CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV23.0099] Verslag Commissie Algemeen Bestuur d.d. 11 okt 2023

Commissie Algemeen Bestuur 15 november 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering23.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ondanks dat wil ik toch nog de griffier hartelijk danken voor de oplegnotitie die echt heel erg prettig was. Zoals de heer Markus zei, had GL een wat onprettig gevoel na de afgelopen commissievergadering met de directeur van de rekenkamer. Eens in de 4 jaar is fijn dat we in ieder geval iets van een onderzoek gaan krijgen. Wij hebben er ernstige twijfels over of dat voldoende zal zijn om te kunnen doen wat we ervoor nodig hebben, maar ook zien we niet echt een andere optie dan het uitproberen, we willen komend jaar gaan kijken wat er beter kan, hoe het beter kan en wat de alternatieven zijn. Dank u wel. Mevrouw Van Asselt: Dank voor alle complimenten. Ik vond de wisselwerking met de griffie ook heel prettig en ik vond het ook een hele mooie oplegnotitie, dat heb ik ook nog mee gegeven. Het is sowieso bijzonder, dat we in de verordeningen, ik maak op dit moment een rondje langs allerlei rekenkamers die een regiofunctie hebben, omdat ik heel graag wil leren van best practices, dan zie je dat in een aantal van die rekenkamers dat evaluatiemoment eens in de zoveel jaar, dat hoeft niet ieder jaar te zijn, maar bijvoorbeeld eens in de 4 of 6 jaar, even met elkaar stil te staan van: gaan we op deze manier met elkaar verder? Dat is sowieso een goed idee. Ik vind het punt van evalueren en dat inbakken in onze wisselwerking een heel belangrijke.

Ik kan me voorstellen, of het dan echt evalueren is of reflecteren na een jaar, daar kan ik me alles bij voorstellen. Ik wil u wel bedanken voor het in ons gestelde vertrouwen, dat u toch raadsbreed zegt: we willen in ieder geval met dit voorstel nu aan de slag. Dat varieert dan een beetje in smaken, sommige mensen geven aan: we zetten deze koers in en houden die vast. Bij anderen is het iets meer tegen wil en dank in, als ik het zo mag formuleren. Ik loop even de verschillende vragen langs. Ik begrijp heel goed, ik vind het ook een spannende exercitie om nu die gezamenlijke onderzoeken te gaan doen en toch nog specifiek genoeg te zijn, dat vind ik echt uitdagend en dat vinden onze onderzoekers ook uitdagend, soms een beetje spannend, maar we vinden het echt uitdagend om te kijken: hoe kunnen we op deze manier de kwaliteit, die wij in huis hebben, inzetten zodat we die onderwerpen toch goed vast pakken, maar tegelijkertijd ook alle deelnemende gemeenten net zo blij maken als wanneer ze een eigen rapport zouden hebben gehad, maar zonder dat ze iets extra’s hebben gekregen. Dat is het gevoel waar wij het voor proberen te doen. U zegt: wij hebben een rapport over inkomensregelingen. Dat is een rapport van Lansingerland, maar het heeft meerwaarde dat het ook voor Barendrecht en Capelle is gedaan.

Dat hopen wij te gaan bereiken, maar ik snap heel goed, dat voelen we zelf ook, the proof of the pudding is in the eating. Wij hebben gewoon geen voorbeelden van rekenkamers die dit eerder hebben gedaan, dus we gaan met elkaar een experiment aan, maar ik heb er wel goed vertrouwen in. Ik was hier 2 weken geleden of vorige

15/33

week om hier het rapport ‘huizen in de regio’ toe te lichten, dat geen van tevoren gezamenlijke studie was, maar toch een rapport over 5 gemeenten. Ik heb het nu in 3 gemeenten toegelicht, het was toch interessant om te zien dat de meeste gemeenten, natuurlijk varieert dat van fractie tot fractie, heel blij zijn met dit rapport, omdat het er toch iets op legt wat je anders niet had kunnen hebben. Daar gaan we voor, maar ik ben net als u van mening, dat we dat intern met u kritisch moeten evalueren. De onderwerpkeuze, dat dat transparant, navolgbaar en methodologisch moet zijn, dat vind ik ook van mensen van de 21e eeuw, dus dat vind ik een hele belangrijk. Voor Rotterdam hebben we die slag al gemaakt en we willen hem graag in die bijeenkomsten met u ook gaan maken. Het kritische punt, het was grappig dat u precies op die ene zin, toen ik de brief voor vanavond aan het overlezen was, dacht: staat het er wel zoals het er moet staan? Wat we proberen aan te geven, is: los van dat we een instituut zijn, zijn we ook een organisatie. Met de manier waarop we nu georganiseerd zijn, daar is heel hard aan gewerkt, dat heeft u in de jaarverslagen kunnen lezen, er moesten best wat slagen gemaakt worden toen ik binnen kwam.

We hebben nu met een manier van werken met de 5 projectleiders, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de capaciteitsplanning, echt een slag gemaakt en ik zou dat wel even willen koesteren. Dan lijkt 5 of 6 teams niet zo’n groot verschil, maar het is voor de dynamiek in zo’n team en projectleider wel een verschil. Dat is ook de reden. Onze organisatiestructuur is nu zo gebouwd dat dit nu werkt en ik wil het eerst zo goed laten werken. Aanhakend op uw vraag. De rekenkamer als organisatie heeft gewoon veel voor zijn kiezen gehad, het is echt een meervoudige transitie van aan de ene kant heeft ook de rekenkamer Rotteland te leiden gehad onder corona, net als iedere andere organisatie. De gemeenteraad van Rotterdam heeft heel bewust gekozen niet alleen voor een nieuwe directeur, maar ook voor een andere directeur. Vervolgens trof ik een aantal zaken aan, waar een slag in gemaakt moest worden, wat ook niet altijd leuk was voor de rekenkamer om onder ogen te zien. Ik heb echt heel veel respect voor onze medewerkers, dat we ondertussen ook nog zo goed onderzoek blijven doen. Dat span of control punt is in ieder geval een punt op dit moment. Ik wil niet zeggen dat dat voor de lange termijn zo zal blijven, dat weet ik niet. Volgens de wet hoor ik een plaatsvervanger te hebben, die heb ik niet.

De gemeenteraad van Rotterdam op initiatief van de griffie is nu bezig om alle verordeningen door te lichten. Ik heb dit punt natuurlijk zelf ook op tafel gelegd, want ik heb geen plaatsvervanger. Nu ga ik daar niet zelf over, daar gaat de gemeenteraad over. Dus dat punt ligt ook op tafel. Het hangt ook van dat soort overwegingen af wat de governance constellatie wordt. Het is in ieder geval het antwoord voor nu, wat niet wil zeggen dat ik over 2 jaar hetzelfde antwoord geef zonder daarmee verwachtingen te willen wekken. Ik ga meteen naar uw vraag, want die haakt daar mooi op aan. Ja, er is veel van de rekenkamer gevraagd. Lopen we op onze tenen? Op sommige momenten wel, maar ik vind dat het nu wel gezond is. We hebben echt stappen gezet, de verhouding projectleider / onderzoeker is echt veel beter geworden. Toen ik binnen kwam was het 1 op 1, dan heb je per definitie kwetsbare teams. Nu is het ongeveer 1 op 2 door keuzes die ik intern heb gemaakt en extra geld dat we van Rotterdam hebben gekregen. Ik zie dat de stabiliteit groeit. We hebben het moeilijkste achter de rug qua op onze tenen lopen en door zure appels heen bijten. Het feit dat deze herijking nu zo langzamerhand tot keuzes gaat leiden, dat brengt natuurlijk ook rust, ook voor ons. Dat helpt.

