[BV22.0086] Verslag van de commissie Ruimte van 6 september 2022
Tekst van het document
Maar ik was even aan het zoeken: welke vorm, hoe zou je dat praktisch in kunnen
11/36
gaan vullen. Ik denk dat het even met de griffie besproken moet worden hoe we dat hanteerbaar houden. Meneer Van Harn had het over andere getallen, Rotta. Over participatie had u ook zorgen, dat vormvrij, ja, dat is voor ons ook even afwachten hoe dat gaat. Ik hoor één van onze ambtenaren zeggen: dat staat in de wet, dat is wat is voorgeschreven. Er moet geparticipeerd worden, maar hoe, dat staat er niet in. Dus de megafoon mag in de buurt, het kaartje mag in de bus, alles kan, een WhatsApp groep. Het is aan ons om te kijken of we dat voldoende vinden, dat iedereen voldoende heeft kunnen meepraten. Zo gaat het college daar ook naar kijken, we zijn daar scherp op. Ik ben er zelfs heel benieuwd naar, meneer Van Harn. Ik denk dat ik de vragen heb beantwoord. Tweede termijn De heer Duk, GL: GL kiest ervoor om voorzichtig de teugels los te laten, anders staat er straks een rij woningen in de Groenzoom of een flat in Bleiswijk of een enorme hal aan het lint, die dan niet even gesloopt kan worden. De impact van te strakke teugels is een keer extra vergaderen, de impact van te losse teugels kan eeuwige spijt zijn. Laten we dus beginnen met heel voorzichtig de teugels te vieren. Natuurlijk heeft het college compassie met groen en het dorpse karakter, maar we moeten de regels zo schrijven dat ook een komend college geen vergissingen begaat.
GL overweegt dus amendementen, waarmee het geen hamerstuk is. De voorzitter: Uw tijd zit erop. De heer Jumelet, WIJ: De wethouder heeft het heel goed uitgelegd in haar antwoord, eigenlijk richting de heer Duk in zijn tweede termijn. Het is een beetje de camelnose, zoals we dat weleens zeggen. Als je je concentreert op alleen dat stukje neus, dan zie je niet wat er allemaal achter zit. In dit geval: als je alleen kijkt naar dit voorstel, dan kan je heel veel vragen stellen en bedenkingen hebben, maar er zit natuurlijk een heel verhaal achter. Dat is o.a. wat de wethouder ook uitlegt: de omgevingsvisie waarin we een aantal dingen hebben afgesproken, ook over de groengebieden. Dat is wat ik bedoelde richting de heer Van Harn, het ging niet zozeer om flauw te doen, maar we hebben als raad een omgevingsvisie vast gelegd en daarin hebben wij een aantal dingen gezegd, ook over de groengebieden. Dat is toch een flinke garantie voor hetgeen wij met elkaar willen rondom de groengebieden. Daarom verschillen we ook niet van mening. Je moet je als raad ook afvragen: wat is je rol en welke rol zou je willen spelen in het verhaal? Dat is ook een beetje de worsteling die wij ook zelf hebben gehad als fractie: je kan natuurlijk alles naar jezelf toehalen. Aan de andere kant is het beleidsarm, deze overgang.
We hebben ook met elkaar afgesproken in al die sessies: laten we gezamenlijk met elkaar op weg gaan, dan zien we wel waar we onderweg een iets andere afslag moeten nemen of waarin we moeten bijstellen. Ik doe toch een oproep aan de collega’s om recht te doen aan de discussies die wij hebben gevoerd, niet alleen in het laatste half jaar, maar rondom de omgevingsvisie. Laten we gewoon voorkomen dat we over elkaar heen buitelen met allerlei amendementen en gewoon inderdaad van start gaan zoals ook het college voorstelt, maar zoals we ook besproken hebben in die vele beeldvormingen. Dank u wel. De heer De Graaf, VVD: Dank u wel, wethouder, voor uw antwoorden en reacties. We staan per saldo positief tegenover het voorstel, maar toch wel een paar kleine opmerkingen waarover we een amendement tenminste overwegen. We gaan een beetje mee met het punt van de heer Duk. Het is makkelijker de teugels te laten vieren dan dat je ineens geconfronteerd wordt met een blokkendoos ergens op een plek in de gemeente waar je dat niet wilt. Met name het punt van die 40 woningen is toch wel een belangrijke. Bij de beeldvorming hebben we die grens op 3 voorgesteld met het idee van particuliere initiatieven, daarvoor geven we wat ruimte aan het college. Bijna alle ontwikkelaars initiatieven komen dan per definitie langs de raad.
Daarmee voorkomen we dat er brokken worden gemaakt door het college, als raad. Het lijkt mij een kleine moeite, ik denk ook niet dat het er zoveel zijn waarvoor we wekelijks bij elkaar moeten komen. Het is een kleine administratieve wijziging waarmee we een bepaald risico afdekken. Op dat soort punten overwegen we een paar kleine wijzigingen. We gaan ook mee in het voorstel van de heer Hofman, waarvan ik mezelf een beetje als geestelijk vader zie, want in de beeldvorming heb ik er ook een suggestie voor gedaan, om periodiek frequent gerapporteerd te worden over de voortgang van de aanvragen, om op die manier als raad bij te houden hoe het zich ontwikkelt. Januari is wel een spannende datum na al die jaren. Dat is hoe we er in zitten. Dank u wel. Mevrouw Den Heijer, D66: Ik ga ook helemaal mee met de wethouder, die zegt: we moeten nu toch de tenen in het badwater gaan zetten. We moeten hiermee aan de slag. Bedankt voor alle antwoorden, heel verhelderend. Ik volg ook heel veel collega’s in de raad, dat we hiermee aan de slag moeten. Ik denk ook dat het goed is om niet gelijk alle teugels te laten vieren, als ik zomaar even die beeldspraak mag gebruiken, maar daar ook voorzichtig mee om te gaan. Ik kan het lijstje dat nu voor ligt een heel eind volgen, helemaal prima. Wij zouden alleen op een drietal dingen toch dit voorstel willen amenderen.
Het gaat over het aantal woningen, ik weet wie ik moet gaan opzoeken om daarin samen op te trekken. Het gaat ook over de evaluatie, ik voel daar raadsbreed urgentie voor om dat niet na 2 jaar te doen maar na
12/36
1 jaar. Ook over recreatie en groengebieden, ik ben er nog niet helemaal zeker over dat dat goed is afgedekt op deze manier. Het kan dat ik nog niet helemaal snap hoe het werkt. Aan de andere kant, als we het opnemen en er wordt nooit gebruik van gemaakt, dan is het ook prima, dan vervalt het weer na een jaar en zeggen we: het is helemaal niet nodig. Dan heb ik het liever op die manier, dan dat we het eerste jaar brokken maken. Dit gaan we niet als hamerstuk agenderen, het wordt een bespreekstuk voor ons. De heer Xhemaili, PvdA: De PvdA-fractie kan overwegend positief reageren op dit raadsvoorstel. We zijn ook content met het feit dat de wethouder instemt met een 1-jarige evaluatie, dat kunnen wij alleen maar goedkeuren. Volgens mij is er redelijk raadsbreed instemming om ook de Groenzoom en de Rotte in het voorstel mee te nemen om die niet te vergeten. Wat mevrouw Den Heijer ook aangeeft: als na 1 jaar blijkt dat het niet nodig is, dan kan het er alsnog van af in de evaluatie. Dus dat is heel positief. Wij overwegen ook 1 of 2 amendementen hieromtrent. We laten het nog bezinken, dan komen we erop terug. Dank u wel. Al met al zeer positief. De heer Hofman, CU: Ik wil nog op 1 ding reageren wat de wethouder zei en een reactie op de heer De Graaf. Over dat we bij twijfel tussen een bopa traject en een omgevingsplantraject zouden moeten gaan voor een omgevingsplantraject.
