[BV23.0072] Verslag Gemeenteraad d.d. 29 juni 2023
Tekst van het document
mensen dat verdienen. Dit college heeft aangegeven: 300 is wat ons betreft de norm. Daarom geven aan: 300. Daar maximaliseren we het op, op dit moment. Dat is een keuze vanuit het advies. Daarmee ga ik door op het amendement van de heer Philippens, die ook heeft aangegeven: er is een slecht draagvlak omdat vluchtelingen negatief in het nieuws komen, we moeten het draagvlak onder de inwoners niet vergroten. Het heeft meer te maken met hoe dingen in de media gebracht worden dan met de realiteit. De realiteit is, als we percentueel gaan kijken, dat vluchtelingen helemaal niet zo vaak in aanraking komen met crimineel gedrag. Als men in aanraking komt met crimineel gedrag, dan is dat in 77% van de gevallen winkeldiefstal. Door het hier specifiek te benoemen, maakt u zich schuldig aan vals framen, door aan te geven dat al deze mensen voor problemen gaan zorgen. De heer Philippens: Ik vind het wel lastig worden. Ik geef gewoon aan, precies wat Vluchtelingenwerk zegt. Dan geeft u aan, dat Vluchtelingenwerk met een vals frame werkt, dat vind ik wel heel bijzonder worden. De heer Ruijtenberg: Geen vraag, een constatering, ik zal geen retorisch antwoord geven, ik zal verder gaan met mijn betoog. Ik heb wel genoeg redenen genoemd. Als ik verder doorga op dit amendement, dan verlies ik mijn zenheid. Het mag duidelijk zijn, dat ik tegen dit amendement zal stemmen.
Het laatste amendement is die van de heer Van den Beukel. Waren dit 2 amendementen, dan had hij ons met 1 van de 2 gehad. Het amendement over randvoorwaarde 2, die begrijp ik, die snap ik ook heel goed inderdaad, ja. Daar hadden wij waarschijnlijk in mee gegaan. Echter, omdat het in een amendement zit met een maximalisatie op 200, kan ik hier niet in mee gaan. Wij gaan voor 300 en dat is geen 200. Daar wil ik het bij laten. De heer Afalah, WIJ: We praten hier natuurlijk over mensen die in nood zijn en op dit moment elders in het land worden opgevangen of later het land binnen komen. We weten allemaal dat de omstandigheden waaronder veel asielzoekers op dit moment worden opgevangen verre van ideaal zijn. In sommige gevallen is de opvang gewoon ondermaats en niet humaan, daar ben ik het mee eens met de heer Philippens. Ik ben het met u eens, dat grootschalige opvang niet goed is voor die mensen. Op heel veel plekken in het land worden mensen op plekken opgevangen op een heel grootschalige manier, dan heb ik het niet over 200 of 300, dan heb ik het over 1.000+. Daarom vind ik het belangrijk, dat wij het er vandaag hier over hebben.
Daarover zijn wij blij met deze discussie, die we hier de afgelopen periode hebben gehad, waar we zagen dat er veel overeenkomst is tussen de partijen als het gaat om noodzaak van goede opvang en het feit dat onze gemeente hierin haar verantwoordelijkheid moet nemen. Er zijn natuurlijk altijd inwoners die zich zorgen maken wanneer het over de opvang van asielzoekers gaat. Deze zorgen worden door verschillende partijen in deze raad ook geuit, en terecht, deze zorgen moeten we serieus nemen. Tegelijkertijd hebben we als gemeenteraad een verantwoordelijkheid, samen met het college, om ons steentje bij te dragen als het gaat om de opvang van deze asielzoekers en zeker als de nood zo hoog is als nu. Ik ben als volksvertegenwoordiger blij dat ik mijn bijdrage hieraan kan leveren. Ik wil ook het college nogmaals bedanken voor het feit, dat ze hebben geluisterd naar de verschillende partijen en de verschillende standpunten hebben verwerkt in het collegebesluit dat voor ons ligt. Het standpunt van WIJ was vanaf het begin duidelijk. Tijdens de vorige commissievergadering hebben we ons standpunt verwoord en goed geluisterd naar andere partijen. Wij zijn dan ook blij, dat het CDA met een amendement is gekomen, die door WIJ en VVD mede is ondertekend. De heer Azzouzi: Kan de heer Afalah iets positiefs zeggen over het collegevoorstel, wat het college voorstelt.
Waarom een amendement indienen met een aantal van 200? De heer Afalah: Daar kom ik op in mijn verdere betoog. Het is een schoolvoorbeeld van hoe WIJ om wil gaan met de nieuwe bestuurscultuur, waar we het hier vaak over hebben gehad. Wij snappen heel goed, dat wij misschien anders in de wedstrijd staan dat het CDA en VVD, maar als je maar lang genoeg zoekt naar dingen die ons binden, dan vinden we die altijd. Daarom, heer Azzouzi, wil ik ook het CDA en VVD bedanken voor het feit, dat ze echt over de eigen schaduw heen zijn gestapt om een zo breed mogelijk gedragen besluit te nemen binnen deze raad. De heer Azzouzi: Ik snap het niet. Gaat het nou over de VVD en het CDA of gaat het over de vluchtelingen die opgevangen moeten worden? De heer Afalah: Het gaat om de vluchtelingen, daar ben ik mee begonnen. Ik ben gewoon blij met hoe wij hierover hebben 15/44
gesproken. Ik ben blij dat VVD en CDA over hun eigen schaduw heen zijn gestapt. Dat vind ik de kracht van onze democratie, waar ik trots op ben en ik ben blij dat ik daar deel van uit mag maken. De heer Azzouzi: Nog een verduidelijking, ik had in mijn betoog tegen VVD en CDA gezegd, dat WIJ in de verkiezingen een sociale partij wilde zijn. De fractievoorzitter zit nog steeds aan de andere kant, die is wel goed met het voorstel. Waarom gaat u nu een amendement indienen en niet je rug recht houden en uw eigen wethouder steunen? De heer Afalah: Waarom ik dat doe? Dat heeft te maken met het feit, wij vinden het voorstel goed, alleen, als wij iets goed vinden en we kunnen het beter maken, dan wil WIJ daar graag aan meewerken. Zeker als het helpt om binnen deze raad, wij zijn hier de vertegenwoordigers van het volk, van de inwoners, als wij hier een breed draagvlak kunnen creëren in deze raad en we kunnen het met elkaar eens worden, dan wil ik graag toegeven dat het ook anders kan. Dan vind ik 200 opvangplekken op dit moment behapbaar, ik ben het eens met mijn mede indieners. De heer Azzouzi: Nog één keer. De voorzitter: Nee, een andere. De heer Afalah heeft drie keer hetzelfde antwoord gegeven. Niet het antwoord dat u wenst, maar daar is de discussie ook niet voor, om het eens te worden. De heer Afalah heeft duidelijk zijn motieven gegeven.
De heer Afalah: Misschien val ik in herhaling, maar wij willen in ieder geval benadrukken, dat wij op dit moment blij zijn als we 200 opvangplekken kunnen realiseren. Maar mocht er een opgave komen van het rijk, die hoger ligt en gaat dan waar we hier over praten, dan gaan wij nu natuurlijk onze wettelijke taak uitvoeren. Wij zouden die extra opvangplekken graag willen creëren op Wilderszijde en liever niet op zoek gaan naar een nieuwe locatie. De heer Azzouzi: Weet de heer Afalah dat als wij een taakstelling krijgen, dan heeft noch L3B, noch de VVD, noch het CDA, noch WIJ iets te zeggen. De heer Afalah: Dat weten wij, daarom zeg ik ook: wij zullen dat doen. Alleen, over de randvoorwaarden gaan we zelf. Ik geef aan, dat ik het graag wil zien hier op Wilderszijde. Maar wij respecteren uiteraard de mening van alle partijen, ook van de PvdA. Wij zijn ook benieuwd naar de mening van andere partijen. Wij hopen op een zo breed mogelijk draagvlak binnen deze raad als vertegenwoordigers van onze samenleving. Ik dank u wel. De heer Lieverse, CU: Het is een uitnodiging van de heer Afalah om ook de andere leden van de raad te horen, ik voel me aangesproken. Wij zijn mede-indiener van het amendement om reeds nu te gaan voor 300 asielzoekers. Aan het warme pleidooi van de heer Azzouzi hebben we niets toe te voegen. Voordat ik reageer op de andere amendementen het volgende.
