[BV22.0008] Verslag CIE Ruimte d.d. 13 januari 2022 open
Tekst van het document
Het sluitstuk is op een gegeven moment een webinar, waarin breder wordt gecommuniceerd: dit zou de uitkomst zijn die we naar de raad willen presenteren, maar mag voor u geen verrassing zijn, dit zou de uitkomst zijn. Als die verwachting niet goed is gecommuniceerd, en dat beluister ik bij u, dat dat de inzet was van het webinar en dat het niet was om nogmaals te raadplegen, dan gaat er iets mis. Dan is de verwachting niet goed gewekt, ik zeg niet dat het zo is, maar het zou kunnen zijn, en ik beluister bij u dat het zo is, vervolgens ontstaat er onvrede. Dat begrijp ik volledig. Ik zou me echt kunnen voorstellen, dat we dit aspect van de participatie, die reeks eigenlijk, zo weer gebruiken als een casus, volgens mij is er binnenkort een uitgebreide beeldvorming met u over participatie in het algemeen, waarin een aantal casussen gezocht wordt. Laten we dit terug filmen, zou ik willen voorstellen, ik spreek een beetje voor collega Fortuyn, maar ik ben nou eenmaal als eerste aan zet bij het masterplan, dit als casus om te kijken wat nou de lessen zijn. Dat over het webinar en de Nachtegaallaan, dat wil ik even bij collega Fortuyn zo neerleggen, daar is hij beter toe geëquipeerd. Mevrouw Verhoef: Ik denk dat de heer Fortuyn straks gaat uitleggen waarom hij niet ter plaatse is gaan praten met de inwoners van de Nachtegaallaan, bijvoorbeeld samen met de projectleider.
Ik denk dat de heer Fortuyn daar nog op komt. Dank u. Wethouder Van den Beukel: Ik wil verder gaan, even een check vanuit mijn ooghoeken op de vragen die ik heb genoteerd. Ik heb een digitaal lijstje. Volgens mij is het passend om op dit moment het stokje over te geven aan collega Fortuyn. Dat zou mijn voorstel nu zijn. De voorzitter: Dat lijkt mij ook, over ontsluitingen en alles wat met verkeer te maken heeft. Wethouder Fortuyn: Goedenavond allemaal, ook aan de insprekers. Laat ik eerlijk zijn, ontsluitingen, nieuwbouw, verkeerstoename is altijd een hot issue en ik denk ook terecht. Ik heb de insprekers ook gehoord. De insprekers hebben ook een punt, maar dat punt wordt gebaseerd op wat in de directe beleving beleefd wordt. Een ontwikkeling waarbij kijken naar hoe we het beste een gelijkmatige verdeling in het gebied realiseren. Voor ik daar aan begin, wil ik toch even 2 dingen kwijt. Meneer Van
21/35
der Voort geeft aan, dat ik geweigerd heb om te komen, maar daar wil ik toch even op reageren, ook dat ik niet gereageerd heb op een mail. Ik heb weldegelijk gereageerd op een mail en in de laatste mail aan meneer Van der Voort heb ik nadrukkelijk gesteld, dat het plan inmiddels door het college heen is en dat er in de commissie ruimte over gesproken wordt op 14 januari, vandaag en dat er gelegenheid is om in te spreken. Dat is het proces dat we uitlopen. Tegelijkertijd richting mevrouw Verhoef, dat wil niet zeggen dat ik niet ben wezen kijken. Ik ken Bleiswijk redelijk goed, ik zal niet zeggen op mijn broekzak, maar ik ken Bleiswijk redelijk goed. In de Putterstraat woont een goede, oude bekende van me, daar kom ik regelmatig. Ik heb een aantal jaren gewoond aan de Hoefweg, ik weet hoe het centrum in elkaar zit, ik weet hoe de ontsluiting is via de Götzenhainsingel en Kastanjelaan. Ik weet de problematiek op de Hoekeindseweg, Merenweg en ik ken ook de problematiek rond de N209. Dus ik heb een redelijk beeld van wat zich afspeelt binnen de verkeerscirculatie van de gemeente Bleiswijk. Ik ben ook wezen kijken in de Nachtegaallaan. Daar rijd je inderdaad niet zo snel in. Als je op de Lijsterlaan bent en je wilt naar de IJsvogellaan of anderszins, dan rijd je niet snel de Nachtegaallaan in. Inderdaad, dat is een rustige weg, dat onderken ik ook.
Er zit een parkje en er staan bomen en het is best een heel leuk, lief straatje. Maar datzelfde straatje, als je goed kijkt en zo heb ik ook een beetje gekeken, dan zie je ook dat de woningen, het zijn 3 huizenblokken, aan de kopse kant aan de Nachtegaallaan zijn gepositioneerd. Dat is een soort beeldvorming, die overloopt in de Buizerdstraat, een cirkel om weer terug te komen op de Lijsterlaan richting IJsvogellaan. Mevrouw Verhoef: De wethouder schetst nu de prettige momenten, die hij gezellig in de Lijsterlaan heeft gehad tijdens een wandeling, maar mijn vraag is: waarom ging u niet in gesprek met de inwoners? U zegt: we waren bezig met het masterplan en nu mag u komen inspreken. U kon toch op uw klompen aanvoelen, dat we nu vertraging oplopen omdat u suggesties die er al maandenlang lagen van inwoners niet heeft geprobeerd in te breien in het masterplan. Wethouder Fortuyn: Dat zou betekenen, dat ik al maanden en maanden terug aangesloten zou zijn bij de wensen van bewoners. Dat is niet waar. Er is een klankbordgroep geweest, er zijn gesprekken geweest, er zijn onderzoeken geweest, Goudappel Coffeng heeft verschillende berekeningen gemaakt, dus die berekeningen zijn met elkaar gedeeld.
Afijn, het hele proces dat bij een normaal masterplan hoort, daar waar het woonwijken betreft en inbreidlocaties is de verantwoordelijk wethouder met de beleidsmedewerker adviseurs van de verkeersafdeling, die ernaar kijken, wat de meest voor de hand liggende of optimale ontsluitingen zijn om een wijk te projecteren. Ik ben pas in de laatste periode, terwijl het masterplan al klaar was en richting college was, ben ik geconfronteerd, dat is ergens in december geweest, is er al een eerdere inspraak geweest en meneer Van der Voort heeft toen de fracties uitgenodigd om eens te komen kijken. Dat is dus gebeurd. Vervolgens heb ik later een beeld gekregen van de heer Van der Voort met het verzoek. Toen heb ik aangegeven: het is al door het college heen, u krijgt uiteraard de gelegenheid om het gesprek aan te gaan als inspreker. Zo zitten we hier nu vanavond ook, want alle ruimte wordt nu ook gegeven en aangehoord. De meeste fracties zijn ook geweest, want het was een uitnodiging naar het Web toe. Ik denk niet dat daar iets mis gegaan is. Tegelijkertijd wil dat niet zeggen, dat ik mij niet op de hoogte stel van wat daar zich afspeelt. Ik heb inderdaad in die locatie gelopen, ik heb er ook doorheen gereden, ik weet waar we het over hebben. Het kan niet zo zijn, dat de beeldvorming is, dat ik vanaf de tekentafel of vanuit het gemeentehuis of vanuit mijn woning dit beoordeel.
Ik zie ook, dat de opmerkingen die gemaakt worden hout snijdt. Maar op hetzelfde moment kijken we naar een planontwikkeling van 650 woningen. De heer Duk: Is het nou werkelijk zo, dat de heer Fortuyn pas te horen kreeg vanuit het ambtelijk apparaat wat de plannen waren van de omwonenden toen het al door het college was? Wethouder Fortuyn: Dat heeft u mij niet horen zeggen. Ik zit u net te schetsen wat er gebeurd is. In die hele planvorming, in het masterplanvorming, is veel overleg geweest met het ambtelijk apparaat, zowel op verkeerskundig niveau, de medewerker kent de heer Van der Voort, want er is gesproken met de diverse bewoners in de omgeving. Er zijn onderzoeken geweest, meneer Kuiper weet dat ook, er zijn onderzoeken gedeeld en uiteindelijk is er een keuze gemaakt. Dat klopt. In die keuze, in de tussentijd heeft meneer Van der Voort ingesproken ook in de commissie en de fracties uitgenodigd om een keer te komen kijken. Het probleem waar de heer Van der Voort terecht uit zijn zorg mee komt, u kond te laten doen van het feit dat hier een ontsluiting gaat plaatsvinden, dat is gelopen. Later kreeg ik een mail van de heer Van der Voort en daar heb ik op geantwoord, dat het inmiddels door het college heen is en dat hij gelegenheid krijg om in te spreken in de commissie. Dat is de status waarin het verkeert.
