CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0157 Verslag commissie Samenleving d.d. 16 september 2021

Commissie Samenleving 7 oktober 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering - wordt nagezonden27.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

21/28

maken, dat heb ik eerder gehoord vandaag. Mevrouw Verhoef is de enige die dat bruggetje begrepen heeft. Zij is de enige die bereid is geweest om mee te denken en ik ben ook bereid om mee te denken naar uw kant toe. De heer Jonker: Misschien een suggestie: maak er een mooi amendement van en probeer dat de volgende raad te agenderen, dan kunnen we dat inpassen in het accommodatieplan en dan worden we allemaal heel vrolijk daarna. Is dat een oplossing? De heer Hoppenbrouwer: Het amendement is natuurlijk het vehikel waar het allemaal naar toe moet, maar ik probeer ook deze avond de verbinding met elkaar te maken. We wilden samenwerken en dit is een poging mijnerzijds, of het gelukt is weet ik zo net nog niet. Mevrouw Verhoef: Ik wilde eigenlijk hetzelfde zeggen als wat de heer Jonker zegt. Kunnen we een amendement maken waarmee u dan uit de voeten kunt en waar we als raad ook in grote lijnen achter kunnen staan? De heer Hoppenbrouwer: Dat laatste weet ik natuurlijk niet, maar ik ben zeker bereid om over een amendement na te denken als het om dit onderdeel gaat. De heer Lieverse: Een concreet amendement om het plan aan te passen, daar hebben wij op zitten wachten. Het had voor de vergadering ook gemogen wat ons betreft. Als het gaat om uitstellen, dan gaan we niet mee. Dat was de inhoud van het amendement dat toen voor lag. Daar gaan we dus niet in mee.

De heer Hoppenbrouwer: Ik mag hopen, en ik heb dat met een aantal voorbeelden aangegeven, dat ik nog steeds geen spijt heb van dat we het hebben uitgesteld als je ziet hoeveel vragen er nog liggen. Het is onvoorstelbaar. Ik begrijp best dat je het niet in beton kunt gieten, maar dit zijn gewoon te wezenlijke onderwerpen om maar overheen te walsen van: ja, doe maar en als het over 2 jaar anders is, ja joh, dan geven we het hockeyveld weer terug en gaan we er toch een padelbaan van maken. Zo makkelijk praat u erover, dat kan zo echt niet, dat is naar de vereniging toe niet te maken. De heer Lieverse: Dat zei ik niet, u verwijt mij nu iets wat ik niet gezegd heb, iets wat de wethouder gezegd heeft. De voorzitter: U kunt het allemaal na horen in het beeldverslag. Gaat u afronden? De heer Hoppenbrouwer: Ik word telkens geïnterpreteerd. Ik kan natuurlijk niet al mijn verhalen kwijt. Ik overweeg in ieder geval ook een amendement als het gaat over het onderhoud van de tennis en de padelbanen. Dat blijf ik toch heel raar vinden. Misschien moeten we gewoon met een amendement komen, dat we de padelbanen toelaten als sportinfrastructuur onderdeel, daar ga ik mevrouw Heijblom gelukkig maken, die ik de vorige keer daar een compliment over gaf.

Want dan gaan we het onderhoud ook betalen en nu bezuinigen we eigenlijk op onderhoud, want de tennisbanen worden padelbanen en de tennis willen we wel betalen en de padel niet. Ik heb nog zoveel te zeggen, maar ik denk dat mijn rode draad wel helder is. Ik ben niet uit op uitstel, maar het moet wel zorgvuldig en de verenigingen moeten wel goed geholpen zijn en de inwoners moeten goed geholpen zijn. Het feit dat we zoveel reacties krijgen, is het nog niet volmaakt. Ik hoop op alle medewerking van de wethouder en de ambtenaren om die slag te maken. Dank u wel. De heer Lieverse: Dat laatste is een gunstig teken, het feit dat verenigingen zich zo roeren is ook omdat onze verenigingen zo actief zijn. We hebben het over vrijwilligers gehad deze avond: dit zijn allemaal vrijwilligers, heel capabele mensen. U heeft er ook een heleboel van ontmoet, dat geldt voor mij ook en ik ben ook onder de indruk van hun inzet en ik ben ook blij dat ze ons bestoken, in de gunstige zin van het woord, met hun wensen. Mevrouw Draak, VVD: Mijn hoofd loopt over na deze discussie. Ik zou net als de heer Hoppenbrouwer wel honderd dingen kunnen zeggen. Ik ga niet herhalen wat hij gezegd heeft, maar bij het meeste kan ik me zo aansluiten. Ik wil even beginnen met WIJ. Ik hoor meneer Jumelet plat slaan, hij heeft het woord ‘zeuren’ niet gebruikt, dat CDA, VVD en L3B lopen te zeuren over 1 veldje in Berkel.

