CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV22.0003] Verslag commissie Ruimte van 11 januari 2022

Commissie Ruimte 8 februari 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering42.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Als wij dit laten staan, geven we in feite aan, dat de parkeernorm in Wilderszijde naar beneden kan, maar we hebben daar al anders over besloten. Dus samenvattend: inwoners moeten hun auto vlakbij hun woning kunnen parkeren, ook dadelijk in de komende decennia. Wij overwegen in de raad een amendement om deze passage uit de mobiliteitsvisie te halen c.q. aan te passen. Dan komt de laadvisie van elektrische mobiliteit. Ik citeer uit de visie: in 2040 is er een volledig dekkend netwerk aan oplaadmogelijkheden voor elektrische personenauto’s. Een netwerk van slimme oplaadvoorzieningen vormt samen met alle aangesloten auto’s voor een stedelijke batterij, die tijdelijk energie uit zon en wind opslaat wanneer er een overschot is. Dat staat op blz.44 van de mobiliteitsvisie. Ik mis in die visie de mogelijkheid om echt alle zonnepanelen te gebruiken, ook van de inwoners die hun auto niet op eigen terrein kunnen opladen, het bidirectioneel laden. De heer Jumelet en ik hebben daar in oktober vragen over gesteld, die zijn in november beantwoord. Misschien kan de wethouder daar nog op ingaan. Tot slot. De mobiliteitsvolgorde is wat ons betreft zoveel als mogelijk: lopen, fiets, OV, auto. Dank u wel.

De heer Kampinga, VVD: Ik heb vanmiddag in de gauwigheid in de brieven, die we ontvingen op het laatste moment, zien staan, dat je bij de N209 tussen Bergschenhoek en Bleiswijk 2 parallelwegen zijn, waar fietsers heel vaak gebruik van maken. Ik wil het even noemen. We hebben de neiging om alleen maar naar iets te kijken, maar er vlak omheen zijn alternatieven, daar wordt nadrukkelijk naar verwezen. Dat even zijdelings over de mobiliteit. Het stuk ziet er goed uit, mooie inhoud, maar ook

22/44

pijnlijke inhoud. De uitvoeringsagenda is een stuk waarin we concreter worden, maar die komt pas later. We hebben er onze bedenkingen bij, dat we vorig jaar de nota van uitgangspunten hadden en nu een mobiliteitsvisie, die nog steeds algemeen en redelijk vaag blijft. Het is kennelijk niet gelukt om in 4 jaar een integrale mobiliteitsplan echt gestalte te geven, als je het negatief formuleert. Oké. Er zit minder auto-pesten in dan in eerdere stukken, maar er wordt her en der nog wel gesteld, dat auto’s vooral niet duurzaam zijn en dat parkeernormen verlaagd zouden moeten worden bij centra en dat parkeerplaatsen opgeofferd gaan worden voor deelconcepten, u weet wel wat ik bedoel. Dit, terwijl er terecht binnenkort een masterplan voor Berkel centrum oost wordt vastgesteld, waarin een verruiming van 120 parkeerplekken gaat plaats vinden. Daar hebben we morgen een webinar over, iedereen is uitgenodigd, dat is bekend. Daarom zijn we het er niet mee eens, ook in navolging van de motie ‘vrij vervoer voor iedereen’ van afgelopen zomer. Kom eerst maar eens met alternatieven voordat we de auto’s weg gaan tekenen in de plannen. Wij hebben een hekel aan auto-pesten en daar staan we gelukkig niet alleen in. De VVD overweegt om hierover met een amendement te komen. Even nog een andere noot. Nul slachtoffers, ook ooit een VVD-uitgangspunt, door infrastructurele gebreken zit er goed in.

De enige vraag, die we hierover hebben: of er wel met alle betrokken partijen is geschakeld, overlegd, die in de motie van vorig jaar stonden. Wij missen in elk geval de VVN, maar vooral ook de verenigingen en scholen. Dank u wel. De heer Van der Stelt, CDA: Fijn, dat de langverwachte mobiliteitsvisie er ligt. Maar ook vanuit het CDA moet ik zeggen, dat we wel een beetje teleurgesteld zijn over de mate van concreetheid van dit verhaal. Het is heel compleet, er wordt van alles en nog wat aan context bij gehaald, maar het blijft erg abstract. Het roept bij ons ook wel de vraag op, want het is op een aantal punten nog niet af: waarom moet dit nu? Waarom moet dit een paar weken voor de verkiezingen besproken worden? Kunnen we niet wachten tot na de verkiezingen en een wat completer uitwerking, liefst ook met het uitvoeringsprogramma erbij. Dat maakt het allemaal een stuk concreter om het er met elkaar over te hebben. Nog 2 punten. De heer Kampinga had het er al over, dat het stuk iets minder auto-pesten is. Ik ben iets pessimistischer, want ik vind wel dat het stuk auto-pesten ademt. Er is een heilig geloof in het terugdringen van de automobiliteit, dat is niet nodig wanneer je over andere concepten beschikt of via het OV. Mensen mogen blijkbaar geen auto meer hebben om te recreëren of om op vakantie te gaan of te doen wat ze willen om mobiel te zijn.

Dat vinden wij geen goede benadering. Een ander punt waar we wat van schrokken, is dat de deur wordt open gezet, misschien nog wel sterker, voor tarifering van parkeren. Daar zijn we faliekant op tegen, maar het staat er eigenlijk heel concreet. Als ik het zo lees over de volle breedte kan het worden toegepast, daar zijn we echt op tegen, dus op dat punt zouden we graag een amendement indienen. De heer Kampinga: Even een reactie, auto-pesten is ook maar een kreet natuurlijk. Aan de ene kant zijn we als gemeente serieus bezig om 120 parkeerplekken voor de deur erbij te gaan bouwen, waar ik een groot voorstander van ben, maar aan de andere kant ademt het inderdaad af en toe van: minder auto’s, deelauto’s, we gaan fietsen, we gaan wandelen. Dus dat is een beetje in tegenspraak met elkaar. De heer Van der Stelt: Volgens mij was dit geen interruptie. Met wat ik zojuist heb gezegd: dit is nog niet rijp om hierover te besluiten wat ons betreft en zeker wordt het op een aantal punten geamendeerd. De heer Jumelet, WIJ: Ik merk dat de polonaise nog niet gelopen wordt en wij zullen ook de polonaise niet gaan opstarten rondom dit onderwerp.

Waarom? Toen wij de mobiliteitsvisie lazen bekroop ons wel even de gedachte: is dit nou echt een visie op onze mobiliteit? Wat bedoel ik daarmee? Er wordt van alles te hooi en te gras te berde gebracht, maar geeft het nou antwoord op de vraagstukken waar wij in Lansingerland tegenaan lopen? Als ik terug ga in de tijd, een uurtje ongeveer, in deze vergadering, toen hebben we uitgebreid gesproken over de N209. Ik heb het niet geteld, maar als ik op mijn hand zou tellen hoeveel er over de N209 wordt genoemd, dan denk ik dat ik maar 1 hand nodig zou hebben, terwijl dit eigenlijk de levensader is als het gaat om verkeersautomobiliteit van Lansingerland. Als je kijkt in de evaluatie of de terugblik van het mobiliteitsplan, bij ambitie 15 van het oude mobiliteitsplan staat bij les voor de mobiliteitsvisie 2040: inzet continueren samen met de provincie enzovoorts. Als ik dan de mobiliteitsvisie erbij pak, dan lees ik daar niet zo gek veel over. Wat zeg ik daar nu eigenlijk mee? De mobiliteitsvisie kijkt vanuit 2022 naar de komende jaren, terwijl in mijn beleving een mobiliteitsvisie vanuit het beeld 2040 zal moeten terugkijken naar het heden: wat is er nou nodig om in de toekomst Lansingerland mobiel te houden? Ik geloof dat de heer Blonk dat zei: het is wel heel ver weg.

