[BV22.0113] Verslag commissie Ruimte van 8 november 2022
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Ruimte
BV22.0113 Datum vergadering
: 8 november 2022
Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Bianca Boonstra, Paul Zantman Leefbaar 3B : Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard, Jean Paul Meuldijk CDA : Frans Ammerlaan, Charles van Harn, Wouter de Ruiter VVD : Ivo de Graaf, Vincent Jumelet D66 : Ronald van der Stad, Arjen van Berkel CU : Arjen Hofman, Lenneke Maasland GroenLinks : Marko Ruijtenberg PvdA : Petra Verhoef, Valmir Xhemaili, Nanno Scheringa Wethouders
: Leon Hoek, Simon Fortuyn, Michiel Muis, Titia Cnossen
Voorzitter Commissiegriffier
: Ineke den Heijer : Karin Koemans
Afwezig Voorzitter Commissieleden
: Nelleke Bouman : Christiaan Toussaint, Jorgen van de Burgt, Menno Duk
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond allemaal, het is acht uur. Welkom bij deze commissievergadering van de commissie ruimte. Welkom leden van de commissie, welkom mensen in de zaal en ook welkom mensen die aan het meeluisteren zijn. We hebben weer een paar belangrijke onderwerpen te bespreken vanavond, het zijn er 3. Het lijkt weinig, maar we kunnen er lang over doen, zoals u van ons gewend bent. Ik zou zeggen: ook belangrijke onderwerpen kan je kort bespreken. Dat even vooraf. Dan kijk ik rond of de commissieleden dit begrepen hebben, dat heb ik geleerd. De heer Van der Stad schuift wellicht later aan, want hij is nog bedankjes aan het uitdelen aan vrijwilligers, dus hij zal later aanschuiven. Aan mijn rechterhand zit mijn assistent, zij geeft aan hoe het werkt, dus dan komt het goed vanavond. 2. Insprekers De voorzitter: We hebben 3 insprekers vanavond, ook bekenden, dus zij weten wat hen te doen staat. De heer en mevrouw Van den Haak. En de heer Van Lieshout, die komt inspreken op het onderwerp Parq Verde. Ik zou naar voren willen vragen meneer of mevrouw Van den Haak, u gaat samen inspreken. Het betreft een agendapunt dat de vorige keer op de agenda heeft gestaan, we hebben u toen ook beiden gehoord.
De commissieleden zijn ook vrijwel allemaal op bezoek geweest om ter plekke te kijken op de locatie, het onderwerp waar we het straks over hebben. Zijn er ook nieuwe onderwerpen die u wilt bespreken? Ga dan vooral daar op in, want we weten al heel erg veel van elkaar inmiddels. Inspreker 1: Mevrouw Van den Haak: Allereerst wil ik natuurlijk iedereen bedanken die zijn wezen kijken naar de situatie, dat gaf ons een goed gevoel, dat er toch uiteindelijk naar ons geluisterd zou zijn. Wat ik wel vervelend vind, is dat ik als eerste aan het woord moet, want dan ik niet echt reageren op wat jullie te vertellen hebben over dit onderwerp. Ik heb het verslag gelezen van de vergadering en ook wat het college van burgemeester en wethouders erop geantwoord heeft. Ik heb er eigenlijk niets nieuws over gelezen, wat burgemeester en wethouders vinden, want dat is wat ze al 2 jaar roepen: het pand moet daar komen te staan, er is geen andere mogelijkheid, punt, daar moet u het mee doen, daar is de zaak mee afgesloten. Aldus de rijdende rechter. De moed zakte mij echt in de schoenen. Jullie zijn hier geweest, daar hebben we een goed gevoel aan over gehouden en toch zijn we geen steek verder. Wat heeft dit dan voor zin? Wat ik wel gek vind van de reactie van het college: het moet daar zo komen te staan, want anders komt initiatiefnemer voor onvoorziene onkosten.
Dus? Als ik een aanvraag indien en hij is niet goed, dan moet ik het toch ook aanpassen? Dan kost het mij toch ook geld? Ik snap het probleem niet echt, maar goed. Maar ik hoop wel dat burgemeester en wethouders open staan voor andere ideeën, ook die wij tijdens de bespreking bij ons hebben aangekaart, dat ze toch nog eens willen
1/25
kijken. Gezien de historische lijn van de Hoefweg, een paar deuren verder hebben we Snoei, dat is hetzelfde pand en daar staat een stal haaks op het huis / kantoorpand in dit geval. Er is wel een andere plaatsing mogelijk voor de loods, zodat het kantoorpand verder naar achteren kan, want hij steekt echt verschrikkelijk voorbij ons historisch huis, waar het op moet gaan lijken. Dan zie je ons huis niet meer. Wat ik ook gek vond, bij dat verslag van burgemeester en wethouder, is dat het kantoorpand weer gegroeid is. Hij was eerst 320m2 en toen was het 420m2 en nu is het 713m2. Ik heb van alles nagerekend, maar ik kom nooit op 713m2. Dat bedoelde ik ook de vorige keer: er verandert iedere keer iets in de aanvraag of in het gesprek. Wat ik al zei: de loods wordt geen opslagloods, maar een garage. Het zijn kleine woordjes met grote gevolgen. Zeker het kantoorpand, dat nog een keer zo groot wordt. Ik hoop echt dat het bezoekje van de raadsleden naar ons toe geholpen heeft. Ik heb nog hoop, maar het is niet heel veel. Dank u wel. De heer Van den Haak: Ik kan ook zeggen, dat het heel erg fijn was dat jullie zijn wezen kijken, op jullie na, een beetje jammer, dat had wel gemoeten. M’n meisje heeft het heel goed verteld, wat er eigenlijk gaande is. We mogen protest indienen, maar het is eigenlijk allang beklonken. Dat kan niet.
Het pand is veel te groot, het hele bedrijf hoort daar niet. Ik heb een paar foto’s gemaakt van hoe het eruit komt te zien. Ik weet niet wat we willen, maar dit is niet hoe we het aanzicht van Bleiswijk willen maken. Het is echt verschrikkelijk wat jullie bedenken en waar jullie misschien, ik hoop het niet, goedkeuring voor gaan geven. Ik denk dat wij heel goede plannen hebben aangegeven hoe wij er dan wel mee zouden kunnen leven. Kijk daarnaar. Ga niet zomaar ergens ja op zeggen. Dit hoeft niet, echt niet waar. Wij zijn niet heel erg moeilijk. Inderdaad, over de garage, die behoorlijk groot is: dat zou geen garage zijn, dat zou een opslag zijn. Maar er zijn ook monteurs in dienst, wat gaan die dan doen? De wagens die er staan (…). Het is echt verschrikkelijk wat jullie doen, de rotzooi die er is, waar niet naar wordt gekeken. Ik heb ook hier ergens op mijn briefje staan: het is niet wat je kan, maar wie je kent. Het is echt verschrikkelijk wat jullie doen. Als jullie dit goed gaan keuren, zoals het nu is, echt waar, hier zijn echt geen woorden voor. Ik ben hier wel klaar mee. Doe wat je wilt, maar dit klopt niet. Echt niet. De voorzitter: Er zijn geen verhelderende vragen meer van de commissieleden, dus u kunt zitten en zo luisteren naar de bespreking hierover. Inspreker 2: De heer Van Lieshout: Goedenavond, geachte leden van de commissie ruimte.
Bedankt voor de kans om hier even te mogen staan om mijn zegje te mogen doen. Ik heb het ook op papier gezet en dat ga ik gewoon voorlezen, dan vergeet ik niets. Voor u staat een bezorgde en betrokken inwoner van de gemeente Lansingerland. Maar ik sta hier niet op persoonlijke titel. Ik vertegenwoordig de bewoners van het Hoeksehof in Bergschenhoek. Ja, dat is die straat met de 14 leegstaande woningen. Maar het pijnpunt waarom ik hier sta is het mandelig terrein. Al ruim 2,5 jaar proberen wij de hulp en betrokkenheid van onze gemeente te krijgen. Stelt u zich eens voor. U koopt een mooie woning en in de folder van ruim 60 pagina’s staat letterlijk twee zinnen: Het openbaar gebied in Parq Verde wordt uitgegeven in een Vereniging van Eigenaren (VvE). Dat betekent dat iedereen die hier woont medeeigenaar is van dit gebied. Punt. Tijdens de koop wordt er een lastig te doorgronden akte onder de neus geschoven met veel verplichtingen. Volgens de stukken zijn we verder verplicht om de eerste 2 jaar het beheer te beleggen bij J&M beheer. Dat is een gekozen partij contractueel, waarvan je ervan uitgaat dat die verstand van zaken heeft. Die partij zei vooraf: dat wordt ongeveer € 30, de kosten per maand. Alle seinen op groen, want dat klinkt uitstekend. Een schitterend huis, een mooi betaalbaar gebied, goede afspraken en een beheerder die verstand van zaken heeft. Maar toen.
