CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV23.0017] Verslag commissie Algemeen Bestuur van 8 februari 2023

Commissie Algemeen Bestuur 15 maart 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering31.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

11/32

van de huidige strategie, zou ik willen voorstellen. De grond ligt braak, er vindt dus geen ontwikkeling plaats, ook geen ontwikkeling die maatschappelijke waarde creëert. Het kost € 800.000 per jaar, begrijp ik uit de stukken van de GR. Dat geldt kan je stoppen in de uitgifte van grond. Er zijn initiatiefnemers. Lentis, volgens mij, Horti Science ondernemers die daar dingen willen ontplooien en dat kan dus nu niet, want er is een stop op de uitgifte. Dat is ook niet vooruitgang boeken, als consequentie. Ik denk dat we een andere strategie moeten kiezen. Namelijk, dat is meteen een antwoord op de vragen van de heer Philippens, nogmaals dank voor het agenderen van zijn bespreekpunt. Ten eerste: hoe is onze verhouding met de provincie Zuid-Holland op dit moment. Het college schrijft zelf dat de provincie hen compleet verrast, dat is andersom ook zo, daar hoef ik niet heel veel verder aan toe te voegen vanuit mijn positie. Vraag 2 is: wat zijn onze mogelijkheden? Dat is mijn gedachtenrichting op dit moment, graag een reflectie erop van collega’s maar ook van het college. We kunnen doorgaan op dezelfde weg met hetzelfde resultaat. Of het college vragen om het nodige huiswerk ter hand te nemen. Dat huiswerk ziet er als volgt uit, dat zijn 2 punten, ik ben overigens benieuwd of we daarin samen kunnen optrekken.

Welke maatregelen die tenminste uitgevoerd moeten worden ten behoeve van een gezonde leefomgeving en ruimtelijke inpassing en hoe die bekostigd worden. Dat is een letterlijk citaat uit het memo beslissingsinformatie. Het tweede, onderzoeken een actualisatie van de financiële onderbouwing van het ontwikkelperspectief en een uitgebreide risico-inventarisatie, zoals al het voornemen was, inclusief een kritische beoordeling daarvan door een onafhankelijke partij. Nog een vraag aan het college tot slot. De provincie vroeg u nieuw onderzoek te doen naar wind, aan te leveren voor 15 december. Wat is de stand van zaken m.b.t. wind? Wanneer is het college voornemens om een besluit tot plaatsing te nemen? Dank u wel. De heer De Graaf, VVD: Dank aan de heer Philippens voor de agendering en het indienen van het bespreekpunt. Dank aan de heer Fortuyn voor de uitgebreide inleiding. Het plaatst het bespreekpunt in een iets ander perspectief, maar toch niet helemaal. Een aantal insprekers en ook wij zijn er nog niet helemaal gerust op. Om bij beeldspraak te blijven, zou je kunnen zeggen: de slag is gewonnen, maar de strijd voorlopig nog lang niet. In november in de commissie ruimte in dit huis hadden we een soort collectieve verontwaardiging over de proactieve aanwijzing Driehoek Noordpolder, een beetje vergelijkbare casuïstiek, waarbij we overvallen werden door de provincie.

En nu weer een situatie, waarbij toch enige verontwaardiging is, die ook hier vanavond uitgesproken is in deze raad. De vorige keer hebben wij als VVD en ik persoonlijk ook daar zware woorden aan gegeven. We zijn er nu een stuk genuanceerder in. Op het moment dat het zich nu weer voordoet, past het ons ook om te reflecteren op onszelf, waar we staan als gemeente en wat we gedaan hebben. Waar de heer Van den Beukel aan refereerde, anderhalf jaar geleden hebben we het ontwikkelperspectief vast gesteld. Hoe solide is dat ontwikkelperspectief? Hoe hard is dat? Hoe compleet is dat? Hoe volledig is dat? Zitten de risico’s erin? Is het financieel solide? Want financieel heeft de provincie er wel een bepaalde rol in als moeder van onze financiën. Ze kijken er kritisch naar, we zijn er onlangs ook doorheen gegaan. Er zit toch een aantal uitgangspunten in, waarvan we het ons voor kunnen stellen, dat er niet echt comfort bij de provincie op zit. Het financiële perspectief, financiële risico’s, het risico dat je in de letterlijke tekst expliciet of impliciet terug ziet, de provincie vindt daar wat van. Een deel van het discomfort bij de provincie komt daar vandaan. Het tweede punt van reflectie: hoe effectief zijn we nou werkelijk in onze bestuurlijke contacten met de provincie? We hebben vaak in dit huis gezegd, dat er korte lijntjes zijn, goed in gesprek zijn.

Maar het betaalt zich op een bepaalde manier niet uit. Het is toch heel erg jammer dat vast te moeten stellen. Er ligt natuurlijk een enorm dilemma. Woningen zijn enorm noodzakelijk voor onze gemeente om onze eigen inwoners te huisvesten en om ook aan een aantal bredere maatschappelijke opgaven te voldoen. Maar dat is wat ons betreft niet voorwaardelijk. Dat hebben we op die manier ook ingebracht en vastgesteld met elkaar d.m.v. de motie Van As. Het besluit van de provincie is een duidelijk signaal. We moeten ons werkelijk afvragen hoe groot de kans is dat uiteindelijk als alle slagen gevoerd zijn en de strijdbalans wordt opgemaakt of er dan werkelijk iets anders besloten wordt. Met de tijd die ons nog rest, het proces dat voor ons ligt en de resultaten die wethouder Fortuyn vanmorgen bereikt heeft, ligt er nog een enorme kans om wel vast te houden aan de koers die we hebben ingezet. Aan de andere kant zou je ook moeten vaststellen, dat onze kansen toch wel enigszins gekeerd zijn en dat we ons ook moeten voorbereiden op andere scenario’s dan het ontwikkelperspectief dat we indertijd hebben vastgesteld. Mevrouw Verhoef: Ik zou graag willen weten: waarom denkt u dat onze kansen gekeerd zijn? Dat hoor ik niet uit het verhaal van wethouder Fortuyn.

Ik schat de situatie ook niet zo in, op basis waarvan concludeert u dit nu? De heer De Graaf: Wethouder Fortuyn heeft vanochtend een goede slag geslagen, laten we daar eerlijk in zijn, als we de terugkoppeling zo terug horen van wethouder Fortuyn. Maar de kaarten liggen er zoals ze liggen en de besluiten zijn genomen op basis van achterliggende motivatie en argumenten vanuit Gedeputeerde Staten, die we ongetwijfeld niet allemaal volledig kennen, maar er is een bepaalde drijvende kracht, die een bepaalde tegenkracht voor ons organiseert en die is niet helemaal weg. Ik zie hem niet, ik ken hem niet. Vanochtend een mooi resultaat, maar er zit een bepaalde kracht achter vanuit de provincie, die wij niet goed kennen en onvoldoende invloed op hebben en die zich ongetwijfeld verder in het proces zal blijven openbaren.

12/32

Daarom is dat bestuurlijke contact zo belangrijk, om juist daar zicht op te krijgen en daar het gesprek over te hebben en niet over kaartjes en dat soort dingen. Al met al zien we eigenlijk 2 acties voor ons. Een sluit een beetje aan waar collega Van den Beukel op suggereerde, een onderzoek naar de financiële stand van zaken en de risico’s van het ontwikkelperspectief, actualisatie van financiële cijfers, ramingen op basis van actuele uitgangspunten. In die zin ziet het jaar 2023 er heel anders uit dan 2021 met alle inflaties, Oekraïne en alle kostenontwikkelingen, die we hebben meegemaakt. Daarnaast toch eens even nadenken over plan B, C of D voor dat betreffende gebied. Nogmaals, het is misschien een beetje vloeken in de kerk. De heer Jumelet: Van het CDA is bekend, dat ze niet willen. Maar de VVD was destijds voor het ontwikkelperspectief. Neemt u nou afstand van het ontwikkelperspectief, omdat we in deze strijd de slag gewonnen hebben, omdat er een aantal slagen is. Dat u op dit moment zegt: dat ontwikkelperspectief, misschien moeten we daar afscheid van nemen. Gaat u dan de koers varen op deze binnenstedelijke locatie zoals het CDA? De heer De Graaf: Er is ruim voldoende gezegd. Nee, we nemen er geen afstand van. Integendeel. Maar we weten ook, dat is vaak genoeg herhaald hier in het huis: regeren is ook vooruit zien.

