CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV23.0072] Verslag Gemeenteraad d.d. 29 juni 2023

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van de verslagen van de vorige vergaderingen (22 en 29 juni en 6 juli 2023)31.298 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERSLAG Gemeenteraad

Datum vergadering

: 29 juni 2023

Aanwezig in de raadszaal: Raadsleden: Leefbaar 3B : Don van Doorn, Jean Paul Meuldijk, Marjolein Gielis, Leon Erwich, Johan Philippens, Machiel Crielaard WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Chantal van Weede, Mark Bik, Bianca Boonstra, Abdel Afalah, Jan Alsemgeest CDA : Jan Willem van den Beukel, Nelleke Bouman, Dave Bergwerff, Frans Ammerlaan (aanwezig voor agendapunt 8a), Job Halkes, Charles van Harn VVD : Matthijs Machielse, Ivo de Graaf, Christiaan Toussaint D66 : Ineke den Heijer, Brecht Weerheijm, Eva Heijblom, Ronald van der Stad ChristenUnie : Kees-Willem Markus, Paul Lieverse, Arjen Hofman GroenLinks : Marko Ruijtenberg PvdA : Hamid Azzouzi VOOR Lansingerland : P. van Olst Wethouders

: Leon Hoek, Simon Fortuyn, Michiel Muis en Titia Cnossen

Voorzitter Griffier

: Pieter van de Stadt : Eveline Hamelink-van Rens

Afwezig: Leefbaar 3B VVD

: Jan Pieter Blonk : Marloes Draak, Ed van Santen

1. Opening en mededelingen De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond geachte leden van de raad, belangstellenden op de publieke tribune, pers en mensen die thuis mee kijken en natuurlijk de wethouders, mevrouw de griffier, goedenavond. Ik open de vergadering van de gemeenteraad van Lansingerland op 29 juni 2023, de reguliere vergadering anders dan die van vorige week en volgende week, toen we 2 bijzondere vergaderingen hadden en hebben. Bij de mededelingen heb ik in ieder geval de afwezigheid te melden van de heer Blonk, de heer Van Santen en mevrouw Draak. We missen nog de heer Ammerlaan en de heer Markus, maar ik verwacht ze wel, ik neem aan dat die zo komen binnenlopen. Verder mijn hartelijke felicitaties, ik denk namens u allemaal, met de geboortedag van mevrouw Gielis. Als u zich vanavond goed gedraagt, dan komt er misschien nog wat langs, dat wordt heel spannend. 2. Trekken van het lot ter bepaling van het raadslid bij wie een eventuele stemming zal beginnen De voorzitter: De griffier heeft mevrouw Van Olst van VOOR getrokken. Mocht het zover komen, dan is mevrouw Van Olst aan de beurt. 3. Vragenhalfuurtje voor raadsleden De heer Van den Beukel, CDA: De vraag? De aanleiding voor deze vragen is de beantwoording van onze raadsvragen, die gisteren is ontvangen. Die gaan over de Noordpolder.

Daar hebben we het hier over gehad, het is passend, ze zijn spoedeisend, om de vragen hier te behandelen. Die vragen, voor zover niet iedereen ze gelezen heeft, die skip ik even. De beantwoording roept de nodige 1/44

vragen op. In 2022 heeft gedeputeerde Koning aan het college mee gedeeld, dat de Noordpolder als alternatief mag worden gezien voor Bleizo. Dat vonden wij toch wel opmerkelijk, vandaar de volgende 4 vragen aan het college. Wanneer in 2022 heeft gedeputeerde mevrouw Koning de Noordpolder als geschikte locatie in plaats van Bleizo aangeboden? Wanneer? Wat wordt bedoeld met ‘geschikte locatie’? Gaat het over woningbouw in het algemeen of ook over flexwoningen? Wat wordt bedoeld met ‘in plaats van’? Tot slot, op welke wijze heeft het college de raad geïnformeerd over die uitspraak van gedeputeerde Koning? Tot zover. Burgemeester Van de Stadt: Ik zal u die als portefeuillehouder flexwoningen antwoorden en dat geeft een deel van het antwoord weer. Ik heb overigens de vragen nog even nagekeken. In zoverre, als je de zin los lees, waarin gesproken wordt over Bleizo versus Noordpolder, dan zou je kunnen stellen: waar gaat het over? Uw vraag. Maar de context was de flexwoningen. Laten we het ook niet groter maken dan het is. Ik heb mevrouw Koning, de verantwoordelijk gedeputeerde, op 11 mei op Teams een half uurtje gesproken. Zoals u weet is op 4 mei aan u de brief gestuurd, aan de raad, over het plan van het college om 1.000 tot 1.500 Oekraïners in een 50/50 mix met hetzelfde aantal spoedzoekers op Bleizo proberen te huisvesten, de pilot van de veiligheidsregio.

Ik vond het wel zo netjes om dan even de gedeputeerde daarvan op de hoogte te stellen, omdat we het de week erop in de commissie zouden bespreken. Dat ging dus toen over de 2.000 tot 3.000 flexwoningen, zoals die in de brief van 4 mei staan. Het was verder en hartstikke goed gesprek, helemaal niet inhoudelijk, er was geen ambtelijke ondersteuning, het was echt een beleefdheidsding. De reactie van mevrouw Koning was namen het provinciebestuur maar vooral namens zichzelf, dat ze het een prachtig initiatief vond en dat ze daar ook zeer achter konden staan, dat Bleizo-west voor hen wel een lastige locatie was, dat was algemeen bekend, en waarom we het niet op Noordpolder deden. We hebben daar helemaal geen discussie verder over gehad, alles moest nog worden uitgezocht, het was een pilot, we wisten helemaal niet of het kon, dus mevrouw Koning en ik zijn buitengewoon vriendelijk uiteen gegaan daarna. Meer dan dat was het simpelweg niet. U kunt zich voorstellen, ook voor ons was Noordpolder met 3.000 flexwoningen helemaal geen combinatie, dus er was geen aanleiding verder om op in te gaan. Ook geen aanleiding om het aan u als raad mee te delen, want er is geen veto uitgesproken. Dat Bleizo-west de vermoedelijke locatie was, dat wisten we allemaal, dat was algemeen bekend. Ze heeft zeker niet aangegeven, dat ze ervoor zou gaan liggen.

Wat in de brief van 4 mei staat: alle onderzoeken moesten nog gebeuren. Hoe dat was afgelopen, was op dat moment onduidelijk. Een week later is op uw initiatief gekozen voor een decentrale oplossing. Als u vraag: wanneer? 11 mei in de middag een half uurtje op Teams. Bedoeld wordt echt de flexwoningen, wat uit de context helder wordt. Daarmee was het verder niet noodzakelijk om te melden, omdat het geen materiële betekenis heeft. De heer Van den Beukel: Toch een vervolgvraag. In de beantwoording van mijn raadsvragen schrijft het college dat ze er toch betekenis aan heeft ontleend, dat ze op basis van die uitspraak van mevrouw Koning op 11 mei het vertrouwen heeft dat er zal worden ingestemd met flexwoningen in de Noordpolder. Daarmee is het toch een betekenisvolle uitspraak geweest, zoals wij dat beleven, van mevrouw Koning in 2022. Ik heb nog geen antwoord gehoord op mijn vierde vraag, wanneer u de raad heeft geïnformeerd. Het is toch kennelijk een uitspraak geweest van bestuurlijke betekenis. Daar nog graag een antwoord op en een reflectie of het wijs is, achteraf, om de raad daar op dat moment niet over te informeren. Dank u wel.