We zijn ingenomen met de inzet in onze raad om weer te kijken naar het raadsvoorstel. Terugkijkend op de discussie in de voorbije 2 commissievergaderingen zijn we blij met het niveau en onderlinge respect. Met deze kwalificatie draag ik graag bij aan wat het CDA hierover opmerkte, behalve op 1 punt. Wij vinden dat hierbij de aanpak van het college geholpen heeft om niet voor de troepen uit te lopen, maar eerst de communicatie hierover aan het woord te laten. Het amendement van L3B over de financiering van noodopvang. Het spreekt over kostenneutraal en legt uit, dat deze door het rijk zouden moeten worden vergoed. Het gunstige verhaal is, is dat het rijk via het COA inderdaad de kosten op zich neemt. Of dat 100% is of niet hangt mede af van het aantal op te vangen asielzoekers en van lopende onderhandelingen. We steunen dit amendement dus niet. Het amendement van het CDA en VVD en WIJ vinden wij lastig. De eerste randvoorwaarde is strijdig met het amendement waar wij ons bij hebben aangesloten. De tweede, de juridische randvoorwaarde, wijkt nogal af van het eerste, het zijn 2 verschillende zaken. Een vraag aan het college.
Is de angst voor zo’n scenario zoals geschetst in dit amendement gebaseerd op feiten? Moet de gemeente hier inderdaad tussen zitten, als het COA bijvoorbeeld met het project zou uitlopen of kan het vast gelegd worden backto-back of hoe het juridisch ook mag heten, dat in dat geval het COA met de projectontwikkelaars in overleg gaat en onderhandelt? Of dat een uitloop de planning van ontwikkelaars inderdaad in gevaar zal brengen. We zien namelijk hoe bouwprojecten in ons land vertraging oplopen. Het amendement heet ‘geen grootschalige opvang’ en kon met argumenten niet meer verrassen. L3B noemde ze eerder al en ook toen overtuigden ze niet. De heer Philippens noemt ze opnieuw, een korte reactie daarop. In de commissie hebben we al aangegeven dat huisvesten van arbeidsmigranten een heel andere opgave is dan mensen een dak bieden die vluchten voor 16/44
vervolgens, hongersnood en geweld. Daarnaast is de semantische discussie over grootschalig zijn en doen alsof het uit de koker van Vluchtelingenwerk komt. Vluchtelingenwerk komt inderdaad op voor stabiele en menswaardige asielopvang. De brief aan de Tweede Kamer van mei 2023 spreekt over hallen zonder privacy, over locaties waar geen mogelijkheid voor onderwijs is voor de kinderen, een onderwerp waar vandaag wat over te lezen was op de site van Binnenlands Bestuur, inclusief een oproep van de VNG, om maar een andere instantie te noemen, niet onbevooroordeeld. Vluchtelingenwerk klaagt o.a. ook over dat vluchtelingen langere tijd verblijven in een vorm van crisisopvang zonder perspectief, mede door trage procedures van de IND, die door eerdere bezuinigingen het werk niet aankan. Het CDA wees al eerder op dat knelpunt, van IND en COA. Kortom, wij houden vast aan het raadsvoorstel van 200, het liefst aangepast aan 300 asielzoekers. Zover onze eerste termijn. Mevrouw Den Heijer, D66: Wij hadden geen amendementen ingediend, dus ik heb ook even gewacht om alle indieners aan het woord te laten en daarna kunnen wij daarop reageren. Laat ik beginnen met aan te geven dat D66 in principe achter het voorstel van het college staat. Een Lansingerland dat verantwoordelijkheid neemt is precies het Lansingerland waar mijn fractie ook naar streeft.
We vinden ook, dat het college zijn uiterste best heeft gedaan om de raad mee te nemen in deze besluitvorming om te komen tot het voorstel. We vinden dat dat complimenten verdient. Ter aanvulling daarop, wat we ook zien is dat politiek compromissen sluiten is en zoeken naar de meerderheid en naar de verbinding. Daar wil D66 ook een bijdrage aan leveren, we willen zoeken naar breed draagvlak voor dit belangrijke onderwerp. Wij vinden ook dat het belangrijk is, dat we zoeken naar die verbinding, naar wat ons verbindt in plaats van wat ons splijt. We hebben uit de discussie vandaag begrepen, dat het collegevoorstel voor sommige mensen niet ver genoeg gaat, maar voor de meerderheid waarschijnlijk toch nog net een stapje te ver gaat. Vanuit dat perspectief ga ik even naar de amendementen kijken, ik zal mijn bijdrage verder tot die amendementen beperken. Het voorstel van de PvdA met andere partijen is voor 300 mensen opvang. Zoals ik al aangaf: wij staan achter het voorstel van het college om breed draagvlak te creëren voor opvang. Maar puur vanuit het principe dat wij op die locatie meer zouden kunnen doen dan in het voorstel staat, zouden wij dit amendement ook wel kunnen steunen. Dit doet echter niets af aan de steun die wij ook willen geven aan het voorliggende voorstel met de daarin genoemde aantallen. Dan het voorstel over de 200.
We vinden het belangrijk, dat er een zo breed mogelijk draagvlak is voor het voorstel en dat ook de meerderheid wordt bereikt voor de opvang van vluchtelingen in onze gemeente. Wat het positieve hieraan is, is dat dit amendement daaraan lijkt bij te dragen en dat vinden we heel fijn. Vanuit dat perspectief ziet het er ook naar uit, dat wij met dit amendement mee zouden kunnen gaan stemmen. Uiteraard is dit dan voor ons second best. We zien ook, dat als er een taakstelling richting onze gemeente komt, dat dat ook weer een andere werkelijkheid met zich meebrengt. Het tweede punt van het amendement, ik ben even benieuwd naar hoe het college op dit punt reageert, dus dat willen we nog heel even afwachten. Dan de voorstellen van L3B, geen grootschalige asielopvang. Wij zijn voor opvang, het amendement van L3B is voor ons een stap achteruit en die zullen wij niet steunen. Dan over de randvoorwaarden, kostenneutraal. Wij vinden het ook onrealistisch dat deze hele opvang volledig kostenneutraal is. Wij zijn niet tegen investeringen die wij doen vanuit ons eigen budget om deze maatschappelijke crisis te helpen of een deeltje te helpen oplossen. We hebben er daarnaast vertrouwen in dat een groot deel van de kosten door de landelijke overheid gedragen zullen gaan worden. Wij vinden ook personele kosten voor onze eigen rekening eigenlijk geen probleem.
Op deze manier maken wij opvang mogelijk en die bijdrage willen wij ook graag leveren. Daarmee heb ik gereageerd op alle amendementen en is daarmee het einde van mijn bijdrage. De heer Machielse, VVD: Weet u, het huidige asielbeleid is haast niet meer vol te houden. Veel Europese samenlevingen kunnen grote groepen migranten niet aan. Weet u waar ik me dan zorgen over maak? Dat dat slechte zorg tot gevolg gaat hebben voor die asielzoekers, maar ook dat er 17/44
uiteindelijk teveel weerstand in de samenleving komt. Op dit moment, als we het nieuws mogen volgen, lijken de enige winnaars van dit systeem de mensensmokkelaars te zijn, die voor veel geld onschuldige mensen in een bootje over Middellandse Zee sturen. Daar kunnen we onze ogen niet voor sluiten. Daarom is het belangrijk dat de rijksoverheid zijn zaken voor elkaar gaat krijgen, dat er een aanpak gaat komen op dit gebied, strakker gericht op het versnellen van procedures in Nederland, Europese migratiedeals en opvang in de regio gaan ondersteunen. Want we kunnen dit niet alleen, niet als gemeenten, niet als Nederland, maar ook niet als Europa. Toch, zolang die drieslag die ik net noemde niet geregeld is, zitten we wel met een grote uitdaging hier, want we zitten in Nederland met overvolle AZC’s en asielzoekers die zich hier melden op basis van huidige wet- en regelgeving, waar we, even plat gezegd, iets mee zouden moeten. Dan kom je alleen op de vraag: hoe wil je daar dan mee verder gaan? Wij hebben in de commissie al gedeeld, dat het collegebesluit wat ons betreft niet het juiste is, om voor te gaan sorteren op een mogelijke spreidingswet, waarvan we als lokale fractie van mening zijn dat die er niet in de huidige vorm zal komen, maar dat is uiterst speculatief.