Zoals de kaarten nu liggen, moeten we ons professioneel voorbereiden op ook iets anders dan het ontwikkelperspectief. Wij houden er zeker aan vast, ook niet voorwaardelijk. De heer Jumelet: Onze raad heeft een besluit genomen over het ontwikkelperspectief, de raad van Zoetermeer. Dan zou het ons toch heel erg sieren om juist de rug recht te houden en om die strijd ook echt te gaan voeren, ook in het belang van de grote opgave, die er ligt rondom woningbouw. De heer De Graaf: Ik heb niet gezegd, dat we die strijd maar moeten gaan voeren. Ik wil alleen pleiten voor een voorbereiden op een teleurstelling en een aantal andere kaarten in de achterzak hebben op het moment dat die situatie zich onverhoopt voordoet. Als het toch mis gaat, dat hele traject, over een jaar, alle zienswijzen en andere trajecten en we hebben niet een plan B, C of D in de achterzak, dan verliezen we heel veel tijd voordat we dat gebied daadwerkelijk maatschappelijk nut kunnen geven. De heer Weerheijm, D66: Er is al een hoop gezegd vanavond, dus ik probeer niet al te veel in herhaling te vallen, maar dat zal toch een beetje gebeuren. Allereerst nog even dank aan de wethouder voor de terugkoppeling van wat er de afgelopen tijd allemaal is gebeurd naast alle brieven en dergelijke die we hebben gekregen. Ik wil me toch wel even aansluiten bij de woorden van de heer Markus en een paar sprekers voor me.

Los van wat je standpunt is, het is eigenlijk niet meer zo goed uit te leggen. Toevallig gebeurde het mij de afgelopen week tot 3 keer toe dat mensen mij vroegen: waar kom je vandaan? Ik zei: Lansingerland. Zij: waarom woon je daar? Ik: hartstikke mooie gemeente allereerst. Mensen zeiden: dat is toch van dat station, waar helemaal niets omheen is, waar ik best wel zou willen wonen, maar ik kan er niet wonen, want er is helemaal niets. Waarom is dat zo? Ik zei: heb je een kwartier met koffie erbij, dan kunnen we even gaan zitten over wat hier allemaal is gebeurd. Ik vind het best vervelend, dat is een zwaar woord, maar het is best wel naar dat dit opnieuw op de agenda staat. Het is eigenlijk best wel teleurstellend dat we weer in dat stadium zitten, los van of we nou voor of tegen zijn of wie schuldig is, of er sowieso een schuldvraag is. Het is geen mooi beeld voor het aanzien van het openbaar bestuur, dat op dit moment al niet heel best is, zoals door eerdere sprekers ook al is genoemd. We hebben de proeftuin Bleizo aangenomen als raad met een hele dikke motie erbij van de heer Van As, waar de raad toen unaniem mee heeft ingestemd. Heel veel zorgen die er leefden in de raad zijn mee gegeven. We zijn ook blij dat het college de kaders, die we hebben mee gegeven, blijft verdedigen ook bij de provincie. Waar staan we dan nu? Ik hoor oproepen tot onderzoek.

Ik ben benieuwd hoe het college daar naar kijkt, maar voor mijn fractie is de status op dit moment wel helder. We hebben een duidelijk aanbod gedaan van wat er kan vanuit Lansingerlands en Zoetermeers perspectief met Bleizo, namelijk ontwikkeling van woningen op een goed en centraal gelegen plek. Dat is niet alleen belangrijk voor Lansingerland, niet alleen in het belang van Zoetermeer, maar ook in het belang van de regio. Het is nu aan Provinciale Staten om daar een keuze te maken m.b.t. wat we daar nou gaan doen. Los van wat dan de uitkomst daarvan is, het is fijn als daar duidelijkheid over komt voor ons als gemeente, maar ook voor de gemeente Zoetermeer, voor de regio, eigenlijk gewoon voor iedereen, ook voor potentiële inwoners van de nog te ontwikkelen wijk. Wel de aantekening: we hebben als Lansingerland best hoge ambities, ook als het gaat om woningbouw. Als het niet lukt op Bleizo, dan weet ik ook niet heel veel plekken waar het nog wel zou kunnen. Dus de groei die we voor ogen hebben, hoeveel betaalbare en sociale woningbouw die we willen gaan doen, dat kan niet echt op een andere plek dan Bleizo-west. Dat is wel een consequentie waarmee we moeten leven. Los van wat er besloten wordt.

De oproep van mijn fractie zou vooral zijn: Provinciale Staten, het is gewoon tijd dat er een besluit genomen wordt, beslis alsjeblieft wijs en luister goed naar de standpunten van Lansingerland. Zoals ik hoor van de wethouder wordt daar ook heel goed naar geluisterd, waar we ook echt heel erg blij mee zijn. Dat is in ieder geval ons standpunt voor deze eerste termijn. De heer Ruijtenberg, GL: Ik heb al een aantal collega’s horen praten over zorgen die ze hebben over Bleizo-west en het hele proces. Het zijn zorgen die wij als fractie van GL wel delen. Laat één ding duidelijk zijn, deze fractie van GL heeft besloten dat wij voor het ontwikkelperspectief zijn van Bleizo. We hebben een grote woningbouwopgave, we hebben een gebrek aan sociale woningen en wij zien dat

13/32

gecombineerd in Bleizo als goede mogelijkheid om daar te voldoen aan de sociale woningbouwopgave en aan de woningen die wij moeten bouwen. Echter, er is ook gesproken over dilemma’s. Dat dilemma erkennen wij, onze provinciale fractie zit heel anders in de wedstrijd, zij houden Lansingerland vast aan de inspanningsverplichting m.b.t. windenergie. Ook dat delen wij. Deze fractie vindt ook dat wij moeten inzetten op windenergie, we hebben een inspanningsverplichting, we moeten dat gaan leveren. Gezien dat Schiedam uit het windconvenant is, niet eruit gestapt maar wel aangegeven dat ze geen activiteiten zullen ontplooien, kan ik me zomaar voorstellen dat dat voor de Provinciale Staten nog meer een aanleiding is om voor Lansingerland vast te houden aan die inspanningsverplichting die we hebben. Dat betekent dus dat we nadrukkelijk aan de lat staan om echt aan te geven waar we die energie kunnen gaan plaatsen op een andere plek. Wat ons betreft moeten we het hele grondgebied van Lansingerland daarin meenemen om te kijken wat de mogelijkheden zijn, wetende dat de provincie vast houdt dat het in lijn moet zijn met de infrastructuur de A12 of een spoorlijn. Niet alleen dit college maar ook alle voorgaande colleges hebben ongeveer 12 jaar op hun handen gezeten als het aankomt op windenergie. Ik heb er heel vaak op aangedrongen dat we daar echt mee moeten gaan.

Ik wil het college nogmaals oproepen om echt met gezwinde spoed daar iets mee te gaan doen. Anders kunnen we bebouwing van Bleizo-west wel op onze buik schrijven, het zal er niet gaan komen. Ik heb een aantal mensen nadrukkelijk de zwarte piet horen geven aan Provinciale Staten, los van het feit dat ik sowieso niet van zwarte pieten ben, maar ik vind ook nog een keer, het is natuurlijk ook andersom. De heer Van den Beukel zei terecht: wij hebben de provincie enigszins verrast door aan te geven dat wij daar woningbouw willen. Dat staat nergens in provinciaal beleid, dus we kunnen niet alleen de schuld aan de Provinciale Staten geven, dat ze een onbehoorlijk bestuur hebben, we moeten ook de hand in eigen boezem steken en durven aan te geven dat we dingen eigenlijk niet goed gedaan hebben. Als ik de brieven lees van Provinciale Staten dan maak ik me zorgen. Ze geven aan, dat er niet gebouwd mag worden, dat hier ook geen arbeidsmigranten moeten komen. Maar ze geven ook nadrukkelijk aan, dat men zich zorgen maakt over de leefomgeving en of het goed ingepast kan worden. Ik wil me daarom wel aansluiten bij de heer Van den Beukel, laten we daar een onderzoek naar doen en nogmaals goed gaan kijken hoe we de leefomgeving gaan aanpassen. Ook omdat nu weldegelijk meer sociale woningbouw daar moet gaan plaatsvinden, want wij moeten namelijk naar die 30% toe.

