[BV21.0186] Verslag Raad Begroting d.d. 4 november 2021
Tekst van het document
Dan hebben we nog de motie over de ondermijning. Die zullen we gaan steunen, maar ook omdat de burgemeester dat van ons vraagt en niet zozeer omdat we die motie nou zo fantastisch vonden, maar blijkbaar heeft hij dat nodig, dus daarom willen we dat met alle liefde steunen. We hebben als raad al geld gegeven voor deze aanpak, dan doen we er nog een beetje PR bovenop op deze manier. Als dat goed is, hopen we dat het nog verder gaat vliegen. Dan nog camerabeleid. Heel goed, dat we daar met elkaar het gesprek gaan voeren, dat is helemaal goed. We moeten er met elkaar voor zorgen, dat we Lansingerland zo veilig mogelijk maken en dat de Lansingerlanders zich veilig gaan voelen. Daar hebben we andere meningen over, maar het is goed om daar met elkaar van gedachten te wisselen. Ik ben er ook zeker bij. Dan hebben we nog ‘grip op het MIP’. Ik zat nog te twijfelen, maar het is een ondersteuning en we gaan het op die manier doen. Wij zullen het zeker steunen. Dan ben ik er. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: In eerste instantie wil ik de collega’s bedanken voor de raadsbrede steun voor het zwembadonderzoek. Ik denk dat dat heel belangrijk is. GL is niet alleen de partij van de duurzaamheid, maar ook van de biodiversiteit, dus blije mussen passen helemaal bij ons, daar zijn we heel blij over. Dan ons eigen amendement over de plukbermen, die zullen wij terug trekken.
We hebben goed geluisterd naar de beide wethouders en met name de beantwoording van de heer Van den Beukel triggerde ons. Wij zullen daar bij de behandeling van Horti Science zeker op terugkomen, hoe we kenbaar maken in de maatschappij over voedselvoorziening en dat soort dingen. Dit krijgt een vervolg, maar niet vanavond in ieder geval. Dan wil ik het hebben over de moties, waar we nog een antwoord op hebben te geven, wat we daarmee doen. De eerste is van L3B, geen plek voor criminelen. Daar hadden we al aangegeven dat het oordeel portefeuillehouder was. De portefeuillehouder is vrij duidelijk geweest, dit heeft ons over de streep getrokken, deze gaan we steunen. Digitale dienstverlening, ook 21/36
daar hadden we oordeel wethouder. Maar het oordeel van de wethouder overtuigde ons juist om niet met de wethouder mee te gaan, omdat wij niet zo heel erg super enthousiast waren over de beantwoording van de wethouder, die ik trouwens wel wil feliciteren met haar eerste bijdrage aan de beraadslagingen in deze raad. Wij vermoeden dat daar nog wel een slag te slaan is, dus wij zullen de moties van de collega’s ter rechter zijde ondersteunen. Daar wil ik het bij laten. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik ga vooral in op de eerste termijn van de wethouders. Volgens mij heb ik in de eerste termijn heel duidelijk aangegeven hoe ik tegenover de amendementen en de moties sta. De heer Van den Beukel ging nog even in op waarom het college heeft gehandeld rondom deze begroting zoals ze deed. Hij noemde de turbulentie. Bij turbulentie zou ik zeggen: fasten your seatbelts. Dat is wat anders dan de broekriem aan te trekken, want helaas is dat wat u deed. De bezuinigingen liet u staan, de bezuinigen met impact voor de meer kwetsbare inwoners. En u liet de OZB van de fortuinlijke inwoners ongemoeid. Dat deed u niet alleen, dat deed het hele college.
De grote vraag, die nog steeds voor ligt en de vorige keer heb ik hem ook al gesteld aan het hele college: waarom liet het college de bezuinigingen staan in de begroting, die u ons voorlegde een aantal weken geleden, terwijl u op basis van het kadernota-debat wist dat het bij veel partijen toch om pijnlijke bezuinigingen ging. Wat heeft u daarmee laten zien naar de inwoners, die afhankelijk zijn van een aantal van die budgetten en juist de meest kwetsbare inwoners. Nu heeft de voltallige raad gelukkig de handen naar elkaar uitgestoken en hebben we die foute inschatting recht kunnen breien. Ik ben blij, dat de heer Fortuyn de motie van het zwembad omarmt, dat wilde ik nog maar even gezegd hebben. Wethouder Cnossen, niemand in de kou, haar reactie was: onze schuldhulpverlening zit hier prima in elkaar. Dan heeft de wethouder misschien nog niet het rapport gelezen, dat de rekenkamer eind vorig jaar uitgaf ‘belofte maakt schuld’ waaruit bleek dat er in Lansingerland rondom de schuldhulpverlening veel steken zijn gevallen ondanks de goede bedoelingen. Begin 2021 is nog bij het schuldhulpverleningsplan een motie aangenomen, ingediend door de PvdA, CU en GL om een uitvoeringsplan schuldhulpverlening sterker, concreter en toetsbaarder te maken.
Misschien komt het allemaal goed en heeft u alle mensen die mogelijk in de kou komen te zitten in beeld, maar dan moet er nog wel even een heel scherp schuldhulpverleningsplan en uitvoeringsplan tegenaan worden gezet en dat hebben we tot nu toe nog niet gezien. Dan ga ik naar de digitale dienstverlening. Daar hoor ik van de verschillende fracties en ook van de wethouder: er is eigenlijk helemaal geen probleem, er zijn partners. De heer Van Doorn denkt: dat komt wel goed. De heer Machielse had het over de warme woorden van de wethouder. Het CDA herkent het niet direct, hoorden ze van de ouderenbond. Die zou de motie nu nog niet indienen, misschien later wel. Wat de wethouder eigenlijk zegt is: iedereen is hier altijd welkom, die maatschappelijke organisaties, als die vrijwilligersorganisaties, komt u maar naar mijn ivoren toren, heb ik hier neergeschreven. Komt u maar langs. Het valt me eigenlijk tegen, dat de wethouder, die hier net is, niet op zijn minst even wil onderzoeken, langs wil gaan, om te kijken hoe die dienstverlening kan worden verbeterd in samenspraak met die mensen en die organisaties. De dienstverlening verbeteren voor mensen die niet om kunnen gaan met digitale middelen. U kunt ervan uitgaan, dat de PvdA een heel goede ingang heeft bij al die organisaties en dat wij zo’n motie never nooit zouden indienen als we daar niet een heel goede reden toe hadden.
Ik wil de wethouder een tip mee geven: als u echt iets wilt doen voor mensen, kinderen in armoede, niet digitaal onderlegden, dan is het goed om op pad te gaan en uw oor goed te luisteren te leggen, net als wethouder Van Tatenhove ook regelmatig deed. Dan nog even richting de heer Van den Beukel. Hij is een fan van series over de politiek. Hij had het over Yes, Minister. Ik ben een groot fan van de serie Are you being served? Daar wilde ik het rondom deze motie bij laten, die ik natuurlijk wel zal indienen. Ik ben blij, dat ik alvast op de steun van GL kan rekenen en natuurlijk van WIJ. Dank u wel. De voorzitter: Als ik het goed heb, is er één vraag of opmerking gemaakt waar een antwoord op nodig is, dat is van de heer Hoek en ik in de richting van de heer Ruitenberg. Ik kan voor mezelf aangeven: dan moet het in januari echt klaar zijn, want februari is de laatste. Ik zal mijn best doen, maar ik denk niet dat dat gaat lukken. Mevrouw Verhoef: Ik heb een duidelijke vraag aan de heer Van den Beukel gesteld, maar eigenlijk aan het voltallige college: waarom liet u de bezuinigingen staan in de begroting? Wethouder Cnossen: De heer Hoek wil graag een terugkoppeling hebben en wil weten hoe groot de tegemoetkoming is.