Maar als je door je oogharen kijkt en je weet dat er veel bijgebouwd wordt, dan weet je dat er een ontzettende druk komt op je wegennet, want mensen willen met de auto, zullen met de auto gaan. Ik ben het van harte eens met voorgaande sprekers: de auto blijft gewoon het mobiliteitsmiddel voor onze inwoners. Laten we dat als uitgangspunt nemen. Dat zegt ook het rijk in zijn trendverkenningen. Als je gaat terug redeneren, zou je wat meer kunnen komen op: die N209 moet je misschien wel gaan beperken en misschien moet je wel een derde noord-zuid verbinding krijgen. Of misschien moet je wel een oost-west verbinding krijgen om Lansingerland mobiel te houden in de toekomst. Maar niets van dat alles. Het is heel erg de probleempjes die ik nu zie en die los ik een beetje de komende periode op. Wat ons betreft

23/44

is het niet rijp. Eigenlijk zeggen wij: het moet terug naar de tekentafel om dit verhaal veel verder te gaan brengen, een echte visie erin leggen: hoe kijk je nou aan tegen mobiliteit in 2040 en dan terug redeneren naar het heden. Dan kom ik nog even bij de auto. Wij hebben bij gelegenheid aan gegeven: die auto blijft gewoon het vervoersmiddel. We hebben het ook in de algemene beschouwingen genoemd, ook nog zelfs bij de beeldvorming. Maar het lijkt erop, dat het wel gehoord maar niet naar geluisterd is en dat het onvoldoende teruggelegd is in de mobiliteitsvisie. Dan kan je zeggen: deelconcepten et cetera. We hebben daar raadsvragen over gesteld en dan zie je dat deelconcepten marginaal zijn, eigenlijk nihil. In de beantwoording wordt er zelfs een voorbeeld gegeven, zijnde de dienstauto’s van de gemeente. Dat is niet een deelconcept, dat is gewoon een dienstauto, waar je gebruik van kan maken als ambtenaar of collegelid. De heer Blonk refereerde al aan onze gezamenlijke eerdere vraag rondom het opladen van elektrische auto’s, maar ook de ontwikkeling die nabij is rondom de batterijfunctie voor de woning. Niets daarover in de mobiliteitsvisie, we gaan voort op de oude gedachte: je laadt je auto op aan de paal en je gaat rijden en je laadt weer op.

Nee, er zijn allerlei ontwikkelingen, die juist aangeven, dat de laadcapaciteit van de auto een andere functie krijgt, maar niets in de mobiliteitsvisie. Op het moment dat de inkt droog is, is het eigenlijk al verouderd op dat punt, dus dat vinden we heel erg jammer. Ik ben bijna door mijn tijd heen. De voorzitter: Dat klopt, dat had ik opgemerkt. De heer Jumelet: Wat verdergaand dan wat meneer Van der Stelt zegt: is dit wel rijp voor verdere besluitvorming, moet je niet terug naar de tekentafel om het toch nog wat verder uit te laten rijpen. De dingen die door voorgaande sprekers zijn aangegeven rondom automobiliteit veel meer terug laten komen in de visie en hoe je daarmee omgaat in de toekomst en hoe je dat faciliteert binnen onze structuur. Dank u wel. De heer Hofman, CU: We zijn blij te zien, dat de mobiliteitsvisie nu eindelijk af. Deze hele bestuursperiode hebben we ernaar uitgezien en nu is hij daar. De grote lijn van de visie ondersteunen we van harte. In onze optiek kun je er nauwelijks op tegen zijn ook al hoorde ik bij de vorige sprekers wat andere geluiden. Wij zien hier juist wel visie in. Het gaat naar 2040 toe en dat is de stip op de horizon. Dit is hoe wij zien als gemeente, dat mobiliteit zich gaat ontwikkelen en dat ondersteunen we van harte.

We zijn blij met de prioriteitenladder, blij met het benoemen van de aandacht voor wandelen en fietsen op 1 en dat we ook goed onderscheid gaan maken tussen de verschillende soorten mobiliteit op de fiets. Dat is goed toekomstgericht nagedacht. Ook de visie op parkeren, waarbij we snel de auto pakken ontmoedigen en in de centra fietsparkeren willen aanmoedigen, ondersteunen we van harte. De inzet op deelmobiliteit vinden we erg goed. Het viel ons op, dat we in de terugblik zagen dat we nog geen eigen vervoerplannen hebben, terwijl we dat wel van plan waren, maar dat we inmiddels wel van alles doen op het gebied van elektrificeren van het wagenpark. Dat staat in het hoofdstuk over deelmobiliteit. Maar we laten na om onszelf in de terugblik daarop op de borst te kloppen, dat mag best wel wat meer. Over verkeersveiligheid is veel gezegd bij de nota van uitgangspunten en dat zien we goed verwerkt in het stuk. Wat ons betreft mag het nog wel een stapje verder. Zo willen wij bepleiten dat we binnen de gehele bebouwde kom naar een maximum snelheid van 30km/u gaan. De impact daarvan op verkeersveiligheid is hoog. De Tweede Kamer heeft recent een motie aangenomen hierover en die willen we ook in Lansingerland gaan omarmen. We horen graag hoe andere fracties hierover denken. Verkeersveiligheid is voor ons heel praktisch.

Zorg ervoor dat je in onderhoud en vegetatie rekening houdt met overhangend groen, dat verkeersdeelnemers hindert. Ook als een boom niet in onderhoud bij de gemeente is. Tot slot nog iets waar we minder tevreden mee zijn. Bij veel verkeerskundige probleemgevallen hebben we in afgelopen jaren vooruit gewezen naar de mobiliteitsvisie. Nu is die visie er en het valt op, dat geen van onze gemeentelijke knelpunten, die de afgelopen bijvoorbeeld door insprekers naar voren zijn gebracht, benoemd staan ondanks toezeggingen hiertoe. Wij willen de wethouder vragen hoe we nu met deze knelpunten om willen gaan als ze niet in dit document staan. Een toezegging om het in het uitvoeringsprogramma op te nemen zou daarin voldoen, maar eigenlijk vinden we het een beetje karig na al die keren, dat we vooruit hebben verwezen naar de mobiliteitsvisie en nu staat het er niet. Dat was onze bijdrage in de eerste termijn. De heer Muis, D66: Even aanhaken op de heer Hofman, vooral dat laatste punt willen wij van harte ondersteunen, die knelpunten, hoe wij daar nu mee omgaan. Inderdaad, ze zijn vooruit geschoven en de mobiliteitsvisie geeft er niet direct een antwoord op. Wij voelen er ook niet heel veel voor om te wachten tot er weer een uitvoeringsprogramma komt. Even naar mijn eigen verhaal. Dank voor de stukken.

Ook dank voor de terugblik op het mobiliteitsplan 2009 en de lessen die daaruit worden getrokken. Wij waarderen dat zeer, want dat geeft goed aan: waar staan we, wat nemen we mee in de nieuwe visie, hoe kunnen we daarmee verder vooruit kijken? Dus die strategische basisprincipes ondersteunen we van harte. Het is daarom nog niet een volwaardige visie, wat andere partijen ook zeggen, maar het zijn meer strategische basis uitgangspunten wat ons betreft. Zoals het college voorstelt willen wij ook, dat er onverminderd wordt ingezet op de verduurzaming van de mobiliteit, dat is niet voor niets de rode draad in de visie en het is ook hard nodig om een prettige en gezonde en veilige woonomgeving te blijven houden. Wat ons betreft worden de overstappunten bij de stations verder

24/44

versterkt. Ook mag vanuit de MRDH meer worden ingezet op het stimuleren van thuiswerken, zodat straks als corona onder controle is de reizigers beter worden gespreid en dat overbelasting op bepaalde momenten in de week of de dag wordt voorkomen. We delen ook de conclusie van het college dat deelmobiliteit nog veel meer gemeengoed kan worden. Even voor iedereen: het is een visie tot 2040, het is niet dat dit morgen allemaal geregeld is en georganiseerd en dat niemand meer in de auto zit, maar het is de richting waarin we met zijn allen proberen te denken. Natuurlijk, als je nu kijkt zie je veel deelscooters en die staan overal in de weg, dat roept irritatie op. Tegelijk is het ook een manier, die ervoor kan zorgen dat we juist minder volle wijken en straten krijgen met allemaal ongebruikte auto’s en andere voorzieningen. Wij zien daar heel veel in. Niet alle inwoners, zeker jongeren, hoeven een scooter of een auto te bezitten, zij willen het kunnen gebruiken of snel bij het OV komen. Het is goed dat er in de ruimtelijke plannen daar voldoende rekening mee wordt gehouden, bijvoorbeeld met de genoemde mobiliteitshubs en laadmogelijkheden. De heer Jumelet: U heeft een auto en ik heb ook een auto.