Als we naar 30% moeten binnen de gemeente, kunnen we daar niet 30% neerzetten, want dan blijven we altijd achter de feiten aan lopen. Dus we zullen meer sociale woningbouw moeten. Dat geeft ook een ander woningprogramma. Maar ik kan me ook voorstellen dat daarmee de financiële mogelijkheden ook nog een keer onderzocht moeten worden. Ik wil dus het college oproepen om 3 dingen te doen. Goed kijken naar hoe de leefbaarheid ingepast kan worden. Ga goed kijken naar hoe de financiële draagkracht hier is, ook omdat de provincie meekijkt met ons. Ga ook echt aan de slag om nu echt een keer aan te geven waar windturbines kunnen komen. Die 3 dingen hebben we nodig. Daar wil ik het nu voorlopig in de eerste termijn bij laten. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik ben blij dat de heer Philippens deze brief heeft geagendeerd. Ook wij waren geschrokken van het feit dat het erop leek, zo stond het ook zwart op wit, dat Bleizo-west op de lijst was gekomen van niet te transformeren bedrijventerreinen. Voor een fractie die het heel belangrijk vindt en het ook heel urgent vindt, dat er meer wordt gebouwd, meer betaalbaar, meer sociaal, was dit natuurlijk een niet te verteren feit. Dus daar schrokken wij van. We wisten ook: vandaag 8 februari staat er een Statenvergadering aan te komen. We zijn ook heel blij dat wethouder Fortuyn daar toch heeft ingesproken.

Hij gaf zelf aan: dat was best wel lastig, hoe doe je dat netjes in verhouding naar de provincie toe. Maar we zijn heel blij, dat hij dat heeft gedaan. Hij gaf daar ook heel duidelijk aan, dat er een enorme woningnood is in Lansingerland en in de regio. Als we nu deze kans niet grijpen om daar te gaan bouwen, dan zit de woningbouw voor 10 jaar compleet op slot. Heel mooi ingesproken. Het werd daar natuurlijk ook meteen duidelijk dat de gedeputeerde toch op haar schreden terug keerde en, zoals de heer Fortuyn ook aangaf, duidelijk heeft gezegd: het is echt wel bespreekbaar om Bleizo-west van de lijst van niet te transformeren bedrijventerreinen af te halen. Dan kan het proces, dat heeft ze zo gezegd, dan kan het proces van overleg met Lansingerland en Zoetermeer gewoon doorlopen. Dat is in mijn ogen zeer positief. Ze heeft ook gezegd, dat tijdelijke huisvesting voor de opvang van Oekraïners, asielgerechtigden en andere spoedzoekers op deze locatie mogelijk moet blijven. Dus ik zie voorlopig positieve zaken. Ook de commissie, de verschillende fractieleden, hebben heel duidelijk hun bijval laten zien, vielen de heer Fortuyn bij: ja, we moeten toch snel woningbouw kunnen realiseren op Bleizo-west, want dat is super urgent. Ook dat is weer een positief punt. Zij steunden ook het voorstel van gedeputeerde Anne Koning.

Ik hoor de heer Fortuyn ook zeggen, als ik het goed genoteerd heb: wij lopen niet weg voor de windenergie-opgave. Ik hoorde hem ook zeggen, dat er wel een aantal opties is. Er moet nog van alles en nog wat worden doorgerekend, maar ook dat pikte ik op als een positief signaal. Wat er ook is gezegd door de verschillende Statenfracties, ik let een beetje op mijn tijd, wij voelden ook wel bij de verschillende Statenfracties, kijk, de windenergieopgave is belangrijk, ook mijn fractie vindt het belangrijk om aan de duurzaamheidsopgave te werken, maar verschillende Statenfracties hebben gezegd: ja, misschien zijn ook andere opties zoals zonnepanelen, aardwarmte, getijdencentrales aanvaardbaar, we vinden die woningbouw echt ontzettend belangrijk. Dus er zit nog wel speling in,

14/32

mochten de activiteiten die wethouder Fortuyn en de andere collegeleden nu ondernemen voor de wind niet slagen. Dan ga ik afronden. Ik ben de heer Van den Beukel ook bijzonder dankbaar voor zijn uiteenzetting. Hij ging even in de helikopter boven Bleizo-west hangen en ook boven onze eerdere bestuurlijke perikelen. Hij heeft duidelijk aangegeven: er lag ook echt wel heel duidelijk huiswerk voor het college van Lansingerland op de punten, die hij noemde over onderzoek naar gezondheid, de leefbaarheid, financiële risico’s enzovoorts. Dat heeft het college bij mijn weten tot dusverre nog niet in detail opgeleverd, maar die kans ligt er nog om dat wel te doen. Ik wil echt de VVD-fractie oproepen: blijf positief. Je kunt altijd over een plan B nadenken, maar plan A is: we gaan alles op alles zetten om samen met Zoetermeer hier verder te werken aan de mogelijkheden om betaalbaar te gaan bouwen op Bleizo-west. We hebben daarbij zeker de steun van de Statenfracties, zoals het er nu naar uitziet. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Dank u wel, commissieleden, voor uw inbreng. Ik wil toch een paar dingen wat meer in perspectief plaatsen. Ik ga zeker niet mee met de gedachte van de VVD om reeds nu al plan B te maken en in de achteruit te gaan. Ik denk juist dat we op het kruispunt staan om met elkaar potentieel stappen te kunnen zetten.

Ik hoor net de reflectie van het CDA. Terugkijkend. De heer De Graaf: Dat achteruit gaan, daar voel ik me wel door aangesproken. Plan B of C of D in het kader van regeren is vooruit zien, dat is iets anders dan achteruit gaan, tegenhang, negatief zijn. Dat zijn wij absoluut niet, wij houden zeker de moed erin. Wethouder Fortuyn: Dat is fijn. Ik dank u voor deze bijdrage, want dan verstaan we elkaar in ieder geval goed. De vragen die door het CDA aangezet zijn over onderzoeksvragen, die vragen zijn ook door ons gesteld, ook door u gesteld. Ik kan de motie van de VVD nog wel even herhalen. Echter, al die elementen die u noemt zijn ook besproken in het overleg met de provincie en in de zomer ook met BZK. Dan maak ik meteen even een bruggetje naar BZK, de 2 gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Want ook BZK zag de potentiële kansrijkheid van dit gebied om er 4.000 tot 6.000 woningen met alle proeftuin-elementen die erin zitten tot ontwikkeling te brengen. Men heeft ook gezocht: hoe komen wij nu verder? We zagen dat in de gesprekken en de vragen die gesteld werden door de provincie, dat je feitelijk onderzoek moet doen wat eigenlijk de ontwikkelstrategie is, waarvoor het budget van € 450.000 of € 500.000 reeds anderhalf jaar of een jaar op de plank ligt van Bleizo-west, de ontwikkelorganisatie, de gemeenschappelijke regeling.

Echter, in diezelfde motie wordt opgeroepen dat we die gelden, die onderzoeken, pas mogen aanwenden op het moment dat er enig zicht is dat wij mogelijkerwijs daar zouden mogen bouwen. Dus we moeten de context nu wel compleet hebben. Onze inzet hebben we ook gedeeld met de provincie. Doordat de vraagstelling en de onderzoeksvragen niet 1 op 1 liepen, want we konden het wel onderzoeken, maar wat is dan de volgende vraag, hoe gaan we de volgende vraag formuleren, hoe houden we elkaar dan aan het werk, zonder dat er enig zicht is, dan wordt het wel lastig. Ik heb het letterlijk genoemd: op deze manier gijzelen we elkaar in het gesprek. Mevrouw Verhoef: Ik begrijp nou niet helemaal wie nou wie gijzelt. De wethouder verwijst naar de motie. Tegelijkertijd is er zwart op wit vanuit de provincie, vanuit Gedeputeerde Staten al in het verleden, in het najaar of eerder, een brief gekomen van: dat en dat en dat zouden wij graag horen, want anders staat het wat ons betreft nog even on hold. Daar ligt nog een vraag. Wethouder Fortuyn: Klopt. Die antwoorden waar u het nu over heeft, hebben wij 5 juli ingeleverd. Daar is een vraag open blijven staan, die erbij gekomen is, dat is aeronautisch onderzoek. Daar zat men nog op te wachten. De rest van de vragen zijn 5 juli ingeleverd. Daar hebben wij op 8 november pas een reactie op gekregen van diezelfde Gedeputeerde Staten.

