CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV22.0036] Verslag Commissie Ruimte d.d. 12 april 2022

Commissie Ruimte 17 mei 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering30.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Mevrouw Verhoef: Ik hoor de wethouder zeggen, dat het voornemen om de pauzeknop in te drukken bij de Driehoek Noordpolder veelvuldig gedeeld is met de provincie en regio Rijnmond, maar toch heeft u dat pas schriftelijk meegedeeld aan het provinciebestuur op 23 december 2021, dus ruim een half jaar nadat de raad gezamenlijk met het college op de pauzeknop heeft gedrukt. Klopt dat, of heeft u het eerder al schriftelijk ook kenbaar gemaakt. Want wat u mondeling heeft gedeeld, dat kunnen wij natuurlijk niet weten. Wij hebben eerder dat met elkaar gedeeld, of het schriftelijk is geweest, we hebben een uitgebreide presentatie in de regio gegeven eigenlijk rondom de eerste vraag van de

21/30

provincie: kunt u een stapje meer doen? Welke plannen heeft u nog meer? Daarin is de Driehoek Noordpolder uitgebreid besproken. Daarna is er op vraag van de regio en van de gedeputeerde om hem op de bouwtafel te leggen. Dat is een uitgebreide bespreking geweest met de argumenten waarom wij dat niet verstandig vinden, waarom wij op die pauzeknop hebben gedrukt en het als onderwerp bij de verkiezingen te laten zijn en daarna het democratisch proces met de vorming van het nieuwe college en dat de raad zich kan uitspreken in een besluitvormingstraject richting wel of niet gebruik maken van de woningbouwlocatie Driehoek Noordpolder. Mevrouw Verhoef: Ik wil het nu toch even scherp hebben, want we hebben nu de aandacht van iedereen. U zegt dat u het als college niet verstandig vond om de Driehoek Noordpolder op de 3 hectarenkaart te zetten. Toch heeft het provinciebestuur u in november gevraagd met een brief, tussen de regels door stond daar: wilt u deze locatie op de 3 hectarenkaart houden, dus als woningbouwlocatie aanhouden? Toen heeft u in uw antwoord gezegd: jazeker, want wij willen bijdragen aan de grote woningnood en ook de sociale bouw helpen stimuleren. Dus u heeft zelf actief deze locatie op de 3-hectarenkaart gehouden. Klopt mijn interpretatie? Wethouder Arends: Er zijn 2 dingen die mogelijk door elkaar gaan.

Het eerste gaat over de bouwtafel, dat is een tafel met experts om bepaalde woningbouwlocaties te versnellen. Rondom die tafel heb ik gezegd: dat is niet het juiste moment, want we hebben op de pauzeknop gedrukt. Het andere is: er is een 3-hectarenkaart. Er is letterlijk gevraagd: wat wil de gemeente Lansingerland met de benoeming van de Driehoek Noordpolder op die kaart? Daarvan heb ik gezegd: die kan blijven staan omdat de gemeente Lansingerland nog geen uitspraak heeft gedaan. Sterker nog, u heeft daar in de omgevingsvisie een studielocatie van gemaakt. Het zou niet passend zijn als het college daar zelfstandig een besluit over zou nemen. Dus hij past in het bod, dat we in de regio hebben gestuurd, waar u ook een afschrift van heeft. Dat sluit volledig aan. Maar op dit moment, we kunnen er mogelijk een keer een bespreking van maken, maar voor nu ben ik heel blij dat u op deze manier, misschien met veel kritische woorden, het is mooi dat u dat laat zien, want het gaat over uw bevoegdheid. U bent de hoogste in lijn als het gaat om een wijziging van een bestemmingsplan. Terecht in mijn optiek, dat u zich dat aantrekt. Volgens mij is het goed dat u dat vanavond naar elkaar hebt uitgesproken. Ik vind dat mevrouw het ook keurig aangeeft, uiteindelijk gaat het over een gezamenlijke opgave in de provincie, eigenlijk in heel Nederland. We hebben het nodig dat we samenwerken.

Dan helpt het niet om een proactieve aanwijzing te geven en het helpt ook niet om brieven naar elkaar te sturen, maar wel gezamenlijk die opgave zien en erkennen, maar dan wel het democratisch proces zijn beloop laten met een goede timing, die dan mogelijk de provincie in een later stadium wel of niet zou nemen. Mijn advies is om het in te trekken, dat zal ik morgen kenbaar maken, om het zijn beloop te laten, zodat u in charge bent over uw besluitvormingsproces samen met het college, het nieuwe college. Verder heb ik geen concrete vraag gekregen, maar dat is wat ik nog wilde geven aan u t.a.v. deze bespreking. De heer Blonk: Ik heb een vraag, eigenlijk wil ik die vraag ook naar mijn collega doorsturen, zodat ze in de tweede termijn nog kunnen aanhaken. Wat is nou de juridische waarde van een zienswijze, die de raad heeft opgesteld, maar niet is vastgesteld door de raad? We moeten daar niet op fout gaan, zodat we met een vormfout niet ontvankelijk zijn. Ik zit een beetje met het proces, hoe gaan we dat nou eigenlijk doen? Misschien dat de raad daar ook op in kan gaan, maar misschien heeft u een advies aan de raad. Wethouder Arends: Sowieso is het goed wat de heer De Graaf aangaf om je juridisch goed bij te laten staan. Dat heeft het college de afgelopen periode ook gedaan, precies bekeken wat de juridische status van zo’n aanwijzing is.

Wie zijn belanghebbend als het gaat om het indienen van een zienswijze? Dat hebben we goed uiteengezet. Uiteraard zullen we de kennis delen met u en met uw griffie als u een zelfstandige zienswijze wilt indienen. Hij is ook naar u gestuurd, omdat u het hoogst bevoegd orgaan bent voor het wijzigen van een bestemmingsplan. Maar belanghebbenden zijn er meer, dat kan ook het college zijn, maar dat kunnen ook de omwonenden zijn. Er zijn er meerderen in die zin. De heer Blonk: Het is duidelijk wat u aangeeft, maar mijn vraag is eigenlijk simpeler. Die brief is aan de raad gestuurd en wij willen een zienswijze indienen, maar we hebben geen raadsvergadering. Hoe gaan we dat dan doen? Misschien kan de griffie ons helpen of een wethouder of collega? Ik heb geen idee hoe we dat moeten doen, maar we moeten het wel doen. Mevrouw Verhoef: Ik wil aan de wethouder vragen of het misschien zou helpen als er gewoon een telefoontje wordt gepleegd naar het college van Gedeputeerde Staten en dat gewoon wordt gezegd: kunnen we 2 of 3 of 4 weken uitstel hebben om een zienswijze in te dienen? Zo zou je tot een oplossing kunnen komen. U kunt dat natuurlijk morgen opperen. Wethouder Arends: Om bij het laatste te beginnen: morgen is dat natuurlijk mijn oproep. Ik hoop, dat Provinciale Staten die oproep volgt en ook dat gaat vragen aan het college.