Wat u zegt, het verminderen van het autobezit, ik probeerde het al bij wethouder Heuvelink aan te geven, als je de CBS-cijfers erbij pakt, publicatie recent weer vanuit Binnenlands Bestuur, dan zie je dat het autobezit toeneemt. De verkoop van tweedehands auto’s was het afgelopen jaar niet meer te houden zoveel. Het is een trend die zich al jarenlang manifesteert, ook onder jongeren zie je een stabilisatie of zelfs een lichte stijging, maar met name bij mensen boven de 50 of 60 jaar zie je een heel grote toename. Is het dan niet wensdenken om te veronderstellen dat onze inwoners massaal van de auto afstappen, terwijl je ziet dat de trend is dat het alleen maar toeneemt? De heer Muis: Je kunt op dit enkele punt inzoomen. Het gaat over een totale verandering, het gaat ook over elektrisch rijden. Ook elektrisch rijden heeft een ander ruimtebeslag op de weg, op de manier van parkeren. Hoe dan ook zal je er anders over na moeten denken. Niemand weet hoe het zal lopen. U heeft het over verkoopcijfers van tweedehands auto’s, dat snap ik, want er worden minder nieuwe auto’s verkocht. Het heeft geen zin om op basis daarvan proberen te voorspellen hoe het er in 2040 uit ziet. Dat we meer elektrisch gaan rijden, dat we meer gaan naar een economie van delen in plaats van bezitten, dat zijn wel algemene principes, die we om ons heen zien gebeuren.

Dat kan je fijn vinden of niet, maar het zijn gewoon trends en die kun je door redeneren naar de toekomst. Volgens mij is het heel goed, dat onze ambtelijke organisatie dat ook tracht te doen, ondanks dat af en toe de goede voorstellen terug gedraaid worden in de raad. Volgens mij is het een heel goed stuk. Wij staan ook achter deze strategische basisprincipes. Ik wilde even een stapje maken naar de laadinfrastructuur. Ik daag meneer Jumelet uit om een beetje om te denken, want dat heb ik de afgelopen 4 jaar nog niet heel veel mee gemaakt. De heer Jumelet: Wij zijn heel realistisch en wij leggen ons oor op dit punt te luister. Wij zien en wij horen, wat u zegt, meer het gebruik en niet zozeer het bezit, dat is helemaal niet waar. Stel dat u wel gelijk zou hebben, waarom zit het dan niet in de visiescenario’s waarbij je kan inspelen op trends die je niet voorziet? Dit is een gedachte, die niet onderschreven wordt met cijfers, die gewoon openbaar beschikbaar zijn. Ik vind het zo ingewikkeld worden. De heer Muis: Ik zou tegen de heer Jumelet willen zeggen: kijk naar wat er gebeurt. Als er geen businessmodel zou zijn voor deelscooters of deelauto’s, waarom zien we ze dan overal verschijnen? Dat doen mensen echt niet voor de lol, zo’n onderneming opzetten. De heer Jumelet: Deelauto’s zijn haast niet aanwezig in Lansingerland. Die zijn er gewoon niet.

De heer Muis: Ik heb het in den brede over deelscooters, deelauto’s, andere vormen van mobiliteit waar dingen worden gedeeld met elkaar. Misschien is Lansingerland niet het voorbeeld waar het meest wordt gedeeld met elkaar, maar dat is een ander punt. Het heeft ook te maken met hoe je dat faciliteert. Als je het niet faciliteert, dat is mijn punt, als ik in mijn eigen wijk kijk en ik kijk naar de toekomstige laadinfrastructuur, dan wordt er tot 2025 geen één paal bij gezet. Dan stimuleer je ook niet, dat mensen een elektrische auto nemen. De heer Blonk: Ik werd getriggerd door de hele korte opmerking van ‘ongebruikte auto’s in de wijk’. Wat bedoelt u daarmee? De heer Muis: Als ik bij mij in de wijk kijk, dan zie ik heel veel auto’s voor de deur staan. Veel auto’s staan heel lang voor de deur. Die mensen gebruiken ze maar heel weinig. Dat is onbenutte vervoerscapaciteit. De heer Blonk: Dat begrijp ik, dat is ook zo, maar het is heel belangrijk dat het er is, want die mensen gebruiken waarschijnlijk voor hun woon/werk verkeer een fietscombinatie met OV, hartstikke goed, perfect, maar als zij in het weekend naar het strand willen of naar familie of op vakantie gaan, dan hebben zij een auto nodig. Daarom zeggen wij: zorg ervoor, dat je die auto wel bij je huis kan parkeren. Dat zijn geen ongebruikte auto’s, die auto’s worden weldegelijk gebruikt.

De heer Muis: Er is meer capaciteit dan dat het gebruikt wordt. Om daarover na te denken, hoe zou je er efficiënter mee om kunnen gaan, dat lijkt mij een heel zinvolle exercitie om te doen. Natuurlijk, dan komt het aan op gedrag: willen mensen dat, onder welke voorwaarden willen ze dat wel of niet? Het lijkt me goed om daarover na te denken, hoe je dat kunt stimuleren. We gaan niemand dwingen. Ik ga even verder. Auto parkeren, wij zijn er ook voor dat mensen gewoon kunnen blijven parkeren in de centra, we hebben ons er niet voor niets de afgelopen tijd altijd hard voor gemaakt. Tegelijkertijd moet je er ook voor zorgen dat mensen met de fiets en het OV de centra kunnen bereiken en dat ze daar ook hun fiets of scooter kwijt kunnen. Het is dus en, en. Niet dat de auto ineens helemaal niet meer mag, maar ook vanuit het perspectief van verkeersveiligheid. De gemeente groeit, je moet ook de fietsers, voetgangers en mensen die met het OV gaan goed beschermen en blijven beschermen in dat verkeer dat steeds drukker wordt. Ook daarvoor is het van belang dat je niet heel veel onnodige bewegingen hebt en dat je

25/44

juist die kwetsbare verkeersdeelnemers probeert te beschermen. De N209 sla ik over, want die hebben we net gehad. We vinden het ook fijn te lezen over de A16, dat die afspraak over leefbaarheid en inpassing gemonitord worden. Ik wil ook nog even complimenten geven aan de wethouder over alle verbeteringen die zijn doorgevoerd m.b.t. de verkeersveiligheid de afgelopen jaren. Dat moeten we blijven beschermen. In het kader van verkeersveiligheid, de Groeneweg, wil ik de wethouder vragen nog eens kritisch naar die bebording te kijken van de 30km/u zone op die plek, maar misschien ook op andere plekken. Tot slot, wat de heer Van der Stelt ook noemde, de uitspraak die een beetje verstopt was op blz.36, dat Lansingerland bereid is om een parkeerheffing te innen, daar zijn we op voorhand niet van overtuigd. Wij zouden daar graag een betere onderbouwing van krijgen en eerst andere opties verkend willen zien voordat we zeggen dat we dit zien als een oplossing, want het heeft ook weer andere effecten tot gevolg, dat mensen in de wijken gaan parkeren et cetera. Ik zou dat niet op deze manier in deze visie willen hebben. Dat is ons enige punt, dus ik denk dat we wel met het CDA mee kunnen denken over een amendement mocht dit in deze vorm door gaan.

Samenvattend: wij ondersteunen dus deze strategische basisprincipes en we hopen dat de koers om de mobiliteit te verduurzamen ook daadwerkelijk wordt doorgezet door een nieuw college en ook door een nieuwe raad. Aan ons zal het in elk geval niet liggen. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: De visie. Over de visie zelf is al een hoop gezegd door collega’s, er zijn een hoop goede dingen over gezegd en een hoop dingen waar we het gewoon niet mee eens zijn. Het beslispunt, dat gevraagd wordt, daar kan je het eigenlijk niet echt mee oneens zijn. Wat op blz.5 van het raadsvoorstel staat, daar kan je het niet mee oneens zijn. Dat is de essentie. Uiteindelijk denk ik dat je daar moet zeggen: het klopt wat daar staat. Bij dit stuk, ook al door meerdere collega’s gezegd, komt het eigenlijk uit op de uitvoeringsagenda. Wat ligt hier nou onder? Wat ga je hier onder doen? Wat ga je in de toekomst doen? Ik wil nadrukkelijk de collega’s uitnodigen, de heer Muis zei het al, het gaat over een visie naar 2040 toe, dat is inderdaad een periode van 18 jaar. Het is niet morgen, het is niet volgende week, het is ook niet volgend jaar. Het is iets wat ons uitnodigt om na te denken over langere periodes om om te gaan met dat stuk. Daarbij wil ik ook aangeven, ik heb heel veel collega’s horen zeggen: in dit stuk staat auto-pesten.