Wat kunt u doen als iets oppopt? Zullen we gewoon afspreken dat we daar dan een gesprek over hebben? Als er iets oppopt, ga ik altijd met u in gesprek, want ik vind wel, daarom vond ik die lumpsum financiering zo belangrijk, dat we niet steeds moeten discussiëren: is er wel of niet geld voor. Ik vind dat wij moeten doen wat nodig is en tegelijkertijd binnen bepaalde kaders. Laten we gewoon afspreken, van de 5 of 6 gemeenteraden die ik bedien, hoort Lansingerland bij de grootste 3, dus het lijkt me gewoon reëel, als er echt een belangrijk issue is, waarvan duidelijk is dat alleen een rekenkamerrapport een verschil kan maken, dan gaan we daar gewoon over praten. Dat wil niet zeggen, dat ik het automatisch beloof, maar ik vind wel dat we daar met elkaar een gesprek over moeten kunnen hebben. Dat is toch een soort toezegging, dat het geen automatisch nee is. Ja toch? Het wil ook niet zeggen, dat het een ja is. De heer Van den Beukel gaf nadrukkelijk aan: laten we

16/33

nu deze koers doen, waarom over een jaar evalueren, want dan ligt niet alle informatie op tafel. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik weet niet of over een jaar heel veel andere informatie op tafel ligt, behalve dan dat we met elkaar bij de onderzoeksprogrammering hebben stilgestaan, dat we een rapport af hebben en dat we met het GRJR rapport ook al een behoorlijke slag gemaakt hebben. U heeft ook het ‘huis in de regio’ rapport gehad en u heeft ook een ‘doe mee’ onderzoek gehad. Er ligt extra onderzoek op tafel en ligt misschien ook wat extra ervaring met elkaar, waardoor het voor u makkelijker is om ook de keuze voor de lange termijn te maken. Is het voor de rekenkamer een probleem als u het nu geclausuleerd doet en over een jaar hier nog een keer op wilt reflecteren? Nee, voor ons is het al heel fijn dat we nu helderheid hebben voor 2024. Zoals een collega van u al zei: als u eind 2024 besluit iets anders te doen, hebben we toch met elkaar een relatie, dat is niet vandaag of morgen geregeld. De heer Markus maakt een opmerking niet alleen over ons als onderzoeksproducent, maar ook als instituut van en voor de raad. Dat vind ik minstens zo belangrijk als u, dus het lijkt me goed om daar met elkaar op te reflecteren. Dat mag volgend jaar, maar ik zou dat ook op termijn.

We hebben nu één van de best practices bij de rekenkamers met regiofunctie, is toch wel dat alle verordeningen van de deelnemende gemeente hetzelfde zijn, dat is hier helemaal niet het geval. Dan zou ik me heel goed kunnen voorstellen, dat je dat soort zaken ook afspreekt. Dat gebeurt bij rekenkamers met regionale functie ook, dat het eens in de 4 of 6 jaar op de agenda staat: we maken weer een keuze voor de komende 4 tot 6 jaar. Aan het eind als iedereen zijn mind heeft opgemaakt, weet wat hij wil, als we dan de verordeningen gelijk schakelen, dan kunnen we ook dit soort afspraken met elkaar maken. Heeft u voldoende onderzoekscapaciteit? Ik vind, dat is niet omdat ik de directeur ben van de rekenkamer, ik vind sowieso dat u als raad veel meer onderzoekscapaciteit zou mogen hebben dan u nu via de rekenkamer, via ons model of via een ander model, krijgt. Dat even for the record. Voor uw controlerende en kaderstellende functie heeft u onafhankelijk onderzoek nodig. Ik vind eerder dat u altijd te weinig krijgt in plaats van teveel, maar ik vind het logisch dat u het afweegt. Zoals de griffie in de oplegger heeft gezegd. Als ik voor u kon zeggen: dit is de perfecte rekenkamer voor Lansingerland, dan had ik het als uw directeur gezegd, maar die is er helaas ook niet. Ik denk dat u moet blijven afwegen wat voor u het belangrijkst is. Ik denk dat ik het meeste heb behandeld.

Zowel over de zorg waar u mee zit, hoe we daarmee om kunnen gaan, waar we met elkaar in gesprek zouden moeten, hoe het er met de rekenkamer voor staat, dat we inderdaad op onze tenen hebben gelopen, maar dat we in een gezondere situatie terecht aan het komen zijn. Nogmaals dank voor het vertrouwen dat uit al uw bijdragen spreekt en de waardering voor wat we tot nu toe hebben gedaan. Tweede termijn De heer Jonker, D66: Allereerst wil ik de directeur bedanken voor de beantwoording van de vragen. Ik wil de fracties bedanken voor hun bijdragen. Ik wil even ingaan op de heer Van den Beukel, want hij stelde wel een goede vraag. Waarom ga je evalueren na een jaar? Ik denk dat dat in de beantwoording van de directeur al een klein beetje werd vermeld. Het is een nieuwe werkwijze, het woord experiment, ik hoop dat het niet te experimenteel is. Experimenten moet je altijd evalueren, het is een nieuwe werkwijze, die is anders dan we gewend zijn, het vraagt andere dingen van ons, dat is de reden waarom het goed is om te evalueren. We kunnen nog discussiëren over het exacte tijdstip en welk moment, maar ik denk dat het nuttig is. Het is dan op productkwaliteit maar ook proceskwaliteit, hoe komen we tot een webselectie, hoe ziet dat er dan uit en dat soort zaken, maar daar moeten we later maar even van gedachten over wisselen. Hier wilde ik het bij laten.

17/33

De voorzitter: Dan denk ik dat het een heldere uitkomst is van deze discussie. Ik wil u bedanken voor de toelichting en de griffie bedanken voor de oplegger, zodat de discussie goed gevoerd kon worden. Wat mij betreft kunnen we het hierbij laten. Dank. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Toetreding Staat als aandeelhouder van Stedin De voorzitter: Ik wil u even attenderen op het feit dat bij 1 stuk geheimhouding opgelegd is, 3 inmiddels. Houd u daar rekening mee in uw woordvoering. De griffie zal bewaken dat dat geëerbiedigd wordt. De heer Jansen, WIJ: Er ligt een duidelijk voorstel op tafel, dat is ook afgelopen week in de beeldvorming digitaal duidelijk verder uitgelegd. Het belang van investeren van de Staat in Stedin is duidelijk. Stedin en ook de andere netwerkbeheerders staan voor een grote opgave en wij daar zelf natuurlijk ook het slachtoffer van geworden met de afkondiging van de netcongestie in Berkel en Bleiswijk, dus investeren is belangrijk. Met het toetreden van de Staat als aandeelhouder heeft Stedin een betere positie om geld uit de markt te halen en de noodzakelijke investeringen te kunnen doen. We zijn het eens met het college om onze aandeelpositie niet op te hogen, we zijn het eens met de verwatering. We zien dat het nieuwe dividendbeleid goed voor ons is en dat we dus geen extra investering moeten doen. Daar wilde ik het bij laten.

De heer Van Santen, VVD: Toen cumulatief preferente aandelen werden uitgegeven zagen we al dat de kapitaalbehoefte dusdanig was, dat er nog een keer langs gekomen zou worden. Ik ben blij dat de Staat hier nu instapt, wellicht nog niet de laatste keer. Daarom ligt het nu voor. Wij kunnen instemmen met het toetreden van de Staat als aandeelhouder. Om zelf geen aandelen bij te kopen, vinden we ook een goede zaak. We hebben ook geen wensen en bedenkingen. Ik heb nog wel een vraag aan de portefeuillehouder of wethouder. Het dividendbeleid, in de brief staat, er is ook een bijlage aan gekoppeld die geheim is, dat het ook voordelig is. Als ik het rekenvoorbeeld heb gezien, komen er inderdaad voordelige uitkomsten uit, dus dat klopt met die stelling. Toch vind ik het wel apart, daar wil ik toch een toelichting op hebben. Juist de staat heeft met de toetreding gezegd: wij gaan er zoveel in stoppen, dan is het niet de bedoeling dat er van alles weer weglekt. Ik vind het niet zo gek dat ze dat vragen. Je zou verwachten dat er dan een wat minder dividendbeleid uit zou komen en zeker niet voordeliger, op zijn slechts neutraal. Dan wordt het voordeliger en dat begrijp ik toch niet helemaal goed. Ik begrijp het voorbeeld wel, maar misschien dat de portefeuillehouder er iets over kan zeggen, waarom het nou voordeliger is.

De heer Scheringa, PvdA: De beeldvorming vond mijn fractie heel helder, vorige week donderdag. Toetreden van de Staat, versterken van Stedin juichen wij toe. Duurzaamheid is ook essentieel naar de toekomst toe, daar zijn we allemaal van overtuigd. De bijlage vonden wij overtuigend. Verder spreken wij ook onze steun uit om geen gebruik van het voorkeursrecht te maken. Vooruitlopend op de tweede termijn: het is voor ons een hamerstuk. Dank u wel. De heer Jonker, D66: Stedin staat onder grote druk, heeft serieus veel geld nodig voor de energietransitie. We merken ook in Lansingerland de problemen met het overbelaste net. Het is belangrijk dat de overheid investeert. Wij kunnen daarom ook instemmen met dit voorstel. We zijn blij met de voorgestelde dividendstructuur. We zijn ook blij dat we op deze manier kunnen bijdragen aan de uitdagingen die we als land hebben op dit vlak. Daar wilde ik het bij laten. Wat ons betreft ook een hamerstuk.