Even dat gezegd hebbende, want anders blijven we hier een beetje hangen op dat punt. Het gaat ook om de inhoud. Als we zo’n gebied ontwikkelen, dan denk ik dat het toverwoord, dat bedoel ik niet negatief, maar wel een belangrijk woord is wat mijn collega Van den Beukel heeft gezegd. Het is niet zo, dat als we vandaag besluiten morgen het bestemmingsplan hebben neergezet en dat overmorgen daar 650 woningen staan. Zo werkt het niet. Het is een ontwikkeltraject, dat mogelijkerwijs 10 jaar gaat duren. En in die 10 jaar zie je dat er successievelijk een woonwijk gaat ontstaan. Wat we vanavond gehoord hebben is er een grote behoefte met name voor ouderenwoningen en misschien wel een artsenpraktijk, om aan de Lijsterlaan te gaan beginnen, omdat het ook gemeentegrond is. Het is dus een ontwikkeltraject dat zich door de jaren heen gaat ontwikkelen. Het is dus ook niet zo dat er opeens 700 tot 1.200 auto’s door de Nachtegaallaan gaan rijden vandaag of morgen, dat is niet aan de orde. Het is een groeimodel dat er gaat gebeuren. Als je kijkt naar die wijk,
22/35
dan heb je 2 vervoersstromen, dat zijn de bewegingen, die over de N209 gaan, daar kom ik zo op terug, maar richting N209. Dat zijn mensen die of naar het zuiden gaan en richting Rotterdam willen c.q. het mooie Berkel centrum of het mooie Bergschenhoek of op familiebezoek gaan binnen de gemeente, maar in ieder geval de zuidelijke kant kiezen of eventueel de A16. Of je ziet ze richting de A12 gaan. De heer Jumelet: Waar ik tegenaan loop, is het feit dat u zegt dat we over een periode van 10 jaar gaan bouwen, dus die drukte op de Nachtegaallaan wordt elk jaar 10% hoger. Zo interpreteer ik wat u zegt: dan kunnen de inwoners er lekker aan wennen en als het 100% is dan zijn ze er zo aan gewend, dat ze het niet meer merken. Dat is natuurlijk een drogreden, want je gaat dat stukje Nachtegaallaan dermate belasten na een periode als het volledig is en daar zitten de bezwaren. Het is toch een heel grote ontwikkellocatie waar we eigenlijk met een blanco vel beginnen. De argumenten zijn bij de raadsvragen, dat het verkeerskundig en stedenbouwkundig eigenlijk niet de voorkeur heeft om de weg naar de andere kant van de sloot te brengen. Dan moet je misschien iets andere uitgangspunten hanteren waardoor het beter ingepast kan worden en het toch mogelijk is.
Waarom blijft u star vasthouden aan de ontsluiting via de Nachtegaallaan? Wethouder Fortuyn: Ik zou willen vragen om me uit te laten praten, want het is natuurlijk een totaalverhaal. Op die Nachtegaallaan kom ik echt nog wel terug. Dus we hebben de noord/zuid route op de N209, met welke bestemming gaan we dat doen, heb ik net uitgelegd. Men gaat niet uit de Merenweg de N209 nemen om vervolgens op de noordkant van Bleiswijk naar slagerij De Wit te gaan. Dat lijkt me niet voor de hand liggend. Of de Götzenhainsingel nemen of de Kastantjelaan en vervolgens de IJsvogellaan om te proberen bij Albert Heijn of De Wit te komen. Wat doe je? Je gaat kijken welke bewegingen worden er nou gemaakt in zo’n woonwijk? Je ziet de forenzen, waar ik het net over gehad heb. En je ziet ook de ouderen, ook de mix aan woningen, je ziet ook mensen die graag boodschappen willen, meneer Van den Beukel wees er al op, de voorzieningen willen we ook referent houden, om in het mooie centrum bij bakker Ammerlaan brood te kunnen halen of bij de Jumbo de boodschappen te kunnen doen. Wie is er niet gek op het vlees en het assortiment van slagerij De Wit of bij Albert Heijn of een foto-shoot te doen bij Rianne Kokke. Met andere woorden: je moet ook een ontsluiting voor het bestemmingsverkeer centrum goed organiseren.
Dat daar wellicht een deel van het verkeer meeloopt op de N209 bij de Hoekeindseweg de Merenweg te ontlopen en vervolgens bij de Heulslootweg de A12 route te pakken, ja, dat zal er ook tussen zitten. Maar je moet naar het evenwicht kijken en spreiden. Het spreiden is ongelooflijk belangrijk. Naarmate je iets af gaat knijpen, dan krijg je een waterbed effect. Over de Götzenhainsingel zal ik weinig problemen hebben, want dan ga ik langs de hangout, dat is prima, maar vervolgens kom ik wel aan de Kastanjelaan uit en dan kom ik ook weer op een andere woonwijk, waarvan de huizen met de voorzijde aan de straat zijn gepositioneerd, dat is ook niet de meest makkelijke ontsluiting. Dus die verspreiding is belangrijk. Als je uit gaat breiden, krijg je inderdaad meer verkeersbewegingen en wij kijken zo goed mogelijk naar de spreiding in dat gebied. Dan kom ik meer specifiek uit bij de Nachtegaallaan. We praten over een straat van 100 of 150 meter. Het is een reeds aangelegde weg. Er zitten 3 woonblokken, waarvan de aansluiting met de kopse kant aan de wegzijde zitten. Dat is een technische benadering, maar het is ook een leefkwaliteitsbenadering. Die inrichting is nog niet definitief bepaald.
Met andere woorden, in de verdere uitwerking willen wij met de bewoners kijken hoe we tot een optimale inrichting kunnen komen van die straat? Kunnen we hem verleggen? Dan kom ik weliswaar in discussie met meneer Duk, want dan zouden we een stukje van het park opheffen, maar we zouden dat aan de andere kant kunnen compenseren, omdat je bomen gaat kappen. Daarmee kom ik meteen op de vraag die WIJ en meneer Van der Voort hadden, wat zijn jullie nou aan het doen, zijn jullie al bezig met bomen kappen, lopen jullie al voor te sorteren op? Dit is gewoon regulier onderhoud. Het hoort bij de bomenzorg en toevallig dat in de Buizerdstraat en dat deel van de Nachtegaallaan het bomenonderhoud, het struikenonderhoud op dit moment gebeurt. Er is geen enkele vooruitlopende activiteit om die bomen te kappen. Dat is niet aan de orde. Dan heb ik dat ook even beantwoord en uit de lucht gehaald. Wij willen dat goed inrichten. Als u zegt: je kan hem ook over de sloot heen halen. Die sloot is toevallig een deel van de watergang, die ook in het historische lint past. Als we daar een brug bouwen en hem naar de andere kant dan heeft dat een financiële component, want dan moet je echt naar de doelmatigheid hiervan gaan kijken. Natuurlijk, ik hoor meneer Van der Voort zeggen: het geeft mij meer woongenot, dat geloof ik ook direct, want je hebt minder verkeer.