De eerste woningen werden opgeleverd, maar van een straat, laat staan straatverlichting, was geen sprake. Er is tijdens het proces zelfs gekozen om het in 3 fases te bouwen. Het gaat om 46 woningen. Toch maar eens de gemeente bellen hoe het toezicht is geregeld en hoe verder. Toen bleek onze gemeente ineens niet zo van ons te zijn. Steevast werd het volgende antwoord gegeven: Het gebied is van jullie, jullie hebben afspraken gemaakt met de ontwikkelaar. Het is een vrij lastige partij. Ik zou professionele hulp inhuren, want het gaat een lastige worden. En toen begon de ellende en onzekerheid. Na ongeveer een jaar mailen met alle partijen, bezoek aan gemeenteambtenaren, bezoek aan de wethouder en het indienen van WOB verzoek kregen wij een aardige indruk van de afspraken. Afspraken zijn niet sluitend zijn en jullie hebben allemaal gezien hoe de ontwikkelaar hiermee omgaat, want het is een gehaaide ontwikkelaar. Wij zijn geen partij. De ontwikkelaar heeft ook nog eens de grootste stem binnen de VvE, aangezien hij meer dan 1/3 in bezit heeft. Op de basis die nu gelegd is, wordt het een zeer lastige situatie voor ons. Na de gesprekken hebben we toch een beetje beweging gekregen, want de gemeente is toch in de veronderstelling: wij hebben een programma van eisen opgesteld en misschien is het tijd dat we gaan controleren op die eisen. Dat is iets heel fijns.
Tijdens de bouw en na de oplevering bleek daar nog geen sprake van. Maar er is toch een controle uitgevoerd door iemand die is ingehuurd. Maar van bestek is geen sprake, van goede afspraken is geen sprake, dus dan heb je een controle die heel lastig uit te voeren is. Dat moet op basis van een tekening. Hoe verder? Wij weten het niet. Hoe is de besluitvorming
2/25
dan toch gegaan? Daar zit u hier heel vaak voor, voor besluitvorming. Is er weleens nagedacht over de kosten, die wij kwijt zijn als individuele bewoners om een mandelig gebied draaglijk te kunnen maken? Iets waar de gemeente normaal voor verantwoordelijk is. Dat is geen idee. We hebben het vaak gevraagd, het is lang geleden, niemand weet het meer. Maar dat iedereen weet dat die € 30 niet voldoende is, dat is wel helder. Een jaar lang onderhoud, dat is toch voor de ontwikkelaar? Nee, dat is ook niet afgesproken. Zijn dan die algemene beginselen van behoorlijk bestuur wel gevolgd, zou je kunnen denken, bij die besluitvorming. In onder andere de gemeente Almere is veel ervaring met mandeligheid, al jarenlang, en zijn er lessen uit getrokken. Hier zijn 10 aanbevelingen uit gekomen. Ik heb ze alle 10 gelezen, daarvan is geen enkele aanbeveling overgenomen in onze gemeente. Dat is eigenlijk het zorgvuldigheidsbeginsel, dat je zou moeten betrachten bij het nemen van een besluit. Of er dan sprake is van een evenredigheidsbeginsel om het te motiveren, wij hebben het niet gehoord. Zijn wij nu geholpen? Wat willen die bewoners? Er is wel contact met de gemeente, maar veel meer dan een juridische uitleg is het eigenlijk concreet nog niet. Ook niet op onze brandbrief, die de media wel hebben opgepakt. De brandbrief, waar slechts 1 raadslid op heeft gereageerd.
Er is iemand ingehuurd door de gemeente om uiteindelijk te kunnen toetsen aan de eisen. Maar nogmaals, als deze niet duidelijk zijn is het lastig. Eisen die de gemeente wel altijd afdwingt als ze zelf eigenaar gaan worden of zijn. Vorige week maandag is de wethouder, mevrouw Cnossen, op bezoek geweest en dat kunnen wij ontzettend waarderen. Maar de wethouder heeft ook geen pasklaar antwoord voor dit probleem, dat eigenlijk is ontstaan bij de wortels. Het is een oud dossier en eigenlijk, zo voelt het, wil niemand zijn vingers eraan branden. Maar dat er hulp moet komen vanuit de gemeente, dat is wel evident. Wanneer zijn we dan tevreden? Voor ons is hulp belangrijk. De gemeente moet zich echt verantwoordelijk gaan voelen voor een correcte en kwalitatieve oplevering van dat gebied. We horen toch bij deze gemeente? Maar ook in het beheer verder dan dat. Hoe ga je om met zo’n gebied, hoe beheer je dat? Het gebied is gewoonweg te complex. Het is voorzien van o.a. waterwegen, straatverlichting, wadi’s, straten, groenvoorziening, ondergrondse infrastructuur. Daar komen allemaal partijen bij kijken, hebben we gemerkt. Partijen, die niet met elkaar praten, ook niet verschillende overheden. Voor ons als bewoners is dat gewoon niet te overzien. De vergelijking die wordt gemaakt met andere mandelige gebieden, dat gaat niet op, zoals onlangs is gesteld in een brief aan de raad.
Die gebieden zijn totaal niet te vergelijken. Dat gaat om een straat met wat straatstenen and that’s it. Daar zou het wel kunnen werken. Wat wensen wij dan? In de ideale vorm wensen wij eigenlijk gewoon de overname van het gebied. Als dat niet lukt, mee te liften op het beheer van de gemeente om gebruik te kunnen maken van de expertise en slagkracht, maar ook van de grote raamcontracten. Wij zijn uiteraard veel duurder uit als we los een aannemer gaan inhuren voor al dit onderhoud, voor vervangen, voor de groenvoorzieningen te onderhouden. Wij hebben daar gebrek aan kennis bij. We houden alle opties open qua oplossing. Zonder hulp voorzien wij grote problemen, zoals burenruzies, kosten die de pan uitrijzen, conflicten met instanties, wanbetaling in de VvE. Wij verzoeken u dringend om hulp en ook dat de wethouder geholpen wordt met besluitvorming hierin. Dat was mijn betoog. De heer Van Harn, CDA: Dank u wel, meneer Van Lieshout, voor uw inspraak. U zegt: de wethouder is bij mij op bezoek geweest. Heeft u toen ook al deze punten aangekaart, die in deze brief staan? De heer Van Lieshout: Ik denk het wel. We hebben een uur gesproken met elkaar. Ik heb recent nog een interview gegeven op Lansingerland, dat duurde een half uur. Maar ook daar heb ik tekort aan om te vertellen wat ik heb gedaan. Maar ik heb de punten besproken.
De heer Van Harn: Ik heb gelezen, dat de wethouder heeft toegezegd, dat ze hulp beschikbaar wil stellen. Als zij de problemen kent, mag u daar iets van verwachten, toch? De heer Van Lieshout: Ik hoop het, want ik ben hier heel vaak op bezoek geweest. Ik heb ook een keer de vorige wethouder gesproken en daar zijn toezeggingen gedaan, maar de toezegging ‘alle hulp’ is heel abstract. Wat voel ik als hulp en waar denken andere mensen mij mee denken geholpen te hebben. Wat de hulp concreet gaat betekenen, weet ik niet. Dat is het. De heer Jumelet, WIJ: Naar aanleiding van uw eerdere mail heb ik technische vragen gesteld aan het college, maar die zijn niet openbaar, dus dat heeft u waarschijnlijk niet gezien in het antwoord, maar als ik die lees, dan merk ik dat er toch een privaatrechtelijk verschil is tussen u als bewoners en R&H. U wil de gemeente er graag bij betrekken, maar ik lees uit die stukken dat de gemeente niet echt partij is. Heeft u privaatrechtelijk R&H aansprakelijk gesteld voor. Ik beluister bij u een beetje misleiding bij de aankoop. Dan is de vraag wat de rol van de notaris daarin geweest is, want ik neem aan dat hij jullie voorgelicht heeft. U heeft een overeenkomst gesloten met R&H en niet met de gemeente. Heeft u R&H ook echt aansprakelijk gesteld of iets dergelijks, want dat hoor ik niet echt in uw verhaal.
