CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV22.0086] Verslag van de commissie Ruimte van 6 september 2022

Commissie Ruimte 4 oktober 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering34.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERSLAG Commissie Ruimte BV22.0086

Datum vergadering

: 6 september 2022

Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Bianca Boonstra, Paul Zantman Leefbaar 3B : Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard, Jean Paul Meuldijk, Roy Diepeveen CDA : Frans Ammerlaan, Charles van Harn, Wouter de Ruiter VVD : Ivo de Graaf, Christiaan Toussaint, Vincent Jumelet D66 : Ineke den Heijer, Arjen van Berkel CU : Arjen Hofman, Lenneke Maasland, Sam van Egmond GroenLinks : Marko Ruijtenberg, Jorgen van de Burgt, Menno Duk PvdA : Petra Verhoef, Valmir Xhemaili, Nanno Scheringa Wethouders

: Michiel Muis, Titia Cnossen, Simon Fortuyn (vanaf 21.00 uur)

Voorzitter Commissiegriffier

: Jan Pieter Blonk (punt 1 t/m 6.c), Jan Jumelet punt (6.d t/m 10) : Rianne Kokke

Afwezig Voorzitter D66

: Nelleke Bouman : Ronald van der Stad

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 19.00 uur: Goedenavond dames en heren, ik open de vergadering van de commissie ruimte. Het is vandaag 6 september 2022. Mede namens de commissiegriffier welkom commissieleden, collegeleden, ambtenaren, insprekers, belangstellenden en uiteraard de kijkers thuis en de pers, die waarschijnlijk ook aan de buis hangt. U verwachtte hier Nelleke Bouman te zien als voorzitter, maar zij is onverwachts helaas verhinderd. Het had nogal wat voeten in aarde om een voorzitter voor de hele avond aanwezig te krijgen, dat is niet gelukt, dus we hebben een praktische oplossing gevonden: ik zal vanavond uw voorzitter zijn voor de agendapunten 1 tot en met 6.c, daarna komt Jan Jumelet en die is de voorzitter voor de rest van de agenda. De griffie heeft een afmelding ontvangen van Ronald van der Stad, Petra Verhoef is iets later, Vincent Jumelet zal rond 19.30 uur aanschuiven. De heer Jumelet: Ik ben er al. De voorzitter: Wethouder Fortuyn zal ongeveer 21.00 uur aansluiten. Bij agendapunt 7, de actualiteiten uit het college, over het onderwerp RTHA kunnen donderdag in de commissie samenleving vragen gesteld worden, omdat het vliegveld overgeheveld is naar de commissie samenleving. Het zal niet meer in het overzicht van ruimte staan, maar in dat van samenleving. 2. Insprekers De voorzitter: Er zijn vandaag 3 insprekers: 1.

de heer De la Bretonière, over geluidsoverlast Klapwijkseweg; niet op de agenda; 2. de heer Van Lien, over bindend adviesrecht en verplichte participatie, agendapunt 6.a; 3. de heer Rutten, participatie woningbouwplan Lange Vaart en Merenweg, agendapunt 6.d. Het punt van de heer De la Bretonière staat niet op de agenda, maar mensen kunnen altijd over onderwerpen die de commissie betreffen in spreken. Inspreker 1: De heer De la Bretonière: Geachte voorzitter, leden van de commissie ruimte en overige aanwezigen. Mijn naam is Ralph de la Bretonière en als één van de leden van de vaste kern vertegenwoordigers omwonenden Klapwijkseweg mag ik deze avond een beroep doen op vijf minuten van uw kostbare tijd. Maakt u zich vooral geen zorgen dat ik de volledige 600 seconden ga vol praten. Dat is ook niet nodig, de casus ‘Ernstige Geluidsoverlast Klapwijkseweg’ is u immers al geruime tijd bekend en is uitvoerig gedocumenteerd. U hebt daarover op 18 april 2022 gedebatteerd en daaropvolgend een motie ingediend, die in de gemeenteraadsvergadering van 16 juni 2022 is aangenomen. Op dit moment heb ik slechts twee vragen aan de leden van de commissie ruimte, twee indringende vragen.

Wilt u alstublieft bevorderen dat alle gemaakte afspraken rondom de aanpak van de ‘Ernstige Geluidsoverlast Klapwijkseweg’ zo snel mogelijk worden nagekomen? Wilt u ons naar vermogen de helpende politieke hand bieden? Eén van die afspraken had namelijk allang kunnen worden nagekomen, het weer in gesprek gaan met de

1/36

vertegenwoordiging van omwonenden. Een gesprek dat sinds 15 februari van dit jaar wordt afgehouden, waardoor ruim 7 maanden kostbare tijd verloren is gegaan. Dat gesprek is niet spannend, ook niet complex, het is slechts onderdeel van het effectueren van democratische normen en waarden en het geeft invulling aan de nagestreefde burgerparticipatie. Wel bezien vraag ik u om het nakomen van standaard beleefdheidsnormen en -waarden, niets staat in de weg om die zaken in praktijk te brengen. Op dit moment wachten wij nog steeds op een uitnodiging om weer met de gemeente in gesprek te gaan, het blijft echter doodstil. Die stilte is voor ons omwonenden een wrange ervaring, want dagelijks hebben wij met ernstige geluidsoverlast te maken. Ook deze mooie zomer is weer bijna voorbij en wij hebben niet, zoals velen van u, volop van onze tuin of ons balkon mogen genieten. Wij hebben overdag, ’s avonds en ’s nachts niet de ramen kunnen openen, om een rustig verkoelend briesje door onze woningen te laten waaien. Misschien is het goed om erbij stil te staan dat wij al een ontelbare veelvoud van 600 seconden spreektijd op daadwerkelijke actie van deze gemeente wachten. Zelfs het Hoogheemraadschap van Delfland, waarvan wij begrijpen dat de voortgang mede van hen afhankelijk is, blijkt voor ons meer bereikbaar te zijn. Zij lijkt zelfs receptief voor suggesties m.b.t.

samenhangende geluid reducerende oplossingsrichtingen die aan haar keur voldoen, waarvan de gemeente sinds 12 juli 2022 op de hoogte is. Wij wachten op de volgende processtap van onze gemeente, onderwijl worden wij niet door diezelfde gemeente over de stand van zaken geïnformeerd. Ik heb het hier dus niet over inhoud, waarover je het deels eens of oneens kunt zijn. Ik heb het hier over het gezamenlijk proces dat de gemeente met haar inwoners en partners zou moeten willen vormgeven. Natuurlijk kan het voorkomen dat onderwerpen vertraging oplopen, maar ook dan staat niets in de weg om transparantie te betrachten en elkaar te informeren. In aanloop naar de laatste gemeenteraadsverkiezingen hebben wij met velen van u over de ‘Ernstige Geluidsoverlast Klapwijkseweg’ gesproken. Een afvaardiging van diverse partijen is op locatie geweest om die geluidsoverlast te ervaren. Niet acceptabel, niet leefbaar, niet gezond, dit moet zo snel mogelijk worden aangepakt; woorden die zijn uitgesproken. Het gaf ons omwonenden weer een sprankje hoop, hoop dat deze dagmerrie eindelijk met vereende krachten tot een goed einde zou worden gebracht. Het lijkt er nu op dat de ‘Ernstige Geluidsoverlast Klapwijkseweg’, tezamen met het verledentijd zijn van de verkiezingen, alle hoopgevende woorden heeft gesmoord.

Uitzondering daargelaten ervaren wij tot heden in ieder geval niet de daadkracht die je als burger van Lansingerland mag verwachten. Op 22 september 2022 ben ik voornemens om ook tijdens de gemeenteraadsvergadering in te spreken en hoop ik voortgang te kunnen delen. Wij willen in de betrouwbaarheid van de lokale politiek blijven geloven. Mede namens mijn buurtgenoten vraag ik u om alles in het werk te stellen wat binnen uw vermogen ligt. Wilt u dat voor ons doen? Wilt u dat ook daadwerkelijk voor ons doen? Ik was misschien even emotioneel, maar we wachten al heel lang. Dank u. De heer Jumelet: WIJ: Ik heb geen toelichtende vragen, maar meer een punt van orde. Wij hebben recent het college gevraagd wat de stand van zaken is. Misschien dat de wethouder toch even procedureel kan antwoorden wat de stand van zaken is. Het staat niet op de agenda, maar anders blijven we pingpongen. Kan de wethouder procedureel zeggen wanneer er een antwoord komt op de vraag die wij gesteld hebben richting het college, de actuele stand van zaken m.b.t. de motie en tot de afspraken die wij gemaakt hebben. De voorzitter: Ik moet er even over nadenken. De heer De Graaf, VVD: Dank u wel voor uw inspraak. Ik richt me even tot de voorzitter, ik ga mee met het punt van de heer Jumelet. Dan een verduidelijkende vraag aan de inspreker.

