CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV25.0020] Verslag commissie Samenleving d.d. 6 februari 2025

Commissie Samenleving 3 april 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering26.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG Commissie Samenleving

Datum vergadering

: 6 februari 2025

Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Marjolein Gielis, Leon Erwich, Roy Diepeveen – Van de Merwe WIJ Lansingerland : Jan Alsemgeest, Adelkarim Afalah CDA : Nelleke Bouman-Quist, Dave Bergwerff, Arnold Oosterlaan VVD : Marloes Draak, Eric Kampinga D66 : Ronald van der Stad CU : Paul Lieverse, Annette Molenaar-Van der Beek GroenLinks : Selgei Gabin PvdA : Hamid Azzouzi, Valmir Xhemaili, Sonnie Biharie VOOR Lansingerland : Burgemeester Wethouders

: : Titia Cnossen en Leon Hoek

Voorzitter Commissiegriffier

: Matthijs Machielse : Rianne Kokke

Afwezig Leefbaar 3B : WIJ Lansingerland : CDA : VVD : Boris Wezenberg D66 : Sander Smolders CU : GroenLinks : Manon van Splunter, Marko Ruijtenberg PvdA : VOOR Lansingerland : Petrine van Olst

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goedenavond. Wilt u alstublieft allemaal plaatsnemen en uw pasjes insteken? Wij gaan in ieder moment beginnen. Een goedenavond. Hartelijk welkom iedereen. Beste commissieleden, collegeleden, aanwezige ambtenaren, adviesraad sociaal domein en natuurlijk alle kijkers thuis. Hartelijk welkom en wederom welkom aan mijn rechterzijde, onze commissiegriffier. Goedenavond. Wij zijn hier voor de commissie Samenleving van februari en we hebben vanavond een mooie agenda. Daarover zo meteen meer. En ik wil u melden dat er acht partijen vanavond vertegenwoordigd zijn in deze commissievergadering. 2. Inspreker(s)

1/44

De voorzitter: We hebben voor agendapunt 2 geen insprekers deze avond. Helaas niet gemeld. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering De voorzitter: En dan kom ik bij agendapunt 3, het vaststellen van het verslag van de vorige vergadering. Daarover zijn geen opmerkingen binnengekomen. Heeft iemand nog opmerkingen daarover? Nee, dat is niet het geval. Dan kunnen we dat vaststellen. Mooi. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4, het vaststellen van de agenda. En daarvoor wil ik u melden dat wij één bespreekpunt hebben, ingediend door Leefbaar 3B, de heer Diepeveen. En een drietal stukken ter advisering aan de raad, allen met gewone spreektijden. Gaan we het ook met deze agenda doen deze avond? Ja, dat is het geval. Uitstekend. 5. Bespreekpunten 5.a Lansingerland presenteert de rekening aan de staatssecretaris: Wij vragen om voldoende middelen De voorzitter: Dan gaan wij mooi over naar agendapunt 5, de bespreekpunten. En ik noemde het u al, wij hebben een bespreekpunt van Leefbaar 3B, Lansingerland presenteert de rekening aan de minister: Wij vragen om voldoende middelen. Ik ben daar zeer benieuwd naar. Het bespreekpunt is een initiatief van Leefbaar 3B. Zij is van mening dat de gemeente structureel te weinig middelen vanuit de Rijksoverheid krijgt om onze jeugdzorg te financieren.

En Leefbaar 3B wil een krachtig signaal afgeven aan de Rijksoverheid en daarover uw mening weten deze avond. Dus, mijnheer Diepeveen, mag ik u het woord geven om dit bespreekpunt te openen? Eerste termijn De heer Diepeveen- Van de Merwe: Voorzitter, dank u wel. De brief gaat overigens naar de staatssecretaris en niet naar de minister. Maar dat maakt even niet uit. Maakt niet uit. Geen geld, geen Zwitsers, dat zegt Leefbaar 3B al heel veel jaren. Toen hebben wij laatst, kwam ons ter ore een brief die enkele wethouders van verschillende gemeenten gestuurd hebben naar de staatssecretaris. Als signaal van, we hebben echt tekort op die jeugdzorg. Daar hebben zij een factuur bij gevoegd met wat zij zelf tekort kwamen in het jaar dat ze afgesloten hadden. In ons geval is 2023 afgesloten en hebben wij 7,6 miljoen meer uitgegeven aan jeugdzorg dan we gekregen hebben vanuit het Rijk. Wij willen de wethouder graag oproepen om een soortgelijke brief met factuur te sturen. En aan u als medecommissieleden zou ik graag willen weten, deelt u de mening dat we te weinig geld krijgen? Deelt u de mening dat een brief een goed signaal, misschien zelfs een ludiek signaal kan zijn, naar de staatssecretaris? En het college dezelfde vragen. Plus of ze bereid zijn de brief te sturen. En op welke termijn. De voorzitter: Helder, mijnheer Diepeveen. Dank u wel.

Dan gaan wij naar de andere partijen luisteren. Mijnheer Azzouzi, PvdA. De heer Azzouzi: Ik heb een interruptie.

2/44

De voorzitter: Dat mag nog, gaat uw gang. De heer Azzouzi: Een factuur sturen, het is een signaal, maar wat gaan we daarmee bereiken? Iedereen weet dat wij bij alle gemeenten hebben tekorten op jeugdzorg. De deskundigheidscommissie heeft dat onderzocht, die kwamen tot de conclusie. Maar waarom dan een factuur sturen? Wat bereik je ermee? De voorzitter: Helder. Mijnheer Diepeveen nog. De heer Diepeveen- Van de Merwe: Dit is voornamelijk het signaal, massaal, want ik weet dat er heel veel gemeenten dit gaan doen. Dus het is gewoon weer boodschap op boodschap. Ik heb echt niet de illusie dat ze die per omgaande gaan betalen, die factuur. Maar gewoon, het kost ons niks, het schaadt ons niks, dus waarom niet? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Diepeveen. Dan gaan wij nu verder in deze eerste termijn. Mijnheer Lieverse, gaat uw gang. De heer Lieverse: Voorzitter, onze eerste reactie was niet positief, want we zijn niet per se voor ludieke of symbolische acties die niks opleveren en wel wat werk betekenen. Maar toen kwamen we het rapport tegen, Groeilijn, wat net is toegestuurd eergisteren. En we lezen daar een concrete aanbeveling vanuit de commissie om het verschil tussen de toelagen uit het gemeentefonds en de eigen kosten die ermee gemoeid zijn met jeugdzorg, om wel degelijk daar iets mee te doen richting de Rijksoverheid.

Dat is een commissie waar zowel het Rijk in zit als de VNG en een aantal experts. En die pleiten ervoor om de helft van het verschil over de afgelopen twee jaren, nota bene, terug te mogen vragen op die manier. Ofwel eigenlijk zou ik ervoor pleiten om de brief aan te passen, ten eerste om te verwijzen naar het rapport en dan niet het totale verlies over de afgelopen periode te vragen, één jaar, maar de helft van het verlies over de twee jaren. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Lieverse. Dat is een termijn nu, mijnheer Azzouzi of nog een interruptie op de heer Lieverse? Gaat uw gang. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Heeft de ChristenUnie de illusie dat dat gaat werken en dat wij gewoon het geld op de rekening gaat komen? De voorzitter: Nog even naar de heer Lieverse. De heer Lieverse: U stelt dezelfde vraag als net aan Diepeveen, ik geef ook hetzelfde antwoord. De voorzitter: Helder, dank u wel, mijnheer Lieverse. Dan gaan wij nu wel uw termijn, mijnheer Azzouzi? Gaat uw gang. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. De jeugdzorg kampt met structurele tekorten, dat is helder. Er moet voldoende geld komen vanuit het Rijk, maar een factuur sturen naar de staatssecretaris, dat is symboolpolitiek. Het lijkt daadkrachtig, maar draagt niet bij aan de oplossing. Het probleem is breder dan geld. Dat staat ook in het rapport van de deskundigheidscommissie.

