[BV24.0006] Verslag commissie Ruimte van 16 januari 2024
Tekst van het document
Voorzitter, in de commissie van oktober ‘22 ging het ook veel over monitoring en hoe het de raad aan gegevens ontbreekt om haar controlerende taak goed uit te voeren. De wethouder zei daarop toen, en ik citeer: “We hebben wel gemonitord. We hebben onderzoek laten doen, ook door gerenommeerde bureaus.” En volgend citaat: “Ik heb al gezegd dat we monitoren en dat we dat nog beter zullen doen via voortgangsbrieven.” Maar dan is de grote vraag, hoe komt deze informatie tot ons? En als ik dan kijk naar wat we hebben gekregen sinds oktober ‘22, dan ben ik heel benieuwd hoe de wethouder gaat zeggen dat hij die bewoordingen van destijds is nagekomen. Er is een Jaarmonitor Woonruimtebemiddeling Rijnmond over sociale voorraad. En ook deze maand staat er weer iets in de voortgangsrapportage over huisvesting van statushouders. Maar, voorzitter, het zijn allemaal snippers. En dat geeft geen integraal beeld en maakt dat ik eigenlijk niet kan toetsen of wij onze doelstelling op het gebied van wonen eigenlijk wel halen. Biedt dan de uitvoeringsagenda van de Woonvisie misschien handvatten? Daarin stond ook dat er gemonitord ging worden. Dat staat er wel, maar we gingen de monitoringssystematiek van de Omgevingsvisie volgen. Maar toen werd de Omgevingswet weer uitgesteld. En ook daar hebben we tot op heden nog niet zoveel van gezien.
Voorzitter, de wethouder heeft in de commissie van oktober ‘22 aangegeven dat er heel veel gegevens voor handen zijn. En dat samenvatten van heel veel gegevens in een overzichtelijke rapportage voor de raad is vast extra werk en moeilijk. Maar het is wel waar iedereen behoefte aan heeft, ook binnen het gemeentehuis denk ik, om te sturen, om een kompas te hebben. Hoeveel huizen werden er afgelopen jaar gebouwd, opgeleverd, sociaal, niet sociaal, bereikbaar, onbereikbaar, wat is in voorbereiding, wat is hard, wat is zacht? En op project niveau hebben we hier inzicht in gekregen bij de aanbieding van de uitvoeringsagenda, begin 2022. Maar hoe het daarna verder ging, eigenlijk weten we het niet. Mijn oproep aan de wethouder is eigenlijk om met een concrete toezegging te komen hoe we de periodieke verantwoording richting de raad vorm gaan geven op het thema wonen. En wellicht is het een idee om in een beeldvormende avond of een bespreekstuk in de commissie aan elkaar te scherpen wat wij als raad verwachten van een dergelijk monitoringsdocument. Het liefst hoor ik eigenlijk van de wethouder dat hij hier al heel goed mee bezig is. En anders zijn wij van harte bereid om dit idee via een motie iets meer voor het voetlicht te brengen. Voorzitter, tot zover even in eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, het Rekenkamerrapport laat zien wat wij al jaren zeggen en hier in deze kamer, in dit huis ook altijd meegeven, te weinig woningbouw. Bijvoorbeeld voor de mensen met een kleine beurs teveel dure woningbouw. Hiernaast wordt Waterwijk gerealiseerd. En de eerste twee fases qua prijzen van de woningen vier ton. Dat is niet bereikbaar voor de meesten. Daarvoor heb je twee lonen nodig, tweeverdieners. Wat betreft de aanbevelingen, die moeten zeker worden overgenomen. En dat bevestigt nogmaals ons verhaal als PvdA de afgelopen jaren, dat we steeds meer moeten gaan bouwen en sneller. Mijn pleidooi richting de wethouder is dan ook om niet stil te staan. De heer Jumelet gaf aan, vol gas geven. Daar zijn we ook voor, om ook Bleizo-West snel mogelijk te realiseren, met dertig procent sociale huur en zestig procent bereikbare woningen. Om zodoende de prestaties van ons Lansingerland op te krikken in de regio. Als we de regio vergelijken met Lansingerland met andere gemeentes, zijn we nu de Zuidlaren van Nederland en de Wassenaar met hele dure woningen. Als je op Funda kijkt, dan is het gemiddelde prijs vijf ton. Best wel schandalig eigenlijk. Als je wil kijken naar de woningnood, de maatschappelijke nood die er is om voor inwoners een betaalbare woning te zorgen voor iedereen.
Mijn pleidooi is om daar niet te lang mee te wachten en zoveel mogelijk vooruitgang te boeken om een recht voor iedereen mogelijk te maken. Dank u wel. De voorzitter: Er is een interruptie van de Hofman, denk ik.
14/31
De heer Hofman: Voorzitter, even een kleine vraag aan de heer Xhemaili. De heer Xhemaili noemde Waterwijk en koopprijzen vanaf 4 ton. In deze gemeente noemen wij woningen bereikbaar als ze onder de NHG-norm zijn. Die is vastgesteld op 435.000 voor begin dit jaar. En met energiebesparende maatregelen zelfs 461. Kijk uit, dat noemen we tegenwoordig al bereikbaar. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Ik ben daar zeer op de hoogte van, de heer Hofman. Dat klopt. Maar ik kan me nog een STEK-rapport heugen uit 2018 of ‘19 of misschien zelfs ’20. En daarin was het vraag en aanbod van de mensen in Lansingerland tweeënhalf ton, waar mensen behoefte aan hadden qua wat wordt aangeboden en waar de behoefte ligt van de gemiddelde Lansingerlander, en zeker de jongeren. Er zit twee ton verschil. En dat baart me oprecht zorgen. Of we dat gelijk kunnen oplossen, weet ik niet. Maar mijn pleidooi is nogmaals om daar zo snel mogelijk aan slag te gaan met zoveel mogelijk woning te bouwen, die wel zoveel mogelijk bereikbaar zijn voor de mensen met een niet zo brede beurs. De voorzitter: Eens even kijken. Mijnheer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank u wel, voorzitter. De Rekenkamer constateerde terecht, en dat zie ik volgens mij ook in dit debat, de huidige woonopgave overstijgt gewoon politieke partijen.
Er is geen politieke partij die het niet als de uitdaging ziet voor de komende jaren. Ook nuttig dat we dit rapport hebben. Het is een interessante variant, ook als je kijkt met welke gemeenten het vergeleken is. Ik herken me wel een beetje in de woorden die mijnheer Meuldijk heeft gezegd. Het is wel goed dat het onderzoek is gedaan. We zien belangrijke knelpunten. We zien uitdagingen. Het gaat dan over die definities, over de doelgroepen en de noodzaak voor betere data en sturing. En ondanks die meerwaarde van het rapport onderschrijven ook wel op hoofdlijnen de kritische reactie die het college heeft gegeven. Want we zien ook wel een paar aanknopingspunten, of hoe heet het, aanbeveling waarvan we denken, moet je dat regionaal willen gaan oplossen? Neem even met die definities. Volgens mij sluit ik me erg aan bij de opmerking van de heer Meuldijk, dat past ook beter op een ander schaalniveau. ChristenUnie raakte één van de twee punten die ik ook graag wilden benoemen. Want ik heb met name het rapport bekeken, zeker nadat het college zei, we nemen de aanbevelingen over van, wat zit er ook voor aanbeveling aan onze kant in? De eerste werden door de ChristenUnie goed benoemd. De Rekenkamer constateert volgens mij ook terecht dat voor onze rol het ook goed is dat wij zicht hebben op vraag en aanbod, zal ik maar zeggen. Dat we een goede afweging kunnen maken. Niet versnipperen.
