[BV23.0099] Verslag Commissie Algemeen Bestuur d.d. 11 okt 2023
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Algemeen Bestuur
Corsanummer Datum vergadering
: BV23.0099 : 11 oktober 2023
Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: Leefbaar 3B : Johan Philippens, Terry Duivesteijn WIJ Lansingerland : Mark Bik, Ton Jansen, Paul Zantman CDA : Jan Willem van den Beukel, Job Halkes, Michel Krieger VVD : Matthijs Machielse, Ed van Santen, Nathalie van Bakel D66 : Brecht Weerheim, Erik Jonker, Bert Bakker CU : Kees Willen Markus GroenLinks : Menno Duk PvdA : Hamid Azzouzi, Nanno Scheringa, Valmir Xhemaili VOOR Lansingerland : Petrine van Olst Wethouders
: Simon Fortuyn, Titia Cnossen
Voorzitter Commissiegriffier
: Jan Jumelet : Lianne van den Houten
Afwezig Voorzitter Leefbaar 3B PvdA GroenLinks
: Jan Pieter Blonk : Don van Doorn : Sonnie Biharie : Manon van Splunter
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 19.00 uur: Goedenavond, het is zeven uur, ik wil gaan starten. Ik heb een aantal meldingen van afwezigheid. De heer Van Doorn en mevrouw Biharie. Voor mevrouw Biharie is de heer Xhemaili aanwezig, welkom in deze commissie. Een aantal collega’s heeft aangegeven dat ze iets later zijn, die ga ik niet allemaal noemen, die zien we vanzelf aanschuiven. 2. Insprekers De voorzitter: Er hebben zich geen insprekers gemeld. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 13 september 2023 De voorzitter: Er zijn geen wijzigingen op gekomen. Kunnen wij het vaststellen zoals het gepubliceerd is? Ja? Dan is het bij deze vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Hier heb ik in ieder geval één punt. Bij punt 6.e zijn geen stukken aangeleverd, dus dat gaat van de agenda af. Wellicht zijn er mensen die er toch nog een vraag over willen stellen. Zo niet, dan nemen we voor kennisgeving aan dat het niet behandeld gaat worden. Rondom de rekenkamer, wellicht dat de agenda iets anders wordt omdat de directeur van de rekenkamer na
1/33
20.00 uur aanwezig zal zijn, dan moeten we even kijken hoe we dat gaan doen. Nog iemand die iets over de agenda wil zeggen? Nee? Dan stellen we hem zo vast. Inventarisatie rondvraag: De heer Duivesteijn, L3B: Mijn rondvraag gaat over brieven vanuit de gemeente over een collectieve inkoopactie isolatie. De voorzitter: Dat was de enige aangemelde rondvraag. Ik kijk rond of dat klopt. Ja. 5. Bespreekpunten: 5.a Uitgangspuntennotitie Integraal Veiligheidsbeleid 2024-2027 De voorzitter: In de raadsinformatiebrief is aangegeven, dat het college graag tijdens deze vergadering met u in gesprek wil om een reflectie te geven op de uitgangspunten van de rol van buurtpreventie en de gemeentelijke rol in digitale veiligheid. Het college wil graag uw overwegingen bij de genoemde uitgangspunten horen. Dat wordt verwerkt in de definitieve uitgangspuntennotitie, die vanzelf weer naar de raad toe komt. De heer Duijvesteijn, L3B: Fijn dat het zover is, dat we het kunnen gaan hebben over het IVB. De vorige keer ben ik daar vrij kritisch over geweest, dat het zo lang duurt voordat het er is. Inmiddels hebben we enkele nuttige beeldvormingen achter de rug. Nog steeds vind ik dat we dit vorig jaar hadden moeten doen, maar ik ben blij dat de vaart er nu in zit, dus complimenten voor de wijze waarop het nu gebeurt en de inhoud van de uitgangspuntennotitie.
De reden dat ik kritisch was en ben, is omdat L3B veiligheid al jarenlang in Lansingerland agendeert en op de agenda zet. We zien een mooie cijfers terug, maar dat betekent zeker niet dat we nu klaar zijn. Sterker nog, we zien stijgende cijfers van overlast door buurtbewoners, aantal verwarde personen en we moeten onverminderd alert zijn op invloed van de grote steden om ons heen en ook ondermijning in onze gemeente. Als klap op de vuurpijl blijft onze gemeente ook gewoon nog doorgroeien. De doorontwikkeling van de wijk-BOA, de BOA wijkregisseur is één van onze speerpunten. Ook deze notitie leunt op de wijkgerichte aanpak. Daarom vinden wij het zorgelijk dat in de concept begroting een pas op de plaats wordt gemaakt m.b.t. deze doorontwikkeling en verdere groei van het team. We ontwikkelen hier nu belangrijk beleid op zonder dat we daarvoor op dit moment middelen beschikbaar stellen. Daarop wil ik kort de reflectie van de burgemeester op horen, hoe die 2 met elkaar rijmen. Er zijn 4 dingen die wij graag scherper zien terug komen. Ik begrijp dat wij de uitgangspuntennotitie nog een keer terug krijgen in de raad, dus dat geef ik mee. Wij missen de noodzaak van handhaven als preventie niet gewerkt heeft. Handhaving en repressie is nu niet benoemd in deze notitie.
Het is voor ons dan ook onbestaanbaar dat het geen uitgangspunt is, onze gehele APV is gericht op het handhavingsinstrument. Handhaven op huftergedrag, vuildump, fietsendiefstal, drugsgebruik, drugsdealers, messen op straat, scooters, jeugd, gedumpte aanhangers op bedrijventerreinen, opgevoerde fatbikes, overlast van buren, asociaal parkeren, ga zo maar door. Daarom geven we het college mee om repressie op te nemen als uitgangspunt. Als repressie als zodanig onderbelicht blijft in het concept kunt u daar nu al van ons een amendement op verwachten. Tweede dat we graag terug zouden willen zien komen is BTL. BTL is één van de belangrijkste grootschalige initiatieven uit de samenleving, die Lansingerland kent. Als we het hebben over ‘de samenleving aan zet’ zoals we hier zo vaak zeggen, is BTL daar een schoolvoorbeeld van. Voor het IVB onderschrijven we dan ook dat er een goed georganiseerde vorm van buurtpreventie noodzakelijk is, maar ook een goede samenwerking tussen gemeente en BTL. Buurtpreventie is zodanig belangrijk geworden, dat we als kader willen meegeven dat buurtpreventie als betrouwbare ketenpartner zich professionaliseert en organiseert in bijvoorbeeld een rechtsvorm. Ook moet er een convenant komen tussen gemeente en BTL. Als derde punt willen
2/33
we meegeven cameratoezicht. Dat is voor L3B een belangrijk instrument bij handhaving van de openbare orde, maar ook voor preventie van overlast en een hulpmiddel bij opsporing. We willen dat cameratoezicht specifiek de nodige aandacht krijgt in het IVB. Ik wil graag vragen aan de portefeuillehouder hoe het staat met het camerabeleid in onze gemeente. Het vierde punt. Veiligheid is ook jezelf veilig voelen, dat er hulp in de buurt is als er iets acuut met je gezondheid gebeurt, dat buurtbewoners eerste hulp kunnen verlenen, bijvoorbeeld als burger hulpverlener. Of dat er een AED in de buurt is, dat een ambulance er binnen enkele minuten kan zijn. Dat dient dan ook één van de doorlopende thema’s daaronder te hangen of onderdeel te zijn van de uitgangspunten gemeentelijke regie. Zorg en veiligheid blijft onverminderd relevant. We hebben niet voor niets in het coalitieprogramma opgenomen, in het coalitieakkoord, dat we streven naar een hartveilige gemeente te zijn. Ter controle wil ik vragen of overlast door verwarde personen nu de juiste aandacht krijgt in het IVB. Over het algemeen willen we ook nog meegeven, dat we niet overtuigd zijn van een IVB op hoofdthema’s en dat het enorm flexibel moet zijn, zoals nu in de uitgangspuntennotitie staat. We snappen dat er ontwikkelingen zijn, die je niet kunt voorspellen, maar we worden ook niet elke 4 jaar met een pandemie geconfronteerd.
