[BV22.0113] Verslag commissie Ruimte van 8 november 2022
Tekst van het document
11/25
De voorzitter: Waarvan akte. Dat was het, krijg ik door gefluisterd. Daarmee ronden we deze bespreking af. Mochten de toeschouwers of de insprekers nog dingen willen meegeven voor de bespreking dan kunt u dat altijd op de mail zetten, want dit agendapunt wordt als bespreekpunt geagendeerd in de volgende raadsvergadering. We hebben meerdere amendementen gehoord of mensen die er niet mee in kunnen stemmen op deze manier, dus er wordt vast door de commissie nu hard nagedacht over welke wijzigingen er kunnen worden doorgevoerd, of er voor of tegen kan worden gestemd. 5. Bespreekpunten: 5.a Stedenbouwkundig Plan Sporthoekpad (LOO) De voorzitter: Dit agendapunt is geagendeerd op verzoek van het college. Zou u daar een kleine toelichting op willen geven of is het zo voldoende om dit zo te bespreken? Wethouder Cnossen: In mijn beleving stond het in de agenda goed toegelicht, de gevraagde beslissing, waarom wij het als college bij u voorleggen, om op te halen wat eventueel nog opmerkingen of aanmerkingen zijn. Het is een heel bijzonder proces en we willen daar voortgang mee maken. Als u het stedenbouwkundig plan heeft behandeld en mogelijk nog dingen heeft mee gegeven aan het college, dan hoeven wij bij de formele omgevingsvergunning geen aparte verklaring van geen bezwaar aan u te vragen.
Dat is het doel van dit gesprek, om dit nu bij u op te halen, om in het vervolg ook tempo te kunnen maken, waar u in de commissie algemeen bestuur meegesproken heeft met de burgemeester. We boeken tijdswinst met deze procedure. De heer Van der Stad, D66: Gevraagd wordt aan ons om het stedenbouwkundig plan t.b.v. de realisatie van flexwoningen voor spoedzoekers aan de Sporthoeklaan te bespreken. Wat D66 betreft, kunnen we daar eigenlijk best kort over zijn. We zijn nog steeds blij met de voortvarendheid van het college en het permanent betrekken van de raad op dit dossier. Er werd eerst gedacht aan een tijdelijke vergunning via een zogenaamde kruimelprocedure om de woningen te verwezenlijken, maar dit blijkt niet te kunnen. Nu wordt de route voor een tijdelijke omgevingsvergunning gevolgd. In een eerder stadium hebben wij als raad uitgangspunten opgesteld en het uitgewerkte plan valt daarbinnen. We hebben daar niets aan toe te voegen qua opmerkingen of aanbevelingen. We kunnen dan ook instemmen voor zover dat kan. De raad heeft ook de grex kortgeleden al vastgesteld. Wat D66 betreft is dit een formaliteit. We kijken uit naar het vervolg en de uitvoerende fase om tot 132 flexwoningen te komen. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: De toelichting en het verzoek van het college is duidelijk. Het moet even langs de commissie.
Het is uitvoerig in de commissie AB besproken van 7 september, dus dat hoeven we niet over te doen, dat lijkt me onzinnig. Ik heb 1 opmerking en 2 vragen. Er wordt gesproken over een veilige woonomgeving. Het CDA wil even benadrukken dat er in de uitvoering en inrichting van het plan zelf en de weten er naartoe, de voetpaden en fietspaden, dat er aandacht voor die veiligheid is. Ik denk dat dat belangrijk is, er komen behoorlijk wat mensen te wonen wat meer buiten de kern. Ik denk dat er goed aandacht moet zijn voor de veiligheid. Twee vragen. Er wordt gesproken over tijdelijke bewoning en ook een tijdelijke omgevingsvergunning, maar ik kan nergens terugvinden wat de tijdelijkheid is. Er zijn vroeger weleens huizen gebouwd die er nog steeds staan. Ik kan nergens terugvinden wat de tijdelijkheid is, ik vind het toch wel handig om dat helder te hebben. Een andere vraag, de locatie Sporthoeklaan heeft nog de bestemming sport. Die locatie krijgt nu tijdelijk een andere bestemming wonen en daarna weer sport. Dat is mijn tweede vraag. Dank u. De heer Meuldijk, L3B: Allereerst goed om te zien dat dit een passende oplossing is om met spoed flexwoningen te realiseren. Ook voor de langere termijn kan deze locatie prima voor diverse huisvesting gebruikt worden. Met name is het goed, omdat ook in samenspraak met bewoners deze locatie bepaald en gekozen is, dus dat geeft de burger moed.
Er is wel een aantal vragen c.q. opmerkingen, die ik graag wil meegeven. Allereerst, misschien goed om bij stil te staan, het recreatieschap zit in de nabijheid en ik vraag me even af of in het hele proces het recreatieschap voldoende betrokken is bij de ontwikkeling. Dat hoor ik graag van de wethouder. Het klopt ook, dat er een agrarische buffer is tussen deze ontwikkeling en het recreatieschap. Die agrarische buffer blijft van kracht en dat brengt me op het volgende. Als je goed kijkt zie je op het plot waar dit bedacht is, dat daar nu een beach volleybalveld is. Dat is de sportbestemming. Dan is de vervolgvraag: hebben we daar een andere locatie voor in de nabijheid, dat het wel kan continueren, want het zou een beetje zonde zijn als we die sportiviteit uit de omgeving halen. Wat ik jammer vind, wil ik wel mee geven, ik weet dat de financiële impact, met dit soort zaken kan het helpen als je een integrale behandeling hebt, dus dat we over de cijfers en het plan zelf kunnen nadenken. Want ik heb wel een aantal zaken die ik mee wil geven. Ik ben namelijk benieuwd naar de financiële impact analyse van het plan. Het gaat mij om de investering, kapitaalslasten en ook de exploitatie op de langere termijn. Klopt het dat er een onrendabele top is, bij deze woningen die gerealiseerd gaan worden in de tijdelijkheid? Is daar dan ook een stuk rijksbijdrage voor? Dat is wel een
12/25
voorwaarde voor L3B. Als er geen goede structurele rijksbijdrage is, waar committeren we ons dan aan? De heer Jumelet: Volgens mij gaan we nu de commissie algemeen bestuur overdoen. Wij hebben ook als raad een besluit genomen om een X-bedrag hier te investeren, met name als het gaat om flexwoningen voor onze inwoners. M.b.t. de Oekraïners, daarover is duidelijk gecommuniceerd hoe die gefinancierd worden. Ik zou u bijna willen adviseren om even contact te zoeken met uw collega van algemeen bestuur, want daar is het uit en te na besproken en besloten, maar ook in de raad. De heer Meuldijk: Het gaat mij erom, ik heb dat niet actueel, dat moet ik erkennen. Het gaat erom, dat het een totale afweging zou zijn. Ik weet niet of er zekerheden zijn gegeven, maar ik ga dat navragen m.b.t. de financiële implicaties. Voor de rest, resumerend, een prima plan, een goede locatie om dit uit te voeren. Ik hoor graag de antwoorden van de wethouder op mijn vragen. Dank u. De heer Scheringa, PvdA: Mijn fractie vindt het belangrijk dat de realisatie van de flexwoningen zo snel mogelijk gerealiseerd is. We hopen dan ook op een voortvarend vergunningsproces. Als het stedenbouwkundig plan daaraan bijdraagt, dan steunen wij dat volledig. Ik heb wel wat vragen. Het is nu een uitgebreide procedure geworden, dat is niet verwacht. Komt de realisatie in het eerste kwartaal volgend jaar in verwarring.
Het tweede kwartaal volgend jaar zou er nog een geding komen. Of is de planning nog steeds haalbaar zoals ooit geschetst is? Daarnaast, er is een aanname dat voor ontwikkeling geen beperkingen komen die het moeilijk maken, las ik. Ik lees ook dat er nog onderzoeken gedaan worden. Kunt u aangeven wat er nog onderzocht wordt en naar welke beperkingen eventueel nog wordt gekeken? Tenslotte nog even kort over openbaar vervoer. Wij zien dat in de nabijheid van de locatie geen OV aanwezig is. Bewoners die een fiets of auto hebben, zullen daar niet zo’n last van hebben, maar als er bewoners zijn die daar niet in voorzien zijn, zeker misschien de Oekraïners die voorzieningen hier op Wilderszijde hebben, is daar nog over nagedacht? Komt daar nog iets voor? Dat die mensen niet heel erg ver hoeven te lopen voordat ze met de bus kunnen? Tenslotte, het omgevingsplan, de collega’s hebben het ook al gezegd, onze fractie vindt het er ook mooi uitzien. Ik vraag me nog wel af hoe het ontwikkeld wordt. Wordt het eerst helemaal afgebouwd en komen dan de bewoners? Of kan zodra er een unit klaar is deze al bewoond worden? Tot zover mijn vragen in de eerste termijn. Dank u wel. De heer Zantman, WIJ: Even ons officiële standpunt. Ik zal het kort houden. Onze fractie is verheugd, dat er flinke vooruitgang is geboekt v.w.b. de flexwoningen aan de Sporthoeklaan.