Die stelt terecht, de jeugdzorg is overbelast door een te hoge instroom. Niet alleen door te weinig middelen. Oorzaken zoals armoede, prestatiedruk en GGZ-problematiek blijven onderbelicht. Signalen sturen is geen beleid. We moeten druk zetten op het Rijk, maar niet met media-acties. Gemeenten dragen ook verantwoordelijkheid voor hoe de jeugdzorg wordt ingericht en gefinancierd. Dat heb ik

3/44

gisteren ook gezegd. We hebben wettelijke taken. Het kan ook schelen hoe wij die wettelijke taken uitvoeren. Wat wel nodig is, structureel financiering die past bij de taken van gemeenten, investeren in preventie en ondersteuning buiten de jeugdzorg. Duidelijke afspraken met het Rijk over realistische hervormingen. Voorzitter, we willen echt oplossingen en structurele verbeteringen, populisme leidt af tot de kern. Wij roepen het college om inhoudelijk en doordacht te handelen. Dank u wel. De voorzitter: Ik heb nog een interruptie voor u van de heer Diepeveen. De heer Diepeveen- Van de Merwe: Aan de heer Azzouzi zou ik willen vragen, de oplossingen die u noemt zijn heel relevant, maar duren allemaal jaren. In die tussentijdse jaren, lijkt het u niet goed als er dan wel extra geld komt? Ik snap dat geld niet het probleem is. De voorzitter: Heldere vraag. Lijkt het u niet goed dat er dan wel extra geld komt? Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Het probleem is helder. Het is met meer geld vanuit het Rijk, als wij echt niks doen, op gemeenteniveau, of wij een taakstelling hebben, we hebben geen maatregelen doorgevoerd, dan gaat het allemaal meer kosten. En dan is het op lange termijn onbetaalbaar. Dan kunnen ook de mensen die echt de zorg nodig hebben, niet geholpen worden. En daardoor pleiten wij als Partij van de Arbeid. De voorzitter: Helder, mijnheer Azzouzi.

Dan ga ik naar mevrouw Draak van de VVD. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. De toeval wil eigenlijk dat toen ik berichtgeving in de krant las over de brief die de wethouder van Barendrecht heeft verstuurd, ik in onze fractie-app een berichtje heb gestuurd, dat zouden we nou in Lansingerland ook moeten doen. Dus wat ons betreft is het zeker een goed idee om zo'n brief te sturen. Ik wil er wel een paar kanttekeningen bij maken. Het feit dat je aangeeft dat je geld tekort hebt, ontslaat je als gemeente natuurlijk nog steeds niet van de verplichting om zelf goed kritisch te blijven kijken naar, hoe kunnen wij minder uitgeven. Daar gaan we het dan over hebben straks bij 6b Kansrijk opgroeien in Lansingerland. In onze fractie was heel eerlijk ook wel wat vraagtekens bij, moet die factuur er dan bij? Want dat lijkt inderdaad wel een beetje symboolpolitiek. Maar daarover zou ik willen zeggen, ook tegen de heer Azzouzi, stel je nou voor dat kick-out Zwarte Piet niet jaar in jaar uit actie had gevoerd, hadden we dan nu nog Zwarte Pieten of waren die roetveegpieten er dan toch gekomen? En zo zie ik ook dit, als nou alle gemeenten telkens weer aan de staat laten weten, het kan niet, we komen geld tekort, dan hoop ik toch dat daar een keer iets gaat gebeuren. Ja, voorzitter. De voorzitter: Dat noopt, denk ik, de heer Azzouzi tot een interruptie. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter.

Is mevrouw Draak bewust dat de VNG dat ook doet, de gemeenten dat ook doen, op een andere manier, in overleg? En is een factuur sturen, helpt dat met de druk? De voorzitter: Mevrouw Draak nog even. Mevrouw Draak: Ik begrijp de bezwaren van de heer Azzouzi wel, alleen ik deel ze niet, voorzitter. Omdat ik juist denk dat hoe meer signalen je afgeeft, hoe beter. En het is juist ontzettend fijn dat de VNG ons daarin steunt. En ik wilde daarom ook nog even aansluiten op wat de heer Lieverse zei. Hij bracht iets nieuws tot mijn kennis. Het lijkt me ook een heel goed idee om dat rapport te volgen en dan inderdaad de factuur te sturen over de

4/44

tekorten van de laatste twee jaren. Het komt op hetzelfde neer. Waar het om gaat is dat de VVD het een goed idee vindt om een extra signaal aan de staatssecretaris af te geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Draak. Was dat nog een interruptie, mijnheer Bergwerff, of een termijn? Oh, dan gaan we naar…Oh, ja. Dan gaat uw gang. De heer Bergwerff: Voorzitter, dank u. Allereerst altijd goed als partijen bespreekpunten inbrengen. Zeker als het gaat om dit soort onderwerpen als jeugdzorg zijn wij als CDA altijd de eerste die daar naar kijken en alle mogelijkheden proberen ook te zien, die zij ook zien. Om heel even die vragen door te lopen die binnen dit bespreekpunt aan de orde zijn. CDA maakt zich natuurlijk ook zorgen om de jeugdzorg. En wij erkennen ook dat de financiële middelen vanuit het Rijk onvoldoende zijn. En wij wensen ook dat dat ook opgehoogd wordt. Wij zouden dus graag zien dat het Rijk structureel, dus niet één keer, maar structureel meer middelen toekent aan de gemeenten voor dit soort taken. En de jeugdzorg is daar echt wel een voorbeeld van. Maar ik zeg maar gelijk, wij gaan hier niet in mee. Want het sturen van zo'n rekening van een x aantal miljoen aan de staatssecretaris is wat ons betreft gewoon een actie die weinig oplevert. Wij hebben het gevoel van, hoe serieus nemen we het. We maken het clownesk op die manier.

En dat voelt voor ons niet goed. Wat ons betreft draagt dit ook niet bij, hoe goed ook bedoeld, aan een serieuze oplossing voor het probleem. En dan kan je inderdaad zeggen, het is actie voeren. De VVD noemde al kickout Zwarte Piet. Wij zijn toch de politiek, dat is heel anders dan zo'n soort groep. Daar vergelijken wij ons ook niet mee. De voorzitter: Dat leidt dan wel weer tot een interruptie van mevrouw Draak. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Ik zou aan de heer Bergwerff willen vragen, misschien bent u het niet met mij eens, maar wij zitten toch ook in de politiek om iets te bereiken voor onze inwoners. En dat ga je toch ook niet bereiken als je hier aan de tafel wat woorden uitwisselt aan elkaar. De voorzitter: Mijnheer Bergwerff. De heer Bergwerff: Nee, absoluut. En daarom hebben wij ook echt wel een eigen aanpak. En een aanpak die misschien wat meer bestuurlijk of gebruikelijker is in de politiek. En natuurlijk begint dat ook met beleidsmatige oplossingen, wat wij hier al doen lokaal. Maar dat gaat ook door naar de oproep naar het college elke keer om de politieke druk op te voeren op bestuurlijke tafels, de juiste tafels. En dit stuk wat nu voorgesteld wordt, zien wij echt als symboolpolitiek. En dat vinden wij niet passen bij onze rol als gemeenteraadslid. En wij, wil ik wel benoemen, wij zetten wel in in de lobby richting onze eigen Tweede Kamerfractie.

Dat doen we eigenlijk al heel lang. Wij roepen ook weer het college op om de VNG te steunen in hun lobby richting de Tweede Kamer en richting de staatssecretaris. Dat vinden wij de juiste weg. En niet dit punt, want wij geloven niet dat dit enig effect heeft. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Bergwerff. Dan ga ik naar de heer Alsemgeest, WIJ Lansingerland. De heer Alsemgeest: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, voor ons ligt het bespreekpunt van de heer Diepeveen en hij had daar eigenlijk maar twee vragen. Deelt u de mening van Leefbaar 3B dat er structureel te weinig middelen vanuit de Rijksoverheid komen voor de financiering van de jeugdzorg? En daar kunnen we eigenlijk niets anders op antwoorden dan,

5/44

ja. In de beantwoording van de technische vragen die Leefbaar 3B heeft gesteld komt duidelijk naar voren dat hetgeen we ontvangen vanuit het gemeentefonds voor onze jeugdzorg lang niet dekkend is voor wat we uitgeven aan de jeugdzorg. We hebben vanuit het Rijk de taak gekregen om de jeugdzorg te regelen, maar krijgen daarvoor niet de benodigde financiën. In ieder geval niet voldoende. Nu zijn er een aantal gemeenten die door middel van de brief met een daaraan gekoppelde rekening dit aan de staatssecretaris hebben laten weten met de vraag of de staatssecretaris die rekening wil voldoen aan de betreffende gemeente. Vraag twee, het bespreekpunt is dan of we van mening zijn dat de brief een goede brief is met daaraan de factuur. Ook die kunnen we eigenlijk wel met ja beantwoorden. We zijn ons er ook terdege van bewust dat er vanuit andere organisaties, zoals vanuit de VNG, aan de deur gerammeld wordt bij het ministerie. En we zijn ook realistisch genoeg om ervan uit te gaan dat we volgende week niet het verschil van die rekening bij ons op de gemeentelijke rekening hebben staan. Onze fractie is er dan ook voor om een soortgelijke brief als die van de gemeente Barendrecht te versturen naar de staatssecretaris. En tot zover in mijn eerste termijn. De voorzitter: Klip en klaar, mijnheer Alsemgeest. Dank u wel. Mijnheer Van der Stad, D66. De heer Van der Stad: Dank u wel, voorzitter.