Informatie krijgen. Ik ben ook benieuwd naar de toezegging van de wethouder. Tweede punt waar de Rekenkamer ons ook op adviseert, is dat wordt aangegeven dat het voor ons van belang is als gemeenteraad om op de hoogte te zijn wat er in de regio wordt afgesproken wat de inzet voor onze gemeente is in de regio. En dat wij daar ook tijdig steeds rekenschap van kunnen nemen in de bijsturing van ons eigen beleid. En dat wij die kaders, of hoe heet dat, die inzet ook van tevoren goed krijgen. Ik ben ook wel benieuwd wat de wethouder... Want volgens mij wordt daar ook van... Ik citeer even letterlijk: “Het college gaat de raad extra meenemen op het regionaal woonbeleid”. Maar wat gaat het college daarin doen en hoe kunnen wij dat zeker combineren met een mogelijk andere toezegging? Daar ben ik heel benieuwd naar. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Dank, voorzitter. Wat mij opviel, bij de eerste aanbeveling gaat het vooral over de particuliere woningen, de sociale huur en de koopwoningen, dat daar nauwelijks grip op is. En dat werd ook wel duidelijk in de beeldvorming afgelopen najaar, toen de Rekenkamer directeur ons meenam met dit onderwerp. Ze had het toen zelfs over valse sociale particuliere woningen, omdat er eigenlijk weinig zicht is op die groep woningen. Er is namelijk geen verplichting om de huurprijs bekend te maken.
En daarnaast is een particuliere woning korter in de sociale huur dan een corporatiewoning. En ik lees dat het college de hulp vraagt van het Rijk. Ik ben wel benieuwd wat het college hiervan verwacht. Tweede punt, en daar is ook al eerder over gesproken nu, dat is de monitoring. Ook in die beeldvorming kwam dat naar voren. Ook wij als raad moeten meer monitoren. En dat zou kunnen middels de Omgevingsvisie. Ik denk de raad neemt het initiatief of het college neemt het initiatief om die Omgevingsvisie misschien om de twee jaar te updaten, zodat we bouwen naar behoefte. En dan vooral, zou ik zeggen, behoefte van onze gemeente. Wat mij bekroop bij het lezen van het stuk en de aanbeveling en de reactie, in hoeverre zijn wij straks nog wel aan het stuur wat het bouwen betreft in Lansingerland? Want dit is een regionaal rapport. En we accepteren de aanbeveling, maar ik neem toch aan dat wij als Lansingerland ook zo onze eigen wensen hebben. De voorzitter: Mijnheer Van Harn De heer Van Harn: Hoe kunnen we voorkomen dat wij overruled worden door de provincie?
15/31
De voorzitter: Een interruptie van de heer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik werd weer getriggerd door collega Van Harn, net als bij de heer Meuldijk, over het bouwen voor Lansingerlanders. Daar kan ik wat in vinden. Maar we zitten volgens mij in een samenwerkingsverband dat niet altijd zo werkt, als het gaat om sociale huur in de regio. En een tweede vraag die ik heb, of de eerste vraag eigenlijk die ik heb richting de heer Van Harn, bent u het met mij eens dat ook voor de eigen inwoners er nu geen betaalbare woningen zijn in Lansingerland? De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Geen betaalbare woningen? Ik denk dat de heer Hofman terecht aangaf wat op dit moment de regels zijn. En die liggen landelijk vast. Ik denk dat je daar moeilijk aan kan ontkomen. Het volgende punt wat ik wil maken, en dat is ook naar de heer Meuldijk, dat... De voorzitter: Mijnheer Van Harm, ik zie dat de heer Xhemaili toch nog erop terug wil komen. De heer Xhemaili: Ik snap ook, net als richting de heer Hofman mijn antwoord die ik gaf, dat dat een landelijke norm is. Maar dat is, als we het omrekenen naar hoeveel iemand moet verdienen als iemand een starter is, een leraar, een wijkagent, arbeider in de kas, die kan hier nooit in Lansingerland wonen met zulke absurde bedragen. De voorzitter: Eerst even de heer Van Harn.
De heer Van Harn: Dan stel ik toch een tegenvraag aan de heer Xhemaili. Wat kunnen we daaraan doen? De voorzitter: Een antwoord van de heer Xhemaili. De heer Xhemaili: Ik heb daar maar één antwoord op. Dat is bouwen, bouwen, bouwen. En dat is een kreet van een collega van de VVD. En dat is volbouwen in Bleizo, Merenweg, Lange Vaart. En dan voornamelijk dertig procent sociaal en zestig procent bereikbaar. Onder de vier ton. Rond drieënhalf, drie ton. Wordt een uitdaging, maar dat is wel hoe je voor de normale middenmoot, Jan Modaal, bouwt. De voorzitter: En ik ga nog even verder naar de heer Jumelet, want die had ook nog een interruptie. De heer J. Jumelet: Voorzitter, toch een vraag aan de heer Van Harn, ook indirect een klein beetje aan de heer Hofman. Volgens mij zijn wij toch bekend of bent u toch ook bekend met de enorme lange wachttijd voor een sociale huurwoning via 3B Wonen bijvoorbeeld. Ik geloof dat die inmiddels vijf of zes jaar bedraagt. Jongeren kunnen niet terecht. Ouderen kunnen niet doorschuiven, omdat er geen seniorenwoningen zijn. In die zin zijn wij toch al jarenlang bekend met de onevenwichtigheid in vraag en aanbod binnen onze eigen gemeente. En op uw vraag aan mijnheer Xhemaili van, wat is dan de oplossing, dat is inderdaad bouwen. Maar inderdaad, zoals u het zelf zegt, toch ook voor doelgroepen. Maar dan ook echt met elkaar tempo maken op dat onderwerp.
Of bent u daar een andere mening op toegedaan? De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Nee, ik ben daar geen andere mening toegedaan. Ik verwijs graag gewoon naar wat we hebben afgesproken over Wilderszijde. En het lijkt wel alsof dat bijna niet meer bekend is. We hebben daar vijftig procent betaalbaar afgesproken en vijftig procent vrije sector. En ik hoor daar weinig van, op dit moment. Ik ga verder met mijn verhaal, voorzitter. Ik was gebleven bij de monitoring, dat die heel belangrijk is en dat we daar periodiek mee bezig moeten gaan. Ook dat het gevaar erin schuilt dat wij als Lansingerland nauwelijks meer misschien aan het stuur zitten, als wij ons laten gezeggen door de provincie... En dan de risico's. Het laatste punt van de aanbeveling ging over de risico's. Wat als de doelen bijvoorbeeld niet worden gehaald? Als er te weinig wordt gebouwd? En dan? Wie heeft daar het antwoord op, als er niet sneller gebouwd wordt? Nog een afsluitende vraag, voorzitter. Dat gaat over het Regioakkoord. Voor zover ik weet zijn we daar als raad niet of nauwelijks in meegenomen. En dat sluit misschien ook wel aan bij de woorden van de heer Hofman, dat wij wat vaker en juister, correcter geïnformeerd willen worden als raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Eens even kijken wie... Mijnheer Ivo De Graaf is eerder. De heer De Graaf: Jammer. Ik was eerder.
Dank u wel, voorzitter. Ik zit toch met enige verwondering te luisteren naar de discussie vanavond. Als ik kijk naar het raadsvoorstel wat er ligt, dat is vrij simpel. Dat
16/31
zegt, er ligt een mooi Rekenkamerrapport en er staan aanbevelingen in en die nemen we over en bent u het daarmee eens? Het antwoord erop, ja, zijn we het mee eens. En misschien doen we het al, dat is dan alleen maar mooi of overbodig. Maakt niet uit. Maar daar zijn we het mee eens. En ik proef hier wel in het hele debat enorme behoefte om met elkaar discussie te voeren, debat te voeren over de effectiviteit van onze Woonvisie en onze uitvoeringsagenda. En op welke punten dat dan misschien over twee jaar, als we een nieuwe visie hier vast gaan stellen, dat anders moet. En het lijkt alsof we dit punt van die vijf aanbevelingen gaan gebruiken om dat debat te voeren. En ik denk dat we wel ons af moeten vragen, voeren we dat debat misschien niet te weinig? En dan ben ik ook heel geïnteresseerd in het antwoord op de vraag van de heer Hofman van, hoe zit het nou eigenlijk met die monitoring en die voortgang? Want dat is dan misschien een mooie aanleiding om dat debat eens met elkaar te voeren. En ik zie een interruptie. De voorzitter: Mijnheer De Graaf, de heer Jumelet heeft een interruptie. De heer J. Jumelet: Dank u wel, voorzitter. Maar in principe heeft u wel gelijk, maar anderzijds zou je ook kunnen zeggen, het feit dat je meer zicht gaat krijgen op zaken, dieper zicht gaat krijgen op zaken, dan heeft het consequenties voor je stuur.
