken. Mevrouw Biharie, u wilde graag dat de oudere die nu luistert, dat de wethouder daar eens even vertelt, wat is nou eigenlijk het concrete verschil met het huidige en het nieuwe beleid? Een concreet verschil is voor mij de beweging die al jaren aan de gang is, richting mevrouw Biharie. Die transformatie dat we met elkaar doorhebben dat het huidige zorgstelsel niet houdbaar is als we zo doorgaan en iedereen alles blijven geven. Het aantal ouderen wat stijgt, dat wij daar ons van bewust zijn, dat dat een prikkel is.

Maar wat mij betreft een nog een veel mooiere prikkel, het constateren dat bij die groep ouderen, die derde levensfase die we met elkaar benoemd hebben, een geweldige verzilverlevensfase is waar we nog heel veel voor de samenleving mee kunnen betekenen. De ouderen kunnen iets betekenen, maar voor de samenleving is die levensfase ook superbelangrijk. In mijn beleving, dat hoeft u allemaal niet te delen, had je toch tien jaar geleden nog iets van, je ging met pensioen en dan was het klaar. En dan ging je reizen of weet ik wat je ging doen. Maar ik zie echt een toenemende groep ouderen die van betekenis willen zijn in de samenleving en dat past heel goed bij dit verhaal. En die hele transformatie die we ook op regionaal, het IZA, het GALA-akkoord en nationaal niveau zien. Daar zijn we echt een mooie stap mee aan het maken. En niet alleen de overheid. Ik merk nu ook door de contacten op regionaal niveau met de zorgverzekeraar, DSW is daar echt een voorloper in, de zorgpartijen, grote ziekenhuizen, de aanbieders van ouderenzorg, dat dat een breed gedragen iets is, wat wel ingewikkeld is, kan ik u vertellen. Want de schotten tussen Zorgverzekeringswet en Wmo, ik denk dat er wel vijf tussen zitten. Dus hij blijft ingewikkeld. Maar daar zijn we wel met elkaar van overtuigd. Dus ik hoop dat dat concreet genoeg is voor u. Maar daar dacht ik aan toen u mij daarnaar vroeg.

En de kwetsbare ouderen, vroeg mevrouw Biharie ook, hoe bereiken we die? Dat zie je in toch prioriteit twee en drie. We hebben ook vanaf het begin af aan gezegd dat de piramide, die probeer ik nu even tevoorschijn te toveren, gaat natuurlijk niet zo snel, maar het onderste puntje van de piramide, de overheid is er voor de kwetsbare inwoners in zijn algemeenheid. Er zijn heel veel mensen die zichzelf kunnen redden. Maar daar is nou de overheid voor om die te helpen. En die blijven we bereiken door ook al in die vorige levensfase ze te wijzen op een sociale kaart. Daar werd door iemand over gesproken. Die te vinden is bij Samen voor Lansingerland. Die is daar heel goed te vinden. En we zien ook bij Welzijn Lansingerland, stormloop is overdreven natuurlijk. Maar als er een nieuwe ontmoetingsruimte is zoals bij Willemien in Berkel, dat is het gewoon. En spannender moeten we het ook niet maken. Ouderen hebben iets nodig waar je binnen kan lopen, praatje kan. En daar zijn soms ook mensen van Welzijn of de ouderenadviseur. En op die manier ga je mensen bereiken en weten ze ook waar ze terecht kunnen. En dat is richting mevrouw Bouman, want die vroeg daar heel concreet naar. Het wonen dat kwam ook al nogal vaak terug, voorzitter. Dat was ook een opvallende. Wat wij doen in dit beleidsplan is wel de zachte kant, zullen we maar even zeggen.

Het zijn niet de stenen, voorzitter, die we hier met elkaar behandelen. Maar ik snap wel, dit is een van de grootste zaken die we in alle gesprekken ook tegenkomen. Mensen worstelen daarmee. Hoe doen we dat nou? Zit dat nou vooral in huurwoningen, waar mevrouw Bouman het over had? Dat weet ik niet zo goed, want ik hoor mensen met koopwoningen net zo goed daarmee worstelen. Ik weet wel bij huurwoningen dat 3B-Wonen met een, hoe noemen ze dat, sociale makelaar, of wat voor makelaar, daar heel actief in is.

19/44

Maar dat het juist moeilijker is om de ouderen te bewegen hun huis waar ze al zo lang wonen te verlaten. Daar zit hij meer in. En je probeert die doorstroming op gang te krijgen om die huizen weer beschikbaar voor anderen te krijgen. Maar er is wel degelijk voldoende aanbod en 3B-Wonen stuurt daar ook op. En als ik dan kijk, voorzitter, waar gevraagd wordt, is er dan voldoende aanbod? We hebben natuurlijk, ik ga toch even naar die harde kant. Nee ik zie u nee schudden. 40 procent gelijkvloers zit in elk bouwprogramma. Laat dat helder zijn. Het is er. En dat het vaak lastig is om erin te komen, ik weet het. U schudt nee. 40 procent hebben we met elkaar afgesproken in onze bestemmingsplannen. Dus die woningen zijn er, worden nog steeds meer gebouwd en komende jaren nog meer. Maar ik denk wel dat je al die gelijkvloerse woningen dat daar niet alleen ouderen wonen. We moeten natuurlijk ook wel een beetje gezellig, of ja, gezelligheid, ouderen bij elkaar zijn ook gezellig. Maar een gemixte bevolking daar houden. Dus dat is geschikt voor heel veel andere mensen. Ook mensen die een beperking hebben en daarom gelijkvloers moeten wonen. Dus dat wilde ik, voorzitter, zeggen over het wonen. Wilt u een interruptie toestaan? Ik zie u zo naar de knop… De voorzitter: Ja, zeker. Omdat ik denk dat hij over dit onderwerp gaat, maar dat gaan we zien. Mijnheer Erwich.

De heer Erwich: Ja, want u was aan het afsluiten en ik mis gewoon echt iets over de knarrenhofjes of de hofjes. Mevrouw Cnossen: Ik ben er nog niet. De heer Erwich: Oh, maar u zei, ik sluit af wonen. De voorzitter: Ik ga er natuurlijk vanuit dat dit gesprek volstrekt via de voorzitter heeft plaatsgevonden en dan gaan we terug naar de wethouder. Mevrouw Cnossen: Nee hoor, dank u wel, voorzitter. Ik had zeker dit hele onderwerp nog niet afgesloten, want ik ken die grote wens van knarrenhofjes. We weten dat over het algemeen in de bereikbare koop of huur dat moeilijk te bouwen is, omdat de prijzen hoog zijn. Maar als een aantal mensen dat zelf gaat realiseren, kan het wel degelijk. We weten ook dat aan de Lijsterlaan we daar wat concretere plannen over hebben. Maar dat is wel een zaak van lange adem, dat weet ik. In De Zilveren Schakel in Berkel en Rodenrijs, kent u vast ook wel dat complex. Dat ziet er niet uit als een hofje natuurlijk, maar het zijn wel ouderen met elkaar wonen en een ontmoetingsruimte ook hebben met elkaar. Dus er zijn wel degelijk bestaande voorbeelden. De voorzitter: Mijnheer Erwich, bij interruptie. De heer Erwich: Dank u wel. Ik had eigenlijk even een vraag, want u zegt ouderen, maar in die hofjes gaat het helemaal niet over ouderen. Het gaat gewoon over 45-plusser tot het eind aan toe, dus vul het maar in.

De voorzitter: Maar wat is daar precies uw interruptie bij? De heer Erwich: Bent u daarvan op de hoogte? Want u zegt, het is alleen voor de ouderen. De voorzitter: Zo maken we natuurlijk alles een interruptie. Maar goed, wethouder, bent u daarvan op de hoogte? Dat zou kort beantwoord moeten kunnen worden.

