BV21.0144 Verslag 1e deel commissie Ruimte van 14 september 2021
Tekst van het document
De heer Van As: Ik hoor hierin geen vraag. Het zal u niet verbazen, dat ik zo reageer. Ik blijf bij het punt, dat wij het anders invullen, maar ik zie wel dat wij er gezamenlijk in zitten. Dit is onwijs belangrijk, dat die huisvesting goed geregeld wordt. Wat ons betreft is het belangrijk, de toezegging van de wethouder, om een informerende bijeenkomst te organiseren. Laten we die afwachten. En afwachten houdt voor mij in: die moet snel gehouden worden, die snelheid moet er nu in gehouden worden, daar staan wij helemaal achter. Wellicht wordt het ons allemaal duidelijk en komen we op diezelfde lijn. De heer Alsemgeest: Niet iets vragen, eigenlijk meer een opmerking naar meneer Van As. Ik heb toch een beetje het idee, dat we dan weer in de vertraging lopen als we nu weer opnieuw moeten gaan nadenken over iets wat we al lang hebben bedacht en waar we het
11/34
met zijn allen over eens waren dat we het zo gingen doen. Als we dan het toetsingskader gebruiken, moeten we niet naar onszelf toerekenen of naar een ander. We moeten gewoon sec kijken: klopt het of klopt het niet? Dan klopt het en dan moeten we niet opnieuw in de vertraging gaan. Dank u wel. De heer Van As: Ook hier hoor ik weer geen vraag. U kunt het horen in mijn bijdrage: wij beoordelen dat toch wat anders. Ik hoor bij de fracties onderling dat we daarin verschillen. Ik denk dat we dat wel kunnen constateren met elkaar. Wat betreft de situatie hier, dit geval Kafra: ik kan mij niet voorstellen, dat er geen enkele alternatieve locatie gevonden zou kunnen worden en of dat voldoet aan alle voorwaarden, ja, daarover zullen wij geïnformeerd worden, heel snel, ga ik van uit. Kafra heeft laten zien een heel mooi project te kunnen ontwikkelen, daarover absoluut geen onvertogen woord. Er is een situatie aan het ontstaan, waarbij wij een andere visie hebben, waarbij partijen blijkens de reacties die er zijn, vandaag nog een aantal achter elkaar, waarbij partijen tegenover elkaar zijn komen te staan, dan aan het college de schone taak om hierin de regie te pakken en ook te houden. Wij zien uit naar een spoedige organisatie van een informerende bijeenkomst. Dank u wel.
De heer Van Harn, CDA: In grote lijnen kan ik me aansluiten bij de heer Van As, die zegt: we moeten de snelheid erin houden, we moeten zorgvuldig zijn en de regie moet gepakt worden. Dat zijn 3 kernwoorden, die ik de wethouder mee zou willen geven. Dan de vertrouwelijke avond, waarover de wethouder spreekt: prima, maar dan wel graag op korte termijn, dat we niet weer 6 maanden moeten wachten, maar we echt het tempo, de snelheid, erin houden. Ik heb nog 1 korte vraag aan de wethouder. Ik weet, u mag geen alternatieven noemen, maar kunt u aangeven: bent u ook met alternatieven bezig voor Kafra Housing? Daar ben ik eigenlijk wel nieuwsgierig naar. Dat is mijn bijdrage, dank u wel. De heer Alsemgeest, WIJ: Eigenlijk had ik niet zo heel veel toe te voegen aan het verhaal van de heer Blonk. Een prachtig betoog, wederom. Als we nou eens sec kijken naar het toetsingskader. Dat toetsingskader is helder, maar waarom komen we er dan niet uit? Een hele botte vraag: is de wil er misschien eigenlijk niet? Dan denk ik: waarom niet? We hebben ook een verantwoording naar die mensen toe om ervoor te zorgen dat ze een goede huisvesting hebben. Dat kunnen wij hen bieden, dat kunnen we goed en dat kunnen we netjes en dat kunnen we veilig en dat kunnen we op een goede plek, want er is helemaal niks mis mee.
