CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV22.0036] Verslag Commissie Ruimte d.d. 12 april 2022

Commissie Ruimte 17 mei 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering30.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dat is de reden waarom ik me keihard maak om in mei met jullie tot een goede set van afspraken te komen: hoe zien we burgerparticipatie, hoe bouwen we dat in, wat kan de burger verwachten, wat zijn de treden van invloed et cetera. Ga burgerparticipatie nou niet verwarren met het gesprek dat je hebt over groot onderhoud, dat gesprek hebben we namelijk gehad. Dat het antwoord niet is wat de bewoners horen willen, dat begrijp ik ook, laten we geen misverstand hebben, dan komt het terug, maar ik heb wel het gesprek gehad. Als het antwoord niet bevalt en niet hetgeen is waar om is gevraagd, dan stop ik op een gegeven moment de communicatie. Ik weet niet hoe ik het anders op moet lossen. Het is voor mij ook een hulpvraag in zekere zin. De heer Ruijtenberg: Ik vind het goed van de heer Fortuyn dat hij het zich aantrekt, want zo is het inderdaad bedoeld. Ik vind het ook fijn dat hij in mei naar ons toekomt, of eventueel een opvolger, met een plan hierover. Maar als de heer Fortuyn goed had geluisterd, dan had hij gehoord: burgerparticipatie is niet dat je de bewoners altijd maar gelijk geeft over alles, maar dat je het gesprek aangaat. Ik ben ook bij de heer Van Berkel op bezoek geweest op een zaterdagochtend en toen was het ook heel rumoerig qua geluidsoverlast, maar dat in ieder geval de bewoners niet het gevoel hebben dat de burgerparticipatie op een juiste manier is gedaan.

Dat betekent ook niet, dat de burger gelijk wil hebben, maar ze willen serieus genomen worden. Een antwoord als: ga naar de WOB of kijk via

11/30

de WOB, is niet het gevoel alsof ze serieus genomen worden. Dan kunt u zeggen: ik neem het serieus, ik doe een hulpvraag en ik vind het vervelend dat ik hierop aangesproken word, dat zal wel, dat is leuk, maar het gaat erom wat die burgers ervan vinden. U moet hen serieus nemen en ook bij hen duidelijker maken waar eventueel informatie vandaan kan komen. Wethouder Fortuyn: Ik denk dat wij heel goede informatie verstrekt hebben, dat ze het WOB-instrument kunnen inzetten. Dat is ook het antwoord dat er is. Of je het aanstaat of niet, het is wel het antwoord dat er is. U bent aan het winkelen in een aantal woorden, terwijl u de context van 2 jaar niet kent. De heer Ruijtenberg: De uitspraak dat ik de context van 2 jaar niet ken en dat ik aan het winkelen ben in een aantal woorden, die zijn voor u. Als u zegt dat u zich niet serieus genomen voelt, dan zeg ik hier: dat is eenzelfde opmerking, dat ik me niet serieus genomen voel. We hebben hier het hele document, we hebben alle informatie, we zijn bij de heer Van Berkel geweest. Hier roepen van: we kennen de context niet en we zijn maar aan het winkelen, om uw woorden te gebruiken, dat is mensen niet serieus nemen. Als dat de wijze is waarop u met inwoners gaat praten, dan kan ik me heel goed voorstellen, dat die inwoners zich niet serieus genomen voelen door u. Wethouder Fortuyn: Het is jammer dat u het niet begrijpt.

Met winkelen heb ik het niet zozeer over de inwoners, maar u winkelt in iets. Maar ik laat het even lekker zitten. Even richting de inhoud, want er is ook een vraag gesteld door de heer Jumelet. De effecten van een verhoogd fietspad in verband met een geluidswal en stil asfalt, er is ook aan meneer Van Berkel gevraagd hoeveel decibel het nou allemaal scheelt, wat kunnen we daar nou van verwachten, welk resultaat biedt het nou. Kijk, mijn voorstel aan u is, want u bent raad, om een motie in de raad in te brengen en te verzoeken om een expert of een bureau in te huren, want die heb ik hier namelijk niet, om gezamenlijk met de bewoners in overleg te gaan voor de potentiële maatregelen om een onderzoek te doen naar decibelreductie en een onderzoek te doen samen met Delfland welke mogelijkheden er zijn op een dijklichaam. Dat betekent dus, als u een motie indient, dat u daar opdracht toe geeft, dat wij een bureau in gaan schakelen, want we hebben de capaciteit niet, we kunnen het op dit moment niet. Dan kan ik gaan handelen, want het wordt voor ons steeds onduidelijker wat we wel en niet kunnen. Ik ben best bereid om extern die opdracht te kunnen uitzetten om in ieder geval perspectief te bieden om in ieder geval een beeld te hebben van wat het nu oplevert en welke financiële consequenties het dan heeft, want dat kunnen we vooruitlopend doen.

Los van het feit of het 2024 of 2025 is, want dat heeft ook een consequentie, of wij met Delfland tot een overeenstemming kunnen komen om eventueel het project naar voren te halen. Dat is de richting die ik denk wat een oplossing zou kunnen zijn. Mij weg sturen met: ga het onderzoeken, kom eventueel met een expert. Ja, de budgetten zijn er niet en ik heb zelf de capaciteit niet om het zelf te doen. Dus ik vraag u als raad, want u bent budgetrecht hebbend en ook kaderstellend om richting mij de opdracht te geven. Als u daarmee komt, zal ik hem ook zeker omarmen, omdat ik ook wel de problematiek zie, maar de problematiek is wat groter dan alleen dit dossier, want het heeft best verstrekkende gevolgen. Ik vind het ook jammer, laat ik daarmee besluiten, dat het zover heeft moeten komen dat we hier staan. Ik had er liever uitgekomen, ook naar 2024 toe in gezamenlijkheid, want die bereidheid is er altijd geweest. Alleen het tempo waarin het moet gebeuren, daar heb ik de mogelijkheden niet voor. Daar ben ik gewoon eerlijk in. U kent mij, ik ben niet erg wollig, what you see is what you get. Ik kan er niet omheen draaien, we moeten wel kunnen werken. Het is helemaal niet dat we een vete hebben met de inwoners, dat hebben we niet, en dat we niet het gesprek willen, want daar gaat het niet om. De heer Van Harn: Toch nog graag een antwoord op mijn vraag.

Het dossier met omwonenden is stil gelegd. Ik had gevraagd: waarom? Wethouder Fortuyn: Ik dacht dat ik het aangegeven had. Als het antwoord elke keer een herhaling van zetten is en als de vraag elke keer een herhaling van zetten is, ja, op een gegeven moment stop je ermee. Wij kunnen niet eerder dan. Dat is ook de laatste brief geweest, daar heeft u ook een afschrift van gehad. Dat is het antwoord dat we gegeven hebben. Ik kan geen kant uit. Ik ben afhankelijk van u, straks van uw motie m.b.t. budget en naar voren halen. Daar ben ik afhankelijk van. Tweede termijn De heer Muis, D66: Het is natuurlijk heel lastig om dit samen te vatten. Ik ga het niet samen vatten. Volgens mij was de insteek: laten we als commissie kijken hoe we deze casus zien, wat denken wij dat oplossingsrichtingen zijn. Het is een beetje overschaduwd door alles wat er niet kan. Op zich is het heel goed, dat de wethouder aangeeft wat de beperkingen zijn. Ik zou kunnen beginnen met zijn laatste 2 zinnen, wat er dan wel kan, want dan zet je toch een andere toon met elkaar. Dan kan je nog steeds zeggen dat er heel veel beperkingen zijn en dat je geld moet hebben en dat we geen precedent moeten scheppen. Ik loop een paar punten langs.