In de beeldvormingsavonden hebben we ook gehoord, dat gaan voor een omgevingsplantraject een grotere doorlooptijd met zich meebrengt en dat je daarmee als gemeente lang niet altijd zal uitkomen, want de aanvrager zal misschien een veel snellere doorlooptijd verwachten op basis van zijn aanvraag. Mijn vraag is: verwachten we, ja, we moeten het allemaal gaan merken met het teentje in het badwater, gaat het problemen geven met aanvragers? Biedt de wet wellicht de mogelijkheid om ook met die aanvragers in het kader van ‘we zijn nog een beetje aan het oefenen’ met aanvragers dit gesprek aan te gaan: jongens, de wet zegt wel termijn X, maar kunnen we X plus een maandje doen, omdat we nog aan het oefenen zijn? Daar graag nog een reactie op. De heer Van Harn, CDA: Dank u wel, wethouder, voor uw beantwoording. Dat was duidelijk. Aan meneer Jumelet zou ik toch willen zeggen: we hebben het hier over een voorstel, u doet al een klein beetje of het al in beton gegoten is. Nu ben ik wel een beton-fanaat, maar ik denk niet dat het vanavond echt van toepassing is. Voorts kan ik me vinden in de woorden van voorzichtig de teugels vieren, ook wij zitten er wel zo in. Het is een ontdekkingsreis. Ik denk zeker dat wij contact gaan zoeken met andere partijen om te bezien of wij nog enkele amendementen, zeker betreffende het aantal woningen, erin kunnen krijgen.
Datzelfde geldt, dat zal u niet verbazen, voor de punten die Rotta heeft ingebracht. Hierbij zou ik het willen laten. Dank u wel. Wethouder Cnossen: Beste gemeenteraad, beste commissie, ik wil u vragen de omgevingsvisie er gewoon nog eens even bij te pakken, thuis misschien, en te kijken naar het kaartje hoe groen daar gewoon in opgenomen is als groen. Groenzoom, Rotte, die staan in de visie. Op het moment dat daar een vergunning wordt aangevraagd, zal die eigenlijk geweigerd worden of niet in behandeling worden genomen omdat er niet gebouwd kan worden. Dat is het principe. Dan moet u niet met voorstellingen komen van blokkendozen en weet ik veel wat er gaat gebeuren, want daarmee zet u uw eigen beleid op losse schroeven, dan heeft u dat blijkbaar niet goed doordacht. Ik wil u echt vragen daar nog eens goed naar te kijken. Het is aan u om amendementen in te brengen als u denkt: we gaan het erin zetten en daarna schrappen we het er weer uit. Dat is echt aan de raad. Maar ik vind het wel fijn, dat we met elkaar de juiste voorstelling van zaken geven. Dat wilde ik hier nog meegeven. Ik kijk of ik nog vragen zie, blokkendoos, periodieke info, waar meneer De Graaf richting meneer Hofman op terugkwam. Ik stel voor dat ik dat ambtelijk nog even bespreek en in het college kijk hoe we dat vorm kunnen geven met elkaar. Over de evaluatie hebben we het voldoende gehad.
Meneer Xhemaili, altijd langs de raad, daar heb ik u over geïnformeerd. De vraag van de heer Hofman over een grotere doorlooptijd. Ik ga toch even terug naar hoe het nu is. Je hebt nu mensen die denken dat ze voor een omgevingsvergunning bij het loket komen en dat dat het proces is, maar het blijkt dat er een bestemmingsplanprocedure moet worden gevoerd. Als dat zo is, dan wordt dat besproken met aanvragers en heeft dat ook een veel langere doorlooptijd. Daarin denk ik dat het gesprek gevoerd kan worden. Heb je dan die twijfel over bopa of omgevingsplan, dan zal je dat als gemeente goed moeten onderbouwen, want voor een bestemmingsplan moet de initiatiefnemer meer geld betalen. Dat ben ik het met u eens, daar moeten we goed naar kijken, maar ik pleit nu niet voor de termijn oprekken, laten we gewoon proberen de wet uit te voeren met elkaar en kijken waar we komen. Dat was het. Dank u. De voorzitter: Dan rest mij dit agendapunt af te ronden. Mijn conclusie is dat het een bespreekstuk wordt in de raad, gezien de reacties die ik zie. Ik kan me zomaar voorstellen dat er een amendement komt over de evaluatie van 2 naar 1 jaar, die moet er sowieso wel komen, naar ik zo inschat. Misschien komen er nog een paar andere. De wethouder heeft net aangegeven dat eentje waarschijnlijk overbodig zou zijn,
13/36
maar we zien wel hoe het gaat, want u gaat nog even studeren op uw eigen besluiten van een tijdje terug. 6.b Plan van aanpak Omgevingsplan en delegatie De heer Duk, GL: Ik ben dit keer veel positiever. Het voorliggende plan van aanpak is eigenlijk een prima stuk waar de GL-fractie mee kan leven. Het is fijn dat we nu goed aan de slag gaan en ons voorbereiden op de mogelijke komst van de omgevingswet. Wij hebben slechts één vraag over het raadsvoorstel. In punt 2.c delegeert de raad de bevoegdheid om delen van het omgevingsplan vast te stellen aan het college van burgemeester en wethouders, zodat de bouw van maximaal 40 woningen mogelijk wordt gemaakt. GL vindt dit een erg grote bevoegdheid en zet vraagtekens bij de noodzaak van het delegeren daarvan. Het lijkt ons wenselijk, afhankelijk van de locatie en het aantal woningen voor te leggen aan de raad. Hiermee geeft de raad namelijk de bevoegdheid aan het college om bijvoorbeeld in de Groenzoom mogelijk woningen te bouwen, al zegt de wethouder van niet. Op dergelijke locaties dient bij een veel lager aantal al de raad te worden geraadpleegd.
Wat nog grotere vraagtekens doet rijzen is dat de bevoegdheid voor het college de mogelijkheid schept om via deze route het omgevingsplan te wijzigen, zodat er geen participatie hoeft plaats te vinden volgen punt 2.i van het hiervoor besproken stuk, waarin staat het bouwen van meer dan 20 woningen tenzij deze op grond van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting in een bestemmingsplan gebouwd kunnen worden. Ik ben bang dat wij hiermee deze wijzigingsbevoegdheid aan het college geven. Mogelijk is deze vraag te technisch van aard, in welk geval ik deze graag schriftelijk beantwoord zie. Al met al heeft GL veel bezwaren tegen punt 2.c omdat het mogelijkheden schept om woningen te bouwen terwijl gezien de locatie en het aantal deze eerst dienen te worden besproken met de raad. Verder kan GL zich vinden in het plan van aanpak. De heer V. Jumelet, VVD: Eindelijk, het moment is daar. Den Haag heeft het een paar keer uitgesteld, maar we mogen aan de slag. Januari komt dichterbij en we gaan een besluit nemen. Volgens de VVD Lansingerland een goede zaak. Toch hebben wij nog een tweetal vragen. De deadline voor de raad is voor 1 januari 2030 een volwaardig omgevingsplan op te bouwen.
Wat als dat niet gehaald wordt? Welke gevolgen heeft dat? In punt 4.2.1 van het raadsvoorstel wordt gesteld, dat kan worden bezien in hoeverre verdere delegatie nodig is per nieuw deel en bouwsteen. Geeft het college hier dan op dat moment advies over of moet de raad hier zelf zonder advies op acteren? Wij wachten de reactie van het college graag af en zijn benieuwd. En nu maar hopen dat de ingang ook daadwerkelijk op 1 januari 2023 gaat gebeuren en Den Haag geen gekke dingen overhoop haalt. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Na het lezen van alle stukken wordt het plan van aanpak mooi afgesloten met: soms is er maar één manier, vallen, opstaan en weer doorgaan. Dit past perfect bij de nieuwe omgevingswet en alles wat erbij hoort. Dit proces is learning on the job, omdat het voor iedereen nieuw is. Dan ga ik nu in op het voorstel. Het delegeren van het voorbereidingsbesluit aan het college lijkt me goed als bescherming tegen ongemakkelijke of verwilderde ontwikkelingen. Ik heb wel een vraag over financiën. We bevinden ons in bijzondere tijden met verschillende crisissen, waarvan één de inflatie is. Krijgt het college van het rijk geld indien de kosten hoger worden vanwege arbeidsloon, ICT-kosten et cetera? Hoe is dat geregeld in de gemeente? Punt c, bouw van maximaal 40 woningen. Deze volgt op agendapunt 6.a bindend advies.