Ook hebben wij enkele uitgangspunten al mee gegeven: de VVD is geen voorstander van een AZC of grootschalige permanente opvang in Lansingerland. We willen niet die stap vooruit zetten op verplichte opvang. We vinden investeringen vanuit de gemeente in asielopvang niet de juiste, gelet de prioriteiten die we moeten hebben voor onze eigen inwoners. Maar weet u, het collegebesluit is genomen en dan kunnen we als VVD aan de kant gaan staan, weg kijken, boos zijn op het college, maar wat we beter kunnen doen is de samenwerking zoeken om te kijken hoe we de risico’s in dit collegebesluit kunnen beperken en kunnen zorgen voor een gezamenlijke aanpak. De heer Azzouzi: De heer Machielse heeft het erover, dat de VVD eigenlijk niets wil doen. Hoe denken zij dat het probleem opgelost gaat worden? Het gaat toch landen bij gemeenten, het land is een verzameling van gemeenten. De voorzitter: Kort, want het landelijk beleid past niet in deze discussie. De heer Machielse: Dat is precies wat ik wilde zeggen. De heer Azzouzi zegt terecht: de gemeenten in Nederland maken samen het land Nederland. Maar zo zeg ik ook maar richting de heer Azzouzi, dat de landen in Europa, Europa maken en de continenten de wereld maken, zo kan ik nog wel even doorgaan. Uiteindelijk staan we hier niet alleen in, maar er is wel een probleem.
Het college wil een stap vooruit zetten en het is nu aan ons als raad om te bepalen welke ruimte het college daarvoor krijgt. Het is best mooi om te zien dat van verschillende uitgangspunten, of je nou kijkt naar het inperken van de risico’s of positief de stap vooruit ondersteunen, je toch in gezamenlijkheid tot een voorstel kan komen. Het amendement dat we hebben voorbereid samen met het CDA, waar enkele partijen bij aangesloten zijn, doet precies dat: we beperken de ruimte van het collegebesluit tot maximaal 150 plekken extra. Evengoed zorgen we voor de belangrijke samenwerking met ontwikkelaars en het samen optrekken met het bouwtempo van de scholen, zodat de grond opeisbaar is waar die nodig is en wij niet als gemeente met onnodige risico’s blijven zitten. Dat is precies wat u van de VVD mag verwachten. We zijn het niet eens met het collegebesluit, dat kan ik niet vaak genoeg zeggen, maar boos aan de kant gaan staan is niet waarvoor ik in de politiek ben gegaan. Ook niet toen meneer Ruijtenberg misschien al bezig was met een voorstel om in plaats van 50% betaalbare woningen op Wilderszijde een AZC te bouwen, want ook daar was ik boos om geweest, kan ik u vertellen. Het amendement financiering noodopvang asielzoekers aan de voorkant, ingediend door L3B, zullen wij zeker steunen.
Ik heb het mede ingediend en zojuist bij interruptie al aangegeven hoe wij kijken naar deze uitdaging, de landelijke opdracht tot asielrealisatie en hoe we daar als gemeente geen financiële middelen achteraan willen dragen en zeker niet bij onze inwoners neer willen leggen, dus ik zal dat niet verder herhalen. Dan het amendement ‘geen grootschalige asielopvang in Lansingerland’, ook van L3B. Daarover moet me even iets anders van het hart. Enkele weken geleden in de commissie kreeg mijn collega mevrouw Draak een interruptie van WIJ: wat gaat u doen als Eric van der Burg u belt? Ik kan u vertellen, mevrouw Draak is niet gebeld door Eric van der Burg, maar ik heb zelf wel 2 weken geleden in een zaaltje gezeten met Eric van der Burg en Ruben Brekelmans, ons Kamerlid op dit dossier. Zij leerden mij een waardevolle les, zij zeiden mij: op de basisschool leer je tot 10 tellen, op de middelbare school misschien wel tot 100 of tot 1.000. Maar 18/44
als Kamerlid hoef je maar 1 ding te kunnen en dat is tot 76 tellen, want dat is wat je nodig hebt om een besluit met draagvlak te kunnen nemen. Gaan wij het amendement van L3B steunen, voor 100, wat een verdere beperking van de risico’s is? Ja, dat verwacht ik wel, maar toch staan wij 100% achter het initiatief dat wij samen met het CDA hebben genomen, want we hebben onze mening over dit dossier, we zijn geen voorstander van het genomen collegebesluit, maar het is onze plicht als volksvertegenwoordigers om dan wel de ruimte te nemen om de risico’s van dit collegebesluit in te perken en te zorgen voor een optimaal resultaat. Dat is wat we doen. Daarom is het mooi dat met verschillende doelen bij dit amendementen er toch verschillende partijen zijn die het kunnen steunen, dat wil ik echt waarderen. Tot slot het amendement van de PvdA. Het is bijzonder aantrekkelijk om er uitgebreid op in te gaan, waarom we dat geenszins gaan steunen en waarom wij dat eigenlijk. De voorzitter: De heer Azzouzi trekt zijn interruptie in. De heer Machielse: Trek dit amendement maar in, dat zou terecht zijn, maar dat zal vast niet gaan gebeuren. Heel helder. Het COA heeft een definitie van AZC, dat begint met 300 opvangplekken. Overigens moet het langdurig zijn een geen noodopvang, maar we zullen vanavond niet de techniek in gaan.
Maar we zijn tegen iedere vorm van AZC in Lansingerland, 300 plekken is dat wel, dus dat zullen wij nooit gaan steunen. De heer Azzouzi: Ik wilde de volgende vraag stellen. Hoe staat de VVD erin als er een taakstelling komt met 300 vanuit het rijk? De heer Machielse: Ik vind speculatieve spelletjes buitengewoon leuk, ik doe dat liever in het casino dan in de raadszaal, maar ik heb al aangegeven dat de fractie van de VVD in Lansingerland er niet van overtuigd is dat de spreidingswet in de huidige vorm het zal gaan halen in de eerste kamer. Mocht dat wel zo zijn en onze politieke duiding daarbij incorrect zijn, dan hebben we altijd nog het huis van Thorbecke, ik kan niet helemaal miskennen als VVD’er dat dat bestaat in dit land, als de rijksoverheid dit beslist hebben we ons daaraan te houden, meneer Azzouzi, dat is helder. Ik kan het niet ontkennen, we zullen daar uitvoering aan moeten geven met elkaar, maar tot dat moment, u mag daar van alles van vinden, blijf ik in deze raad strijden voor onze idealen en niet die van u. De heer Azzouzi: Wat vindt de heer Machielse van de verdeling van het COA, dat er voor Lansingerland ongeveer 300 of meer opvangplekken gaan komen? Dat staat ook in het voorstel. De heer Machielse: Ik ga in herhaling vallen, dus ik zal proberen het kort te houden. Wij zijn er niet van overtuigd dat de spreidingswet er in de huidige vorm komt.
De huidige verdeelsleutel, daar zetten wij ook onze vraagtekens bij, maar nogmaals, er is niets van te vinden voor ons als de rijksoverheid besluit dit te gaan doen, dan hebben wij ons eraan te houden, wat ik daar ook van vind. U mag ervan uitgaan, meneer Azzouzi, dat als VVD’er ik er alles aan doe richting onze landelijke partijgenoten om te voorkomen dat het nadelig uitpakt voor Lansingerland. Dat is strijdig met wat zij landelijk willen, dat weet ik, maar ik ben hier gekozen als volksvertegenwoordiger in Lansingerland en dat is mijn missie. Nogmaals, dat blijf ik doen, wat u er ook van vindt, meneer Azzouzi. Daarmee wil ik eigenlijk gaan afsluiten, want ik heb alle amendementen geraakt, volgens mij helder aan kunnen geven waarom wij in dit dossier een samenwerking hebben gezocht, omdat uiteindelijk in de analogie van de Tweede Kamer tot 17 tellen, vanavond tot 15,5, uiteindelijk het spel is dat we met elkaar moeten spelen om het beste resultaat te halen voor onze inwoners. Dat is waarom ik hier zit. Dank u wel. De voorzitter: 16. Mevrouw Van Olst, VOOR: Een mooie discussie aan de gang. Ik gaf in de commissievergadering aan, dat het mij beter leek om te wachten op de aanwijzing van het rijk. De reden hiervoor is dat ons bordje mijns inziens vol zit.