Maar tegelijkertijd komt er een verkeerskundig probleem aan de orde. We hebben al een ontsluiting bij de Lijsterlaan, die ligt hoger naar de N209, maar die ligt niet zoveel hoger, want die zit vlakbij de Leeuwerikstraat. We hebben ook de Anne Frankschool en dan gaan we 50 meter verderop weer een kruising creëren om vervolgens bij de Nachtegaallaan 50 meter verderop weer een kruising te ontmoeten. Je gaat daar op de Lijsterlaan, waar openbaar vervoer rijdt, waar fietsers rijden, die maken er ook veelvuldig gebruik van, gaan we er weer een kruising bij creëren. Dat vinden wij verkeerskundig onwenselijk. Dat is de reden waarom wij niet halsstarrig vast houden, want u kunt altijd anders besluiten, maar om gewoon feiten, basis, spreiding en verkeersveiligheid vinden wij dat de Nachtegaallaan op deze wijze de meest ideale ontsluiting is. Daarbij speelt dat in de planuitwerking we volop de bewoners gaan betrekken om tot een optimale, voor zover het optimaal kan worden want er komt verkeer op de straat, dat is helder, dat is onvermijdelijk, om het zo optimaal mogelijk in te richten. De heer Duk: Is de wethouder bereid om dit verhaal schriftelijk uitgebreider te doen, zodat wij
23/35
als raad ook echt de goede overwegingen kunnen maken, welke variant gepast is. Wethouder Fortuyn: Ik zal vragen aan de griffie of dit verslag schriftelijk uitgetikt kan worden, volgens mij gebeurt dat al. De voorzitter: Deze vergadering wordt uitgetikt. Het is een commissievergadering. De heer Duk: Dat is uiteraard niet wat ik bedoel. Ik bedoel: dit is een mooie samenvatting van een verhaal, dat ik uitgebreid terug wil kunnen lezen, waarbij echt op details ingegaan kan worden en waar het een grondig onderbouwd verhaal kan worden en niet een paar korte zinnen. Wethouder Fortuyn: Om een discussie te voorkomen, de ambtenaren luisteren mee, ik heb inmiddels een bevestiging, dat we hier schriftelijk op gaan reageren en duidelijk zullen maken de beweegredenen, de argumenten, die ik zojuist genoemd heb om die op papier te zetten, zodat er een goede afweging gemaakt kan worden, waar meneer Duk om vraagt. Ik vind het ook terecht, maar ik dacht dat teruglezen van het verslag voldoende zou zijn, maar dat blijkt het niet te zijn. Maar we gaan eraan voldoen. Er staan nog vragen open, twee vragen staan er open. Eerst de N209, omdat ik op de Merenweg zit en de Merenweg-omgeving. Die fasering, u weet allen dat 21 januari er een gesprek plaats vindt met de provincie. We zijn aanvankelijk begonnen met de verkeersveiligheid en we zijn aanvankelijk begonnen met geluidsschermen.
Vervolgens zijn in de afgelopen jaren o.a. de bouwplannen erbij gekomen en de A16, maar dat wisten we natuurlijk al, dat is een kwestie van moniteren wat het effect daarvan is. We hebben de veiligheid gehad van een weg, die al jaren een probleem is en we hebben nu de bouwplannen van o.a. Wolfend, Merenweg en Lange Vaart. Nog daarbij komen de gigantische ontwikkelingen die gaan plaatsvinden op de Klappolder. Kortom, de hele N209 werd allemaal nog een keer fragmentarisch bekeken. Dan heb ik nog vergeten te noemen de fietsveiligheid bij de verschillende kruisingen op de N209, waarbij ook over fietstunnels gesproken wordt. Dat is de reden, dat ik met de heer Zevenbergen als gedeputeerde afgesproken heb om een routing te maken langs alle projecten waar ik het nu over heb. Projecten, die 3, 4 jaar geleden nog niet bekend waren, 2 jaar geleden nog niet eens bekend waren, Merenweg was een jaar geleden nog niet bekend, of 1,5 jaar. Kortom, we zullen naar een integrale aanpak moeten komen, ook vanuit de provincie want het is een provinciale weg, om een integrale aanpak beet te pakken. We moeten af van die fragmentarische aanpakken of fragmentarische problemen, we moeten nu de scope volledig neerzetten. Dat ga ik doen met meneer Zevenbergen om te komen tot een integrale aanpak van de N209.
Net als bouwen, het is niet zo als je daar al de oplossingen voor hebt, want er zal echt goed over nagedacht moeten worden, dan is het ook morgen niet geregeld. Dus in diezelfde fasering van de bouw zullen we met elkaar gezamenlijk op moeten trekken om te kijken wat er eerst moet om in ieder geval een doorstroming te doen. Dat is een planning, dat zullen we met elkaar goed af moeten stemmen. Maar het ophouden om eerst de N209 op te lossen om dan te bouwen, dat zou ik u niet adviseren, want dan gaan we in de vertraging en dan stellen we heel veel inwoners teleur, de ouderen die hun woning willen verlaten om gelijkvloers te gaan wonen, maar ook de jongeren, ook de starters en de sociale woningbouw. Dat is uiteraard een afweging die u maakt, ik zou hem in ieder geval niet maken. Dan even terug naar de Lange Vaart. De heer Jumelet: Ik begrijp wat de wethouder zegt, maar wat ik mis, en dat miste ik ook in de beantwoording van onze raadsvragen ook op dit onderwerp, er wordt geconstateerd dat er een gesprek plaats vindt, dat de wethouder een integrale aanpak voorstaat, dat is allemaal hartstikke goed, maar ik vind het ook nog wel een beetje vrijblijvend. Als de provincie feitelijk niet thuis geeft, dan staan we daar met ons goed gedrag, maar dan gebeurt er natuurlijk zo weinig.
Mijn vraag is: hoe gaat nou de wethouder of hoe gaat het college de druk op de provincie opvoeren of creëren, waardoor het gesprek meer is dan een vrijblijvend gesprek wellicht met de gedeputeerde, maar dat de urgentie gevoeld wordt: Lansingerland moeten we echt uit de brand gaan helpen, want er ligt een weg uit de jaren ’50, die anno 2020 en 2022 en de komende jaren totaal niet meer passend is. Ik begrijp aan de ene kant de bevlogenheid van de wethouder als het gaat om de integrale aanpak, maar ik mis in het verhaal: hoe gaat hij de gedeputeerde staten zodanig bewerken, zodat zij met ons mee gaan doen? Wethouder Fortuyn: Als je in onderhandeling gaat, want het gaat hier gewoon om grote bedragen, laten we daar niet moeilijk over doen, u kunt zelf ook een beetje rekenen, is het ook niet handig om de onderhandelingen al hier via de raad te bespreken, welke tactiek of strategie wij gaan doen om druk te zetten op de provincie. Dat lijkt me niet handig. Ik zou graag willen, dat u dat even bij mij laat liggen. U bent van harte uitgenodigd om een keer een kop koffie te drinken op enige afstand, en ik hoop dat er wat ruimte komt dit weekend, om dit met u te bespreken of een keer in een setting, dat we over de strategie kunnen praten, maar om de strategie nu hier in de commissie te gaan bespreken lijkt me niet handig.
Ik hoop, dat u dit aanvaardt, anders wordt het wel erg lastig en ingewikkeld. De heer Jumelet: Ik begrijp het. De heer Markus: Wij snappen dat de oplossing van de N209 tijd kost, maar ziet de wethouder ook in, dat de oplossing op de N209 ook een direct raakvlak heeft met doorstroming o.a. de Leeuwerikstraat, de Nachtegaallaan enzovoorts. De oplossing die we daar kiezen heeft ook een relatie met de ontsluiting van de Merenweg locatie, zoals we die voor ogen hebben. Dat is toch een 1 op 1 relatie? Zou de wethouder daar nog nader op in willen gaan? Wethouder Fortuyn: Ja, die relatie is er ook, die relatie is er. De kruising bij de N209 is de meest ongelukkige kruising die ik kan bedenken. Ik heb vaak genoeg in de file gestaan. Wat we wel doen is nu de Merenweg in de voorrang te zetten. Ook gaan we kijken hoe we dat bij de fietsers veiliger kunnen maken. Wij stoppen keurig netjes voor de fietsers, terwijl ze geen voorrang hebben. Die hele kruising moet goed bekeken worden. Laten we eerlijk zijn, het is bij inbreidlocaties, dat doe je hier ook al is het
24/35
weliswaar aan de rand, in een dorpsstructuur die eeuwen oud is, dat blijft lastig. Daar kunnen we heel erg ingewikkeld over doen. Ik kan een randweg maken om Bleiswijk heen, maar dan kom ik bij het recreatieschap in conflict. De heer Van As: Mijn vraag is eigenlijk beantwoord. Het ging over de onderhandeling. Dank u. Wethouder Fortuyn: Dit zijn wel majeure beslissingen, dus prima. Het gaat ergens om. Ik voel ook de pijn, die sommige burgers hebben of de zorgen die ze hebben, dus ik wil ook wel daar even de ruimte voor krijgen. Als we over de Lange Vaart praten, daar is ogenschijnlijk het verkeersprobleem minder urgent dan bij de Merenweg. De Merenweg is echt wel een probleem. Bij de Lange Vaart is in de burgerparticipatie inmiddels besloten dat er op de Lange Vaart een knip komt. Eentje richting de Edisonstraat en de ander richting de Hoefweg. De Hoefweg is nou ook niet de meest ideale weg. Daar heb je die knik en daar heb je De Beren en dan kom je op de Heulslootweg uit en dan kom je ook op de N209. Ook die ontsluiting moet verder bekeken worden. Maar daar zien we vooralsnog niet het grote probleem. Het grote probleem zit aan de zuidzijde, dat is de Merenweg.