Een compliment ook aan het college en 3B Wonen is in ogen meer op zijn plaats, want er is toch veel bereikt in korte tijd. Wij willen en gaan het proces dan ook zeker niet vertragen. Wat ons betreft is dit een hamerstuk. De heer V. Jumelet, VVD: Wij gaan ook niet dwars liggen, wel 2 vragen. Die delen wij met het CDA over de fietsveiligheid, graag wat de wethouder daarvan vindt, dat horen wij graag. Daarnaast de locatie van beach volleybal, dat delen wij met de heer Meuldijk, wat daar voor plan ligt. Verder gaan we niet dwars liggen, we willen graag tempo maken. Dus bij deze. Mevrouw Maasland, CU: We zijn blij dat we langdurige opvang en woningen voor spoedzoekers gaan faciliteren als gemeente. We zijn dankbaar dat de gemeente zich zo constructief opstelt in deze crisis. We hebben met elkaar een verantwoordelijkheid te dragen. Het is goed dat we dat erkennen en er samen onze schouders onder zetten. We zien ook dat deze constructieve houding van het college niet vanzelfsprekend is en we danken het college daarom voor de inzet. Het is bewonderenswaardig dat er veel aandacht is voor de kwaliteit van de leefomgeving voor de toekomstige bewoners. De spoedzoekers en Oekraïners worden niet weggestopt in vervallen chalets of op industrieterreinen, maar ze mogen wonen op een kleine versie van een kindvriendelijke, groene en veilige woonwijk.
Daarbij wil ik wel aansluiten bij de vraag van de heer Scheringa over openbaar vervoer. Zeker voor deze doelgroep kan openbaar vervoer cruciaal zijn. Als we er dan toch voor kiezen op een ongebruikelijke plek flexwoningbouw te realiseren, moet dit wel op een passende manier. In het stedenbouwkundig plan dat er nu ligt, is er duidelijk aandacht aan besteed. Met de plannen die er nu liggen komt er een kwalitatief goede mini-wijk die ingericht is op een manier die past bij de omgeving en op een manier die past bij toekomstbestendig bouwen. Zo wordt niet alleen een stuk groen gebruikt voor flexwoningen, maar doet deze nieuwe wijk ook iets terug voor de natuur. Als dit gebied zich zo ontwikkelt als de plannen doen hopen, is deze mini-wijk misschien zelfs een voorbeeld voor toekomstige nieuwbouwwijken. Kortom: we zijn blij dat dit project, de realisatie van de flexwoningen zo voortvarend is opgepakt en we kijken uit naar wat het gaat brengen. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik zal het heel kort houden. Wat ons betreft een goed plan, het ziet er mooi uit, goed dat er gekozen is voor wadi’s in plaats van grote waterpartijen i.v.m. mogelijk verdrinkingsgevaar van Oekraïners die over het algemeen toch iets minder vaak een zwemdiploma hebben dan mensen in west Europa. Eigenlijk maar 1 hele korte vraag in lijn met wat de heer Ammerlaan zei.
We lezen in het plan dat er geen aanvullende infrastructurele ingrepen buiten de locatie nodig zijn. Op de Leeuwenhoekweg, waar het fietspad een kruising maakt, het verbaast me dat het daar elke keer
13/25
goed gaat. Met een eventuele toename van verkeer vraag ik me af of er toch gekeken kan worden naar een iets andere infrastructurele ingreep. Zeker omdat er ooit sprake van was op dat terrein, in een ver verleden, dat er een soort rondweg zou komen. Of dit eventueel nog geactualiseerd kan worden. Dat was hem. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Dank aan alle commissieleden, ook voor het lezen van de plannen en om ook vanuit de bril van de commissie ruimte hiernaar te kijken en het college een aantal punten mee te geven en dat heeft u zeker gedaan. Dank ook voor de complimenten, want het is de burgemeester die er heel hard achteraan gerend heeft en heel hard aan getrokken heeft. Ik vind inderdaad dat Lansingerland hiermee tevoorschijn kan komen in het land, er is te zien: we steken onze nek uit. Die wordt af en toe een beetje afgehakt, maar we blijven toch bezig. Ik denk dat we nu op het punt staan om met een hele mooie ontwikkeling verder te kunnen gaan. Zeker de bijeenkomst vorige week met 3B Wonen, ja, daar gebeurt gewoon wat, dat is heel mooi om te zien. Dus ik wil uw complimenten heel graag terug geven aan het team, dat hier heel hard mee bezig is. U weet, het komt allemaal weer bovenop ander werk, dat er ook ligt, maar er zijn zeer gedreven mensen mee bezig om dit voor elkaar te krijgen via ongebruikelijke procedures.
Je bent dat aan het uitvinden als gemeente: hoe zal ik dat nou eens doen? Vandaar dat het nu hier wordt voorgelegd. Ik houd daarvan, omdat bij gemeenten de oplossing ligt van allerlei problemen die we landelijk niet op kunnen lossen. Dus dat is er even uit gekomen. Dank aan de heer Van der Stad ook, die dit een formaliteit noemt. Meneer Ammerlaan en ook anderen vroegen aandacht voor de veilige omgeving. De heer Ruijtenberg voor met name ook buiten het gebied, want ik begrijp wat u bedoelt. Ik neem deze aandachtspunten mee. Binnen het gebied is het inderdaad beschreven zoals mevrouw Maasland ook zei: als een kindvriendelijke omgeving waar juist heel erg nagedacht is over die veiligheid, bijvoorbeeld door wadi’s en verder geen open water aan te leggen. Dus die veilige omgeving heeft zeker de aandacht van het college. Wat is nou eigenlijk die tijdelijkheid? Die tijdelijkheid is hier 10 jaar, dat is de omgevingsvergunning. Dat is de tijdelijkheid. De tijdelijke bewoning, als het gaat om spoedzoekers, dat is aan 3B Wonen om dat te organiseren. Het is idee is wel bij flexwoningen, dat zijn gewoon heel goede woningen die heel lang kunnen blijven staan, het zijn vooral de bewoners die op een gegeven moment weer verder trekken. Andere bestemming op dit moment. Na die tijdelijkheid valt sport gewoon weer terug op deze bestemming. Hij gaat er niet af, maar tijdelijk doen we wat anders.
Meneer Meuldijk vroeg naar het recreatieschap. Inderdaad, die is er nauw bij betrokken en is ook akkoord met deze ontwikkeling. Het beach volleybalveld, daar vroeg u naar, daar is van het begin af aan heel veel aandacht voor geweest, want juist met zoiets moet je heel goed omgaan. Ik heb begrepen dat onze volleybalvereniging daar heel erg blij mee is, hoe daar heel voortvarend mee aan de slag wordt gegaan om hen op een ander stukje te huisvesten. Ze hebben nu een mooie zeecontainer die ze zelf georganiseerd hebben, maar eigenlijk gaan zij er op vooruit en ze komen ook meer tussen de andere sporters te zitten. U werd geïnterrumpeerd over de financiële impact, ik wil het daar laten als u dat goed vindt. Dank, prima plan zei u als laatst, dus die heb ik ook genoteerd. Meneer Scheringa vroeg of de planning haalbaar is, omdat we nu een wat uitgebreidere procedure volgen. Ja, die is nog steeds op deze manier haalbaar. Beperkingen en onderzoeken. Ja, natuurlijk, je doet onderzoek naar stikstof, milieu, ruimtelijke ordening, dat zijn de onderzoeken die gedaan worden. Op dit moment is de inschatting dat stikstof zeker geen belemmering is voor dit plan. Dat loopt, maar laten we niet juichen voordat het morgen is, daar is een mooi spreekwoord voor. Eerst maar eens helemaal afmaken. U vroeg ook: hoe gaan we het ontwikkelen, gaan we dat in fasen doen, in gebruik nemen, of eerst het totaal.
