[BV24.0006] Verslag commissie Ruimte van 16 januari 2024
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Ruimte
BV24.0006 Datum vergadering
: 16 januari 2024
Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard, Jean-Paul Meuldijk WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Bianca Boonstra, Paul Zantman CDA : Frans Ammerlaan, Charles van Harn VVD : Ivo De Graaf D66 : Ineke den Heijer, Arjen van Berkel CU : Arjen Hofland, Lenneke Maasland GroenLinks : Marko Ruijtenberg PvdA : Valmir Xhemaili, Hamid Azzouzi Burgemeester Wethouders
: Pieter van de Stadt : Simon Fortuyn, Michiel Muis, Titia Cnossen
Voorzitter Commissiegriffier
: Nelleke Bouman : Karin Koemans
Afwezig CDA VVD GroenLinks PvdA VOOR Lansingerland
: Wouter de Ruiter : Christiaan Toussaint, Vincent Jumelet : Menno Duk : Nanno Scheringa : Petrine van Olst
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, het is acht uur geweest. Het is weer even wennen na een aantal weken afwezigheid, maar de apparatuur werkt hier allemaal. En eenieder heel hartelijk welkom bij deze eerste vergadering van de commissie Ruimte in het nieuwe jaar. En ik hoop voor u allen een mooi en gezond politiek jaar van 2024. Welkom degenen allemaal op de publieke tribune. We hebben ook vanavond wat insprekers. En ook een welkom aan degenen die via de webcast het een en ander gaan volgen. De wethouders aan de linker- en aan de rechterzijde. De commissieleden uiteraard. Ik zie wat lege stoelen, maar dat is helaas moverende redenen dat. En dan de commissiegriffier, ook een hartelijk welkom. 2. Insprekers De voorzitter: We gaan even over naar punt 2 van de agenda. Dat zijn de insprekers. Vanavond hebben wij twee insprekers. Dat is de heer De Jonge en de heer Kornelisse. Als het goed is, heeft u vandaag een paar brieven nog gekregen. En ik hoop dat u allen deze heeft kunnen lezen. En het onderwerp staat wel niet op de agenda. Want waar gaat het over? Het gaat over Outdoor Valley, u allen niet onbekend, gelet op wat u te lezen heeft gekregen. Insprekers kunnen hun standpunt naar voren brengen. En zij hebben te horen gekregen dat zij daar vijf minuten spreektijd voor hebben gekregen.
En u, commissieleden, kunt toelichtende vragen uiteraard stellen. Er vindt geen debat plaats. Laat dat even heel helder zijn. Er is ook een rondvraag binnengekomen, maar daar zal ik straks bij de vaststelling van de agenda wel even op ingaan. En misschien zult u zich afvragen waarom dit punt nu op de agenda staat, ook Outdoor Valley. Het gaat over een aanvraag tot wijziging van een bestemming. En tevens heeft deze vraag ook een verwijzing naar het recreatieschap. Met andere woorden, het is hier. En dan gaan we nu maar over tot de eerste inspreker. En dat is de heer De Jonge. De heer De Jonge, ik heb gezien, de tekst is uitgebreid. Ik zei net nog vijf minuten, maar dat gaat u halen, denk ik. Gaat uw gang. De heer De Jonge: Waarom wij deze eerste vergadering te baat nemen om ons standpunt toe te lichten, ligt in het feit dat er, zoals al aangegeven, een aanvraag is ingediend voor een wijziging van de
1/31
horecavergunning en er ook mails gestuurd zijn door de ondernemer naar alle raadsleden toe. En wij lopen in dit dossier eigenlijk altijd achter de feiten aan. We dachten, in overleg met de griffier, dit is een goed moment om maar eventjes ons te melden. Beter te vroeg dan te laat. Dank daarvoor. Dank dat we de gelegenheid hebben om dit even toe te lichten. Het recreatiegebied is met een vooruitziende blik neergelegd ooit, bedoeld om voor de regio een groengebied te maken voor ontspanning in de natuur. En destijds is door het recreatieschap de exploitatie van de skiberg aan strenge voorwaarden verbonden. Er is in het bestemmingsplan en het erfpachtcontract destijds vastgelegd dat alleen ondersteunende horeca daar mogelijk zou zijn. De exploitanten die toen de voorgangers waren van Outdoor Valley, die hebben af en toe weleens een feestje gegeven. Dat gaf al wat overlast, maar dat heeft ons nooit heel erg gestoord. Dat veranderde toen Outdoor Valley de skiberg overnam in 2018. Nog niet onmiddellijk, want ze hebben een aanloop gehad. Het gebeurde eigenlijk pas in de zomer van ’21, toen er ineens een groot staalskelet verrees. Wij dachten, wat gebeurt hier allemaal? Daar bleek in een noodtempo een vergunning verstrekt te zijn voor wat heette een speeltoestel. De tubing-banen op de vaste skihelling zijn verplaatst. Zijn nieuwe banen voor aangelegd.
En toen begon voor ons eigenlijk de ellende. Heel veel geluidsoverlast en later ook lichtoverlast. We hebben u wat videootjes gestuurd, die maar een indruk geven. Ik hoop dat u die ook nog een keer opent. We voelden ons niet vrij om hier video's te vertonen vanavond. Maar ik kan u vertellen wat we meemaken, is continu geluid. Bij openingstijden, die ook weer verruimd zijn, heel veel geluidsoverlast. De direct omwonenden kunnen nauwelijks in de tuin zitten. Zelfs 's zomers moeten ze ramen dichtdoen als ze niet gestoord willen worden. Ons woongenot is echt heel erg aangetast. We hebben ons natuurlijk gemeld. En in ‘21 hebben we al voorstellen gedaan om maatregelen te nemen. Dat hield verband met het planten van bomen of het aanpassen van gebruikstijden of dat soort zaken. Om een heel lang verhaal kort te maken, op voorstel van de gemeente zijn we in overleg gegaan. En het heeft anderhalf jaar geduurd. En uiteindelijk eindigde dat met een weigering van Outdoor Valley om überhaupt iets te doen en te betalen. De gemeente heeft uiteindelijk... Wethouder Fortuyn heeft daar een knoop in doorgehakt. Nu ben ik er klaar mee. De gemeente zal voorfinancieren. We gaan er wat bomen neerzetten. Dat is vervolgens gebeurd. Maar dat zijn kleine boompjes, die natuurlijk niet zoveel doen akoestisch en visueel.
Parallel aan het traject werd er een aanvraag ingediend voor een volledige horecavergunning. Daar is bij ons bezwaar ingediend. Dat heeft vervolgens aanleiding gegeven om te kijken, wat zit er in die vergunning en hoe werkt dat? De Adviescommissie die daarvoor bestemd is, heeft een advies aan de burgemeester uitgebracht. Maar die heeft geen aanleiding gezien om daar een beperking op de vergunning te brengen. En uiteindelijk hebben we een rechtszaak aangespannen, die geleid heeft tot het beperken van die vergunning. We hebben op initiatief van de wethouder gesprekken gehad, waarbij wij het gevoel hadden eindelijk gehoord te worden. We hadden steeds het idee, hier gebeurt iets wat we niet snappen. Het gebeurde ook midden in zomertijd. Het was corona. Een heleboel dingen hebben zich aan onze waarneming onttrokken. We liepen achter de feiten aan. En uiteindelijk heeft de wethouder voorgesteld om een mediationtraject te starten. Ik heb begrepen dat dat ook op initiatief van u gebeurd is. En de ondernemer gaf intussen aan de gemeente meermaals te kennen dat hij geen rendabele exploitatie kon hebben in Outdoor Valley. En hij peilde de bereidheid tot verlening van een volledige horecavergunning. De gemeente reageerde afhoudend, want die kende het dossier natuurlijk.
