[BV23.0048] Verslag van de commissie Ruimte van 9 mei 2023
Tekst van het document
Ik begrijp heel goed uw oproep, ook wat de heer Van der Knaap daarover zei, dat hebben wij heel goed in onze oren geknoopt, maar dat is het dan. Meneer Van Harn, het melkglas, ik denk dat hier voldoende over gezegd is. We kunnen in kamers van mensen geen melkglas aanbrengen, dat lijkt mij voldoende hier besproken. Het grote verschil met het andere plan, we zitten in het centrum van Bleiswijk, het centrum heeft een andere functie dan een kantoor in een buitengebied dat naar een woning kijkt. Lijkt me voldoende. De bomen, u maakt zich zorgen over de bomen. Wij hebben een vrij strakke bomenverordening waar dit allemaal in geregeld is. Zoiets zet je ook in de omgevingsvergunning, dus er wordt gecontroleerd dat er zo gebouwd wordt, dat de bomen in stand blijven. Je kunt ze wel laten staan, maar ze toch zo behandelen dat ze niet in stand blijven, dus daarin is dat zeker geborgd. Gaat er deskundig gehandhaafd worden? Er wordt gewoon op toegezien door de gemeente dat dat goed gebeurt. Maar eigenlijk ben ik wel van de verantwoordelijkheid van degene die gaat bouwen, want mensen die aan het bouwen zijn in de dorpskern Bleiswijk hebben ook een goede naam te handhaven.
Zij gaan niet zomaar bomen, waarvan gezegd is dat die in stand moeten blijven, op de één of andere manier weg halen of vernietigen, dus laten we ook die verantwoordelijkheid daar neerleggen en niet altijd op handhaving gaan zitten. Dat waren de bomen. De heer Van Harn: U bent misschien niet van handhaven, maar zoals het er nu staat is het een advies om de bomen te beschermen. Mijn punt is: wordt dat ook echt overgenomen? Wethouder Cnossen: Daarom verwees ik naar de bomenverordening, uw eigen verordening, daar is het e.e.a. in geregeld. Ik verwees naar een omgevingsvergunning, waar je dit soort dingen vast legt richting degene die gaat bouwen. U legt mij woorden in de mond: ik ben niet van handhaven. Ik ben een bestuurder, die er heel erg voor is om de verantwoordelijkheid ook in de samenleving neer te leggen. Handhaven is altijd maar een uiterste middel, de politie bellen schiet ook meestal niet op, want dan is het uit de hand gelopen. Ik ga ervan uit: iemand die zoiets moois in Bleiswijk gaat bouwen, doet ook zijn best om mooie bomen te behouden. Meneer Crielaard, worstelen, u gaat over de bestemming goot- en nokhoogte. Eigenlijk is u door verschillende raadsleden de vraag gesteld: als het plan daarmee niet doorgaat? Dat zou ook mijn reactie zijn. Ik hoor u zeggen: als raad gaan we een beter plan maken. Dan zegt misschien de ontwikkelaar: joh, dan heb ik er geen zin meer in.
En dan zitten wij met de oude Snip. Ik denk dat dat voldoende uitgesproken is door anderen. De heer Toussaint zit nog in dubio, met andere fracties bespreken. Ik denk dat ik de vragen beantwoord heb. De voorzitter: Ik denk niet dat er een voltallig hamerstuk naar voren gaat komen, een aantal fracties gaat nadenken. Dat gaan we dus terug zien in de raad.
15/33
5. Bespreekpunten: 5.a Bio based bouwen biedt beduidende baten De heer Ruijtenberg, GL: Ik heb heel even overwogen om het hele stuk voor te lezen, maar ik twijfel of ik dan aan 6 minuten genoeg zou hebben, dus ik heb besloten om dat maar niet te doen. Ik ga uit van de wijsheid, het vertrouwen van al mijn collega-raadsleden dat ze het artikel gelezen hebben en dat het college het gelezen heeft en dat ze alle vragen goed bestudeerd hebben. Daarbij kunnen ze bij punt 2 punt i meteen weg halen, dus dat scheelt een vraag die niet beantwoord hoeft te worden. Het is een klein foutje, het staat er dubbel in. Waarom bio based bouwen? Uiteindelijk, de traditionele bouw, zoals het nu is, is verantwoordelijk voor de uitstoot van heel veel CO2. Bio based bouwen biedt heel veel belangrijke baten: je kan sneller bouwen, je kan op de plek starten met bouwen, zodat je sneller kunt bouwen. CO2 wordt niet uitgestoten, maar is negatief. We denken dat het in Lansingerland, in alle bouwplannen die we tot dusver gezien hebben, in alle bestemmingsplannen, onvoldoende voor het voetlicht gebracht is. Als we in Nederland door zouden gaan met een carbonbudget en we zouden Wilderszijde gaan bouwen, we gaan Wilderszijde bouwen, dan zitten we al door ons budget heen met carbon.
Dit is meer een oproep aan de collega leden, maar met name aan het college: neem ons mee, wat zijn de mogelijkheden, hoe kunnen we ervoor zorgen dat er meer focus ligt op bio bases bouwen, zodat we zeker in een landbouwgemeente als Lansingerland het voortouw kunnen nemen met dingen die hier lokaal eventueel geteeld worden. Dat is de korte toelichting. De heer Krieger, CDA: Allereerst dank aan de commissieleden hier en mijn collega raadsleden, duoraadsleden, dat ik even gast mag zijn in de commissie ruimte. Ik kan me aansluiten bij wat de heer Ruijtenberg heeft gezegd, ik zal u niet vermoeien door het stuk voor te gaan lezen, ik hoop dat u het gelezen heeft. Wat ik nog wel even mee wil geven, in verband met de toekomst. Dat staat niet met name in het stuk genoemd, maar daarvoor is bio based bouwen ook wel van belang. De toekomst van het bouwen zal uiteindelijk zijn: circulair bouwen. Bio based bouwen is natuurlijk uitermate geschikt daarvoor. Het bespreekstuk spreekt voor zich. De CDA-fractie hoort graag van alle andere fracties, maar met name ook van het college, hoe zij hierover denken en of zij hierover mee willen denken in het kader van de reeds beroemde binnen Lansingerland nieuwe bestuurscultuur. Wij horen het graag van u. De heer Scheringa, PvdA: Ik begin direct met de vragen.
Herkennen voordelen bio based bouwen: ja, die voordelen herkennen wij en die moeten ingezet worden naar onze mening. Maar zijn er ook nog andere bestaande manieren, bestaan die of worden die ontwikkeld, waarmee klimaatneutraal bouwen mogelijk is? Bijvoorbeeld hergebruik van materialen, als je een gebouw afbreekt met de materialen een nieuw gebouw bouwen. Bij TNO Delft had ik gelezen dat je met puinhoop duurzaam beton kunt maken, wellicht is dat ook iets. Daarnaast is het natuurlijk belangrijk dat het bouwen an sich ook klimaatneutraal wordt. Een bio based huis bouwen met ronkende diesels is natuurlijk niet echt de bedoeling. Klimaat neutraal bouwen is dan ook een groter plaatje dan alleen bio bases bouwen, alle kansrijke initiatieven zouden eigenlijk aandacht moeten krijgen naar ons idee. Kans om een impuls te geven: de lijst die opgesomd is, is vrij uitputtend, dus ik heb niet direct een aanvulling erop. Als ik mag cherrypicken, wat mijn fractie aanspreekt is grondbeleid, zeker in combinatie met sociale woningbouw. Financiële en fiscale stimulering, het extra belasten van niet klimaatneutraal bouwen als er een duurzaam alternatief is, dat extra belasten, daar is mijn fractie niet op voorhand tegen. Die stond er niet in. Een beetje: belonen goed gedrag of bestraf je slecht gedrag. Betalen als je niet duurzaam bent, dat vindt mijn fractie geen gek idee.