Burgemeester Van de Stadt: Dat gaf ik aan, de raad is er niet over geïnformeerd, als antwoord op uw vierde vraag, om de eenvoudige reden dat er in die context van het debat op 18 mei 2022 geen belang was dat de provincie Noordpolder als mogelijke locatie zag, want dat was voor ons helemaal geen optie. Sterker nog, we zijn daar lang huiverig voor geweest, omdat we bang waren dat de provincie het hele programma woningen zou willen verplaatsen. Dat is ook de reden dat wethouder Muis in de afspraken over ons bod inzake de woningen klip en klaar heeft laten opnemen: als Bleizo-west niet doorgaat, dan vervalt het aanbod van 5.000 woningen. Juist uit de angst. Op dat moment was er geen relevantie voor een mededeling, Noordpolder was helemaal geen optie. Het was wel relevant voor het moment dat wij hier spraken over LOO2. Toen heb ik u 2/44

daarover geïnformeerd, dat er bij de provincie aangegeven was, dat vind ik net als u een belangrijk bestuurlijk signaal, dat zij open staan voor de Noordpolder. Toen ging het over 2.000 tot 3.000 flexwoningen, dan lijken mij die 130 daar zeker onder te vallen. Of dat zo is, moet echt bevestigd worden. Er is ambtelijk overleg over. De provincie geeft terecht aan: past het bij ons beleid, zijn er alternatieven. We hebben daar heel goede antwoorden op. Ik heb er alle vertrouwen in dat de provincie hieraan zal meewerken. De voorzitter: Nog anderen op dit punt? Dat is niet het geval. 4. Spreekrecht voor niet-raadsleden De voorzitter: Er hebben zich 3 insprekers bij mij gemeld. Mevrouw Van As als eerste over overlast door het vroegtijdig ophangen van de PMD-zakken. Mevrouw Van Vuuren over de nieuwe basisschool op Wilderszijde en mevrouw Greeve over het bestemmingsplan Noordersingel ter hoogte van nummer 58. U spreekt in bij de raad, niet bij de wethouders, zij hebben hun eigen spreekuur. Het staat niet op de agenda, dus in beginsel krijgt u ook geen antwoord van de raad vanavond. Mocht één van de raadsleden er wat mee willen, dan is de meest logische wijze uw inbreng te agenderen bij een commissievergadering of schriftelijke vragen. De raad is blij dat u er bent om uw geluid hier te laten horen. Inspreker 1: Mevrouw Van As: Goedenavond allemaal.

Geachte raadsleden, graag vraag ik uw aandacht voor het volgende: de continu veel te vroeg opgehangen PMD zakken in de omgeving van de Rivierenstraat en Oosterscheldestraat te Berkel en Rodenrijs en de daaruit voortvloeiende problemen. Het zorgt voor ernstige overlast en gevaar voor zowel mens als dier. Het geeft echt een verpauperd straatbeeld, zowel de lantaarnpalen die de hele week vol zakken hangen, als ook het losse afval op straat en in de plantsoenen door zowel het kapotwaaien van de zakken als het kapotmaken van de zakken door bijvoorbeeld vogels. Verder geeft het stankoverlast en dat is niet alleen iets door de hoge temperaturen van de laatste tijd. Ook trekt het ongedierte zoals muizen aan en vormt het dus een gevaar voor de volksgezondheid. Dit probleem van die te vroeg opgehangen zakken speelt al jaren, eigenlijk al sinds de invoering van deze manier van PMD afval ophalen, maar sinds de invoering van de DIFTAR op 1 januari is het exponentieel in omvang toegenomen. Toen er sprake van was dat de gemeente over zou stappen op DIFTAR heb ik mijn zorgen hierover al geuit. Die zijn toen helaas compleet weggewuifd. Er werd gezegd: We zetten vol in op communicatie, we zetten vol in op handhaving, dat is voldoende, het wordt echt geen probleem.

Dat leek me toen nogal naïef, aangezien er al jaren gecommuniceerd zou worden, dat geen enkel effect had en die angst werd helaas bewaarheid. Toen bleek dat het echt uit de hand ging lopen met de hoeveelheid vroeg opgehangen zakken en alle problemen er omheen, ben ik in januari 2023 meldingen gaan doen. Dat werd helaas niet echt op prijs gesteld, of ik daar maar mee wilde stoppen, en na overleg stuur ik nu één keer in de week nog een weekoverzicht, verder mag niet, want iedereen is op de hoogte blijkbaar. In de bijlage heb ik een mooi tabelletje met de aantallen zakken die elke dag hangen. Het zijn echt enorme aantallen. Dit gaat maar over twee straten, niet over een hele wijk. Er hangen bijna 20 zakken al een paar dagen te vroeg in 2 straten. Wat in de tabel staat, zijn de lantaarnpalen, per lantaarnpaal hangen er meer dan 10 zakken. Het is echt wel een enorm probleem. In het kort: sinds januari is er nog geen enkele week geweest dat er niet al vanaf de ophaaldag, nadat Renewi geweest was, er al zakken hingen, die echt een week hingen. In de loop van de week namen de aantallen toe. Daar heb ik contact met de gemeente over gehad. Die geven aan, dat het eerder ophalen van de zakken totaal geen optie is, met als reden dat daarmee de overtreders beloond worden.

Misschien is dat ook zo, maar dit is ook wel hoe je de goede mensen straft, want die zitten heel de week in de rotzooi, omdat andere mensen het te vroeg ophangen. Bovendien werkt dit het probleem alleen maar verder in de hand: als jij een zak aan een lantaarnpaal ziet hangen, denk je: huppakee, het is nog geen tijd, maar de mijne kan er ook wel 3/44

bij. Dat was geen optie, helaas. Inmiddels wordt er soms wel eens wat tussendoor opgehaald, maar dan gaat het vreemd genoeg of om maar één straat of om een paar palen in een straat terwijl andere palen ook gewoon vol hangen, maar er gebeurt iets. Verder neemt de laatste weken het probleem van de door vogels kapotgemaakte zakken echt ontzettend toe waardoor er dus continue afval op straat, op de stoep ligt, hele zakken waaien vrolijk over straat. Echt, tot poepluiers aan toe, die mogen inderdaad niet in de PMD-zakken, maar ze worden er inmiddels wel in gestopt. Zolang dat er blijft liggen, zal de stankoverlast richting zomer ook extra toe gaan nemen. Inmiddels zijn we bijna een half jaar na de invoering van de DIFTAR en mogen we wel de conclusie trekken dat de huidige maatregelen, het vol inzetten op communicatie, handhaven, eigenlijk niet gaat, want hoe ga je handhaven op te vroeg opgehangen PMD-zakken? De afvalcoaches, het werkt gewoon allemaal niet. Iedereen die ik spreek geeft aan: dit kan zo niet langer. Als je social media kijkt, de lokale kranten. Ik ben niet de enige, die deze mening toegedaan is, dat er echt wat moet gebeuren. De bijgevoegde foto’s spreken voor zich. Besturen betekent ook toegeven dat eerdere besluiten niet werken en dan vervolgens met een wel adequate oplossing komen.

Ik heb inmiddels contact met zowel wethouder Muis als wethouder Hoek gehad, maar dat heeft nog niet tot enige vorm van oplossing of verlichting of licht aan het eind van de tunnel geleid. Het is mooi te zien in de pas gepresenteerde cijfers dat het restafval afneemt, maar het zit nu ook in de PMD-zakken, het ligt op straat, dat wordt allemaal niet meegenomen in de cijfers. Het lijkt mooi, maar de andere kant van het verhaal is alle overlast in onze straten van die te vroeg opgehangen zakken, de kapotte zakken, al het afval op straat. Dat is de reden dat ik hier vanavond sta. Ik hoop dat de gemeenteraad hier misschien wel wat aan kan veranderen. Ik ben me terdege bewust dat dat vast niet makkelijk zal zijn. Er is gevraagd: wat ziet u dan als oplossing? Alles wat ik aandraag is niet makkelijk, dat geluid vang ik ook bij de wethouders op, er is geen makkelijke oplossing. Dat geloof ik, maar er zal toch wat moeten gebeuren, vandaar dat ik sta en dat er iets meer actie ondernomen kan worden dan de afgelopen en afgelopen maanden, half jaar. De heer Jumelet, WIJ: Dank u wel voor uw inspraak. Ik heb toch een paar vragen. Uit uw inspraak maak ik op, dat het niet iets is van het laatste half jaar, maar wat al langere tijd speelt. U knikt ja.

Ik maak ook uit de inspraak op, dat het ook heel specifiek op een bepaalde plek is, het is niet over de hele wijk, maar met name op een aantal specifieke plekken. Klopt dat? U maakt de verbinding met diftar, maar die vind ik ingewikkeld. Als ik de foto’s bekijk, zie ik heel er plastic dat in die zak moet hangen. Waarom maakt u de verbinding met diftar, omdat het voor 1 januari al speelde en ik zie wat er in de pMD-zakken moet. Mevrouw Van As: Om met uw eerste vraag te beginnen: ja, dit speelt al, ik weet niet precies wanneer deze manier van PMD ophalen nou precies begonnen is, maar al jaren, jaren geleden. Toen werden ook zakken te vroeg opgehangen. Alleen, die hoeveelheid valt echt in het niet bij hoe het nu het sinds januari, sinds iedereen het zou moeten doen, gaat. Sinds januari, sinds de invoering van de diftar is het wel echt exponentieel toegenomen, deze overlast. Vroeger lag het ook niet op straat, in de plantsoenen. Dat is antwoord op die vraag. Dat is ook waarom ik het koppel aan de diftar. De tweede vraag: ja, dit gaat over 2 straten, waar ik toevallig in de buurt woon en waar ik dagelijks langs kom. Natuurlijk, in andere straten en andere delen van de gemeente zie ik ook te vroeg opgehangen zakken, maar vanuit de ambtenaren, vanuit de afvalcoaches is wel echt duidelijk aangegeven, dat deze buurt wel heel extreem is qua hoeveelheid PMD.