Daarom is het ook zo belangrijk om mondeling morgen een toelichting daarop te geven. U krijgt zoveel brieven, dat is bij PS ook, bij Provinciale Staten ook, daarom is het zo belangrijk dat ik er morgen ben en dat laat weten en eigenlijk letterlijk vraag dat Provinciale Staten aan GS vraagt om hem in te trekken dan wel in het uiterste geval om hem aan te houden. De heer Blonk vraagt terecht: hoe werkt dat juridisch als we als raad niet meer bij elkaar komen? U kunt natuurlijk te allen tijde een raadsvergadering inlassen om het nog feitelijk te besluiten. Dat zou kunnen. U zou de opdracht in die optiek aan ons kunnen geven, aan het college kunnen geven, waarin u het voorstel doet wat de inhoud daarvan moet zijn, want het college is belanghebbend en is bevoegd tot een zienswijze. In de brief hebben wij aangegeven: mocht er voor die datum nog geen nieuw college zijn, dan kan het demissionair

22/30

college hem indienen. Dus dat kan namens u. Het is even aan u of u wilt kiezen voor een extra vergadering waarin u hem zelfstandig besluit. Of we doen dat in samenspraak. Als wij van de griffie horen, dat u het daar mee eens bent, u stelt hem op en u bent het daarmee eens, dan kan het college hem namens u sturen aan de provincie. Dat zijn 2 opties, mogelijk kunt u in de tweede termijn aangeven wat u daarin het meest passend vindt. Tweede termijn De heer Muis, D66: Om met het laatste te beginnen, het is natuurlijk wel zo praktisch als we in samenspraak met de griffie en met de woordvoerders een zienswijze maken, die het college dan namens de raad op de post kan doen en ervoor zorgen dat het er komt. Daar kan iedereen in de tweede termijn op ingaan, ik denk niet dat we de hele raad bij elkaar hoeven te roepen om dat formeel te besluiten in een vergadering met een opening en catering et cetera. Dan het verzoek: waarom geen telefoontje? Er is natuurlijk verzocht om een brief, om een reactie, om een zienswijze. Bellen altijd. Dat haakt ook aan op een ander punt, daar heeft mevrouw Verhoef misschien best gelijk, daar heeft ze op zich best een punt, het gaat om de verhouding met de provincie. Dit mag natuurlijk nooit gebeuren, dit had natuurlijk nooit mogen gebeuren, maar de situatie is dat het is gebeurd.

Dan moet je mee in het spel van: iemand stuurt je een brief en dan moet je erop reageren. Maar hier komt nog wel iets achteraan, dat we dit niet willen in de toekomst. We moeten elkaar niet verrassen als besturen. We willen dit zien te voorkomen door het gesprek aan te gaan. Volgens mij kan heel goed wat mevrouw Verhoef zegt in de zienswijze worden opgenomen, dat het college, het nieuwe of het oude, gewoon het college, want we hebben geen demissionair college, er is gewoon een college, dat het college met de provincie hierover in gesprek wil, even los van die zienswijze. Dat moeten we gewoon in de brief opnemen. Heel goed te horen dat verschillende partijen al met de Statenfracties bezig zijn, het CDA, de CU, misschien anderen ook. Het Statenlid van D66 is in het weekend al langs geweest bij de Driehoek Noordpolder, dus ik denk dat het voldoende bekend is morgen wat er aan de hand is. Ook nog even een reactie richting mevrouw Verhoef. De provincie weet natuurlijk ook allang wat er aan de hand is. Ik kan me niet voorstellen dat al die ambtenaren een werkbezoek organiseren en dan niet weten welk proces wij hier met elkaar hebben afgesproken. Dat kan ik mij niet voorstellen.

Het komt van 2 kanten, ook van de provincie, zij weet dat wij hier met elkaar in een ingewikkeld proces zitten en dan toch tegen beter weten in een werkbezoek brengen, daar geen bewoners bij uitnodigen, daar geen college bij uitnodigen, daar geen raadsleden bij uitnodigen. Ja, je kan het kwalificeren zoals je wilt, maar ik vind het in elk geval niet netjes. Dan even bij de woorden niet opportuun, disproportioneel en niet noodzakelijk, ik heb het even opgezocht. Volgens mij is dat heel makkelijk op te lossen. Niet opportuun is niet op het geschikte moment, daar kan je het moeilijk niet mee eens zijn. Dan zeg je gewoon: niet op het geschikte moment. Disproportioneel is niet het middel om de opgave voor meer sociale woningen in Lansingerland te bereiken. Dus volgens mij is dat ook heel helder, dat het niet proportioneel is t.a.v. dit doel. Dus die zin zou je er ook voor kunnen gebruiken. En niet noodzakelijk, ja, ik weet niet wat er erg is aan niet noodzakelijk, volgens mij kan dat blijven, want het is niet noodzakelijk. Tenzij je zegt: dit gaat van tafel, we gaan in gesprek, dan is het niet noodzakelijk. Maar volgens mij zijn we dat station al gepasseerd. Volgens mij hoor ik heel veel overeenstemming om een brief te sturen, waar we niet al die woorden gebruiken zoals op facebook en twitter, zelfs tiktok klaarblijkelijk met een dansje erbij.

Het zal vast een heel nette, juridische maar toch stevige brief kunnen worden, ben ik van overtuigd. Dank u wel. De voorzitter: Ik heb even overleg gehad met Karin aan mijn rechterzijde. Wat is er nu handig in deze? Ik hoor: telefoontje, mondeling enzovoorts. Het zou kunnen zijn dat wij als commissie als raad, het college de opdracht geven om een brief op te stellen. De brief kan ter consultatie naar degenen die hier woordvoerder zijn geweest: is dit de inhoud die wij naar de provincie willen sturen? Dat lijkt mij een heel goede, want dan kan de zienswijze gewoon ingediend worden. Dat zou mijn voorstel zijn, de wethouder heeft dat al enigszins naar voren gebracht. Wethouder Arends: Ik wil hier toch even op reageren. U stelt voor dat het college met een voorstel komt. Volgens mij zou het ook nog heel krachtig zijn, dat u namens de raad met de griffie een zienswijze opwerkt. De voorzitter: Volgens mij hebben we dat gemeld, dus bij deze. Een raadsbrief. De heer Blonk, L3B: Ik wil toch even terugkomen op het kieskompas. Er was een vraag: mag er gebouwd worden in de Driehoek Noordpolder. Mee eens, zegt de PvdA, zeer geschikt voor woningbouw, het probleem voor ontsluiting van de Driehoek is dan ook op te lossen. Mevrouw Verhoef zei, dat de PvdA niet zo uitgesproken was, maar ik vind dit heel erg uitgesproken.