Waarom staat er niet in dit bespreekpunt, wat ik trouwens heel verwarrend vond bij beide bespreekpunten, waarom staat er niet in dit bespreekpunt ook een delegatie voor het bouwen van bedrijven van 1.000 m2 als delegatie? Idem voor masten lager dan 40m. Dan maak je de cirkel rond voor alle punten en niet alleen de woningen. Misschien kan de wethouder daar iets over zeggen. Verder heb ik nog een vraag over de bruidsschat, die in de stukken nog wordt genoemd. Het kan aan mij liggen, ik kan het niet goed plaatsen wat daarmee wordt bedoeld. Worden de wetten die in de bruidsschat staan ook naar de gemeente overgeheveld? Zijn er kosten aan verbonden? Daarnaast vroeg ik me af: hoe zit het met de lege-inkomsten die we gaan missen in de toekomst? Is daar al rekening mee gehouden bij de uitwerkingen van dit bespreekpunt en raadsvoorstel? Dank u wel. De heer Diepeveen, L3B: Wat L3B betreft is dit een hamerstuk. Echter, net als meneer Xhemaili vragen wij ons af waarom er niet verwezen wordt naar het vorige agendapunt. Het is allesomvattend. Een hamerstuk. De heer J. Jumelet, WIJ: Ik zou bijna hetzelfde verhaal kunnen afsteken als bij het voorgaande agendapunt, maar dat zal ik niet doen vanwege de tijd. De conclusie is wel, dit is de uitkomst van het goede proces dat we doorlopen hebben. Wat ons betreft is er ook geen aanleiding om iets te wijzigen of wat dan ook.
Wat ons betreft is het een hamerstuk. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Wij kunnen ook dit voorstel als hamerstuk naar de raad sturen. Wel met de noties conform onze vorige bijdrage. Misschien is het goed om even in dit gremium met elkaar iets over een evaluatie af te spreken, want we gaan wellicht een amendement op het vorige stuk naar voren brengen,
14/36
maar ook de delegatie willen wij best aan een evaluatie onderwerpen. Dat kan waarschijnlijk in dezelfde evaluatie, maar moeten we daarvoor 2 voorstellen amenderen? Ik weet het niet, maar ik geef het even als overweging mee. De heer Van Berkel, D66: Wat ons betreft ook een hamerstuk. Het is natuurlijk heel bijzonder, dit plan van aanpak heeft tijdelijk 4 versies gekend en elk jaar konden we een beetje opschuiven. Ik hoop net als de VVD dat deze keer de inwerkingtreding daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Ook even een kort vraagje over het voorbereidingsbesluit. Ik snap het heel goed, vind het ook heel logisch dat de bevoegdheid veel meer bij het college komt te liggen, maar wat betekent dat voor de informatiepositie van de raad? Gelijk met wat de CU bij het vorige punt vroeg: hoe kan de raad hierover geïnformeerd worden? Soms heb je ook gewoon met geheime informatie te maken. Dan nog even een kort vraagje over de financiën. Hier wordt aangegeven, dat een deel van de kosten van de € 70.000 onderdeel vormt van de projectbegroting en dat een ander deel bij de kadernota wordt betrokken. Wat is de verdeling ongeveer? Ik zie de wethouder al zeggen: dat weet ik niet. Dank u wel, dat was het. De heer Van Harn, CDA: De inwerkingtreding van de omgevingswet zal, zoals we vermoeden, 1 januari 2023 zijn en dat het omgevingsplan de rechtsopvolger wordt van het bestemmingsplan.
Het omgevingsplan is juridisch bindend voor zowel de overheid, bedrijven als burgers. Wat eraan komt, raakt vooral de burgers. Daarom de oproep aan het college om de communicatie hierover naar de burgers goed en intensief op te pakken. Informeer de burger waar ze rekening mee moet houden, geef tijdig aan wat hen te wachten staat of wat van hen verlangd wordt. Dan wat inhoudelijk. Wij hebben vragen over de 40 woningen die genoemd worden bij delegatie. En het punt van evaluatie na 1 jaar is ook hier van toepassing, wat ons betreft. Dat is het. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Dank aan de commissieleden voor het bestuderen van al deze stukken. Inderdaad, heel wat versies zijn gepasseerd en steeds moest de datum worden aangepast, dat werd terecht geconstateerd, maar het is wel in zicht. De delegatie 40 woningen, meneer Duk begon er als eerste over maar een aantal meer heeft dit aangegeven. Vorig jaar hebben we ook al gezegd: het is een soort spiegelbesluit. Als u gaat amenderen in het andere besluit, dan denk ik dat u ook gaat amenderen in dit besluit, aan het bindend advies. Dus er zal altijd participatie moeten blijven plaatsvinden bij het wijzigen van een omgevingsplan, dat is het verschil hier bij delegatie. Dat waren die 40 woningen, die zijn een paar keer langs gekomen.
De heer Jumelet van de VVD, de deadline, wat gebeurt er als we het niet hebben vastgesteld. Dan krijg je zo’n mooi woord als: van rechtswege vastgesteld. U ziet in de aanpak van het plan er allemaal bouwstenen zijn geformuleerd waar we elke keer mee aan het werk gaan. We houden elkaar steeds op de hoogte van hoe ver we staan, of we op tijd klaar zijn. Maar uiteraard zijn we ook weer afhankelijk van externen, de buitenwereld, of het allemaal gaat lukken, maar 2030 is wel de deadline, dus dan is het ook klaar. Krijgt de raad advies? Ja, uiteraard zal het college dat voorstellen en u als raad gaat daar op reageren. Het geld van het rijk, meneer Xhemaili, ja, inderdaad, we hebben geld van het rijk gekregen. Krijgen we dan ook extra geld nu de inflatie doorgaat? Op dit moment zie ik dat niet in de begroting. Daar vroeg de heer Van Berkel, mooie naam, Van Berkel, naar die verdeling. We hebben inderdaad een projectbegroting in de kadernota. De begroting is ook nog eens € 30.000 voor dit hele project opgenomen, voor deze omgevingswet. Meneer Xhemaili had het ook over de 40 woningen, daar heb ik net op geantwoord. Waarom niet die spiegeling van de antennemasten en de bedrijven? Ja. Dat is in de beeldvorming met u aan de orde geweest. De afweging is gemaakt omdat het er op dit moment niet in te zetten. Waarom? Ja, alles is discutabel.
We hebben eigenlijk teruggegrepen naar ons oorspronkelijke voorstel om dat niet op te nemen, omdat dat voor delegatie overbodig is. Het college krijgt het niet van u gedelegeerd om voor die gevallen uit het bindend adviesrecht dat als bevoegdheid te krijgen. U kijkt vragend, ik zeg het vast niet duidelijk, excuus. De heer Hofman, de evaluatie, ja, het lijkt mij als we bij het vorige agendapunt met elkaar afspreken dat we gaan evalueren, dan evalueer je uiteraard niet alleen 1 stuk. Volgens mij is het 1 evaluatie, dus dat lijkt me geen discussiepunt. Meneer Van Harn, u slaat de spijker op zijn kop, communicatie, daar gaat het mee staan of vallen. Richting bedrijven zijn we daar al mee bezig. We hebben ook al gecommuniceerd als Lansingerland dat we op dit moment geen nieuwe bestemmingsplanprocedures meer ingaan, maar naar het omgevingsplan gaan. Dit is heel erg belangrijk, om juist op onze website die informatie zo goed mogelijk te ontsluiten. Ik kan me voorstellen, als jij iets wilt dat je juist op de website gaat zoeken: waar moet ik beginnen? Ik hoop een beetje dat alle digitale mogelijkheden ons daar steeds meer bij gaan helpen, zodat het voor inwoners, maar ook voor ondernemers die iets willen echt makkelijk is om een plan in te dienen. De bruidsschat, ik verwijs eigenlijk, het is een mooi woord, bruidsschat, het is net of je een cadeautje krijgt.