En daarop nodigde de ondernemer in de zomer van ‘23 raadsleden uit ter plekke, om te komen kijken in de onderneming en het verzoek om mee te werken aan een wijziging vergunning. En na vragen van gemeenteraadsleden heeft u een brief gehad van het college, waarin ze de hele situatie vrij helder heeft uitgelegd hoe het zit. En dat liet aan duidelijkheid niet te wensen over. Maar de ondernemer ging daarna naar het AB van het recreatieschap. En die heeft getracht via het AB de gemeente onder druk te zetten tot het verstrekken van een volledige horecavergunning. Maar het bestuur van het recreatieschap heeft dat van de hand gewezen en verwezen naar de bevoegdheden die gewoon bij de wethouder liggen, bij het gemeentebestuur. Gelukkig, zou ik haast zeggen. Omdat er een situatie was ontstaan, die natuurlijk voor iedereen onhandig is, is er in juli ’23 een mediation gestart. En die is in oktober ‘23 beëindigd, zonder resultaten. Ik mag over die mediation niks zeggen, want we hebben afgesproken dat de inhoud van mediation daar blijft. Maar de heer Rövekamp heeft aangegeven in zijn mail aan u allen dat in dit traject hij letterlijk, ik citeer: “In dit traject hebben we getracht alles te doen en aan te bieden wat financieel binnen onze mogelijkheden ligt om de bewoners tegemoet te komen.” De werkelijkheid is een andere.
Hij heeft wel voorstellen gedaan, maar al die voorstellen hielden in zich dat wij eerst akkoord moesten gaan met een volledige horecavergunning, zodat hij voldoende verdienvermogen kon opbouwen om daarmee eventuele maatregelen te financieren. En dat ging dan over onder andere verplaatsing van de toestellen en uitbreiding. Maar vooral, dat was wel duidelijk op dat moment, als er geen, in de ogen van ondernemers, gezonde exploitatie mogelijk was, dat wil zeggen voldoende verdienvermogen, dan zouden die maatregelen nooit plaatsvinden. Enige zekerheid dat die maatregelen ook daadwerkelijk genomen zouden worden, die bleef open. En wij hebben op een gegeven moment ook naar de mediator moeten aangeven, de ondernemer is in feite met lege handen naar de tafel gekomen. Dit leidt tot niks. En toen hebben we ook gezamenlijk besloten de mediation te beëindigen.
2/31
De voorzitter: Mijnheer De Jonge. De heer De Jonge: Hoeveel minuten ben ik? De voorzitter: U bent eroverheen zelfs. De heer De Jonge: Ben ik er al overheen? De voorzitter: De heer De Jonge: Mag ik dan nog een paar zinnen uitspreken? De voorzitter: Nog twee. Een paar is twee. De heer De Jonge: Ik kan een hele lange zin maken. Het stap voor stap uitbreiden van de activiteiten van Outdoor Valley is een gegeven. En daarbij worden publieke middelen steeds ingezet, subsidies, projectsubsidies, anderszins. Denk aan de uitkijktoren. Het feit dat de ondernemer in allerlei gremia zit, geeft hem toegang tot bestuur en ambtelijke diensten. Dat is bij ons niet het geval. Als laatste, de ondernemer zoekt een oplossing voor een probleem wat hij zelf heeft veroorzaakt. En wij zouden het echt niet begrijpen als Outdoor Valley beloond zou worden met een uitbreiding van de horecavergunning, terwijl aan het tegengaan van overlast in de afgelopen tweeënhalf jaar niets is gebeurd. Ik dank u voor de aandacht. De voorzitter: Mijnheer De Jonge, blijft u even staan, want misschien is er aanleiding bij de leden van de commissie tot een vraag. Mevrouw Maasland. Mevrouw Maasland: Dank u wel. Dank u wel voor de inspraak ook. Op zich is het een duidelijk verhaal, maar ik heb wel twee vragen in één eigenlijk nog.
Wat verstaat u onder de volledige horecavergunning? Is dat voor een soort van discotheek-achtige vergunning of is dat een restaurant? En wat is uw grote bezwaar tegen zo'n volledige horecavergunning? De heer De Jonge: Dat is hele goede vraag. En die is ook aan de orde gekomen in mediation. Wij hebben gezegd, we hebben helemaal geen bezwaar. Bijvoorbeeld restaurant Nova zit daar ook. Die heeft ook een horecavergunning. Daar hebben we nul last van. Maar waar het om gaat, is dat dit een horecavergunning is waarbij ook feesten, partijen, bruiloften... Men wil het exploiteren, bedrijfsuitjes en dat soort zaken. En als u die videootjes opent, dan ziet een paar voorbeelden wat er dan gebeurt, want dan worden ook de bedrijfstijden aangepast. Staat ook op de site. U kunt rustig een deal met ons maken en andere bedrijfstijden hanteren. Dat zijn de herriegevende maatregelen. En we hebben natuurlijk ook gezegd, dat gaat heel veel geluidhinder opleveren. Er is gesproken over sluizen. Dat gaat inderdaad over disco en dansen en feesten. Dat klopt. De burgemeester heeft destijds gezegd, in het kader van de APV, dit is een gewone horecavergunning. En als er overlast is, kunt u klagen en dan kunnen we via de APV maatregelen nemen. Maar dit gaat eigenlijk een situatie creëren die niet strookt met wat wij in het bestemmingsplan hebben gezien, namelijk alleen ondersteunende horeca-activiteit.
En dat vinden wij dit niet. Het gaat buiten de openingstijden van skihelling om. Is dat duidelijk? De voorzitter: Even kijken. Ik zag nog iemand. Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Dank u wel, voorzitter. Dank voor uw inspraak. Twee vragen. De eerste, bent u nog steeds boos dat Net Adventure tot stand is gekomen? En de tweede vraag is, u heeft het over zekerheden. Er ontbreken blijkbaar zekerheden in die mediation. Als u die zekerheden had gehad, was dan de situatie anders geweest? De heer De Jonge: Dank u. Zijn wij boos? Boos is misschien niet het goede woord. Wij zijn zo langzamerhand wanhopig. Na tweeëneenhalf jaar overlast, zonder dat er enige beweging in zit, is er natuurlijk een enorme hoop emotie ontstaan ook. En die emotie ontlaadt zich af en toe in gesprekken of wat dan ook. Maar dat is ook aan de Outdoor Valley kant gebeurd. Dat het Net Adventure gemaakt is... Wij zijn ervan overtuigd dat Net Adventure niet gebouwd had mogen worden. Dat het een bouwwerk is wat niet strookt met het bestemmingsplan. Maar daar denken wij anders over dan de gemeente. Maar dat is ook waarom wij gevraagd hebben om handhaving bestemmingsplan, omdat hier activiteiten plaatsvinden waarvan wij denken dat ze niet conform het vigerende bestemmingsplan zijn. Boos? Nee. Meer verdrietig en vooral wanhopig over de voortdurende overlast. Ja, als wij zekerheden hadden gekregen.
Wij zijn niet aan tafel gegaan in de mediation met het idee, we gaan niks goed vinden. Wij zijn aan tafel gegaan met het idee, misschien kunnen we met elkaar een paar fatsoenlijke afspraken
3/31
maken over hoe we dingen kunnen doen. Wij zouden best bereid zijn om afspraken te maken met de ondernemer, ware het niet dat de ondernemer zich in de afgelopen tweeënhalf jaar zeer onbetrouwbaar heeft getoond. Bijvoorbeeld in die kwestie die ik net noemde, dat planten van de bomen. Dat uiteindelijk de gemeenschap moet opdraaien voor een probleem wat een ondernemer creëert, is natuurlijk eigenlijk te zot voor woorden. Is wel gebeurd. Als de ondernemer... Wij zijn altijd in gesprek gebleven en dat blijf ik ook. Ik heb ook tegen Erik Rövekamp gezegd, wij blijven altijd in gesprek met jou. Als jij ons voldoende duidelijkheid kan bieden en zekerheid dat je de overlast gaat beperken, dan is er met ons gewoon zaken te doen. De voorzitter: Ik ga naar de volgende. Mevrouw Boonstra, volgens mij. Mevrouw Boonstra-Becker: Dank u wel, voorzitter. Ik zat toch eigenlijk even met het punt wat u noemde, het bezoek van een aantal raadsleden in de zomer van 2023. Ik was daar met een aantal collega's inderdaad om het verhaal van de heer Rövekamp aan te horen. Maar wat wij hebben begrepen, is daar niet specifiek gestuurd op de aanpassing van de horecavergunning specifiek, maar meer op de verbinding, zullen we maar zeggen, om de contacten op gang te brengen tussen hem als ondernemer en u als bewoners. Waardoor wij eigenlijk als coalitie hebben geprobeerd te sturen op de mediation.