Maar goed dat u er even naar vraagt. De gijzeling zat erin: hoever ga je nou nog verder onderzoeken zonder dat je perspectief hebt, dat de provincie de bereidheid heeft om de vragen die gesteld werden financieel, leefkwaliteit, alle zaken die meespelen, omgevingskwaliteit, haalbaar. Dat is typisch de ontwikkelstrategie, die wij met elkaar nu willen opstarten. Maar in de motie van de VVD, aangenomen door de raad, staat: we willen wel perspectief hebben. Dat heeft ertoe geleid, ook door BZK, dat wij aangegeven hebben: laten dan met een adviseur kijken naar wat er nu ligt. Kunnen we op basis hiervan het ontwikkelperspectief oppakken en de provincie de ruimte geven om in ieder geval het perspectief te bieden dat er gebouwd gaat worden, kan worden, want dat weten we nog steeds niet zeker. Daar ging het om. De reactie van de provincie was: nou, dat lossen wij wel op met Lansingerland, we zijn in gesprek. Wij hebben in december, moesten wij nog een document in leveren m.b.t. het aeronautisch onderzoek. Die brief heeft u gelezen, van 8 november, met de vraag op 17 december, of 15 december, de zaken aan te leveren die nog miste, althans, volgens ons niet. Aeronautisch onderzoek. 9 januari hadden wij een afspraak met de 2 gedeputeerden met collega meneer Muis, ondergetekende en ambtelijke ondersteuning.

Daar is ook de woonregiodeal aan de orde geweest, daar is windenergie aan de orde geweest. Wij hadden als agendapunt 3 opgevoerd het gesprek over de adviseur. Die wilden we weer opvoeren. U kunt in de brieven lezen, dat daar geen gehoor aan gegeven is. Vanmiddag in de beantwoording van de gedeputeerde was het letterlijke antwoord op een vraag van een Statenlid: heeft u nog overwogen om die adviseur te bespreken met Lansingerland? Het letterlijke antwoord was: ja, alleen Lansingerland heeft het gesprek gestaakt. Nou, ik viel van me stoel, net als u.

15/32

Dat zou voor de zomer gebeurd zijn. Het initiatief was van ons bij BZK, de provincie zou het oppakken, we doen het zelf, we hebben het in januari weer voorgelegd, het is genegeerd. Dat is zoals het is. Ik denk dat ik hier de antwoorden gegeven heb m.b.t. de vragen over leefomgeving en de technische invulling. Er is gevraagd of opgemerkt door meneer Ruijtenberg, ja, PS krijgt de zwarte piet. Zo voel ik het niet. Ik ben eigenlijk heel erg dankbaar vandaag, dat Provinciale Staten zich echt ingelezen heeft, zich echt betrokken voelde en ook de kansrijkheid ziet, maar ook wel de opgave ziet. Dus een compliment voor Provinciale Staten. De heer Ruijtenberg: Misschien dat het wat verduidelijking behoeft. Ik heb niet gezegd dat u de Provinciale Staten de zwarte piet heeft gegeven. Ik had het over een aantal collega’s hier in de zaal, die de zwarte piet bij de Staten neerlegde. Wethouder Fortuynu: Gezien mijn stem, denk ik dat ik maar stop. Er zijn geen echte vragen meer, dus ik laat het nu even over aan de commissie. Wethouder Muis: Er waren ook nog een paar vragen over wind en wonen, dat heeft wethouder Fortuyn al behoorlijk afgedekt, dus ik denk niet dat dat verdere toelichting behoeft en dat ook de brieven daarover helder zijn. Ik opereer binnen de door u vastgestelde woonvisie. Binnen de kaders van de woonvisie hebben we in de regio met elkaar een bod gedaan, waaronder Bleizo-west.

Dat is de inzet. Dat bod heb ik namens de gemeente ondertekend, omdat wij voor dat bod staan. Wij blijven net zolang voor dat bod staan totdat duidelijk wordt dat dat niet kan. We hebben natuurlijk ook de brief gestuurd naar de wethouders regiotafel wonen, dat we niet de longdeal, dat is de realisatieagenda, dat is de doorvertaling van de afspraken tussen de minister en de provincie en dan vervolgens met de gemeente, omdat we die nu onder deze omstandigheden, die zijn dat de provincie aangeeft dat ze Bleizo-west uit ons bod niet overnemen, dat we die niet kunnen tekenen, want dan zouden we een handtekening zetten onder aantallen, maar niet voor de locatie. Dan krijg je misschien in de toekomst een heel rare situatie, dat je aan aantallen wordt gehouden, terwijl je de locatie niet hebt. In die situatie willen wij niet belanden, ik denk dat er genoeg te bespreken valt met de provincie in de tussentijd. De ondertekening zou 14 maart zijn, een dag voor de verkiezingen, dat is op zich al heel opmerkelijk, maar ik vrees niet dat we er voor die tijd uit gaan komen, maar je weet nooit wat er nog kan gebeuren in Provinciale Staten. Dat even over het woondeel. Dan zijn er wat vragen gesteld over wind. Die 15 december van de heer Van den Beukel is ook al beantwoord in de schriftelijke vragen van 20 januari.

Die 15 december hebben wij nooit gecommuniceerd, zijn we ambtelijk als bestuurlijk niet overeen gekomen. De provincie heeft wel gezegd in de brief: wij verwachten die onderzoeken voor 15 december. Goed, we hebben later wel aeronautische onderzoeken aangeleverd, maar dat is ambtelijk, niet bestuurlijk, er is nog geen keuze over gemaakt. Dat is hoe wij erin zitten. Wij hebben nog helemaal geen besluit over plaatsing. Ik vind, eerlijk gezegd, we hebben een inspanningsverplichting, maar we hebben geen realisatieverplichting. Dat zijn echt wel verschillende dingen. Een inspanningsverplichting betekent dat je gaat kijken of je dat kunt doen, dan heb je met elkaar het gesprek of dat lukt of dat het niet lukt. Dan kom je bij alternatieven waar je aan kunt denken, maar zover zijn we nog niet. We moeten met gezwinde spoed een besluit gaan nemen over Bleizo-west, maar in feite hebben we Bleizo-west en nog 3 alternatieve locaties, die we verder moeten onderzoeken. Aeronautisch onderzoek is daar slechts één onderdeel van, de hoogte, wat er zou kunnen op die plek, maar er zijn nog andere aspecten zoals bodem, omgeving, participatie, eigenaarschap. Die besluitvorming willen wij zorgvuldig uitlopen en daarin laten wij ons niet onder druk zetten, want we hebben daar onze eigen afwegingen in te maken.

We zitten ook nog steeds aan tafel in tegenstelling tot Schiedam bij het bestuurlijke convenant van wind. Morgen is er weer een overleg en dan zullen wij toelichten dat we hier stappen in gaan zetten, die u wenst, maar ik ook wens, omdat ik merk dat dit enorm de discussie over Bleizo-west vertroebelt. In feite hebben de colleges van Lansingerland en Zoetermeer, maar ook de raden, gezegd: wij kiezen voor proeftuin Bleizo-west. Dat verhoudt zich heel slecht met wind of alleen bedrijven op Bleizo-west. Nog steeds moeten we daar duidelijkheid over geven en keuzes in maken, vervolgens hebben we nog de keuzes te maken over de 3 andere locaties, daarover komen we bij u terug. Leefbaarheid, daar had de heer Ruijtenberg het ook over, maar dat zat ook in het verhaal van de heer Fortuyn. Dat is pas als je weet dat je verder kan met die proeftuin, dan kan je gaan kijken hoe dan. De leefbaarheidsaspecten kan je nu nog niet aan de voorkant regelen, die komen dan in een latere fase aan de orde. Mevrouw Verhoef, we lopen niet weg voor de windopgave, nee, zeker niet. Wij zitten nog aan tafel, we blijven aan tafel, we willen ook aan die tafel de discussie hebben over wind. Dus wij gaan niet allerlei dossiers aan elkaar koppelen als ze niet aan elkaar gekoppeld hoeven te worden. In die zin is het ook belangrijk, dat PS gewoon een besluit neemt, waar we allemaal wat aan hebben.