Die kruisingen inclusief Klappolder, inclusief de noordkant, inclusief de zuidkant, inclusief De Kulk, inclusief de fietsveiligheid, inclusief de A16, het zijn allemaal problemen, inclusief de parallelwegen, die ook nog een keer van de provincie zijn, en het fietsverkeer, het moet integraal opgepakt worden. Dat kan niet met elke keer een fragment. Alleen de kruising aanpakken aan de zuidzijde is niet de oplossing van N209. Natuurlijk is het een oplossing, tijdelijk, voor de Merenweg, maar we zullen dat integraal op moeten pakken. Ik hoop dat u mij de ruimte geeft en dat we met elkaar accepteren, als je dit doet zal je in de aanloop van de bouw nog wel even in de file staan, zou zomaar kunnen. Ik kan er geen garantie voor afgeven, maar als je het één op het ander laat wachten, dan gebeurt er helemaal niets. Wat ik al eerder gezegd heb: dan gaan we mensen teleur stellen, dan gaan we onze jongeren teleurstellen, onze ouderen teleurstellen. We zien de vergrijzing in Bleiswijk ook toenemen, die vitaliteit gaat eraan en het dorp met de voorzieningen komt onder druk te staan. Dat is het laatste wat ik wil, ik wil er helder in zijn, dit is het laatste wat ik wil. Dat we met elkaar goed de verdeling moeten vinden is helder en dat we de zaak optimaal moeten inrichten daar ben ik ook van overtuigd. Ik wilde het hier bij laten. Op de webinar ga ik niet meer in.
Tweede termijn De heer Blonk, L3B: Op een aantal punten wil ik nog even terugkomen. Nieuwe opzet van de participatie betreffende deze twee masterplannen moet worden opgezet, zeker in aanloop naar het opstellen van het bestemmingsplan c.q. omgevingsplan. Op korte termijn wil L3B graag van het college een plan krijgen van de op te pakken participatie, hoe dat in het vat gegoten gaat worden. Ik bedoel echt de korte termijn binnen 1 à 2 maanden. Het tweede punt, het amendement maximaal 3 woonlagen, sorry, bouwlagen, hartelijk dank voor de correctie, wethouder, van 3 bouwlagen zal L3B in de raad gaan indienen. De vraag is dan: kunnen we dat betalen? Daar heeft de wethouder het ook over gehad. Het zal een negatieve invloed op de grex hebben, maar het is wel voor 80 jaar dat die woningen er staan. De grex wordt als de wijk klaar is over pakweg 10 jaar afgesloten. Een duidelijk verhaal van wethouder Fortuyn over de Lijsterlaan, Nachtegaallaan, Buizerdstraat. Ondanks dat overwegen we een amendement om de verbinding van de nieuwe wijk Merenweg met de bestaande naastliggende woonstraten alleen open te stellen voor voetgangers, fietsers en scooters. De heer Markus: Even terug komend op de bouwlagen. De heer Blonk geeft een antwoord m.b.t. de kosten, helder.
Maar accepteert de heer Blonk ook, dat met zijn amendement er minder woningen gerealiseerd kunnen worden op de Merenweg-locatie? De heer Blonk: Dat ligt voor de hand, dat kan niet anders. Ik realiseer me dat heel goed, dat is zo. Mevrouw Verhoef: Ik weet niet of ik de heer Blonk precies goed citeer, maar ik hoor op het laatst dat hij een amendement aankondigt om bij de Lijsterlaan, bij de Merenweg iets te doen met autoverkeer, fietsverkeer, voetgangersverkeer, maar vindt u niet dat u daar te vroeg mee bent als er nog gesprekken gaan lopen tussen bewoners van de verschillende straten en de wijk en daar misschien ook nog ontwikkelingen uit voort komen, die misschien net niet passen bij het amendement dat u voor gaat stellen. Bent u niet te vroeg? De heer Blonk: Dat zou kunnen, maar ik zou toch graag even dat piketpaaltje slaan. Zo’n masterplan is een voorbereiding op het ontwikkelen van het bestemmingsplan c.q. omgevingsplan, als ik het nu al niet mee neem, dan wordt het veel lastiger. Stel voor dat het allemaal niet nodig is, dan gaan we dat niet doen, maar zoals ik het nu zie, als ik kijk naar de cijfers over de te verwachten verkeersstromen, denk ik dat je dit de bestaande wijken niet aan moet doen. Vandaar dat ik dat doe. Dan kom ik aan de oplossing van de N209 in samenwerking met de provincie. Terecht dat deze er moet komen, die oplossing moet er komen.
Ik vind wel dat we deze masterplannen moeten vaststellen, maar in de bouw moeten we zeker gaan faseren. De fasering van de bouw moet mijns inziens gekoppeld worden aan het verbeteren en verhogen van de capaciteit van de N209. Als blijkt, in de periode van 10 jaar van de bouw, dat die N209 alsmaar achterblijft, dan heeft dat invloed over 4, 5, 6 jaar op het verder gaan met bouwen, omdat de capaciteit dat niet aankan. Dat bedoel ik daarmee te zeggen. Ik zou dat mogelijk in een motie willen vastleggen. Daar denk ik nog even over na, maar daar kom ik zeker op terug. Ik kom toch nog even terug op de heer Van Harn, ik heb daar toch over na zitten denken. Het openbaar vermelden van nevenfuncties van raads- en duo-raadsleden is heel belangrijk. Het
25/35
moet duidelijk zijn of er een mogelijke schijn van belangenverstrengeling is. Misschien kan meneer Van Harn daar nog eens over nadenken. Het is maar een vrijwilligersfunctie, zoals hij aangeeft, dat is totaal niet van belang. Het gaat om mogelijke belangenverstrengeling. Dat is voor een raadslid en duo-raadslid echt van heel groot belang. Daar wilde ik het bij laten. De heer Van Harn: Daar wil ik zeker wel even op reageren. Misschien had ik dat in de eerste termijn al kunnen doen, maar over mijn vrijwilligerstaak waar we het nu over hebben, heb ik een gesprek gehad met onze burgemeester. Die heeft juist aangegeven, dat je in dit soort dingen duidelijk en transparant moet zijn, dus ik ga niet verbergen dat ik betrokkenheid heb bij die klankbordgroep seniorenbouw Bleiswijk. Daar is de burgemeester van op de hoogte. Dank u wel. De heer Blonk: Ik kan me niet voorstellen, dat de burgemeester heeft gezegd, dat je dat niet in je lijst van nevenfuncties moet opnemen. Dit is zo principieel, dit raakt het functioneren van het publieke bestuur. Het publieke bestuur moet integer zijn. Mensen moeten kunnen zien wat de nevenfuncties een raadslid of een duo-raadslid heeft. Als u mij daar nu mee afkapt met zo’n essentieel punt, dan vind ik dat niet terecht. Ik ga er zeker nog even verder op door.
Ik ga zeker in overleg met de burgemeester, want ik kan niet voorstellen dat hij gezegd heeft, dat je dat niet hoeft op te geven op je lijst van nevenfuncties. De voorzitter: U heeft de heer Van Harn gehoord. We gaan verder over het onderwerp waar we het nu over hebben. U was al beëindigd met uw tweede termijn. De heer Van As, VVD: Het participatieproces, veel over gezegd. In mijn eerste termijn kwam ik daar niet aan toe, maar ook ik vind daar wat van. Er is best veel energie in gestopt. We horen insprekers die er tevreden over zijn, maar er zijn er ook niet tevreden, dat heb ik van verschillende mensen zelf gehoord. Dat vind ik wel heel jammer om te vernemen en dat doet afbreuk aan dit masterplan. We moeten ook niet vergeten dat er ook wel aanpassingen zijn geweest op het masterplan, zoals ook in het raadsvoorstel staat, dat hebben we allemaal kunnen lezen. Vooruit kijkend, ik vind het wel mooi wat de heer Blonk aangaf, ik zou heel graag een plan willen zien, daar sluit ik me zeker bij aan en ik doe hierbij heel graag de suggestie om die klankbordgroepen en betrokkenen ook goed te betrekken bij de verdere planvorming, ik loop een beetje vooruit op hoe wij erin zitten, en doe daar als onderdeel in ieder geval een evaluatie met de verschillende partijen en koppel daar ook over terug aan ons wat daar nu uit komt en wat je daarvan leert om het anders te gaan doen.