Ik voel me eigenlijk, als ik heel eerlijk mag zeggen, een beetje tussen twee vuren ingesloten nu, als u dat mij niet kwalijk neemt dat ik dat zo uitdruk. De voorzitter: Mevrouw Boonstra, wat is de vraag? Mevrouw Boonstra-Becker: Daar wilde ik naartoe. Hoe kunnen wij op een betere manier nader tot elkaar komen, zonder elkaar eigenlijk aan te vallen? Laat ik het zo zeggen in die zin van, nu hebben wij echt de mails over en weer, terwijl wij eigenlijk moeten gaan wachten op de stukken die nog moeten gaan komen met betrekking tot de aanvraag die de heer Rövekamp heeft gedaan. De heer De Jonge: Om te beginnen neem ik u helemaal niks kwalijk. Ik zou de laatste zijn om dat te doen. En dat uw raad gepoogd heeft om partijen om de tafel te krijgen, is alleen maar goed. Wij zijn ook met een positief gevoel aan tafel gegaan voor die mediation. Alleen heb ik u geprobeerd... Ik mag er niet te veel over zeggen, dat heb ik beloofd. Maar ik probeer alleen te weerleggen wat Rövekamp erover schrijft naar u. Hoe kunnen we tot elkaar komen? In mijn ogen, dat heb ik ook tegen Rövekamp gezegd, altijd bereid tot gesprek. Maar dan moet er wel een perspectief zijn dat er een oplossing komt.
De oplossing, tussen aanhalingstekens, om nu te gaan tot een wijziging van de horecavergunning, zodanig dat het verdienvermogen van de ondernemer op peil is en hij dan maatregelen kan nemen, al of niet, dat betekent dat hij eerst meer overlast gaat organiseren, voordat we überhaupt aan een gesprek komen van, hoe lossen we de huidige problematiek op? Wij zijn altijd bereid om aan tafel te stappen, dat heb ik ook de wethouder duidelijk gemaakt, in alle situaties. Ik zal in ieder geval, daar zet ik me persoonlijk voor in, altijd bereid zijn tot een gesprek met de ondernemers, maar er moet natuurlijk wel een perspectief in zitten. En er is tot nu toe geen beweging gemaakt van hun kant. En wij zitten toch een beetje in de aanhangwagen. U voelt wel, het feit dat wij hier vanavond staan, is ook reactief op een aanvraag. En dan denk je, wij zitten niet in de driver’s seat hier. Wij zijn toch een beetje het slachtoffer van de situatie. De bereidheid spreek ik hier nog een keer ten volle uit. Wij zijn altijd bereid aan tafel te gaan zitten met de ondernemers. En wij begrijpen ook wel dat het gemeentebestuur klem zit. Want ik denk dat dat ook een hele vervelende is. De gemeente heeft hier een aantal keren positief geïntervenieerd. Niet alleen de mediation, maar ook het besluit van wethouder Fortuyn om via het recreatieschap die bomen te financieren.
De gemeente heeft een aantal keren geprobeerd water op de vlammen te gooien, maar het brengt niet het gewenste resultaat. Ik zou niet weten wat we... Nogmaals, als ik een initiatief moet plegen om dit voor elkaar te krijgen, ben ik gelijk uw man. Zegt u het maar. De voorzitter: We gaan verder. De heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Dank voor het inspreken. Het verhaal was duidelijk. Alleen bij mij ontbreekt... Moest een aantal dingen nog concreter maken. Stel voor dat, los van deze ondernemer, als een ander ondernemer komt, wat zijn de minimaal te nemen maatregel die jullie eigenlijk eisen? Dat is voor mij nog niet helder. Wat moet er gebeuren? Want ik kan me voorstellen als deze ondernemer weggaat, dat een andere ondernemer dat dat ook geëxploiteerd wordt. De heer De Jonge: Dank u wel, mijnheer Azzouzi. Dat is een hele uitstekende vraag. Want de voorgaande exploitanten hebben ontdekt dat een gezonde exploitatie, met de bestemmingen en de voorwaarden die erop zaten, eigenlijk niet mogelijk was. Ik ben ervan overtuigd dat Outdoor Valley, toen ze deze deal maakten en de bergen overnamen, heel goed wisten waar ze aan begonnen. Maar ze hadden natuurlijk ook de informatie dat er een ontwikkelplan was, dat er ideeën waren over hoe we dat verder gaan
4/31
ontwikkelen. Wij hebben niet zoveel voorwaarden te stellen. Wij zijn gewoon inwoners van Lansingerland. En wij willen graag dat het gemeentebestuur van Lansingerland een afweging van belangen maakt en ons woongenot beschermt, als er een ondernemer is die buiten de perken gaat. Het gemeentebestuur heeft gezegd, wij kunnen dat bestuursrechtelijk wel doen, maar voor geluid en licht moet u bij DCMR zijn. DCMR hebben we eindeloos bevraagd op dit hele verhaal. En die komt niet met concrete informatie terug. Waardoor de ondernemers zeggen, maar wat is dan precies de hinder en hoe moeten we dat meten? Die hebben ook voorstellen gedaan. Zullen we niet gewoon een onderzoeksbureau opdracht geven om metingen te verrichten? Ik vind het allemaal prima. Maar er zijn natuurlijk... Waar het om gaat is, wat zijn eigenlijk de normen die gehanteerd worden in het gebied? Wat is overlast? En dat moet niet tussen twee private partijen worden vastgesteld. Daar zijn publieke normen voor. Ik ben van mening dat wij niet als bewoners moeten zeggen het moet zo en zo en zo. De gemeente is ervoor om normen te stellen ten aanzien van het gebruik van het gebied. Wordt gehandhaafd door het recreatieschap c.q. Staatsbosbeheer. En wij zijn daarin slechts slachtoffer, zeg ik dan maar. Is dat duidelijker? De voorzitter: Gaat uw gang.
De heer Azzouzi: Voor de duidelijkheid, als de gemeente dat gaat doen, dan gaan jullie akkoord? De heer De Jonge: Ja, als de gemeente in staat is om ons voldoende bescherming te geven tegen de activiteiten van de ondernemer, in de zin van geluidsoverlast, lichtoverlast en dat soort zaken, dan is dat prima. Wij vinden dat ook een gemeentelijke taak. De heer Azzouzi: Dank u wel. De voorzitter: Ik ga naar de heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor uw inspraak. Ik had een vraag, misschien een beetje voorafgaand aan de vraag van de heer Azzouzi, over overlast. Dat is natuurlijk een heel ruim begrip. U noemt geluid en licht heel nadrukkelijk. En geluid dan ook nog, als ik uw inspraak beluister, vanuit de activiteiten zelf en vanuit de horeca. Ook nog twee verschillende aanleidingen, bronnen. De heer De Jonge: Zeker. De heer De Graaf: En die overlast hangt natuurlijk ook af, de mate waarin die gepercipieerd wordt van, kan me voorstellen, het seizoen of het tijdstip of de dag van de week. Als u daar een prioritering in aan zou moeten geven, wat is uw top drie van soorten overlast en momenten van overlast? Om daar een beetje een beeld bij te krijgen, want het is nu natuurlijk een heel groot, voor mij wat diffuus begrip. De heer De Jonge: U zult begrijpen dat een faciliteit als Outdoor Valley vooral open is op vrije momenten.
Op de woensdagmiddagen, in de weekends, enzovoorts. Dat zijn precies de momenten waarop de bewoners graag in hun tuin zitten. De eerste prioriteit is om te zorgen dat de overlast op die momenten beperkt wordt, want dan hebben we van tien tot zes continu gegil en gekrijs, wat dan, dat heeft ons ook verrast, vooral van de tubing-banen komt. Het komt ook van Net Adventure. Joelende kinderen die daar spelen. Verjaardagspartijtjes die worden gegeven. Maar wat er van die tubing-banen komt, dat is met geen pen te beschrijven. Mensen willen blijkbaar gillen als ze in een tube van een helling afkomen. En die kunnen zich in de publieke ruimte blijkbaar niet gedragen. Ik denk ook niet dat ze zich voorstellen dat ze iemand hinderen. Onze prioriteit zou zijn geluid. Dat is eerste prioriteit. En dan vooral op de momenten dat wij thuis zijn. Daarom hebben wij ook gevraagd aan Outdoor Valley om voorstellen te doen voor beperking van gebruikstijden. Maar de grote verdienmomenten, dat hebben we inmiddels ook wel begrepen, zijn natuurlijk als wij thuis zijn. Dat snap ik ook wel. De voorzitter: Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel voor uw antwoord. Wat mij verrast, en ik weet niet of dat een bewuste keuze is bij uw beantwoording, maar dat de nadruk nu ligt op de activiteiten op de momenten zoals u die noemt en de horeca daar niet heel nadrukkelijk nu... De heer De Jonge: Nu niet.