En als het gaat om het stuur, dan zijn wij zelf aan de beurt. En dan kom je natuurlijk op het debat, wat we nu ook deels een beetje voeren van, wat gaan wij daar dan doen met dat zicht wat we hebben? Met andere woorden, het zijn wel twee dingen die heel nadrukkelijk aan met elkaar verbonden zijn. Of wilde u dat dan heel geïsoleerd van elkaar benaderen? Eerst maar over zicht. En de vervolgvraag die zien we dan wel als het gaat om sturen? De voorzitter: mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Nee, integendeel, in antwoord op de vraag van de Jumelet. Er zit wel een duidelijke volgordelijkheid in. We hebben een plan vastgesteld. Dat plan heeft een uitvoeringsagenda. Wij herijken dat elke vijf jaar. Om daarop bij te sturen heb je informatie nodig. Vorig jaar over gesproken. Er zijn dingen op toegezegd. Daar twijfelen we aan of dat voldoende is of niet. In de aanbevelingen staan nog wat extra aan handreikingen en aanbeveling om die informatie verder te verrijken. En als we die hebben, gaan we daar met elkaar op sturen. Volgens mij zijn we het helemaal eens. En ik wil juist ook tempo maken met de goede documenten op tafel van, waar staan we nu eigenlijk in de uitvoering van het hele beleid en waar moet het anders en waarop willen we bijsturen met elkaar om onze ambities te realiseren? Volgens mij verschillen we niet zo heel veel van mening.
Maar ik geloof, aan dat goede lampje te zien, dat de heer Jumelet er iets anders over denkt. De voorzitter: Ik zie de heer Jumelet. De heer J. Jumelet: Maar het is fijn dat we het met elkaar eens zijn, maar dan is mijn vervolgvraag, maar wat betekent dat als u dan reflecteert... Ik zou bijna zeggen op uw eigen gedrag, maar dat klinkt een beetje vervelend. Maar als u dan reflecteert op ons werk als raad, wat betekent dat dan? Als je dan even recent terugkijkt... En dat is ook wat ik gezegd heb in mijn eerste termijn, bij het eerste het beste bouwplan gaan we weer zitten van, mag niet te hoog, niet te breed, mag het een onsje minder of de ontsluiting of dit of dat, waardoor je eigenlijk een hele duidelijke inflatie krijgt op je planvorming. En dan kan je natuurlijk zicht krijgen tot je een ons weegt, maar als je niet durft en niet gaat of elke keer ervan afhaalt, dan blijf je altijd in datzelfde cirkeltje ronddraaien. Met andere woorden, dan is dat zicht krijgen natuurlijk ook niet echt heel interessant meer. De voorzitter: Ik ga even terug naar de heer De Graaf. De heer De Graaf: Ik wilde vragen of het een vraag is, maar dan toch met een vraagteken was volgens mij de vraag. Ik ben het helemaal eens met de heer Jumelet. Alleen dat debat zou ik hier heel graag voeren aan de hand van een concreet stuk, een bespreekstuk of een rapportage, whatever.
Nu zie je dat wij de vijf aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport gaan gebruiken om dat gesprek te voeren. Ik voer het heel graag, want ik denk, wonen houdt ons allemaal bezig. Van de week ook nog even bij RTV Lansingerland gezeten met een collega over onder andere wonen. Morgen komt het waarschijnlijk ook weer bij elkaar in een ander debat. Wonen houdt ons allemaal bezig. En ik denk, daar moeten we het volgens mij vaker over hebben hier in dit huis. En vanavond biedt dit Rekenkamerrapport met de aanbevelingen een aanleiding, maar ik weet niet of dat de juiste aanleiding is. Volgens mij moeten wij ons vooral ook met elkaar beraden hoe wij dit punt eens op de agenda krijgen om te kijken, hoe effectief zijn we met elkaar aan het sturen op dat hele dossier? De voorzitter: En dan is er nog een interruptie van de heer Xhemaili. Toch wel een andere vraag?
17/31
De heer Xhemaili: Meer in ja, nee. Volgens mij is dit juist het gremium om ook nu hierover te discussiëren, want daarvoor zijn we ook hier aangesteld om deze thematiek en dit thema wonen met elkaar te bespreken en mee te geven aan het college hoe zij aan de slag moeten gaan. En daarnaast ben ik het eens met de heer Jumelet, dat wij geen beren moeten creëren voor onszelf als we vaart willen maken over hoogtes, dorpskarakter of geen dorpskarakter, wel of niet zes laags, et cetera. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili, u bent sowieso door uw tijd. En de heer De Graaf wil nog even reageren. De heer Xhemaili: Maar ik gaf antwoord op de vraag van de heer... De voorzitter: U bent nu van slag. De heer Xhemaili: Ik geef antwoord op de vraag van de heer van de VVD. De voorzitter: Maar ik zeg net, uw tijd is om. Ik dacht dat ik mijnheer De Graaf nog even zag. De heer De Graaf: Nee, laat maar. Dank u wel. Ik hou het hierbij voor de eerste termijn. Ik kom er zo nog wel even op terug. De voorzitter: Even kijken. Mijnheer Ruijtenberg nog. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Net als heer De Graaf heb ik met enige verbazing zitten luisteren naar het debat van vanavond. En ik deel zijn conclusie, dat komt waarschijnlijk inderdaad doordat we het in dit huis te weinig hebben over wonen.
We hebben het heel vaak over bestemmingsplannen en Merenweg, de Lange Vaart, komt allemaal voorbij. Maar over een visie van, wat willen we nu eigenlijk, waar willen we heen met Lansingerland, daar voeren we denk ik te weinig de discussie over. En misschien moeten we dat vaker een keer gaan doen in een vorm van een bespreekpunt. Misschien is het wel goed als het college ook deze aanbevelingen over gaat nemen. Dat willen ze gaan doen. Maar daarbij ook een herijking van de Woonvisie doet. En gaat kijken van, wat willen we nu eigenlijk in Lansingerland? Waar willen we naartoe gaan? Want ik zal een paar dingetjes opnoemen. Het feit is namelijk dat wij in Lansingerland, in tegenstelling tot wat mijnheer Meuldijk beweert, hebben wij gewoon veel te weinig sociale huurwoningen. We hebben maar 19 procent. 8 procent van onze woningen is middenhuur. Maar middenhuur is voor heel veel mensen gewoon ontzettend duur en bijna niet te betalen. Je hebt het dan over huur van ongeveer tussen de 1.000 tot 1.200 euro. Dat is voor heel veel mensen te veel geld. Daar komt bij dat 10 procent van de mensen die hier een huis huren, dat zijn dure scheefwoners. En dat zijn mensen die voornamelijk veel te veel betalen voor hun huur.
En waarom betalen ze veel te veel? Omdat er geen sociale huurwoningen zijn? Ze komen niet in aanmerking voor een hypotheek of ze kunnen die niet betalen, omdat wij alleen maar dure, hele dure en extreem dure huizen hebben. Vervolgens zijn ze aangewezen op middenhuur, wat ze eigenlijk ook niet kunnen betalen, omdat wij maar 19 procent sociale huurwoning hebben. Iedereen beweert, die roept, in Lansingerland hebben we te veel sociale huur of we zitten op niveau of dat soort dingen, die sluit zijn ogen voor de werkelijkheid. Als wij ons gaan concentreren op middenhuur, als wij ons gaan concentreren op dure huur, en ik heb horen zeggen, dat past bij onze gemeente, dan jaag je de politieagent, de onderwijzer, de verpleegkundige, de medewerker van de kassen, maar ook de alleenstaande ouders, allemaal weg uit deze gemeente. En ik geloof niet dat we dat willen. Als vergelijking, ik zeg er altijd maar bij en ik doe het nog een keertje, Wassenaar, toch een gemeente die over het algemeen echt als een dure, rijke gemeente wordt beschouwd, daar is 26 procent van hun woningvoorraad sociale huur. Dat is veel meer dan wat wij hebben. Wij moeten omhoog hebben. Deze aanbevelingen van de Rekenkamer zijn goed. Ik vind het goed dat het college het wil omarmen.