Ik herinner mij nog het beeld, dat u toen schetste, wethouder Muis met een mapje onder zijn arm. De voorzitter: Nee, ik ga nu even ingrijpen. U kunt verduidelijkende vragen stellen aan de heer De la Bretonière, we gaan niet in discussie. De vraag van de heer Jumelet is even in beraad, daar gaat de wethouder wat op zeggen. We gaan niet een discussie hebben over het hoofd van de heer De la Bretonière heen met de wethouder, dat doen we dus niet, daar is dit agendapunt niet geschikt voor. Heeft u een verhelderende vraag aan de inspreker. De heer De Graaf: De context is duidelijk, dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Ik dank de heer De la Bretonière voor zijn inspraak en voor de wake-up call die blijkbaar heel hard nodig is. Wethouder Muis: Dank voor uw inspraak, meneer De la Bretonière. De wake-up call is niet nodig want de ambtelijke organisatie en ikzelf zijn hier heel de zomer druk mee bezig geweest, juist om tegemoet te komen aan de wensen van de raad om heel duidelijk te krijgen wat hier in het verleden is afgesproken of niet is afgesproken. De commissie, de raad, u krijgt deze week informatie over de toezeggingen die onderzocht zijn uit het verleden. Ook een schrijven over het afdoen van de motie. Tegelijkertijd krijgen de bewoners dezelfde informatie, ook met de uitnodiging om daarover in gesprek te gaan als daar behoefte aan is.

Ik had het liever zo gepland, dat het vanavond hier op de agenda stond, dat is helaas niet gelukt, maar het staat u vrij om het te bespreken of te agenderen. Maar ik zou zeggen: wacht eerst even af en lees het goed, dan gaan we met elkaar verder in gesprek. Dank u wel.

2/36

Inspreker 2: De heer Van Lien: Dames en heren, leden van de commissie ruimte. Jongstleden donderdag hebben wij als vereniging een brief aan uw commissie gestuurd, die via de griffie aan u is doorgezonden, een brief over een bindend adviesrecht en verplichte participatie van burgers. Waarschijnlijk zijn onze vragen duidelijk, maar ik kom er gewoon nog even op terug. Wie zijn wij, om te beginnen. Het is al een hele tijd geleden, dat ik hier namens Rotta heb ingesproken, daarom eerst een paar details over onze vereniging. Wij zijn een grote, regionale natuurbeschermingsorganisatie met ongeveer 900 leden, gevestigd in Lansingerland, maar ook met een flink aantal leden in omliggende gemeenten. Ons werkgebied bestrijkt ook Zuidplas en de noordrand van Rotterdam. We werken intensief samen met Staatsbosbeheer, maar ook met Natuurmonumenten en de beheerscombinatie van de Groenzoom, onderaan de goede contacten met de gemeente, dat we al een hele tijd niet ingesproken hebben, heeft hier ook mee te maken. Als vereniging zijn wij op allerlei manieren betrokken en actief bij onze natuur- en recreatiegebieden. We doen bijvoorbeeld met een grote groep vrijwilligers elke donderdag natuurwerk op verschillende plaatsen, maaien en snoeien bijvoorbeeld op lastig bereikbare plekken, handwerk bovendien, erg arbeidsintensief en daardoor onbetaalbaar voor de grote beheerders van ons groen.

Onze betrokkenheid als vrijwilligers, dat ervan uitgaat dat het werk dat wij doen belangrijk is en bijdraagt aan het behoud van de natuur om ons heen, maar zeker ook aan het plezier dat heel veel bewoners hebben als ze te voet of op de fiets onze groengebieden doorkruisen. De beheerders en gemeenten waarderen wat wij doen en dat allemaal in een tijd waarin de druk op de groengebieden groot is. Commercialisering dreigt en soms wordt er dicht op het groen gebouwd. Reden om heel alert te zijn op wat er wordt aangedragen aan wensen en verlangens in en rond onze groengebieden. Daar is onze gemeenteraad hard bij nodig. In het overzicht van keuze-opties, dat bij het voorstel van vanavond wordt meegegeven, wordt aandacht gegeven aan de groengebieden. Ze worden wel degelijk genoemd, maar vervolgens niet opgenomen in het voorstel van het college. Waar ligt dat aan? Gebrek aan interesse misschien? Bij een heel belangrijk gebied als het regiopark Rottemeren bent u immers als raad ook al niet meer betrokken. Er wordt nog gewerkt aan een uitvoeringsagenda van het ontwikkelplan, maar dit staat er buiten. Wat de achtergrond daarvan mocht zijn, wij betreuren het bijzonder. Terwijl er in het hele land toenemende aandacht is voor natuur, biodiversiteit, water en groen, komt het bindend adviesrecht voor onze groengebieden niet voor in het voorstel van B&W.

Vandaar ons dringend verzoek om het voorstel te amenderen. Tot zover, hier houd ik het bij. De heer Duk, GL: Zou u kunnen schetsen welk doemscenario u voor u ziet op het moment dat wij dit voorstel niet amenderen? De heer Van Lien: U weet dat de druk heel groot is. Je ziet op plekken, bijvoorbeeld in het noorden van Berkel, dat er gebouwd wordt langs de Groenzoom, waar de huizen bijna in de sloot staan, die aan de Groenzoom grenst, dat is op een moment gebeurd dat daar nog geen aandacht voor was. Er kan nog veel meer bij komen, daar hebben wij geen grip en geen zicht op. Bijvoorbeeld het Rottemeren gebied, daar is nu een uitvoeringsagenda in aanbouw, maar er is een enorme hoeveelheid wensen en verlangens geuit door jan en alleman in de bespreking van dat plan, Staatsbosbeheer is ermee bezig, om dat allemaal een plekje te geven. We moeten de status van het gebied ook in de gaten houden, het is natuurgebied, dus je kunt niet alles in zo’n gebied. Ik zou graag zien dat uw raad daar ook bij betrokken was. U had indertijd raadsleden die ook lid waren van het algemeen bestuur, die zijn er niet meer. Dat is allemaal een bestuurszaak geworden, dat vind ik geen goede zaak. De Groenzoom, ik zou willen weten hoe u daarbij betrokken bent, ook dat is een punt.

Er is een beheersgroep die dat in de gaten houdt, maar u bent degene die eigenaar is van het gebied, daar gaat het mij eigenlijk om. De heer Jumelet, WIJ: Dank voor de inspraak, alle waardering voor het werk dat Rotta doet uiteraard. Eigenlijk beluister ik in uw laatste zinnen uw grootste zorg en dat is de betrokkenheid, niet zozeer het punt dat vanavond op de agenda staat, maar meer in algemene zin, de betrokkenheid vanuit de raad en het college op onze groengebieden in zijn algemeenheid. Beluister ik dat dan goed in uw verhaal? Zou het dan niet veel zinvoller zijn om wellicht daar een keer tussen de raad en Rotta en wellicht Staatsbosbeheer echt in gesprek te komen van: hoe is de relatie in veel algemenere zin? Anders focussen we nu een beetje op dit onderwerp, maar het gaat in mijn beleving om een bredere discussie. Of zie ik dat verkeerd? De heer Van Lien: We zijn in Lansingerland natuurlijk bekend om onze groengebieden. Wij zijn daar ook trots op, Lansingerland is een groene gemeente. In die zin hebben die groengebieden ook veel aandacht nodig, dat is inderdaad wat ik bedoel. Ik zou graag zien, dat er meer aandacht was voor de natuur. Dat kan je niet zomaar overal aan vastplakken, dat heeft wel te maken met dit onderwerp, waarbij u zelf vraagt: waar wil ik bij betrokken worden? Ik zou zeggen: koppel die groengebieden eraan, dan komen we elkaar vanzelf weer tegen.