Tenslotte samenwerking, samen met 3B Wonen klimaatneutrale woningen realiseren dat lijkt ons prima, een heel mooi punt. Andere ideeën en behoeften, ja, wat voor mijn fractie belangrijk is, is dat bio
16/33
bases bouwen voor iedereen toegankelijk is. Dus klimaatneutraal bouwen moet niet duurder zijn dan vervuilend bouwen, als ik het zo mag noemen. Idealiter zou het nog goedkoper moeten zijn. Er is alleen nu nog steeds een wooncrisis, wat we wel moeten voorkomen is, dat als we nu gaan inzetten op bio based bouwen, dat we dan vertraging gaan oplopen in woningbouwprojecten. Dat is een beetje een dilemma voor ons. Wat mijn fractie betreft gaan we nu zo snel mogelijk en zoveel mogelijk klimaatneutraal bouwen, bio based of op andere goede klimaatneutrale manieren, om de woonopgave en de zorg voor het klimaat te waarborgen en zo een fijne omgeving voor ons allemaal te maken. Dat was het, dank u wel. De heer Blonk, L3B: Sta mij toe, dat ik niet het vraag/antwoord lijstje helemaal langs ga lopen. Laat ik met de samenvatting beginnen. L3B is voorstander van zoveel als mogelijk bio based bouwen. Dat is ook het kader, dat wij graag mee willen geven aan het college. Bio based bouwen, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van veelal hout en restproducten uit land- en tuinbouw, heel goed als dat allemaal zou kunnen lukken. Ik heb het idee, dat het echt kan lukken. De 23 bespreekpunten, daar uitgebreid op ingaan, dat doe ik dus niet. Wij zien dat er heel veel uitvoerende zaken in zitten en die wilde ik toch maar bij het college neerleggen.
Het kader mee geven zoveel mogelijk bio based bouwen, dat kunnen we meegeven en dan moeten zij maar uitzoeken hoe ze dat gaan doen, want daar is mijn fractie niet voor. Is het mogelijk om bio based te bouwen? Jazeker, dat denken wij. Hout is via bosbouw voldoende aanwezig in Europa. Producten en restproducten uit onze land- en tuinbouw zijn ook heel goed bruikbaar. Graag wil ik de fracties van het CDA en GL bedanken voor deze agendering n.a.v. de beeldvormende presentatie, neem ik aan, van Norbert Schot op 15 februari van dit jaar. Tot slot. In het bespreekstuk onder punt 2.g de derde bullet met het kopje ‘land- en tuinbouw’ staat, dat vind ik heel amusant, ik ga citeren: lokale ketens bouwen, waarbij lokaal gewasproductcombinaties ontstaan met winst voor boer, bouw, burger. BBB. Wie had zich dat voor kunnen stellen, dat dat hier in deze raadszaal komt, die politieke partij. Mevrouw Maasland, CU: Dank aan de fracties van het CDA en GL voor het agenderen van dit bespreekpunt over BBB. Ik zou willen zeggen, dat het op meerdere manieren mooi inspeelt op de actualiteit, maar dat zorgt misschien ook weer voor verwarring. Principieel zijn we heel enthousiast over bio based bouwen. Het is een goed voorbeeld van goed rentmeesterschap. Het gebruik van natuurlijke materialen, hier zuinig mee omgaan en de aarde niet uitputten.
Tegelijkertijd hebben we nu de opdracht om zoveel, snel en betaalbaar te bouwen. Hoewel betaalbaarheid niet in het geding hoeft te komen, weegt op de korte termijn het bio based bouwen als nieuwe standaard misschien wel niet op tegen de noodzaak om vooral snel te bouwen nu. Voor bestaande woningbouwprojecten zien we daarom sowieso geen mogelijkheid om bio bases bouwen als norm op te leggen. Dat betekent overigens niet dat de ontwikkelaars hier zelf al niet mee aan de slag kunnen gaan, integendeel. Waar deskundigheid en middelen aanwezig zijn om bio based bouwen al te starten, kunnen we dit met elkaar alleen maar toejuichen. Dat brengt me wel direct bij onze rol in verhouding tot de uitvoerende partijen. We zijn wat huiverig met erg op de uitvoering te gaan zitten, zeker met alle kaders die we nu in de bestaande woonvisie en die we al in andere beleidskaders hebben meegegeven. We verwachten dat bio based bouwen hier op de korte termijn een toegevoegde waarde aan zal geven, sorry, op de lange termijn, maar op korte termijn misschien wel een groot risico is voor het tempo waarin er gerealiseerd kan worden. We vragen ons af op wat voor termijn bio based bouwen dan ook haalbaar zou zijn. Voor zover het wel haalbaar is, is het dan ook wel nodig om het in al die verschillende beleidsstukken te verankeren.
We vinden het zeker interessant en het uitzoeken waard, zeker dingen als de groene leges. We kunnen ons dus weldegelijk vinden in de ambitie die uit het bespreekstuk komt, maar we zien eerder mogelijkheden om het bijvoorbeeld als uitgangspunt mee te nemen in de woonvisie voor 2025, dan is er genoeg tijd om e.e.a. uit te zoeken en beslagen ten ijs te komen als de uitvoering aan de orde
17/33
komt. Samengevat wil ik antwoord geven op de vragen van de fracties. We herkennen zeker de voordelen van bio based bouwen. Als het om de tweede vraag gaat: we zijn dus terughoudend met verankeren in allerlei documenten, ook omdat we een grote rol voor de uitvoerende partij hierin zien. We willen voorkomen dat BBB een remmende werking gaat hebben op de woningbouwopgaven. Verankering kan mooi zijn mits we, en dan vooral de uitvoerende partijen, er ook klaar voor zijn om bio based te gaan bouwen. Als vraag heb ik daarom aan de indieners: aan wat voor termijn jullie zelf denken, hebben jullie daar een beeld bij? En aan de wethouder de vraag: wat het college ziet voor termijn om dit te gaan realiseren en wat de impact en risico’s zouden zijn als we dit soort dingen gaan vastleggen. Is vertraging bijvoorbeeld een groot risico? Is er een potentie dat uitvoerders zich dan gaan terugtrekken, omdat het misschien niet haalbaar is? Daar zijn we nog wel benieuwd naar. De conclusie voor ons is dus dat het laatste woord hier zeker nog niet over gesproken is, we zien veel mogelijkheden en mooie kansen om bio based bouwen in Lansingerland te gaan toepassen. Dank u wel. De heer Zantman, WIJ: Laat ik beginnen met te zeggen dat dit bespreekpunt zeker onze interesse heeft.
Onlangs heb ik op de Oostland-dag nog uitgebreid met mensen van Living Lab gesproken en met name hun ideeën over bepaalde reststromen spreekt ons in ieder geval heel erg aan. Hoe mooi is het immers als we lokaal afval kunnen gaan verwerken en dat we daar duurzame bouwmaterialen van kunnen maken. Dus ja, wij herkennen zeker de voordelen van bio based bouwen, mits er natuurlijk wel wat zaken gegarandeerd kunnen worden. We moeten vooral denken aan zaken als bouwkundige haalbaarheid, bouwveiligheid, brandveiligheid, levensduur, betaalbaarheid, productiekasten en niet in de laatste plaats de volksgezondheid. Onze fractie worstelt wel met de vraag in welke zin we bio based bouwen in de toekomst een impuls kunnen geven. We moeten immers uitkijken, dat we niet op de stoel van de ontwikkelaars gaan zitten of hen gaan verplichten om allerlei ingewikkelde bouwtechnische vraagstukken op te lossen. Wellicht kunnen we op de lange termijn starten met een kleine pilot, bijvoorbeeld in combinatie met 3B Wonen, zodat we goed in kaart kunnen brengen waar de pijn- en/of knelpunten zitten. Dit ook voordat we dit daadwerkelijk gaan verplichten bij nieuwbouwprojecten en het gaan verankeren in bestemmingsplannen. We zien dan ook op voorhand meer in het stimuleren door het verlagen van de bouwleges en goede voorlichting.
Bij deze voorlichting kunnen geïnteresseerden dan ook gelijk goed wegwijs worden gemaakt in subsidieland. Het is ook zeker goed om dit te zijner tijd regiobreed op te pakken en misschien liever nog breder, zodat we niet onnodig het wiel aan het uitvinden zijn. Dit is echter wel voor de lange termijn. Op de korte termijn zou onze fractie graag meer informatie willen over de genoemde zaken. Met name over de technische en financiële kant weten we in onze ogen gewoonweg nog te weinig. Wellicht dat bijvoorbeeld een hybride vorm van conventioneel en bio based bouwen ook een alternatief kan zijn. Graag zouden we dan ook middels bijvoorbeeld een extra beeldvorming wat extra worden bijgepraat door specialisten van de technische universiteit of een bouwbedrijf dat hier reeds ervaring mee heeft. Dit alvorens wij een fiat kunnen en willen geven over een eventuele pilot, voor nu is het echt nog te vroeg. Dank u wel. De heer Van Berkel, D66: Dank aan GL en CDA voor het agenderen van dit onderwerp. Ik zal niet alle vragen één voor één afgaan. Het is fijn dat we de punten a tot en met h inmiddels in één kunnen vatten, maar door mijn antwoorden heen kunt u ook de vraag erbij zoeken. Lag de focus voorheen bij duurzaam bouwen heel erg op het terugbrengen van het energieverbruik door betere isolatie en zuinige installaties, inmiddels weten we dat materiaalgebruik minstens zo belangrijk is.