Maar op het moment dat de ondernemer een volledige horecavergunning krijgt, met mogelijkheden om bedrijfsfeesten, trouwerijen en partijen 's avonds uit te voeren, kan ik u al beloven wat er gaat gebeuren. En dan sta ik hier over een half jaar weer. De voorzitter: Ik ga naar de volgende. Mijnheer Blonk.
5/31
De heer Blonk: Dank u wel, voorzitter. De heer De Jonge, er zijn hier twee problemen. De activiteiten die overlast geven en de horeca. Die activiteiten daar zijn net Azzouzi en De Graaf uitgebreid op ingegaan. Dat laat ik even liggen. Wat is voor u acceptabele openingstijden van die horeca? Want u had het net over Nova-achtige activiteiten. Wat zijn de openingstijden? De heer De Jonge: Wat er gebeurt... Maar u moet zich ook even voorstellen, even los, wij hebben natuurlijk over die horeca-activiteiten nu geen problemen, dat gaf ik net aan, omdat we via rechtszaken en via overleg met de gemeente juist die beperkingen en die voorwaarden aan de vergunning hebben gekregen. Op het moment dat die losgelaten worden, dan gaat de ondernemer... Dat heeft hij ook al aangegeven. En dat snap ik ook. Het gaat om een gezonde bedrijfsvoering. Dan zijn bedrijfsuitjes ook, zoals aan de Hoeksekade het geval is, bedrijfsuitjes, trouwerijen, feesten... En die gaan natuurlijk tot diep in de nacht. Ik bedoel, als jij een locatie verhuurt voor een trouwerijfeest en je zegt, maar het is tot tien uur ’s avonds, dan weet u wel wat het antwoord is. Men zoekt naar een ruime opvatting van openingstijden en bedrijfstijden. En daar zit ook onze angst, dat als die horecavergunning wordt uitgebreid... En dat is iets anders dan wat Nova doet. Die heeft gewoon eters. Niet tot 's avonds laat.
En die hebben ook wel bruiloften en partijen. Maar daar is geen overlast van. Wij zijn het meest beducht... Er zit een videootje bij, u zou het voor de lol even moeten openen, daar is tot ’s avonds... Was denk ik een of andere bijeenkomst van een bedrijf of een organisatie. Mensen die tot kwart voor negen 's avonds op de helling met tubing, met lawaai en muziek en geluid een enorme bak herrie genereren. Wat ze zelf waarschijnlijk niet bewust zijn, maar wel gebeurt. Het gaat om de aard van de activiteiten. De voorzitter: Ik denk dat ik aan het einde van de inspraak van u ben gekomen en ook van de vragenstellers. Dank u. De heer De Jonge: Dank voor uw ruimhartigheid. De voorzitter: Dan gaan we over naar de volgende inspreker. De heer Kornelisse. Daar heeft u allen, commissieleden, ook een schrift van gehad, een schriftuur. Ook aan u, mijnheer Kornelisse, Vijf minuten. Gaat uw gang. De heer Kornelisse: Moet ik hier nog op een knopje drukken? De voorzitter: Nee. De heer Kornelisse: Hij doet het al. Dank u wel. Goedenavond voorzitter, commissie- en raadsleden, dank voor het feit dat ik vanavond hier de gelegenheid krijg om in te spreken bij de commissie Ruimte. Ik denk dat u dit bedoelt. Mijn verhaal, ik heb het een keer geoefend voor de spiegel en dat duurt ongeveer drie minuten. U heeft nog ruim de tijd om wat vragen te stellen aan mij.
Ik sta hier als voorzitter van de Bewonersorganisatie Rotte. En mijn naam is Kees Kornelisse. De ondernemer van Outdoor Valley Winter heeft een aanvraag ingediend voor het wijzigen van de bestemming naar horeca, van een pand gelegen aan het Hoge Bergse Bos. En dit gebied is gelabeld voor actieve recreatie, met ondersteunende horeca. En tegen deze ondersteunende horeca hebben wij geen bezwaar. Wel tegen de uitbreiding ervan naar horeca-exploitatie buiten de openingstijden van de activiteiten rond en om de skiberg. En toen de ondernemer de skiberg enige jaren geleden overnam, had hij kunnen weten dat de exploitatie van een skiberg zeer moeizaam is. Daar waren al de nodige rapporten over verschenen. En dat de horeca omschreven was als ondersteunend aan de activiteiten. Dat hierbij soms oogluikend werd toegestaan dat hiervan werd afgeweken, is geen reden om een uitbreiding van de horeca nu toe te staan. Ook toen was er al overlast. En dat weet ik zelf uit eigen ervaring, want we werden in de nacht toch weleens wakker van een feestpubliek wat luidruchtig het pand verliet en op zoek ging naar de auto op de parkeerplaats. Dit soort publiek wordt nu ongetwijfeld ook weer aangetrokken. En als het aan de aanvrager, aan de ondernemer ligt, in grotere getale, gezien zijn bestaande exploitatieproblemen.
Het komt voort uit de ondernemer altijd al is uitgegaan van een uitbreiding van deze horecamogelijkheid, op het moment dat hij deze skiberg verwierf. En dit lijkt ons onnodig. Binnen een straal van enige honderden meters zijn op diverse voorzieningen voor late partijen en feesten, met aanzienlijk minder last voor de omwonenden. En graag wil ik dan nog benadrukken dat wij geenszins tegen ondernemersactiviteiten zijn in dit gebied. Wij vinden wel dat deze horecalocatie daaraan faciliterend dient te zijn en binnen de gebruiksuren van de actieve recreatie dient plaats te vinden. Temeer dat deze locatie voor bewoners gewoon aan de overzijde van de straat is gelegen en al overlast bezorgt door tubebanen en Net Adventure. Het Hoge Bergse Bos wordt sowieso ieder jaar al intensiever gebruikt door toename van de recreatiedruk. Iets wat nu al eens botst met de kwaliteit van de leefomgeving voor bewoners in dit gebied. Dank voor uw aandacht.
6/31
De voorzitter: En blijft u even staan. De heer Kornelisse: Dat doe ik zeker. De voorzitter: Misschien ook weer toelichtende vragen. Wie o wie? De heer Kornelisse, uw verhaal was... Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Dank, voorzitter. Dank u wel voor uw inspraak. Twee vragen. U heeft het in uw brief over horecavoorzieningen enkele honderden meters bij ons vandaan. En dan spreekt u in meervoud over die locaties. Welke locaties bedoelt u dan? De heer Kornelisse: Als u kijkt naar de Lake House. Als u kijkt naar Pirouette. Als u kijkt naar Vidaa. Dat is allemaal binnen hetzelfde gebied gelegen. En daar wonen niet of nauwelijks omwonenden. De heer Van Harn: In mijn perceptie is dat wel, als u het over het Lake House heeft, meer dan honderden meters. De heer Kornelisse: Ja, dat is dat misschien anderhalve kilometer. Maar bijna iedereen komt toch met de auto. Dat is twee minuten verder. De heer Van Harn: Maar het ging over... De heer Kornelisse: En het gaat natuurlijk ook... De feesten en partijen worden ook niet gegeven voor de direct omwonenden. Dat is duidelijk natuurlijk. Het is publiek wat gewoon naar het Hoge Bergse Bos komt. Of ze dan een kilometer doorrijden of links afslaan en dan de weg vervolgen naar een andere horecalocatie, maakt niet zoveel uit, denk ik.