20/44

Mevrouw Cnossen: Het woord knarren, voorzitter, roept bij mij toch een beeld op van ouderen, maar wat mij betreft mag iedereen daar wonen. Ik gun het jongeren, het lijkt me ook heel leuk voor studenten. Ik heb er allerlei beelden bij. En u noemde nog een aantal voorbeelden, de appartementen, de tiny houses, we moeten regels versoepelen. Er zijn een aantal dingen die hier genoemd worden, die niet direct hierbij passen, dat weet u natuurlijk ook. Maar ik begrijp wel dat deze vragen boven komen, want die leven bij heel erg veel mensen. U vond ook, mijnheer Erwich, dat de mantelzorg ontbrak in het verhaal. Ik hoorde een van de andere leden van de commissie het woord wel noemen. Wij hebben natuurlijk wel gewoon de mantelzorgondersteuning hier heel goed op de rails staan. Ik heb het mooie blad niet bij me, maar we zijn pas in een landelijk blad ook verschenen. We hebben ondersteuning voor mantelzorgers, dat er hulp bij huishouden kan worden gegeven, dat de respijtzorg, dat ze zelf ook die kooravond per week kunnen bijwonen. Dus voor mantelzorgers is echt die coördinator mantelzorg bij welzijn, als ik daar een keertje een poosje in meeloop, dan ben ik onder de indruk hoeveel zij het is en zij de mensen kent en ook weet wat ze nodig hebben. En wat mantelzorgers vooral nodig hebben, voorzitter, is toch het praatje kunnen maken. Even delen wat je bezighoudt, lotgenotencontact.

Dus die mantelzorgers, voorkom de overbelasting, die is zeker ook bij deze wethouder heel goed bekend. Even kijken. Ik ga nog terug naar de bijdrage, nou zit ik toch weer met die leeftijden. De heer Lieverse kwam na de heer Erwich, dat was het. Mijnheer Lieverse, u had ook een aantal punten waarvan u zei, let daar op. Een aantal punten, mevrouw Bouman merkte het ook al op, die inderdaad in het uitvoeringsplan zullen terugkomen. Dat buurtgericht, dat vind ik altijd een hele mooie, die noemt u vaker, het Lief & Leedstraatje. Van de week heb ik het er ook nog over gehad om eens te kijken hoe we, dat is een pilot nu van 3B-Wonen en Welzijn, hoe we dat uit kunnen bouwen, want het is toch een hele erge mooie vorm van naar elkaar omkijken in het straatje, buurtgericht samenwerken. U gaf ook al aan, de overheid hoeft niet alles te doen. Er zijn kerken, heel veel vrijwilligers die graag willen helpen. En u zag ook wel wat striktere indicatiestelling, dat zullen we bij de verordening dan zien. We hebben nu een verordening, maar als we een bepaald scenario kiezen, kunnen we dat ook in de verordening weer aanpassen. Mantelzorg, dat, ik heb verder geen vragen daarbij opgeschreven, voorzitter. Mevrouw Bouman, daar heb ik het ook over gehad. Weten de ouderen waar ze terecht kunnen? Ik denk dat ik voldoende daarover gezegd heb. De wachtlijst bij huren heb ik ook over gesproken.

Ik vond mooi, mijnheer Kampinga, hoe u het nagedacht hebt over het begrip waardig, respect, vind ik er ook een mooi woord bij. En waardig, we hebben het er net ook over gehad, zit ook in eigen keuzes maken. Mevrouw Biharie, die heb ik, Van der Stad, Afalah, daar heb ik ook voldoende over gezegd. Het wonen, we lopen achter. Dat achterlopen, dat is natuurlijk iets subjectiefs. En bij zorg gaf de heer Afalah ook aan, hogere belasting, OZB, of inderdaad die nieuwe beleidslijn, die kunnen we gaan volgen. Ik had nog één puntje, voorzitter, dan rond ik af, bij mevrouw Gabin. Die vond de minima ontbreken. Wij hebben bij het nadenken over beleid voor ouderen daar juist over nagedacht, dat in deze levensfase eigenlijk nooit zo bestaanszeker ben als in al die fases daarvoor. Ouderen zijn natuurlijk ook opgegroeid misschien met een tijd dat ze heel weinig inkomen hadden en een armoedeval tegemoet zagen als ze wat meer gingen verdienen. Maar juist in die derde levensfase, al heb je alleen AOW, heb je wel een heel zeker inkomen. En de meeste ouderen hebben ook, wat ook bestaanszekerheid is, een woning waar ze kunnen wonen. Dus daarin is niet zozeer de aandacht voor de minima heel erg belangrijk. Wel natuurlijk dat ze kunnen krijgen wat ze hebben. Daar heb ik voldoende over gezegd.

Ik schiet mij nog één ding te binnen, dat zei de heer Erwich, het op internet voor kunnen lezen van dit beleidsplan. Die heb ik even opgeschreven, want dat is heel erg belangrijk. We hebben Vincent Bijlo hier gehad, die onze website heeft doorgeploegd en best wel tevreden was. Maar als dit zo is, dan is dat niet oké. Dus daar moeten we echt iets aan doen. Dat was het, voorzitter.

21/44

De voorzitter: Dank u wel, wethouder Cnossen. Was er nog een interruptie, mijnheer Kampinga? Mijnheer Kampinga. De heer Kampinga: Het woord uitvoeringsplan komt veel langs. Heb ik het goed gelezen dat dat des colleges is of gaat dat ook nog via de raad? De voorzitter: De wethouder nog voor een korte reactie. Mevrouw Cnossen: Uitvoering is van het college, maar we zullen u uiteraard op de hoogte brengen. De voorzitter: Helder. Dank u wel, wethouder. Dan gaan wij naar de tweede termijn van de zijde van de commissie. Dat doen wij in dezelfde volgorde, van oud naar jong. Mijnheer Erwich. Tweede termijn De heer Erwich: Dank u wel, voorzitter. Ik ben eigenlijk heel blij met wethouder Cnossen. Ze zegt een heleboel goede dingen. Ik mis er wel nog een paar. Want heeft u nou een toezegging op het knarrenhof dat dat erbij opgenomen gaat worden? Ik ben blij met die tekst naar spraak, want dat is echt iets, als u dat gaat doen, dan hoort u alleen maar procentjes en rommel. En het is echt, ik ben er pas vijf jaar mee bezig, dus ik snap dat het nog niet gerealiseerd is. Maar misschien, ik ben blij met de aandacht die u gaat geven. Waar ik wel nog even iets over wil hebben, is over de versobering. Want in mijn beleving zou het ook best wel eens kunnen zijn dat we wat minder rolstoelen en scootmobielen uit gaan geven.

Want er blijkt uit een onderzoek wat gehouden is dat er ruim 30 procent van al die spullen niet gebruikt worden. Dus als we nou iets zouden willen versoberen, zou dat misschien wel een mogelijkheid kunnen zijn. De voorzitter: Wilt u dan ook afronden? De heer Erwich: Ik ga afronden met dat leeftijd slechts een nummer is. De voorzitter: Mooie laatste woorden, mijnheer Erwich. Nog even, omdat dit de tweede termijn is, mijnheer Erwich, neigt Leefbaar 3B naar een hamerstuk of komt u met een initiatief voor een amendement, dan wel een motie? De heer Erwich: Ik wil graag dat die, hoe heet dat, de hofjes erbij worden benoemd. Als de wethouder dat toezegt, dan… De voorzitter: Dat horen we zo meteen dan nog even. En wat is dan uw verwachting? Dat ze een plek krijgen in het beleid of in de uitvoering? Want het beleid kan niet meer gewijzigd worden. De heer Erwich: Nee, maar in de uitvoering, dat ze daar in ieder geval worden opgenomen. De voorzitter: Dat is de vraag die u dan heeft aan de wethouder. Dan gaan we naar de heer Lieverse met aan het einde dezelfde vraag, maar gaat uw gang. De heer Lieverse: Het klopt, voorzitter, dat wij niet met vragen kwamen. Dus de wethouder heeft ons ook prima bediend met de respons die ze wel gaf. Want wij hebben onze

22/44

spreektijd gebruikt om suggesties mee te geven voor het uitvoeringsplan. Wij zijn namelijk gewoon tevreden met het beleidsplan. Overigens hebben we wel geluisterd naar de opmerkingen die gemaakt zijn over wonen en de zorgen die erover zijn. Maar we herkennen bij het college dat die zorg ook gedeeld wordt. Recent was er nog een bespreekstuk in de commissie Ruimte om de plannen voor Wilderszijde aan te passen, om de locaties die nog niet ingevuld zijn aan te passen voor meer eenpersoonshuishoudens. Juist voor starters en voor ouderen. Dus volgens mij is het college al helemaal op die toer bezig. Zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse. Dan naar het CDA, mevrouw Bouman nog voor een korte reactie in deze tweede termijn. Mevrouw Bouman-Quist: Ik heb nog een heel kort tijdsbestek. Dank voor de beantwoording, aan de wethouder. Maar de sociale makelaar is mij bekend. Maar weet dat als je 400 euro nu moet betalen aan huur en je moet er straks 800 betalen, dat dat de nodige problemen met zich meebrengt. En daarom zeg ik, meer dan tien jaar sta je op de lijst. En het kan voorkomen dat het vijftien jaar is. En dat dat stress met zich meebrengt en de rest, ja. Maar voor ons is het een hamerstuk en we wachten het uitvoeringsplan af. De voorzitter: Helder, dank u wel, mevrouw Bouman. Dan mijnheer Kampinga. De heer Kampinga: Dank u.