We herkennen raadsbreed ongeveer dat belang, want als we zo doorbouwen gaan we de klimaatdoelen gewoon niet halen. Het overstappen naar bio based materiaal is een no-(…) om het maar even zo te zeggen. Ook landelijk is er veel aandacht voor, recent is er een motie van D66 en CU aangenomen en de minister is nu ook aan de slag om met name op nationaal niveau de milieuprestatie-eisen van nieuwe gebouwen aan te scherpen. Er komen CO2-emissienormen van materiaalgebruik in gebouwen
18/33
en het gebruik van bio based grondstoffen bij de bouw wordt ook gestimuleerd vanuit het rijk. Daar zitten ook heel veel kansen. Ook als we kijken naar subsidiestromen, die vanuit het rijk komen. Ik zal er 1 noemen: vanaf 1 januari komt er bijvoorbeeld een subsidiestroom voor particulieren en ondernemers voor bio based isolatiematerialen, die inwoners al direct kunnen toepassen. Volgens mij is het ook in de communicatie vanuit de gemeente goed om te kijken naar dit soort ontwikkelingen en ook inwoners actief te informeren over dit soort nieuwe subsidiestromen. Dus dat wil ik graag het college vragen. Tegelijkertijd kondigt de minister ook aan o.a. in het klimaatpakket van Rob Jetten, dat er ook heel veel stromen richting gemeenten aankomen, juist om bio based bouwen, BBB, te gaan stimuleren. Ik zie daar echt een rol voor het college. Wij stimuleren het van harte, gebruik het als kader, maar kijk ook met name naar de nationale voorbeelden en de nationale mogelijkheden die komen, want we kunnen het niet hier als 1 van de 342 gemeenten van de grond af opbouwen, maar kijk naar de kleine stappen die we wel kunnen zetten. Wij kunnen geen bouwbesluit instellen, dat ligt bij het rijk. Ik was erg onder de indruk van de mooie lijst, die GL en CDA hebben voorgelegd.
Ik was niet bij de beeldvorming, maar ik hoorde dat er veel inspiratie vanuit de klimaatburgemeester is gekomen, dus ook via deze weg dank daarvoor. Ik sluit me ook aan bij L3B: het zijn goede ideeën, maar veel uitvoering. Ik kijk echt even naar het college wat ze met die lijst kunnen doen. Een mooi voorbeeld vanuit het rijk, het rijksvastgoedbedrijf heeft nu al strengere aanbestedingsnormen bij nieuwe gebouwen. Kijk ook even naar dat soort voorbeelden qua aanbesteding, misschien kunnen we daar ook wat mee. We hebben geen eigen rijksvastgoedbedrijf, maar misschien zitten daar ook nog interessante kansen in. Dank voor het agenderen, we blijven graag meedenken. De heer Jumelet, VVD: Ik ben bang dat ik toch wat negatiever uit ga vallen, waarvoor excuus. We willen het wat breder trekken. We hebben het over klimaatbestendigheid en toekomstbestendigheid, dan moeten huizen toch ook wel overstromingsgevaar en intensieve neerslag kunnen weerstaan. Als we op zoek gaan naar wetenschappelijke bronnen en in het nieuws, dan zien we dat hout vooral een hoogwaardig gebruik heeft van 100 jaar, terwijl steen bij uitstek geschikt voor klimaatbestendigheid, neerslag en overstromingsgevaar tot 120 jaar meegaat gemiddeld. Daarnaast moeten we ook breder kijken, want er liggen ook genoeg kansen in het hergebruik van materialen dat uit gesloopte panden komt.
Renewi maakt van 99% van puin grondstoffen voor o.a. huizen, wat 233ton CO2 bespaart. Daarnaast zijn we ook bij de TU Delft heel hard bezig met het CCCA project, waarbij betonpuin wordt hergebruikt om gebouwen te bouwen. Daarbij blijkt ook dat de effecten van de overgang naar bio based bouwen pas na 2050 duidelijk zullen zijn. De oorzaak hiervan is het sluiten van materialen in een gebouwde omgeving, die worden beperkt door aanhoudende voorraadgroei en de langzame voorraad van huizen. Oftewel: een onzeker onderdeel van de bouwsector. Dan komt hier ook de vraag, wat ik ook een beetje proefde bij de CU: moeten we dit dan wel willen op de lange termijn? Ook hebben de meeste circulaire gebouwen meerdere levensduren. Dit terwijl bio based bouwen een kortere levensduur heeft dan de bouwelementen als geheel. De circulariteit van bio based bouwen als geheel en als onderdeel van een bouwelement is nog niet helder en zal verder onderzocht moeten worden. De VVD ziet hier de oplossingen in het creëren van een methode waarin de impact van circulaire oplossen worden geëvalueerd en realistische scenario’s worden ontwikkeld met ondersteuning van zowel fabrikanten en experts. Zo kan er gekomen worden tot bijvoorbeeld een gecombineerde vorm van bio bases bouwen, bijvoorbeeld met baksteen en bio based materialen.
Op diezelfde manier kijkt de strategische verkenning, ruimte voor bio based bouwen, van het ministerie van Binnenlandse Zaken, LNV samen met de provincie Zuid-Holland ook naar circulariteit en bio based bouwen. Zo staat in de verkenning, ik citeer: een circulaire bouweconomie is onder andere gebaseerd op recycling van betonglas of staal, upcycling, denk aan afvalstoffen uit andere sectoren, hergebruik, bijvoorbeeld door kunststof kozijnen en het efficiënt gebruiken van natuurlijke grondstoffen, die geen risico op een uitputting met zich meebrengen. Bij de inzet van de nieuwe grondstoffen zijn oneindige
19/33
bronnen wenselijk en die tegelijkertijd ook bijdragen aan CO2 fixatie. Einde citaat. Wij zijn voorstander van dit soort innovaties, maar zien meer voordelen in de huidige manier van bouwen dan wel gecombineerd circulair bouwen. Ja, we staan voor de immense uitdaging om de opwarming van de aarde tegen te houden en iedereen een dak boven zijn hoofd te geven, maar we moeten realistisch blijven. Het realisme zit in de combinatie van een gecombineerde oplossing van soorten bouw als wel in planning en bouwelementen. Niet alleen in bio based bouwen. Er zijn genoeg kansen voor onze gemeente, maar dan moet het fundament wel betrouwbaar en valide zijn. Tijd voor meer onderzoek. Als laatste. Een goed verteld verhaal is mooi voor de bühne, dat hebben we gezien bij de beeldvorming, dat bleef me toch wel bij hangen. Het wordt nu gepresenteerd als niet perse dit stuk, maar het beeld van een soort halleluja verhaal, we hebben het ei van Columbus gevonden. We moeten wel realistisch blijven. Doe eerst meer onderzoek en kom dan met een punt van: dit moeten we gaan doen als gemeente. Als we het niet op lange termijn weten, moeten we dat eerst even uitvogelen. De heer Krieger: Ik had even een vraag. U gaf aan het begin van uw betoog aan, dat u zich baseert op wetenschappelijke stukken.
Ik was even benieuwd: welke stukken? De heer Jumelet: Ik heb toevallig de bron erbij, ik wist dat die vraag zou komen natuurlijk. Het gaat om de TU Delft, het komt van online library(..). Er is onderzoek gedaan naar betonpuin, betongebouwen en circulariteit. Ik zal de uitkomst van het onderzoek naar u toesturen, ik weet niet exact alles uit mijn hoofd, ik ga die stukken niet uit mijn hoofd leren. De heer Krieger: Graag. Mijn vraag was niet bedoeld: ik vertrouw u niet. Maar in het kader van het bespreekstuk kijken hoe iedereen erover denkt, ben ik daar zeer benieuwd naar. Zo was mijn vraag eigenlijk ingestoken, dus graag. De heer Jumelet: Dan gaan we het regelen. Wetenschappelijk, in die zin moeten we breder kijken. Niet alleen naar bio based, maar kijk naar een combinatie. Een idee is, of dat nou landelijk of hier in Lansingerland is, kijk eerst naar een tussenstap. Kunnen we een gecombineerde vorm vinden, terwijl ondertussen onderzoek gedaan wordt naar alleen bio based bouwen en dat we vervolgens volledig overgaan op bio based bouwen, dat we er een stap tussen hebben, zodat we zeker weten: hier staan we voor. Wat bij mij en mijn fractie leeft, klimaatbestendig zijn dat is inclusief neerslag. Als we naar hout kijken, we kennen de verhalen uit de Verenigde Staten waar alle huizen met hout worden gebouwd, die zien we allemaal wegvliegen bij het eerste zuchtje wind.