Naar de wethouder zou ik ook willen zeggen, ook wat de heer Van Harn zei: als we er nu nog weer eens over moeten gaan nadenken, de vertragingstactiek, dan zou ik aan de wethouder willen vragen om dat graag volgende week even te plannen, dan kunnen we er kort op zitten en dan kunnen we in de volgende commissievergadering ja zeggen. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Ik denk dat ik nog één invalshoek ga inbrengen, die ik in de eerste termijn niet genoemd heb. Als wij vanuit dit toetsingskader nu nee gaan zeggen tegen een locatie als deze, waarbij het alle kanten op kan of je er ja of nee tegen zegt, dan vrees ik eigenlijk voor de alternatieven. We hebben hier te maken met een omgeving, die niet graag deze ontwikkeling ziet komen. Ik denk dat bij alternatieve locaties dat misschien wel niet anders is, dat er ook een omgeving is, die misschien die huisvesting helemaal niet ziet zitten en die wellicht in de afwijzing van deze locatie grond ziet om ook te denken: wacht eens even, het is hier ook gelukt om het aan te vechten, er een bespreekpunt van te maken in de commissie ruimte, kom jongens, we gaan er tegenaan en we gaan ervoor zorgen, dat het niet door gaat. Dat is volgens mij niet waarvoor we een toetsingskader in het leven geroepen hebben. Ik denk dat we een probleempje hebben met ons toetsingskader als we hier wellicht nee tegen zeggen als het gaat om andere locaties.
Dat wilde ik nog even mee geven in de tweede termijn. De heer Van As: De heer Hofman gaf in zijn eerste termijn aan, dat hij vond dat het toetsingskader niet eenduidig was, volgens mij zei hij dat letterlijk. Nu hoor ik in de bijdrage van de heer Hofman, dat hij aangeeft: ja, als we het zo beoordelen, dan is dit een basis voor volgende beoordelingen. Ik ben benieuwd hoe de heer Hofman nu dan tegen het toetsingskader aankijkt. Is het nu duidelijk voldoende om een afweging te maken? Of is dat iets waar we toch nog een keer stil bij zouden moeten staan? De heer Hofman: Duidelijk dat laatste. Wat ik in de eerste termijn aangaf: als we bij de eerste de beste keer dat het ter sprake komt we erover gaan bakkeleien, dan biedt dat ook aangrijpingspunten. Dat is de reden waarom ik me in de tweede termijn hierop focuste. Dit gaat voor andere partijen bij een alternatieve locatie ook reden zijn om het toetsingskader ter discussie te stellen. Volgens mij zijn de bijdragen in die zin in lijn met elkaar en mag er best wel wat scherpte aan het toetsingskader worden toegevoegd. De heer Van der Stad, D66: Ik denk dat wij in de eerste termijn voldoende helder uiteen hebben gezet hoe wij erover denken en welk advies wij willen mee geven aan het college. Daar wil ik aan toevoegen dat het toetsingskader ons inziens voldoende duidelijkheid schept. Daar wil ik het bij laten.
Mevrouw Gabin, GL: De heer Blonk had het in zijn eerste bijdrage over fatsoenlijke huisvesting. Daar zijn we het allemaal over eens. Het verzoek is gemotiveerd afgewezen door het college, dus blijkbaar is niet aan alle uitgangspunten voldaan. Op bepaalde punten schort het dus aan fatsoenlijkheid. Toch heb ik nog een vraagje aan de wethouder en dat is wat de provincie van dit plan vindt. De heer Blonk: Mevrouw
12/34
Gabin stelt dat het blijkbaar is afgewezen bij Kafra, omdat de huisvesting niet fatsoenlijk zou zijn. Nee, dat is het niet. Ik heb aangegeven waarop het college het afgewezen heeft en dat is niet dat die woningen niet fatsoenlijk zouden zijn. Het zijn prachtige woningen, die in de planning staan, dus die opmerking van u is niet gepast. Mevrouw Verhoef, PvdA: De behoefte aan woningen voor arbeidsmigranten is groot, de situatie is urgent, dus er moet snel een oplossing komen voor het tekort aan woningen voor arbeidsmigranten. Kafra is in dat gat gesprongen en doet zijn uiterste best om te bouwen voor arbeidsmigranten. Wat mij betreft past dit initiatief bij het toetsingskader, alleen denkt het college daar anders over op de twee genoemde punten en de heer Blonk heeft dat toegelicht. Ik zit in die zin wel op de lijn van de heer Blonk. Met dat toetsingskader is volgens mij niets mis, maar er is tegenstrijdigheid over, of het wel of niet past. Daar kunnen we heel lang over twisten, maar het komt nu wel heel duidelijk boven tafel, dat er weinig steun is vanuit de omliggende industrie en het kennisinstituut de WUR. Ik wil de bedrijfsbelangen van bijvoorbeeld Woodimex, zoals die geschetst zijn, niet in twijfel trekken. Als dat belemmerend zou kunnen zijn, kan dat zijn en dat is een belangrijk argument.