Ik vind het echt geen recht doen aan de inspanning die we hebben geleverd en ook niet aan de buikpijn die wij hebben, want daarvan kan ik echt spreken van ons alle drie. De heer Jumelet: Ik maak toch een beetje bezwaar tegen het plat slaan van mevrouw Draak. Dat doet ook geen recht aan mijn eerste termijn. Wellicht kan ze het terug kijken op de band en dan kan ze zien dat plat slaan niet helemaal correct is. Mevrouw Draak: Goed, ik ga verder, ik hoorde geen vraag. Wat ik echt heel jammer vind, is dat er ook wordt gesteld dat het dan met de verkiezingen te maken heeft. Dan zal ik ook nog even uitleggen, dat als de VVD voor de verkiezingen met de sportaccommodatie aan de slag wil gaan, dat wij een hele grote achterban hebben bij beide hockeyverenigingen, dus dat het hartstikke makkelijk zou zijn om gewoon ‘ja’ te zeggen en dan kunnen we misschien in de volgende raadsperiode een andere partij de schuld geven als die na 1 of 2 jaar zeggen: we gaan toch niet de goede kant op hiermee. Dat is dus juist wat we niet willen. Even terug naar de buikpijn. We hebben er buikpijn van als we dit zouden moeten uitstellen. Dan kom ik even bij meneer Lieverse, zijn eerste termijn. Inderdaad, als we niet kunnen amenderen hebben wij een moeilijke vraag voor de wethouder en dat is ook zo.

Voor ik verder ga wil ik gezegd hebben, dat ik onze wethouder Van Tatenhove heel hoog heb staan, vooral op haar portefeuilles jeugdzorg en aandacht voor de samenleving. Op dit onderwerp sport voel ik mij als VVD-fractie echt niet gehoord. We hebben al weet ik hoe lang signalen afgegeven waar onze zorgen zitten. De wethouder heeft daar naar mijn gevoel, ik heb dat niet gemerkt, geen gehoor aan gegeven. We vervallen in het heen en weer pasen van argumenten en het herhalen van argumenten, dat lost het dus niet op. Buikpijn is geen rationeel argument, maar het is wel een waarschuwingssignaal. Als wij het met de amendement, waar we ons op moeten beraden met CDA en L3B, als we daarmee niet het buikpijngevoel kunnen wegpoetsen in ieder geval voor het grootste deel, dan is het plan dus niet voor besluitvorming klaar voor de

22/28

buitensport. Dat is hoe wij er over denken en dat doet ons zeer. De heer Lieverse: Mevrouw Draak kan misschien toelichten wat ze precies bedoelt als ze zegt, dat ze de wethouder steken vindt laten vallen op dit dossier. Als ik zie hoe er gewerkt is aan dit accommodatieplan, hoe er gewerkt is aan de onderbouwing, het afwegingskader dat er onder ligt, als er gewerkt is aan de beantwoording van alle technische vragen die gesteld zijn in de loop van de periode, tot de binnensport toe, want als ik kijk naar de relevantie van de vragen over de terugloop van leden, dat daar vragen over gesteld zijn heeft weinig met het accommodatieplan te maken, maar toch wordt ook die nu zelfs technisch beantwoord, dan ben ik benieuwd wat u ziet als tekortkomen. Mevrouw Draak: Daar wil ik graag op reageren, dat is een relevante vraag. Ik heb niet gezegd, dat de wethouder steken heeft laten vallen. Er is juist door iedereen, dus het is goed dat u dat even benadrukt, heel hard gewerkt aan het beantwoorden van al die vragen. Alleen, de discussie is blijven steken op de feitelijkheid van de vragen. Wat ik niet heb ervaren en wat is dus wel als een gemis heb ervaren, is dat ik naar mijn idee in meerdere commissievergaderingen en ook in de raadsvergadering geprobeerd heb de hand uit te steken naar de wethouder in dit geval, maar we krijgen er niets op terug dan herhaling van argumenten.

