CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0161 Verslag raadsvergadering van 30 september 2021

Gemeenteraad 28 oktober 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de vorige vergadering38.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

voldoet het accommodatieplan enigszins aan, niet volledig. Wij hebben samen met een aantal andere partijen, die hebben jullie gehoord, wat ideeën om de toekomstbestendigheid van deze sportverenigingen nog meer te bevorderen. Allereerst een korte uitleg over het amendement aandacht voor sport in de specifieke kernen. In het accommodatieplan staat beschreven dat de gemeente geen onderscheid maakt in verenigingen. Dus als er bij de ene vereniging een tekort aan capaciteit is en bij de andere vereniging een overschot, dan compenseren zij elkaar. Dat dit in de basis zo gehanteerd wordt, is helemaal niet zo verkeerd. Dit laten we ook zo, zie het amendement. Echter, er moet wel maatwerk geleverd kunnen worden. Verenigingen kunnen zeer verschillend zijn van elkaar qua mentaliteit, qua niveau van sporten, maar ook qua reisafstand. Verenigingen gevestigd in Berkel en Rodenrijs die gebruik maken van velden in Bergschenhoek zorgt voor een andere situatie vergeleken met Bleiswijkse sporters, die noodgedwongen naar Berkel moeten reizen om te sporten. Hier moet dus maatwerk verleend worden. Dit amendement zorgt voor het doen van maatwerk, wat overigens past bij een gemeente, die de sportiefste gemeente van Nederland wil worden en waar alle inwoners kunnen sporten.

Om ervoor te zorgen dat alle inwoners die willen sporten dit ook kunnen, is het van belang om voldoende capaciteit te generen qua sportvelden. Hierbij doel ik op het amendement voldoende veldcapaciteit het Hoge Land tot en met 2030. Bij TOGB kan het wetraveld vervangen worden door een kunstgrasveld en bij CVV Berkel kan een natuurgrasveld vervangen worden door een kunstgrasveld. Dit zorgt ervoor dat er tot 2030 voldoende capaciteit is bij de voetbal. De vrije grond bij het sportpark het Hoge Land kan daardoor gebruikt worden voor de realisatie van een hockeyveld om het capaciteitstekort bij HBR weg te nemen. Zo maken wij onze sportverenigingen toekomstbestendig. Even kort over de motie onderhoudskosten padelbanen. Welke onderhoudskosten nu wel en welke niet voor de rekening van de gemeente en welke kosten voor rekening van de vereniging zijn, is dan even de vraag. Dit heeft er meer mee te maken of een sport binnen de basis infrastructuur sport valt. De padelsport valt daar dus niet onder. Valt een sport binnen de basis infrastructuur, dan is de huur aan de gemeente hoger, maar wordt het onderhoud wel door de gemeente verricht. Valt een sport hier niet onder, zal de huur lager uitvallen, maar dan moeten zij wel hun eigen onderhoud faciliteren.

Graag zouden wij inventariseren welke verenigingen graag hun eigen onderhoud willen bekostigen en daardoor een minder hoge huur moeten betalen. Dit willen wij graag onder de loep nemen bij de aanstaande tarievennota. Vandaar deze motie. Graag geef ik het woord even over aan collega Bouman, die zich bezig heeft gehouden met de motie betreffende het vierde sportpark. Dank u wel. Mevrouw Bouman, CDA: In de laatste vergadering van 3 juni heeft u onder andere gemeld naast alles wat al gemeld is in de commissie dan wel in de raadsvergadering, het is niet de bedoeling dat dat herhaald gaat worden. Ik blijf bij het standpunt, dat toentertijd ingenomen is. Mevrouw Verhoef heeft het dictum net voorgelezen, het is enigszins aangepast, maar de onderbouwing daartoe, daar blijven wij bij. Met andere woorden: wij blijven het ondersteunen en zien graag dat wat naar voren gebracht is door mevrouw Verhoef uitgevoerd wordt door de wethouder. Dank u. De heer Hoek, WIJ: Ik vind het jammer, dat al dit soort stukken heel laat vandaag binnen zijn gekomen. Ik wil over dingen nadenken en ik wil toch een ieder oproepen om in het vervolg wat sneller te zijn met dit soort zaken. Desalniettemin, de goede intentie is er om het beste te willen voor onze inwoners, hoewel ik daar en WIJ iets anders in zitten. Dat zal u wellicht na de vorige discussie niet verrassen.

Wat ik zeer opmerkelijk vind is dat we hier in juni een heel betoog hebben gehoord van de heer Hoppenbrouwer, waarin hij voorstelde om het accommodatieplan uit te stellen. Waarom was dat? Dat was om verschillende redenen. Er waren heel veel onduidelijkheden m.b.t.: wat betekent corona voor het ledenaantal? Wat is de prognose van verenigingen? Hoe gaat dat er in de toekomst uitzien? De aannames die uit het onderzoek kwamen werden in twijfel getrokken. Er moest dus tijd gekocht worden. En nu komt de heer Hoppenbrouwer met een dichtgetimmerd voorstel, waarin iedere meter grond bestemd wordt. Sterker nog, als we dit aannemen is er niets meer mogelijk. Ik voel dus veel meer voor de handreiking die de wethouder deed voor de vakantie. Ze zei: beste mensen, dit voorstel zit niet in beton gegoten, ik snap uw vraagtekens waar het gaat om ledenontwikkeling m.b.t. corona of prognoses goed gaan, dit zit niet in beton, ieder jaar evalueren wij het verhaal en is er de mogelijkheid om bij te sturen. Dat zou recht doen aan de vraagtekens, die de heer Hoppenbrouwer had, maar nu komt hij met een compleet voorstel, waarin iedere vierkante meter bestemd wordt en er dus helemaal geen ruimte meer is om flexibel te handelen in de toekomst. Daar heb ik toch moeite mee. Dan de financiële consequenties. De heer Hoppenbrouwer: Dank meneer Hoek, voor uw vlammend betoog.

Dat ik te laat was, daar heb ik in mijn eerste bijdrage al iets over mee gegeven, want ik heb werkelijk tot de laatste seconde geprobeerd om de cijfers van het ambtelijk apparaat te krijgen. Dat is geen excuus, maar het is wel een werkelijkheid. Tweede, u heeft een heel betoog over corona en dat soort zaken. Misschien heeft u het gemist, maar we hebben heel veel tussentijdse vragen gesteld, 2 art.37. De heer Hoek: Het is een interruptie. De heer Hoppenbrouwer: Ik probeer helder te maken, dat u niet helemaal redelijk bent, maar dat komt zo nog, want we zouden het niet persoonlijk maken. We hebben art.37 vragen gesteld en technische vragen, daardoor is een aantal zaken beantwoord en deels beantwoord. Dat is de reden waarom ik het nu compact heb gehouden. Ik dacht: daar bent u blij mee. Dat dichtgetimmerd slaat eigenlijk helemaal nergens op. De voorzitter: Het wordt nu wel een heel betoog. De heer 12/40

Hoppenbrouwer: Dan is toch mijn vraag waarom u nu vindt, of hoe denkt u nu dat als wij dit amendement voorstellen, waarom hebben we dan geen flexibiliteit meer? Flexibiliteit is hetzelfde als wat we ervoor hadden. De heer Hoek: Dat is niet waar. In deze constructie gaat u ervan uit, dat de hockey het extra veld krijgt. Er zou ook nog een situatie mogelijk zijn, dat de hockeyleden zouden afnemen en dat de voetbal zou toenemen. Dan ben je flexibel. Maar wat u nu doet is: de voetbalvelden worden geüpgraded en vervolgens schept dat ruimte voor de hockey. Dat is een aanname, want we weten niet hoe dat zich ontwikkelt. Dat was nou juist het mooie van de handreiking die de wethouder deed. Ze zei: jongens, dit zit niet in beton gegoten, ja, er ligt een gedegen onderzoek door een bureau dat er verstand van heeft aan ten grondslag, maar natuurlijk kan het zo zijn, dat door corona zaken veranderen en ik ben te allen tijde bereid om de hand uit te steken om te kijken hoe we het kunnen oplossen. Dan ben je flexibel en je doet recht aan de mogelijke veranderingen die zich voordoen. Dan de financiële dekking. Ik denk dat wanneer ik met een voorste kom en ik zou met zo’n dekking komen, dat de Hoppenbrouwer mij zou fileren. Dekking wordt gevonden door uitruil met andere investeringen uit het MIP. Dan denk ik: hoe dan? Welke investeringen dan? Wordt concreet.