Het voorbeeld dat al eerder werd genoemd door de heer Philippens zijn bijvoorbeeld de lange wachtlijsten, zo zijn er wel meer dingen te noemen. Maar het is ook belangrijk om oog te hebben voor anderen, voor mensen in nood. En dat hebben we ook. We hebben al het LOO, LOO2 komt eraan, het zorghotel, de Tobias, we doen echt wel veel. Ik denk dat het daarom nu wel goed is om iets te doen, want er wordt wel iets verwacht, het college wil toch iets doen. Ik denk dat het nu beter is, dat wat we nu hebben kunnen uitbreiden naar 100 plaatsen voor 100 vluchtelingen. Daarom dank ik de heer Philippens voor het opstellen van het amendement, waarvan ik dus ook mede-indiener ben. Ik denk dat 100 mensen hier opvangen, 100 mensen in nood opvangen beter behapbaar is. Beter voor de asielzoeker, voor het draagvlak en voor de 19/44
Lansingerlander. Voor de mensen die zeggen dat het een maximum is, als die aanwijzing komt, dan kunnen we het hier natuurlijk gewoon weer over hebben, hoe we dat dan gaan doen, hoe die randvoorwaarden eruit zien. De heer Azzouzi: Kunnen we het niet beter in één keer doen? Straks zijn we te laat, ook voor het regelen voor onze eigen inwoners, wat L3B zegt. Mevrouw Van Olst: Nee, dat ben ik het dus niet met u eens. Ik denk dat het echt beter is om wat we nu hebben heel geleidelijk uit te breiden en dat heel geleidelijk te laten gaan. We hebben altijd nog het idee dat die spreidingswet er niet komt. Ik ben het met u eens, dat de vluchtelingenstroom maar blijft komen, daarvoor zal er hoog over iets moeten gebeuren, maar daar gaan wij helaas niet over. Ik denk dat het voor onze samenleving, voor Lansingerland beter is om het op 100 te houden. Het amendement kostenneutraal ben ik ook mede-indiener van. Waarom? Omdat het heel logisch lijkt. Het is heel goed uitgelegd door de heer Machielse, dus dat ga ik niet herhalen. Dat was het. Ik ben tegen de andere amendementen. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Hoek: In de eerste plaats voor de respectvolle manier waarop we over dit onderwerp gesproken hebben, dat ervaar ik als bijzonder prettig. Ik onderstreep de woorden van de heer Lieverse, dat de welwillendheid er is om er met elkaar uit te komen, dat doet mij deugd.
Ik heb niet veel vragen gehoord, maar ik wil wel even kort aandacht besteden aan een ieders bijdrage. L3B, dat is heel duidelijk, voor een kleinschalige opvang, maximaal 100. De heer Machielse: Een punt van orde, met alle respect, maar ik zou er wel waarde aan hechten als het college zich zou kunnen houden bij een appreciatie van de amendementen en de gestelde vragen, want een samenvatting van het debat op dit moment van de avond, daar heb ik persoonlijk echt geen behoefte aan. Het spijt me, met alle respect. Een punt van orde graag. De voorzitter: Daar ben ik het mee eens. De wethouder reageert op de amendementen, dus ik zou vragen het per amendement te doen en niet per partij. Wethouder Hoek: Ik heb weinig vragen gehoord, dus dat scheelt mij ook weer tijd, dat is alleen maar goed. Ik wilde toch even recht doen aan alle aandacht en energie die erin gestoken is om er toch uit te komen, maar als die behoefte er niet is, wie ben ik om dat aan u op te dringen. Ik begin bij het amendement van L3B, waar het om de 100 plekken gaat. Lansingerland heeft niet voor niets die sprong voorwaarts willen maken. Dat is niet voor niets, die 300, omdat die volgens de berekeningen het aantal zouden zijn waarvoor wij aan de lat staan. Als u dan regie wilt pakken, de sprong voorwaarts wil maken, dan moet je uiteraard wel rekening houden met die 300.
Het loopt natuurlijk ook vooruit op een eventuele taakstelling, want dat betekent dat je er redelijk klaar voor bent op het moment dat je die taakstelling ook daadwerkelijk krijgt. Waarom zegt het college ja? Wij zijn eigenlijk voor 1 locatie. Dat heeft natuurlijk te maken met het idee dat het bijzonder ingewikkeld is om 3 locaties van 100 mensen binnen de gemeentegrenzen te realiseren. We hebben die discussie met LOO2 gehad. Als we er nog 3 locaties bij moeten zoeken uiteindelijk, dan denk ik dat dat best een ingewikkelde is. Op het moment dat je voor 100 kiest, dan betekent dat ook dat je financiële uitdaging groter wordt, want het COA heeft niet voor niets gezegd: de aantallen zijn bepalend voor de financiële bijdrage, die er vanuit het COA komen. Dus het zal u niet ontgaan, dat wij deze ontraden. Dan het amendement 300 plekken noodopvang asiel Wilderszijde van de PvdA. We hebben al heel erg in het begin politiek draagvlak expliciet mee gegeven, dat we dat als college in ieder geval heel belangrijk vinden. We hebben 2 beeldvormingen gehad, we hebben een commissievergadering gehad. Op het moment dat je als college wil, omdat het een dusdanig belangrijk onderwerp is, dat er ook draagvlak is, dan zal je goed moeten luisteren.
Dan kan je vast houden aan aantallen, die eerder genoemd zijn, maar als je het idee hebt: joh, ik merk dat er hier in dit huis wel een meerderheid wellicht is voor 200. De heer Afalah zei het al, dan moet je ook in het kader van de nieuwe bestuurscultuur willen luisteren naar hetgeen hier in deze raad aan de orde is geweest. Het amendement van de 300 plekken, daar heeft het college geen oordeel over, het is het oordeel van de raad. Dan het amendement van de VVD, het CDA en WIJ. Dictum 1 is het oordeel van de raad. Het volgende dictum, de strekking van het 20/44
amendement wordt ondersteund, laat dat heel duidelijk zijn. In de brief aan de BBGZ partijen wordt de datum van 1-7-2026 specifiek genoemd. Dat is niet voor niets. De voorziene oplevering van gronden zal plaats vinden tegelijk met de voorziene oplevering van de te bouwen scholen, de permanente scholen. Met het COA wordt, dan kom ik op het back-to-back principe uit, met het COA wordt in een nog op te stellen bestuursovereenkomst dezelfde planning en voorwaarden gehanteerd. Dus die zullen wij omarmen. Het amendement financiering noodopvang asielzoekers, in feite zitten wij niet anders in de wedstrijd. Alles wat we vergoed kunnen krijgen, daar zullen we ons best voor doen. Dat staat ook in de oorspronkelijke versie, maar u zegt heel duidelijk: dat vinden wij niet ver genoeg gaan. Ik snap dat. U zegt: we willen er eigenlijk niets aan uitgeven, alles moeten we kunnen verhalen op het COA. Van verschillende kanten is hier gezegd: dat is wel een bijzonder moeilijke exercitie. U weet net zo goed als ik dat dat zo in bestuurlijk Nederland niet altijd werkt. Wel is het zo, dat we voorzieningen, die we ook voor de locatie treffen, inderdaad in rekening brengen bij het COA. Dat betekent dat we wel een tegemoetkoming krijgen in bepaalde kosten, dan noem ik bijvoorbeeld de ontsluiting van het kavel.
Dat zijn kosten die we uiteindelijk zelf hadden moeten maken als de schoolgebouwen daar komen en we kunnen daar nu met het COA over onderhandelen. De verwachting is dat het een 50/50 deal wordt, dus er zitten ook voordelen aan. De heer Azzouzi: Ik moest de woorden van de wethouder laten bezinken. Hij had geen oordeel over ons amendement. Waarom omarmt de wethouder dat niet? Het is in lijn met het voorstel. Wethouder Hoek: Dan moet ik u toch wijzen op de randvoorwaarden, die bij het voorstel zitten. Daar spreekt het college van 200 plekken. Dat staat gewoon in de randvoorwaarden op basis van de 2 beeldvormingen en de discussie die we hier in de commissie hebben gehad. Dus daarom zeg ik, goed geluisterd hebbende naar wat hier speelt, denk ik dat dat wel een acceptabele hoeveelheid is. De heer Azzouzi: Volgens mij staat in het voorstel maximaal 300. Wethouder Hoek: Nee, in de randvoorwaarden bij het voorstel wordt 200 gesteld. Dat is aangepast. Volgens mij heb ik dan de financiering gehad, heb ik alle amendementen de revue laten passeren. Dit is mijn eerste termijn. Tweede termijn De heer Ruijtenberg, GL: Ik had de heer Philippens en de heer Azzouzi wel verwacht. Ik wil van de wethouder na afloop van de raadsvergadering bij de borrel horen hoe hij dit had geduid, ik ben er toch stiekem wel nieuwsgierig naar.