De heer Ruijtenberg, GL: Dank u wel voor uw inspraak. Ik ben een beetje in verwarring nu. U geeft aan: het is in een buurt waar u langs komt, waar u regelmatig in de buurt bent. Aan de andere kant heeft u ook aangegeven, dat u bijhoudt wanneer er opgehangen wordt en wat er opgehangen wordt, aan welke lantaarnpaal. Dat deed mij de aanname doen dat het uw buurt is, waar u zelf woont, dus dat het ook eigenlijk uw buren zijn. U heeft uitgebreid een gesprek gehad met de wethouders en met de gemeente, maar heeft u ook weleens met uw buren gesproken erover? Zo ja, wat is de reactie van uw buurtgenoten? Mevrouw Van As: Hartelijk dank voor de vraag. Het klopt inderdaad, 4/44

dit is de buurt waar ik in woon. Ik heb wel overwogen: moet ik hier nu zelf iets met de buren, moet ik briefjes in de bus gaan doen, moet ik aan gaan bellen, dat soort dingen. Ik heb ervoor gekozen om dat niet te doen, ik denk niet dat het aan mij is om op die manier tot een oplossing te komen. Het is echt helemaal niet mijn sterke kant om leuk bij mensen aan te gaan bellen. Vandaar dat ik via de ambtenaren de meldingen doe. De afvalcoaches hebben inmiddels wel gesprekken gehad in de buurt, maar dat heeft geen resultaat opgeleverd, hebben ze zelf aangegeven. De heer Halkes, CDA: Dank voor het inspreken. Herkenbare klacht, uit meerdere straten krijg ik die binnen de afgelopen tijd. Wij zijn bezig om vragen op te stellen richting het college. De voorzitter: Mevrouw Van As, dank u wel. Er is geen debat over, maar uw boodschap is heel erg helder. Inspreker 2: Mevrouw Van Vuuren: Beste raadsleden, ik wil het met u hebben over het belang van een openbare basisschool in Wilderszijde. Ik heb u informatie op papier gegeven, omdat het best een complex verhaal is en ik wil mijn tijd gebruiken om iets te vertellen. Ik sta hier als voorzitter van het college van bestuur van de Scholengroep Holland, een scholengroep voor openbaar onderwijs met 4 scholen in Lansingerland. Ik sta voor een wettelijke taak om te zorgen dat er goed openbaar onderwijs gegeven wordt.

Ook de gemeente heeft de wettelijke taak om te staan voor dat openbaar onderwijs voor zijn inwoners, volgens onze wet. Die taak is door het college van burgemeester en wethouders verwaarloosd. Er is vorig jaar door het college met drie besturen gesproken over een aanbod in Wilderszijde, maar uitgerekend niet met het openbaar onderwijs, overigens zonder dit aan de Scholengroep Holland te melden, ik moest daar gewoon achter komen. Dit terwijl het onderwijsconcept van de openbare school als beste was beoordeeld en het besluit was genomen tot voornemen het brinnnummer van De Vuurvogel, een bestaande school, naar deze wijk te verplaatsen, zodat ook daar openbaar onderwijs zou komen. Toen deze omissie bekend werd, dat er gewoon door gegaan was op een weg waarvoor geen besluit had plaats gevonden, is vervolgens toe geredeneerd naar een besluit om de ingeslagen weg met de andere besturen gewoon te kunnen vervolgen. Ik heb me als vertegenwoordiger van het openbaar onderwijs niet serieus genomen gevoeld. Het is onbegrijpelijk dat dit zo gelopen is. Dat ons onderwijsconcept zo sterk uitvoering geeft aan de prachtige onderwijsvisie die de gemeente Lansingerland heeft, waar het woord inclusie niet genoemd wordt, maar er wel precies in staat, dat maakt het des te wranger.

Dit geldt eveneens voor het feit dat ons openbaar onderwijs bereid was af te zien van het opnieuw aanvragen van een nieuwe school, gewoon door een school te verplaatsen om overschot van scholen in Lansingerland te voorkomen, want er zijn er al zo ontzettend veel. Juist de wijk Wilderszijde beidt de kans als nieuwe wijk om als openbaar onderwijs samen met de andere besturen ervoor te zorgen dat we inclusief onderwijs verzorgen, dat kinderen die toch al een beperking hebben niet een extra handicap krijgen, omdat ze niet bij ons naar school gaan, geheel overeenkomstig de visie van de gemeente dichtbij jeugdzorg, wijkzorg en buurtwerk. Samen met kinderopvangorganisatie gro up, die ook jeugdzorg en buurtwerk in hun portfolio hebben, hebben we een heel mooi concept uitgewerkt. Natuurlijk sta ik hier als bestuurder van het openbaar onderwijs, maar tegelijkertijd sta ik hier als een moeder en als een oma. Het raakt mij dan ook persoonlijk als het openbaar onderwijs niet serieus genomen wordt als onderwijsconcept, die zich richt op inclusie in de samenleving, in het grote belang van wat wij allemaal hebben, dat we veranderen als Nederland. We zien bij de kinderrechten, we stonden op plaats 4, we staan nu op plaats 20. Vandaar dat ik zeg: ik ben ook een burger, die hiervoor wil strijden.

Ik doe daarom een klemmend beroep op u om met het college van B&W te spreken over deze situatie en ervoor zorg te dragen dat vanaf nu het openbaar onderwijs in casu de Scholengroep Holland weer voluit betrokken wordt bij de ontwikkeling van het basisonderwijs in Wilderszijde. Uiteraard ben ik bereid uw verdere vragen hierover te beantwoorden. Ik dank u echt heel hartelijk voor uw aandacht. 5/44

De voorzitter: Ik kijk of er nog vragen zijn. Dat is niet het geval. U was heel erg duidelijk. Dank u wel. Inspreker 3: Mevrouw Greeve: Geachte leden van de gemeenteraad, mijn naam is Stephanie Greeve en op 6 juni stond ik hier ook, toen om in te spreken bij de commissie ruimte over ontwerpbestemmingsplan Noordersingel ten noorden van 58. Ik vind het jammer dat ik na het inspreken bij de vergadering van de commissie ruimte niet heb mogen reageren tijdens de termijnen. Op enkele onderwerpen vind ik dat er niet op mijn inspraak is gereageerd. Op andere van mijn onderwerpen is wel gereageerd en zijn vragen aan de wethouder gesteld. Er zijn toen oplossingen aangedragen die in mijn ogen niet helemaal recht doen aan mijn zienswijze en er zijn antwoorden gegeven die onjuist waren. Omdat ik niet mocht reageren op wat er in de termijnen gezegd is, heb ik dit toen helaas niet duidelijk kunnen maken, wat ik teleurstellend vind. Daarom heb ik vorige week alle gemeenteraadsleden aangeschreven om mijn visie uiteen te zetten, maar ook om te vragen of u nog eens nader dit plan zou willen bekijken. Een aantal fracties heeft gereageerd, dank daarvoor. Sommige fractieleden hebben uitvoerig de moeite genomen om mijn vragen en opmerkingen te beantwoorden, ook al was het soms niet de gewenste reactie, toch heel veel dank daarvoor. Van een aantal fracties heb ik nog geen reactie ontvangen.