Maak vooral gebruik van de kennis die ze hebben en willen inbrengen, want ik hoor heel veel enthousiasme, zorgen, maar ook enthousiasme, ze willen graag meedenken, maak daar gebruik van. Dan kom ik op de N209, die voorwaardelijkheid. Ik hoor een advies, dat hoor ik heel duidelijk: ja, maak dat nu niet zo hard, want dan wordt het ingewikkeld. Ik ben er eigenlijk wel een voorstander van om daar wel een voorwaardelijkheid in te maken en nog wel wat harder als wat de heer Blonk net stelde, laten we dat ook opschrijven. Ik nodig de andere partijen ook uit om daar op te reageren in hun termijn. Het kan echt niet zo zijn, dat er straks meer verstoppingen komen, omdat de N209-maatregelen nog langer duren. Ik denk dat we daar voor moeten liggen, dat moet de inzet zijn van de strategie waar logischerwijs de wethouder niet hier dingen over gaat delen, maar ik hoor ook een uitnodiging om een kopje koffie of iets dergelijks te gaan drinken, maar wat mij betreft gaan we er wel een harde voorwaardelijkheid van maken als raad. Verder, in de eerste termijn van de wethouder heb ik niets gehoord over de aanpassing entree Hoefweg. Hij deed het af als: daar zitten niet dé problemen. Ik zie daar wel problemen. Ik zou daar graag iets over horen in de tweede termijn.
De toezegging over de Nachtegaallaan, die ik heb gehoord, om met de bewoners te kijken naar een optimale inrichting: wat mij betreft uitstekend om dat zo op te pakken, wat mij betreft ook passend. Dan ligt een amendement dat aangekondigd wordt door L3B, ik denk dat dat te vroeg is met deze toezegging. Ik kan wel een beetje vooruit lopen: ik denk dat wij ons daar ook niet in zullen gaan vinden. Het amendement van de 3 bouwlagen, die dienen wij graag mede in. Daar kan ik heel kort in zijn, de consequenties aanvaarden we, daar kom ik nog even op terug, want wij gaan ook een amendement indienen om aan de Lange Vaart maximaal 25 woningen per hectare in het masterplan te laten zetten en daarmee is een mogelijke verschuiving. Het exacte effect weten we niet, we hebben de cijfers niet, dat moet misschien wel doorgerekend worden, dus ik overweeg in dat kader ook een motie om die financiële consequenties van dat schuiven en ook de implicaties op de mix betaalbaar / niet betaalbaar per gebied in kaart te laten brengen en om ons daarop vooruitlopend op het omgevingsplan al actief te laten informeren. De heer Markus: Hele korte vraag ter bevestiging. Dat de VVD instemt met het amendement, betekent dat dat zij ook voor maximaal 3 bouwlagen gaan in Merenweg? De heer Van As: Dat is correct, meneer Markus.
Het masterplan is wat ons betreft een heel goede stap om verdere ontwikkeling en planvorming wel in gang te kunnen zetten en te gaan doen. Het niet behandelen levert vertraging op, die niet wenselijk is, dus rekening houdend met wat ik net het aangekondigd en aangegeven, ook de voorwaardelijkheid, als we dat met elkaar realiseren, dan zouden wij graag het masterplan wel willen vaststellen. Wij denken dat er naar het omgevingsplan toe nog heel veel inspraak en afweging mogelijk is, dan gaan we het ook pas echt invullen. Dank u wel. De heer Van Harn: Ik had nog een vraag aan de heer Van As. Mijn vraag aan de heer Van As is of hij kan motiveren waarom hij voor 3 bouwlagen aan de Merenweg kiest. De heer Van As: Ik ben daar niet op ingegaan. Ik vind 3 bouwlagen aan de Lange Vaart zeker passend, gezien het gezicht. Ik kan me eigenlijk ook wel uitstekend vinden in 3 bouwlagen, dat dat passend is bij het dorpse karakter. Wat mij betreft, het Merenweg-gebied zou een onderwerp van het
26/35
uitzoeken van de financiële consequenties kunnen zijn, maar ik zie dat amendement dan graag tegemoet. De heer Van Harn, CDA: Ik wil nog even reageren op een aantal fracties, die het e.e.a. gezegd hebben. Dan denk ik juist ook aan die bouwhoogte van 3 hoog. Persoonlijk vind ik dat een overtrokken reactie. Door Lansingerland rijdend is 3 hoog eigenlijk een grote eengezinswoning. Dat staat in schril contrast met wat we op dit moment in het masterplan zien. Daarom pleit mijn fractie dan ook voor 4 hoog op het Lange Vaart gebied en het Merenweg-gebied zou wat ons betreft gewoon 5 hoog kunnen blijven. De heer Blonk: De heer Van Harn zegt dat het allemaal eengezinswoningen zijn. Nee, ik heb aangegeven in mijn eerste termijn, dat je een appartementengebouw kunt hebben van 3 woonlagen, 3 bouwlagen, dat zijn beslist geen eengezinswoningen. Die appartementengebouwen met 3 bouwlagen kunnen daar prima in zitten. De heer Van Harn: Maar u heeft ook kunnen lezen, dat er voorzien wordt om te parkeren op de begane grond onder de eerste woonlaag, dus dan spreken we over 2 woonlagen. De heer Blonk: Ik heb het over 3 bouwlagen, dat parkeren moet dan op één of andere manier anders opgelost worden. De heer Van Harn: Dan wijkt u daarmee af van het masterplan. De heer Blonk: Ik wijk zeker af van het masterplan.
Ik wil geen 5 of 6 hoog hebben en ik wil ook niet, dat die hoogtes bij de Lange Vaart komen. Klopt. De heer Van Harn: Dat wil ik ook nog reageren op wat meneer Blonk naar voren bracht over de oplossing van de N209, die moet eerst uitgevoerd zijn voordat de eerste huizen betrokken kunnen worden. Dat vind ik nogal een krasse uitspraak. Zo heb ik dat in ieder geval gehoord. De heer Blonk: Nee, nee, nu wordt het een beetje te gek. Waarschijnlijk wordt het een beetje laat, maar dat heb ik natuurlijk helemaal niet gezegd. Ik heb gezegd: er moet een fasering komen. Je kunt wel beginnen met bouwen, het masterplan moet je ook vast stellen, de bouw ga je faseren. Op het moment van achterblijven capaciteit N209 dan ga je het bouwtempo omlaag brengen. Dat heb ik gezegd: je gaat pas bouwen als de N209 op volle capaciteit is. Dat heb ik niet gezegd, dat even voor de helderheid. De heer Van Harn: Wat u wel gezegd heeft, is volgens mij het volgende, dat de eerste huizen pas betrokken kunnen worden wanneer het probleem van de N209 is opgelost. Dat waren uw woorden, misschien is het voor u ook een beetje laat aan het worden, maar dat heb ik genoteerd. De heer Blonk: Er worden dingen gezegd, die ik niet gezegd heb, dus ik wil er echt op reageren.
Ik heb gezegd, dat je de kruising bij de N209, die gaat aangepast worden, de voorrang van de Meren, mogelijk een extra rijstrook in het eerste stukje van de N209, als dat niet klaar is, dan kan het niet starten, dat moet voor de eerste bewoning. Ik heb het niet over de hele N209 gehad. Ik ben glashelder. De heer Van Harn: U bent al aardig aan het bijdraaien. De heer Blonk: Ik baal hiervan. Er worden suggesties gewekt. Dit is op de persoon spelen en niet op de inhoud. Dat kan niet, dat wil ik niet, dat doe ik zelf ook nooit. De voorzitter: Meneer Blonk, we gaan verder op de inhoud. Daar gaan we nu mee verder. De heer Van Harn: Aan de fractie van WIJ wil ik zeggen, dat het hen siert dat zij in deze commissie hun excuses hebben aangeboden richting de klankbordgroep vanwege hun ongefundeerde uitspraak m.b.t. de commerciële betrokkenheid van die seniorengroep. Respect. De heer Duk: Spreekt de heer Van Harn nu als CDA’er of als lid van de klankbordgroep? De heer Van Harn: Ik spreek hier als duo-raadslid van het CDA. Dan ben ik wel blij met de opmerking van de heer Fortuyn, die zei: we moeten het bouwen van woningen niet stoppen, niet stil leggen, voordat alle verkeersproblemen zijn opgelost. Ik hoor bij een aantal fracties dat het daar naar toe gaat, eerst de ontsluitingsproblemen oplossen en dan pas gaan bouwen.