Vervolgens wordt er € 30.000 uit de algemene reserve gehaald. We gaan ook nog € 39.000 vinden in die uitruil. Dan wordt er tussen 2 zinnen door ook nog gesteld dat er verlichting aangelegd moet worden en daar zie ik helemaal geen kosten voor. Ik snap het niet. U was toch beter af en u kon toch flexibeler handelen met de hand die de wethouder u toestak in juni? Dan zou er nog veel te regelen zijn. Daarnaast heb ik contact gehad met BVCB. En BVCB geeft aan: wij hebben plaats voor 30 of 40 spelers. Dat zijn 3 tot 4 elftallen. Ik snap het. Als mijn vader voetballer was bij TOGB, dan wil ik ook bij TOGB voetballen, want dat is mooi. Maar aan de andere kant: een gemeente is er wel om sport te subsidiëren, niet om emoties te subsidiëren. Dat vind ik een heel lastige. U vindt mij in uw betoog, daar waar het gaat om goed te kijken naar wat er op de parkeerplaats op het Hoge Land gebeurt. Dat ben ik het met u eens: het is erg vol en het is wachten op ongelukken. Dan de padelbanen, even erbij zoeken. Ik vroeg me af, maar misschien kan de wethouder dat straks beantwoorden. Er worden nu tennisbanen ingeruild voor padelbanen. Dat is prima natuurlijk, alleen, de grote vraag is: waren die tennisbanen al aan vervanging toe? Waren ze al economisch afgeschreven? Wellicht doen we aan kapitaalvernietiging als we dat versneld doen.

Wie draait er dan voor die extra kosten op? Dan wordt er gesteld in de motie: als je de ambitie hebt om de sportiefste gemeente te willen zijn. Ik ben het achteraf met de heer Hoppenbrouwer eens: dat hadden we niet moeten willen, de sportiefste gemeente van Nederland worden, want het schept wel heel veel verwachtingen. Ik denk dat het beter was geweest wanneer we gezegd hadden: we moeten ernaar streven dat er in Lansingerland veel gesport wordt en dat moeten we vooral stimuleren. Maar nu worden er heel veel verwachtingen gehangen aan deze uitspraak. Maar ik ga verder. Als je de ambitie hebt om de sportiefste gemeente te willen zijn, moet je bereid zijn om te investeren en de financiële consequenties niet bij de verenigingen neer te leggen. Dat is wat mij betreft een aanname, want wie zegt dat dat gebeurt? Ik kan me ook voorstellen, dat een vereniging, die geleid wordt door mensen die er verstand van hebben de afweging maken: we gaan met padel beginnen omdat dat meer leden genereert en omdat het dus ook meer inkomsten genereert. Ik vind het een aanname wanneer u stelt. De heer Hoppenbrouwer: Dank u wel voor het compliment, ik heb inderdaad bij de vaststelling van de sportvisie gezegd: de sportiefste gemeente, dat moeten we niet willen. Maar toen was ik een roepende in de woestijn. Ik ga even naar de aanname. Het is geen aanname.

We hebben 3, 4 brieven geschreven over de kostenneutraliteit. Daarvan heeft het college helder gezegd: het valt niet onder basis infrastructuur, dus is het voor kosten van de vereniging. Het is geen aanname. De heer Hoek: Helder. Maar dan is het wel cruciaal om te weten of de tennisbanen, die nu vervangen worden, economisch zijn afgeschreven, want anders kost het echt wel geld. Ik ben het met u eens om te onderzoeken welke onderhoudswerkzaamheden de verenigingen graag zelf zouden uitvoeren en te duiden welke invloed het heeft op de ontwikkeling van de tarieven. Dat zou een goede zijn. Ik wil er dan naar streven, dat we een win/win creëren. Dat het voor de gemeente gunstiger is, maar ook voor de verenigingen, want dan maken we een dubbelslag. Dus ik ben nieuwsgierig of de tennisbanen economisch al zijn afgeschreven. Dan het amendement van de VVD: dat vind ik een heel lastige. In feite gaan we nu een carte blanche geven voor iets waarvan we de consequenties niet kunnen overzien. Dat vind ik een lastige. Als ik dan de toelichting lees, dan krijg ik toch een beetje kromme tenen. Wanneer het oorspronkelijke afwegingskader strikt wordt uitgelegd, wordt een aantal verenigingen geconfronteerd met een nijpend capaciteitstekort.

Wat bedoelt u met sommige gevallen? Daarom achten wij het nodig om in sommige gevallen, wat bedoelt u met sommige gevallen, wat bedoelt u met bepaalde verenigingen, hoe wilt u dat nou wegen? Ik vind dat een heel lastige. Mevrouw Draak: De vraag waarop ik in principe interrumpeerde ging over de carte blanche. Die zie ik niet, dus ik zou graag aan meneer Hoek willen vragen of hij wil uitleggen wat carte blanche is, omdat in principe het oorspronkelijke afwegingskader is gebleven, behalve dat de uitzondering die we nu zouden willen maken voor de sportverenigingen op het Hoge Land, dat die nu in het afwegingskader zijn gevat en niet meer als uitzondering worden bestempeld. Dat zou gelijk een reactie zijn op het tweede deel van het verhaal van meneer Hoek. Dank u. De heer Hoek: Dan denk ik toch, dat u het anders moet formuleren, want je kan hier alle kanten mee op. Het kan ook betekenen, dat een vereniging in Bleiswijk zegt: ik heb niet genoeg leden, maar ik ben wel een uniek geval, een sommig geval, en ik denk dat ik op basis van wat hier staat recht heb op het houden van dit veld. Er staat niets over het Hoge Land in. Wat zijn sommige gevallen? Wat bedoelt u met een bepaalde vereniging? Dan verderop stelt u nog: bijzondere situaties. Wat zijn dan 13/40

bijzondere situaties? Ik denk dat als je dat niet klip en klaar omschrijft, dat je heel veel verenigingen krijgt, die menen hier een claim te kunnen leggen. Mevrouw Draak: In de toelichting worden zaken natuurlijk algemeen gehouden, maar ik zou toch aan meneer Hoek willen vragen waarom je het afwegingskader ongewijzigd zou willen laten als de uitkomst ervan in sommige situaties, dat is in dit geval op het Hoge Land, maar dat zou in theorie ook best bij een vereniging in Bleiswijk of in Bergschenhoek het geval kunnen zijn, alleen, die gevallen liggen in de toekomst. Het waren uw eigen woorden, als de uitkomst van het afwegingskader u niet zint, dan is het afwegingskader niet goed. Dat probeert dit te repareren. Over een woordkeus kun je altijd nog twisten, maar een carte blanche zie ik nergens. Er kan nog steeds een afweging worden gemaakt. De heer Hoek: Dan denk ik toch, dat u het anders moet formuleren. Als we het hebben over het 40/75% principe bent u wel heel stellig, want daar zegt u: dit is een rationeel en verdedigbare methode. Ik denk dat in sommige gevallen, bepaalde verenigingen, bijzondere situaties geen rationeel verdedigbare methode is. Daar hebben wij moeite mee. Dan de motie van de PvdA m.b.t. het reserveren van gronden. Dat vinden wij een goede.

Ik zou dan wel willen pleiten, want je gaat dan toch een stuk grond soort bestemmen als mogelijke locatie voor uitbreiding sportvelden, ik zou het leuk vinden om samen met 3B Wonen eens te kijken of we tijdelijk op die locatie dan zouden kunnen experimenteren met tiny houses, om te kijken of je dat voor een bepaalde periode eens kan bekijken op die plek, want die plek ben je toch de komende tijd kwijt, want je hebt hem gereserveerd voor een mogelijke uitbreiding sportvelden. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Met opzet heb ik niet geïnterrumpeerd bij de diverse bijdragen in deze derde termijn. De reden is, dat het nogal technische exploraties zouden kunnen gaan worden, die al in verschillende commissievergaderingen aan bod gekomen zijn. Dus als ik wel geïnterrumpeerd word prima, maar ik vrees dat het dan technische hoogstandjes zouden kunnen gaan worden. Ik vind het een heel mooi plan, dat voor ligt. Ik vind het ook een heel goed iets, dat in onze gemeente sporten en bewegen op die manier een push krijgt. We hebben in 2019 een visiedocument aangenomen, we zijn nog in afwachting van de derde stap, maar deze tweede stap vinden wij een heel belangrijke stap in de goede richting. Er is een aantal zaken waarom ik het belangrijk vind. In de eerste plaats: bewegen moet. Neem me niet kwalijk, dat ik dat als arts even naar voren breng.