De heer Van Lieshout: R&H hebben we in gebreke gesteld om een degelijke oplevering te hebben. Maar als blijkt dat er geen bestek is en we moeten het doen van een tekening, dat is voor interpretatie vatbaar, dan is het bij ons bijzonder lastig, omdat de wortels gelegd zijn bij de gemeente die ons vertegenwoordigd heeft in de vroege fase van zo’n project en de ontwikkelaar, die dat snapt. Als de ontwikkelaar ruimte krijgt. Het programma van eisen, die anterieure overeenkomst, dat is niet een overeenkomst tussen mij en de ontwikkelaar, dat is een overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar. Wij hebben op papier
3/25
niet heel veel eisen gesteld, waar dat aan moet voldoen. Wij zien een gebied op een kaartje en we denken: hé, dat wordt op die manier ontwikkeld, het zit wel snor. Maar of er dan oeverbescherming is of hoe die bruggen er dan uit gaan zien, welke straatstenen er worden gebruikt, welke eisen je aan bepaalde dingen kan stellen, daar ben je niet mee bezig als je een huis gaat kopen. Dan hoop je dat de gemeente dat goed geregeld heeft. Als de gemeente het geregeld zou hebben voor zichzelf, dan heb je gewoon een jaar lang onderhoud, wat de ontwikkelaar gaat bekostigen. Dan heb je vaak een bestek, dan heb je dingen om te toetsen. Wij hebben niets hoeven toetsen, alleen een tekening en het feit dat je wegen moet aanleggen en het feit dat je gras moet aanleggen en boompjes moet planten. Daarmee moeten we het doen. De voorzitter: U heeft het goed toegelicht. We gaan kijken of er nog meer vragen zijn. We moeten voorkomen dat we in een discussie terecht komen. De heer Blonk, L3B: Heer Van Lieshout, in artikel 65 van het Burgerlijk Wetboek, in boek 5, staat: mandelige zaken moeten op kosten van de mede-eigenaren worden onderhouden, gereinigd en indien nodig vernieuwd worden. Dat betekent dus, dat u dat allemaal zelf moet doen.
Dat staat er, maar nu is mijn vraag: heeft de notaris toen u het huis kocht, toen het gepasseerd werd, heeft hij u gewezen op wat het voor u betekent, een mandelig gebied kopen? De heer Van Lieshout: Ja, er is aandacht aan besteed, want we krijgen een akte. Die aandacht is niet heel groot geweest, daar heeft een notaris geen baat bij. Het wordt terloops wel besproken, maar omdat je met een beheerder te maken hebt, die al aangewezen is. We zijn gewezen op het feit dat er beheer in ons pakket zit. De heer Blonk: U suggereert dat de notaris partijdig zou zijn, maar ik ga daar in ieder geval niet van uit, maar hij heeft het dus wel aangegeven? Wat dat betekent, dat er nadelen en voordelen aan zitten. De heer Van Lieshout: Ja, dat klopt. Mevrouw Verhoef, PvdA: Dank u wel voor uw inspraak. U gaf aan, dat u eerder contact heeft gehad met de gemeente. Mijn vraag is eigenlijk: welke gesprekken zijn er nog toegezegd? Zijn er nog gesprekken toegezegd? Op welke punten is er nog gesprek? Wat zijn nog de discussiepunten waarover u in gesprek gaat met de gemeente? Of is het nu on hold gezet? Ik heb dat niet helemaal scherp. De heer Van Lieshout: Het is niet on hold gezet. Er wordt gesuggereerd aan de raad, dat het terrein is opgeleverd, zo ziet Roelofs en Haase dat ook. Alleen, de gemeente heeft wel toegezegd: wij gaan nu het programma van eisen toetsen of het klopt.
Alleen, degene die is ingehuurd zegt ook met zoveel woorden: er valt niet zo heel veel te toetsen want het is niet zo lekker afgesproken. Wij zijn daar wel de dupe van. Hoe dat proces loopt, ik weet dat niet, want ik word daar niet van op de hoogte gehouden. Dat loopt parallel naast elkaar, de gemeente en wij. Ik weet niet precies wat de gemeente doet. Zij weten wel wat ik doe, want ik neem ze in elke mailwisseling mee. Daarnaast weet ik ook niet concreet wat er nou nog gaat gebeuren, in het feit dat we nog geholpen zouden willen worden met het onderhoud. Kunnen we aansluiten bij het beheer? We hebben ook niet gezegd: het moet allemaal gratis en voor niets. Het zou iedereen goed als dat beheer tegelijk opgetrokken wordt met gemeentebeheer, maar misschien ook met dezelfde kosten want we betalen ook dezelfde belasting. Ons straatje wordt niet gemaaid en onze lampen moeten we ook zelf betalen. Daarnaast moeten wij een hovenier twee keer zoveel geld betalen als de gemeente dat zou moeten doen met raamcontracten. Het gaat ons heel veel geld kosten. De voorzitter: Ik zie dat er verder geen vragen zijn. Bedankt voor uw toelichting op het onderwerp. Het is nu aan de commissie om daar afwegingen te maken of om verder informatie bij u te vragen of om het op een andere manier bij de wethouder onder de aandacht te brengen of te agenderen. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d.
4 oktober 2022 De voorzitter: Heeft iemand daar nog een opmerking over? Nee. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De heer Ruijtenberg, GL: Gezien de toeschouwers op de tribune wil ik voorstellen om agendapunt 6.a naar voren te halen en die te bespreken voordat we aan de punten 5.a en 5.b gaan beginnen. De voorzitter: Heeft iedereen dat gehoord en is iedereen daarmee akkoord? Dan gaan we dat doen. Inventarisatie rondvraag: De heer Crielaard, L3B: Ik wil melden dat ik 2 rondvragen heb ingediend. De heer Scheringa, PvdA: Wij hebben ook een rondvraag ingediend. De voorzitter: Dat heb ik gehoord. Dan hebben we er 3 in totaal.
4/25
6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Bleiswijk 1e partiële herziening Hoefweg 184-186 De voorzitter: Weten we allemaal dat dit een agendapunt is dat we de vorige keer ook besproken hebben met elkaar? Vervolgens zijn we met zijn allen gaan kijken. U bent hier aanwezig om toe te lichten hoe u erin zit. Ik kan me voorstellen, dat daar van alles over te zeggen is, maar we hebben toch de spreektijd aangehouden. Ik zou willen vragen om daar goed mee om te gaan. Wie wil, die start. De heer Van Harn, CDA: Allereerst een compliment aan de wethouder, die de moed heeft gehad om dit onderwerp opnieuw op de agenda te plaatsen. Ze heeft aangevoeld of misschien is het toegefluisterd dat de discussie nog niet was afgerond na de vorige commissie en na bezoek op locatie. Maar daar hoort ook een kritische noot bij, maar dat later. Dank ook aan de heer en mevrouw Van den Haak, die de fracties hebben uitgenodigd bij hen thuis aan de keukentafel om het gesprek aan te gaan. Die ochtend hebben we met eigen ogen de situatie kunnen waarnemen. Ik heb bij de vorige commissie aandacht gevraagd voor de historische linten. Ik heb mij door een bezoek aan de oudheidkundige verenigingen Museum Bleiswijk laten bijpraten over het historisch lint Hoefweg. Ik ben dan ook blij met het ontwerp, een loods met daarvoor een kantoor.
Het moet een beetje lijken op het karakter van een moderne boerderij. Wat mij opviel is dat er in de vorige stukken gesproken werd over 420m2 kantoorruimte. Nu wordt er gesproken over 713m2. Wat is er gebeurd na de vorige keer en vandaag, wethouder? En dan te weten dat het bestaande kantoor 190m2 groot zou worden. Om gehoor te geven aan de bezwaren vanuit Hoefweg 182 speel ik met de gedachte om daar waar het nieuwe kantoor met parkeerterrein voor personenauto’s gepland staat, dat gebied niet op te hogen met de genoemde 1.20 meter. Dit houdt in dat het kantoor minder hoog wordt ten opzichte van de omgeving. Dat in zekere mate tegemoet gekomen wordt aan de bezwaren van omwonenden en dat het zicht op de historische boerderij vanaf de weg daardoor verbetert. Ik ben benieuwd hoe de andere fracties daar tegenaan kijken. Tot zover. De heer Ruijtenberg, GL: De heer Van Harn zei het: we hebben het hier de vorige keer al over gehad. U heeft dat ook aangegeven. Dit is een bewijs dat burgerparticipatie, als het goed uitgevoerd is, werkt. Het is eigenlijk heel simpel. Toen wij het stuk in eerste instantie onder ogen kregen, toen dachten wij: dit ziet er goed uit. We hadden nog wat vragen over duurzaamheid, waar ‘niet van toepassing’ staat, maar verder eigenlijk een hamerstuk.