Ik wil er graag op wijzen dat bij Berkel Centrum Oost gaan we, of de gemeente, of 3B-Wonen eigenlijk, tachtig sociale woningen bouwen, flatjes. Dus een klein deel en misschien dat je daar gedeeltelijk ook weer knarrenhofjes van kan maken, dat weet ik niet. Maar in ieder geval, tachtig is niet niks. En ik heb, dacht ik, mevrouw Vliet Vlieland weleens horen zeggen dat het om doorstroommakelaars gaat. Maar goed, dat wou ik nog even kwijt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, onze eminence grise deze avond. Wij gaan naar mevrouw Biharie van de PvdA. Mevrouw Biharie: Dank u wel, voorzitter. Ik wil een kleine opmerking plaatsen op de beantwoording van een vraag van mevrouw Gabin over de minima, die de wethouder toelichtte. Dat niet elke ouder, zeker niet als je alleen bent, genoeg over financiële middelen beschikt, ook met de AOW. Als je kijkt naar de energiekosten en chronische ziekte, als je ziek bent, de kosten daarbij. Dat wil ik even meegeven. We kijken uit, de PvdA-fractie, naar het uitvoeringsplan. En voor nu is het ons, het beleidsplan een hamerstuk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Helder. Dank u wel mevrouw Biharie. Mijnheer Van der Stad, u had het al gezegd eigenlijk. Dan blijven we daarbij. Dank u wel. Dan mijnheer Afalah nog voor een korte reactie. De heer Afalah: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde deze tweede termijn gebruiken voor een voorbeeld.

Ik werd getriggerd door de wethouder over dat mensen die AOW hebben, dat het allemaal wel goed zit. Ik kwam in contact via de Hergerborch met een groep reumazwemmers in De Windas. Het Reumafonds is gestopt een paar jaar geleden met reumazwemmen. Dat kost best wel een hoop geld. En ik vind het mooi, dat past heel mooi in die driehoek die wij hebben, samenleving, sociale basis en hulp. Er stonden een paar ouderen op en die zeggen, zij zijn ermee gestopt, we gaan het zelf doen. Dus ze hebben zelf een trainer geregeld. Ze hebben een groepsapp gemaakt, ook die groep. En die komen nou twee keer per week gaan ze reumazwemmen. Die ouderen hebben daar heel veel baat bij, omdat ze één keer zwemmen, kunnen ze weer twee, drie dagen kunnen ze erop

23/44

vooruit. En wat mij wel triggerde daarin, want dat zag ik daar wel terug, sommigen doen maar één keer in de week zwemmen. En er zijn er ook sommigen bij, die komen wel zwemmen, maar die gaan geen bakje koffie drinken. En de reden is niet omdat ze er geen tijd voor hebben, tijd zat, maar de reden is alleen maar financieel. En daarom is het heel belangrijk dat we wel beroep doen op die ouderen en op die maatschappij. Maar we moeten inderdaad wel oog blijven hebben voor die mensen. En ik heb ze gewezen op het Volwassenensportfonds. En daar zijn ze heel blij mee. We moeten ze wel bereiken, want dat wisten ze namelijk niet. Dat wilde ik gezegd hebben. De voorzitter: Mooi voorbeeld, mijnheer Afalah, dank u wel. Dan tot slot in deze tweede termijn, mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Dank u wel, voorzitter en dank voor de beantwoording van de vragen. Wij blijven echter wel pleiten voor een enige vorm van minimabeleid dat financiële drempels verlaagt, zodat mensen met een lager inkomen alsnog, ouderen met een lager inkomen alsnog volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. Als oudere ben je denk ik toch wel kwetsbaarder. En een AOW, zoals dat net ook al werd benoemd, is echt geen vetpot. Dus ik denk niet dat we daar licht over moeten doen.

Een bepaald vangnet voor de meest kwetsbare ouderen is toch echt wel gewenst en GroenLinks zal hier ook voor pleiten en vooral ook in de uitvoering daarvan. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan gaan we nog voor een laatste reactie naar wethouder Cnossen. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, commissie. Ik had twee punten inderdaad waar ik dacht, daar moet ik nog even op terugkomen. Het laatste punt, mevrouw Gabin, anderen noemden het ook. Als ik daar te vrolijk over deed, over, ouderen hebben het, ze hebben in elk geval een vast inkomen. Dat was het punt wat ik wilde maken. En de meeste ouderen hebben ook een woning waar ze zitten. En als je naar jongeren kijkt, is dat natuurlijk gewoon veel ingewikkelder. Dus dat punt. Maar wat u zegt, mevrouw Gabin, wat anderen ook zeiden, tuurlijk, dat is helemaal waar. Maar voor alle inwoners van Lansingerland hebben we het Sport en Cultuurfonds, voor de jeugd, maar ook gewoon voor alle inwoners. Dus als ik naar het reumazwemmen van, niet van de heer Afalah, maar naar het reumazwemmen kijk, dan hoop ik echt dat ze daar een beroep op doen. En dat ze, doordat ze dat vergoed krijgen, dat kopje koffie kunnen nemen, want die ontmoeting is net zo belangrijk. Dus wij hebben in Lansingerland die voorzieningen en die gelden voor ons allemaal, ook voor de ouderen. En dat moet er zeker zijn.

De heer Erwich, voorzitter, vroeg nog naar een toezegging van de knarrenhof. Ik zie hem verschijnen in, we krijgen een omgevingsprogramma Wonen. We hebben natuurlijk nu ook al verschillende plannen waar dit soort initiatieven in zitten. Dus daar gaat u dat zien. Maar dat gaan we niet zien in een uitvoeringsprogramma ouderen. Maar dat zit echt op het omgevingsvisie, Omgevingswet, omgevingsprogramma verhaal. Maar dat hier aandacht voor is, de ouderen komen er zelf ook om vragen, dus laat ze vooral blijven komen. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Bouman nog, bij interruptie. Mevrouw Bouman-Quist: Ik heb geen tijd meer, maar omgevingsprogramma Wonen, vervangt dat de woonvisie 2021-2025? De voorzitter: De wethouder nog.

24/44

Mevrouw Cnossen: De omgevingsvisie die er nu aankomt geeft daar al de grote lijnen, de kaders van. En in het omgevingsprogramma wordt dat verder uitgewerkt. En dan is onze woonvisie, als dat allemaal klaar is, verleden tijd. De voorzitter: Helder. Dan, een en ander gehoord hebbende, kijk ik ook met een schuin oog naar u, mijnheer Erwich. De knarrenhof hoort op zichzelf genomen dan niet thuis in het ouderenbeleid. De heer Erwich: Nee, maar ik vind het wel een beetje apart, want we hebben hier duidelijk… De voorzitter: Ik heb goed nieuws voor u. U kunt geen discussie voeren met de voorzitter. De heer Erwich: Nee, nee, maar ik wil het u uitleggen wat mijn makke is. Want u vraagt aan mij, wil je het een hamerstuk maken? En dan zeg ik van ja, woningaanpassingen staan hier, investeren in passend wonen, dat hoort daar gewoon bij. En als dat nergens benoemd wordt, dan vind ik dat jammer. De voorzitter: Mijnheer Erwich, het is natuurlijk helemaal aan u. Feitelijk is het bouwen van nieuwe locaties iets anders dan het aanpassen van bestaande locaties. Dat zijn andere beleidsterreinen die we maken. Als u daarvoor natuurlijk een motie wilt maken, dan wel een amendement, staat u dat vrij. Maar als ik even als voorzitter van de commissie Samenleving deze discussie heb beluisterd, dan denk ik in overgrote meerderheid dat u kunt instemmen als hamerstuk met dit beleidsplan.