Het moge duidelijk zijn dat er te weinig middelen vanuit de Rijksoverheid komen voor de financiering van de jeugdzorg. Extra structurele middelen zijn noodzakelijk om zware en zeer impactvolle bezuinigingen te voorkomen. Vrijwel alle gemeenten kampen met tekorten. Echter, de gemeenten krijgen geen grip op de stijgende kosten. Dit geldt ook voor Lansingerland. De gemeente heeft wel enige invloed op de prijsstijgingen. Denk aan de prioritering op de toegangspoorten van de jeugdzorg en de Wmo. Maar het is bijzonder onwenselijk als wij zouden moeten kiezen wie wel en niet zorg van ons gaat krijgen, primair gestuurd door beschikbaar budget. Wat D66 betreft dient de zorgvraag die sturing te bepalen en niet hoe het onderaan de streep eruit komt. In het kader van de hervormingsagenda jeugd heeft onafhankelijk onderzoek plaatsgevonden naar de stijgende kosten van de jeugdhulp. Dit onderzoek werd in opdracht van de Rijksoverheid en de VNG uitgevoerd. En zoals al wat langer bekend was, vorige week kwam de commissie die er onderzoek naar deed met een voorlopig advies aan het kabinet. Het advies is helder, financiële herijking is hard nodig, kortom, er moet meer geld bij. Ik denk dat een extra oproep vanuit onze zijde om toch echt snel over de brug te komen, verwijzend naar het onderzoek van afgelopen week, en het inzichtelijk maken van onze tekorten daarbij afdoende moeten zijn.

Dus een nette en positieve constructieve brief sturen heeft de voorkeur van mijn fractie. Het toezenden van een factuur zien we als een soort van activisme wat averechts uitwerking kan hebben. Het voegt ook niets toe aan de discussie die al loopt, en het is onwenselijk. Als individuele gemeente is het goed om in uitzonderlijke gevallen een brandbrief te schrijven. Dat is nu niet aan de orde, want de VNG is voor ons in onderhandeling. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Stad. En dan tot slot in deze eerste termijn, mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Dank u wel, voorzitter. Wij danken Leefbaar voor het aanstippen van dit onderwerp. Ik ga meteen door naar de vragen. Wat betreft de eerste vraag is ons antwoord, ja. Maar wij vinden dat het niet aan individuele gemeenten is om acties te ondernemen richting het Rijk op dit dossier. De financiering van gemeentelijke taken, inclusief jeugdzorg, is een gedeelde belang van alle gemeenten en vraagt daarom ook om gezamenlijke en structurele aanpak. Daarom is het aan de VNG om namens die gemeenten hierover te onderhandelen en druk uit te oefenen. En afwijken van die lijn verzwakt de gezamenlijke positie. En naar het idee van GroenLinks draagt dit niet bij aan een oplossing.

6/44

Wat betreft met betrekking tot de tweede vraag is ons antwoord, nee. Als gemeenten onvoldoende middelen krijgen voor taken dan is het een probleem dat via de VNG op de juiste manier aangekaart moet worden. Het Rijk moet over de brug komen met structurele voldoende middelen, maar dat kan het beste afgedwongen worden door een eenduidig en breed gedragen signaal vanuit de VNG en niet door losse flodders te schieten als gemeente. Dus wij vinden het daarom niet zinvol om dit nu te gaan steunen. De voorzitter: Helder, dank u wel, mevrouw Gabin. Dan zijn we aan het einde van deze eerste termijn van de commissie. En gaan we voor een reactie vanuit het college, want ook die zijn dezelfde vragen gesteld, naar wethouder Hoek. Wethouder, u heeft het woord. Beantwoording college De heer Hoek: Dank u wel. Ik ben altijd bereid om brieven te sturen. Alleen in dit geval gaat de gemeenteraad daar natuurlijk over. En in onze optiek is er nu geen aanleiding om een brief te sturen. Er ligt een landelijk breed gesteunde motie van de gemeente Ridderkerk, hebben wij ook voor gestemd, waarin gesteld wordt dat de bezuinigingen niet reëel zijn. De commissie Van Ark heeft deze insteek overgenomen. Precies dezelfde mening. Het standpunt van de gemeenten wordt dus al breed uitgedragen. Het rapport Groeipijn stelt ook voor om als Rijk en gemeenten meer gezamenlijk op te trekken.

Volgens mij refereerde de VVD daar ook aan. En wij zitten niet anders in die wedstrijd. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Advies aan het Rijk is om de verliezen over ‘23 en ‘24 voor de helft te compenseren. En gemeenten buigen zich over de reikwijde en de normalisering. We hebben dus alle twee een taak in deze discussie. Echter, Den Haag moet nog wel akkoord gaan met de bevindingen uit het rapport. Concreet is het probleem voldoende geadresseerd en willen we met een positieve grondhouding meedenken over een passende financiering in de toekomst. En dat is ook wat het rapport voorstelt. En als doel, even kijken hoor, voor het vrijkomende budget is dan het idee, en zo kunt u ook lezen in het rapport Groeipijn, om dit vrijkomende budget in te zetten om de sociale basis te versterken. Het past eigenlijk heel goed in het verhaal Kansrijk opgroeien. Wanneer het Rijk de bevindingen uit het rapport niet overneemt, dat is ook nog een optie, dan kunnen we altijd nog nadenken over vervolgstappen. Maar we zitten nu net in een positieve flow die erop lijkt dat we gezamenlijk tot een goede oplossing kunnen komen. Vandaar dat het college vindt dat het nu niet het moment is om een dergelijke brief te schrijven. De voorzitter: Helder. Dan heb ik nog een interruptie voor u van de heer Diepeveen. De heer Diepeveen- Van de Merwe: Bedankt tot zover.

Maar u zei iets in de woorden van, ik zie geen urgente reden momenteel, zei de wethouder. En denkt u niet dat als heel veel gemeenten ze tegelijkertijd doen, het de Rijk kan steunen in hun overweging? Want u zegt, we weten niet zeker of het Rijk het gaat doen. De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Wat je in feite wil is, en dat is hier ook gezegd, je gaat er niet vanuit dat men vanuit Den Haag meteen het geld overmaakt, je wilt er aandacht aan besteden. En ik stel dat middels de acties die nu lopen, het rapport wat er ligt, het probleem voldoende geadresseerd is. De voorzitter: Helder. De heer Diepeveen gaat over zijn vraag, u over het antwoord, wethouder. Helder. Dan zijn we aan het einde gekomen van deze hele eerste termijn. En komen we terug bij u, mijnheer Diepeveen, nog voor een tweede termijn. Waarbij het denk

7/44

ik even goed is dat we even ons beperken tot, welke actie wilt u hier aan koppelen waar u nog wel of niet op steun van de commissie rekent. Mijnheer Diepeveen. Tweede termijn De heer Diepeveen- Van de Merwe: Ik heb ook het rapport van Van Ark gelezen en ik stel voor om mijn vraag aan te passen naar, twee jaren de helft te sturen. Ik ben wel van mening dat het helpt in het Rijk om extra stimulans te krijgen aangezien ik weet dat heel veel gemeenten de komende maand deze zelfde brief gaan sturen. Dus ik wil van u weten of u dat wilt meedoen. De voorzitter: En dat is dan een vraag aan de hele commissie? Dus dan wilt u dat nog weten? De heer Diepeveen-Van de Merwe: Ja, ik zou graag een motie willen indienen om de brief te sturen. De voorzitter: Dat komt dan in de raadsvergadering wel. Daar gaan we vanavond niet over. Ik heb nog een interruptie voor u van de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Ik ben benieuwd wat Leefbaar 3B eigenlijk doet richting het kabinet in Den Haag. Ik weet dat daar ingangen zijn bij het rechtse kabinet. Wat kunt u mij vertellen, wat doet u als fractie richting om dit probleem op te lossen? De voorzitter: Ik wil daar een korte reactie wel op toelaten, maar dat is wel een vrij brede vraag. De heer Diepeveen- Van de Merwe: Er loopt op de achtergrond van alles, dat kan ik zeggen.