Natuurlijk, we hebben hier geen orkanen, maar als ik het KNMI met de WA voorspelling mag geloven, dan zitten windstoten hier toch echt wel aan te komen, is het niet over 10 jaar dan wel over 20 jaar. De heer Ruijtenberg: De vergelijking met de Verenigde Staten gaat natuurlijk niet op, het is een ander soort bouw die er gedaan wordt, dus die vergelijking gaat echt totaal mank. Vervolgens, de heer Jumelet had het over de TU Delft. Is de heer Jumelet bekend met professor dr. Ir. Jan-Willem van der Kuilen, die voorzitter is van de Bio Based (….) Group van de TU Delft. Hij geeft duidelijk aan, dat bio based bouwen de toekomst is, daar moet je naar toe, je kunt niet anders. Ja, andere dingen worden onderzocht. De PvdA heeft daar ook een vraag over gesteld: kun je met circulair bouwen, met hergebruik van beton, kun je daar wat mee doen? Ja, daar kun je wat mee doen, maar het blijft iets wat CO2 uitstoot, terwijl circulair bouwen CO2 opneemt. Bent u daarmee bekend, dat die onderzoeken weldegelijk uitwijzen dat dat de toekomst wordt en dat is behoorlijk wetenschappelijk. De heer Jumelet: Dat is ook zeker wetenschappelijk. Daarom geef ik aan: we hebben een tussenstap nodig. Je kan niet van het ene volledige naar het andere volledig gaan. Je kan niet van helemaal links naar helemaal rechts zweven, dus je zult een tussenstap moeten vinden om het uit te zoeken.
Als 1 onderzoek iets zegt, betekent dat niet dat altijd alles zo is. Ik voel het aankomen, u kunt zeggen dat dat met mijn onderzoek ook zou kunnen zijn, maar het is ergens een middenweg vinden. Staar je niet dood op 1 ding, maar kijk eens op de lange termijn, want we weten niet wat de bio based sector gaat doen in de toekomst, dat weten we niet. Ga eerst op onderzoek uit en kijk wat er voor Lansingerland wel en niet werkt. Natuurlijk, ik ben wel bekend met die meneer, ik steun dat in die zin volledig, maar ik denk wel dat we breder moeten kijken en naar meer opties moeten kijken want 1 optie lijkt me niet heel slim. De heer Ruijtenberg: U heeft brononderzoek gedaan bij de TU Delft. Wie bij de TU Delft is dan uw brononderzoek geweest
20/33
waarbij u aangeeft: we hebben een tussenstap nodig. Juist in bouwen. Wat de CU zegt, zij heeft gelijk, bij bestaande bouwprojecten die we nu al hebben, daar kunnen we kijken naar een hybride vorm, zoals ook WIJ heeft aangegeven. Je kan kijken naar gevelbeplating van bio based, je kan kijken naar isolatiemateriaal van paprikastengels, die daar verbouwd zijn, maar we hebben ook nog projecten in de pijplijn zitten, waar nog geen beslissing op genomen is, daar kan je weldegelijk van uiterst rechts naar helemaal links gaan, omdat je daarmee de toekomst hebt, want links is uiteindelijk de toekomst daarin. Wat is uw bron binnen de TU Delft? De heer Jumelet: Dan hoop ik toch dat het anders loopt. Bij de TU Delft is het het T2CA project, dat kunt u zo opzoeken, ik kan u ook de link daarvan toesturen, dat is geen probleem. Ik begin bijna een beetje in herhaling te vallen. U zegt dat links de toekomst heeft, dat we daar toch naartoe moeten, dat zeg ik ook, daar ben ik het mee eens, in die zin dat bio based bouwen de toekomst heeft. Maar voor mij en de VVD fractie is nog niet voldoende bewezen wat dat voor profijt mogelijk zou kunnen hebben voor Lansingerland.
Als we kijken naar veelvuldig onderzoek, dan zeggen we: het is een goede optie, maar de lange termijn, voor projecten die in de pijplijn zitten, natuurlijk moeten we daar kijken naar bio based bouwen, maar ik denk niet dat we dat overal in moeten gaan vastleggen. In eerste instantie kijken: kan het bio based. Dat is dan onze eerste optie, ik denk niet dat dat verstandig is. De heer Scheringa: Die tussenstap, ik wil toch even reageren. U zegt: we weten niet wat bio based bouwen gaat doen in de toekomst. We weten allemaal heel goed wat de huidige manier van bouwen doet in de toekomst en dat is niet goed. We kunnen een stap op de plaats, we remmen het nog wat af, want misschien gaat het anders niet goed, maar het gaat sowieso al niet goed. We kunnen van rechts naar links, als we traditioneel links zetten kunnen we naar rechts, maakt niet uit, maar het moet wel. Ik vind het toch lastig dat u denkt dat het wel in een tussenstap kan, want juist tussenstappen, mensen verantwoordelijkheid geven, het is moeilijk, ja, soms moet je gewoon even doordrukken en als overheid zeggen: het moet gewoon gebeuren, het is nu gewoon klaar. We zitten in deze ellende omdat we nooit doorgedrukt hebben. Ik kan nog de vraag stellen: wat vindt u ervan? Maar dat snapt u wel. De heer Jumelet: Ik vind het allemaal een beetje kort door de bocht. Natuurlijk willen wij het.
Het eerste wat ik zei: we moeten er naartoe. Zeker. Maar wel in die tussenstap waar wij meer heil in zien en in die zin de overgang makkelijker kunnen maken. Natuurlijk willen we er naartoe als VVD, we zijn er ons bewust van dat we een probleem hebben, zowel maatschappelijk als in de hele wereld, we moeten er echt wat aan doen, dat is klip en klaar. Dan vind ik het te gemakkelijk om te zeggen: de VVD wil niet meedoen. Natuurlijk, als we kunnen lopen we voorop, maar wel realistisch. Wat we ook weleens vergeten, het moet haalbaar zijn en de betaalbaarheid, daar heb ik ook nog niets over gehoord. Ik ben ook benieuwd wat het college daarover gaat zeggen, maar ik vind het kort door de bocht om ons zo af te doen. Beantwoording college Wethouder Muis: Allereerst dank aan de heer Krieger en de heer Ruijtenberg voor het agenderen van dit bespreekstuk voor de commissie. Heel goed om door te pakken op de presentatie van onze klimaatburgemeester Norbert Schotte. Heel goed dat jullie het initiatief hebben genomen om hierover met elkaar het gesprek aan te gaan en ook met het college. Ik kom straks terug op alle sprekers, maar eerst even een stukje vooraf. De indieners, daar wil ik gelijk op reageren. Neem ons mee, gaf de heer Ruijtenberg aan. Ja, zeker gaan wij dat doen. Ik hoop dat ook te doen door aan te geven waar we nu mee bezig zijn.