Ik heb 2 weken geleden nog met de gemeente om tafel gezeten en met andere partijen over de nieuwe leefomgevingsvisie, dat onderdeel moet worden van het omgevingsplan. Dan praat je met de gemeente, dat zijn dan ambtenaren, maar ik zou graag zien dat de raad erbij betrokken is. Dus u heeft gelijk, het gaat om in het algemeen veel meer aandacht voor het buitengebeuren. De heer Jumelet: Als ik uw inspraak dan hoor en zeker uw antwoord, bent u het dan met

3/36

mij eens om wellicht samen met de griffie en met de raad eens te kijken: hoe gaan we dit met elkaar vorm geven? De heer Van Lien: U bent te allen tijde van harte welkom in het gebouw, we kunnen altijd overleggen met u. Ik zou de raad graag een keer uitnodigen om te komen kijken, er zitten nieuwe gezichten bij, dus dat is geen verkeerde zaak, denk ik. Maar zo’n gesprek zouden we best aan kunnen gaan, absoluut. Inspreker 3: De heer Rutten: Dank u wel commissie, voor de mogelijkheid om in te spreken vanavond in uw vergadering, ik stel het bijzonder op prijs. Wij zijn grondeigenaar van het gebied van Lijsterlaan/Merenweg. We willen graag betrokken worden bij de ontwikkeling van dit gebied en we horen telkenmale benoemd, beloofd, het wordt beleden en beschreven, maar het vindt nimmer en nooit plaats. Het participatieplan beoogt burgers bij de planvorming te betrekken, de huidige beschrijving maakt het meedenken nog beperkter, nog moeilijker en bijna onmogelijk. Hiermee komt de betrouwbaarheid van de overheid mijns inziens verder in het geding. Op uitdrukkelijk aandringen van uw raad, uw commissie, heeft er een gesprek plaats gevonden met voormalig wethouder mevrouw Arends, zij was inmiddels demissionair, in aanwezigheid van de beleidsambtenaar en projectleider. Dat heeft niets opgeleverd, was volkomen zinloos, was onbevredigend.

Daarna is er geen enkel contact met ons als grondeigenaar geweest. Ik lees in de stukken dat vanaf 2020 men in gesprek is met de stakeholders. Wij voelen ons stakeholder, maar wij zijn niet in gesprek. Het huidige participatieplan verschijnt net voor de zomervakantie, wordt op 5 juli besproken, met de koffers en de boterhammen gesmeerd klaar om op vakantie te gaan. Het wordt vanavond besproken, de koffers moeten nog uitgepakt worden. Inclusief ikzelf werd verrast door het stuk, te elfder ure heb ik nog de mogelijkheid gepakt om in te spreken. Men spreekt van de ontwikkeling van afzonderlijke gebieden. Alleen om een economische noodzaak zou het kunnen zijn, dat er een uitwisseling plaatsvindt. Een ontwikkeling is een economisch noodzakelijk gebeuren, commerciële partijen gaan de ontwikkeling in de hand nemen. Hoe meer opbrengst en hoe beter de ontwikkeling. Het Lijsterland/Merenweg gebied wordt een gebied waar de ontwikkeling en de winst moet gemaakt worden. Ik heb erover nagedacht en ik adviseer u onafhankelijke partijen in te schakelen. Alleen dan komt u eerlijk bij de burgers over en kan er een zorgvuldige uitvoering plaats vinden. Woningbouw kan niet uitgevoerd worden door alleen commerciële groepen. De ervaringen tot nu toe druipen van belangenverstrengeling. Dit plan kan niet goed gaan, denk ik. Het volgt de wet van Murphy.

Resumerend: wij willen graag betrokken worden bij de ontwikkeling als grondeigenaar. Wij zijn allemaal geboren en getogen in dit gebied, ik woon er zelf ook nog, niet iedereen woont er meer, maar ik woon er zelf nog middenin. Het worden mijn buren en ik wil graag mijn buren goed verwelkomen. Het inschakelen van een onafhankelijk bureau dient te gebeuren om dit economisch, politiek en verantwoord uit te voeren. Ik wil verder nog een pleidooi houden voor het behoud van het dorpse karakter. Er mag mijns inziens beslist geen hoogbouw plaats vinden. Persoonlijk vind ik het vestigen van WVG op ons grondgebied een schande en moet worden opgeheven. Dank u. De heer Hofman, CU: Dank u wel, meneer Rutten, voor uw inspraak. U stelt dat het schrijven van nu participatie nog moeilijker maakt. Volgens mij doelt u vooral op ervaringen uit het verleden. De heer Rutten: Op het huidige plan. De heer Hofman: Precies, daar wilde ik even naar toe. Op welke manier maakt volgens u het huidige plan participatie naar de toekomst toe moeilijker? Daar is het voor geschreven. De heer Rutten: Ik denk dat niet goed beschreven is hoe die participatie echt vorm gaat krijgen. 2020 wordt genoemd als datum waarbij wij al betrokken zijn. Heb ik niets van gemerkt. Het enige wat er is gebeurd, is een gesprek met mevrouw Arends op uitdrukkelijk aandringen van deze raad, van deze commissie ruimte.

Dat is dus met moeite gebeurd. Daar hebben wij een lesje communicatievaardigheden gezien, maar verder niet. Ik ben een teleurgesteld man, dat mag u best weten, ik ben er ook emotioneel over. Ik woon in dit gebied, ik zit er middenin en ik heet graag mijn nieuwe buren welkom, meer buren hier, er zijn meer betrokkenen, ik hoop dat er veel aan de tv gekluisterd zitten, die wel betrokken zijn. In het Lange Vaart gebied lukt het nu om de hoogbouw eruit te krijgen. Dat moet in het Merenweg gebied ook gebeuren. Er zijn daar niet zoveel stemmen, alleen wat hazen en fazanten en een enkele leeuwerik, zoals ik vroeger wel heb meegemaakt, maar die raken we kwijt. De heer Scheringa, PvdA: Dank u wel, meneer Rutten, voor het inspreken. Ik had nog een vraag, u had het over een onafhankelijke partij in de participatie. Hoe ziet u dat voor zich? Kunt u er iets meer over uitweiden? De heer Rutten: Ik heb daar geen verstand van, ik ben geen politicus, ik ben een eenvoudige gepensioneerde werknemer. Maar ik zie wel, als er een onafhankelijke partij meekijkt bij belangrijke projecten, dan wordt daar de onafhankelijkheid van gewaarborgd. Hier zijn commerciële partijen bij betrokken en die maken winst en dat is hun goed recht, want dat is ook hun vak.

Een projectontwikkelaar, we hebben er meerderen gesproken, die willen goedkoop land verwerven, overal een been tussen de deur hebben, en dan moet daar geld van komen. De grootste partij, de Rabobank, gaat de uitvoering in de hand nemen, dan gaat dat niet goed. Dat is mijn voorspelling. De heer Scheringa:

4/36

Wilt u dat de onafhankelijk adviseur de participatie begeleiden? Of moet hij participant worden? Moet het onafhankelijk bureau het faciliteren, de participatie? Of moet hij ook participant zijn? Dat laatste zie ik niet precies. De heer Rutten: Er moet een onafhankelijkheid zijn. Er kan alleen maar onafhankelijkheid zijn, ook in de participatie. De heer Duk, GL: U ervaart geen onafhankelijkheid bij de gemeente of bij de ambtenaren, die het proces begeleiden. De heer Rutten: Nee. De heer Hofman, CU: Meneer Rutten, dank u wel. Ik zou nog even door willen vragen over het woord belangenverstrengeling, dat u noemde. Belangenverstrengeling is best wel een heftig woord, daarmee zet je bepaalde mensen in een hoek. Kunt u iets meer vertellen over wat u met dat woord bedoelde en waar u op doelde? De heer Rutten: U overvalt me met deze vraag. Wat wij zien, ik ben er niet bij betrokken, we willen er graag betrokken bij zijn, maar wij zien dat de grootste grondbezitters, de gemeente in casu BPD, klaarblijkelijk contact hebben. Dat zijn commerciële partijen. Ook de gemeente is een commerciële partij, in het verleden in ieder geval geweest. De BPD is het zeker. De aandeelhouders hebben belang bij zoveel mogelijk winst van hun onderneming en die gaan ontwikkelen. Mevrouw Boonstra, WIJ: Ik heb een paar vragen. U geeft aan, dat u wilt dat er een onafhankelijke partij wordt ingeschakeld.