Als wij het niet kunnen nemen, als GS het niet wilt nemen, laat PS dan het besluit nemen en zeggen wel of niet, want dan kunnen wij ook samen verder. Dank u wel. Tweede termijn De heer Markus, CU: Het ging voor een deel over de inhoud, dat zal allemaal wel. We hebben inderdaad als raad een heldere motie aangenomen, waarvan wethouder Fortuyn terecht zegt: daar zat nog wel een maar in, namelijk dat er wel een soort van reactie van de provincie moest komen van: wij zien het wel

16/32

zitten, maar dat we enig perspectief hadden om verder te gaan. Wat bij mij nu blijft hangen, is dat we elkaar wel gijzelen. Ik heb geen enkel vertrouwen dat dit dossier de komende maanden nog veel voortgang gaat boeken. Ik hoor de heer Fortuyn zeggen: we moeten nog aeronautisch onderzoek doen, dat leveren we op aan de provincie. Kan de heer Fortuyn enigszins in zijn glazen bol kijken en misschien noemen of hij kans acht dat er een besluit genomen gaat worden voor de verkiezingen door PS. Ik vrees dat ik het antwoord al weet. Maar anders denk ik dat bewaarheid wordt, wat ik in mijn eerste termijn zei, dat wij tot er een nieuw college of nieuwe Gedeputeerde Staten zit er op dit dossier geen enkele voortgang geboekt gaat worden. Wat ontzettend jammer is. Nogmaals, we kunnen allemaal het college oproepen om verder te gaan, maar ik denk dat het college heeft gezegd: even wachten met verder onderzoeken totdat we een besluit van de provincie horen. Ik had in mijn eerste termijn nog de vraag gesteld in hoeverre onze burgemeester voor zichzelf nog een rol weggelegd ziet daar, want het zou toch mooi zijn dat we er met zijn allen alles aan doen om op korte termijn nog stappen te kunnen maken. Nogmaals, dan is de provincie aan zet om besluiten te nemen of de provincie moet aangeven wat er nog mist aan gegevens om een besluit te kunnen nemen.

Ik ga niet heel vrolijk naar huis als het over dit thema gaat. Los van wat we op Bleizo willen, denk ik dat we elkaar voorlopig nog heel lang gaan aankijken. Ik hoop dat we volgend jaar rond deze tijd misschien een stap gemaakt hebben, maar ik vrees dat dat veel eerder niet gaat lukken. De heer Jumelet, WIJ: Dank u wel, wethouder, voor de duidelijke uiteenzetting. Ik ben blij, dat de koers van de helikopter van de heer Van den Beukel iets gewijzigd is, door de inhoud van de motie toch nog eens helder neer te zetten. De feiten, toch wel fijn om die op tafel te hebben als het gaat om onderzoeken et cetera. Je kan natuurlijk het college niets verwijten, maar als je de motie goed leest, valt er niet zo gek veel te verwijten. De heer Van den Beukel: De heer Jumelet moet even de band terug luisteren. Ik heb benoemd, dat in de motie staat dat het college gehouden werd om geen onderzoeken uit te voeren. Dus de heer Fortuyn en de heer Jumelet moeten even terug luisteren. Ik ben er helder over geweest, dat we de bal bij het college hebben neergelegd om geen onderzoeken uit te voeren, maar juist te sturen op de principiële uitspraak, alleen, die gaat niet komen. De heer Jumelet: Mijn fractie staat pal achter het ontwikkelperspectief. Wij hopen ook van harte dat we de rug samen met Zoetermeer recht houden.

Wellicht kan minister De Jonge in deze wat betekenen richting de provincie, want uiteindelijk hebben we een norm belang als Nederlandse samenleving als het gaat om de woningbouwopgave. Dus wellicht kan hij daar een zetje geven in de goede richting. Dan toch nog even richting de collega van GL. Ik heb inderdaad de zwarte piet neergelegd bij Gedeputeerde Staten, niet bij de Provinciale Staten, want die heb ik juist geroemd om haar correctie richting Gedeputeerde Staten. Luister de band even terug. De zwarte piet ligt bij Gedeputeerde Staten. Daarvan zeg ik: stap over je schaduw heen en zie de grote opgave van dit land om aan te pakken. Straks hebben wij met OV wellicht de best ontsloten windmolen staan van Nederland, maar of dat nou de oplossing voor de problemen in dit land, in deze regio is, dat vraag ik me met alle recht af. De heer Ruijtenberg, GL: Als we het dan hebben over de grote problemen waar dit land voor staat, dan is dat natuurlijk de energietransitie naast de woningbouw. Als we nu ergens iets in moeten gaan doen, we hebben het gezien met een oorlog in Oekraïne, wat dat doet met de gasprijzen, wat dat doet met hoe afhankelijk wij zijn van allerlei foute regimes waarvan we afhankelijk zijn voor onze energievoorziening. Juist die energietransitie is minimaal net zo’n belangrijke opgave als de woningbouwopgave, misschien nog wel belangrijker dan die woningbouwopgave.

Dat u dit bagatelliseren en zegt: laten we nou die woningbouwopgave doen. De heer Jumelet: Ik ontken niet de energietransitie. Ik bagatelliseer niet de energietransitie, maar de vraag rijst of die plek de aangewezen plek is om daar die energietransitie te voltooien. Misschien moeten we breder denken in Nederland, om plekken aan te wenden die er goed geschikt voor zijn. Dank u wel. De heer Ruijtenberg: De wethouder heeft het over: we laten ons niet opjagen, we gaan een besluit nemen in ons eigen tempo. Op 29 mei 2012 heeft toenmalig wethouder Den Uyl, niet van de PvdA, heeft toen het convenant ondertekend. Daarin staat: op Prisma, Bleizo, als potentieel. Wat staat erbij voor ons? Er is bestuurlijk draagvlak in het college van B&W van de betreffende stadsregio-gemeenten, Lansingerland ook, voor realisatie van windturbines op deze locaties. Wel is nog nader onderzoek nodig naar inpassing in de omgeving. Let wel: het gaat bij ons om Prisma en Bleizo. 29 mei 2012 ondertekend. We leven nu op 8 februari 2023. Er is 11 jaar lang niets gedaan. Als u nu zegt: we nemen onze tijd, we wachten even, we laten ons niet opjagen. Ik hoop dat u beter kan pokeren dan dat u dit kan doen.

Ik weet dat ik over mijn tijd heen ben, maar het laatste wat ik ga zeggen, er wordt namelijk gegokt, gepokerd, dat er na de verkiezingen wellicht een andere samenstelling is in Provinciale Staten en wellicht ook een ander bestuur. Hoe ik er nu naar kijk: in Zuid-Holland gaat geen grote verrassing komen. De voorzitter: U bent door uw tijd heen. (…) U bent niet aan het woord. We gaan hier geen verkiezingspraatjes houden. U heeft het woord niet, uw microfoon staat ook niet aan. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb nog 15 seconden en ik ga me eraan houden, maar het is voor de PvdA onvoorstelbaar en ook niet acceptabel dat er geen huizen zouden komen op Bleizo-west. Ik zet er een

17/32

hele hoop op in, dat dat gaat gebeuren met die college en met het nieuwe Gedeputeerde Statencollege ook vast. De voorzitter: De heer De Graaf, u bent zover door uw tijd heen. Er is zoveel besproken, de meest belangrijke dingen zijn aan bod geweest. De heer De Graaf, VVD: Een korte vraag aan collega Ruitenberg. Een pleidooi voor windmolens, mag ik dat interpreteren als soort plan B en dat hij aan onze zijde staat? Of niet. De heer Van den Beukel, CDA: Een herhaalde vraag aan de heer Muis of hij een datum kan noemen waarop het besluit genomen kan worden over de plaatsing van windturbines. Dat is niet beantwoord. En de oproep aan collega’s om een deel van die blokkade op onderzoeken te verwijderen. Juist als je GS wilt meenemen moet je dat doen, dan doen we wat ze ons vragen. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Ik probeer even wat rustiger te praten om mijn stem wat te sparen. Het heeft te maken met mijn verkoudheid, maar ik trek het me heel erg aan. Ik ben er echt van overtuigd, dat dit een unieke kans is, we moeten dit voor elkaar zien te krijgen. Ik ben er echt mee betrokken. Los daarvan, de CU vraagt aan mij, meneer Markus, de vraag stellen is hem ook beantwoorden. We blijven aan de lat, we gaan het gesprek aan, we gaan het gesprek met de provincie aan, ook met Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten, wat de collegesamenstelling de volgende periode ook mag zijn.

