CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0157 Verslag commissie Samenleving d.d. 16 september 2021

Commissie Samenleving 7 oktober 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering - wordt nagezonden27.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De heer Hoppenbrouwer: Ik moet eerlijk zeggen, dat ik u niet helemaal volg. Wat ik in mijn eerste termijn

11/28

zei: waar wij voor kiezen is dat je een integrale afweging. Zoals meneer Lieverse terecht zei: niemand in deze hele zaal hangt de vlag uit en zegt: we gaan bezuinigen op het sociaal domein ten koste van de kwetsbaren. Niemand. Maar we hebben een integrale afweging te maken. Het is of een lantaarnpaal of duurzaamheid of het zijn de kwetsbaren. Daar moet je straks een beslissing over nemen. Dat geld, daar bent u eigenlijk niet over begonnen, dat vond ik wel aardig, maar dat is er wel, maar we weten niet het totaalplaatje. Dat is zorgvuldigheid naar alle inwoners van Lansingerland. Mevrouw Verhoef: Precies, dat is wat wij willen doen en wat we ook wel aangeven: een integrale besluitvorming rondom de aankomende begrotingsbespreking. Dan kan je zeggen: dan worden het 10 lantaarnpalen minder, maar we bezuinigen helemaal niet op het sociaal domein of we doen niet de dingen waar ook de fracties hier zoveel pijn in hun hart hebben. Dan kan je het integraal doen. Nu ga je van tevoren zelf toch op het sociaal domein 15% of 20% weg halen via de beleidsaccentenkorting, terwijl je straks in het najaar integraal misschien bedenkt: hé, dat hoeft niet want uit het rijk of op een ander punt hebben we een meevaller. Dat is hoe ik het liever integraal zou doen. De voorzitter: Ik verzoek u dit punt af te ronden. Ik kijk naar mevrouw Van Tatenhove.

U heeft geen vraag? Wethouder Van Tatenhove: Nee, volgens mij niet. De voorzitter: Afgezien van wat u van de uitkomst vindt, kunnen we in ieder constateren dat u als commissie het initiatief naar u toe heeft getrokken en daar als commissie zelf besluiten over heeft genomen, zoals u vindt dat die moeten worden genomen. Dat is ook mooi, dat is in ieder geval mooi, laat ik het zo zeggen. Dan sluit ik hiermee het agendapunt. 5.b Verder uitstel Accommodatieplan Sport noodzakelijk? De voorzitter: Het bespreekstuk is ingediend door L3B, CDA en VVD. Ik vertel u alvast maar, dat dat stuk gewoon op de raad van eind september staat. U hoeft dus ook geen besluit te nemen over hetgeen de 3 partijen hier naar voren brengen, want dat doet u alsnog in de raad. Dus het is een bespreekstuk dat eindigt met een conclusie, maar niet noodzakelijkerwijs. Dan vergeet ik even dat er misschien gechangeerd moet worden. Ja, sorry. Binnenkort hoeft het allemaal niet meer, ik ben er heel optimistisch over. Blijven we zitten waar we zitten? Dan hoeft u ook niet te poetsen. De heer Bergwerff gaat een plekje zoeken? De heer Hoppenbrouwer, L3B: In de raadsvergadering van 3 juni was er voor de meerderheid van de raad aanleiding om tijdelijk op de rem te trappen. Dit ter voorkoming, dat we over 5 jaar concluderen dat het bekende kalf is verdronken.

Inmiddels zijn we 2, 3 maanden verder en vraagt het onderwerp nogmaals na 2 rondes art.37 een behandeling in de commissie samenleving om er zeker van te zijn, dat wij een besluit nemen waar wij over een X-aantal jaar geen spijt van krijgen. In het voorliggende bespreekpunt ter voorbereiding op het besluit in de gemeenteraad van september hebben collega Draak van de VVD en mevrouw Bouman, maar die wordt nu vervangen door de heer Bergwerff, en ik onze zorgen gedeeld inzake de veldcapaciteit het Hoge Land in relatie tot de groei, de voorgenomen kostenreductie sport ten behoeve van de sport en in het verlengde van die kostenreductie ook de schijnbaar ongelijke behandeling tussen twee hockeyverenigingen. Dit mondde toen uit in een drietal vragen aan de commissie: waarom nu een onomkeerbaar besluit nemen als er nog tijd is voor een nadere verdieping op de diverse uitdagingen? De kostenreductie behouden voor de sport en we hebben toegevoegd: het wegingskader is een mooi uitgangspunt, maar in de praktijk een utopie.

Zo ja, zijn we bereid het sportbeleid per kern vast te stellen? Nu hebben we gekozen voor een benadering Lansingerland breed, maar gaande de discussie die we met zijn allen gehad hebben, is dat wel een goed uitgangspunt? Dat is wat ik u heb voorgelegd? Gelet op de beantwoording van het college van de 2 tijdens het zomerreces ingediende art.37 vragen, de brief van TOGB, de e-mail van hedenochtend van HBR en de e-mail van 14 juli van de Bleiswijkse hockeyvereniging geven ons aan, dat op de rem trappen geen overbodige luxe is. TOGB geeft aan te willen uitstellen. In de vorige raadsvergadering werd ik voor gek verklaard, omdat ik het allemaal verzonnen had, maar nu ligt er een heel stellige brief, als het gaat om de voetbal pleiten zij voor uitstel tenzij. Tenzij wij zeggen: we gaan een aantal velden versneld vervangen, we gaan de wetravelden, het college zegt dat het kapitaalvernietiging is, dat zou best zo kunnen zijn, maar als dat een goed kunstgrasveld wordt, dan win je capaciteit. Het college stelt overigen wel voor om een natuurgrasveld om te zetten naar een kunstgrasveld, in 2023/24 geloof ik, maar heeft even verzuimd te melden dat daar geen verlichting bij is. Er ligt dan een kunstgrasveld, maar we kunnen het in de wintermaanden niet gebruiken. Verder, HBR bestrijdt het verband tussen de aanleg van veld 5 en de ledendaling bij AVB.

AVB nuanceert het causaal verband maar sluit het ook zeker niet uit. Daarom heb ik heel bewust aan meneer Mannes gevraagd: mag ik de mail die u mij gestuurd hebt na een werkbezoek met de commissie delen? Ook daar blijkt weer uit, dat het allemaal iets anders ligt dan wij in juni hebben gedacht. Verder, de beantwoording van de art.37 vragen vragen nog steeds om opheldering. Uit de beantwoording blijkt dat enkele tennisbanen worden getransformeerd in padelbanen, althans, het college geeft daar toestemming voor, ondanks dat de tennis mede door corona als buitensport weer in de lift zit. Maar even los daarvan, wat gebeurt er nu? Het onderhoud van de tennisvelden zijn nu voor rekening van de gemeente. Door het

12/28

veranderen van het beleid komt het onderhoud van de padelbanen volledig voor rekening van de gemeente (MJ, verspreking: vereniging). Met andere woorden: het college houdt budget over op het onderhoudsbudget. De derde en vierde vraag, die ik heb geïntroduceerd ten opzichte van de raad in juni is: zijn we het daar mee eens, raadsleden, collega’s? Zijn wij het erover eens dat je je wel verantwoordelijk voelt voor het onderhoud van de tennis en niet voor de padel? Verder leidt ook de beantwoording inzake veld 3 van HBR, beantwoording van 31 augustus, tot enige fronsende wenkbrauwen. De geplande extra kosten hebben, ongeacht de blaashal die eraan komt, te maken met noodzakelijke werkzaamheden van veld 3. Toeval, of hebben veld 1, 2, 4, en 5 ook funderingsproblemen? Dat is een concrete vraag aan de wethouder met excuus voor de technische vraag. Resumerend: zoals ik er nu naar kijk is er voldoende reden om wederom uit te gaan van uitstel. Met deze disclaimer, wat L3B betreft, zou er misschien nog wel een afzonderlijk besluit voorbereid moeten worden inzake de blaashal en misschien het paviljoen, maar ik weet niet of dat op dit moment opportuun is. Ik heb mij gerealiseerd, toen wij gingen uitstellen, ik heb mij onvoldoende gerealiseerd, excuses, dat het ook consequenties had voor die blaashal.