Na afloop bij de borrel hoor ik wel van de wethouder hoe hij dit heeft geduid, dit debat, wat net niet mocht, omdat alleen de appreciatie werd gevraagd, ik ben daar wel nieuwsgierig naar, maar dat horen we na afloop wel bij de borrel. Dan wil ik over de heer Philippens iets aangeven. Hij vroeg: bent u dan van mening dat Vluchtelingenwerk het verkeerd doet? U geeft daar een verkeerd frame in. Ik heb de positiepaper er bij gezocht. Wat u heeft gedaan, u heeft heel slim een alinea uit de positiepaper gepakt en daar een beetje in geknipt en geplakt en daar komt dan een heel andere indicatie uit. Wat in de alinea daadwerkelijk staat: grootschalige opvang, langdurige, onzekere procedures, verlies van waardigheid zijn factoren die leiden tot stress en meer conflicten. U heeft er 2 dingen uitgehaald, dat het gaat om grootschalige opvang. U heeft slim het woordje o.a. toegevoegd, maar niemand leest dat woord o.a. De heer Philippens: Moeilijk, want ik heb hier heel bewust voor gekozen. O.a. staat er heel duidelijk in, ik heb het ook in mijn woordvoering heel nadrukkelijk benoemd, dat die 2 andere elementen er ook in zitten, maar dat we daar geen invloed op hebben. De heer Ruijtenberg: Dat u er bewust voor gekozen heeft, dat weet ik, dat constateer ik ook, dus daar zijn we het over eens. U heeft het slim gedaan, maar wel een verkeerd voorbeeld aangegeven. Tot slot.
We hebben veel discussie gehad over de spreidingswet en over wel of niet doorgaan. Kan de heer Machielse ook tot 38 tellen? Als we gaan kijken naar de status van de spreidingswet in de Eerste Kamer, daar heeft de coalitie een samenwerking met de gezamenlijke fractie van GL en PvdA, precies 38 zetels. Dat is precies wat nodig is voor een meerderheid in de Eerste Kamer. Ik kan 1 ding vertellen: de politieke werkelijkheid is dat die spreidingswet er gaat komen, of u het leuk vindt of niet, maar hij gaat er komen. Daar wil ik het bij laten. 21/44
De heer Azzouzi, PvdA: De titel van dit debat is kop in het zand steken. Richting onze inwoners zijn we als PvdA transparanter en richting vluchtelingen humaner. Wat ik heb geleerd in deze raad, dat ik zaken moet blijven herhalen en dan krijg ik op een gegeven moment gelijk. Dan zitten we hier efficiënt te vergaderen na een paar maanden als de spreidingswet komt en dan hebben we het niet goed geregeld voor onze eigen inwoners en ook niet goed voor de vluchtelingen. Dat is mijn termijn. De heer Lieverse, CU: Er is een heleboel gepasseerd in de eerste termijn, ook wat verwarring, ook wat semantiek. Er wordt de term AZC gebruikt, terwijl het over tijdelijke noodopvang gaat, wat ook weer anders is dan crisisopvang. Er werd gesproken over draagvlak, er werden dingen over aangenomen, waarvan ik me toch wel erg afvraag of het klopt met de samenleving in Lansingerland. Ik heb vastgesteld dat er enorm veel vrijwilligers actief zijn geworden rond asielzoekers en Oekraïners. Ik hoor over verontwaardiging als het gaat over tirannen als Poetin of wat ook maar. Heel veel solidariteit is er weldegelijk om een steentje bij te dragen, ook als er geen spreidingswet is of dreigt, in de ogen van sommigen. Tegelijk heb ik ook geluisterd naar wat er zoal gepasseerd is in deze termijn en hoe de stemmen geteld zouden kunnen worden. De oproep die o.a.
de heer Machielse deed, wil ik graag ondersteunen om naar een voorstel toe te werken dat op de grootst mogelijk breed draagvlak mag rekenen in deze raad. Daarom stappen we af van steun voor het amendement dat wij in eerste instantie hebben mede ingediend en wij zullen het amendement van het CDA, VVD en WIJ ondersteunen. De voorzitter: Ik heb geen vragen gehoord. De wethouder heeft geen behoefte om te reageren, nu hij het debat niet mag duiden. De heer Azzouzi: Ik heb een vraag aan de wethouder. In het raadsvoorstel zie ik: maximaal 300. Hij had het over maximaal 200. Dus het klopt niet wat hij net beweerde bij zijn eerste termijn. De voorzitter: Hij had het over de randvoorwaarden. Wethouder Hoek: Ik moet u toch een klein beetje gelijk geven. Die randvoorwaarden naar 300, die 300 staan nog steeds in de randvoorwaarden. Wel is er gezegd, dat we in de aanloop naar de randvoorwaarden die 300 hebben aangepast naar 200. Dus dat klopt. De heer Azouzi: Waarom staat het in de stukken die richting de raad zijn gegaan? Wethouder Hoek: Dat is een goede. Daar kunnen we het nu over hebben. Dat kan. De realiteit is, dat durf ik hier wel te stellen, dat het college in ieder geval van mening is, gezien het mogelijke draagvlak in dit huis, dat de 200 wat ons betreft heel reëel zijn en dat we ons daar aan houden. De heer Azzouzi: Ik wil er wel een punt van maken.
Ik heb me voorbereid en mijn amendement gebaseerd op het voorstel. Hoe gaan we ermee om? Wethouder Hoek: Ik zou willen voorstellen: dat is aan u, hoe u ermee omgaat. Het is uw amendement. Op het moment dat in de randvoorwaarden 300 had gestaan, had u geen amendement in hoeven dienen, in mijn optiek. De voorzitter: Waar het in de stukken staat, daarover heeft de wethouder het uitgelegd. Een bijlage al dan niet is voor de besluitvorming en voor de appreciatie van de amendementen niet relevant, in die zin, er liggen 3 voorstellen als we het hebben over de aantallen. De wethouder heeft aangegeven waarom hij wel of niet met die voorstellen eens is. Die bevoegdheid heeft hij namens het college hier om te doen, ongeacht wat er in het stuk staat. Het kan dus zijn dat het college A voorstelt, het amendement er B van maakt en dat de wethouder toch namens het college zegt: we gaan naar B. Die appreciatie, die ruimte heeft hij gewoon. Ik ben het wel met u eens, dat de wethouder uiteraard helder moet zijn in zijn beantwoording over waar het staat, wat er staat enzovoorts, maar ook wethouders zijn mensen, schijnt, hebben ze mij verteld. Ik laat het hier bij. De voorzitter: Dan gaan wij over tot de stemming, eerst over de amendementen, dan over het voorstel. Ik ga er iets meer tijd aan besteden dan normaal, bij amendementen geldt de meest verstrekkendheid.
In dit geval hebben we 3 amendementen, die ik even kort samenvat als: 100, 200, 300. Het is moeilijk de meest verstrekkende vast te stellen. Met verstrekkend bedoel ik niet: 22/44
de meest extreme. De bewoording verstrekkend gaat erover dat ik als voorzitter ervoor moet zorgen, dat u niet als u 2 amendementen aanneemt, daarmee een conflictsituatie veroorzaakt in het stuk. Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat we een ordentelijk besluit nemen, een geamendeerd besluit. We hebben er lang over gesproken met de griffie en ik kan u verzekeren: elke volgorde ongeveer is wel uitlegbaar en er zijn redenen voor. Ik heb de volgende afweging gemaakt, die ik ga duiden. Ik wil graag van u horen of u het daar mee eens bent. U kunt een ordevoorstel doen de volgorde te wijzigen. Waarom? Omdat de volgorde ook politiek kan worden gebruikt en ik wil niet tegen de achteraf beschuldiging aanlopen, dat de voorzitter het politieke besluit heeft beïnvloed door die bepaalde volgorde voor te stellen. U kunt dat doen met een ordevoorstel, anders ga ik ervan uit, dat u mijn logica volgt. Die logica is, dat ik als eerste in stemming zou willen brengen het amendement van het CDA. De reden daarvoor is die tweede bullet. Als één van de andere amendementen eerder in stemming zou komen en zou worden aangenomen, dan zou er over het amendement van het CDA vanwege de uitsluitendheid van die 3 getallen niet meer over de tweede bullet gestemd kunnen worden, terwijl de reden zou kunnen zij nom voor dat amendement te stemmen omdat je het eens bent met die tweede bullet.