We gaan er positief in. De heer Markus: De heer Van den Beukel riep op om de blokkade enigszins op te heffen om wel onderzoeken te kunnen doen. Ik ben even benieuwd in hoeverre de wethouder er tegenaan kijkt. Gaat het hem of het college helpen om te zeggen, dat de raad zegt: ga de onderzoeken maar doen als dat helpt om de provincie te overtuigen. Graag een reactie. Wethouder Fortuyn: Het enige onderzoek dat er nog ligt heeft betrekking op de wind. Ik heb voorgesteld in het schrijven aan uw raad, dat we een opstart gaan maken, de uitvraag gaan doen v.w.b. het strategisch ontwikkelplan. De vragen die eronder liggen kunnen we niet beantwoorden zonder het strategisch ontwikkelplan uit te diepen. De beantwoording rondom wind laat ik graag even aan mijn collega meneer Muis over, hoe we aan die blokkade eventueel gaan werken. Wethouder Muis: Het lijkt allemaal te hangen op wind en dat is helemaal niet het geval. De colleges en de raden hebben een duidelijke keuze gemaakt. Ook de regio wonen heeft een duidelijke keuze gemaakt. Dat dit besluit nog niet genomen is door de voorgaande 3 colleges, dat zij zo. Dit college gaat daar besluiten over nemen, dus dat lijkt me sowieso al fijn om te horen. Die dingen moet je echt los zien van elkaar. De regio heeft de sociale woningbouw nodig en het verhoudt zich gewoon uitermate slecht met een windmolen of alleen blokkendozen daar.

Volgens mij is dat niet de wens van deze raad, ook net van Provinciale Staten en zeker niet van de regio en gemeenten die willen dat Lansingerland meer sociaal bouwt dan dat we nu bieden. Dat gezegd hebbende ga ik geen datum noemen wanneer wij een besluit gaan nemen over plaatsing van windmolens, wij gaan ook zelf geen windmolens plaatsen, richting de heer Van den Beukel. Wij hebben aeronautische studies gedeeld met GS, daar gaan we ambtelijk over spreken. We gaan een collegebesluit voorbereiden, dat gaan we met u bespreken, dat gaan we met GS bespreken. Als dat klaar is, dan hebben we een nieuwe situatie, dan gaan we kijken naar de 3 alternatieve locaties en die gaan we ook beoordelen op hun merites en daar gaan we ook een besluit over nemen in dezelfde volgorde. Volgens mij is dit de route, de planning volgt. Burgemeester Van de Stadt: In antwoord op de heer Markus: ja, die rol zie ik zeker, die staat in de profielschets van de burgemeester. Dus doen. Het gaat over niet overnemen, maar wel zorgen dat het zijn beloop heeft. Ik probeer op de achtergrond en op een wat abstracter niveau deze discussie aan te zwengelen. Wat bedoel ik daarmee? Ik denk dat u een deel ervan kunt teruglezen in de nieuwjaarstoespraak van de commissaris, die het heeft over: hou op met dat ‘ja maar’. Dat is één van mijn betogen.

Ik kan u ook vertellen dat ik met de CEO’s van Dunea en Stedin, waar we goede contacten mee hebben, hier ook uitgebreid over discussiëren, op 6 maart een politiek debat in Provinciale Staten in het provinciehuis organiseren, juist over die uitvoeringskant van een heleboel politieke wensen. Dat hoor ik u ook zeggen, dat valt onder: laten we het nou gewoon eens gaan doen, houd op met dat ja maar. We hopen dat de commissaris dat gaat openen. We hopen het succesvol bij Provinciale Staten te krijgen. We hebben gewoon een heleboel opgaven, dat weten we allemaal, die proberen we allemaal te bereiken, maar je moet ook prioriteiten stellen binnen die opgaven op basis van de logica. Dat is waar ik mee bezig ben op de achtergrond. Daar heb ik met de commissaris over gesproken, verschillende gedeputeerden waaronder de verantwoordelijk gedeputeerde, met de directeur wonen van het ministerie. In dat gesprek is overigens ook in het najaar die verkenner, die bemiddellaar opgedoken ter ondersteuning van de woorden van de wethouder. Dus ja, die rol zie ik en daar ben ik actief mee.

18/32

De voorzitter: Daarmee zijn we aan het eind van dit agendapunt. Mijn conclusie is: wordt vervolgd. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Zienswijze strategische agenda MRDH De voorzitter: De MRDH is een samenwerking van 21 gemeenten sinds 1 januari. Het heeft 2 taakvelden, regionaal en lokaal vervoer o.a. het OV en economisch vestigingsbeleid. In de strategische agenda worden 4 regionale opgaven aangegeven, waarvan er 6 concrete opdrachten zijn gekoppeld. Daar moet de raad een oordeel over geven in een zienswijze, dus een brief aan het bestuur van de MRDH. De tijden staan allemaal weer op 6 minuten. De heer Van Egmond, CU: Ik kan u geruststellen, ik ga geen 6 minuten gebruiken. Wij kunnen ons goed vinden in de voorliggende strategische agenda van de MRDH. We zijn blij met deze agenda, die op tafel ligt, voor de jaren 2023 tot en met 2026. Met de titel ‘met elkaar voor elkaar’ geven we een goed signaal af waar we naar alle waarschijnlijkheid allemaal wel achter staan. We zijn vooral blij met het inzetten op herstel van het openbaar vervoer in de regio. De opgave voor openbaar vervoer is heel groot gebleken na de coronacrisis en het OV dreigt ook te verschralen. Dit alles terwijl het OV wel de mobiliteit van de toekomst is. We zijn dus blij dat hierop gelet wordt.

Ook zijn we positief gestemd over de aandacht die de fietser en zijn veiligheid krijgen in de strategische agenda. Ook het wandelverkeer wordt niet vergeten, dat is ook iets waar we ons als CU vaak hard voor maken. Dat is dus fijn om terug te lezen. Ook zetten we ons als CU in voor de belangen van een goede visie op groenblauwe leefomgeving en het is dan ook goed om terug te lezen, dat de voorliggende strategische agenda dit plan ook benadrukt. Dan het laatste pluspunt om in positieve zin te blijven. Onderwijs op de tuinbouw, dat werd genoemd, dat is belangrijk, om jongeren van alle opleidingsniveaus te betrekken bij wat innoveren is en hoe belangrijk het werk is dat onze glastuinbouwsector doet. We hopen tegelijkertijd ook, dat er vaart gemaakt kan worden met de plannen voor de ZoRo-rail. Dat heeft potentie om een mobiele verbinding te worden, die onze regio een enorme boost kan geven. Dan het andere deel van mijn betoog. Tegelijkertijd vind ik wel dat we kritisch moeten zijn op de metropoolregio. Het zijn allemaal prachtige woorden en idealen, maar niemand is hier tegen. Hier strijden we allemaal voor, toch? We willen allemaal een betere bereikbaarheid, meer innovatie en een goed functionerend openbaar vervoer. We hebben er zo onze vraagtekens bij, of dit soort strategische agenda’s nog wel functioneel zijn. Dit om de volgende 3 redenen.

In hoeverre heeft de MRDH invloed op lokaal beleid om deze strategische agenda ook te borgen? Als dit niet gebeurt, heeft deze visie niet echt meer waarde dan alleen papieren waarde. Verder, wat zijn nou de daadwerkelijke sturingsmiddelen vanuit de MRDH om dit soort visies ook echt uit te voeren? In hoeverre is het legitiem dat dergelijke visies vanuit de MRDH wordt opgesteld? Kortom, over de inhoud van de strategische agenda zijn we positief, maar over de borging en opvolging van deze agenda hebben we sterke twijfels. Beide zaken komen in voldoende mate in de zienswijze, waar we dan ook mee zullen instemmen. De heer Halkes, CDA: Ik ga proberen het binnen de 6 minuten te houden. Wij zien in het programma van de MRDH mooie ambities, die een bijdrage kunnen leveren aan Lansingerland. De uitgebreide zienswijze vult dat goed aan. Toch hebben we wel wat moeite om in te stemmen. Opdracht 5, versterken van het mobiliteitsnetwerk, daar staat een stuk over Bleizo en de komst van de metro/tram tussen Rodenrijs en Zoetermeer. Goede OV-verbindingen zijn belangrijk, zeker voor de vele werkgevers binnen het gebied en Horti Science. Maar het koppelen van de aanleg van de woonwijk Bleizo, zoals in de brief staat, vinden wij wat minder geslaagd. Wat ons betreft kan het één prima zonder het ander. Een goede verbinding tussen Rodenrijs en Zoetermeer is al waardevol op zich.