Hoewel het over een buikpijn iets gaat, over gevoelsniveau, is er dus niet met ons gesproken of gereageerd op: waar zit nu echt jullie zorg, wat kunnen we nog doen om dit op te lossen om dit met elkaar vlot te trekken? Dat heb ik niet ervaren. En dus zitten we nu met mogelijk 21 raadszetels tegen de rest, waarbij wij niet overtuigd zijn. Ik weet niet wat ik nog moet doen, wat ik nog moet vragen, welke technische vragen, raadsvragen, we nog in moeten dienen om boven water te krijgen, dat we dat gevoel wel hebben. En dat is wat ik ermee wilde zeggen. De heer Lieverse: U zegt: ik steek mijn hand uit, ik stel vragen, maar ik krijg geen antwoord. Welke vragen zijn dat dan? Ik heb echt niet begrepen wat u nou bedoelt met de gevoelens waar u mee zit. Mevrouw Draak: Ik kan er 1 voorbeeld bij noemen. Ik herinner me mijn eigen woorden, dat ging over het afwegingskader, om de sportaccommodaties gemeentebreed te beschouwen en niet per kern. In mijn eerste termijn heb ik gezegd: dat is logisch, dat zou ik ook graag willen, dat is financieel beter voor ons, maar het is niet zo, het is een papieren werkelijkheid, het gebeurt niet. Ik heb toen letterlijk voor mevrouw Van Tatenhove de rode loper uitgerold en gezegd: ik zag de koningin op televisie van de week en die vertelde hoe zij dat doet als er dingen moeilijk gaan. Ik ga dat niet verder herhalen. Daar heeft zij niet op gereageerd.

Zij heeft gezegd: ik vind dat de verantwoordelijkheid van de verenigingen. Zo blijf je dus heen en weer pingpongen. Als de verenigingen die verantwoordelijkheid niet nemen, dan kan de wethouder haar vooraanstaande positie in de samenleving pakken door de sportverenigingen bij elkaar te trekken en te zeggen: ik weet dat het moeilijk is voor jullie, ik weet dat kinderen niet op de fiets naar Bleiswijk willen als ze in Berkel wonen, maar hoe kunnen we ervoor zorgen dat we dit voor de gemeente in zijn totaliteit goed doen. Dit is één voorbeeld. Ik heb nu niet een hele lijst en die tijd heb ik ook niet, want mijn 2 minuten zijn ook allang voorbij, maar dit is wat ik bedoel. Ik heb het gevoel van die extra stap zetten niet ervaren. De heer Bergwerff, CDA: Wat mij verstandig lijkt is om tijdens de raadsvergadering met een amendement te komen en dan kan e.e.a. concreet worden wat ons inziens wel en niet vastgesteld dient te worden. Ik denk dat de discussie hier verder geen zin heeft. We zien het amendement vanzelf verschijnen. Dank u. De heer Jumelet, WIJ: De toelichting van de wethouder in de eerste termijn vond ik wel heel helder. Het geeft mijn fractie het volste vertrouwen, daar komt hij, meneer Hoppenbrouwer, het volste vertrouwen in deze dat het op de juiste manier gaat.

Wij denken ook, dat het accommodatieplan voldoende in zich heeft, zoals de wethouder ook aangeeft, mochten er zaken spelen dat je dat aan de orde kan stellen lopende de periode waar het accommodatieplan over gaat. Ik worstel een klein beetje met de woorden van mevrouw Draa, zeker het laatste gedeelte en zeker tot het woord vertrouwen, maar ik mag dat eigenlijk niet doen van meneer Hoppenbrouwer, maar ik doe het toch, dan denk ik: ze heeft er dus blijkbaar geen vertrouwen in, dat deze wethouder dit onderwerp tot een goed einde brengt. Dat is een constatering en ik vind het bijzonder. Mevrouw Draak: Ik wil toch ook even reageren op het woord vertrouwen. Het gaat dus niet over vertrouwen. Het gaat over verschil van inzicht. Ik heb net gezegd, dat ik de wethouder heel hoog heb zitten, dus ik heb heel veel vertrouwen in haar, maar ik heb gezegd, dat ik op het sportdossier niet voel wat wij denken dat er nodig is. Dat is waar het over gaat. Ik wil niet dat dat als vertrouwen wordt geframed. De voorzitter: Laten we het daar dan niet meer over hebben. De heer Jumelet: Nee, je hebt het of je hebt het niet. Wij hebben het in ieder geval in deze wethouder, dus wij zullen daar niet meer over doorpraten. Het werd net gezegd als plat slaan, maar als je het een beetje afpelt kom je op een beperkt aantal onderwerpen.

Eén van de onderwerpen waar het over gaat is natuurlijk feitelijk het Hoge Land, over de beperkte ruimte waarbinnen de claims op zitten van 3 verenigingen. Mijn fractie heeft zoiets van: in alle wijsheid zal de wethouder daar een afweging maken samen met de verenigingen en kijken hoe je dat in de tijd wellicht kan oplossen. Maar we moeten ook wel rekenen dat we ook beperkt zijn in het aantal vierkante meters. Op het moment dat je die wetra velden om gaat zetten naar kunstgrasvelden, daar hangt een prijskaartje aan. Ik weet niet hoeveel dat is, blijkbaar is dat eerder gewisseld in deze commissie, maar de vraag is: heb je dat ervoor over? Dan zien we een amendement graag tegemoet met de financiële dekking voor de kapitaalsvernietiging. Als