Ik zou misschien over kunnen komen als een gefrustreerde burger die haar zin niet krijgt, maar dat is niet zo. Wat ik wil is: problemen in de toekomst voorkomen. Problemen die met het bestemmingsplan voorkomen kunnen worden. De wethouder heeft aangegeven dat het in het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt om een voetgangersbrug te maken, het bruggetje mag, maar hoeft niet. Dit lijkt een oplossing, maar dit geeft de ontwikkelaar nog steeds de mogelijkheid om alsnog de brug te plaatsen. De ontwikkelaar heeft afgelopen maandag in een e-mail aan mij aangegeven dat ze het nog steeds heel wenselijk vinden om het perceel aan te laten sluiten op de Noordersingel. Hieruit blijkt dat de ontwikkelaar de brug nog steeds wil aanleggen. Dit terwijl het perceel al wordt aangesloten op de Noordersingel, daar is de voetgangersbrug niet voor nodig. Volgens mij heeft u op een eenvoudige manier de mogelijkheid om in de toekomst problemen te voorkomen door de mogelijkheid van een brug uit te sluiten. Dus door de brug uit het bestemmingsplan te halen. Ik heb ook gevraagd om een onafhankelijke bezonningsstudie. De wethouder zei tijdens de vergadering van de commissie ruimte, ik citeer: In de stukken zit altijd een hele zonstudie, dus het is beslist niet alleen op dat tijdstip bekeken. Einde citaat. Die bezonningstudie van meerdere tijdstippen heb ik niet kunnen vinden in de stukken.

Ik ben bang dat mijn huis en tuin 's morgens gedurende enkele maanden van het jaar, waaronder 's winters, in de schaduw komen te liggen. Daarnaast zie ik graag een onafhankelijke bezonningstudie, dus niet gemaakt door de architect van de ontwikkelaar, deze geeft geen objectief beeld weer over de schaduwwerking. Voor een goed woon- en leefklimaat voor mij als huidige bewoner vraag ik om het blok schuurwoningen een stukje verder van de Noordersingel af te bouwen, bijvoorbeeld 10 meter van de weg. Tien meter van de weg, dat is in dit landelijk gebied toch niet zo vreemd? De hoogte en massaliteit van de geplande bebouwing komt niet overeen met de uitstraling die de Noordersingel ter plekke heeft. Door het iets verder van de weg af te bouwen scheelt al iets. Van de fracties die hebben gereageerd is de samenvattende conclusie: de commissie heeft besloten tot een hamerstuk vandaag, dus dat blijft zo op de agenda. Toch zou ik graag zien dat een aantal zaken die ik benoemd heb verder onderzocht en aangepast worden voordat het bestemmingsplan definitief wordt. Een andere bewoner van de Noordersingel heeft voor de commissievergadering naar het gemeentehuis gebeld over het inspreken bij de vergadering van de commissie ruimte. Die kreeg te horen dat het geen zin zou hebben om in te spreken. Ik vind het teleurstellend dat voor alles de oplossing lijkt te zijn: dat is aan de ontwikkelaar.

Dat kan in overleg met de ontwikkelaar. Voor uw informatie: dat overleg is er nog steeds niet geweest. In mijn vorige inspraak heb ik al verteld dat omwonenden niet bij de ontwikkelingen betrokken zijn. De commissie is hier toen wel op ingegaan en vond dat er wel 6/44

participatie tussen bewoners en ontwikkelaar zou moeten plaatsvinden. Pas 17 dagen na de vergadering van de commissie is er met mij contact geweest, maar van overleg is nog geen sprake geweest. Ik ben geen tegenstander van woningbouw op dit stukje grond, echter verzoek ik u gemeenteraadsleden wel rekening te houden met mijn zienswijze en inspraakreactie en op te komen voor de huidige bewoners in het gebied, zodat er voor ons een goed woon- en leefklimaat blijft bestaan en problemen voorkomen worden. Dank voor uw aandacht. De heer Hofman, CU: Een kleine verduidelijkende vraag. Dank voor het inspreken. Er is één ding dat me opvalt, dat is het stukje waarin gesproken wordt over een medebewoner die verteld zou zijn dat inspreken geen zin zou hebben. Naam en toenaam hoeven hier nu niet, maar ik zou graag het verhaal erachter even willen horen. Dat kunnen we delen met de griffie. Dit is niet de manier, inspreken staat voor iedereen open, dus dit hoor ik graag nog van u terug. Mevrouw Greeve: Ik zal hier geen namen gaan noemen, dat moet ik overleggen. De voorzitter: Meneer Hofman, u kunt altijd contact hebben als u dat wilt. Anderen? Nee, dat is niet het geval. Ik val de heer Hofman graag bij: inspreken heeft zin. Bij de commissie heeft u ingesproken, het is aan de commissieleden te bepalen wat ze met uw inbreng doen. Ik ga ervan uit, dat het goed gewogen wordt.

Het leidt niet altijd tot het gewenste resultaat, maar u mag ervan uitgaan dat inspreken zin heeft en dat het meegenomen wordt, maar resultaat kunnen we niet altijd garanderen. Mevrouw Greeve: Tegen andere bewoners is wat anders gezegd. De voorzitter: Dat is niet de bedoeling, laat ik dat klip en klaar zeggen. Ik denk ook niet dat dat van onze griffie komt, maar meneer Hofman gaat er nog wel even achteraan, denk ik. Dat hoor ik graag. Dank u wel, mevrouw Greeve. 5. Vaststelling van de agenda De heer Machielse, VVD: Op verzoek van mijn fractie staat vanavond ook de ruimte-voor-ruimte regeling op de agenda. Ik kan u namens de heer Van Santen melden, dat de toelichtende brief, die het college daarover heeft gestuurd op dit moment afdoende is en de VVD geen behoefte heeft aan verdere bespreking. Als dat voor de andere fracties ook geldt, kunt u het voorstel doen om dit stuk te verplaatsen naar de hamerstukken op de agenda. De heer Ruijtenberg, GL: Namens de fracties van GL, D66 en CU zou ik graag een motie vreemd willen indienen getiteld: Lansingerland steunt het landelijk vuurwerkverbod. De voorzitter: Dan stel ik u voor het huidige agendapunt 8.d naar de hamerstukken te verplaatsen conform het verzoek van de heer Machielse en een nieuw punt 8.d toe te voegen, namelijk de motie vreemd, aangekondigd door de heer Ruijtenberg.

Kunt u dan met de gewijzigde agenda instemmen? Dat is het geval, dan stellen we de agenda zo vast. 6. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 25 mei 2023 De voorzitter: Er zijn geen opmerkingen binnen gekomen. Goedenavond meneer Ammerlaan, fijn dat u er bent. Er zijn geen opmerkingen binnen gekomen, dan stellen wij het verslag vast. 7. Lijst ingekomen stukken en overzichten afhandeling toezeggingen en moties De heer Van den Beukel, CDA: Bij 2 ingekomen brieven van derden een vraag, een verzoek eigenlijk. Er is een brief van Nieuw Lansingerstroom over het convenant windenergie Rotterdamse regio, waar het voorstel is om dat in handen van het college ter afdoening. Helemaal akkoord daarmee, maar ik zou graag een afschrift van die reactie ontvangen. De voorzitter: Dat lijkt mij een helder en terecht verzoek, wat mij betreft gaan we dat zo aanpassen. Ik zie verder niemand, iedereen akkoord, dan doen we het zo. 7/44

8. Bespreekpunten: 8.a Randvoorwaarden noodopvang asielzoekers en formalisering opgaveteam De voorzitter: Aangekondigd zijn verschillende amendementen, vandaar dat ik u voorstel om een nulde termijn in te voeren, zodat wij iedereen de gelegenheid geven de amendementen in te dienen en daarna de gewone eerste termijn op basis van de ingediende amendementen, want die zijn de hoofdmoot van onze discussie vanavond. Nulde termijn De heer Philippens, L3B: Ik denk dat ik alleen het dictum oplees. Ik heb een tweetal amendementen. A2023-013 Financiering noodopvang asielzoekers aan de voorkant De indieners stellen het volgende voor, beslispunt 1, het volgende amendement. Vaststellen van randvoorwaarden voor noodopvang van asielzoekers op locatie Wilderszijde, zoals geformuleerd in T23.02606, met dien verstande dat randvoorwaarde 8 in T23.02606 op pagina 4: Randvoorwaarde, De realisatie van een noodopvangvoorziening voor asielzoekers moet zoveel mogelijk kosten neutraal zijn voor de gemeente. Wordt vervangen door: Randvoorwaarde, De realisatie van een noodopvangvoorziening voor asielzoekers moet kosten neutraal zijn voor de gemeente. Dus het ‘zoveel mogelijk’ hebben we eruit gehaald. En de tekst in T23.02606 hier verder op aan te passen. Dit amendement dien ik mede in met de fractie VOOR en VVD.