Ik roep het college op om hiermee een nieuwe Woonvisie te maken en daarmee echt te concentreren op met name die sociale huur en bereikbare koopwoningen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij heb ik nu iedereen gehad. En dan is het woord nu aan de heer Muis. Ik zie in de tussentijd is de heer Wildeman aangeschoven ter ondersteuning. Er zijn de nodige vragen. Ik hoor monitoring. Ik hoor sturen. Zijn we nog wel aan het sturen? Ik hoor allerlei ideeën van, moeten er nog iets met de Woonvisie gedaan worden enzovoort, enzovoort. Ik ga het allemaal niet herhalen. Maar u heeft ook driftig zitten schrijven, denk ik. Ik zou zeggen, gaat uw gang?
18/31
Wethouder Muis: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad collega vanuit wonen is hier aanwezig om straks even te kijken of ik nog technische vragen heb gemist. Met uw goedvinden kijken we daarna even of er nog aanvullingen zijn. En anders horen we die in de tweede termijn wel. U heeft heel veel gezegd. En dat is heel goed, want dan is al dit werk van de Rekenkamer sowieso niet voor niks geweest. Dat sluit ook eigenlijk een beetje aan bij de heer Meuldijk. Ik ga gewoon even het rijtje maar af. Zijn we te weinig kritisch? Ik hoor de anderen zeggen, juist een kritische reactie. De Rekenkamer is natuurlijk uw Rekenkamer, uw instrument. Wij geven alleen aan, ook bestuurlijk, heeft u natuurlijk in de stukken kunnen lezen, wat we al doen. We proberen dingen daarin te nuanceren. Maar we halen er ook heel veel dingen uit. Het is zeker niet overbodig. Ik zou ook zeker niet willen reageren dat we het niet overnemen, omdat we het allemaal al doen. Want dat is ook niet waar. Want we halen echt wel een aantal zaken eruit waar we natuurlijk weer onszelf kunnen verbeteren. En daar kom ik straks ook bij de heer Hofman op terug van waar we dan mee bezig zijn, waar wij aan denken en wat we ook gaan doen. Om het iets concreter te maken voor de heer Meuldijk, voorzitter, dat gaat dan over het informeren van de raad.
Hebben verschillende fracties ook naar gevraagd van, heeft u dat dan gedaan en hoe en wanneer en waar vinden we dat terug over de onderliggende onderzoeken? Er zijn natuurlijk al eerder onderzoeken geweest voor de eerdere Woonvisie, waar wij natuurlijk ook nog steeds gebruik van maken, maar dat is de vorige raad geweest. Dat is ook logisch dat u die niet allemaal natuurlijk paraat heeft. Daar kom ik straks in het overzicht richting de heer Hofman ook even op terug, hoe we daarmee omgaan. Dan de discussie over de definities. Dat helpt ook als een Rekenkamer constateert dat daar verschillend mee wordt omgegaan. En ook voor de ene gemeente is dat relevanter dan voor de andere. Er werd ook aangehaald sociale huur, koop. Kom ik straks bij de heer Van Harn wel eventjes apart op terug. Maar dan zie je echt duidelijke verschillen. En dat is ook goed voor de discussie die wij regionaal en provinciaal voeren, om die dingen dan ook expliciet te maken. Dat we niet appels met appels zitten te vergelijken daar, maar appels met peren. En dan is de vraag, hoe gaan we dat op een andere manier doen? In die zin helpt zo’n Rekenkamerrapport. Ook in de regio willen ze graag dit syntheserapport van ons zien, bespreken. Het helpt ook ons verhaal, als het breder wordt gedeeld. Er komen nog heel veel meer dingen achter weg.
Bijvoorbeeld ook die onzekerheden die worden benoemd van, moeten wij dat explicieter maken? We halen er best wel wat zaken uit die ons helpen en daarmee ook u helpen om beter aan het stuur te komen, waar ook naar gevraagd is. Even kijken. De heer Meuldijk ging ook nog in op een Hugo’tje. Die definitiekwestie is, die discussie voeren wij natuurlijk regionaal ook. En het zou inderdaad heel erg helpen als er vanuit het Rijk ook eenduidige definities komen. Dan kom ik bij de heer Jumelet van WIJ Lansingerland. Ik ben het natuurlijk erg eens met zijn pleidooi, om ook vooral te kijken in de daadwerkelijke projecten en in de uitvoering van, handelen we met elkaar ook naar die Woonvisie? Dat is één van de momenten, ik zeg niet dat dat het moment is, want je kunt het natuurlijk heel eng maken, zeker niet het enige moment waarop u aan het stuur zit, maar het is wel heel concreet. Dat provincie en Rijk ook moeten leveren, daar zijn we het helemaal mee eens. Dat zijn ook de gesprekken die we regionaal en provinciaal hebben op portefeuilles. Bijvoorbeeld collega Fortuyn rond de N209. Maar zo op heel veel meer dossiers voeren we die gesprekken, maar ook binnen de woonregio voeren we die gesprekken met de corporaties erbij, Maaskoepel, over die kritische succesfactoren. Je kunt zeggen problemen, maar het zijn eigenlijk factoren die het succes belemmeren, waar we iets aan moeten doen.
En we hebben ook in de regio gezegd, laten we alstublieft een keer stoppen met nog meer monitoren op, welk niveau dan ook, want daarmee komen die woningen er echt niet sneller. Sterker nog, al die capaciteit kunnen we beter besteden aan het wegnemen van belemmeringen. Wij willen ook nadrukkelijk in de regio met de provincie, met de corporaties kijken aan verschillende tafels, verschillende gremia van, wat komt er vanuit de regio, vanuit welke regio's, waar zitten echt de bottlenecks? En ga daar eens iets gezamenlijk aan doen. In plaats van nog meer data te vragen en nog weer een systeem erop te los te laten. Dan kom ik bij de heer Hofman. Enerzijds herhaling van zetten van het eerdere Rekenkamerrapport. Dat klopt. Ik werd allemaal mooi geciteerd met een aantal zaken. Volgens mij sta ik daar gewoon nog steeds achter, achter die bewoordingen. Alleen ik ga u even meenemen in wat wij vorig jaar hebben gedaan en wat we komend jaar gaan doen. En dan krijgt u een beeld van wat er allemaal uw kant uitkomt. Tegelijk snap ik dat het gefragmenteerd is. Ik kom ook straks later terug op van, hoe gaan we dat met elkaar op een andere manier doen? Want ik hoor ook heel goed uw wens van, het is gefragmenteerd. Snippers zou ik niet willen zeggen. Ik vind dit zeker geen snippers. Maar ik neem u even snel mee daarin. Ik zal even besparen wat er allemaal voor 2022 gebeurd is.
Maar vorig jaar hebben we bij de Jaarrekening over het jaar ervoor aangegeven hoeveel woningen er zijn opgeleverd totaal, sociaal, overig, betaalbaar. Bij de begroting voor 2024 hebben we aangegeven hoeveel woningen totaal, sociaal, overig, betaalbaar we dit jaar op gaan leveren. We hebben prestatieafspraken gemaakt, eind vorig jaar, voor 2024 en 2025 met de Huurdersvereniging Lansingerland en de woningcorporaties over wat zij gaan doen de komende twee jaar. En er staan ook heel concreet de projecten in met de aantallen woningen en de straten. En nog heel veel meer overigens staat erin. Daarnaast hebben we natuurlijk een
19/31
Regioakkoord 2022. Dat was de actualisatie van het Regioakkoord 2019. In de regio ondertekend. Vervolgens de Regionale Realisatie Agenda Wonen. Afspraken over te bouwen woningen in Lansingerland tussen de regio, gemeente, provincie en Rijk. En die aantallen zijn afgeleid van onze Woonvisie. Ik hoorde ook in de discussie, maar weten wij dat dan? We hebben er allemaal verschillende brieven over gestuurd. En ik heb u volgens mij ook af en toe daarin meegenomen als wij die... Die afspraken zijn ook ondertekend. Dat heeft u waarschijnlijk ook gezien. We hebben het gehad over de Starterslening. Het succes van de Starterslening. U heeft er zelf ook over besloten de leeftijdsgrens los te laten. We hebben het gehad over de heroverweging veroordeling splits onttrekken en samenvoegen, de discussie. Taakstelling over huisvesting van statushouders, de voortgang. Monitoring Woonruimteverdeling. Voortgang woningbouw per project. Dat is waar de heer Jumelet eigenlijk het ook over had. En een monitor van het Regioakkoord, die ook vanaf 2020 jaarlijks plaatsvindt. Toen ik het zelf bij elkaar zag, dacht ik ook, dat is best wel veel. Alleen hoe komt dat tot u? En blijkbaar, en dat trekken wij ons aan, komt dat niet allemaal op dezelfde manier bij u over, zoals dat hier bij ons langskomt. En ik moet zelf ook eerlijk bekennen nu ik het zie denk ik, dat is best wel veel.