Volgens mij is het een heel goed idee, wat de wethouder eigenlijk zelf aan de commissie geeft, normaal zouden wij het college adviseren, maar een motie indienen om een expert in te schakelen om te kijken wat er mogelijk is. Dat wil niet zeggen dat we gelijk al die maatregelen uit gaan voeren, want ik neem aan dat het college, op basis van dat advies, samen met de bewoners een voorstel gaat maken en in kaart gaat brengen wat de maatregelen kosten. Volgens mij heb je dan 2 opties. Of je gaat kijken: kunnen we het naar voren halen, staat het waterschap daar überhaupt voor open, wat zou dat betekenen? En aan de andere kant: hoe kun je de bewoners meenemen in het proces naar een complete renovatie, maar renovatie mag ik het niet noemen want dat is een ander

12/30

begrip, maar groot onderhoud, en wat kan je daarin meenemen wat wettelijk is. Want ik begrijp uit de vraag van de heer Jumelet dat stil asfalt niet perse bovenwettelijk is, alleen, die hebben we sowieso nog niet met elkaar vast gesteld in het hele verhaal. Dat is al een heel mooi groot begin als je dat met elkaar overeen kunt komen in het proces richting 2024. Volgens mij zijn dat wat opties erin, maar ik wil graag straks horen hoe de commissie dit ervaart en wat voor opdracht we gezamenlijk zouden kunnen geven aan het college. Dan de burgerparticipatie. De wethouder noemt: spelregels maken. Daar zijn we het natuurlijk mee eens. Maar als je gesprekken hebt, moet je dat natuurlijk ook goed afronden. Wij zijn daar niet bij geweest, dus dan helpt het als de commissie of de raad wordt geïnformeerd waarom het dan is stil gelegd, want dat blijft nu even in het midden, en ook waarom wordt verwezen naar een WOBverzoek. Ik snap best als er gevoelige informatie is of cijfers die we niet kunnen delen, maar als er zonder argumentatie verwezen wordt naar een WOB-verzoek dan lijkt me dat niet de bedoeling, want alle informatie is openbaar tenzij. Er is nog wel een punt uit het verleden, ik kijk altijd liever vooruit, maar de vraag over het verhoogde fietspad. De wethouder zegt: we kunnen niet voorspellen of het kan.

Er werd gezegd: er is een harde afspraak, geldt die niet, is de gemeente dan niet rechtsopvolger van de provincie? Daar moet gewoon wel een ander antwoord op komen, want het antwoord dat nu gegeven is, ik denk niet dat dat juridisch stand houdt. Volgens mij wil je ook niet op basis daarvan een juridisch conflict hebben als gemeente. Het kan maar beter helder zijn, dat we daar geen juridische afspraken hebben, dan hoeven we het er verder niet over te hebben, anders loop je het risico dat je ergens anders uitleg over moet gaan geven. Het is een beetje jammer, want ik had in willen gaan op alle punten, die andere partijen naar voren hebben gebracht. Volgens mij hebben we wel overeenstemming, dat we een aantal zaken anders willen. We willen sowieso weer dat de communicatie weer wordt opgestart in een gezamenlijk proces, dat er een plan gaat komen. Volgens mij hoor ik ook partijen zeggen, dat ze positief staan tegenover het inhuren van een expert samen met de gemeente en de bewoners. Ongetwijfeld zijn er nog meer rode lijnen, maar we zitten op één lijn als commissie. De heer Jumelet, WIJ: Ik ga niet herhalen wat de heer Muis al gezegd heeft, maar wat mij toch wel grijpt, dat wil ik niet zeggen want dat klinkt erg dramatisch, maar wat mij wel raakt is de handreiking die dan toch gedaan wordt door de wethouder richting de bewoners, maar ook richting de commissie.

Dan is het techniek, ga je dat via een motie doen of anderszins, maar als het via een motie moet dan doen we dat gewoon. Ik ben wel blij dat er toch wel opening wordt geboden om met elkaar het gesprek aan te gaan en te kijken of er op enige wijze gekomen kan worden tot iets. Wat dat iets dan is, zal dan moeten blijken. Ik ben blij dat de wethouder het heeft over een expert, dat je als gemeente, maar wellicht ook het waterschap en de bewoners om tafel gaat om te kijken: wat speelt er, hoe kunnen we het oplossen, wat zijn de mogelijkheden? En dat er dan uiteindelijk ook een voorstel komt richting de raad, dat gedragen wordt door de bewoners, maar ook door het college om te kijken: zijn wij bereid met elkaar om wellicht te schuiven in planningen en daar de consequenties voor te nemen, of ze nou financieel zijn of dat je wellicht andere projecten naar achteren zet. Uiteindelijk moet er iets gebeuren, daar zijn we het over eens. Ik hoor ook de wethouder zeggen, dat hij het daar ook wel over eens is. Maar hij geeft ook aan: ik ben met handen gebonden, afspraken die we gemaakt hebben, het MIP et cetera. Dat begrijp ik. In die zin zijn we als raad zelf aan zet, maar er moet wel wat werk verzet worden om de raad wellicht een besluit te kunnen laten nemen.

Ik kijk met een schuin oog naar collega Muis, misschien dat wij de komende weken gaan knutselen aan een goede motie samen met de commissie. Dat wij proberen om antwoord te geven op wat de bewoners vragen van ons, als raad maar ook als gemeente. Dat wil ik ook wel gezegd hebben: of het op een punt aankomt wat de bewoners verwachten, die garantie kunnen we niet geven met elkaar. Wellicht ligt de waarheid ergens in het midden, maar het is wel belangrijk dat we uit de impasse komen waar we nu in zitten en dat we wel perspectief gaan bieden naar wellicht tijdelijke of definitieve oplossing van de problematiek die er ligt. Of dat bovenwettelijk moet, dat zullen we dan wel zien, maar in ieder geval aan de slag gaan om dit probleem te tackelen. De heer Crielaard, L3B: Er zijn 2 elementen waar ik nog even op terug wil komen. Het eerste is de burgerparticipatie. Het is fijn dat de wethouder uitvoerig heeft gesproken met de inwoners, maar ik zou toch willen oproepen om het gesprek aan te blijven gaan. Als dat op een gegeven moment niet lukt of geenszins lukt, hoe zei de wethouder dat, dat het ergens strandt omdat hij er niet uit komt. Ik zou wel willen oproepen: probeer dat proces goed uit te leggen en als er nieuwe ontwikkelingen zijn, je gaat richting uitvoering en er worden plannen gemaakt, dat de inwoners proactief benaderd blijven worden: hier staan we nu in het proces.

Dat is mijn pleidooi in het kader van de burgerparticipatie: neem alsjeblieft de inwoners mee in het proces van: waar staan we nu? Het tweede element waar ik op terug wilde komen was de expert of een bureau inschakelen. Ja, ik denk dat dat een goed idee is om uit die impasse te komen. In mijn eerste termijn was ik heel erg zoekende: zijn er nog passende maatregelen mogelijk? Wie weet, dat een expert toch nog met ideeën komt. Ik denk dat het een goed idee is. Ik wil graag meedenken met degenen, die de motie gaan opstellen. Wat voor L3B nog een interessante is om in de motie mee te nemen, is om ook uit te zoeken wat de rol van de hoogheemraad is. Of dat nog een partij is in deze. Tot zover mijn bijdrage in de tweede termijn.

13/30

De heer Van Harn, CDA: Wat mij toch wel opvalt in de beantwoording van de wethouder, dat u zegt: jullie zijn de raad, jullie kunnen budget regelen. Maar er is ook geen enkel initiatief bij meneer Fortuyn vandaan gekomen om te zeggen: ik heb een probleem, kunnen jullie mij helpen? Het is nu via de omwonenden en dit bespreekpunt, dat we nu komen op een idee van een expert. U zegt: er moet een bureau ingehuurd worden, want wij hebben die mensen niet. Ik vind dat niet echt proactief, om het maar voorzichtig uit te drukken. Wij willen er graag in meedenken, vooruit kijken, prima, een motie opstellen. Ons heb je aan je kant. Meneer Fortuyn heeft ook aangegeven, dat sinds begin maart snelheidsborden en dynamische snelheidsdisplays zijn geplaatst. Misschien kan hij daar nog iets van zeggen, wat het effect daarvan is, het waarom, want ze zijn daar vrij onverwachts neergezet. Of dat ook concreet te maken heeft met deze problemen. Is het een test? Blijven ze permanent? Ik hoor het graag van de wethouder. Ik wil nog even reageren naar meneer Ruijtenberg, die een opmerking maakte over het MIP en het CDA. Ik ben dan wel geen financieel expert, maar ik denk toch zo dat in de coalitie elke wethouder verantwoordelijk is voor zijn of haar inbreng, zoals deze wethouder die de Klapwijkseweg in zijn portefeuille heeft, daar een probleem constateert.