Hoeveel ruimte heeft het college nodig en hoe verhoudt zich dat tot de prioriteiten die de raad vaststelt? Dat is het voor mijn eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Ik wil de commissie erop attenderen, dat we spreektijden hanteren van 3 minuten in de eerste termijn en 2 in de tweede. Hoe u dat verdeelt is aan u zelf. De heer Bik, WIJ: Volgens mijn fractie doen we het in Lansingerland op het gebied van veiligheid best goed met zijn allen. Met een rapportcijfer van 7,8 voor wat betreft leefbaarheid en veiligheid mogen we best tevreden zijn. Dat is een stijging van 0,3% t.o.v. 2016. Tevreden betekent niet dat we dan maar achterover moeten gaan leunen uiteraard. We zullen de komende 4 jaar minimaal dezelfde effort moeten steken in het veiligheidsbeleid als de jaren ervoor en het liefst nog een tandje erbij om het op peil te houden. Mijn fractie is met name heel blij om te zien dat het aantal meldingen van jeugdoverlast met maar liefst 42% is gedaald, van 530 meldingen in 2020 naar 307 in 2022. Onze investeringen in jeugd en preventie hebben duidelijk hun vruchten afgeworpen. De jeugd stimuleren en actief betrekken bij de gemeenschap is beleid geweest dat die vruchten heeft doen afwerpen. Een mooi, specifiek voorbeeld daarvan is jeugdparticipatie. Dat was een spoileralert. We zullen in de commissie samenleving met een bespreekstuk komen n.a.v.
de brief van het college rondom participatie. WIJ blijft benadrukken, dat preventie één van de belangrijkste pijlers van de leefbaarheid en veiligheid is, we zien dat dan ook graag onderstreept terug in de uitwerking van de uitgangspunten. Als ik dan naar de 4 uitgangspunten kijk, dan mis ik jeugd als specifiek uitgangspunt. In het integraal veiligheidsbeleid van 2019-2022 was dit thema specifiek benoemd en het heeft klaarblijkelijk duidelijk zijn vruchten afgeworpen te hebben. Mijn fractie is benieuwd hoe we deze lijn naar de toekomst kunnen doortrekken. Ik begrijp dat de hoe-vraag nu niet op tafel ligt, maar toch. Een aantal onderwerpen uit het thema jeugd en veiligheid komen terug in de uitgangspunten leefbare en veilige wijken en casuïstiek zorg en veiligheid. Het zal u niet verbazen dat we daar tevreden over zijn, maar liever zien we het terug als een specifiek uitgangspunt. Op basis van objectieve veiligheid lijkt Lansingerland het ten opzichte van de landelijke cijfers goed te doen. Op basis van de cijfers van waarstaatjegemeente.nl doen we het op bijna alle vlakken beter dan het gemiddelde. Twee letterlijk lelijke uitschieters zijn het aantal overvallen en mensensmokkel, die hier gemiddeld hoog liggen.
Kan de portefeuillehouder hiervan aangeven of en hoe deze uitschieters zijn meegenomen in het opstellen van de uitgangspunten? Veiligheid is uiteraard altijd subjectief, het gaat om beleving. Je voelt je wel of niet veilig op basis van wat je zelf ervaart. Uit mijn eigen omgeving hoor ik steeds meer geluiden over de onveiligheid rondom de parkeerplaats van station Lansingerland. Heeft het college zicht op de parkeerplaats van het station, dat onderhand een hotspot aan het worden is? De uitgangspuntennotitie geeft helder weer
3/33
welke trends het college de komende jaren ziet en ook waar de nadruk van het veiligheidsbeleid de komende periode op komt te liggen. Ik benadruk het nog maar een keer: het liefst zien we de jeugd als een apart thema en uitgangspunt terug. Mevrouw Van Bakel, VVD: Laat ik beginnen met dat veiligheid altijd schijn is. Ik zal het kort toelichten. Er gaat heel veel goed op het gebied van veiligheid. Het is al eerder gezegd, maar 2022 is veiligheid van de buurt met een 8- beoordeeld, maar als iemand kwaad wil, dan gebeurt het. Betekent dat dat je niets kunt doen als inwoner, private sector of als lokale overheid? Daar is het antwoord natuurlijk nee op. Daarom ligt ook vandaag de uitgangspuntennotie integraal veiligheidsbeleid ter bespreking voor. Als we kijken naar de benoemde uitgangspunten, dan denk ik dat he de kern raakt en focus aanbrengt. Dat geldt zeker voor de uitgangspunten versterking digitale veiligheid en de inzet op ondermijning. Als ik kijk naar het uitgangspunt het inzetten op preventie en betrokkenheid van de gemeenschap voor leefbare en krachtige wijken, dan wil ik wel aandacht vragen voor het volgende. Ik citeer uit de notitie: het doel om krachtige, gezonde wijken te hebben waarin bewoners actief bijdragen en weerbaarheid.
In dit proces spelen inwoners een goed georganiseerde vorm van buurtpreventie en ook wijkprofessionals zoals wijkmanager, BOA’s, wijkagenten en jongerenwerkers een cruciale rol. Het eerste punt dat ik wil maken, is dat als bewoners actief gaan bijdragen aan hun eigen weerbaarheid, dat je als gemeente ook een brengplicht hebt door inwoners te informeren. Er zit een wederkerige werking in. Kunt u dat beamen? Dat brengt mij gelijk bij het tweede punt, namelijk datagedreven werken en deze in te zetten. Zet informatie actief in en laten we daar ons voordeel mee doen. Wat de VVD betreft, zien we datagedreven werken, informatiegestuurd werken dan ook als vijfde uitgangspunt, zodat we op basis van data weloverwogen besluiten kunnen nemen ten behoeve van een veiliger Lansingerland. Dan geven we tevens gehoor aan de transparante overheid en sluiten we aan bij deze innovatieve trend. Gelet op de beperkte capaciteit lijkt het ook eerder een must dan een nice to have. De rol van buurtpreventie. Voordat ik inga op de rol van buurtpreventie hebben we van Buurtpreventie vernomen, dat een tegenstelling over wat is opgenomen in de uitgangspuntennotitie op pagina 9, dat er niet een samenwerking met BTL is teruggeblikt op de lopende IVB en daarmee ook niet vooruit is gekeken naar de prioriteiten voor de toekomst.
Daarmee zijn veel inzichten verzameld van Buurttoezicht en hebben ze de gemeente geen input kunnen geven op het veiligheidsbeleid om het veiligheidsbeleid verder te verrijken. Bent u hiervan op de hoogte? Kunt u mij toezeggen, dat dit alsnog gebeurt? Voor wat betreft de rol van Buurtpreventie, buurtbewoners die zich vrijwillig inzetten met als doel de veiligheid en leefbaarheid te verbeteren, daar is de VVD groot voorstander van. Doordat bewoners een oogje in het zeil houden waar mogelijk verdachte situaties sneller worden opgemerkt. Dit kan weer bijdragen aan het voorkomen van criminaliteit. Voor wat betreft het laatste punt, de gemeentelijke rol en digitale veiligheid. De VVD is van mening dat gemeenten een belangrijke rol spelen in het waarborgen van digitale veiligheid. We pleiten dan ook voor een goede samenwerking tussen gemeenten, bedrijven en burgers om digitale veiligheid te waarborgen. Het enige punt dat ik nog even wil toetsen, of de gemeente aansluit bij de agenda digitale veiligheid van de VNG. Deze is opgesteld om gemeenten te ondersteunen bij het voorkomen, bestrijden en oplossen van cybercriminaliteit en cyberincidenten. Dank u wel. De heer Halkes, CDA: Er zijn al veel goede dingen gezegd zoals datagedreven werken. Wij als CDA vinden dan ook dat we scherp en alert moeten blijven als het gaat om veiligheid.