We gaan uit van 2 fases, dus we gaan niet per unit mensen huisvesten, maar in 2 fasen. Na de eerste fase kunnen mensen er gaan wonen. Ik vond het mooi hoe mevrouw Maasland dit omschreef als een mini-wijk, die best een voorbeeld kan zijn voor een wijk van de toekomst. Als je toch iets snel op poten wilt zetten, om het dan op deze manier te doen. Het openbaar vervoer, is daar over nagedacht? Ik wil deze 2 opmerkingen als aandachtspunten mee terug nemen naar het college, want op dit moment zal er niet zomaar een bus gaan stoppen, daar ben ik me zeer van bewust. Maar ik ben het met u eens, dat het juist een groep is die vaak op openbaar vervoer is aangewezen. Maar mogelijk dat we daarnaar kunnen kijken. Ik nog door van meneer Ruijtenberg als aanvulling, op dit moment komen er vanuit het sportpark ook heel veel fietsers op de route die u noemde. Op dit moment is er voor deze langdurige opvang geen aanpassing gepland, maar laten we met elkaar in de gaten houden hoe dit loopt. Ik neem het aandachtspunt graag mee terug naar het college. Ik denk dat ik de vragen beantwoord heb, ik hoor wel of ik iets vergeten ben. De voorzitter: In de eerste termijn hebben we eigenlijk al gehoord dat de meerderheid van de commissie instemt met dit voorstel. De wethouder heeft vragen beantwoord. Is er nog iets blijven liggen bij de commissieleden? Tweede termijn
14/25
De heer Ammerlaan, CDA: Ik heb niets over instemmen gezegd, maar volgens mij is het een bespreekstuk, we hoeven niet echt in te stemmen, toch? Ik hoor mensen daarover, maar het hoeft niet volgens mij. Dank voor uw antwoorden. Graag lekker verder. De voorzitter: Dit hoeft niet vastgesteld te worden. Dan kan ik het hiermee afsluiten. 5.b Bespreekpunt van L3B en WIJ over proactieve aanwijzing Driehoek Noordpolder De voorzitter: We hebben geen insprekers gehad hierover, maar wel brieven van bewoners en die betrekken we ook bij deze bespreking. Dat wilde ik vooraf nog even zeggen. De heer Blonk, L3B: Mijn inbreng betreft een zevental items. Waarom deze agendering en wat is het doel van deze bespreking. A. Omdat het kort dag is om eventueel in beroep te gaan bij de Raad van State is een bespreking nu noodzakelijk. B. Om te bespreken hoe we nu verder gaan nu het project niet meer on hold staat. Het tweede punt. Is het in beroep gaan bij de Raad van State kansrijk? Mijn inschatting is van niet. De Raad van State beoordeelt of de aanwijzing conform wet- en regelgeving juridisch juist is opgesteld en dat is het geval. Inhoudelijk toetst de Raad van State niet. De Raad van State kijkt niet naar verkeerskundige ontsluiting, kijkt niet naar het aantal woningen, kijkt niet naar het soort woningen. Dat is toch wel teleurstellend, maar het is niet anders.
Zodoende vinden wij dat er geen beroep moet worden ingesteld bij de Raad van State, maar het is wel met pijn in het hart, want in eerste instantie was dat wel wat er bij mij en bij ons te binnen schoot. Het derde punt, de nota van beantwoording van de provincie zat niet bij de ongedateerde proactieve aanwijzing van 25 oktober 2022, die wij op het gemeentehuis hebben ontvangen. Gek eigenlijk, dat ze zo’n brief niet dateren. Met dank aan de commissiegriffier die de nota uiteindelijk heeft gevonden in de agenda van de vergadering van de Statencommissie ruimte, wonen en economie van 31 augustus. Slordig dat de provincie deze nota van beantwoording niet naar de raad heeft gestuurd en de brief, de proactieve aanwijzing, niet eens dateert. In de nota van beantwoording van de provincie is in de linker kolom het bezwaar van onze gemeente goed opgenomen. Het vijfde punt. Bijzonder is dat in diezelfde linker kolom de eigenaren, Caliste en Blauwhoed, aangeven dat er 165 woningen gebouwd kunnen worden, waarvan 50 sociale huurwoningen. De ophoging van het aantal woningen naar 165 maakt ontsluiting nog ingewikkelder. De provincie heeft vervolgens de 165 overgenomen. De provincie zegt: de verkeersontsluiting staat de proactieve aanwijzing niet in de weg. Het is aan de gemeente om in de bestemmingsplan procedure de verkeersontsluiting nader uit te werken. Einde citaat.
Met andere woorden: zoek het maar uit, gemeente, met die moeilijke ontsluiting. Blijkbaar durft de provincie de confrontatie met de bewoners via een participatietraject niet aan. Zesde punt. We moeten zo snel mogelijk de verschillende varianten betreffende ontsluiting oppakken. L3B heeft altijd gezegd: er mag gebouwd worden in de Driehoek Noordpolder, maar een ontsluiting midden door de Edelsteenwijk zien wij niet zitten. Het zevende punt. Is een financieel acceptabele grex haalbaar of mogelijk met een dure ontsluiting buiten de Edelsteenbuurt? Dat het mogelijk een heel moeilijk proces wordt met de grondeigenaren c.q. projectontwikkelaar ligt voor de hand met een kans op een behoorlijk negatieve grondexploitatie. Tot slot, de strijd is gestreden met de provincie en de provincie heeft gewonnen, dus we gaan het nu doen zoals de provincie het wil. Nu zo snel mogelijk starten. Graag zien we op korte termijn de inzet t.a.v. de ontsluiting en de planning tot en met de vaststelling van het bestemmingsplan en start bouw tegemoet. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb geluisterd naar de heer Blonk. Ik heb ook het bespreekstuk bekeken en voorbereid. Ik heb het idee dat we nu een ander bespreekpunt hebben, maar ik heb het niet ontvangen of ik heb iets gemist, maar het staat niet in mijn IBABS. Ik weet niet precies wat nu de bedoeling is van deze bespreking.
Misschien kan de heer Blonk dat nog toelichten. De voorzitter: Dit is een interruptie. U vraagt of zijn bijdrage hetzelfde is als het bespreekstuk dat hij heeft ingediend. De heer Blonk: Dat heb ik aangegeven. Aanvankelijk dacht ik: we gaan in beroep bij de Raad van State. Bij langer nadenken, bij advies inwinnen ben ik tot deze conclusie gekomen samen met de heer Jumelet. Mevrouw Verhoef: Dat heb ik gehoord, maar wij hebben ons als fracties op dit voorbereid. U gooit nu een aantal punten op tafel, die zeker relevant zijn. Ik kan daar ad hoc ook wel op reageren, maar ik vind het wel een heel lastige situatie. Had u ons van tevoren niet kunnen inseinen, zoals collega’s dat onderling doen in een commissie? De heer Blonk: Dat had ik kunnen doen, mijn excuus daarvoor. Maar ik denk dat de vragen niet zo moeilijk zijn en dat u best uw antwoord weet daarop, want u heeft er zoveel over gesproken. Mevrouw Verhoef: Wat is uw vraag? U noemt punten, hoe nu verder, kom op, we gaan vooruit, de strijd is gestreden, we hebben verloren. Maar wat wilt u van mijn fractie en de andere fracties weten? Of wij ook verder willen? Of dat we toch in beroep willen? De heer Blonk: Uw oordeel. De voorzitter: We gaan een poging doen, want er is nog iemand die het mede heeft ingediend.
Meneer Jumelet, neemt u alstublieft mee dat het nog niet voor alle raadsleden duidelijk is wat nou precies besproken moet worden hier. De vragen die u wilt stellen aan de commissieleden, wilt u die helder verwoorden.