18/33

De heer Markus, CU: Wij kunnen het kort houden. Wij kunnen instemmen met alle drie de voorgestelde beslissingen. Wat ons betreft is het ook een hamerstuk. De heer Duk, GL: Op het moment dat het over energietransitie gaat, moet ik natuurlijk toch even het woord voeren al zijn eigenlijk alle woorden al gezegd door de VVD-fractie en dat vind ik een heel griezelige. Ik sluit me eigenlijk volledig aan bij de woorden van de heer Van Santen. De heer Philippens, L3B: Fijn dat de Staat hierop instapt. Het is goed uit onderhandeld voor ons als gemeente ook. Wat ons betreft een hamerstuk. Dank u wel. De heer Krieger, CDA: Ga er maar goed voor zitten. Het voorgestelde besluit is duidelijk en goed gemotiveerd. U weet uit eerste hand, dat ik weleens kritisch kan zijn als voorgestelde besluiten dat niet zijn. Maar ik zal u zeggen: ik heb alle stukken doorgenomen en mijn ondernemingsrechtelijke hart ging er sneller van kloppen. Ik kan u allemaal aanraden aanstaand weekend, neem een goed glas rode wijn en lees de concept akte van statutenwijziging volledig door. Die tip kan ik ook aan mijn collega Markus geven, want zo’n ondernemingsrechtelijk pareltje gaat u zelden meer tegenkomen. Het CDA kan zich uiteraard vinden in het voorgestelde besluit, volledig in lijn met onze inzet uit het verleden. Wij kunnen dan ook instemmen met dit besluit.

Ik wilde zeggen: wij adviseren andere partijen om dat ook te doen. Maar het lijkt me duidelijk, dat die het met ons eens zijn. Tot zover. Mevrouw Van Olst, VOOR: Hamerstuk. Beantwoording college Burgemeester Van de Stadt: Richting de heer Krieger zeg ik: die adviseurs waren duur genoeg. Het mag ook wel. Een vraag van de heer Van Santen over dividend. Zijn opmerking is natuurlijk terecht, laten we dat voorop stellen. Het is niet eenvoudig. Het was een lastig onderhandelingspunt. U kunt lezen: de Staat staat ongeveer op nul en wij zaten op behoud. Daar zat best een gat tussen. We zijn wel wat dichter bij elkaar gekomen o.a. door een andere berekeningssystematiek, door Stedin zelf voorgesteld. Maar feit is dat we theoretisch dividend inleveren. Ik zeg even: theoretisch. Als de Staat niet zou toetreden, zou dat betekenen dat Stedin zelf moet financieren, dan zou de rating naar beneden gaan, de rentelasten, dan zou de winst weg smelten en dan zou de dividend zeker naar beneden gaan. In die zin, als je geen afspraak met de Staat zou maken, dan zou het je ook dividend kosten. Als je wel afspraken maakt, kost het je ook. Waarom we stellen dat het niet zo is, komt omdat wij in de begroting gewoon een reeks hebben opgenomen op het gebied van dividend en daar blijft dit duidelijk boven.

In die zin, onze oude inschatting en onze nieuwe inschatting, nogmaals, het is een inschatting want wat Stedin volgend jaar verdient is natuurlijk toch koffiedikkijken, komen we er heel goed uit, positief uit. Daar laat die opmerking op. Maar je kan dus niet zeggen ceteris paribus is het dividend oude ratio lager, maar zou je het niet doen, dan zou het zeker lager zijn. Helderder kan het niet worden, ik hoop dat het begrijpelijk is. De heer Van Santen: Op zich begrijpt iedereen uw antwoord. Waar ik dan over val, is dat er staat: voordeliger. Ik zeg niet dat het een verkoopbrochure is, maar het wordt een beetje aan geprijsd, dan moet je het wel onderbouwen. Een onderbouwing naar: als er niets gebeurt. Ik denk niet dat daar het woord voordelig op slaat. Het slaat op wat we nu gewoon hebben en wat er gaat komen, ik denk dat daar voordelig op slaat. Dan had ik een andere uitkomst verwacht. Mijn vraag is eigenlijk, u geeft aan, we maken een inschatting van hoe de dividenden de komende tijden zijn, dus er wordt een inschatting gemaakt van de winstgevendheid van Stedin, dan is mijn vraag: hoe conservatief of rooskleurig bent u dan bij die inschatting? Burgemeester Van de Stadt: Wij begroten natuurlijk altijd met een zekere behoedzaamheid, omdat toekomstige winsten buitengewoon lastig te bepalen zijn.

19/33

Er is wel in deze reeks door Stedin alles doorgerekend, dat is noodzakelijk voor de waardebepaling van het bedrijf. Er zitten dure adviseurs achter. Dit is de beste inschatting die je op dit moment over de toekomstige winsten van Stedin en de dividendstromen kan maken. Maar dan nog benadrukt Stedin zelf elke keer, dat hebben ze vorige week ook in de bijeenkomst met de raadsleden gedaan: het blijft natuurlijk koffiedikkijken. De belangrijkste daarbij zijn de marges die de toezichthouder vast stelt. In hoeverre mogen zij investeringen uiteindelijk in de prijs doorrekenen. Daar lijkt nu verruiming in te komen, is het laatste nieuws, dus dat is gunstig. Dat betekent dat de kapitaalbehoefte, dat de winst hoger wordt, overigens de tarieven ook, uiteindelijk wordt het betaald door de consument, maar dat de kapitaalsbehoefte weer lager wordt, dus dat is gunstig vor de bestendigheid van het bedrijf. U zegt: voordeliger. Ik ga zelf even af op het stukje dat in het raadsvoorstel staat onder het nieuwe dividendbeleid, onder 3. Daar gaat het om. Het oude P-ratio was 50% van de netto winst. Dat wordt onderstaande staffel. Dan kunt u vanzelf uitrekenen: wanneer kom je dan op 50% of hoger. Bij een lage winst kom je uiteindelijk hoger uit. Dat is begrotingstechnisch voor ons gunstig.

Het betekent dat je in moeilijke jaren uiteindelijk meer krijgt, maar dat je in hele vette jaren wat minder krijgt. Het is makkelijker om een meevaller niet te krijgen dan een tegenvaller te moeten inboeken. Dat is gunstig. In the end hebben wij berekend, dat ziet u in de staffel, dat het hoger uitvalt dan we vooraf hadden ingeschat aan dividend. Maar dat zegt ook iets over ons. 93% van de gemeenten zit op onze lijn en 7% van de gemeenten valt het tegen, dus die hebben een hoger dividend in de begroting staan. Dat is ook afhankelijk van de wethouder financiën, want die kan natuurlijk een optimistische schatting maken, dan heb je je begroting makkelijker dicht. Dan zie je bij de jaarrekening wel waar het schip strandt. Dat is ook een wijze van begroten, waar je als gemeente redelijk flexibel ik kan zijn en als wethouder financiën. Bij ons kunnen we constateren: wij behoren tot de behoedzamere gemeenten en komen er dus gunstig uit. Tweede termijn De heer Jansen, WIJ: Ik had in mijn eerste termijn het toverwoord niet gebruikt, maar het is voor ons een hamerstuk. De heer Krieger, CDA: Nog één opmerking richting de burgemeester. Dat het dure adviseurs zijn, wil natuurlijk niet zeggen dat ze automatisch goed zijn, maar uit de stukken bleek dat het kundige adviseurs zijn. De heer Van Santen, VVD: Dank u wel, burgemeester, voor de beantwoording van de vragen.

Fijn om te horen, dat we behoedzaam begroten, dan komt het wellicht ook uit, dat het voordeliger is. De zin staat onder punt 1.5 van de brief onder hoofdstuk 3. Daar staat: de toetreding van de Staat heeft een positief effect op de dividendbaten van onze reguliere aandelen. Daar ging het om. Het is duidelijk. Voor ons is het ook een hamerstuk. Burgemeester Van de Stadt: Ik zie het staan. Ik vind hem dan gewaagd, die zin zo lezende. Gaat u maar af op wat ik gezegd heb. Een positief effect, dan had erbij moeten staan: ten opzichte van wat we begroot hebben. In werkelijkheid hebben we wat ingeleverd, in de praktijk, als we het niet gedaan hadden, hadden we meer ingeleverd. Dus wat dat betreft: ja, positief. Maar u moet het wel uitleggen, dat het volgt uit het toetreden, namelijk, de kapitaalsbehoefte wordt ingevuld. Of dat het volgt vanuit het feit t.o.v. de begroting. Dat had erbij mogen staan. De voorzitter: Ik ga ervan uit, dat dit als hamerstuk naar de raad kan. Ik zie geen nee-schuddende mensen, dus dan wordt dit geagendeerd als hamerstuk.