Mevrouw Verhoef: Ik word een beetje gek van de heer Blonk, want hij haalt dingen aan, hij citeert dingen, ik weet niet welke kieswijzer u bij de hand heeft, maar er wordt weldegelijk gezegd: onder de voorwaarde dat. Misschien moest het in 30 woorden en past het er niet op, maar ik word er een beetje gek van dat alle ballen op de PvdA worden gezet vanavond. Wat hier op tafel ligt is de relatie tussen de provincie en onze gemeente. Daar moet u

23/30

zich zorgen over maken en niet over de PvdA. De heer Blonk: Ik maak me zeker zorgen, dat heb ik ook geuit samen met Michiel Muis en bijna alle andere fracties. U gaf in uw termijn aan: nee, bij ons is dat helemaal niet duidelijk, of er wel of niet woningen gebouwd worden. Dan denk ik: dan moet ik even kijken wat zo iemand in het kieskompas heeft gezet, want het kieskompas was een onderdeel van de verkiezingen die we onlangs gehad hebben. Dan citeer ik uit wat u aangegeven heeft. Dat zijn minder dan 30 woorden, die ik zojuist aangegeven heb. Ik begrijp niet waarom u daar zo boos over wordt, want u heeft dat zelf geschreven. Voorzitter, ik ben het eens met uw voorstel om het op die manier te doen. Dank u wel. De voorzitter: Laten we het daar over hebben en niet allerlei zijpaden nog even ingaan. Wat ik naar voren gebracht heb, daarvan is de vraag: bent u het daarmee eens of niet mee eens? Dat zou ik prettig vinden, zodat we de discussie niet gaan overdoen. De heer Jumelet, WIJ: In de eerste termijn heb ik, maar ook anderen, me emotioneel uitgesproken over hoe wij aankijken tegen de brief, zoals die op 17 maart geland is in dit huis. Ik vind dat we die ruimte moeten nemen, want dat maakt de politiek ook veel duidelijker en ook aansprekender, omdat je laat zien hoe je er feitelijk in zit. Dat wil niet zeggen, dat de brief emotioneel zou moeten zijn aan de provincie.

Dat wordt een zienswijze. De heer De Graaf, groot gelijk, laten we hem zakelijk houden, want anders wordt het wel heel ingewikkeld. Dat laat niet onverlet dat wij in dit huis, in deze vergadering best emotioneel mogen uiten, want anders wordt het wel heel erg mechanisch, dan staan we wel heel erg ver van wat wij beleven. De discussie die gevoerd werd aan het einde van de eerste termijn, toen dacht ik: dat illustreert nou eigenlijk de onmogelijke positie waar we in gemanoeuvreerd worden, dat wij moeten gaan nadenken: hoe kunnen wij op een goede manier een juiste, een formeel juiste zienswijze indienen. Het is toch te gek voor woorden, dat wij in die positie door een ander bestuursorgaan worden gedrukt? Dat maakt toch ook wel dat de emotie in die zin ook wel terecht is. Ik ben het hartstikke eens met het voorstel dat gegeven is, linksom of rechtsom, we moeten gewoon een goede zienswijze. Ik ben ook hartstikke blij dat de wethouder morgen gaat inspreken en ook de bewoners. Laten we maar flink op het orgel gaan als het daar om gaat. Ik hoop van harte, wij hebben geen provinciale vertegenwoordiging, Wij Zuid-Holland bestaat nog niet, wellicht is dat een volgende stap, maar ik hoop dat de partijen met vertegenwoordiging in de provincie hun mensen ook mee krijgen en Gedeputeerde Staten tot de orde kunnen roepen en zeggen: joh, trek die brief in.

Toch nog een opmerking over wat mij dan toch wel weer raakt, wat de wethouder zegt: we hebben het besproken, we hebben het gedeeld aan allerlei tafels. Die brief van 17 maart, het is toch eigenlijk te gek voor woorden dat dit gebeurt. Het is niet iets wat de provincie niet weet, ze wist het, ze weet hoe we erin zitten, in welk proces we zitten. Los van de inhoud, ik blijf het toch een heel bijzondere manier van omgang vinden ook vanuit de provincie. Daar wil ik het even bij laten. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Ondanks alles wat er gezegd is zojuist, blijf ik toch staan achter de woorden die ik gebruikt heb in mijn eerste termijn. We mogen hier best wel krachtig op reageren. Wij hebben niet gevraagd om een proactieve zienswijze, dus ik vind best dat daar passend op geantwoord mag worden. Ik ben het eens met het voorstel zoals het nu is uitgesproken, dat de raad samen met de griffie een voorstel maakt en dat dat uiteindelijk door ons college gestuurd wordt naar Gedeputeerde Staten. Ik wens mevrouw de wethouder succes morgen bij het inspreken. Als ook omwonenden misschien gaan inspreken: alle succes. Hier wil ik het bij laten. De heer De Graaf, VVD: Nog een paar woorden. Ik denk dat we het verder kort moeten houden, want de tijd hebben we hard nodig om een brief te fabriceren met elkaar de komende dagen. Eens met het voorstel nogmaals.

Goed om een juridisch begaafd persoon mee te nemen bij de revisie van die brief. Het gaat er niet om wat wij krachtig vinden of passend vinden of dat we op het orgel moeten in die brief, het gaat erom dat er in de brief argumenten staan die juridisch steekhoudend zijn, waardoor de provincie er niet omheen kan. Daar zouden we oog voor moeten houden bij het opstellen en uitwerken van de brief. Verder rest mij de wethouder succes te wensen bij haar inspraak morgen. Ik hoop dat dat succesvol is. De heer Hofman, CU: Ook wat ons betreft eens met de insteek zoals die benoemd wordt door diversen. Toch ook richting mevrouw Verhoef en de heer De Graaf: het is goed om in de zienswijze ook voor te sorteren op een stuk herstel van de relatie. We hebben vanavond hier voldoende emotie geuit. Ik denk dat het goed is om misschien van de heel grote woorden weg te blijven in onze zienswijze om daarin uiting te geven aan dat we samen met de provincie hier uiteindelijk uit willen komen. We zitten ergens een beetje op het strafbankje van de provincie, dat is een positie waar we niet al te graag in willen zitten. Op hele scheve verhoudingen zitten we niet te wachten. Wat mij betreft stellen we ons stevig doch constructief op. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik zal even aan de heer Muis uitleggen waarom ik zat te tellen. Er werd gesproken eerder over een extra raadsvergadering uitschrijven.

Dat is inmiddels van de baan, maar toen ik aan het tellen was nog niet. We hebben natuurlijk niet 33 mensen nodig, we hebben een quorum

24/30

nodig, dus dat zijn er 17. Inclusief de voorzitter zitten we hier met 12, dus dan zouden we er 5 mensen bij moeten trommelen, dan zouden we in principe heel snel een raadsvergadering kunnen regelen. Dat is niet meer nodig, want de brief wordt gemaakt. Over de toon van de brief en de inhoud, het is goed om daar iemand bij te hebben. Aan de andere kant wil ik zeggen: het is geen 1566, wij zijn de gemeenteraad van Lansingerland en niet Hendrik van Brederode. De gedeputeerde is niet Margaretha van Parma. Het hoeft geen smeekschrift te zijn, we kunnen best stevig zijn in de brief. Ook stevig kan je nog steeds heel professioneel zijn. Daar wil ik het bij laten. Mevrouw Verhoef, PvdA: Er is nog een aantal punten die ik wil maken, maar ik houd het heel kort. Ik wil allereerst toch even benadrukken, dat de aanwijzing van het college komt van Gedeputeerde Staten en niet alleen van de gedeputeerde Anne Koning. Net als hier, het hele college is verantwoordelijk. Ik hoor sommige fracties zeggen: we hebben niet gewacht op een proactieve zienswijze. Maar als je heel eerlijk kijkt, de heer Hofman had het ook over het strafbankje, ons college heeft het natuurlijk wel uitgelokt door niet bepaald vaart te maken met de bouw van sociale woningen. Helaas treft het nu de Driehoek, maar het had ook een andere locatie kunnen zijn, waar de provincie had gevraagd: joh, maak daar nou eens vaart.