Graag horen wij van het college en andere partijen of de passage kan worden aangepast en dat wij kunnen instemmen met deze zienswijze. De heer De Graaf, VVD: Misschien goed om van de gelegenheid gebruik te maken, een paar woorden extra inleiding. Het raadsvoorstel pakt de draad op op 16 december, daar is natuurlijk een heel traject aan vooraf gegaan. Ik heb het genoegen, samen met een aantal collega’s, om namens deze raad in de adviescommissie deel te nemen in de MRDH. Er zijn afgelopen zomer allerlei bijeenkomsten geweest, waar mensen input hebben kunnen leveren. We hebben als gezamenlijke adviescommissie onze bijdragen, commentaren en opmerkingen kunnen leveren op een eerdere versie van de strategische agenda. We zijn dan ook blij te zien dat veel van de opmerkingen die daar gemaakt zijn verwerkt zijn in het proces tot nu toe. Dank daarvoor aan de ambtelijke organisatie, die ons daarbij enorm ondersteund heeft. Het zal niet verrassen dat wij overwegend positief staan tegenover wat er nu ligt, gezien de inspanningen van de afgelopen maanden. Een paar kleine opmerkingen. We gaan mee in de opmerking van het CDA over de connectie Bleizo en vertrammen. Sowieso is het goed om te kijken naar de passage in de begeleidende brief, waarin we heel uitgesproken zijn over woningbouw. Het zal u niet verrassen, dat wij toch in enige mate gereserveerd zijn.

De vraag is hoe fatsoenlijk het is naar de MRDH toe om hen

19/32

op deze manier voor ons karretje te spannen. Dat is een vraag die ik aan ons allen en ook aan het college stel. Een tweede punt, ik meen wethouder Fortuyn, maar laat ik me even richten tot het college. In de voorbereiding van de annotatie vanuit de adviescommissie hebben wij gesproken over de bereikbaarheid van groen en blauw in ons gebied. We hadden daar wat zorgen en wat vragen bij. We hebben het genoegen om een groot recreatiegebied binnen onze gemeente te hebben, dat dienst doet voor de hele regio. We moeten niet in een situatie komen, dat we de lasten en bereikbaarheid ervan dragen en de lusten minimaal genieten. In de adviescommissie is daar het e.e.a. over gezegd, ik wil even een check doen bij het college. Om er alert op te zijn, of er naar genoegen van een ieder in de uiteindelijke versie verwerkt is. Ter check. Dank u wel. De heer Weerheijm, D66: Ik kan het kort houden. Er is een aantal goede punten ingebracht. Net als de heer Van de Graaf zit ik ook in de adviescommissie, het economisch vestigingsklimaat. Ik heb bij de voorbereiding van dit punt even contact gehad met mijn collega de heer Ammerlaan, of hij nog aanvullingen had vanuit het perspectief van economisch vestigingsklimaat. Het antwoord was: nee.

Wij zijn in ieder geval van mening dat het geluid vanuit onze portefeuille de belangen rond economisch vestigingsklimaat goed zijn verwoord, we zijn echt tevreden met deze zienswijze. Voor ons verder een hamerstuk. De heer Duk, GL: Na een duidelijke beeldvormende avond bespreken we nu de zienswijze op de strategische agenda van de MRDH. We herkennen veel van de punten, die op die avond door de raadsleden zijn verwoord en zijn over het algemeen dan ook tevreden met deze zienswijze. In deze tijd van veranderingen is samenwerking tussen de gemeenten in de regio van groot belang. Niet alleen om de economie in de regio bereikbaar te houden, maar vooral ook om vroegtijdig kansen te kunnen oppakken en uitdagingen te zien aankomen en te voorkomen. Daarbij moeten we niet teveel in oude groeven blijven hangen. Als het om de lokale en regionale ontsluiting gaat, moeten we dan ook niet kijken naar enkel de N209 en A12 en A16, maar juist ook naar het regionale fietsnet en het openbaar vervoer. Gedurende het lezen van deze brief, dat ook deze onderwerpen het voetlicht krijgen die zijn verdienen, al mag uiteraard van GL daar nog meer de nadruk op worden gelegd.

De gevraagde extra aandacht voor het knooppunt Lansingerland-Zoetermeer en de ZoRo-baan maakt onze fractie erg blij, al moeten we daarbij niet enkel naar de MRDH kijken en ook zelf durven te investeren in bijvoorbeeld een overdekte en liefst bewaakte fietsenstalling. Maar dat staat nu niet op de agenda, dus daar zal ik verder niet op ingaan. Afsluitend is de GL-fractie over het algemeen blij met de zienswijze en ook hopen we dat we als regiogemeente nog meer aandacht gaan geven aan de verduurzaming van de economie en de mobiliteit en hopen we snel over te kunnen gaan naar vernieuwing en groei. De heer Bik, WIJ: Gaat u er maar even lekker voor zitten. Nee hoor, gekheid. Wij kunnen ons helemaal vinden in de zienswijze. Een klein punt van aandacht zou kunnen zijn de standvastigheid van deze visie, waar wat tekst aan wordt gewijd, toch wat steviger mag worden neergezet. Tegelijkertijd heb ik daar nu geen suggestie voor. Dus ik roep de wethouder op, daar nog een suggestie in te doen. Wat ons betreft een hamerstuk. De heer Scheringa, PvdA: Openbaar vervoer is voor onze fractie natuurlijk super belangrijk. Het brengt mensen naar werk, kinderen naar school. Hoe makkelijker, hoe beter, kunnen mensen bijdragen aan de maatschappij, dus hulde voor de MRDH in deze. Meer openbaar vervoer, prima. Voor de rest kunnen wij ons vinden in de zienswijze en in de strategische agenda an sich.

Op vraag van het CDA over het aanpassen van Bleizo en ZoRo, nee, wij vinden het prima zoals het erin staat, dus houden zo. Dat was het. De heer Philippens, L3B: Een prima zienswijze. Wij kunnen ermee instemmen. Dank u wel. Beantwoording college Burgemeester Van de Stadt: Volgens mij kan ik heel kort zijn, het is natuurlijk uw zienswijze. Ik hoor eigenlijk brede instemming, zowel met de agenda als met de zienswijze. Ik denk dat de heer Van Egmond het heel goed verwoordde. Hij zei: ik ben het eens met de agenda, ik heb een aantal kritische punten en juist die kritische punten zie ik terug in de zienswijze. Dat is met name de invloed op het lokale beleid. Daar staat inderdaad een kritische noot over in. Wat zijn de sturingsmogelijkheden? Die zijn niet officieel, maar laten we dat vooral beantwoorden door de metropoolregio. Volgens mij is hier voor ons allemaal een goede zienswijze voorbereid. Ik heb eigenlijk maar 2 korte opmerkingen, die om een reactie vragen. De heer Halkes heeft het over het koppelen van de ZoRo-lijn, de metrofisering daarvan, als dat een correct woord is, aan Bleizo. Dat doen wij niet in die opdracht 5 van de zienswijze. Onderaan pagina 4, die alinea, gaat echt specifiek over het doortrekken van de metrolijn van Zoetermeer naar Rodenrijs om de OV-verbinding Zoetermeer-Rotterdam te versterken. We werken daarin samen met

20/32

Zoetermeer en Rotterdam, HTM, RET en MRDH. Punt. Einde alinea. Daar zit volgens mij geen enkele koppeling in. Wel is het, daar ging de heer De Graaf ook even op in, vervolgens een alinea over het toevoegen van Bleizo-west. Waarvan ik tegen de heer De Graaf kan zeggen: nee, daar spannen wij niet de MRDH voor het karretje. De MRDH heeft namelijk net de bedrijvenstrategie vastgesteld, die volledig overeen komt met de wens die wij hebben, het ontwikkelperspectief op Bleizo. Ik zou bijna willen zeggen: als wij gehoor geven aan een wens van de MRDH, dan is het ook in het belang van de MRDH om die op te nemen. Dus ik zie daar zeker geen conflict in. Wel wordt daar even die connectie gelegd, het is een extra steuntje in de rug. In de alinea ervoor geven we aan: de vertramming van die ZoRo-busbaan is een goed doel op zich, altijd. Dat is die. Maar, ik denk ook dat we moeten erkennen, dat de ontwikkeling van Bleizo met woningen leidt tot vervoerswaarde, waarschijnlijk boven de wens die door Gedeputeerde Staten recentelijk is uitgesproken, daar hebben we het over gehad. Een paar dozen daar zal niet leiden tot een echt grote toename. Daar werken natuurlijk ook mensen, maar er zijn ook andere ontwikkelingen, denk aan grootschalig onderwijs en dergelijke, maar daar kunnen we de ruimte voor vinden in het ontwikkelperspectief.