En ik denk dat dat ook de conclusie mag zijn van deze mooie discussie. Neemt natuurlijk niet weg dat u aandacht kunt vragen voor de knarrenhof op welke wijze dan ook. Ja? Anderen nog? Nee? Dan is agendapunt 6.a bij deze afgesloten en zien we die als hamerstuk op de eerstvolgende raadsvergadering terug. Mocht u zich nou nog bedenken, kunt u natuurlijk staande de vergadering, mijnheer Erwich, nog een agendavoorstel doen. Helder. 6.b Kansrijk opgroeien in Lansingerland, beleidsplan 2025-2028 De voorzitter: Dan gaan we naar agenda punt 6.b. Dat is het beleidsplan Kansrijk opgroeien. En dat gaat over die andere levensfase. Er zijn verhalen die het leven in drie fases zetten. Er zijn er die het in zeven doen. Laten we in ieder geval bij het begin beginnen. Kansrijk opgroeien. En om dat dan maar in dezelfde logica te behandelen als het vorige agendapunt, ga ik de sprekerslijst omgekeerd af. Dat betekent dat we in deze eerste termijn bij u gaan beginnen, mevrouw Gabin. Dus als u zover bent, dan open ik de eerste termijn van de commissie voor het beleidsplan Kansrijk opgroeien in Lansingerland. Mevrouw Gabin. Eerste termijn Mevrouw Gabin: Dank u wel, voorzitter. Het beleidsplan zet in op gelijke kansen voor alle kinderen, ongeacht hun achtergrond en erkent dat sociale basisvoorzieningen essentieel zijn.

En dit sluit ook meteen aan bij de visie van GroenLinks op een eerlijke en toegankelijke samenleving. Terwijl het plan inzet op kansengelijkheid, wordt armoede, een bedreiging van gelijke kansen, niet expliciet genoemd in dit plan. Dus ik bouw even voort op het vorige bespreekpunt. Kinderen die in de armoede opgroeien, starten hun leven met een achterstand. Dit raakt hun schoolprestaties, maar ook gezondheid en sociale ontwikkeling. De ASD benadrukt dat er extra aandacht nodig is voor kwetsbare groepen die onvoldoende veerkracht hebben of niet vanzelfsprekend worden opgenomen in de samenleving.

25/44

Daarnaast wijst de ASD erop dat niet iedereen kan terugvallen op een sterk sociaal netwerk. Juist voor deze kinderen en gezinnen is een stevige sociale basis en een gerichte ondersteuning dan ook heel erg belangrijk. Zonder die extra inzet vanuit de gemeente dreigt deze groepen verder in de eenzaamheid en achterstand te raken. Het college erkent dat kwetsbare groepen extra aandacht nodig hebben en zegt deze aandacht te willen geven via sociale basis, zoals omschreven in het beleidsplan. Er is echter geen specifieke uitwerking van hoe deze inzet concreet wordt vormgegeven. Het liefst zien wij als GroenLinks een beleidsplan armoedebestrijding. Daarom vragen wij het college om armoede structureel te betrekken in het plan, dan wel in de uitvoering van dit beleidsplan. Dit betekent niet alleen het verbeteren van toegang tot voorzieningen, maar ook actief beleid om te zorgen dat geen enkel kind in Lansingerland door armoede aan de zijlijn hoeft te staan. Het beleidsplan zet een waardevolle koers uit, maar zolang armoede onvoldoende erkend en aangepakt wordt, blijven kansengelijkheid en inclusie mooie woorden zonder echte impact. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Gabin. Is dat een interruptie, mijnheer Xhemaili? De heer Xhemaili: Neem ik aan, want ik denk...

De voorzitter: Ik wilde het op dezelfde volger doen, maar mijnheer Xhemaili, als jeune premier heeft u natuurlijk dan nu bij deze het woord. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. De PvdA-fractie Lansingerland staat voor een samenleving waarin ieder kind een eerlijke kans krijgt om zich te ontwikkelen, ongeacht achtergrond en thuissituatie. Het beleidsplan Kansrijk opgroeien in Lansingerland bevat waardevolle uitgangspunten en ambities. Maar we hebben enkele aandachtspunten en zorgen die we willen benadrukken. Ik begin uiteraard eerst met positieve elementen. Preventie en sociale basis. We ondersteunen de inzet op een sterk sociale basis en laagdrempelige voorziening. Door vroegtijdige ondersteuning te bieden kunnen duurdere vormen van zorg worden voorkomen. Dus inzet op preventie kan de PvdA zeker toejuichen. Toegankelijke jeugdhulp. Het uitgangspunt dat gespecialiseerde jeugdhulp beschikbaar moet blijven voor de jongeren die het nodig hebben, vinden wij essentieel. Echter, ik kom ook nu op een aantal kritische noten in het beleidsplan, en ik ga de uitgangspunten een beetje na. Jeugdige groeien kansrijk op in eigen sociale omgeving. Het uitgangspunt veronderstelt dat de sociale omgeving altijd voldoende steun kan bieden, terwijl dat niet bij elke kind het geval is, omdat hij niet in een veilige situatie of omgeving op kan groeien.

Wat de PvdA betreft moet er worden gewaarborgd voor extra ondersteuning in kwetsbare situaties, zoals bij armoede, huiselijk geweld en problematische opvoedsituaties. Daar is nu te weinig aandacht voor. Een uitgangspunt, ouders zijn zelf verantwoordelijk voor het grootbrengen van hun kind of kinderen. Dit principe kan ertoe leiden dat ouders te laat hulp krijgen, omdat de nadruk veel te veel op zelfredzaamheid ligt en niet op tijdig hulp aanvragen. Niet elk ouder heeft voldoende kennis, vaardigheden of financiële middelen om zelfstandig problemen aan te pakken. De gemeente moet dus proactief een rol spelen bij het signaleren van problemen. Denk aan bij scholen of bij voetbalclubs, dat heb ik ook eerder in eerdere woordvoeringen aangegeven. Jongeren en gezinnen pakken hulpvragen gezamenlijk op binnen hun eigen sociale netwerk. Wat ik net ook aangaf, dit suggereert dat er heel veel zelfredzaamheid is en dat elk gezin een eigen netwerk heeft. Dat is absoluut niet het geval. Als we kijken naar de statushouders of mensen met een lage andere status of gezinnen die niet een netwerk hebben of goede contacten met familie. Dat gebeurt ook heel veel, komt heel vaak voor. Dat betekent dus dat zij buiten de boot vallen als zij echt hulp nodig hebben. Jeugdigen en gezinnen kunnen met hulpvragen terecht bij laagdrempelige voorzieningen. De term laagdrempelige voorzieningen is veel te vaag.

Er is

26/44

geen garantie dat deze voorzieningen voldoende gefinancierd en bereikbaar zijn voor iedereen. De gemeente moet breed investeren en toegankelijk aanbod maken om wachtlijsten en bereikbaarheid te garanderen, zodat iedereen de juiste hulp krijgt. En daar komen we dus bij de juiste hulp. Dit uitgangspunt impliceert een strenge selectie voor jeugdhulp, wat absoluut niet het geval moet zijn. Iedereen moet de hulp kunnen krijgen die het nodig heeft en verdient. Het moet laagdrempelig. Hulp moet niet een bezuinigingsfenomeen zijn om hulp niet aan te bieden. Ik kan ook de prioriteiten allemaal afgaan, maar mijn strekking van mijn bespreekpunt is op hetzelfde niveau. Er wordt te veel ingezet op zelfredzaamheid, wat niet bij iedereen het geval is. Even kijken hoeveel tijd ik nog heb, genoeg. Ik ga door naar de financiële aspecten van het beleidsplan. De zorgen namens de PvdA Lansingerland over het financiële kader in het beleidsplan zijn er wel zeker. Het financiële kader schetst een beeld van onzekerheid waarbij versoberingen en zelfs verschaling als mogelijke scenario's worden gepresenteerd. De PvdA heeft hier serieuze zorgen over. Met name rond de financiering van jeugdhulp en toegankelijkheid van voorzieningen. Dit hebben we ook bij het bespreekpunt zelf net ook aan de orde gehad. De risico's die wij zien. Risico's op bezuinigd onder het mom van versobering.