Maar we zitten hier voor het masterplan Bleiswijk en dat betekent dat er woningen gebouwd moeten worden voor jongeren, voor senioren en voor jonge gezinnen. Daarom zou ik ervoor willen pleiten om te gaan bouwen en parallel daaraan, natuurlijk voortvarend, de verkeersproblemen op te lossen. Hierbij wil ik het laten. De heer Van As: Ik heb ook het nodige gezegd over die fasering, ik sluit aan bij de woorden van de heer Blonk. Ik ben benieuwd hoe het CDA dan aankijkt tegen de verkeersproblemen, of zij die ook herkennen, erkennen en hoe ze dan kijken tegen die voorwaardelijkheid om dat in het masterplan of daaraan te koppelen. De heer Van Harn: Ik heb in mijn eerste spreekbeurt gezegd, dat we natuurlijk deze week al volop over de N209 hebben gesproken. Daar is ook wethouder Fortuyn op ingegaan, dat hij met die boodschap en alles wat daarover gezegd is aanstaande 21 januari een gesprek heeft met de provincie en de heer Zevenbergen. Daarbij wil ik het laten. De heer Jumelet, WIJ: Ik ben blij met de woorden van de heer Van Harn, dat hij de excuses van onze kant respecteert. Ik zal de suggestie van de heer Fortuyn een beetje vertalen. Wij zullen KSB een mail sturen om eens een kop koffie te gaan drinken, zodat de laatste wolkjes aan de lucht ook kunnen verdwijnen. Dat gezegd hebbende even naar de inhoud.
Ik ben het eens met de heer Blonk om een notitie te krijgen over die participatie, toch ook vooruit kijkend hoe we dat verder gaan doen. Het lijkt me een uitstekende suggestie, die steunen wij van harte. Het amendement van L3B over de bouwhoogte, ik worstel daar nog even mee als het gaat niet zozeer om de Lange Vaart, want dat vinden wij een uitstekende suggestie of uitstekend amendement, maar als het gaat om de locatie Merenweg twijfelen wij over nut en noodzaak om daar de bouwhoogte terug te gaan brengen. Als je kijkt in andere wijken in Lansingerland, waar we ook het dorpse karakter hebben en toch ook inderdaad 5 bouwlagen hebben, is het niet zo heel storend. De argumentatie rond de Lange Vaart, het historische effect van het dijkje
27/35
maar ook het aanzicht van de achterliggende polder, dat kunnen we heel goed begrijpen en dat steunen we ook, maar als het gaat om de locatie Merenweg twijfelen wij of je daar terug moet naar 3, omdat daar de impact als het gaat om de compensatie wel groot is, maar het doet geen geweld aan de aard van de wijk. Wellicht kan die gesplitst worden, maar daar kunnen we de komende weken nog weleens bilateraal over spreken. De motie rond de N209, die wij aankondigden, ik hoorde de heer Van As er ook al over en de heer Blonk, toen ik zat te luisteren dacht ik ineens: rondom Zestienhove noem ik het maar even, maar ook rondom de A13/A16 hebben wij als raad heel vaak raadsbreed moties aangenomen unaniem om met name onze wethouder een duwtje in de rug te geven in het gesprek met andere overheden. Ik wil een reactie van de wethouder, stel dat wij in staat zijn als raad om een raadsbrede motie rondom de N209, ik heb de uren niet geteld, maar er was een bespreekstuk van de PvdA afgelopen dinsdag, we hebben heel veel tijd gesproken en we zijn het met elkaar eens dat het een probleem is, net hoe je het oplost, daar kan je over verschillen, maar in hoeverre zou het de wethouder helpen als we raadsbreed een motie zouden aannemen om hem een duwtje in de rug te geven richting de provincie? Misschien kan hij daarop reageren. Soms moet je hiervan gebruik kunnen maken als college.
Onze motie rond de Nachtegaallaan zullen wij toch handhaven, want wij zien daar nu toch het momentum om wellicht een ander besluit te nemen. De notitie die de heer Duk vroeg zullen we uiteraard bestuderen, maar vooralsnog gaan wij wel voor die motie. Tenslotte de motie rondom de ouderenwoningen of de seniorenwoningen aan de Lijsterlaan, die motie zullen wij zeker indienen. Waarom? Om zeker als raad het piketpaaltje te slaan en te zeggen: wij willen als raad een bestemming op die locatie van ouderenwoningen, we willen het in die vorm hebben. Ook om goed vast te leggen met elkaar wat we daar willen en dat we daar niet straks ingehaald worden door wat dan ook, dat dat deels van de tafel valt. Volgens mij heb ik daarmee al mijn punten gehad. Ik dank u wel. De heer Markus, CU: Wat betreft de woonlagen, wij zien ook de knip tussen Lange Vaart en Merenweg. Voor de Merenweg-locatie is maximaal 5-laags geen probleem, dat komt verder her en der in Bleiswijk terug, 4 of 5 lagen, dus dat vinden wij er prima bij passen. Op de Lange Vaart is dat een ander verhaal. We zien de verschillende amendementen er wel over verschijnen. Wat betreft de participatie, er werd opgeroepen van: laten we alles stoppen en de participatie opstarten of in ieder geval verder uitvoeren en dan het masterplan opnieuw in stemming brengen.
Daar voelen wij niet zoveel voor, laten we doorgaan en alles wat er tot nu toe niet goed gegaan is veel beter oppakken en dat richting het vervolgproces verder met elkaar opstarten en uitvoeren. Daarom denk ik dat de heer Blonk van L3B een goede suggestie heeft gedaan om met een goede notitie te komen om te kijken hoe we dat verder invulling gaan geven. Wat betreft de ontsluiting, dat hebben we in de eerste termijn bewust wat harder gesteld, wat onze angst is, is dat we straks voor een voldongen feit staan, dat er iets op de N209 wel of niet gebeurt, waardoor het ontsluitingsplan dat wij met name voor de Merenweg-locatie hebben misschien toch niet de meest ideale oplossing blijkt te zijn. Als je dan al in een paar fases aan het bouwen bent, dan kan je niet zoveel meer schuiven met allerlei ontsluitingswegen. Nu klinkt het allemaal nog heel ver, 2023, 2024, maar een beetje infrastructuurproject duurt vrij lang qua voorbereiding. Als je echt iets wilt doen op die N209, dan kost dat tijd en de oplossing gaat gewoon hoe dan ook effect hebben op het onderliggende wegennet. Dus daar worstelen we nog een beetje mee. Nogmaals, zeker niet om het verdere proces te vertragen, maar wel om te waarborgen, dat we uiteindelijk voor een goede ontsluiting kiezen voor het Bleiswijkse, zeker met de problemen die we nu al zien. Dat gaat zeker niet minder worden.
Ik heb de heer Van As gehoord en de heer Blonk, dus ik denk dat er een amendement of motie gaat komen, waar we recht doen aan die zorg en met elkaar op zoek gaan naar een oplossing. Normaals, we willen geen tijd verliezen, maar we willen oog geen fouten maken die onherstelbaar zijn, dus daar komen we met elkaar vast en zeker uit. Voor de rest zijn er een hoop dingen aangekondigd, die we langs zien komen. Er zijn ook verschillende toezeggingen gedaan, dus we gaan na deze commissie onze gedachten opmaken richting de raad. De avond is al lang, laten we snel verder gaan. De heer Van der Stad, D66: Een helder antwoord van de wethouder inzake het temperatuurverschil bij het benutten van restwarmte uit de tuinbouw, maar met een goede warmtewisselaar en een groter of kleine afname-oppervlak zou het probleem mijns inziens technisch gezien getackeld kunnen worden. Ik ga er echter van uit dat in praktische zin dit gedeelte is doorgelicht en om die reden is afgevallen. Wat betreft de bouwhoogte zorgen bij de Lange Vaart: goed dat er gezocht wordt naar oplossingen, in dit geval bij de Merenweg, maar deze nieuwe mogelijkheden hadden wij graag al bij de beeldvorming voorbij zien komen. Desalniettemin vinden wij dat oplossingen gezocht dienen te worden bij de Lange Vaart zelf. Hoogbouw valt immers bij beide gebieden slecht.