Daar zaten we met zijn allen bij, maar ik moet eerlijk toegeven, dat door de hectiek, kunnen we het niet in september doen, was ik dat vergeten. Dat als inleiding. De vragen heb ik in het kort herhaald en ik kijk met belangstelling uit naar de reactie van mijn collega’s. Mevrouw Draak, VVD: Dan ga ik deze keer beginnen met het bedanken van de heer Hoppenbrouwer voor zijn inzet om het papierwerk rondom dit bespreekstuk voor zijn rekening te nemen. Ik kan niet anders zeggen, dat de VVD-fractie nu het met een goed gevoel terug kijkt op de vele gesprekken met partners L3B, CDA over dit onderwerp met de vele sportverenigingen, het was een sportieve zomer, een pratend sportieve zomer, zullen we maar zeggen. Het bespreekstuk zelf ga ik niet herhalen, dat heeft de heer Hoppenbrouwer prima toegelicht, dat is namens VVD, CDA als L3B ingediend. Wat ik wil proberen is er even de grote lijnen uit te halen waar nu volgens de VVD-fractie echt het probleem zit. Het sportaccommodatieplan is naar ons idee voor 80%, dat percentage heb ik eerder genoemd maar is geen wiskundige berekening, gewoon in orde, namelijk voor de binnensport, voor zelfstandige sportaanbieders, voor kleinere buitensportverenigingen staan er helemaal geen rare dingen in. Het gaat alleen mis op de planning voor de grotere buitensportverenigingen namelijk tennis en vooral voetbal en hockey.

Ondanks de oproep van HBR vinden wij het heel onverstandig, gezien ook de input van de voetbalverenigingen uit Berkel en Rodenrijs, om nu al te beslissen over het laatste vrije veld op het Hoge Land. De verenigingen kampen naar mijn idee alle drie aangetoond met een capaciteitstekort, dan ga ik even niet op de details van het capaciteitstekort in, ze hebben gewoon te weinig ruimte. Als we met het voorliggende sportaccommodatieplan akkoord gaan, hebben we alleen voor HBR een probleem opgelost. Dan hebben we voor de rest voetbalverenigingen in Berkel, die eigenlijk geen kant op kunnen. Daar komt bij dat tijdens het zomerreces onze fractie tot een voortschrijdend inzicht is gekomen, de heer Hoppenbrouwer zei er ook al iets over, voor wat betreft de gemeentebrede benadering. Ik vind als raadslid, maar wat ook onze fractie vindt, dat het uit kostenoverwegingen echt beter zou zijn en te verdedigen is om sportfaciliteiten gemeentebreed in te zetten en te verdelen. Het blijkt gewoon dat het in de praktijk anders is. De brief van de heer Reuze van HBR van deze morgen beschrijft dit naar mijn idee perfect. Sportverenigingen hebben gewoon per kern een andere doelgroep. Ze vissen niet in dezelfde vijver. Tijdens mijn vakantie in Frankrijk liep ik heel toevallig een bestuurder van hockeyvereniging Bleiswijk tegen het lijf, hoe bestaat het op, op 900km.

Zij lijken toch ook die mening toegedaan te zijn. Er is niet perse dezelfde vijver voor de voetbalverenigingen. Daarnaast willen mensen gewoon in hun kern sporten, in ieder geval ook hun kinderen in de kern laten sporten. Als we dan nu een sportaccommodatieplan vast gaan stellen volgens een afwegingskader, dat uitgaat van capaciteit binnen de gemeentegrenzen, dan gaan wij akkoord met een papieren werkelijkheid en dat sluit dus niet aan op de praktijk in de samenleving. Volgens mij zouden we het dan als raad niet goed doen. Daarnaast heb ik natuurlijk gekeken en gestoeid met de tekst of het mogelijk is om het raadsbesluit te amenderen, want dat is wat we in de vorige commissievergadering en raadsvergadering over het onderwerp hebben besproken. Ik zie echt niet hoe ik dit probleem in een amendement kan vatten, omdat het gewoon een complex probleem is. Wat wij willen voorstellen, is dat er voor buitensport een nieuwe afweging wordt gemaakt en dat er aanvullende scenario’s bij worden betrokken. Ondanks dat de VVD-fractie vooralsnog helemaal niet voor een groter inwoneraantal is dan 75.000 inwoners in Lansingerland, kunnen we ook niet zeggen dat het daarbij blijft.

We zouden toch ook eens moeten kijken naar de verdere toekomst: welke scenario’s liggen er nu, hoe gaan we dan om met de sport? Ik heb het ook nog over verkeersvraagstukken, een vergelijking tussen wel of niet per kern bekijken. Als je al die dingen aanvullend op de afwegingen, die er nu al zijn gemaakt, hebt pas dan zouden we een onomkeerbaar besluit kunnen nemen. Onomkeerbaar, dat is het, dat wil ik toch nog even benadrukken. Alle verenigingen geven in hun correspondentie aan, dat ze gebaat zijn duidelijkheid. Het lijkt een beetje op de discussie uit het bespreekpunt: we kunnen die duidelijkheid misschien beter later geven, maar dan goed geven, dan dat we nu zeggen: goed, HBR, jullie krijgen het veld en over 2 jaar zeggen: sorry, jullie krijgen het veld toch niet. Volgens mij kunnen we dat echt niet maken en moeten we dat ook niet willen. Dan even kort over de padelbanen. Ik zag mevrouw Verhoef fronsen, want meneer Hoppenbrouwer versprak zich, dat ga ik

13/28

gelijk even recht zetten, dus dan weet iedereen het. Het ging er niet over, dat de gemeente de padelbanen onderhoudt, het zijn juist de verenigingen, die de padelbanen onderhouden en de gemeente juist niet. De VVD is er op zich niet op tegen dat als de verenigingen zelf investeren in bepaalde veranderingen op hun sportcomplex, dat zij ook het veldonderhoud verzorgen als dat financieel haalbaar is. Maar ik vraag me wel af of het niet een beetje ingewikkeld wordt als de financiële constructie voor 1 vereniging voor verschillende percelen op hun terrein anders is. Ik zou graag van de wethouder willen weten of dit nou werkbaar is of dat het toch niet beter zou zijn om alle velden te verhuren en de gemeente daar het onderhoud voor te laten plegen. Dat hoor ik graag van haar. Tenslotte mijn laatste punt, dan rond ik af. We hebben het ook gehad over de besluitvorming van de tarievennota. Er is gesteld dat die niet zou kunnen worden vastgesteld als we niet eerst het onderliggende sportaccommodatieplan vaststellen. Naar het idee van de VVD zouden we wel volgens planning kunnen doorgaan met de tarievennota, theoretisch zouden we daar op enkele punten wat nieuw beleid introduceren, maar zover ik kan overzien gaat het vooral over de tarievenstructuur van de binnensport en juist daar hebben we als commissie helemaal geen misverstand over.

Dan zouden we met die tarievennota akkoord kunnen gaan, vooral omdat ik wil benadrukken dat de VVD zich graag wil inspannen om deze raadsperiode het sportaccommodatieplan alsnog vast te stellen met een hernieuwde afweging voor de buitensport. Wij zouden heel graag van de wethouder willen horen hoe zij de haalbaarheid daarvan inschat. Dan hebben ik het met name over: in deze raadsperiode. Dat zou toch mooi zijn, als we het met elkaar wel kunnen afronden en daar de inspanning voor leveren. Tot zover de eerste termijn. De heer Bergwerff, CDA: Tijdens de vorige commissievergadering, waar het accommodatieplan sport besproken werd, was ik door redenen niet aanwezig. Mevrouw Bouman heeft toen mijn woordvoering op zich genomen, maar vanavond ben ik weer woordvoerder op dit onderdeel. Wat betreft dat laatste stuk vierkante meters grond op het Hoge Land, dat in eerste instantie bestemd zou zijn voor een hockeyveld. Als we nu zouden moeten beslissen, zou ik inderdaad zeggen: een hockeyveld is de meest logische keuze. Maar volgens mij hoeven we nu niet te beslissen. HBR heeft aangegeven het extra veld nu op dit moment nog niet direct nodig te hebben en daardoor kan uitstel van het aanwijzen van deze grond voor een hockeyveld geen kwaad. Dit komt ons inziens ten goede aangezien de wereld van morgen niet dezelfde is als die van vandaag.