Daar was ik me ook niet altijd even bewust van, omdat je zit heel vaak in een discussie rond een bepaald thema. En dat is denk ik ook wat afleidt. En volgens mij zei de heer Ruijtenberg dat ook, dat we heel erg natuurlijk bezig zijn met allerlei projecten en daardoor een beetje vergeten wat gewoon de grote opgave is die we met zijn allen aan het doen zijn. En ik denk dat het heel goed is dat we daarover nadenken hoe we die een andere vorm gaan geven. Niet denk ik in nog meer monitoring, maar om te kijken, hoe kunnen we dat samenpakken in een zinvolle discussie die gericht is op, wat voor opgave we hebben en komen we daar in de buurt? Dan voor komend jaar, komt er aan. Dat is ongeveer wel hetzelfde natuurlijk wat ik net heb geschetst, maar dat is een Jaarmonitor Woonruimteverdeling, regio Rotterdam. Dat gaat over de toewijzing van de vrijkomende sociale huurwoningen. Een raadsinformatiebrief over verschillende betaalbaarheidsinstrumenten, ook Q1. Ten aanzien van betaalbaarheid. En welke we daar wel voor of niet voor in kunnen of willen zetten. Monitor van de uitvoeringsagenda Woonvisie in Q2. Die uitkomsten gaan wij meenemen in het volkshuisvestelijk programma van de Omgevingsvisie 2.0.Eer werd opgeroepen een nieuwe Woonvisie te maken. In die zin gaan we geen nieuwe Woonvisie maken, maar we gaan wel naar het beleid kijken.
En dat gaan we meenemen in dat volkshuisvestelijk programma voor de Omgevingsvisie, in waarschijnlijk Q2. En dan moet het later denk ik in Q3, pin me er niet op vast, maar dan moet dat daarin terecht gaan komen. En dat is ook een moment... Misschien is dat een goed moment ook om uw wensen en ideeën en voorstellen op basis van al die monitoringsrapporten dan in mee te nemen. De voortgang per project. Taakstelling huisvesting statushouders. Er zijn verschillende momenten dat we u daarover informeren. Er komt ook een brief aan over hoe we er nu voorstaan. Zit ook in de voortgangsrapportage iets over opgenomen. Dan bij de Jaarrekening. Dan komt er weer terug hoeveel we natuurlijk in het voorgaand jaar hebben opgeleverd. Dan weer in de begroting. Dan de Omgevingsvisie 2.0. Dan krijgen we ook... Een beeldvorming zijn wij van plan te geven over de huisvesting arbeidsmigranten. Mede naar aanleiding van de discussie over de Nota van Uitgangspunten Leeuwenhoekweg. En dan denken wij ook na, denken we niet alleen over na, dat gaan we ook doen, nieuwe lokale behoefteonderzoeken, omdat de vorige behoefteonderzoeken zijn van 2020. Ik kijk even opzij. Dat klopt. Daar gaan we mee aan de slag, zodat we die ook voor de Omgevingsvisie 2.0 voor het volkshuisvestelijk programma kunnen gebruiken. Heel verhaal.
Ik doe het even bewust om aan te geven dat er best wel veel informatie is en die tot u komt, maar het is inderdaad gefragmenteerd. Is op zich alweer logisch, want het is natuurlijk weer gekoppeld aan bepaalde momenten dat die rapportages er zijn. Dan kom ik, even kijken, bij de heer Xhemaili van de PvdA. Niet stilstaan. Even kijken, had u concrete vragen? Ik heb daar volgens mij niet heel expliciete vragen. Volgens mij was meer de opmerking bouwen, bouwen, bouwen. Dat doen we door inderdaad... Morgen gaan we het erover hebben, wellicht, over Bleizo-West, maar ook over andere projecten. Dan kom ik bij de heer Van Berkel, D66. Ik ben er al eigenlijk op ingegaan bij de heer Meulendijk over die kritische reactie van het college. Hij vond het een kritische reactie. Voor een ander was hij niet kritisch genoeg. Zo is het een beetje de middenweg. Ook de vraag van, hoe worden we op de hoogte gehouden wat in de regio is afgesproken? Is ook goed om te vermelden dat ik altijd natuurlijk tot het maximale ga wat u als kade heeft meegegeven. En probeer dat niet anderen daar over gaan. Zodra dat aan de orde is, kom ik natuurlijk hier terug. Ik maak, of ik, het college maakt geen afspraken die buiten die kaders van de Woonvisie gaan. Als er wordt gezegd, er moeten nog meer woningen komen of nog meer sociaal, dan kom ik bij u terug. Maar tot op heden blijven we binnen die kaders.
In die zin geven we daar rekenschap van. Wat niet wil zeggen dat we u natuurlijk daar nog meer in mee kunnen nemen. Is soms ook wel lastig. Ik zou u heel graag in heel veel dingen mee willen nemen, maar dat zijn bestuurlijke overleggen en dat kan ik helaas niet altijd allemaal delen. De voorzitter: Mijnheer Muis, een interruptie van de heer Van Berkel.
20/31
De heer Van Berkel: Ik ben wel benieuwd, want u geeft in reactie op het Rekenkamerrapport aan dat u de raad actiever gaat betrekken en meer gaat informeren. Ik hoor eigenlijk, we gaan toch een beetje door op de oude voet. En wat kunnen we concreet van het college verwachten? De voorzitter: Mijnheer Muis. Wethouder Muis: Een hele goede vraag. Maar ik probeer ook een beetje te voelen waar u natuurlijk behoefte aan heeft. Want ik heb natuurlijk ook geschetst wat wij allemaal hebben. Het college kan met een voorstel komen van, dit lijkt ons een geschikt moment om een bepaalde discussie te voeren. Ik kan me voorstellen richting dat volkshuisvestelijke programma binnen de Omgevingsvisie 2.0 of in Q3 aan de hand van nieuwe woonbehoefte onderzoeken. Ik denk dat we even tijd nodig hebben om daar een goed voorstel voor te doen, zodat ik nu niet verder uit de heup ga schieten. Voorzitter, dan ga ik verder met de heer Van Harn, CDA. Die ging in op het particulier, sociale huur en koop, om daar grip op te krijgen. Dat is ook precies wat we natuurlijk in een reactie hebben aangegeven, die hebben wij nauwelijks in Lansingerland. Wij zetten juist in op die sociale corporatiewoning, omdat we dan ook weten dat die minimaal 25 jaar tot de voorraad behouden blijft. En het is goed dat dit hier uitgelicht wordt.
Niet in de zin dat het voor ons van toepassing is, maar wel dat hier een verschil wordt gemaakt in de regio dat andere gemeenten deze wel meetellen. Terwijl eigenlijk onze voorraad blijft langer en beter beschermd voor de doelgroep waarvoor we hem willen hebben. 25 jaar. Even kijken. Dan hulp van het Rijk. Misschien kan de heer Van Harn dat straks in tweede termijn even toelichten, want de hulp van het Rijk hebben we op allerlei manieren natuurlijk graag nodig. Maar ik denk dat hij verwijst naar die definitie voor sociaal. Het zijn 175 pagina's. Daar wordt het Rijk vast meerdere keren genoemd. Die ga ik zo even doorgeven aan mijn buurman. Die kan er vast verstandige dingen over zeggen. De Omgevingsvisie haalt de heer Van Harn ook aan. Daar heb ik het ook over gehad. Dat wordt een cyclus waar we vaker kunnen actualiseren, wat ook maakt dat u daar ook vaker en dichter op die bal kan komen te zitten. Dan moeten we ook richting die Omgevingsvisie goed met elkaar bespreken en duidelijk maken hoe dan, wanneer dan en wanneer kunt u daar uw ideeën en wensen in kwijt? En het is een cyclisch proces. Dat is ook goed te beseffen dat we het niet dan vast timmeren voor vijf jaar, maar dat we daar vaker met elkaar aanpassingen in kunnen maken.