Het voortouw nemen, daar kom ik zo ook op terug, of dat inderdaad realistisch is, dat wij hier nu het voortouw in nemen. De heer Krieger, zeker willen wij daarover met u meedenken, met u als raad, breed, wil ik dat, wil het college, omdat we samen voor deze uitdaging staan, los van wat voor manier van besturen je wilt, maar ook daar sluiten wij aan, dat we het graag samen met u willen doen. Er is heel veel kennis al aanwezig heb ik gehoord, dus volgens mij kunnen we daar heel goed gebruik van maken. De presentatie die u heeft gehad, heeft de ambtelijke organisatie ook gehad. Wij zijn er zeker als college mee bezig, als
21/33
portefeuillehouder, maar ook de ambtelijke organisatie is zich verder aan het verdiepen en kennis aan het vergaren, maar we beginnen ook niet bij nul. We herkennen dus zeker de voordelen, de baten. We zien ook dat er een verandering plaats vindt in de sector en we willen dit ook stimuleren. Iedereen weet hoeveel woningen wij willen bouwen en dat heeft grote impact, dus daarmee kan het ook een grote positieve impact hebben als we dat wat duurzamer kunnen doen of als de ontwikkelaars dat duurzamer gaan doen. Die materiaalimpact is erg belangrijk bij die gebiedsontwikkelingen. Ook nu al kijken we naar de milieuprestatiematerialen, dat zit ook in de nota van uitgangspunten. Daar hebben we een score van de milieu-impact van gebruikte materialen, dat is al scherper dan wat het bouwbesluit zegt. In die zin kijken we daar al naar, maar het kan natuurlijk altijd meer en beter en verder. Bio based bouwen is een volgende stap in duurzaam bouwen. Een aantal van u had het daar ook over: we moeten breder kijken. Dat doen wij ook zeker, het is toekomstbestendig bouwen, het is natuurinclusief, het klimaatadaptief en bio based moet daar dus ook een plek in krijgen. Dat breder kijken, dat gaven VVD en PvdA o.a. aan, dus dat doen wij ook zeker.
Er werd gezegd: wat is realistisch, waar gaan wij over? Een beetje de zoektocht: moeten wij dat zelf doen? Moet de regio het doen? Moet het rijk het doen? Iedereen moet het natuurlijk doen, iedereen vanuit zijn eigen rol en mogelijkheden, daar kan het politieke debat over gaan: welke mogelijkheden ziet u, welke zien wij? Dan kom je ook bij: wat is realistisch? We hebben nog heel veel te bouwen, we hebben tegelijk ook heel veel bestaande processen, die willen wij inderdaad niet vertragen, dat werd ook door de heer Ruijtenberg en anderen gezegd, daar moeten we zeker voor waken. In de huidige markt is het lastig om bovenwettelijke eisen te stellen. Daar hebben we dus aandacht voor, we kijken ernaar, we scoren daar op. Tegelijk werd ook gezegd: vanuit het rijk moet ook iets gebeuren. Een motie van CU en D66, eind vorig jaar over: stimuleer via het bouwbesluit dat er meer vraag komt naar in Nederland geteelde bio-grondstoffen zoals vlas, hennep en een aantal andere grassen, ook olifantsgras, daar heb ik nog een goed voorbeeld van op Wilderszijde. Zeker, daar is interesse voor, het gaat breder dan hout. In de discussie hoor ik hout terug komen, maar het is veel breder dan dat. Het gaat ook over isolatie. Op hout kom ik terug, over de duurzaamheid en de voordelen daarvan.
Die processen wil ik niet openbreken, daar zitten financiële consequenties aan, maar tegelijkertijd, als ontwikkelaars dit willen. Zij zijn zelf ook aan het nadenken. Als de staalprijs 80% duurder is, dan ga je vanzelf wel nadenken over andere materialen. Het is ook niet zo dat grote partijen daarin gepusht moeten worden, ze zijn zelf ook op zoek: hoe kunnen we blijven bouwen, hoe kunnen we goedkoper bouwen. Door op te toppen heb je geen grondkosten, heb je geen verschillende materialen, kan je sneller realiseren, inhoud. Het biedt allerlei voordelen voor dat soort bouwers. Op mijn verzoek heeft de klimaatburgemeester ook een presentatie gegeven bij een themabijeenkomst van alle wethouder wonen in de regio Rotterdam, waarbij ook corporaties aanwezig waren en de provincie. In het begin waren ze sceptisch: we moeten het hebben over knelpunten, hoe zorgen we dat bouwen op gang komt. Maar na de presentatie waren ze allemaal super enthousiast, wie is waarmee bezig, hoe kunnen we van elkaar leren, hoe kunnen we kennis delen? Volgens mij was het heel goed om dat te doen en op die manier binnen de mogelijkheden die we hebben dat te verbreden. Waar hebben we dan veel meer mogelijkheden? Dat is in onze eigen projecten. Dat werd al aangegeven door de heer Zantman: start met een pilot. Dat gaan we ook doen. Dat is ook al met u gecommuniceerd via het collegewerkprogramma.
We willen kijken op Wilderszijde, om daar een schoolgebouw wellicht in houtbouw, om daar meer sturing aan te geven. Waar heb je meer het stuur in handen? Waar je zelf een grondpositie hebt. Dat maakt het wel makkelijker als je iets wilt uitproberen om van te leren, daar waar je de middelen hebt en er over gaat. Dan ga ik ook niet, net als de heer Blonk, al die punten aflopen. De vraag is inderdaad: via welke instrumenten kun je het beste sturen? De heer Scheringa deed aan cherrypicking, zo heeft iedereen een aantal andere, maar ik denk dat het goed is om verder te kijken en te onderzoeken, dat zal intern ook gebeuren: welke zijn kansrijk? We gaan niet zelf ernaast allerlei zaken opstarten, even los van de pilot die ik noemde, omdat er al heel veel gebeurt waar we bij aan kunnen sluiten. Dus initiatieven, netwerken, waar mogelijk sluiten wij aan,
22/33
zodat we niet zelf het wiel hoeven uit te vinden. Er is een kennisprogramma van de provincie: vernieuwers netwerk bio based bouwen. Ambtenaren delen daar kennis, doen projectbezoeken. We zijn laatst in Rotterdam geweest bij een bio based bouwproject, nieuwe woonunits van het Leger des Heils. Als u googelt kunt u het zelf ook vinden. Harstikke goed om daar verder met elkaar over na te denken. Dan ga ik nog even snel langs alle punten, waar de vragen zaten van de commissieleden. GL en CDA had ik gehad, de heer Scheringa ook, die had niet echt een vraag maar wat hij zelf voor ogen had. Ik denk dat dat heel goed is, want het is uw discussie, goed om te weten welke kant u met elkaar op wilt, dat helpt het college ook, daarom waardeer ik dit gesprek met u. De heer Blonk, antwoord op uw vraag: uitvoerend, college zoek uit hoe en wat. Wij gaan u meenemen, wat wij denken dat er kan. Tegelijkertijd kunt u zelf ook komen met uw ideeën en voorstellen. Mevrouw Maasland, dat ging over de termijn. Dat is natuurlijk heel lastig aan te geven, want het gebeurt al. Wanneer is het een mix, wanneer volledig bio based. Misschien nooit, misschien gaat het ineens heel snel, daar kan ik echt geen zinnig antwoord op geven op dit moment, maar weet dat we ermee bezig zijn, het volgen en alle kansen zeker zullen benutten. WIJ, de pilot, heb ik al benoemd. Als voorbeelden voorlichting, verlaagde bouwleges.
We hebben natuurlijk groene leges, goed om naar te kijken: wat zit daar in, zou dat hier ook kunnen? Regiobreed, ook een antwoord op gegeven. De heer Van Berkel noemde de motie. De subsidiestromen, hartelijk dank aan de heer Van Berkel, per 1 januari 2024, de ambtenaren luisteren ook mee, zij weten dat wellicht al. Wij houden natuurlijk al die regelingen in de gaten, zoals met allerlei energiemaatregelen en stimuleringsmaatregelen. Het vergt ook altijd wel weer capaciteit om daar weer regels voor te maken en plannen om dat recht te zetten, net als klimaatadaptief. Dan denk je: mooi, je krijgt geld. Maar je moet het wel kwijt kunnen in een project. Je hebt niet in één keer een project en projectleider, maar dat is een ander probleem. Dan de heer Jumelet, heel veel kennis is gewisseld. Ik zie het niet als: we moeten eerst een tussenstap. Het zijn dingen die naast elkaar en door elkaar plaats kunnen gaan vinden. Het punt m.b.t. hout. Hout gaat heel lang mee en het is vervangbaar. Je kunt het later ook makkelijker hergebruiken na sloop. Het biedt dan weer andere voordelen. Je zult een soort kosten/baten analyse moeten maken: misschien gaat het iets minder lang mee dan baksteen, maar baksteen is weer lastiger te hergebruiken na sloop dan hout. Volgens mij heb ik het zo gehad.