A2023-014 Geen grootschalige asielopvang in Lansingerland Indieners stellen ten aanzien van beslispunt 1 het volgende amendement voor: Vaststellen van randvoorwaarden voor noodopvang van asielzoekers op locatie Wilderszijde zoals geformuleerd in T23.02606, met dien verstande dat randvoorwaarde 1 in T23.02606 op pagina 1 wordt vervangen door: ‘Randvoorwaarde, De noodopvangvoorziening voor asielzoekers op Wilderszijde is kleinschalig en kan mogelijk 100 plekken, met inbegrip van het huidige aantal van 50 in de huidige crisisnoodopvang Tobias, bieden.’ En de tekst in T23.02606 hier verder op aan te passen. De heer Azzouzi, PvdA: Ik dien een amendement in. A2023-015 300 plekken noodopvang asiel Wilderszijde Indieners stellen ten aanzien van beslispunt 1 het volgende amendement voor. Vaststellen van randvoorwaarden voor noodopvang van asielzoekers op locatie Wilderszijde zoals geformuleerd in T23.02606, met dien verstande dat als randvoorwaarde het aantal te huisvesten asielzoekers in de nieuwe noodopvang gesteld wordt op 300 met inbegrip van het huidige aantal van 50 in de huidige crisisnoodopvang Tobias en dat een gefaseerde instroom van dit aantal in samenspraak met COA en andere partners mogelijk is . Dit amendement dienen wij in samen met de CU en GL. De heer Van den Beukel, CDA: Ook ik dien een amendement in namens het CDA, maar ook namens de VVD en WIJ.

A2023-016 De randvoorwaarden vast te stellen voor noodopvang asielzoekers Wilderszijde Vaststellen van randvoorwaarden voor noodopvang van asielzoekers op locatie Wilderszijde zoals geformuleerd in T23.02606, met dien verstande dat: 1. randvoorwaarde 1 in T23.02606 (p. 1) wordt vervangen door: ‘Randvoorwaarde, De noodopvangvoorziening op Wilderszijde is kleinschalig en biedt ruimte aan maximaal 200 asielzoekers.’ En randvoorwaarde 2 in T23.02606 (p. 2) wordt vervangen door: ‘Randvoorwaarde, De duur van de noodopvangvoorziening Wilderszijde loopt 8/44

synchroon met de duur van de tijdelijke onderwijsvoorzieningen op dezelfde kavel. Dit leggen we met ontwikkelaars contractueel vast via een addendum op de Samenwerkingsovereenkomst waarin zij afzien van directe opeisbaarheid van de gronden gedurende deze periode, en met het Centraal Opvangorgaan Asielzoekers (COA) door de afspraken met de ontwikkelaars contractueel back-to-back door te leggen’ en de teksten in T23.02606 hier verder op aan te passen. Eerste termijn De heer Philippens, L3B: Om te beginnen met het financiële amendement. We zien dat we als gemeente op dit moment verzocht worden om mogelijk in de toekomst gedwongen opvang asielzoekers te realiseren, wij vinden het niet meer dan logisch dat dan de financiering voor de opvang door het rijk wordt vergoed. Dat past ook in de door de meerderheid van de raad aangenomen motie ‘geen geld geen Zwiters’, waarin nieuwe taken, als we die opnemen, dat er voldoende financiële dekking vanuit het rijk voor beschikbaar is. We vinden het logisch, dat we dat ook voor dit stuk doen, voor de asielzoeker, dat de kosten niet zoveel mogelijk maar volledig worden vergoed, zodat de kosten neutraal zijn voor de gemeente. Het tweede amendement gaat over aantallen, daar hebben we in de commissie ook veelvuldig over gesproken. Ik kan hem samenvatten.

Wij willen geen grootschalige opvang in Lansingerland van asielzoekers, dat wij duiden als maximaal 100. Daar hebben we een drietal argumenten voor. Juist in tijden van schaarste en moeilijkheden moeten we vooral zorgen voor onze eigen inwoners. Er leven 1,3 miljoen Nederlanders onder de armoedegrens, er zijn 120.000 Nederlanders met voedselhulp. Helaas zit die groep ook in Lansingerland, daar moeten we vooral voor blijven zorgen. Dat is argument 1. Het tweede argument is dat wij voor ons gevoel al heel veel doen op de brede migratiestroom, denk aan opvang vluchtelingen Oekraïne, statushouders, arbeidsmigranten, daar doen we al heel erg veel op. We hoeven niet maximaal in te zetten op al die groepen, dat is argument 2. Het laatste argument is dat wij menen dat het niet in het belang van de asielzoekers is, dat zien we ook terugkomen bij Vluchtelingenwerk, dat juist de grootschalige opvang leidt tot stress, leidt tot conflicten in de asielzoekerscentra. Dat leidt vervolgens weer tot misdragingen onder asielzoekers, negatieve beeldvorming. De heer Azzouzi: Een vraag over argument 2. Welke concrete zaken kan de heer Philippens benoemen m.b.t. het zorgen voor eigen inwoners? Wat is het effect van huisvesten van asielzoekers? De heer Philippens: Er zit een financieel aspect aan, dat het ons geld kost, dat willen we aan de voorkant gedekt hebben vanuit het rijk.

Maar er zit ook een groot maatschappelijk effect aan, dat zit voornamelijk in de sociale voorzieningen. Ik neem u even mee naar het begin, wat ik bij de Oekraïners heb gedaan, dan beginnen we ook met sociale voorzieningen. Als de mensen hier eenmaal zijn, moeten ze de sociale voorzieningen ook kunnen gebruiken. Dan zien we dat we begonnen met de randvoorwaarde: het mag geen maatschappelijk effect hebben op onze sociale voorzieningen. Vervolgens zijn we met de Oekraïners gegaan naar: het mag geen significant effect hebben. Daar zijn we al een tandje lager gaan zitten. En nu zien we met asielzoekers: het mag niet een te grote druk op die sociale voorzieningen hebben. Dus we zijn de sociale voorzieningen steeds meer aan het afgraven en dat zien wij niet zitten. We moeten voldoende beschikbaar hebben voor onze eigen inwoners. De heer Azzouzi: Als ik het goed lees in het voorstel van het college, dan gaan we vooral actief die voorzieningen regelen voor de opvang, maar ook goed voor onze eigen inwoners. Hoe kijkt de heer Philippens hier tegenaan? De heer Philippens: Ik lees vooral dat bestaande voorzieningen ingezet worden ook voor de asielzoekers. Nogmaals, als de asielzoekers er zijn moeten ze daar ook gebruik van kunnen maken, maar het betekent ook dat onze eigen inwoners er minder gebruik van kunnen maken. Lees bijvoorbeeld jeugdzorg.

Er komen een hoop asielzoekers onze kant op, die behoefte hebben aan jeugdzorg, dat moeten ze dan ook krijgen, maar we hebben er grote tekorten op, grote wachtlijsten. Komt er een groep die daar ook gebruik van wil maken, dan lopen de wachttijden op. We vinden dat geen goede zaak voor onze eigen inwoners op dit moment, om het groter te maken dan die max van 100. Ik was met mijn laatste argument bezig. Wat wij lezen, dat krijgen we ook van Vluchtelingenwerk, dat 9/44

grootschalige opvang van asielzoekers niet in het voordeel is van asielzoekers, juist door die stress en conflicten. Het zijn geen slechte mensen die binnen komen, het zijn heel normale mensen, maar als je deze groep mensen in een slechte context zet, dan doet dat iets met mensen. Als je mensen in een grootschalige opvang zet, leidt dat tot conflicten, stress, negatieve beeldvorming in de media, afbrokkeling van maatschappelijk draagvlak. Wat L3B betreft komen we niet in die negatieve spiraal terecht en zeggen wij: ja, we zetten een stap naar voren om asielzoekers op te vangen, we doen dat kleinschalig, maximaal 100, in het belang van onze inwoners, maar ook in het belang van de asielzoekers. Dank u wel. De heer Azzouzi, PvdA: Ik wil bij het begin beginnen. Onze fractie is zeer geschokt over de omstandigheden waarin vluchtelingen in Nederland verkeren. De constante druk op de asielopvang vraagt veel van iedereen. Vluchtelingen hebben veel meegemaakt, zij hebben alles achtergelaten op de vlucht voor oorlogen, geweld, vervolging. Zij verkeren in onzekerheid, terwijl binnen gemeenten discussies zoals die van vandaag plaats vinden. Ja, iedereen kan in de situatie van een vluchteling terecht komen. Denk aan de Tweede Wereldoorlog, die wij jaarlijks herdenken.