20/33

6.b Zienswijze Halfjaar Nota 2023 Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond De voorzitter: De gevraagde beslissing is om de zienswijze vast te stellen en naar de VRR te zenden. De heer Jonker, D66: Allereerst dank voor deze zienswijze. Het is goed te zien, dat het tekort is teruggebracht en dat er een maximale inspanning zal plaats vinden om het zoveel mogelijk terug te brengen naar nul. Toch blijft het een zorgenkindje, dat is al vaak genoemd in deze commissie. Ik denk dat het nu niet het punt is om daar een debat over te voeren. Het is een lastige, zo niet unieke GR-constructie, waarbij je als gemeente afhankelijk bent van de veiligheidsregio Rijnmond maar niet echt bij machte bent om het verschil te maken in alle opzichten. Maar we kunnen wel instemmen met de zienswijze zoals die nu is geformuleerd. De heer Bik, WIJ: Ik heb een iets langere versie dan de heer Jonker. Laat ik beginnen met het feit, dat mijn fractie zich kan vinden in de zienswijze, zoals die hier ligt. Graag wil ik stilstaan bij een aantal zaken. Voor 2023 zijn een aantal zaken, zoals we weten, getemporiseerd als gevolg van gestegen kostenposten o.a. grondstoffen, inflatie en loonkosten. Logisch dat er dan keuzes moeten worden gemaakt. We willen eigenlijk weten welke effecten het temporiseren hebben op Lansingerland. Temporiseren op hoogbouw, wat o.a.

in het lijstje staat, zal niet zoveel invloed hebben voor Lansingerland, maar hoe staat het met de andere punten? Daar zou ik graag nog een korte toelichting op willen. Nogmaals, logisch dat er keuzes moeten worden gemaakt, investeringen en onderhoud blijven echter wel nodig. Is het effect dan niet juist, dat we in de toekomst daar een heel stuk meer moeten gaan betalen? Slecht of minder onderhoud leidt tot meer reparaties. Denk aan het onderhoud van de brandweerwagens en ander materieel. Specifiek worden de redvoertuigen van de hoogbouw in de nota aangehaald. Kan de burgemeester daar wat meer inzicht in geven? Het verwachte tekort voor 2023 is terug gebracht van € 7 naar € 3,3mln met name door een hogere uitkering van een brede doeluitkering rampenbestrijding en lagere loonkosten en die weer uitgesplitst naar kosten pensioenpremie en terughoudend omgaan met het invullen van vacatures. Een grote meevaller, die ik terug zag in de nota, voor het tekort van 2023 lijkt de boete van € 1mln die aan ProRail is opgelegd. Die is nog niet in de cijfers verwerkt, als ik het goed heb gezien. Betekent dat dat de verwachte nacalculatie met € 40.000 naar beneden gaat, omdat dat het percentage is, dat we dat als gemeente terug zien. Gaat het bedrag van € 129.000 na calculatie naar € 89.000? Dat is de vraag. Voor 2024 is het tekort naar € 2,5 mln gegaan door een aantal redenen.

Het laat zien dat het bestuur van de veiligheidsregio de ogen op de bal heeft als het gaat om het terugdringen van het tekort. Nog een vraag aan de burgemeester. Wat is de reden dat het niet mogelijk lijkt om voor 2024 alles al inzichtelijk te hebben? Wat zijn de meest impactvolle variabelen voor komend jaar? Er wordt gesproken over voordelen, die zich in het komend jaar nog voor kunnen doen met een positief effect. Verwachten we geen negatieve effecten? Hoe zit het met de pas afgesloten cao voor de ambulancezorg? In de nota staat dat het cao-overleg nog loopt, dat is inmiddels achterhaalde informatie. Als ik het goed heb, is die cao inmiddels afgesloten en hebben deze afspraken impact op 2023 en 2024, met name omdat met terugwerkende kracht salarisverhogingen plaats vinden, maar ik weet niet of dat impact heeft op de getallen van de veiligheidsregio. Verder valt me op, dat in de halfjaar nota bij grootschalige evenementen met naam en toenaam wordt gerept over De Kuip, de Wereldhavendagen en de Rotterdam marathon, maar niet over Lansingerland Live en Opperdepop. Wellicht een goed idee om daar in het vervolg ook naar te verwijzen. Mooie voorbeelden van fantastisch georganiseerde evenementen in Lansingerland, toch de gemeente die in de volksmond wel de parel van de veiligheidsregio en de provincie wordt genoemd.

De heer Duivesteijn, L3B: Zojuist bij het IVB kreeg ik de waarschuwing om te letten op mijn spreektijd. Gelukkig hebben we nu ook genoeg minuten, want het gaat over onze vrienden van de VRR en daar ben ik altijd erg kritisch op. De voorliggende zienswijze ziet er goed uit, de adviezen

21/33

vanuit het college. We zijn het eens, dat de tekorten in 2024 naar beneden gebracht moeten worden. Ook goed dat de motie mee bezuinigen met gemeente benoemd wordt. Ik hoef niet te herhalen, dat we het jammer vinden dat de ontwikkelagenda getemporiseerd wordt, maar het lijkt me wel een voor de hand liggende manier om te bezuinigen. Eigenlijk eens met de heer Jonker, we zijn het vandaag heel veel eens met de heer Jonker, om niet teveel bij de inhoud stil te staan. Overigens ben ik wel van mening dat de aanrijdtijden van ambulances in Lansingerland verbeterd moeten worden. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Ik sluit me aan bij de meeste woorden van mijn voorgangers. Wij zijn blij dat de tekorten wat zijn teruggedraaid en dat is positief. Dat was het. Dank u wel. De heer Markus, CU: Een heldere zienswijze, alle punten staan erin. Wat ons betreft kunnen we daarmee instemmen. Het is daarmee ook een hamerstuk. De heer Halkes, CDA: Ik sluit me aan bij de vorige sprekers, door het toverwoord uit te spreken. De heer Duk, GL: Toverwoord. Beantwoording college Burgemeester Van de Stad: Bedankt aan de commissieleden. Een aantal vragen en opmerkingen. De heer Jonker had het over zorgenkindje. Dat neemt bij mij wel af, zeg ik even, gelukkig, dat het een zorgenkindje is, want dat was het ook voor mij natuurlijk.

U weet, we hebben vermogen gestopt in het annexeren van de ambulancedienst, dat was echt noodzakelijk, om die rijtijden te halen, de wens van de raad. Maar dat betekende dat we op dun ijs schaatsten. We zagen ook dat de bijdragen van de gemeenten echt achter bleven, dat hebben we bij getrokken, maar vervolgens kwam die inflatie en indexatie-discussie. Als je 2 jaar later indexeert en de inflatie is 10%, dan heb je gewoon echt een probleem, zo simpel is het en ingewikkelder wordt het niet. Er is gezegd: als gemeenten vullen we dat incidenteel aan en op basis van nacalculatie. De reden van de nacalculatie is dat dat de wethouders financiën beter uitkomt, want in de begroting moet je het volledige bedrag opnemen. Valt het lager uit, dan heb je zelf een enorme meevaller, maar ondertussen heb je wel een moeilijk begrotingsproces gehad. Nacalculatie betekent dat je de mee- of tegenvaller kan oppakken. Vandaar dat we het op deze wijze doen, althans, dat de wethouder financiën van Lansingerland het graag wilde op deze wijze. Tegelijkertijd kwam de opdracht van de raad specifiek met een motie maar ook in algemene zin: maak het wel zo klein mogelijk. We constateren hier dat het voor 2023 en vooruitlopend op 2024 voor de helft lukt en dat is best knap, dat het geslaagd is. Ik zeg ook direct, anders gaat de heer Bik zich zorgen maken, een heel groot deel ervan zijn ook gewoon meevallers.