Kleine criminaliteit die onze inwoners ervaren, zoals inbraken en fietsendiefstal zijn vervelend, maar ook de ondermijnende criminaliteit heeft een ontwrichtende werking op de samenleving. In deze uitgangspuntennotitie zien we die zorgen goed vertaald. Polarisatie, die op de loer ligt, zowel online als offline baart zorgen. Des te belangrijker is het dat we als samenleving naar elkaar omkijken. Veiligheid is niet iets van de gemeente of politie, maar van iedereen. Daarom vinden wij het belangrijk dat een partner als Buurttoezicht Lansingerland in dit plan wordt aangehaakt en
4/33
aangehaakt blijft. Wij willen dit goed uitgewerkt zien, zoals L3B zojuist uitlegde. Oren en ogen in de wijk zijn cruciaal om de veiligheid te verbeteren. In de uitgangspuntennotitie zien we veel aandacht voor cybercriminaliteit. Onze jongste inwoners, ouderen en ondernemers zijn dagelijks doelwit van criminelen die profiteren van onwetendheid bij deze doelgroepen. Voorlichting en weerbaarheid is hard nodig. We zijn benieuwd hoe dat in het uiteindelijke plan eruit gaat zien. Een gerichte aanpak voor deze doelgroepen is belangrijk. Kort samengevat. Het gaat goed met de veiligheid, maar we moeten niet verslappen en zeker niet afzakken naar een zesjescultuur. Mevrouw Van Olst, VOOR: Om te beginnen wil ik een compliment geven over het gelopen proces. Ik vind de beeldvormingen, die we hebben gehad, echt heel interessant en interactief. Een goede werkwijze, wellicht ook voor andere dossiers. De uitgangspunten, zoals gemeld, daar ben ik het eigenlijk helemaal mee eens. Wellicht is het een goed idee, zoals de heer Bik zei, om ook de jeugd in een apart punt op te nemen. Het veiligheidsgevoel is subjectief en komt best wel goed uit de bus. VOOR vindt dat BOA’s, cameratoezicht en surveillerende toezichthouders, even gechargeerd, daar wordt het veiligheidsgevoel niet beter van.
Dat je wel meer inzet op ondermijning, dat zie je niet direct op straat, ik denk dat het goed is om juist daar op in te zetten. Ik heb nog een vraag, of er een sociale insteek wordt gekozen, zoals in Rotterdam, om de drugsgebruiker aan te spreker en zijn rol in het verhaal. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Collega’s hebben al heel veel goede dingen benoemd, of ik het met alles eens ben, weet ik niet. De veiligheid in Lansingerland scoort vrij goed, een 7,8. Dat geeft toch wel weer, dat wij bovengemiddeld scoren, zoals de heer Bik dat benoemde. De heer Duivesteijn geeft aan: we moeten meer cameratoezicht, meer handhaving, maar ik vraag me af of dat gelijk een oplossing biedt voor veiligheid, als je meer gaat handhaven en meer cameratoezicht gaat toepassen, dat kan ook betekenen dat het helemaal niet veilig is juist, dat het nodig is om het veiligheidsgevoel te creëren. Ik vraag me af of dat een oplossing is voor Lansingerland. Ik ben het eens met een meer preventieve aanpak voor een veiliger gevoel, met name criminaliteit en ondermijning tussen 4 verschillende grote steden. Den Haag, Zoetermeer, Gouda en Rotterdam. Het is voor criminelen heel aantrekkelijk om hier foutieve business te bedrijven, dus daar moet veel focus op liggen in Lansingerland.
Als we kijken naar Buurttoezicht, ik ben daar op zich geen tegenstander van, maar wat bij Buurttoezicht kan gebeuren, aan de linkerkant en rechterkant van Buurttoezicht, onbekend maakt onbemind. Als iets niet bekend is, kan Buurttoezicht dat snel aanwakkeren tot iets negatiefs. Het heeft niet altijd effect op veiligheid, het is niet perse onveilig als er iets gebeurt. Als we kijken naar de jeugd, de heer Bik haalde het ook aan en mevrouw Van Olst. Ook wij vinden dat jeugd een prominente plek moet krijgen in de uitgangsnotitie IVB, omdat we juist zien dat daar veel te winnen valt. Zeker als je kijkt naar drugsgebruik onder jongeren, dat is vrij hoog in Lansingerland. Ik rijd elke dag naar station Zoetermeer Lansingerland, 2 jongeren naast mij waren daarover aan het praten, dat ze het zelf ook doen. Ik heb er niets van gezegd, maar het gebeurt weldegelijk onder jongeren. Ik praat over jongeren van 15 – 18 jaar in Lansingerland. Daar moet ook meer beleid op komen om dat te doen verminderen, met scholen o.a. en voetbalverenigingen en andere verenigingen waar veel jongeren actief zijn. Daarnaast vind ik het ook belangrijk dat digitale veiligheid een speerpunt wordt binnen Lansingerland, zeker omdat het de afgelopen 10 jaar een enorme vlucht heeft genomen, identiteitsfraude, belfraude, whatsappfraude et cetera. Het geniet de aandacht om daar weerbaar tegen te zijn.
Dit was het voor de eerste termijn. Al met al leven we in een heel mooie gemeente, dat willen we graag zo houden met het nieuwe integrale veiligheidsbeleid. Dank u wel. De heer Jonker, D66: Allereerst waardeert D66 het aanbieden van dit tussenproduct op weg naar een vastgesteld integraal veiligheidsbeleid. Het is prettig dat de commissie kan bijsturen en ook nog een aantal politieke statements kan maken op onderwerpen, zoals we merken. Allereerst vind ik het
5/33
goed dat participatie met bewoners en netwerkpartners is vorm gegeven binnen de beleidsnotitie. Het is van belang dat iedereen een rol speelt in veiligheid en zich kan herkennen in het uiteindelijke beleid. Het karakter is tamelijk algemeen, het zijn uitgangspunten, waar wij overigens mee kunnen instemmen. Dat is niet perse erg, maar het betekent wel dat we bij de uitwerking het specifiek naar Lansingerland moeten vertalen, ik trap die open deur maar even in, maar ik verwacht dat het bij de verdere uitwerking invulling zal krijgen en dan zullen we dat beoordelen, dat de toespitsing op Lansingerland genoeg is, dat we niet teveel in algemeenheden blijven hangen. Verder een principieel puntje. We weten allemaal dat er grote tekorten zijn bij de politie. Het is begrijpelijk dat we sommige dingen oppakken vanuit het lokale perspectief om toch onze bijdrage te leveren aan het bestrijden van fraude, criminaliteit en ondermijning, maar we moeten wel oppassen dat we gaten niet teveel gaan dichtlopen voor tekorten die op rijksniveau bestaan. Het gaat niet om het dichtlopen, maar we moeten dat wel in het oog houden, want anders zouden we oneigenlijke taken op onze schouders kunnen krijgen en verantwoordelijkheden die eigenlijk niet bij ons passen.
Misschien iets om in het achterhoofd te houden naar de toekomst toe, want ik zie het politietekort niet razendsnel afnemen, om het even eufemistisch te formuleren. Tenslotte, om af te sluiten voor deze termijn. Ik hoor iedereen gelukkig benoemen dat digitale veiligheid belangrijk is, voor D66 is dat ook zo. Ik wil mijn complimenten overbrengen voor de beeldvorming over digitale veiligheid. Ik mag wel zeggen dat ik een beetje in het vak zit, maar het was een prima beeldvorming, inhoudelijk sterk, goede sprekers, dus mijn complimenten. Maar ik hoop dat de awareness die iedereen nu uitdraagt over digitale veiligheid, dat we die ook terug zien in de begroting en dat we niet op dingen gaan bezuinigen die de digitale veiligheid van onze gemeente betreffen, maar dat gaan we meemaken in een andere vergadering. Daar wil ik het voor nu bij laten. De heer Duk, GL: Eigenlijk had ik hier vanavond niet gezeten, maar mevrouw Van Splunter, maar helaas heeft zij om persoonlijke redenen op het allerlaatste moment moeten afzeggen. Zij heeft me wel nog even door de stukken heen genomen, maar ik zal het dus wat korter houden dan u van mij gewend bent, maar daarom kon ik een wat langer intro houden, dat is dan wel weer fijn. Op dit punt was mevrouw Van Splunter en de hele GL-fractie eigenlijk blij met het voorliggende stuk.
Wel was er enige bezorgdheid over het afnemen van de burgernetten, die de afgelopen jaren steeds kleiner beginnen te worden, waarvan wij denken dat het eigenlijk wel een aandachtspunt zou moeten zijn, dat in dit stuk al meegenomen zou moeten worden om ervoor te zorgen die op hetzelfde niveau te laten zijn of groter te worden. Maar als dat het allergrootste punt is, dat wij kunnen aanbrengen, dan is dit dus eigenlijk een behoorlijk positief stuk. Beantwoording college Burgemeester Van de Stadt: Bedankt voor alle inbrengen. Dit is niet het moment om daar allemaal ja of nee tegen te zeggen, want een heleboel gaan we natuurlijk gewoon mee nemen, dan hoop ik dat u dat terug ziet in het concept van het integraal veiligheidsbeleid. Het concept komt bij u, de beeldvorming bespreken we dan weer en daarna komt er een definitief exemplaar ter vaststelling door het college, want het is een collegestuk uiteindelijk. Dit zijn slechts uitgangspunten, laten we vooral even kijken naar die uitgangspunten. De complimenten over de beeldvorming wil ik graag naar mijn linkerzijde verwijzen. Ik ben blij dat u tevreden bent. En als de heer Jonker tevreden is over de beeldvorming digitale veiligheid, dan zegt dat wat, denk ik. Dat is mooi. Ook dat u het proces waardeert. Dan zeg ik tegen de heer Duivesteijn: ja, dat duurt soms wat langer, maar we doen het wel goed, het moet ook 4 jaar mee.