De heer Van Harn: En mijn tweede vraag, als dat mag, voorzitter, u heeft het specifiek over de horeca buiten de activiteitenuren. De heer Kornelisse: De horeca is nu... De heer Van Harn: Dat is iets anders dan de vorige spreker. De vorige spreker benadrukte juist de weekenden en woensdagmiddag. Maar u zegt nadrukkelijk, geen toestemming buiten de activiteitenuren. De heer Kornelisse: De horeca draait nu ook. En dat is een pannenkoekenrestaurant. En de ondernemer heeft ook aangegeven dat hij daar wat Oostenrijkse maaltijden verkoopt. En eigenlijk lijkt ons dat geen enkel probleem, want we begrijpen wel dat horeca-inkomsten noodzakelijk zijn. Alleen van een paar keer die skiberg afgaan, daar zul je niet veel aan verdienen, lijkt ons zo. Maar het is natuurlijk wat anders als dat je ook na tienen nog eens verder gaat met feesten en partijen. Want dan hebben de omliggende bewoners eigenlijk al de overlast gehad die ze al net beschreven hebben. En vervolgens komt daar nog eens de overlast van het feestend uitgaand publiek bij. En dat is iets wat we niet in overeenstemming vinden met het bestemmingsplan, actieve recreatie met ondersteunende horeca. De heer Van Harn: Helder. Dank u wel. De heer Kornelisse: Alstublieft. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken. Verder niemand. Mijnheer Cornelisse, dank voor uw inspraak. De heer Kornelisse: Dank u wel. 3.
Vaststelling verslag vergadering d.d. 11 december 2023 De voorzitter: Eens even kijken. Wij gaan over naar punt 3 van de agenda. Vaststelling verslag van de vorige vergadering. Er is intussen één opmerking binnengekomen ten aanzien van het verslag. Dat betreft bladzijde 14. Daar staat iets over de Klapwijkseweg, maar dat moet de Klappolder zijn. En ik zie dat de heer Ruijtenberg ook nog een opmerking heeft. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Gaat even, buiten het verslag, over de aanwezigen. Daar is een kleine, maar niet onbelangrijk spelfout gekomen in de voornaam van mevrouw Gabin. Die staat daar als Selgie, maar heet Selgei. De voorzitter: Wordt genoteerd. Dat ook nog maar even doen.
7/31
4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Ik zie dat, volgens mij is iedereen weer terug, dat degenen die belangstelling hadden voor de inspraak, die dachten, het is nu over en uit, omdat het ook niet op de agenda staat, maar ik was nog niet zover. Want we waren bij de agenda. En op de agenda staat op een gegeven moment ook een rondvraag. En die rondvraag heeft betrekking op Outdoor Valley. Ik dacht, ik vraag even aan de commissie of deze rondvraag naar voren kan komen. Met andere woorden... Vandaar dat ik zei van, misschien zijn de mensen toch wel... Vinden ze het fijn dat ze het even kunnen aanhoren, wat de rondvraag betreft en hoe daar ook de wethouder op gaat reageren. Maar mijnheer De Graaf, u heeft een rondvraag. En ik zou zeggen, gaat uw gang, dat u dat even naar voren brengt. De commissieleden hebben hem al te horen gekregen. Maar aan u om ook even degenen op de tribune kenbaar te maken wat de strekking is van uw verhaal. Gaat uw gang. De heer De Graaf: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb inderdaad een rondvraag, de VVD, maar dat ben ik vanavond alleen, over het thema Outdoor Valley in relatie tot horecavergunning. Ik heb ook het voorstel, en ik denk dat het wel goed is for the record dat we dat even formeel doen, om de behandeling daarvan naar voren te halen. Dat nam ik aan. Ik weet niet of we dat nu allemaal al zo vastgesteld hebben.
De voorzitter: zeker De heer De Graaf: Goed zo. Dan gaan we aan de slag. Dan ga ik de rondvraag erbij pakken. In de voortgangsrapportage bij de commissie van hedenavond staat dat de mediation tussen Outdoor Valley en de omwonenden niet geslaagd is afgerond. Dat betekent dat er nog geen oplossing is voor dit langlopende dossier. Zie ook de tijdlijn. 20 juni 2023 de collegebrief over de situatie. 5 juli ‘23 beantwoording van raadsvragen van de VVD over Outdoor Valley Wintersport. 8 januari jongstleden een brief van de ondernemer aan de raadsleden. En heel recent, 15, 16 januari, ook hedenavond, brief van de bewoners en de inspraak in de commissie. De VVD heeft de volgende vragen naar aanleiding van de aanvraag vergunning voor het wijzigen van de bestemming naar horeca aan de Rottebandreef 10 te Bergschenhoek. Eén, hoe ziet het college hun rol in dit dossier? En wordt er voor de planologische afwijking een voorstel aan de raad voorgelegd of is het college voornemens dit binnenplans op te vangen? Twee, de horeca heeft jarenlang zonder vergunning gedraaid. Is het college voornemens om dit probleem op te lossen op korte termijn en de vergunning te verlenen? Vraagteken. Hoe ziet het college het vervolg, nu de mediation niet tot een oplossing heeft geleid? Dank u wel. De voorzitter: Wij gaan over tot de wethouder. Mijnheer Muis. Wethouder Muis: Hij moet rood worden.
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de heer De Graaf voor zijn vragen. Ik denk eerlijk gezegd dat een aantal al min of meer beantwoord zijn uit het discussie van zojuist, maar toch goed om ze even denk ik met elkaar langs te lopen. Hoe ziet het college hun rol in dit dossier? En dan gaat het over de aanvraag die eind december is ingediend om af te wijken van het bestemmingsplan en voor een functiewijziging van ondersteunende horeca naar volledige horeca. Hier zijn geen afspraken over gemaakt met de raad. Dat maakt dat het college het bestuursorgaan is wat deze aanvraag in principe in behandeling gaat nemen en af gaat handelen. We gaan kijken, is die ontvankelijk, is dit wel of niet strijdig met het bestemmingsplan? En we gaan bij onze ketenpartners na wat daar verder de adviezen zijn. En dan nemen wij daarover een besluit. Dan is de vraag of de stelling eigenlijk van de heer De Graaf, voorzitter, dat de horeca jarenlang zonder vergunning heeft gedraaid. Dat is niet zo. Er is sprake van ondersteunende horeca. Alleen wat ook net aan de orde is gekomen, de wens en de aanvraag gaat over volledige horeca. U heeft daar al de plussen en de minnen over gehoord. In die zin, wij gaan daar naar kijken en dan gaan we besluiten of dat wel of niet kan.
U heeft overigens ook, en daar moet ik even de griffie voor aankijken en bedanken, nog voor deze behandeling een brief gekregen die wij u hebben gestuurd, volgens mij in juni vorig jaar ergens, waar ook uiteen is gezet wat daar allemaal aan beleid is. Zodat u wellicht ook zelf kunt kijken of dit wel of niet strijdig zou kunnen zijn. Dan de mediation. Wij vinden het heel jammer, want wij hebben vanuit de gemeente en ook op uw aangeven voorgesteld om toch nog eens om tafel te gaan. Wij hebben nadrukkelijk gezegd, wij zijn hier in die zin geen partij in dat wij niet op dat moment mee wilden doen aan de mediation. Maar we hebben wel gezegd, als hier iets uitkomt, kom naar ons toe, zodat wij kunnen kijken wat wij kunnen betekenen. Maar dat vergt eerst dat partijen er onderling uitkomen. Hoe gaan wij hier nu verder mee om? Dat hebben we ook aan de voorkant gezegd. Dan houdt onze rol wel op. Wat niet wil zeggen dat wij individueel de ondernemer en de bewoner natuurlijk altijd te woord willen staan als zij ideeën hebben of wensen of een aanvraag, zoals waar het hier ook over gaat. Dan gaan wij daarnaar kijken. En dan gaan we die belangen wegen, zoals wij altijd die belangen wegen. Dank u wel, voorzitter.
8/31
De voorzitter: Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording. Ik heb toch een verduidelijkende vraag over het eerste deel van het antwoord. U zegt, het college gaat dit afdoen. We hebben inderdaad die passage van die brief van 20 juni vorig jaar er nog even goed op nageslagen. Als ik dat lees, het feit dat u zegt dat het college het afdoet, daar kan ik uit afleiden dat u daarmee binnen de kaders van de Omgevingsvisie blijft. Is dat juist? Want zo lees ik hem. De voorzitter: Mijnheer Muis. Wethouder Muis: Voorzitter, ik ga er ook vanuit dat wij binnen de kaders van de Omgevingsvisie blijven. Dank u wel. De voorzitter: En dan is er nog een vraag van de heer Blonk. De heer Blonk: Voorzitter, ik zou graag van de wethouder willen weten, hoeveel tijd het vergt om tot een besluit te komen over de aanvraag van Outdoor Valley? Of de raad dan ook geïnformeerd wordt over dat besluit? De voorzitter: Mijnheer Muis. Wethouder Muis: Pas zeer recent heeft het college ook kennisgenomen van de aanvraag naar aanleiding van ook de mensen hier tot inspreken. Ik weet nu ook nog niet die planning. Zodra ik die planning weet, zal ik die met u delen. De voorzitter: Dan zijn wij hierbij aan het einde gekomen van de rondvraag. We hadden ook vanavond maar één rondvraag. Dit is het antwoord van de wethouder. Er is het een en ander gaande.