Toen kwam de inspraak van meneer en mevrouw Van den Haak en dat heeft onze mening doen veranderen om in ieder geval niet voor te stemmen en om het aan te houden en te gaan kijken ter plaatse, wat nu daadwerkelijk de situatie is en hoe het gaat worden in de verbeelding die geschapen is. Ik ben niet zelf geweest, mijn fractiegenoot de heer Duk is geweest. Hij heeft uitgebreid verslag gedaan bij mij van wat er daar allemaal besproken is. Naar aanleiding van het bezoek zijn wij als GL van mening veranderd. Waar wij in eerste instantie voor dit bestemmingsplan waren, zijn wij nu tegen het bestemmingsplan. Wij zullen in de raad van 24 november tegen gaan stemmen, ongeacht hoe de bespreking hier gaat zijn. Ik begrijp uit de woorden van de heer Van Harn dat het in ieder geval een bespreekstuk gaat worden en dat het niet als hamerstuk naar de raad gaat. Ik zou heel simpel zeggen waarom wij hier tegen zijn. Het is dilemma, aan de ene kant de overwegingen die erin staan, die snappen wij wel. Het lint, zoals het er nu bij ligt, het ziet er niet uit. Het is een rommeltje, het is geen mooie entree van Bleiswijk, het klopt niet. Je moet daar iets gaan doen, zodat het gaat veranderen. We begrijpen ook, dat het bedrijf op de huidige locatie niet uit kan breiden en dat ze iets moeten doen.
We willen ook graag de ondernemers, de lokale MKB, de kurk waar onze economie op drijft, die ondernemers willen we ook wel graag ter wille zijn om hun onderneming te kunnen uitvoeren. Aan de andere kant zien we dat met die ophoging eigenlijk het historische karakter van het lint wel onderuit gaat. Daarnaast de zichtpartij van meneer en mevrouw Van den Haak, waarbij je je afvraagt: wat is het woongenot op het moment dat er feitelijk een garage voor hun deur gaat komen. Dan staat er in de stukken: er staan 43 auto’s, maar die staan in de weekenden bij de chauffeurs thuis, er wordt elders geknutseld, die zijn voor andere dingen, de soep wordt eigenlijk niet zo heet gegeten als het opgediend wordt. Maar het zijn allemaal mitsen, maren en aannames, waar we niet op aan kunnen. Kiezen we voor economie of kiezen we voor de mens? Dan kiezen wij in dit geval voor de mens. Wij kiezen dus tegen dit bestemmingsplan. Dan is er ook een puntje van kritiek op het voorstel voor de raad. Wederom staat bij punt 7, duurzaamheid niet van toepassing. De wethouder heeft het de vorige keer al gezegd: dat is niet goed gedaan, natuurlijk zijn er eisen van duurzaamheid, dat gaan we doen. Ik zie in de stukken ook staan dat er veel aandacht besteed wordt aan duurzaamheid. Toch stelt het ons niet gerust. Had het erin gezet. Het is voor dit raadsvoorstel en hier staat: niet van toepassing.
Daarop zullen we in ieder geval gaan amenderen als dit stuk naar de raad gaat. Daar wil ik het bij laten. De heer Hofman, CU: Ik heb een beetje buikpijn gekregen van dit dossier. Na de bespreking van vorige maand en het daarop volgende locatiebezoek dachten we dat initiatiefnemer en omwonenden goed tot elkaar konden komen en dat een oplossing, die iedereen goed zou vinden wellicht best dichtbij was. Maar nu hebben we een goede raadsinformatiebrief ontvangen van het college, waarvoor dank, en de situatie
5/25
is toch iets anders dan geschetst. De initiatiefnemer is niet van zins om het plan aan te passen en vindt dat hij zich coöperatief heeft opgesteld, heeft mee bewogen met bezwaren en daarmee is de kous wat hem betreft af. Dan lijkt het dus zo klaar als een klontje. De wijziging past in de stedenbouwkundige kaders, er is geparticipeerd, dat heeft ertoe geleid dat partijen dichter tot elkaar gekomen zijn en bovendien leidt de ontwikkeling tot een stevige kwalitatieve impuls voor het verrommelde terrein en was een kas van een dergelijke omvang op die plek ook al mogelijk. Streep eronder, niet meer zeuren, instemmen en lekker realiseren, zou je zeggen. Maar waarom dan toch die buikpijn? Ergens in het participatietraject is er iets geknapt in de relatie tussen participanten. Vanaf het begin hebben omwonenden aangegeven waar ze wel mee konden leven, maar de initiatiefnemer heeft dit mede door een stedenbouwkundige inbreng van de gemeente niet meegenomen in zijn aanvraag. Binnen de omgevingswet is het de bedoeling dat we een gelijk speelveld creëren voor burgers en belanghebbenden als het gaat om ruimtelijke plannen. Hoe meer ik hoor over dit participatietraject, hoe meer ik medelijden krijg met de buren van Hoefweg 182. Ze worden overvallen door een initiatief waar ze niet vooraf in gekend werden, dat is al 1-0 achterstand in het participatietraject.
Daar hebben ze wel direct op gereageerd met een tekening waarop stond hoe ze het wel wilden hebben. Dat dit door initiatiefnemer en gemeente niet als een uitgestoken hand is ontvangen, is een gemiste kans. In plaats van constructief het gesprek opzoeken is er geredeneerd vanuit een overigens volledig valide beleidskader en is er een eindvoorstel gedaan met de mededeling: daar zult u het mee moeten doen. Daar zit je dan, als omwonenden, tegenover professionals en initiatiefnemer en gemeente, die allemaal tegen jouw idee zijn. Dan sta je niet met 1-0 achter, maar misschien wel 5-0. Deze partijen weten als geen ander wat je wanneer in zo’n traject moet doen. Als omwonenden heb je geen flauw idee en maak je het allemaal voor het eerste en hopelijk voor het laatst mee. In 2021 hebben wij samen met andere partijen o.a. n.a.v. het afgewezen initiatief van Villa de Lans een bespreekstuk geagendeerd, waarin we aan elkaar de vraag hebben gesteld aan welke criteria participatie bij dit soort plannen zou moeten voldoen. Het college heeft destijds per brief op 30 maart aangegeven, dat er wettelijk geen criteria gesteld kunnen worden aan een vorm van participatie. Om onder de omgevingswet wel dat gelijke speelveld te creëren wil ik hier nogmaals ons pleidooi van destijds herhalen.
Wat ons betreft komt er een afvinklijstje, waarin je laat zien dat je daadwerkelijk iets hebt gedaan met de inbreng van belanghebbenden en welke belangenafweging er geweest is in die fase van het proces. We lezen nu eigenlijk alleen de belangenafweging vanuit de gemeente terug in de nota van zienswijzen en niet de afweging vanuit initiatiefnemer, waarom hij ondanks de bezwaren uit de omgeving is gekomen tot dit plan. Dan de rol van de gemeente. De nota van zienswijze en de totstandkoming van dit plan. De beantwoording van de gemeente van de nota ziet heel erg sterk op de nota cultuurhistorie plus. Op zich heel goed dat uitvoering gegeven wordt aan het beleid. Immers, het plan van initiatiefnemer past naadloos in het gemeentelijk beleid. Maar daarbij kan voorbij gegaan worden aan het belang van een andere stakeholder en dat kan een prima belangenafweging zijn, maar het idee dat iedereen tegen je is wordt daarmee wel versterkt. Dan komt de belangenafweging dus op ons bordje terecht. Vind je dat initiatiefnemer en gemeente juist hebben gehandeld door vast te houden aan het ruimtelijk kader of vind je dat er ruimte had moeten zijn voor een invulling die een tikkeltje afwijkt van het beleid, iets wat je misschien wel moet uitleggen aan de raad. Al bladerend door de nota Cultuurhistorie Plus uit 2012 denk ik dat de nota de ruimte biedt voor een andere afweging.