Wij delen met GL de woorden, dat deze ontwikkeling in Bleiswijk ook omarmd dient te worden door de inwoners van Bleiswijk. Zoals de VVD al aangaf, zijn de inwoners enthousiast meedenkend. Er zijn zorgen rondom de verkeersafwikkeling. Faseren en koppelen aan de ontwikkeling van de N209 is prima. Maar zoals gezegd, behandeling in de raad voor het gehele plan komt wat ons betreft nu te vroeg. Ga eerst aan de slag met goede participatie. Helaas moet ik constateren dat daar geen meerderheid voor lijkt te zijn. Excuses is wat ons betreft onvoldoende. Positieve punten waaronder de ontwikkeling op zich zien we uiteraard wel. Ik herhaal: de
28/35
ontwikkeling aan de Lijsterlaan zien wij graag versneld ontwikkeld worden, wij overwegen dit anders eruit te lichten en apart te agenderen of erover te besluiten. De heer Duk, GL: Het aanzicht van het dorp is voor mij heel belangrijk. Het bepaalt in grote mate de uitstraling van ons dorp, daarom zou ik graag de ruimte geven aan het college om de Lange Vaart te verlagen en dat te compenseren in de Merenweg-buurt. Ik kan me voorstellen dat 3 bouwlagen ook eenvoudiger energieneutraal zijn te maken dan 4. Ook een schuine kap, die dan noord-zuid georiënteerd zal zijn helpt daar ook bij. Mogelijk helpt het om de muur te breken door vlakke daken en schuine af te wisselen. Dan de participatie. Ik houd van nuance, maar ik houd er ook van dat mensen leren van hun fouten, maar dat kan enkel door die fouten eerst in te zien. Burgers willen gehoord worden, dan helpt het enorm als een wethouder komt kijken al is het maar symbolisch. Juist als de wethouder niet een cadeautje kan geven, moet hij of zij ter plaatse komen kijken. Hoe kan het dat de ambtenaren niet hebben gezegd: wethouder, er is een probleem met een aantal omwonenden, die een ander plan hebben, misschien moet u even gaan praten om te laten merken dat wij ze serieus nemen. Ik ben blij dat de wethouder op de hoogte was van dat plan, maar snapt niet waarom hij dan niet proactief naar de omwonenden is toegestapt.
Gisteren was ik nog bij de bewoners van de Kruisweg, waar op dat moment ook wethouder Cnossen het gesprek kwam voeren. Niet omdat ze uitgenodigd was, maar omdat ze zelf naar hen toe is gestapt. In een project als deze verwacht ik hetzelfde van de betrokken wethouders. Ik begrijp echt niet hoe het kan dat de wethouders het gesprek niet zijn gaan voeren. Dan de N209. Hoor ik nou de heer Fortuyn zeggen. De heer Van As: Meneer Duk heeft het over wethouders en niet langs geweest. Ik heb toch een ander verhaal gehoord dan de heer Duk, even ter toetsing. De projectleider is bij de Lange Vaart twee keer langs geweest en daarnaast heeft de wethouder verkeer zich goed geïnformeerd. Ik vraag me af of dit het juiste beeld is, dat de heer Duk schetst. De heer Duk: Ik heb het uiteraard over de problemen bij de Merenweg, waar een aantal inwoners een goed plan heeft, dat niet besproken is met de wethouder en wat ze waarschijnlijk wel meer het gevoel had gegeven dat ze gehoord zouden zijn. Dan nu de N209. Hoor ik nou de heer Fortuyn zeggen, dat de gedeputeerde inderdaad fysiek komt kijken? Dat zou mooi zijn, een gesprek op locatie met de betrokken bestuurder is namelijk heel waarde vol. Ik was in de eerste termijn kort over de heer Van Harn.
Ik had toen de hoop, dat hij in zou zien, dat er een schijn van belangenverstrengeling zou kunnen ontstaan door nu het woord te voeren en tegelijk lid te zijn. Zijn antwoord op de heer Blonk heeft helaas mijn hoop weg genomen. Het is bijzonder dat hij wel het gesprek hierover heeft gevoerd met de burgemeester, maar dit niet aan de griffie heeft gemeld. Laat ik duidelijk zijn. Ik ben 4 jaar geleden voorzitter geweest van de Peuterhoek. Om die reden zal ik in deze raad nooit het woord voeren over de Peuterhoek en als ik hier op welke manier dan toch toe genoodzaakt zou zijn, zou ik beginnen met een disclaimer dat ik voorzitter ben geweest. Ik hoop, dat alle raadsleden en commissieleden eenzelfde keuze zouden maken. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik wil de wethouders bedanken voor hun reactie. Voor wethouder Van den Beukel heb ik zo nog een paar vragen, die volgens mij nog niet beantwoord zijn. De heer Fortuyn heeft helder uiteen gezet hoe e.e.a. is verlopen met de interactie met de burgers bij beide locaties. Ik hoor ook dat hem er veel aan gelegen is om dit nu verder goed op te pakken. Ik hoop ook van harte dat dit lukt, omdat we ons geen onnodige vertraging kunnen veroorloven. Dus ik wil ook de andere fracties vragen om niet ieder met hun eigen verkeerstechnische plan te komen. Dit is een masterplan, als u op de stoel gaat zitten van het college, dan duurt het nog langer.
Nu graag de wethouder en de experts met de inwoners laten praten, wat ons betreft. Het algemeen belang, namelijk het zo spoedig mogelijk bouwen voor jonge mensen en voor senioren in Bleiswijk moet wel voorop blijven staan. Ik wil nog heel even terugkomen op het betaalbaar bouwen. De PvdA kiest voor minstens 60% sociaal en betaalbaar bouwen, waarvan 30% sociaal. We komen met een amendement of een motie. Ik heb GL vanavond niet gehoord over betaalbaar bouwen, maar die zijn daar in ieder geval wel voor te porren, denk ik zo. Nu kom ik bij iets wat wethouder Van den Beukel nog op kan pakken. Ik heb aangegeven, dat we ons zorgen maken over dat de gemeente slechts weinig of relatief weinig grond in handen heeft. Mijn vraag aan de wethouder was in de eerste termijn: verwacht het college hierdoor vertraging in de projectuitvoering? Hopelijk kan hij daar nog op antwoorden. Ik heb ook geen antwoord gehad op de vraag hoe de wethouder kijkt naar het historisch belangrijke landschappelijke monument, de dijk bij de Lange Vaart. Hoe kijkt hij daarnaar, het college? Kan dit ook van invloed zijn op wat daar de ontwikkelmogelijkheden zijn? Dan kom ik bij de fasering van het masterplan. Wethouder Van den Beukel zei in zijn beantwoording: dit kent een behoorlijke doorlooptijd tot 2030, we willen niet perse sneller, want anders gaan de huizen naar mensen in de regio.
Die snelheid van bouwen staat niet in het masterplan. Er staat bij mijn weten nergens dat het helemaal uitgesmeerd gaat worden tot 2030 en dat draagt niet bij aan het oplossen van de woningnood. Ik wil vragen of het mogelijk is om een onderbouwde planning te geven voor de bouw van huizen in aantallen per jaar per locatie of in ieder geval voor heel Bleiswijk. Dan kom ik nog even op de dichtheid van 25-30, waar het college aan vast houdt. De wethouder zegt: dit is van tafel en dat is gecommuniceerd aan de provincie. Mijn vraag is: heeft u dat eenzijdig gecommuniceerd? Of heeft u al
29/35
een reactie gehad van de provincie, dat dat inderdaad in orde is? Het baart mij toch ook wel zorgen, dat veel fracties zeggen, bijvoorbeeld de VVD: 25 is een goede dichtheid. De bouwhoogte is voor sommige fracties ook echt, dat moet niet hoger dan 3 zijn, maar dan zou je financiële haalbaarheid in de knel kunnen komen. Ik wil ook van de wethouder vragen: 25-30 dichtheid en een bouwhoogte van maar 3 lagen, kun je het dan nog financieel haalbaar maken? Want dat is wel een vereiste, heeft u gezegd. Mijn fractie maakt zich daar echt zorgen over. De N209 tot slot, ik herhaal mezelf, wat ons betreft geen vertraging daardoor laten optreden, probeer parallel de oplossingen te vinden, maar wel het bouwen zo snel mogelijk op te starten. Het lijkt mij niet nodig, dat zeg ik richting de heer Jumelet, dat de wethouder een motie nodig heeft om daadkrachtig te gaan optreden rondom die N209. De heer Blonk: Over het aantal woningen per hectare. Als je daar naar een aanzienlijk hoger getal gaat, dan wordt het echt niet dorps. Als je kijkt naar de Vinex locatie, volgens mij woont u ook in een Vinex locatie, daar is de dichtheid circa 25, 26, 27, 28. Daar moet je echt niet boven gaan zitten. In die zin denk ik dat het van belang is om dat mee te geven. Mevrouw Verhoef: Maar misschien moet de heer Blonk dan ook nog het thema bouwen, bouwen, bouwen in het verkiezingsprogramma even goed bekijken.