Is die onafhankelijke partij ook noodzakelijk om het gesprek tussen u en de gemeente c.q. de wethouder vlot te trekken? De heer Rutten: Een eerste kennismaking. Ik heb net even kennis gemaakt, een eerste kennismaking lijkt ons in ieder geval op zijn plaats. Mevrouw Boonstra: Dank u wel. Nog een vraag. U heeft als één van de laatste opmerkingen gezegd, dat u wilt dat het vechten om het grondgebied moet worden opgeheven. De heer Rutten: Er is op ons gebied, op ons bezit, de wet voorkeursrecht gemeenten gevestigd. Dat is onterecht, daar maken we bezwaar tegen. Ik vind dat u als raad ernaar moet kijken en ik vind dat het opgeheven moet worden. Mevrouw Boonstra: Dus u vindt dat het opgeheven moet worden? De voorzitter: Ik denk dat het antwoord duidelijk is. De heer Scheringa, PvdA: Ik heb nu een andere vraag. In het participatieplan wordt gesproken van klankbordgroepen, ook een klankbordgroep van grondeigenaren in het gebied. Weet u van die groep, wordt u daar lid van? Wordt u daarvoor benaderd, wilt u daar lid van worden of uw mede-eigenaren? De heer Rutten: Ik heb daar bij de vergadering van 5 juli om gevraagd, ik heb daar niets op gehoord. Ik ben op vakantie geweest, maar ik heb er niets op gehoord. Ik noem het vanavond weer, omdat ik denk dat wij als grondeigenaren daar graag in meedoen. Ik ken andere grondeigenaren, die dat ook graag willen en die ook niet benaderd zijn.

Ik ben niet alleen. De voorzitter: Dan sluiten we deze inspraakronde af. U kunt blijven zitten, want dadelijk wordt het punt besproken. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 7 juni 2022 De voorzitter: Er zijn geen wijzigingsvoorstellen binnen gekomen bij de griffie, dus het verslag is bij deze vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Akkoord met de agenda? De heer Ammerlaan: Ik had het verzoek of de spreektijd bij agendapunt 6.d 5/3 minuten zou kunnen worden. Nee, ik zeg het verkeerd, agendapunt 6.f, veilingterrein Greenery. Of dat 5/3 zou kunnen worden in plaats van 3/2? De voorzitter: Nee, dat kan niet. Het kan niet naar 5, want dat zijn stukken ter advisering aan de raad. Nee, ik had een heel ander verhaal. Wat stelt u voor? Ja, ik begrijp u nu. U wilt meer spreektijd dan de 6 minuten totaal. U wilt dan 5/3, u wilt dan 9 in totaal. Ik vind dat helemaal niet zo’n gek idee trouwens. De heer Jumelet: Het klinkt natuurlijk heel sympathiek, maar er is binnen het presidium afgesproken om 3/2 aan te houden. Ik heb altijd zoiets van: probeer het in die 3 minuten, anders lopen we het risico dat we maandagavond terug moeten komen. Ik vind het allemaal gezellig. De voorzitter: Het voorstel van de heer Ammerlaan is om in plaats van 6 minuten max naar 9 minuten max te gaan voor agendapunt 6.f, masterplan Greenery.

Wie is daar voor? Dat is duidelijk, dat gaat het niet redden, het blijft 6 minuten. Verder nog ter vaststelling van de agenda? Nee, dat is niet het geval. Inventarisatie rondvraag: De voorzitter: Er is een rondvraag aangemeld door de heer Van Harn, over de 14 leegstaande nieuwbouwwoningen op Parq Verde in Bergschenhoek.

5. Bespreekpunten:

5/36

De voorzitter: Bespreekstukken hebben we niet. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Aanwijzen gevallen bindend adviesrecht en verplichte participatie De heer Duk, GL: Dit is het meest fundamentele en verstrekkende debat dat ik in deze commissie heb gevoerd. Als je begint als raadslid, krijg je steeds 2 lessen te horen: de raad is het hoogste orgaan in de gemeente en als volksvertegenwoordiger vertegenwoordig je je kiezers. Door de omgevingswet wordt de directe invloed van de raad en de burger op de fysieke ruimte beperkt. Per slot van rekening wordt het aantal casussen waarin zienswijzen vanuit de bevolking of een besluit door de raad nodig zijn beperkt. Hiermee begon ik mijn betoog afgelopen december toen de eerste versie van dit stuk werd besproken in de commissie. Ik zou mijn oude tekst nog een keer van stal kunnen halen, want op de participatie na is het voorliggende stuk geheel gelijk aan de eerdere versie. Dat verbaasde mij in eerste instantie, aangezien deze commissie de wethouder terug had gestuurd met de opdracht om op verschillende punten haar huiswerk over te doen. Met dit stuk legt het college de bal terug bij de raad om de bezwaren die bij de eerste behandeling werden opgeworpen door de commissie weg te nemen. Ik pak die bal graag op, want de bezwaren waren groot.

Als er iemand wil bouwen in onze groene, recreatieve natuurgebieden hoeven ze daar enkel toestemming van het college voor te krijgen, ze hoeven zelfs geen participatie te laten plaatsvinden met Rotta of andere belanghebbenden, laat staan dat de raad hier ook maar 1 woord over kan spreken. Waarom heeft het college hier geen behoefte aan participatie en een bindend advies van de raad? GL heeft dat wel. Maar ook onze kwetsbare historische dorpskernen lopen gevaar. Zolang er niet meer dan 40 woningen gestapeld worden, mag de raad geen advies geven. Als het minder dan 20 woningen zijn, hoeft er ook niet gepraat te worden met omwonenden. Stelt u zich eens voor, een flatgebouw van 19 etages met daaronder een supermarkt in het centrum van Bleiswijk, zonder dat er met de raad of omwonenden hoeft te worden gepraat. Waarom heeft het college bij hoogbouw geen behoefte aan participatie en bindend advies van de raad? GL heeft dat wel. Maar ook bij plannen zoals Klein Berkelo zou geen advies te hoeven worden gevraagd aan de raad. Was het plan 5 huizen kleiner, dan hadden de omwonenden zelfs niet mogen participeren. Waarom heeft het college hier de drempel voor participatie en een bindend advies van de raad zo hoog gelegd. GL wil deze drempel verlagen. Wij verbazen ons verder over het feit, dat bij het bouwen van woningen het van belang is wie er komt wonen.

Is dat iemand, die daar blijft wonen, dan mogen er 20 woningen worden gebouwd zonder dat er met de buren wordt gepraat. Zijn het er 40? Dan hoeft het college de raad niet te horen. Maar is dezelfde woning voor een arbeidsmigrant, die hier tijdelijk de glastuinbouw draaiend komt houden, dan moet bij 1 woning de raad en de omwonenden participeren. Waarom is het college van mening dat deze procedure anders dient te zijn? GL maakt zich verder zorgen over onze historische linten. Gelukkig worden bij hoofdgebouwen participatie en raad van stal gehaald, maar over bijgebouwen ongeacht de grootte hebben omwonenden en raad niets te zeggen. Uiteraard terecht dat een klein schuurtje niet besproken hoeft te worden, maar toch vraag ik me af waarom daar niet een maximum grootte is vastgesteld of zelfs maar iets over zichtlijnen in het stuk staat. GL wil daar aanvullende voorwaarden voor. Nog iets vreemds. Waarom wordt bij het bouwen van de glastuinbouw ook op de plekken waar de raad woningbouw heeft gesitueerd of in een groengebied geen gebruik gemaakt van advies van de raad of participatie? GL wil deze uitzondering wegnemen. Met de huidige plannen heeft milieucategorie van bedrijven kleiner dan 1.000m2 geen effect op de vraag of er advies vanuit de raad hoeft te komen ongeacht waar dat bedrijf gepositioneerd wordt.

Waarom is daar niet voor gekozen? GL wil dat er ongeacht de grootte van het bedrijf altijd advies wordt gevraagd aan de raad en participatie plaats vindt als de milieucategorie hoger is dan het omgevingsplan toestaat. Doen we dat niet, dan zouden we bijvoorbeeld biocentrales enkel door het college hoeven te worden besproken. Omdat dit voorstel enorm veel impact gaat hebben, hebben veel partijen in december gevraagd om na 1 jaar het proces te evalueren en bij te stellen. Het verbaast me dan ook, dat het college vast houdt aan 2 jaar, terwijl de wethouder in december nog zei, dat ze 1 jaar een prima voorstel vond. Waarom daar nu op terug komen? GL wil dat de komende jaren dit besluit jaarlijks wordt geëvalueerd en daarna in een lagere frequentie in de beleidscyclus mee wordt genomen. Om die redenen heb ik nu al 7 amendementen klaar liggen voor de komende raad. De heer Jumelet, WIJ: Ik hoor een paar keer het woord ‘verbazing’ bij de heer Duk vallen. Gelukkig zitten er leuningen aan mijn stoel, anders was ik er letterlijk vanaf gevallen, want de verbazing steeg per moment. Waar was meneer Duk dan in het afgelopen half jaar? Hij begon met de tekst die hij uitsprak in december, toen hebben we als raad, als commissie, aan de handrem getrokken en gezegd: we willen er toch nog heel goed met elkaar over spreken, met het college.