De voorzitter: De heer Zantman vroeg om een extra beeldvorming, maar de wethouder zei: we houden u op de hoogte. Ik hoorde ook nog iets over de technische en financiële kant. U gaf de subsidie aan. Maar misschien kan er door de heer Zantman op terug gekomen worden. Ik hoorde mevrouw Maasland zeggen richting de indieners: de termijnen. Tweede termijn De heer Ruijtenberg, GL: Ik wil de collega’s bedanken voor een overwegend louter positief reactie. Ik wil ook de heer Jumelet van de VVD bedanken, toch. Het is goed dat je hier discussie over hebt. Het is geen: ja, we zijn het allemaal eens met elkaar. Maar samen kom je ergens. Bedankt voor uw kritische blik, dat helpt ons allemaal. Ik wil ook de wethouder bedanken voor zijn positieve grondhouding. Het is goed dat we dit doen, dat we daarmee op hetzelfde spoor zitten en dat we echt iets willen gaan doen wat impact heeft. De PvdA had nog vragen gesteld, o.a. over: kan circulair bouwen ook helpen. Dat heb ik net al beantwoord: ja, het kan. Maar het is een tussenstap, want ook dat neemt geen CO2 op, want het blijft immers beton. Het voordeel van bio based bouwen is dat het CO2 negatief is, dus het neemt CO2 op. Werkt het vertragend? Nee, het werkt juist niet vertragend. Er zijn bepaalde projecten met name in tiny bouw, waar je binnen 1 dag huizen tot 65m2 kunt oprichten. Dat is er, daarmee wordt op diverse plekken geëxperimenteerd.
Dus het is zeker niet vertragend. Heel goed wat ook de wethouder noemde: je kan er namelijk ook mee optoppen. Dat is ook makkelijk te doen. Ook wij hadden in ons verkiezingsprogramma gezegd
23/33
dat we voornamelijk willen verdichten met bouwen. Dat kan je makkelijk doen door te gaan optoppen, dat is bij uitstek goed te doen met bio based bouwen. De termijn, die genoemd is door mevrouw Maasland van de CU, dat wordt wel een lange termijn. We gaan dit echt niet volgende maand of voor het reces doen. Als het aan de fractie van GL ligt, ik ga vast hulp inroepen van de griffie, gaan wij een initiatiefvoorstel maken, dat heeft gewoon tijd nodig, dat moet je goed doen, daar hebben we de griffie voor nodig, ambtelijke ondersteuning, uiteindelijk ook het college, want die moet er ook op reageren, die kunnen ook bedenkingen geven, dus dat gaat gewoon lang duren. Eerlijkheidshalve, ik denk zelfs niet dit jaar, maar dat het voor 2024 op de rol staat. Dat over de termijn. WIJ had nog iets gevraagd over een pilot. De wethouder heeft het al aangegeven: we kunnen een pilot doen. We kunnen natuurlijk ook verder nadenken over de pilots langdurige opvang Oekraïners 1 of 2. Daarbij zou je ook tijdelijke huisvesting kunnen doen. Er zijn genoeg dingen waar we aan kunnen denken bij pilots. Maar het belangrijkste is: we zijn positief, we willen er iets mee en we gaan vooruit. De heer Krieger, CDA: Allereerst dank aan alle andere fracties voor de inbreng en het meedenken en het geven van jullie standpunten. Overwegend positief. Meneer Jumelet, ik vond u helemaal niet zo negatief.
Dat klinkt gek, maar u bracht gewoon uw standpunt naar voren en uw standpunt is: u staat er voor open en ziet als middenweg een combinatie. Daar mogen we het over oneens zijn, maar dan weten we dat wel. In dat opzicht is het zeker niet negatief en het dwingt ons tot nadenken. Dank aan de wethouder voor de zeer duidelijke beantwoording. Heel positief, heel fijn om te horen dat er al ontwikkelingen gaande zijn, die waarschijnlijk niet meer te stoppen zijn en dat het college ook inziet dat het de toekomst is. Dan kort even, de heer Ruijtenberg heeft al een hoop vragen beantwoord, maar met name naar de CU: nee, natuurlijk is het iets voor de lange termijn. Ik hoorde ook iemand roepen: we moeten niet op de stoel van de ontwikkelaar gaan zitten. Eens, maar wij kunnen als raad wel de kaders schetsen en aan ontwikkelaars mee geven wat de wensen zijn. Dan zouden we bijvoorbeeld in de visie 2025 iets over kunnen vinden. De heer Ruijtenberg gaat een stuk voorbereiden voor volgend jaar, daar kunnen we allemaal over nadenken. Dus heel positief. Extra beeldvorming lijkt me op dit moment niet nodig. De wethouder heeft aangegeven: we houden u op de hoogte, het zit zeer goed in de materie. Prima, wat het CDA betreft. Voor de rest had de heer Ruijtenberg het allemaal goed beantwoord.
Ik wil u allemaal bedanken, want ik ga u wel zo verlaten na dit onderwerp, anders kost het me mijn huwelijk, dan ben ik ook een keer thuis. Zeer dank voor de beantwoording allen. Heel positief. Dank. Mevrouw Maasland, CU: Ik wilde nog kort ingaan op de eerste termijn van de heer Jumelet van de VVD. Ik wil een opmerking corrigeren, want wij zien het op de lange termijn zeker wel zitten. Ik weet niet waar dat misverstand is ontstaan, dat we het misschien niet zouden zien zitten. We stellen alleen de vraag wat de eventuele risico’s zijn, maar die zijn er volgens ons juist in de eerste periode, waarin sommige dingen misschien nog onzeker zijn en de deskundigheid misschien nog niet helemaal on top is in de sector en de sector misschien nog niet klaar is voor bio based bouwen als we met zijn allen roepen dat we dat wel willen. Tegelijk denk ik dat we als overheid de sector juist kunnen stimuleren in die ontwikkeling, bijvoorbeeld door strengere normen te stellen in de aanbestedingsprocedures landelijk. Het is echt een wisselwerking tussen aanmoediging vanuit de overheid aan de ene kant en de investeringen vanuit de sector aan de andere kant. Hoever die aanmoediging moet gaan is iets waar we het gesprek met elkaar over kunnen voeren.
Dat stapsgewijs overgaan naar BBB, zo noem ik het maar even, hoeft helemaal geen probleem te zijn, maar het moet geen excuus worden om niet helemaal over te gaan naar bio based bouwen. Het moet niet iets zijn van: dan doen we het wel met tussenstapjes. Wij willen wel streven naar het volledig overgaan naar, voor zover dat haalbaar is. Dan nog een reactie op het college. Ik had ook nog gevraagd naar de risico’s, maar ik kan me voorstellen dat daar pas iets zinnigs over te zeggen is bij het meer concrete voorstel. Als er wel iets over te zeggen is, hoor ik het graag. Zo niet, dan
24/33
snap ik het ook. Over de termijn: duidelijk en begrijpelijk. We vertrouwen erop, dat nu de kansen gegrepen worden en dat het onderzocht wordt. Kan de wethouder wel iets zeggen over de houding die hij voorstelt van de gemeente. Ziet hij meer een rol als sturend? Of meer stimulerend voor de ontwikkelaars? Wat een beetje effectief zou zijn hierin. Dat zou ons helpen om verder te kijken hoe we dit laten oppakken. Daar wil ik het bij laten. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Vanavond de discussie horend gingen mijn gedachten naar Zeeland, met name Schouwen Duiveland. Daar staan een heleboel houten huizen, neergezet in 1953 na de watersnoodramp. Geschonken door Zweden en Noorwegen. Die woningen staan er nog steeds en zijn nog steeds bewoond. Die staan er dus al 70 jaar. Het zijn houten woningen, bio based woningen avant la lettre. Ik moet zeggen: je kunt niet zeggen dat dat niet duurzaam is geweest. In die zin denk ik dat bio based bouwen, daar moeten we toch wel heel serieus werk van maken. Dank u wel. De heer Scheringa, PvdA: Dat wij enthousiast zijn over bio based bouwen, dat is wel duidelijk nu. Tenminste, ik hoop dat we het duidelijk overgebracht hebben. Mevrouw Maasland zei het ook: het is een beetje de rol van de overheid. Als PvdA zien wij wel meer een rol voor de overheid als sturend.