Ja, auto-pesten, toen eind 19e eeuw de auto in ontwikkeling gebracht werd zeiden de eigenaren van trekschuiten en postkoetsen: dat is trekschuit- en postkoets- en paard-pesten, want de auto gaat het toch niet halen. Inmiddels weten we dat dat anders is. We weten dat de auto de dominante mobiliteit is. Is dat in de toekomst ook nog het geval? Dat is de vraag die je je kunt voorstellen. Wij denken van niet. Wij weten ook dat het huidige kabinet, dat afgelopen maandag aangetreden is (…). We weten dat dit kabinet naar een richting toe gaat werken, dat in een volgende kabinetsperiode, dus vanaf 2025, dat er rekeningrijden ingevoerd gaat worden. Rekening rijden gaat echt wat doen met je mobiliteit, het gaat echt wat doen met hoe mensen zich gaan vervoeren. Wil je dat wel betalen? De heer Jumelet: Het invoeren van rekening rijden zegt iets over het autogebruik, het zegt niets over het autobezit. De heer Blonk zei terecht tegen de heer Muis, dat bezit van de auto anders zal zijn dan het gebruik. Je kan het OV pakken om naar het werk te gaan, maar in de weekenden wil men graag recreëren en dan gebruikt men toch die auto. Maakt u dan ook, net als wij, verschil tussen gebruik en bezit? Of is dat voor u gelijk? De heer Ruijtenberg: Nee, natuurlijk is er een verschil tussen gebruik en bezit. Wij vinden al veel langer, dat gebruik beprijsd moet worden en daarvoor moet je dingen gaan doen.

Er is absoluut een verschil. Wat je wel zult gaan merken, is dat een aantal mensen zal zeggen: ik moet gaan betalen voor mijn auto en dat is wellicht meer dan de wegenbelasting die ik nu betaal. Als ik een klein Japans autootje heb van 20 jaar oud, dan betaal ik niks. Misschien gaan die kosten hoger worden in de toekomst, misschien ga ik dan wel van mijn auto af en als ik dan een keer naar het strand wil of naar het bos of naar het circuit in Zandvoort, dan ga ik wel een deelauto huren. De deelauto’s, die er nu niet zijn in Lansingerland, misschien gaan die er wel komen. Ik zie de heer Kampinga heel erg nee schudden, maar we weten het niet, omdat dit gaat over een periode van 18 jaar. De essentie van de vraag is: maken wij een verschil tussen bezit en gebruik? Ja, op dit moment wel. De heer Van der Stelt: Ik heb de commissie eerder geattendeerd, en dus ook de heer Ruijtenberg, op een verdienstelijk rapport van KIM, het kennisinstituut voor mobiliteit, dat onderzoek heeft gedaan naar het autogebruik ook richting 2040. Hun taxatie is dat het autogebruik en ook het autobezit niet gaat afnemen.

Dat laat onverlet dat we ook de transitie en verduurzaming van de automobiel in gang moeten zetten, maar dat vind ik iets anders dan het autogebruik echt ontmoedigen door geen of onvoldoende parkeerplaatsen te hebben en er maar vanuit gaan, dat als mensen ook met de fiets kunnen of kunnen lopen, dat ze dan ook prima zonder auto kunnen. Dat vind ik tamelijk aanmatigend en behoorlijk een aantasting van de individuele rechten van een ieder. De heer Ruijtenberg: Ik weet niet heel goed wat de vraag is, maar ik zal het erop houden, dat de heer Van der Stelt en ik het oneens zijn. Heel simpel. De heer Van der Stelt: De vraag was of u bekend bent met dat onderzoek, want u doet nu voorkomen of wij alleen maar de auto zitten te pleiten, maar het is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De heer Ruijtenberg: Ja, ik ken dat rapport inderdaad, dat klopt. Dat rapport houdt rekening met een aantal scenario’s, die kunnen plaatsvinden, maar je moet er ook rekening mee houden, dat er andere scenario’s kunnen plaatsvinden, zeker nu het kabinet heeft uitgesproken dat er in de toekomst rekeningrijden gaat plaatsvinden. Daar

26/44

moet je je op baseren, dat dat gaat gebeuren, voor de toekomst. De heer Kampinga: In het verlengde van wat meneer Van der Stelt zegt en meneer Muis ook, het is een discussie tussen een ideologie, noem ik het maar even, en wat je gewoon in de werkelijkheid ziet gebeuren. Het mooiste voorbeeld geeft meneer Ruijtenberg net zelf, in het verleden waren ze heel bang, dat alle straten vol paardenstront zou komen. Het zijn natuurlijke ontwikkelingen geweest. Voor mij al liberaal geldt, dat de wens van mens heel belangrijk is. Wat wij allemaal vinden wat zou moeten, dat is een ander verhaal. De heer Jumelet: Mist de heer Ruijtenberg in deze visie scenario’s als het gaat naar de toekomst toe? De onzekerheid wordt alleen maar groter naar de toekomst toe. Moet je dan niet scenario’s opnemen van: als dit zich voordoet, dan enzovoorts. Nu varen we op één kompas of op één punt. Er liggen ook rapporten die heel wat anders zeggen. Bent u het met me eens, dat het verstandig zou zijn om scenario’s op te nemen in deze visie? De heer Ruijtenberg: Goede vraag. Ja, dat zijn we het eens inderdaad. Je moet altijd uit gaan van andere scenario’s, omdat dingen nou eenmaal kunnen gaan veranderen. Op de heer Kampinga zou ik willen zeggen: als het een strijd is tussen ideologie, we weten dat we naar een toekomst gaan waarin we niet kunnen doorgaan op de voet zoals we nu doorgaan.

We moeten anders omgaan met mobiliteit, dat klopt. We gaan ook anders om met mobiliteit. Wat ik merk, is dat de VVD toch wel heel erg de vroemvroem partij is: ja, we pleiten voor die auto, we willen die auto en we gaan erbij roepen dat het onze individuele vrijheid is om met die auto te gaan werken. Dat is heel anders. Ik heb niet het voorbeeld genoemd van de paarden. Ik heb juist aangegeven, dat u een strijd voert, die 120 of 130 jaar geleden ook gevoerd werd door anderen en die uiteindelijk verloren zal gaan. Daar wijzen de punten naar toe. De heer Kampinga: Mag ik kort reageren, want er worden mij dingen in de schoenen geschoven. Wij hebben niet een toekomstbeeld, dat alles zo moet. Wij hebben een beeld, dat mensen zelf keuzes maken en dat ze daar ook rekening houden met veiligheid en duurzaamheid enzovoorts. De heer Jumelet: De vraag aan de heer Ruijtenberg, want hij zegt tegen meneer Kampinga: u bent van de vroemvroem partij. Maar stelt dat hij over 10 jaar van de zoefzoef partij is, in de zin dat alle auto’s in Lansingerland opeens en iedereen opeens heel enthousiast over elektrisch rijden is. Dan betekent dat, dat het hele wagenpark elektrisch is.

Ik hoor zeggen, dat dat minder plek in schijnt te nemen, maar die auto’s kan je niet stapelen, volgens mij, dus laten we er maar van uitgaan, dat die evenveel plek in zullen nemen, dan moet je dat probleem toch ook nog oplossen van de automobiliteit, dan wel elektrisch, van onze wegen et cetera? Of ziet u de elektrische auto ook niet zitten naar de toekomst toe? De heer Ruijtenberg: Uiteindelijk is ons standpunt dat de auto te gast is en de voorkeur gaat uit naar fietsen en wandelen. Of de auto nu elektrisch is of een auto met fossiele brandstof, de auto zal altijd te gast moeten zijn in onze kernen. Wat ons betreft, dat missen wij ook in deze ambitie en het staat in ons verkiezingsprogramma, gaan we een kwart van alle parkeerplaatsen in Lansingerland opheffen. Hier staat nadrukkelijk: parkeren en leefbaarheid moeten hand in hand gaan. Dat is immers het meest effectief op het moment dat je die parkeerplaatsen saneert in de openbare ruimte. Dat parkeerdruk geen argument is om niet te verduurzamen, is ook een passage die er wat ons betreft heel erg goed staat. Je zal daar naar toe moeten gaan werken. Of dat dan een elektrische auto is of fossiele brandstof, er zullen minder auto’s moeten zijn. De voorzitter: U krijgt nog 1 minuut. De heer Ruijtenberg: Ik weet niet of ik aan een minuut genoeg heb, maar ik heb nog een tweede termijn.