Als ik terugkijk naar het afgelopen half jaar, we hebben 6 bijeenkomsten gehad waar we uit en te na gesproken hebben en dit is het voorstel dat eruit gekomen is. Als ik heel eerlijk mag zijn, ben ik het eens met meneer Duk, ik heb nog nooit een zo gedragen voorstel gekregen, dat hier voorligt. Wij hebben uitgebreid gesproken. Ik verbaas me echt over zijn inbreng en ook over het feit dat hij 7 amendementen klaar heeft liggen. We hebben juist de afspraak

6/36

gemaakt in de raadsbijeenkomst vorige week of 2 weken geleden, ik weet niet of de heer Duk daar bij was, toen hebben we juist ook gesproken over: het is altijd discutabel waar je de lat legt als het gaat om dit onderwerp. We gaan juist met elkaar een traject in, waarin we gaan leren, het college, het ambtelijk apparaat, maar ook wij als raad: hebben we de lat op de juiste manier gelegd? Ik vind het toch wel een beetje jammer, deze inbreng, dat we de lat ergens anders moeten leggen, terwijl we een heel traject achter ons hebben naar aanleiding van het feit dat wij als raad aan de handrem hebben getrokken en hebben gezegd: het moet anders. Toch zijn we tot de conclusie gekomen bij al die bijeenkomsten dat dit toch wel een begaanbare weg is. Wat mijn fractie betreft, gaan we dus zo snel mogelijk, tenminste, als de wet straks van kracht is, gaan wij van de kant en gaan we met elkaar een traject in van: hebben we de lat goed gelegd of moet het anders? Al lerende gaan we dat verder vorm en inhoud geven. Wij hebben geen behoefte op dit moment aan amendementen of wijzigingen. Ik doe echt een oproep aan collega’s om inderdaad recht te doen aan het proces dat we doorlopen hebben en echt van de kant te gaan, met elkaar als college en raad hier vorm en inhoud aan te geven. Dank u wel.

De voorzitter: De tijd bij u loopt kennelijk niet, hebben we net vastgesteld, maar ik heb het wel bij gehouden. U zit nu ongeveer aan 3,5 minuut. De heer De Graaf, VVD: In dit kader dank aan de ambtelijke organisatie voor de begeleiding van alle beeldvorming, die hebben geleid tot het product dat vandaag voor ligt. De verleiding is inderdaad heel groot om vandaag uitgebreid te discussiëren en maandag lekker verder, of het nou 40 woningen moeten zijn of toch 3. Dan zijn de particuliere initiatieven wel gevangen, maar de ontwikkelaars dan weer niet. Ik heb de stukken nog weer bestudeerd en heel veel profijt gehad van 1 sheet, door de juristen van Kuiper Compagnons indertijd gepresenteerd, over die 2 wegen die we kunnen bewandelen om iets te doen te krijgen in dit dorp. De sheet die in de beeldvorming is behandeld, geeft 2 wegen aan die we kunnen bewandelen om te komen tot een vergunning voor activiteiten die de fysieke omgeving raken. Wat eigenlijk veel interessanter is, denk ik, toen ik de stukken nog een keer las van de week, eigenlijk meer de vraag van: welke criteria hanteert het college of de ambtelijke organisatie om een bopa af te wikkelen. Als huizen bouwen een enorme impact heeft op de fysieke omgeving, dan leent het zich niet voor deze weg, die we onder dit agendapunt bespreken, want dan moet het onder 6.b behandeld worden.

De invloed die we hebben zit niet alleen op 40 huizen of 3 huizen of 40 meter antennemast of 20 meter antennemast, maar het zit aan de voorkant: wie bepaalt eigenlijk in welk rijtje dit project afgewikkeld zou moeten worden in onze gemeente? Ik ben wel benieuwd naar het beeld van de wethouder daarbij, hoe dat nu loopt, hoe dat georganiseerd is, of er beleid voor is, of er regels voor zijn. Anders is het goed om dat onderdeel te maken van besluitvorming. Dat kunnen we evengoed, om te voorkomen dat we fouten maken en ons ernstig vergissen. Die grens van 40 huizen vind ik wel heel erg hoog in dit kader. 5 of 10 huizen, waar je het ook neerzet in onze gemeente, heeft altijd impact op de fysieke omgeving en zou zich moeten lenen voor een bopa, lijkt me. Tenzij we afwijken van de bouwhoogte met 10 cm, maar ook daarvan weten we na Klein Berkelo dat ook dat soort kleine wijzigingen hier gevoelig liggen, impact hebben of in ieder geval impact ervaren wordt door onze bewoners. Dus daar moeten we heel kritisch op zijn. We willen ook recht doen aan het proces dat hieraan vooraf gegaan is. De stukken zijn arbitrair, ergens moeten we een keer aan de slag. Dat is nu, gezien de tijdlijn. Maar toch erg benieuwd na het proces hieraan voorafgaand: wat maakt nou dat iets in dit rijtje komt en niet in het volgende rijtje? Ik denk dat de wethouder wel begrijpt wat ik bedoel. Dank u wel.

Mevrouw Den Heijer, D66: Dit is een onderwerp, dat al diverse keren is besproken. Ik ben er toen niet bij aanwezig geweest, maar ik heb wel alles mee gekregen natuurlijk. Ik ben wel even terug gegaan naar de essentie van dit adviesrecht. We willen natuurlijk, de hele wet is ingericht dat de besluitvorming en initiatieven sneller en overzichtelijker verlopen en dat raadsleden eigenlijk meer op hoofdlijnen gaan sturen en minder op kleine plannen en initiatieven. Dat vinden wij allemaal hele goede punten, dus dat willen wij ook. Wij willen niet de remmende factor zijn in de ontwikkeling van deze gemeente. Tegelijkertijd vinden wij ook, dat wij als raad verantwoordelijk zijn voor de ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente. We willen ook wat te zeggen hebben als de ruimtelijke kwaliteit in gevaar is, als er heel veel impact is. Met deze afweging hebben wij het voorstel gelezen. Het is natuurlijk ook geen nieuw onderwerp, want er zijn diverse avonden geweest, dus je zou denken dat het nu ook gesneden koek is. Maar dat idee krijg ik niet helemaal. Ik zit een beetje tussen GL en WIJ in, denk ik, met onze bijdrage. We kunnen echt een groot deel van het lijstje volgen en dat herkennen we ook.

Het had alleen geholpen in deze discussie, denken wij, als er ook een overzicht was gegeven van wat er met alle input was gedaan, welke afwegingen genomen zijn, waarom voorstellen zijn afgevallen en waarom ze niet of wel zijn meegenomen. We missen de inhoudelijke onderbouwing van het voorstel. We kijken ook naar wat de VNG hierover gezegd heeft. We hebben ook een verschil tussen binnen en buiten de bebouwde kom. 40 woningen, net wat de VVD aangeeft, lijkt een behoorlijk groot getal. Bij de VNG wordt er over 20 woningen gesproken en 5 buiten de bebouwde kom. Dat voorstel is niet overgenomen in het voorstel, we kunnen niet echt terugvinden waarom niet. Ook de inbreng van Rotta natuurlijk, bouwen in en nabij

7/36

groen en recreatiegebieden, zien wij niet terugkomen in het voorstel. Ik denk wel dat dat zeker in deze groene gemeente een heel belangrijk punt is. Ik kan me ook wel voorstellen, dat wij daarin GL wel opzoeken, omdat het een belangrijk punt is in deze gemeente, hoe we daarmee om gaan. Ook zijn we wel benieuwd hoe we omgaan met stapeling van projecten. Als er 2 projecten van 20 woningen naast elkaar worden aangevraagd, kan het college twee keer besluiten, maar is de impact eigenlijk groter dan dat. Hoe gaan we daarmee om? Ik ben wel benieuwd hoe de wethouder dat gaat beoordelen en of ze daar iets over terug kan geven. Dat zijn eigenlijk onze belangrijkste punten. We herkennen het lijstje, we hebben wel een paar opmerkingen. Ik denk dat we na deze bespreking de balans even willen opmaken. Dank u wel. De voorzitter: Ik ga even terug, even wat hersengymnastiek. In de eerste termijn van de heer Jumelet heeft de heer Duk een interruptie geplaatst, maar ik heb dat gemist. Ik wil hem toch even de gelegenheid geven om een interruptie te maken op de spreekbeurt van de heer Jumelet. Het is even hersengymnastiek, maar ik heb het idee dat jullie dat wel aan kunnen. De heer Duk, GL: Ondanks dat ik vertrouwen heb in de hersengymnastiek van deze commissie, neem ik het mee in de tweede termijn. De heer Xhemaili, PvdA: Op 1 januari 2023 treedt de omgevingswet in werking.