Dan denk ik dat hij niet in eerste instantie afhankelijk is van de wethouder financiën, maar dat hij zelf met een verzoek moet komen. De heer Ruijtenberg: Een verduidelijking. Er is door raad en commissies meerdere keren gevraagd om dat soort dingen. Ten tweede, het college spreekt met één mond. Het is niet zo dat men op een eiland zit en niets doet. Daar heb je een overlegstructuur voor, waarin je met elkaar spart over wat ze kunnen doen en niet doen. Roepen dat er één wethouder is die iets doet, dat is niet helemaal hoe het werkt. De heer Van Harn: Ik denk dat de wethouder in eerste instantie verantwoordelijk is voor zijn eigen portefeuille. Wat wil ik nog meer delen? De tijdelijke oplossingen zijn een beetje in het water gevallen, terwijl ik toch dacht gelezen of gehoord te hebben, dat er juist aan de Boterdorpseweg wel een strook is met een heg en met een kleine wal. Dan denk ik: als tijdelijke oplossing, waarom zou dat dan hier aan de Klapwijkseweg niet kunnen? Hierbij wil ik het laten. De heer De Graaf, VVD: Ik heb nog 2 punten waar ik nog op terug wil komen, dat gaat de heer Fortuyn niet leuk vinden. Het lijkt wel een langspeelplaat met een kras. Ik wil toch duidelijkheid over die afspraak uit het verleden en ik zal u zeggen waarom. Ik denk dat het ons allemaal verder in het proces gaat helpen.

In het betoog van de heer Fortuyn is een aantal keer gewezen op het feit, dat hier sprake zal zijn, vanuit zijn perspectief, van bovenwettelijke maatregelen. Dat betekent dat wij gaan prioriteren t.b.v. een specifieke casus in een bovenwettelijke situatie. Dat wordt natuurlijk heel ingewikkeld, want dan krijgen we een oploopje van allemaal mensen die ook wat willen in dit huis. Dus op het moment dat wij die afspraken boven water hebben en we stellen met elkaar vast dat die van toepassing zijn, dan is er geen precedentwerking, want dan doen wij niets anders dan tegemoet komen aan een afspraak die al 10 of 15 jaar staat. Het is niet om lullig te doen, maar het helpt ons allemaal als we deze afspraak helder hebben en als we met elkaar die afspraak vast kunnen stellen. Dat is het eerste punt. Het tweede punt betreft uitvoering 2025. Dat is ver weg, maar het is ook voor het gevoel ver weg, omdat de eerste plannen er al jaren geleden lagen. Ik ben ook heel erg benieuwd of de wethouder vanuit zijn rol in samenwerking met Delfland bepaalde zekerheden en garanties kan bieden, dat 2025 nu ook echt 2025 is. Ik zou willen zeggen: afspraak is afspraak. Dus ik zou die afspraak graag heel concreet hard maken en graag zien dat die nagekomen gaat worden. Wat kan de wethouder daarin toezeggen? Dat zou ik graag nader beantwoord willen horen.

Mevrouw Maasland, CU: We kunnen ons wel grotendeels aansluiten bij de samenvatting, zoals door meneer Muis en meneer Jumelet gegeven. Nog een paar kleine dingen, waar we op in willen gaan. De wethouder heeft het een paar keer gehad over: het is wettelijk niet verplicht, niet nodig. Maar voor ons is het ook belangrijk, dat er afspraken zijn gemaakt en toezeggingen gedaan. Wat zijn die dan waard? Dat is voor ons wel wat waard, in ieder geval genoeg om daar wat mee te doen. Een beetje vergelijkbaar heeft de wethouder een paar keer aangegeven, of een keer aangegeven, dat het niet schadelijk zou zijn voor de gezondheid, de geluidsoverlast nu. Daar hoeven we geen technische discussie over te voeren, maar het is niet voor niets gedefinieerd als slecht, het aantal gemeten decibellen. Voor ons is een slechte geluidskwaliteit, zoals die gemeten is, in combinatie met eerder gemaakte afspraken wel genoeg om de situatie meer urgentie te geven. Nu begrijpen we dat er een capaciteitsprobleem is en dat het niet vanzelfsprekend is om tussentijds maatregelen te kunnen treffen of een hele aanpak naar voren te halen, daar zijn natuurlijk mensen voor nodig en daar is geld voor nodig, maar we horen dan wel graag wat er voor nodig is, zodat we een overwogen keuze kunnen maken, of we dat inderdaad willen en wat dan eventueel de alternatieven zijn.

Wat is er financieel nodig voor tussentijdse opties? Wat is er financieel nodig als we het wel naar voren willen halen? Dat zouden we wel graag zien. Dus wij staan ook positief tegenover een motie, die is aangekondigd. De heer Ruijtenberg, GL: Ik zal het heel kort houden, want het meeste is al gezegd door voorgaande sprekers o.a. meneer De Graaf. Ik heb de wethouder in zijn beantwoording zich vooral horen schuilen

14/30

achter precedentwerking en bangmakerij, dat we dingen moet uitstellen en andere dingen naar voren halen en gelddingen. Ik zou het ook op prijs stellen als de wethouder zijn telefoon op stil zou zetten, maar dat terzijde. Er is al veel gezegd hierover. De beste manier om hier uit te komen is inderdaad die externe expert, laat die onderzoek doen, voor snel onderzoek, dan kunnen we praten over alle opties, met de bewoners de uitkomsten delen van dat onderzoek, zodat we proberen als raad, als college, als bewoners op dezelfde pagina te zijn, zodat we echt weten we over praten. Laten we vooral hopen dat we het onderzoek snel uitvoeren. Dus niet wachten tot eind 2022, maar het liefst zo snel mogelijk. Mevrouw Biharie, PvdA: Ik denk dat het goed is, na alles wat gezegd is, dat de aandacht gaat naar constructief samen zoeken naar een oplossing door het college, de raad en de bewoners. Het voorstel van de wethouder zie ik als eerste voorzet daartoe. We kunnen achteruit kijken en dat is betreurend, dat er afspraken niet zijn nagekomen, maar belangrijk is om vooruit te kijken, samen met de bewoners: wat is er mogelijk? De inzet van een expert vind ik heel goed. Hopelijk komt daar een tijdelijke oplossing uit. Ik hoor meneer Fortuyn 2024 zeggen, een jaartje minder, hoe eerder hoe beter. Daarnaast ben ik bereid om mee te denken met de motie.

Ik ga ervan uit, dat door WIJ en D66 het voortouw hierin wordt genomen. Ik sta er positief in. Dank u wel. De voorzitter: Ik hoor iets over geplaatste borden, in welk kader is dat, is er ruimte voor een tijdelijke oplossing. Wethouder Fortuyn: Waar niet op gereageerd wordt, maar het is aan u als commissie en raad, dat ik wel even dat bovenwettelijke noem. U komt er ook op, mevrouw Maasland. Bovenwettelijk betekent: als wij binnen de wet opereren en we willen daar toch extra maatregelen treffen, dan is dat boven de wet, dan ga je extra budget genereren om iets op te lossen. Hier is sprake van eventueel, omdat de gemeten waarden die door de DCMR gedaan zijn geen aanleiding geven om wettelijk daar maatregelen op te nemen. Dat wil niet zeggen dat je als gemeente niet een inspanning kan doen, maar ik wil het wel even scherp hebben met elkaar. Ik probeer vanavond, ik begon er expres mee, over die precedentwerking. We zijn bezig met de mobiliteitsvisie, dan gaan we de wegen categoriseren. Dan kunt u opnieuw die discussie aangaan, in die wegcategorisering, dat doen we met 30km/u wegen en gebiedsontsluitingswegen. Dan kan je opnemen: we willen maximaal 60 dB op de gevel hebben, ik noem maar een dwarsstraat. Dan kan je iets doen, dan maak je beleid. In dit geval hebben we geen wettelijke plicht. Ik wil hem even scherp hebben hier, omdat we het met elkaar goed moeten weten.