Nou, vergeet het maar, vergeet het maar. Het rijk kiepert heel veel wetten en regels naar de gemeente zonder geld mee te geven. Dat moeten wij gewoon allemaal doen, het zit in de omgevingswet, dat is die bruidsschat. Het staat ook nog wat uitgebreider in het plan van aanpak
15/36
beschreven, dus als u wilt, kunt u dat daar nog in terug vinden. Maar het is wel een heel verwarrend woord, dus ik vind het wel leuk dat u het nog even genoemd heeft. Dan heb ik de vragen beantwoord. Tweede termijn De heer Xhemaili, PvdA: Heel fijn dat de wethouder mijn vraag goed vond, bruidsschat, dank u wel. Ik heb nog wel een vraag over de leges gesteld. Hoe is het met de inkomsten? Gaan we die missen of wordt dat aangevuld in de toekomst? De spiegeling, waarom minder dan 1.000m2 bedrijfsruime er niet in staat, hetzelfde geldt voor masten tot 40m. Als ze dat er gewoon in zetten, dan is dat mooi sluitend op punt 6.a en 6.b. Dat is eigenlijk nog steeds mijn vraag. Waarom niet? De heer Van Berkel, D66: Ik had nog een vraag over het voorbereidingsbesluit. Wanneer wordt de raad geïnformeerd als het college een voorbereidingsbesluit neemt? Als we geïnformeerd worden, hoe we geïnformeerd worden. Wethouder Cnossen: Excuus meneer Xhemaili, ik had inderdaad een paar puntjes overgeslagen, maar het woord bruidsschat zat zo in mijn hoofd. Inderdaad, leges. Uiteraard, de raad krijgt altijd aan het eind van het jaar de legesverordening voorgelegd. Het wordt nu voorbereid, zodat het afgestemd is op de omgevingswet. De initiatiefnemer moet de kosten betalen van alles wat er moet gebeuren om te komen tot een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Dus dat wordt uw raad weer voorgelegd.
Verder twijfel ik een beetje over uw andere vraag nog, over die delegatie bedrijven en masten. Ze passen niet binnen het omgevingsplan, niet binnen de visie, dus waarom zou u dat dan willen delegeren? Het gaat gewoon niet gebeuren, dus daarin bereiken wij elkaar niet helemaal, wat precies uw zorg is. Ik had inderdaad nog geen reactie gegeven op het voorbereidingsbesluit, maar dan zou ik de hulplijn even moeten inroepen. Het voorbereidingsbesluit hebben we nu bij de bestemmingsplannen. Een voorbereidingsbesluit is om even een situatie te bevriezen, omdat er een bepaalde ontwikkeling aankomt. Ik kijk even, is het voorbereidingsbesluit nog hetzelfde in het omgevingswetverhaal? De voorzitter: Dat gaan we niet doen. Ze moeten bij de microfoon komen zitten dan. De ambtenaar: Mijn eerste reactie is om meteen op de inhoud in te gaan, maar nu verloopt het wat ordentelijker. Het voorbereidingsbesluit blijft niet 100% hetzelfde heten, maar ik moet eerlijk zeggen dat de precieze term mij ontschoten is. Laten we voor het gemak nog even over het voorbereidingsbesluit spreken, inhoudelijk blijft het hetzelfde, alleen de geldigheid wordt iets langer: van 1 jaar naar 1,5 jaar. Voor het overige is inhoudelijk geen wijziging beoogd met de omgevingswet. De voorzitter: Is het beantwoord? De wethouder klaar? Dan zijn we aan de afsluiting van dit agendapunt.
Ik denk dat we dat als hamerstuk naar de raad kunnen doen. Heb ik dat juist ingeschat? Ik twijfel een beetje, GL en CDA. De heer Duk, GL: Op het moment dat we het amenderen van het vorige stuk kunnen combineren met dit stuk, dan ben ik daar akkoord mee. De voorzitter: Ik ga daar toch even op antwoorden. Het gaat om de evaluatie van 2 naar 1 jaar. Dat staat nu eenmaal in het voorstel. Ik was te vroeg met mijn conclusie, maar ik denk dat dat een amendement moet zijn, dat kan niet anders. Het ligt bij ons en niet bij het college, dus er moet gewoon een amendement komen. Wat dat betreft is het een bespreekstuk. Eén van uw fracties zal dat amendement in moeten dienen dan. In die zin ga ik ervan uit, dat er 1 amendement komt in de raad, dat betreft de evaluatie van 2 naar 1 jaar. En dat de rest akkoord zou zijn. Is dat een goede samenvatting? De heer Hofman, CU: Misschien even een punt van orde hierop volgend. Op het moment dat er amendementen komen m.b.t. aantallen die gespiegeld worden in het delegatievoorstel, is het wellicht een goed idee om het in elk geval als bespreekstuk naar de raad te doen. Mocht er een amendement aangenomen worden m.b.t. aantallen die gespiegeld moeten worden in het andere voorstel, dan kunnen daar amendementen op worden ingediend ter plekke. Die kunnen ook weer ingetrokken worden mocht het eerdere voorstel het niet halen.
De voorzitter: Een prima uitbreiding daarvan. Het gaat niet alleen om het evaluatietijdstip, maar ook over dat soort zaken. Dan hebben we dat op die manier afgesproken voor de raad. Dan hebben we dit agendapunt afgerond. 6.c Overhevelen vermogen ASB naar Stichting 3B Wonen De heer J. Jumelet, WIJ: Ik kan er heel veel woorden aan vuil maken, maar wat ons betreft is dit een hamerstuk. Waarom is dit een hamerstuk? We zijn blij dat de ASB en de stichting 3B Wonen eigen
16/36
fuseren. Dat klinkt altijd een beetje vervelend, want je heft ook iets op. Maar voor de garandering van ouderenhuisvesting in Berkel is het heel belangrijk dat ASB opgaat in die professionele organisatie. Wij juichen dit initiatief heel erg toe. Ik denk dat Lansingerland, zeker onze ouderen, hier bij gebaat zijn. Wat ons betreft een hamerstuk. De heer V. Jumelet, VVD: Ik ga er toch wel een paar woorden aan vuil maken. Dat we er een klap op moeten geven als raad en commissie, dat moge duidelijk zijn, dat gaan we ook doen. Toch ga ik één prikje uitdelen en een tweetal vragen stellen aan de wethouder. 3B Wonen biedt met name sociale huurwoningen aan. ASB biedt het huursegment boven de sociale huur van 3B Wonen. Er wordt gesteld dat als zelfstandige partij ASB onvoldoende financiële slagkracht heeft om de Warmoezerij te renoveren en de Fresiastraat te verduurzamen. Gezien de huidige ontwikkelingen in de gasprijzen heeft deze uitdaging een grotere urgentie gekregen. Had dit geval nog geen invloed dan of wordt er nu speciaal gebruik gemaakt van deze reden om het zo te motiveren? Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Welke rol heeft dit gespeeld? De heer Crielaard, L3B: Als we het raadsvoorstel lezen en we kijken naar de argumenten, dan klinken die logisch en redelijk. In algemene zin zijn we dan ook positief over het voorstel om het vermogen van ASB over te hevelen naar 3B Wonen.
Tegelijkertijd zien we in de concept fusie-effectrapportage een aantal zaken waar we toch wel kanttekeningen bij willen plaatsen. Op blz.13 in de rapportage wordt een aantal uitgangspunten genoemd van beide partijen om de fusie te doen slagen. Ik mis hier eigenlijk een uitgangspunt van ASB, dat de woningen bestemd zijn voor 55-plussers. Op blz. 15 bij de beleidsuitgangspunten zie je de uitgangspunten van beide partijen staan, daar wordt het wel genoemd als uitgangspunt van ASB, maar de kolom ernaast bij de uitgangspunten voor de fusie dan weer niet. Het voelt toch een beetje van: deze doelgroep is irrelevant. Dan nog een kanttekening bij blz.16. Als beleidsuitgangspunt wordt hier genoemd om het huurbeleid van 3B Wonen toe te passen. Wat betekent dat nou precies? L3B ziet wel graag dat de huidige huurcontracten van ASB in stand gehouden worden en zij niet geconfronteerd kunnen worden met verhoging van de huren. Ik ben ook wel benieuwd of collega’s deze zorg delen. Dan tot slot nog een kanttekening, die ik wil plaatsen bij één van de uitgangspunten op blz.19. Daar staat dat het woonruimte verdeelsysteem Woonnet Rijnmond gehanteerd zal worden en dat ze een passende oplossing zoeken voor mensen op de wachtlijst van ASB.