De brede doeluitkering is gewoon verhoogd door het rijk, dat is een meevaller, daardoor wordt het tekort kleiner. Dat zijn gelden waar we recht op hebben, denk ik, waar we lang naar uit zagen, maar het is wel fijn dat het gat daarmee kleiner wordt. De heer Bik vroeg naar het effect van temporiseringen, dat geldt ook voor de ontwikkelagenda en temporiseringen daarin, het loopt verder wel goed. Terecht, elke temporisering heeft financieel ook een lange termijneffect. Onderhoud, als je eens in de 5 jaar je huis schildert, dan kan je best een keer een jaar wachten, maar als je er de gewoonte van maakt elke 6 jaar je huis te schilderen, dan moet je je afvragen: is dat nou goedkoper uiteindelijk dan elke 5 jaar. Scheelt dat aan extra lasten, extra slijtage versus de extra schilderkosten. Daarin moet je een evenwicht zoeken. Maar als wij er druk op leggen met zijn allen, breng dat tekort naar beneden, dan ga je als veiligheidsregio risico op nemen. Dat wordt wel heel bewust en verantwoord gedaan, denk ik. Daar zit ik ook op. U ziet ook: daar zitten niet de wonderen in. Heel veel zaken zijn of een meevaller of gewoon de algemene personeelstekorten of gewoon uitstel van dingen die gewoon niet leverbaar zijn, waar we tegenaan liepen. De heer Bik

22/33

vroeg ook naar de ProRail boete, gaat die omlaag? Ik ga niet vooruitlopen op de toekomst, we gaan zien waar die in de begroting landt, dat wil ik ook graag weten. U heeft gelijk, u zegt terecht, op dit moment is er meer zich op meevallers dan op tegenvallers voor 2024, maar het jaar 2024 is nog lang niet afgelopen, het is nog niet eens begonnen. Ik ben positief gestemd daarover, maar garanties tot aan de voordeur. Het cao-effect is voor de zorgverzekeraars en daarmee voor de premiebetaler, vrees is voor de premiebetaler. Linksom of rechtsom, u krijgt de rekening. Evenementen noemen, ja, de veiligheidsregio is toch een beetje Rotterdam-minded. De aanrijdtijden, ik heb vandaag de directeur van de ambulancedienst gesproken, uitgebreid. Zijn grootste zorg blijft personeel. De werving is echt een probleem. Als we niet kunnen werven, als ze er niet zijn, dan kan je ook die ambulances niet laten rijden. De zorgen van meneer Duivesteijn deel ik. We moeten zorgen dat de ambulancedienst beter kan werven, maar een personeelsprobleem heeft elke sector. Bedankt. De voorzitter: Is er behoefte om in de tweede termijn het woord te voeren? Ik kijk even rond. Nee. Mag ik concluderen, dat dit een hamerstuk wordt voor de raadsvergadering? Ja? Dan is dat bij deze genoteerd.

6.c Vaststellen Verordening BIZ-zone Weg en Land eigenaren 2024 De voorzitter: Er zijn 3 beslispunten: de verordening zelf, het reglement en kennis nemen van de uitvoeringsovereenkomst bedrijfsinvesteringszone Weg en Land 2024. De heer Duivesteijn, L3B: Elke BIZ die in het leven geroepen wordt, daar staan wij positief tegenover, deze dus ook, tenminste, als een meerderheid van de ondernemers akkoord gaat. Omdat het initiatief vanuit de ondernemers zelf komt en de gemeente slechts faciliteert, juichen wij dit toe. We zijn wel benieuwd of de draagvlakmeting al is uitgevoerd, dat zou ik graag nog even willen horen. Dan kom ik in de tweede termijn terug of het een hamerstuk is. De heer Azzouzi, PvdA: Ik wilde beginnen met een hamerstuk. Ik heb een belangrijke vraag aan de wethouder. Wij zijn voor een BIZ, laat dat duidelijk zijn. Maar als vanuit de draagvlakmeting blijkt dat het positief is en er zijn nog ondernemers die tegen de BIZ zijn, dat wij eigenlijk als gemeente de verordening gaan vaststellen, zijn zij toch verplicht mee te doen, of wij daar een oplossing voor hebben. Dat is de vraag aan de wethouder. Dank u wel. De heer Duk, GL: Als ondernemers een BIZ willen starten, dan is dat voor GL gewoonweg een hamerstuk, maar ik wil toch nog een paar woorden vuil maken aan de duurzaamheidsparagraaf, die mij echt oprecht positief verrast heeft.

Dat is ook weleens wat waard, dus ik dacht: laat ik eens positieve woorden zeggen. Wat fijn dat die er zo duidelijk in staan. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: Ik sluit me geheel aan bij de woorden van de heer Duk. De heer Jansen, WIJ: Tijdens de tour de Lansingerland heb ik een aantal ondernemers van Weg en Land gesproken. Zij waren heel positief, dat deze BIZ in het leven geroepen zou worden. Wij spreken de wens uit, dat het een succesvolle inventarisatie wordt, dat iedereen voor stemt en meedoet en dat er een vruchtbare samenwerking tussen de gemeente en de BIZ komt. Voor ons is het een hamerstuk. De heer Krieger, CDA: Wat het CDA betreft een hamerstuk. Misschien, zoals ik het begrepen heb, om een antwoord te geven aan collega meneer Azzouzi, is het volgens mij zo dat als de wettelijk vereiste meerderheid van de ondernemers voor stemt, dat dan de BIZ gewoon een feit is en dat iedereen daar dan verplicht aan mee moet doen. Zoals ik uit de stukken vernam, is er een

23/33

meerderheid, hebben de ondernemers al onderzoek gedaan, en is er een meerderheid voor. Het CDA is voor. De heer Azzouzi: Dat was niet mijn vraag. Mijn vraag was of er een oplossing is voor de mensen die verplicht moeten meedoen. De heer Krieger: Dan is de vraag duidelijk, maar ik snap niet waarom de vraag wordt gesteld. Bedoelt meneer Azzouzi dan dat we voor die ondernemers gaan regelen dat ze dan niet mee hoeven te doen? Of begrijp ik dat verkeerd? De heer Azzouzi: Ik had het gevoel dat mijn vraag beantwoord is, maar mijn vraag was anders. Hebben we een oplossing voor die mensen, die niet willen meedoen? Kunnen wij iets betekenen voor hen? De voorzitter: Die vraag gaat zo door de wethouder beantwoord worden. De heer Markus, CU: Een prachtig initiatief van betrokken ondernemers, die echt iets moois willen maken van hun bedrijventerrein. Ik vind het eigenlijk wel goed, dat degenen die niet mee willen doen ook mee moeten betalen. Het klinkt een beetje gek, maar als jij de vruchten wil plukken van een upgrade van een bedrijventerrein, dan moet je daar ook voor betalen. Als inderdaad een meerderheid voor is, dan betekent dat dat degenen die tegen zijn helaas moeten meebetalen, maar ze kunnen er ook de vruchten van plukken. Dat vinden wij een prima systematiek. Wij vinden het een mooi initiatief. We hopen dat er een meerderheid is en dat de BIZ heel snel in werking kan treden.

Dank u wel. Een hamerstuk. De heer Jonker, D66: D66 is blij met ondernemers die een dergelijk initiatief nemen. We willen hen alle succes toewensen. We stemmen met alle punten in. Wat ons betreft, is dit een hamerstuk. Beantwoording college Wethouder Hoek: Een mooi initiatief inderdaad, het zou betekenen dat we de derde BIZ kunnen verwelkomen in Lansingerland. De eerste is centrum Bergschenhoek, de tweede is industriegebied Rodenrijs en dit zou dan Weg en Land zijn. De draagvlakmeting heeft nog niet plaats gevonden, maar de verwachtingen zijn hoopgevend. Er is heel veel inspanning gepleegd door de mensen die nu de kar trekken, het parkmanagement, dat uit 6 mensen bestaat. Ze hebben nog slechts 22 leden, dus dat is redelijk karig om daardoor de kwaliteit van je hele bedrijfsterrein te garanderen. Daarom is een BIZ een heel mooi instrument. De verwachting is, er is hard aan gewerkt, dat het gaat lukken maar je weet het nooit helemaal zeker, laat dat duidelijk zijn. Is er een oplossing voor tegenstemmers? Nee, gelukkig niet. Ik ben het helemaal met de heer Markus eens. Een BIZ is nou juist bedoeld om met zijn allen ervoor te zorgen dat zo’n bedrijventerrein een soort upgrade krijgt. Het is in winkelcentra bedoeld om de freeriders ook mee te laten betalen aan de upgrading van je centrum en de veiligheid. Er zit een goed democratisch gehalte in het stemmen.