Het belangrijkste lijkt mij, u wilt toch voor 25 april deze zienswijze indienen, dat kan, u kunt ook wachten tot het nieuwe college er is en gewoon om uitstel vragen. Maar als dat zo niet in de meerderheid van de raad ligt, dan zal ik dat niet opperen. Ik zou zeggen: doe de zienswijze op de post als raad. We hebben er nu ook als commissie over gesproken, ik zie niet waarom het van het college moet komen. Volgens mij hoor ik de wethouder zeggen: het is krachtig om ook als raad dat signaal te geven. Ik vind het heel belangrijk dat die zienswijze niet een toon heeft van: we zullen de Provinciale Staten eens even de les lezen. Sorry, het college van Gedeputeerde Staten. Het mag van ons een stuk constructiever, uitnodigender. Daarom opperde ik ook: haal nou bepaalde zaken eruit. Ik hoorde daar in de vorige termijn wel steun voor, nu hoor ik dat wat minder. Ik weet niet of er nog een rondje gemaakt gaat worden om de tekst aan te passen, want dan zou ik daar nog wel het e.e.a. in willen editten. De heer Muis: Ik zou graag willen weten van mevrouw Verhoef wat voor opdracht ze haar Statenlid mee gaat geven voor morgen.

Hoe ga je hier heel lief en fatsoenlijk, nou, fatsoenlijk natuurlijk wel, maar hoe ga je heel lief zeggen dat je het er niet mee eens bent? Wat voor opdracht gaat mevrouw Verhoef mee geven? Mevrouw Verhoef: Het gaat er volgens mij niet om dat je het er niet mee eens bent. Je kunt aangeven: onze raad, onze gemeente in samenspraak met onze inwoners heeft tijd nodig om het democratische proces zijn beloop te laten hebben, kunt u op zijn minst die actieve aanwijzing niet nu doen maar later, als u hem al doet, zodat we de tijd hebben om dat democratische proces weer op te pakken? Wat we nu eigenlijk zeggen is: trek hem terug. We lezen het college van Gedeputeerde Staten de les. Ik vraag me af of dat de manier is om dat te doen. Of dat je zegt: wacht even, we hebben tijd nodig, we willen graag eerst in overleg gaan met het college, liefst het nieuwe college, wat de provincie aanbiedt, er wordt ruimte geboden, pak die hand aan, laat dat gesprek tussen college en provincie eerst plaats vinden. Op basis daarvan ga je dan verder in gesprek. Ik heb het idee dat we nu eigenlijk zeggen: jullie hebben een fout besluit genomen, een foute brief, neem het terug en we zijn boos. Ik weet niet of dat de oplossing is.

De heer Jumelet: Ik vraag me af als ik de woorden van mevrouw Verhoef hoor, de woorden van de wethouder: staat u nou eigenlijk voor uw bevoegdheid of niet als raad? Het lijkt wel of u zoete broodjes wilt bakken bij de provincie: we gaan niet de les lezen. Er gebeurt hier iets waar wij als raad van willen zeggen: wij willen niet dat dit gebeurt. In een zienswijze mag je toch aangeven: wij hebben hier een proces en u gaat als een olifant door een porseleinkast en dat zint ons gewoon niet, wij willen recht doen aan afspraken die we gemaakt hebben. Of ziet u dat anders? Ik totaal niet plaatsen dat u zegt: we gaan de provincie niet de les lezen. Dat doen we ook niet, we vragen gewoon: trek dat ding in. We gaan gewoon doen wat we afgesproken hebben in een democratisch proces. Ik begrijp niet waar u heen wilt. Mevrouw Verhoef: Trek gewoon dat ding in, als u dat niet de les leze vindt, meneer Jumelet. Ik heb gezegd wat ik wilde zeggen. Waar ik vooral op aan wil sturen is: zend wel een zienswijze in, houd hem constructief, stuur aan op dat gesprek, zorg dat je de ruimte krijgt enzovoorts. U kunt in meerderheid natuurlijk zeggen: we schrijven de brief zoals die nu in dat stukje tekst staat. Dan zou ik zeggen: shoot yourself, maar ik zet mijn handtekening er niet onder op die manier. De voorzitter: Mevrouw Arends niets meer te melden? Nee? Helder.

Kort gezegd: er komt een brief, opgesteld door een aantal mensen in samenspraak met de griffie. Dan de opdracht zoals ik recent al heb medegedeeld. We gaan verder niet meer in discussie hierover. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Geactualiseerde Bodemnota en Bodemkwaliteitskaart De heer Jumelet, WIJ: De bodemnota. Ik zou haast het woordgrapje willen maken: we hebben hem grondig doorgenomen. Dat is heel flauw op dit tijdstip. Het is een lijvig stuk. Mijn fractie vindt het er allemaal heel erg goed uitzien. Eigenlijk hebben we hier geen vragen of opmerkingen verder bij. Wat ons betreft is het een hamerstuk.

25/30

De heer Meuldijk, L3B: Ik zou willen beginnen met less is more. Dat geldt met name voor deze nota kwaliteitskaart: minder regels, meer gebruiksgemak levert dat op. Dat zie je dan maar. Het is wel goed om te zien dat PFAS de aanleiding was voor de actualisatie. De DCMR evaluatie uit 2020, daar komt dat naar boven. Goed om dit te zien en ook van belang voor deze gemeente voor de ruimtelijke ordening. Voor de gebiedsontwikkeling is het goed om dat op orde te hebben. Ik ben ook blij met de mandatering aan het college om daar in te grijpen waar nodig, zodat de actualisatie in het vervolg gemakkelijker en sneller kan. Feitelijk zie je hier een stukje circulaire economie terug komen door het hergebruik van grond, die circulaire economie, we zijn er echt naar onderweg. Goed om te zien. Ik ben erg blij met de vragen, de goede en relevante vragen van de heer Hofman naast mij. Ik ben nog blijer met de beantwoording, want daar blijkt heel duidelijk, uit die bevredigende beantwoording dat niets de ontwikkelingen voor Bleizo in de weg gaat staan. Ook daar weer: heel fijn. Dan met permissie, ik kijk naar de voorzitter, de griffie en het ambtelijk apparaat, ik hoop dat het mij vergeven is vanwege mijn nieuwheid in deze contreien, dat ik nog niet de route heb gevonden via griffie naar ambtelijke ondersteuning voor vragen, dus ik wil ze hier dan toch met permissie wel stellen.