Mijn fractie wil een duurzame oplossing, die niet tot blijvend gedoe leidt in de omgeving en het college lijkt daar ook naar op zoek. Maar nogmaals, deze plek moet niet worden afgewezen voordat klip en klaar helder is, dat het echt niet kan of niet haalbaar is. Het college lijkt voortvarend op zoek naar een alternatieve plek voor Kafra, althans, zo heb ik het begrepen, maar dat hoor ik dan graag nog een keer van de wethouder. Er zijn ook andere initiatiefnemers blijkbaar. Dat is goed, dus ik blijf positief. Ik word graag vertrouwelijk, als dat nodig is, geïnformeerd over al die initiatieven. Dat had wat mij betreft veel eerder gekund, want dan hadden we nu misschien breder gekeken als commissie ruimte naar dit vraagstuk in bredere zin. Graag snel een oplossing zonder losse eindjes, maar wel een eerlijke kans voor iedereen, niet alleen voor Kafra, de arbeidsmigranten, maar ook voor de bedrijven met hun belangen. Ik zou er voor zijn om na die informatieavond in vertrouwelijkheid ook als fracties eerst nog van gedachten daarover te wisselen en dan pas de heroverweging van het college te horen, want ik denk dat het goed is dat de fracties laten weten aan het college hoe ze hier tegenaan kijken. Dank u wel. De voorzitter: Voor mevrouw Arends toch nog een paar vragen.
Ik hoorde o.a.: is er ook voor Kafra Housing ruimte voor een alternatief, wordt daar ook aan gedacht? En ik hoorde ook nog een vraag: hoe denkt de provincie in deze? Misschien kunt u toch nog even wat helderheid geven over wat u bij aanvang gemeld heeft over uw heroverweging, want u gaf aan: eind van de maand. En eind van de maand is snel. Hoe ziet u het proces dan voor u? U heeft een toezegging gedaan over ons informeren al dan wel vertrouwelijk. Misschien kunt u daar nog even op ingaan, op de vragen en over uw toezegging. Wethouder Arends: Is er gesproken met Kafra over andere plekken? Ja, dat is inderdaad gebeurd. En Kafra blijft echt wel bij hun voorkeur, die geven ze aan, bij de Mathenesser- en Violierenweg en dat is natuurlijk hun goed recht. Het laat onverlet, dat er weldegelijk alternatieven voor handen zijn voor Kafra. Dat aan de ene kant. De andere kant, de vraag van de heer Blonk: is het mogelijk om eerst een vertrouwelijke avond te organiseren waarna de heroverweging plaats vindt? Ik denk in de praktijk dat dat lastig zal zijn. Daarna zal ook het college zelfstandig de heroverweging moeten maken en dat is ook tijd gebonden. Die zal eind deze maand / begin volgende maand plaats vinden. Daarbij komt ook het standpunt van de provincie. Die is opgevraagd.