En er wordt een besluit genomen. Dat is de conclusie. 5. Bespreekpunten 6. Stukken ter advisering aan de raad De voorzitter: Dan gaan wij over tot het volgende punt van de agenda. Nu mag u wel hoor. Dat zijn stukken ter advisering aan de raad. Wat is een volgend agendapunt? a. Onttrekking aan de openbaarheid van het parkeerterrein De Bokkenplaats De voorzitter: De onttrekking van de openbaarheid van parkeerterrein De Bokkenplaats. We hebben het over de Lage Bergse Bos. Dat wordt heringericht. Het parkeren kan voortaan bij de drie hoofdentrees voor de bezoekers. De overige parkeerterreinen vervallen. En daar gaat dit raadsvoorstel over. Misschien heeft iemand... Is daar eens wezen kijken of heeft op de kaart gekeken waar dan die Bokkenplaats is. Het ligt achter het Molenlaankwartier. Ik was ook benieuwd waar die lag. Juist. Daar was ik weer volledig op de hoogte. Wie kan ik daar het woord over geven? Mijnheer Zantman. De heer Zantman: Dank u, voorzitter. Ik moest het inderdaad ook opzoeken. Ik was er ook nog nooit geweest, terwijl ik hier toch heel mijn leven al woon. Op zich, vooral het argument dat met het opheffen van de Bokkenplaats de sociale veiligheid en de andere parkeerplaatsen worden aangepakt en er derhalve ook geen parkeerplaatsen verloren gaan, zien wij geen enkel bezwaar, omdat er geen extra kosten mee gemoeid zijn. Wat ons betreft is het verder een hamerstuk.
De voorzitter: Dank u wel. Eens even kijken. Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. De verleiding is misschien om inhoudelijk van alles te vinden van dit hele verhaal, maar dit is natuurlijk een soort administratieve afronding van een proces wat we al jaren geleden met elkaar hebben ingestoken door het plan goed te keuren in de verschillende tafels, ook bestuurlijke tafels. In die zin is het voor ons ook een... Lijkt het wel een hamerstuk. Maar ik ben wel nog erg benieuwd naar de reactie van de wethouder, of de relatie en de afstemming met Rotterdam goed gegaan is? Er staan een aantal zinnen over in het stuk. Maar het ligt inderdaad achter het Molenlaankwartier. Het is de gemeente Bergschenhoek. Maar ik denk vooral de bewoners van Hillegersberg-Schiebroek die gebruik maken van deze specifieke locatie. Ik denk, de relatie met Rotterdam en het recreatieschap is erg belangrijk. Nogmaals even de checkvraag of dat inderdaad goed afgestemd is met Rotterdam? Voor de rest op inhoud hebben we geen verdere opmerking. Dank u wel.
9/31
De voorzitter: Dat gaan we zo horen. Even kijken. De heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het opheffen van parkeerplekken voor auto's is voor GroenLinks bijna altijd een goed idee. In dat kader daarvan een hamerstuk. De voorzitter: We gaan verder. De heer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ook voor ons een hamerstuk. Goed dat er parkeerplaatsen weggaan, die niet heel veel worden gebruikt volgens het stuk. RHDHV heeft daar onderzoek naar gedaan. En er komt nu een mooi bos en recreatief gebied voor terug. Heel fijn. En ook volgens mij de heer Zantman gaf aan, de sociale veiligheid wordt ruim verbeterd. Zeer positief. De voorzitter: We gaan naar de heer Crielaard. De heer Crielaard: De inhoudelijke argumenten die al gedeeld zijn, daar staat Leefbaar 3B ook achter. Het zal u niet verbazen dat het voor ons ook een hamerstuk is. Ik hoorde de voorzitter en ook de heer Zantman al zeggen, we moesten wel eventjes zoeken van, waar ligt het precies die Bokkenplaats? Heb ik ook moeten doen. Ik denk dat het voor het vervolg wel een mooie service zijn naar deze commissie als dat soort plaatjes ook in zo'n raadsvoorstel zitten. Scheelt weer een Google zoekopdracht. Zou een mooie service zijn. En nog een kleine opmerking, het is inderdaad een administratief proces.
Maar ik zag ook in de stukken dat dit administratieve proces gestart had moeten worden in 2020. Wellicht kan ik het college nog verleiden tot een reactie waar dat in het tijdspad anders is gaan lopen. De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, ik hoefde niet te googelen, want ik fietste voor mijn werk een aantal jaar geleden bijna dagelijks langs deze locatie. En elke keer als ik er langsfietste dacht ik wel, hoelang nog? Het is namelijk een best wel troosteloos plekje. En dat is niet lang meer. En het is heel goed dat we dit aanpakken. Hamerstuk, wat ons betreft. De voorzitter: Mijnheer Van Berkel. De heer Van Berkel: Ik ga het record breken qua kort tijd. Hamerstuk. De voorzitter: En de heer Van Harn. De heer Van Harn: Dank, voorzitter. Ik heb toch nog even gegoogeld, want er stond duidelijk het adres boven namelijk. Ik wist wel waar het was, maar nu weet ik ook dat het de Hogelanddreef is. En als je googelt, vind je die direct. Goede argumenten om deze locatie op te heffen. De Bokkenplaats wordt weinig gebruikt. Er zijn geen financiële consequenties. Het lijkt een heel logisch besluit. Onduidelijk, en dat zei de heer De Graaf ook al, uit de stukken is echter wat de omwonenden hiervan vinden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij heb ik dan iedereen gehad. Dan ga ik toch even naar de wethouder.
Er zijn een drietal vragen van, hoe is de relatie met Rotterdam? Het ligt tegen het Rotterdamse aan. En het tijdspad vanaf 2020? Aan de wethouder, mijnheer Fortuyn. Wethouder Fortuyn: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. En dank u wel commissieleden voor uw kritische vragen. Uiteraard even zoek op Google. We hadden het inderdaad bij kunnen doen, met een tekening. Dat klopt. Maar aan de andere kant is het toch ook weer interessant te zoeken van, waar zit dit? Het maakt het ook wel even spannend, wat wordt hier voorgesteld? De Bokkenplaats is, laat ik zeggen, al opgenomen tijdens de Kwaliteitsimpuls voor de Lage Bergse Bos. En eigenlijk voor het hele recreatieschap. En in die begroting hebben we daar een begroting gemaakt die systematisch opgebouwd wordt. Want u weet dat er een tien miljoen, maar dan praten we over een aantal jaren terug, reservering elke keer per krediet aangevraagd wordt. En in deze eerste tranche is de Bokkenplaats opgenomen. En over de Kwaliteitsimpuls, en kom ik even weer terug op de verhouding met Rotterdam en ook met de omwonenden, waren er ook zienswijzen. En daarin was al sprake dat wij teruggaan naar een drietal wat grotere concentraties om parkeerplaatsen te creëren. En de Bokkenplaats was er één van die opgeven zou worden. Heeft natuurlijk alles te maken met de bereikbaarheid.