Er gaan in de toekomst vragen gesteld worden over of iemand alle facturen wil optellen. Maar dat komt. De voorzitter: Noopt dat nog tot een verdere interruptie, mijnheer Azzouzi, of voldoende voor nu? Nee? Oké, helder. Dan is de vraag van de heer Diepeveen of fracties erin mee zouden willen gaan als met het voorstel van de heer Lieverse vanuit het rapport twee jaren gemiddeld en dan de helft daarvan aan factuurhoogte, als ik het zo mag noemen, in een brief wordt verstuurd. Dan gaan we in dezelfde volgorde, begin ik bij mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Ik kan koppen tellen, dus ik denk dat het niet zinnig is om een motie in te gaan dienen op dit moment. De voorzitter: De PvdA nog voor een reactie, mijnheer Azzouzi? Nee. Even spieken. De VVD, mevrouw Draak, nog voor een reactie. Mevrouw Draak: Ja, ik had juist geteld dat het wel degelijk zinvol zou kunnen zijn. Ik heb ook geluisterd naar mijn buurman van D66. Mocht de heer Diepeveen voor de raadsvergadering een motie voorbereiden, dan zouden we kunnen overwegen om in ieder geval de toonstelling van de brief positief te maken, om ook aan te sluiten op wat de wethouder daarover zegt. En we kunnen het erover hebben of er wel of geen factuur bij moet. Maar wat ons betreft blijft de steun nog steeds staan. En de invulling kan dan richting de raadsvergadering worden gemaakt. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Mijnheer Bergwerff.

8/44

De heer Bergwerff: Zolang die factuur erin staat, zal het CDA tegen stemmen. Ook als het bedrag gehalveerd wordt, dat maakt voor ons verder niet uit. Op het moment dat het enkel een brief is, dan willen wij opnieuw overwegen wat wij gaan doen. De voorzitter: Helder, dat zien we dan in de raadsvergadering natuurlijk. Mijnheer Alsemgeest, WIJ Lansingerland. De heer Alsemgeest: Voorzitter, dank u wel. Onze fractie kan zich ook prima vinden in hetgeen wat de heer Diepeveen voorstelt met de gedeelde jaren daarbij. En of dat dan met of zonder factuur gaat gebeuren, dat zien we dan wel. De voorzitter: Helder, dank u wel, mijnheer Alsemgeest. Even spieken, dan komt u nog, mijnheer Van der Stad, D66. De heer Van der Stad: Zoals ik al aangaf, een brief met een positieve noot is prima. De voorzitter: Helder, dank u wel. En tot slot mevrouw Gabin van GroenLinks. Nog behoefte in deze tweede termijn? Mevrouw Gabin: Wij als fractie zien nu geen reden om het te steunen, maar we wachten de motie af. De voorzitter: Helder. Ik heb verder geen vragen meer gehoord die reactie van de wethouder vereisen. Wethouder, u ook niet? Nee. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit bespreekpunt. Wil ik nogmaals de heer Diepeveen hartelijk danken voor het agenderen hiervan. 6.

Stukken ter advisering aan de raad 6.a Vitaal en waardig ouder worden in Lansingerland, beleidsplan 2025-2028 De voorzitter: Gaan wij over naar agendapunt 6. Te beginnen met agendapunt 6.a, het eerste stuk ter advisering aan de raad van vanavond. En dat betreft het beleidsplan vitaal en waardig ouder worden in Lansingerland. En wat ik nou mooi vind is dat in het begin van deze raadsperiode wij met elkaar heel veel beeldvormingen hebben gehad en veel hebben gesproken over de samenlevingsvisie. En in abstracte termen vroegen we toen ook wel eens aan elkaar, waar leidt dat nu toe, die samenlevingsvisie? En vanavond gaan we daar het resultaat van zien. Te beginnen met het eerste beleidsplan vitaal en waardig ouder worden, waarin we ons beperken tot de wat oudere bewoners van Lansingerland en hoe zij lang en goed vitaal oud kunnen worden. Maar ook wanneer we wel als gemeente in moeten stappen om zorg voor hun aan te bieden. Dit stuk ligt voor ter besluitvorming. Dus dat betekent dat afhankelijk van uw uitspraak vanavond dat natuurlijk naar de eerstvolgende raadsvergadering zal gaan. We hebben daarvoor normale spreektijden. En ik wil graag beginnen. Wilt u beginnen, mijnheer Erwich? Ja, dan gaan we bij u beginnen. Mijnheer Erwich, Leefbaar 3B. Een punt van orde nog van de heer Lieverse, excuus. Mijnheer Lieverse.

Eerste termijn De heer Lieverse: Ik zie namelijk een aantal mensen heel gretig naar de microfoon grijpen. Misschien is het inderdaad niet zo raar om de ouderen dit geval een keer voorrang te geven.

9/44

De voorzitter: Ik heb niet alle leeftijden paraat, maar als ik dat mag inschatten met het gevaar af dat ik iemand voor de voeten loop. De heer Erwich: Voorzitter, ik sta graag mijn beurt af hoor. De voorzitter: Maar we zitten nog bij het ordevoorstel, mijnheer Erwich. Ja, maar ik vind het een goed idee. Maar dan is de vraag of we bij het volgende bespreekpunt dan ook de jongste commissieleden eerst moeten laten gaan. Nee, zeker niet. Mijnheer Erwich, wij beginnen nu het bespreekpunt. Dank u wel, mijnheer Lieverse. De heer Erwich: Dank u wel. Ik bedoel, ik ben de jongste van de oude, dus wat maakt het uit. We staan voor een belangrijke keuze van onze ouderen in Lansingerland. Dit beleidsplan is een stap in de goede richting, maar volgens ons ontbreken er ook nog wel enkele cruciale elementen die onze aandacht verdienen. Ik noem even kort, mantelzorgers, verzorgingshuizen, kwetsbare ouderen, digitale inclusie. Wat mij irriteert, de tekst die niet naar spraak omgezet kan worden en de laaggeletterden. Leefbaar 3B pleit ook al jaren voor de bouw van de zogenaamde knarrenhofjes. Inmiddels zijn de andere partijen daar ook wel duidelijk in dat ze dat inderdaad ook wel interessant vinden. En daarom, omdat we dat weer missen in dit plan, overwegen wij een amendement en heb ik ook gelijk de vraag aan onze commissieleden of ze misschien daarin mee willen doen.

En ik hoor graag de reactie van de commissie. Daarnaast zijn de appartementen met ontmoetingsruimtes en kangoeroewoningen, tiny houses, moderne verzorgingshuizen, die zijn gewoon hard nodig. Hiervoor moeten we regels versoepelen en aanpassen, zodat deze projecten niet vastlopen in bureaucratie, maar daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. De voorzitter: Mijnheer Erwich, ik heb een interruptie voor u van de heer Afalah. De heer Afalah: Dank u wel, voorzitter. Wat ik aan de heer Erwich wil vragen, via u, voorzitter, dit is natuurlijk een beleidsplan, dus de uitgangspunten staan hierin. Wat u vraagt, is dat niet iets meer voor het uitvoeringsplan wat hierop volgt? Dat is mijn gevoel erbij een beetje De voorzitter: Mijnheer Erwich, gaat u verder met uw termijn. De heer Erwich: Dat is heel fijn, want dan nemen ze het er gelijk in op. Dus dat is dan een goede hint die kant op. Waar ik op zit te wachten is een toezegging dat we ook gaan doen wat we doen moeten. En dat bepaalde dingen niet hoeven te wachten op conclusies van of de provincie of van de 209. We kunnen gewoon gaan bouwen. Sommige dingen kunnen gewoon neergezet worden. En dat willen we graag benadrukken. Er is een hulpvraag versus inzet 65-plusser. We verwachten van de ouderen dat ze met 65-plus volop blijven inzetten als vrijwilliger, terwijl in de piramide wordt gewoon de hulpaanbod zowat gehalveerd.