Meneer Hoek, het zit in één groot beleidsveld, wat we hier hebben met elkaar: het sociaal domein, waar we zoveel mogelijk iedereen integraal, dat is een moeilijk woord, maar voor al zijn problemen mee willen nemen. Dan denk ik niet dat het college een terugkoppeling kan geven, wel van misschien het bedrag dat is uitgekeerd totaal, om mensen te ondersteunen die problemen hebben met het betalen van de energierekening. Die terugkoppeling, ik vind hem een beetje lastig, omdat je dan heel erg moet gaan uitzoeken wat het dan precies is. Ik heb toegezegd: als het nodig is kunnen we in het college nieuwe beleidsregels stellen, als het nodig is om meer budget te krijgen kan dat ook. Maar u stelt wel heel gedetailleerde vragen. De heer Hoek: Vindt u dat nou echt? Het is toch logisch, op het moment dat je zo’n regeling treft, dat je uiteindelijk een keer bijgepraat wilt worden van: joh, het gaat om zoveel gezinnen, dit is het bedrag dat daar aan hangt, dat gaan we uitvoeren. Ik hoef niet te weten wie het is, dat gaat mij niets aan, maar ik mag toch vragen om op de hoogte gehouden te worden hoe wij hier adequaat mee omgaan? Want het is nogal niet wat. Als we het niet goed aanpakken, dan dreigen er 22/36
echt mensen tussen wal en schip te raken en dat wil ik voorkomen. Als u zegt: we kunnen niet terugkoppelen, we kunnen dit niet, we kunnen dat niet, dan wil ik hem alsnog in stemming brengen, want ik vind het bijzonder belangrijk, dat wij hier zicht houden op mensen die tussen wal en schip raken. Wethouder Cnossen: Dan ben ik in mijn eerste termijn niet duidelijk geweest. Er komt geen aparte regeling. Mensen die problemen hebben, financieel, in een gezin, WMO, niet mee kunnen doen, die kunnen gewoon terecht bij de gemeente. En ook voor dit probleem kan iedereen terecht bij de gemeente. Dat is wat ik probeerde te betogen. Vandaar ook dit antwoord in de tweede termijn. Mevrouw Verhoef riep toch iets bij mij op. Op pad gaan is mijn tweede natuur, mevrouw Verhoef, dus ik hoop u daarmee te verrassen. De heer Markus: Even kort om de heer Hoek tegemoet te komen. We hebben de jaarrapportage sociaal domein, daar kan het prima in opgenomen worden. Wethouder Van den Beukel: Er is nog een vraag aan mij gesteld, de principiële vraag van mevrouw Verhoef. In de commissie hebben we het ook over gehad, maar prima om het hier nog een keer goed neer te zetten. Waarom liet of laat het college de voorgestelde bezuinigingen staan? Dat heeft te maken met het meerjarenbeeld, mevrouw Verhoef.
Ook na het amendement van de heer Markus namens de voltallige raad zijn de meerjarensaldi nog steeds na 2022 niet positief. Het lijkt ver weg en je kunt er optimistisch over zijn, maar het is wel een realiteit. De realiteit kan groener gaan kleuren of zwarter, maar kan ook fors roder gaan kleuren. Een aantal risico’s, een aantal niet mis te verstane risico’s staan in de risicoparagraaf van deze begroting. Dan is het niet zo slecht om een overschot te hebben in dit jaar of een volgend jaar, want er komen best pittige tijden aan. Dat betekent niet dat je nu enorme overschotten moet laten zien, ook de reden dat het college de ruimte zag en ziet om een aantal ombuigingen terug te draaien. Tegelijkertijd moeten we wel ver vooruit kijken. Ik denk dat het ook de wens van uw raad is om ver vooruit te kijken of om het college ver vooruit te laten kijken, dus vandaar dat ik er goed rekening mee houd. Die winstwaarschuwing geef ik u dan toch nogmaals, welke partijen hier ook aan zet zijn om te gaan formeren, die zullen wel, ga ik van uit, op de tafel en in de dossiers een bezuinigingsopgave voor hun rekening moeten nemen. Of niet. Dat kan. Maar mijn inzet zou zijn om ook voor de volgende jaren een sluitende begroting te presenteren. Dat betekent, zoals we er nu naar kijken, toch nog wel een bezuinigingsopgave na de volgende jaren. Tot zover.
De voorzitter: Daarmee zijn we aan het eind van de behandeling van de begroting en gaan wij over tot de stemming. De heer Hoek: Ik heb een punt van orde. Ik vraag om 3 minuten schorsing. De voorzitter: Zeker. Dan schorsen wij voor 5 minuten, dan is het tien voor. Schorsing De voorzitter: Als iedereen weer plaats neemt, dan heropen ik de vergadering en gaan wij over tot de stemming. U heeft de lijst van de griffie. Als ik het goed genoteerd heb, is er één motie die niet ingediend is, de motie camerabeleid, en een amendement dat ingetrokken is, over de plukbermpjes. Over de rest gaan we gewoon stemmen. Ik doe dat op volgorde van de fractie van indiening. De heer Hoek: Wij zullen de motie ‘niemand in de kou’ intrekken. Wij willen wel de wethouder vragen ons periodiek bij te praten over hoe dit dossier gaat, omdat wij dit als volksvertegenwoordigers erg belangrijk vinden. De impact kan echt gigantisch zijn op gezinnen, dus we willen echt vinger aan de pols houden m.b.t. dit onderwerp. Dank u wel. De voorzitter: Ik denk dat de voorzitter van de commissie samenleving ook wel de ruimte zal geven om daar af en toe naar te vragen. En uiteraard, uw oproep aan de wethouder heeft de wethouder genoteerd. Dan gaan we over tot stemming. We beginnen zoals gebruikelijk met de amendementen, dan de begroting en dan de moties.
A2021-035 Posten uit begroting on hold tot eerste begrotingswijziging De voorzitter: Ingediend door de heer Markus. Ik open de stemming. Dit amendement is met algemene stemmen aangenomen. A2021-036 Onderzoek energie zwembad De voorzitter: Ingediend door de heer Ruijtenberg van GL. Met algemene stemmen aangenomen. A2021-038 Bezuinigingen Beleidsaccenten Sociaal Domein uit begroting voor 2022 en structureel na 2023 on hold tot eerste begrotingswijziging De voorzitter: Door mevrouw Verhoef van de PvdA ingediend. Ik open de stemming. Deze is ook met algemene stemmen aangenomen. Voorstel: begroting 2022-2025 De voorzitter: Dan gaan wij stemmen over de begroting 2022 en verder. Ik open de stemming. De begroting is met algemene stemmen aangenomen. M2021-043 Geen plek voor criminelen De voorzitter: Ingediend door L3B. Ik open de stemming. Raadsbreed aangenomen. 23/36
M2021-044 Nadere uitwerkingen nodig intensiveringen en budgetten voor groei en ambities De voorzitter: Ingediend door de heer Machielse van de VVD. Ik open de stemming. Met algemene stemmen aangenomen. M2021-045 Grip op het MIP De voorzitter: Ook ingediend door de heer Machielse van de VVD. Ik open de stemming. Ook met unanieme stemmen aangenomen. M2021-047 Besluitvorming bezuiniging Beleidsaccenten bij eerstvolgende begrotingswijziging De voorzitter: Door mevrouw Verhoef van de PvdA. Ik open de stemming. Ook die is met unanieme stemmen aangenomen. M2021-048 Verbetering dienstverlening aan inwoners voor wie de digitale gemeente moeilijk toegankelijk is De voorzitter: Van mevrouw Verhoef van PvdA. Ik open de stemming. Met de stemmen van de PvdA, GL en WIJ voor en de overige tegen is deze verworpen. Daarmee zijn we aan het einde van de stemming, als ik mijn lijstje volg. De griffier zegt ja, dan weet ik het zeker. 6.b Motie vreemd Pilotregeling tussenvoorziening statushouders Mevrouw Gabin, GL: Na het voorstel van de burgemeester over de pilotregeling zijn wij aandachtig de pilot gaan onderzoeken. We hebben druk contact gehad met COA en met de opsteller bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Uit al die gesprekken kwam naar voren, dat de nood groot is. Vandaar dat wij het belangrijk vinden om de motie vanavond in te dienen.