Want als je de Bokkenplaats wil bereiken, kan je hem op twee manieren bereiken. Dat is te voet door het Lage Bergse Bos of je gaat door de wijk Hillegersberg. Dat lag al wat ongunstig. Het lag ook decentraal. En het gebied wordt straks ook wel gereedgemaakt in grasveld, loopvelden, fietspaden, et cetera. Mocht er Koningsdag zijn, ik maakte bijna een fout, Koninginnedag, maar het is Koningsdag, gedaan worden, dan wordt het
10/31
gebied ook vrijgegeven om daar eventueel Koningsdag festiviteiten te houden. Er is vanuit de zienswijzen in 2020, al eigenlijk eerder, toen het Kwaliteitsimpuls werd vastgesteld, is daar niet op gereageerd. Is er althans positief op gereageerd. En de verhouding met Rotterdam. U weet dat die ook in het recreatieschap zitten en de voorzitter ook levert. Het zou wat vreemd zijn als daar opeens een wat andere koers gekozen zou worden. En 2020, het heeft alles te maken met de uitvoering, maar ook met, laat ik zeggen, de ontwikkeling van de A16. Je ziet het nu op dit moment, de landtunnel is aangelegd. Het gebied wordt nu ingericht. En we zijn nu echt stappen aan het zetten om werk met werk te maken. In dat verband ligt die tijd even wat uit elkaar vandaan. Maar het wordt natuurlijk wel integraal met de inpassing van de A16, want het ligt vlakbij, dat wordt een heuveltje, wordt dat integraal met elkaar opgepakt. Op die manier. En ik ben blij met een hamerstuk, want hoe ingewikkeld gaan we hem maken? Dank u wel. De voorzitter: Dat is even de vraagstelling, want in tweede termijn misschien heeft de heer Crielaard of de heer De Graaf nog even een vraag of een opmerking. De heer De Graaf: Nee, dank u. Hamerstuk. De voorzitter: Het een en ander gehoord hebbende, een hamerstuk. b.
Rekenkamerrapport “huizen in de regio, synthese van onderzoeken woonbeleid in vijf gemeenten in Regio Rotterdam De voorzitter: Mooi. Dan gaan wij over naar punt 6B van de agenda. Het Rekenkamerrapport “huizen in de regio, synthese van onderzoeken woonbeleid in vijf gemeenten in de regio Rotterdam. Wij hebben van de directeur van de Rekenkamer op 27 september het rapport... Hebben daar een mooie toelichting op gekregen. En op basis van het onderzoek en de conclusies en de aanbevelingen zijn er een vijftal geformuleerd. Het is nu aan de raad om daar het een en ander te bespreken en vervolgens te besluiten om dit over te nemen dan wel aan te vullen, dan wel aan te scherpen. Ik ben benieuwd. We gaan het zien. En de eerste spreker is de heer Meuldijk. De heer Meuldijk: Dank u, voorzitter. Het is misschien even goed om naar te kijken. Dit is, zoals men het zelf noemt, een synthese op de vijf eerder verschenen rapporten van de vijf gemeenten. Noem het een reflectie. En er vallen me een aantal dingen op. Als ik kijk naar de aanbevelingen... En wil ik er even de eerste drie uitlichten. Allereerst aanbeveling één gaat over beter inzicht in doelgroepen, betere analyse. Reactie van ons college, ik denk terecht, is dat we voldoende beeld en informatie beschikbaar hebben. Aanbeveling twee gaat over de onzekerheden en dat dat risico’s met zich meedraagt.
Ons college, ik denk wederom terecht, zegt dat die voor Lansingerland gering van omvang zijn en de tekortkomingen geen enkel beletsel hoeven te zijn. Dan de derde aanbeveling over de SMART-doelstellingen, waar men schets wat je zou moeten doen, daar hoor ik ons college ook zeggen dat we al op de goede weg zijn. Waarom haal ik deze drie eruit? Omdat als ik dan lees de reactie van het college vraag ik me oprecht hardop af, waarom nemen we ze dan over? Want we doen het al. Of ze zijn overbodig of we doen het al. Graag hoor ik van het college hoe men daarop kijkt. Want ik zou zeggen, niet overnemen als het overbodig is of we doen het al. Tweede waar ik het met u over wil hebben, en dat heeft wel invloed op deze rapportage en over de opvallende zaken die de Rekenkamer signaleert, noem het maar even het Hugo’tje. En het Hugo’tje hebben we in heel Nederland last van. En dan doel ik natuurlijk op de nieuwe definitiekwestie die van de minister komt. Alhoewel hij misschien wel de nieuwe burgemeester van Rotterdam gaat worden, dan heeft hij weer een andere post. Maar dat even terzijde. Dat gaan we later wel zien. Wat hier gebeurt, is het goochelen met definities. En ik vind het gekunstel met cijfers, waardoor je... Door puur met de materie te schuiven, er verandert niks aan die woningen, ga je van 34 naar 27 procent sociale woningen. Ik vind dat geen fijn gestoei met cijfers.
En het geeft ons een probleem als wij vast gaan houden aan bepaalde normeringen en percentages. Is wel belangrijk om even te beseffen. Ander belangrijk punt is dat zijn maatregelen, de verhuurderheffing en andere zaken, ervoor zorgen dat er nog minder middenhuur is. Heel veel middenhuur is inmiddels verkocht. Hij heeft nauwelijks invloed op de verkoopsommen gehad. Daar geen effect. Maar hij heeft wel als effect dat er gewoon minder beschikbare middenhuur is. En daar zit de belangrijke crux waar we ons, volgens mij, van bewust moeten zijn. Wat te weinig uit de Rekenkamerrapportages blijkt, er is een tekort aan middenhuur in heel ons land, maar ook met name in onze regio. Belangrijk om te bevatten. Dan een ander belangrijk punt is het dorpse karakter van Lansingerland. We zien hier die vijf gemeenten, en ik weet niet of u het gezien heeft, maar daar staat Rotterdam bijvoorbeeld bij en Capelle. Capelle, weet ik wat van. Wat mij betreft gemeenten totaal niet vergelijkbaar met deze mooie gemeente. Niks ten nadele ervan, maar het is gewoon een hele andere bevolkingssamenstelling, andere omvang. Totaal niet vergelijkbaar. Albrandswaard kun je nog enigszins mee vergelijk, maar anders niet. Waarom zeg ik dit? Dat heeft te maken dat je je sociale woningbouwvoorraad... Dat je niet aan een harmonisatie moet gaan denken. Dat we allemaal eenzelfde soort percentage moeten hanteren.
Is niet passend wat Leefbaar betreft. Ander
11/31
belangrijk punt die ik nog even naar boven wil halen, want dat is wel om te snappen waarom het lijkt dat wij tekortschieten in onze hoeveelheid sociale woningen, dat heeft alles te maken met de periode ’13‘15 van deze eeuw. Dat we bijna een artikel 12-gemeente waren, onder verstrengd toezicht bij de provincie stonden. Wij hebben toen, om onze grexen wat op te poetsen, in het dure segment moeten bouwen. Is een hele bewuste ontwikkeling geweest. Die ik ook passend vind in onze gemeente overigens. Maar dat is wel de oorzaak waardoor we in die percentages relatief minder sociale woningen hebben. En is dat erg? Nee, dat is niet erg, want in... De voorzitter: Mijnheer Meuldijk, een interruptie van de heer Xhemaili. De heer Meuldijk: Een interruptie. Uiteraard. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik werd getriggerd door de collega van Leefbaar 3B, over de percentages. De voorzitter: Mijnheer Meuldijk, uw microfoon. De heer Xhemaili: De heer Meuldijk. Ik werd getriggerd door zijn betoog over de percentages. Vind de heer Meuldijk nu dat wij voldoende sociale huur en betaalbare woningen hebben, zowel in huursegment als de middenhuur? De voorzitter: Mijnheer Meuldijk. De heer Meuldijk: Als het puur om de sociale gaat, dan hebben we het over die subsidiabel zijn, binnen die norm, hebben we landelijk genoeg en in deze gemeente ook genoeg. Maar dat is een andere discussie.
Dat gaat te ver voor nu. Wat ik belangrijk vind, gelet op mijn tijd, want ik wil het nog wel eventjes netjes afronden, voorzitter, wij hebben wat Leefbaar betreft voldoende sociale woningbouwvoorraad. Te weinig middenhuur. Daar zit wel een crux. Dat is heel essentieel. Dat is wel belangrijk om te beseffen. De voorzitter: Er is toch nog een vraag van de heer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Heeft de heer Meuldijk helder dat wij in Lansingerland maar twintig procent sociale huur hebben? De voorzitter: Mijnheer Meuldijk. De heer Meuldijk: Ja, dat klopt. Het gaat voor nu te ver, maar ik kan u een hele berekening laten zien dat als we landelijk twintig procent sociale huurwoningen zouden hebben, dan zou dat op basis van inkomen voldoende moeten zijn. Dat is een andere discussie. Gaat het hier vanavond niet over. Maar ik geef even aan de historische context hoe dat ontstaan is en dat het ook helemaal niet erg is en passend kan zijn binnen Lansingerland. Onze dorpse karakters en onze hoge grondprijzen, onder andere. Waar ik naartoe wil? Ik wil tot een conclusie komen, voorzitter, want ik heb u aangegeven dat ik graag van het college de reflectie hoor... De voorzitter: Mijnheer Meuldijk, er is ook een interruptie van de heer Jumelet. De heer J. Jumelet: Wat ik even niet begrijp, u verbindt in uw zinnen...