15/25
De heer Jumelet, WIJ: Mijn openingszin had eigenlijk geweest dat de heer Blonk het heel goed had verwoord, maar blijkbaar is het toch niet helemaal duidelijk. Het lastige is, er ligt een aanwijzing en wij zijn daar als raad vanuit onze bevoegdheid en rol niet gelukkig mee op het moment dat een andere overheid een aanwijzing geeft. We hadden natuurlijk graag zelf het besluit genomen op basis van hetgeen wij in de vorige periode hebben afgesproken. De pauzeknop was ingedrukt in afwachting van de nieuwe raad en dan zouden we op basis van de uitkomsten van de verkeersstudie met elkaar kijken of er een goede ontsluiting mogelijk zou zijn. Mijn fractie heeft toen gezegd: we zijn niet tegen bebouwing mits er een goede ontsluiting is. Nu worden we feitelijk overvallen door de situatie dat er een aanwijzing ligt. Eigenlijk is de basisvraag: ga wij nou een beroep instellen, ja of nee? Dat is wat de heer Blonk aan het einde zei, dat is in afwachting van uw oordeel. Mijn fractie is eigenlijk van oordeel, dat uiteindelijk in beroep gaan weinig zin heeft. Ook als ik de brief lees, die de bewoners uit de Edelsteenbuurt schrijven. Zij schrijven: als je alles goed bekijkt en kijkt waarop getoetst wordt, dan is het niet kansrijk zo niet kansloos. We kunnen elkaar nog wel even bezig houden door te zeggen: nee, we gaan strijdend ten onder.
Maar je moet de strijd leveren daar waar je weet dat je een kans hebt en dit is een kansloos verhaal. Wat voor mijn fractie belangrijk is, met deze gegevenheid zullen we aan de bak moeten als het gaat om de ontsluiting, want uiteindelijk is dat de achilleshiel van dit project. Los van de vraag of je daar bebouwing wilt. Maar de aanwijzing ligt er, de achilleshiel ligt bij de ontsluiting, ik denk dat we daar nu met spoed werk van moeten maken. De vraag die ik toch aan de wethouder wil stellen is: bent u het met me eens, dat wij inderdaad met spoed daarover moeten spreken met elkaar? Heeft zij een beeld bij van hoe dat proces gaat lopen als het gaat om de verdere invulling richting het bestemmingsplan dat op tafel moet liggen binnen een jaar. Tot slot. Ook wij hadden graag liever zelf het stuur in handen gehad, maar goed, het stuur is overgenomen en dat moet je maar accepteren. We vinden het jammer dat het zo loopt, we hadden het graag anders gezien, maar je moet je verlies nemen en dan kijken wat je ervan kan maken. Wij denken dat als we heel snel met elkaar om tafel gaan over de ontsluiting, dat er wellicht een goede oplossing denkbaar zou kunnen zijn en dan moeten we maar zien waar we uitkomen. Ik ben benieuwd naar het oordeel van de andere fracties. Ik ben benieuwd. De heer Hofman, CU: Dank aan WIJ en L3B voor het bespreekstuk.
Ik ga gelijk de belangrijkste vraag beantwoorden: wij willen graag voorkomen dat we als overheid met belastinggeld gaan procederen tegen een andere overheid, die dat ook met belastinggeld moet doen. Dat vinden we niet sjiek. Niet naar onze inwoners toe, overheidslagen die met elkaar overhoop liggen. Een beroep is waarschijnlijk ook kansloos en het is ook voor de onderlinge verhoudingen erg slecht. In april waren we als commissie en raad bijna collectief boos op de aangekondigde proactieve aanwijzing, ikzelf incluis. Vanavond wil ik graag een oproep doen tot matiging van onze toon richting de provincie. Als de provincie ons dit wil opleggen, dan mogen zij dat en dan hebben wij ons uiteindelijk te schikken. Wat mij betreft gaan we richting provincie een ja/mits strategie aanvangen. Zoals we altijd hebben aangegeven moet de provincie ervan doordrongen zijn, dat ontsluiting moeilijk en een dealbreaker kan zijn. Wat ons betreft laten we een ieder niet langer in spanning en komen we snel tot een besluit. Aan de wethouder daarom de vraag: wanneer komt het voorstel m.b.t. de Driehoek in de raad? De heer De Graaf, VVD: Die brief van de provincie in april/maart, dat was één van de eerste stukken die wij in ons postbakje aantroffen als nieuwe raad. De heer Hofman gebruikte het woord boos, die boosheid deelde ik. Volgens mij heb ik toen ook zware woorden gebruikt.
Dat was vanwege de emotie waar we toen in zaten, vooral de timing van de provincie, die als uitermate onbehoorlijk werd ervaren door ons. De toelichting van de provincie en de beantwoordingsnota geven wel een iets genuanceerder beeld van het hele verhaal. Het is een moeilijk traject waarbij we als gemeente en als raad misschien ook een klein stukje zelfreflectie moeten doen. We hebben in maart/april gezegd: joh, het is onbehoorlijk, gun ons nou even de tijd om er iets van te vinden. Het college heeft er wat van gevonden door de planvorming op te starten in een brief aan de raad voor de zomer. Nu is het aan de raad om iets te vinden van dit dossier. Zo langzamerhand deel ik wel enigszins het ongeduld van de provincie op dit dossier. Is dan de aanwijzing het middel om ons in beweging te zetten? Dat vind ik nog steeds uitermate ongelukkig. Het is een zwaar middel, als we kijken naar de projecten, de bijdrage aan het totale woonvolume in onze provincie, dan vraag ik me af of het een gepast middel is. Als de provincie dit doet bij elk huizenblokje. Het gaat om de sociale woningen van 38 naar 50, dat is een huizenblok. Als de provincie elk huizenblok in onze provincie gaat aanwijzen op deze manier, dan kunnen we daar heel druk mee zijn met elkaar. Maar op een gegeven moment moet je ook je knopen tellen en eens kijken waar we nu staan en reflecteren op wat we gedaan hebben.
We zijn als VVD voor ontwikkeling van de Driehoek Noordpolder. Dat we hiermee aan de slag moeten op grond van de aanwijzing, daar willen wij niet eens tegen in bezwaar of beroep, daar zijn we het gewoon mee eens. Nog wel een pijnpunt bij de aanwijzing van 50 sociale woningen. Het aantal dat in het collegeakkoord genoemd staat, wat we daar willen gaan ontwikkelen, dan zit het op 40%. Dat vinden wij meer dan we wenselijk achten. Maar is dat voldoende om beroep te maken tegen de aanwijzing? Hoe de kaarten nu liggen, de kans die je hebt, een positieve uitkomst van beroep is gering, dus ik denk dat dat vergeefse moeite is. De kaarten liggen zoals ze liggen. We moeten nu vol aan de bak.
16/25
Waar ik nog wel behoefte aan heb, is een kleine reactie van het college, een beetje kleur geven aan het proces van afgelopen tijd. Wel jammer, dat die aanwijzing er nu ligt, zeker omdat het college zelf heeft gezegd aan de slag te gaan met planvorming. Hoe verlopen de contacten met de provincie, kunt u er een beetje kleur en duiding aan geven, hoe dat nu loopt? Men staat kennelijk, getuige de stukken, nog een beetje met de koppen tegen elkaar, getuige de slordigheid waarmee de stukken naar ons gestuurd zijn in oktober. Dat is opmerkelijk. Misschien kan de wethouder aangeven hoe die relatie nu is en of dat productief is. Wat ons betreft neigen we ernstig naar: aan de bak en de aanwijzing accepteren zoals die er nu ligt. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Het bespreekpunt krijgt wel een heel andere wending op deze manier. Het proces rondom de Driehoek Noordpolder kwam tot stilstand toen het vorige college 4 juli 2021 op de pauzeknop drukte. Dat betekent dat er nog geen conclusies getrokken zijn n.a.v. de werkgroep verkeer m.b.t. de ontsluitingsproblematiek. Vervolgens op 30 september 2021 is in de raad een amendement aangenomen waarin de omgevingswet de Driehoek Noordpolder als studielocatie woningbouw wordt aangenomen. Het huidige college, bijna een jaar later, op 15 juli van dit jaar besloot om de planvorming Driehoek Noordpolder te hervatten.
Voor de raad was echter niet zichtbaar wat er daarna gebeurde. Wel lezen we nu in de brief van Gedeputeerde Staten dat er op 11 mei j.l. een overleg heeft plaats gevonden, waarbij gedeputeerde Koning en burgemeester Van de Stadt aanwezig waren. Waarom heeft het college daar niets over gedeeld met de raad? Waarom is de raad daar niet over geïnformeerd? Toen kwam op 25 oktober j.l. de proactieve aanwijzing, gegeven aan onze gemeente door Gedeputeerde Staten. Het CDA verkiezingsprogramma. De heer Blonk: U zegt: we zijn niet verder geïnformeerd. Maar het college heeft naar de raad een brief gestuurd met de inhoud van de aanvullende zienswijze t.a.v. het besluit van de provincie. Dat is 30 juni geweest, maar misschien heeft u die gemist. De heer Van Harn: Ik ga verder. Het CDA verkiezingsprogramma is helder, het CDA is tegen woningbouw in de Noordpolder. Dit project gaat namelijk ten koste van de groene schil van Lansingerland. De CDA-visie is als volgt. Lansingerland spreekt over circa 11.000 woningen te bouwen tot 2040. Wanneer we daar de 6.000 woningen van Bleizo-west af halen, want deze tellen nu nog niet mee, dan blijft er circa 5.000 over. En die 50 woningen, waar we het vanavond over hebben, dat is dus 1%.