23/28

dat een oplossing is, mijn fractie zal dan zeker serieus naar dat amendement kijken en de dekking die wellicht door meneer Hoppenbrouwer wordt aangegeven. Maar ik sluit me aan bij de wijze woorden van meneer Bergwerff: laten we maar gewoon het amendement afwachten de komende raad en laten we alsjeblieft het accommodatieplan vast stellen al dan niet geamendeerd. Dan wil ik toch de woorden van de wethouder in herinnering roepen in de eerste termijn: op het moment dat we het niet vast stellen, dan zijn daar consequenties aan verbonden. De vraag is: kunnen we dat goed overzien en hebben we dat ervoor over? Ik denk dat er voldoende waarborgen zijn en ik heb er, komt hij weer, alle vertrouwen in dat dit goed gaat en ik heb er alle vertrouwen in dat de wethouder als het gaat om het Hoge Land de goede dingen gaat doen met de 3 verenigingen en dat niemand tekort wordt gedaan, maar dat het toch toekomstbestendig is. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Dat zal kort zijn, daarmee kan ik u gerust stellen. Ik ben toch wel blij met de gedachtewisseling, die heeft plaatsgevonden vandaag, omdat het toch een aantal dingen verduidelijkt, wat mevrouw Draak zojuist toelichtte, ook al begrijp ik het nog maar een klein deel, het heeft toch belang bij dit onderwerp om zulke dingen van elkaar gehoord te hebben.

Ik ben ook blij met alle inzet van de ambtenaren op de achtergrond, die ook met kromme tenen zitten te luisteren: wanneer gaat er nou eindelijk eens een keer wat gebeuren met het vele werk dat hier in gestopt is. Ik ben ook blij met de inzet van de besturen, die niet alleen meneer Hoppenbrouwer hebben benaderd, maar ook veel van ons hebben benaderd. Ook zij rekenen op een wijs besluit, wat niet alleen wijs is op intuïtie, maar ook wijs in de zin van: we hebben afspraken gemaakt over hoe tot stappen te komen, hoe op grond van gebruik van velden, hoe op grond van prognoses, op grond van landelijke cijfers erbij enzovoorts om tot die keuzes te komen. De heer Jonker, D66: Heel kort. Ik kijk ook uit naar het bespreken van het amendement. Ik zou nog wel mee willen geven, als het niet lukt om dingen in detail uit te werken, probeer er dan iets van het procesaspect in te stoppen, want ik denk dat het heel waardevol is als we als raad gezamenlijk een eventueel geamendeerd plan kunnen vast stellen en daarmee verder aan de slag kunnen. Tot zover. Mevrouw Gabin, GL: Wij willen graag het accommodatieplan vast stellen. Volgens ons volstaat het plan, maar op één of andere manier zorgt de beantwoording van de wethouder niet ervoor dat de zorgen worden weggenomen. Ik heb interessante aanpassingen gehoord van indieners, dus wij zien de amendementen wel verschijnen.

Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik vond het een nuttige uitwisseling, waarvoor dank aan iedereen en ook aan de voorbereiders van het stuk. Ik denk dat de sportverenigingen zich inderdaad hebben laten horen, maar zij hebben heel concrete zorgen geuit, maar daar zelf ook concrete oplossingen voor gegeven. Ik heb de wethouder een aantal punten horen noemen, waarmee die oplossingen ook geamendeerd in het sportaccommodatieplan op een bepaalde manier hun vorm, hun weg kunnen vinden, dus volgens mij zijn die oplossingen zeker wel in te passen. Mocht het niet precies helemaal nu af te tikken zijn, dan geeft de wethouder aan: elk jaar zijn er bijsturingsmogelijkheden, dus ook dat geeft mij vertrouwen. De heer Hoppenbrouwer: Ik ben eigenlijk heel blij met uw bijdrage. Kunt u mij dan toch nog uitleggen, want de wethouder gaat er ook niet op in, misschien straks in haar tweede termijn wel: hoe kan je nou een sportpark waar alle vierkante meters zijn belegd, hoe kan je dan ineens zeggen: er is een trend en daardoor gaan we even een ander veld omgooien. Hoe moet ik me dat voorstellen? Mevrouw Verhoef: Ik zeg dat niet. De heer Hoppenbrouwer: U zegt dat wel, want u zegt: er is een flexibel plan, dus als de trends anders zijn, dan maken we een andere bestemming van een andere vierkante meter. Dat is niet realistisch en daar zit dus de pijn. Mevrouw Verhoef: Ik zeg dat niet.