Wat proberen we dan te bereiken? Er zijn een heleboel thema’s die belangrijk zijn, alleen, we kunnen niet alles doen, dus we proberen prioriteiten te stellen en dat zijn deze 4 prioriteiten geworden. Je kan niet zomaar zeggen: dit zijn er 4 en dan zit dat er niet meer in, want daar zit een heleboel in. Bijvoorbeeld repressie, in het
6/33
dossier ondermijning zit natuurlijk een hele hoop repressie-instrumenten. Ook ten aanzien van jeugdcriminaliteit hebben we repressie-instrumenten. We sluiten nog steeds relatief veel panden, we geven nog steeds veel lasten onder dwangsom voor bijvoorbeeld mensen die met inbrekersgereedschap gesignaleerd worden of mensen die zich met drugshandel bezig houden. Die repressie zit er echt wel in. Maar je hoeft het niet specifiek te benoemen bij de 4 thema’s. Ik heb de heer Duivesteijn goed gehoord, dan zeg ik: we kijken natuurlijk bij de uitwerking van het stuk, hoe we dat een plaats kunnen geven in het integraal veiligheidsbeleid, zodat de heer Duivesteijn zich er ook in herkent. Waar velen op ingegaan zijn, is de rol van Buurttoezicht, dat is niet voor niets het eerste punt. Het is mijn overtuiging, mevrouw Van Olst gaf dat ook goed aan, je moet echt in die preventiekant zitten, want als het mis gaat, is het leed al geschied. Alles wat je kan voorkomen is oneindig veel meer waard dan alles wat je repressief moet oplossen. Vandaar dat we vol inzetten op die preventie. Om die preventie goed te doen, heb je de maatschappij nodig. Er is geen enkele illusie, dat wij dat zelf kunnen. Daar is simpelweg te weinig politiecapaciteit voor en te weinig handhavingscapaciteit, maar ook mogelijkheden.
U ziet bij de cijfers één van de punten bij veiligheidsbeleving, waar we slecht op scoren, is verkeersveiligheid. Dat is nou net iets waar we zelf heel weinig mee mogen. Dat geeft aan hoe weinig invloed wij op sommige thema’s hebben. Het is heel belangrijk, dat we de bredere samenleving mee krijgen. U ziet dat het veiligheidsgevoel waar het gaat om criminaliteit vrij goed is, maar dat he veiligheidsgevoel in de wijk in de zin van de buurt, de buurtgenoten zelf en het verkeer in de wijk, dus lokaal verkeer, dus niet iemand vanuit Den Helder die door de straten scheurt, dat we daar juist zwak op scoren. Dus de buurt zal zich zelf ook moeten wapenen. Ik heb al vaker gezegd: ik vind het onbestaanbaar dat in een buurt waar 20 grote kerels wonen 3 rotjongetjes de baas zijn. Daarbij is Buurttoezicht een onmisbare partner. We hebben Buurttoezicht hard nodig. Dan is ook het functioneren van Buurttoezicht als onderdeel van. Als ik lekker brood wil hebben, heb ik een goede bakker nodig. Om een krachtige buurt te hebben, waar mensen zelfredzaam zijn op het gebied van veiligheid, hebben ze een krachtig instrument als Buurttoezicht nodig. Dan sluit ik me geheel aan bij wat de heer Duivesteijn erover zegt: professionalisering van Buurttoezicht is dan een asset, daar ben ik helemaal voor.
Het geeft al aan, als gezegd wordt door mevrouw Van Bakel, dat zij van Buurttoezicht hoort, dat er geen overleg is geweest. Op 9 januari is er uitgebreid overleg hierover geweest, terugkijkend en vooruitkijkend, met de 3 heren, ik noem geen namen, maar u weet dan over wie ik het heb. Mevrouw Van Bakel: Dat klopt, dat op die datum overleg is geweest. Niet op de inhoud, maar in het kader van de samenwerking. Het heeft geen betrekking op het stuk dat besproken is. Het klopt, er is inderdaad overleg geweest, niet op de inhoud, maar in het kader van het samenwerkingsprincipe. Als je zegt: we hebben terug en vooruit gekeken. Dat is dus niet behandeld, maar dat staat op pagina 9. Burgemeester Van de Stadt: Er is ook op de inhoud toen gesproken. Dit maakt het lastig, u was er waarschijnlijk niet bij, ik was er in ieder geval niet bij, maar dit geeft wel aan hoe belangrijk het is dat we met dezelfde personen bij Buurttoezicht kunnen spreken en waarom je ook professionaliteit nodig hebt, dat je vaste aanspreekpartners hebt, een vast organisatie. In beginsel, zoals bij iedere partij, van een bakker tot een goed doel, ook iets van een raad van commissarissen instantie, je moet elkaar kunnen aanspreken, je moet ergens aan toe komen. Dat is soms lastig, dan krijg je inderdaad verschillende verhalen en dat is niet wenselijk in een samenwerking.
Ook is het in een samenwerking cruciaal, dat de taken en rollen van Buurttoezicht ook voor henzelf afgebakend zijn. Dat doe je bijvoorbeeld in een stichting door statuten aan te nemen, die je taken helder maken. Dan weet iedereen in die stichting waar die zich aan moet houden. Er is bij Buurttoezicht vaak sprake van rolvervaging. Het is geen lokale politie. Elke vorm van surveillance en over straat gaan lopen is gewoon echt onwenselijk. Buurttoezicht is oren en ogen. Het zijn in de eerste plaats gewoon burgers, die hun oogjes open houden en die liefst met een appgroep of op straat lopen, denk aan de hondenclub, een oogje in het zeil houden. Die ook buurtbewoners aanspreken als er wat is, als er wat speelt. Die ook buurtbewoners helpen op het moment dat er vragen zijn. Er moet ook een telefoonnummer van Buurttoezicht zijn. Dat vraagt echt een professionaliseirng in mijn
7/33
ogen van Buurttoezicht. Dan kan je samen stappen zetten. Het moet van 2 kanten komen. Maar de rol van Buurttoezicht, de waarde daarvan, die heb ik gewoon hard nodig. Dan is er een aantal specifieke onderwerpen, ik begin bij de heer Duivesteijn, cameratoezicht bijvoorbeeld. Daar staat wat over in het coalitieakkoord, dat heb ik niet gesloten, u wel. Daar ben ik voorzichtig mee. We doen het wel, we hebben cameratoezicht op een aantal punten toegepast, denk aan centrum Bergschenhoek. En we hebben cameratoezicht gericht toegepast bijvoorbeeld waar sprake was van een dreigende sfeer rond mensen of huizen. Onze partners doen het ook, denk aan cameratoezicht op Prisma t.a.v. de races. De regels daarvan zijn wel heel streng. Bij die races zagen we dat cameratoezicht helpt, maar hij moet na een maand weg. Dat is altijd vervelend als je een succesvolle maatregel hebt, maar dat is wel de wetgeving. We doen ons best, maar ik denk op basis van het coalitieakkoord en partijen in deze raad, dat ik niet verder zou willen gaan in deze notitie op dat punt, want dat heeft niet overal steun. De heer Duivesteijn: In het coalitieakkoord staat: cameratoezicht zetten we in na een zorgvuldige afweging als tijdelijk instrument bij overlast en criminaliteit. Ik denk dat het zeker een functie heeft. We hebben camera’s hangen in de publieke ruimte.