Bewegen moet, het is een levensbehoefte en voor lichamelijk en psychisch functioneren van groot belang. Het tweede belang is dat sportverenigingen een enorme bevorderende werking hebben op sociale cohesie binnen onze gemeente. Onderling contact, dat is zelfs gebleken tijdens de coronaperiode, op allerlei creatieve manieren waar het maar kon en waar het mocht, zijn activiteiten ontplooid. Goede verenigingen helpen bovendien jonge en oudere sporters bij hun persoonlijke vorming. Leren gaan voor het doel en ook leren incasseren. Misschien mag ik nog een vierde belang noemen. Sportactiviteiten worden ook vaak gebruikt om goede doelen naar voren te halen. Deze week is één van onze collega’s naar voren gestapt om te vertellen dat hij zich heeft aangemeld voor de Roparun, door met deelname een persoonlijk verlies een plaats te geven. Op allerlei manieren hebben sport en bewegen een belangrijke functie. Een luchtige toon zou het kunnen zijn, maar ik zal geen schorsing aanvragen om me te gaan verkleden, maar graag zou ik om te vieren wat we vandaag gaan doen zo’n sportshirt aangedaan hebben, maar ik ga toch even door. Verenigingen hebben eindelijk duidelijkheid nodig. De wereld verandert en dus is het helemaal niet raar, dat wij over 2 of 3 jaar een keer een herijking nodig hebben.

We hebben het amendement in die richting ingetrokken, maar het blijft een feit dat we niet moeten stoppen met nadenken. Reeds vanaf december 2019 staat dit onderwerp, het accommodatieplan, op de agenda. Toen een beeldvormende avond over de uitgangspunten hiervan. Het afwegingskader vinden we juist één van de voornaamste winstpunten van deze exercitie. We hebben ook een rondetafelbespreking afgelopen april gehoord, dat de diverse verenigingen er breed mee instemmen. We zijn dan ook tegen het loslaten ervan, zoals het amendement van de VVD dat beoogt. Gemeentebreed plannen maken vinden we juist heel belangrijk. Natuurlijk, verenigingen zijn verschillend. HVB en HBR, we hebben kunnen kennismaken, zijn qua sfeer verschillend, zijn qua ledenopbouw verschillend, dat zullen ze blijven. Gelukkig hebben ze ook goed bestuurlijk contact. Het loslaten van het afwegingskader vinden we twee nadelen hebben. In de eerste plaats: het geeft te veel subjectiviteit bij de diverse aanvragen en de oordelen, die op ons af komen. Bovendien zijn we tegen: degenen die goed kunnen verwoorden, schreeuwen, lobbyen, hoe wil je het formuleren, ik gebruik expres positieve en negatieve termen door elkaar, dat die het voortouw zouden kunnen krijgen.

Wat dat betreft, mevrouw Draak, voelen wij erg voor de insteek van de minister-president, die op dat soort zaken weleens zegt: wij sturen niet op peilingen, wij sturen op overtuigingen gebaseerd op eigen onderzoek. Wat de andere moties en amendementen betreft: het amendement dat uitgebreid is toegelicht over veldcapaciteit, daarin missen wij de overwegingen die in de commissie aan bod gekomen zijn rond de kapitaalvernietiging als bepaalde zaken naar voren gehaald worden. We missen ook, dat er weldegelijk gesproken is over de kwaliteit van de velden, waarover expertise ingewonnen is. En we missen de financiële dekking. Het is erg jammer als er alleen een vage uitruil is met andere investeringen. Ik snap werkelijk niet dat dat in deze raad akkoord gevonden zou kunnen worden. Dan tot slot de twee moties. Over de padelbanen: dat vinden we eigenlijk meer een motie, die gaat over de tarievennota. De heer Hoppenbrouwer: Bent u in staat op het moment dat u voor soortgelijke uitdagingen stond waar wij als 3 partijen voor stonden, zou u vanuit uw positie structurele dekking kunnen aanwijzen dan? De heer Lieverse: Mij wordt een antwoord ingefluisterd, u heeft het allemaal 14/40

kunnen horen. Ik heb die aanvechting niet gehad, de aanvechting om dat huzarenstukje op me te nemen. Het was namelijk niet mijn amendement. Dat als antwoord op de interruptie. De heer Hoppenbrouwer: Met het risico dat ik geen vraag ga stellen. Het is als raadslid bijna onmogelijk om structurele dekking te vinden als je noch de begroting 2022 kent noch de resultaten van de jaarrekening van 2021. Dat is het dilemma waar we voor gestaan hebben. Vandaar dat we deze oplossing gevonden hebben. Het is gewoon realistisch, want het is de praktijk. Punt. De heer Lieverse: Als het zo moeilijk, souffleer ik nu maar even mijn collega raadslid, dan zou het beter geweest zijn om het niet zo stellig naar voren te brengen, maar te zeggen: we gaan bij de begroting opnieuw hierover nadenken om te kijken of deze investering mogelijk is tegen een inruil. Maar om het nu al te claimen zonder dat we weten wat er tegenover staat, dat vind ik onvoorzichtig. Als ik ‘ik’ zeg, dan bedoel ik de fractie van de CU. Dan de moties, waar ik nog wat over moet zeggen. De padelbanen is voor ons een motie over de tarievennota. We vinden het een goede zaak om dat breed op te zetten, waarbij ook de onderhoudskosten meegenomen worden.

De motie van de PvdA, waar ook het CDA al in een vroege fase aan meegewerkt heeft, om planologisch onderzoek te doen naar een eventuele, een eventuele, vierde sportpark vinden wij een goede zaak. Ik wil graag afsluiten met een oproep, die ik hoorde na de meeting in april, die kundig werd voorgezeten door meneer Kuipers van de VVD. Hij haalde in onze herinnering op, dat er voorheen weleens jaarlijkse meetings waren, een soort sportkoepel, waar bestuurders uitgenodigd werden om met elkaar te spreken. Wat ons opviel bij die meeting in april is dat de besturen uitermate competent zijn om hun eigen plan naar voren te brengen, hier ook op een goede manier in te lobbyen, maar ook om goed naar elkaar te luisteren. Dus dat zou een pleidooi kunnen zijn, sommige verenigingen zullen vast mee luisteren, om dit weer op te gaan zetten. Mevrouw Den Heijer, D66: Mijn collega de heer Jonker is helaas ziek, dus ik moet het van hem overnemen. Ik merk wel, dat ik niet in de commissie heb gezeten, zodat het voor mij best wel een lastige discussie is om te volgen. Derde termijn, ik weet niet precies waar we zijn geëindigd, maar ik ga heel erg mijn best doen om hier op een enigszins zinnige manier op te reageren. De moties zijn natuurlijk heel laat gekomen en als je ziek bent is het ook heel lastig om daar op te reageren.

Ik heb zelf in de commissie ruimte gezeten en ik heb ook in de commissie algemeen bestuur gezeten, maar ik vind dat de moties en amendementen van deze commissie echt wel ingewikkeld zijn om als buitenstaander enigszins te begrijpen wat hier de bedoeling. Dat is geen kritiek, maar meer een waarschuwing van mijn kant, dat ik niet gelijk precies begrijp wat er aan de hand is. Wat voor ons voorop staat, is dat wij ook voor blije sportverenigingen zijn, dat is hier al eerdergenoemd. Wij vinden het accommodatieplan de goede kwaliteit hebben, een prima kader voor de komende jaren. Natuurlijk moet er binnen het kader ook ruimte zijn voor veranderingen en flexibiliteit om in te spelen op ontwikkelingen. Voor ons was en is het beeld eigenlijk, dat die ruimte en flexibiliteit er ook is. Voor ons staat dan ook voorop, dat begrijp ik wel heel goed, dat we nu eindelijk het accommodatieplan in deze raad goed gaan keuren. Dat staat voor ons voorop. We begrijpen dat er wensen zijn van andere partijen en daarop willen we hier in deze vergadering reageren, die het mogelijk aanvullen of verbeteren. Wij hebben een reactie op de motie voor het ruimtelijk rekening houden met het vierde sportpark. Dit is al eerder besproken in de commissie. We vinden het wel lastig om de noodzaak van deze motie op dit moment in te schatten.