Even los daarvan. De vraag van meneer Van Harn. Wij hebben op verzoek van de bewoners de duiding van de 50km nadrukkelijk aangebracht. Dat hebben we kort na de bespreking gedaan. De displays doen wij voor een gedragsbeïnvloeding. Als je hem weken of maanden laat hangen, dan is het effect weg, de uitdaging om een smiley te krijgen of niet. Dus je zal hem in zekere regelmaat moeten ophangen en weghalen. Handhaven, daar hoeven we het niet over te hebben, is lastig. Dit is het effect en de korte termijnmaatregel die we met elkaar genomen hebben. Dat is op vraag en verzoek gebeurd. De heer De Graaf: Meneer Fortuyn zegt in zijn betoog heel nadrukkelijk: het is geen wettelijke plicht. Gaat hij ervan uit, dat mijn vraag beantwoord is? Of komt hij er nog op terug? Wethouder Fortuyn: U komt terug op de afspraak die de provincie gemaakt heeft, maar dat wil niet zeggen dat ik die afspraak als zodanig als een wet overneem. De weg had op het moment van overname voldoende kwaliteit. We gaan in het groot onderhoud bekijken, daar hebben we ook de voorstellen in meegenomen, wat er mogelijk is, ook binnen hetgeen Delfland kan doen. De uitvoering, want waar u op wijst, is wat er afgesproken is. Ik zeg niet dat hij er niet komt, we gaan met elkaar in de uitvoering kijken welke mogelijkheden er zijn en wat de kosten daarvoor zijn. Dat is dat bureau dat ik in wil gaan huren over dat deel.

Dus ik loop niet weg voor de afspraak, maar als het weinig of geen nut heeft of wel, dan wordt er naar gekeken. Dat zal naar de raad gaan. Het heeft een effect op het aantal decibellen en dit gaat het meer kosten. Dat is een keuze voor u om daarop in te spelen. Als u verwijst naar alleen dat deel van de provincie, dan praten we over een kort deel. De heer De Graaf: Dat kan zijn, maar daarmee is nog steeds mijn vraag niet beantwoord. Misschien is het te complex om hier te beantwoorden, omdat het vraagt voor het ambtelijk apparaat om even in de stukken te kijken wat er staat, wat die afspraak is. Niet omdat ik vanavond hier mijn punt wil maken over dit specifieke onderwerp, maar die beantwoording gaat ons enorm helpen ook om straks, in uw woorden, de bovenwettelijke maatregelen niet bovenwettelijk te noemen maar gewoon een afspraak nakomen die in het verleden gemaakt is. Daarmee is het dus geen precedentwerking. Daarom blijf ik hameren op het belang van beantwoording van deze vraag. Wethouder Fortuyn: Ik denk dat we elkaar wel begrijpen, maar we praten ook langs elkaar heen. We praten alleen over het stukje Klapwijkseweg dat van de provincie was. Als wij in het verlengde van dat deel van de provinciale weg dezelfde maatregelen treffen, daar hebben we het hier over, dan gaat het precedent scheppen. Dat is wat ik hier aanwijs. We zullen het verder uitzoeken voor u, als u dat wilt.

De heer Jumelet: Ik hoor de wethouder zeggen: ik ga het uitzoeken. Ik neem aan, dat hetgeen meneer De Graaf stelt, uitgezocht wordt. De voorzitter: Hoor ik een toezegging? Wethouder Fortuyn: Goed, er wordt hier technisch naar gevraagd, dan moeten we dat gewoon technisch verder uitzoeken. Het gaat hier om precedent of geen precedent. Ik zeg gewoon, dat

15/30

hier precedent is. Ik waarschuw voor dit soort elementen, mocht je dit gaan doen, dat je dan bij de mobiliteitsvisie en de gebiedsontsluitingswegen met beleid moet komen. De heer Jumelet: Ik denk dat de vraag die de heer De Graaf stelt heel simpel is. Zijn wij gebonden aan de afspraken, aan hetgeen toentertijd door de provincie gezegd is, afgesproken is et cetera. Punt. Alles wat u er nu bij haalt, maakt het ingewikkeld. Gewoon de simpele vraag: zijn wij nou gebonden aan hetgeen in het verleden door de provincie gezegd of toegezegd of afgesproken is, zijn wij daaraan gebonden? Al is het maar een paar meter verhoogd fietspad, maakt niet uit, 200 meter, 300 meter, dat maakt even niet uit, maar de vraag is heel simpel: zijn we er juridisch aan gebonden, ja of nee? Zo simpel kan het zijn. Wethouder Fortuyn: Dit is een toezegging: dat wordt uitgezocht. Ik ga me op juridisch vlak mijn handen niet branden, dat lijkt me niet handig. Dan heb ik nog een vraag van GL. Die willen het graag in 2022 hebben, graag snel. Ik heb net een kort berichtje gehad, dat zal ik meenemen in de technische vraag, dan weten we waar we het over hebben. Ik krijg ambtelijk de informatie door, maar dat wil ik ook wel uitzoeken. Als wij hem naar voren halen, dan scheelt dat in de programmering 2 wijkaanpakken.

Dat is de korte versie die ik hier heb liggen, maar ik neem hem mee in de toezegging om daar op terug te komen. Dus dat betekent dat 2 wijkaanpakken naar achteren schuiven. We nemen dat in de technische beantwoording mee, dan heeft u die helderheid in ieder geval ook. Verder heb ik geen vragen gehoord, dus ik wil het hierbij laten. De voorzitter: Ik heb 2 toezeggingen gehoord en ik heb begrepen, dat er een motie in de komende raadsvergadering gaat komen over dit item. Een ieder gaat aan het werk, heb ik begrepen. 5.b Brief GS: ontwerp proactieve aanwijzing Driehoek Berkel Noordpolder De voorzitter: Ingebracht door de heer Muis en de heer Blonk. We hebben diverse brieven langs zien komen. Iedereen heeft het kunnen lezen. De heer Muis, D66: Ik heb zomaar het idee dat dit een stuk sneller kan, maar we gaan het ervaren, je weet het natuurlijk nooit. Samen met Jan Pieter Blonk van L3B hebben wij de aanwijzing van de provincie geagendeerd. Er staan nu 4 bijlagen op de agenda: de brief van de provincie met de ontwerp proactieve aanwijzing, de reactie op de aanwijzing vanuit het college van Lansingerland, een toelichting voor de raad aan ons van het college van Lansingerland op het proces en een oplegger van Jan Pieter en mij voor ons voor u. Ik ga niet het hele stuk voorlezen, dus ik kom gelijk even tot de kern.

Hoewel de brief van het college van Lansingerland de titel heeft ‘Zienswijze Ontwerp proactieve aanwijzing Driehoek Berkel Noord’, betreft het formeel geen zienswijze. Dat is een beetje verwarrend, dat die brief zo heet. Het is ook geen reactie of zienswijze van de raad, maar het is zeker geen formele zienswijze van het college, dus van de gemeente. Het college laat het indienen van een formele zienswijze op de voorgenomen proactieve aanwijzing over aan het nog te vormen nieuwe college. Dat kan heel snel gaan, maar het kan ook nog lang duren. Bovendien wordt de raad aangeschreven in de brief. Het college voert het natuurlijk uit, maar hierdoor ontstaat het risico dat er voor het aflopen van de zienswijzetermijn op 25 april er geen formele zienswijze wordt ingediend door de raad namens het college van Lansingerland en het college van GS kan dan zeggen dat ze op formele gronden haar voornemen uit zal voeren en in feite voor ons beslist. Ik denk ook serieus dat dat gaat gebeuren, want gezien hoe formalistisch de provincie is, dan gaan ze dat zeker zeggen: dank voor de brief, maar we hebben geen zienswijze gezien van de gemeente Lansingerland, dus wij gaan gewoon verder met de ingezette koers. Gelukkig trekken we hierin goed samen op.

Morgen gaat de wethouder namens het college inspreken bij de Statencommissie, ook de bewoners gaan inspreken, dus het zou heel goed zijn als we hier vanavond met elkaar een statement kunnen maken. En dat wij hier met elkaar gaan beslissen dat we ook als commissie een reactie, een zienswijze willen geven. Dan kom ik bij de vragen. Bent u het eens dat de nieuwgekozen raad voor de deadline van 25 april 2022 zelf een zienswijze moet geven? Zo ja, bent u akkoord om via de griffie een zienswijze op te laten stellen en deze schriftelijk af te stemmen met de raad via de woordvoerders van alle fracties? Met u waarschijnlijk, als woordvoerders. Als kern voor de zienswijze heb ik even gebruik gemaakt van de laatste alinea uit de brief van het college aan het college van GS. Ik heb hem wat bewerkt, maar de tekst eronder zou als vertrekpunt kunnen dienen voor een zienswijze. Als u het ermee eens bent, kunt u aangeven wat er nog meer in zou moeten, dan kan de ondersteuning ervoor zorgen, dat het wordt meegenomen als we er achter staan. Dat was het. De heer Blonk, L3B: De heer Muis heeft duidelijk aangegeven wat onze bedoeling is, dus daar hoef ik niet op in te gaan, maar ik wil toch nog wel wat kanttekeningen maken. Het komt misschien een beetje hard over voor de provincie, maar ik vond toch dat ik het moet doen.