Het moet toch mogelijk zijn, zoals eigenlijk ook de heer De Graaf aangeeft, om die op een andere plek binnen Lansingerland te bouwen? Zodat de Driehoek groen blijft en de groene schil rond Lansingerland gewaarborgd blijft. Het gaat de provincie toch alleen maar om aantallen en niet om locatie. De heer Jumelet: Mijn vraag is: er is toch een aanwijzing van de provincie? Dat betekent dat we er niet meer inhoudelijk over kunnen spreken, of we voor of tegen zijn. Er is gewoon een aanwijzing. U zegt feitelijk: aanwijzing, ik ben tegen bebouwing. Dat is toch niet meer aan de orde? De heer Van Harn: Misschien komt het antwoord in mijn vervolg. De heer De Graaf: Een checkvraag aan de heer Van Harn. Het staat me bij dat hij zei dat ik gezegd zou hebben dat die 50 woningen ook elders gebouwd kunnen worden. Dat is niet wat ik gezegd heb. We gingen eerder uit van 38. Ik heb alleen gezegd, dat die 12 extra in het perspectief van de aanwijzing een beetje buiten proportie was. De heer Van Harn: Dan was ik daar waarschijnlijk wat te optimistisch in. Maar nu een vraag aan het college. Wat is uw plan om tot een besluit te komen t.a.v. de Driehoek Noordpolder? U zou toch de Driehoek Noordpolder van de 3-hectarenkaart kunnen halen op dezelfde manier waarop die er ooit is opgekomen? Dan nu de uitgebreide en goed geformuleerde brief van de bewonerscommissie Edelstenenbuurt.
Daarin wordt nog eens pijnlijk duidelijk dat het huidige college op het gebied van communicatie tekort schiet. De bewoners zijn niet geïnformeerd over de proactieve aanwijzing alsof het hen niet aangaat. De heer Jumelet: Ik had gehoopt op een antwoord. Een aanwijzing is toch een aanwijzing? Dan wordt niet meer gevraagd of wij voor of tegen zijn. Het lijkt wel of u de inhoud van de aanwijzing niet begrijpt. Op het moment dat de provincie zegt: u gaat daar ontwikkelen, u moet binnen een jaar een bestemmingsplan hebben voor zoveel woningen. Dan kan je hoog en laag springen als lokale overheid, maar dan zal je het wel moeten uitvoeren. De vraag is: begrijpt u dan wel wat dan een aanwijzing van de provincie inhoudt? De heer Van Harn: Ik hoop in mijn vraag aan het college het antwoord te krijgen, of het mogelijk is om de Driehoek Noordpolder van de 3-hectarenkaart te halen. Hierbij wil ik het laten. De heer Van Berkel, D66: Ik sluit me aan bij de PvdA, dat ik een beetje zoekende ben waarom we nu dit bespreekpunt bespreken als het bespreekpunt wordt ingetrokken. Ik heb een beetje mee geschreven met de vragen van de heer Jumelet, of u het de juiste of onjuiste meneer Jumelet noemde dat weet ik niet helemaal, het was meneer Juiste, nee sorry, flauw. Maar of wij ook vinden dat de wethouder snel aan de bak moet met de ontsluiting. Ja, dat vinden wij ook.
Ik denk dat we in eerdere debatten, die we hierover gehad hebben al hebben gezegd, dat wij ook overvallen waren door dit traject. De heer Jumelet: De basisvraag is: vindt u dat de gemeente bezwaar moet aantekenen of in beroep moet gaan, ja of nee. Dat is de basisvraag. De heer Van Berkel: Ik denk dat we daar kunnen aansluiten bij wat de overige sprekers al hebben gezegd: dat het niet zoveel kans maakt. In dat opzicht zijn we het snel met elkaar eens. Wat betreft de ontsluiting, het zou goed zijn als het college daar snel met een plan komt. Wat we eerder aangaven: wij vinden het ook geen goed proces vanuit de provincie. Ik denk dat het nu goed is, Hugo de
17/25
Jonge maakt de provincie elke week weer een stukje belangrijker, dat de relatie met de provincie goed blijft. Een heel korte vraag daarover: de bewonerscommissie heeft een brief gestuurd en ze vragen of er nog ruimte zou kunnen zijn voor een mogelijk gesprek tussen gemeente en provincie. Ik kan het antwoord een beetje raden, maar ik wil toch even een reactie op die oproep vanuit de bewonerscommissie. Dat waren de vragen die zijn voorgelegd. De heer Ruijtenberg, GL: Ik ben weliswaar geen wethouder gelukkig, ik denk dat anderen er ook zo over denken, dat ik gelukkig geen wethouder ben, maar toch ga ik proberen om de laatste vraag van de heer Van Harn te beantwoorden. Het antwoord is heel simpel: nee. Klaar. Het is een aanwijzing. Je kan op je kop gaan staan en je kan protesteren tot je blauw ziet, maar het is een aanwijzing en daar moeten we ons bij neerleggen. Dat is ook meteen een beetje een antwoord op de basisvraag die de heer Jumelet heeft gesteld. Vinden we dat we in beroep zouden moeten gaan? Ja, eigenlijk vinden we dat wel. Dit is wat de fractie van GL betreft een ontzettend bittere pil, deze aanwijzing. Wij hebben altijd gezegd, het was geen verkiezingsstunt, we zeiden het ervoor al: de Noordpolder moet niet bebouwd worden, dat moet groen blijven. We vonden dat ruim voor de verkiezingen, tijdens de verkiezingen, we vinden het nu nog steeds.
Maar ja, de realiteit is dat we nu een aanwijzing hebben, daar kunnen we niet omheen. Een beroep is, wat ons betreft, weinig zinvol. We kunnen het proberen, maar ik denk niet dat we daar iets mee opschieten, dus waarom zouden we dan veel tijd en geld van de belastingbetaler besteden aan iets waarvan we weten dat het toch niets gaat opleveren. Wat ons betreft moeten we zo snel mogelijk aan de bak om hier tot een goed proces te komen, waarbij we zorgen dat de ontsluiting goed is, waarbij we zorgen dat de woningen goed zijn en waarbij we dan in ieder geval gaan zorgen, als we hier gaan bouwen, dat het percentage sociale huurwoningen zo hoog mogelijk is, ruim boven de 30%. Daarvoor kijk ik dan de wethouders, die eerst maar die ook een beetje, aan: doe daar in ieder geval je best voor. De heer De Graaf: Een checkvraag in de richting van de heer Ruijtenberg of we elkaar goed begrijpen. We neigen allebei naar beroep, wij neigen naar beroep vooral op die 50 wel ontwikkelen. Ik heb een beetje het idee dat bij de heer Ruijtenberg het precies andersom is. De heer Ruijtenberg: Dat is een goede constatering van de heer De Graaf. Wat ons betreft gaan we helemaal niet bouwen daar. Maar ik wil toch even terug naar het hele beleid. Je kan de Driehoek Noordpolder niet los zien, hoe gek het ook klinkt, van wat er gebeurt op Bleizo. Het is woningbouw, het is context.