In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college na inwerkingtreding van de omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad stelt de kaders vast, het college geeft uitvoering aan deze kaders. Echter, de omgevingswet brengt wel iets aan verandering voor de gemeenteraad met zich mee: meer sturen op hoofdlijnen en meer in dialoog met de samenleving. Door het verplicht stellen van participatie in bepaalde gevallen wordt gezorgd dat initiatiefnemer laat zien waarover men het eens is, eens is geworden of niet eens is en waar een besluit gevraagd wordt in het algemeen belang. Het gaat dus niet om kleinere afwijkingen. Het college krijgt meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijk belast met de hoofdlijnen en monitoren van de resultaten. De instrumenten hiervoor zijn de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Met dit raadsvoorstel krijgt de raad in bepaalde gevallen bindend adviesrecht. Dit betekent dat het college ons bij de beslissing om van het omgevingsplan af te wijken in een dergelijk geval het advies van de raad in acht te nemen. Ik ga nu in op de punten van het raadsvoorstel. Punt 1.2, inschatting. Daar moet ik meegaan met collega Menno Duk. Na 2 jaar evalueren is best wel lang. Mijn fractie is er ook voorstander van om dat naar voren te halen, na 1 jaar. Later misschien de frequentie wat verspreiden.

Als het gaat om participatie, punt 2.1, wordt in het raadsvoorstel aangegeven dat er geen vorm is voor participatie. Wij vragen ons af: hoe kan je dan nagaan hoe participatie verloopt en of het kwalitatief goed is? Ik denk dat daar wel wat meer werk in zit. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? Vooral omdat de nieuwe omgevingswet de nadruk legt op participatie en samenspel tussen gemeente, college, belanghebbenden, inwoners van de gemeente Lansingerland. Punt 5, financiële consequenties. Er wordt gesproken over scenario’s, maar als ik het goed begrepen heb worden die scenario’s niet doorgevoerd, die zijn afgevallen bij het raadsvoorstel. Ik vraag me af waarom ze daar nog staan. Misschien kan de wethouder het toelichten. Mijn fractie mist ook, net als GL en de inspreker, de Groenzoom, de Rotte en de groengebieden in het voorstel. Aanpassingen in deze gebieden moeten via de raad. Dit kwam terug in de beeldvorming, maar dit ziet mijn fractie niet terug in het raadsvoorstel. De PvdA-fractie zit er als volgt in als het gaat om de groene gebieden. Op alles wat volgens het omgevingsplan natuur en recreatie is mag geen uitzondering komen en moet langs de raad. Mijn fractie ziet dit graag opgenomen in het raadsvoorstel. Kan de wethouder toelichten hoe hij dat ziet? We trekken graag met GL op, mocht dat nodig zijn. Verder staat er niets over sociale bouw in het voorstel.

Mijn fractie zou zoiets willen opnemen, bijvoorbeeld bij 20 woningen, minstens 20-50% moet ook langs de raad komen. Verder staan er flexwoningen beschreven voor arbeidsmigranten, maar er staat niets in over flexwoningen voor eigen bewoners, daar moeten we ook wat mee kunnen doen. Dank u wel. De heer Diepeveen, L3B: L3B vindt het streven om het vergunningstraject sneller te laten verlopen natuurlijk een mooi streven. We moeten ons echter wel afvragen of de huidige vertragingen niet zitten in de ambtelijke organisatie en de agenda van het college. Dat gewoon even als aandachtspunt. Ook wil ik benadrukken dat een project met 20 huizen binnen de bebouwde kom vaker meer impact heeft op de omgeving dan bijvoorbeeld 100 huizen buiten de bebouwde kom. Daarom vind ik het gek, dat in de handreiking van de VNG staat omschreven een splitsing te maken binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. Die missen we dus in het voorstel, die zouden wij er graag in terug zien of te horen krijgen waarom die niet meegenomen is. Als ik even met mijn collega’s meega voor wat betreft de groengebieden, de Rottemeren, de Groenzoom: wat L3B betreft is het belangrijk om deze gebieden groen te houden. We overwegen om voor dit deel een amendement in te dienen of eventueel mee te tekenen met meneer Menno. Ik heb vanmiddag de commissievergadering van december terug gekeken, want toen was ik er nog niet.

Daar kwam duidelijk naar voren dat de wens was om jaarlijks te evalueren

8/36

en niet om de 2 jaar. Dat zou ik ook graag terug willen zien. Kortom, wat ons betreft staan er geen verrassende aantallen en zaken in. We kunnen op hoofdlijnen akkoord gaan, maar we zouden willen zien dat de zojuist gestelde vragen en aandachtspunten meegenomen worden. De heer Hofman, CU: Vorig jaar december zaten wij in deze ruimte vol verbijstering elkaar aan te kijken over precies hetzelfde stuk als wat er nu voor ligt. Ben jij nou zo dom of ben ik nou zo slim? Dat zou je erover kunnen zeggen. Feit was dat we elkaar en de materie niet begrepen en dat we het stuk terug stuurden naar de tekentafel. Dat we nu bijna een jaar later exact hetzelfde stuk voorgeschoteld krijgen, klinkt erg vreemd, maar is met alle beeldvormingen die we gehad hebben intussen logisch geworden. Het is jammer, eerlijk gezegd, dat partijen die zich niet in het beeldvormingstraject hebben begeven, ik noem GL en D66 even bij naam, dat partijen zich afzijdig hebben gehouden en daarmee een kennisachterstand hebben opgelopen in dit dossier, want volgens mij zitten we commissiebreed hier vrij aardig in de materie en hoor ik vanuit deze partijen suggesties, die andere partijen al doorleefd hebben. Mevrouw Den Heijer: Sorry hoor, we worden nu wel heel erg persoonlijk aangesproken hierop. Mijn collega de heer Van der Stad is bij alle beeldvormingen aanwezig geweest.

Hij heeft mij heel goed bijgepraat over wat er hier gebeurd is, dus ik zou dit even willen terugnemen, meneer Hofman. De heer Hofman: Excuses als u zich hierdoor persoonlijk aangevallen voelt. Ik constateer, dat partijen die er wat kritischer in zitten, die daarover vandaag de woordvoering doen, dat die minder betrokken zijn geweest bij de beeldvorming. Dat neem ik in die zin niet terug. Mevrouw Den Heijer: Wat bedoelt u met minder betrokken? Wij hebben er alle avonden bij aanwezig gezeten? Ik wil het echt even goed uitgesproken hebben, want dit is lariekoek. De heer Hofman: De lariekoek dat u er niet bij aanwezig bent geweest, prima, die neem ik mij ter harte. Uw partij is zeker aanwezig geweest. Als u mij toestaat, ga ik verder in mijn bijdrage. Ook als het gaat om de groengebieden, één van de belangrijkste thema’s die erin naar voren wordt gebracht, als ik het wel heb, gaat bouwen in het groengebied altijd een omgevingsplanwijziging worden en niet een buitenplanse omgevingsactiviteit. Daarom wordt het niet in deze lijst opgenomen. Het grootste heikele punt in de discussie en beeldvorming bleef wat ons betreft altijd het moeilijk onderscheid maken tussen wat nu een bopa traject wordt en wanneer iets nu een wijziging van een omgevingsplan vereist.