De locatie is in die zin in strijd met het provinciale beleid, maar ons beleid is daarop bewuster, maar op basis van de locatie in de heroverweging gaan we nog expliciet die vraag die we uitgezet hebben naar de provincie mee nemen in onze heroverweging. Ik denk dat met name deze drie het allerbelangrijkst waren om te beantwoorden. Dank u wel. De heer Blonk: Ik zou er toch bij de wethouder op willen aandringen, dat de heroverweging en het besluit van het college na onze vertrouwelijke informatie komt, want ik zou het heel lastig vinden als u eerst een besluit gaat nemen en dat we dan vertrouwelijk achteraf wat extra locaties mogen zien. Wij willen het toch in zijn geheel bekijken. Ik wil er toch op aandringen om die volgorde om te draaien, dus eerst de vertrouwelijke info en daarna het besluit, hetzelfde als wat mevrouw Verhoef ook aangaf en andere collega’s ook volgens mij. Ik denk niet, dat ik daar helemaal alleen in sta. Dank u wel. Mevrouw Verhoef: Ik wil me aansluiten bij de heer Blonk. En ik heb nog een kleine vraag aan de wethouder. Ze zegt: die heroverweging is tijdsgebonden.
Moet ik daar uit opmaken, dat er voor een bepaalde termijn gereageerd moet worden met een heroverweging? De tweede vraag is: u zegt dat het niet past in provinciaal beleid, maar uit informatie van Kafra heb ik begrepen, dat vanuit het BRO onderzoek, als ik het goed zeg, blijkt dat het wel zou passen in provinciaal beleid. Wat is uw reactie daarop? Wethouder Arends: Ten aanzien van de eerste vraag: het betreft inderdaad een heroverweging, die is tijdgebonden. Dat heeft te maken met de aanvraag van de omgevingsvergunning, die door Kafra is ingediend. Dus daarin hebben we met wettelijke termijnen te maken en het college moet binnen die termijn de heroverweging laten plaatsvinden om een oordeel te kunnen geven over de heroverweging. Dat neemt niet weg, dat ik natuurlijk al uw meningen en suggesties heb gehoord en die nemen wij ook mee. Ten aanzien van die vertrouwelijke avond: dat gaat ook echt om mee te nemen in alle kleine initiatieven, de grote
13/34
initiatieven en welke locaties dat betreft. De afweging wordt inderdaad door het college gedaan op het beleid, dat u heeft vast gesteld en het toetsingskader natuurlijk. De vraag over de provincie: het beleid van de provincie richt zich vooral op de huisvesting van de arbeidsmigranten echt in de kernen, dus minder soepel zoals wij dat juist met u hebben vastgesteld aan de randen, daarmee wel dicht bij de kern maar niet in de kern, want daar heeft u juist een besluit over genomen, omdat we ook de concurrentie van de huidige woningen ook vrij willen houden voor andere mensen, die een woning nodig hebben. Dat even voor die duidelijkheid. Dus er zit inderdaad een discrepantie in, in het beleid van de provincie en ons beleid, daarin gaat ook het advies van het rijksvastgoed een mooie bijdrage aan geven, wat daarin van belang is, ook wel binnen of buiten bestaand gebied. Dat waren even mijn reacties op de vragen. De heer Blonk: Ik heb een vraag voor de wethouder. Is in juridische zin een verdaging van uw besluit mogelijk? Zo nee, dan zou ik dat graag schriftelijk gedocumenteerd zien. En zo ja, tot wanneer zou de verdaging mogelijk zijn? Wethouder Arends: Dat is echt een technische vraag en die wil ik graag schriftelijk beantwoorden, dus die komt naar u als commissie toe. De heer Duk: Ik kan het via mevrouw Gabin spelen of ik kan het zelf vragen, dus als ik uw toestemming heb.
De voorzitter: Eigenlijk niet. U kunt het op een andere manier doen. Ik zou dit item willen beëindigen, we hebben een toezegging gekregen. Er is het nodige gesproken over de arbeidsmigranten, over de huisvesting. Ik kan alleen maar constateren naast de toezegging dat het e.e.a. een vervolg krijgt en dat zal niet op heel lange termijn gaan plaatsvinden. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Vaststellen ontwerp-Omgevingsvisie 1.0 De voorzitter: We hebben de omgevingsvisie voor liggen, dat is een item dat al een paar jaar speelt, maar er ligt nu een voorstel voor de raad. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik ga proberen het kort te houden, want u zegt terecht dat er al het nodige voorwerk is gedaan door de ambtenaren en het college, maar ook door raadsleden middels de klankbordgroep. Het is raar om mezelf een compliment te geven, maar een compliment aan ons allen. In juni 2020 is de nota van uitgangspunten en de ontwikkelstrategie vast gesteld door de raad en daarmee zijn we nu gekomen tot de voorliggende omgevingsvisie 1.0. Hamvraag daarbij is: herkennen wij datgene wat wij in de uitgangspunten hebben verwoord terug in het gebeuren? In principe zeggen wij: ja. Zeker als het gaat om de samenvatting van de kernkwaliteiten en de opgaven op blz.24 resp.34.