Het plan introduceert scenario's waarin versobering en zelfs verschaling van het jeugdzorgbeleid mogelijk zijn. Dit kan leiden tot afbouw of preventieve voorzieningen en zwaardere zorg pas toekennen als het te laat is. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili, wilt u zo gaan afronden, alstublieft? De heer Xhemaili: Ja. In ieder geval, we komen met een ravijnjaar in het zicht, waarbij wij van mening zijn dat we niet moeten bezuinigen op toegankelijke jeugdhulp en jeugdzorg en de jongeren een volwaardige kans bieden om hier in Lansingerland prettig op te groeien. Ik heb dat laatste stuk even snel afgeraffeld, maar in ieder geval mijn pleidooi is volgens mij wel helder. Dank u wel. De voorzitter: Het is mij in ieder geval voldoende helder, mijnheer Xhemaili. Dank u wel. Mijnheer Van der Stad, D66. De heer Van der Stad: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat er een beleidsplan Kansrijk opgroeien voor ons ligt. Hier wordt vorm gegeven aan hoe onze jeugd kans ziet om op te groeien met een bepaalde mate van bestaanszekerheid, in goede gezondheid, met kansengelijkheid en in een leefbare en veilige omgeving. Een aantal prioriteiten worden in het plan genoemd, waar we als D66 volledig achter staan. Zoals dat we als gemeente faciliteren in een veerkrachtige en inclusieve samenleving. Dat we bijdragen aan een opvoedklimaat voor de ouders. Dat gezinnen hun sociale netwerken benutten.

Dat we de sociale basis voor gezinnen met een ondersteuningsvraag vergroten. En dat de jeugdigen die het echt nodig hebben een passend aanbod aan jeugdhulp krijgen. Dit betekent wel dat we nog steeds maatwerkvoorzieningen nodig hebben, vooral voor kwetsbare kinderen en jongeren. Of dit plan de stijgende kosten voor jeugdhulp gaat verminderen, moet D66 nog wel eerst zien. De landelijke tendens, ik refereer ook aan het eerdere agendapunt over de middelen voor de jeugdzorg, laat een ander beeld zien. Namelijk dat er geld bij moet om adequate hulp te verlenen. D66 hoopt dus dat er inderdaad een beweging wordt ingezet met laagdrempelige en vrije toegankelijke voorzieningen, waar dat mogelijk is, voor degene die geen geïndiceerde jeugdhulpvraag heeft. Dit plan geeft de kaders en prioriteiten aan die we al eerder hebben aangegeven met de uitgangspuntennotitie en de samenlevingsvisie. Het moet gaan zorgen voor een betaalbaar uitvoeringsplan en dat de zorg beschikbaar blijft voor de jeugd die het echt nodig heeft. Het beleidsplan sluit aan op het begrotingsproces van 20262029, waarin een versobering en verschaling is opgenomen. D66 is wel benieuwd welke

27/44

varianten worden uitgewerkt en wat het maatschappelijk minimum hiervan is. Maar goed, die gaan we tegemoet zien. Wat ons betreft akkoord. De voorzitter: Helder, dank u wel, mijnheer Van der Stad. Nou wordt het natuurlijk een vraag welke spreker we hebben bij bepaalde partijen voor de volgende. Dan bent u zeker aan de beurt, mijnheer Diepeveen. De heer Diepeveen- Van de Merwe: Sorry, Dave. Voorzitter, ik heb besloten om voornamelijk echt op het stuk even te gaan reageren. Het is eigenlijk een stuk waar je niet tegen kan zijn. Want als we nu nog allerlei opmerkingen hadden, dan hebben we de afgelopen maanden niet goed ons werk gedaan bij alle andere bijeenkomsten. En ik was gisteren bij het ASD, een hele mooie bijeenkomst. En een belangrijk ding wat ik daar hoorde, wat mijn collega de jonge oudere Erwich al jaren zegt is van, laten we er rekening mee houden dat we gaan praten met de jongeren in plaats van over de jongeren. Dat vond ik eigenlijk een heel belangrijke boodschap die ik daar mee kreeg. Ook horen wij regelmatig dat het AVG ook een prangend iets is in het hele jeugdbeleid. En laten we daar ook eens een oplossing voor bedenken. Die hebben wij, maar dan zou ik ingaan op de inhoud en dat was niet de bedoeling. Ik vind het fijn dat het college de adviezen van de ASD te harte heeft genomen. En wat ons betreft is het gewoon een mooi stuk. Prima.

De voorzitter: Soms kan het ook zo simpel zijn, mijnheer Diepeveen. Dank u wel. Dan denk ik mevrouw Draak, VVD, u heeft het woord. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Ik vind dit stuk Kansrijk opgroeien in Lansingerland beleidsplan gewoon goed in elkaar zitten. Eigenlijk wat we gewend zijn als vervolg op de samenlevingsvisie en uitgangspuntennotitie. Ik sluit me eigenlijk aan bij de woorden van de ASD. Je kunt hier niet tegen zijn. Ik vind ook in aansluiting op de woorden van mijn buurman van D66 dat er gewoon heel veel juiste beleidsuitgangspunten in staan. Het stond niet in mijn woordvoering wat ik gepland had te zeggen. Ik heb wel even geluisterd naar de zorgen van verschillende collega's. Persoonlijk, en ik ben benieuwd naar de beantwoording van de wethouder daarop, denk ik dat armoedebeleid niet in dit beleidsstuk thuis hoort, maar eigenlijk een geïsoleerd beleidsstuk is. En daarom zou ik me geen zorgen maken dat kinderen die in armoede opgroeien niet worden geholpen, omdat daar in dit beleidsstuk niks in staat genoemd. Dat zou ik graag even horen van de wethouder of dat een juiste aanname is van mij. Waar de VVD in de afgelopen maanden, jaar, telkens in verschillende onderwerpen met woordvoeringen op is teruggekomen is het onderzoek van Cebeon/Rijnconsult.

Omdat daaruit is gebleken dat Lansingerland meer kosten maakt op het gebied van jeugdhulp dan we op grond van vergelijkbare gemeenten mochten verwachten. Ik ben heel blij om te zien dat dat goed is uitgewerkt, dat de aanbevelingen daarin nu gedetailleerder worden uitgelegd en opgevolgd. En dat geeft ons eigenlijk goede hoop op misschien het lek toch nog een beetje boven krijgen. En verder… De voorzitter: Mevrouw Draak, voordat u verder gaat een interruptie van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Toch even over de armoede, ook al was het van een andere spreker waar het vandaan kwam. Armoedebeleid verdient een eigen aanpak, zegt mevrouw Draak. Wat vindt ze van de gedachte dat armoede wel een factor is die maakt dat jongeren in problemen kunnen raken door in armoedige omstandigheden op te groeien? De voorzitter: Mevrouw Draak.

28/44

Mevrouw Draak: Dat is misschien flauw om te zeggen, maar dat weet iedereen, dat dat een heel groot probleem is. Dus daarom staat in dit beleidsplan natuurlijk ook dat kinderen kansrijk moeten opgroeien en alle uitgangspunten eromheen. Waar mogelijk gebruik maken van eigen netwerk en van ouders, waar onmogelijk met behulp van de juiste hulp. Want iedereen weet dat kinderen die in armoede opgroeien, mogelijk zelfs levenslang achterstanden hebben op allerlei gebieden. Dus ik zeg niet dat armoede geen probleem is, maar ik vroeg me gewoon af of dat in dit beleidsstuk specifiek thuis hoort of dat armoedebeleid iets aparts is. En ik wacht gewoon even af wat het college daarover zegt. Iets wat ik nog heb opgeschreven, wat ik ook analyseerde uit de reactie van in dit beleidsstuk op Cebeon/Rijnconsult, dat we dus wel echt scherp zullen moeten blijven met elkaar, ook in deze commissie en in de raad op het kostenniveau van de gemeenschappelijke regeling Jeugd Rijnmond. Want volgens mij zit daar nog een stukje waar we ook qua invloed wat verder van afstaan. En ik ben eigenlijk gewoon erg benieuwd naar het uitvoeringsplan, omdat we daar het kunnen gaan hebben over de ambitieniveaus en wat nu die maatschappelijke ondergrens, zoals dat wordt genoemd, dan betekent.