Dat sluit een beetje aan op wat de heer Van Harn vroeg, zitten we nog wel aan het stuur wat betreft Lansingerland? Dat heb ik net ook aangegeven, we werken hier binnen de kaders van uw raad als college. En zodra dat niet het geval is, dan melden we dat. Of als de provincie een brief stuurt waarvan we denken, volgens mij gaat dit over onze bevoegdheden heen, dan maken we dat ook expliciet. Wat kun je daar verder aan doen? In elk geval denk ik duidelijk maken naar je regiopartners waar je je handtekening voor hebt gezet. Dat je dat heel graag wil doen. En dat je ook laat zien dat je daar voortgang in houdt. Ook in de projecten die net voorbij zijn gekomen, bijvoorbeeld in Bleiswijk. Maar dat we die vaart erin houden, want dan zien ze ook dat wij het menen en dat we ook aan de slag willen. En dan voorkom je ook dat we aanwijzingen krijgen van, het gaat allemaal niet snel genoeg. Laten we nog eens een aanwijzing geven voor project X of Y. Regioakkoord, daar ben ik volgens mij op ingegaan, dat we brieven hebben gestuurd. Dan kom ik bij de heer De Graaf van de VVD. Een debat over monitoring. Dat is straks even in de tweede termijn de vraag of... Nog steeds denk ik ook aan de heer De Graaf of hij over de monitor dat debat wil of misschien meer behoefte heeft aan een sessie om het in de breedte daarover te hebben of... Daar kunt u denk ik zelf zo straks op ingaan.
Er ontstond even een debatje tussen de heer De Graaf en heer Jumelet. Maar volgens mij is de middenweg, die ik eerder ook aangaf, dat we met elkaar kijken naar, waar zitten de knelpunten, die kritische succesfactoren? Hoe kunnen we daarop acteren? Wie hebben we daarvoor nodig? En het inderdaad daar vaker over hebben. Zoeken naar de juiste vorm en aanleiding. Het reguleren, waar de heer Ruijtenberg het over had. En volgens mij heb ik die vraag ook al inmiddels beantwoord van de heer Ruijtenberg. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Nu over naar de heer Wildeman? De heer Wildeman: Ten aanzien van de vraag van de heer Van Harn. Het Rijk ziet sociale huurvoorraad of de sociale woningvoorraad anders dan dat we als de regio nu hebben afgesproken. Want de regio ziet de sociale woningvoorraad als gewone sociale huur van woningcorporaties, maar ook als de particuliere huur. En het Rijk ziet eigenlijk die particuliere huur niet als de sociale woningvoorraad. En daar zit nu inderdaad een verschil in. En we kunnen ons voorstellen dat te zijner tijd, als de regie van het Rijk wat duidelijker wordt, dat dan ook de regio met die definitie gaat meten. Dat is eventjes de toelichting op de opmerking die u heeft gemaakt.
21/31
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over naar het tweede termijn. Houdt u wel rekening met uw tijd, want sommigen hebben totaal geen tijd meer. Helaas, pindakaas, om maar zo te noemen. Wie? Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, dank u wel. Ik wil de wethouder bedanken voor de uitgebreide beantwoording rondom wat we allemaal wel hebben gekregen aan monitoring. En ik wil het een beetje samenvatten en ook misschien daar gelijk een voorstel in proberen te gaan doen. Want met de heren De Graaf en Ruijtenberg in eerste termijn, ik ben het wel met ze eens. Eigenlijk we praten ook gewoon te weinig over wonen. En we hebben er te weinig handvatten voor om er goed het goede gesprek over te kunnen voeren. Wat mij betreft, het zwaartepunt rondom de monitoring, zoals de wethouder dat aangeeft, dat ligt wel een beetje rondom het sociale domein of rondom sociale woningbouw en doelgroepen woningbouw. Wat ik eigenlijk een beetje gemist heb zelf toen ik afgelopen week ging kijken van, wat hebben we eigenlijk gekregen? Dat zijn eigenlijk de begroting en de Jaarrekening. Dat zijn hele grote alles stukken, die worden behandeld in een andere commissie, namelijk in Algemeen Bestuur. En daar sneeuwen ze wellicht een beetje onder.
En als ik dan kijk van, hoe zou het handig zijn om voor ons als commissie Ruimte het dossier wonen hier op een goede manier te bespreken, dan denk ik dat de dingen die nu... Ik heb even snel de begroting erbij gepakt. Ik denk, als ik die cijfers afgelopen vrijdag, toen ik me aan het voorbereiden was, had gelezen, was ik misschien wel wat minder kritisch geweest naar de wethouder. Maar ze staan nu een beetje verstopt. Ze sneeuwen nu onder. En ik denk dat het goed is om voor onszelf te komen naar een jaarlijks monitoring evaluatiemoment, waarin we zeggen, breng al die dingen die we elk jaar gekregen hebben bij elkaar en maak daar een bespreekstuk van als college. Als we dat gaan doen, ben ik hartstikke blij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie volgt? Mijnheer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank, voorzitter. En ook inderdaad dank voor de uitgebreide beantwoording. Ik sluit me eigenlijk volledig aan bij de woorden van de ChristenUnie. Volgens mij hebben wij deze discussie eigenlijk parallel aan een discussie die vijf jaar geleden in de Kamer werd gevoerd. Daar zei ook elke keer de minister toen de woningbouwopgave werd benoemd, dat staat in die begroting. En u kunt harde plancapaciteitscijfers opvragen bij de provincie. En u krijgt het allemaal cumulatief. Ergens kunt u dat wel terughalen.
Maar het heeft die politieke discussie erg helpen sturen, door gewoon elk jaar een Woonmonitor te sturen, zodat wij ook goed aan het stuur komen. Want volgens mij is dat ook een beetje de les vanuit het Rekenkamerrapport. We geloven echt wel dat u niks te verbergen heeft, zal ik maar zeggen. Maar gewoon het goed inzichtelijk maken, zodat wij de discussie die we hier met elkaar misschien ook wat versnipperd voeren, dat we die op een geijkt moment, aan de hand van uniforme cijfers, kunnen voeren. Volgens mij helpt dat het debat. Ik ondersteun het betoog van de ChristenUnie volledig. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jumelet. De heer J. Jumelet: Dank u wel, voorzitter. We hebben het elke keer over zicht krijgen. Ik heb al aangegeven, ik wil heel graag ook kijken naar het stuur. Want laten we niet vergeten, de disbalans die er is op onze woningmarkt is groot en die wordt eigenlijk met de dag erger. En zowel landelijk, provinciaal, maar ook plaatselijk hebben we gewoon te maken met een wooncrisis. Laten we dat alsjeblieft niet vergeten. En laten we alsjeblieft ook, en dat is wat de heer De Graaf ook aangaf, zo snel mogelijk het gesprek maar gaan krijgen om te gaan sturen en daadwerkelijk die wooncrisis aan te gaan pakken. Want uiteindelijk gaat het daarom. En wat de wethouder ook aangaf, we kunnen natuurlijk nog heel veel meer informatie...
Maar uiteindelijk weten we wel waar het over gaat. En volgens mij is er gewoon heel veel werk aan de winkel en moeten we nu echt gewoon aan de bak. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Eens even kijken. Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording. Ik kan een heel end meegaan in het voorstel van de heer Hofman. Ik geloof oprecht dat wij bij elkaar opgeteld op heel veel plekken heel veel informatie hebben en dat er niet heel veel extra aan monitoring en zo geïnitieerd hoeft te worden. De crux zit hem denk ik in om dat op een behapbare manier tot één verhaal maken, waar we periodiek met elkaar in dit huis het gesprek over hebben. Het gesprek over, liggen we op schema van de uitvoeringsagenda van onze Woonvisie en is die nog actueel? Die twee vragen moet je volgens mij zo periodiek met elkaar beantwoorden. En dan één keer per jaar dat is dan misschien periodiek genoeg. Exacte vorm of frequentie, daar ben ik nog niet helemaal uit. Maar ik denk dat wij met
22/31
elkaar weleens na moeten denken hoe wij dit onderwerp op gezette tijden als één geheel met elkaar gaan bespreken. Ik zou me niet alleen willen beperken tot het sociale domein. Daar zit natuurlijk wel heel veel urgentie en heel veel pijn. Maar het gaat me met name bij wonen ook op de integraliteit van het hele dossier. Gewoon het hele woondossier periodiek met elkaar oppakken. En de vorm gaan we elkaar nog wel in vinden, op korte termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken. Wie volgt? Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Dank, voorzitter. Dank ook aan de wethouder voor zijn antwoord. En wat de heer Hofman en de heer De Graaf ook al aanhalen, eigenlijk gaat het erom, wat was de planning en wat is er gerealiseerd? Dat is eigenlijk waar we steeds naar op zoek zijn. En hopelijk door al die plaatjes bij elkaar te brengen, wordt dat binnenkort heel duidelijk. Dank u wel. De voorzitter: Ik ga naar de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel. Ik wil ook de wethouder en de ambtenaar voornamelijk bedanken voor hun beantwoording. Goed om dat inzichtelijk te krijgen. Ik heb de heer Hofman horen praten over dat hij op een gegeven moment een stuk wil hebben. Als ik het fout heb beluisterd, dan moet hij me wel even corrigeren daarin. Even aandacht, mijnheer Hofman. Waarin u heeft aangegeven volgens mij dat u een begroting of in jaarcijfers nu concrete cijfers mist.