Ik begrijp dat daar nu misschien geen antwoord op is, op die vragen, dan is het uiteraard prima als die schriftelijk komen, maar even vanuit mijn nieuwsgierigheid en mijn nieuwigheid in deze gemeente op dit terrein. Zo ben ik benieuwd naar de opslagplaatsen van grond, hebben wij daar voldoende ruimte en capaciteit voor in onze gemeente? Ik kan me voorstellen dat er verschillende opslagplaatsen zijn. Gewoon een interesse om te weten hoe dat zit. De gemeente Lansingerland kenmerkt zich met heel veel gebiedsontwikkelingen en we leveren, voor zover ik heb begrepen, alle grond bouwrijp op aan de projectontwikkelaars. Dan rijst mij de vraag: ik neem aan dat we dus goed hergebruik hebben van de voorbelastingpakketten. Tot slot, we hebben hier de leuke constellatie dat we 2 hoogheemraadschappen hebben binnen onze gemeentegrenzen, dat maakt het soms wat diffuser en lastiger. Ik weet als geen ander dat er weleens problematiek kan zijn met de opnameplicht van alle baggerspecie. Dus ook daar weer, nogmaals, ik weet dat het een technische vraag is: loopt dat goed bij beide hoogheemraadschappen, zit er nog onderscheid in? Daar ben ik erg nieuwsgierig naar, hoe dat verder functioneert. Voor de rest verder zeker een hamerstuk, het zijn louter technische vragen vanuit mijn interesse. Daar wilde ik het bij laten.

De heer Ammerlaan, CDA: Ik ben ook nieuw in deze commissie en ik had begrepen dat het meestal lang kan duren, maar ik heb ook verbeteringen gehoord. We hebben gelezen dat de bodemkwaliteitskaart verouderd was en hersteld moest worden, geactualiseerd worden. We kunnen er heel veel over lezen. DCMR heeft er heel goed naar gekeken. Wat handig en fijn is, is dat bij maatschappelijke en economische ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren het uitgangspunt is. Bij het opstellen is het vereenvoudigd. Nou, dat willen we graag horen. Wat ook fijn is, dat voor zowel gemeente als voor derden de besparingen positief financiële gevolgen hebben. Dan krijgen we een beetje geld binnen, altijd makkelijk, niet uitgeven. Kort gezegd: hamerstuk. Punt. De heer Jumelet, VVD: De bodemnota is wat ons betreft een goede stap in de richting van duurzaam en efficiënt beheren van de bodem en ondergrond van onze gemeente. Naast dat het natuurlijk ook gewoon wettelijk verplicht is. Wat ons betreft een goede zaak, maar we moeten ook kritisch kijken naar deze nota. Hieruit voort komend hebben wij de volgende vraag. In de samenvatting van het raadsvoorstel wordt gesteld, dat met het vaststellen van dit grondstromenbeleid er meer grondstromen kunnen plaats vinden zonder dat daar voorafgaand de kwaliteit van de grond moet worden onderzocht.

Dit, terwijl er gesteld wordt in het voorstel dat het grondstromenbeleid milieu-hygiënisch moet zijn. Dat er voldaan moet worden aan de toetsingsnormen die zijn opgesteld in hoofdstuk 4.3 op pagina 23 van de nota bodembeheer, terwijl we vooraf geen controle moet worden uitgevoerd. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? De heer Van der Stad, D66: De D66-fractie kan akkoord gaan met het actualiseren van de nota en kaart. De versimpeling, zodat bedrijven en inwoners gebruik kunnen maken van de informatie uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente leidt tot een groter gebruiksgemak. De gemeente en derden besparen hiermee tijd en kosten. Wat ons betreft een hamerstuk. De heer Hofman, CU: Wat ons betreft gaat dit ook een hamerstuk zijn. Ik ben blij met eloquente nieuwelingen in de raad, want ik had exact dezelfde vraag als de heer Jumelet, maar ik had hem nooit zo eloquent kunnen verwoorden. Dank u wel. De heer Duk, GL: Omdat duurzaamheid zo’n belangrijke drijfveer voor het opstellen van dit stuk is, schuif ik vandaag nog even aan bij uw vergadering. Door het voorliggende stuk wordt het vereenvoudigd om grond te hergebruiken. Dat is een duurzaam uitgangspunt en daar is GL dan ook erg blij mee. Uiteraard hangt het er wel vanaf hoe dit vereenvoudigd wordt en daar maak ik me wel zorgen.

Door minder regels te hebben en grotere hoeveelheden grond zonder eerst onderzoek naar ernstige vervuiling

26/30

te hergebruiken, lopen we een verhoogd risico dat mensen of natuurlijk op ernstig vervuilde grond komen te wonen. Dat lijkt me niet gezond voor mens, dier en plant. Er wordt gesproken over het verruimen van de normen voor grondgebruik bij de functie wonen. Dat beangstigt zij. Vooral als ik zie dat de normen voor kwik van 0,83mg/kg grond naar 4,8 gaan. Bij lood is van 210 naar 300. Chloor van 0,002 naar 0,1. DDT verdubbelt van 0,2 naar 0,4. Cadmium van 1,2 naar 3,7. PCB van 0,04 naar 0,25. En andere zware metalen vaak 3 maal zo hoog zijn als de landelijke norm. Waar zijn deze grote verschillen op gebaseerd? Is er onderzoek gedaan naar de invloed op de volksgezondheid? Wat is deze invloed dan? Is het bijvoorbeeld met zulke waarden nog wel veilig om in de achtertuin groente te telen? Voor schooltuinen, volkstuinen en speeltuinen geldt er een veel strengere regel dan voor de achtertuin van huizen. Tuinen, die volgens de gemeente zoveel mogelijk onverhard en groen moeten zijn, plekken waar kinderen in de aarde wroeten, kruiden worden geteeld, maar ook waar de GGD-norm voor lood wordt overschreden. Waar mensen komen te wonen mag de grond volgens dit voorstel vele malen viezer en ongezonder zijn dan de landbouwgronden. Het uitgangspunt lijkt vooral geldbesparing te zijn geweest, maar tegen welke kosten? Ik hoor graag van de wethouder hoe groot deze risico’s kunnen zijn.

Ook hoor ik graag waarom dit soort grote afwijkingen van de landelijke en nu geldende normen niet duidelijk worden benoemd in het raadsvoorstel. Toen ik het raadsvoorstel las, dacht ik dat het om een vrij weinig ingrijpend technisch verhaal zou gaan, dat primair verlaging van kosten zou meedragen. Er wordt niets verteld over de GGDnormen die niet gehaald worden of de risico’s die daarbij horen. Dat is ook terug te horen bij de woordvoering van een aantal van onze voorgangers. Ik sluit af met de hoop uit te spreken, dat de wethouder mijn zorgen weg kan nemen, desnoods schriftelijk. Mocht dat niet het geval zijn, dan overweegt GL een amendement. Mevrouw Biharie, PvdA: Ik vind het heel goed, dat er nu een nieuwe bodemnota ligt. Voor ons is het een hamerstuk, maar ik heb een kleine opmerking. Er wordt gesteld, dat het een vereenvoudiging is tot groter gebruiksgemak voor onze burgers. Alleen vraag ik me af, de betrokkenheid d.m.v. burgerparticipatie is omdat het technisch zou zijn niet meegenomen. Voor de volgende keer als de update zou komen vind ik het wel belangrijk dat inwoners in onze gemeente steeds meer bewust worden van hun leefomgeving, wat ik heel belangrijk vind. De gemeente heeft een zorgplicht daarvoor. Dus een klein voorstel / advies voor de volgende keer: neem de burgers dan mee. Als het te technisch is, praat de taal van de inwoners, maar neem ze wel mee.