Het is wat mijn fractie betreft geen uitgemaakte zaak, dat een alternatief plan per definitie beter is, maar het is wel een gemiste kans dat het niet is meegenomen in de afweging. De heer Van Harn stelde nog een vraag over het ophogen, het niet ophogen. Ik denk dat dat in het kader van het karakter van het lint een dergelijke aanpassing de moeite waard is om te overwegen, maar om er nu een uitspraak over te doen, ik weet het niet, ik moet daarmee terug naar de fractie. Mijn fractie hinkt nog op deze 2 gedachten. Aan de ene kant ligt er een plan, dat goed past op deze plek, ook gezien wat er al mogelijk was op deze plek. Aan de andere kant hebben we de indruk gekregen dat een kansrijk alternatief in de kiem is gesmoord. Een alternatief dat licht afwijkt van vastgesteld beleid, maar wel iedereen blij had kunnen maken als er in een eerdere fase voor gekozen was, als het overwogen was. Nu een plan accepteren, terwijl je weet dat er mogelijk een optimaler alternatief is, is geen wenselijke situatie. Maar het plan terug sturen met de bijbehorende vertraging ook niet. We zijn erg benieuwd hoe andere fracties erin zitten en houden ons eindoordeel nog even aan. De heer Van Berkel, D66: Dit stuk staat voor de tweede keer op de agenda van de commissie. De vorige keer bespraken we de impact van deze wijziging.
Ik sluit me aan bij eerdere sprekers, het is goed dat er ingesproken is en dat we bijna met alle fracties zijn wezen kijken. Onze waardering voor de goede ontvangst en de duidelijke uitleg van de inwoners. We hebben 2 inhoudelijke punten m.b.t. het voorstel. Ik begin met het voorstel van het CDA. Ook wij zien wel mogelijke oplossingen als het gaat om het niet ophogen van het parkeren, zodat het uitzicht vanuit de boerderij vrij blijft. Daarnaast zitten we ook te denken: zouden we iets kunnen met het gebouw op een andere manier aan het lint situeren, zodat deze niet strak langs de boerderij komt te staan? Ik wil aan de wethouder vragen daarop te reageren, wat daar vervolgstappen in kunnen zijn. In principe kunnen we wel instemmen met de bestemmingsplanwijziging
6/25
van glastuinbouw naar transport, want wij zijn het eens met het college, dat er met de toegestane bebouwingsmogelijkheden eerder sprake is van een verbetering dan een verslechtering. Immers, de toegelaten bebouwing is lager en minder omvangrijk dan bij recht op grond van de vigerende bestemming is toegestaan. Dat voor wat betreft D66. De heer Crielaard, L3B: Ik vind het goed dat we hier nogmaals in commissieverband over doorpraten, want bij de vorige bespreking van dit punt waren er nog een hoop onduidelijkheden. Naar aanleiding van de uitnodiging van de bewoners is mijn college Jan-Pieter Blonk op bezoek geweest. Helaas kon ik er zelf niet bij zijn, maar hij heeft ook aan mij goed verslag gedaan en ook een ware fotoreportage gemaakt. Ik denk dat ik inmiddels een goed beeld heb van de locatie. Het is goed dat we als raad grotendeels geluisterd hebben naar de zorgen van de bewoners en de mitsen en maren rond het plan zo beter inzichtelijk hebben gekregen. We hebben ook voor deze behandeling aanvullende informatie gehad, waarvoor dank. Op een aantal vlakken maakt dit voor ons een aantal zaken duidelijker. De vorige keer was er veel discussie over de loods: waar hebben we het nou precies over? Wat we begrijpen uit de berichten die ook vandaag binnen kwamen, zou het dus gaan om een loods en zouden er met de dealers contracten zijn voor het onderhoud van die vrachtwagens.
Dus als dat daadwerkelijk betekent dat geluidsoverlast beperkt blijft, dan zou dat een geruststelling zijn. Ik hoop dat de wethouder dat ook kan bevestigen, dat ze bericht van de architect hebben gehad. Wat wel onduidelijk blijft is de situering van het pand. Als we lezen in de raadsinformatiebrief, dat het argument is: het herkenbaar houden van het historisch lint. Ja, ik vind die argumentatie eigenlijk vrij matig. Zoals mevrouw Van den Haak ook aangeeft in haar inspreken, het zou niet het enige pand zijn dat haaks staat op de Hoefweg en je kan het kantelen. We hinken als fractie op de gedachte: waarom kan je dat pand niet tegen de kassenrand aan plaatsen, eigenlijk een slag draaien en op die manier consensus zoeken met de omwonenden. De heer Hofman refereerde er ook aan, er zou dus ruimte zijn binnen onze vastgestelde kaders om te kijken naar een andere situering. Wat is er tegen, vraag ik me af, om te zoeken naar die consensus? Ik zou eigenlijk willen voorstellen, aan de wethouder willen vragen: is het niet mogelijk om nu te zeggen: maak een pas op de plaats, we gaan het nog niet naar de raad sturen ter besluitvorming, maar laten we eerst even een aantal andere scenario’s uitwerken, wat de mogelijkheden zijn binnen dit bestemmingsplan, dan kunnen we daarna hopelijk tot betere besluitvorming komen.
De heer Van Harn: Is meneer Crielaard op de hoogte van het model van de historische boerderijen langs het lint? De schuur met een huis ervoor. De heer Crielaart: Volgens mij heeft mevrouw Van den Haak aangegeven, dat het niet het enige pand zou zijn dat dan haaks staat op de Hoefweg. Daar komt bij dat de cultuurnota, er zijn beleidskaders vast gesteld en zoals ik die lees bieden die ruimte om te kijken naar andere situeringen en het lijkt me goed om dat te onderzoeken. In de vorige behandeling van dit punt begon ik door aan te geven dat we bij het lezen van het plan enthousiast werden van de omschreven kwalitatieve impuls om de rommelige situatie daar aan te pakken. Voor ons geldt nog steeds dat het echt wel een kans is om daar wat moois te ontwikkelen, maar vanavond is de rode draad dat ik hoop dat dat ook gebeurt, die ontwikkeling, in goede harmonie met omwonenden. Dank u wel. De heer De Graaf, VVD: De vorige keer waren we vrij kort en uitgesproken over het onderwerp, volgens mij noemden we het in de eerste termijn een hamerstuk. Ik ga er nu iets meer woorden aan wijden. Eerst wil ik iets zeggen over stedenbouwkundige. Stedenbouw is een vak, een heel gerenommeerd vak waar we respect voor moeten hebben. Als wij in Nederland in onze bebouwde omgeving willen ontwikkelen, dan hebben we te maken met een scala aan regels vanuit verschillende bestuurslagen.
We hebben het over geluid, over milieu, over van alles en nog wat. Een puzzel leggen binnen ook nog een aantal randvoorwaarden t.a.v. vorm, vormtaal, zichtlijnen. Dat is een enorme puzzel die een bepaalde deskundigheid vraagt. Zeker als we daar als raad nog een aantal uitgangspunten bovenop doen, zoals dat het moet passen in historische linten. Dat hebben wij gedaan, want wat voorligt is een plan dat is gebaseerd op uitgangspunten die wij hier in dit huis met elkaar hebben besproken en vastgesteld. Daar steken we met elkaar een hoop geld in, dat doen we met elkaar niet voor niets. Dat doen we omdat we geen verrommeling willen in onze mooie buitenruimte in onze mooie gemeente. Er is natuurlijk op dit plan een hoop aan te merken, met name door de naaste bewoners, daar zijn we getuigen van geweest. Ik wil daar totaal niets aan afdoen. Ik wil u toch even mee nemen naar een klein gesprek met een collega in de zijlijn van de raad vorige week. Wij zeiden gekscherend: als ik nou het plan heb om mijn huis uit breiden en er een soort Barbapapa-huis van te maken en de buren vinden dat goed, dan kunnen wij consensus hebben, maar dan zijn we toch blij in deze gemeente dat er zoiets als een gemeente is met een lange termijn visie, die vormtaal en totale uitstraling en samenhang in onze gemeente goed bewaakt. Dat is ook wat hier aan de hand is.