Bleizo kan je niet los zien van het feit dat wij dit als totale gemeente, raad, college van afgelopen 10 jaar op onze handen hebben gezeten als het gaat over convenant m.b.t. windenergie. We hebben in 2012 een convenant gesloten, we hebben die in 2020 nog een keer verlengd. Afgelopen 10 jaar hebben we niets gedaan. Er zijn 3 locaties onderzocht, Bleizo was daar 1 van, maar er zijn er nog 2 andere. 10 jaar lang, ik zeg het nog een keer, herhaling is de kracht, 10 jaar lang hebben we niets gedaan daaraan. Wat ga je dan krijgen op een gegeven moment? Dan gaat de provincie ons wantrouwen. De provincie gaat roepen: ja, Lansingerland belooft het wel, maar uiteindelijk willen jullie niks. Die gaat ons dan vast houden aan: ga die windenergie daar plaatsen, op Bleizo, in lijn met de infrastructuur, 3 windturbines voor 12 megawatt. Dat betekent, als er windturbines komen, dat je niet kan bouwen. Dat betekent dat je ergens anders moet gaan bouwen en daarvoor wijzen wij nu voor jullie de Noordpolder aan. We hadden dit eerder kunnen oplossen door gewoon snel met windenergie aan de slag te gaan, door het te gaan ontwikkelen op andere locaties, dan hadden we veel meer voor elkaar gekregen en dan was deze hele aanwijzing niet nodig geweest. Resumerend: het is jammer, het is een bittere pil, we moeten gaan ontwikkelen, maar we hebben het wel aan onszelf te wijten.
Mevrouw Verhoef, PvdA: Afgelopen vrijdag maakte Nanno Scheringa en ik een wandeling in de schemer door het groen in en om de Driehoek Noordpolder. De buien waren hevig die dag, maar die waren gelukkig voorbij en het was wassende maan, het was krachtig. We waren uitgenodigd door een aardige dame uit de Edelsteenwijk. We spraken uitgebreid over de historie en het belang van het groen voor de bewoners in de Edelsteenbuurt en ook de verre omgeving, want ook andere mensen recreëren daar. Ikzelf kom er ook enkele malen per week, maar met een inwoner uit de wijk kijk je dan toch weer anders naar dat groen. Ik zal het nog een keer zeggen: de PvdA ziet de rol en het belang van het stuk groen dat de Driehoek biedt. Dat zien wij zeker. En de functie van natuur en recreatie is ook zeker een belangrijk aspect, dat aan de orde moet en zal komen bij het verdere besluitvormingsproces. We mijmerden samen met deze dame uit de Edelsteenwijk over de Driehoek zelf groen houden, een groene doorkijk houden van het lint naar de Lansing, dus van de Noordeindseweg naar het fietspad op de Landscheiding en dan juist huizen bouwen richting die kassen, die daar staan in de Noordpolder. Maar goed, dat is allemaal niet aan de orde, want die grond is niet van de gemeente, maar van een andere eigenaar.
Helaas is het dus niet mogelijk om op korte termijn integraal naar dit gebied te kijken en groen en bouwen goed met elkaar af te wegen. Dat had mijn fractie graag anders gedaan, maar dat is nu niet meer aan de orde, de aanwijzing ligt er. Op de vraag die er nog lag en er ook nog ligt van L3B en WIJ, of we tegen het besluit van Gedeputeerde Staten in beroep moeten gaan, zegt mijn fractie: nee, dat lijkt ons niet verstandig, want dat zal alleen maar vertragend werken en dat betekent nog langer onzekerheid voor de Edelsteenbuurt en ook voor de ontwikkelaars. Er is een duidelijke juridische basis voor de aanwijzing en
18/25
de Provinciale Statenfracties hebben ook bij hun commissievergadering in september geen bedenkingen geuit. Het provinciaal belang is ook helder. Op korte termijn moeten er voldoende sociale huurwoningen komen. Lansingerland ligt achter met haar bijdrage aan sociale huurwoningen in de regio en dat is al jaren zo. Dat is niet sinds gisteren. Je kan zeggen: we hebben het te danken aan onze trage windmolenopgave uitvoeren, maar ik denk dat het puur zit in het trage bouwen van sociale huurwoningen. Het gaat om 50 huizen extra in onze gemeente, dus op de pak hem beet 1.100 sociale huurwoningen die we nu hebben is dat best een flink percentage. De provincie biedt aan om verkeerskundige expertise te geven rond die ontsluiting en wij zullen als fractie daar zeker niet alleen maar kijken naar die meter en aantallen auto’s die daar door de straat gaan, maar ook naar wat het betekent voor de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Ik hoor fracties zeggen: dit viel ons rauw op het dak, die aanwijzing. Er is in de afgelopen jaren veelvuldig contact geweest tussen de provincie en ons vorige college en het huidige college over de Driehoek en die locatie staat al jarenlang op de 3hectarenkaart en bijna ieder jaar vraagt de provincie: jullie we hem eraf doen of houden we hem erop? Ook in het vorige najaar heeft wethouder Arends nog gezegd: houd hem er maar op.
Dus het college had al die jaren het stuur in handen en niet de provincie. Het een studielocatie noemen betekent in de ogen van mijn fractie alleen maar: we zijn nog in gesprek over het wijzigen van de bestemming. De voorzitter: Ik wil u erop wijzen, dat u nog minder dan een minuut de tijd heeft, misschien komt u na alle bespiegelingen tot het beantwoorden van de vragen van dit bespreekstuk toe. Mevrouw Verhoef: De heer Blonk vroeg mij om mijn visie, mijn oordeel zelfs. Ik zal het gaan afronden. Ons college, ons huidige college en ook het vorige college, heeft al die tijd een constructieve houding genomen richting de provincie om dat democratische proces zo goed mogelijk en zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. Daarom was ook de pauzeknop ingedrukt, omdat het democratische proces gefrustreerd werd door problemen, issues rondom de participatie, dat verliep niet goed. De wethouder drukte met reden op de knop. Ik kan dus eigenlijk alleen maar nu zeggen: laten we zo snel mogelijk vooruit gaan, in gesprek gaan met de provincie als raad heeft geen zin. Het enige wat zin heeft is zo snel mogelijk hierover democratisch besluitvorming te gaan doen. Dank u wel. De voorzitter: Dan hebben we hierover gesproken. Uit deze bespreking zijn een paar vragen richting de wethouder gekomen. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Ik zal mijn best doen om die zo goed mogelijk te beantwoorden.
Allereerst stelt het college het op prijs, dat de heer Blonk het op deze manier heeft geagendeerd, zodat in het openbaar dit gesprek plaats kan vinden, want anders verloopt de termijn, dan is het zomaar weer voorbij en dan hebben we er niet over gesproken. De aanwijzing was aan de raad gericht, dus terecht dat vanuit de raad dit initiatief is genomen. Ik wil daar mijn waardering voor tonen richting de heer Blonk, want wij zijn het openbaar bestuur, dus we moeten openbaar dit met elkaar bespreken. Meneer Blonk, u had wat aanmerkingen op de brief, niet gedateerd. Ik keek ook naar de brief, de ondertekening klopt niet, want de heer Koek die eronder staat is met pensioen, weet ik toevallig. Dat hoort blijkbaar bij de provincie, dat viel mij ook op, maar wellicht hebben we niet de goede versie van de brief, ik weet het ook niet. Maar het is wel iets opvallends. Uiteraard ook de vraag: hoe kan het dat we die stukken niet krijgen? Ik was al even bang dat dat dan de schuld van het college was. Ik hoorde bij de heer Van Harn: het college schiet tekort in communicatie richting bewoners.
Dit is wel de provincie die besluiten neemt, de provincie kent al die emailadressen, de bewoners hebben netjes hun zienswijze gegeven, daar is op gereageerd, dus het is de provincie die aan zet is om ook de informatie te verstrekken aan u als raad, ze leggen de aanwijzing bij u neer, en ook aan de bewoners die zich hebben ingespannen om in dit proces hun bijdrage te leveren. Dat wilde ik toch wel graag aan u terug geven. Meneer Jumelet van WIJ, werk van maken, dat is de ontsluiting. Inderdaad, hoe gaan we nu verder? Misschien dat ik in zijn algemeenheid daar iets over kan zeggen, want uiteraard is het college direct al aan de slag gegaan door in juni de brief te schrijven. De brief niet over al die negatieve dingen, maar de brief: wij pakken het proces weer op, op de manier waarop wij dat gewend zijn in deze gemeente, namelijk participatie weer oppakken met de bewoners. Daar gaan wij een participatieplan voor schrijven, dat we ook aan u als raad voorleggen, zodat we met elkaar die stappen nemen, want ik zie mijn rol in dit proces als wethouder als procesbegeleider, want u bent het die de besluiten gaat nemen. Na het participatieplan vast stellen gaan we richting de nota van uitgangspunten en daarin komt die goede verkeersontsluiting ter sprake.