Ik denk dat die connectie hier netjes wordt gelegd en dat toch de heer Halkes en zijn fractie hopelijk overtuigd zijn voor deze zienswijze. De heer Halkes: Nog niet helemaal. Een busbaan of metrobaan op zich daar is al waardevol om te vervoeren. Nee, ik ben nog niet helemaal overtuigd. Ik zou het liefst zien, dat die alinea gewoon geschrapt wordt, dan is het voor ons heel helder. Dan kunnen wij makkelijk instemmen. Burgemeester Van de Stadt: Het is een advies aan de raad, ik zou meneer Halkes alleen maar kunnen uitnodigen om een amendement in te dienen om die te schrappen en dan bepaalt de raad hier. Ik heb de indruk, de anderen horende, dat daar geen meerderheid voor is, maar ik laat het aan de heer Halkes over. Ik zou overigens zelf adviseren hem erin te laten staan omdat het in lijn is met wat de MRDH heeft vastgesteld. Ik vind dat we echt samenwerken met de MRDH op dat dossier. Ik heb zelf wel de overtuiging dat dit leidt tot vervoerswaarde en tot een vergroting van de kans van die ZoRo-busbaan. Maar nogmaals, dat geef ik u mee. Het is aan de raad om zijn eigen zienswijze vast te stellen. De heer Van Egmond: In de eerste termijn niet benoemd, maar het kwam net op tijdens de spreektijd van de andere commissieleden. We zien in de volgende passage: ook wensen wij de locatie Bleizo-west terug te zien als grootschalige ontwikkellocatie voor woningbouw.

Met het oog op de discussie van net is het dan bestuurlijk wel wijs om dat erin te zetten? Omdat je dan precies hetzelfde doet als de provincie. Burgemeester Van de Stadt: Ik weet niet waar wij dan hetzelfde doen als de provincie. Dit is een reactie van de raad van Lansingerland over een wens die de raad heeft vastgesteld, het ontwikkelperspectief, ook nog eens neer te leggen bij de MRDH. Die wens is in lijn met de wens van de raad, de vastgestelde bedrijvenstrategie, om te komen tot die mix van woningen en bedrijvigheid, die wij daar juist willen. Het gaat in het ontwikkelperspectief niet alleen om wonen. Daarom past het ook in die bedrijvenstrategie. Ik vind hem niet verrassend, ik vind het een bevestiging van het standpunt van de raad. Ik vind het ook een bevestiging van de rol die de metropoolregio moet spelen bij de ontwikkeling daarvan. Overigens, de metropoolregio doet het ook, want ook de metropoolregio lobbyt richting de provincie om medewerking te geven aan de ontwikkeling van Bleizowest. Dat heb ik net niet gezegd tegen de heer Markus, maar ook die route heb ik bewandeld. Dat kan ik hier dan nog even aangeven. Mijn advies zou zijn: laat hem erin staan. Maar nogmaals, het is uiteraard aan de raad, het is hun visie. Tweede termijn De heer De Graaf, VVD: Ik twijfelde even.

Het is geen breekpunt, maar ik had een checkvraag, ik dacht aan wethouder Fortuyn, in het kader van een gesprek, een annotatie voor de adviescommissie, over de groen blauwe bereikbaarheid, of dat goed in de stukken zat. Ik meen dat u, wethouder, daar een punt van had gemaakt tijdens het bespreken van de annotatie. Ik heb dat niet helemaal meer scherp, maar even een checkvraag of dat nu er wel naar wens in stond. We kregen een waarschuwing om er alert op te zijn bij de behandeling in de adviescommissie van november. Ik was toch even aan het twijfelen, of ik dan de tweede termijn gebruik zou maken. De toelichting van de burgemeester stelt een heel eind gerust. Het zit een beetje in de bewoording als ik de letterlijke tekst lees van de zienswijze, de passage over Bleizo-west, staat als grootschalige ontwikkellocatie voor woningbouw. Feitelijk is het dat nog niet. We hebben wel die wens en het voornemen. Dus de simpele toevoeging van het woordje voorgenomen of geplande zou een stuk van de angel eruit halen. Wij zouden misschien wel een kleine wijziging of een amendement op dit punt overwegen. Wethouder Fortuyn: Even in reactie op meneer De Graaf. Er is in het economisch vestigingsklimaat de discussie over alles wat met groenblauw te maken heeft. Ook over wie de trekker is van de recreatieve gebieden.

Richting de bestuurscommissie vervoersautoriteit is het signaal uitgegeven: kunnen wij de verbinding met de groenblauwe gebieden, die wij hebben in deze regio beter verbinden? Dat staat wel op de agenda. Wij hebben portefeuillehouder meneer Meij. Het gaat om fietsroutes maar ook openbaar vervoer. Gezien de huidige situatie binnen het openbaar vervoer en de problemen die er nu zijn, heeft

21/32

het niet de hoogste prioriteit. Dat neemt niet weg, dat het wel op de agenda staat om deze groenblauwe verbindingen beter met elkaar te verbinden en de bereikbaarheid te vergroten. De voorzitter: Dan zijn we aan het eind van deze bespreking. Het moet naar de raad van eind van deze maand. Kan het als een hamerstuk naar de raad? Er is een mogelijk amendement van de VVD. De burgemeester gaf het CDA ook een amendement in overweging, maar ze hebben het nog niet zelf gezegd, dat moet ik constateren. Dan gaat het bij de VVD om het woordje vooralsnog. De heer De Graaf: Het woordje vooralsnog of iets van gelijke strekking inderdaad. De heer Halkes: Wij gaan even studeren op de alinea. De voorzitter: Vooruit, prima. Kortom, het is een bespreekstuk waarbij in ieder geval 2 amendementen aangekondigd zijn, 1 door de VVD en 1 door het CDA. 6.b Eerste Begrotingswijziging 2023 De voorzitter: U heeft de begroting vastgesteld op 3 november 2022. Er zijn nu wijzigingen die het nopen om de begroting aan te passen. De heer Van den Beukel, CDA: Het is bijna half elf, dan ben ik nog fris als ik de eerste ben, daarna wordt het misschien wat minder, je weet het niet, kinderbedtijd. Dank aan het college voor het aanleveren van de eerste begrotingswijziging. Veel inhoud met als belangrijkste financiële conclusie, wat ons betreft, dat het totaalbeeld nog verder verslechtert.

In 2023 met € 1,3mln omlaag, in 2024 € 2,3mln en in 2025 € 0,4mln. Dan hebben we nog niet eens de risicoparagraaf gekwantificeerd. Kortom, onze conclusie als CDA luidt bij de begroting: we moeten erg zorgvuldig zijn met nieuwe structurele uitgaven, want er dreigen forse bezuinigingen of verdere lastenverhogingen dan de € 1,4mln die het college al doorvoert. We noemden bij de begrotingsbehandeling de sportbox, gratis OV, Sinterklaas, die discussie gaan we niet over doen. Hope for the best, expect the worst. Ik heb 4 punten voor nu. Iets over de cao, over de personele uitgaven, GR’en en de wijkbrandweerman. Ik begin met de cao in het kader van expect the worst. De cao-reservering ophogen van 3% naar 6% stelt het college voor. Dat lijkt ons wijs. Tegelijkertijd, misschien moet er nog wel een tandje bij. We lezen in de stukken dat de VNG een bod heeft gedaan van 5% loonsverhoging, terwijl de bonden vragen 11,25%. Dat gaat dus geen 6% worden, eerder 8. Laten we uitgaan van 7, dan ben je conservatief, maar wel iets realistischer dan 6%. Graag een reactie van het college op dat voorstel, anders overweeg ik een amendement. We zijn nog steeds tevreden als CDA met het amendement om de personeelsuitgaven niet ongeclausuleerd te laten oplopen. We hebben n.a.v. het amendement een prima onderbouwing ontvangen van het college, waarvoor dank. Op enkele punten toch nog wel vragen, twee.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=a8c32050-b175-425f-9d82-bffae2f66cbc