Daar wil ik het bij laten. Voor ons is het een hamerstuk. Dank u wel. De voorzitter: Ik heb heel vaak gehoord: een hamerstuk. Maar er zijn ook vragen, waaronder technische vragen. Kijken wat voor oplossing daarvoor is te vinden. Beantwoording college Wethouder Arends: Inderdaad veel technische vragen, maar dat zegt maar eens in deze nieuwe raad en in deze nieuwe commissie hoe u geïnteresseerd bent in onze bodem. Want het is belangrijk dat we goed kijken: wat zit er allemaal in die bodem. En dat we een beetje gezond, of, we willen gezond leven. Elke 5 jaar moet het geactualiseerd worden en dat was nu ook echt nodig. Normaal is het een collegebevoegdheid, maar het gaat echt over de gebieden en daar bent u als raad bevoegd in om deze vast te stellen. Ik heb het geluk gehad, dat een aantal vragen vooraf naar mij toe kwamen, zodat ik enigszins antwoord kan geven. Een aantal is niet tot mij gekomen, ik probeer daar toch een deel antwoord op te geven. Mocht er nog iets ontbreken, stel dat dan in de tweede termijn, dan ga ik die voor u schriftelijk afdoen, zodat u de informatie voor de raadsbehandeling tot u heeft gekregen. De heer Meuldijk is erg geïnteresseerd in de grond, dat hoor ik graag.

Ik heb ook onlangs dit dossier overgenomen van de vertrekkende wethouder, mijn collega en ik hebben alles waargenomen, dus voor mij was het ook even zoeken: hoe gaat het met onze grond? Drie vragen. De eerste gaat over de voorbelasting. Dat gaat met name over schoon zand, dus niet over vuil, met name schoon zand. Er is voldoende capaciteit in de gemeente om te voorzien in de opslagplaatsen. Die opslagplaatsen vallen onder de wet milieubeheer. Dat gaat dus niet alleen hier over, maar het valt ook onder een andere wet, waar iedereen zich ook aan moet houden. Er is ook een vraag door mevrouw Biharie gesteld, die ging over de vereenvoudiging voor burgers. Dit is een document dat met name gericht is op de professionals. Als het gaat over woningbouw, of een bedrijf die de grond in moet of een ontwikkeling ergens in een gebied, dan worden er onderzoeken gedaan. Met name dit document geeft houvast, geeft de kaders mee, de regels mee voor met name de professionals. Maar dan komen we wel op de bewoners. Meneer Duk had het vooraf vanmiddag even aan mij laten weten, maar u heeft er nog veel meer vragen bij bedacht, maar ik probeer in ieder geval even uw zorg weg te nemen, want u heeft een terechte zorg: ik zie verschil in het gebied als het gaat over de moestuinen en als het gaat over wonen en een gewone tuin.

Kunnen we nou onze kruiden en onze plantjes, met name groenten, in onze tuin en kunnen we dat dan nog eten? Een goede vraag. Er is inderdaad verschil. Wat er dagelijks gegeten wordt uit de moestuin, daar worden nu in de wetgeving strengere regels aan gegeven. Dat betekent niet dat als er ergens een woning is of er wordt

27/30

een woning gebouwd, dat dat verontreinigd mag zijn. Dus bij elk bouwbesluit moet er een onderzoek zijn, dat het geen verontreinigde grond is. Dat moet schone grond zijn. Of de bewoners moeten zelf van alles in hun tuin flikkeren, zou de heer Fortuyn zeggen, dan is het een andere situatie, dat kunnen we niet helemaal beoordelen. Maar waar een vergunning wordt afgegeven, moet het voldoen aan het bouwbesluit en dan moet er sprake zijn van veilige, niet verontreinigde grond. De vragen stelt u nog even in de tweede termijn, dan gaan we die schriftelijk voor u afdoen. Wat wel extra is, de normen zijn ook gericht op de GGD adviezen. U noemde ook het lood, u noemde allerlei, die heb ik niet allemaal onthouden, maar zeker ook het lood is heel belangrijk, want daar is uitgebreid onderzoek in de gemeente naar gedaan. Gelukkig ten opzichte van andere gemeenten staat het er in de gemeente Lansingerland veel beter voor, maar dat is met name voor spelende kinderen. Als er lood in speeltuintjes is, moet dat echt uit de grond gehaald worden, want dat is echt schadelijk voor kinderen. De heer Duk: De wethouder gaat eigenlijk niet in op de vraag waarom er bijna drievoudig of zelfs meer dan drievoudig, waarom er gekozen wordt voor een norm die veel hoger ligt dan de landelijke norm? Dat vind ik wel een vrij essentiële vraag.

Het lijkt me vrij logisch, dat ik die in de eerste termijn beantwoord krijg. Wethouder Arends: Dat kan ik nu niet beantwoorden, in de eerste termijn niet, ik weet het niet. Maar ik ga er wel voor zorgen, dat u voor de raadsvergadering het antwoord heeft, want dat vind ik recht doen aan deze vraag. Het is ook belangrijke informatie, dat u die tot u krijgt voor het besluit in de raadsvergadering. Dan de heer Jumelet junior van de VVD. U stelt een terechte vraag. Er is een uitgebreid antwoord. Ik heb hem gelukkig vooraf gekregen, dus ik kan u voorzien van een uitgebreid antwoord. Het antwoord luidt: er is voorafgaand aan het opstellen van de bodemkaarten in beeld gebracht wat globaal de bodemkwaliteit binnen de gemeente is, per deellocatie, door middel van reeds eerder gemonsterde grond, informatie uit database van bodemonderzoeken van afgelopen jaren, maar het is ook aangevuld met nieuw veldonderzoek, dat speciaal voor deze nota is uitgevoerd. Dat was ook nodig in het kader van de hele problematiek van PFAS. Er vindt ook altijd nog een controle voorafgaand aan het grondverzet plaats. Elke partij grond die wordt verplaatst moet worden getoetst. Dat wordt ook gedaan door de DCMR, dat is ons uitvoerend orgaan als het gaat om milieu en de toetsing daarop. Zij ontvangen hiervan een melding via het landelijk meldpunt van bodemkwaliteit.