Daarbij is de onderbouwing, dat we een brief hebben gekregen van TOGB, die stelt dat zowel zij als CVV Berkel toch met een capaciteitstekort kampen. Zij hebben dat berekend met een rekentool van de KNVB, dus wij kunnen dit voor waarheid aannemen. De conclusie van de gemeente was eerder, dat er geen capaciteitstekort zou zijn bij deze 2 verenigingen. Ik vraag me af of de wethouder hier in haar termijn op kan reageren, hoe het komt, dat zij met die rekentool van de KNVB wel tot de conclusie komt dat ze capaciteitstekort hebben. Het volgende te bespreken punt is of de veldcapaciteit Lansingerland breed ingezet dient te worden. In beginsel zeg ik: nee, dat moet niet. Het kan natuurlijk een tijdelijke oplossing zijn op het moment dat er schaarste is bij velden, maar wat ons betreft blijft dat tijdelijk. Wat ons betreft dus geen actieve inzet om een Lansingerland breed veldencapaciteit in te zetten. Daarmee bedoel ik Bleiswijkse verenigingen of sporten structureel op een veld in Berkel en dat geldt ook voor Bergschenhoek. Als derde punt, de vraag die gesteld werd, die heb ik zo geïnterpreteerd, zo beredeneerd, dan begin ik over de eigendomsrechten bij het veld bij HVB en dan koppel ik dat meteen aan de kostenreductie. Als de kostenreductie op sport het financieel toelaat om de eigendomsoverdracht van HVB naar de gemeente mogelijk te maken, steunen wij dit als CDA volledig.

Laat de kostenreductie dit niet toe, dan is het belangrijk om te weten welk financieel tekort er dan nog is om die eigendomsrechten alsnog over te nemen als gemeente zijnde. Ik vond de vraag over de padelbanen trouwens een heel goede van L3B. Ik heb wel een bepaald idee, maar ik zou hem eigenlijk meteen door willen schuiven en de vraag willen stellen aan de wethouder: hoe zit dat precies, dat bij de tennisvereniging wel het onderhoud wordt gepleegd door de gemeente en bekostigd door de gemeente en nu het padelbanen gaan worden moet de vereniging het zelf bekostigen. Misschien kan de wethouder iets verduidelijking geven, dan kan ik meneer Hoppenbrouwer misschien ook beter beantwoorden. Dan wil ik nog heel kort ingaan op de enquête aangaande het effect van corona op sport. Wat er uitspringt is dat ZZP’ers er het meest last hebben gehad en nog steeds, dat is niet heel verwonderlijk. Maar daarbij is ook dat de binnensport een aanzienlijke ledendaling heeft doorgemaakt. Het zal ook een grote klus zijn voor die binnensportverenigingen om die leden weer opnieuw aan zich te binden.

Dan is eigenlijk mijn vraag aan de wethouder: heeft de gemeente Lansingerland in kaart, heeft het college in kaart, welke binnensportverenigingen vooral te maken hebben met een ledendaling? En zo ja, heeft de gemeente een bepaalde intentie om bij te dragen? Niet perse financieel, maar dat zou ook op een andere manier kunnen. Maar met name: heeft de gemeente inzicht in welke binnensportverenigingen het meest last hebben van die ledendaling door corona? Even kort wat het vierde sportpark betreft: we moeten ons hier planologisch wel op voorbereiden en er rekening mee houden. Onze gemeente blijft qua inwonersaantal groeien en het aantal sporters logischerwijs ook. Volgens het college kunnen de huidige sportparken tot 2030 de inwonersgroei aan, maar toch het CDA voor een vierde sportpark een terrein onderzocht willen hebben waar dat gerealiseerd kan worden, zodat we t.z.t. snel kunnen handelen. Indien wij rond 2030 toch kampen met te weinig aanbod op het gebied van sport, kunnen we als we plannen in de achterhoede

14/28

hebben liggen alvast actie ondernemen. Dan een laatste vraag en dan rond ik af. Er is wat verwarring ontstaan over de blaashal, met name of die nu kostenneutraal is. Dan vraag ik aan de wethouder: is die blaashal kostenneutraal of niet. Hierbij sluit ik mijn eerste termijn af. Dank u. De heer Jumelet, WIJ: Ook bij dit agendapunt geldt, dat ik tekst aangedragen door mijn collega zal voordragen. Mijn fractie was op 3 juni toen dit in de raad aan de orde was bijzonder verbaasd over het uitstel dat toen door L3B, VVD en CDA werd gevraagd. Ik kan mij nog de verbazing herinneren op het gezicht van de wethouder en haar uitspraak: wat vraagt u nu van mij? Ik kom daar zo nog even op terug. Waar hebben we het nu eigenlijk over als het gaat om uitstel dat gebeurd is en er wordt nogmaals uitstel gevraagd. Waar gaat het over? Het gaat over een hockeyveld c.q. het gaat over een voetbalveld en het Hoge Land. Maar goed, het plan gaat over veel meer dan dat. Daarmee wil ik ook vragen aan de wethouder wat nou feitelijk de consequenties zijn van een mogelijk verder uitstel van dit accommodatieplan. Het klinkt allemaal maar makkelijk van: stel maar uit en dan kijk ik weer verder. Maar wat zijn nou eigenlijk de consequenties voor de andere verenigingen, de andere accommodaties die we hebben? Dat op de eerste plaats.

In het bespreekstuk staat dat het college overtuigd is van haar berekeningen, dat het Hoge Land in staat is de groei van 63.000 naar 75.000 inwoners op te vangen. Dit klopt, maar dit standpunt komt niet uit de losse pols, maar op basis van deskundig onderzoek. Vraag aan de wethouder: dat klopt toch? Het tweede punt van zorg, is dat de veldencapaciteit breed wordt bekeken en niet per kern. Dit is overigens een door de gemeenteraad vastgesteld standpunt, kaderstellend. In onze optiek is het dan zo, wanneer de gemeenteraad hier zich in meerderheid over uitspreekt, dat dit dan gewoon het uitgangspunt is voor, in dit geval, het accommodatieplan. Wanneer de meerderheid in de raad, ik neem aan L3B, VVD en CDA, straks het besluit neemt om de behandeling van het accommodatieplan voor de derde keer uit te stellen, dan is het de realiteit, zo is het nou eenmaal in de politiek. Maar de vraag is: waarom nu dan een bespreekpunt? Waarom niet een duidelijk besluit om het gewoon uit te stellen? Waartoe leidt dit statement dan? WIJ zal niet ontkennen, dat het een moeilijk dossier en een moeilijk besluit is. Je moet tenslotte altijd concessies doen en je kan het niet iedereen naar de zin maken, een concessie op het gebied van wensen van verenigingen en de financiële haalbaarheid. Maar goed, wij kunnen ons ook niet onttrekken aan de gedachte dat er binnenkort verkiezingen zijn.

Dat is altijd lastig, hoor. Cruciale vraag is of de verenigingen geholpen zijn bij uitstel of met duidelijkheid. Dan de vraag die u stelt aan ons als fracties. U vraagt om uitstel van behandeling en wacht op actuelere gegevens. Zo kun je eigenlijk nooit een besluit nemen. Gegevens worden iedere dag actueler. De vraag is of extra tijd de uitkomsten van de zorgen verandert. Fijn dat u de vraag stelt of wij voornemens zijn om op een later tijdstip een beslissing te nemen, maar een antwoord is ondergeschikt. Als L3B, CDA en VVD met een voorstel komen tot uitstel van behandeling vrees ik, vrezen wij, dat het voorstel het haalt. Moeilijke beslissingen nemen hoort bij politiek, ook net voor de verkiezingen. Vraag 2 of we de lagere uitgaven besteed moeten blijven om financiële mogelijkheden te behouden om de eigendomsoverdracht van hockeyvereniging Berkel naar de gemeente mogelijk te houden, hebben wij op voorhand geen moeite mee. Wij zijn benieuwd naar het antwoord van het college. Uw derde vraag: is het niet verstandiger om veldcapaciteit per kern vast te stellen, ook al leidt dit tot hogere lasten? Kunnen we niet beantwoorden, omdat we dan carte blanche afgeven, terwijl we totaal geen zicht hebben op de financiële consequenties. Wij zeggen wel: we zijn één gemeente, we zijn één Lansingerland. De vraag is of het verstandig is om per kern te kijken.