Er zijn 2 partijen die een bepaald beeld hebben en een bepaald belang hebben bij deze ontwikkeling. De gemeente is de partij die de grote belangen en de lange termijnvisie moet bewaken. Natuurlijk, het oude lint aan de Hoefweg is niet hersteld, ook niet na deze ontwikkeling, maar achter het plan dat voorligt zit een gedachte, die op lange termijn wel leidt tot een mooie situatie rond de Hoefweg. De vorige keer hebben wij met name gezegd dat het wat ons betreft een hamerstuk is, vanuit het feit dat het huidige recht op het perceel leidt tot een situatie die in
7/25
onze ogen, in onze ogen, want het is maar net hoe je een situatie beleeft, de bewoners beleven het ongetwijfeld anders, maar dat de situatie qua ruimtelijke ordening en qua bestemmingsplan beter wordt, gunstiger met een kleiner bouwvolume langs de erfgrens. Dat is voor ons de reden om vrij snel te zeggen dat het een hamerstuk was wat ons betreft. Dat is de lijn, die wij op dit moment nog steeds hanteren, waar we nog steeds op zitten. Tot slot nog een kleine reflectie op deze raad. De omgevingswet kwam al even voorbij o.a. wat de omgevingswet beoogt. De omgevingswet beoogt ook een kleinere rol voor de raad, een andere rol voor de raad, waarbij de raad meer stuurt op uitgangspunten en meer op afstand. Tot mijn grote verbazing hoor ik hier allemaal heel concrete voorstellen voorbij komen om grond 1,20 meter niet te verhogen en om panden een kwartslag te draaien. Dan gaan we het werk van stedenbouwkundige architecten, waar jaren veel tijd, energie en geld in is gestoken, op een achtermiddag amenderen als we niet opletten. Daar zou ik voor willen behoeden. Ik verwacht niet dat dat de uitkomst of rol van de raad mag zijn. Samengevat snappen we alle emoties, belangen. De afweging die wij maken, is dat wij akkoord gaan met het stuk zoals het voor ligt onder één kleine voorwaarde.
Het mysterie van de vierkante meters, dat willen we wel even opgehelderd hebben vanavond, voordat we hier definitief ja op zeggen. Dank u wel. De heer Crielaard: Begrijp ik uit de woordvoering goed dat we elk plan van elke stedenbouwkundige per definitie als raad moeten goedkeuren? Dan zou je het er nooit meer over hoeven te hebben. De heer De Graaf: Dat begrijpt de heer Crielaard niet goed. De heer Xhemaili, PvdA: Allereerst wil ik insprekers bedanken voor hun inspraak. En de wethouder voor de collegebrief met de toelichting van wat de vorige commissievergadering niet helemaal duidelijk was. Dank daarvoor. Mijn fractiegenoot Hamid Azzouzi en andere collega’s zijn op keukentafelgesprek geweest bij de bewoners. Na dit overleg is er vanuit bewoners aan alle raadsleden een alternatieve tekening toegezonden hoe het wel kan en waar zij vrede mee kunnen hebben. Mijn eerste vraag aan de wethouder is: is de wethouder daarmee bekend? Met de wensen van bewoners, die zij op tekening hebben toegestuurd. Ik ga nu ook in op de commissieleden. Ik ben het eens met de heer Van Harn. An sich is ook mijn fractie blij met het ontwerp. De loods moet lijken op een boerderij, dat past in het historische lint. Het geeft een kwaliteitsimpuls. De heer Crielaard gaf dat ook aan. De heer Ruijtenberg gaf aan dat het een rommeltje is op dat perceel, dat kunnen we allemaal beamen.
Ook mijn fractie is benieuwd naar het antwoord van de wethouder m.b.t. de verhoogde vierkante meters. Hoe zit dat? Waarom? Hoe kan dat? Als ik de insprekers goed heb verstaan en begrepen, is het met de tijd steeds meer geworden. Is dat een fout of is dat ooit in de afgelopen tijd erbij gekomen? De heer Crielaard gaf aan, dat geluidsoverlast toch een ding is, ook voor mijn fractie was dat in de vorige commissie ook een ding. Wat betekent de verandering van loods naar garage? Hoe is het met geluidsoverlast en eventueel handhaving? Ik begrijp de bewoners zeer goed, dat het leefgenot daardoor drastisch kan verminderen, waar ze wonen. L3B gaf aan, dat het een mooie ontwikkeling is voor het gebied. Ik ben het eens met de heer Hofman, hij geeft aan dat participatie heel belangrijk is. Het lijkt erop dat eigenlijk alles volgens de regels gaat binnen de beleidsnormen en beleidskaders, maar toch voelt de participatie in deze niet heel erg bevredigend. Ik denk dat wij er met zijn allen iets aan kunnen doen, goed nadenken over: hoe gaan we dit goed situeren om ook de bewoners tegemoet te komen bij het vaststellen van dit raadsvoorstel. Ik vind het een lastige, want er zijn hier 2 belangen die echt lijnrecht tegenover elkaar staan, het woongenot, het economisch belang, investeringskosten, kapitaalderving, er is reeds geïnvesteerd. Hoe gaan we daarmee om? Ik ben er nog niet over uit.
Het is gelukkig een bespreekpunt, dus we kunnen er nog een ei over leggen. Dat was het voor mijn eerste termijn. Dank u wel. Mevrouw Boonstra, WIJ: Ik heb namens onze fractie contact opgenomen, ook na de mail die wij gisteren via de griffie kregen met de tekst. Dit ook n.a.v. het bezoek dat 7 van de 8 fracties op 7 oktober hebben gebracht aan de familie Van den Haak. We hebben daar ook kunnen zien wat er vanuit de woonkeuken zichtbaar is van het terrein van 184-186. Wat ons betreft is ook de inval van daglicht in de woonkeuken van belang. Dat is ook één van de vragen die ik heb gesteld aan de architect. Want ja, het daglicht in de woonkeuken laat te wensen over. Ik heb vanmiddag in een telefoongesprek gevoerd met de heer Houweling ook gesproken over kleur van de nieuw te plaatsen bebouwing aan de kant van Hoefweg 182 op uitkijkt. De architect kan namens de initiatiefnemer melden, dat het bespreekbaar is om de loods waar de familie Van den Haak op uitkijkt aan die zijde enkele tinten lichter te maken dan nu in de plannen is aangegeven. Hij hoopt daarmee het verlies van licht in de woning te beperken. Verder is de architect wel van mening dat de initiatiefnemer tot dit moment heeft mee bewogen zover in zijn vermogen ligt. Hij motiveerde dit ook met het feit dat een andere plaatsing van de bebouwing meer geluidsoverlast gaat geven m.b.t.
het binnenkomen en vertrekken van de vrachtwagens ten opzichte van de geplande plaatsing, waar loods en kantoor als een geluidsdemper moet gaan functioneren. Daarnaast garandeert hij dat door het melkglas niet gekeken kan worden van binnen naar buiten op het terrein van de familie Van den Haak. Wij ervaren de handreiking van initiatiefnemer inclusief de vanmiddag toegezegde handreiking als positief. Met het oog op deze informatie denken wij dat we met een amendement toch akkoord kunnen gaan met de herziening van het bestemmingsplan. Ik dank u wel.
8/25
De voorzitter: We hebben de commissieleden gehad, ik ga naar de wethouder voor de beantwoording en toelichting op het stuk. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Dank voor het woord, dank aan de commissieleden voor hun woordvoering. Richting de heer Van Harn, de vorige keer merkten we richting de raadsvergadering dat het gewoon niet verstandig was om het door te laten gaan en daarom heb ik via de griffie aan u laten voorleggen om het nog een keer te behandelen in de commissie, want hier is altijd veel meer ruimte om nog eens even door te praten, vandaar dat dat initiatief vanuit het college is gekomen. Dat is goed, want als je dit in de raad moet doen, dat gaat niet lukken, zeker niet in de omvang van de agenda die we toen ook hadden. Het is goed gelopen qua proces, laten we ook andere keren elkaar vinden als dat nodig is. Het college biedt een stuk aan de raad aan, dan is het bij ons weg. De heer Ruijtenberg vraagt waarom het stukje duurzaamheid niet van toepassing niet is aangepast. Het stuk was bij u als raad, dus dat kunnen wij op dat moment niet aanpassen. We hebben wel al in de raadsinformatiebrief u wat meer achtergrondinformatie gegeven en toelichting gegeven waarom een aantal dingen tot stand zijn gekomen. Ik denk dat daarin over duurzaamheid heel veel is opgenomen.