Voor de toetsing wordt de integraal verzamelde gegevens uit de bodemkaarten gebruikt of zo nodig met aanvullende gegevens. We hebben gezocht in deze nota naar een evenwicht tussen het faciliteren van een nieuwe ontwikkeling, dus minder regeldruk en de tijdrovende, dure onderzoeksplicht en aan de andere kant het behoud te verbeteren van onze bodemkwaliteit. De bodemnota en de kwaliteitskaarten zijn zorgvuldig opgesteld en wij menen dat het recht doet aan de bodemkwaliteit. Dit beleid is met name bedoeld om grondverzet en de grondstromen te faciliteren. We hebben veel grondverzet binnen de gemeente, omdat we natuurlijk ongelooflijk veel ontwikkelen, dat is echt een grote opgave voor ons. Dat is tijdrovend en het zijn kostbare onderzoeken. Zeker voor de toekomst is dit heel erg belangrijk, omdat we nog heel veel gebiedsontwikkelingen met elkaar doorgaan. Even check, check, check. Wat ik heb kunnen beantwoorden, heb ik beantwoord. Alleen, er is nog een vraag van de heer Duk, maar ik stel voor om dat schriftelijk af te doen. De voorzitter: Dat lijkt mij een uitstekend idee. Is er een tweede termijn nodig? Tweede termijn De heer Hofman, CU: Ik heb mij voor mijn vraagstelling weliswaar aangesloten bij de heer Jumelet, ik weet niet of hij vindt dat zijn vraag afdoende beantwoord is.

Bij het oprekken van grenzen daar waar het gaat om hoe groot partijen moeten zijn voordat ze gekeurd moeten worden, als we dat nu gaan doen, dat kan met argumenten omkleed heel prima zijn, maar het antwoord dat ik heel graag wilde proeven van de wethouder is: als we dit nou over 5 jaar nog een keer gaan heroverwegen, hebben we daar dan spijt van gekregen? Dat heb ik in de beantwoording van de wethouder niet zo goed terug gehoord. Doen we dit met redenen omkleed? Of doen we het enkel om less is more, minder regeldruk? Want dan zitten we niet helemaal in de goede beargumentatie, wat mij betreft. Dat wilde ik nog even proeven van de wethouder. De heer Duk, GL: Ik heb niet zozeer een vraag, maar ik wil nogmaals mijn verbazing uitspreken over het gemak waarmee deze commissie de verdrievoudiging van de normen zomaar even met een pennenstreek lijkt goed te keuren. Ik kijk heel erg uit naar de beantwoording van de wethouder, maar zoals het er nu uit ziet gaat GL absoluut met een amendement komen. Wethouder Arends: Ook die wil ik graag schriftelijk beantwoorden, zodat die eenduidig is, ook voor de hele raad. Dat ik niet mogelijk iets verkeerds zeg, want ik wil dat u het juiste antwoord krijgt. De voorzitter: Het e.e.a. gehoord hebbend, beluister ik dat er een amendement komt van GL. Wordt vervolgd.

28/30

7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: We hebben een keurig overzicht gehad, een voortgangsrapportage, zoals we die altijd gewend waren. Is er nog aanleiding om een vraag te stellen? De heer Van der Stad, GL: Blijkbaar is de voortgangsrapportage sinds het afgelopen weekend tot ons gekomen, dit stuk is mij vanavond pas opgevallen. Volgens mij is herhaaldelijk in deze commissie aangegeven, dat we de rapportage tijdig willen ontvangen. Graag verneem ik welke actie hierop uit gaat en wanneer deze ingaat. Daarnaast worden er 2 correcties gemeld omtrent de opwaardering van station Rodenrijs. Het eerder gecommuniceerde krediet lijkt een paar ton te verschillen en er wordt een kredietoverschrijding gerapporteerd van meer dan 10%. Ik mis in de rapportage een oorzaak van de overschrijdingen, met de mededeling dat de planning niet is gehaald blijf ik in het duister tasten. Graag opheldering. Daarnaast mis ik een update over de HSL, zoals eigenlijk in een technische vraag beantwoord is door het college en die is niet opgenomen. Waar is deze gebleven? Wethouder Fortuyn: Voor zover ik de vragen verstaan heb, het was een beetje lastig voor mij om op te nemen, ik kan er niets aan doen, maar ik zit een beetje aan de zijkant. U had een vraag over die overschrijding. Wat we hier doen is een vooraanmelding voor een overschrijding die we zien aankomen.

Het is deels veroorzaakt door een urentoerekening die niet in het project neergezet zijn. Zoals u weet zijn we in de begroting bezig en ook in de projecten om ook die uren te rekenen die voorheen in de overhead geparkeerd zaten in de projecten zelf te zetten om de projectscope en de kosten ook duidelijk in beeld te brengen. Dat is hier een correctie. Er zijn wat tegenvallers geweest, waar we tegenaan gelopen zijn, met name in de ondergrond. Wij vonden het wel zo correct om in ieder geval tijdig aan de bel te trekken en in de zomerrapportage komen we er uiteraard op terug. We wilden niet pas de zomerrapportage afwachten. Dat even in antwoord op die kostenoverschrijding. Dan over de voortgang van de geluidsschermen HSL, een correcte opmerking. Door een omissie was die tekst niet opgenomen, ik heb hem wel hier voor me liggen, maar die is ook niet meer bij u terecht gekomen, maar ik kan er wel op antwoorden. De werkzaamheden voor het vervangen en verhogen van de geluidsschermen lopen op schema. Ter hoogte van de Anturiumweg wordt in week 22 gestart met het uitnemen van de elementen en in week 50, dus eind van dit jaar, is het gereed. Ter hoogte van Berkel noord, ook richting Anturiumweg, wordt op dit moment het betonwerk gegoten en wordt in week 36 de gereedheid verwacht. Het laatste stuk ter hoogte van het Offenbachplantsoen wordt ook op dit moment aan gewerkt.

Daar worden de nieuwe stijlen en plinten in week 30 geleverd en dan is het klaar. Andere werkzaamheden ter hoogte van Berkel en Bergschenhoek zijn gereed. Dus het grote deel bij de Anturiumweg is week 50, de rest week 30, zo rond de zomer, na de zomer is dat klaar. Dat de update, ik zal hem nog even op laten sturen, zodat u het terug kan lezen. In een omissie is die tekst niet mee gekomen in de verslaggeving. Met betrekking tot wanneer, dat is altijd een beetje lastig. In mijn belofte is voor het weekend. Waarom het niet voor het weekend gekomen is, kan ik uitzoeken als u daar behoefte aan heeft, maar iedereen zet zich ervoor in om het gewoon voor het weekend te doen. Het college neemt het ter kennisname aan op de dinsdag zelf. Dat is zo afgesproken, ik ben gemandateerd om de stand van zaken gewoon door te sturen hier. Waarom het te laat is gekomen, excuus ervoor, het is niet doelbewust gebeurd. Wethouder Arends: Ik zou graag een actualiteit uit het college hier willen geven. Het college heeft uitgebreid stil gestaan bij de voortgang van de woningbouw locaties Lange Vaart en Merenweg in Bleiswijk. Ook het volgen van het participatieproces. De rondvraag die later op de avond wordt ingediend van de heer Blonk, over een second opinion van het verkeersonderzoek, sluit hier eigenlijk naadloos bij aan.