Ik heb weleens, sorry, in mijn domheid misschien vragen gesteld: kunnen we niet eerst een keuze maken in de ontsluiting, dan zijn we daar uit? Nee, ik heb mij laten leren dat het heel belangrijk is bij een verkeerskundige ontsluiting dat je ook al weet hoe de opzet van het gebied wordt van de Driehoek Noordpolder, dat je daar wel wat meer informatie van nodig hebt om daar een goed besluit over te nemen. Dus die nota van uitgangspunten zal echt een compleet verhaal zijn van dit gebied, hoe dat eruit komt te zien. Dus zo gaan we dit verder oppakken. We hebben ook gemerkt, de relatie met de provincie kwam ter sprake, dat het briefje van het college, het was maar een heel kort briefje, we pakken het
19/25
weer op, dat dat heel positief geland is bij de provincie. Meer hoef je er ook niet over te zeggen. We hebben een bepaalde verhouding met elkaar en beste provincie, we pakken het weer op, want dat waren we ook aan onszelf verplicht. Als je iets pauzeert, moet je het ook weer oppakken, dat lijkt mij logisch. Er zijn uiteraard grondeigenaren die vragen om het proces weer verder in te vullen. Of dat precies binnen dat jaar is, daar werd ook iets over gezegd. Weet u, ik ga me daar niet heel druk over maken. Op het moment dat wij hier een goed proces met elkaar dit plan aan het ontwikkelen zijn richting het bestemmingsplan, dan zou het omgevingsplan heten, ik weet niet hoe dat gaat in Den Haag met het omgevingswet-verhaal, maar als wij daar goede vorderingen maken, zie ik echt niet in waarom de provincie na een jaar zegt: nu is het afgelopen. Die zijn al blij dat wij aan het werk zijn. Dat is mijn houding richting de provincie, dat wil ik ook best delen, met gedeputeerde en volgens mij hebben we daar een goed gesprek over. Over het algemeen was de houding richting wel of geen beroep helder, dank u wel. Ook de bewoners schreven dat in hun brief. Het was ook wel vanuit het college de gedachte: ga je daar je energie in steken of gaan we gewoon vooruit denken en weer verder met dit plan.
Daar vroeg ook de heer De Graaf naar: hoe is het contact met de provincie, de slordigheid van de stukken. U koppelt het tegen elkaar, daar zult u mij nooit op betrappen. We hebben gewoon een verhouding met elkaar, we zijn het niet altijd eens, ik ben het ook niet altijd met u eens, maar we zijn aan het werk met elkaar en in die verhouding staan we en we komen tot besluitvorming. Dat is wat mij betreft de relatie met de provincie in haar democratische rechtsstaat. Ze hebben het door Provinciale Staten laten besluiten om dit op deze manier te doen. De heer Van Harn had het over niet informeren raad, daar heb ik voldoende over gezegd. Het aantal sociale huurwoningen. Ik heb dat gelezen in de aanwijzing van de provincie. Ik denk dat we dit in het hele proces een plekje moeten geven. In het participatieplan gaan we ophalen hoe mensen daar tegenover staan, 3B Wonen heeft daar een mooi inzicht over, ik weet het niet. Uiteindelijk bent u het als raad, die dat in het programma van uitgangspunten gaat vastleggen, hoe we dat verder gaan uitwerken in het omgevingsplan of bestemmingsplan. Dus uiteindelijk gaat u de belangenafweging maken op basis van alle informatie die u aangeleverd krijgt vanuit het college, welke hoeveelheid sociale huurwoningen hier moeten komen, sowieso hoeveel woningen daar een goede plek kunnen krijgen, want meer woningen betekent ook weer meer verkeer.
Meneer Van Berkel, ruimte, gesprek, gemeente, provincie. Ik denk dat ik voldoende gezegd heb, we gaan professioneel met elkaar om, dat is het allerbelangrijkste. De heer Ruijtenberg, geen punten waar ik op in hoef te gaan. De heer Van Harn: Ik had een vraag over de 3-hectarenkaart gesteld, dacht ik. Wethouder Cnossen: U heeft gelijk, ik had hem ook aangetekend. Het is niet aan dit college om hem nu van de 3-hectarenkaart te halen, dat is door andere commissieleden ook al richting u gezegd. De vorige colleges hebben elke keer bevestigd dat deze locatie op die 3-hectarenkaart staat. We hebben nu te maken met de aanwijzing, dan lijkt het me een vreemde reactie om dat nu op deze manier te besluiten, maar mogelijk komt het op een gegeven moment aan de orde en dan zou het CDA dat in kunnen brengen, maar het is niet aan de orde voor dit college in het traject dat we nu gaan lopen. De heer Van Harn: Bedoelt de wethouder hiermee, dat het niet mogelijk is? Of dat het college het niet wilt? Wethouder Cnossen: Ik heb hier totaal geen deel in. We hebben hier met een situatie te maken, die ligt hier voor ons, het staat op de 3-hectarenkaart. In het verleden is regelmatig gevraagd: willen jullie dat erop houden? Ja, is altijd gezegd, met u ook in het college. Dan hebben we nu de aanwijzing. Het zou een merkwaardige reactie zijn om te zeggen: we halen het nu maar van de 3-hectarenkaart af.
Want dan gaat de provincie het voor ons ontwikkelen, is mijn idee. Volgens mij waren dit de vragen die gesteld zijn. De voorzitter: We hebben het besproken en er is antwoord gegeven op de vragen die in de eerste termijn uit uw zaal is gekomen. Ik wil erop wijzen, dat we ook nog 3 rondvragen hebben, dus ik zit even te kijken in hoeverre mensen nog behoefte hebben aan een tweede termijn op dit bespreekstuk. Tweede termijn De heer Blonk, L3B: Wethouder, hartelijk dank voor de beantwoording. Het is duidelijk, de commissie is het erover eens dat we niet in beroep moeten gaan, omdat dat geen enkele zin heeft, het is kansloos. Ik wil nog even teruggaan naar het CDA. De heer Van Harn zegt: we blijven tegen de bouw van de Driehoek Noordpolder. Dan lees ik dat de fractievoorzitter afgelopen zaterdag bij het congres van het CDA zegt: met bouwen in de buurt en kleine projecten aan de randen van de kernen kunnen we in een groot deel van de woningvraag voorzien, verdichting is daarbij belangrijk. Dat past precies op de Driehoek Noordpolder en ook nog op de Wildert, zo te zien. Dat vind ik leuk om te zien, dat hij dat zo zegt. Tenslotte nog een laatste punt richting mevrouw Verhoef. Ik ben blij, dat u toch ondanks dat ik wat in gebreke ben gebleven om mijn tekst van tevoren met u te delen, maar ik zag dat u het allemaal oplas, dus u had u goed voor kunnen bereiden. Dank u wel.
De heer Jumelet, WIJ: Een heldere beantwoording van de wethouder. Eén punt, de snelheid van de ontwikkeling van het bestemmingsplan, daar maak ik me toch wel een beetje zorgen om, ook omdat wellicht als het te lang zou zijn dat de provincie aan de deur zou kunnen kloppen en we dan weer
20/25
mogelijkerwijs het stuur uit handen geven. Mochten mevrouw Verhoef en de heer Scheringa nog een plek zoeken om te mijmeren in de randen van de dag, dan is het Annie M.G. Schmidtpark wellicht ook een heel mooie locatie, want daar kan je echt een heel stuk wandelen. De heer De Graaf, VVD: Ik probeer het kort te houden. Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Een paar zaken nog voor de record. In de eerste termijn heb ik gesproken over: we neigen naar geen bezwaar. Laten we het maar gewoon zo vast stellen, dat wij ook zijn voor geen bezwaar, geen beroep. Voor de record. Dan hebben we in de eerste termijn expliciet iets gezegd over ontsluiting. Wij hebben ook een voorkeur voor een ontsluiting buiten de Edelsteenbuurt om. We willen een ontsluiting via de Edelsteenbuurt niet in deze fase al van tafel laten verdwijnen, dus graag een oproep aan het college om bij het opstellen van de nota van uitgangspunten deze als scenario, al is het maar voor de vergelijking, op tafel te laten. Dan misschien toch nog even de relatie met de provincie. Goed te horen, dat dat een professionele relatie is en dat de sfeer goed is.