Het is mooi om te zien dat overal in Nederland de gemeenten de mouwen opstropen om een nijpend tekort aan opvangplekken te overbruggen. Op verschillende plekken in de regio zijn er noodmaatregelen getroffen om de huidige asielcrisis het hoofd te bieden. Dit is helaas nodig om de acute nood te ledigen, maar een structurele oplossing voor de huidige problemen in de asielketen is het helaas niet. Om ook tot een structurele verbetering te komen van de doorstroom en opvang van statushouders in de toekomst, hebben de deelnemende partijen gewerkt aan een nieuwe pilotregeling. Het uitgangspunt van de pilotregeling is het verkorten van de periode van 14 weken dat statushouders na vergunningverlening moeten wachten in een asielzoekersopvang tot plaatsing in de toegewezen gemeente. Alle gemeenten in Nederland hebben een taakstelling voor het huisvesten van statushouders. Ieder jaar zorgt de gemeente in samenwerking met de woningcorporatie 3B Wonen ervoor dat statushouders in Lansingerland gehuisvest worden. Op basis van die taakstelling dient Lansingerland nog 39 statushouders in 2021 te huisvesten. De geplaatste statushouder in een mogelijke tussenvoorziening telt dan dus gewoon mee voor de taakstelling. Het probleem in de asielcrisis is dat mensen met een verblijfstatus in asielzoekersopvang zitten en daarmee plekken voor vluchtelingen bezet houden.
Door de statushouder vanaf dag 1 na vergunningverlening over te hevelen naar de gekoppelde gemeente komt capaciteit vrij in de asielzoekerscentra. De haperende doorstroom resulteert in een crisissituatie in de asielketen en dit is de reden waarom wij denken dat Lansingerland de keuze moet maken om statushouders tijdelijk op te vangen in een tussenvoorziening, zodat zij vertrekken uit de asielzoekersopvang en er daar ruimte ontstaat. Bijkomend effect is dat d.m.v. een pilotregeling er weer doorstroming ontstaat er dus capaciteit vrij komt op de asielzoekersopvang en er minder behoefte is aan extra asielzoekersopvang ofwel noodopvang in de gemeente. Door gezamenlijk als regio elke gemeente een relatief kleine bijdrage te laten leveren, kan er een grote bijdrage geleverd worden aan dit probleem. Voor mensen die in eigen land hun leven niet zeker zijn en alles achter laten op zoek naar veiligheid, willen wij samenwerken aan opvang voor vluchtelingen en huisvesting en integratie voor statushouders. GL denkt dat Lansingerland middels de pilotregeling een passende bijdrage kan leveren aan de asielcrisis. GL pleit ervoor, dat de inzet en investeringen gericht zijn op een duurzame en integrale oplossing.
Daarom verzoeken wij het college om deel te nemen aan de nieuwe pilotregeling en het COA het gesprek aan te gaan over een structurele oplossing voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders in de regio. Ik zal me beperken tot het dictum. M2021-049 Pilotregeling tussenvoorziening statushouders Verzoekt het college om deel te nemen aan de nieuwe pilotregeling ‘tussenvoorzieningen voor statushouders’ met de deelnemende partijen aan de pilotregeling en met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers het gesprek aan te gaan over een structurele oplossing voor de opvang van vluchtelingen en de huisvesting van statushouders in de regio. En de raad in januari/februari 2022 en voorts ieder kwartaal over de twee hiervoor genoemde punten te informeren. De mede-indieners zijn de heer Lieverse van de CU, mevrouw Verhoef van de PvdA en de heer Jonker van D66. De voorzitter: Voordat ik de bespreking open een meer technische mededeling. U heeft dat in de brief kunnen lezen. Tot nu toe, als het over noodopvang ging, was ik de woordvoerder als burgemeester. Bij 24/36
deze regeling stappen wij er tussenuit, want dit is regulier. Het ligt dus bij de reguliere portefeuillehouder en dat is wethouder Arends, dus zij zal het zo beantwoorden. Dan weet u dat als u zich richt tot het college. De heer Crielaard, L3B: Vorige week heb ik bij de behandeling van de vorige versie van deze motie aangegeven, dat L3B vindt dat mensen die in acuut gevaar verkeren, zoals Afghaanse evacués, geholpen moeten worden. Dat standpunt is de afgelopen week niet gewijzigd. We hebben in Lansingerland een brede verantwoordelijkheid als het gaat om huisvesting voor statushouders, maar ook voor de vele inwoners, die een beroep moeten doen op sociale huurwoningen. Daarom is het voor L3B belangrijk om te weten waar we al dan niet ja tegen zeggen. We hadden dan ook n.a.v. de brief van de veiligheidsregio nog een aantal technische vragen ingediend en we danken het college dat we de beantwoording nog voor de behandeling van deze motie ontvangen hebben. De fractie van L3B heeft nog wel een aantal andere vragen, waarover we opheldering willen alvorens wij tot een besluit komen wat te doen met deze motie. In de beantwoording van de technische vragen staat enerzijds de krapte op de woningmarkt, dat urgenten langer moeten wachten op een sociale huurwoning, maar dat er geen sprake zou zijn van verdringing.
Hoe zit dat nou precies? Ook is er bij de pilot sprake van een financieel risico, want we krijgen 13 weken de tijd om doorstroming te regelen. En wat daarna? Zoals ik het lees, zegt het rijk daarna: ja, bekijk het maar, we trekken onze handen ervan af. Creëert het dan geen perverse prikkel voor gemeenten om bij de toewijzing van sociale huurwoningen voorrang te geven aan statushouders en eventuele tussenvoorziening? Tot slot nog een vraag over gemeentelijk vastgoed. U zegt dat op voorhand geen vastgoed bekend is dat aan de eisen voldoet en dat dit onderzocht wordt. Dan vraag ik me af: hoe kunnen we ja zeggen tegen een pilot als we nog niet onderzocht hebben of we de pilot wel uit kunnen voeren. Tot zover. Mevrouw Draak, VVD: De VVD-fractie is niet gelukkig met de wending, die deze motie heeft genomen. Vorige week spraken wij over kortdurende crisisopvang van vluchtelingen uit een overvol Ter Apel. Onze fractie stond daar met wat mitsen en maren niet per definitie negatief tegenover. Wat nu voor ligt is een suggestie om onze taakstelling aan statushouders vervroegd in te vullen om zo een bijdrage te leveren aan het creëren van ruimte in de AZC’s. Dat is op zich goed. De VVD vindt het belangrijk, dat statushouders integreren, de taal leren, naar school gaan of werken en dat doe je het beste midden in de samenleving en niet in een AZC.
Verder hebben wij eigenlijk alleen maar vragen mede ook n.a.v. de beantwoording van de technische vragen van L3B. De motie roept op dat Lansingerland gaat deelnemen aan de pilot tussenvoorziening, maar er is blijkbaar nog geen idee waar in onze gemeente een pand te vinden is, dat geschikt is voor de opvang van 50 statushouders. En daarnaast moeten we, zodra deze mensen in die tussenvoorziening zouden wonen, binnen 13 weken doorplaatsen naar een definitieve woning. Dat, terwijl de reguliere wachttijd voor een sociale huurwoning in Lansingerland op dit moment al gemiddeld 81 maanden bedraagt. Dat, terwijl binnen afzienbare tijd de Hergerborg wordt gesloopt, waar ook statushouders wonen, die moeten worden geherhuisvest. En dat, terwijl er geen flexwoningen beschikbaar zijn in Lansingerland. De technische vragen stellen, dat er geen verdringing plaats vindt door het vervroegd plaatsen van statushouders, omdat zij nu ook al een urgente status hebben. Naar mijn mening is dat niet correct. Mensen kunnen urgentie krijgen wegens bijvoorbeeld huiselijk geweld, gezondheidsredenen of een scheiding met jonge kinderen. Als zij deze urgentie krijgen, het is heel moeilijk, maar het kan, dan moeten zij reageren op beschikbare woningen, waarop zij voorrang krijgen. Voor statushouders worden de woningen direct toegewezen en niet in het aanbod geplaatst waar andere urgenten op kunnen reageren.
Het aanbod voor andere urgenten wordt dus weldegelijk kleiner. De VVD vindt dit systeem pertinent oneerlijk. Wij willen graag van de wethouder weten hoe zij een uitweg ziet uit deze stapeling van woningnood als deze motie zou worden aangenomen. Vooralsnog zien wij niet hoe het mogelijk is. Voor de eerste termijn laat ik het hier bij. De heer Bergwerff, CDA: Het CDA ziet het belang van deze motie zeker in. Wij vinden dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen in een situatie als waar we het nu over hebben en iedereen ook zijn of haar steentje bij moet dragen. Ook de gemeenten. Het CDA wil daarom in principe gehoor geven aan de aanbiedingsbrief pilot tussenvoorzieningen van de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, alleen kunnen wij de motie zoals deze nu voorligt niet steunen. Wij willen van tevoren vast stellen hoeveel mensen, dus in de vorm van een getal, wij als gemeente zullen opvangen. Daarbij noemen wij het getal van 50 maximaal 50 personen. Dat is het aantal mensen, dat ook wordt genoemd in de brief van de veiligheidsregio. Indien er via een toezegging vanuit het college of via een wijziging in de motie het aantal van maximaal 50 personen wordt benoemd, kunnen wij voor de motie stemmen en dan is er dus ook een meerderheid. Natuurlijk willen wij eerst de beantwoording van het college afwachten.