Dus dat vind ik een beetje tegenstrijdig. En ik denk ook niet dat dat de juiste manier is. We moeten niet denken in termen van, we gaan het korten en we gaan het anders doen. Of wel anders doen, maar op een andere manier daarnaar kijken en eens zien wat de ouderen ons ook te bieden hebben. En dat is tijd, ervaring, hoop talent en grote netwerken. En daarom pleiten we voor een spoedlijn voor hulpvragen, zodat deze vrijwilligers niet weken hoeven te wachten op ondersteuning. En ik hoor u al vragen van, maar dat kan toch niet? Ja, dat kan, want in het ziekenhuis waar naast de reguliere zorg ook spoedeisende hulp bestaat, kan binnen de Wmo en de andere voorziening zoiets ook gestart worden. Verder denk ik dat we veel aandacht moeten besteden aan de mantelzorgers, want die verdienen structureel veel meer aandacht. Als die omvallen, dan hebben wij met alle bezuinigingen, hebben we denk ik geen goed bestaan meer. We moeten dus voorkomen dat zij overbelast raken en zelf

10/44

die zorg nodig hebben. En zoals de ASD dit ook benadrukt heeft, moeten we op zoek gaan naar maatwerk op die ondersteuning. Dus ik denk dat we moeten investeren in de ouderen die zoveel voor onze samenleving betekenen en betekend hebben. En samenwerken aan innovatieve woonvormen en inclusieve samenleving waarin ouderen gezien en gesteund worden. De voorzitter: Mijnheer Erwich, dank u wel. Ja, ruimschoots, mijnheer Erwich. Maar geen enkel probleem. We moeten de ouderen wat tijd gunnen deze avond. Mijnheer Lieverse, nu wilt u zo graag. Erkent u daarmee dat u dan na de heer Erwich de oudste in de zaal bent? De heer Lieverse: De heer Kampinga wijst zo in mijn richting dat ik denk, ik ontspring de dans niet in dit geval. De voorzitter: Het wordt leuk na de vergadering, maar we gaan nu verder met deze eerste termijn. Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Voorzitter, dit beleidsplan is cruciaal omdat het een koers uitzet voor de komende jaren en we hebben te maken met een groeiende groep ouderen en de toenemende druk op de zorg. We moeten nu keuzes maken om de zorg betaalbaar en uitvoerbaar te houden. Het beleidsplan focust op vier prioriteiten. Ik herhaal die vier. Actieve deelname aan de samenleving, behoud van eigen regie, een stevige sociale basis en passend wonen. Dat laatste zeg ik met nadruk ook op grond van wat net door Leefbaar is gezegd. Het sluit aan op de samenlevingsvisie.

Het sluit aan op de uitgangspuntennotitie die wij aangenomen hebben. Ook de koppeling met het begrotingsproces is een positief punt. We moeten namelijk rekening houden met de onzekerheid over de beschikbare middelen vanaf 2026. Het is goed dat het plan ambitieniveaus voor versobering en verschaling bevat. Maar we moeten de financiële consequentie hiervan nog wel gaan bekijken in het begrotingsproces. Dat moet nog uitgewerkt worden. Het rapport van Cebeon/Rijnconsult geeft aanleiding om ook de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden te evalueren. Dat moeten we nauwlettend volgen en waar nodig bijsturen. We nemen de handschoen op, voorzitter, om suggesties te geven voor versobering. We kiezen namelijk voor ambitieniveau C. Flatten the curve, zei de ambtenaar die nu ook naast de wethouder zit vorige week terecht. Maar daarbij maken we een nadrukkelijk onderscheid tussen vitale ouderen en hulpbehoevende ouderen. Omwille van de tijd ga ik er nu puntsgewijs doorheen. Voor vitale ouderen, dus die zelfredzaam zijn en weinig zorg nodig hebben kan versobering plaatsvinden door, ik noem vijf punten. Stimuleren van vrijwilligerswerk. Zet ouderen in als maatjes of als buurtcontactpersonen voor andere ouderen. Twee, digitale zelfhulp bevorderen. Verzorg trainingen in het gebruik van digitale zorgdiensten, zoals beeldbellen naar de huisarts.

Verlagen van de gemeentelijke subsidies is een derde punt. Met name op de welzijnsactiviteiten. Draag meer over aan particuliere initiatieven of aan zelforganisaties door ouderen. Vier, buurtgerichte oplossingen. Werk samen met kerken en maatschappelijke organisaties om ontmoetingen en informele zorg te organiseren. Een concreet punt erbij, en dat noem ik als vijfde punt, is de Lief Leedstraten. We zijn bezig met een pilot als gemeente. Laten we dat structureel gaan financieren. Vijf punten ook voor de hulpbehoevende ouderen die wel zorgafhankelijk zijn en beperkt in mobiliteit. Eén, striktere indicatiestelling voor gemeentelijke hulp. Alleen ondersteuning voor wie geen netwerk heeft en geen financiële middelen. Twee, meer mantelzorg stimuleren. Organiseer trainingen voor mantelzorg. Geef belastingvoordeel voor mantelzorgers. Drie, efficiënt gebruik van hulpmiddelen. Denk aan delen van rolstoelen, scootmobielen en andere voorzieningen binnen de wijk. Buurtondersteuning organiseren. Werk samen met woningcorporaties om ouderen langer zelfstandig te kunnen laten wonen met lichte ondersteuning van buren of vrijwilligers. En tot slot punt vijf, alternatieve

11/44

vervoersoplossingen, zoals meer gebruik van vrijwilligersinitiatieven of deelauto's. Zover, voorzitter. De voorzitter: Een interruptie voor u van mevrouw Biharie. Mevrouw Biharie: Dank u wel, voorzitter. Ik wou aan de heer Lieverse vragen, als iemand de meeste gepensioneerde die zijn al mantelzorg of oppas opa en oma. En dan benoemt u allerlei trainingen en meenemen en vrijwilliger worden. Maar de geluiden die ik om me heen hoor, die mensen kunnen niet eens normaal van hun pensioen genieten. En dan heb ik de middelniveau of kwetsbare ouderen. Dus hoe ziet u dat? De voorzitter: Mijnheer Lieverse nog voor een korte reactie. De heer Lieverse: Ik zie ook veel mensen die als mantelzorger optreden en die hebben hun vragen en daar zijn trainingen voor bedoeld om hun daarin te ondersteunen. En veel mensen die kleinkinderen hebben, die hebben daar groot plezier van om daarvoor te zorgen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse. Dan, in deze…Mevrouw Bouman? Oh, ging de heer Kampinga aan. Mevrouw Bouman. Mevrouw Bouman-Quist: Ik had een interruptie naar de heer Lieverse, want ik hoorde net de heer Erwich spreken. Alle voorstellen die u doet, is dat ook niet een onderdeel van het uitvoeringsplan? Het is natuurlijk mooi dat u allerlei suggesties doet, maar zouden wij dat niet even af moeten wachten? Want dit is natuurlijk beleid op grote lijnen. De voorzitter: Mijnheer Lieverse nog.

De heer Lieverse: Ik grijp graag mijn kans om invloed te hebben, mevrouw Bouman. De voorzitter: Helder. Wilt u dan nu gelijk uw termijn doen, mevrouw Bouman? Mevrouw Bouman-Quist: Ik denk dat ik in dit gremium ook thuis hoor. Ik denk dat ik wel de koploper ben in deze. De voorzitter: Maar waardig en vitaal. Mevrouw Bouman-Quist: Maar dat gaat niet van mijn minuten af. Vitaal en waardig ouder worden, wie wil dat niet? Maar is dit niet afhankelijk van een heleboel factoren als, hoe is het met de mentale en fysieke gezondheid? Ik lees vier prioriteiten zoals de heer Lieverse al aangaf. Actief deelnemen aan de samenleving, regie op het eigen leven, investeren in de sociale basis en passend wonen. En over dat tweetal items, de sociale basis, wil ik het onder andere hebben. En het proces is volgens mij toch mooi verlopen in diverse gremia. En dank aan de ASD voor de nodige reacties. De sociale basis. De vraag die zich voordoet, en ik hoorde de heer Erwich ook al zoiets noemen van, weten de ouderen, en de vraagstelling is, is dat een 67-plusser of misschien wel veel breder, waar ze terecht kunnen komen en kunnen zijn als ze een hulpvraag hebben, op welk terrein dan ook? Maar zoals de ASD aangeeft, zou het niet goed zijn dat we een sociale kaart hebben die door diverse instanties gebruikt kunnen worden. Passend wonen, daar kom ik even op verder.