Ik vind het schandalig, dat de provincie een dag na de verkiezingen deze proactieve aanwijzing naar de nieuw gekozen raad stuurt. De provincie wist dat de raden pas op 30 maart geïnstalleerd werden. Dus 17 dagen van de reactietermijn van 42 dagen zijn dan al verlopen. Ook wist de provincie dat er op 25 april nog zeker geen college is, dat kan je op je vingers natellen. De provincie brengt hiermee college en raad in een onmogelijke positie. Ik kan alleen maar concluderen, dat de provincie dit met opzet heeft gedaan in de verwachting dat er dan geen zienswijze door de gemeente wordt ingediend. Het ergste van alles is dat de provincie met haar handelen

16/30

de inwoner buitenspel zet. Blijkbaar zit Gedeputeerde Staten onder een steen en is hem volledig ontgaan dat er een kloof is tussen de gemeentelijke en in het bijzonder de landelijke politiek, tussen inwoner en het openbaar bestuur. De laatste tijd hebben de landelijke media daar breed over geschreven. Met deze actie van Gedeputeerde Staten, met name van de PvdA-gedeputeerde Anne Koning, is die kloof tussen burger en openbaar bestuur nog groter geworden. Weer extra verlies van vertrouwen van de burger in de politiek. Burgerparticipatie wordt in ieder geval in dit geval door de provincie met voeten getreden. Ik wil toch even noemen de tweet van gedeputeerde Koning van 18 maart. Het citaat: vandaag een bezoek gebracht aan Lansingerland met woningcorporatie 3B Wonen, Blauwhoed en Kalister Woningbouwontwikkeling, gesproken over het versnellen van de woningbouw in Driehoek Berkel Noord. Mijn reactie via Twitter, want ik heb dezelfde dag gereageerd, wil ik u ook niet onthouden. Mevrouw Koning, laat dit even bij de lokale Lansingerlandse politiek liggen. Helpt u maar mee met het mogelijk maken op Bleizo-west 5.000 woningen te bouwen, dan bent u ferm bezig. Een Twitter-reactie van mijn ex-raadscollega Matthijs Ruitenberg wil ik ook even noemen: respectloze tweet, een klap in het gezicht van de lokale democratie.

Nog een groot aantal van soortgelijke tweets als reactie op de gedeputeerde zijn te lezen, maar 1 springt er wel uit en dat is die van de fractievoorzitter van de PvdA in deze raad, die volledig kan instemmen met het beleid van haar partijgenoot. Ook op de LinkedIn pagina van de gedeputeerde staat, ik quote weer even: we hebben uitvoerig gesproken over goede afstemming met de omwonenden. Mevrouw Verhoef: De heer Blonk citeert zichzelf en anderen citeert hij volledig. Hij heeft mij niet geciteerd. Ik heb alleen gezegd, dat het wettelijk de bevoegdheid is van de provincie omdat de Driehoek Noordpolder op de 3 hectarenkaart staat, dat zijn de locaties die in de provincie bebouwd mogen worden met woningen. Dus kan de provincie op dat punt een aanwijzing geven. Verder heb ik er geen oordeel aan verbonden, dus ik zou graag willen dat u dit op zijn minst corrigeert. Dank u. De heer Blonk: Dat ga ik zeker niet doen, een correctie, want u bent in uw handelen, de PvdA-voorzitter is in haar handelen, in haar doen in de verkiezingstijd ook heel duidelijk geweest dat daar woningen gebouwd moeten worden. In die context, dan interpreteer ik dat als: ze heeft groot gelijk, mijn partijgenoot gedeputeerde Koning, om daar op deze manier dat te gaan doen en tegelijkertijd de raad, het college en de inwoners voor een blok te zetten.

Mevrouw Verhoef: De heer Blonk hangt van aannames aan elkaar over wat mijn partij vindt en wat ik vind en voel. Als u het weekbericht leest, weet u precies hoe wij erin staan. Als u het verkiezingsprogramma had gelezen, weet u het ook. Er kan pas gebouwd worden in de Driehoek Noordpolder, als dat ooit gebeurt, als daar een goede ontsluitingsmogelijkheid is. Dat was en is het standpunt van de PvdA. In mijn eigen termijn zal ik ingaan op de vragen, die u heeft gesteld, en niet van alles erbij slepen en de provincie voor rotte vis uitmaken, zoals u op dit moment aan het doen bent. Dank. De heer Blonk: Voor rotte vis uitmaken, ik vind het schandalig, dat is een ander woord dan rotte vis. Ik gebruik gewoon een fatsoenlijk woord. Rotte vis gebruik ik niet. Dat u dat gebruikt moet u weten, u gaat over uw eigen woorden, maar ik vind het een schandalig handelen van de provincie en dat heb ik aan het begin van mijn betoog aangegeven. De heer Ruijtenberg: Het is een verzoek aan de heer Blonk en ook aan eventueel andere woordvoerders, die nog gaan komen. Ik doe ook weleens wat op Twitter en social media, soms. Heel soms, als ik niets te doen heb. Maar ik wil wel het verzoek doen aan woordvoerders hier om de discussie te beperken tot de stukken die hier bij de agendapunten staan en niet naar Twitter, LinkedIn, kranten, advertenties, TikTik, Snapchat en andere te verwijzen.

Laten we het gewoon houden op de dingen die hier staan, waar we allemaal kennis van hebben kunnen nemen, zodat we allemaal een gelijk speelveld hebben voor de discussie en niet teveel ingaan op sociale media en dat soort dingen. Het is een verzoek, de heer Blonk mag ermee doen wat hij wil. Ik denk dat hij het negeert, maar het is in ieder geval mijn vraag. De heer Blonk: Het verzoek is leuk, afgewezen van mijn kant. Ik wil toch ook nog even de LinkedIn pagina van de gedeputeerde aanhalen. Wij hebben uitvoerig gesproken over een goede afstemming met de omwonenden. Op diezelfde pagina schrijft gedeputeerde Koning: goed om te horen dat de marktpartijen de laatste maanden niet hebben stilgezeten, zij hebben gesprekken met omwonenden gevoerd en een enquête gehouden. Gesprekken met omwonenden gevoerd, ik weet wel beter, dat dat niet het geval is. De bewoners van de Edelsteenwijk hebben er in ieder geval niets van gemerkt. Deze raad moet voor 25 april een zienswijze gaan indienen, ik denk dat we dat wel eens zijn met zijn allen. De strekking moet zijn, dat de raad in de loop van dit jaar een besluit zal nemen over al dan niet woningbouw in de Driehoek Noordpolder. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Wat ben ik blij dat ik niet op social media zit, want je ergert je dan groen en geel blijkbaar. Los van dat.