Dorpskarakter lijkt u te gaan verbinden met sociale huurwoning. Dan ben ik toch wel even benieuwd wat de verbinding daarin is voor u, in uw beeld? Want ik val bijna van mijn stoel af als daar een verbinding tussen zou bestaan. De voorzitter: Mijnheer Meuldijk. De heer Meuldijk: Dank u, voorzitter. Nogmaals, het gaat te ver, gelet ook op mijn spreektijd, om het hier helemaal uit te diepen. Wil ik na afloop graag met u doen. Dan kunnen we dat uitvoerig doorspreken. Maar dat heeft alles te maken met onze samenstelling, onze dorpse kernen, onze hoge grondprijzen, er zijn meerdere... En dat we laagbouw willen, geen hoogbouw, om moverende redenen, om die dorpse karakters te bewaren. Teveel redenen om op te noemen. Maar ik denk dat dat voor een andere keer is, voorzitter. De voorzitter: Ik ga even nog terug naar de heer Jumelet. En dan kom ik daarna terug bij de heer Xhemaili. Mijnheer Jumelet.
12/31
De heer J. Jumelet: Ik vind het een beetje vreemde stelling. U roept nu iets in de publieke ruimte over sociale huurwoningen, over dorps karakter. En dan zegt u, daar moeten we het na de vergadering maar over hebben. Dan vind ik ook dat u publiekelijk daar uitleg moet geven wat u precies bedoelt. De voorzitter: Mijnheer Meuldijk. De heer Meuldijk: Dank, voorzitter. Zou ik met allerliefste doen, maar ik heb de spreektijd niet. Dat is helaas zoals het hier werkt. Voorzitter, ik wil afronden. De voorzitter: En de heer Xhemaili wil ook... De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog even inhaken op de heer Jumelet en over het dorps karakter. Volgens mij kunnen we in een dorps karakter niet wonen. En als ik zo het betoog van de heer Meuldijk beluister, betekent dat met zijn redenatie en logica wij niet in Bleizo-West kunnen bouwen, omdat wij niet voldoende dorps kunnen bouwen. En als we echt een inhaalslag willen maken met sociale woningbouw in Lansingerland, niet landelijk... We hebben het hier over Lansingerland. Het rapport gaat over Lansingerland en een aantal gemeentes in de regio. Betekent het dat wij flink wat nieuwe sociale nieuwbouw, zowel huur als middenhuur, moeten gaan realiseren om aan de norm van de regio te voldoen. En met de stelling van Leefbaar 3B gaan we dat niet halen.
De voorzitter: Mijnheer Xhemaili, dat was geen vraag richting de heer Meuldijk, volgens mij. Ik kom er even op terug. Bij deze. De heer Xhemaili: Ik had wel een vraag gesteld. Want mijn vraag was, is het de heer Meuldijk het met mij eens als hij voor dorps karakter gaat in Lansingerland dat wij in Bleizo-West niet kunnen bouwen, omdat wij niet voldoen aan het aantal woningen? De voorzitter: Weer verder. Eens even kijken. Nog een korte reactie, want u bent... De heer Meuldijk: Voorzitter, ik ga naar mijn conclusie. En dat voor een ander moment bewaren. Wat ik mee wil geven aan dit college vanuit Leefbaar, is dat we u vragen om meer doelgroepgericht te kijken naar de woningvoorraad. Dat is goed. Maar dan wel zowel sociaal als midden. Juist die middenhuur daarin meenemen. Ook daarvoor ruimte geven aan onze corporatie. Die mag middenhuur exploiteren, neerzetten. Geef ze daar alsjeblieft meer ruimte voor. Hou niet halsstarrig vast aan het hoge percentage sociaal bij alle nieuwbouwlocaties. Woningtype en prijs moeten passend zijn in de omgeving. Denk daar meer aan. En met name het regionale gesprek om de sociale voorraad regionaal hoeft niet zoveel te stijgen en zeker niet gelijktrekken binnen alle gemeentes, zouden we willen meegeven. Met andere woorden, wees kritisch op deze synthese slash reflectie, alstublieft, college. En ik hoor graag wat het college daarvan vindt.
De voorzitter: En de heer Meuldijk heeft geen tijd meer. Maar ik zeg... Mooi. Dan gaat u lekker verder, mijnheer Jumelet, met uw reactie. De heer J. Jumelet: Dank u wel, voorzitter. Helder Rekenkamerrapport met vijf heldere aanbevelingen. En wat mijn fractie betreft, en het voorstel ook van het college, om ze gewoon over te nemen. En dat lijkt ons ook zeer goed. Uiteindelijk gaat het om zicht en sturen. En om goed te kunt sturen, heb je zicht nodig. En die aanbevelingen gaan daar deels over. In die zin komt dat goed uit. Maar uiteindelijk dat stuur is niet alleen het college, maar dat zijn wij ook zelf. En ik kom ook nog wel even op de rol van de provincie en van het Rijk, maar eerst over onszelf. Uiteindelijk kunnen wij heel goed zicht hebben en weten we natuurlijk heel veel, want er ligt ook een Woonvisie en sinds 2015 is er natuurlijk heel veel gebeurd. En in de beantwoording van het college wordt er ook op ingegaan. Maar uiteindelijk wij zelf als raad moeten ook leveren. En dat betekent dat wij niet bij elk bouwplan moeten gaan miezemauzen over hoogte, breed, diepte. Mag het een onsje minder zijn. Want uiteindelijk is het, met name ook de aantallen zijn heel belangrijk, gezien de enorme vraag. En dat betekent niet alleen meer van hetzelfde, maar zeker ook de sociale woningbouw, de middenhuur, de bereikbaarheid voor doelgroepen, ouderen, senioren, jongeren, het hele palet.
Maar laten we alsjeblieft daarmee ook een beetje, ik zou haast zeggen, gasgeven en ook eens raad onze verantwoordelijkheid nemen. En niet bij het eerste het beste voorstel dan weer op de rem gaan duwen. Dat is één. Twee. Dan kijk ik ook weer naar de provincie. De discussie zullen we morgenavond wel hebben over Bleizo-West. Maar ook als het gaat om de N209, want die zal van belang zijn bij de realisatie van een aantal andere woningbouwprojecten. Willen wij inderdaad sturen en antwoord geven op de vraag die er ligt, dan moet ook de provincie leveren. En uiteindelijk het Rij. Daar heeft de heer Meuldijk ook een klein beetje over... Laten we niet gaan zitten met definities et cetera. Maar uiteindelijk, en dat hoor je natuurlijk nu in de afgelopen jaren in de
13/31
media, maar ook in allerlei stukken, is er toch een enorme woningnood. En daar zijn we allemaal verantwoordelijk voor, lokaal, provinciaal en Rijk, om daar antwoord te geven en eens flink inderdaad op het gaspedaal te gaan drukken. Voorzitter, wat dat betreft niet krampachtig. Laten we ten volle aan de slag gaan. En wat mijn fractie betreft, is het een hamerstuk in de komende raad. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, dank u wel. Van mij een iets andere insteek dan de twee voorgaande collega's. Laat ik beginnen met te zeggen dat wij de aanbeveling van de Rekenkamer onderschrijven. Het zijn niet fundamenteel hele andere aanbevelingen dan ruim een jaar eerder in het eigen onderzoek naar woningbouw in de gemeente. In die zin moeten we een beetje uitkijken voor een herhaling van zetten. Maar toch ga ik wel een aantal dingen herhalen die we in oktober ‘22 bij de behandeling van het Rekenkamerrapport toen naar voren hebben gebracht. En ik wil graag van de wethouder weten hoe de situatie zich sinds dat moment heeft ontwikkeld. Twee van de vijf aanbevelingen gaan namelijk direct over monitoring van de woningmarkt. En drie van de vijf over dat je vraag en aanbod moet kennen om je beleid goed vorm te geven.