Het lijkt nu alsof er 3 eenheden zijn. Wij zijn ook wel benieuwd en wellicht kan de wethouder daar een beeld bij geven: hoeveel leden er vanuit Bergschenhoek lid zijn van TOGB of CVB. Ligt er een scheiding tussen Bergschenhoek, Berkel en Bleiswijk als het gaat om de leden van de sportverenigingen? Wij betwijfelen dat ten zeerste, omdat in onze eigen omgeving mensen gewoon in andere kernen lid zijn van een sportvereniging en daar wekelijks gaan trainen en deelnemen aan wedstrijden. Tot slot zijn we er wel voorstander van om te kijken naar een mogelijke locatie voor een vierde sportpark. In de tussentijd kunnen we deze locatie met duidelijke afspraken met de bewoners wellicht gebruiken om experimenten te realiseren van tiny houses. Toch nog een vraag terug aan de 3 indieners van het bespreekstuk: tot wanneer wilt u feitelijk uitstel van dit plan? Onze voorkeur gaat er van uit om het zo spoedig mogelijk vast te stellen, in ieder geval voor de verkiezingen, want bij duidelijkheid is iedereen gebaat en met name de sportverenigingen. Ik dank u wel. De heer Lieverse: CU: Aan het stuk dat wij hier gekregen hebben van de 3 gewaardeerde coalitiepartners, dat wil ik toch maar even gebruiken, zit een heleboel aspecten. Ik kan per zin een exegese doen, maar dat ga ik niet doen.

Maar de eerste zin treft al: er was voor de meerderheid van de gemeenteraad aanleiding om tijdelijk op de rem te stappen. Nou, dat was wel met de dreiging van een knevel, moet ik erbij zeggen, want het was verre van vrijwillig die meerderheid zo ver te krijgen om het voorstel van mevrouw Verhoef te omarmen om het niet tot Sint Juttemis uit te stellen, maar om het even te laten bezinken in de zomerperiode om er dan nu op terug te kunnen komen om dan ook 30 september, dat is over heel weinig dagen, het plan vast te stellen al of niet geamendeerd. Ik vind dat de gewaardeerde coalitiepartners het wel wat ingewikkeld maken als ze zeggen: het moet wel binnen deze

15/28

raadsperiode nog gebeuren, maar hoe het dan precies moet, hoe het geamendeerd moet worden, daar komen we zelf niet uit. Dat is wel een heel ingewikkelde opdracht aan de wethouder om daar met de ambtenaren op tijd uit te gaan komen. Wij zijn niet voor uitstel. Daar waren we niet voor, daar zijn we nog steeds niet voor. Het schaadt de bestuurlijke mogelijkheden om beleid te maken. Dat is één punt. Om het per kern te doen: dat betreft de visienota rond sport, die we ooit aangenomen hebben. Om het in dat punt te gaan aanpassen om niet die uitgangspunten ter harte te gaan nemen, maar daar een nieuw beleid tegenover te stellen. Ik hoor de VVD zeggen: de tarievennota erbij betrekken. Ik denk: dan gaan we precies doen wat we toen afgesproken hebben, namelijk het juist wel op te delen: eerst de visienota, dan het accommodatieplan en dan de tarievennota om het enigszins overzichtelijk te houden en niet een Poolse landdag, dat is een woord van meneer Hoppenbrouwer, maar het komt wel heel dichtbij, als we er in de raad opnieuw niet uit gaan komen. Dus ik ben eigenlijk heel erg benieuwd wat het amendement gaat worden om het bestaande raadsvoorstel op 30 september te gaan amenderen. De CU gaat kijken of we daarin mee kunnen gaan. Zoals het er nu uitziet, zien wij geen amendement noodzakelijk, want wat voor lag inclusief het afwegingskader vonden wij heel correct en steun waardig.

De heer Jonker, D66: Allereerst wil ik even ingaan op de enquête, die ook bij de stukken zat. Ik vond het heel mooi, mooie percentages, maar toen ik zag wat de totale omvang van de populatie was dacht ik: misschien moeten we het de volgende keer anders presenteren, want het ging om 23 reacties in totaal. Om dan percentages te gaan weergeven in grafische zin, is niet heel valide. Misschien hadden we met toestemming van de verenigingen een tabel kunnen maken met naam en toenaam hoe elke vereniging in de wedstrijd zat t.a.v. de gevraagde aspecten, dan hadden we heel concreet kunnen zeggen: hé grappig, we zien bij HBR dit en bij een andere vereniging zien we dat. Ik denk niet dat ze daar bezwaar tegen hadden gehad, dan hadden we een heel concreet gesprek kunnen voeren over hoe die verenigingen daar tegenaan kijken. Maar dat even terzijde. Nu even naar het discussiestuk. In een eerdere vergadering hebben wij als D66 weleens aangegeven, dat we best tevreden waren met het accommodatieplan, zowel met het proces als met het uiteindelijke product. Daarbij is ons beeld ook wel, dat in het accommodatieplan genoeg mogelijkheden zaten voor latere aanpassingen en bijstellingen als er bijvoorbeeld sprake was van nieuwe actuele cijfers. In die zin verschillen de beelden kennelijk, want in de aanhef van het discussiestuk wordt de indruk gewekt dat we onomkeerbare beslissingen nemen.

Daarvan denk ik dat dat in de gemeenteraad wel erg meevalt, dat het onomkeerbaar is, maar ik wil ook graag horen hoe de wethouder hier tegenaan kijkt en welke flexibiliteit en mogelijkheden we zien binnen de kaders van het accommodatieplan zoals het hier voor ligt. Concreet ook m.b.t. het genoemde punt in de discussienota van de zogenaamde laatste vierkante meters grond op het Hoge Land. Daarnaast zal ik even ingaan op de vragen die aan ons gesteld zijn in de discussienota. Wat is het bezwaar om nu geen onomkeerbaar besluit te nemen als er nu geen noodzaak, aanleiding voor is? Dat slaat terug op mijn eerste opmerking. Wat ons betreft zijn er nauwelijks onomkeerbare besluiten in de gemeenteraad. Natuurlijk staan er wel inhoudelijke punten in, maar ook een kader, waarop je kan bijstellen en aanpassen als actuele gegevens beschikbaar komen. Nogmaals, ik hoor graag hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Deelt u de mening dat het doen van minder uitgaven sport bestemd moeten blijven om de financiële mogelijkheden te behouden om de eigendomsoverdracht van HVB naar de gemeente mogelijk te maken? Nee. De fractie is altijd voor een integrale afweging van beschikbare gelden. Dit nu gelijk als zodanig oormerken lijkt ons niet nodig en wenselijk.

De laatste vraag ging over het uitgangspunt, of het niet verstandiger is om de veldcapaciteit per kern vast te stellen ook al leidt dat mogelijk tot hogere lasten. Juist voor dit soort uitgangspunten schrijf je zo’n accommodatieplan. Dat willen we nu niet ter discussie stellen, want dat zou een volstrekt verkeerd signaal geven. We zijn 1 gemeente met 3 kernen en dat moet ook in het afwegingskader van Lansingerland als geheel leidend zijn. Natuurlijk kun je in heel specifieke gevallen daarvan afwijken, maar dat moet dan wel maatwerk zijn, het hoeft geen dogma te zijn, maar het uitgangspunt staat wat ons betreft niet ter discussie. Afsluitend: het hele proces is toch wel bijzonder aan het worden, dat is ook al door de CU gememoreerd. We hebben een accommodatieplan. Ik wil als fractie wederom zeggen dat het voor 80% goed is, we hebben een heleboel discussie over kleine maar wel belangrijke punten waarvan ik denk: amendeer dat dan. Ik hoop ook echt vurig en dat meen ik ook gewoon, even los van wat mijn mening is over die amendementen, maar dan kunnen we een beetje een ordentelijke discussie voeren, dat er gewoon een paar goede amendementen liggen in de komende raad en dat we dan per amendement het politieke debat kunnen voeren, want het wordt wat rommelig op deze manier.