Heel veel staat of valt bij de uitvoeringsagenda hiervan. Er wordt nu over differentiatie gesproken van 30, 50, 70, 80. Wat ons betreft gaat het makkelijker worden. Binnen de openbare kom wordt het in principe 30 km/u, op een paar gebiedsontsluitingswegen zal het 50 km/u worden. En eigenlijk alleen op de provinciale wegen met uitzondering van de N209 gaan we naar 80 km/u toe. Dat verschaft ook veel duidelijkheid. Wat wij ook missen, het openbaar vervoer met name in Bleiswijk, maar ook tussen de kernen, is wat ons betreft gewoon slecht. Waarom is er geen visie, zodat we kunnen kijken of er een combinatie kan zijn tussen de buurtbus en de 3B bus, waarbij we kijken naar een gemeentelijk vervoersbedrijf om daar andere aanbiedingen te doen, zodat mensen makkelijker die auto kunnen laten staan. Over veiligheid kunnen we zeggen, dwars door het centrum van Berkel en Rodenrijs is een combinatie waar fietsers te gast zijn. Als je nu kijkt waar ergens een onveilige situatie is, is het daar. Wat ons betreft stoppen we daar ook mee. Dat is uitvoeringsagenda, dan laat je daar mensen wandelen. Ik ga kijken of ik nog dingen heb. De voorzitter: Nee, ik ga u onderbreken, want nu is uw minuut om. De heer Ruijtenberg: Dan ga ik in de tweede termijn over hoe enthousiast ik ben over parkeerregulering.

De heer Xhemiali, PvdA: Een nieuwe kijk op de mobiliteit in en om onze gemeente voor de periode 20222040 is hard nodig. De PvdA-fractie is daarom blij dat de mobiliteitsvisie 2040 nu voor ligt voor besluitvorming. Meerdere collega’s hebben al benoemd, dat de nieuwe beleidsvisie heel erg op hoofdlijnen is van beleid. Het laat een schets zien van wat de abstracte kaders zijn en een doorkijkje naar de nieuwe tijd. De uitvoeringsplannen moeten voor invulling gaan zorgen, die in de toekomst gaan komen. In deze toekomst, als het om mobiliteit gaat, dan zijn er revolutionaire ontwikkelingen gaande, die een totaal ander mobiliteitsbeeld zullen gaan laten zien en daar moet je nu al rekening mee houden, want regeren is vooruit zien. Ik heb al van een aantal fracties gehoord, dat het nog heel ver is en dat de veranderingen niet heel snel gaan, maar die veranderingen gaan weldegelijk heel snel. Wie had ooit over een hyperloop gedacht 10 jaar terug, bij wijze van. In 2040 zal de uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof

27/44

minder zijn, verkeerslawaai aanzienlijk geringer dan nu is, verdergaande digitalisering van het besturen van auto’s verbeteren, wat stap voor stap zorgt voor betere verkeersveiligheid. Dat maakt het mogelijk om met veel meer auto’s tegelijk op een weggedeelte te rijden. Daar moeten we nu al rekening mee houden voor in de toekomst. Misschien verdwijnt de auto wel helemaal voor de deur en regelen wij onze digital auto on demand. Dat scheelt nogal wat parkeerplaatsen in de wijk. Ik hoorde de andere fracties daar niet in geloven, maar nogmaals, de deelscooters waren 10 jaar terug niet te bedenken en die zie je nu als paddenstoelen uit de grond komen, op de grond staan. Woon/werk verkeer wordt anders van intensiteit dan voor corona. De PvdA-fractie verwacht, dat dit blijvend zal zijn en dat het niet gaat veranderen, dat thuis werken, 50/50. Het heeft weldegelijk effect op de mobiliteitsdruk en verkeersintensiteit. In onze metropoolregio verschuift de nadruk ook van auto naar fiets. Het vervoer zal sterk deel- en vraaggericht worden. Tot op heden stond bij de inrichting van de openbare ruimte de ruimte voor auto’s steeds centraal. Dit gaat gelukkig ingrijpend veranderen in de toekomst.

Het voorstel om tot een gebiedsgerichte prioriteitsladder te komen wordt door mijn fractie van de PvdA onderschreven net als het idee om een aantal parkeerplekken in de wijk afhankelijk te maken van de afstand tot de dichtstbijzijnde halte van hoogwaardig openbaar vervoer. Dat onderschrijven wij ook. De mobiliteitsvisie geeft op blz.49 terecht aan dat, ik ga quoten: de afstand tot OV-haltes groot tot zeer groot zijn. Quote sluiten. Dat moet dus beter. We hebben onze legendarische halte Bonfut, die we toch weer gaan aanhalen, die vlak naast de nieuwe wijk Rodenrijse Velden en de nieuwe wijk Buyten op Wilderszijde ligt, moet snel in ere worden hersteld. Ook moeten er bushaltes langs de Laan van Mathenesse in Bleiswijk komen, alle winkelcentra en OV-stations moeten bewaakte fietsenstalling krijgen. Alleen het hoogwaardige openbaar vervoer heeft nog een toekomst als het gaat om aanbodgericht vervoerssysteem. De visie zegt dat het fijnmazige aanbodgerichte OV met een lage frequentie geen toekomst meer heeft. Dat baart mij en mijn fractie toch wel een beetje zorgen. De invulling via openbaar vervoer op maat, bijvoorbeeld kleine busjes op afroep, vraagt heel veel aandacht. Juist de groep voor wie deze vorm van vervoer van groot belang is, oudere mensen met een beperking, mag niet tussen wal en schip terecht komen. Dat wil ik toch wel heel graag benoemen hierin.

De PvdAfractie ziet de volgende ontwikkelingen als gevolg van de mobiliteitsvisie. Herziening op de toekomst N209, daar hebben we uitgebreid over gesproken bij de bespreekpunten vandaag. Zoals ik net noemde, bewaakte fietsstalling bij alle OV-stations en grote winkelcentra. De maximum snelheid in de bebouwde kom wordt standaard 30. En 50 km/u wordt uitzondering. Dat is volgens mij ook nationaal beleid, dat noemde GL ook. Er komen fietstunnels bij de Boterdorpseweg, Klapwijkseweg en N209. De Zoro-buslijn wordt vertramd en via RTHA doorgetrokken naar Schiedam station. Er komt ook een OV verbinding via de nieuwe A16 naar station Alexander. Gratis OV voor ouderen en jongeren tot 12 jaar wordt regionaal gemeengoed. Parkeren in de drie winkelcentra vindt standaard plaats in parkeergarages. Er komt een parkeergarage bij het winkelcentrum nabij de Hergerborch-locatie, het huidige parkeerterrein wordt groen en gaat aansluiten op het Annie M.G. Schmidtpark. Dank u wel. De voorzitter: We gaan zo naar wethouder Fortuyn. Ik beluister diverse aangekondigde amendementen over de auto. Ik hoorde: is dit stuk wel rijp voor behandeling? Waarom nu allemaal? Ik hoorde veel over de auto, het opladen, zonnepanelen, parkeerheffing, ook zo’n item dat in het grijze verleden ettelijke malen naar voren gekomen is. 30 km/u. Zijn de knelpunten wel meegenomen? Die missen we.

U heeft zelf driftig mee geschreven, denk ik. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Ik vind het een waardevolle discussie, die zich op dit moment in de commissie voor doet. Ik denk dat veel gevoelens, die leven deels in de uitvoering zitten, we hebben het hier over een visie. De glazen bol tot 2040, de heer Blonk gaf ook al aan, moet je kijken wat er veranderd is in de tussentijd vanaf de laatste mobiliteitsvisie, meerderen hebben er op gewezen. De heer Xhemaili had het over een hyperloop, de snelle vrachtverbinding in een buis. Ja, het is natuurlijk een ontwikkeling. Je probeert een visie te ontwikkelen en deze visie is wel adaptief. We gaan natuurlijk met deze visie wel aan de slag om naar een uitvoeringsagenda te gaan, een uitvoeringsprogramma. In dat uitvoeringsprogramma heeft u ook uw eigen inbreng, om daarmee in te stemmen ja of nee. We kijken ook naar maatwerk. De heer Blonk haalde Wilderszijde even aan, m.b.t. de parkeernorm heeft een andere discussie plaats gevonden en dat hebben we aangepast. Ik denk dat adaptief en maatwerk de kern van de zaak is. De kern is de verkeersveiligheid. De kern is het faciliteren van de toenemende mobiliteit, van de huidige maar ook van de nieuwe inwoners. De groei moeten we faciliteren, verduurzamen en gezonder maken, daar zal niemand op tegen zijn. Het zijn de kernwaarden, die we mee moeten nemen voor onze mobiliteit.