De wethouder heeft het heel concreet gemaakt. Die zegt: u kunt binnen de meters die er zijn voor de voetbal, als je dat omzet naar een kunstgrasveld, dan neemt het aantal spelmogelijkheden toe. Dan geeft dat dus ruimte in goed overleg om die meters aan de hockey te geven. Dus als je het plan daarop amendeert, dat je zegt: ja, we gaan accepteren dat we geld bij moeten leggen om die voetbalvelden nu te vervangen, dan kan je dus voor het Hoge Land die oplossing creëren. Bij de hockey Bleiswijk ligt de vraag: kunnen we gaan onderzoeken of we een veld kunnen overdragen, want dat geeft ons financieel meer zekerheid? Nou, daar is een toezegging gedaan dat die businesscase voor het eind van het jaar of zo snel mogelijk naar de raad komt, daar is de Bleiswijkse hockey mee gediend. Ik zie daar dus al 2 oplossingen. Over de padelbanen, om die ook in beheer te nemen, daar hangt een prijskaartje aan, maar u kunt daar nu of t.z.t. met een motie nog een reparatie doen. Als het nu in grote lijnen klopt, kunt u altijd nog later bijsturen. Je kan niet meer van hockey naar handbal gaan als er eenmaal hockey ligt. Ja, kan, maar bij voorkeur niet. Maar je kan wel nog bepaalde dingen bijsturen op minder of meer investeren al naar gelang de situatie dan vraagt.

Dat is wat ik bedoel met: stel dat nu in grote lijnen vast, haal de grote pijnpunten eruit met het amendement en blijf door de jaren heen de vinger aan de pols houden.

24/28

Wethouder Van Tatenhove: Ik denk dat het goed is om even te reageren. Voor mijn gevoel spitst de discussie zich nu inderdaad toe op de situatie op sportpark het Hoge Land. Ik krijg het idee, maar ik durf (…) bijna niet te gebruiken, dat meneer Hoppenbrouwer en ik elkaar beter begrijpen in deze discussie. U zit te lachen, maar volgens mij zei u dat net in uw tweede termijn. In het accommodatieplan zit volgens mij de ruimte om tegen de voetbal te zeggen: in plaats van vervanging van een natuurgrasveld door een natuurgrasveld kan een vervanging van een natuurgrasveld ook gebeurden door een kunstgrasveld. Dat levert extra mogelijkheden op en daardoor is er voor de voetbal meer capaciteitsuitbreiding mogelijk binnen de hekken van de eigen accommodatie. Dat is bij de hockey niet. Als u zegt: neem dat op in een amendement, dat we dat gaan doen want dat geeft meer zekerheid, dan denk ik dat het een heel verstandig amendement is. Als u in hetzelfde of in een ander amendement zegt: doe die wetravelden eerder, dan komt er bij de begroting een financiële consequentie, maar als u daar voor tekent, dan kunt u dat natuurlijk ook doen. Als we elkaar daar meer vinden. De heer Hoppenbrouwer: Ik dacht: ik laat de wethouder netjes uitspreken, want ik hoor haar ook wijze woorden zeggen.

Maar wethouder, dan wil ik toch aan u mee geven: wat is nu het probleem bij omzetten, het voorstel dat er nu ligt van natuur- naar kunstgras? Dat er geen verlichting is. Dan heeft dat hele kunstgrasveld geen zin. Vandaar het idee bij ons: zet die wetra dan eerder, om daar een balans in te vinden, die wetra eerder, want die ligt er constant uit. Als u vaak bij de verenigingen bent, dat geldt misschien ook de ambtenaren, dan weten ze dat ze er regelmatig uit liggen. Je kan zeggen: de professionals vinden het allemaal een geweldig veld. Maar het is gewoon geen goed veld. De verenigingen zijn er niet mee geholpen. Dat is de verbinding waar ik naar op zoek was in juni en nu proef ik inderdaad dat die aan het komen is. Het is nog een zijden draadje, maar ik hoop dat het een heel dik touw wordt. Wethouder Van Tatenhove: Ik voel nog mogelijkheden voor een motie om te vragen uit te zoeken wat het kost om verlichting aan te brengen of om alles in één keer te doen. Als dat u helpt om het accommodatieplan nu wel vast te stellen met dat doorkijkje tot 2030, dan lijkt me dat heel zinvol om dat met een amendement of motie vorm te geven. Dan kom ik nog even terug op mevrouw Draak en dan ga ik ook een voorbeeld noemen van één van de voetbalclubs. Ik weet niet eens meer of M. toen medewerker sport was of dat het een collega was, volgens mij wat het een collega.