Indien de beantwoording van het college onvoorziene problemen benadrukt, zullen wij dit ook meenemen in onze afweging. Dan heb ik nog even een vraag op de beantwoording op de technische vragen van L3B. Eén van die vragen was: wat is het effect van deelname aan de pilot op onze taakstelling? Daar staat: de pilot heeft geen effect op de taakstelling. De statushouders die conform de taakstelling al aan onze gemeente zijn toegewezen, komen alleen eerder. Betekent dat, dat het aantal mensen dat we opvangen door onze originele taakstelling eraf gehaald worden, dus dat het gecompenseerd wordt? Of komt het er bovenop? 25/36
Ik begrijp die beantwoording niet helemaal. Kort gezegd: in principe steunen wij het initiatief, alleen willen wij echt die tekst ‘maximaal 50 personen’ toevoegen. Dat kan dus door een wijziging in de motie, maar dat mag ook door een toezegging. Ik hoor graag van het college wat het antwoord daarop is. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: U weet dat wij m.b.t. dit soort onderwerpen altijd redelijk voorspelbaar zijn, want wij denken dat het goed is om daar waar mensen in nood zijn en de nood heel erg hoog is in Ter Apel onze verantwoordelijkheid te nemen en onze grondhouding is dan altijd: ja. Ook in dit geval. Wij vinden het heel belangrijk, dat mensen op een goede en adequate manier opgevangen worden. Alleen, dat is nog een verhelderende vraag, heb ik nog weinig beeld en geluid bij hoe zo’n tussenvoorziening er dan uit ziet. Is dat gewoon een woning in een wijk, die we ter beschikking stellen? Als dat het geval is, dan gaat het zeker ten kosten van onze eigen inwoners, maar soms moet je daar ook keuzes in maken. Het zou wel een goed argument zijn om versneld flexwoningen te realiseren, zodat je toch wat soelaas biedt aan diezelfde woningnood. Mijn vraag is: als we nu meer mensen opnemen, want zo’n regeling hebben we in het verleden ook weleens gehad, dan werd het later weer gecompenseerd.
Is dat in dit geval van de tussenvoorziening ook het geval? Of is dat in deze discussie niet aan de orde? Verder stelde de burgemeester vorige week donderdag dat hij een andere insteek wilde plegen. Mijn vraag is: de insteek die nu gepleegd wordt, die wij op zich kunnen ondersteunen, komt die overeen met wat de burgemeester voor ogen had? Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Het onderwerp waar we opnieuw over spreken is complex, maar vooral ook een drama. Een drama waarvan we de beelden binnen hebben zien komen via internet en andere media. De motie die nu voorgesteld wordt, de motie die heel zakelijk werd voorgelezen, gaat over een groot probleem. Het is overigens ook een motie die niet zo een stokpaardje is van één van deze partijen in de zaal hier aanwezig, maar het is een reactie op een oproep van het kabinet. Daarom waren we erg blij met de wending die het kreeg, waar u een rol in heeft gespeeld, voorzitter, toen u vertelde van de veiligheidsregio, die met een plan gekomen is om in regionaal verband oplossingen te zoeken voor dit grote probleem. We zijn ook blij met de week die we gekregen hebben om hierover door te denken. Met de technische vragen van L3B, die uitstekend waren, hielpen ook om een concreter zicht te krijgen op wat de oplossing zou kunnen inhouden. Ook als er bepaalde losse eindjes in de oplossing zitten, vinden wij dit steunwaardig.
Overigens vinden we de handreiking die het CDA doet, om te praten over maximaal 50, ook steunwaardig. We laten het wel aan GL over om erop te reageren definitief. Maar ook als er losse eindjes zijn wil ik denken aan één van de Tweede Kamerleden, toevallig van de CU, opmerkte toen het daar aan bod kwam. Hij zei: welke waarden drijven ons land ten diepste? Gaat beheersbaarheid boven het redden van mensenlevens? Toen ging het nog over de evacuatie zelf. Staat de bureaucratische afwikkeling boven de morele plicht om mensen in nood, die zijn nek heeft uitgestoken, te ondersteunen? We moeten juist nu opkomen voor de meest kwetsbaren. Laten we de moed tonen om te doen wat juist is. Vandaar onze steun voor deze motie en mede indiening. De heer Jonker, D66: Veel is al gezegd. Ik wil GL danken voor de noeste arbeid, die verricht is om dit tot deze motie te maken, die het nu is. Ik denk dat het een goede motie is. Ik hoor bij sommige fracties terecht, die snap ik, veel zorgen over verdringing. We zitten in een krappe huizenmarkt, hoe gaat het nou werken? Ik denk dat we moeten bedenken dat dat voor alle gemeenten geldt. Dat is ook de reden waarom de heer Rutte de oproep gedaan heeft aan de overheid als geheel: laten we met zijn allen dit probleem oplossen.
In iedere gemeente zal de discussie zijn: hé, wat gebeurt er, gaat het niet ten koste van andere prioriteitszaken? Hoe doen we dat? Juist daarom moeten we het juist gezamenlijk met alle gemeenten doen en moet iedereen zijn bijdrage hieraan leveren, dan lossen we het probleem beter op voor iedereen. Ik hoorde de opmerking van het CDA over het getal 50. Ik snap de intentie van die, alleen heb ik er een beetje moeite mee, omdat ik dan niet weet waarom 50. Waarom geen 49? Waarom geen 51? Het is nogal arbitrair. We moeten dan maar even overleggen met GL hoe we daarin zitten. Ik ben er niet perse voor. Ik heb wel vertrouwen in het feit, als deze motie wordt aangenomen, dat we goed op de hoogte worden gehouden van hoe het zich verder ontwikkelt, hoe het verder verloopt en dat we momenten hebben om erover met elkaar van gedachten te wisselen. Ik denk juist dat het fijn is dat er geen getallen in de motie staan, want dat maakt het makkelijker om daarna nog de vinger aan de pols te houden. Los daarvan, wij steunen hem volmondig. Ik hoop dat we hem met elkaar, eventueel met wat kleine aanpassingen, kunnen aannemen, want ik denk dat het een goed signaal is naar andere gemeente, naar onze inwoners en de rest van Nederland. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook wij zijn van harte indiener van deze motie vreemd aan de orde.
Ik wil mevrouw Gabin hartelijk bedanken, dat ze dit zo zorgvuldig heeft uitgezocht en voortvarend contact op heeft genomen met het rijk en met COA en allerlei partijen om dit goed helder te krijgen. Het kabinet heeft ons inderdaad opgeroepen om onze verantwoordelijkheid te nemen. Niet alleen wij, maar ook de andere gemeenten. Dit is inderdaad een heldere reactie op die oproep van het kabinet. Er wordt eigenlijk gevraagd aan het college: kunnen we alsjeblieft deelnemen aan die nieuwe pilotregeling tussenvoorzieningen statushouders? Laten we deze mensen helpen, die in grote nood zijn, want dat zit 26/36
daar natuurlijk achter. Het tweede punt van het dictum zegt: laten we dan vooral ook snel met belangrijke partijen hier in de regio in gesprek gaan om te kijken hoe we tot een structurele oplossing kunnen komen voor de opvang van die vluchtelingen en ook van huisvesting van de statushouders in de regio. Volgens mij is het dus een heel heldere oproep. De burgemeester heeft de vorige keer laten zien dat die pilotregeling iets is waar hij wel oren naar heeft, maar dat hoor ik graag van de burgemeester zelf. Dan hoor ik allerlei andere fracties een aantal voorwaarden stellen. Het mag niet de andere urgent woningzoekenden verdringen. Het mag geen effect hebben op de taakstelling, die we al hebben als het gaat om het huisvesten van statushouders. Natuurlijk, er is een grote woningnood en er zijn veel mensen, die urgent een woning zoeken, maar deze mensen hebben nu op dit moment de meeste steun nodig en daar zullen we creatief moeten zijn. Kan dat met flexwoningen of een andere manier, die wat flexibeler is? Of het dan 50 mensen zijn of 60 of 70, het zullen er geen 500 worden, want dat kunnen we niet aan. Maar laten we met zijn allen een open blik houden en kijken wat we als Lansingerland kunnen bieden aan deze mensen. Ik ben heel benieuwd hoe de portefeuillehouder hierop zal reageren.