Ik hoop dat u wel richting die 30 wilt gaan qua dichtheid en niet, zoals de VVD, op 25 wil gaan zitten. Ik ben aan het einde gekomen. Dank u wel. De voorzitter: Er zijn de nodige vragen en aankondigen van moties en amendementen, maar dat heeft u zelf ook al gehoord. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Ja, zeker, ik heb 6 onderwerpen genoteerd. Laat ik beginnen met mevrouw Verhoef, want die heb ik inderdaad niet helemaal recht gedaan in mijn beantwoording in de eerste termijn. Ze gaf aan, dat ze zich zorgen maakt over het versnipperde bezit en de impact daarvan op realisatie. We hebben hier geregeld gesproken over ons grondbeleid en vooral bij de nota grondbeleid. Daar zit niet heel veel onduidelijkheid in. We hebben een passief grondbeleid als gemeente. Uitzonderingen zijn mogelijk, maar dat moet dan zwaar onderbouwd zijn en beargumenteerd worden. Dus dat maakt ons als college zeer terughoudend om nieuwe grondposities te verwerven. We hebben gezegd, de diverse gronden die vanavond zijn gepasseerd waar we een voorkeursrecht op zouden willen vestigen, dat we daar in beginsel toe bereid zijn, maar dat is uitzondering op de regel.
Het is wel waar, u geeft dat terecht aan, dan maak ik meteen een bruggetje naar de ideeën die er zo zijn om de bouwhoogte te beperken links en rechts, dat het versnipperde bezit je afhankelijker maakt van de bereidwilligheid en de zin van particulieren om te gaan ontwikkelen. Stel, we zouden kiezen voor 3 bouwlagen over het hele plangebied Lange Vaart en Merenweg. Over de duim, ik heb dat niet berekend, zou dat circa 150 woningen minder opleveren. Dus dan gaan we van 900 naar 750. Stel, dat we vervolgens die woningen in de bestaande programmering willen houden, dus 50% betaalbaar maken, 25% sociaal, dan scheelt dat natuurlijk fors opbrengsten, want je hebt 150 woningen minder. Je hebt indicatief € 10mln minder opbrengsten over het hele plangebied. Dan zou je kunnen zeggen: ach ja, we zijn een rijke gemeente, we plussen bij uit onze algemene reserve over de komende jaren, dat kan. Ik denk het van belang is dat u zich daar goed over laat informeren, zich er goed van bewust bent, dat dat kostenplaatje ontstaat. Maar dan ben je in deze situatie afhankelijk van de zin die particulieren hebben om zo te gaan ontwikkelen. Als je een flinke lap grond hebt en de gemeente stelt eisen aan duurzaamheid, energieneutraliteit, betaalbaarheid, het sociaal zijn ervan en de hoogtebeperking, dan bevordert dat niet het tempo.
Ik wil niet zeggen dat het onmogelijk is, ik wil er geen zwart beeld van schetsen, maar wel even de realiteit onder ogen zien, dat dit inderdaad, stel dat het amendement 3 laags overal aangenomen zou worden, in deze situatie, dat zou het niet alleen voor de gemeente duurder maken, het zou minder woningen op kunnen leveren, maar het zou ook een fors negatieve invloed kunnen hebben op het tempo van het hele project. Ik kan niet bepalen voor u hoe elke ontwikkelaar erin zit, dat is een individuele afweging, particulieren zitten er soms anders in dan een bedrijf, een bedrijf met een lange adem zou kunnen denken ‘ach, we zitten het 10 jaar uit en dan gaan we nog eens kijken of er ruimte ontstaat om een wel renderend project hiervan te maken’, maar dat is spannend. Dat is een groot risico, dat u hiermee als raad zou introduceren. De heer Muis: Voordat de heer Van den Beukel verder gaat, mij bekruipt hier een gevoel dat ik wel vaker heb bij dit soort grote plannen, dat hebben we ook gezien bij de uitbreiding van Berkel centrum en in een verder verleden bij de Klapwijkse Pier, dat we in een commissie redeneren als dat de hele businesscase er al ligt, daarna krijgen we de raad die er wat van vindt, de inwoners die problemen hebben met hoogte en volumes. En dan komt altijd weer dat financiële plaatje.
Ik heb het idee dat we structureel dingen in de verkeerde volgorde zitten te doen, omdat we dan tijdens de commissiebehandeling geconfronteerd worden met een soort claim die niemand op zijn schouders wil nemen. Ik voel me daar heel onprettig bij. Ik zou willen, dat we dat op een andere manier met elkaar aan zouden kunnen vliegen. Niemand zit erop te wachten om miljoenen extra uit te geven, maar het is wel het resultaat van het proces dat is gelopen. Wethouder Van den Beukel: Ik begrijp uw punt. De projecten die u noemt, de Klapwijkse Pier, toen was ik er nog niet bij, maar ik snap dat dit
30/35
ongemakkelijk voelt. Ik zeg dit ook niet met veel plezier, geef ik deze winstwaarschuwing af, maar wel omdat ik natuurlijk gehouden bent u te informeren. Volgende week of over 2 weken zou de raad zijn en dan wil ik graag dat u de goede informatie heeft. Ik nodig u en de griffie hard uit om mee te denken over: als u dit zou overwegen, wat is dan een passend proces erbij? We hechten als college aan voortvarendheid, maar we hechten ook aan besluitvorming, die compleet is en alle informatie op tafel brengt. Dus dat is misschien ook even een gezamenlijke zoektocht hoe we dat zouden kunnen doen. Waarom kom ik nu met deze reactie op deze inbreng? In de nota van uitgangspunten en ook in het coalitieakkoord in een verder verleden staan toch wel de uitgangspunten waarbinnen we het doen als college. Het uitgangspunt is een financieel haalbare ontwikkeling. Dan sturen we zo’n plan op het criterium opbrengst kosten neutraal. Dat is dan de consequentie. De businesscase die dan wordt opgewerkt, niet en detail in deze fase want dat komt bij het bestemmingsplan, maar in deze fase (…) bouwen heeft wel dat uitgangspunt in zich. Als we dat verlaten ontstaat er een nieuwe situatie. De heer Muis: Goed, dan wordt het een soort van discussie, dan krijgen we hoor en wederhoor. Ik begrijp heel goed de redenering van de wethouder vanuit de financiën, maar dat is één aspect.
Het andere aspect is: past het in het karakter en in de omgeving, bij de beleving van de bewoners en ook de uitgangspunten die de raad wil stellen? Dat zijn nog andere factoren, die ook gewogen moeten worden. De vraag is: is dat dan op het juiste moment als daar zo’n enorme financiële claim aan hangt? Ik begrijp heel goed de redenering van de wethouder, maar ook die andere aspecten moeten voldoende worden meegewogen in zo’n hele ontwikkeling. Wethouder Van den Beukel: Zeker. Ik vraag het even hier aan een medewerker. Was het uitgangspunt hoogte onderdeel van de nota van uitgangspunten, de behandeling daarvan? Ik begrijp dat dat niet het geval is. Het is best een belangrijk onderwerp om goed over te buigen. Misschien ontstaat het inzicht pas later, dus het is geen verwijt aan iemand, maar dat is een belangrijk uitgangspunt. Het is misschien wel een omissie in die nota van uitgangspunten, dan hadden we het gesprek op dat moment kunnen voeren en daar een ei over kunnen leggen. Gedane zaken nemen geen keer, maar dit is nu mijn reactie en het proces, laten we dat samen uitlijnen.
Mevrouw Verhoef: Ik wil eigenlijk aan de wethouder vragen: bent u niet teleurgesteld dat uw eigen coalitie, we hadden een hele mooie nota van uitgangspunten, dat biedt in het masterplan om tot 5 woonlagen te gaan, dat nu de eigen coalitie eigenlijk uw mooie financieel haalbare plan bombardeert, althans, een belangrijke coalitiepartner van u, L3B. Wethouder Van den Beukel: Het is niet aan het college om een oordeel te vellen over het individuele optreden van de raad. Raadsleden leggen verantwoording af aan hun kiezers en dat doen ze binnenkort weer. Iedereen die dit volgt mag daar zijn oordeel over hebben. Ik wil er niet al teveel over zeggen. Ik ben wel verrast, dat kan ik u wel zeggen. Zeker de hoogte van maximaal 3 bouwlagen in de Merenweg komt op mij als bijzonder voor, ook gezien de referentiebeelden die zijn aangeleverd. Het is echt niet ongebruikelijk wat we voorstellen. Dan is het een tournure, ja, het komt wel als een verrassing, maar het is een goed recht van elk raadslid om ook in deze fase nog nieuwe voorstellen te doen. Dan kom ik op de dijk. Dat ik het iets begrijp over die hoogte heb ik in de eerste termijn iets over gezegd, langs de Lange Vaart. Ik heb diversen van u gehoord, die zeggen: 4 bouwlagen daar, ja, dat lijkt passend. Dan heb je ook aantallen en dan heb je wat minder hoogte.