Ook voor de mensen die buiten zijn of mee kijken zullen het niet allemaal helemaal kunnen volgen waar het nu over gaat. Ik hoop dat de indieners ons daarin willen faciliteren de komende raad. Daar wilde ik het voor nu bij laten. Mevrouw Gabin, GL: Er ligt een nota met daarin een visie voor Lansingerland als sportiefste gemeente. Hiervoor is een sportaccommodatieplan opgesteld met een visie, die gaat tot 2030 met de huidige ontwikkelingen en trends en de verwachte groei tot 75.000 inwoners. Goed om dit nog even in het achterhoofd te houden. Wat betreft de hockeyverenigingen: HBR geeft aan al voor het vijfde veld een wachtlijst te hebben, die wachtlijst is er nog steeds met honderden kinderen. Er wordt niet in dezelfde

16/28

vijver gevist. HVB heeft ruimte voor nieuwe leden en HBR een forse wachtlijst. Er is overduidelijk een verschil in reisafstand, karakter en niveau van de sportbeoefening tussen beide verenigingen. Dat is de oorzaak van groei of krimp naar onze mening. Gezien de forse wachtlijsten bij HBR geven zij aan dat hele enthousiaste leden, die niet willen wachten, de suggestie mee krijgen om eens langs te gaan bij HVB om te kijken of daar plek is. Bleiswijk ligt nogal ver van Berkel en Bergschenhoek vandaan om kleine kinderen op de fiets tussen de kassen door alleen te laten rijden, daar hebben heel veel ouders bezwaren tegen. De hele enthousiaste ouders zijn wel bereid om op en neer te rijden, maar zodra er weer ruimte is bij HBR worden de kinderen al snel weer dicht bij huis ingeschreven, waar ook vaak buurtkinderen en schoolgenootjes staan ingeschreven. Het gaat dus meer om de gehele verbinding tussen buurt, school en leefomgeving waarom ouders en kinderen voor HBR kiezen. Ik hoorde meneer Bergwerff zeggen, dat uitstel geen kwaad kan doen. Wij denken daar anders over. Sportverenigingen hebben namelijk recht op zekerheid. Zij dienen zekerheid te krijgen om beleid te maken voor de ontwikkeling van veldcapaciteit en aannamebeleid en niet te vergeten de kinderen, die op de wachtlijst staan.

Vraag 3, gezien het feit dat afstand een belangrijke eis is, is het toch verstandig om de veldcapaciteit in het vervolg per kern vast te stellen. Of dit ongelijkheid tussen de kernen in de hand werkt, wellicht wel. Dit is echt een vraag waar rekening genomen moet worden. Wat betreft de overname van het veld van HVB: de wethouder heeft aangegeven bij de vorige commissievergadering, dat ze in gesprek zal blijven. Wat zijn de uitkomsten hiervan? Denkt de wethouder aan eigendomsoverdracht? Tot slot onderschrijven wij de vraag van WIJ. Wat zijn de gevolgen wanneer dit plan opnieuw wordt uitgesteld? Ik vraag me af waarom dit zo langdradig is geworden. Kan de wethouder de zorgen van de indieners niet weg nemen op één of andere manier? Mevrouw Verhoef, PvdA: In juni bij de bespreking van het sportaccommodatieplan vroegen met name de VVD en L3B om op de rem te trappen en besluitvorming uit te stellen tot een jaar later ongeveer. Mijn fractie dacht in juni dat dat niet nodig zou zijn en maakte zich zorgen dat het niet vast stellen van het accommodatieplan nadelig zou kunnen zijn voor de sportverenigingen in algemene zin en dat het ook niet nodig zou zijn.

Het werd ons ook niet duidelijk waar precies de bezwaren lagen van de fracties, alhoewel het ons wel duidelijk werd dat het hen echt hoog zat en ook zeer begaan zijn met de sportverenigingen, natuurlijk net als de andere fracties, maar het zat ze echt dwars, dat was duidelijk. We zijn nu 2 tot 3 maanden verder en het stuk dat er nu ligt van de VVD, CDA en L3B, de heer Hoppenbrouwer heeft daar het voortouw genomen, geeft gelukkig flink wat helderheid over waar hun pijnpunten nu precies zitten, dus dat is fijn, waarvoor dank. Waarom nu een onomkeerbaar besluit nemen, vragen de indieners. Waarom gaan we niet nader verdiepen? Op zich is nader verdiepen natuurlijk altijd goed, maar het is mij nog steeds niet helemaal helder, alhoewel wel iets helderder, wat dan precies waarop verdiepen. Ik hoor wel de aandachtspunten, de zorgpunten, maar wat stelt u dan concreet voor? Moet er nader onderzoek komen, nader gesprek tussen sportverenigingen en wethouder? Wie is aan zet? Dat zou ik toch nog wel helderder willen hebben. TOGB geeft aan uit te willen stellen, zegt de heer Hoppenbrouwer, dat stond ook in de brief, tenzij wij zeggen: we gaan de wetravelden versneld vervangen. Van de wethouder hoorde ik onlangs dat deze velden nog gewoon goed zijn en ook objectief onderzoek door experts heeft dat bevestigd.

Wat is hier aan de hand? Moet ik de wethouder geloven of de sportvereniging? Kan de wethouder hier nog iets over zeggen? Dan ga ik naar HBR en hockeyvereniging Bleiswijk, HVB. HBR bestrijdt het verband tussen de aanleg van veld 5 en een daling van de ledenaantallen van hockeyvereniging Bleiswijk, maar vandaag ontvingen we via de heer Hoppenbrouwer van HVB toch duidelijke cijfers, dat er flink wat leden vertrokken zijn nadat het vijfde veld van HBR gereed was. Dat waren voornamelijk leden uit Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek, die stonden misschien al op de wachtlijst van HBR en speelden tijdelijk bij Bleiswijk totdat er een plekje bij HBR was. De hockeyvereniging Bleiswijk is hier realistisch in, die begrijpen dat er een verschil is tussen HVB en HBR, de sfeer is anders, andere ambities en andere functie. Ze zijn ook niet tegen de eventuele komst van een zesde veld, dus ze staan daar realistisch tegenover. Maar wat ze wel willen is een financieel evenwichtige, eerlijke behandeling, dus vergelijkbaar hoe nu de hockeyvereniging in Berkel en Rodenrijs wordt behandeld. Dat is ook de reden waarom ze graag één van de twee hockeyvelden, die nog in eigendom zijn willen overdragen aan de gemeente. Dat hebben anderen ook al gezegd. De wethouder heeft toegezegd, die toezegging staat zwart op wit, om een businesscase te laten opstellen in overleg met hockeyvereniging Bleiswijk.

Er is ook al een gesprek geweest en dat gaat naar mijn weten ook gebeuren voor eind 2021. Kan de wethouder bevestigen of dat inderdaad zo is? Mijn fractie vindt het heel belangrijk, dat er in het accommodatieplan wordt opgenomen via een amendement dat die businesscase voor het eind van het jaar er is, of in ieder geval zo snel mogelijk en dat er vervolgens op basis van die businesscase een besluit wordt genomen over de eventuele overdracht van dat veld naar de gemeente. Wanneer gebeurt dat dan? Als daar kosten aan verbonden zijn, en die zijn er natuurlijk, dat dat bijvoorbeeld in de kadernota wordt verwerkt, daar willen we duidelijkheid over hebben. Dat geeft financiële zekerheid voor de vereniging in Bleiswijk. Voor 2028 moet het zeker gebeuren, want dan is het veld aan vervanging toe. Ik heb nog een paar punten. Ik ben een beetje langdradig, maar ik heb het goed voorbereid op basis van alle stukken die we vandaag nog kregen. Het sportbeleid per kern vast stellen,

17/28

volgens mij hoeft dat niet. Ik zeg: kijk per sport en zorg ervoor dat je totaal genoeg capaciteit hebt in Lansingerland, maar houdt wel alle sportverenigingen goed in de gaten. Wat zijn de effecten als je bijvoorbeeld de ene hockeyvereniging veel groter laat worden, wat betekent dat voor de andere? Kun je die compenseren, kan je ieder toch zijn eigen rol en cultuur en sfeer laten behouden? En als gemeente steunen en faciliteren. Padelbanen niet in beheer bij de gemeente en de tennisbanen wel. Ik begrijp niet waarom daar verschil zit, ik zou dat graag opgehelderd willen zien en ik zou dat liever recht trekken als daar reden toe is. Dan Hoge Land, de laatste meters. Er zijn 3 verenigingen die kampen met een capaciteitstekort. Kunnen we die beslissing niet uitstellen totdat daar meer helderheid over is? Dus wel het accommodatieplan vast stellen, maar duidelijk een passage opnemen: we gaan die laatste meters nu niet aan HBR vergeven, maar we gaan daar later, over 1 of 2 jaar, een besluit over nemen als er meer helderheid is over ledenaantallen of andere informatie die we nodig hebben. HBR vindt dat misschien lastig i.v.m. het managen van die wachtlijst, maar dat geldt natuurlijk ook voor de voetbal, die ook een wachtlijst heeft.