Beantwoording college Wethouder Arends: Zoals terecht de burgemeester bij aanvang van het indienen van deze motie aangaf: als het gaat om opvang van asielzoekers valt dat in de portefeuille van de burgemeester. Daar waar het gaat over het huisvesten van statushouders ben ik namens het college daar verantwoordelijk voor en ook voor u namens de raad. Als u het goed vindt, ga ik eerst in op de motie en het advies vanuit het college daarover en daarna zijn er nog meerdere vragen gesteld en probeer ik in te gaan op de beantwoording van de vragen. De motie, een belangrijke oproep. Het rijk heeft opgeroepen, er is eigenlijk een noodsituatie, de AZC’s zitten bomvol, de taakstelling loopt achter en het is nodig om ruimte te creëren in de AZC’s voor de grote toename van de mensen. Daar heeft het rijk opgeroepen: gemeenten, ga met elkaar kijken wat de mogelijkheden zijn. U roept ons op tot deelneming aan de pilot. Het college staat dan ook positief tegenover een deelname aan deze pilotregeling. Zondermeer zijn we bereid om te zien of Lansingerland ook zou kunnen deelnemen. Dat ten aanzien van dictum 1. Ten aanzien van dictum 2 geldt eigenlijk hetzelfde.
Wij als gemeente Lansingerland zijn bereid om andere deelnemende gemeenten en samen met het COA te kijken: wat zijn nou structurele oplossingen voor het vraagstuk waar Nederland voor staat? Maar bij deze positieve grondhouding wil ik toch ook wel een kleine disclaimer mee geven. Zoals u weet staat de gemeente Lansingerland en ook de andere gemeenten voor een taakstelling, een grote taakstelling. U weet ook, dat het moeilijk is om die taakstelling te vervullen en dat we daar voor dit jaar niet aan toegekomen zijn. Het college heeft ook met u gesproken over de grote uitdaging op dit gebied en over de grote mate van opvang als het gaat over locaties. Die zijn niet zo voor handen, maar we zouden wel met elkaar kunnen kijken of die er zijn en of het past in de gemeente Lansingerland. Het tweede wat het college aan u mee wil geven is: een aanmelding bij deze pilot is nog niet de garantie dat we ook mee gaan doen aan die pilot. Stel dat we mee doen, is dat nog niet de garantie dat we daadwerkelijk een tussenvoorziening kunnen realiseren, want dat vraagt onderzoek. In de pilot voor de regio vraagt het om met 2 gemeenten te beginnen en dat later mogelijk uit te breiden. Misschien hebben andere gemeenten betere voorzieningen of een grotere locatie, die ook die oplossing zou kunnen creëren in de regio.
Dus de deelname aan deze pilot geeft nog niet aan, dat wij ook daadwerkelijk in staat zijn om dat te realiseren, maar we tonen daarmee wel de bereidheid om met elkaar dat gesprek te hebben en ook te zoeken, ook in onze eigen gemeente, maar ook vooral gezamenlijk te kijken in de regio: kunnen wij een bijdrage leveren in een structurele oplossing voor de vraagstelling vanuit het rijk, maar vooral de vraagstelling natuurlijk voor de mensen die hoognodig een opvang nodig hebben, in het AZC en de vraag bij ons voor het versnellen van de huisvesting van statushouders. Met deze kanttekening en ook de oproep aan u, dat wij u als college actief informeren daarover in plaats van met regelmaat gestructureerd, maar gewoon een actieve informatieplicht met die oproep aan u en in die geest, dan kunnen wij het als college omarmen. Ik ga nog verder in op de vragen, want het zijn terechte vragen en ook vragen die zorgen oproepen. Volgens mij is het goed om u van die informatie te voorzien en mogelijk heeft u er vervolgvragen over. De vraag van de heer Crielaard over de verdringing. Is er nou wel verdringing of niet verdringing? Zoals u weet hebben we gewoon een grote woonvraag voor specifieke doelgroepen, maar ook de normale vragen ook voor spoedzoekers. In Lansingerland hebben wij het geluk, dat wij heel veel woningen gaan toevoegen.
Daar zijn allerlei plannen voor, om heel veel woningen toe te voegen, ook sociale woningen, betaalbare woningen, maar voor statushouders gaat het met name om sociale woningen. Of dat dan verdringing is, urgenten hebben een aparte aanvraag daarvoor nodig en met statushouders hebben wij een taakstelling en die taakstelling dienen wij te doen. Maar met het zicht op heel veel nieuwe woningen, gaan we ervan uit, dat we de taakstelling in de toekomst en de andere urgente vragen kunnen voorzien van huisvesting. Het is niet dat we het morgen allemaal moeten regelen, we hebben met elkaar de tijd voor dit vraagstuk om een oplossing te creëren. Het financiële risico van 13 weken. U heeft in de toelichting van de technische vragen kunnen lezen: de financiële tegemoetkoming geldt alleen voor de eerste 13 weken en daarna stopt het ook, dus dan is een gemeente zelf verantwoordelijk voor de overige financiële kosten daarvan. Het is goed voor u om dat in ogenschouw mee te nemen. Ook wel een terechte vraag: als we nog geen zicht hebben op dat vastgoed, kunnen we dan wel deelnemen? Daar heb ik u met het advies vanuit het 27/36
college in mee genomen. Misschien zijn er ideeën vanuit bedrijven of anderszins. Of misschien zegt iemand: ik koop wel een pand, of: ik zie mogelijkheden. Vooralsnog kunnen we dat niet uitsluiten. U heeft vorige week de burgemeester ook horen zeggen: op dit moment hebben we geen locatie voor handen. Dus we zullen met elkaar moeten kijken: is die er, hoe ziet die er dan uit? Natuurlijk gaan we dan daarover met u in gesprek. Dan het effect. Stel, het lukt en je zou versneld mensen kunnen huisvesten, wat doet dat dan ten opzichte van de taakstelling? Komt het er dan bij? Of wordt dat gecompenseerd? Ja, dat wordt gecompenseerd. Het is niet zo met deze oproep, dat onze taakstelling wordt verhoogd. De taakstelling blijft hetzelfde, je trekt alleen de periode eerder naar je toe. Eigenlijk doe je die 13 weken versneld op basis van de taakstelling die je eigenlijk al hebt. Dus dat is niet dubbel, het wordt gecompenseerd daarmee. Dan het idee van de burgemeester. Wij keken elkaar even aan. Dat was ook het idee dat de burgemeester heeft en ook het advies vanuit het college naar u toe over deze motie. Volgens mij heb ik redelijk alles kunnen beantwoorden en anders hoor ik dat in de tweede termijn. Mevrouw Draak, VVD: Ik zou graag 5 minuten willen schorsen om te overleggen. De voorzitter: Dan gaan we 5 minuten schorsen en dan gaan we daarna met mevrouw Gabin beginnen.
Schorsing De voorzitter: Als de wethouders ook gaan zitten, gaan we verder. Ik heropen de vergadering. Tweede termijn Mevrouw Gabin, GL: In de schorsing hebben wij een compromis moeten maken, vandaar dat wij in het dictum wijzigen op de eerste bullet. Dat wordt veranderd in: om deel te nemen aan de nieuwe pilotregeling tussenvoorzieningen voor statushouders tot een maximum van 50 plekken. Ik wil dan nog even kort ingaan op een aantal opmerkingen van de partijen. L3B gaf aan, dat ze met de krapte van de woningmarkt zaten. Maar ik wil eigenlijk mede delen dat dat los staat van de taakstelling. Of er nou een krapte is of niet, het huisvesten van statushouders is een plicht. Of ze vervroegd 14 weken komen of niet, die taakstelling staat vast. De wethouder gaf aan, dat het nog handen en voeten moet krijgen en daar ben ik het mee eens. We gaan nog geïnformeerd worden over hoe we dat willen invullen. Er is ook een mogelijkheid om tussen de gemeenten onderling duidelijke afspraken te maken, zodat het een regionale functie gaat hebben, die tussenvoorziening. Tot slot wilde ik nog heel even aankaarten, dat er al een soortgelijke regeling bestaat. De regeling lijkt sterk op het gemeentelijke versnellingsarrangement dat in 2015 onderdeel van een bestuursakkoord verhoogde asielstroom is ingetreden. Den Haag is hier een voorbeeld van. Ze hebben het als positief ervaren.