Waar L3B nog wel mee worstelt, maar dat kan misschien in versie 2.0 tot zijn recht komen, is de vraag of nu de voorgestelde opgave en koers voldoende anticiperen op de groei na 75.000 inwoners. Misschien een beetje vanuit samenleving zie ik dat uit het feit, dat er geen rekening wordt gehouden met een vierde sportpark, maar daar ligt al een motie over. Ik wil het in deze context graag nog even noemen. Graag een reactie van de wethouder hoe zij nu kijkt naar de vraag of dit nu in voldoende mate, niet alleen het sportpark maar ook op andere onderdelen, zeker als het gaat om de leefmilieu-effect rapportage, want die kwam voor mij als een verrassing, ik weet dus niet in hoeverre, maar ik laat dat graag aan andere partijen over, die daar hun corebusiness van maken, of dit nu in voldoende mate in de omgevingsvisie terug komt, maar dat hoor ik dan straks wel. Wat ons verder opviel was de Horti Science. Dat begrip en het hele gebeuren er omheen kwam in de uitgangspuntennotitie helemaal niet voor. Dat is nu na een jaar, want sinds juni 2020 heeft dat een prominentere positie gekregen. L3B heeft bij de discussie over de kadernota er het nodige over gezegd. Wij zien wel ons strategisch belang, er komt ook een beeldvorming, begreep ik.
Dus we vinden het logisch, dat het in de omgevingsvisie staat, maar we willen nog niet meteen zeggen dat wij instemmen met de gevraagde incidentele ruimte van € 1,3mln. De discussie komt terug bij de begroting. Verder stel ik vast, en ik ben erg benieuwd naar de reactie van onze collega’s: in de uitgangspuntennotitie stonden 8 opgaven verwikkeld, de ontwikkelstrategie. Er is nu een aantal bij elkaar gebracht, zowel op het gebied van samenleving, maar ook op het gebied van de energietransitie en de klimaatadaptatie. Eigenlijk zou ik weleens de temperatuur van het badwater willen meten binnen de raad of we het nou logisch vinden om het onder één paraplu te brengen, te weten duurzaamheid. In mijn beleving, maar dat is mijn persoonlijke mening, een beetje achterhaalde term al. Wij zijn eigenlijk van mening, dat de complexiteit van deze genoemde beleidsvelden eigenlijk toch een afzonderlijke positionering vragen. Ik ben nieuwsgierig of mijn collega’s dat delen. Dan Driehoek Noordpolder. Daar hebben we ook een inspreker over gehad, dat was duidelijk. Wij constateren ook een tegenstrijdigheid, de heer Van der Lubbe had wat meer onderbouwing moet ik toegeven, maar ik heb even volstaan met schema op pagina 63; daar staat het gebied beschreven als een woningbouwlocatie.