Want uiteindelijk denk ik dat we nooit onder de wettelijke minimale verplichtingen uit zullen komen, wat daar de kosten ook van zijn. Dat heeft de VVD ook altijd gezegd, wettelijke taken die moet je nakomen. Het enige wat je kunt doen is je organisatie en je processen zodanig inrichten dat dat tegen zo laag mogelijke kosten gebeurt. Maar die hulp moet er toch zijn. En benieuwd naar het uitvoeringsplan. Maar dit beleidsplan is wat ons betreft akkoord. De voorzitter: Helder, dank u wel, mevrouw Draak. Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: U durft wel, voorzitter. Laat ik beginnen, voorzitter, met wat ik waardeer in het plan Kansrijk opgroeien. Ik waardeer de brede aanpak in het beleidsplan, het versterken van de sociale basis, het benutten van sociale netwerken en het toegankelijk houden van de jeugdhulp. Ofwel een balans zoeken tussen preventie en maatwerkvoorzieningen. Meer hulpvragen opvangen in de sociale basis, dat onderschrijft de ChristenUnie volledig. De financiële onzekerheid, de VVD sprak er ook al over, vanaf 2026 vraagt aandacht. In 2023 was er al een verschil van 7,6 miljoen tussen bijdragen uit het gemeentefonds en de werkelijke kosten. Het is mooi dat het wordt herkend en dat de ambitieniveaus zijn opgenomen, maar dat doen we al tijden. Een jaar geleden hebben we een taakstelling afgesproken met extra inzet van fte’s. Pas vanavond praten we over een verordening.

Daarin hadden we het een en ander verwacht aan maatregelen. Maar, noppes. Er zit weer een beeldvorming aan te komen. Nou willen we natuurlijk ook dat het college ons als raad betrekt bij de uitwerking van de scenario's. Want we willen niet dat kwetsbare jeugdigen, de PvdA noemde ook een aantal van de problemen die zoal spelen, we willen niet dat die de dupe worden van bezuinigingen. Maar we hadden meer daadkracht verwacht. We werken samen met huisartsen, scholen en andere partners, wordt er gezegd. Dat is integraal jeugdbeleid. Uitstekend dus. Dat ondersteunen we. Daarnaast verwachten we meer helderheid over wat het betekent, die verschuiving van regionaal naar lokale diagnostiek en hulp. Zijn er ook bepaalde risico's aan verbonden? In de laatste raadsinformatiebrief lezen we vijf punten in de opgave 2025. Die steunen we voor wat betreft de punten één tot en met vier. Maar het punt vijf, de brede maatschappelijke discussie, hebben we een punt over. We vonden de netwerkbijeenkomst van september in t Manneke, met al die partners, weinig opgeleverd hebben. Het toegezegde verslag is ook nooit ontvangen. Tot slot, voorzitter, vier wensen en vragen. Eén, werk de ambitieniveaus voor versobering en verschaling verder uit, inclusief de impact op de kwetsbare jeugdigen. Twee, maak duidelijk hoe de verschuiving van lokale jeugdhulp wordt gemonitord.

Welke risico's zijn daaraan verbonden? Een opmerking daarbij wel, in de samenleving wordt vaak, niet alleen over jeugdhulp, maar ook over allerlei andere vormen van psychologische hulp,

29/44

een toenemend beroep gedaan op zorg, met oplopende wachtlijsten als gevolg. Een positief effect is het doorbreken van het taboe op psychologische zorg. Maar een negatief effect is een veel te optimistische verwachting. Alsof zorg wat kan doen aan de teleurstellingen en de moeite van het leven. Punt drie, betrek de raad bij de voortgang van het beleidsplan en de uitwerking van de ambitieniveaus. De steeds vaker gebezigde term, normaliseren, verdient concrete acties. Ten slotte een vraag bij punt 4. Het college stuurde ons het rapport Groeipijn. Welke voorstellen vindt het college daarin, die we nog niet doen, maar die wel navolging verdienen? Voorzitter, het beleidsplan biedt kansen, maar voor de doelstelling dat elk kind gezond, veilig en kansrijk kan opgroeien, moet nog veel gebeuren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse. Mijnheer Alsemgeest, WIJ Lansingerland, u heeft het woord. De heer Alsemgeest: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, u vergiste zich natuurlijk een beetje tussen de leeftijd van de heer Lieverse en mij, maar dat zij u natuurlijk vergeven. Maar ik hield me ook een beetje op de vlakte, want ik dacht dat mevrouw Molenaar het woord zou doen. En ik zou dan natuurlijk niet voor willen dringen. Dat begrijpt u. Dat begrijpt u. Dat zou helemaal niet netjes zijn.

Nee, voorzitter, vanavond wordt ons gevraagd het beleidsplan voor de opgave Kansrijk opgroeien in Lansingerland vast te stellen. En niet meer, en niet minder dan dat. En ik hoor vanavond een heleboel mensen, ook bij het vorige onderdeel, praten over de uitvoering daarvan. En dat ga ik absoluut niet doen. Maar nu had ik natuurlijk samen met de heer Afalah een tekst kunnen schrijven en dan samen die tekst gebruiken. En waar de heer Afalah het had over vitaal ouder worden, had ik dan kunnen schrijven, het kansrijk opgroeien. Maar dat hebben we niet gedaan, want dan doen we denk ik onszelf en een heleboel mensen tekort. Mensen die er heel hard aan gewerkt hebben. We hebben meerdere malen bij elkaar gezeten en over het beleidsplan gesproken. Meerdere beeldvormende avonden, de uitgangspuntennotitie vastgesteld, adviezen van de adviesraad van sociaal domein en noem maar op. En daaruit is dit beleidsplan ontsproten. Als we dus met dit beleidsplan niet in zouden kunnen stemmen, moeten we vooral eerst even naar onszelf kijken. We hebben meer dan voldoende input kunnen geven. Onze fractie is tevreden met het voorliggende beleidsplan en zien er dan ook naar uit naar de volgende stap, het uitvoeringsplan. We zijn positief over het beleidsplan, maar zien daarnaast ook nog wel grote uitdagingen wat betreft de uitvoering.

Voor de komende jaren zijn er grote bezuinigingen te doen op de gemeentelijke uitgaven en ook dit beleidsplan zal aan die bezuinigingen waarschijnlijk niet ontkomen. Het is dus zaak dat we een heel realistisch uitvoeringsplan gaan opzetten. Wat betreft het vaststellen van dit beleidsplan, zeggen wij, hamerstuk. De voorzitter: Dat is helder, mijnheer Alsemgeest. Dank u wel. Dan tot slot in deze eerste termijn, wie van het CDA mag ik het woord geven? Mevrouw Bouman. Gelukkig goed ingeschat, denk ik dan toch maar. Mevrouw Bouman-Quist: Hoe is het mogelijk, voorzitter? Kansrijk opgroeien in Lansingerland. Ik denk, wie wil dat niet? We zien het aantal jeugdigen stijgen, maar ook de vraag naar de maatwerkvoorzieningen. Het beleid geeft vijftal prioriteiten, opgroeien in de eigen sociale omgeving, bijdrage aan de opvoedklimaat stimuleren, sociaal netwerk versterken, sociale basis, passend jeugdhulpaanbod. Het proces is volgens mij goed verlopen. De ASD heeft advies gegeven en de aantal opmerkingen zijn verwerkt c.q. er zijn werkafspraken gemaakt en het beleidsplan ziet er ons inziens goed uit. De hervormingsagenda die is verwerkt in dit verhaal. En ik heb al ettelijke malen gehoord, het RIB Groeipijn Adviesrapport Deskundige Commissie Hervormingsagenda van 4-2. En als ik dan de 93 pagina's lees dan zijn er toch ook nog wel wat kanttekeningen ten aanzien van de

30/44

hervormingsagenda. Dus allereerst is de vraag, geeft dat adviesrapport aanleiding om het beleid bij te stellen en onder andere met betrekking tot de financiën? Ik hoorde de heer Azzouzi ook al roepen in het eerste bespreekpunt van, er is een adviesrapport gekomen en daar staat onder andere in wat de oorzaak is voor de toename van de hulpvraag en de kosten. En ik lees het ook in de beantwoording van de ASD. En volgens mij wordt het een beetje her en der naar voren gebracht. Maar misschien is het helder om daar wat concreter in dat beleidsstuk naar voren te brengen. Ik ga even verder op de versterking van de sociale basis. En dan wordt er gesproken over lokale teams. En dan is mijn vraag, wie zit daarin? Want de huisartsen en de gemeente die verstrekken met andere woorden de nodige vragen in die richting van de nodige hulpvragen. En dan is de volgende vraag van, en dat wordt ook in het adviesrapport gezegd, wat zijn de taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden geregeld in het adviestraject? Want dat is wel van belang. En indien er ook nog wat meer ervaringsdeskundigen in kunnen komen, want dat is wel van belang.