Is het nu echt nodig om er nu echt aandacht aan te besteden? Wat ons betreft is die motie ook tamelijk zacht: om in planologische studies voor verdere ruimtelijke inrichting rekening te houden met. Dat klinkt natuurlijk best wel ver weg. Ik denk dat het niet zo heel erg veel kwaad kan. Ik stel me dan voor, dat we in komende visies, die we gaan maken met elkaar, structuurvisies, dat we dan kijken dat er ook ruimte moet zijn voor nieuwe sportlocaties. Volgens mij betekent dat niet gelijk, dat we dan ook grond gaan bestemmen, want ik denk dat dat financiële consequenties heeft en die consequenties kunnen we niet helemaal overzien. Dus als we hem op die manier kunnen interpreteren, op die zachte manier, dan kunnen we ermee instemmen. Maar mocht de wethouder er op een andere manier op reageren, dan kijken we hoe we daarmee omgaan. Dan een reactie op het amendement van de voldoende veldcapaciteit. We zitten ook een beetje op de toer dat dit natuurlijk ook financiële consequenties heeft. Wat ook opviel, het lijkt me heel lastig om dit nou in een soort van isolement te gaan beslissen, terwijl er eigenlijk een heel accommodatieplan ligt, waar ook voldoende ruimte zou moeten zijn om daarnaar te kijken. Wij willen het liever integraal bespreken in relatie tot andere vraagstukken in dit domein.

Het gaat ook om het geld, dat we ook maar één keer kunnen uitgeven, dus we vinden de dekking ook een heel wankele constructie hebben. We zullen daarom ook niet voor dit amendement gaan stemmen. Dan een reactie op het amendement aandacht voor sport in specifieke kernen. Dat is echt wel een ingewikkelde. We hebben daar vraagtekens bij, bij dit amendement. Is het dan niet zo dat een specifieke vereniging in een kern dan Lansingerland als geheel? De suggestie wordt eigenlijk gewekt, dat onze inwoners alleen sporten bij een vereniging in hun eigen kern en volgens mij is dat niet helemaal het geval. Wat ons betreft bieden de huidige uitgangspunten voldoende ruimte om in uitzonderlijke gevallen in specifieke kernen en met afstemming met de raad uitzonderingen te maken. Onze reactie is dat we niet mee zullen gaan in het amendement. Dan een reactie op de motie van de padelbanen. Wij lezen hem zo. Mevrouw Draak: Het is niet helemaal een vraag, maar ik wil mevrouw Den Heijer graag tegemoet komen. Ik begrijp heel goed, dat ze niet alle commissievergaderingen over dit onderwerp scherp heeft, maar het is inderdaad gebleken, met name in de laatste commissie hebben we dat besproken, omdat 15/40

daar deze zomer veel aandacht aan is besteed door de indieners van dit amendement. Het is echt zo, dat we in de praktijk zien dat mensen niet naar andere kernen gaan om te sporten, dat betreft dan vooral de kinderen, die niet de lange afstanden tussen Berkel, Bleiswijk en Bergschenhoek zelfstandig kunnen overbruggen. Daar gaat dit eigenlijk specifiek over. Mevrouw Den Heijer: Hartelijk bedankt. Oké. We hebben ook wel andere verhalen, maar dank voor de uitleg, waarvan akte. Dan een reactie op de padelbanen. We gaan ervan uit, dat dit een voorstel voor een onderzoek is hiernaartoe. Als we dat gewoon onderzoeken zonder dat we als gemeente toezeggingen doen dat we de kosten gaan overnemen, dat willen we daarna pas bespreken natuurlijk, dus dan kunnen we voor dat onderzoek zijn. Dan wil ik het daarbij laten. Dank u wel. Mevrouw Gabin, GL: Er ligt een nota met daarin een visie voor Lansingerland met als ambitie de sportiefste gemeente van Nederland te worden. Hiervoor is een sportaccommodatieplan opgesteld met een visie, die gaat tot 2030 met de huidige ontwikkelingen en trends en de verwachte groei tot 75.000 inwoners. Maar met een ambitie als deze dient de visie verder te worden uitgewerkt en niet tot 2030. Gezien het huidige gebruik en de uitbreiding van het aantal woningen zijn er terechte zorgen over de capaciteit in de toekomst.

Dit geldt met name voor de accommodatie op sportpark het Hoge Land. Omdat de huidige sportparken weinig ruimte bieden voor uitbreidingen wordt het realiseren van een extra sportpark nodig geacht wat ons betreft. Het is dus zeer verstandig om een nieuwe sportaccommodatie of een vierde sportpark te hebben wanneer de groei uitstijgt boven de groeiende aantallen. Ook na 2030 en na 75.000 inwoners dient er een visie klaar te liggen en GL mist dat in het geheel. Dus vandaar dat wij de motie van de PvdA hebben mede ondertekend. Dan het amendement van de VVD: sporten in de eigen kernen is belangrijk voor ons, vooral voor kinderen die graag met school- en buurtgenoten op een sportvereniging willen zitten. Het stimuleert de samenhang en de verwevenheid van het sociale leven van een kind. Gemeentebreed kijken welke mogelijkheden er zijn is dus niet in alle gevallen gewenst wat ons betreft. Bepaalde bewegingsvrijheid overlaten om zo nodig af te wijken, lijkt ons verstandig. Maar termen als ‘sommige gevallen’, ‘bepaalde verenigingen’ en ‘bijzondere situaties’ zijn gewoon vage termen wat ons betreft, die kunnen leiden tot ongelijke behandeling, dus dit zou verder uitgewerkt moeten worden. De motie van L3B over de padelbanen: GL heeft meerdere keren kenbaar gemaakt dat padel een zeer snelgroeiende sport is, het verdient een kans om zich in Lansingerland te vestigen.

De wethouder heeft aangegeven dat dit kostendekkend georganiseerd kan worden. Is het daarmee afdoende, is de vraag? De motie van L3B vraagt om een onderzoek en wij staan altijd open voor een onderzoek. Dan het amendement: zowel CVV Berkel als TOGB hebben in de huidige situatie te maken met een beperkt tekort aan capaciteit. Dit tekort neemt na 2030 alsmaar toe. De voetbalclubs willen de natuurgrasvelden vervangen door kunstgrasvelden. Het is beter te bespelen en men denkt de huidige gebruiksdruk op te kunnen vangen. De velden zijn nog in 2018/19 vervangen en er staat een afschrijvingstermijn voor van 11 of 12 jaar. De vervangingstermijn is dus nog lang niet genaderd. De wethouder had het er in de commissie over dat het ging om gemeenschapsgeld, daar moeten we dus zorgvuldig mee omgaan. Er dient dus een afgewogen afweging te worden gemaakt. Wij hebben nog altijd de mogelijkheid om het sportaccommodatieplan te agenderen ter evaluatie om noodzakelijke aanpassingen door te voeren, maar wat dit betreft wachten wij nog heel even op de beantwoording van de wethouder af, dat zou meer helderheid kunnen scheppen. Mevrouw Draak: Als ik luister naar het betoog van mevrouw Gabin, dan vraag ik me af of zij het met mij eens is, dat het niet vervroegd vervangen van een wetraveld, maar dat vervolgens grote delen van de tijd ongebruikt ligt, of je dan niet hetzelfde gemeenschapsgeld verspilt.