50% moet zijn stem uitbrengen en van die 50% moet 2/3 voor zijn. Dat betekent dat er best garanties in zitten om het met elkaar op een goede manier te regelen. Dus ik moet u teleurstellen, er is geen oplossing voor tegenstemmers, maar die tegenstemmers komen wel in een gespreid bedje, want het betekent wel dat zo’n bedrijventerrein op een goede manier wordt onderhouden, het groen wordt onderhouden, de veiligheid. De heer Azzouzi: Voor mij is het wel duidelijk, de intentie en doelstelling wat een BIZ betekent. Het is principieel in het feit, dat een aantal mensen die zeggen: wij gebruiken dat niet, wij zijn te klein, waarom moeten wij dat gaan betalen? Ik heb een voorbeeld, als de buren hun huizen gaan opknappen aan de buitenkant en ze gaan daarvoor een BIZ opstellen, dat mensen die dat niet willen dat mee moeten betalen. Dat is een klein voorbeeld. Principieel is het gewoon zo. Dat was mijn punt. Wethouder Hoek: Met kleine spelers in het spel is wel rekening gehouden, want uiteindelijk zit er een formule in dat je het aantal vierkante meters optelt van het aantal voorstemmers. Het aantal vierkante meters bedrijfsruimte van de voorstemmers moet groter zijn dan van de tegenstemmers. Daar zit best een staffel in. Ik moet u teleurstellen, daar is geen oplossing voor. Zo werkt het nou eenmaal vaak in het leven: de meeste stemmen gelden.

Wij worden allemaal weleens geconfronteerd met het gegeven dat er ergens in Den Haag iets besloten

24/33

wordt, waar wij het niet zo mee eens zijn, maar toch ook aan moeten voldoen. Dat noemen ze democratie. Ik denk dat het democratisch gehalte binnen een hele BIZ-regeling op een goede manier gewaarborgd is. De voorzitter: Is er behoefte aan een tweede termijn? Nee? Ik neem aan, dat het een hamerstuk kan zijn voor de komende raadsvergadering. 6.d Wijziging GR MRDH De voorzitter: De zienswijze moeten wij vast gaan stellen als raad ter verzending aan MRDH. De heer Weerheijm, D66: Met uw welnemen zou ik graag dit agendapunt even willen combineren met de actualiteiten vanuit de verbonden partijen. Als dat van u mag. De voorzitter: Natuurlijk, u komt uit de MRDH, heb ik begrepen. De heer Weerheijm: Dank u wel, wat een geweldige gunfactor van de voorzitter. Even over de zienswijze, die voor ligt, de wijziging van de GR, die voor ligt. Het gaat over een beleidsarme wijziging van de gemeenschappelijke regeling MRDH, dus feitelijk gezien gaat het proces waar we mee bezig zijn in de MRDH alleen maar over ervoor zorgen dat de GR nog voldoet aan de nieuwe wet gemeenschappelijke regeling, dus vooral een administratief proces, waarbij inhoudelijk niet zo heel veel dingen veranderen op dit moment. Een belangrijk punt dat wel in de zienswijze wordt aangedragen, zijn de reactietermijnen.

De MRDH heeft nogal een reputatie op het gebied van nogal laat dingen versturen, waardoor het lastig wordt om de hele cyclus door te werken. In tegenstelling tot sommige andere gemeenschappelijke regelingen is er een klankbordgroep, een adviescommissie, een bestuurscommissie, al die verschillende gremia waarin over stukken moet worden besloten. Soms is het best krap wanneer stukken worden verstuurd, belangrijk dat daar in de zienswijze nog even aandacht voor wordt gevraagd. De zienswijze zelf is voor besproken in de klankbordgroep, zeker omdat de wijziging administratief is, is het niet zo spannend. Nu komt het leukere gedeelte. Afgelopen avond heeft de adviescommissie economisch vestigingsklimaat en vervoersautoriteit in een gezamenlijke vergadering een advies uitgebracht over de voorgenomen evaluatie van de MRDH, want de MRDH staat natuurlijk niet stil, ze willen dolgraag door ontwikkelen, zoals ze dat zelf zeggen. Daarvoor is het eerst wel van belang, dat er geëvalueerd wordt. Het idee van de evaluatie is, dat dat input gaat geven voor een beleidsinhoudelijke wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Dan moeten we dus het hele proces van wijziging van de GR weer een keer met zijn allen doorlopen, dat is niet helemaal ideaal, maar dan gaat er misschien daadwerkelijk dingen veranderen in de GR zelf.

Het advies dat wij als Lansingerland daarin mee hebben gegeven rondom die evaluatie is om in eerste instantie vooral te kijken naar: hoe gaat het nou met de MRDH, voldoen we nou aan onze doelstelling, hoe gaat het met de uitwerking ervan? In de opzet van de evaluatie zat naar onze mening iets teveel de nadruk op met elkaar in gesprek gaan om te kijken of we gaan door ontwikkelen. Wij hebben aangegeven: nou, MRDH, ga er nou vooral voor zorgen, eerst feitelijk kijken wat de doelstellingen van de MRDH zijn geweest, toen die werd opgericht. In hoeverre voldoen we daaraan. Zeker met de nadruk op het EV-component, dat onder deze commissie valt, omdat het volledig wordt bekostigd door de inwonersbijdrage en niet door de BDU-gelden. De oproep die wij hebben gedaan werd over het algemeen door de andere gemeenten ook omarmd: ga nou eerst kijken naar de feiten en als we daar de uitkomst van hebben, ga dan kijken wat dit dan gaat betekenen voor een beleidsinhoudelijke wijziging van de MRDH. Dat is de thematiek waar het vanavond over ging. Het was een spetterende vergadering, zoals altijd. Dank u wel. De heer Scheringa: Was er ook gesproken over een termijn, waarop die evaluatie gaat plaatsvinden? De heer Weerheijm: Absoluut. Er is een hele planning opgesteld. Eigenlijk hebben ze de evaluatie in 2 stukken opgedeeld. Eerst fact base onderzoek, waarin vooral gekeken wordt naar de feiten.

Vervolgens een proces van gemeenschappelijke reflectie. De termijnen, het idee was dat het fact base onderzoek in Q4 of in Q1 zou gaan plaats vinden. Ik kan u de bijlage met alle termijnen even doorsturen als u dat fijn

25/33

vindt. Ik kan hem opzoeken en er in de tweede termijn op terugkomen, als u daar blij van wordt. De heer Markus: Dank voor de update, altijd goed om op die manier bij te blijven. In hoeverre worden de diverse gemeenteraden betrokken bij die evaluatie? De heer Weerheijm: Een hele goede interruptie. Dit is een punt dat in de vergadering vanavond naar voren kwam, de meningen verschilden een beetje. Een aantal raden zei: de MRDH moet zelf de gemeenteraden gaan benaderen. Andere raden zeiden: als adviesleden zitten wij hier in de commissie om onze raad terug te informeren. Zoals ik dat op dit moment ook doe. Er is in ieder geval advies uitgebracht richting het bestuur van de MRDH, om hier naar te kijken hoe ze dit invullen. Vanzelfsprekend worden er regionale werksessies gehouden, waarbij ook raadsleden die niet in de adviescommissie zitten uitgenodigd zijn. Daar proberen ze de groep te betrekken. De heer Machielse, VVD: Het is enorm interessant om in te gaan op alle punten van de heer Weerheijm, maar het geeft heel veel vertrouwen, dus ik hoop ook dat als er beleidsinhoudelijke keuzes komen, dat we dan meer tijd hebben om te reageren. Voor nu, voor deze zienswijze, wat de VVD betreft een hamerstuk. De heer Van den Beukel, CDA: Voor zover we nog luisteraars hadden tot een half uur geleden, zijn die nu finaal afgehaakt.