Toen ik de brief van de provincie zag, was de eerste gedachte die bij mij opkwam: wat is het schaamteloos en respectloos naar de inwoners, naar de raad en naar heel Lansingerland. Zeker tegen de achtergrond van de afspraken die wij in dit huis gemaakt hebben. Wij als oppositiepartij, ik weet niet wat de toekomst breng moge, maar daar hebben wij ons ook aan geconformeerd. Daar kan je heel veel van vinden en wij vinden er best wel wat van, ook inhoudelijk, maar dat is niet aan de orde, het gaat puur om het proces. Het is vanavond al eerder gezegd door de heer Muis en de heer Blonk, op het moment dat je het hebt over vertrouwen in de politiek, het vertrouwen in het openbaar bestuur, kan je nog zo je best doen, maar als je links of rechts wordt ingehaald, eigenlijk links ingehaald, dan is er weinig aan te redden. Dat vind ik wel heel triest. Het lijkt wel iets van vooropgezetheid om het op die

17/30

datum te sturen. Net wat de heer Blonk schetst, als je kijkt naar de reactietermijn, dan dwing je de raad in een onmogelijke positie. Eigenlijk zeg je tegen Lansingerland: we hebben jullie lekker tuk, want jullie zijn niet in staat om je op een goede manier te verweren tegen een voorgenomen besluit. Het is natuurlijk eigenlijk wel heel triest dat dat gebeurt. Als overheden onder elkaar al niet op een fatsoenlijke manier kunnen samenwerken, dan is het voor de inwoners toch wel ingewikkeld om dat vertrouwen ook te hebben. Ik zei al, ook nu na een aantal weken blijf ik bij mijn eerste gedachte dat het schaamteloos, respectloos is. Dat blijft ik zo vinden. Ik hoop dat als de provincie wellicht meekijkt vanavond ze op haar schreden terugkeert. Ik hoop van harte dat morgen als de wethouder en de inwoners inspreken, dat er aanleiding is voor Provinciale Staten om de gedeputeerde tot de orde te roepen en te zeggen: dit had je nooit zo mogen doen, dat kan je niet maken in het kader van het democratische proces. Dat brengt mij bij de vragen, zoals die gesteld zijn. Eigenlijk zou ik de antwoorden kunnen samenvatten in: wij moeten het maximale wat mogelijk is doen. De brief die het college heeft opgesteld en gestuurd heeft, het heet als bestandsnaam zienswijze, maar wij kunnen ons daar volledig in vinden.

Als we een gedeelte daarvan als zienswijze indienen, wat mij betreft sturen we de brief van het college volledig als zienswijze in. Het signaal mag duidelijk zijn. Wij kunnen ons daarin vinden. De heer Muis: Dank heer Jumelet. Het voorstel om heel de brief van het college te sturen zou ik eigenlijk niet willen voorstellen, omdat daar ook wordt verwezen naar Bleizo. Volgens mij moeten we proberen het zoveel mogelijk op de procedure te houden, die niet correct is. En niet andere dingen erbij betrekken, want dan geven ze een stok om mee te slaan. Ondanks dat er heel goede argumenten in zitten, zou ik dat niet voor willen stellen en het echt bij de procedure te houden en onze treurnis uitspreken. De heer Jumelet: Dan kunnen wij ons daar volledig in vinden. Punt. Dat is mijn nieuwe stopwoord. De heer Van Harn, CDA: Een wanvertoning, dat is de brief van de provincie. 1 dag na de gemeenteraadsverkiezingen, waarin de Driehoek Noordpolder een belangrijk thema was zo’n brief sturen door de provincie, dat is een actie die niet is uit te leggen. Het college heeft in juli 2021 het proces rondom de Driehoek Noordpolder on hold gezet. Door alles wat er tijdens dit proces is gebeurd, is gedaan en niet gedaan, is er bij de bewoners van de Edelsteenbuurt zoveel weerstand en onrust ontstaan dat het college op de pauzeknop heeft gedrukt.

Nu komt de provincie 1 dag na de verkiezingen, wetende dat er nog geen nieuwe raad is, wetende dat er nog een coalitie gevormd moet worden met het voornemen tot een proactieve aanwijzing om minimaal 50 sociale woningen te realiseren in de groene Driehoek Noordpolder, een gebied met een agrarische bestemming. Waar ben je dan mee bezig? Wiens belang heb je dan voor ogen? Blijkbaar alleen het eigen belang van de gedeputeerde mevrouw Koning, die wel op zoek gaat bij de grondeigenaren en de woningbouwcorporaties, maar niet in gesprek gaat met omwonenden en de kersverse raadsleden. Het is dezelfde provincie die verantwoordelijk is voor de doorstroming, veiligheid en geluidsoverlast van de provinciale weg N209, maar hierin veel te weinig en veel te traag haar verantwoordelijkheid neemt. Laat ze zich vooral focussen op grote zaken. Het verkiezingsprogramma van het CDA Lansingerland is heel duidelijk: de Driehoek Noordpolder moet open en groen blijven. We hebben inmiddels de CDA-fractie in Provinciale Staten op bezoek gehad en ze zijn het met ons eens, dat dit een bizarre gang van zaken is. Het is goed dat het huidige college aangeeft zich te houden aan haar afspraken m.b.t. het on hold zetten van het proces Driehoek Noordpolder.

Het is ook goed om te constateren, dat het college de mening is toegedaan, dat hier geen recht wordt gedaan aan de kiezers en dat deze provinciale actie het democratische proces in Lansingerland bombardeert. Omdat het huidige college er de voorkeur aan geeft een formele zienswijze op de proactieve aanwijzing aan het nieuwe college te laten, ontstaat er een probleem, want 25 april aanstaande is namelijk de datum dat er uiterlijk een zienswijze vanuit Lansingerland bij de provincie moet liggen. Wat moet er gebeuren? De CDA-fractie geeft er samen met de indieners van het bespreekpunt de voorkeur aan, dat de nieuwe raad samen met de griffie een niet mis te verstaan signaal teruggeeft aan de provincie, dat wij nog altijd over onze eigen ruimtelijke ordening gaan. Zeker als het gaat om dit soort kleine locaties. Aanvullend een reactie aan meneer Jumelet en meneer Muis, ben ik het met meneer Muis eens, dat we ons moeten beperken tot het voorstel, zoals het op dit moment voor ligt en het niet groter maken, want dat zou alleen maar verwarring stichten. Dank u wel. De heer De Graaf, VVD: De heer Blonk deed net een voorspelling, namelijk dat hij dacht dat we het erover eens zouden zijn dat er een zienswijze voor de deadline ingediend moet worden. Ik denk dat hij daar gelijk in gaat krijgen wat ons betreft.

Wij steunen de oproep een zienswijze in te dienen tegen deze provinciale trukendoos die nu open wordt gemaakt. Ik zou op een paar punten een inhoudelijke reactie willen geven. De heer Fortuyn gaf net aan, dat hij zich niet wil branden aan allerlei juridische zaken. Ik weet niet of hij namens het college sprak, maar het lijkt me wel goed om ook bij het opstellen van de zienswijze goed juridisch te laten adviseren, dat we zelf eens wat gaan grasduinen over dit soort aanwijzingen en de bevoegdheid van de provincie. Dan kan je vaststellen, dat de provincie inderdaad deze bevoegdheid heeft, maar die bevoegdheid is niet onvoorwaardelijk. Er moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Eén ervan is dat er nadrukkelijk provinciaal belang moet zijn. En de tweede voorwaarde is dat er een duidelijke integrale afweging van belangen plaats moet vinden. Zolang

18/30

de provincie met een grote boog om Bleizo heen loopt, ook in de motivatie van de aanwijzing, kan je je afvragen of die aanwijzing überhaupt rechtmatig en legitiem is. Ik zou echt juridisch absoluut de grens willen opzoeken. Dat doen we niet alleen voor ons en onze gemeente, maar ook voor het hele land. Er ligt een enorme opgave met elkaar om woningen te realiseren. Als wij als één van de raden in den landen toestaan, laten gebeuren, dat de provincie dit soort trucen uithaalt, de grens van hun eigen bevoegdheden opzoeken, als we het hebben over precedent, dat we dit precedent niet moeten laten gebeuren en er maximaal weerstand tegen moeten bieden d.m.v. een heel heldere zienswijze. Dat is dan een beetje de juridische kant. Dan het hele proces, daar vinden wij als VVD ook wel het e.e.a. van. Het besluit en de discussie en het debat over de Driehoek Noordpolder vindt in dit huis plaats. We zijn als partij in aanloop naar de verkiezingen en onze benoeming in de raad deuren langs geweest om bij alle bewoners van Lansingerland erop te hameren, wat het belang van lokale democratie is en de invloed die deze raad heeft op wat er in het dorp gebeurt. Het kan niet zo zijn, dat we daar bij de eerste de beste commissie en raad straks links en rechts worden ingehaald door de provincie. Straks worden we een soort applausmachine van de provincie, daar moeten we vol tegenin gaan.