De 67-plussers worden in het beleidsplan geattendeerd om tijdig na te denken om te gaan verhuizen of aanpassen van de woning. Aanpassen van de woning. Dan is mijn volgende vraag, wordt er door instanties als de 3B wonen, maar ook door de gemeente, gebruikt gemaakt, bijvoorbeeld van de checklist thuiscomfort? Ik weet niet of u daarvan op de hoogte bent,

12/44

maar het is een lijst waaruit blijkt hoe comfortabel, veilig en toegankelijk de woning is, van entree tot keuken, toilet, douche, enzovoort. De voorzitter: Mevrouw Bouman, ik heb een interruptie voor u van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Ik vind het interessant wat u noemt, maar is het niet uitvoeringsniveau? De voorzitter: Mevrouw Bouman. Mevrouw Bouman-Quist: Ik maak ook van deze gelegenheid gebruik. Dus. Ik ga even een uitstapje maken naar de woonvisie. Want de woonvisie 2021-2025, daar wordt gesteld, een plek voor iedereen. Maar is dat wel zo? Is dat wel adequaat en kunnen we dat zo wel stellen? Als ik beluister dat er een wachtlijst is bij verhuizing van een huurwoning naar een geschiktere woning voor een oudere, dan hoor ik van de week dat er een wachtlijst is van acht tot tien jaar. Maar bij nadere navraag is dat geen acht tot tien jaar, maar meer dan tien jaar. En er zijn zelfs schrijnende gevallen van vijftien jaar. En dan kan ik me indenken dat dat de nodige stress enzovoort, enzovoort met zich meebrengt. Met andere woorden, moet die woonvisie ook niet even nader aangepast worden? Ouderen willen graag in de kern blijven wonen waar zij al jaren wonen. En ze willen kleiner gaan wonen. Ouderen met koopwoningen, dat wil nog wel eens lukken, want de prijzen gaan gigantisch omhoog.

Maar ook voor een aanpasbare woning, dan kan het wel eens zijn dat een oudere met een aantal tonnen in zijn zak, dat die makkelijker in een andere gelijkvloerse woning terecht kan komen. Maar hoe zit het met die huurwoningen? En zijn er wel voldoende sociale woningen, ook huurwoningen, voor de ouderen? Zijn die er wel? We weten met zijn allen dat er de nodige plannen zijn. Maar is er inzichtelijk waar onder andere ook voor senioren nog ruimte is om te gaan wonen? Ik doe maar even een suggestie. Ik reed langs de Noordeindseweg op de hoek van de Oudelandselaan. Ik zag daar een prachtig stuk groen liggen. Ik denk, dat is misschien wel leuk om daar seniorenwoningen te bouwen. Wel, voor een betaalbaar gebeuren natuurlijk. Ja, financieel… De voorzitter: Mevrouw Bouman, ik heb nog een interruptie voor u van de heer Erwich. De heer Erwich: Ik had eigenlijk over groen bedacht, is mevrouw wel bekend met BleizoWest? Dat is helemaal groen. De voorzitter: Mevrouw Bouman. Mevrouw Bouman-Quist: Bleizo-West, dat is prachtig, maar ik zie zo één, twee, drie nog niet voor me van in die 5000 woningen, dat daar onze ouderen gaan wonen. Maar goed, dat is een discussie die gaan we laten voeren. De voorzitter: Mevrouw Bouman, zou u ook willen afronden, alstublieft? Mevrouw Bouman-Quist: Ja, ik ga afronden.

Financieel, hoe gaan we het een en ander bekostigen? Er komt in april, mei dan komen de uitgangspunten en we zullen naden bekijken hoe daar invulling aan gegeven gaat worden. Want er is natuurlijk een verschuiving van de hoog naar laag van, wat doen we nu en wat is het punt ten aanzien van de besparingen en het uitnutten van minder items. Daar komen we nog wel even op terug. Dus het financiële traject, dat laat ik nog wel even. In grote lijnen kunnen we het een en ander volgen, maar er is nog wel wat nodig om nader te bezien. In eerste termijn, punt.

13/44

De voorzitter: Ja, punt, punt, punt. Dank u wel, mevrouw Bouman. Mijnheer Kampinga, dat is geen interruptie meer, want mevrouw Bouman is ook uit de tijd nu. Dus uw eerste termijn. Gaat uw gang. De heer Kampinga: Dank u wel. Even openen met het begrip knarrenhof. Mijn oudste buurman is 92. De meesten zijn boven, royaal boven. Wat is eigenlijk een knarrenhof? Ik woon er met veel plezier en wij doen vaak samen dingen. We hebben gezellige bijeenkomsten en zo. Is dat een knarrenhof? Ik voel me bij dat woord best thuis, maar ik voel mezelf wel als een oude knar. Maar goed, in 2023 hebben we de uitgangspunten besproken en vastgesteld. En nu ligt dus het beleidsplan zelf voor en daar zal ik als VVD'er proberen kort op te reageren. Trouwens met name in de financiële richting. Vooraf zij vermeld dat ik als 70-jarige inwoner mij zeker aangesproken voel. Als ik het stuk lees, dan denk ik ja. Maar dan heb je het alweer, vitaal en waardig. Vitaal is al heel wat, maar je moet ook nog waardig zijn. Wat ik op zichzelf natuurlijk positief waardeer, daar gaat het niet om. Waardig heb ik opgezocht, kan van alles betekenen, waaronder respect opwekkend. Daar ga ik dan maar vanuit, dat ik respect opwek. En heel in het algemeen gesteld, ik zie de heer Afalah al cynisch kijken. Wat mij altijd weer verbaast en nu ook weer, is dat wij met haute couture bezig zijn en niet met confectie.

Het moet allemaal precies op maat enzovoort. En iets ruimer. Confectie is ook, wij lopen allemaal in confectie nietwaar. Maar goed, het is maar wat je gewend bent. In welke kringen je verkeert, dan heb je haute couture. Maar dat zijn uitzonderingen hoor. Even kort de vier punten, de prioriteiten zijn al door de heer Lieverse genoemd. Helemaal mee eens. Ik ga ze niet nog een keer weer herhalen. Maar dat zijn wat mij betreft de vier kernpunten. En dan ga ik even over op een wat andere insteek, die gelukkig nu ook genoemd wordt en uitgebreid behandeld wordt, namelijk het ravijnjaar. Om met Johan Cruijff te spreken, elk nadeel heb zijn voordeel. Eindelijk gaan we nu echt aandacht besteden aan de allocatie van schaarse alternatief aanwendbare middelen. Het is allemaal niet oneindig. Dat zegt de wethouder zelf ook. De bomen groeien niet meer tot aan het bos. Dus je moet nu keuzes maken. En je kan niet alles doen. Goed, dat vind ik in elk geval heel belangrijk. En dan daarop aansluitend, het beleidsplan sluit aan op het plan van aanpak van de begroting. Maar ook op de bevindingen van het eindrapport van Cebeon/Rijnconsult. De heer Lieverse noemde het al even. Zoals bekend hamert de VVD al langer op die benchmark dat we daar iets mee moeten gaan doen. En gelukkig dat we het nu door het ravijnjaar, tenminste die indruk krijg ik, het nu ook werkelijk gaan toepassen.

Het abonnementstarief bij de Wmo, daar heeft de VVD eerder al met raadsvragen ook aandacht voor gevraagd. Men zegt dus nu makkelijk, we wachten even op die inkomensafhankelijke bijdrage. 2027. Laten we weer een jaar zo meteen verloren gaan. Ik vind dat jammer. En ik kan het niet nalaten even te noemen, de meeste gemeenten hebben dit jaar een verhoging van het tarief toegepast en Lansingerland niet, omdat het technisch gewoon lastig uit te voeren was. Maar je kunt een tekort, kun je met hogere prijzen of met lagere kosten te lijf gaan. Of allebei. Vitaal en waardig ouder. Dat wordt enerzijds gefinancierd uit het taakveld Wmo, anderzijds uit basisvoorzieningen. Het taakveld Wmo komt in Lansingerland in 2023 overeen met het referentiegemiddelde. Dus we zitten zeg maar op referentiegemiddeld. De voorzitter: Mijnheer Kampinga, wilt u zo gaan afronden? De heer Kampinga: Ja, dat ga ik doen, voorzitter. Wel kennen we hogere uitgaven op het taakveld Wmo dan we uit het gemeentefonds ontvangen. We hadden het net over de jeugdzorg. Ook bij de Wmo, en dat is dan gedeeltelijk, je geeft veel meer uit dan wat je van het Rijk ontvangt. Laat ik het daar maar even bij houden, de hulp bij het huishouden is ook al even genoemd door de heer Lieverse. Dank u wel.