Vandaar mijn voorstel aan u om als eerste die van 200 te doen. Vervolgens is het redelijk om het even of je 100 of 300 doet. Er is een heel klein onderscheid waarom ik ertoe genegen ben die van 300 eerder in stemming te brengen. Ik zeg: hij is flinterdun, maar ik moet iets doen met behulp van de griffie. De 300, als die zou worden aangenomen, dan sluit dat niet helemaal uit maximaal 100, want dat valt eronder. 100 sluit wel de 300 uit. We hebben er lang over gepraat. Wat ik u voorstel is simpelweg: die van 200 als eerste in stemming te brengen, daarna die van 300, daarna die van 100. Als u een andere volgorde wil, dan sta ik daar zeer voor open. De heer Ruijtenberg, GL: Ik ga u toch verzoeken, puur vanwege de politieke duiding om het iets om te draaien. Het amendement van de heer Van den Beukel over de 200 vind ik een goed amendement, als die in tweeën was gesplitst had ik voor de tweede onmiddellijk voor gestemd en misschien zelfs wel mee getekend. Echter, omdat er gesproken wordt over 200, kan ik niet instemmen met het amendement, omdat wij zelf voor 300 gaan. Wetende de politieke werkelijkheid dat 300 het niet gaat halen, verzoek ik u wel vanwege de politieke kleuring om die 300 eerst in stemming te brengen. Dan kunnen we daar voor stemmen.
Hij gaat het niet halen, zodat ik daarna vervolgens alsnog met een gerust hart voor 200 kan stemmen, zodat we dat in ieder geval wel binnen gaan halen. De voorzitter: Dan maakt u de stemming wel politiek en dat ga ik in de groep gooien. Uw redenering gaat wel op, maar mocht die van 300 wel worden aangenomen, u zegt dat, maar ik mag dat als voorzitter niet doen. De heer Azzouzi, PvdA: Ik wil een stemverklaring geven over het amendement van het CDA. De heer Afalah, WIJ: Ik ben het helemaal eens met de heer Ruijtenberg. Ik denk dat we eerst met 300 moeten beginnen, omdat we echt wel een duiding daaraan kunnen geven. Dat lijkt mij beter. De voorzitter: Ik ga het ordevoorstel van de heer Ruijtenberg in stemming brengen. Ik ga ervan uit dat de sprekers nu op het ordevoorstel willen reageren. De heer Machielse, VVD: Voor zover mogelijk zou ik het ordevoorstel van de heer Ruijtenberg willen amenderen met het voorstel om 300, 100, 200 aan te houden, omdat dat alle partijen de gelegenheid geeft om analoog aan wat de heer Ruijtenberg zei eerst hun uitspraak te doen over voorstellen die het mogelijk niet gaan halen om af te sluiten met het voorstel dat het mogelijk wel gaat halen. Maar nogmaals, dat is een beoordeling die op dit moment wordt gemaakt.
23/44
De voorzitter: Dan ga ik eerst naar het geamendeerde voorstel als zijnde het amendement, daarna naar het originele voorstel. We doen het even bij handopsteken. Het voorstel dat ik voor leg is de volgorde van de heer Machielse: 300, 100, 200. Wie is er voor die stemvolgorde? Dank u wel. Dan gaan we het op die wijze doen. Dat lijkt me mooi democratisch opgelost. Daarna het amendement over de financiën van de heer Philippens. Ik kijk naar de griffie, wordt dat verwerkt op die volgorde? Dat gaat lukken zo? Ja, helemaal goed. Dan het verzoek van de heer Azzouzi voor een stemverklaring, geldt dat nog? U kunt een stemverklaring afleggen. De heer Azzouzi, PvdA: Voor het amendement van CDA, VVD en WIJ. Ik ga tegen stemmen principieel, omdat ik voor die 300 wil gaan. A2023-015 300 plekken noodopvang asiel Wilderszijde De voorzitter: Dan zijn we bij de stemming, samengevat: 300. Met 8 stemmen voor en 22 tegen is dit amendement verworpen. A2023-014 Geen grootschalige asielopvang in Lansingerland De voorziter: Dan gaan we stemmen over het amendement 100 plekken. 10 stemmen voor, 20 tegen, het amendement is verworpen. A2023-016 De randvoorwaarden vast te stellen voor noodopvang asielzoekers Wilderszijde De voorzitter: Dan gaan we stemmen over het amendement voor 200 plekken plus de tweede bullet. Voor 22 stemmen, 8 tegen, daarmee is dit amendement aangenomen.
A2023-013 Financiering noodopvang asielzoekers aan de voorkant De voorzitter: Dan het amendement Philippens over de financiën. 10 stemmen voor, 20 stemmen tegen, dit amendement is verworpen. Voorstel De voorzitter: Dan gaan we stemmen over het voorstel zelf, zojuist geamendeerd. 23 stemmen voor en 7 stemmen tegen, dit voorstel is aangenomen. Daarmee zijn we aan het einde van agendapunt 8.a. Mijn excuses aan de griffier dat ik net mijn toelichting niet heb voorgelezen, waar zoveel tijd in gestoken is. 8.b Tarieven sportaccommodaties 2023 - 2026 De voorzitter: Zoals u weet is een groot aantal sportaccommodaties zowel voor de binnen- als buitensport in eigendom van de gemeente. Deze worden gebruikt voor het bewegingsonderwijs, dat noemen wij ook wel gymnastiek, bij ouderen, en verhuurd aan sportverenigingen en andere organisaties die zich bezig houden met sport en bewegen. De verhuurtarieven zijn in 2018 voor het laatst geactualiseerd, daarom ligt er nu een voorstel met de zogenaamde tarievennota sportaccommodaties. In de commissie samenleving op 8 juni is deze tarievennota uitgebreid besproken, vanavond is er een aantal amendementen, wijzigingen op het voorstel aangekondigd en die gaan wij vanavond bespreken en daar dan over stemmen. Er zijn 7 amendementen aangekondigd en daarom doen wij een nulde termijn, vanwege het voorlezen van het dictum van die amendementen.
Nulde termijn De heer Jumelet, WIJ: Namens mijn fractie wil ik het volgende amendement indienen.
24/44
A2023-017 maximale indexering tarieven sportaccommodaties van 5% m.i.v. sportjaar 20242025 De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen op 29 juni 2023. Indieners stellen ten aanzien van beslispunt 1 het volgende amendement voor. 1. De tarievennota Sportaccommodaties 2023 – 2026 vast te stellen, met dien verstande dat de tarievennota Sportaccommodaties als volgt wordt gewijzigd. De tekst op pagina 3: ‘Vanaf 1 augustus 2024 worden alle tarieven voor het gebruik van alle gemeentelijke sportaccommodaties jaarlijks (per 1 augustus) verhoogd met het CPIconsumentenindex van de afgelopen 12 maanden.’ wordt vervangen door: ‘Vanaf 1 augustus 2024 worden alle tarieven voor het gebruik van alle gemeentelijke sportaccommodaties jaarlijks (per 1 augustus) verhoogd met het CPI-consumentenprijsindex van de afgelopen 12 maanden. De indexering van het verenigingstarief bedraagt maximaal 5%.’ En de tekst in T23.02606 hier verder op aan te passen. Aldus. De heer Bergwerff, CDA: Het CDA dient het volgende amendement in. A2023-018 Verlaging en bevriezing van het verenigingstarief De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen op 29 juni 2023. Indieners stellen ten aanzien van beslispunt 1 het volgende amendement voor. 1.