Op pagina 73 wordt er geschreven dat er aan gedacht wordt, dus dat is een beetje inconsequent in dat opzicht of onduidelijk. Maar mede gelet op de voorgeschiedenis en de maatschappelijke onrust en de toekomstige besluitvorming in de gemeenteraad, die nog moet koemn, overwegen wij een amendement om in ieder geval het kaartje aan te passen. Dan zal ik daarna ook nog kijken of de woorden van de heer Van der Lubbe mij aanleiding geven om het amendement nog te verrijken. Dat als aankondiging, dat het wat ons betreft geen hamerstuk wordt. Dan nog een paar kleine
14/34
vraagjes, dan rond ik af. Graag van de wethouder zou ik willen vernemen of zij kijkt hoe nou de verhouding ligt met de omgevingsvisies van Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer, want er viel mij één ding op, dat er bijvoorbeeld over het middengebied, waar we wel over spreken, dat Zoetermeer daar geen woord over rept. Die visies moeten toch op één of andere manier op elkaar aansluiten? Dan op blz.21 hadden we een klein momentje, dat de wenkbrauwen aan het fronsen waren, want daar staat stellig in, dat er weinig eenzaamheid is in Lansingerland. Ik maak er geen halszaak van, maar ik vind hem nogal over de top, want de laatst gepubliceerde cijfers van het CBS geeft aan, dat 34% van de Nederlandse bevolking eenzaam is en het lijkt me sterk dat het bij ons veel minder zou zijn om die uitspraak te doen. Ik wil alleen zeggen, dat ik het onderschat vond. Als laatste de communicatie. Daarvan wordt gezegd dat wij dat via de reguliere communicatiekanalen uitrollen. Mijn oprechte vraag is: is dat nou voldoende? Krijgt vooral de jeugd nog extra aandacht? We praten over 2040/2050 en juist deze generatie, die nu de jeugd is, die wordt straks dan toch het meest geconfronteerd met hetgeen wij nu in de visie zetten. Dus mijn vraag is: gaat het college nog, los van de communicatiekanalen, extra aandacht aan de jeugd besteden? Dank u wel.
De heer Van As, VVD: Allereerst complimenten aan het team, in het bijzonder de ambtenaren en het college. Het is een mooi en helder document, natuurlijk veel, heel veel pagina’s, maar het is ook niet zomaar wat, de omgevingsvisie. Een reactie op dit stuk vraagt in beginsel om ook een opsomming van de goede punten; dat zijn er veel, echt heel veel. Het is een gezamenlijk traject, een goed traject geweest, dat geleid heeft tot dit ontwerp. Het zijn er wel te veel om allemaal te noemen, dat ga ik ook niet doen en zeker niet in deze 3 minuten. Ik noem er een paar: goede en herkenbare punten, de opgave rond mobiliteit, heel herkenbaar, zoals we eerder besproken hebben, ik kom daar zo nog even op terug met een kleine vraag en een kanttekening. Economie komt terug, digitalisering noem ik, de transitie naar kenniseconomie, volgens mij allemaal kansen voor onze regio, voor bedrijven, de vestiging daarvan, voor werkgelegenheid heel mooi. Horti Science, ik noemde hem al bij een eerder agendapunt, ik denk een visitekaartje voor ons, heeft ook een goede plek gekregen. Ook de samenwerking met de omliggende overheden, in eerdere bespreking genoemd als aandachtspunt, let erop, dat zien we terug, heeft ook de aandacht, dat is eigenlijk heel erg mooi.
Ik kan me wel vinden in de bijdrage van de heer Hoppenbrouwer rond het middengebied, ik ben benieuwd naar de beantwoording op dat punt, want het is voor ons ook heel erg belangrijk, dat het er goed in zit, maar dat het ook in de plannen van de andere partijen terug komt, dat het op elkaar aansluit. Een paar opmerkingen en een punt. In het stuk komt de prioritering van de vervoersmodaliteiten terug, dat komt weer terug in een conceptversie zoals in de nota van uitgangspunten, terwijl we in de definitief vast gestelde nota na bespreking met elkaar het iets minder scherp gesteld hebben op terug dringen autogebruik. In de nota van uitgangspunten, die we hebben vastgesteld, staat letterlijk: stimuleren van alternatieven voor autogebruik, zoals fiets en OV-gebruik. Nu zie ik in de omgevingsvisie staan op blz.98: gemotoriseerd verkeer terug dringen. Ik zie dat niet helemaal in lijn en vraag me af: wat is er gebeurd en veranderd rond het stimuleren i.p.v. terugdringen? Wat ons betreft mag deze omgevingsvisie niet leiden tot het bemoeilijken van de mogelijkheid tot het hebben en gebruiken van een auto. We wonen nu eenmaal in landelijk gebied tussen steden in, dan is een auto ook vaak nodig om bijvoorbeeld naar je werk te gaan. Veel van onze inwoners werken buiten de gemeente.