Maar omdat het bij de commissie Algemeen Bestuur ligt, als ik u goed heb begrepen, maar juist in een... We hebben een gezamenlijke commissie over de begroting. En ik weet dat mijn buren, niet alleen de heer Azzouzi, maar ook zijn voorgangster heeft elk jaar daar weer het gesprek over, wat doen we met woningbouw, hoeveel woningen hebben, wat doen we, enzovoort, enzovoort. Ik weet niet of u daarnaar op zoek bent, want dat is iets wat de heer Azzouzi in ieder geval elke keer aansnijdt. De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Ik zal het proberen in vraagvorm te doen. Wist u dat... In de begroting bespreken we heel veel. En het onderwerp wonen sneeuwt daarin onder als we dat daar ook in moeten gaan bespreken. En bovendien, u bent dan toevallig fractievoorzitter en onderdeel van de commissie Ruimte, maar het zijn altijd onze fractievoorzitters die dan dat dossier voor ons mogen doen. Wist u dat eigenlijk? De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ja, dat wist ik inderdaad. Dat is een hele goede interruptie van de heer Hofman. Dank daarvoor. Nou is het wel zo dat bij GroenLinks toevallig de begroting gedaan wordt door niet een fractievoorzitter, maar door onze financieel expert. Maar dat is een ander verhaal. Maar ik concludeer wel inderdaad wat u zegt van, haal het eruit. Geef het extra meer aandacht, zodat we het beter kunnen bespreken daarin.
En daarbij zeg ik wel bij de wethouder, we hoeven niet inderdaad een hele nieuwe Woonvisie te schrijven. Wat we wel vinden, is dat we gewoon gaat herijken van, staan we nog op de goede koers? En als we dat inderdaad één keer per periode bespreken.... Ik zie een... De voorzitter: Dat heeft u goed gezien. Maar mijnheer Hofman heeft geen tijd meer. Helaas. De heer Ruijtenberg: En als we inderdaad zeggen van, we doen een herijking. Die bespreken we één keer per jaar of twee keer per jaar, zodat we weten, hebben we nog de goede gesprekken, zijn we nog op koers? Dat zou wat ons betreft heel goed zijn daarin. En ik ben het ook eens inderdaad, de sociale huurwoningen zijn het belangrijkste. Daar is een gebrek aan. Daar moet de focus op liggen. Maar we moeten niet vergeten dat we ook ons moeten richten juist op die goedkope koopwoningen, zodat ook die meegenomen kunnen worden. En die dure woningen hebben we echt wel genoeg. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij heb ik, voor zover mogelijk, iedereen gehad. We gaan nog even terug naar de wethouder. Ik heb het nodige gehoord en misschien wat toezeggingen of op wat voorstellen aanscherpingen, laat ik het zo maar zeggen. En ik ben benieuwd wat uw reactie daarop is. Want de samenvoeging van een heleboel gegevens en toch zo periodiek, dat is even wat... Dat we daarover kunnen praten. Dat heb ik toch wel zo beluisterd.
Maar ik hoor het graag c.q. wij horen het graag. Wethouder Muis: Dank u wel. De heer Hofman gaf aan, het zwaartepunt ligt op sociaal, doelgroepen. Het ligt op sociaal en betaalbaar. Alleen tegelijk, dat is misschien iets onderbelicht gebleven door de
23/31
veelheid aan momenten waarop u wordt geïnformeerd, maar wat op dit moment het instrument of het stuk is waarin u kunt zien van, wat hebben we afgesproken en waar staan we, dat is die monitor van de uitvoeringsagenda van de Woonvisie. Die komt nu in Q2. En daarna komt dat in de beleidscyclus van de Omgevingsvisie als volkshuisvestelijk programma. En dan gaan we het smarter maken. En dan komt het in tweede helft van dit jaar dan. Overigens die uitvoeringsagenda Woonvisie gaat over het hele woondossier. Dat is niet alleen sociaal. Dat is wel het brede verhaal. En dat gaat straks over in die Omgevingsvisie in het volkshuisvestelijke programma. Dan is even de zoektocht, wat wilt u daar dan precies in hebben en hoe wilt u dat gaan bespreken? Ik heb gehoord, de heer Hofman doet een voorstel voor een bespreekstuk. Maar ik zou dit dan vooral daarin meenemen om te weten van, hoe wilde u het tot nu toe? Want dat is natuurlijk ook zo, is de afspraak met de raad om via die P&C-cyclus u op gezette tijden die stukken toe te doen komen. Niet dat wij denken, laten we het eens versnipperen over het hele jaar, maar het is een afspraak met u. En dat gaan we straks anders doen met die Omgevingsvisie, omdat het meer cyclisch is. Dan de heer Van Berkel ondersteunde dat punt van de heer Hofman. De heer Jumelet, heel terecht die toenemende druk vanuit Rijk, provincie, regio.
Dat maakt ook dat we u beter, extra, wat u wil, informeren en meenemen in die discussies die er plaatsvinden, die u in de krant leest en waar u ook de brieven over leest vanuit de verschillende gremia. Op die manier komen we daaraan tegemoet. Dan de heer De Graaf, een behapbaar stuk. In die zin verwijs ik ook nu voor dit moment Q2 naar die uitvoeringsagenda. En dan vervolgens inderdaad die beleidscyclus waarin alles terechtkomt. Kom bij de heer Ruijtenberg, over het herijken van de Woonvisie. Daar hebben we eigenlijk al min of meer antwoord op gegeven. Volgens mij is dat het, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Ik heb verder geen interrupties gezien. Mijnheer De Graaf. Oei. Eens even kijken. Nog net. Vooruit. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik zat even te sparren met mijn collega, die echt diep in het rood zat. Ik denk, ik neem de honneurs gezamenlijk waar. Dank, wethouder, voor de nadere toelichting. We zaten even te kauwen op dat document wat u noemde, of dat precies... Als dat precies is wat we zoeken, dan zijn we klaar. Aan de andere kant kunnen we ook van tevoren nadenken hoe we het precies willen hebben. We zitten erover na... Misschien dat we één en één of we dat bij elkaar kunnen brengen. Is het mogelijk om bijvoorbeeld al aan te geven, vrij kort op memoniveau, hoe die... Want dat heette de uitvoerings... Precies, die.
Wat de inhoud daarvan is en de details. Dat we een beetje gevoel hebben van, gaat dat aan onze behoefte voldoen? Als u daar wat meer inzicht in geeft welke informatie dan wanneer precies tot ons komt, dan kunnen we misschien zeggen van, dat voorziet aan de behoefte. En op grond daarvan gaan we hier het woondebat met elkaar voeren. Om te voorkomen dat we dubbel werk doen. Kan de wethouder dan dat specifieke punt toezeggen wellicht? De voorzitter: U ziet, er is even overleg onderling. Maar kan de wethouder of de heer Wildeman daar een reactie op geven? De heer Wildeman: Doet hij het? Gelukkig. Zijn natuurlijk allemaal door u maatregelen vastgesteld om uitvoering te geven aan de Woonvisie. Dat zijn er best wel een aantal. Waaronder inderdaad sociale woningbouw, betaalbare woningbouw, gelijkvloerse woningbouw. En ik kan nog wel eventjes zo doorgaan. Wij zijn nu bezig om al die maatregelen beet te pakken, te kijken, hoe staat het ervoor? Wat gaat goed? Wat gaat niet goed? En wat kunnen we u meegeven om er verder mee te gaan? Wat ik vanavond heb gehoord in ieder geval, is datgene waar we nu mee bezig zijn, wat in Q2 uw kant op komt, is de behoefte die u volgens mij heeft. Het lijkt mij, als we er nog iets aparts bij moeten gaan maken, dan zijn we met twee dezelfde dingen bezig. De voorzitter: Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dat twee dubbel werk wilde ik ook juist voorkomen.