Waar moet ik dan aan denken, een passende oplossing? Wat L3B betreft is een passende oplossing dat mensen op de wachtlijst van ASB voorrang krijgen op de mensen van Woonnet. De fusie hoeft niet ten koste te gaan van mensen op de wachtlijst. Ik ben erg benieuwd hoe andere commissieleden en het college hiernaar kijken. Tot zover. De heer De Ruiter, CDA: Ik kan er lang of kort over zijn, maar ik sluit me aan bij de woorden van de heer Jumelet senior. Wat ons betreft een hamerstuk. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook mijn fractie kan instemmen met de overheveling van het vermogen van stichting ASB naar stichting 3B Wonen. Dat vinden wij met name geen probleem omdat er in het voorstel dat is meegestuurd wordt gezegd dat het positief kan uitwerken voor met name senioren, die willen blijven huren in Lansingerland. Maar de vragen die de heer Crielaard heeft gesteld, wat betekent dit voor mensen op de wachtlijst, wat betekent dit voor rechten van huurders m.b.t. ongewenste of onverwachte huurverhoging, dat vinden we wel heel belangrijke punten. Het zijn misschien ook dingen die in de zienswijze vanuit het college, vanuit de raad, mee gegeven kunnen worden. De heer Duk, GL: Het voordeel van dat ik nu één van de laatsten ben is dat eigenlijk alle punten die ik zou willen hebben bespreken, besproken zijn. Voor ons is het verder een hamerstuk.
Mevrouw Maasland, CU: Wij kunnen van harte instemmen met de overheveling van de ASB-gelden naar 3B Wonen. We bedanken ASB voor het waardevolle werk dat de stichting al die jaren heeft gedaan. We hopen en vertrouwen erop dat 3B Wonen met dezelfde toewijding en oog voor de doelgroep het werk zal voort zetten. Voor ons ook een hamerstuk. De heer Van Berkel, D66: We kunnen er ook kort en krachtig over zijn: voor ons ook een hamerstuk. We kunnen het alleen maar toejuichen als deze partijen hun krachten bundelen. Ik vind het ook gewoon moedig, dat de stichting zelf naar 3B Wonen is gestapt en zelf zegt: we hebben een professionaliseringsslag nodig. In zo’n crisis, als je die stap zet en over je eigen schaduw heen stapt, dat vind ik heel goed. We zullen instemmen met de overheveling van het vermogen en ook met de uitgaande brief. Beantwoording college
17/36
Wethouder Muis: Dank. Overwegend positief, ik had eigenlijk niet anders verwacht. Het is ook een stap in een proces. 3B Wonen en Algemene Seniorenhuisvesting Berkel en Rodenrijs willen fuseren. Het college heeft er een positieve zienswijze op gegeven en jullie daar als commissie en raad over geïnformeerd. Nu is dit de volgende stap om ook het vermogen over te kunnen hevelen. De uitspraak van de raad hierin is een vereiste, in die zin, het is ook weer een stap, want hierna komt ook de autoriteit woningcorporaties, die dit besluit gaan wegen en toetsen op meerwaarde en risico’s en daarna vindt zelfs de minister van BZK er ook nog iets van. Dan is er pas een besluit over het fusieverzoek. Er is een aantal vragen gesteld, ik kijk of ik die allemaal kan raken met mijn beantwoording. WIJ, hamerstuk, blij dat deze 2 corporaties fuseren. VVD wil er een klap op geven en had nog 2 vragen, ook over de slagkracht. Volgens mij wordt dat ook wel duidelijk gemaakt. ASB gaat over 74 woningen en geeft aan moeite te hebben om het nu te organiseren, dus financieel slagkracht te ontwikkelen. Het is mooi dat dat in zo’n grote woningcorporatie als 3B Wonen terecht gaat komen, zodat het daarin mee kan lopen.
Er was ook een vraag: hoe zit dat dan met sociale woningen en de vrije sector, is dat dan niet een verschil met 3B Wonen? Dat is niet zo, want 3B Wonen heeft ook woningen in de vrije sector, dus in die zin wijkt dat ook niet af. Dan was er een vraag vanuit L3B over woningen voor 55-plussers. Misschien mag dat terug komen in de tweede termijn, want ik heb niet helemaal mee gekregen wat daar precies de vraag was. De andere vraag ging over het huurprijzenbeleid. Bij 3B Wonen is dat juist heel goed beschermd, de gemeente stuurt daar ook op met de huurdersvereniging via de prestatieafspraken. Dan was er nog een vraag over de wachtlijst, hoe dat werkt met de voorrang. De bedoeling is dat het wens- en wachtmodel van Woonnet Rijnmond hier straks in gaat voorzien, dus daar kan ik nu geen antwoord op geven, maar er wordt in elk geval in voorzien. De andere partijen stemmen volgens mij in. De heer Crielaard: Een verduidelijkingsvraag, want ik begrijp niet goed wat de wethouder bedoelt te zeggen met dat Woonnet Rijnmond daarin gaat voorzien. Kunt u dat iets nader toelichten? Wethouder Muis: Nee, dat kan ik nu niet, dat gaf ik ook net aan. Het model van Woonnet Rijnmond gaat daarin voorzien.
Overigens is wel de voorzitter/bestuurder voormalig directeur 3B Wonen Frans Weterings aanwezig, als er meer technische vragen zijn is het misschien een idee om hem hier antwoord op te laten geven, als de voorzitter dat goed vindt. Ik zie de voorzitter nee schudden, dan gaat dat op een andere manier plaats vinden, schriftelijk of in een volgende discussie, maar niet vanavond. Tweede termijn De heer Crielaard, L3B: De wethouder vroeg nog wat ik precies bedoelde met het punt over de doelgreop 55-plussers. Het is vooral een zorg, die ik deelde. Als het gaat om de uitgangspunten, vind ik het niet heel expliciet naar voren komen, dat de doelgroep van ASB 55-plussers zijn. Het komt nu een beetje over in de conceptrapportage alsof het niet een relevant iets is. Daar deelde ik een zorg over. Verder dank ik de wethouder, dat hij reageert op de huurcontracten, dat het allemaal goed beschermd is, dat het geregeld is. Wat betreft Woonnet Rijnmond, ik vond het eigenlijk wel een goede suggestie van mevrouw Verhoef: daar zou je met de zienswijze van de gemeente met de brief, waarmee je gaat reageren, zou je daar nog iets mee kunnen. Dat je dat meegeeft: is dit een oplossing? Ik zit hardop na te denken, moeten we daar niet een notie van maken? Daar zit ik nog even hardop over na te denken. Mevrouw Verhoef: Het is geen vraag aan de heer Crielaard, maar een reactie op wat hij zegt.
Ik dacht heel even, maar ik keek niet goed, dat er een concept zienswijze was van het college. Maar er is al een zienswijze gestuurd, dus de punten die we nu hier inbrengen zijn belangrijk, maar ik vertrouw er ook op dat ASB en stichting 3B Wonen oog hebben voor de rechten van de huurders, want dat is ook in hun belang. Daar staan ze ook voor. In die zin vind ik het iets minder urgent dan ik in eerste instantie dacht, omdat de zienswijze dus ook al is ingediend. De heer Crielaard: Dan sluit ik me aan bij mevrouw Verhoef. De voorzitter: Ik heb geen vragen gehoord. Even ter afsluiting. Dit gaat als een hamerstuk naar de raad. De voorzitter: Nu krijgen we een wisseling van voorzitters, zoals ik aangekondigd heb. We krijgen een schorsing van 5 minuten. Daarna zit ik daar op mijn volksvertegenwoordigende plek en de heer J. Jumelet zit hier op de voorzittersstoel als onafhankelijk voorzitter. Ik schors de vergadering voor 5 minuten. Schorsing De voorzitter, de heer J. Jumelet: Dames en heren, de 5 minuten zijn net om. Ik stel voor dat wij weer verder gaan. Als iedereen zijn plaats weer wil innemen, wil ik graag de vergadering heropenen. 6.d Participatieplan woningbouwlocaties Lange vaart en Merenweg, Bleiswijk De heer Scheringa, PvdA: Zoals in ons verkiezingsprogramma geschreven staat is echte burgerparticipatie voor mijn fractie heel belangrijk.