Ik vraag nogmaals alle fracties om even goed hierover na te denken en hun overwegingen misschien te heroverwegen. De heer Crielaard, L3B: Wethouder Arends gaf aan: aanmelding bij de pilot is geen garantie voor deelname. Daarover het volgende. Voor L3B is het niet acceptabel als we mensen heel lang in een tijdelijke tussenvoorziening gaan proppen, die niet kunnen doorstromen. Wat ook voor ons onbespreekbaar is, is als er toch verdringing ontstaat bijvoorbeeld als iemand nu thuis zit met een huiselijk geweld situatie en daardoor langer blijft zitten of iemand zit in een vechtscheiding, allemaal mensen die in een urgentie-situatie zitten, dat is eigenlijk altijd met een heel gegronde reden urgent. Dat zijn voor ons heel belangrijke randvoorwaarden. Met deze motie vinden we eigenlijk allemaal hetzelfde als fractie, maar de ene zegt over de motie: nee, tenzij. En een deel: ja, maar. Daarom hebben wij besloten, dat wij als fractie over deze motie verdeeld zullen stemmen. Mevrouw Draak, VVD: Wij vinden het heel jammer, dat de wethouder eigenlijk alleen met lange termijnoplossingen is gekomen in haar beantwoording. Sociale woningen toevoegen, daar hebben we eigenlijk helemaal niets aan ten opzichte van het vraagstuk dat nu voor ligt. Wat wij hadden gehoopt, is dat het college vanavond zou zijn gekomen met een locatie, waar versneld flexwoningen gebouwd kunnen worden.
Dan nemen we de verantwoordelijkheid. Daarnaast draait de wethouder naar ons idee in haar beantwoording heen om de hete brij die verdringing heet. Er is wel sprake van verdringing. Ik wil heel graag in de tweede termijn van de wethouder bevestigd horen, dat statushouders via directe bemiddeling een woning krijgen en andere urgenten moeten reageren op het aanbod van de schaarse woningen. Wij horen in haar beantwoording heel veel open eindjes. Wij vinden niet dat het vraagstuk daarmee vooruit wordt geholpen. Wij blijven er daarom bij, dat het naar voren halen van de taakstelling van statushouders zal betekenen, dat onze toch al muurvaste lokale woningmarkt een aantal maanden onbeweeglijk zal zijn voor woningzoekenden, die nu wachten op een woning in Lansingerland. Voor met name urgenten is dat een regelrechte ramp. Wij kunnen dit aan onze kiezers niet uitleggen. Meneer Crielaard zei het ook al: mensen die in een situatie van huiselijk geweld zitten, moeten langer op een woning wachten dan een statushouder, die al een dak boven zijn hoofd heeft, ook al is dat een tussenvoorziening. We begrijpen, dat dat niet eindeloos zo kan blijven, maar het gaat om de prioritering. Wij zitten hier voor onze kiezers en wij blijven tegen deze motie. 28/36
De heer Bergwerff, CDA: Allereerst bedank ik de wethouder voor haar uitgebreide en duidelijke beantwoording. Fijn, dat het inderdaad gecompenseerd wordt, het aantal. Dat dachten wij al, maar ik wilde toch maar even bevestiging. Wij snappen ook heel goed, dat de pilot niet meteen betekent dat het geen garantie geeft voor deelname. Het is natuurlijk een onderzoek, dat er plaats gaat vinden. We moeten ook niet raar opkijken als u dadelijk zegt in de toekomst: het gaat hem toch niet worden. Of wat dan ook. Of: ik raad het toch af. We houden er rekening mee. Het CDA is heel blij met de extra zin opgenomen in de motie. Wij zien het belang echt in om iet te doen voor deze mensen, die het echt nodig hebben, dus wij zijn heel tevreden. Dank u. De heer Hoek, WIJ: Ik hoor de wethouder ook zeggen: we hebben nergens tussenvoorzieningen. Die hebben we gewoon niet, het wordt allemaal lastig. Maar in de stukken van het ministerie wordt heel duidelijk gesproken over modulaire units. Het is heel simpel. Als we in staat zijn om een locatie aan te wijzen, waar 50 modulaire units kunnen staan, dan kunnen wij wel iets betekenen. Verder vond ik de opmerking dat we alle tijd hebben: ik vind niet dat we alle tijd hebben. Ik vind dat we snel met dit onderwerp aan de slag moeten.
De regionale samenwerking zou kunnen bestaan uit, als deze 50 mensen 14 weken hier zijn geweest, dat we met de regio een convenant sluiten dat de regio ook verantwoordelijk is voor de definitieve huisvesting van deze mensen. Dan heb je het echt over een tussenvoorziening. Dit wil ik graag de wethouder mee geven om uiteindelijk toch te horen wat zij van die 50 modulaire units vindt. Dat sluit ook een beetje aan bij wat mevrouw Draak zei. Wanneer we die wel kunnen realiseren, ben je ook de verdringingsvraag voor een groot deel kwijt, want je biedt dan toch meer ruimte. Die units kan je later weer inzetten als flexwoningen. Dus: ik zie kansen. De heer Lieverse, CU: Ik heb goed geluisterd, wij hebben allen goed geluisterd naar de wethouder. Het valt op, dat zij heel welwillend is geweest naar de punten die zoal in de motie aan bod komen. We zijn ook blij met het amendement van de motie, dat op voorstel van het CDA is aangebracht, waardoor CDA mee zal stemmen met deze motie. We zien het dan ook als een steun in de rug voor het college om hier voortvarend mee aan de slag te gaan. Dank u wel. De heer Jonker, D66: Ik heb hier niets aan toe te voegen. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook ik wil de wethouder bedanken voor haar duidelijke beantwoording en reactie.
Ik hoor haar zeggen: het college staat positief tegenover deelname, wij zijn bereid om structureel een oplossing te zoeken, we hebben nu geen locatie, maar die kunnen we gaan zoeken, dat hoeft niet perse gemeentelijk vastgoed te zijn, het kan ook een andere oplossing zijn, een creatieve ondernemer die iets aanbiedt. Dat zouden ook de flexwoningen of flexibele units of hoe ze allemaal heten kunnen zijn. De taakstelling blijft hetzelfde, hoorde ik de wethouder ook zeggen. Je trekt alleen die periode van 13, 14 weken eerder naar je toe. Dus ik zou zeggen: volgens mij staat ons nu niets meer in de weg om deze motie te gaan aannemen. Ook het college lijkt hier de handen uit de mouwen te willen steken, dus ik wil iedereen oproepen om deze motie zoveel mogelijk te steunen. Dank u wel. Wethouder Arends: De heer Crielaard gaf heel duidelijk aan: er zijn zorgen over urgenten. En mevrouw Draak gaf dat ook aan. Is er nou sprake van verdringing? Wij weten allemaal situaties van vrouwen, mensen die scheiden en in hoge nood een woning nodig hebben. Wij willen natuurlijk allemaal niet dat die verdrongen worden. Daar willen we ook in de regio voor staan, dat we iemand die urgent is van huisvesting willen voorzien. En we weten ook met elkaar, dat we die taakstelling hebben. Elk jaar is dat een ander getal. Dit jaar weet u ook wat het getal is en hoe ver we daar zijn.