14/44

De voorzitter: Helder, dank u wel, mijnheer Kampinga. Dan verder, in deze eerste termijn. Het is gevaarlijk om naar de knop te gaan. Ik denk mevrouw Gabin dat u als laatste aan de beurt bent als we op leeftijd gaan, of niet? Maar nu heb ik niemand meer op de sprekerslijst staan. Maar mevrouw Biharie, gelukkig. U heeft het woord. Mevrouw Biharie: Dank u wel, voorzitter. De PvdA-fractie waardeert dat er aandacht is voor onze ouderen in Lansingerland, aangezien de vergrijzing alleen maar zal toenemen. En het is goed om naar de zorgvraag te kijken en de bijhorende kosten. Wat ik u allen wil meegeven, onze ouderen hebben tientallen jaren ingezet voor ons mooie Lansingerland, die nu is zoals het is. Onze ouderen verdienen op hun oude dag de ondersteuning die echt noodzakelijk is om in de laatste jaren de kwaliteit van leven te hebben die zij verdienen. Waardig ouder worden, dat moet het sociaal minimum zijn wat onze ouderen in Lansingerland van hun gemeente, van ons, mag verwachten. Terwijl ik het beleidsplan las, rijste bij mij een aantal vragen op, en ik hoop dat de wethouder daarop kan ingaan straks. Wat is het concreet het verschil, want een beleidsplan als een ouder nu thuis naar ons zit mee te luisteren, voorzitter, dan denk ik, dan zijn ze binnen vijf minuten, op hier en daar een beetje hilarische opmerking, wat ook goed is, humor, kwijt wat hier besproken wordt.

Dus mijn vraag aan de wethouder is, wat is concreet het verschil tussen huidige beleid en het beleidsplan waar we vanavond als commissie voor worden gevraagd om mee in te stemmen? Kan het met een concreet voorbeeld duidelijk gemaakt worden voor onze luisteraars thuis, onze ouderen? Want het beleidsplan komt heel vaag en met veel beleidsstaal, terwijl we bezig zijn om duidelijk te communiceren naar onze kijkers, luisteraars, onze inwoners. Dat is mijn eerste vraag, voorzitter. De tweede vraag, meeste vitale ouderen in onze gemeente zijn al gezond bezig, hoogopgeleid, goede banen, daar zijn we dankbaar voor. Maar hoe denkt de wethouder met het nieuwe beleidsplan een verandering in te brengen bij de andere inwoners? En daar aansluitend een vraag is het, hoe denkt de wethouder met de ambtenaren te bereiken de kwetsbare ouderen? Ik heb het net bij de interruptie al gezegd, als je mantelzorger bent, of oma of opa bent, en dan zeggen ze je hebt plezier, dan denk ik, dan moeten we meer naar luisteren naar die ouderen in onze samenleving. Want de druk is groot. En daarnaast hun eigen kleine medische kwesties die je meekrijgt als je gelukkig wat ouder mag worden. Dat zijn de vragen. Oh nee, nog één. Of misschien bewaar ik die voor de tweede termijn. Voor nu is het genoeg, voorzitter. Dank u. De voorzitter: Helder, maar ik heb nog een interruptie voor u van de heer Lieverse.

De heer Lieverse: U deed een interruptie naar mij over het punt van ouderen die zorgen voor jongeren, met name voor hun kleinkinderen. Het verbaast me een beetje uit uw mond om daar kritisch over te zijn, om dat zo te propageren. Want is het niet iets wat in de oudere tijd heel gewoon was en in veel culturen ook heel gewoon is? Is het zo raar om daar ook als gemeenteraad positief over te spreken? De voorzitter: Mevrouw Biharie. Mevrouw Biharie: Ik wil daar heel kort op reageren. In andere culturen wordt het gedaan. In mijn eigen cultuur ook. Maar de woonomstandigheden is in andere culturen, in andere landen anders. Hier zit je met beperking, met het vervoer, heen en weer reizen, de tijdsdruk, beide ouders werken. Het is een hele andere setting. Dus vandaar mijn kritische noot hierover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Biharie. Dan gaan we verder. Mijnheer Van der Stad, D66.

15/44

De heer Van der Stad: Dank u wel. De komende vijf jaar zien we een forse stijging in het aantal ouderen in Lansingerland. Terecht dat in de stukken gesteld wordt dat er een nieuwe levensfase bij is gekomen. Die groep moeten we activeren. Ter preventie, maar ook als deel van de oplossing. Investeren in de sociale basis zien we als een belangrijk focuspunt voor de komende jaren. De fractie D66 kan akkoord gaan met het voorliggende beleidsplan. Er worden logische invullingen gegeven aan de vraagstukken die bij het ouder worden komen kijken. Een hamerstuk wat ons betreft. De voorzitter: Dat was efficiënt, mijnheer Van der Stad. Dank u wel. Mijnheer Afalah, WIJ Lansingerland. De heer Afalah: Ik wil de heer Van der Stad bedanken dat hij voor mij is gegaan, dat is een compliment naar mij toe in ieder geval. Vitaal en waardig ouder worden in Lansingerland. Het gaat over de periode 2025-2028. Het is een ambitieus en noodzakelijk plan dat inspeelt op de groeiende behoefte aan passende zorg en ondersteuning voor ouderen in onze gemeente. Dit plan biedt ook een kader voor het bevorderen van vitaliteit en waardigheid van onze oudere inwoners. En het is van groot belang dat we als gemeenschap dit plan steunen.

Het gaat om gezondheidsbevordering, wat ik in ieder geval teruglees, stimuleren van gezonde leefstijl onder ouderen door middel van preventieve gezondheidszorg, sport beweging programma’s, voedingsadvies, et cetera. Dit kan leiden tot vermindering van chronische ziekten en een verbetering van de algehele levenskwaliteit. Sociale inclusie, een modern woord, maar de heer Erwich al refereerde eraan. Het organiseren van dit soort activiteiten, het bevorderen van vrijwilligerswerk, helpt ook gewoon om tegen eenzaamheid, sociale isolatie onder ouderen te verminderen en draagt bij aan een sterker gemeenschapsgevoel en een betere mentale gezondheid. Daarom steun ik ook, en ben ik het eens wat de heer Lieverse ook zei, betrek ze gewoon veel meer daarbij. En zie het niet alleen als een last voor je ouderen. Zorg toegankelijk, uitbreiden, thuiszorgdiensten, mantelzorgondersteuning, komen allemaal terug in dit plan. Om zo ook ouderen langer te laten blijven wonen in hun eigen huis. Dit is niet alleen kosteffectief als je dat inzet, maar ook in lijn met de wens van veel ouderen die in hun eigen vertrouwde omgeving willen blijven. Het verbeteren van de infrastructuur, zoals veilige wandelpaden, toegankelijke openbare ruimtes, draagt bij aan mobiliteit en veiligheid van ouderen. Ook dit bevordert hun zelfstandigheid.

Dan merk ik constant als ik in een omgeving kom waar veel ouderen zijn, die zelfstandigheid, dat is eigenlijk het belangrijkste wat voor die mensen is. Dat ze kunnen beslissen over hun eigen manier wanneer ze weggaan en wanneer ze terugkomen. En dat kom ik constant tegen. Uiteindelijk, maar goed, er zijn ook natuurlijk dingen, zorgen. Als je kijkt naar dit plan, en met name de kosten. Er is al wat eerder aan gerefereerd. Er zijn gewoon heel veel financiële middelen mee gemoeid als we dit willen uitvoeren. Dit kan leiden tot hogere belastingen. VVD, ik weet niet of ze daar blij mee zijn, maar je moet ook de budgetten gaan herverdelen op een gegeven moment. Gisteren hebben we het hier ook over gehad. Of we, ik heb het gezien online. Over, hoe gaan we om met de begroting richting ‘26-’27? En daar kwam ook, hoe noemen ze dat, het maatschappelijk minimum kwam daar ook naar voren. En dat is wel de vraag die wij ons moeten afstellen, stellen, van, wat is nou dat sociale minimum? Of maatschappelijk minimum? Wat willen we voor onze ouderen? Want dat gaat altijd ten koste namelijk van een andere groep inwoners, of wat dan ook. Daar ben ik benieuwd naar, hoe gaan we dat met elkaar afwegen? Want het is ook domein overstijgend. Dus het is niet alleen maar sociaal domein, maar ook andere onderdelen binnen onze gemeente. De voorzitter: Mijnheer Afalah, wilt u zo gaan afronden, alstublieft