Tijdens de commissie hebben we aangegeven, dat de fractie van de PvdA voor een goede oplossing is vanuit de motivatie van het helpen van mensen en niet uit angst voor de spreidingswet. Daarom willen we geen halve oplossingen, we willen dit in één keer goed regelen voor de vluchtelingen, voor onze gemeente en voor onze inwoners. In het raadsvoorstel bij het maatschappelijk effect staat het volgende. Door de asielopvang proactief aan te pakken, zorgen gemeenteraad en college van B&W ervoor dat asielopvang zoveel mogelijk op de voorwaarden plaats vindt van de gemeente. Hierdoor kunnen wij het maatschappelijk effect deels sturen. Op dit moment is de schatting. De heer Philippens: Dit is de omgekeerde vraag die hij net aan mij stelde. U zegt dat u dit ook wilt doen voor de eigen inwoners. Wat zegt u dan tegen die inwoners die nu al op een lange wachtlijst voor jeugdzorg zitten en dat die wachtlijst extra toeneemt met deze verhoogde druk? Doet u het dan ook voor deze inwoners? Wat zegt u tegen deze inwoners? De heer Azzouzi: De PvdA staat voor dat de benodigde zorg geleverd moet worden, of het nou voor onze eigen inwoners is of voor vluchtelingen. Dat moet geregeld worden, het probleem zit in de wachtlijsten, die moeten afgewerkt worden, daar hebben wij een taak voor, het college heeft er een taak voor, de gemeenschappelijke regeling heeft daar een taak voor.

Op dit moment is de schatting dat uw college geeft, dat Lansingerland ongeveer 300 asielzoekers zal moeten opvangen. Wanneer we de tijden hebben om voorzieningen te treffen, om de druk op de maatschappij zo laag mogelijk te houden, zal de asielopvang voor ons als gemeente beter te behappen zijn. Dat is een antwoord op L3B. Daarom stellen we voor vanuit de PvdA en de mede-indieners om toch voor 300 opvangplekken te gaan. Dat is humaner. Je helpt 100 vluchtelingen extra en je regelt het goed. Dat is efficiënt, omdat je toch straks met een taakstelling te maken krijgt in die omvang. Dus regel het nu beter dan hapsnap. Besturen is vooruit kijken. Nu een reactie op het amendement van L3B. De heer Philippens: Met het risico dat ik hem voor ben. Ik ben benieuwd, hoe kijkt u naar wat Vluchtelingenwerk veelvuldig aangeeft, dat het juist in het belang van asielzoeker is om kleinschalig op te vangen en niet voor zo’n grootschalige locatie te zijn. De heer Azzouzi: Kleinschalig, in onze beleving is 300 kleinschalig. De kleinschaligheid van 50 of 100 is bedoeld voor gemeenten die 18.000 inwoners hebben en niet voor onze gemeente met onze omvang. De heer Philippens: De heer Azzouzi geeft aan: kleinschalig 300. Als de staatssecretaris het over kleinschalige asielopvang heeft, dan heeft hij het over rondom 50. Het COA en het Rode Kruis hebben het bij kleinschalig ook over 50.

Hoe reflecteert de heer Azzouzi daarop? De heer Azzouzi: In onze beleving, het gaat mij niet om Den Haag, is 300 kleinschalig. Je kan het ook kleinschalig doen, in Bleiswijk 100, in Bergschenhoek 100 en in Berkel ook 100. Maar als we kijken naar de berekeningen, een gemeente met onze omvang moet minimaal 300 asielzoekers kunnen opvangen. Ik ga verder met reageren op het amendement van L3B. Ik heb de heer Philippens hoog staan, maar ik heb geen woorden voor dit amendement. Ik vind het puur vanuit het electoraal en te weinig transparantie richting onze eigen inwoners, omdat je nu de indruk geeft dat je voor die 100 gaat en straks krijg je te maken met een taakstelling van 10/44

300. Ik vind het transparant dat L3B en de mede-indieners aangeven, dat dat ook gaat gebeuren. De heer Philippens: Weet de heer Azzouzi dat die spreidingsweg er nog niet is, dat die nog door de Eerste Kamer moet komen? Tegelijkertijd, met het feit dat een BBB een heel belangrijke rol speelt in de Eerste Kamer. In de Tweede Kamer is aangegeven, dat zij zitten op 50 tot 100 asielzoekers per gemeente. De heer Azzouzi: Dat vind ik nou een vraag zonder lef. Het traject van de spreidingswet heb ik doorgenomen, ook de memo van toelichting heb ik doorgelezen, de reactie van de VNG daarop, de reactie van andere instanties daarop. De spreidingswet komt, het probleem gaat niet weg. Het probleem hebben we in Nederland, de mensen moeten opgevangen worden in Nederland. Ik vraag aan uw raad, dat u lef toont en proactief handelt en dit probleem voor Lansingerland regelt, dat wij straks voor onze eigen inwoners niet met het probleem gaan zitten omdat wij nu 100 gaan opvangen en straks nog 200 krijgen en dan ben je te laat. De heer Machielse: De VVD heeft allerlei overwegingen over het amendement van de PvdA, daar zal ik u straks mee lastig vallen. Ik kan alvast een tipje van de sluier oplichten, dat we het er niet mee eens zijn.

Maar ik heb een vraag aan de heer Azzouzi, want ik hoor u zo enthousiast spreken over de voorzieningen, die we hier hebben en dat we als samenleving makkelijk 300 plekken aan kunnen. Als u degene bent die hier de ambitie neerlegt, waarom begint u dan bij 300 en niet bij 400, 500, 600, 700, waar ligt de grens van de heer Azzouzi. Wij zijn het er niet mee eens, maar ik hoor bij meneer Azzouzi niet de ambitie die hij wel in woord heeft, maar niet in daad. De heer Azzouzi: Ik kan wel antwoord geven aan meneer Machielse. Wij hebben expres het woord maximaal niet gebruikt in ons amendement, omdat wij niet weten, we kunnen onze inwoners niet, u moet het echte verhaal vertellen, we weten niet hoeveel aantallen we krijgen, daarom willen wij minimaal waarvan het college, uw eigen college, denkt dat wij dat kunnen behappen. Dat stellen wij voor met dit amendement. De heer Machielse: Hoor ik de heer Azzouzi zeggen dat hij wel vindt dat er een grens zit aan hoeveel wij aankunnen als samenleving en hoeveel onze voorzieningen aankunnen. Dat zijn beoordeling is dat die grens op 300 ligt mag een andere zijn, maar het is iets totaal anders dan wat ik hem enkele minuten geleden hoorde zeggen, toen er geen grens leek te zitten aan wat we aan kunnen in deze samenleving. De heer Azzouzi: Die woorden heb ik niet gebruikt. Het is het inhoudelijk advies vanuit het college, die volgen wij.

In de commissie hebben wij de wethouder daarop bevraagd en wij hebben een antwoord gekregen. Als het college dat voorstelt, dan vinden wij dat er een gedegen onderzoek aan ten grondslag ligt en dat wij dat kunnen behappen. Los van behappen, we vinden dat wij mensen moeten helpen, het menselijk humane, dat mis ik bij de andere partijen. Ik ga door met het amendement van het CDA, WIJ en VVD. Dat heeft ons eigenlijk verrast, dat wij een grote stap naar voren hebben gemaakt, dat is op zich positief. Van het CDA, dat is teleurstellend. We hebben in ons weekbericht gezegd, dat wij heel veel vertrouwen hadden in de bestuurlijke ervaringen en de bijbehorende normen en waarden van het CDA, dat heeft ons eigenlijk teleurgesteld. Wij zijn tegen dat amendement. Dit voor de eerste termijn. De heer Philippens: Ik wil de heer Azzouzi proberen uit te dagen om in de eerste termijn te reageren op het financiële amendement, dat zal hem als financiële man zeer aanspreken, ik hoop op zijn steun. De heer Azzouzi: Ik wil in mijn tweede termijn daarop reageren, omdat ik hem minder belangrijk vond dan de aantallen, die wij gaan behandelen. Dit is waar het om gaat, het gaat om opvang van asielzoekers, mensen die hulp nodig hebben. Wat betreft het amendement, dat gaan we ook niet steunen, omdat wij vinden, helemaal budgettair neutraal, dat gaat niet bij elk voorstel.