Dat de gemeente werkt aan een visie burgerparticipatie ondersteunen wij dan ook. Dat de gemeente hier pilots voor heeft aangewezen om te zien wat wel en niet werkt lijkt
18/36
een goede methode. Echter, wat voor de gemeente 1 pilot is in de lijst van meerdere projecten, is voor betrokkenen hun enige participatieproces en nog wel bij zo’n belangrijk onderwerp. Woningbouw en ontwikkeling van hun directe leefomgeving. We hebben dan ook berichten ontvangen die inzicht geven in moties en impact die dit project heeft bij mensen. Voor de betrokkenen is het veel meer dan een pilot om te zien wat werkt of niet werkt bij participatie. Daarbij komt dat woningbouw in onze gemeente van het grootste belang is. Mijn fractie hamert voortdurend op het feit, dat veel inwoners dringend een woning nodig hebben om verder te kunnen gaan in hun leven. Jongeren die zelfstandig willen wonen, ouderen die kleiner willen wonen en gezinnen die ruimte nodig hebben. Een participatieproces dat niet werkt, is een risico op vertraging van woningbouw en dat kunnen we niet hebben. Deze participatie, pilot of niet, moet dus werken. Mijn fractie zal bij de evaluatie van de participatie uiteindelijk beoordelen of het gewerkt heeft, maar pas een evaluatie aan het einde lijkt ons laat. Ik hoor graag van de overige fracties hoe zij hierin staan, vragen of zij deze participatie belangrijk vinden is een open deur, dus dat doe ik ook niet.
Waar ik naar zoek, is hoe de fracties denken over de evaluatie van de participatie en of het mogelijk moet zijn om halverwege al bij te sturen en wat daarvoor nodig zal zijn. Dan m.b.t. de klankbordgroepen die genoemd worden. Hier heeft mijn fractie een paar vragen. Zoals ook tijdens het inspreken bleek, is er nog veel onduidelijk over de klankbordgroepen. De gemeente verwacht dat deze klankbordgroepen zichzelf organiseren en hun achterban vertegenwoordigen en informeren, maar hoe weet de gemeente dat dit ook gebeurt en dat de klankbordgroep ook zo’n mandaat heeft om mee te praten als er binnen de klankbordgroep verschillende meningen zijn? Is de klankbordgroep dan verantwoordelijk om dat zelf naar voren te brengen? Hoe worden mensen lid van deze klankbordgroepen? Moeten mensen zich aanmelden? Worden ze gevraagd? Of zijn het al bestaande groepen? Ik zou graag van de wethouder horen hoe zij het instellen en organiseren van de klankbordgroepen ziet. Daarnaast mist mijn fractie klankbordgroepen op het gebied van duurzaamheid, waterhuishouding en natuur en milieu. Bij de participatie van de Greenery, die later op de agenda staat, zijn deze partijen wel genoemd.
Waarom niet in dit participatieplan? Denken de overige fracties dat duurzaamheid, water, natuur en milieu ook vertegenwoordigd moeten zijn in participatie? Als ik dan kijk naar de onderwerpen waar geparticipeerd kan worden en het niveau van participatie, dan zie ik afhankelijk van het thema 2 of 3 niveaus, dat vind ik raar. Kan de wethouder aangeven hoe ik dit moet lezen? Moet het niveau nog gekozen worden? Wat is dan bepalend voor die keuze? Wordt het niveau nog gekozen voordat de raad instemt met het participatieplan? Of later? Mijn fractie is van mening, dat dit voor de instemming duidelijk moet zijn. Het participatieplan heeft immers de ambitie om vooraf alles helder op te stellen. Graag een reactie van de wethouder. Kortom, mijn fractie juicht toe dat de gemeente werk wil maken van participatie, maar er is in de gemeente nog veel wantrouwen over participatie. Een plan maken is goed, maar uiteindelijk valt of staat participatie met de uitvoering. We willen benadrukken dat deze participatie goed moet gaan en meer moet zijn dan een trial en error proces, want dat doet geen recht aan de belangen van alle betrokkenen. Tot zover mijn eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Ik wil u er even op attenderen, voordat we de volgende spreker aan het woord laten, dat we bij dit agendapunt in de eerste termijn 3 minuten hebben en in de tweede termijn 2 minuten.
Ik adviseer u daarmee rekening te houden. Dat klinkt misschien vreemd uit mijn mond, maar ik doe het toch. Mevrouw Boonstra, WIJ: Wij hebben met aandacht het participatieplan voor de Lange Vaart en Merenweg doorgenomen en kijken vol verwachting uit naar de startnotitie voor het omgevingsplan. Mijn fractie vindt het zeer belangrijk, dat op beide locaties goede participatie is, waarbij vooraf duidelijk is waarover geparticipeerd kan worden en binnen welke kaders de rollen en verantwoordelijkheden helder zijn. Dit om teleurstelling en frustraties bij alle partijen te voorkomen. Ik roep het college dan ook op om hier goed over te communiceren. Het is een onderwerp dat sterk leeft in Bleiswijk, dus daarom is onze fractie ook blij dat het college serieus met de participatie aan de slag gaat. Inhoudelijk wil ik toch een paar accenten leggen. WIJ hoopt dat de versnelde realisatie van seniorenwoningen aan de Lijsterlaan, zoals in januari in een motie unaniem is aangenomen, de versnelling krijgt die het verdient, zodat senioren die dat wensen te zijner tijd kunnen verhuizen naar een woning die bij hun situatie past en als gevolg daarvan ook starters en doorstromers een kans maken op een woning die past bij hun situatie. Maar de seniorenwoningen moeten natuurlijk wel eerst gebouwd worden en dat vergt daadkracht.
Daadkracht verwachten wij ook van het college met het op de agenda houden van dit onderwerp tijdens het participatietraject. De vraag aan de wethouder: op welke wijze krijgt de uitdrukkelijke wens van de raad om versneld seniorenwoningen te bouwen aan de Lijsterlaan een plek in het participatieplan? Daarnaast maken wij, zoals u weet uit onze eerdere bijdragen, ons zorgen met name om de ontsluiting van het gebied rond de Merenweg op de N209. Bleiswijk is zo ingericht, dat met name het vrachtverkeer en het doorgaande verkeer via de N209 wordt aangevoerd en afgevoerd. Door de trechtervorming staat het dagelijks vast. We hebben daarnaast ook nog niet inzichtelijk wat de plannen van de provincie m.b.t. aanpassing van de N209 zijn. Vraag aan de wethouder: hoe krijgt dit een plek in de participatie met de in- en omwonenden? De ontsluitingsvariant die begin dit jaar in de stukken stond, kon niet rekenen op
19/36
veel applaus, van zowel de Bleiswijkers als van de raad. Is er ruimte voor alternatieven? Gaat u daarover in gesprek? Of zet u uw voorkeursvariant door in de participatie? Ik ben erg benieuwd naar de reactie van de wethouder. M.b.t. de second opinion verkeersonderzoek Merenweg wil WIJ dat de participatie door belanghebbenden, de stakeholders, niet digitaal wordt gedaan maar fysiek, omdat we signalen hebben gekregen dat een groep belanghebbenden niet goed is gehoord. Dit geldt zowel voor de uitvraag, maar ook als het concept rapport verschijnt. WIJ vraagt de wethouder om alle stakeholders mee te nemen in dit proces en hierbij geen enkele groep uit te sluiten. Dit is ons inziens uiterst belangrijk voor een goed participatieproces. Ik wil mijn betoog besluiten met een vraag. Denkt u dat de planning, zoals die nu staat, met name voor de second opinion verkeersonderzoek Merenweg toereikend is? Wat zouden de gevolgen zijn als dit uitloopt voor verdere planvorming? Dank u wel. De heer De Graaf, VVD: Een eerste lezing, een eerste blik op de stukken stemt positief. Als we kijken naar het feit dat wij gaan participeren, zou zelfs de participatie geparticipeerd hebben, als ik het goed zeg.
Dat we ook een startnotitie invoegen in het proces met het oog op het omgevingsplan, biedt in elk geval op papier heel veel haakjes en uitgangspunten en kansen om een goed participatieproces te doorlopen. Echter, de praktijk blijkt een stuk weerbarstiger te zijn. We hebben inspreker gehoord, maar we hebben ook onze eigen ogen en oren in het Bleiswijkse. De manier waarop dit proces tot nu toe verlopen is, verdient zeker niet de schoonheidsprijs, dan druk ik me heel voorzichtig uit. De inspreker refereerde aan het feit dat hij als grondeigenaar toch zeker stakeholder is. Als wij als professionele partij, als professionele gemeente een ontwikkeling als deze doen, dan dient een grondeigenaar niet als participatie mee te draaien, we noemden het vroeger het conditioneringsproces, alle voorwaarden van het project moeten ingevuld zijn en grond verwerven is een apart proces. Met partijen dient op tijd een gesprek gestart te worden, even los van participatie, het heeft te maken met ordentelijk projectmanagement en professioneel ontwikkelaar zijn, als gemeente in elk geval, die het faciliteert en stimuleert. Dus wij hebben daar als gemeente grote steken laten vallen. Op papier is er een kans om dit goed te maken met dit participatieplan. Het mag op een aantal onderdelen wel een tandje scherper. Er straalt toch tussen de regels door arrogantie uit, wat ons betreft.