Een vierde sportpark: we blijven van mening, dat er planologisch rekening gehouden moet worden met een mogelijk vierde sportpark, want straks wonen hier 90.000 inwoners. Tot slot. Mijn fractie wil alleen uitstel van de besluitvorming als de wethouder kan toezeggen dat dit nuttig is, omdat er daadwerkelijk in de tussentijd extra nuttige informatie of interactie tussen sportverenigingen en gemeente komt, die op korte termijn tot een beter accommodatieplan leidt. Die zekerheid heb ik nu niet. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik begin even met de laatste vraag, die mij is gesteld, of er op korte termijn een accommodatieplan kan worden voorgelegd, dat beter inzicht geeft dan nu. Daar is het antwoord ‘nee’ op. Volgens mij ligt er nu een accommodatieplan, waar we lang mee bezig zijn geweest, waar we vooruit hebben gekeken tot in elk geval 2030, een relatie hebben gelegd met de groei die we hebben afgesproken voor de kernen die een Vinex opgave ooit hebben getekend.

We hebben daar op dezelfde manier gehandeld als dat we bij het vraagstuk rond onderwijshuisvesting hebben gedaan: laten we nou vooruit kijken, hoe ziet onze gemeente er dan uit, laten we de trends bekijken, laten we ze bespreken met de sportclubs, er is nog een ronde tafel conferentie geweest op uw initiatief om te spreken met de sportclubs, de sportclubs hebben wij ons aan tafel gezeten, dus ik denk niet dat we meer informatie krijgen. Een eventuele groei na 75.000 in 2030, daarover hebben we nu nog geen zekerheid, want we hebben nog niet extra gebieden aangewezen waar we nog eventueel extra woningen gaan bouwen om daadwerkelijk door te groeien tot 80.000 of tot 90.000 inwoners. Dat is het lange antwoord op de korte vraag van mevrouw Verhoef. Maar ik denk ook, dat het niet nodig is, want u stelt in de raadsvergadering van 30 september een accommodatieplan vast dat een kader biedt, maar wat natuurlijk elk jaar bij de begroting of bij de kadernota nog mogelijkheden biedt om een andere beslissing te nemen omdat er iets versneld moet worden of omdat er een andere vraag tussendoor komt, die aan u wordt voorgelegd.

Als er andere ontwikkelingen zijn, als we ineens heel andere woningen bouwen dan we nu verwachten, wat andere gezinssituaties met zich mee brengt en andere sporttotalen, dan komt er altijd iemand bij u terug met een tussentijds bericht, dat er jongens en meisjes niet meer gaan voetballen en hockeyen, maar dat ze allemaal op atletiek gaan, omdat ze het op de Olympische Spelen hartstikke goed hebben gedaan of omdat we WK’s of EK’s hebben gedaan en dat een sport ineens in de lift zit. In die zin is het een kadernota, maar wel gebaseerd op de uitgangspunten die u heeft vastgesteld expliciet. Daar zit voor mij in elk geval moeite met het voorstel om nu af te wijken van het uitgangspunt om sport op het niveau van Lansingerland te beschouwen, het op het niveau van een kern te beschouwen in plaats van op het niveau van Lansingerland, want dat stond in de uitgangspunten. Dus als u zich daarop wilt herbezinnen dan denk ik dat dat iets is wat u vooral zelf moet doen, maar wat wel tegenstrijdig is aan de uitgangspunten die we expliciet hebben besproken voordat we met het accommodatieplan aan de slag gingen. En ik denk dat er ook echt iets voor te zeggen is, om het op het niveau van Lansingerland te beschouwen, want er zijn veel sportverenigingen die voor heel Lansingerland actief zijn.

Dat is bij de buitensport nog een uitzondering, maar bij de binnensport gebeurt er heel veel maar in één kern door fusies. Dat in elk geval aan de voorkant. Er zijn ook nog veel technische vragen gesteld. Ik ga voor een deel in herhaling vallen, als u het zou vergelijken met de vergadering die we in juni hebben gehad, maar ik denk wel dat het goed is om het toch te doen. Dan komt het knelpunt vooral terecht op het buitensportaccommodatieterrein van sportpark het Hoge Land. Daar hebben we nog 1 hoek over en er zijn 3 sportverenigingen die menen daar aanspraak op te kunnen maken en dat is vandaag niet anders dan gisteren en dat zal morgen ook niet anders zijn. Wat dat betreft heeft het weinig zin om dit plan uit te stellen, want het vraagstuk verandert niet. Waar we in het accommodatieplan naar hebben gekeken is naar de uitgangspunten en naar de mogelijkheden die het terrein biedt voor elke sportclub. Dat is voor voetbal wezenlijk anders dan voor hockey. Want of je een hockeyveld nu in zand uitvoert of in water, de spelcapaciteit is ongeveer hetzelfde, zeker als er een blaashal overheen wordt gezet, wat de hockeyvereniging voor eigen rekening en risico doet, die blaashal, maar bij voetbal ligt dat anders. Een natuurgrasveld heeft een veel beperktere spel- en speelcapaciteit dan een kunstgrasveld. Dus als wij een natuurgrasveld ombouwen

18/28

naar een kunstgrasveld, dan vergroten we daarmee gelijk de capaciteit. De wetravelden, die er liggen, die de sportclubs graag omgezet willen zien, daarvan zeggen wij als gemeente: die liggen er nog niet zo lang, dus die zijn nog lang niet afgeschreven en ze voldoen ook aan de kwaliteitsnormen die er zijn. Ik weet ook, dat de clubs erover klagen, dat ze af en toe nat zijn, maar dan moeten we daar naar kijken of daar nog iets aan te doen is. Als beheer en onderhoud zegt, dat het op dit moment goed is, lopen daar wat ons betreft gewoon professionals die een veld beoordelen. Maar als u zegt: die wetravelden moeten eerder worden vervangen, dan zou je daar op kunnen amenderen, daar hoeft u niet te wachten op een nieuw sportaccommodatieplan, want de ruimte is er, er ligt een veld dat intensief bespeeld kan worden. Als het een ander veld moet worden en we doen daardoor in onze woorden kapitaalvernietiging, maar het is van u een bewuste keus, dan is dat volgens mij gewoon te realiseren. Dus de spelcapaciteit bij de voetbalverenigingen op het Hoge Land kan binnen hun eigen terrein makkelijker worden verruimd dan voor de hockey. Daarom is het waarschijnlijk dat het veld eerder ingezet moet worden voor de hockey met de wachtlijsten dan voor voetbal van TOGB of CVV.

Maar ook voordat het naar de hockeyvereniging gaat, wordt het eerst nog vanwege de afspraak aan u voorgelegd, want we hebben bij de begroting afgesproken dat alle grote investeringen eerst nog langs uw raad komen voordat ze daadwerkelijk ingezet gaan worden. Dus ook dat komt nog naar u toe. Daarom denk ik dat het niet noodzakelijk is om het plan uit te stellen. Dan de vergelijking tussen HBR en HVB, die is in de vorige commissie ook uitgebreid aan de orde geweest. Ik begreep inmiddels dat beide verenigingen erop hebben gereageerd. Wij weten niet hoeveel leden er vanuit Berkel lid zijn in Bleiswijk en we weten het ook niet andersom. We weten ook niet, wat mevrouw Verhoef ook al even memoreerde of leden naar HBR gaan op het moment dat er een extra veld bij komt, leden zijn van HVB die verhuizen naar HBR of die op de wachtlijst stonden van HBR naar HVB zijn gegaan en terug gaan naar de club waar ze eigenlijk voorkeur voor hadden. En ik denk dat het goed is, dat is echt iets van de verenigingen zelf. Het is ook de keuzevrijheid van onze inwoners om te kiezen voor een club. We weten ook niet hoeveel van onze inwoners er bij de Rotterdamse club volleyballen, we weten ook niet hoeveel jongetjes en meisjes uit Bergschenhoek niet voor BVCB kiezen maar voor CVV. Dat ze er zijn weet ik wel, maar ik heb geen idee hoeveel en ik denk ook niet dat we dat moeten verbieden.

Als we op het niveau van Lansingerland kijken, dan hebben we bij voetbal ook nog een ander punt. In Bergschenhoek ligt er nog een veld, dus de combinatie die u wel aan de orde stelt bij hockey, die ziet u niet bij voetbal. Bij hockey zegt u: er is een relatie tussen HBR en HVB. Maar als er tekort is op het Hoge Land, dan zouden we op het niveau van Lansingerland ook voor de voetbal kunnen verwijzen al dan niet tijdelijk naar het lege veld van BVCB. Dus daar proef ik ook nog wel wat lastige gedachten bij u, want ook dat is natuurlijk kapitaalvernietiging, als er ergens een veld leeg ligt, terwijl er ergens anders geïnvesteerd zou moeten worden in een veld waar de ruimte niet voor is. Heb ik dan nog een kwestie? Dan heb ik de kwestie van de padel- en tennisbanen nog. De investering in de padelbanen, die doen de tennisclubs zelf en dat doen ze voor eigen rekening. Ze doen het onderhoud voor eigen rekening. Het is op dit moment echt prima. Mocht u t.z.t. besluiten dat we dat als gemeente over moeten nemen, dan volstaat ook daar een amendement of motie al dan niet bij de begroting om dat te doen, maar voor nu denken wij dat de afspraak die we nu hebben gemaakt met de tennisvereniging prima functioneert. Ze zijn er ook tevreden mee, ze hebben voldoende budget opgehaald om die padelbanen aan te leggen en te onderhouden.