Je kan dingen aan de markt overlaten, dat is goed, maar wij denken dat als de overheid meer stuurt, dat je de markt makkelijker een kant op kan krijgen, dat is gewoon nodig. Als je het teveel vrij laat of nog teveel mogelijk laat voor geitenpaadjes en vertragingen. Nee, de overheid die sturend is, dat moet gewoon gebeuren met wetgeving. Op het moment dat je stuurt, moet je wel ondersteunend zijn aan de partijen die dat uitvoeren, je moet het niet tegenwerken, wel mogelijk maken en faciliteren. Ik zou zeggen: vanuit de overheid duidelijk zeggen: we gaan hierheen, er is geen andere weg, we moeten dit doen. Dat was het. Dank u wel. De heer Zantman, WIJ: Wat ons betreft is de toezegging van de wethouder ons op de hoogte te houden, de inzet van de pilot en de aankondiging dat de initiatiefnemers terug komen met een vervolg is voor ons voor nu afdoende. De heer Jumelet, VVD: Ik wil het toch een klein beetje uit de lucht halen. Als VVD streven we ook gewoon naar bio bases bouwen, dat moet gewoon, dat is heel simpel, dat is geen vraag maar een weet.
Wat we met die lange termijn, met die overgangstermijn bedoelen, doordat voor ons en misschien voor meerderen de lange termijn nog een beetje onduidelijk is, de bouwsector op zich en wat de effecten zullen zijn van bio based bouwen, denken wij dat je in de tussentijd misschien juist onderzoek kan doen en uiteindelijk kan komen tot volledig bio based bouwen. Daarmee schieten we niet volledig bio based bouwen mee af, we willen juist dat er goed onderzoek bestaat. We geloven heus wel dat het er is en als het er is, dan zien we het natuurlijk graag. Maar als we dat helder hebben, gaat de VVD voor 100% voor dat bio based bouwen, dan kunt u bij ons als eerste aankloppen om erover mee te denken. De heer Van Berkel, D66: Dank nogmaals aan de indieners en het college voor de beantwoording. Nog even reagerend op wat de PvdA zei en ook wat de CU als vraag opriep. We zijn met elkaar aan het ontdekken hoe we dit kunnen gaan vormgeven, wij hebben als overheid de antwoorden ook nog niet. Volgens mij, ik heb hier Bouwend Nederland voor me, een mooi kop: bio based bouwmaterialen zijn allesbehalve toekomstmuziek, we zijn er al volop mee bezig. Volgens mij moeten we echt samen met de sector kijken, met ontwikkelaars hoe we dit goed kunnen vormgeven. Kaderen waar nodig, het bouwbesluit heb ik ook als voorbeeld genoemd, misschien als gemeente. Maar we blijven uit de reflex: zo gaan we het doen.
Wij weten het ook nog niet. Volgens mij is dat een belangrijk uitgangspunt, waar we nu voor staan. De heer Scheringa: Ik heb niet de pretentie dat ik weet of dat de overheid weet hoe dingen moeten gebeuren, maar de overheid moet wel de stip op de horizon zetten en zeggen: we gaan daar heen. Dan is het aan de markt en aan de
25/33
bouwers: nu gaat het gewoon gebeuren. Ik ben bang, als we niet duidelijk die stip gaan zetten, dat mensen toch gaan vertragen. Kan je ze dat kwalijk nemen? Nee, dat kan je ze niet kwalijk nemen, natuurlijk, een ondernemer heeft zekerheid nodig, die kiest voor zekerheid. Maar als je een stip zet, dan is het goed. Dat artikel heb ik ook gelezen, ik weet niet van wie het was. Ik heb ook iets van een betonfabriek gelezen, die vond dat beton ook heel duurzaam was. Het is maar net hoe je kijkt. Dat er nog veel onzeker is, is goed, maar wij hoeven als gemeenteraad ook niet altijd het antwoord te hebben. De onderzoeken die de heer Jumelet gelezen heeft, draagt er ook allemaal aan bij. De stip op de horizon, dat zijn wij, dat moeten we doen. De rest komt dan als het goed is, dat kan niet anders. De heer Van Berkel: Dank voor deze nuance. Het is heel interessant. We hebben het over bronnen. Mijn belangrijkste boodschap is: de bouwsector heeft dezelfde opgave, staal wordt veel duurder, zij zijn ook bezig met CO2 en bouwen. Inderdaad, wij zijn voor de stip op de horizon, laten we echt de gelegenheid en de tijd nemen om te kijken hoe die stip op de horizon eruit ziet, want volgens mij kunnen we hem zelf op dit moment ook nog niet helemaal zetten. Wethouder Muis: Ik vind het wel mooi.
Hoe langer je met elkaar discussieert, dan komen die antwoorden vanzelf, dus die heeft u helemaal niet van mij nodig, volgens mij, maar ik zal proberen het samen te vatten. Kort gezegd, ja, risico’s, er zijn natuurlijk allerlei risico’s. Ik ga daar nu niet een antwoord op geven, wel op het financiële en technische wat je ook kan zien als een risico of uitdaging. Kijk technisch, er gebeurt ook al heel veel, een aantal van u gaf dat ook aan. Het is echt niet dat wij het verzinnen hier als overheid. De markt is er inderdaad al mee bezig. Er zijn best wel projecten door heel het land, ook grote projecten, in Rotterdam o.a. maar ook elders, dus die markt is bezig. Het is eigenlijk andersom: laten wij ook leren van de markt en kijken: hoe kunnen wij dat toepassen, hoe kunnen we daarover met elkaar in gesprek, wat kunnen we eruit halen. De kosten, ja, dat is altijd met nieuwe dingen: in het begin is het duur. Dat zie je met een Tesla, het instapmodel is nu € 40.000 of € 50.000, dat was eerst ook een ton. Als innovatie door gaat, wordt het op een gegeven moment vergelijkbaar of goedkoper. In sommige gevallen is het al goedkoper. De houtbouw, dat optoppen, dat is al goedkoper dan als je iets met beton of andere materialen verbouwt. Dat is een kwestie van tijd: hoe snel gaat de innovatie, op welk gebied.
Het risico van de financiën wordt dan kleiner en op een gegeven moment minder of positief. Dan de houding, dat is hier al gewisseld. De houding is: we zijn heel positief, maar we zijn ook realistisch. We willen het samen doen met ontwikkelaars en bouwers, maar niet alleen met hen, ook met corporaties, een hele belangrijke partij, zij doen heel veel aanbestedingen. We zijn met de provincie bezig, breder dan alleen de regio, om te kijken: hoe kunnen we hier gezamenlijk impact hebben? natuurlijk moet je zelf ook kijken binnen het project waar je zelf over gaat, maar je kunt meer snelheid en massa krijgen door gezamenlijk te leren van elkaar. Dat is de houding. Wij hebben ook niet alle antwoorden, in die zin hebben we nog veel te ontdekken met elkaar. Die stip op de horizon moet dan langzaam duidelijk gaan worden: wat wordt dan onze stip op de horizon voor het college maar ook vanuit u als raad. Dat is nog niet uitgekristalliseerd. De voorzitter: Ik heb gehoord dat op termijn X, ik ga het niet invullen, er een initiatief komt. Ik denk dat we dat met belangstelling tegemoet kunnen gaan zien. 6.b Verordening kwaliteit Uitvoering en Handhaving omgevingsrecht gemeente Lansingerland (2024) De heer Jumelet, WIJ: Ik zal het kort houden. Wat ons betreft is dit een hamerstuk, gezien het feit dat de juridische grondslag zich wijzigt omwille van de wetswijziging.
In die zin is het wat ons betreft een hamerstuk. De heer Van Berkel, D66: Daar sluit D66 zich volledig bij aan.
26/33
Mevrouw Maasland, CU: De CU ook. De heer Jumelet, VVD: Voor ons ook een hamerstuk. De heer Xhemaili, PvdA: Volgens mij is het een formaliteit. Een hamerstuk. De heer Ruijtenberg, GL: Ik sluit me aan bij de vorige sprekers. De heer Meuldijk, L3B: Het zal u niet verbazen, maar ook ik sluit me aan bij voorgaande sprekers. De heer Van Harn, CDA: Toen ik las: deze verordening stelt regels die voor alle gemeenten en provincies gelijk zijn. Toen wist ik het: een hamerstuk. De voorzitter: Dan heb ik alle fracties gehad. Naar de wethouder hoef ik niet te gaan, die gaat gewoon door met het omgevingsrecht. Goed, hamerstuk. Mooi zo. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: We hebben de reguliere voortgangsrapportage vandaag gekregen. Er zat ook bij o.a. een brief van het college aan de informateur bij de provincie van 26 april. Daar heb ik een opmerking over gemaakt. Even voor jullie, op verzoek van het presidium is een conceptbrief opgesteld, die de raad naar de provincie kan zenden over de N209, die in de top-3 staat van onveilige wegen. U heeft het waarschijnlijk allemaal in de kranten kunnen lezen. Misschien dat de wethouder daar even een korte toelichting op kan geven. Wethouder Fortuyn: De toelichting is dat de brief aan de informateur door een omissie is blijven hangen tussen het college en de griffie en dus pas vandaag verstrekt.