Dat kan je niet vragen van het college, dat kunt u zelf ook niet vragen van uw college. Maar wat wij hebben gezegd en gevraagd bij de commissie, dat de meeste infrastructuur en andere uitgaven worden vergoed vanuit het rijk. De heer Van den Beukel, CDA: De heer Azzouzi deed uitspraken waar ik op wil reageren. Ik heb zijn weekbericht niet gelezen, ik zal het nog eens nalezen, want kennelijk heb ik erin mogen figureren, dank voor die bijrol of hoofdrol of welke rol dan ook maar. De verleiding is om het debat in de commissie een beetje over te doen, nog een breed exposé te geven, maar ik zie de heer Markus al nee schudden, dat lijkt me een goed uitgangspunt, om de dingen niet over te doen. Maar wel een paar woorden, die duidelijk maken waarom het amendement. Toen we dit traject begonnen, toen 11/44

hebben we een aantal verwachtingen uitgesproken vanuit mijn fractie over het collegevoorstel. Ten eerste, dat het een collegevoorstel zou zijn en dat het college er als geheel achter zou staan. Asiel is toch iets wat de maatschappij beroert, bezig houdt, dus het is belangrijk dat het college daar een standpunt over heeft, niet alleen maar de raad in positie brengt, maar misschien ook wel een beetje laat modderen. Dat was een eis, een collegevoorstel. Dat hebben we ontvangen en dat is goed. Een andere zaak, die we belangrijk hebben gevonden vanaf het begin, is dat we financiële risico’s in beeld zouden brengen en ook zouden afdekken. Het mag wel wat kosten. Allerlei maatschappelijke voorzieningen kosten ons geld en ook asielopvang, die kosten moeten ergens vandaan komen, dus de allerlaatste euro vergoed krijgen van het rijk, als dat niet haalbaar is, zou voor ons niet belemmerend zijn voor het toestaan van asielopvang. Wat wel belangrijk is, is dat Wilderszijde het grondproject is in onze gemeente met het allergrootste financiële risico. Dat is geen verwijt, dat is gewoon een constatering. We hebben altijd gezegd: het is belangrijk om dat risico af te dekken en in beeld te brengen. Tot slot is voor mijn fractie belangrijk: dit soort besluiten moet je nemen met een breed draagvlak in de raad.

Als we dan luisteren naar de inbreng vanavond, mooi dat de heer Philippens begint en vervolgens de heer Azzouzi, dan merk je dat de visies en standpunten behoorlijk uiteen kunnen lopen en dat is prima, want zo is het in de samenleving ook. Des te belangrijker dan toch om te zoeken naar een besluit, dat wel breed draagvlak heeft in de raad. Zo zitten wij er althans in. Want het is waar, solidariteit met asielzoekers, dat kost wat. Het gaat uiteindelijk ten koste van gemeenschapsgeld en inderdaad, bepaalde voorzieningen kunnen maar één keer benut worden. Aan de andere kant, solidariteit met alleen je eigen inwoners kan ten koste gaan van solidariteit van mensen die hier een veilig heenkomen zoeken. Het gaat om de balans en vervolgens om een verstandige keuze met een breed draagvlak. Dat is de achtergrond, dat wij hebben gezocht naar een gedeelde noemer met een aantal partijen om ons heen. Dat heeft geleid tot dit voorstel, dit amendement. De toelichting op het amendement luidt als volgt. We hebben geconstateerd dat de spreidingswet er nog niet is. In eerste instantie was het aantal van 300 daar toch aan gerelateerd, we hebben dat althans gelezen. De spreidingswet gaat er misschien wel komen, dat is prima. Als die er komt, zien we graag een collegevoorstel tegemoet, belangrijk om daaraan te voldoen.

Lex dura sed lex, zeggen juristen, aan de wet moet je nu eenmaal voldoen, want die is opgeschreven, zo doen we dat in een rechtsstaat. Tegelijkertijd, hij is er nu niet. Nu hebben we de balans gezocht tussen: wat kan onze samenleving aan en wat is een bijdrage die Lansingerland zou moeten leveren en zou kunnen leveren aan dit vraagstuk voor heel Nederland. Dat is de onderbouwing voor de 200 asielzoekers waar we op dit moment maximaal voor kiezen, als het amendement wordt aangenomen. Er staat ook iets over het risico van Wilderszijde. Het klinkt misschien wat juridisch en saai, maar het is wel belangrijk. De heer Azzouzi: Wat bedoelt de heer Van den Beukel met maximaal 200? Voor nu of ook als de spreidingswet komt? De heer Van den Beukel: Dank voor de verhelderende vraag. Maximaal betekent, het college heeft zelf gezegd, we willen stapsgewijs opbouwen. Het zullen er eerst 50 zijn, dan 100, dan 150 en dan 200. Er zullen momenten zijn, dat het er geen 200 zijn. Dit is een besluit voor nu, dit is geen besluit voor als morgen de Oekraïne crisis nog erger wordt. Of voor als het in Syrië nog erger wordt of voor als de spreidingswet wordt aangenomen. Het is een besluit voor nu, gegeven de huidige informatie. Laten we niet vooruit lopen op mogelijk nog meer onheil dat ons treft of mogelijk succes van nieuw migratiebeleid of van een Tunesië-deal of wat dies meer zij.

Twee aspecten, die ik nog wilde toelichten, is het risico voor Wilderszijde. We hebben toch goed gelezen in alle stukken die het college ons heeft toegezonden, dat de gronden volgens de overeenkomst met de ontwikkelaars direct opeisbaar zijn. Daar is geen woord Spaans bij. Direct opeisbaar is direct opeisbaar, als zij dat nodig achten. Zo hebben wij dat althans verstaan. Dan is er wel een goed gesprek geweest en veel begrip van ontwikkelaars, maar je maakt contracten niet voor wanneer je het goed hebt en elkaar goed begrijpt, je maakt het juist voor als je elkaar niet begrijpt en ruzie zou hebben. Daarom willen wij eraan hechten, dat die direct opeisbaarheid ervan af gaat voor de periode dat wij hier asielzoekers opvangen. Dat moet je dus contractueel vastleggen. Tegelijkertijd, als het COA zou zeggen op een bepaald moment dat de ontwikkelaars 12/44

zeggen, we hebben het nodig, als het COA dan zegt: sorry, het lukt niet, want asielcrisis Ter Apel, noem maar op, dan zou je als gemeente klem kunnen komen te zitten. Dat is een onmogelijke en buitengewoon vervelende potentieel heel kostbare situatie, die we ook moeten voorkomen. Vandaar die eis in het amendement om ook de afspraken met de ontwikkelaars back-to-back door te leggen richting het COA. Dat was de toelichting. Ik dacht de collega’s voor de fijne bespreking en ook voor de samenwerking. Ik hoop van harte dat het amendement wordt aangenomen en dat we daarmee een mooie stap zetten richting een bijdrage aan solidariteit vanuit Lansingerland. Mevrouw Den Heijer: Ik heb echt een verhelderende vraag over dat tweede punt van het amendement. In de stukken staat natuurlijk al randvoorwaarde 7, over de ontwikkelaars van Wilderszijde. Dit amendement vervangt dat? Of voegt dat er iets aan toe? Het lijkt, maar dat zal misschien mijn kennis zijn, het lijkt wat dubbelop en dan misschien overbodig, maar dat krijg ik graag toegelicht. Het woord back-to-back in het amendement is mij niet bekend, misschien kunt u dat nog even toelichten. De heer Van den Beukel: Met plezier. De randvoorwaarde zoals het nu staat geformuleerd in het voorstel luidt: het moet worden afgesproken. Vervolgens is de invulling daarvan voor het college: we hebben namelijk een samenwerkingsovereenkomst. Punt.