Mevrouw Gabin: Je hebt ook te maken met de afschrijvingstermijn. Dat heeft ook een keerzijde. Het is maar net wat je als voorkeur kiest. Maar ik zou daar meer helderheid willen vragen van de wethouder, hoe zij daarin staat en welke afweging zij als college wilt nemen. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik hoop, dat dit de avond is waarop we het sportaccommodatieplan gaan vaststellen, want het heeft best wel een hele lange tijd geduurd voordat we op dit punt zijn gekomen. Ik hoop daarvan harte op. Ik ga het belang van sport niet benadrukken en ook niet dat het toekomstbestendig moet zijn, dat sportaccommodatieplan, want dat ligt heel erg voor de hand. Een aantal andere fracties heeft dat heel mooi gedaan en ik sluit me daar natuurlijk ook bij aan. Ik ga heel even terug naar misschien een beetje een saai onderdeel. Ik heb toch nog een vraag aan de wethouder en dat gaat over het derde beslispunt van het accommodatieplan, de gevraagde beslissing. Daar staat dat de definitieve besluitvorming over de in dit plan opgenomen investeringen meegenomen worden in de kadernota 2022. Het lijkt me dat dit nu niet meer actueel is. Het zal dus moeten zijn of bij de begroting 2022, als dat nog kan. Dit is voor mij even een punt van orde, wil ik bijna zeggen: kunnen we het zo vast stellen of klopt het dan niet meer? Dat was even het droge stuk.

Dan ga ik nog heel even terug naar de motie ruimtelijk rekening houden met het vierde sportpark, die is al toegelicht, dat hoef ik eigenlijk niet te doen, maar laat duidelijk zijn, dat de reden waarom we deze motie hebben ingediend met hulp van anderen is natuurlijk het feit dat Lansingerland een toename van inwoners gaat verwachten vanwege allerlei bouwplannen, dat is de directe aanleiding geweest. De heer Hoek wil graag op de lege vlakte, die dan mogelijk tijdelijk gereserveerd leeg ligt tiny houses plaatsen en daar valt natuurlijk altijd over te praten. Dat was nog even over de motie, waarvoor ik al een brede steun voel en dat is fijn. Het 16/40

amendement van de heer Hoppenbrouwer over voldoende veldcapaciteit op het Hoge Land. Ik begrijp dat daar 3 heel blije sportverenigingen mee zullen zijn. Wat mij aanspreekt aan dat amendement is het feit dat daarmee dus voldoende of meer veldcapaciteit wordt gecreëerd en daar lijkt duidelijk een probleem te liggen. In die zin is het een positief amendement. Het is ook uitgebreid onderbouwd, financieel, maar er hangt wel een prijskaartje aan. Het is ook voor een deel kapitaalvernietiging, ook dat is voor ons wel een punt. Maar ik zou heel graag toch nog van de wethouder willen horen hoe zij hiernaar kijkt, want ik kreeg even het gevoel dat dit goed besproken is met de ambtenaren en ik kreeg zelfs het gevoel dat hierover contact is geweest met de wethouder en dat zij dit eigenlijk wel een elegante oplossing zou kunnen vinden, maar ik hoor dat heel graag van de wethouder zelf. Zij gaf aan: nog niet aan vervanging toe, de velden zijn gekeurd en het zag er nog allemaal goed uit. Maar tegelijkertijd gaf ze wel een opening bij de vorige commissiebespreking, dus ik zou dat heel graag willen horen. De motie over de padelbanen.

Ik ben daar nog een beetje over in vertwijfeling in de zin van: als je het dictum leest, dan lijkt het heel breed te gaan over een onderzoek naar de principiële vraag of onderhoudskosten voor rekening van de gemeente of sportverenigingen moeten komen en hoe je daar verder mee om moet gaan. De padelbanen lijken een aanleiding, maar het lijkt ook een bredere vraag aan het college. Tegen een onderzoek heeft mijn fractie niets, maar ik wil het even scherp hebben: is het nou breder of alleen voor die padelbanen? Dan ga ik naar het amendement van mevrouw Draak en andere: aandacht voor sport per kernen. De heer Hoppenbrouwer: Ik wilde antwoord geven, maar dat doe ik straks in de tweede termijn. De voorzitter: Nee, er is geen termijn hierna. Dit was al de derde. Grijp uw kans, zou ik zeggen. De heer Hoppenbrouwer: Padel was bedoeld, niet breed. Mevrouw Verhoef: Dank u wel voor de toelichting, meneer Hoppenbrouwer. In het dictum staat dat niet, het woord padel staat er niet in, in het dictum. Wel in de toelichting, maar niet in het dictum of ik lees er overheen. Het is handig om dat dan nog aan te passen. Ik ging naar het amendement aandacht voor sport in specifieke kernen.

Mevrouw Draak heeft het goed uitgelegd, maar toch ga ik dit amendement niet steunen, omdat ik denk dat het afwegingskader gemeentebreed per sport, die insteek, dat dat goed genoeg is en dat juist dat maatwerk, dat deze gemeente ook echt wel wil betrachten, dat gaat niet zozeer om de kern maar om de sportvereniging die je per keer bekijkt van: komt hier een sportvereniging in het nauw, zoals mogelijk de hockeyvereniging in Bleiswijk, en wat kunnen we daar dan aan doen? Een veld overdragen naar de gemeente. Ik denk niet dat je dat perse binnen die kern moet zien op te lossen, maar wel oog moete hebben voor karakter, de taak, de rol van iedere sportvereniging. Dus ik ga het amendement, zoals het er nu uit ziet, niet steunen. Mevrouw Draak: Ik zou graag aan mevrouw Verhoef willen vragen of zij het dan beter vindt om telkens, we kennen onze eigen geschiedenis en onze eigen manier van besluiten nemen, of het beter is om in een afwegingskader vast te leggen welke uitzonderingen je mogelijk zou willen maken in plaats van ze iedere keer te maken, want wat is je afwegingskader dan nog waard? Mevrouw Verhoef: Dank voor uw vraag. Ik zit er een beetje hetzelfde in als de heer Hoek. Het is nu alsnog vrij vaag geformuleerd, dat het in de praktijk niet gaat helpen. U geeft als argument: kinderen gaan niet naar andere kernen om te sporten.

Dat gaan ze wel, want er hebben heel veel kinderen gehockeyd in Bleiswijk, omdat ze op de wachtlijst stonden bij HBR, in Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek. Zodra ze wel terecht konden in Berkel gingen ze van Bleiswijk daar weer heen, dichter bij hun eigen huis. Dus ik wil niet per kern kijken, is wil dat alle sporten die een rol hebben, zoals Bleiswijk die voor de G-sport heel belangrijk is, dat die kunnen floreren. Ik weet zeker dat onze gemeente, onze ambtenaren, daar ook echt oog voor hebben en dat is ook meerdere malen gebleken. De heer Hoppenbrouwer had nog 2 belangrijke punten. Een businessplan voor de overdracht van 1 veld van HVB naar de gemeente, of dat tijdig, het liefst in december, beschikbaar kan komen. Als dat kan heel graag, als dat meer tijd nodig heeft om het beter te doen dan is dat ook goed, maar graag willen wij weten wanneer dan. Ook de verkeersveiligheid op het Hoge Land is natuurlijk ook een heel belangrijk item, dat hij inbracht, waarvoor dank. De voorzitter: Dit was de derde termijn. Hij was niet kort en bondig, dus ik doe toch een oproep gezien de agendapunten die u nog voor zich heeft kort en bondig te zijn. Allereerst dat verzoek aan de wethouder: graag kort en bondig ingaan op de ingediende amendementen en moties, uw advies te geven en uiteraard de vragen, die gesteld zijn, beantwoorden, maar niet het debat aangaan.