Mijn vraag was eigenlijk: is er al een camerabeleid ontwikkeld hier in de gemeente? Wanneer we dat inzetten, welke afwegingen hebben we? Burgemeester Van de Stadt: Het camerabeleid, ik kijk even naar de linkerzijde, is in bewerking. Hebben we een termijn? (…) Misschien begin volgend jaar, misschien begin dit jaar, komen we met camerabeleid. U heeft er gelijk in, daar zijn we het niet over eens, wat er in het coalitieakkoord staat, het blijft een instrument, maar is niet veel ruimte om het heel erg uit te breiden. Of je nou voor of tegen cameratoezicht bent, een afwegingskader is altijd belangrijk, om dat te bespreken en dat u uw zegje kunt doen over wanneer we het instrument inzetten. Hartveilig, dat is natuurlijk n.a.v. de motie, onderdeel van beleid, daar krijgt u ook rapportage over. Als we het hebben over overlast door verwarde personen, vandaar dat zorg en veiligheid een onderdeel is. We zien er echt een toename in. Niet alleen in Lansingerland, uit de regionale cijfers blijkt exact hetzelfde. We horen het ook overal. Het is niet alleen dat we meer overlast van verwarde personen ervaren, maar de overlast wordt ook steeds intenser, heftiger, dreigender. Ik heb het eerder hier gezegd: tot een paar jaar geleden hadden we nooit stalkingszaken in Lansingerland en inmiddels hebben we ze regelmatig.
We praten niet over iemand die een beetje achter iemand aanloopt, we praten ook over bruut geweld tot schietpartijen aan toe. U heeft erover in de krant kunnen lezen. Nee, dat soort gedrag van mensen die toch vaak in beeld zijn om andere redenen, namelijk verward gedrag vertonend, baar mij grote zorgen. Ik heb met wethouder Hoek daar maandelijks overleg over, dan nemen we alle moeilijke gevallen in onze gemeente door. Wij staan echt weleens met onze oren te klapperen om het maar zachtjes te zeggen over wat we horen en wat er in onze gemeente rondloopt. Vandaar echt zorg en veiligheid, die combinatie, dat onderdeel is een speerpunt en moet echt een speerpunt zijn in dit beleid. Preventie en betrokkenheid als punt 1. Punt 2 die zorg en veiligheid. Digitale veiligheid is ook door de heer Xhemaili gezegd. We zien in Lansingerland best een verschuiving van gewone straatcriminaliteit, inbraken en andere zaken, naar digitale criminaliteit, dus moet onze prioriteit ook mee schuiven daarin. Het gaat goed, dat hebben velen van u gezegd op de traditionele criminaliteit, maar als je naar het totaal kijkt waar digitale criminaliteit zich ontwikkelt, dan gaat het eigenlijk helemaal niet zo goed. Het enige is dat ik nog wel genegen ben, dat opgelicht worden via marktplaats minder impact heeft dan wanneer iemand een steen door je ruit gooit en er met de televisie vandoor gaat.
Het kan om hetzelfde bedrag gaan, in beide gevallen is het een misdrijf en staat het genoteerd, maar ik kan me voorstellen dat een burger daar toch iets minder van schrikt. Minder heftig, maar wel gewoon criminaliteit en wel met impact op mensen, zeker op onze ouderen, die met digitale oplichting te maken hebben. Vandaar de digitale veiligheid. Dat wil niet zeggen dat de traditionele achterblijven, die blijven echt wel doorlopen. De cijfers regionaal op de traditionele criminaliteit zijn helemaal niet goed. Cijfers op het gebied van inbreken regionaal nemen echt gewoon toe. We zijn toch een beetje een eilandje hier in een best woelige regio. Er is echt wel reden om zeker niet te verslappen, want de
8/33
buitenwereld gaat niet weg. De heer Bik had het over preventie, daar ben ik al op ingegaan. Hij had het ook over het missen van de jeugd. Zo zou ik het niet willen zeggen, want het staat bij het einde aangegeven, bij zaken die wij gewoon doen. Jeugd is een belangrijk aandachtsgebied binnen de 4 prioriteiten. De mate van jeugdoverlast en –criminaliteit blijft overzichtelijk en beheersbaar. Het gaat goed daarop, maar elk jaar is er een nieuwe generatie, dus je moet actief blijven. Uitschieters, mensensmokkel. Soms is het kenmerk van de gemeente die we zijn, mensensmokkel is zo’n onderdeel. We maken veel gebruik van arbeidsmigranten, dus dat onderdeel zit hier ook wat hoger in. Soms is het ook de wet van de kleine getallen. Als je van 3 naar 4 gaat is het een stijging van 33%. Maar als het in de rest van de wereld 40 is, valt het reuze mee. Soms zijn het gewoon de kleine getallen. Ik denk dat u het goed geschetst heeft: op harde criminaliteit gaat het redelijk goed. Er zijn een heleboel zaken, waar we ons druk om moeten blijven maken. Mevrouw Van Bakel had het over datagericht of dadergericht, ik denk allebei. Datagericht doen, het vierde punt ondermijning, daar werken we zeer datagericht, er zit ook een data-analist in dat team. U moet bij ondermijning denken aan alle hardere vormen van criminaliteit in Lansingerland.
Ondermijning is niet alleen iets tegen de grote jongens, ondermijning gaat ook over kleine drugsdealertjes. Mevrouw Van Bakel: U geeft aan, dat we niet mogen verslappen en we strak op de bal moeten zitten. Het heeft geen zin om een half jaar na datum te gaan kijken. Als ik denk aan datagericht werken, informatie gestuurd werken, dan denk ik eigenlijk aan een periodiek beeld. Er zijn datagegevens van de politie die je vrij gemakkelijk in beeld kan brengen. We hebben ook verschillende datasets bij de BOA, daar is een registratiesysteem. Maak gebruik van die set aan informatie. We hebben hier een plan liggen, daar kunnen we ook data uit halen. Ik wil strakker op die bal zitten. Het gaat mij er niet zozeer om, dat we alles al doen, prima, maar ook in het kader van de transparante overheid, ook in het kader van minder capaciteit, heb ik wel behoefte aan iets meer inzicht. Dat ik niet achteraf moet constateren, maar dat ik zo snel mogelijk geïnformeerd wil worden, zodat we tijdiger bij kunnen sturen. Dank u wel. Burgemeester Van de Stadt: Ik ben het eens met mevrouw Van Bakel. Ik werk ook zo. We werken ook zo. Die cijfers hebben we nodig, we zetten er een aantal in de notitie, maar het is onderdeel van.
Ik heb vanochtend de regionale cijfers van de politie besproken over het eerste half jaar van 2023, daar werd ik niet vrolijk van, maar het zijn ook cijfers die heel moeilijk zonder duiding kunnen. Soms is absoluut niet duidelijk: gaat het nou om meldingen of is het daadwerkelijk. We zien dat het aantal criminele daden toeneemt, zoals inbraken en dan wordt het als positief geduid dat het aantal HIT’ers, high impact targets, het aantal daders dat in beeld is, aanzienlijk afgenomen is. Dat is dan positief, een daling, het aantal mensen dat we achter hun broek zitten. Dan denk ik: als de criminaliteit toeneemt en het aantal daders die we achter de broek zitten afneemt, dan zijn er bij mij vraagtekens. Het kan dat de aanpak aan het verslappen is. Je hebt bij dat soort cijfers echt duiding nodig van de politie. Ik heb om die cijfers gevraagd. Ik ga proberen dit soort cijfers met duiding goed bij u te krijgen. Ook ik maak gebruik van dit soort cijfers, maar het is soms heel moeilijk zonder duiding te doen. Misschien zouden we er een beeldvorming met de politie over moeten organiseren eens in het half jaar of eens in het jaar. Mevrouw Van Bakel: Ik denk dat we niet heel veel duiding nodig hebben bij het aantal diefstallen op fietsen. Je weet precies waar er gestolen is. Op het moment dat het stijgt, kan je een informatiebericht uit doen: let op, e-bikes zijn zeer gewild.