De aanwijzing, zoals die er ligt, is een minachting van de democratie, minachting van de raad en minachting van de burgers van Lansingerland, dus we roepen in aanvulling en in aansluiting op andere partijen het college op om een heel stevige zienswijze te maken en namens ons in te dienen. Dus we zijn het eens met het voorstel. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Ik had in mijn spreektekst staan dat over de timing van de brief nu inmiddels wel genoeg gezegd zal zijn. Dat blijkt te kloppen. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Volgens mij is gedeputeerde Anne Koning daar een goed voorbeeld van. We hebben nu weer een minister van Volkshuisvesting en die schijnt het beleidsvoornemen te hebben omtrent de toewijzing van woningen, dat het nu voorliggende sturende scenario van de gedeputeerde, het meer evenwicht scenario, onmogelijk blijkt te maken. Ik ben er nog op aan het studeren, maar het lijkt de haast te verklaren. Het vergoelijkt het geenszins. Het is ook opmerkelijk om te zien hoe selectief de gedeputeerde onderzoeken, die onder haar vleugels worden opgesteld, leest. Gedeputeerde schrijft ons enkel over de optimalisatie van deze locatie op basis van het rapport van Antea, terwijl datzelfde rapport van Antea ook speerpunten benoemt als kwantitatieve locaties, ontwikkeling op grote locaties in plaats van op kleine kavels en nog veel meer.

Ook in dat kader is het moeilijk om in dat kader de aanwijzing op dit moment van deze gedeputeerde te plaatsen. Ik heb overleg gehad met onze provinciale fractie over deze situatie en het blijkt dat wij niet de enige gemeente zijn die recent een brief van de gedeputeerde op een dergelijke toon heeft gehad. Dat ontstemt hen en onze provinciale fractie gaat morgen ook vragen stellen aan de gedeputeerde over deze ontwerp aanwijzing. We willen graag alle collega fracties vragen om hun provinciale counterparts ook te bevragen omtrent deze situatie. Ik wilde de wethouder gaan vragen om in te gaan spreken, maar dat wordt al gedaan, dat is hartstikke mooi en ook een krachtig signaal volgens onze provinciale fractie, dus goed dat we dat gaan doen. Tot slot, wij laten graag een eigen zienswijze opstellen namens de raad en met de voorgestelde woorden als basis zijn we het van harte eens. Dat was het, dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Er is al een hoop gezegd, een hoop grote woorden gebruikt over de brief van de provincie. Ik zal me daar namens GL niet bij aansluiten, niet bij die grote woorden, wel over het feit dat we zeer verbaasd waren over in ieder geval het tijdstip van de brief. De inhoud van de brief verbaast ons niet, wetende hoe de provincie in woningbouw staat, maar het tijdstip heeft ons zeer onaangenaam verrast.

Over de inhoud kan ik slechts zeggen, dat wij het als GL niet eens zijn met de inhoud. Wij hebben lang voordat de verkiezingen in aantocht waren al gezegd, dat wat ons betreft de Driehoek Noordpolder groen moet blijven, dat er geen woningbouw moet gaan plaatsvinden. Dus wat dat betreft geen discussiepunt, we zijn het niet eens met de gedeputeerde. De vragen die opgenomen zijn in dit bespreekstuk, daar kan ik heel kort over zijn. Wat ons betreft is het drie keer ja. Laten we zelf onze eigen zienswijze invoeren, niet die van het college, omdat daar onderwerpen bij gehaald worden en dat geeft ook weer ruimte aan Gedeputeerde Staten om ons te verwijzen naar de windmolens die er niet zijn op Bleizo, dan ga je in andere discussies verzanden. Dus wat ons betreft drie keer ja, een eigen zienswijze. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Laat ik mijn woordvoering maar eens beginnen met te zeggen, dat de Driehoek Noordpolder niet bebouwd wordt als daar geen goede ontsluiting is en er kunnen ook allerlei andere redenen zijn om daar niet te bouwen, dus laat ik daar mee beginnen. Vervolgens wil ik mijn verbazing uitspreken over de manier waarop de verschillende fracties zich hier hebben geuit richting de provincie.

Ik heb woorden gehoord als minachting voor de democratie, schaamteloos, schandalig, kat in het nauw maakt rare sprongen, het was met opzet, het was respectloos, eigen belang van gedeputeerde en de provinciale trukendoos. Het siert een overheid als onze gemeente niet om zich zo uit te laten en te gedragen richting een andere overheid, de provincie. Laat ik dat ook gezegd hebben. Ik denk dat dat precies dat is wat we niet moeten doen in deze situatie. Dan zal ik nu op de punten komen. U kunt uw schouders ophalen, maar dat is niet handig. De heer Jumelet: Ik verbaas me een klein beetje over de

19/30

opening van mevrouw Verhoef. Het lijkt wel alsof het slachtoffer nu de schuld krijgt van hetgeen er nu gebeurt. Volgens mij is er iemand die dit veroorzaakt heeft en dat is de provincie. Of ziet u dat anders? Volgens mij staat er onderaan de brief een handtekening van de gedeputeerde van de provincie ZuidHolland. Niemand heeft gevraagd om die brief hier in Lansingerland, dus ik verbaas me een klein beetje over uw stellingname. Bent u dan niet verbaasd, bent u dan niet boos of verontwaardigd over het feit dat op 17 maart deze brief op de deurmat ploft van de gemeente Lansingerland en van deze raad? Of heb ik het dan mis? Mevrouw Verhoef: U stelt mij die vraag, dus ik zal antwoord geven. Het ging over de zienswijze. Er waren misschien momenten geweest waarop het gelukkiger was geweest om een dergelijk voornemen tot een aanwijzing te laten weten. Ons college wist allang dat een dergelijke zienswijze op de loer lag, want het is een provinciale bevoegdheid en in het najaar van 2021 waren er al brieven gestuurd vanuit de provincie met het verzoek: wat doen we met de Driehoek Noordpolder, die staat op de 3 hectarenkaart, kan die eraf of laten we hem erop? Het college heeft toen terecht gezegd: we laten hem erop, want onze nieuwe raad, het nieuwe college gaat daarover en we willen de besluitvorming gewoon zijn beloop laten hebben in het belang van diverse partijen.

Dus het tijdstip was misschien niet het meest gelukkige, maar het was verder wel volgens de procedure. De heer Jumelet: Bent u het met mij eens, mevrouw Verhoef, dat deze handelswijze van de provincie het ons onmogelijk maakt, vrijwel onmogelijk maakt om adequaat te reageren, om adequaat een zienswijze in te dienen in deze hele kwestie? U kunt zich toch ook niet aan de indruk onttrekken dat 17 maart, een dag na de verkiezingen, wetende dat op 30 maart de raad wordt geïnstalleerd, er nog geen nieuw college is, de eerste raadsvergadering 12 mei is, dan weet mevrouw de gedeputeerde toch als geen ander hoe het werkt? Dan kunt u zich toch ook niet aan de indruk onttrekken dat we eigen een beetje in een patstelling worden gemanoeuvreerd? Of ziet u dat anders? Mevrouw Verhoef: Heer Jumelet, wat ik zie is dat de raad zich op dit moment in een onmogelijke positie bijna manoeuvreert om nog een beschaafde zienswijze te sturen naar de provincie en daarmee de relatie op niveau te houden, die nodig is om gezamenlijk hier uit te komen en inderdaad de regie weer bij de raad te leggen en de democratie zijn beloop te laten hebben. Dat is wat ik zie. Ik zal dan nu antwoord gaan geven op de vragen, want het lijkt net alsof ik hier een kruisverhoor moet ondergaan en alsof ik de provincie zou moeten verdedigen. Dat ga ik geenszins doen.

Ik ga u nu uitleggen hoe volgens de PvdA-fractie die zienswijze eruit moet zien. Dus ja, het is goed dat de raad een voorlopige zienswijze indient. De heer Jumelet: Het is geen kruisverhoor en ik spreek u ook niet aan als PvdA-lid, een partijgenoot van de gedeputeerde. Ik spreek u aan als raadslid van de gemeente Lansingerland. U heeft een verantwoordelijkheid als raadslid, als één van de leden van deze raad. We worden als raad overvallen door een brief op een moment dat het voor ons onmogelijk is, voor u maar ook voor ons, om fatsoenlijk te reageren, omdat wij net na de verkiezingen zitten in een proces van collegevorming et cetera. Het is geen kruisverhoor, maar dan verwacht ik van u dat u eigenlijk in die zin ook reageert, maar het lijkt wel of u haast de oorzaak zoekt bij de raad zelf. Ik heb die brief niet gestuurd, ik ben degene samen met 32 anderen die de brief ontvangen heeft. Volgens mij moet u eens kijken onderaan de brief wie die handtekening gezet heeft. Mevrouw Verhoef: Ik weet precies wie die handtekening heeft gezet onder die brief, dus die vraag hoeft u mij niet te stellen.