Ik betrek deze dan ook graag in de actualiteit, maar mocht u daar nog vragen over hebben, verneem ik dat nog graag. Op 24 februari dit jaar heeft de gemeenteraad het masterplan voor de woningbouwlocatie Lange Vaart en Merenweg vastgesteld. Hierbij zijn 4 moties aangenomen, waaronder de second opinion voor het verkeersonderzoek. De gemeenteraad heeft daarnaast nadrukkelijk aandacht gevraagd voor het goed betrekken van de omgeving bij de verdere planvorming. Het college heeft de toezegging gedaan hiervoor een participatieplan op te stellen. Het college constateert enerzijds de behoefte om voortgang te behouden en anderzijds de wens om eerst de spelregels van het participatieproces vast te stellen met u. Het opstellen en vast stellen van een participatieplan kost tijd aan de voorkant, maar wij geloven erin, dat dat zich naar verwachting terugbetaalt in het verdere proces. De afweging dient gemaakt te worden over welke onderwerpen geparticipeerd wordt en de wijze waarop deze participatie gaat plaats vinden. Dit geldt mogelijk ook voor de second opinion van het verkeersonderzoek. Wordt dit op basis van de beschikbare informatie door het college uitgevoerd of vindt hierover participatie plaats omdat burgerparticipatie bestuurlijk en politiek een belangrijk speerpunt is en wordt voor de komende jaren.

Wij achten het juist belangrijk om deze afweging niet door het huidige college te laten maken maar juist door uw nieuwe raad en het nieuwe college. Wat we nu aan het doen zijn is de ambtelijke voorbereiding voor u als raad om dat participatieplan voorgelegd te krijgen en daar

29/30

ook over te buigen, waar eigenlijk die 4 moties een onderdeel krijgen en dus ook die second opinion. Dat was mijn actualiteit in combinatie met een reactie op de rondvraag. De heer Blonk, L3B: Prima dat de wethouder mijn rondvraag erbij betrekt, maar mijn rondvraag had 4 vragen en u antwoordt er maar op 1. Wat is de stand van zaken betreffende uitvoering van deze motie? Hoe luidt de opdracht voor de second opinion? Welk bureau gaat de opdracht uitvoeren? Wanneer kan de raad het rapport verwachten? Dat is n.a.v. die motie, waarin met name de second opinion met spoed, stond er in het dictum, en onafhankelijk van al de uitgevoerde onderzoeken uit te laten gaan. Nu geeft u aan: daar heb ik nog niets aan gedaan, dat schuif ik door naar het volgende college. Daar ben ik niet zo blij mee, eerlijk gezegd. Ik heb trouwens deze vragen samen gesteld met Arjen Hofman van de CU. De voorzitter: Ik ga u onderbreken, ik zit naar de klok te kijken. We hebben nog gigantisch veel rondvragen. In mijn optiek zouden die allemaal schriftelijk beantwoord kunnen worden. Ik ben bang dat we hier nog heel lang mee doorgaan. Misschien dat uw vragen ook schriftelijk beantwoord kunnen worden. De heer Blonk: Daar ben ik niet blij mee, want de wethouder betrekt in haar spreekbeurt onze rondvragen. Natuurlijk, want die heb ik vanmiddag ingeleverd, dus die heeft zij kunnen zien.

Zij gaat erop in en ik geef aan, dat ik er niet blij mee ben, dat die second opinion nog niet gedaan is, terwijl die wel met spoed en onafhankelijk van al die andere onderzoeken uitgevoerd moet worden. Waarom is het dan niet gedaan? Het is 2,5 maand geleden. De voorzitter: Dit is dan de enige rondvraag die gedaan wordt. We laten die andere rondvragen allemaal schriftelijk beantwoorden. De heer Jumelet, WIJ: Wat die rondvragen betreft akkoord, maar ik vraag me af, het is best wel even een mededeling, het is niet even iets. Ik hoor wat de wethouder zegt en ik hoor wat meneer Blonk zegt, indachtig de discussie in februari. De vraag die ik mezelf stel: hoe kunnen wij hier nou op reageren? Ik zou er wel aan hechten, dat we als raad daar mededeling van krijgen, zodat we het terug kunnen leggen in onze fractie. Maar ik ben ook wel even op zoek, we kunnen de discussie aangaan, dan wordt het vanzelf 01.00 uur, maar ik ben ook een beetje op zoek: waar gaan we het over hebben dan? Of gaan we in de volgende commissie of in de raad het gesprek aan over de mededeling die wordt gedaan? De voorzitter: Daar zit ik zelf ook mee. Ik heb het angstige gevoel, dat dit misschien weleens lang zou kunnen duren, tenzij de wethouder er heel kort op in kan gaan. Wethouder Arends: Ik zou er kort op in kunnen gaan, maar het hangt dan weer af van de reactie.

De heer Blonk en de heer Jumelet, het is echt een dilemma op dit moment. Er zijn 2 keuzes, als u zegt, los van burgerparticipatie: wij willen dat die motie gewoon op zijn merites wordt uitgevoerd, dan zeg ik u toe, dat we die gaan uitvoeren. Maar we hebben een uitgebreide discussie gehad, meermaals doen we dat op elke gebiedsontwikkeling, over burgerparticipatie. U heeft daar aandacht voor gevraagd bij elke stap in het vervolgproces. U heeft gevraagd om een uitgebreid participatieproces en een plan. Er is een toezegging door het college bij u op gedaan. Met al die moties en ook de toezegging van het participatieplan wil ik alleen maar aangeven, dat het een dilemma van het college is, dat aan beide recht wil doen. Aan de ene kant willen we recht doen aan die snelheid en aan de andere kant een uitgebreid, zorgvuldig participatieplan dat vastgesteld moet worden door u en dat proces. Maar als u hier mij laat weten of in de raad van 12 mei laat weten: voer hem uit, zoals die letterlijk is, zonder burgerparticipatie. Dan voeren we die uit. Maar ik wil u vanavond vooral het dilemma voorleggen met uw behoefte aan de ene kant aan participatie en een plan vooraf voor elke vervolgstap en aan de andere kant de 4 moties waaronder de second opinion. Dat is mijn reactie. De heer Blonk: Ik begrijp het, hoor.

Ik denk dat we het moeten doen op de manier zoals u dat zegt, maar ik wil er wel op aandringen, dat zodra het nieuwe college er is, dat het één van de eerste dingen is die ze oppakken. De voorzitter: We gaan hier geen discussie over hebben. We stoppen ermee. Wordt vervolgd. 8. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: De commissie is net begonnen, dus die hebben we niet. 9. Verbonden partijen De voorzitter: Dat denk ik ook nog niet. 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 23.40 uur: Ik stel voor de rest van de rondvragen schriftelijk te behandelen, want het wordt een herhaling van zetten zoals we de afgelopen 4 jaar gehad hebben en ik wil wel graag naar huis. Ik hoop dat u het daar mee eens bent. Allemaal dank voor uw inbreng. Laat uw pasje in het systeem zitten, dat niet iemand van facilitair denkt: waar is dat pasje gebleven. Rustig laten zitten. Ik dank u. Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

30/30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=78ba741d-4d4f-410b-9531-8d64f2dcbb4d