Je kan er veel sneller op reageren. Ik denk dat data zich daar prima voor leent, niet alle data, maar er is wel data beschikbaar die wel van toepassing is. Burgemeester Van de Stadt: Zelfs met zo’n cijfer is het lastig. Het gaat primair om mensen die het melden, aangifte doen, want anders weet je het niet. Stel, wij doen campagne: meld het. En aan de hand van die campagne neemt het aantal meldingen toe. Dat wil niet zeggen, dat het aantal diefstallen ook toeneemt. Dat bedoel ik met duiding. We hebben gezien, op het gebied van fietsendiefstallen, in juli en augustus was er een tijdelijke piek, of het lijkt een tijdelijke piek, maar ik heb nog steeds geen uitleg gekregen van de politie: waar komt die tijdelijke piek nou vandaan? Is het een tijdelijke piek? Is het tijdelijk? Is het een piek? Komt het uit de meldingen of uit 1 groep? Het gaat niet om grote aantallen. Er komt soms een bende uit oost
9/33
Europa, die gewoon een vrachtwagen vol fietsen laden. Is het dan een incident geweest? Ik heb wel duiding nodig bij dit soort cijfers, want anders kan ik er niet gericht op opereren. Cijfers, ja, cruciaal, maar duiding bij cijfers onmisbaar. Ik ben redelijk door de thema’s heen. Mevrouw Van Olst had het nog over de drugsgebruikers, het aanspreken ervan. Gelukkig is daar niet echt sprake van, het is een stedelijk probleem in hoofdzaak. Dat wil niet zeggen dat hier geen drugs wordt gebruikt, maar achter de voordeur doorgaans. De heer Duk over burgernet. Er zit minder prioriteit rijksbreed achter dat burgernet. Het verbaast me niet helemaal dat er verband ligt, maar misschien moeten we apart naar burgernet kijken, want het is onderdeel van de VAR, veiligheidsalliantie Rotterdam, die heeft het overgenomen, er komt een landelijke groep. Dat is ambtelijk, wordt uit het politieke domein gehaald. Als er bezorgdheid is, moeten we er apart naar kijken. Volgens mij heb ik alles gehad. De heer Duivesteijn: Ik had gevraagd om een reflectie over de pas op de plaats van BOA’s en door ontwikkeling naar BOA wijkregisseurs en de ontwerpbegroting. Heeft de burgemeester die BOA’s nou wel of niet nodig? Burgemeester Van de Stadt: Terecht, die had ik voor het laatst bewaard, hij staat hier nog. Het probleem. Ik heb de BOA’s nodig, laat daar geen misverstand over bestaan.
Er is ook geen sprake bij mij of het college, dat we een afname willen doen aan de formatie die u ons gegund heeft. We hebben wel een probleem met de werving, die cijfers heeft u ook gezien. Rotterdam werft momenteel veel BOA’s. Ze zijn er gewoon niet. Wat we gedaan hebben als college in de begroting, is simpelweg gelden die we nooit zullen kunnen uitgeven op dit moment even terug stoppen om het probleem in de begroting op te lossen tijdelijk, want het is voor 2 jaar. Simpelweg de vaststelling, we gaan de formatie binnen 2 jaar niet op sterkte brengen door werving. Helaas. Ondanks inspanningen. Ze zijn niet te vinden. Tegelijkertijd doen we heel veel inhuur op het team en die gaan soms heel snel ook weer weg. Dat betekent inwerken, dat is een belasting voor het team, inwerken en kennis opdoen, daarmee belast je je vaste staf. Dat leidt ook af van het vormen van een vaste staf, die met bepaalde patronen efficiënt kunnen werken. We hebben gezegd: we moeten even terug naar de basis van het team. De vaste mensen koesteren, de vaste mensen tot werksystemen brengen. Niet heel de tijd die inloop van inhuur. Dan zo snel mogelijk het weer uitbreiden, maar dat gaat gewoon binnen 2 jaar, gezien de arbeidsmarkt, niet lukken. Dan zeg ik: houd u de gelden even onder u, dat lost uw probleem een beetje op, houd het achter de hand als we constateren dat de werving wel weer goed gaat lopen.
Tweede termijn De heer Duivesteijn, L3B: Over de inhuur, die de burgemeester noemt, daarvan is mij verzekerd dat we dat per 1 januari niet meer gaan doen, zo staat het in de ontwerpbegroting. De 2 extra fte die nu ingehuurd worden, worden geworven in de organisatie. Graag wil ik vragen of we die extra inhuur toch nog kunnen doen als we die 2 extra fte hebben geworven. Over de hartveilige gemeente wil ik graag meegeven, dat we het hebben over het integraal veiligheidsbeleid. Ik vind het fijn dat we rapportages krijgen uiteraard, maar ik zou toch willen vragen om het mee te nemen in het integraal veiligheidsbeleid. Over preventie, wij vinden dat zeker noodzakelijk. Het gaat wel hand in hand met handhaving. Preventie werkt alleen met de belofte dat er gehandhaafd wordt of bij excessen of als u zich niet aan de regels houdt. Dus zeker inzetten op preventie, maar we zijn geen vrijstaat. Als er iets gebeurt, moet er ook gehandhaafd worden. Ik hoor graag ook van andere fracties hoe zij dat voor zich zien. De heer Bik, WIJ: Ik heb op basis van de beantwoording door de burgemeester en collega’s nog een tweetal punten, die ik wil benadrukken. Buurttoezicht, zoals de burgemeester dat uitlegt, de ogen en oren in de wijk, dat is precies zoals wij die rol vanuit onze fractie zien voor buurtpreventie, dus dat juichen wij alleen maar toe.
Het puntje jeugd, jeugd wordt meegenomen in de doorlopende thema’s, dat is waar. Kan de burgemeester aangeven of de komende 4 jaar wel effort wordt
10/33
gestoken in de hoek om tot dezelfde resultaten van de afgelopen 4 jaar te komen. Dat waren mijn 2 punten. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil de burgemeester bedanken voor zijn uiteenzetting en beantwoording van de vragen. Ik was heel blij, dat hij goed benoemde dat cijfers duiding nodig hebben, want cijfers zeggen niet alles. Dat was goed toegelicht en het doet me oprecht deugd, hoe dat werd toegelicht. Ik ben niet tegen data gedreven beleid en data gedreven aanpak, maar de cijfers hebben wel duiding nodig, dus dat is heel fijn. De heer Duivesteijn vroeg aan de commissieleden hoe zij aankijken tegen handhaving. In eerste instantie zijn we daar niet op tegen, handhaving is nodig om veiligheid te creëren, maar de voorkeur van onze fractie gaat nadrukkelijk uit naar preventie. Met preventie voorkom je dat je handhaving nodig hebt. Onze voorkeur gaat uit naar preventie. Bij excessen is handhaving van harte welkom, omdat we criminaliteit proberen tegen te gaan, maar de nadruk moet liggen op preventie. Als laatste wil ik ingaan op de rol en sturingsmechanismen. Wat ik heel belangrijk vind, is dat wij als gemeente Lansingerland, als overheid, als lokale overheid, een samenwerkende overheid zijn. Niet dat de overheid alles bepaalt, maar samen met de burgers de oplossing zoeken m.b.t. veiligheid in de gemeente.
Dat wilde ik graag meegeven, de samenwerkende overheid, de gemeente Lansingerland. De heer Duk, GL: De burgemeester zei: de buurten moeten zich wapenen. Daar moet ik toch even op reageren. Ik hoop, dat hij dat niet al te letterlijk bedoelde. Dan een wat inhoudelijke reactie. De fractie van L3B, die nu zwaar in overleg is, vroeg hoe wij kijken naar de verhouding preventie en handhaving. Het zal de fractie niet verbazen als wij zeggen: hoe meer preventie, hoe minder handhaving nodig is. Wij houden het er liever op, dat we het op preventie houden. De burgemeester zei: waar de burgers zich voornamelijk onveilig over voelen, is verkeersveiligheid, maar daar hebben wij niet zoveel invloed op. Dat is niet juist. Het valt niet onder dit agendastuk, maar de inrichting van de weg zorgt ervoor dat verkeersveiligheid toeneemt, daar heeft de gemeente als enige invloed op. Dan cameratoezicht, waar dit jaar of begin volgend jaar een stuk over komt. Dit staat nog niet op de bestuurlijke agenda, dus het verbaast mij enigszins. De beeldvorming met de politie eens per half jaar, dat lijkt me een mooi streven. Dank u wel. De heer Halkes, CDA: Er is al veel gezegd. Ik ben blij dat de burgemeester het belang van buurttoezicht erkent en herkent en zegt eraan verder te willen werken en te verbeteren, dus ik ben benieuwd hoe dat in de plannen terug gaat komen.