16/44

De heer Afalah: Ja, misschien dat ik uitvoering, daar ben ik al wat eerder uitgekomen. Wat ik wel, één ding wat ik wel, dat is meer vanuit onze fractie. Misschien ga ik daar ook op de uitvoering zitten. Maar het wonen, dat vierde punt. Wonen is wel een ding, we lopen wel echt heel erg achter. We hebben heel veel plannen. Maar we moeten nou echt doorzetten om die woninglocaties en om die mix van verschillende soort woningen, om juist elkaar te kunnen versterken. Ouderen, en dan zit er verschil in tussen 67-plussers en mensen die heel hulpbehoevend zijn en jongeren, om die juist met elkaar in contact te brengen, zodat ze elkaar kunnen versterken. Dat wilde ik even zeggen daarover. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Afalah. En dan tot slot in deze eerste termijn mevrouw Gabin van GroenLinks. Mevrouw Gabin: Dank u wel. Het beleidsplan vitaal en waardig ouder worden bevat mooie uitgangspunten, maar soms is het ook te vaag, financieel onzeker en schuift ook af en toe te veel verantwoordelijkheden af op ouderen. Dus dat gezegd hebbende wordt er bijvoorbeeld ingezet op stevige sociale basis en passend wonen, maar er staat niet hoeveel en waar woningen worden gerealiseerd, welke voorzieningen daadwerkelijk worden uitgebreid en hoe mantelzorgers beter worden ondersteund. De zorgen over huisvesting heb ik in ieders bijdrage wel gehoord vanavond.

We doen al jaren bijna niets aan huisvesting voor ouderen, dus op papier is het mooi, maar hoe wil je dit concreet maken? Ik hoop dat het terugkomt in de uitvoering en wij vragen de wethouder of zij een nadere toelichting hierop kan geven. Ouderen worden gestimuleerd om zelf regie te nemen, langer thuis te blijven wonen en zelfstandig hun netwerk op te bouwen en te onderhouden. Dit is op zich positief, maar hou rekening mee met ouderen die dit niet kunnen vanwege fysieke, sociale of financiële beperkingen. Hier mist een concreet vangnet volgens GroenLinks. Het plan erkent dat de financiering voor ouderenzorg en ondersteuning onder druk staat. Er wordt gesproken over verschaling van de sociale basis en bezuinigingen op Wmo-voorzieningen als het financieel tegenzit. Dit betekent in de praktijk dat kwetsbare ouderen mogelijk minder ondersteuning krijgen, terwijl juist wordt gesteld dat zorg en hulp beschikbaar blijven voor wie het echt nodig heeft. In het beleidsplan wordt bestaanszekerheid benoemd, maar concrete maatregelen voor minima ontbreken. De ASD heeft gewezen op de noodzaak van financiële ondersteuning voor kwetsbare groepen, zoals een tegemoetkoming voor maatschappelijke participatie of gratis openbaar vervoer. GroenLinks kan dit onderschrijven. De voorzitter: Helder, dank u wel, mevrouw Gabin. Ik heb nog een interruptie voor u van de heer Lieverse.

De heer Lieverse: Ik had gehoopt dat mevrouw Gabin een reflectie zou geven op wat ik naar voren gebracht heb. Namelijk het onderscheid tussen hulpbehoevende ouderen en ouderen die niet hulpbehoevend zijn, die meer zelfstandig zijn. En met name ook het onderscheid dat ik gemaakt heb bij de ouderen die financieel daadkrachtiger zijn en bepaalde voorzieningen zelf heel goed kunnen aanschaffen en kunnen regelen en niet zo afhankelijk hoeven te blijven van gemeentelijke voorzieningen. Hoe ziet u dat? De voorzitter: Mevrouw Gabin nog voor een reactie. Mevrouw Gabin: Daar zijn wij het uiteraard eens. Dus ik heb het ook gehad over minima en ouderen die dus in de knel zitten en dat daar een vangnet voor moet worden geregeld. Maar ouderen die zelfredzaam zijn, dat is alleen maar goed.

17/44

De voorzitter: Helder, dank u wel, mevrouw Gabin. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze eerste termijn van de commissie en gaan wij naar de wethouder. Bent u zover, wethouder Cnossen? Ja? Dan heeft u het woord. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel, voorzitter. Ik zit nog steeds over die leeftijden na te denken. Maar wanneer zou de voorzitter dan aan de beurt zijn? Maar dat zit in mijn hoofd. Ik concentreer mij nu. Dank u wel voor uw reactie, via de voorzitter, op dit mooie stuk. We zijn er zelf ook blij mee dat we zover zijn en laten zien waartoe die samenlevingsvisie uiteindelijk gaat leiden. Waar we nu bij een beleidsplan zitten, waar we zeker ook richting het uitvoeringsplan gaan. Verschillende woorden, mooie woorden. Haute couture of de confectie vond ik ook een hele mooie vergelijking van de heer Kampinga, voorzitter. Wij zaten samen te fluisteren, dat doen we dan af en toe, die sociale basis, dat is voor ons die confectie. Waar iedereen terecht kan. Dus die reactie wil ik u vast geven. Ik vond ook, voorzitter, dat vanuit de WIJ-fractie, de heer Afalah heel goed typeerde waar dit over gaat. Dat je, als je het hebt over sociale inclusie, daar had de heer Erwich het ook over. U noemde dan van, bevorder dat ouderen in die derde levensfase dat vrijwilligerswerk blijven doen. U noemde ook tegen eenzaamheid. Maar daar dacht ik zelf ook aan.

Dat geeft mensen ook een volwaardig bestaan, dat je gewoon mee blijft doen in de samenleving. Die tegen eenzaamheid is natuurlijk een mooie bijkomende factor. Maar het blijven meedoen maakt dat waardig ouder worden. Dat bevorderen van die zelfstandigheid bij de infrastructuur, dat typeert u ook heel erg goed. Want als ouderen niet naar buiten durven, omdat alles hobbelig is en je dreigt te vallen, dus dat vind ik ook een heel mooi aandachtspunt. Dank u wel. Ik ga toch kijken of er nog een aantal vragen zijn, voorzitter, die door het college beantwoord moeten worden. Ik zit in de buurt van de woordvoering van de heer Kampinga. Dus daar ga ik dan even naartoe. Uiteraard, mijnheer Kampinga, hebben we het vanavond met u en met de VVD-fractie ook over dat abonnementstarief. Dat had ik niet anders verwacht. Straks hebben we ook de verordening sociaal domein. En dat gaat mevrouw Draak doen. Maar daarin hebben we al iets opgenomen over die eigen bijdrage. Daar hebben wij het natuurlijk al een poosje over. En u heeft ook gelezen, vlak voor kerst besloot het kabinet, de minister of het Rijk, hoe we het ook moeten noemen, dat de inkomensafhankelijke bijdrage weer uitgesteld is naar ‘27. Dat dacht ik ook, mijnheer Kampinga.

Wat we nu gaan doen in de verordening, is opnemen dat je, even kijken, hoor, dat je gewoon de Rijksbijdrage opneemt in de verordening, zodat je niet elke keer het getal moet aanpassen. U begrijpt wat ik bedoel. Dank u wel. Om op die manier het ons ook makkelijker te maken. En nu het naar ‘27 is verschoven, gaan we in Lansingerland per 1-1‘26 wel gewoon aansluiten bij dat landelijk eigen bijdrage. Wij zijn er nou ook een beetje klaar mee. We hebben eerst gezegd van, hallo, voor die 1 euro. Maar nu willen we dat ook echt gaan organiseren. Het hoort eigenlijk bij de verordening, maar Ik heb het uitstapje even gemaakt. U noemde ook het ravijnjaar, maar toch ook wel gaf u het signaal van, sowieso moet je altijd goed naar je financiën kijken. Zeker met het stijgende aantal ouderen waar je op moet letten en dat we keuzes maken. U heeft gezien op basis waarvan dat mooi geconstateerd en dat we ook in een nieuwe beleidslijn hebben laten zien hoe we volgend jaar al een besparing kunnen krijgen. En dan komen we ook wel, waar door anderen naar gevraagd werd, naar het maatschappelijk minimum. Ik sla even de bladzij om. Dat was ook de heer Afalah, dacht ik, het maatschappelijk minimum.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=c247f570-4f1b-4243-9e5e-0a70cccd70c2