Beantwoording Wethouder Van Tatenhove: Ik was er al bang voor, want ik zou natuurlijk ook zomaar in de verleiding kunnen komen om nog te gaan vertellen waarom dit sportaccommodatieplan zo belangrijk is, maar dat heeft u allemaal al gedaan, dus daar sluit ik dan maar gewoon bij aan. Ook ik denk dat het heel mooi zou zijn voor met name alle sportverenigingen als er vanavond een besluit wordt genomen. Omwille van de bondigheid ga ik dan maar gelijk naar de amendementen en moties, die zijn ingediend. Eerst het amendement om nu iets te doen aan de capaciteit op sportpark het Hoge Land door een aantal velden al eerder te voorzien van kunstgras, al dan niet gecompleteerd door verlichting, die er nu nog ontbreekt. Dat geeft inderdaad extra ruimte, dat is ook precies wat het accommodatieplan aangeeft. Als je vooruit kijkt naar 2030 en rekening houdt met de ontwikkelingen, is er dan voldoende capaciteit in theorie beschikbaar en hoe bereik je dat dan? Dat bereik je o.a. door natuurgrasvelden om te bouwen naar kunstgras. De vraag is natuurlijk wanneer je dat doet. Of je dat doet op voorhand, zoals nu wordt 17/40

voorgesteld in dit amendement of dat je dat doet op het moment dat er een afweging moet worden gemaakt voor de reguliere vervanging of op het moment dat die 40/75 regel van toepassing is. Wat in dit amendement wordt voorgesteld is om het naar voren te halen en zodanig naar voren te halen, dat er daadwerkelijk een flinke slag wordt gemaakt in kapitaalvernietiging, maar dat is een keuze die u dan zou maken. Het college ontraadt dit amendement in elk geval om die reden. Dat die capaciteit er zit, dat zit dus in het sportaccommodatieplan, maar we moeten hier behoedzaam omgaan met de financiën. Dat leert mij mijn wethouder financiën en zo zit het hele college erin. Daar spreken we bij elke kadernota en elke begroting over, dus het zou heel inconsequent zijn als ik tegen mijn collega zou zeggen: ga jij maar lekker zoeken in het MIP welke projecten we verder de tijd in schuiven. Want dat is wel de consequentie als dit amendement aangenomen wordt, dan gaat het ten koste van andere investeringen die in het MIP zijn opgenomen. Dan heeft dat dus gevolgen, dan wordt er misschien iemand anders ontevreden en gaat mopperen. We kunnen nu nog niet inschatten wat dat is, want dat is op dit moment voor ons een onmogelijke puzzel, want het is al strak ingepland. Dat is ook de reden, meneer Hoppenbrouwer, waarom u niet een klip en klaar voorstel kreeg vanuit onze ambtenaren.

Dus ik deel wat u schetst in dit amendement, dat er in theorie voldoende capaciteit is op het park als er velden worden omgebouwd, maar ik ontraad deze motie vanwege de financiële situatie die dan ontstaat. De heer Hoek: Wat mij nou triggert, want ik kan ook tellen, er zijn 3 ondertekenaars van dit amendement. Wat gebeurt er nou als dit amendement het haalt en er is geen dekking voor? Hoe gaan we daarmee om? Wie gaan er dan op zoek naar dekking? Welke discussie gaan we dan straks voeren? Dat is mij ten enenmale onduidelijk. Misschien moet ik die vraag niet aan u stellen, maar ik denk dat u daar wel een gedachte over heeft. Wethouder Van Tatenhove: Ja, meneer Hoek, als dit amendement wordt aangenomen en in het dictum staat dat het college dan op zoek moet in het MIP, dan ligt er blijkbaar een taak bij het college om volgend jaar met een voorstel te komen. U ziet onze hoofd financiën op de tribune zitten, die maakt zich hier ernstig zorgen om, omdat we mede op verzoek van de raad maar ook omdat we zorgvuldig willen omgaan met onze financiën, dat geldt ook voor het college, een heel strak MIP hebben georganiseerd en we hebben al een bezuinigingsopgave, dus het is echt wel een klus om iets alternatiefs te vinden. Volgens mij zei meneer Lieverse dat, we halen dan nu iets vooruit wat we zeker stellen en dat betekent dat er iets naar achter moet, waarvan we nog niet weten wat.

De heer Hoek: Dan wil ik de heer Hoppenbrouwer bedanken voor de richting, die hij gegeven heeft, want die truc kunnen we dan vaker uithalen. We sturen gewoon het college op zoek naar dekking. Dat stelt me wel gerust voor als wij ook nog eens wensen hebben. Wethouder Van Tatenhove: Ik heb er verder niet zoveel meer aan toe te voegen. Het is de raad die wel of niet over dit amendement besluit. Het tweede amendement, dat ik wil benoemen, is het amendement om het afwegingskader te verruimen. Ook daar hebben we het al over gehad. Ik snap de gedachte er achter, er zijn uitzonderingen en je wilt soms per sport of soms per kern en vooral in combinatie tussen een specifieke sport en een kern kijken wat er speelt op het niveau van de kern en wat kan ook spelen op het niveau van de hele gemeente? Bij het afwegingskader heeft de raad bewust gekozen voor een strak kader: we beschouwen elke sport op het niveau van de gemeente en we maken een uitzondering op het moment dat een specifieke club of een specifieke kern dat nodig heeft voor het floreren van die club of die sport. Ik zou hem op die manier willen handhaven, het strakke uitgangspunt zoals u het heeft gedefinieerd. De uitzonderingen komen naar boven, u bent daar zelf als raad bij, zeker als we regelmatig evalueren en dan die uitzonderingen op zijn merites beschouwen en kijken hoe we daarmee om gaan.

Maar ik zou dus willen adviseren om het afwegingskader, zoals u het heeft gedefinieerd, ik meen in 2019, om dat te handhaven. Dan zijn er nog 2 moties, een motie over rekening houden met een vierde sportpark. Daarvan heb ik in de commissie gezegd: dit plan, dit accommodatieplan kijkt vooruit tot 2030 en we zijn met het toekomstperspectief en allerlei andere nota’s bezig om voorbij 2030 te kijken. Daar hoort wat mij betreft ook een debat over van: als we doorgroeien boven de 75.000 inwoners, wat is er dan nodig? Als ik dat lees, dan is dat de geest van de motie, maar in het dictum gaat het over een plek. Een plek nu reserveren voor een vierde sportpark of voor een eventuele kleinere sportlocatie, dat lijkt ons veel te vroeg om dat te doen, omdat we überhaupt nog niet weten waar dat dan gerealiseerd zou moeten worden als het al nodig zou zijn. Dus ik zou u willen adviseren: neem dat mee bij het toekomstperspectief. Als laatste de motie over de padelbanen met het verzoek om te kijken bij het opstellen van de tarievennota of verenigingen zelf de onderhoudskosten voor hun rekening willen nemen of dat we dat als gemeente doen. Ik denk dat het goed is om dat bij de tarievennota af te wegen. Meneer Bergwerff vroeg of dat ook voor andere verenigingen zou kunnen. Ik denk dat we het breder kunnen beschouwen als we met de tarievennota aan de slag gaan.

Ik wil u daar wel bij waarschuwen, want je ziet het o.a. bij een veld van HVB, dat is ooit in eigendom van de vereniging neergelegd of overgedragen aan de vereniging en een aantal jaar later weet niemand het meer en komt de vraag: waarom is het eigenlijk zo, kan het niet terug naar de gemeente. Hetzelfde kan je krijgen met de onderhoudskosten. Het ene bestuur organiseert veel vrijwilligers en zegt: we doen het zelf. Als 10 jaar later de vrijwilligers op zijn of het gras groeit niet alleen tussen de tegels, maar ook op het veld veel te lang, dan zitten wij ineens met de gebakken peren als het weer overgedragen wordt. Dus die waarschuwing wil ik in elk geval wel mee geven, dat we daar heel kritisch naar willen kijken. Dat over de moties en amendementen. De heer Hoek: Ik had nog een inhoudelijke vraag. De tennisbanen, die opgegeven wordt, waren die economisch afgeschreven? Als we daar nog 4 jaar op kunnen tennissen, dan gooi je ook geld weg. Je kan nu ad hoc besluiten er padelbanen op te doen, 18/40

maar dan gooi je toch ook een behoorlijke som geld weg. Wethouder Van Tatenhove: Ik wilde nog naar de vragen en dat was er eentje, die bij de vragen stond, dus die zal ik als eerste beantwoorden. Bij de padelbanen, als die worden aangelegd op tennisbanen, geldt inderdaad hetzelfde, dat die tennisbanen niet perse al afgeschreven hoeven te zijn. Waar we bij de eerste casus achter kwamen, was dat de tennisvereniging in dat contract gewoon heel makkelijk zijn huur kon opzeggen en dat vervolgens ook deed. Dat hebben we bij één van de voetbalvelden ook gehad, dus daar valt best nog wel een slag in te slaan om te kijken hoe we de contracten goed dicht timmeren, dat we niet zomaar opzeggingen van huur krijgen en wij vervolgens met de consequenties zitten. Maar het is inderdaad zo: als een tennisveld wordt omgebouwd naar een padelbaan en het is nog niet afgeschreven, dan vindt ook daar kapitaalvernietiging plaats. Dus ook daar moeten we kritisch naar kijken, wat we willen. Dan was er nog een vraag van meerdere partijen over het businessplan van HVB. Ik heb voor de vakantie samen met de ambtenaren een gesprek gehad met HVB over het opstellen van een businessplan.