Ik wil nu graag ingaan op: hoe kunnen wij een nette zienswijze terug sturen naar de provincie? Het enige wat ik heb gezegd is dat de manier waarop menig raadslid zich hier vanavond heeft uitgelaten over die brief, over de brief die de provincie ons heeft gestuurd, dat dat in mijn ogen niet meehelpt. Ik wil nu een voorstel gaan doen over hoe de zienswijze eruit zou moeten zien. De heer De Graaf: Ik wilde graag juist op dit punt reageren. Volgens mij zijn het 2 heel verschillende dingen. Ik heb ook in mijn eerste termijn zware woorden gebruikt en wellicht dat mevrouw Verhoef daaraan refereert. Maar ik heb in diezelfde termijn ook gezegd, dat we juist een heel sterke juridische brief moeten maken, die professionaliteit en zakelijkheid uitstraalt. Uiting geven aan emoties in deze raad en de bevolking staat los van de professionaliteit en zakelijkheid waarmee we de zienswijze gaan neerleggen straks. Het zijn 2 heel verschillende dingen, die prima naast elkaar kunnen bestaan. De heer Blonk: Ik wil nog even reageren, want ik vind dat wij nu, daar loopt mevrouw Verhoef een beetje overheen, wij worden gedwongen om op een gekunstelde wijze een zienswijze in te dienen, want we hebben geen raadsvergadering voor 25 april. Dat is schandalig van de provincie, want ze weten dat dat niet lukt op die manier. Dat vind ik echt niet kunnen.

Mevrouw Verhoef: Ik wil nog even tegen de heer De Graaf zeggen: natuurlijk, die zienswijze die we op schrift stellen kan zakelijk zijn. Als u daar perse een juridisch verhaal omheen wilt hangen, daar gaat de hele raad over, maar u kunt dat natuurlijk inbrengen. Iemand zei niet: de provincie zal wel meekijken. Die ziet natuurlijk ook hoe hier de raad reageert. De emoties zijn duidelijk, maar het ging mij om de verhoudingen en beleefdheidsvormen. Volgens mij heb ik daar nu genoeg over gezegd. U kunt het niet met mij eens zijn, dat is prima, maar dat is wat ik ervan vindt. Goed, graag een zienswijze voor 25 april 2022, daar zijn we het over eens, met redactionele steun van de griffie. De PvdA is het niet eens met de huidige tekst van de concept zienswijze. Wij zouden die tekst graag veel zakelijker houden, dus alleen beperken tot het verzoek aan Gedeputeerde Staten om met het opleggen van de proactieve aanwijzing te wachten totdat het nieuwe college is aangetreden, zodat ook nog het door Gedeputeerde Staten aangeboden overleg kan plaatsvinden tussen het college van Gedeputeerde Staten en het college van Lansingerland. De raad kan dan op basis van de resultaten van dit overleg en eventuele nieuwe

20/30

ontwikkelingen rond de Driehoek met een definitieve zienswijze komen en/of een snel alternatief aanbieden. Zakelijk houden betekent voor ons, dat de passage, ik lees hem even voor. Deze proactieve aanwijzing is volgens de nieuw gekozen raad dan ook niet opportuun, disproportioneel en niet noodzakelijk, wij maken dan ook ernstig bezwaar tegen de door u gevolgde procedure en de ontwerp aanwijzing. Wij roepen het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland op om dit besluit in te trekken. Om die zin niet toe te voegen, want die zin gaat echt niet aan het door de Lansingerland gewenste temporiseren van de besluitvorming bijdragen. Dus houd de zienswijze uitnodigend en zakelijk, zoals ik net heb geformuleerd. Kunt u alstublieft, Gedeputeerde Staten, wachten met die proactieve aanwijzing tot ons college is geformeerd, dan komen wij opnieuw met een zienswijze daarover. De heer Muis: Ik zou graag horen van mevrouw Verhoef waarom we niet zouden mogen zeggen, dat we ernstig bezwaar maken tegen de gevolgde procedure. Volgens mij is iedereen het daarmee eens, dat we hier bezwaar tegen maken, dat we er ernstig bezwaar tegen maken. Dat is ook uit te leggen, volgens mij.

Opportuun, disproportioneel en niet noodzakelijk zijn ook de woorden die het college al heeft gebruikt, dus in die zin is het ook niet heel veel anders of nieuw of erger of iets wat wij dan niet zouden willen noemen. Volgens mij is het al heel zakelijk. Het moet geen lieve brief worden, want we zijn allemaal boos, teleurgesteld, dat dit brakke proces gevolgd wordt nu. De heer De Graaf: De woorden die gekozen zijn in de brief van het college geven heel erg uiting aan wat wij vinden, maar dingen als disproportionaliteit en opportuniteit zijn geen argumenten die in een behandeling van de zienswijze juridisch stand houden, dus misschien moeten we iets zakelijker met een nog meer juridische bril moeten kijken. Mevrouw Verhoef: Ik denk dat ik van de heer De Graaf dus steun hoor om dergelijke woorden, die toch een bepaalde lading hebben te vermijden of op een andere manier kenbaar te maken. Wat ik eigenlijk wil zeggen, de heer Blonk had het over de kloof tussen de burgers en de overheid en de handelwijze van de provincie die formeel gewoon haar bevoegdheid uitvoert. Ik denk dat er eerder sprake is van een kloof tussen ons college en de provincie, als daar in het verleden veel vaker informele, met een telefoontje, gesprekken waren geweest, als er ook nu in de afgelopen weken de telefoon was opgepakt, dan hadden we een heel andere zienswijze geformuleerd.

Als dat was gebeurd rond de Kerst of in januari was misschien die hele brief van de provincie niet op de mat gevallen. Ik denk echt dat we moeten werken aan het goede gesprek tussen de gemeente, tussen het college en de provincie. Dan krijgen we heus wel rek om hier het democratische proces weer goed op de rails te krijgen, dus ik wil echt met nadruk zeggen: maak de zienswijze uitnodigend, vraag om tijd, vraag om ruimte. Maar vraag niet van een overheid die wettelijk een bepaalde bevoegdheid heeft om terug te komen op een besluit, want in mijn ogen werkt het zo niet. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Arends wordt morgen geacht te gaan inspreken. Ik ben benieuwd wat zij nu, na wat ze gehoord heeft, gaat vertellen. Beantwoording college Wethouder Arends: Allereerst mijn waardering door dit agendapunt zo actief hier gezamenlijk te bespreken. En dat was ook nodig, gezien de termijn waar we met elkaar voor staan. Ik vind het goed om al uw gevoelens te horen en dat u dat ook naar elkaar uitspreekt. Dat heeft ook het college in de brief aan u geschreven, dat we graag met u in gesprek gaan, maar vooral ook van u willen horen hoe u hiernaar kijkt, over het gelopen proces. Ook om u te laten weten dat er inderdaad morgen een inspraakmogelijkheid is en dat het college, en ik namens het college, hier gebruik van maakt, van die inspraak.

Ik hoor heel veel consensus met name over de timing, het moment dat het college van Gedeputeerde Staten nu gebruikt om deze aanwijzing naar de gemeente naar u te sturen. En ik hoor consensus over bijna de onmogelijke opdracht gezien de termijn en nieuw te vormen raad, u bent inmiddels geïnstalleerd, maar ook het nieuw te vormen college. Want die afspraak hebben wij gezamenlijk met elkaar gemaakt en die afspraak hebben we ook heel duidelijk met de bewoners gemaakt. Die afspraak is meerdere malen uitvoerig besproken met de gedeputeerde, maar ook in de hele regio Rijnmond als het gaat over de opgave tot meer evenwicht scenario. Dus wat u vandaag, vanavond, met elkaar deelt, is natuurlijk ook een onderwerp ook voor de inspraak morgen, over uw ongenoegen, over het proces, de timing en met name over het democratisch proces, waarvan ik vooral in grote meerderheid van u hoor: geef wat er is beloofd, geef Lansingerland de ruimte om het college te vormen, om met een behoorlijk proces naar de raad te komen en dat zijn beloop te laten. Ook de inwoners konden stemmen en dat was een belangrijk onderwerp voor 16 maart en zij hebben zich daartoe uitgesproken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=78ba741d-4d4f-410b-9531-8d64f2dcbb4d