De Tarievennota Sportaccommodaties 2023-2026 (T21.07320) vast te stellen, met dien verstande dat de Tarievennota Sportaccommodaties 2023 -2026 als volgt wordt gewijzigd. In paragraaf 1.1 onder a ‘Jaarlijks op 1 augustus indexatie van alle huurtarieven’ (pagina 3) wordt de tekst: ‘Vanaf 1 augustus 2024 worden alle tarieven voor het gebruik van alle gemeentelijke sportaccommodaties jaarlijks (per 1 augustus) verhoogd met het CPIconsumentenprijsindex van de afgelopen maanden’. Vervangen door Vanaf 1 augustus 2024 worden het basistarief en het commerciële tarief voor het gebruik van alle gemeentelijke sportaccommodaties jaarlijks (per 1 augustus) verhoogd met het CPI-consumentenprijsindex van de afgelopen 12 maanden.’ In paragraaf 1.1 onder c ‘Binnensport – verlagen tarieven gebruik lokale verenigingen: verenigingstarief’ (pagina 4) het percentage van 7,5% te vervangen door 1%. In paragraaf 1.1 onder g ‘Verlagen tarieven buitensport: Buitensporttarieven’ (pagina 7 en 8) het percentage van 7.5% te vervangen door 1%. De tabel in paragraaf 2.1 (pagina 11) te vervangen door onderstaande tabel. De gevolgen van de wijzigingen in de tabel ook te verwerken op andere plekken in de tarieven nota. De toelichting volgt in de termijn. De heer Van der Stad, D66: Ik dien 5 amendementen in.
A2023-019 Het leeghouden van een zaal De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen op 29 juni 2023. Indieners stellen ten aanzien van beslispunt 1het volgende amendement voor. 1. De Tarievennota Sportaccommodaties 2023 - 2026 (T21.07320) vast te stellen met dien verstande dat de Tarievennota Sportaccommodaties als volgt wordt gewijzigd. In paragraaf 1.2 (blz 8) wordt de tekst “Het is binnen een reservering niet meer toegestaan de zaal een periode leeg te laten staan.” geschrapt. A2023-020 Hele zalen huren De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen op 29 juni 2023. Indieners stellen het volgende amendement voor. 1. De Tarievennota Sportaccommodaties 2023 - 2026 (T21.07320) vast te stellen met dien verstande dat de Tarievennota Sportaccommodaties als volgt wordt gewijzigd. De zin “Tijdens primetime uren (17:00 – 21:00 uur op doordeweekse dagen en op zaterdagen) is het alleen mogelijk om een hele sporthal te huren. Het huren van aparte zaaldelen (1/2 of 1/3 hal) is dan niet mogelijk. Wel is het mogelijk voor twee verenigingen/gebruikers samen een aanvraag te doen voor een gehele sporthal en het gebruik (en de kosten) onderling te verdelen.” Onder Uitgangspunt 1.2 (blz 8) wordt vervangen door “Bij inroostering voorafgaand aan het nieuw sportjaar: Bij huuraanvragen voor primetime uren (17:00 – 21:00 uur op doordeweekse dagen en op 25/44
zaterdagen) wordt de voorkeur verstrekt aan de afname van hele sporthallen. Uitzondering hierop zijn sporten die niet in alternatieve accommodaties kunnen worden aangeboden (zaalhoogte, belijning, voorzieningen, etc) en maatwerk-oplossingen (kleine verenigingen en andere huurders met maatschappelijk oogpunt die geen gehele zaal kunnen bekostigen, maar wel hun thuishonk in een accommodatie hebben t.b.v. wedstrijden) . ” A2023-021 Schoolvakanties De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen op 29 juni 2023. Indieners stellen het volgende amendement voor. 1. De Tarievennota Sportaccommodaties 2023 - 2026 (T21.07320) vast te stellen met dien verstande dat de Tarievennota Sportaccommodaties als volgt wordt gewijzigd. a. Het kopje “Zomerperiode: Zomertarief” onder Uitgangspunt 1.1.d (blz 5) wordt vervangen door “Vakantieperiode: Vakantietarief”. b. De opvolgende tekst daarvan “In de zomerperiode wordt er nauwelijks gebruik gemaakt van onze binnensportaccommodaties. Zowel scholen als verenigingen hebben in deze periode vakantie/zomerstop. Om vorm te geven aan de doelstellingen uit ons accommodatiebeleid (stimuleren sportbeoefening in onze gemeente) en efficiënter gebruik te maken van onze accommodaties zetten we vanaf 2023 in op het intensiveren van het gebruik van onze accommodaties in de zomer door een vakantietarief van toepassing te verklaren.
Ook hier is het daadwerkelijke effect op de inkomsten lastig in te schatten, maar we ramen dit op circa € 5.000 (150 uur verhuur tegen tarief sportzaal). De korting voor daluren tijdens incourante uren en de zomerperiode gelden voor alle verschillende tarieven en alléén als er geen onderwijsbezetting is.” “Het daluurtarief bedraagt 75% van het normale tarief en is geldig op: maandag, dinsdag en donderdag van 08:00 tot 17.00 uur en van 21.00 tot 23.00 uur; woensdag en vrijdag tussen 08:00 en 13:00 en van 21:00 tot 23:00 uur; zondag de gehele dag, met uitzondering van de periode november – februari. In de zomerperiode (gedurende de zomervakantie in de regio) geldt een korting van 40% van het tarief. Niet alle accommodaties zijn tijdens de zomerperiode beschikbaar, per kern is één accommodatie beschikbaar (afhankelijk van de vraag).” Wordt vervangen door: “In met name de zomervakantie wordt er nauwelijks gebruikgemaakt van onze binnensportaccommodaties. Zowel scholen als verenigingen hebben vakantie/zomerstop. Om vorm te geven aan de doelstellingen uit ons accommodatiebeleid (stimuleren sportbeoefening in onze gemeente) en efficiënter gebruik te maken van onze accommodaties zetten we vanaf 2023 in op het intensiveren van het gebruik van onze accommodaties in de vakanties door een vakantietarief van toepassing te verklaren.
Ook hier is het daadwerkelijke effect op de inkomsten lastig in te schatten, maar we ramen dit op circa € 5.000 (150 uur verhuur tegen tarief sportzaal). De korting voor daluren tijdens incourante uren en de zomerperiode gelden voor alle verschillende tarieven en alléén als er geen onderwijsbezetting is.” “Het daluurtarief bedraagt 75% van het normale tarief en is geldig op: maandag, dinsdag en donderdag van 08:00 tot 17.00 uur en van 21.00 tot 23.00 uur; woensdag en vrijdag tussen 08:00 en 13:00 en van 21:00 tot 23:00 uur; zondag de gehele dag, met uitzondering van de periode november – februari. In de zomervakantie geldt een korting van 40% op het normale tarief. Ofwel we hanteren een eenduidig tarief voor alle verhuurbare uren. Niet alle accommodaties zijn tijdens de zomerperiode beschikbaar, per kern is één accommodatie beschikbaar (afhankelijk van de vraag).” Schoolvakanties is een korting van 40% op het normale tarief geldig op: maandag t/m vrijdag van 08.00 tot 17.00 uur en van 21.00 tot 23.00 uur; zondag de gehele dag, met uitzondering van de periode november – februari. A2023-022 Huren per 15 minuten, meest verstrekkend De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen op 29 juni 2023. Indieners stellen het volgende amendement voor.
De Tarievennota Sportaccommodaties 2023 - 2026 (T21.07320) vast te stellen met dien verstande dat de Tarievennota Sportaccommodaties als volgt wordt gewijzigd: De zin “Verhuur is alleen mogelijk voor hele of halve uren. Per kwartier huren is niet meer mogelijk.” onder Uitgangspunt 1.2 (blz 8) wordt vervangen door “Verhuur is mogelijk per kwartier met een minimumafname van een half uur”. 26/44
A2023-023 Huren per 15 minuten, minst verstrekkend De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen op 29 juni 2023. Indieners stellen het volgende amendement voor. De Tarievennota Sportaccommodaties 2023 - 2026 (T21.07320) vast te stellen met dien verstande dat de Tarievennota Sportaccommodaties als volgt wordt gewijzigd. De zin “Verhuur is alleen mogelijk voor hele of halve uren. Per kwartier huren is niet meer mogelijk.” onder Uitgangspunt 1.2 (blz 8) wordt vervangen door “Verhuur is alleen mogelijk voor hele of halve uren. Per kwartier huren is niet meer mogelijk tenzij dit voortkomt uit een wedstrijdverplichting.” De voorzitter: Lees of hoor ik het goed, is het wedstrijdverlichting of wedstrijdverlenging? De heer Van der Stad: Dat moet een wedstrijdverplichting zijn. De voorzitter: We missen een p, die voegt de griffie toe. Eerste termijn De heer Jumelet, WIJ: Een hele rij amendementen, ook dit onderwerp vanavond is een belangrijk onderwerp, rondom verenigingen. Ze zullen waarschijnlijk in grote getalen aan de webcast zitten want het heeft financiële consequenties voor onze verenigingen.