Daar is beloofd dat dat eind van het jaar gereed zou zijn, maar ook dat zijn natuurlijk allemaal vrijwilligers, dus als het niet lukt in november of december, dan moeten we gewoon wachten tot zij de tijd vinden om dat af te ronden. Ze hebben in elk geval gezegd, dat ze daar hard aan gaan werken, want zij willen met ons daarover in gesprek. Een andere vraag was of we serieus kunnen kijken naar de verkeerssituatie op het Hoge Land. Ook daarover zijn we opnieuw in gesprek, dat is niet de eerste keer dat we kijken wat er gedaan moet worden aan de verkeerssituatie. Sinds corona denk ik: het kan ook anders. Het ligt veel ook niet aan de kinderen, maar aan de ouders van de kinderen, hoe zij zich gedragen op sportpark het Hoge Land. We kunnen heel veel proberen te regelen, maar het ligt soms ook gewoon aan ons eigen gedrag, ik ben ook een ouder geweest, die een kind naar voetbal bracht af en toe. Dat zijn ze. De jaarlijkse sportkoepel, daar was nog een vraag over. Wat we voor corona hadden, wat wij vanuit de gemeente organiseerden, wat erg gewaardeerd werd was twee keer per jaar de avond van de sport met alle verenigingsbesturen. We hebben in coronatijd wel wat alternatieven gehad via Zoom, maar dat heeft natuurlijk nooit de charme en het netwerkkarakter van een avond voor de sport, dus we zijn van plan om dat gewoon weer terug te gaan organiseren nu dat weer kan.

De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind van deze beraadslaging. De heer Hoppenbrouwer: Ik wil graag 1 minuut schorsen. Mevrouw Verhoef: Ik heb nog geen antwoord op de vraag gekregen of het een probleem is dat bij het besluit punt 3, beslissing 3, dat dit plan wordt meegenomen in de kadernota enzovoort. De voorzitter: Ik zie de wethouder bewegen, dus u heeft ongetwijfeld gelijk. We vragen de wethouder het te beantwoorden, daarna schors ik voor 1 minuut en daarna gaan we over tot de stemming. Wethouder Van Tatenhove: Ik dacht dat die aan de orde was gekomen in een commissie of eerder in de raad. Het sportaccommodatieplan liep gelijk op met de kadernota, dus het zat daarin en diezelfde cijfers zitten in de begroting die binnenkort uw kant op komt. De voorzitter: Ik schors de vergadering voor 1 minuut. Schorsing De voorzitter: Stop allemaal, de heer Hoppenbrouwer is klaar, we gaan met spoed verder. We ronden het even af, mogelijk is er straks nog een schorsing. Ik heropen de vergadering en wij gaan over tot de stemming, als de hilariteit beëindigd wordt. We gaan over tot stemming. U kent de volgorde: wij stemmen eerst over de amendementen, dan over het voorstel zelf en dan over de beide moties. Als eerste breng ik in stemming het amendement ingediend door de heer Hoppenbrouwer: voldoende veldcapaciteit. U stemt met uw kastje.

Het is anderhalf jaar geleden en we hebben maar 1 of 2 vergaderingen gehad daarmee, dus het is heel spannend. Ik ga straks de stemming openen, dan doet de griffie dat, dan ziet u op uw kastje een groene en een rode knop. U kunt aannemen dat de groene voor en de rode tegen is, daar ga ik althans van uit. U kunt zolang de stemming open is uw stem wijzigen. U ziet hem op de schermen. Als u ziet dat u anders stemt dan de rest van uw fractie, kunt u nog terug totdat de stemming gesloten wordt door de griffie. Gaat het niet goed, dan doen we het gewoon over, dat is heel makkelijk. Alleen vandaag, zeg ik er bij. De voorzitter: We gaan stemmen over het amendement ingediend door de heer Hopppenbrouwer over de veldcapaciteit. Ik open de stemming. Ik heb er 29, dat is iedereen. Ik sluit de stemming. Ik constateer dat het amendement is aangenomen met 18 voor en 11 tegen. De voorzitter: We gaan naar het amendement ingediend door mevrouw Draak: aandacht voor sport in specifieke kernen. Ik open de stemming. Ik heb 29 stemmen. Ik sluit de stemming. Ook voor 18 en 11 tegen. Het amendement is aangenomen. De voorzitter: We gaan stemmen over het voorstel, het accommodatieplan sport. Ik open de stemming over het voorstel zelf, het geamendeerde voorstel. Ik mis nog 1 stem. Ja. Ik sluit de stemming. Het voorstel is met algemene stemmen aangenomen.

19/40

De voorzitter: Als eerste de motie van de heer Hoppenbrouwer: onderhoud padelbanen. Ik open de stemming. Ik sluit de stemming. Met unanieme stemmen aangenomen. De voorzitter: En de motie van mevrouw Verhoef: rekening houden met het vierde sportpark. Ik open de stemming. We starten even opnieuw. Even wachten. Ja, daar is hij. Ik mis nog stemmen. Ja. Ik sluit de stemming. Met 27 stemmen voor en 2 tegen is deze motie ook aangenomen. Daarmee zijn we aan het einde van deze stemming. Dat gaat een stuk sneller dan digitaal. 9.b Vaststellen toetsingskader Eneco middelen De voorzitter: U mag weer de aandacht bij de les houden. Ik heb al aangegeven: het is echt later aan het worden. We maken in beginsel het gewoon af, want anders moet u terug komen. Ik ga weer een nulde termijn doen en ik verzoek iedereen kort en bondig op de 3 aangekondigde amendementen in te gaan, dat moet echt wel snel kunnen. En de wethouder schijnt heel kort van stof te zijn. Nulde termijn De heer Philippens, L3B: Ik heb een tweetal amendementen: burgerinitiatief bij besteding Eneco-gelden, die mag ik indienen namens mijn eigen partij en namens mevrouw Den Heijer van D66 en de heer Ammerlaan van het CDA. A2021-026 Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor.

De volgende tekst toe te voegen op pagina 4 bij kopje 1 ná de zin 'De bestedingsvoorstellen kunnen worden gedaan vanuit de raad middels een initiatiefvoorstel conform artikel 33 Reglement van Orde, of via een collegevoorstel.': Tevens kunnen inwoners van Lansingerland een bestedingsvoorstel doen voor onderwerpen die vallen binnen dit toetsingskader. Inwoners dienen het voorstel in bij het college en worden ondersteund bij de uitwerking door een ambtenaar van de gemeente. Het voorstel wordt voorzien van advies van het college en loopt mee met het reguliere proces van voorstellen van dit toetsingskader. Dat was het eerste amendement. Het tweede amendement zal ik er ook maar gelijk bij pakken, dat is: burgerraadpleging voor besteding Eneco-gelden. Die mag ik ook weer indienen namens mijn eigen partij en namens mevrouw Den Heijer van D66. A2021-027 Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor. In het toetsingskader op p4 een bullitpoint toe te voegen met de volgende tekst. Punt 3. raadplegen inwoners: Inwoners Lansingerland worden geraadpleegd over de bestedingsvoorstellen welke door de voorselectie van de raad bij de kadernota zijn gekomen en zijn uitgewerkt voor finale besluitvorming bij de begroting. Inwoners worden in ieder geval geraadpleegd over de wenselijkheid van ingediende voorstellen van dat betreffende jaar en kunnen hierop hun voorkeur aangeven.