Dat ligt niet aan de heer Weerheijm en zeker niet aan de heer Machielse, dat heeft meer te maken met de afkorting MRDH en alles wat met de metropoolregio te maken heeft, ik zeg dat toch met een serieuze ondertoon. Het is een voorbeeld van een samenwerking op overheidsgebied, die ingewikkeld is voor onze inwoners om te volgen. Soms is dat niet erg, want er gebeuren goede dingen en die komen tot een besluit en dat wordt gecommuniceerd. Maar soms is het ook wel jammer. Voor iedereen die de Rotterdamse politiek met een schuin oog volgt, heeft gezien wat een besluit van de MRDH over tramlijnen teweeg brengt, als het niet op een goede manier gebeurt, als inwoners zich onvoldoende gehoord weten. Of als bestuurders daar keuzes maken, die ze achteraf moeilijk kunnen uitleggen. Deze zienswijze en de wijziging van de opzet van de regeling gaat niet over tramlijn 4, ook niet over buslijn 174, maar er vindt besluitvorming plaats in de metropoolregio over economie en over vervoer, daar gaat het feitelijk over, een beetje over groen bij een zijtafeltje. Er vindt besluitvorming plaats, die navolgbaar is voor onze inwoners. Ik denk dat deze opzet statutair allemaal prima is, maar toch wel dat we een kritische noot mogen kraken als raad, of in ieder geval het CDA, over misschien cultuur of informatieverstrekking. We krijgen veel pakken papier en soms ook te laat, zegt de heer Weerheijm.

Maar krijgen we ook papier over de juiste zaken? Een aantal weken geleden heeft mijn collega Van Harn vragen gesteld, omdat inwoners hem daarover bevroegen: hoe zit het met buslijn 174? Die rijdt plotseling veel minder. Dat bleek te liggen aan personeelstekort. Dat was niet actief gecommuniceerd naar ons. De discussie die plaats vindt over besteding van mobiliteitsgelden leiden in de echte wereld tot buslijnen of tot de nachtbus of niet. Dat is het niveau dat relevant en interessant is voor onze inwoners. Op dat punt mis ik een stukje informatie van de metropoolregio. Dat is meer cultuur dan iets van juristerij, maar ik zou toch wel een reactie willen vragen aan de portefeuillehouder, of hij dat met mij deelt. Zo’n buslijn 174 wordt afgeschaald, zou hij niet verwachten dat daar actieve communicatie op plaats vindt. Als hij dat met mij eens is, dan zou ik de raad in overweging willen geven om ook dat element een plek te geven in deze zienswijze. Tot zover. De heer Markus, CU: Even inhakend op mijn voorganger. Ik merk dat evaluatie van de MRDH nog moet plaats vinden, dat is hartstikke zinvol, want we moeten kritisch kijken naar de MRDH. Het is nu een kolos, waarvan je kritisch kunt afvragen: wat doen ze en hoever staan ze wel niet van ons af? Terwijl ze over hele wezenlijke dingen beslissen. Uw oproep: we moeten dat in deze zienswijze verwerken.

Ik weet niet of dat handig is of dat het moet wachten tot de evaluatie. Ik realiseer me, dat het een procesmatig antwoord is, maar ik hecht er wel waarde aan, dat we dit soort dingen wel met elkaar bediscussiëren voordat onze vertegenwoordigers in de metropoolregio hun evaluatie

26/33

daar loslaten. Vandaar dat ik aangaf: hoe gaat die evaluatie vorm krijgen? Ik vind het wel goed dat we als commissie hierover van gedachten wisselen: hoe kijken we hier als voltallige raad naar? Ik weet niet hoe die evaluatie gaat verlopen, maar ik hecht er wel zeer veel waarde aan om dat op die manier te doen. Nogmaals dank voor de eerste aanzet daartoe. De zienswijze, zoals die nu voorligt, is een hamerstuk, omdat het een beleidsarme wijziging is. De heer Scheringa, PvdA: Het kan aan mij liggen, maar in de brief van 11 september van de MRDH worden stukken genoemd, maar die kon ik niet in IBABS vinden. Ik weet niet of ik er overheen kijk of dat ze er echt niet staan, maar op zich, ik hoor de heer Markus zeggen dat dit een punt is. Ik neem aan, dat het college ze wel heeft gehad, want anders is het lastig een zienswijze formuleren. Tot die tijd vertrouw ik dan even op de invloed van het college. Of die stukken nog toegevoegd zouden kunnen worden, dat zou ik wel fijn vinden, want dan kan ik ze nog heel even bekijken. Nu op basis van de stukken die er wel waren, de zienswijze. Het enige waar wij een beetje mee zitten, gaat over de termijn. Op een gegeven moment wordt gezegd: we roepen MRDH daarom op om te borgen dat gemeenten te allen tijde voldoende ruimte krijgen om zienswijzen conform hun eigen besluitvormingsprocessen op te werken.

Ik vind dat heel vaag, kan dat dat niet wat smarter gemaakt worden? Wat wordt er precies mee bedoeld? De termijn is 8 weken. De gemeenten geven aan: we zien liever dat het groter is, meer is, maar we houden ons toch maar aan de model GR. Vervolgens zeggen: we willen wel borgen dat we tijd hebben. Dan denk ik: vraag nou gewoon om een ruimere termijn. Maar het kan aan mij liggen. Misschien kan de portefeuillehouder nog even reflecteren, hoe ik dat borgen precies moet zien. De opmerking van de heer Van den Beukel, ik denk dat meneer Markus dat goed verwoord heeft. Als het verder beleidsarm is en we kunnen een evaluatie doen, ik begreep van de heer Weerheijm dat die evaluatie volgend jaar komt, dat we dat dan opnemen. Ik vond het een goed punt, dank u wel voor het aandragen. Dat was mijn eerste termijn. De heer Duk, GL: Gewoon omdat u zich anders zorgen gaat maken dat ik ga fuseren met de VVD: ik sluit me volledig aan bij de woorden van de PvdA. De voorzitter: Ik hoor een zucht van opluchting hier door de zaal gaan. Beantwoording college Burgemeester Van de Stadt: Terecht, dat dit in hoge mate een technische wijziging is. De heer Weerheijm heeft al gezegd: de evaluatie is het moment dat we moeten kijken. Een reactie op de heer Van den Beukel, dat vind ik even moeilijk. Los van het feit dat specifieke informatie op het gebied van openbaar vervoer hoort bij de wethouder thuis.

Die zou moeten aangeven of het überhaupt kan. Dat durf ik zomaar niet te zeggen. In algemene zin, ik ben niet zo’n groot fan van dit soort GR’en, omdat het echt heel ingewikkelde constructies zijn, waar je ook als je er middenin zit altijd zoekt naar: waar zit nou de macht, wie beslist nou waarover? We moeten gewoon heel realistisch zijn: als Den Haag en Rotterdam het eens zijn, kunnen we hoog en laag springen met zijn allen, veel kans maak je niet. Eén van die dingen is de investering in de oude lijn, daar zit gewoon zoveel kracht achter, kansloos als Lansingerland zijnde. We hebben echt met Zoetermeer een flinke vuist gemaakt, laat staan de gemeente Brielle of iets dergelijks. Ik houd hier niet zo van. Ik denk dat we bij de GR jeugd hetzelfde constateren: hoe houd je grip als raad? Uiteindelijk kunnen wij alleen maar grip houden door de inspanningen die op dit moment door iedereen bij ons gerealiseerd worden, met name de raadsleden in de adviescommissies. We moeten het zelf doen. De kritiek die ik hoor van gemeenten van: het deugt niet bij de metropoolregio, want we krijgen niets, we hebben geen verbinding. Dan constateer ik, dat dat wel de gemeenten zijn, waar ik nooit iemand van zie. Dus je bent er ook zelf bij. Veel daarvan naar de metropoolregio toe schuiven is wel heel makkelijk: zij moeten ons informeren.

Op het gebied van openbaar vervoer, wat uitvoering is, wat op grote

27/33

hoofdlijnen wordt gedaan en waar we met zijn allen constateren, dat de wensen veel groter zijn dan de middelen, wordt dat echt ingewikkeld in de discussie. Als Rotterdam zich boos maakt over een tramlijn, dan kan je onze buslijn wel schudden. Dat is gewoon geen prettige constatering. Ik denk zeker dat die specifieke kant echt onze aandacht verdient bij die evaluatie: waar zit nou dat machtsevenwicht in zo’n GR als het bijvoorbeeld gaat om de belangen van de grote stad Rotterdam, de RET versus de belangen van Bleiswijk en een buslijn? Daar moeten we echt meer scherpte in krijgen, ik vind dat gewoon een heel moeilijke discussie. Ik denk dat ik de uitgangspunten met de heer Van den Beukel deel, een oplossing heb ik niet op het netvlies. De heer Markus: Misschien heb ik de burgemeester niet helemaal goed begrepen, dat buslijnenverhaal is helder, maar daarvoor zei: dat de metropoolregio ver van ons af staat, dat heb je ook aan jezelf te danken, dan moet je maar zorgen voor actieve vertegenwoordiging. Dat kan ik voor een deel volgen, maar dat ontheft de MRDH toch nooit van haar taak om daar actiever in te acteren. Is de burgemeester dat met me eens? Burgemeester Van de Stadt: 100% eens. We zien dat de MRDH daar de hele tijd op gewezen wordt, dat ze de hele tijd stappen zetten en het vervolgens nooit genoeg is voor sommige raden.