Er gaat waarschijnlijk eerst iets aan jurisprudentie over geformuleerd worden, zoals we al min of meer naar elkaar hebben uitgesproken in beeldvormingen. We moeten dit gewoon maar met elkaar gaan proberen en bijsturen op het moment dat we zien dat ons besluit van nu ongewenst neveneffecten heeft. In dit kader is het goed dat de raad tenminste in het komende jaar gekend wordt in gevallen die zij niet te zien krijgt. De lijst van gevallen waarin ons college. De heer Duk: Op persoonlijke dingen ga ik even niet in, maar dit vind ik wel een interessante. De gevolgen van een vergissing zijn een permanent gebouw. De teugels iets te strak aanspannen is een keer extra vergaderen. De heer Hofman: Ik wil mevrouw Bergman nog even citeren, die hierover gezegd heeft: een besluit van deze raad is zolang geldig totdat het volgende besluit van de raad genomen wordt. Wij hebben alle vrijheid om in gevallen waar wij de teugels strakker willen aanhalen bij een eerstvolgende raadsvergadering ook weer strakker aan te halen. Niks staat ons daartoe in de weg. In dat kader is het wel goed dat de raad tenminste in het komende jaar gekend wordt in gevallen die zij niet te zien krijgt.

De lijst van gevallen waarin ons college gebruik heeft gemaakt van onze eerdere verklaringen van geen bezwaar is niet dermate uitputtend dat we van daaruit moeten verwachten dat we elke week een waslijst met gevallen krijgen. We hopen dat we dit van de wethouder toegezegd kunnen krijgen. Informeer ons op het moment dat een bopa of een verplichte participatie niet naar de raad gaat, maar het college hierover een besluit neemt. Op deze manier houden we de vinger nadrukkelijk aan de pols in het komende jaar, nemen we waar we inderdaad beleidsneutraal overgaan naar de omgevingswet en deze gevallen moeten we ook meenemen op het moment dat we de nu af te spreken systematiek gaan evalueren. Over dat evaluatiemoment hebben collega’s al voldoende gezegd en ik ga mee in het voorstel daarin om dat ook in het lopende jaar te evalueren. Dat is het wat mij betreft in de eerste termijn. Wij staan positief tegenover dit voorstel. De heer Van Harn, CDA: Nadat de commissie ruimte in december 2021 had besloten dat gevallen binnen de adviesrecht omgevingswet en het plan van aanpak omgevingsplan nog niet rijp waren om te behandelen in de commissie ruimte, zijn er meerdere bijeenkomsten geweest waarin we als commissie zijn meegenomen in de nieuwe materie van het omgevingsplan. Echter, ook voor mij blijft het een moeilijke materie. Het is allemaal nieuw en we weten niet hoe het uit zal pakken.

Natuurlijk, het is een momentopname dat we nu gaan invullen. Het kan elke keer weer bijgesteld worden wanneer de raad daar behoefte aan heeft. Dat is een goede zaak. Ik deel de mening over de twijfels van de 40 woningen, zoals dat is aangehaald. Een groot deel van het lijstje, dat het college ons heeft aangereikt kan ik snappen en dat begrijpen we. Maar er zijn toch diverse punten waar wij andere getallen achter zouden willen plaatsen. Misschien is vandaag niet het moment om dat te doen, maar dat houden we dan tegoed voor mogelijke amendementen die eraan komen. Ik ben blij met de inbreng van Rotta, zoals zij dat hebben gedaan. Ze hebben ons erop gewezen, dat we als raad moeten opkomen voor ons groen, onze groengebieden. Dus dank daarvoor, Rotta, ik hoop zeker dat we dat met zijn allen gaan invullen in het

9/36

definitieve plan. De heer Jumelet: Ik heb het al diverse sprekers horen zeggen en ik hoor het nu ook zeggen. Toch even voor de verduidelijking. U zegt feitelijk, op het moment dat wij niet hetgeen Rotta heeft aangegeven vertalen naar dit voorstel, dan hebben wij eigenlijk geen compassie met groen, lijkt het wel. Maar dat is toch niet zo? Of zegt u: dan zien we dat er verrommeling plaats vindt, dat het ten koste gaat van groen. Bedoelt u dat dan? Of zie ik dat verkeerd? De heer Van Harn: Ik weet niet wat meneer Jumelet van plan is, maar hij probeert mij woorden in de mond te leggen, die ik niet heb uitgesproken. Ik heb mijn complimenten uitgesproken naar Rotta voor de punten die zij hebben aangedragen en ik zou graag zien dat die punten opgenomen worden in het definitieve plan. Dat is alleen maar een verrijking van het lijstje, zoals we die op dit moment voor ons hebben. De heer Jumelet: Ik leg u geen woorden in de mond, ik vraag alleen maar of u dan bedoelt of dat het uw gedachte is, op het moment dat het niet wordt opgenomen zoals Rotta voorstelt, dat we daarmee eigenlijk afscheid nemen van de waarden van onze groengebieden. Het lijkt wel of u daarmee zegt: op het moment dat je het niet aan de raad houdt, dan zijn we het kwijt. De heer Van Harn: Ik geloof dat meneer Jumelet in cirkeltjes blijft draaien.

Ik heb het een aanvulling genoemd en een verrijking, ik denk dat ik daar duidelijk in ben. Ik zou graag willen zien dat die punten opgenomen worden in het definitieve lijstje. Wat betreft participatie, daar heb ik wel een beetje mijn zorgen over. Wanneer er participatie plaats vindt bij buitenplanse activiteiten waar de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk is. Deze participatie is vormvrij. Dan is het altijd maar weer de vraag: wie controleert dat en hoe scherp is het college op het handelen van een vormvrije partij? Misschien dat de wethouder daar nog op in kan gaan. Ik denk dat ik door mijn punten heen ben, maar nog één ding. Ook het CDA pleit voor een evaluatie na 1 jaar en niet de 2 jaar, zoals die nu genoemd worden. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Dank aan de commissieleden voor hun inbreng vanavond, maar dank ook voor de afgelopen tijd, waar we veel met elkaar van gedachten hebben gewisseld over inderdaad dit best wel moeilijk te doorgronden dossier: de omgevingswet. Hoe gaan we daarmee om als raad en college? Zoals collega Fortuyn vaak zegt: we hebben het met elkaar doorleefd door er veel over te praten. Maar we moeten uiteindelijk in januari onze tenen in het water stoppen en er gewoon mee gaan beginnen. Dus er komt een periode van oefenen, dat hebben we ook met elkaar gezegd, tijdens de beeldvormde avonden naar elkaar uitgesproken. En bijstellen.

Het college heeft ook uitgesproken, dat we in twijfelgevallen dat altijd met de raad zullen bespreken. Op die manier, denk ik dat we gaan leren en verder komen. Ik ga de verschillende woordvoeringen af. Allereerst in zijn algemeenheid op de inspraak van de heer Van Lien van Rotta: ook het college heeft zeer grote waardering voor Rotta. Zeker wat de heer Van Lien er vanavond aan toevoegde: van heel grote waarde voor Lansingerland. Wat misschien wel een verwarring is vanavond bij de inspraak van Rotta is: wanneer bepaal je hoe zuinig je bent op je groen. Dat heeft u als raad gedaan bij de omgevingsvisie. U heeft de omgevingsvisie 1.0 vast gesteld, daarin heeft u gewoon bepaald dat die groengebied groengebieden zijn. Dus daarmee zal het college, als er in die groengebieden een initiatief komt eigenlijk weigeren, voor zover ik dat nu kan overzien. Bij weigering hoeven we de raad verder niet te informeren. Dat kan ook niet altijd, want er zit een privacy bij. Als iemand een initiatief neemt, kan niet altijd naam en toenaam verteld worden. Dus groen in principe niet. Stel dat het wel een ontwikkeling is, dan zal het een omgevingsplan worden, waar de raad ook altijd bij betrokken is en waar dus ook altijd participatie bij plaats vindt. Dus dat even in grote lijnen op de groengebieden, waar de raad dus al heel duidelijk een beperking heeft gesteld in uw omgevingsvisie.