Maar ik wil even... Hoe voorkomen we dat de veronderstelling die u doet dat dit het document is waar we op zitten te wachten, dat we dat met elkaar zeker weten. Kan er nog een klein stapje voor om iets af te stemmen of in een eerste concept of whatever? De voorzitter: Mijnheer Muis. Wethouder Muis: Ik vaar natuurlijk blind op mijn buurman. Maar ik snap uw vraag, dat u dat graag wel eigenlijk op een rijtje wil zien. En volgens mij is dat ook denk ik prima om daar een toezegging over te doen, dat we de outline daarvan, wat daar dan in komt, niet de inhoudt, maar wel waar het over gaat.
24/31
Want daar heeft u behoefte aan. En dan kunt u beoordelen, is dit wat wij bedoelen? Ik ga uit van wel, maar laten we het maar ervaren. Dank u wel. Als u dat wil tenminste. De voorzitter: We zijn aan het eind gekomen ten aanzien van dit Rekenrapport. Ik hoorde de heer De Graaf op een gegeven moment zeggen, er is een gevraagde beslissing. En dat ging over die vijf aanbevelingen. Ik heb daar verder weinig over gehoord dat dat toch... Was dat toch wel het punt? Volgens mij hoorde ik daar heel weinig over. Ik ga ervan uit dat dat akkoord is. En wat ik in het begin zei, misschien heeft u een aanscherping, die is hierbij gekomen. En ik heb gehoord van de wethouder dat er een toezegging komt, dat er een uitvoeringsagenda Woonvisie Q2 komt en dat Q3, 4 de Omgevingsvisie in de vorm van een beleidsvisie, dat we daar ook nog het nodige over gaan horen. Met andere woorden, het voorstel, de gevraagde beslissing, dan zeggen we ja, is mijn... Een hamerstuk. En dan wat er allemaal nog aan toezeggingen is. En wordt vervolgd. c. Bestemmingsplan Urban Logistics Campus (ULC A12) De voorzitter: Dan gaan wij over tot punt 6C. Het bestemmingsplan Urban Logistics Campus. Wij hebben in de vorige commissievergadering dat bestemmingsplan gehad. En toen kregen wij na de commissievergadering, twee dagen erna volgens mij, nog een brief van de Gasunie.
Met andere woorden, dat was toch wel zodanig dat we gezegd hebben, dat moeten we toch even nader bespreken. Voor vanavond is het deze brief die ter bespreking staat. Dat wil ik nog even toch wel naar voren brengen. Wie mag ik het woord erover geven? Mijnheer Blonk. De heer Blonk: Voorzitter, u vatte het net goed samen. De raad heeft toen tijdens de raad besloten van, we gaan dat nu even doorschuiven naar de volgende maand, omdat wij op zo korte termijn we niet konden overzien wat de gevolgen daarvan zijn. Dat hebben we nu wel kunnen doen. En ik heb in de commissie Ruimte van 11 december ‘23 aangegeven dat dit voor Leefbaar 3B een hamerstuk was. En de info van de Gasunie en de ambtshalve wijziging in de zienswijze is voor ons geen aanleiding om daar van het standpunt af te wijken. Blijft een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik kan voor een heel groot deel aansluiten bij de bewoordingen van de heer Blonk. Voor ons was het toen ook een hamerstuk. En het voorliggende stuk is geen aanleiding om daarvan af te wijken, af te zien. Wel een vraag naar de wethouder. Want dit is dan een vrij late mutant, wezenlijke mutant in het proces.
We lazen eerder dat tijdens de zienswijzeprocedure ook al wat wijzigingen zijn doorgevoerd in het dossier, die niet te maken hadden met de zienswijze, maar sowieso noodzakelijk waren. Hoe stabiel is dit dossier nu? Is het hem dan nu echt? Is het nu klaar? En hebben we vertrouwen dat dit goed komt? Ik kan me voorstellen dat er geen zekerheden hier afgegeven kunnen worden, maar toch een klein beetje comfort is wel lekker. Dank u wel. De voorzitter: We gaan naar de heer Ammerlaan. De heer Ammerlaan: Voorzitter, dank u wel. Wij hebben wat vragen gesteld. Allereerst bedankt voor de snelle beantwoording. We hebben twee vragen gesteld, met verschillende onderwerpen. In het overzicht van de schriftelijke vragen in iBabs staat nog steeds open dat die vragen niet beantwoord zijn. Maar in de bijgevoegde stukken bij het raadsvoorstel is de beantwoording van deze twee vragen samengevoegd met een andere titel. Dat vind ik toch wel onjuist en verwarrend. Uit die beantwoording van onze vraag over de brief van 15 december, blijkt dat er reeds op 10 november ‘23 bekend was dat er mogelijk een aanpassing moest komen in het bestemmingsplan ULC A12. En mijnheer De Graaf zei ook al van, is dit het? Toen waren er ook al lichte twijfels. Er was wat aan de hand, blijkt.
Uit die beantwoording blijkt dat het college wel wist dat mogelijk die aanpassing gedaan moest worden, van het ontwerpbestemmingsplan. Maar het college vond het kennelijk niet noodzakelijk om eventueel die agendering uit te stellen. Of ze hadden ook kunnen zeggen tegen de commissie van, we delen u mede, er is nog iets gaande, voor of tijdens de vergadering. Maar ook dat hebben we niet gehad. Dat vind ik toch wel een gemis. En sterker, tijdens de commissie heeft mijn buurvrouw, mevrouw Boonstra van WIJ Lansingerland, nog vragen gesteld over die gasleiding. Waarop mevrouw Cnossen antwoordde dat de Gasunie een belangrijke partner in dit bestemmingsplan is. Waarom toen niet eventjes ons geïnformeerd dat er misschien nog iets speelde? Dat had toch wel fijner geweest dan die brief die er kwam. Dat wat dat betreft. Dan de toestemming over het bouwen van een gedeelte binnen het ULC A12, kon blijkbaar met een kleine afwijking binnen het huidige bestemmingsplan gerealiseerd worden. Dat had voor iedereen, voor raad en inwoners, duidelijker geweest als het college ons hierover had geïnformeerd,
25/31
omdat je het over het ULC A12 hebt. En dan zie je daar ineens wat voorbijkomen. Dat vond ik heel onduidelijk. Onze conclusie daarbij is, dat voorstel van het college in de brief van 15 december, om het raadsvoorstel tussentijds, tussen de commissievergadering en de raad, aan te passen, dat vonden wij eigenlijk maar broddelwerk, om het zo eens even te zeggen. Dat zou niet moeten. En als de wethouder er toen iets over gezegd had, dan had die brief wat makkelijker misschien geland bij ons, denk ik. Vanuit het college is er geen open en transparante informatie naar de gemeenteraad geweest met betrekking tot UCL. En dat vinden we eigenlijk al een tekortkoming. Met betrekking tot de geel gearceerde aanpassing op bladzijde 1078, het was even zoeken, maar ik heb een hulplijn gevraagd... Ik breng het nog even naar voren, want ook dat vond ik matig, dat dat er zo stond. Zoek het maar op. Er stond, het gearceerde gedeelte. Ik kon het zo niet vinden. Maar lang verhaal kort, wij kunnen instemmen met het voorstel, met die aanpassing. De voorzitter: Ik ga over naar mevrouw Maasland. Mevrouw Maasland: Dank u wel, voorzitter. Ik zal geen lang verhaal kort houden. Ik zal gewoon het kort houden. Ik sluit me aan bij de heer Blonk. Hamerstuk voor ons. De voorzitter: Dank u wel. Dan zeg ik nog mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra-Becker: Dank u wel, voorzitter.