Eén van de Berkelse clubs wilde een gras, een natuurgrasveld, vervangen door een kunstgrasveld. Dat was te vroeg, maar ik weet niet precies wat het was, maar zij wilden dat in elk geval zelf financieren, zoals HBR een waterveld heeft gefinancierd en van ons slechts de vervanging van zand door zand gefinancierd kreeg. Toen hebben wij berekend wat de groei van TOGB zou zijn en wat de noodzaak zou zijn om dat veld sowieso om te zetten naar een kunstgrasveld. Toen hebben we als gemeente de kosten voor omzetting voor onze rekening genomen. Volgens mij denken we altijd mee met de verenigingen op het moment dat de vraag zich aandient: waar is de vereniging mee geholpen en wat is het doorkijkje naar de toekomst? Waarom het op dit moment op het Hoge Land lastig is, met die 3 verenigingen en waarom ze niet direct zeggen: we lopen hier als vrienden gearmd naar buiten omdat we het laatste stukje hebben verdeeld, is omdat ze hier wat concurrenten zijn met elkaar. Dat is echt wel een verschil. Bovendien ben ik ook niet de koningin, gelukkig niet, ik ben een wethouder die met veel passie en ambities zich voor Lansingerland inzet en ik voel me in die zin meer dienstbaar aan de samenleving dan dat ze voor mij allemaal moeten gaan rennen.

Ze zien natuurlijk een wethouder en een gemeenteraad ook als iets van: nu wordt het verdeeld dus laten wij onze wensen en ideeën voor de ontwikkeling van onze sport nu kenbaar maken. In die zin ben ik ook gewoon blij, dat ze zich wel laten horen, de verenigingen, dat ze de raadsfracties uitnodigen om langs te komen, dat is alleen maar goed, dat de verbinding er is. Mevrouw Draak: Ik wil nog even toelichten aan de wethouder, dat de vergelijking met de koningin eigenlijk als een soort van compliment was bedoeld. Het bewuste interview met de koningin ging ook over dienstbaar zijn aan de samenleving. Het ging er vooral over, dat als het lastig gaat tussen partijen, dat je met een vooraanstaande positie mensen in gesprek kunt krijgen. Dat is niet omdat ze voor u moeten buigen, maar omdat u daar waarschijnlijk beweging in kunt krijgen, wat iemand anders niet kan krijgen. Dat is hoe het was bedoeld. Wethouder Van Tatenhove: Dan wil ik mevrouw Draak bedanken voor de toelichting en dan trek ik voor mezelf de conclusie dat het onhandig is dat ik het voorbeeld verkeerd begrepen heb. Volgens mij zijn we er voor deze avond wel mee rond. Ik denk dat we 30 september zien of er een amendement of een motie ligt of allebei. De voorzitter: Aan die conclusie heb ik niets toe te voegen, dus ik sluit het agendapunt en ik dank u allemaal voor uw constructieve inbreng. 6.

Stukken ter advisering aan de raad: N.v.t. 7a. Actualiteiten uit het college Wethouder Van Tatenhove: Ik heb een paar puntjes. We krijgen als gemeente ook geld uit het nationaal programma voor het onderwijs. Dat krijgt ook het onderwijs, maar wij krijgen weer een ander budgetje, dat is iets kleiner dan wat ze in het onderwijs krijgen. Wij zijn op dit moment plannen aan het maken om

25/28

dat geld doelmatig in te zetten en we denken daarbij vooral aan het aanpakken van de sociaal emotionele achterstanden, die er ontstaan zijn tijdens de coronaperiode en daarbij zoeken we natuurlijk aansluiting met de jeugdcoaches op school, die goed functioneren en kijken of we daar dan nog iets meer kunnen doen. Daarnaast is er dan ook inzet, flankerend, voor extra leeshulp, omdat de scholen hebben aangegeven, dat er echt wel achterstanden zijn ontstaan met lezen en er ook verontrustende signalen kwamen over de toename van het aantal kinderen met dyslexie. Dat blijkt vooral in leesachterstanden te zitten, het is dus niet perse direct een echt groot probleem, maar wel iets wat moet worden aangepakt en dat kan dan met het NPO geld. We hebben ook signalen gekregen, dat er motorische achterstanden zijn. Toevallig las ik daar ook nog iets over in de krant, dus het is blijkbaar niet alleen bij ons, maar het is ook meer in het algemeen, vooral bij de jongste leerlingen heb ik begrepen, dat het echt in de grove motoriek zichtbaar is dat ze in de coronaperiode daar wat minder aan hebben gedaan. Dus we gaan ook kijken of we daar nog iets mee kunnen doen. Dat over de NPO-gelden. Dan hebben we ook nog, daar werd al aan gerefereerd, geld gekregen voor de jeugdhulp. Maar bij de middelen die we daarvoor hebben gekregen, hebben we ook een opdracht gekregen vanuit het rijk om o.a.