Ik ga toch even beginnen met een worsteling, want hoe ga je nou dit onderwerp aanvliegen? We hebben toch het startpunt gekozen, om in sporttermen te blijven, met de opdracht die het vorige college feitelijk mee gekregen heeft en dat was, de wethouder moet mij maar corrigeren als ik het fout heb, maar destijds was de opdracht aan het college: breng de tarieven voor de sportaccommodaties nou eens in evenwicht met de omliggende gemeenten. Kijk ook naar de methodiek van de ontwikkeling van de tarieven. Als je dat als uitgangspunt neemt, als startpunt, en je kijkt naar de tarievennota die nu voor ligt, dan lijkt me dat een volmondig antwoord op die opdracht. Daarmee ga ik ook iets zeggen over het amendement van het CDA, hoe sympathiek het ook klinkt, maar daarmee houd je de situatie in stand, waarvan we juist in de vorige periode gezegd hebben: dat willen we niet. We willen het juist in evenwicht brengen, in balans brengen met de omgevende gemeenten. In dit zin ga je contrair op je eigen opdracht. Mijn fractie heeft zoiets: hoe sympathiek het ook klinkt, het past niet bij wat we als raad mee gegeven hebben. Er is een hele discussie geweest in de commissie en tussen de commissie en de raad over berekeningen et cetera. Iedereen rekent misschien een beetje naar zichzelf toe, maar wij hebben toch het volste vertrouwen in de berekeningen die gemaakt zijn door het college.
Wij hechten er ook aan, dat de korting, zoals het college nu voorstelt, die 7,5%, dat die per 1 augustus ingaat en dat onze verenigingen de kortingen kunnen incasseren. In de commissie hebben wij expliciet als fractie gevraagd: kunt u nog eens kijken naar die indexering, op welk moment u die in laat gaan? Op aandringen van mijn fractie heeft de wethouder uiteindelijk aangegeven, dat het college het wil laten starten met het seizoen 2024/25. Dat vinden wij best een mooie handreiking. Maar, dan kom ik bij het amendement van onszelf, waarom een maximalisering van de indexering? Om toch een beetje een bandbreedte te houden, zodat het ook voor de verenigingen naar de toekomst toe voor de komende jaren tot en met 2026 goed in de hand te houden is. We weten natuurlijk niet, kijkend naar het recente verleden, wat de indexering gaat doen. Die kan best wel rare bokkensprongen maken, waardoor je als vereniging opeens voor verrassingen komt te staan in het nieuwe seizoen. We willen het voorstel van het college gewoon volgen, maar wel, probeer nou een bandbreedte aan te geven middels die 5%. Dat ligt overigens in lijn met meerdere gemeenten in onze omgeving die eenzelfde systematiek hanteren. Dan kom ik bij de amendementen van D66. Met vol respect voor al dit monnikenwerk, want het is een enorme hoeveelheid amendementen, die echt op de uitvoering ingaan en ook op de details.
Ik heb al vaker gezegd in deze raad, wij zijn van de wat-vraag en niet zozeer van de hoe-vraag. Dit raakt een klein beetje aan de hoe-vraag, maar ik wil recht doen aan meneer Van der Stad, aan het monnikenwerk dat hij verricht heeft. Hij heeft een terecht punt, maar wij willen toch even de beantwoording van de wethouder afwachten, omdat het zo op de details ingaat, wij kunnen niet helemaal inschatten of 27/44
dit een gelukkige keuze is om daar al of niet voor te zijn. Als er vanuit het college op onderdelen omarming is, dan volgen wij het college zeker rondom deze amendementen. Dank u wel. De heer Bergwerff, CDA: In de commissievergadering is al een hoop gezegd, dat gaan we niet over doen hier, maar het doet me wel deugd om te constateren in de commissievergadering dat we hier allemaal onze sportverenigingen hoog in het vaandel hebben staan en dat het echt voor alle partijen hier van bepaalde prioriteit is. Juist daarom vindt het CDA het best vreemd, dat heb ik in de commissie ook naar voren gebracht, dat in het collegevoorstel wordt gesproken over een huurverlaging van 7,5%, terwijl de jaren daarop een huurverhoging plaats vindt, dat kan ook een stevige huurverhoging zijn. Die snappen wij niet, waarom nou eerst verlagen en vervolgens verhogen? De beantwoording in de commissie, conform wat WIJ zegt: de tarieven moeten op het niveau komen van de regio. Daar waren wij ook akkoord mee, absoluut. De heer Jumelet: U praat over een prijsverhoging, maar we hebben het over een indexering. De hele wereld wordt geïndexeerd als het gaat om zulk soort dingen, waarom wilt u dan een uitzondering maken voor de sport? De heer Bergwerff: Met alle respect, maar dan doen we enigszins de discussie in 2018 over, toen hebben we ook geconstateerd dat onze tarieven anders waren dan in de regio.
Toen hadden we ook kunnen zeggen: we gaan onze tarieven met 20% verlagen, dan komen we ook op het niveau van de regio. Dat hebben we toen ook niet gedaan, omdat we het stabiel hebben willen laten meebewegen met de inflatie. We hebben dat punt nog niet bereikt, dus laten we het nog even bevroren zijn en over 4 jaar kijken hoe de wereld er dan uit ziet en dan eventueel een verhoging doen. Een tweede punt om hierop te reageren, dan loop ik iets voor op wat ik wilde zeggen. De CPIprijsindex vinden wij per definitie voor verenigingen niet handig. Op het moment dat we zeggen: we gaan het indexeren, die 5% die WIJ aangeeft is sympathiek, maar we geven een bepaalde onzekerheid af aan die verenigingen, terwijl dat eigenlijk onnodig is. Wij constateren vanuit ons amendement, dat hebben we opgemaakt met ambtelijke ondersteuning, dus die cijfers kloppen, daar ga ik even van uit, dat bevriezen nu de komende 4 jaar net zo duur is als die verlaging van 7,5% en vervolgens indexeren. Dan lijkt mij dat bevriezen veel meer voordelen voor de verenigingen met zich meebrengt. De heer Jumelet: Dan had u, toen u zelf nog in het college zat, een andere opdracht mee moeten geven aan het college als het gaat om de tarieven sportaccommodaties. U heeft juist ook mede de opdracht mee gegeven om het in evenwicht, in balans te brengen met de omgeving, wat te doen gebruikelijk is.
Niet alleen qua hoogte, maar ook qua systematiek en daar neemt u eigenlijk met uw amendement afscheid van. De heer Bergwerff: Ik heb mijn woordvoering van 4 jaar geleden niet terug gekeken. We hebben toen gezegd dat we het prettig vonden als het op niveau komt van de regio, dat klopt. Mijn kern is hier, we gaan nu eerst met 7,5% de tarieven omlaag brengen en vervolgen met een CPI-indexering weer omhoog brengen. Dan zou ik eerder zeggen: laten we het in ieder geval bevriezen totdat we akkoord zijn met de tarieven, de verhouding met de regio, en dan pas die CPI-indexering. Die zou ik wel snappen, maar dit snap ik gewoon niet. Dit geeft veel onzekerheid aan die verenigingen, eerst verlagen, verenigingen zijn blij, 7,5% korting, het jaar erop is het al iets minder, het jaar daarop is het ongeveer break-even, wat ze nu ook al betalen en dan wordt het ineens verhoogd. Dat vind ik gek, ik snap dat gewoon niet, ik snap de logica daar niet van. Dat is voor mij om te antwoorden op Lansingerland. Daarnaast wil ik nogmaals zeggen: wij zijn per definitie niet voorstander van indexeren op het gebied van sportverenigingen. Wij vinden het veel beter om iedere 4 jaar te kijken: wat zijn nu reële tarieven, die mogen best de inflatie mee nemen, ook de gemeentebegroting. Maar te kijken: wat zijn nu redelijke tarieven voor de komende 4 jaar.