Dan zeg ik, ik ben nu niet meer de portefeuillehouder financiën, er is een nieuwe gekomen inmiddels, maar ik zat lang bij de adviescommissie, het waren wel altijd dezelfde koppen die ik zag en dezelfde koppen die ik nooit zag. Dat maakt het wel heel ingewikkeld. Je ziet ook dat sommige vertegenwoordigers in die gemeenten echt geen enkele terugkoppeling geven in hun raden. Leuk dat zij daar zitten, maar namens wie. Het zijn elementen die we echt niet in de hand hebben. We doen het volgens mij goed, er is algemene tevredenheid bij ons, ambtelijk, raad en college over onze inspanningen en hoe we dat afstemmen. Maar ik maak mij weinig illusies dat als het gevecht hoog oploopt over: wie heeft wel of niet de buslijn, dat wij van Rotterdam winnen. Dat hebben we in de RET-discussie ook duidelijk gezien. Dat is niet vanuit de Rotterdamse raad geredeneerd, ook niet onlogisch, de belangen van de stad en de regio, het is heel moeilijk uit te leggen aan een stad van 650.000 mensen. Ik denk niet dat we er iets over op moeten nemen in de zienswijze, ik vind het meer iets voor onszelf om in de evaluatie hierop te drukken: wat is de informatiestroom die wij krijgen, wat is de vuist die wij daarmee kunnen maken? Hoe doen we dat als gemeente? Tweede termijn De heer Weerheijm, D66: Bedankt, burgemeester, voor de reflectie.

Ik wil even reageren op een aantal dingen die in de commissie werden gezegd. Goede punten. Wat de heer Van den Beukel zei over de bekendheid van de MRDH: dit is een expliciet onderdeel waar we het vanavond ook over gehad hebben. Veel mensen zeggen: niemand kent de MRDH. Is dit een probleem? Hoe gaan we hieraan werken? Wij zijn als leden van de adviescommissie namens Lansingerland ook van mening, dat de legitimiteit van de MRDH niet alleen ligt in het feit dat het een gemeenschappelijke regeling is, maar dat het vooral een GR moet zijn die moet leveren en werken. Zolang het werkt, zit daar ook een deel van de legitimiteit in. Maar hierover verschillen meningen, ook de manier waarop de governance ingericht moet worden. Eén van de dingen die wordt genoemd, door gemeente Schiedam, Den Haag, Rotterdam, die zien graag dat er een regioraad zou komen, dus dat er geen adviescommissie meer zou zijn, maar een democratisch gekozen orgaan in de MRDH. Daar zijn wij als Lansingerland op dit moment niet zo heel erg happig over, ook niet over de manier waarop dit was opgenomen in de opzet van de evaluatie, dat dit een uitkomst zou zijn van de evaluatie. Dat ging ons iets te ver, laten we eerst evalueren hoe het gaat en dan gaan kijken hoe we het gaan oplossen. Eigenlijk ook wel om de reden, zoals al door de burgemeester aangegeven, het gaat ook over een machtsbalans.

De MRDH is verlengd lokaal bestuur waar op papier alle gemeenten als gelijk in zitten. Als je met een regioraad gaat werken, kan je je al een voorstelling maken van wat het gaat doen in de machtsbalans in zo’n regeling. Maar het is een zoektocht. Dan het punt: wanneer komt de juiste informatie? Dat is iets waar we ons in adviescommissies nogal druk over maken. Toevallig vanavond was er een punt op de agenda, waar de adviescommissie naar een

28/33

mening werd gevraagd, waarvan wij dachten: ga dit lekker ambtelijk bespreken, ga hier niet de adviescommissie mee lastig vallen. Dat hebben we terug gekoppeld naar het bestuur: ga ons niet lastig vallen met dit soort vragen. Het is echt een zoektocht bij de MRDH om de juiste vragen op het juiste moment aan de adviescommissie voor te leggen. Waardoor wij niet altijd de hoofdlijn hebben. Nog heel kort over de planning van de evaluatie, ik heb het even opgezocht, speciaal voor de heer Scheringa. Ik hoop niet dat u al teveel haast heeft, want er gaat wel een tijdje overheen. Van Q4 dit jaar tot Q2 volgend jaar vindt het fact base onderzoek plaats. Daarna vanaf Q2 2024 tot in november 2024 zijn de sessies rondom de reflecties en andere werksessies. Vanaf begin 2025 tot en met Q2 2025 gaan we de cyclus in van zienswijzen, adviescommissie en dat soort zaken. Bij deze. De heer Van den Beukel, CDA: Als ze inwoners willen verblijden af en toe met een rapportage vanuit de MRDH, die wel relevantie voor hen heeft, namelijk het wel of niet afschaffen van een bepaalde buslijn, ik zou het vanuit de MRDH willen krijgen. Het beste advies dat de portefeuillehouder en de heer Weerheijm mij kunnen geven om dat in te brengen, als ik dat zou willen hebben voor het derde kwartaal 2025. Dat is eigenlijk wel mijn wens.

De heer Scheringa, PvdA: Ik had wat vragen gesteld in de eerste termijn, daar heb ik helemaal niets op gehoord. Nu ik hoor, dank voor het opzoeken, dat de evaluatie pas in 2025 klaar is. We hebben daar in principe met de begroting van volgend jaar nog last van. Ik denk dat de vraag: wat is borging, hoe gaan we zorgen dat we daar de volgende keer geen last van hebben, dat we dat alvast mee kunnen nemen in de zienswijze. Hoewel deze wijziging beleidsarm is, het lijkt me wel handig om deze kleine wijziging daarin mee te nemen, zodat het gewoon geregeld wordt voor ons. Volgende inhoudelijke wijzigingen komen dan na de evaluatie in 2025. Daar zou ik toch graag antwoord op willen hebben van de burgemeester. Daarnaast: dat ik toch de stukken kan zien, die in de brief stonden. Gewoon even toevoegen. Dan kan ik ze nog zien voor de raadsvergadering, dat zou fijn zijn. Dank u wel. Burgemeester Van de Stadt: Excuses aan de heer Scheringa, u bent even weg gevallen n.a.v. mijn antwoord op de heer Van den Beukel, ik was helemaal niet aan het einde, zoals ik dat registreerde en de voorzitter dat natuurlijk overnam. (…) Zo bedoelde ik het niet, voorzitter. Ik ben de heer Scheringa gewoon vergeten na mijn antwoorden op de heer Van den Beukel, excuses.

Die borging vind ik een lastige vraag: hoe zet je dat nou in een zienswijze? Ik heb daar niet echt een suggestie voor, maar ik wil er best met u over nadenken, we hebben nog tot de raad. Als de anderen zeggen: dat vind ik wel een logisch punt, kijk hoe we dat erin gaan krijgen. Dan stort ik me daar graag op met u. De andere vraag was de stukken. Omissie, die horen als bijlage er gewoon bij te zitten, zowel live, maar ook op het raadsvoorstel staan ze niet als bijlage aangegeven. Echt een omissie, die moeten we even rechtzetten. U krijgt de stukken zo spoedig mogelijk allemaal toegestuurd. De voorzitter: Dan constateer ik, dat er op 1 punt nog gekeken wordt naar de zienswijze m.b.t. de borging. De griffie gaf aan, dat ze dat op zich neemt samen met de burgemeester in overleg met u als commissielid. Dan betekent dat dat er een aangepast stuk gaat komen voor de raad. De heer Van den Beukel: Ik was op zoek naar het antwoord van de portefeuillehouder: als ik nou voor derde kwartaal 2025 onze inwoners zou willen informeren over buslijnen, of dat zou lukken. Of dit het moment zou zijn of dat er nog een beter moment komt. Burgemeester Van de Stadt: Excuus, ik ga van het ene vergeten naar het andere vergeten. Dat ligt vast aan de voorzitter. Meneer Van den Beukel, ook dat vind ik een heel goede vraag. Daar ga ik nu echt niet het antwoord op hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=8a13c7b4-f3e9-46ec-b072-04f5e92553f4