De ruimte geven aan nieuwe innovaties. Of het nou de hyperloop is, of het nou de deelauto is, de deelscooter of andere vormen van vervoer, die zal je ruimte moeten geven. Dat is adaptief, dat zijn ontwikkelingen, daar moeten we mee op acteren. Ook maatwerk waar mogelijk per gebied, zoals ik net Wilderszijde aanhaalde. Het heeft te maken met een ontwikkeling rond Westpolder. Zoals u weet zijn we met Westpolder bezig om daar in het programma een iets andere bouwhoogte maar

28/44

ook verdichting toe te passen. Dan past een parkeernorm die we bij moeten sturen, want daar gaan we nog een keer over praten in de uitvoeringsagenda, daar natuurlijk wel in. Dan ga je natuurlijk meer gebruik maken van het openbaar vervoer en andere vormen die daar gefaciliteerd worden. Even inhoudelijk nog. Ik zou niet adviseren om het voorstel, door 2 partijen gedaan, terug te brengen naar de tekentafel. Dat betekent gewoon vertraging. Wat wil je dan veranderen? Ik denk dat het goed is dat wij met elkaar afspreken, het ambtelijk apparaat luistert mee, dat ook de gevoelens zoals ze nu gedeeld zijn meegenomen gaan worden in het uitvoeringsprogramma, zeg maar het plan van aanpak, dat je hier vanuit gaat ontwikkelen. Het gebruik van zonnepalen is een heel directe vraag. Dat is bi-directioneel laden. Daar hebben we wel oog voor, maar ook dat is een ontwikkeling. Op dit moment hebben we een massabesluit voor het plaatsen van 250 laadpalen in de gemeente, om in ieder geval facilitair de auto’s te kunnen opladen in de openbare ruimte. Dit is een openbare ruimtevraagstuk. Wij hebben alleen nog niet zicht op het feit hoe wij stroom van een huis op nummer 23 kunnen laten laden op de openbare weg. Dat kabeltje is er nog niet. Sluiten we onze ogen daarvoor? De heer Jumelet: Het plan van aanpak.

Waar ik een beetje moeite mee heb, is het feit dat de wethouder eigenlijk zegt: laten we de visie nou de visie zijn, we hebben goed geluisterd, in de uitvoeringsagenda zullen we daar rekening mee gaan houden. Ik weet niet of de wethouder na de verkiezingen nog wethouder is en of hij nog in het college zit en deze portefeuille wil hebben, dat zullen we moeten afwachten. De vraag is natuurlijk wel, is de visie richtinggevend voor de uitvoeringsagenda? Of staat die uitvoeringsagenda los van de visie? Dat laatste kan natuurlijk nooit het geval zijn. Op het moment dat wij het punt op de horizon zetten met deze visie, dan is dat ook leidend voor uw opvolger straks en voor het ambtelijk apparaat om verdere uitvoering te geven aan. Op het moment dat wij nu zeggen: laat die auto maar een beetje op het tweede plan komen. Dat betekent gewoon, dat dat het richtpunt wordt voor de uitvoeringsagenda. Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Mijn vraag is dan: is het dan niet verstandiger om terug te gaan naar de tekentafel en wellicht meer scenario’s op te gaan nemen richting 2040, zodat u veel beter kan bewegen op het moment dat daar ontwikkelingen zijn, die een bepaalde kant op gaan? Wethouder Fortuyn: Nogmaals, ik zou dat zeker niet adviseren. De term auto-pesten is vanavond ook een paar keer gevallen, dat is zeker niet aan de orde.

We kijken wel kritisch: wat wordt er in het mobiliteitsvraagstuk het beste ingevuld? Er zijn gebieden in de buitengebieden, waarbij de auto helemaal niet uitgesloten is, laat ik het anders zeggen, dat het niet de oplossing is om daar op een andere manier te reizen. Dat zeggen we helemaal niet. Je zal per locatie moeten kijken wat daar gewenst is. Dat heeft niets met auto-pesten te maken, het is om te kijken welke processen je daarin hebt. Wat u voorstelt is om geen visie te doen en we rommelen een eindje door. Deze visie gaat breder dan alleen maar auto-pesten, zoals u wellicht op het netvlies hebt staan. Het gaat hier ook over veiligheid, ook over innovatie, ook over wegcategorisering, ook over duurzaamheid, ook over andere zaken. Om dit nu weg te zetten op dit enkele punt, dat zou ik onverstandig vinden, maar het is aan de raad om daar een besluit in te nemen, zo simpel is het, maar ik zou het heel erg onverstandig vinden. Bovendien, de omgevingsvisie die in juli het levenslicht gaat zien speelt ook een rol. Nogmaals, de uitvoering is een richting en de raad kan altijd sturend optreden. Dat kan ook niet anders, want we kijken naar 2040. Als de mobiliteitsvisie over 5 jaar herzien of geactualiseerd moet worden, dan is dat ook een raadsbevoegdheid om dat op te roepen: we willen het geactualiseerd hebben.

Ik zou dit document zeker niet in deze fase naar de tekentafel terug willen hebben. Los van het feit of ik wel of niet terug kom, de ambitie is om terug te komen als wethouder, maar welke portefeuille, dat laat ik weten als we zover zijn. Dat even als reactie. De heer Blonk: Over het elektrisch opladen. Ik heb in de eerste termijn aangegeven, de vragen die de heer Jumelet en ik in oktober hebben gesteld over het laden van auto’s die niet de auto op eigen terrein kunnen zetten. Het antwoord op één van die vragen was, ik citeer: voor bi-directioneel laden als nieuwe techniek zien wij mogelijkheden, dat deze in de toekomst een zinvolle bijdrage kan leveren aan duurzame energiehuishouding, en dan komt hij, op woningniveau. Dat was het antwoord. Daar zie ik nu helemaal niets van terug, ook niet in de visie, maar ook niet in het antwoord van de wethouder. Misschien is dat iets voor wethouder Van den Beukel, dat zou kunnen, want volgens mij heeft zijn afdeling toen die vragen beantwoord. Wethouder Fortuyn: Ik voel dat u gelijk heeft, want bi-directioneel laden was voor mij ook nieuw, maar ik volg wel de ontwikkelingen, want de auto die straks aan het laden is en eventueel via zonnepanelen opgeladen wordt, gaat ook straks gebruikt worden als accu om later weer terug te leveren. De heer Blonk: Dat is juist het probleem.

Als je die auto niet kan aansluiten op je eigen PVsysteem, dan kan je niet bi-directioneel laden of geven. Dat is mijn vraag. Het is misschien te lastig voor nu, maar misschien kan u die vraag schriftelijk kunt beantwoorden in combinatie met collega Van den Beukel. Wethouder Fortuyn: Ik ga een poging doen. Het is een toezegging dat we even hierop schriftelijk reageren. De heer Ruijtenberg: Een verduidelijkingsvraag aan de heer Fortuyn, over die slimme oplaadmogelijkheden, dat scheelt namelijk iets voor mijn tweede termijn. Op blz.44 wordt gesproken over slimme oplaadvoorzieningen. Heeft de wethouder of het college dan nadrukkelijk over vehicle to grid systeem? Als dat zo is, dan is dat ontzettend positief, dat we dat in de toekomst gaan uitrollen. Ik zie de wethouder heel bedenkelijk kijken nu. Wethouder Fortuyn: Ik ga er een toezegging over doen, ik heb geen flauw idee waar u het over heeft. Vierkante grip, hoe je het ook noemde. De heer Ruijtenberg: Vehicle to grid, dat je vanuit je auto, op het moment dat die is opgeladen, energie terug levert aan het

29/44

energiesysteem, zodat je die aan huizen kan leveren. Dat lees ik, wat hiermee bedoeld wordt. Wethouder Fortuyn: Daar wilde ik net op reageren. De auto wordt de opslag voor elektriciteit die niet gebruikt wordt. Die kan je in de nachtelijke uren gebruiken. Het is logisch dat we dat gaan doen. Mensen die een parkeerplaats hebben aan huis, als dat op deze manier georganiseerd kan worden, dan gaan we dat zeker doen. Dat is logisch, want er gaat nu stroom opgewekt worden en als particulier mogen we het niet meer terug leveren, althans tegen vergoeding, dat is nul, aan het energiebedrijf. Er zal in die richting heel veel ontwikkeling gaan plaatsvinden, waarbij de auto de accu is voor stroomgebruik in de avonduren. De heer Ruijtenberg: Daar deel ik vast een compliment uit. De heer Blonk: De discussie hierover gaat nu een wending krijgen, die ik niet begrijp. De essentie is natuurlijk, dat je de stroom die je zelf in je auto hebt ook ’s avonds of ’s nachts als de zon niet schijnt kunt gebruiken. Daar gaat het dus om. Dat noemen ze bi-directioneel laden. Je laadt met zonnepanelen op en ’s nachts geef je het weer af vanuit je eigen auto. Daar heb ik het over. De voorzitter: Laten we het even bij de mobiliteitsvisie houden, want we gaan nu heel driftig in op allerlei items. De heer Blonk: Daar had ik me mee verzoend, maar nu werd de discussie weer opgerakeld.