Deze consultatie vindt bij voorkeur plaats via het burgerpanel en voorafgaand aan finale besluitvorming van de gemeenteraad bij de begrotingsbehandeling. De uitkomst van deze consultatie is een niet bindend advies aan de gemeenteraad. Mevrouw Van Olst, WIJ: Mijn amendement heet: schuldquote bij besteding Eneco-gelden. Ik stel voor: A2021-028 In het schema randvoorwaardelijke criteria punt 3 te wijzigen in schuldquote en vervolgens een groen vlak met tekst conform beleid en een rood vlak met de tekst niet conform beleid. De toelichting bij punt 3 wordt als volgt. De afname van liquiditeit of de toename van schuld moet passen in het op dat moment geldende beleid. In het coalitieakkoord, raadsakkoord of op andere momenten wordt de maximale schuldquote vastgesteld door de gemeenteraad. De toename van schuld of afname van liquiditeit moet leiden tot een schuldquote die past binnen het op dat moment geldende beleid. De toelichting hierop. Dit toetsingskader moet voor langere tijd kunnen worden gebruikt. Daarom is het belangrijk dat we een kader maken dat ook tijdens volgende raadsperiodes bruikbaar is. Om doorwerking van het per periode wisselende beleid te realiseren moet de vereiste schuldquote afhankelijk zijn van het op dat moment geldende beleid. Op dit moment is het coalitieakkoord van 2018-2022 leidend.

Hierin is bepaald dat als de schuldquote onder de 110% komt de overige ENECO-middelen en vrijvallende positieve saldi grondexploitaties bij de jaarrekening in aanmerking komen voor investeringskeuzen. De schuldquote bij de jaarcijfers 2020 bedraagt 13%. Dit betekent dat we ons momenteel in een comfortabele positie bevinden. Deze kan dus in deze collegeperiode oplopen tot 110% conform coalitieakkoord. Indien er op een ander moment een andere maximum schuldquote wordt afgesproken werkt deze door in dit toetsingskader. Dat was het amendement. Het wordt ingediend door WIJ, VVD, PvdA en GL. 20/40

Eerste termijn De heer Philippens, L3B: Aan het begin wil ik even aangeven, dat wij op heel veel elementen dik tevreden zijn met het toetsingskader, maar we missen nog één zaak als L3B en dat onderwerp moet echt toegevoegd worden en dat is burgerparticipatie. Zonder die toevoeging van burgerparticipatie denken wij dat dit toetsingskader onvoldoende past bij onze gemeente Lansingerland, onvoldoende bij onze inwoners en onvoldoende bij deze raad. Als je kijkt naar inwoners, dan zie je dat doorgaans burgers betrokken willen worden bij onderwerpen die bij hen leven. Volgens mij leeft de besteding van de Enecogeleden binnen Lansingerland. De Heraut heeft bijvoorbeeld een tijdje terug een reeks items op dit thema gemaakt. Inwoners werden gevraagd waaraan zij die gelden zouden willen besteden en daar kwamen mooie reacties op. Wat ons betreft vertaalde de Heraut op een zeer kundige manier de boodschap van onze inwoners en dat is: gemeente, betrek ons bij de besteding van die gelden. Die boodschap hebben wij gehoord. Bij een specifieke casus binnen de gemeente zien we dat deze toevoeging noodzakelijk is. Driehoek Noordpolder kwam zojuist al terug bij de insprekers. Hierin zijn we als gemeente stevige lessen aan het leren over wat er gebeurt als je inwoners onvoldoende betrekt.

Met het verwerken van burgerparticipatie in dit toetsingskader kunnen we laten zien dat we op dit gebied lessen aan het leren zijn. Volgens mij past het met die invulling beter bij deze raad. We zitten in een raad die initiatieven als right to challenge heeft omarmd, een raad die n.a.v. het rekenkamerrapport burgerparticipatie Lansingerland eensgezind een vrij stevig traject heeft uitgezet om burgerparticipatie beter neer te zetten in deze gemeente, een raad die burgerparticipatie omarmt. Wij denken daarom dat het toevoegen van burgerparticipatie bij het toetsingskader passend is bij deze gemeente. Voor mijn gevoel past het ook bij uw inspirerende woorden, die u aan het begin van de avond heeft gesproken, want iedere inwoner hoort er bij en iedere inwoner moet mee kunnen doen, want alleen samen kunnen we de opgaven het hoofd bieden. Dat is mooi gezegd, maar hoe doen we dat? Hoe pakken we dat dan op? L3B spreekt over de 3B’s van burgerparticipatie: bedenken, besluiten en bereiken. Alle drie zijn nodig om onze burgers op zo’n belangrijk onderwerp te kunnen betrekken. Bedenken, dat is specifiek op het amendement 1. Het doel van het amendement is dat we daarmee de ruimte bieden aan onze inwoners om aan de voorkant mee te kunnen denken door de mogelijkheid te bieden om een initiatiefvoorstel in te dienen.

Dit zorgt ervoor, dat we als gemeenschap de best mogelijke ideeën naar boven halen en onze inwoners vanaf het eerste moment betrokken zijn. Besluiten is amendement 2, dat ik heb ingediend. Hierbij geven we de ruimte aan inwoners om invloed uit te oefenen op het moment dat de besluitvorming zich voordoet, dat zij de raad van advies kunnen voorzien aangaande de wenselijkheid van verschillende initiatiefvoorstellen. Op die manier zorgen we ervoor, dat de gemeenschap ervoor zorgt dat de best mogelijke ideeën uitgevoerd worden en op draagvlak kunnen rekenen. Als laatste bereiken: die is reeds mooi opgenomen in het toetsingskader. Daar kunnen we per aangenomen initiatief kijken langs de participatieladder welke participatie het beste past. Op dat moment gaan wat ons betreft de handen uit de mouwen en trekken we als gemeenschap binnen onze kracht zij aan zij op om het beste voor Lansingerland te realiseren. Dat ter toelichting van de twee amendementen van L3B. De reactie op het amendement van WIJ zal ik maar gelijk geven. Als partij twijfelen wij wat over dit amendement. Wat ons betreft zijn de signaleringswaarden, zoals ze nu in dat derde criterium staan, ook prima. Dat geeft een breed en gedeeld objectief criterium, waarlangs we een goede weging kunnen maken.

Ik kan nog niet helemaal overzien, misschien kan WIJ dat toelichten, als we dat criterium koppelen aan het beleid en er wordt nu de link gelegd naar bijvoorbeeld het coalitieakkoord, waarvan ik me kan voorstellen dat verschillende partijen het niet mee eens zijn en misschien in de toekomst ook, als we dat dan koppelen aan het coalitieakkoord en het is een groen/rood criterium. De heer Dieleman: Weet de heer Philippens, dat het niet gewoon criteria uit ons coalitieakkoord zijn, maar dat het criteria zijn die de provincie hanteert in de norm richting de gemeente? Die cijfers die erin staan, zijn niet cijfers die de coalitie heeft bedacht, dat zijn cijfers die de provincie heeft bedacht. Het zijn de schuldquotes en de verschillende risico’s die de provincie daaraan gekoppeld heeft. De heer Philippens: Dat probeerde ik juist aan te geven met de signaleringswaarde. Dat is de benoeming van die criteria. Ik herken weldegelijk dat dat vanuit de provincie komt. Mijn pleidooi is ook om ons daaraan te houden. We moeten ervoor oppassen om het te koppelen aan een coalitieakkoord, waar wellicht niet alle partijen bij deze gemeenteraad het mee eens zijn. Er zit dan ook een groen/rood criterium aan, je hebt geen oranje criterium.

Dus als je dat door vertaalt: als dit amendement aangenomen zou worden, op het moment dat je dan niet conform het coalitieakkoord handelt, zou een initiatiefvoorstel altijd niet passend zijn, dus dan komt er een rood criterium. Dat kan volgens mij niet de bedoeling zijn, maar ik hoor graag de reactie van WIJ. Daar wil ik het bij laten. Dank u wel. Mevrouw Van Olst, WIJ: WIJ pleit al een aantal jaar voor schuldreductie. Nu is de zilvervloot binnen gevaren en kunnen we € 137,6mln uitgeven. Heel belangrijk dus om een goed toetsingskader te bedenken waarbinnen we als raad goed kunnen besluiten waaraan we het uitgeven. Telkens hebben wij, maar wij niet alleen, maar vrijwel de gehele raad, gesproken over het aflossen van schulden, die in het verleden echt veel te hoog waren. Naar die situatie willen we niet meer terug, ik denk niemand van ons in deze raad. In de commissie heb ik geopperd of we de grens van de maximaal toelaatbare schuld niet moesten verlagen, nu hebben we daar immers de kans voor. Er werd verwezen naar het coalitieakkoord door de 21/40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=1e276f9b-092e-4088-9e12-ccc3364ce97f