Wat betreft de vraag van L3B over preventie en handhaven. Wij zeggen: preventie waar het kan, handhaven als het moet. Burgemeester Van de Stadt: Ik denk dat ik in antwoord op de heer Duivesteijn de heer Halkes ga citeren. Volgens mij kunnen we het zo heel goed in het uiteindelijke stuk opnemen, want zo zit ik er ook in. Natuurlijk, preventie is het doel, maar als het mis gaat wordt erop gehandhaafd. Zoals ik al zei: daar zijn we ook streng in. De heer Duk, u zegt het met een lach, u kent me goed genoeg daarvoor. Het gaat er uiteindelijk om, dat mensen zich in een buurt ook vertrouwd en veilig genoeg voelen om elkaar aan te spreken, te helpen. Dat heeft iets te maken met het dorpse gevoel, waar anonimiteit vaak leidt tot een bron van allerlei vormen van misdaad en overlast, maar ook tot het denken dat het onveilig is, de veiligheidsgevoelens. Die geborgenheid is gewoon heel belangrijk. Dat bedoel ik met buurten die zich wapenen, maar dat moet u zeker niet letterlijk opvatten. Over de verkeersveiligheid, dat laat ik graag aan de raad en de wethouder. De beeldvorming met de politie, dat werd omarmd. Ik denk dat het een goed idee is, ook in antwoord op mevrouw Van Bakel, daar ga ik naar kijken. De heer Bik had het over de jeugd, zelfde effort, zelfde resultaat. Ik vind dat ook een terechte opmerking, ik ga ervoor zorgen dat dat tot tevredenheid in het beleid staat opgenomen.
Ik vind het geen prioriteit onder een apart kopje prioriteit, zoals ik heb gezegd. Volgens mij zijn dit de prioriteiten en moeten we er niet teveel opzetten, of u kunt het erin
11/33
amenderen, dat kan altijd. Maar ik vind wel over de breedte, het succes op dat terrein, dat moeten we koesteren. Het gaat mij niet eens zozeer over het feit dat er minder overlast is, maar ook omdat ik denk dat de uitgangspositie van de jeugd daarmee verbetert en dat is vooral het jeugdbeleid van de wethouder, dat daar cruciaal voor is. Niet iedere overlastmelding over jeugd trek ik mij aan. Net als volwassenen even toeteren als ze om half twaalf weg rijden bij een feestje, dat is ook overlast en doorgaans krijgen we daar minder klachten over dan over jeugd die op straat zijn ’s avonds laat. We moeten een beetje overlast van de jeugd accepteren met zijn allen, want jongens en meisjes maken gewoon veel herrie af en toe. De voorzitter: Ik denk dat wij als commissie voldoende reflectie hebben gegeven over hetgeen voor ligt, dus we kunnen dit punt afsluiten. De voorzitter: We schorsen even een minuut. Als mevrouw Van Asselt er is, kunnen we verder. Schorsing De voorzitter: We gaan verder. 5.b Bespreken brief Rekenkamer herijking in aanwezigheid van de directeur rekenkamer Lansingerland Mw. Van Asselt De voorzitter: Welkom aan mevrouw Van Asselt, rekenkamer Lansingerland, als ik het zo mag zeggen. Welkom. We hebben een brief van u gekregen rondom de herijking. Er ligt een toelichtende memo van de griffier, hierin staat helder aangegeven wat de bedoeling van het debat vanavond is.
De vraag: is het aanbod van de rekenkamer voor de meerderheid van de fracties voldoende passend bij de wensen voor de rekenkamer Lansingerland? Daar zijn 2 antwoorden op mogelijk, ja of nee. Mevrouw Van Asselt: Dank u wel voor de gelegenheid om hier vanavond te mogen zijn en met u het vervolggesprek te voeren. Sinds de vorige keer dat ik hier in de commissie was, heb ik met een aantal van u en de griffier door gesproken. Er is ook een griffiersbijeenkomst geweest. U weet, het is zoeken naar wat goed is voor Lansingerland en wat wij kunnen doen. Wij hebben geprobeerd zo helder mogelijk te zijn, wat we wel kunnen doen en wat we niet kunnen doen. Namens de collega’s: wij kijken heel erg uit naar dit gesprek. Eerste termijn De heer Jonker, D66: Allereerst dank voor het agenderen van dit punt en ik wil de rekenkamer bedanken voor de uitgebreide brief over de herijking, maar ik wil ook de griffie bedanken voor de notitie en dat ze ons heeft meegenomen in de mogelijke keuzes. Om gelijk met de deur in huis te vallen: wij gaan voor ja met wel een kleine clausule. In principe willen we instemmen met het voorstel, zoals dat nu in de brief is beschreven. Laat ik eerst even op een aantal inhoudelijke punten ingaan. Uit de toelichting en de wat grove meerjarenplanning blijkt overigens niet onverwachts dat de ruimte voor specifieke onderzoeken voor Lansingerland beperkt is.
Wat ons betreft, in hoeverre dat problematisch is, zal afhangen van inhoud en relevantie van de uitwerking van onderzoeken naar gezamenlijke onderwerpen. Immers, als we een gemeenschappelijk onderwerp nemen of een gemeenschappelijk thema en we kunnen daarbinnen een lokale uitsnede krijgen voor de gemeente Lansingerland wat voor ons relevant en bruikbaar is, dan is dat ook minder erg, dat we niet een specifiek onderzoek voor Lansingerland hebben. Er staan een heleboel behartigenswaardige dingen in, maar voor ons gaat het om, de proof is in the pudding. Of de geschetste werkwijze gaat voldoen aan onze verwachting, kunnen wij het beste vaststellen na scherpe evaluatie bij oplevering eerste rapport nieuwe stijl. Dan kunnen we gaan kijken: hoe ziet
12/33
zo’n product eruit? Dan willen we echt nog het debat voeren. We hebben deze werkwijze nu een jaar meegemaakt, we hebben ook de bijeenkomst meegemaakt die georganiseerd gaat worden met andere gemeenten, dan kunnen we evalueren: bevalt deze aanpak nu? Zonder er hypotheek op te willen leggen, maar dan kan je vaststellen wat het concreet inhoudt. In alle eerlijkheid is dat ook de meest pragmatische werkwijze. Want stel dat we allemaal zeggen: nee. Dan hebben we een hele flinke klus, zowel inhoudelijk maar ook financieel. Bij de genoemde evaluatie na een jaar kunnen we dan besluiten of we wel of niet onderdeel blijven uitmaken van de rekenkamer in de toekomst, want elke transitie zal tijd kosten. Daarbij wil ik wel onze positieve instelling benadrukken. We zien de toegevoegde waarde van de rekenkamer, hoe die functioneert. We vinden het gezamenlijk organiseren van zo’n functie ook in principe wenselijk vanuit doelmatigheid en kwaliteit. Tegelijk moet het wel voldoen aan de eisen, die wij als raad stellen lokaal. Ten aanzien van de onderwerpen nog een klein detail. T.a.v. de onderwerpkeuze verwachten we dat de rekenkamer transparant en navolgbaar is en ook een beetje methodologisch verantwoorde methode kiest om keuzes te maken.
Ik heb wel wat ervaring in vorige periodes met het proces rondom de rekenkamer, dat is altijd heel gezellig, maar als je dan achteraf ging vragen: hoe kwam het nou dat we onderwerp A of B hadden. Dan was dat soms minder navolgbaar, laat ik het zo neutraal mogelijk formuleren. Verder zie ik uit naar de bijeenkomst die georganiseerd gaat worden. Ik heb hoge verwachtingen over het proces dat we gaan meemaken en hoe we met elkaar gaan nadenken over het invullen van de rekenkamerfunctie, ook voor de gemeente Lansingerland. Daar wilde ik het voor nu bij laten. De heer Azzouzi, PvdA: Om te beginnen wil ik aangeven, dat de gesprekken vanuit de raad met de directeur goed en transparant waren. De probleemstelling is besproken. Ik wil de directeur ook bedanken voor de openheid in de gesprekken. Nu over de brief. Het is een heldere brief, waar een aantal zaken goed uitgelegd zijn. Volgens mij is dit een maximaal realistisch bod, dat er nu ligt. Ik ben vooral blij met een eigen onderzoek voor Lansingerland. Ik sluit me ook aan bij de inhoudelijke punten van de heer Jonker, daarnaast heb ik nog een kritisch punt. Aan het begin van de brief m.b.t. span of control van de directeur versus aantal teams. Waarom ik dat zeg? Omdat wij die massa willen, dan kunnen wij ook meer. We zijn van mening, dat dat georganiseerd kan worden, dat het niet gekoppeld wordt aan de directeur.