De voorzitter: Die discussie moeten we hier niet houden in het kader van de mobiliteitsvisie, dus dat gaan we niet doen. Er zijn nog de nodige amendementen aangekondigd. Wethouder Fortuyn: Dat heb ik niet echt gehoord, meer het overwegen. Ja, natuurlijk. De voorzitter: Wel iets waar u op kunt reageren. Wethouder Fortuyn: Zeker. De VVD was goed op weg, goede woordvoering. Hij mist de participatie van verenigingen en scholen. Ja, dat komt er wel aan. We hebben een groot aantal stakeholders gesproken, dat varieerde van winkelcentra, winkelverenigingen tot en met het bedrijfsleven tot en met de fietsersbond. Die zijn hier al bij betrokken. Ze hebben het kort ook kunnen lezen. De visie, die u voor u heeft liggen, daar staan zij achter, maar dat is niet de raad, het zijn andere partijen die erover gaan, dat is toch het gemeentebestuur. Ja, wij gaan in de verdere uitvoering verder in gesprek ook over de scholen, want daar is ook wel het nodige te doen, want er is ook gesproken over gedrag. Het CDA overweegt inderdaad een amendement en dat gaat over tarifering van parkeren. Dat is heel nadrukkelijk gesteld: dat willen we er niet in hebben. Ook hier geldt weer, dat dit niet de leidraad is dat we betaald parkeren in gaan voeren.

U kunt ook de verschillende verkiezingsprogramma’s zien, dat er absoluut geen meerderheid voor is, dus waarom zou het dan in de visie komen? Waar het wel om gaat, als de parkeerdruk op parkeergarage Westpolder te hoog gaat worden, dan zou je dat als potentieel middel kunnen gebruiken. We zeggen niet dat we het doen, maar je zou het wel als potentieel middel kunnen gebruiken om doorloop te kunnen krijgen van de parkeernormen. Dat is wat hiermee bedoeld wordt. Het is geen doel op zich. De heer Muis: De wethouder ging er op in. Ik ben blij met zijn toelichting, maar feit is wel dat het anders in de tekst staat. Er staat: Lansingerland is bereid een parkeerheffing te innen bij de P&R voorzieningen. Ik weet niet of dat echt noodzakelijk is. Ik denk dat er nog stappen voor gezet moeten worden, dus daar mis ik een nuance, dat het niet een automatisme is van, op enig moment kunnen we op basis van deze strategische uitgangspunten hiervoor kiezen. Natuurlijk, dan moet het misschien nog langs de raad, misschien ook niet, maar als we hiermee in gaan stemmen, dan ligt daar gewoon een vrijbrief om dat te doen. Ik mis de nuance die de wethouder aangeeft in de tekst.

Ik denk dat het goed is dat we dat met elkaar, als daar een meerderheid voor is, nuanceren of een afweging plaats laten vinden: we kijken eerst naar parkeervergunningen, we beoordelen nut, noodzaak en effecten en dan komen we terug met een voorstel wel of niet bij de P&R parkeergeld heffen. Zoiets. Dank voor de toelichting van de wethouder, maar ik denk dat het niet voldoende zal zijn om met die tekst zo met elkaar in te stemmen. Wethouder Fortuyn: Wat u zegt is precies de bedoeling. Als wij forensenverkeer hebben op Westpolder en we zetten daarmee de wijken rondom vast, dan denk ik dat je het middel niet moet uitsluiten. Er staat: bereid. Er staat niet in: we gaan. Het is geen harde, we zijn bereid. Uw uitleg, uw interpretatie, dat beeld hebben wij ook. De heer Van der Stelt: Op ditzelfde punt. Ik wil de wethouder toch uitnodigen om zijn eigen teksten beter te lezen, want het staat er toch echt vrij stellig. Niet van ‘het kan’ en ‘eventueel dit’. Er staat gewoon: als dat, dan is het wenselijk. Het komt echt op meerdere plekken aan de orde. Ik vind het echt onvoldoende om te zeggen: ach, de soep wordt niet zo heet gegeten als die wordt opgediend. Je moet elkaar wel een beetje serieus blijven nemen. Hier ligt een visie en die visie moet richtinggevend zijn voor de verdere uitwerking. Als u zegt: ach, maak je niet druk, dat zien we in de uitvoering wel.

Dan kom ik wel weer terug op mijn andere punt: laten we het dan vooral over de uitvoeringsplannen hebben, gooi dit stuk in de prullenbak. Wethouder Fortuyn: We hebben het vanavond over samenhang gehad en over integraliteit, dus het lijkt me niet handig om het in de prullenbak te doen. Dat wil ik even gezegd hebben. Dan hadden we het over de knelpunten, met name de verkeersonveilige situaties, 30km/u zones in de bebouwde kom. Wij zien die ontwikkelingen komen. Er zijn discussies aan verschillende tafels, dat zien we ook landelijk. Wij hebben aandacht voor knelpunten, ja, we hebben aandacht voor de discussie in het hele land. In Lansingerland kennen wij veel 30km/u wegen, we hebben zelfs 15km/u erfsnelheden. Maar de gebiedsontsluitingswegen, zoals we die nu nog voor ons zien, zien wij nog steeds als gebiedsontsluitingswegen zoals de Randweg-west of de Boterdorpseweg, de Klapwijkseweg, die zien we nog steeds als gebiedsontsluitingswegen met een 50km/u regime. Daar zien wij ook geen verandering, dat staat ook niet in de visie wat dat betreft. Ten aanzien van OV m.b.t. de kernen verbindingen: daar hebben we ook veel aandacht voor. Het is een zoektocht om het businessmodel van RET en reizigers en

30/44

aanbod goed op elkaar af te stemmen. Je ziet dat ook de RET steeds meer bezig is om te kijken of ze in een wat andere modaliteit, kleinere bussen, andere frequentie, toch een model kunnen ontwikkelen om OV fijnmaziger te maken. Het is natuurlijk een kwestie van vraag en aanbod. Het heeft onze aandacht, het heeft ook in de MRDH de aandacht. Het blijft een belangrijk punt om het OV en die kernen met elkaar te verbinden, dus daar is aandacht voor. Ten aanzien van de Bonfut, ik ben blij dat meneer Xhemaili het weer noemt, want ik heb de Bonfut enige tijd gemist, maar ik ben blij dat het weer op de agenda komt. Wellicht dat bij de vertramming van de Zoro-baan in 2035 met een feestelijke opening wellicht bij de Bonfut dan plaats kan gaan vinden. We houden het in de gaten. Het is één van de mooiere plekken straks, ook Wilderszijde, om te kijken naar de haltering van de verschillende openbaar vervoersstromen, die we hebben. Ik denk dat ik het zo een beetje gehad heb. Er is leuk en goed gediscussieerd tussen de commissieleden. De heer Jumelet: Ik weet niet of de blaadjes van de wethouder een beetje door elkaar gehusseld zijn, maar hij ging van het CDA naar de PvdA en alles wat er tussen zat sloeg hij over.

Misschien is hij een blaadje kwijt, maar ik had toch wel een reactie willen horen op mijn stelling: had je niet vanuit het beeld van 2040 terug kunnen redeneren et cetera? Ik ben op zoek naar hoe de wethouder aankijkt naar wat een visiedocument is. Of moet ik dat afleiden uit hetgeen hij al gezegd heeft, want dan heb ik daar toch wel een beetje een somber gevoel over. Wellicht kan hij nog een beetje toelichting geven op mijn vraag wat een visiedocument voor hem is. Wethouder Fortuyn: Wij hebben in 2020 al gesproken over mobiliteit, we hebben ook beeldvormende avonden gehad. We hebben de uitgangspunten van de raad meegenomen en we hebben zoveel mogelijk ook de uitgangspunten mee genomen van de MRDH, de kennis die we hebben, RCOW, de stakeholders, de overleggen die we hebben. We hebben met elkaar geprobeerd in die glazen bol te kijken. Wij zien natuurlijk ontwikkelingen, die horen we vanavond ook, de discussie van bezit en gebruik, dat zijn de discussies die allemaal meegenomen zijn. In die zin probeer je een visie te ontwikkelen. Ik denk dat er heel veel bruikbaars in staat, ik heb ook aangegeven wat de kernthema’s zijn. Als u dat geen visie noemt, dan laat ik dat voor u, ik vind het wel een visie. We hebben een verouderde visie aangepast met de kennis van nu en met de verwachtingen naar de toekomst. Het is een adaptief instrument, het is maatwerk daar waar het nodig is.