Daar moet het college uiteraard ook altijd rekening mee houden bij alle plannen die er ingediend worden. De heer Duk noemt een aantal punten op. Ik geef ook graag aan, dat de beeldvorming uitgebreid geweest is, met de ambtenaren en ik heb er zelf veel bij gezeten. Nu is de oordeelsvorming aan u. U moet als raad met elkaar het gesprek voeren over zaken die u aangescherpt wilt hebben of anders wilt hebben. Bijvoorbeeld de termijn van evalueren. Het college stelt 2 jaar voor. Als u daar 1 jaar van maakt, dan wordt het 1 jaar, laat dat helder zijn. Maak het daar niet te ingewikkeld. De heer Duk noemde de groene natuurgebieden, ik heb daarop gereageerd. Kwetsbare historische dorpskernen zijn volgens hem in gevaar. Ik denk dat in 1 van de beeldvormingen ook duidelijk is geworden, dat je heel goed juridisch je gebied moet afbakenen, dat je niet op deze manier iets kunt beschrijven. In kwetsbare historische dorpskernen zullen plannen altijd heel veel effect hebben op de omgeving. Dat is één van de criteria, dat je heel vaak een omgevingsplan moet maken. Daar wordt u als raad altijd bij betrokken. U noemt dat bij Klein Berkelo de raad dan niet betrokken wordt. Klein Berkelo is een omgevingsplan, daar ligt een andere bestemming nu. Als je daar woningen wilt bouwen, is het een omgevingsplan, dat komt altijd naar uw raad toe.

De arbeidsmigranten, waarom worden die uitgezonderd, stelt u als vraag. Dat bracht u ook in verband met de vraag waarom sociale huurwoningen er niet in stonden en arbeidsmigranten wel. Arbeidsmigranten, het heeft niet zozeer te maken met de bewoners die daar komen, maar wel dat het om tijdelijk huisvesting gaat. Het is een andere procedure. Het gaat bij flexwoningen meer om de ruimtelijke inpassing dan om de bewoners zelf, daarom zijn arbeidsmigranten niet genoemd. De historische linten, daar hebben we bij de omgevingsvisie met elkaar ook over

10/36

gesproken. Dat de historische linten in de omgevingsvisie al heel sterk beschreven staan, daar kan je niet zomaar dingen in veranderen. Die verzekering heeft u gekregen, maar desondanks zeggen we toch: elk hoofdgebouw dat wordt toegevoegd, komt naar de raad. Dat is meer dan nu, want we hebben nu die wijzigingsbevoegdheid nog. Waarom niets over de bijgebouwen, maximale grootte? Omdat dat ook zoals nu in het bestemmingsplan is beschreven hoe groot bijgebouwen mogen zijn, hoeveel je mag bijbouwen, op het erf erbij mag zetten. Daarin heeft u uw beperkingen al vast gelegd, nu in het bestemmingsplan, straks in het omgevingsplan. Ik hoorde u ook over de milieucategorie, daar moeten we ook helder over zijn. Milieucategorieën bestaan niet meer, dat is natuurlijk onzin, want het milieu blijft gewoon bestaan, maar in de omgevingsplannen bestaan die niet meer. Dan heb ik een beetje een ingewikkeld verhaal dat ergens ook in uw stukken heeft gestaan over mengpanelen waarin dit soort afwegingen in gemaakt worden, u kent het nog wel, maar er wordt weldegelijk rekening gehouden met het milieu. Op het ene jaar heb ik gereageerd. Meneer Jumelet reageerde vooral op de punten die de heer Duk inbracht. Dank voor uw steun. De heer De Graaf, dank dat u in die twee wegen nog even uw houvast hebt gezocht.

Wat zijn dan de criteria voor die bopa afwikkeling? Een criteria is: past het wel of niet in het omgevingsplan? Die is helder, dat weet u ook. De omgevingsvisie is ook heel erg belangrijk. Ook een criterium is: wat betekent het voor omliggende percelen? Een plan heeft op 1 perceel effect, maar heeft het ook op omliggende percelen effect? Dan krijg je aanpassingen in de regels en dan kan het af met een bopa en ander een omgevingsplanwijziging. Dus een bopa alleen als het geen impact heeft, ik begin alweer wat warrig te praten merk ik, maar het blijft ingewikkelde materie. Op het moment dat je 2 dingen naast elkaar zou doen via een bopa, dan zal het college dat altijd integraal moeten beoordelen en het meer als groter project of geheel zien. Dan zal het eigenlijk altijd een wijziging van het omgevingsplan zijn bij uw raad, participatie verplicht. Mevrouw Den Heijer mist inhoudelijke onderbouwing. Ik denk dat wij in het hele traject sinds december 2021 ook helder hebben gemaakt, dat wat je nu ziet eigenlijk meest aansluit op wat we op dit moment ook toestaan, dat we zo neutraal mogelijk die omgevingswet in willen stappen.

We hebben u dat ook verteld bij andere punten als nadeelcompensatie et cetera of komt het nog bij de raad, dat weet ik niet meer, maar daarin hebben we wel een bepaalde lijn gezocht, dat we niet ineens alles overhoop gooien, maar zoveel mogelijk beleidsneutraal overstappen. Vandaar, dat is de inhoudelijk onderbouwing. In het verleden is gekeken: waar is aan de raad, niet bindend advies, maar de heer Hofman heeft ernaar gevraagd, dat was een technische vraag, daar zat ook een heel lijstje bij. Van 2012 tot 2021 is daar inzicht in gegeven, dan zie je dat het een beperkt aantal gevallen is waar we hier dus ook rekening mee houden. U noemde ook de VNG, ja, het staat u vrij om in de oordeelsvorming en straks in de besluitvorming dat met andere fracties te bespreken. Ik hoop dat ik u voldoende geïnformeerd heb over waarom groen niet apart vermeld staat in het voorstel, in de reactie op Rotta. Die stapeling heb ik ook bij meneer De Graaf genoemd, dat het altijd integraal bekeken zal worden. De heer Xhemaili had ook die 2 jaar als termijn, die geef ik ook graag terug aan uw commissie. Daar kwam ook een punt, dat ook bij anderen naar voren kwam, de participatie. De wet schrijft geen vorm voor, dus wij kunnen als college of ambtenaren niet tegen iemand zeggen: u zult een brief schrijven of u moet een digitale bijeenkomst beleggen.

Hoe kan je dan nagaan of het goed was? Uiteindelijk zal je dat merken als wij het als college dus niet goed beoordeeld hebben uit de reacties uit de omgeving: hé, die participatie is niet goed verlopen, mensen hebben het niet gezien. Ook hier zeg ik: al lerende zullen we hierin verder moeten komen. Maar laten we met elkaar vaststellen dat we als college hier op zitten, dat mensen wel goed mee kunnen doen en mee kunnen praten. U vroeg ook naar Rotta, sociale woningbouw. Bij meneer Diepeveen hoor ik toch een bijzondere opmerking over de vertraging die vooral bij ambtenaren en het college zou zitten. Daar gaan we na de vergadering nog maar eens over napraten, want die kan ik niet helemaal volgen. Laten we wel helder zijn, dat ook gewoon hardop tegen elkaar zeggen: alle gemeenten hebben te maken met een gebrek aan capaciteit op dit vlak. Dus ook wij moeten keuzes maken, ook wij maken lijsten van dingen die eerst moeten en die wat later gebeuren. Dus als u het daar over heeft, dan kan ik u volgen. U had het ook over het groengebied, jaarlijks evalueren, binnen en buiten de bebouwde kom. Ik denk dat dat voldoende in de beeldvorming aan de orde is geweest. Dan kom ik bij de woordvoering van de heer Hofman.

Hij is eigenlijk een beetje aan het verkennen: hoe kan het college de raad in dat eerste jaar zo goed mogelijk op de hoogte houden van alles wat wel langs het college gaat, maar waar de raad geen besluit hoeft te nemen. Ik was al even in conclaaf met de ambtenaren op de tribune via de app: hoe doe je dat, kan je inzicht geven. We willen het graag, maar ook hier lopen we er tegenaan, dat je het misschien wel digitaal zou kunnen doen, dat waar het college iets weigert dat je dat vanwege privacy niet onmiddellijk naar buiten brengt of dat het in een stadium is waar het ook nog niet echt kan, daar wil ik nog even over nadenken hoe de raad zo goed mogelijk aangehaakt blijft bij de gevallen waar het college besluit. Uiteraard ziet u altijd de besluitenlijst van het college. We proberen nu al via de besluitenlijst af en toe een raadsinformatiebrief erbij te voegen om u even te attenderen op iets. De heer De Graaf: Een verduidelijkende vraag. Het ging over vergunningen die verleend worden door het college aan de aanvrager, dat is toch een redelijk openbaar proces, zou je zeggen, dat zou toch deelbaar moeten zijn? Wethouder Cnossen: Veel wordt al gedeeld op ruimtelijke plannen, dat zult u ook kennen, daar scrol ik zelf ook weleens op als ik dat moet opzoeken. En vergunningverlening is openbaar, daar heeft u gelijk in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=eaaf2e09-540e-4190-ad8d-41250d5bcb86