Er werd al aan gerefereerd, klankbordgroepen, hoe ontstaan die? Wordt de eigen verantwoordelijkheid bij de bewoners gelegd. Daar zijn we als VVD niet vies van, van eigen verantwoordelijkheid, dat zult u niet verbazen als ik dat zeg. Maar toch moeten we als gemeente een bepaalde professionaliteit laten zien. Ook op het gebied van informatie-uitwisseling, er worden heel veel dingen gevraagd, mensen mogen dingen aandragen, maar het is niet altijd even duidelijk hoe ermee om gegaan wordt en hoe we dat op tijd terug geven aan participanten. Dat mag zeker een tandje scherper in het plan. De structuur, het feit dat we het doen, een aantal momenten inbouwen om te participeren, prima, maar de op de uitvoering is wel het e.e.a. aan te merken. Het plan mag een tandje scherper op een aantal onderwerpen. Dank u wel. De heer Van Berkel, D66: Volgens D66 is het goed, dat er een participatieplan ligt. Eerder gaven we bij de behandeling van het masterplan aan: het participatieproces was ver onder de maat. We vonden het toen ook veel te vroeg om het toen voorliggende voorstel te behandelen. We hebben toen als raad ook echt positie gekozen en bij de behandeling in de commissie hebben we de toezegging van het college gekregen na een heel intens debat om het participatieplan aan de raad expliciet voor te leggen. Goed dat het er nu ligt.
Ik las terug dat er toen was gevraagd om het op korte termijn, binnen 1 of 2 maanden, al voor te leggen. Daarom vraag ik me eerst af, ik snap dat er verkiezingen zijn geweest, maar u ziet ook de emoties bij de inwoners. Waarom heeft het zo lang geduurd voordat het participatieplan er ligt? We zijn nu 8 maanden verder. Zoals inspreker al aangaf, iemand voelt zich ook wat overvallen met zo’n proces. Midden in de zomer wordt er dan een participatieplan voorgelegd voor participatie. Volgens mij zitten er elementen in het participatieplan waar inspreker behoefte aan heeft, een onafhankelijk voorzitter in de positie van grondeigenaren. Ik vind het gewoon heel zonde dat ze zich nu toch niet gehoord voelen, terwijl er in het participatieplan echt meer elementen zitten. In de timing staan ze met 1-0 achter, dat wil ik echt even mee geven. Hoe denkt de wethouder om dit vertrouwen weer te gaan herstellen om dit participatieplan goed tot uitvoer te brengen? Maar zoals wij hebben gezegd, het is echt een goed plan dat er nu ligt, daar hebben we ook echt vertrouwen in, laat daar geen misverstand over bestaan. Waar ik nog wel een klein vraagje over heb, er staat dat overige omwonenden en andere belangstellenden worden geïnformeerd over de voortgang via website en nieuwsbrieven. Ook krijgen ze gelegenheid om vragen te stellen en hun mening te geven of actief aan te haken in het proces.
Wat moet ik nu bij dat laatste voorstellen? Hoe kunnen zij dan actief aangehaakt worden? Is dat een klankbordgroep oprichten? Hoe moet ik dat voor me zien? Dat was het. De heer Hofman, CU: Het voorliggende participatieplan heeft als doel om draakvlak voor de te kiezen richting inzake de woningbouw in Bleiswijk te creëren. Draagvlak voor keuzes die mensen raken in hun woongenot, in hun omgeving, is essentieel. Ook als het niet leuk is, maar wel goed uitgelegd waarom een bepaalde ontwikkeling goed is voor het grotere geheel, wordt een besluit sneller draagbaar dan wanneer er niet eens met betrokkenen gesproken is. In dat kader is het van essentieel belang, dat alle
20/36
stakeholders op een goede manier in het traject betrokken worden. We hebben vanavond allemaal tenminste 1 geval gehoord, waarin een directe stakeholder zich in elk geval niet gehoord en betrokken voelt. Daar moeten we absoluut scherp zijn. We mogen het diezelfde stakeholders ook best een beetje nar de zin maken, makkelijk maken, als het gaat om de manier waarop ze gehoord worden of dat we ze misschien zelfs een beetje in de watten leggen. Willen ze graag een fysieke bijeenkomst i.p.v. een digitale? Dat is een kleine moeite, maar een groots en mogelijk belangrijk gebaar bij het krijgen van draagvlak. En dat is precies wat participatie, wat ons betreft, zou moeten bewerken. Iedereen wordt gehoord en is betrokken, doordat er naar iedereen geluisterd met uiteindelijk betere besluitvorming. Misschien niet de besluitvorming waarin iedereen zich kan vinden, daarvoor verschillen soms de belangen teveel, maar als we in onze besluitvorming kunnen laten zien dat we oog en oor hebben gehad voor iedereen, dan is er veel gewonnen, volgens mij. De uitkomst van het participatietraject gaat ongetwijfeld voor de meeste fracties zwaar wegen in de besluitvorming. Toch wil ik graag nog even stilstaan bij de frase op blz.7 van het plan, waarin staat: de uitkomst van het participatieproces vormt een zwaarwegend advies voor de gemeenteraad. De gemeenteraad beslist uiteindelijk.
Ik denk dat we dit als gemeenteraadsleden niet zo mogen nazeggen. We zijn gekozen om te besluiten zonder last of ruggenspraak. Door het aannemen van dit raadsbesluit zou een nog op te stellen advies voor ons allen vooraf al gewogen worden, namelijk als zwaarwegend. Hoe zwaar de uitkomst van het participatieproces weegt in de besluitvorming is aan de fracties. Wij willen ons niet bij voorbaat aan vast leggen, dat vinden wij principieel onjuist. Wij vernemen graag hoe andere fracties hierover denken en we overwegen een amendement om het woord zwaarwegend op deze plek te schrappen. Voor het overige kan het voorstel onze goedkeuring wegdragen. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Dat we hier vanavond spreken over het participatieplan is een voortvloeisel van een tweedaagse vergadering in het begin van dit jaar. Het ging toen over het vaststellen van een masterplan, waar een serie amendementen en moties aan vooraf ging. De CDA-fractie constateert dat we minimaal 6 à 9 maanden achterop zijn geraakt ten opzichte van de eerdere planning en dat de kosten van de te bouwen woningen alleen maar hoger worden, zeker in deze tijd van schaarste t.a.v. personeel, bouwmaterialen en hoge brandstofprijzen. Wie betaalt straks de rekening? De burger. Door de diverse telefoontjes, die ik deze dagen heb gekregen, weet ik hoeveel onvrede er zit bij de omwonenden van het Merenweg-gebied.
Dat werd vanavond wel heel schrijnend duidelijk. Ze voelen zich weggezet als tweederangs burgers nu er voor Lange Vaart is besloten, dat daar maximaal 3 bouwlagen komen. Schreeuwers worden blijkbaar voorgetrokken, was de conclusie. Diezelfde bewoners maken zich grote zorgen dat de motie m.b.t. het uitwisselen van scenario’s t.a.v. het bouwprogramma het verschil tussen de 2 woongebieden nog groter zal maken. De CDA-fractie heeft daar ook al eerder op gewezen, dat het Merenweg-gebied niet het afvalputje van Lange Vaart mag worden. Daarom de oproep aan het college om goed na te denken over hoe om te gaan met deze motie. Zou de ongelijkheid tussen woongebieden Lange Vaart en Merenweg misschien nog groter worden? Particuliere grondeigenaren uit het Merenweggebied hebben mij gebeld, dat ze tot nu toe, dat werd vanavond weer duidelijk, niet zijn meegenomen en niet worden meegenomen in het participatietraject, maar dat willen ze wel. Dat bleek ook vanavond. Zij voelen zich aan de kant gezet. De grond gaat ons aan het hart, was hun noodkreet. Zij willen mee participeren. Er komt een second opinion m.b.t. de verkeersontsluiting van het Merenweg-gebied. We hebben allemaal gemerkt hoe gevoelig dit onderwerp ligt. Het is goed dat dit gebeurt, dat alle betrokkenen inzicht krijgen in deze problematiek en mee krijgen dat eenvoudige oplossingen niet voor het oprapen zijn.