Het is samenhangend en de uitvoeringsprogramma’s komen echt langs de raad en daar kan je hem ook op aansturen. Ik heb er een wat andere mening over dan u, meneer Jumelet. De voorzitter: Ik heb de heer Jumelet horen zeggen: hij hopte zo over naar de PvdA. Maar ik heb toch wel het e.e.a. gehoord, dat hij toch ingegaan is op een paar items o.a. van de CU. Dat horen we straks wel van degene die denkt niet gehoord te zijn. De tweede termijn 2 minuten. Graag de vraag of u een amendement gaat indienen. Tweede termijn De heer Blonk, L3B: Op mijn overweging om een amendement op de parkeernormverlaging in te dienen zal ik de wethouder duidelijkheid verschaffen: hij komt er, hij wordt ingediend. Ik heb er nog sterk over nagedacht tijdens de beantwoording: hij komt er gewoon. In het verkiezingsprogramma van L3B staat speerpunt 7 en daar staat: gratis parkeren en voldoende parkeerplaatsen. Dus geen betaald parkeren in Lansingerland, een amendement of motie willen wij graag met het CDA mede indienen. We zullen contact hebben over de tekst. Inwoners moeten hun auto vlak bij hun huis kunnen parkeren. De auto blijft ook in de toekomst een belangrijk onderdeel van ons mobiliteitssysteem. Daar moet rekening mee gehouden worden. Dat betekent: deelmobiliteit voor auto’s werkt vooral in hoogstedelijk gebied. Dat is ook aangegeven.

Of dat nou in Lansingerland gaat werken, in ieder geval nu helemaal nog niet. Ga je over 10 of 20 jaar kijken, ik moet eerlijk zeggen, dat weet ik ook niet precies. Ik heb niet het idee dat dat gaat lukken. T.a.v. de heer Muis: we gaan niets dwingen t.a.v. ongebruikte auto’s. Dat doe je in feite wel als je de parkeernorm wil verlagen, dan dwing je en daarom zijn we tegen het verlagen van de parkeernorm. De heer Muis: Hij zegt: deelmobiliteit moet je vooral in meer stedelijk gebied doen. Goed. Stel, bij Bleizo gaan we verdichten, in Wilderszijde gaan we een deel behoorlijk verdichten, bij Westpolder gaan we wat meer verdichten en de hoogte in. Dat zijn juist plekken waar je nadenkt over die concepten. Het is niet zo dat het overal maar te pas en te onpas toegepast moet worden. Hoe denkt de heer Blonk daar dan over? Hij zegt zelf: misschien over 10 of 20 jaar wel. Dat is nou net het punt: deze visie gaat over tot 2040. Wat kan het voor kwaad om dat te omarmen en te zeggen: laten we kijken op welke plekken deze concepten zouden kunnen werken? Ik snap de weerstand gewoon niet zo goed. De heer Blonk: Dat kan ik me voorstellen. Ik ben in de eerste termijn begonnen met aangeven die 18 jaar: voorspellen is moeilijk, zeker als het de toekomst betreft. Dat is een hele bekende. Dat is heel erg lastig.

Als ik kijk nu, iets kortere termijn, dan wil ik niet de suggestie gaan wekken dat we nu alles moeten gaan inzetten op deelmobiliteit, terwijl die deelmobiliteit in hoogstedelijk gebied een kans heeft, terwijl de komende tijd het niet hebben over hoogstedelijk gebied. Er zijn fracties die een weerstand hebben tegen stedelijk gebied bij Bleizo-west. Mijn fractie niet, dat mag daar komen. Het is zo ongewis allemaal. Dan kom ik weer bij de heer Muis terecht. De heer Muis had het in relatie tot deelauto’s over omdenken, we moeten omdenken. We moeten ons wel realiseren: omdenken kun je niet alleen. In het kader van

31/44

deelauto’s heb je wel heel, heel, heel veel omdenkers nodig. Dank u wel. De heer Xhemaili: Dat omdenken begint nu al, want ik ga een vraag daaromtrent stellen. Is de heer Blonk het met me eens, dat wij in de toekomst met het bouwen van huizen in Bleizo-west, Wilderszijde, Langevaart, Merenweg, gaan groeien naar 90.000 inwoners of 95.000 inwoners? Is dat niet stedelijk genoeg voor de heer Blonk om juist nu al rekening te houden met deelmobiliteit, dat dat echt een rol gaat spelen in de toekomst, juist in de nieuw aan te bouwen wijken. De heer Blonk: Nee, dat ben ik het niet met u eens. Als we het hebben over de Merenweg, de Langevaart, Wolfend, wijken waarvan wij vinden dat het dorpse karakter gehandhaafd moet worden en niet het stedelijke. Vandaar dat ik zeg: ik heb daar niet zo’n fiducie in, dat daar die deelmobiliteit een echt grote rol gaat spelen. De heer Xhemaili: Dan deel ik niet de mening van de heer Blonk, want volgens mij gaan we weldegelijk richting de 90.000 inwoners en dan moet je juist goed vooruit denken hoe je dat ruimte ordelijk gaat inrichten. De heer Blonk: Dan gaan we hiervan een beetje een karikatuur maken, dan gaan we een heel andere richting heen. Het blijft een dorps karakter. De voorzitter: Heren, ik onderbreek u. We hebben het over de mobiliteitsvisie, het item over de deelauto’s is helder. We gaan niet verder door. Ik zit ook naar de klok te kijken.

De heer Kampinga, VVD: Futurologie, dat kennen we allemaal, dat heeft met visies te maken. De amateur futurologen, zoals wij allemaal hier aan tafel, trekken gewoon lijnen door. Het is nu zo en het zal wel zo doorgaan. Of, dat komt ook voor, dat je een idee hebt, dat heet dan een visie, het gaat allemaal naar de fiets en het lopen, de auto wordt uit gefaseerd. Wij hebben als VVD het uitgangspunt, en daar staan we niet alleen in, dat de ontwikkelingen door de mensen zelf worden bepaald, waar politiek natuurlijk wel een zekere rol in speelt. Dat even in zijn algemeenheid. Ik heb eerder aangegeven, dat de VVD, ik ben nu even namens mijn collega Mauriel van As hier, dus ik kan niet al te stellig doen, maar de VVD overweegt om een amendement in te dienen om het hele idee dat we ook bij Wilderszijde al gezien hebben van: het gaat toch toe naar een situatie dat mensen met de fiets naar het station gaan. Nee, die auto speelt nog steeds en zal vermoedelijk nog heel lang een heel belangrijke rol spelen. Of hij nou elektrisch is of anderszins, dat doet er niet toe. Dus daar gaan wij een amendement op het visiedocument indienen. Dank u wel. De heer Muis: Het is duidelijk hoe de heer Kampinga erin zit. Alleen, de andere kant is ook, dat hij verkeersdeelnemers wil beschermen. Hij wil naar nul verkeersslachtoffers. Dat autoverkeer blijft groeien, het aantal inwoners blijft groeien.

Als je op diezelfde voet door gaat, ondanks alle investeringen en maatregelen, blijft het aantal verkeersslachtoffers toenemen. Je zult dan toch prioriteit moeten gaan geven aan die zwakkere verkeersdeelnemers. Dat wil niet zeggen, dat de auto niet meer mag, maar je zult toch om moeten gaan denken: hoe gaan we het leefbaar en veilig houden voor die zwakkere verkeersdeelnemers? Niet door een auto te verbieden, maar misschien wel iets minder prioriteit eraan te geven en iets meer prioriteit aan de overige verkeersdeelnemers. Deelt de heer Kampinga dat? Of is dit echt abracadabra? De heer Kampinga: Ik houd niet zozeer van het woordje ‘moeten’ wat in bijna elke zin voorkomt, we moeten dit en we moeten dat. Je streeft een doel na, zoals de VVD ingevoerd heeft: nul slachtoffers door infrastructurele gebreken. Dat hebben we jaren geleden al besloten, het zal niet aan infrastructurele gebreken liggen dat er ernstige ongelukken gebeuren enzovoorts. Maar dat resulteert niet automatisch in het uit faseren van auto’s, daar zijn wij niet van overtuigd. De heer Van der Stelt, CDA: Ik blijf van mening dat het stuk niet rijp is voor besluitvorming. Ik vind het jammer dat de wethouder dat niet oppikt, maar dat respecteer ik vanzelfsprekend. De belangrijkste punten zijn, dat ik vind dat de auto toch echt wel weggedrukt wordt, ik ga dat allemaal niet herhalen, dat is uitvoerig besproken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=c52eb20e-fef9-469b-9af6-84659f24d17e