aan de slag te gaan met de hervormingsagenda. Dus weet dat we ook daarmee bezig zijn en dat dat extra rijksgeld niet zomaar te besteden is, daar zit een opgave bij. Dat is het. 7b. Actualiteiten uit de commissie De heer Lieverse, CU: In de raadsvergadering van 15 juli heb ik in het vragenhalfuurtje een punt gemaakt van onder toezichtstelling van jeugdbescherming. Ik weet dat meneer Hoek hier ook belangstelling voor heeft. In de beantwoording van de art.37 vragen zie ik geen reden om er een bespreekpunt van te maken, vandaar nu even kort deze terugkoppeling. Ik wilde 2 dingen erover zeggen. Ik heb wel gegrasduind in de verslagen van de gemeenschappelijke regeling jeugdzorg, waar onze wethouder in het bestuur zit. Dan valt op, dat kan ik nu dus ter ondersteuning zeggen van onze wethouder: ze zit er juist bovenop, dat aan juist onze meest kwetsbare jongeren bij de regio voorrang gegeven wordt, maar dat het wel een heel lastig dossier is en blijft. Daarbij hoort mijn tweede punt, dat er steeds meer stemmen op gaan, volg ik uit de media, om toch weer de jeugdbescherming bij de rijksoverheid onder te brengen. Het is afgelopen week gebeurd door de raad strafrecht toepassing jeugdbescherming, een mooi woord, en nu is de algemene rekenkamer met hetzelfde bezig om toch te onderzoeken of het niet terug moet naar de rijksoverheid.

Het was gisteren dat de wetenschappelijke raad voor (…) hier ook nog dingen over zegt, namelijk dat het compleet mis lijkt te gaan. Er worden termen gebruikt als schrijnende situaties, noodklok, alarmbellen enzovoorts. Of wel: als wij daar een punt van maken, is dat niet omdat het ten onrechte is, het is een terecht punt, maar het is ook een punt dat breed gedeeld wordt ook in andere gremia, omdat het een heel moeilijk dossier is. 7c. Verbonden partijen Geen opmerkingen. 8. Rondvraag en sluiting De heer Erwich, L3B: Na deze enerverende avond hebben we als afsluiter inderdaad nog een rondvraag. We maken ons een beetje zorgen over de mogelijkheden van de jeugd in Lansingerland. Daarbij zijn wij nieuwsgierig naar de mogelijke inzet van jeugd en jongerenwerk in het algemeen, maar ook in het bijzonder in Bleiswijk bij de hang-out. Wat zijn nou de plannen na de heropening in januari van de hangout? Wat is er gedaan om de jeugd aandacht te geven? Nu na die coronaperiode denk ik dat ze daar ook wel aan toe zijn en dat ze na die beperkingen best weleens los willen gaan. Welke structurele plannen zijn er nou gemaakt om van de hang-out een succes te maken? En in het bijzonder ook tijdens vakantieperioden. Het viel me op, dat ook in de vakantieperioden daaraan niets wordt gedaan.

Er zijn wel buitensporten en dergelijke, begrijp me niet verkeerd, dat is prima, maar in de hang-out wordt verder niets ondernomen. Dus ik vroeg mij af of er nog wel genoeg invulling wordt gegeven en of er gekeken wordt naar andere mogelijkheden dan alleen Pecto’s en jeugd- en jongerenwerk. Is er in het algemeen wel voldoende aandacht voor de jeugd en is er voldoende inzet van jeugd- en jongerenwerk en Pecto’s in Bleiswijk mogelijk? Zijn hiervoor wel voldoende fte’s, hoeveel fte’s zijn er eigenlijk voor beschikbaar? Zijn er wel voldoende? Want daar hoorde ik wat geluiden over. Mijn vragen daarbij: op welke dagen zijn er structurele activiteiten ingepland? Als het niet kan, waarom is het eigenlijk niet gedaan? Als laatste zou ik willen vragen: is er wel voldoende overleg met Pecto’s, jeugd- en jongerenwerk of andere organisaties om van de hang-out een succes te maken. Dat was mijn vraag. Wethouder Van Tatenhove: Ik ga proberen de vraag zo goed mogelijk te beantwoorden. Ik kreeg ze pas vanmiddag en de medewerkster die het nauwst contact had met jeugd- en jongerenwerk is de afgelopen periode vertrokken richting Utrecht, dus die konden wij niet meer bellen om ons even bij te praten. Als het goed is, kan ik wel op een deel van uw vragen antwoord geven. Na de opening zijn er natuurlijk wel ideeën ontstaan om in de hang-out te doen.

In de coronaperiode mocht er niet zoveel, zeker niet in binnenruimten, dus er is in de afgelopen periode voor wat er mocht vooral voor de jongeren gekeken