Er ligt dan ook een grote uitdaging om alle betrokkenen op een eerlijke en transparante manier bij het participatieproces te betrekken en te houden. Het logboek dat bijgehouden zal worden, kan hier een belangrijke rol in vervullen. Laten we hopen, dat de doorlooptijd van dit participatieplan korter zal zijn dan nu aangegeven. Er is namelijk al zoveel gezegd en gesproken. Doorpakken dus, want er moet gebouwd worden in Bleiswijk, de woonkern waar het dorpse karakter behouden moet blijven. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: De aangenomen moties moeten centraal staan bij het participatieproces om te komen tot een startnotitie voor het omgevingsplan, staat in de stukken. Het college geeft aan, dat dit niet geldt voor de motie 2022-001, genaamd N209 relatie masterplan Lange Vaart / Merenweg, al eerder door collega’s aangegeven. In deze motie staat weldegelijk dat voor de start van de bouw er een plan moet liggen voor de N209 van de Ankie Verbeek-Ohrlaan tot de A12. Wij overwegen een amendement om het duidelijk in het participatieplan op te nemen en het niet terzijde te schuiven, die motie t.a.v. de N209. Dan ga ik naar de klankbordgroep. Er zijn 4 klankbordgroepen: seniorenbouw Bleiswijk, omwonenden Lange Vaart, omwonenden Merenweg en woningzoekenden. Daarnaast zijn er ook nog grondeigenaren en 3B Wonen. De grondeigenaren, daar hebben we in ieder geval de heer Rutten van gehoord.
Hij weet nog helemaal van niets, dus ik wil toch aan de wethouder vragen: hoe kan het nou, op welke manier heeft de heer Rutten het idee, dat hij nog helemaal niet betrokken is in het geheel? Daar wil ik graag nog wat nader uitleg over. Dan staat er ook iets over overige omwonenden en andere belangstellenden. En we hebben het over bewonenden. Dus het is een beetje vaag allemaal. Ik zou graag
21/36
willen weten: wat is nou het verschil, hoe zit het nou, wie zijn dan die omwonenden? Twee vragen: heeft de wethouder zich ervan gewist? En een terugkoppeling vanuit die klankbordgroepen naar hun achterban? Heeft de wethouder zich ervan gewist of de klankbordgroepen en hun achterbannen adequaat te informeren? En wat is de rol van de gemeente hierin? Eén van de collega’s heeft ook aangegeven: dat moet wel goed zijn. Vraag 2: is de wethouder het ermee eens, dat het van belang is dat duidelijk omschreven is wie omwonenden en overige omwonenden zijn? Graag ontvangen wij een document waarin duidelijk is aangegeven, waar die omwonenden en die overige omwonenden nou eigenlijk wonen, welke straten zijn dat, welke wegen zijn dat, welke lanen zijn dat, welke huizen zijn dat? Dan kom ik bij de motie second opinion ontsluiting woningbouwlocaties, die raadsbreed aangenomen is. Ik heb in de raad van 27 januari een amendement ingediend 2022-003, dat ging over de langzaam verkeer verbinding tussen het gebied Merenweg en omliggende straten. Ik heb die motie ingetrokken. Ik vond het belangrijk dat die second opinion, dat onderzoek naar het verkeer gedaan zou worden. Maar het is mij niet duidelijk dat ik of mijn fractie in het amendement heeft aangegeven, die ontsluiting langzaam verkeer verbindingen, of die nou meegenomen worden in die second opinion.
Daar wil ik graag duidelijkheid over, dat dat wel gebeurt. Tot slot heb ik er behoefte aan om mijn stemverklaring te herhalen, die ik namens L3B in de raad van 24 februari heb uitgesproken bij de vaststelling van het masterplan. Ik citeer: de fractie van L3B zal voor het masterplan stemmen met 3 aantekeningen. 1. We gaan ervan uit dat op de locatie Merenweg maximaal 700 woningen worden gebouwd. 2. Het percentages van de verschillende woontypes op beide onveranderd blijven. Lange Vaart en Merenweg. Dat betekent 50% betaalbaar en 40% gelijkvloers op elk van de beide locaties. Dat is ook het meest eerlijke, zo zijn we in feite ook begonnen. Het derde punt is: L3B zal bij de behandeling van het bestemmingsplan of omgevingsplan op maximaal 3 bouwlagen locatie Merenweg terugkomen. Zoals ik ook in de raadsvergadering van 27 januari heb aangegeven. Dat was het in de eerste termijn. De heer Duk, GL: De heer Ruijtenberg zou bij de laatste onderwerpen het woord hebben gevoerd, maar moest op het laatste moment de vergadering verlaten, daarom zal ik mijn bijdrage relatief kort houden. GL is het grotendeels eens met de opzet. We vragen ons wel heel erg af hoe de klankbordgroepen worden samengesteld, hoe actief de gemeente hier leden voor gaat zoeken en vooral hoe zij de toekomstige bewoners gaat vinden als de bouw nog relatief ver weg ligt en het verkooptraject nog niet is gestart.
Wat is het verschil tussen omwonenden en overige omwonenden? Zoals de heer Blonk ook al zei: waar ligt de grens? Wat zonde dat er pas na 8 maanden een plan ligt en dat er al zo lang de communicatie met belanghebbenden stil ligt. Ik kan me voorstellen dat dit effect heeft op het vertrouwen van deze mensen. Dat, terwijl het hier om draagvlak gaat. We staan dan al direct 1-0 achter. Laten we er nu voor zorgen, dat deze achterstand wordt ingelopen en dit participatietraject voorbeeldig gaat verlopen. Daarom ook onze oproep om de communicatielijn nog verder open te zetten dan nu het geval is. We steunen de CU in haar oproep het woord zwaarwegend weg te halen, al zullen we uiteraard aan de uitkomsten van de participatie een zwaarwegend gewicht hangen, is de principiële houding van de CU toch terecht. Daarbij wil ik het laten. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Dank aan de commissie voor de reactie op deze stukken. Dank ook aan de heer Rutten voor het inspreken aan het begin van deze vergadering en voor uw geduld om nu de bespreking af te wachten. We zijn inderdaad verder, 8 maanden verder, maar er ligt nu wel het participatieplan. U vroeg: had dat eerder gekund? Wij zijn als nieuw college in juni begonnen en dan denk ik dat september de eerste maand is dat wij zoiets kunnen aanbieden. Ik zou niet weten hoe dit sneller had gemoeten.
Meneer Scheringa, uw opmerkingen loop ik even langs. Uiteraard, participatie belangrijk. U zegt: wat werkt, is het een soort trial and error, is het een soort probeertraject? Nee, dit is een heel serieus participatietraject. Een pilot, omdat we het nu heel uitgebreid doen. Ik denk niet dat elk proces zo uitgebreid moet, daarom noemen we het een pilot, om alles eens even goed neer te zetten en uit te leggen. Die woningbouw, dat gaf u terecht aan, is dringend nodig. We gaan er heel hard aan werken om het zo snel mogelijk weer op gang te krijgen, zodat het proces verder kan. U gaf aan: evaluatie halverwege. Ik vind dat een lastige opmerking, moet ik u eerlijk zeggen. We moeten met elkaar dat proces door. Ik stel voor dat u als raad dat ook heel nauwkeurig volgt en dat u mij als wethouder altijd daarop kunt bevragen als er opmerkingen zijn of signalen dat het niet goed gaat. De heer Scheringa: Ik vroeg me af: heeft u een beeld van hoe wij dan geïnformeerd worden en hoe wij het goed kunnen blijven volgen? Komt er een rapportage of iets dergelijks tijdens het proces? Wethouder Cnossen: Het woord logboek is genoemd. Wat we in een eerder proces hebben geprobeerd, is in een logboek u heel goed inzicht geven in wat er allemaal langs gaat, maar dat is natuurlijk achteraf.