Dan de eventuele overdracht van het veld van HVB naar de gemeente. Daarover ben ik inmiddels inderdaad in gesprek met HVB, we hebben een eerste overleg gehad. We hebben afgesproken dat er een businesscase wordt uitgewerkt, waar onze ambtenaren aan mee helpen. M. zit hier op de tribune en was ook bij het gesprek. Dus als ze daar alleen als club niet uit komen, dan kunnen wij er in elk geval bij assisteren. Zo snel als die businesscase rond is, komen we daarmee naar uw raad toe, omdat u dat heeft gevraagd. Dat had ik in juni al als een toezegging laten noteren. Dan heb ik nog de vraag van het eventuele vierde sportpark. Ik denk dat een eventuele claim voor een vierde sportpark behorend bij een doorgaande groei naar 75.000 inwoners op zich verstandig is om in het achterhoofd te houden en die ook mee te nemen in ruimtelijke ontwikkelingen, alleen, dat is wat mij betreft iets voor na deze accommodatienota of tenminste, voorbij de periode van deze accommodatienota. Maar als u dat in een amendement mee neemt, dan is het voor het college in elk geval een opdracht om te kijken waar eventueel zo’n vierde sportpark zou kunnen landen, wat op zich natuurlijk wel nog steeds een puzzel is, want waar gaan wij uitbreiden op het moment dat wij door groeien naar 80.000 of 90.000 inwoners? Lost het dan het probleem van het Hoge Land op? Want er is maar ruimte voor 1 veld.

Een club die naar het vierde sportpark moet, zal dus of moeten splitsen of er moeten hele andere besluiten worden genomen, maar dat is mijns inziens nu te vroeg om dat in deze accommodatienota mee te nemen, omdat we daar echt nog niet over uitgediscussieerd zijn in de gemeenteraad, of we doorgroeien en zo ja, waar we dan doorgroeien en waar dan een eventueel vierde sportpark zou moeten landen. Dus ook daarin zie ik eigenlijk geen reden om te zeggen, dat verder uitstel van dit sportaccommodatieplan helpt, want dat inzicht hebben we niet voor het eind van deze raadsperiode. Ik denk dat ik de belangrijkste punten voor nu heb gehad. De heer Jumelet: De vraag wat de consequenties zijn als het sportaccommodatieplan niet wordt vastgesteld. Wethouder Van Tatenhove: Dan hebben we geen kader, dus dat levert bij elke vraag weer een individuele afweging op in plaats van een integrale, want dan weet ik niet wat het kader is waarmee ik rekening moet houden. En het levert

19/28

ook daadwerkelijk wel belemmeringen op vooral voor de binnensport, omdat de binnensport heel graag ook bijvoorbeeld wil nadenken over eigen ruimten en mee wil denken over een andere manier van gebruik en tarieven, die erbij horen, maar dan is het wel heel goed om te weten hoe we erin zitten. Wat we dan ook niet hebben, is een besluit over dat we rekening houden in Wilderszijde met een sportaccommodatie, die moet worden gebouwd. Nemen we die dan wel of niet mee in de begroting? De heer Bergwerff: Ik had nog een vraag gesteld op het gebied van die enquête over corona, de binnensportverenigingen, of dat in kaart is gebracht door de gemeente. Wethouder Van Tatenhove: Sorry, dat is niet een vraag over het sportaccommodatieplan, maar meer over de actualiteit. We zien dus inderdaad dat er bij in elk geval een aantal binnensportverenigingen een daling is van het ledental. Die hebben afgelopen vakantieperiode wel weer 6 weken lang Expeditie Lansingerland gehad met deelname van heel veel sport- en cultuurclubs van onszelf. We hebben ook de sport- en cultuurcoaches nog rondlopen, die echt wel heel verbindend bezig zijn ook richting het onderwijs, dus we hopen wel dat we daardoor weer een swung kunnen brengen in de animo voor sport en ook in het ledental van sport. Daar gaan we in elk geval samen mee aan de slag.

We hebben ook een sportakkoord en dat helpt ook om de verbinding te zoeken en elkaar te helpen daarin. Dus we doen er alles aan om de kinderen weer terug op de clubs te krijgen. De voorzitter: Dit onderwerp heeft de potentie in zich om tot vannacht 02.00 uur besproken te worden, realiseer ik me, maar ik denk dat we dat niet moeten doen. U hebt in de eerste termijn uitgebreid van mij de tijd gekregen om te zeggen wat u wilde zeggen, bovendien is het geagendeerd voor de raad, dus het zit er dik in dat we het daar weer gaan bespreken. Houd u dat in uw achterhoofd bij het begin van uw tweede termijn, waarvoor u elk 2 minuten krijgt. Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: 2 minuten lijkt mij een onmogelijke opgave. Laat ik eerst beginnen met de vraag van meneer Jumelet: waarom bespreken we dit nou eigenlijk weer? Dat is een terechte vraag overigens, maar ik mag toch hopen dat gelet op de extra informatie die we hebben gekregen na de vaststelling, de onrust die bij de verenigingen is ontstaan door het besluit dat we willen nemen als raad, dat dat juist heel veel onrust bij de verenigingen brengt, dat het juist onze intentie is om, dan ga ik het woord zorgvuldigheid gebruiken wat ik regelmatig gebruikt heb, dat is waar het om gaat.

Wat de wethouder zegt: ja, onomkeerbaar, onomkeerbaar, als er ontwikkelingen zijn waarbij we het gaan veranderen of er wordt om verandering gevraagd, ja, dan vinden wij wel een list, maar dat lijkt me nou zo onwerkelijk, want de laatste vierkante meters grond heb je weg gegeven aan de hockey en dan komt er ineens een WK handbal, dat gaat als een speer en dan komt er ineens een veld bij, want dat is een randgeval. Dan kan je toch niet zomaar zeggen: dan heffen we een voetbalveld op en dan plaatsen we er een handbalveld, dat is toch niet realistisch om op deze manier te denken. Dan sluit ik me volledig aan bij de eerste termijn van mevrouw. De heer Jumelet: Wat u aangeeft, de onrust bij sportverenigingen, als ik de wethouder goed beluister dan is het proces om te komen tot een voorstel destijds in juni bijzonder zorgvuldig geweest. Ik kan me voorstellen, dat er inderdaad individuele wensen zijn bij sportverenigingen, zeker als er nog maar beperkte ruimte te verdelen is op een sportpark, waarbij er meer gegadigden zijn, maar ik hoor de wethouder ook, en dat heeft u toch ook gehoord, iets zeggen over de afwegingen die wellicht gemaakt gaan worden in de toekomst om te kijken hoe je deze ruimte tussen de verenigingen kan verdelen.

Heeft u daar dan geen vertrouwen in? U kunt toch aan de voorkant niet alles oplossen? Want dan hebben we over 3 jaar nog geen vastgesteld accommodatieplan. Op het moment dat we dit probleem hebben opgelost, is er een volgend probleem ergens anders. Ik beluister bij de wethouder dat er voldoende ruimte is om tussentijds als raad. De heer Hoppenbrouwer: Laten we één ding afspreken met elkaar: stop met te zeuren over vertrouwen, want daar word ik echt kotsmisselijk van. Daar gaat het helemaal niet om. U zegt terecht: er is zorgvuldig. De heer Jumelet: Ik vind het heel raar, dat u dat zo formuleert: stop met het gezeur over vertrouwen. Het gaat toch ook om een stukje vertrouwen hebben in het college, in de wethouder, als het gaat om dergelijke dingen? Het is geen gezeur, het is toch gewoon het feit dat je mag praten over vertrouwen. Ik vind het zo raar, dat u dat zo formuleert. De heer Hoppenbrouwer: Het is misschien een Hopsiaanse uitspraak, maar ik vind het altijd zo jammer dat de discussie waar het over moet gaan de lading krijgt, die ik helemaal niet heb bedoeld en die niemand hier aan tafel bedoelt.