Wij denken dat de kwaliteit geborgd moet worden in het proces en niet gekoppeld aan functies of personen. Dat vanuit onze fractie als kritisch punt. Conclusie, voor nu is dat realistisch. We stemmen in met het voorstel en wij adviseren de raad om dat ook te doen. De heer Van Santen, VVD: Ik sluit me aan bij de collega’s, we hebben met zijn drieën natuurlijk in de werkgroep gezeten. Ik dank ook de griffie voor de goede begeleiding en goede inhoud, die ze ons hebben gegeven. Het is een beetje onderhandelen, lijkt het. Op een gegeven moment hadden wij het idee: we krijgen helemaal geen specifiek onderzoek. Maar dan ben je toch weer blij, dat je er uiteindelijk toch 1 hebt, er zijn gemeenten die nul krijgen. Maar we waren natuurlijk anders gewend en voor hetzelfde geld krijgen we een stuk minder, dat vind ik natuurlijk niet goed. Aan de andere kant ook wel weer begrip voor de rekenkamer, de directeur en ook voor Rotterdam: wie betaalt, bepaalt. Rotterdam vindt dat ze te weinig krijgt en daar heeft ze misschien ook wel gelijk in. Al met al denk ik dat we het moeten gaan proberen. Ik ben ook benieuwd naar de onderzoeken die we dan gezamenlijk gaan doen, wat er dan specifiek voor Lansingerland uit komt. Daar zullen we kritisch naar moeten kijken en evalueren. Waar ik wel mee zit. Eén keer in de 4 jaar een onderzoek, dat is natuurlijk wel een heel lange periode.
Het zou zomaar kunnen, dat er toch iets oppopt, een gebeurtenis, waarvan we zeggen: dit is echt iets wat we zouden willen laten onderzoeken. De heer Azzouzi zei het met andere woorden, dan moet er toch op één of andere manier een mogelijkheid zijn om iets te doen. Even los van geld, dan gaat het om capaciteit, dan is mijn vraag aan de directeur: zijn er dan op één of andere manier nog mogelijkheden? Dank u wel.
13/33
De heer Van den Beukel, CDA: Ik sluit me aan bij veel van wat de vorige sprekers hebben gezegd, ook bij hun vragen nog. Voor het CDA is het ook van belang dat we niet teveel tijd en capaciteit van de griffie eraan besteden. Er wordt een optie gegeven om te evalueren volgend jaar, wat we ervan vinden. Er zijn veel alternatieven mogelijk. We kunnen alles onderzoeken, alles evalueren, maar we hebben onze handen vol op dit moment aan onze kerntaken. Na het zorgvuldige proces zouden we ook de koers willen bepalen en vast houden. We hebben veel vertrouwen in de rekenkamer. Dank u wel. De heer Markus, CU: Er is inderdaad al veel gezegd. Bij ons blijft een beetje het ongemak hangen over de afgelopen periode. De vorige commissievergadering kan ik me herinneren, toen de rekenkamer op bezoek was, dat de sfeer toch wat minder goed was, zacht uitgedrukt. Nu ligt dit voorstel voor. Wij kunnen ermee instemmen om ermee verder te gaan en om het goed te evalueren over een jaar. Maar ik vind het wel gemakkelijk om te zeggen: we evalueren alleen het onderzoek, of dat goed genoeg is. Ik vind dat we ook met elkaar moeten kijken: vinden we het nog steeds goed. We hebben nu één keer de keuze voor een eigen onderzoek, dat is toch wel beperkt. De rekenkamer is ons enige middel om dingen goed te laten uitzoeken. Ik vind dat we als raad moeten wegen: vinden we dat voldoende één keer in de 4 jaar.
Nogmaals, het is een belangrijk instrument. Dat zouden wij graag in de evaluatie mee willen nemen. Ik realiseer me ook, als we dat volgend jaar evalueren, dan zitten we het jaar erna nog steeds vast aan dezelfde rekenkamer, want je hebt niet direct een oplossing. Maar ik vind dat we dat mee moeten wegen in de evaluatie. Voor nu kunnen we instemmen om hiermee aan de gang te gaan en kijken hoe het werkt. De heer Van den Beukel: Ik was kritisch op het voorstel om over een jaar te evalueren, omdat je niet kunt zien wat je dan wilt evalueren. Kan de heer Markus specifieker zijn over de criteria die hij dan evalueerbaar acht? Anders dan: we hebben een rapport gekregen, het was goed of niet goed. Verder is er niet veel interactie geweest. Dat lijkt me niet zo heel veel substants om te evalueren. De heer Markus: Dat ben ik het helemaal met u eens. Je kan op basis van een rapport zeggen: ik vind het een slecht rapport, dus we nemen afscheid van elkaar. Dat is een heel smalle basis om afscheid te nemen van elkaar. Over een slecht rapport hebben we wel vaker een discussie gehad. De rekenkamer is het enige middel dat wij nog hebben. Ik vind wel dat we een keer daar een goed gesprek over moeten voeren, nogmaals, omdat je nu maar 1 eigen onderzoek hebt in 4 jaar. De vraag is: vinden we dat met elkaar voldoende? Wij zijn van mening dat dat niet voldoende is.
Ik denk dat je daar wel goed met elkaar over moet nadenken. Nogmaals, ik besef dat je niet 1, 2, 3 een andere oplossing hebt, maar ik vind het wel een lastig punt in deze aanpak. Natuurlijk zijn we vast en zeker verwend de afgelopen jaren met weinig budget, dat realiseer ik me ook, maar nogmaals. De heer Van den Beukel: Ik denk dat de heer Markus geen evaluatie bedoelt. Volgens mij bedoelt hij dan dat we extra willen reflecteren op: hebben we voldoende onderzoekscapaciteit met deze rekenkamer op deze manier? Dat is een vraag die we nu kunnen beantwoorden. Het antwoord van mijn fractie is nu: ja. Dat kunnen we ook later doen aan de hand van een bespreekstuk, maar dat is geen evaluatie van onze samenwerking met de rekenkamer. Begrijp ik hem nou goed? De heer Markus: De heer Van den Beukel begrijpt mij goed. Het woord evaluatie is natuurlijk een breed begrip, maar we moeten met elkaar goed kijken: vinden we de situatie een wenselijke situatie of willen we wat anders? Dat kan, dan moet je wel een gevoel hebben van hoe je met de huidige rekenkamer samenwerkt, want dan kan je dat ook meenemen in je terugblik en evaluatie. Dat was het. Dank u wel. De heer Philippens, L3B: Mede door de uitstekende opleg van de griffie hadden wij een initieel standpunt om de samenwerking door te zetten.
We waren zeer benieuwd naar de woordvoering van de heer Jonker vanuit zijn expertise, daarmee voelen we ons gesterkt in het standpunt. Wat ons betreft gaan we hiermee door. We sluiten ons ook aan bij de uitstekende opmerkingen van de heer Jonker. Dank u wel.
14/33
De heer Jansen, WIJ: Een hoop is al gezegd. Complimenten aan de rekenkamer voor de rapporten de afgelopen jaren. We kijken ook zeer uit naar het rapport van de GRJR, dat we volgend jaar of kort daarop mogen verwachten. Het is natuurlijk nooit leuk om te horen, dat je iets minder gaat krijgen dan je gewend bent, dat gevoel kennen we allemaal, maar het is wat het is, daar kan WIJ wel mee leven. Waar we eigenlijk bezorgd om zijn, dat gaf meneer Azzouzi ook al aan, tussen de regels door in de brief lezen we dat de rekenkamer aan zijn maximum capaciteit zit, zowel onderzoekers als span of control van de directeur. Een organisatie die op zijn tenen loopt, loopt het risico dat het op enige moment niet goed gaat. Kan de directeur misschien aangeven hoe zij ziet dat dit in de toekomst goed blijft gaan of wat er moet gebeuren om deze situatie voor haar beter behapbaar te maken. Dat zijn de vragen. Kan het anders? Natuurlijk kan het anders, maar dat kan niet morgen. Wij sluiten ons aan bij wat gezegd is, we moeten dit goed in het oog houden, even proberen, maar voorlopig zijn we het eens met deze brief. Dank u wel. Mevrouw Van Olst, VOOR: Wat mij betreft ja, we gaan dat doen. Verder heb ik geen toevoegingen aan wat de rest al gezegd heeft, waar ik me wel in kan vinden. Dank u wel. De heer Duk, GL: Het voordeel van als laatste komen, is dat je heel weinig hoeft te zeggen.