Dat komt uiteindelijk ook in de overeenkomst met de initiatiefnemer te staan, dat dat allemaal gerealiseerd wordt. Dat is een flink pakket. Ik ga de verschillende woordvoeringen af. De vierkante meters kantoorruimte, daar is heel veel naar gevraagd, hoe zit dat precies? We hebben in de bestemming 420m2, dat is de begane grond, maar er komt nog een verdieping bovenop, vandaar dat u op die ruim 700m2 komt. Dat is in onze beleving positief, omdat je dan ook een dubbel grondgebruik hebt. De heer Van Harn: Ik wil de wethouder er toch op wijzen, dat in de stukken van 4 oktober er gesproken wordt over een kantoorgebouw van 16 meter breed en 20 meter lang. Nu in de raadsbrief wordt er gesproken over 30 meter bij 14 meter, dus dat is duidelijk afwijkend. Wethouder Cnossen: Ik geef u aan wat in de bestemming staat. Ik heb dat getal niet onmiddellijk voor mij staan. Maar daar zit de verwarring, 320 versus ruim 700 m2, dat er dus op de verdieping ook 370m2 wordt gerealiseerd. Dus op de plattegrond, het bouwvlak, is het 420m2. De heer Van Harn: Dat ben ik het niet met u eens, wethouder. Het zit duidelijk ook in het vloeroppervlak van de kavel, lengte maal breedte, en niet alleen de tweede verdieping. Wethouder Cnossen: Ik vraag even aan de hulplijn om mij daarover te informeren, maar zoals ik het u net zei was het beeld dat er volgens mij uit de stukken komt.
Meneer Van Harn, u geeft aan, dat u het zeker vindt passen. Goed dat u met de oudheidkundige vereniging heeft gesproken. U stelt voor om het gebied niet op te hogen, dat kwam ook uit een aantal andere woordvoeringen. Het gebied niet ophogen zou het bestemmingsplan op dit moment niet veranderen, dat zouden we later mee kunnen nemen in de uiteindelijke bouwvergunning. Dat is een mogelijkheid om het bestemmingsplan wel voortgang te laten vinden. Dat als reactie op die suggestie. De heer Van Harn: Toch even ter verduidelijking. Ik wil alleen het gebied, waar het nieuwe kantoor komt, stel ik voor om niet te verhogen. Wethouder Cnossen: Helder, maar ik geef aan, dat we dat in de bestemming niet hoeven te regelen. Het bestemmingsplan hoeven we daarvoor niet aan te passen, maar die boodschap kunt u wel meegeven om het straks in de omgevingsvergunning te regelen. Dat kan, maar dat moet uiteraard wel besproken worden, want er is ook iets met een peilniveau geregeld. U heeft gezien dat het waterschap een wettelijke partner is en ook geraadpleegd is, dus het heeft iets meer voeten in aarde dan wij hier zo snel tegen elkaar zeggen. Ik geef aan wat het voor het bestemmingsplan betekent. Vervolgens kwam de heer Ruijtenberg aan het woord, even kijken of hij vragen had gesteld. Nee, hij gaf meer de keus aan waar hij voor staat.
Op de duurzaamheid heb ik gereageerd, waarom het erin staat zoals het de vorige keer er ook in stond en u overweegt een amendement. Richting de heer Hofman, die ook wel een waardering geeft van de participatie. Ik vind het lastig, ik ga hier geen keus maken, want de beleving van de familie Van den Haak is de beleving van de familie Van den Haak, laat dat helder zijn, daar doe ik helemaal geen centimeter aan af. Maar u heeft in uw stukken kunnen lezen, ook in alle voorgaande fases van dit plan, dat er weldegelijk gesproken is met elkaar. Dat dat niet helemaal conform tevredenheid is gegaan, dat is helder. Wat heeft de gemeente gedaan? We hebben ook voorgesteld om met een mediator dat gesprek weer op gang te helpen en daar houden onze handen en armen ook wel op waar we iets kunnen doen. Want vervolgens zijn wij wel de instantie, de gemeente, die met het bestemmingsplan verder moet gaan, omdat ook een initiatiefnemer recht heeft op voortzetting van de procedure. We kunnen aangeven in het hele proces, dat hier inderdaad een spanning zit, laat dat helder zijn voor iedereen, ook voor mij. Maar ook de initiatiefnemer heeft er recht op, dat u, het college ook, de ambtenaren ook, maar u als gemeenteraad het plan beoordeelt op basis van de kaders die vooraf gesteld heeft.
Als u daar zomaar, dat bedoel ik niet onaardig, van af gaat wijken, dan is die rechtszekerheid voor initiatiefnemers ook echt ver te vinden. Zij moeten ook ergens op kunnen rekenen als ze met zo’n plan komen. De voorzitter: Mevrouw, u bent meer dan welkom in onze raadszaal, maar dit is even de bespreking tussen de commissieleden en de wethouder. Nee, sorry, u kunt hier niet op ingaan. Ik zou u willen vragen
9/25
om op uw plek plaats te nemen. Uw kans is nu geweest, we hebben u aangehoord. De bespreking is nu tussen de wethouder en de commissieleden. U bent meer dan welkom om hier verder plaats te nemen. Wethouder Cnossen: Ook de heer Hofman vroeg naar het niet ophogen, om dat te overwegen. De heer Van Berkel had een vraag aan het college, weinig uitzicht. U denkt dus ook over: kan je dat nou anders situeren? Ik denk dat we daar in de vorige commissievergadering met elkaar over gesproken hebben. Eén van u gaf een voorbeeld. Bij het anders situeren wordt ook weer gedacht aan de geluidsoverlast, het was mevrouw Boonstra die dat vertelde, dat het juist weer meer geluidsoverlast voor de buren oplevert en dat daarom ook bewust voor deze situering is gekozen. Ik sluit wel graag aan bij de woorden van de heer De Graaf, wij moeten niet in een commissievergadering gaan schuiven met gebouwen. Dan moet u tegen het bestemmingsplan stemmen, want dan bent u het er gewoon niet mee eens. Volgens mij zijn dat de smaken die er dan zijn, maar het is hier niet aan de orde om met gebouwen te schuiven. De heer Crielaard vroeg daar ook naar: wat is erop tegen als er consensus bereikt wordt? Ik heb u aangegeven dat er in alle voorfases van het plan daar echt naar gezocht is, om ook met de buren er goede gesprekken over te hebben en dat dat niet gelukt is. Dat is ook een constatering die u moet doen.
Bij elke participatie, of het nou de omgevingswet is of nog gewoon deze wet, participatie doe je, maar je komt er niet altijd uit met elkaar. U wilt een pas op de plaats maken om andere scenario’s te bekijken, dan zult u tegen het bestemmingsplan moeten stemmen. Dank u wel, de heer De Graaf, voor uw uiteenzetting. Ja, dat is wel zoals het college nu naar dit plan heeft gekeken. U wilt ook opheldering over de vierkante meters, ik hoop dat ik daar voldoende over gezegd heb. Meneer Xhemaili, u vroeg of ik bekend was met de wens. Ja, natuurlijk. De vorige keer was ook heel duidelijk dat dat aan de hand was. U heeft er als commissie voor gekozen om na de commissiebehandeling te gaan kijken, ja, dan schort het altijd weer even op. Ik vraag u ook hier weer rekening te houden met de rechten van de indiener om op een gegeven moment een besluit te nemen over het bestemmingsplan. Het verhoogde aantal vierkante meters heb ik uitgelegd. De geluidsoverlast, meneer Xhemaili, in de vorige commissievergadering hebben we het daar ook even over gehad. Activiteiten die daar plaats vinden vallen onder het activiteitenbesluit, zoals dat zo deftig heet, dat is een rijksregeling en daar worden ze aan getoetst. Wat er nu beschreven is aan activiteiten past daarbinnen. Mevrouw Boonstra, dank u wel voor uw inzet om ook met de architect daarover te praten.