Zoals u kunt zien: 26 april is die brief al gestuurd. Dat is een gebruikelijke actie, die wij doen namens het gemeentebestuur om te reageren op dossiers die spelen in de gemeente Lansingerland, om die bij de informateur onder de aandacht te brengen. Daarin wordt ook de N209 benoemd. Dat is voordat het Sweco rapport en de kamerbrief gestuurd is inzake het onderzoek van de 525 N-wegen in Nederland. Het verzoek uit het presidium is geweest om een brief op te stellen, want het is wel een heel urgent gebeuren, om deze op te stellen. Die ligt nu voor in concept en is nog door u als zodanig te wijzigen. We hebben 2 brieven, eentje is naar de informateur, die is al verstuurd, dat zijn gewoon de dossiers die spelen in Lansingerland, waarvan je hoopt dat dat bovenaan de stapel komt tijdens de formatiebesprekingen. U weet hoe dat gaat, er zijn 65 gemeenten in Zuid-Holland, hoe dat werkt, maar we vinden het wel noodzakelijk om dat te doen. Daarna is Sweco gekomen en heeft het presidium besloten om in ieder geval actie te ondernemen op dit dossier. Dit ligt nu voor. De heer Jumelet sr, WIJ: Ik ben blij dat het college de brief aan de informateur geschreven heeft. In die brief wordt gewag gedaan rondom de N209. Daarmee stap ik door naar de brief rondom verkeersonveiligheid, die er nog uit moet.
Ik ben blij dat het college het signaal vanuit het presidium heeft opgepakt om daar een brief over te schrijven. Toen ik hem las, moest ik even denken aan de woorden van mijn collega Jan Alsemgeest, die bij de brief rondom RTHA zei: degenen die hem leest op de achterbank van de dienstauto moet gelijk gegrepen zijn door de urgentie die er heerst. Tegen die achtergrond heb ik ook naar deze brief gekeken. Het is ambtelijk een heel keurige brief, maar mijn fractie had hem eigenlijk een tandje scherper gewild, wel met een beetje flinke binnenkomer gezien de problematiek die er heerst en de discussies die al langdurig lopen, ook vanuit deze raad unaniem gesteund om daar aandacht voor te vragen, het geld dat we daarvoor beschikbaar hebben gesteld, maar nu zeker nog een keer versterkt door een notering in de top-3 van meest onveilige wegen, dus we hebben nogal een flinke boodschap richting
27/33
het provinciebestuur. Mijn vraag is aan de wethouder, aan het college of de brief toch nog wat scherper kan worden gemaakt, met name in de aanvang van de brief, waar we flink de deur intrappen als Lansingerland en zeggen: joh, er is hier echt een probleem waar jullie echt mee aan de slag moeten, want we vragen er al zo lang om, we hebben er geld voor gevoteerd en wij willen nu, zeker met het oog op de toekomst, A16, wat keurig in die brief wordt verwoord is. Ik zou de brief à la de RTHA-brief destijds echt een beetje scherper willen. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Ik ben het volledig eens met de aanvulling, die de heer Jumelet sr. aangeeft. Ik vind het verder een goede brief, maar dat kan even iets scherper. In het presidium is afgesproken dat de brief gestuurd zou worden aan de formateur van Zuid-Holland. Dat gebeurt nu niet, het gaat nu naar GS toe. Mijn voorstel is om de brief te sturen naar de formateur en naar Provinciale Staten, dus niet te sturen naar GS, die demissionair is en in feite op zijn laatste benen loopt, maar wel in c.c. naar GS te sturen. Provinciale Staten is net begonnen aan zijn 4 jaar, die zijn echt aan zet. Er wordt onder leiding van formateur Arie Slob gewerkt aan een nieuw college, daar moet die brief neergelegd wordt. Dus zeker aangeven n.a.v.
die eerste brief, waarin summier wat staat over de N209, maar nu echt over het onderzoek naar die 525 wegen, dat de N209 daar gigantisch in uitspringt in de top-3. Dat was het. De heer Ruijtenberg, GL: Aangaande de brief over de N209, die verstuurd moet worden: ik sluit me volledig aan bij de woorden van de heer Blonk en van de heer Jumelet. We moeten inderdaad scherper, maar ook wat wij in het presidium hebben afgesproken, dat is juist, wat de heer Blonk zegt, hij moet inderdaad naar de informateur toe, die kan er wat mee doen. Het college van Gedeputeerde Staten, ik val een beetje in herhaling, die doet hier niet zoveel mee en loopt inderdaad op haar laatste benen. De heer Blonk heeft gewoon gelijk daarin. We willen het graag aangescherpt hebben. Het is mosterd na de maaltijd, want de brief naar de informateur is al verstuurd op 26 april, maar ik mis daar gewoon dingen in. Men geeft aan met het oog op de totstandkoming van het coalitieakkoord, brengt het college een aantal zaken onder de aandacht. Vier dingen worden daarin benoemd, maar juist het grote thema van de komende jaren en ook iets in uw eigen coalitieakkoord, de vorige had ik altijd bij me maar ook deze draag ik elke dag bij me, er staat een heel hoofdstuk in over Lansingerland duurzaam, energietransitie voor de glastuinbouw en gebouwde omgeving, maar ook over klimaatadaptatie, ik vind niets in de brief.
Van de heikele punten die we hadden, juist met het voormalige college van Gedeputeerde Staten, over de windenergieopgave, er staat niets in. We kunnen er niets meer aan doen, het is mosterd na de maaltijd, u hoeft er dus ook niet echt antwoord op te geven, want u doet er niets meer mee, maar ik vind het wel een gemiste kans. De heer De Ruiter, CDA: Ik las de brief aangaande de N209, ik lees dat er € 475.000 beschikbaar wordt gesteld en wij verwachten van u ook een financiële bijdrage aan het onderzoek. Wat als de Staten nee zeggen? De heer Van Berkel, D66: Volgens mij hebben we het er de vorige keer over gehad, maar ik laat de beantwoording aan de wethouder. Ik had wel een vraag over het onderwerp. In de brief aan de formateur geeft het college aan: we werken goed samen met dit integrale onderzoek, we zetten deze samenwerking graag voort. Van mij had het wel een tandje scherper gemogen, dat we die financiële bijdrage nog even hadden moeten noemen. Maar ja, dat is nu te laat. Maar ik vroeg me wel af wat nu de stand van zaken is met die samenwerking. We geven in de brief aan de formateur aan, dat die wel goed verloopt, maar is er ook zicht op een mogelijk financiële tegemoetkoming? Daar ben ik benieuwd naar. De heer Scheringa, PvdA: Ja, scherper stellen, zeker, lijkt mij ook goed. Ik zou hem ook smarter
28/33
willen maken. We vragen nu een financiële bijdrage. Als de provincie zegt: alsjeblieft, hier heb je € 5 zijn we klaar. Misschien is het een idee om te zeggen: we willen 100%, 70% of 50% hebben. Om het wat smarter te maken is dat zeker goed. Naar wie de brief moet, dat weet ik niet. De heer Blonk: Is het misschien een idee om erbij te zetten dat het een substantiële bijdrage moet zijn? Zonder een bedrag te noemen. De heer Scheringa: Ja, als het helder is. Meer dan € 5, in die zin is het wel goed. We hebben het er verleden keer over gehad. Ik kan leven met die toevoeging, meneer Blonk. Naar wie de brief moet, ik heb geen idee, als iemand er maar wat mee doet. Als dat de informateur is, is dat goed. Ik ben nog wel benieuwd naar de stand van zaken aangaande het onderzoek. In februari bij de behandeling is gezegd dat we elk kwartaal op de hoogte gesteld worden, dus ik hoop dat we dat dan binnenkort ontvangen. Misschien dat de wethouder daar nog heel kort iets over kan zeggen. De brief aan de informateur. Wat collega Ruijtenberg zegt, ja, wij missen ook duurzaamheid. Het staat heel kort genoemd in de inleiding en daarna, ik heb 4 keer gekeken, zie je het gewoon niet meer terug. Ook zeker het warmtenet was wel iets om onder de aandacht te brengen van de informateur en aan de onderhandelende partijen.