Met andere woorden, wat is ongelooflijk noodzakelijk dat aan de poort, wat ik altijd noem, ook in het hele sociaal domein bij andere wetten, dat er bekeken wordt, welke voorzieningen zijn er nodig? Is dat een hulpvraag voor welk traject er in gegaan moet worden? Of kan het met de algemene voorziening? En dan hoorde ik net al over versterk het lokale steunstructuur. Zorg voor een samenhangtraject jeugd- en gezinsaanpak. Ik heb ook gelezen dat er een maatschappelijke dialoog volgens het advies nodig is. Want we worstelen met zijn allen, ouders, jeugd, met een complexe samenleving. Onder andere invloed sociale media, de prestatiedruk, enzovoort, enzovoort. En dan is mijn vraag, hoe gaan wij hier aandacht aan geven? Dan het financiële traject. Daar kom ik heel kort op in. Er worden in het beleidsstuk de nodige items naar voren gebracht. En van belang is dat er een goede (…) voor is met betrekking tot de ontwikkeling van de hulpvragen, de kosten, een en ander wordt aangegeven in de beleidsnotitie en in gang gezet. Prestatie indicatoren moeten komen, enzovoort, enzovoort. Maar ik lees ook in het deskundig advies dat aantallen, duur, intensiteit en hulptrajecten niet altijd goed inzichtelijk zijn. De volgende vraag doet zich voor, waar lopen wij allemaal tegen aan wat wij nog nader moeten onderzoeken? En over financiën, daar heb ik toch nog wel even een vraag.

En ik werd even getriggerd door een krantenartikel. En velen zullen dat misschien ook gelezen hebben. Helaas is er nog weleens sprake van fraude. Fraude van zorggeld. En dat is onder andere dat Rotterdam nu een actie gestart is en die gaat die zorg aanpakken, die fraude aanpakken. Met andere woorden, de handhaving van de rechtmatigheid, noem het maar zo. Wij maken deel uit van die gemeenschappelijke regeling. En de vraag bij mij kwam voor, in hoeverre raakt het ons? Want dat vind ik nog wel een punt. Want de zorgkosten nemen gigantisch toe en ik hoop dat wij hier niet mee te maken hebben. Maar ik zou er graag iets over willen weten. De voorzitter: U hebt deze vraag gesteld. Wilt u ook gaan afronden, alstublieft, mevrouw Bouman. Mevrouw Bouman-Quist: Bij deze. De voorzitter: Kijk eens aan. De vraag is of dat voorbedachte rade was of een geweldige timing. Wellicht een beetje van beide. Hoe het ook zij, we zijn aan het eind van deze eerste termijn van de commissie. En gaan over naar een reactie van het college en die zal gegeven worden door onze jeugdige wethouder Hoek. Beantwoording college De heer Hoek: Ik heb mijn kapsel erop aangepast. Nee, vandaag liggen twee hele mooie beleidsplannen voor. Kansrijk opgroeien in Lansingerland en vitaal en waardig ouder worden in Lansingerland. Met betrekking tot deze twee beleidsplannen hebben we heel veel

31/44

discussie gevoerd. En hebben we bij de raad, maar ook in maatschappelijke discussies, het een en ander opgehaald. We hebben zoveel mogelijk geprobeerd om deze zaken natuurlijk uiteindelijk te verwerken. Er zijn een hoop vragen gesteld en ik zal ook proberen ze zo goed mogelijk te beantwoorden. Armoede, stelt GroenLinks, is heel erg belangrijk. In de zin van dat het een belangrijke oorzaak is van een beroep doen op de jeugdhulp. En inderdaad, dat wordt in het beleidsplan ook aan de orde gesteld. En het wordt wel aangeraakt ook in de hervormingsagenda, heeft u dat kunnen lezen. En ook het rapport Groeipijn heeft daar een hele duidelijke mening over. En uiteraard is dit wat ons betreft een heel belangrijk item. Alleen armoedebestrijding, en dat is ook door verschillende mensen gezegd hier, dat valt eigenlijk onder het beleidsplan volwassenen. Maar ik kan me zomaar voorstellen, en dat zou ook erg onlogisch zijn als dat niet het geval zou zijn, dat daar wel raakvlakken zitten met uiteindelijk het uitvoeringsplan Kansrijk opgroeien. Het kan bijna niet anders. Maar met name het item op zich zal meer aandacht krijgen in het beleidsplan volwassenen. Die heb ik genoemd. De voorzitter: Voordat u verder gaat, wethouder, dan even een interruptie eerst van mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Dank u wel voorzitter. Ik vroeg me af hoe al die beleidsterreinen elkaar dan raken.

Hoe wordt dat met elkaar verweven? De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Zoals u weet hebben we de samenlevingsvisie. En daar hangen een aantal deelvisies onder. Daar bespreken we er vandaag twee van. Volwassenen hebben we volgens mij al een keer hier aan de orde gehad. En veilige wijken, die komt ook nog een keer aan de orde. En uiteindelijk is wel de samenlevingsvisie de paraplu. En die hebben we eigenlijk onderverdeeld in vier beleidsvelden. En vandaag zijn deze twee aan de orde. En dat die veel raakvlakken hebben, dat moge ook duidelijk zijn. Als u goed naar de opbouw kijkt, dan ziet u ook dat ongeveer dezelfde woordvoering gebruikt wordt, dezelfde plaatjes gebruikt worden. Wel in een andere context uiteraard. Dus het is wel de bedoeling dat we een plan krijgen wat invulling geeft aan die samenlevingsvisie. Maar dan gericht op de verschillende deelgebieden. De voorzitter: Ja? Helder, denk ik. Dan heb ik nog een andere interruptie voor u van mevrouw Draak. Mevrouw Draak: Dat is een beetje een aansluiting hierop, voorzitter. Naar mijn idee, als een jeugdige om jeugdhulp vraagt, als een Wmo-aanvraag wordt gedaan, als er op andere manieren wordt aangeklopt bij de gemeente, dan wordt er toch altijd een brede uitvraag gedaan.

Dus in principe maakt het toch niet uit vanuit welk beleidsveld je om hulp vraagt? De gemeente is er toch juist qua hulpverlening op gericht om ook de armoedevraag die misschien niet eens gesteld wordt, boven water te halen? De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: U heeft het bij het rechte eind. Ik bedoel dit, er zit natuurlijk een bepaalde dynamiek in opgroeien in Lansingerland. Maar ik ben het helemaal met u eens dat als we gaan naar die sterke lokale teams dan gaat er een integrale uitvraag plaatsvinden. Want dat is nou juist de bedoeling om die krachten te bundelen om met één aanpak te komen. Dus dan heb je het over armoedebestrijding, dan heb je het misschien over jongeren die over de schreef gaan, dan heb je het misschien…Verzin het allemaal. Maar dat is wel de bedoeling,

32/44

zodat we daar ook winst behalen. Want vijftien jaar geleden werd er al gesproken over, we moeten het niet meer over jeugdzorg hebben, maar over familiezorg. Je moet met het hele gezin aan de slag om de juiste stappen te zetten. De Partij van de Arbeid hebben veel vragen gesteld. Ik kon ze niet allemaal bijhouden. Want het ging nogal rapido. Maar ik hoop dat als ik iets vergeet, dat u in de tweede termijn daar nog op terugkomt. Kansrijk opgroeien in de eigen sociale omgeving. Ja, dat klopt. Dat is uiteraard de bedoeling. En dat moet ook in feite het netwerk zijn waar dat kansrijk opgroeien vorm en inhoud krijgt. En ik ben het wel met u eens, als die sociale omgeving onvoldoende aanwezig is, dan moeten we gaan kijken, en dat past ook weer bij die integrale uitvraag, om die sociale basis te versterken. Zodat je het gezin meer tools meegeeft om uiteindelijk inderdaad kansrijk op te groeien. De voorzitter: Daarover een interruptie. Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Ik moet op mijn tijd letten, maar wat bedoelt u met het versterken van sociale basis? Kunt u dat nader toelichten? De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Dat is natuurlijk een breed begrip. Kijk naar uw eigen opvoeding. Kijk hoe u zelf bent opgegroeid en wat nou de werkbare elementen waren zodat u hier succesvol zit. En dat heeft met hele kleine dingen te maken. Dat heeft ook te maken met je netwerk.