Ik ken overigens de mail van de architect niet, dat zeg ik eerlijk, om daar naar te kijken. Dat u nu ook de positieve kant ziet van de handreiking, het kantoor is verplaatst, melkglas is toegezegd. U geeft aan met een amendement toch akkoord te gaan. Ik heb wel aangegeven, dat niet alles kan in een amendement, dus mogelijk het advies van het college zal zijn: stem gewoon tegen, want dan bent u tegen het voorstel. Maar ik ken helemaal uw amendement natuurlijk niet, dus dat is een beetje gissen voor mij. Mogelijk kunt u daar in uw tweede termijn iets over zeggen, want dan kan ik erop reageren. De voorzitter: Ik hoor al wel dat het een bespreekstuk zal worden, want een pas op de plaats, het stuk terug nemen, daarvan heeft de wethouder gezegd dat dat niet aan de orde zal zijn. Dus ik denk dat we daarover even met elkaar moeten doorpraten. Tweede termijn Mevrouw Boonstra, WIJ: Het amendement zou in dat geval betreffen de kleur van wand waar de familie Van den Haak op uitkijkt. Die zou dan in overleg met de architect een aantal tinten lichter uitgevoerd worden dan nu in de plannen staat. Daar wordt dan het amendement op geschreven. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Dank aan de wethouder voor haar beantwoording. Ik neem aan, dat u straks komt met duidelijkheid over de vierkante meters, want tot nu toe is het mij nog niet duidelijk. Ik heb aangegeven: waarom?. M.b.t.
geluid in de loods heb ook ik vanmiddag contact gehad met de architect. Als dat gewenst is, kunnen ze ervoor zorgen dat die loods meer geluiddempend is dan misschien standaard. Dat even als toevoeging. Wat ik ook heb gehoord en dat was voor mij nieuw, dat het melkglas alleen voorzien is op de bovenverdieping. Dat heb ik niet uit eerdere stukken kunnen halen, misschien kan de wethouder daar nog iets van zeggen. Ik dank de andere fracties die hebben gereageerd op mijn voorstel van 1.20m. Misschien dat degenen die nog niet hebben gereageerd daar nog op zouden kunnen reageren. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil de wethouder bedanken voor haar beantwoording. Ik snap het dilemma van de wethouder, de bewoners, de initiatiefnemer. Mijn hoop is wel gevestigd op dat alle partijen wat nader tot elkaar toe kunnen groeien op wat voor manier dan ook. Dat er geprobeerd en getracht wordt om een win/win situatie te creëren, hoe moeilijk die ook is. Ik heb naar de heer Van Harn al geantwoord over die ophoging, mijn fractie is daar an sich niet op tegen, het geeft ook een impuls aan de beeldvorming van het lint. Mijn fractie is nog wel in dubio hoe hiermee verder te gaan. We wachten de moties en amendementen af om te kijken of we ermee in kunnen stemmen. Dat is het voor de tweede
10/25
termijn. Mijn hoop is wel dat het goed wordt afgewogen en ook dat alle belangen goed worden meegenomen. Misschien nog 1 vraag aan de wethouder over die tekening. Wat is er perse op tegen om die loods, hoe had ik het opgeschreven, eventueel een kwartslag te draaien of desnoods niet te draaien, maar te verkleinen in lengte en te vergroten in breedte, waardoor het aantal vierkante meters gelijk blijft, maar waardoor het uitzicht uit de woonkamer niet wordt belemmerd. Wat is daar op tegen? Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik heb eigenlijk maar 1 vraag aan de wethouder. Ik heb haar zojuist horen zeggen, dat het kantoorgebouw uit 2 verdiepingen gaat bestaan en dat dit volgens haar dubbel grondgebruik is. Ik weet niet of het klopt, maar dubbel grondgebruik is dat natuurlijk niet. Bij de Kethelbrug heb je een tunnel, daarbovenop heb je sportvelden, dat is dubbel grondgebruik. Ik wil graag weten of zij dat met dubbel grondgebruik bedoelt en of er nog iets anders op het gebouw komt in plaats van alleen maar een tweede etage. De voorzitter: Een padelbaan er bovenop. De voorzitter: Ik heb al uitgelegd, dat dit helaas niet gaat. Dit is de bespreking tussen de commissie en de wethouder. U bent geweest.
De heer Crielaard, L3B: Mijn eerste termijn was eigenlijk, je zou het een zoektocht kunnen noemen om tot een handreiking te komen naar de inwoners om te kijken: hoe kom je nou tot een gedragen plan, waar ook de omgeving mee in kan stemmen. Heel plat geslagen hoor ik dan de wethouder zeggen: als u zoek naar andere scenario’s met meer onderzoek, dan bent u eigenlijk tegen dit bestemmingsplan, dan moet u tegen stemmen. Dat vind ik lastig, want ik sloot mijn eerste termijn af: ik vind de kwalitatieve impuls op dit rommelige terrein belangrijk en ik zie ook een mooie kans. Eigenlijk word ik hier in een ontzettend lastige spagaat geplaatst. Dat betekent dat wij als fractie er echt nog even op moeten broeden en dat dit voor ons nog geen gelopen race is. Het zal voor ons zeker geen hamerstuk zijn. De heer Van Harn vroeg nog even te reageren op zijn voorstel. Daar kan ik kort over zijn: zie beantwoording wethouder. De voorzitter: Het wordt als bespreekstuk geagendeerd voor de volgende raadsvergadering. Zijn er nu nog dingen die gezegd moeten worden? Dan kunnen we het agendapunt sluiten voor de commissieleden. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Meneer Van Harn, ik moest even de hulplijn raadplegen over de vierkante meters. 30 keer 14, ik had het moeten weten als ik dat uitgerekend had.
Die 30 keer 14 is 420m2, dat is het bestemmingsplanvlak, dat kunt u nazien op ruimtelijkeplannen.nl. U vroeg ook naar het melkglas in de bovenverdieping. Melkglas komt over de gehele gevel aan de zuidzijde, dus aan de kant van de familie Van den Haak. Mevrouw Boonstra, fijn dat u het even toelichtte, wat u eventueel van plan bent. Een kleur in overleg met een initiatiefnemer en eventueel met welstand, kan je dat voorwaardelijk verplichten, zoals dat deftig heet in gemeenteland. Dat zou een mogelijkheid zijn, dat u daarmee komt. Meneer Xhemaili, u begon toch weer over draaien en anders maken van de loods. Ik kom dan toch weer terug op de eerste termijn, waar dat niet op dit moment onze rol is. Initiatiefnemer heeft iets ingediend. Gedurende het hele proces, dat al een aantal jaren duurt, gekeken om dat te optimaliseren. Er is ook naar geluid gekeken. Op dit moment is niet aan de orde om het te draaien of het anders te doen, dan moet u echt tegen stemmen, als u dat vindt. De heer Xhemaili: Helder. Ik had ook een vraag over het verkleinen. Ik had ook draaien genoemd, maar ook het verkleinen van de lengte en het vergroten van de breedte, waardoor het uitzicht van de familie Van den Haak niet wordt belemmerd. Is daar iets mogelijk? Wethouder Cnossen: Ik begrijp uw punt.
Dat probeer ik eigenlijk in één keer samen te vatten, dat dat op dit moment dus niet aan de orde is, om hier nu met elkaar even over na te denken. De initiatiefnemer heeft het zo ingediend, dus wij hebben op dit moment dit plan voor liggen en daar moet u uw oordeel over geven. U hoort over ophoging van grond, kleur van een gevel, dat is wel iets wat u als raad mee kunt geven, omdat dat later komt bij het afgeven van de bouwvergunning en voorwaardelijk maken van. Dat is een mogelijkheid, maar op dit moment gaat het gesprek niet over het veranderen van dit gebouw, dan moet u tegen het bestemmingsplan stemmen. Excuus, meneer Ruijtenberg, ik dacht: laat ik ook eens iets positiefs vertellen, wan ik vind het wel mooi als het over dubbel grondgebruik gaat. Mijn inzet was meer: in de Randstad waar ruimte zo schaars is, jammer om maar een enkellaags gebouwtje neer te zetten. Dat bedoelde is als positief: er zit een verdieping bovenop, dan hoef je dus niet meer ruimte te gebruiken dan alleen die begane grond waar nog wat bovenop zit. Maar ik begrijp dat ik een heel verkeerd woord heb gebruikt, ik zal het nooit meer doen, maar ik probeerde iets positiefs te noemen. De heer Crielaard had verder geen vragen. De heer Ruijtenberg: Ik vind de ietwat bagatelliserende houding van de wethouder niet zo heel erg gepast. Dat wil ik nooit meer doen, dat vind ik ongepast.