Is dat verdringing? Het klopt precies wat u zegt, mevrouw Draak. Bij een taakstelling gaan wij een directe bemiddeling doen op een woning, dat klopt, daar heeft u helemaal gelijk in. De andere kant is: als je urgent bent, dan mag je reageren in de regio. De meeste mensen willen graag reageren in Lansingerland, maar zij hebben de mogelijkheid om breed te reageren in de hele regio en een statushouder niet. Rotterdam heeft zo zijn taakstelling, Lansingerland heeft die. Dat is inderdaad het grote verschil. Maar terecht wat u zegt: de ene krijgt een directe bemiddeling op een woning en de ander heeft een eigen verantwoordelijkheid om dan te zoeken naar zo’n woning en dat is breder dan Lansingerland. Ik begrijp uw zorg over die urgenten. Daar hebben we meerdere keren het debat over gehad. We zien gewoon spoedzoekers en daar willen we eigenlijk een oplossing voor. Ik heb u vorige week laten weten dat we heel hard bezig zijn met een notitie over flexwonen. Daar zit ook een onderdeel bij voor een oplossing voor statushouders. Misschien kan dat gecombineerd worden en misschien niet, maar dat komt in november naar u toe. Mevrouw Draak: Ik zou aan de wethouder willen vragen of ze denkt dat de notitie over flexwoningen iets gaat helpen als we praten over een acuut probleem. Wethouder Arends: Dat is op dit moment moeilijk te voorzien. Ik hoor u ook zeggen: het is nog niet duidelijk.
Dat klopt. Over flexwonen komt naar u toe, daar gaat u ook een keuze in maken, er wordt een voorstel aan u gedaan en daar gaat u een besluit over nemen, hopelijk met meerderheid. Dat zou een oplossingsrichting o.a. voor statushouders kunnen zijn, omdat die druk zo groot is. Dat zou een oplossingsrichting kunnen zijn. Wat ik ook in het advies vanuit het college, onze bereidheid om deel te nemen, ook wel met die disclaimer. Vorige week heeft de burgemeester ook 29/36
gezegd: wij hebben die locatie niet, maar we vinden het wel belangrijk, het signaal naar de regio, dat we er gezamenlijk voor staan om te kijken naar een structurele oplossing. Misschien betekent dat niet, dat we die voor handen hebben in Lansingerland, als je deelneemt zegt dat ook niet dat je het in Lansingerland oplost, maar je zegt wel: als regio willen wij kijken of wij een oplossing kunnen creëren. Misschien is dat bij de buurgemeente met een grote locatie. Misschien komen er toch initiatieven vanuit u: met flexwonen zien wij mogelijk wel een oplossing. We zijn vooral bereid om dat gesprek te hebben. De heer Hoek: Ik zie toch een beetje omtrekkende bewegingen. Ik zie geen mogelijkheden. Hoe moeilijk is het? We moeten een locatie bedenken en daar kunnen we 50 units op zetten. We hebben de uitbreiding begraafplaats, daar gebeurt op dit moment niets, daar zou je prima 50 units op kunnen zetten. Laten we nou met zijn allen de handschoen pakken en in mogelijkheden denken in plaats van dat we een omtrekkende beweging maken. Ik sluit aan bij mevrouw Draak: hoe ingewikkeld is het nou? Wethouder Arends: Dat is natuurlijk een terechte vraag: hoe ingewikkeld is het nou? Ja, het is ingewikkeld. U stelt een locatie voor, maar daar wonen allemaal mensen omheen, daar zitten allerlei aspecten aan. U weet ook, dat dit college staat voor een zorgvuldig proces.
De vraag die vanavond voor ligt is de motie. De heer Hoek: Ik hoef niet ver uit het raam te kijken en dan zie ik heel veel, daar stond vroeger olifantsgras, daar ligt riolering. Waar een wil is, is een weg. Ik wil u echt uitdagen om die wil te tonen. Wethouder Arends: Dat is wat het advies van het college is ten aanzien van de motie. De wil om aan te geven, dat wij open staan voor deelname, dat wij graag gezamenlijk in gesprek gaan met de regio, maar ook de disclaimer, die ik heb gegeven. In december komt de notitie naar u toe, ik verwacht in december, over flexwonen, dat zou mogelijk ook een oplossing zijn, maar daar gaat u nog een besluit over nemen. De heer Crielaard: Als u n.a.v. de gesprekken met de regio een locatie vindt, iets in gedachten heeft, een mogelijke oplossingsrichting, komt de wethouder dan eerst naar de raad met een concreet voorstel? Wethouder Arends: Dat lijkt me juist heel goed om dat in samenspraak met u te doen. Het kan ook zijn, dat er een oplossingsrichting in een andere gemeente is, maar misschien ook hier in de gemeente. Natuurlijk gaan we daarover met u in gesprek en horen we ook wat u daarvan vindt. Want uiteindelijk gaat het ook over allerlei andere aspecten, waarin u een beslissingsbevoegdheid heeft. Dit college gaat niet zomaar iets doen, dat zullen we altijd in samenspraak met u als raad doen.
Als er verder geen vragen meer zijn, kan ik afronden. De voorzitter: Dan gaan we over tot de stemming, altijd het moment dat u beslist. De motie vreemd aan de orde pilotregeling tussenvoorzieningen. Ik open de stemming. We hebben voor de fracties van D66, CDA, WIJ, GL, PvdA, CU en een deel van L3B. Tegen de overige fracties c.q. raadsleden en daarmee is deze aangenomen: 19 voor, 11 tegen. 6.c Motie vreemd Lekker chillen komend voorjaar De voorzitter: We gaan pas lekker chillen in het voorjaar. De heer Hoek, WIJ: Als dat een toezegging is, is het klaar. De heer Hoppenbrouwer heeft vanmiddag getracht mij te bellen, maar ik zat op een symposium waar onze voormalig wethouder ook was en in het panel zat, dus ik kon niet opnemen en daar heb ik nu een beetje spijt van, want ik begin zelf ook een beetje te twijfelen, maar voor de inhoud is het niet heel erg van belang. Het gaat over: lekker chillen komend voorjaar. M2021-050 Lekker chillen komend voorjaar Overwegende dat in het verleden is besloten om 5 definitieve chillplekken binnen de gemeente Lansingerland te realiseren. Op basis van dit gegeven is er onderzoek gedaan en zijn er 5 potentiële locaties aangewezen. Echter, al redelijk snel bleek dat er vanuit de samenleving veel weerstand was met betrekking tot deze locaties. Hierop heeft het college besloten om nieuwe locaties te onderzoeken.
Vervolgens werden we geconfronteerd met corona. Corona zorgde ervoor dat de noodzaak om 5 nieuwe locaties aan te wijzen minder urgent was. Immers, vanwege corona was het juist niet de bedoeling om te chillen. Met dit gegeven kan WIJ Lansingerland leven. Wel heeft WIJ Lansingerland er op aangedrongen om alle voorbereidingen om deze chillplekken uiteindelijk wel te realiseren door te laten gaan. Dit om meteen na corona onze jeugd in de gelegenheid te stellen om elkaar wel te kunnen ontmoeten. Juist vanwege corona hebben jeugd en jongeren dit aspect van de jongerencultuur gemist, met alle gevolgen van dien. Het is dan ook zaak dat alle voorbereidingen met betrekking tot de realisatie van deze chillplekken doorgaan ten einde te bewerkstelligen dat in het voorjaar van 2022 deze chillvoorzieningen op orde zijn. Draagt het college op om onverminderd met de voorbereidingen voor de realisatie van deze chillplekken door te gaan, ten einde op 1 mei 2022 deze nieuwe voorzieningen feestelijk over te dragen aan de jeugd. Om gedurende dit traject de commissie samenleving te betrekken bij de voortgang. En gaat over tot de orde van de dag. Deze motie is mede ondertekend door GL. Dank u wel. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik had naast het lezen van de motie nog verwacht: ik denk in mogelijkheden, ik toon het allemaal aan. Maar dat miste ik nu, toch een beetje een lege doosmotie, 30/36
vrees ik. Maar even zonder dollen. Wat ik lastig vind in de motie, ik had u getracht te bellen, maar u had andere zaken en dat begrijp ik, want ik werk ook en u werkt ook, maar de opstelling zoals u die stelt rammelt, met alle respect. Er zijn in 2018 4 definitieve chillplekken aangewezen, die zijn begin 2019 definitief gemaakt. Dan hebben we het over Annie M.G. Schmidt, de voetbalkooi hier op de Boterdorpseweg, de Gotzen Heinsingel in Bleiswijk en de Point. Dat is volgens mij, voor zover ik weet, gerealiseerd. Dus die 4 zijn er. Vervolgens kwam er een tweede tranche, fase 2, dat is in augustus 2019 geweest en dat ging over de Leeuwekuil, de Kooilaan in Bleiswijk en het basketbalveldje bij de Gerberasingel in Rodenrijs. Daar is het in de participatie niet goed gegaan. Er is veel overleg geweest met de politie, BOA en jeugd- en jongerenwerk, maar we waren en passant de inwoners vergeten. Dat is altijd lastig, want die hebben er kennelijk soms last van. Toen is het geparkeerd. De laatste discussie in de commissie samenleving was in november 2019. Wij herinneren zeker als leden van de commissie samenleving dat meneer Hoek op regelmatige basis wethouder Van Tatenhove uitdaagde: joh, kom op, zet door, geloof erin. Dat zijn de bevlogen woorden, ik kan u niet nadoen. Les 1: de toneelschool ben ik niet voor geslaagd. Dat is de voorgeschiedenis. Wat u schrijft nuanceer ik een beetje.