26/28

naar online activiteiten, online bijeenkomsten en activiteiten buiten, voor zover het mocht, want er is natuurlijk ook een periode geweest, dat ook jongeren maar met zijn tweetjes door het park mochten lopen en dat was dan eigenlijk alles wat ze konden doen. Er wordt nu weer volop nagedacht van: wat kan er en wat willen de jongeren. Dus jeugd- en jongerenwerk is daar vooral mee aan de slag. En jeugd- en jongerenwerk heeft daarvoor ook vanuit coronabudget wat extra financiële ruimte gekregen om daar echt werk van te maken. Jeugd- en jongerenwerk heeft daarvoor ook contact met het onderwijs om ook bij het onderwijs op te halen: wat zien jullie en wat kunnen wij daarin betekenen? Daarnaast hebben we in de zomerperiode ook de activiteiten gehouden in de buitenruimten onder de titel Expeditie Lansingerland. Dat is vooral geïnitieerd door onze sport- en cultuurcoaches. Dat was in leeftijdsgroepen tot en met de basisschoolleeftijd, maar ook de andere groep voor de meer puberleeftijd. Ook daar werkte jeugd- en jongerenwerk aan mee. Maar ook dat is vooral buiten gedaan en voor de sportclubs nog af en toe binnen. Ik begrijp dat er in de herfstvakantie ook weer activiteiten georganiseerd worden door jeugd- en jongerenwerk, zoals bijvoorbeeld een gametoernooi.

Structurele plannen om van de hang-out een succes te maken, dat hangt natuurlijk niet alleen af van wat jeugd- en jongerenwerk of Pecto’s eventueel verzint of welke partijen er de ruimte huren, maar vooral ook wat jongeren zelf willen en waar zij behoefte aan hebben en welke ideeën ze hebben, want dan gaan de organisaties daarmee aan de slag. En de verwachting is dat zowel Pecto’s als jeugd- en jongerenwerk dan ook het pand willen gebruiken en dat Pecto’s daar waarschijnlijk weer op vrijdagavond een jeugdsoos wil organiseren en eventueel ook nog andere activiteiten op die locatie. Er is volgens ons wel overlegd met jeugd- en jongerenwerk, maar ook tussen jeugd- en jongerenwerk en Pecto’s over het gebruik van de ruimte van de hang-out. Is er in het algemeen voldoende aandacht voor de jeugd? Is er voldoende inzet mogelijk? Ja, er is voldoende inzet mogelijk, mede door die extra financiële ruimte die we hebben gehad vanwege corona. We hebben ook echt nu via jeugd- en jongerenwerk veel jongeren in beeld. Het CJG en onze jeugdconsulenten weten natuurlijk ook wat er speelt, ook daar zijn er lijntjes met zowel de POH’ers als de JOS’ers als jeugd- en jongerenwerk kort, dus er wordt ook goed geconnect om te kijken welke rol jeugd- en jongerenwerk zou kunnen pakken.

We gaan er dus van uit, dat ook de hang-out een succes kan worden, waarbij ik nog wel de opmerking of de kanttekening wil maken, dat jongeren ook wel zelf kiezen of ze willen chillen in het park of willen hangen in een soos of activiteiten willen doen in een soos. Dat is voor ons volwassenen ook niet altijd grijpbaar en daar moeten we ook echt vertrouwen op de kennis en ervaring en de contacten die jeugd- en jongerenwerk en andere organisaties zoals Pecto’s hebben. Ik ben in elk geval blij met de organisaties die we hebben. De heer Erwich: Mag ik nog een korte toelichting vragen? Het ging ook om de fte’s. Zijn er wel voldoende fte’s beschikbaar bij jeugd- en jongerenwerk? Bleiswijk blijft dicht en hier gaat het open, dat was ook even mijn zorg. Wethouder Van Tatenhove: Zijn er voldoende fte’s? We subsidiëren vooral doelen en die worden voor een deel gerealiseerd door mensen in te zetten, maar ook een deel van het budget voor activiteiten, dan toetsen we weer of de doelen, die we als raad en als college mee geven, of die doelen worden behaald. Een doel is niet dat een plek open is tussen zeven en tien. Een doel is dat we contact maken met jongeren en kijken wat de jongeren nodig hebben. De heer Erwich: Als je er niet bent, kan je ook geen contact maken. Wethouder Van Tatenhove: Nee, maar het ligt niet aan de uren van jeugd- en jongerenwerk.

Ze zijn zowel in het park als ook in Bleiswijk. Als er aanleiding is, er zit natuurlijk ook veel bij de portefeuille van de burgemeester, als we aanleiding hebben om daar in elk geval in te schuiven, van de veiligheidskant weer terug te kunnen gaan naar preventief, dan loopt jeugd- en jongerenwerk ook gewoon meer op die plek waar dat nodig is. De heer Erwich: Dan rest mij de wethouder te bedanken voor de antwoorden. De voorzitter, om 23.10 uur: Dan zijn we bijna aan het einde. Vriendelijk verzoek om even uw eigen omgeving te desinfecteren met de plantenspuit. U mag de identiteitskaartjes in de microfoon laten zitten. Ik dank u hartelijk voor uw aanwezigheid en uw bijdragen. Ik zie u graag weer volgende maand. Ik sluit de vergadering.

27/28

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

28/28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=bc82ebbf-d577-4666-a42f-5587504c7858