De vraag die bij mij nog wel blijft hangen: lag er dan geen kans deze zomer, gegeven dat briefje, gegeven de goede relatie, om die aanwijzing uiteindelijk toch te voorkomen met een bepaalde interventie of contact? Misschien dat ik daar wat naïef in ben, maar toch fijn als de wethouder daar nog expliciet wat over kan zeggen. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: De snelheid waar de heer Jumelet het over heeft, misschien moeten we het toch ietsje rustiger doen, want op 15 maart zijn er verkiezingen Provinciale Staten, wellicht is er daarna een ander college en liggen de kaarten toch weer iets anders. Zeker als men ook eindelijk aan de slag wil gaan met de windenergie-opgave en we Bleizo misschien kunnen bebouwen. We zijn nog niet gefuseerd, maar ik ga een klein stukje woordvoering doen namens PvdA. Ik heb één vraag aan de wethouder: is de provincie eventueel bereid om dat jaar uit te stellen naar 1,5 jaar? Is ze daarmee bekend? Als ze daar niet mee bekend is: is ze bereid om dat te gaan uitzoeken? De heer Van Harn, CDA: Ik moet zeggen: het is toch een heel bijzonder bespreekpunt geworden. Een bespreekpunt waarin de indieners eigenlijk vooraf al hebben bepaald dat beroep geen zin had.
Je zou je bijna afvragen: waarom toch dit bespreekpunt vanavond? Wat ik ook wel vreemd vond, dat de wethouder aangaf dat eigenlijk de provincie de omwonenden moet informeren, dat er een proactieve aanwijzing is. Ik begreep dat niet zo goed. Mij lijkt toch dat dat meer een rol is voor de gemeente, maar dat hoor ik toch graag nog even van de wethouder. Ook wij kunnen onze knopen tellen, de meerderheid zoals hier aanwezig heeft al vooraf de handdoek in de ring gegooid. Wij staan als CDA op dit moment alleen, om de Driehoek Noordpolder groen te houden. Dat is juist waar het het CDA om gaat, die groene schil rondom Lansingerland, meneer Blonk. De heer Jumelet: Dan begrijpt u nog steeds niet dat het een aanwijzing is. Dan nog even de woorden van de heer Blonk over uw eigen fractievoorzitter, ik ben benieuwd wat u daarop te zeggen heeft. De heer Van Harn: Ik denk niet dat alle uitspraken van mijn fractievoorzitter overal op geprojecteerd kunnen worden. Wat ik al aangaf: ons verkiezingsprogramma is heel duidelijk over de Driehoek Noordpolder. De voorzitter: De heer Blonk is al twee keer geweest, het spijt me ontzettend, maar we hebben een mooie bespreking gehad, ook in de tweede termijn. We hebben nog een paar vragen, die richting het college zijn gekomen, dus ik geef de wethouder gelegenheid om te kijken of daar nog antwoord op gegeven kan worden.
Wethouder Cnossen: Ik ga mijn best doen. De VVD vroeg of toch in de relatie in de zomervakantie kans was om die aanwijzing te voorkomen. Ja, Gedeputeerde Staten heeft het proces ingezet, opgehaald wat mensen aan zienswijzen daarin hebben, dan moet je dat netjes aflopen. Het college heeft daar geen poging toe gedaan, wij hebben ons in het proces gevoegd. Als je eenmaal stap 1 hebt gezet, dan moet je het ook netjes afmaken. De heer Ruijtenberg vroeg namens de PvdA, de heer Jumelet maakte zich zorgen over de snelheid, of die 1,5 jaar bespreekbaar was. We hebben heel veel stukken gezien van de provincie en op een gegeven moment stond er zelfs 1,5 jaar in, meneer Ruijtenberg. Dat is heel bijzonder. Het is nu weer verdwenen. Ook richting meneer Jumelet: kunt u het zich voorstellen dat als wij in een goed proces bezig zijn en over een jaar mooie stappen hebben gemaakt, weet ik in welke fase we zitten, voorontwerp, dat de provincie dan zegt: jullie zijn niet snel genoeg, ik kom het overnemen. Daar geloof ik helemaal niets van. Ik ga uit van een professionele verhouding tussen gemeente en provincie. Zij zien, dat merkten we al bij dat eerste briefje, dat wij ermee aan het werk zijn. Dan zijn we toch waar we zijn moeten? Daar doe ik het mee. De voorzitter: Dan zijn we aan het eind van deze bespreking gekomen.
We hebben met elkaar gedeeld hoe iedereen erin zit, dat kan iedereen weer meenemen in de vervolgstappen die nog zeker gaan komen rondom de aanwijzing maar ook rondom de ontwikkeling van de Noordpolder. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de bespreekstukken.
21/25
7. Actualiteiten uit het college Wethouder Muis: Ik ben een beetje verkouden, ik heb geen corona, maar ik ben er natuurlijk toch voor uw vragen. Als ik iets kan melden bij de actualiteiten uit het college, dan doe ik dat graag. Het college, maar ook de fractievoorzitters hebben een open brief ontvangen van de vogelopvang de Wulp, dat is van de Haagse vogelbescherming. Zij vragen om ondersteuning voor de verzorging van probleemvogels. De strekking van die brief is, ik weet niet of u hem kent, er zitten hier wel fractievoorzitters, maar het is goed om het even toe te lichten, dan hoeft u er niet perse vragen over te stellen. De strekking van die brief van de vogelopvang De Wulp uit Den Haag is, dat door het wegvallen van de wildopvang Delft, die is failliet, dat de opvang van die dieren wordt verspreid over andere opvanglocaties in de regio. In dat kader zou vogelopvang De Wulp ook graag aanspraak willen maken op een deel van de subsidie, die de wildopvang Delft van Lansingerland ontving. Daar is contact over geweest met het bestuur van De Wulp en we hebben de subsidieregeling daar toegelicht. Alleen, De Wulp in Den Haag valt buiten onze kilometergrens, die wij hebben gesteld in de subsidieregeling, zodat zij daar niet voor in aanmerking kunnen komen.
Om toch een oplossing te zoeken is er contact geweest met de vogelopvang Vogelplas Karel Schot uit Rotterdam en geadviseerd dat ze daarmee contact hebben om de subsidie voor volgend jaar te verdelen, omdat waarschijnlijk door het wegvallen van de wildopvang Delft Rotterdam meer geld zal krijgen, want het is gebaseerd op het aantal aanvragers en ook vanwege het stijgend aantal op te vangen dieren. Dan weet u hoe het college hiermee omgaat. Wij zullen kijken voor volgend jaar 2023, naar de subsidieregeling op basis waarvan we nu die subsidie verdelen over de verschillende opvangorganisaties of we in de nieuwe regeling die kilometergrens kunnen oprekken, zodat de vogelopvang De Wulp in Den Haag daar wel onder zou kunnen vallen. Dan weet u dat. Mocht u die brief gelezen hebben en dit zou willen weten, dan weet u het nu. Dat was het. De heer Jumelet, WIJ: Ik had wel de vraag over het onderwerp dat staat bij verkeer en vervoercentra Berkel en Rodenrijs. Er is een besluit genomen door het college. Mijn vraag is: wat zijn de overwegingen om daarvoor te kiezen? We hadden daar een voetgangersgebied en fiets te gast. Maar blijkbaar gaan we per 1 december daar iets wijzigen. Mijn vraag is: wat zijn de overwegingen? Wethouder Muis: Ik ben hier natuurlijk eerder bij betrokken geweest. Het is een wens vanuit omwonenden, winkeliers.
Er is sprake van hier en daar een onduidelijke of verschillende situatie. Hiermee maak je het eenduidig voor iedereen. Dat komt dus tegemoet aan zorgen, die er al veel langer zijn. Verschillende fracties zijn in het verleden benaderd door winkeliersverenigingen hierover. Ik ben toevallig zelf bij een spreekuur geweest, waar omwonenden het heel fijn vinden dat dit toegepast gaat worden. Het is tijdens de winkeltijden. Je wilt niet dat als er markt is mensen met hun fiets er doorheen rauzen. Het is bedoeld, dat je niet hoeft te kijken: wat zou hier de situatie zijn? Het is eenduidigheid in die 2 kernen in het winkelgebied tijdens de openingstijden van de winkels: niet fietsen. De heer Hofman, CU: Ook vanuit onze fractie een vraag over dit item in de voortgangsrapportage. Wij vroegen ons namelijk af of er bij dit besluit is gedacht aan mensen die slecht ter been zijn. Voor auto’s heb je dan een gehandicaptenparkeerkaart, daar is het voor geregeld. Maar mensen die slecht ter been zijn, met de fiets wel bij een winkel kunnen komen, maar niet een heel eind kunnen lopen, hoe gaan we daarmee om als we dit besluit nemen? Hoe gaat u daarmee om? U heeft het besluit genomen.