Ik denk, als ik het goed begrepen heb, als ik de discussie binnen de commissie samenleving goed heb beluisterd, dan is er niemand hier in dit huis die tegen chillplekken is. Laten we dat voorop stellen. Ook L3B is geen tegenstander van chillplekken, maar het moet natuurlijk wel zorgvuldig uitgewerkt worden. Eigenlijk zou ik willen zeggen: we steunen de motie eigenlijk niet, maar het belang wel. Ik zou er eigenlijk voor willen pleiten om aan de wethouder te vragen, ik heb pas met meneer Erwich een werkbezoek gehad bij jeugden jongerenwerk, toen hebben we het toevallig over de Leeuwenkuil gehad, dat dat eigenlijk wel één van de meest idealen plekken was, waar de jeugd zich zou kunnen verzamelen, misschien ook ouderen, ik ben ook in de leeftijd dat ik ook mag gaan hangen, heb ik begrepen, misschien kunt u dat nog mee nemen, chillplekken voor ouderen. Alle gekheid op een stokje. Ik zou willen zeggen: die Leeuwenkuil, laten we proberen aan de wethouder te vragen om dat versneld uit te werken. Of dat dan in het voorjaar 2022 kan, daar geloof ik niet in, maar dan baseer ik me meer op de woorden van wethouder Van Tatenhove, dat dat een onmogelijkheid was. We hebben er 3 in fase 2, dat was het oranje deel: Leeuwenkuil, Kooilaan en Gerberasingel. Laten we dan die Leeuwenkuil gewoon als pilot nemen, dat de wethouder dat versneld doet.
Als dat dan lukt, dan weten we ook hoe we de participatie bij de andere 2 locaties moeten doen. Zoals het er nu ligt, gaan wij niet akkoord. Ik hoop dat u zover zou willen zijn om te zeggen: wethouder, laten we met de Leeuwenkuil beginnen. Jeugd- en jongerenwerk heeft in dat werkbezoek ook de hand gereikt, dat ze dat heel graag willen uitwerken, maar dan met de inwoners. De heer Hoek: Dan wil ik toch aan de heer Hoppenbrouwer vragen of hem bekend is, dat met name de Leeuwenkuil op heel veel weerstand kon rekenen bij bewoners. Ik was de enige die zei van het hele rijtje, want ik ben door alle buren gebeld, ik heb altijd gezegd: deze jongeren moeten wel ergens verblijven. Ik was de enige die zo’n beetje positief was. Dat is me ook kwalijk genomen door buren. Op het moment dat je een begin maakt met burgerparticipatie en je trekt het voorstel van de Leeuwenkuil terug in, omdat het niet bespreekbaar is, dan is het wel raar om nu te komen met de pilot Leeuwenkuil. Dat vind ik een heel vreemde exercitie, temeer daar het college heeft toegezegd actief op zoek te gaan naar andere locaties. De heer Hoppenbrouwer: Ik dacht geleerd te hebben van meneer Hoek: denk in mogelijkheden. Ik dacht: dit is een mogelijkheid. Het is ook nog tegenover uw woning, dus dat is allemaal prima. Waar het om gaat is: we moeten de fout herstellen door met die inwoners in gesprek te gaan.
Ik kwam op de Leeuwenkuil omdat ook jeugd- en jongerenwerk het aangaf, los van of er nog andere locaties zijn, dat weet ik eenvoudig niet. Er zijn studies van gemaakt en daar zijn deze 7, die ik net noemde, uit gekomen. Er is geen nummer 8 en er is geen nummer 9, dus we moeten het met deze 7 doen, dus ik denk niet dat er alternatieven zijn. Ik dacht mee te denken, maar als u zegt dat de Leeuwenkuil geen optie is, dan heb ik een poging gewaagd. Wij blijven alleen maar zeggen: wij blijven voor chillplekken met goede participatie voor inwoners. Zoals het er nu ligt steunen we de motie niet en het belang wel. Mevrouw Verhoef: Ik had eigenlijk dezelfde vraag aan de heer Hoppenbrouwer. Waarom zet u nu de leeuwenkuil op nummer 1? Ten tweede heb ik de vraag, waarmee u afsloot, las u het dictum bijna letterlijk voor, dus ik begrijp helemaal niet waarom u die motie niet kunt steunen. De heer Hoppenbrouwer: Het is waarschijnlijk wat je wilt horen. Leeuwenkuil was een voorzet, omdat ik van meneer Hoek heb geleerd: denk in mogelijkheden. Dat was een mogelijkheid. De mogelijkheid wordt afgewezen, dus wat dat betreft trek ik mijn keutel in. Dan heb ik het gewoon niet gezegd, bij wijze van spreken. Ik zeg alleen: ik ben niet tegen chillplekken, maar ik voorzie niet de druk die meneer Hoek erop legt om het in het voorjaar 2022 voor elkaar te boksen, dat er dan 5 chillplekken zijn.
Het is een nietwerkelijkheid. Ik ga de wethouder niet opzadelen met een onwerkelijke opdracht. De heer Hoek: Ik zou willen dat ik die zin net had gebezigd bij uw motie: ik steun de motie niet, maar het belang zie ik wel. Dat is toch raar? Ik steun de motie niet, maar ik zie het belang wel. Het is belangrijk, maar ik steun het niet. Volgens mij schuurt dat. De heer Hoppenbrouwer: Ik zou bijna denken, dat u bij Karwei aan het werk bent, want u heeft het woord ‘schuren’ nu voor de zevende keer gebruikt vanavond. De heer Hoek: (..). De voorzitter: Niet buiten de microfoon. De heer Hoppenbrouwer: U zegt ook weleens dingen waarvan ik denk: waar gaat dit over. Het was als een grapje bedoeld, maar ik zie dat u uw eigen humor leuker vindt dan die van mij, dat kan. Waar het om gaat: u vraagt om 5 plekken in voorjaar 2022. Dat is wat u vraagt en dat kan niet. De voorzitter: Ik krijg veel interrupties, maar volgens mij is het tussen u gewisseld. U krijgt vast de kans bij andere woordvoerders. 31/36
Mevrouw Draak, VVD: Die zijn vast aangekondigd. Dank namens de VVD-fractie, de heer Hoek en WIJ voor het indienen van deze motie. Ik denk dat het heel goed is, dat we het er weer even over hebben met elkaar en dat het weer onder de aandacht wordt gebracht. Eigenlijk is onze fractie het grotendeels best eens met wat de heer Hoek heeft opgeschreven. Ook even bedankt aan de heer Hoppenbrouwer voor het historisch overzicht, dat is altijd heel handig voor de discussie die daarna wordt gevoerd. Voor ons haakt het eigenlijk ook op de deadline van voorjaar 2022. Wij zouden eigenlijk van de wethouder willen horen: hoe staat het nu met het uitwerken van de chillplekken? Wij denken dat het best logisch is, dat het een tijdje heeft stil gelegen door corona, maar iedereen in deze raad is voor het uitbreiden van de chillplekken, de jeugd vraagt daar gewoon om. En het is goed, dat het dan weer wordt opgepakt. Maar hoever staan we daar mee? De VVD-fractie vindt het gewoon ontzettend belangrijk, dat de participatie met de omgeving goed gebeurt en dan helpt het niet om te zeggen dat het op 1 mei 2022 klaar moet zijn. Van de wethouder willen we graag weten: hoe staat het ermee, hoe kijkt ze ernaar? Dank u wel. De heer Ruitenberg, CDA: Ik had deze voorbereid met de begroting, vandaar dat ik hem doe. Ik had niet verwacht dat hij vreemd zou zijn, vandaar.