Er is een zorgvuldig proces geweest en ik herken het wel, maar wij zijn uitgenodigd door de sportverenigingen in de zomer, ik weet niet welk jaar, 2020 krijg ik van mijn secondant door, zijn wij uitgenodigd: beste raadsleden, wij zijn door een zorgvuldig traject gekomen, maar wij worden niet gehoord. Dat heb ik al eerder gehoord vandaag. We worden niet gehoord, er wordt niet naar ons geluisterd. Zo is dat traject begonnen. Je kan zeggen dat het zorgvuldig is, ik ben het met u eens, niet in cement, dat ga ik ook niet willen, maar ik denk dat er nog steeds ruimte is voor een verdieping waarbij we zeker weten, ik had voorgesteld Q3-2022, daar kan je over discussiëren, om ervoor te zorgen dat de hockey en de voetbal samen kunnen optrekken om de sportende Lansingerlanders op te kunnen vangen. De suggestie van de wethouder, eigenlijk waar ik een beetje naar toe wil, mijn

20/28

overtuiging is, op het moment dat wij de voetbal via die wetravelden, ondanks dat het kennelijk kapitaalvernietiging is, maar als je dat probleem oplost, dan bied je ruimte om naar de hockey te kunnen zeggen: joh, dat is prima. Want als je naar de sportverenigingen luistert, dan hoor je ze zeggen: als de gemeente, die brief van TOGB was daar het meest helder over, op het moment dat jullie ervoor zorgen dat die wetravelden vervangen worden, of het natuurgrasveld vervangen wordt door kunstgras met meer capaciteit, dan is ons capaciteitsprobleem opgelost tot 2030. Dan staat de weg vrij om naar de hockey te gaan. Maar de wethouder heeft daar vooralsnog geen zin in. De heer Jumelet: Twee korte vragen aan de heer Hoppenbrouwer. Heeft u een beeld bij wellicht de kapitaalsvernietiging, die gaat plaats vinden als die wetravelden om worden gezet? Ik hoor de wethouder zeggen dat ze nog niet afgeschreven zijn. Zegt u dan feitelijk dat de wethouder dus niet geluisterd heeft in de afgelopen periode in aanloop naar de verenigingen? Volgens mij zegt u dat impliciet. De heer Hoppenbrouwer: Uw eerste vraag: weet u wat de kosten zijn? Dat heb ik niet paraat. Ik wilde zeggen: dat ga ik schriftelijk beantwoorden. Maar dat heeft het college al een keer gedaan.

Bij mijn eerste technische vragen is al gezegd wat de kosten daarvan zijn, dus dat heeft ze al met ons gedeeld, die brief kunnen we boven tafel toveren. Heeft de wethouder niet geluisterd? Daar gaat het nu even niet om. Het gaat mij erom, dat ik constateer dat er een plan ligt, dat de sportverenigingen aanleiding hebben gezien om de raadsleden op zaterdag uit te nodigen van: dit gaat niet de goede kant op. Diezelfde discussie gaat over diezelfde capaciteit waar we het nu net over hadden. Dat is geen andere discussie. Alleen, er is kennelijk geen ruimte voor om daar nog eens goed over te debatteren. Ik blijf nog steeds van mening, dat we echt voorzichtig moeten zijn. Ik kan niet zomaar een beslissing nemen en dan zeggen: het jaar erop doen we het even anders. Tenzij ik u verkeerd citeer, dan corrigeert u me maar. Dat kan gewoon niet, daar is het te complex voor. Dat gaat wel als je het hebt over de beleidsaccenten, daar heb je iets makkelijker de speelruimte, een coördinator niet of een coördinator wel. Maar sportvelden kan je niet zomaar omtoveren. Ik weet niet waarom de wethouder verdwijnt, ik weet niet of dat desinteresse is, maar dat zal ik dan maar niet vertrouwen, dat het echt hoge nood is.

De heer Lieverse: Klopt het meneer Hoppenbrouwer, u verwijst naar die meeting op een zaterdag in juli 2020, daar bleek een aantal informatiehakkels te zitten, die we met zijn allen gehoord hebben. Overigens was het alleen Berkel, daar waren niet Bergschenhoek en Bleiswijk bij. Maar daarna is er nog heel veel gebeurd, inclusief de beeldvormende avond, inclusief de meeting die mevrouw Verhoef georganiseerd heeft. Er is heel veel gebleken dat er weldegelijk overleg geweest is en dat het proces weldegelijk goed verlopen is. De heer Hoppenbrouwer: Dat vind ik een lastige. Hoe verklaart u dan dat wij op de valreep toch weer een brief krijgen van TOGB, CVV Berkel weet ik nou even niet. U heeft het over zorgvuldigheid, maar kennelijk is er nog steeds aanleiding voor verenigingen om voordat wij dit besluit nemen aan de bel te trekken. Dat doen ze niet omdat het allemaal zo zorgvuldig was kennelijk voor hen. De heer Lieverse: Zolang we bezig blijven met deze deliberatie zullen zij ons brieven blijven sturen, uitnodigen en mails sturen. Dat is logisch, want zolang er niet een plan ligt, is er nog iets in te roeren, zolang wij blijven melken komt er wat. De heer Hoppenbrouwer: Dat vind ik een beetje flauw, maar ik begrijp wat u zegt.

Ik probeer toch met deze raad, en ik hoor eigenlijk de wethouder al mijn gedachten, misschien kan ze mijn hersenen lezen, ik denk dat we het echt moeten uitstellen en dan serieus gewoon nog één keer moeten gaan rekenen van: wat betekent het nou als we de veldencapaciteit van de voetbal op het Hoge Land op gaan lossen? Dan speel je de boel bij de hockey vrij, los van die verhouding met Bleiswijk, want dat maakt het gecompliceerd, maar even het Hoge Land, hoe we het nou wenden of keren, of je nou wel voor een kern kiest of voor Lansingerland. Ik heb hem erin gezet omdat ik merk, daar had mevrouw Gabin het ook over: de jeugd gaat gewoon niet van Berkel fietsen naar Bleiswijk, dat begrijp ik ook wel. Daarom wil ik de discussie klein houden. Dat is wel de discussie die er gaande is, want het college kiest voor een gemeentebrede aanpak. Dat betekent het dus voordat je een ander veld gaat maken. We hebben een mail van HVB, waarin expliciet staat, ik zie de ambtenaar ‘nee’ knikken, maar het is wel wat wij horen van onze inwoners. De heer Jonker: Ik vind het een beetje ingewikkeld worden. We hebben uitgangspunten vastgesteld en op basis daarvan maken wij een plan als gemeente. Dan vind ik het prima als de heer Hoppenbrouwer zegt: nou, ik heb er nog eens over nagedacht, maar dat uitgangspunt wil ik eigenlijk ter discussie stellen. Dien dan een amendement in.

Dien een amendement in: we gooien het hele plan in de prullenbak en we gaan de uitgangspunten aanpassen. Je kunt niet continu blijven switchen, dat is flauw. De heer Hoppenbrouwer: Ik vind het heel jammer, dat u dat haakje nou weer pakt, want ik probeer in alle oprechtheid een oplossing te vinden. Ik stel alleen, kijkend naar de praktijk: we hebben gekozen voor kernen, breed Lansingerland. Ik heb alleen met dit bespreekpunt willen beogen: joh, hoe zitten we daar nou in? Als wij in meerderheid zeggen: we handhaven het kader want dat vinden wij prima, dan hebben we het erover gehad en dan sluiten we het af. Dus daar gaat het mij niet om. Er was iemand die zei: we kijken niet naar kernen, want het is sport. Dat is een suggestie, daar moet ik op kauwen, maar daar gaat het niet om. Waar het mij om gaat is: wij geven nu de laatste vierkante meters in dit plan weg, schenken wij, hoe het ook mag heten, aan de hockey. Er zijn 3 verenigingen, die nu al aangeven naast de voetbal een capaciteitsprobleem te hebben. Wat ik niet in de nota terug zie en dat is waar ik zo op hamer, is: zorg er dan voor dat de voetbal door natuurgras / wetra om te zetten naar kunstgras, dan is dat capaciteitsprobleem opgelost tot 2030 en de hockey kan tot 2030 ook aan de bak. Daar ben ik naar op zoek. Ik probeer alleen maar verbinding te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=bc82ebbf-d577-4666-a42f-5587504c7858