En die vinden wij afdoende, althans, zo hebben wij het verstaan. Als het college daar een andere opinie bij heeft, voornemens was een goed contract te sluiten, dan zou het misschien voldoende zijn, maar op dit moment is het de invulling die het college eraan geeft. De huidige overeenkomst is niet afgesloten in de wetenschap dat er mogelijk tijdelijk een andere functie zou komen. Dat vonden wij onvoldoende houvast bieden. Back-to-back geeft aan, dat je exact en dan ook exact de afspraken die je maakt met de één doorlegt in een contract met de ander. Een eventueel verschil daartussen zou tot een probleem kunnen leiden in de praktijk, waar dan de gemeente klem komt te zitten. De heer Ruijtenberg, GL: Ik heb tijdens de inbreng van de heer Philippens een aantal keer op het punt gestaan om te interrumperen, een aantal punten van de amendementen heeft mij echt verbaasd, ik heb me erover opgewonden. Van verschillende kanten is van tevoren aangegeven, dat ik mij rustig moest houden en dat ik me niet teveel moest laten opwinden. Aan sommige mensen heb ik beloofd, dat ik heel erg zen zou zijn vandaag. Toch gaat het me moeilijk. Het amendement over de financiën. Dit is een onmogelijk amendement waarmee de heer Philippens zijn eigen wethouder voor een onmogelijke positie plaatst. Je kunt namelijk niet aangeven dat dit kostenneutraal moet zijn.

Er zullen in de voorbereiding werkzaamheden zijn, verricht worden, ook op het gebied van infrastructuur, die ook van toepassing zijn op de uiteindelijke woningbouw, waarmee je ervoor gaat zorgen dat je kosten gaat maken. Door dit amendement in te voeren, het is niet uitvoerbaar, niet werkbaar. De heer Philippens: Ik kijk of ik het amendement kan verduidelijken. Wat we ermee bedoelen is dat het uiteindelijk kostenneutraal moet zijn. Ik snap dat aan de voorkant kosten gemaakt moeten worden, wat u ook aangeeft, voor infrastructuur. Maar dat we aan het einde terug krijgen van het COA, van het rijk en dat het uiteindelijk kostenneutraal moet zijn. Dat we hier niet mee willen vertragen, maar uiteindelijk kostenneutraal. Volgens mij is dat prima mogelijk. De heer Ruijtenberg: Ik begrijp uw bedoeling, maar dat staat er niet. Er staat: moet kostenneutraal. We hebben gehoord van de heer Van den Beukel zojuist, dat we de wet moeten handhaven volgens de letter zoals die geschreven is, hanteer ik hem volgens de letter zoals het amendement geschreven is. Volgens dat amendement moet het kostenneutraal zijn en is het daarmee onuitvoerbaar, want uw eigen wethouder kan er niet aan voldoen. Als u ermee doorgaat, brengt u uw eigen wethouder in problemen uiteindelijk. De heer Machielse: Als mede-indiener wil ik dan graag een kleine toelichting geven op het verschil tussen kosten en uitgaven.

Kosten is niets meer dan een boekhoudkundig fenomeen voor onderaan de streep uitrekenen wat een bepaalde investering aan kosten met zich mee heeft gebracht. Dat kan gaan over uitgaven, dat is wat u bedoelt met geld dat van de rekening afgaat. Maar het kan ook te maken hebben met afschrijvingen, overige kosten, toerekening van kosten interne organisatie. Wat we als indieners echt menen met dit amendement, is dat we zorgvuldig alle kosten die we maken toerekenen aan dit project en de afspraak met het COA maken, dat die kosten vergoed worden. Dat dat achteraf 13/44

gebeurt, dat er aan het einde een afrekening plaats vindt, dat gaat allemaal over de uitgaven en de inkomsten in geld, maar het gaat ons om de boekhoudkundige eenheid, dat uiteindelijk onze inwoners onderaan de streep niet nog een rekening gepresenteerd krijgen voor de kosten van deze asielopvang. De heer Ruijtenberg: Dank u wel voor de verduidelijking, ik ben nog steeds tegen. Ik ben heel zen. Ik zou hier een heel lang antwoord op kunnen geven, nogmaals aangeven dat de wethouder het niet kan, maar dan verval ik in herhalingen en dat wil ik de heer Markus niet aandoen. Dan het tweede amendement van de heer Philippens. Hij weet, ik heb hem hoog zitten als mens, ik mag de heer Philippens. Toch heeft hij in zijn amendement een aantal dingen opgenoemd, die echt gewoon valse frames zijn, die gewoon niet kloppen. Er wordt aangegeven, dat mensen in armoede zitten, dat er noodhulp is voor voedselvoorziening, dat klopt inderdaad. Er zijn 200 mensen of 200 gezinnen in Lansingerland, die cliënt zijn van de Voedselbank. We hebben zelf mee gewerkt aan energiearmoede. We hebben voor arme huishoudens menstruatieproducten gratis gemaakt. We weten dat er armoede is. Maar mensen die in een asielopvang zitten, maken geen gebruik van voedselhulp, die kloppen niet aan bij de Voedselbank. Dit is een vals frame. De heer Philippens: Ik zal proberen het nog een keer uit te leggen.

Ik snap dat asielzoekers geen gebruik maken van de Voedselbank. Het punt dat ik wil maken, is dat een hele hoop Nederlanders in armoede leven, dat die ook in Lansingerland wonen, dat we vooral de focus moeten blijven houden op deze inwoners. Als we sociale voorzieningen inzetten op de asielzoekers, je kan zo’n sociale voorziening maar één keer inzetten, dan heeft dat consequenties voor onze eigen inwoners en ook voor de inwoners die het nu moeilijk hebben. Dat is het punt dat ik probeer te maken. De heer Ruijtenberg: Ja, klopt. Desondanks, door het op te schrijven heeft u daar een vals frame mee, dat mensen die gebruik maken van dat soort armoedevoorzieningen, dat dat ten koste zou gaan van de eigen inwoners en dat is niet waar. Daarnaast geeft u aan in uw toelichting, dat men stress ervaart op grootschalige opvang van asielzoekers. Er wordt inderdaad stress ervaren in asielzoekerscentra, maar die stress is voornamelijk gerelateerd doordat mensen uit oorlogsgebieden komen. Die stress is voornamelijk gelegen in het feit dat mensen niet weten hoe lang een asielprocedure duurt. Die stress is voornamelijk gelegen in het feit dat mensen niet weten wat hun toekomst brengt. Het ligt veel minder aan de grootschaligheid van het centrum. De heer Philippens: Die stress heb ik niet zomaar verzonnen, dat is vanuit Vluchtelingenwerk.

Ze geven aan in een proposition paper juli 2022: grootschalige opvang, langdurige onzekere procedures, verlies van waardigheid zijn factoren die leiden tot stress en meer conflicten in een AZC. Wij hebben nu invloed op die grootschalige opvang, op die andere 2 hebben we veel minder invloed. Sterker, ik heb vaker aan de wethouder gevraagd of hij kan zorgen voor een opvang die niet onder de humanitaire ondergrens zakt, daar krijg ik geen toezegging op. Waar ik nog op kan sturen is de grootschalige opvang, dus daar komt het vandaan. Of GL zich dat realiseert? De heer Ruijtenberg: U heeft een tweede termijn gehouden over grootschalige opvang en over positiepapers, maar ik heb 1 vraag gehoord, wat ik mij moet realiseren. De voorzitter: Laten we dit niet op deze manier doen. De heer Philippens: Ik probeerde duidelijk te maken dat deze gegevens niet zomaar ergens vandaan komen, maar juist Vluchtelingenwerk en VN Vluchtelingenorganisatie. De heer Ruijtenberg: Ik kan u een rapport presenteren van Dokters van de Wereld uit september 2022, iets later dan uw rapport, waarin aangegeven wordt wat de andere factoren van stress zijn. Het heeft voornamelijk te maken met wachttijden, onzekerheid, traumatische ervaringen, PTSS. Dat veroorzaakt veel meer stres dan een grootschalige opvang. Daarnaast kunnen we de semantische discussie hebben over wat grootschalige opvang is.

U geeft aan wat de staatssecretaris aangeeft dat het is. In de definities wordt gesproken: grootschalige opvang is vanaf 300 mensen. Wij maximaliseren dit in ons amendement op 300, daarmee valt het net niet onder grootschalige opvang en is het kleinschalige opvang. Een maximalisatie, die wat GL betreft er niet in had gemogen. Wij stonden ook open voor 400, voor 500, voor 600. We hebben ooit, voordat u politiek actief werd, met het idee gespeeld om een grootschalig AZC op Wilderszijde in te zetten, dat vond ik alleen al vanwege de naam heel erg leuk. Dat hebben we nooit doorgevoerd. Dat we nu hier een klein AZC doen, komt ons goed uit, maar wij willen ons niet vast pinnen op normen. Wij vinden dat wij ruimhartig moeten zijn. Wij vinden dat 14/44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=937c561e-0bed-4109-84ca-f948fc4e2bb5