Heb jij een goed contact met een tante, dan zal dat misschien de link zijn die je kan helpen. Je kan ook zeggen, op het moment dat er twee mensen hard werken en vijftig uur in de week werken, dat je het gesprek aangaat van, is het niet ook verstandiger om bijvoorbeeld iets minder te gaan werken om wat meer aandacht en tijd te besteden aan? En daar kan je ook weer mensen mee helpen om met name die sociale basis te versterken. Dus dat kan je op verschillende manieren doen. Dan ,de laagdrempelige voorzieningen zijn voor iedereen beschikbaar. Ja, dat is uiteraard de bedoeling. En daarvoor hebben we natuurlijk al wat in het leven geroepen. Een laagdrempelige voorziening is bijvoorbeeld, zijn de JOS’ers op scholen die op dit moment heel veel zaken afvangen die in de thuissituatie spelen en daar ook adequaat aandacht aan kunnen geven. Laagdrempelige voorzieningen die kunnen ook in de wijk liggen. De POH'er is ook zo'n meer laagdrempelige voorziening, die in ieder geval helpt om met meer aandacht het probleem eerder op tafel te krijgen. Dus dat zijn allemaal middelen om die laagdrempelige voorzieningen om die voor iedereen beschikbaar te krijgen. En in feite heb je het dan ook over bijvoorbeeld als een kind moeilijk vriendjes maakt dat je kan voorstellen om hem bij scouting aan te melden of noem maar op.

Zodat hij ook een netwerk opbouwt wat weer ondersteunend is bij het kansrijk groot worden. De financiële verschraling, dat heeft mijn collega wethouder Cnossen net ook al gezegd, dat is nu niet aan de orde. We hebben in het kader en met de perspectiefnota in het vooruitzicht gezegd, we gaan op basis van inhoud gaan we die discussie voeren. En uiteraard, ik ben het helemaal met u eens, die financiële situatie die komt daar een keer aan de orde. Overigens zegt de hervormingsagenda ook, en ook het rapport Groeipijn, dat er aan weerskanten wel een samenwerking moet komen om te kijken hoe we adequaat een vinger krijgen achter het financiële, ik wil niet zeggen, uit de hand lopen, maar wel de constante toename van de kosten. Dat is wel een uitdaging die ook in het rapport Groeipijn nog steeds prominent aan de orde is. D66, of er geld bij moet. Daar heb ik wat van gezegd. Dat moet uiteindelijk later blijken. Ik ben wel een groot voorstander van dat we uiteindelijk ook kijken of zaken betaalbaar blijven. Dus wat dat betreft denk ik dat wel een belangrijke voorwaarde is, wil je adequaat hulp blijven bieden en met name aan de kinderen die het echt nodig hebben, dan zal je altijd daar financiën voor beschikbaar moeten hebben. Maar je kan wel bedenken, hoe kunnen we nou die regionale dure hulp veel meer verwijzen naar het lokale

33/44

palet wat we aanbieden. En het lokale palet, daarvan is wel gebleken dat de voorzieningen die we daar treffen in ieder geval een stuk voordeliger zijn dan de dure regionale zorg. Dus dat zit wel in het plan om ook naar de kosten te kijken. Ik ben het helemaal eens met Leefbaar die zegt, je moet praten met jongeren. En dat maakt ook onderdeel uit van het verder uitrollen. Ik heb ook de optie wel eens gedaan, in Rotterdam heb je een heel mooie groep jongeren, die heten ExpEx. Dat is Expert by Experience. Dat zijn allemaal jongeren die ervaring hebben in de jeugdhulp ofwel een verslavingsprobleem hebben gehad en heel goed kunnen praten over een probleem. Daar hebben ze ook een training voor gehad. Om te kijken wat nou voor hen werkbaar is geweest. En hoe zij uiteindelijk de stap naar boven weer hebben kunnen maken. Dus ik ben het helemaal met u eens, op het moment dat je met jongeren praat is dit een hele waardevolle aanvulling. Want of ik het nou vertel of een jongere die zelf 21 jaar is vertelt het aan een andere jongere, dat heeft meer impact. Dus ik ben het helemaal met u eens dat we daar heel goed op moeten acteren. Het Cebeon/Rijnconsult werd ook genoemd. En er werd ook gesteld van, goed dat we nu daar uiteindelijk mee aan de slag gaan en dat de aanbevelingen worden opgevolgd. Ik stel hier wel dat we die deep dive, die moeten we echt nog wel met zijn allen maken hoor.

Dus wat dat betreft komen we daar zeker nog een keer op terug. Het is ook best ingewikkeld, want het is redelijk kort door de bocht om te veronderstellen, wij geven meer uit gemiddeld aan de jongeren. Aan de andere kant is het ook zo, als jij morgen drie kinderen in een driemilieuvoorziening moet plaatsen, dan is het plaatje ook weer helemaal compleet anders. En dan heb je het over één gezin. Dat maakt het ook zo moeilijk om al die cijfers te vergelijken. Als ik de cijfers vergelijk binnen de GRJR dan zijn wij niet de duurste. Dus wat dat betreft. Maar ik ben het wel met u eens, die deep dive die gaan we zeker volbrengen om uiteindelijk meer duiding te krijgen. De ChristenUnie die heeft een aantal vragen. En die is benieuwd naar de ambitieniveaus, hoe die uitgewerkt worden. De uitwerking in het uitvoeringsplan, daar zijn we natuurlijk allemaal nieuwsgierig naar, want dan gaat het meer handen en voeten krijgen en zie je ook inderdaad wat we voor ogen hebben. En het groeiplan daarvan zegt u, wat gaan we daar nou van overnemen? Het groeiplan, daarvan zeg ik, dat hebben we net binnen. Het is geloof ik maandag verschenen. Dat wordt nu natuurlijk bekeken door de afdeling.

En natuurlijk gaan we kijken, wat zijn nou de werkbare componenten die we ook in ons uitvoeringsplan mee kunnen nemen? Waarbij er hele nuttige dingen gezegd worden met name, en volgens mij werd dat ook door GroenLinks gezegd, het gaat erom dat je niet constateert dat de kosten in de jeugdhulp en het aantal jongeren toenemen. Maar het gaat er met name om wat de oorzaken zijn van die toename. Dat is een hele belangrijke. Wat ik ook een interessante vond, de winstwaarschuwing in het hele rapport wat er lag van dat mogelijk op termijn niet de financiën de grootste uitdaging worden, maar de schaarste van personeel die adequaat onze jongeren kunnen helpen. En dat vind ik wel een hele ingewikkelde. Die komt eigenlijk bijna op iedere tafel aan de orde, dat schaarste de nieuwe uitdaging voor de toekomst is. Even kijken hoor. Het CDA. Het groeiplan en het beleid bijstellen in financiële zin. Moet ik even denken wat dat ook alweer was. Het moge duidelijk zijn dat op het moment dat de problematiek toeneemt, ook al heb je dit beleidsplan, dat er natuurlijk wel een soort balans is tussen het aantal jongeren dat we willen helpen en op het moment dat het er meer worden, dan zal dat ontegenzeggelijk betekenen dat dat meer kost. Dat is nou de bedoeling van het hele beleidsplan, dat je die groei weet te stabiliseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=c247f570-4f1b-4243-9e5e-0a70cccd70c2