Ook voor de bedrijven in onze gemeente is die bereikbaarheid heel belangrijk, vaak één van de redenen dat ze hier gevestigd zijn. Voordat jullie denken, en ik zie sommige gezichten: daar heb je de VVD weer met die Van As. Wij zien de ontwikkeling dat we slimmer en duurzamer gaan reizen, daar staan wij ook achter. Dat willen we ook bereiken en mogelijk maken. De weg er naartoe is wat ons betreft niet die van dwingen als overheid, maar zorg nou voor die alternatieven, ga daar goed voor zorgen. Als die er zijn en goed blijken te werken, dan komt het bereiken van slimmer en schoner vervoer er vanzelf. Stimuleer mensen, dat werkt beter dan dwang, daar ben ik van overtuigd. Nog ingaande op de vraag van mijn collega van L3B vanuit de ontwikkelopgaven en de onderwerpen die zijn ondergebracht onder de paraplu van duurzaamheid. Ik had hem zo niet bekeken en ik zie ook eigenlijk geen bezwaar op dit moment om dat onder één paraplu te doen. Dat in reactie. Een ander punt, dat de heer Hoppenbrouwer aangaf: reguliere communicatiekanalen, is dat voldoende? Dat is een vraag die ik mezelf ook wel stelde toen ik het las, ook een heel goede vraag, ook gezien de belangen en allesomvattendheid van dit stuk, dus ik ben heel er benieuwd naar de reactie van de wethouder in deze. Dit was mijn bijdrage in de eerste termijn.
De heer Van der Stelt, CDA: Ook van onze kant heel veel complimenten voor het stuk en het proces dat eraan vooraf is gegaan, wat in het begin gememoreerd werd. Een heel goed en passend stuk. Passend in de zin bij hoe wij kijken naar ontwikkelingen van Lansingerland ook met behoud van het groen of versterking van het groen en de dorpse kernen. Wat dat betreft kunnen wij hier ook prima mee uit de voeten. Ik kan ook verder aansluiten bij de opmerkingen van vorige sprekers. Wat betreft de paragraaf wonen, de heer Hoppenbrouwer refereerde daar ook al even aan: ik vind de opmerking over de Driehoek Noordpolder, ook in aansluiting op inspreker, prematuur, dus die zouden wij er graag uit willen hebben. Ik wil graag met L3B kijken of we daar een amendement voor kunnen indienen. Een ander punt t.a.v. wonen: er wordt gesteld, dat het de verwachting is dat er tot 2040 behoefte is aan meer dan 8.000
15/34
nieuwe woningen. Dat is om en nabij het aantal dat ook stond in de opgave, het aanbod dat vanuit het college richting provincie is gestuurd. We weten allemaal dat we daar ook nog de nodige kanttekeningen hebben gemaakt, niet alleen voor wat betreft het onderscheid tussen studielocaties en al aangewezen locaties, maar met dit aantal nemen we echt een voorschot op een discussie en besluitvorming, die we nog moeten nemen, ik denk in de nieuwe raad, te weten het al dan niet ontwikkelen van Bleizo west als aanzienlijke woningbouwlocatie. Dus ik vind dat prematuur en wij zullen op dat punt een amendement indienen. Daar wil ik het bij laten. De heer Jumelet, WIJ: Als ik het stuk lees mogen we dankbaar zijn, dat we in Lansingerland wonen, want het spat er natuurlijk eigenlijk van af, dat het een heel mooie gemeente is waar we met elkaar mogen verblijven, wonen, recreëren en werken. In die zin mogen we daar wel dankbaar voor zijn, dat is één. Twee, meerdere fracties hebben het al aangegeven: het proces om te komen tot het stuk dat nu voor ligt. Het was een proces van 2 of 3 jaar zelfs. Complimenten voor de wijze waarop dat gedaan is. Complimenten voor de wethouder, maar ook complimenten met name richting de ambtelijke ondersteuning.
Ik denk, zeker als ik kijk naar de inhoud, en natuurlijk, er is een aantal punten waarvan wij zeggen: had het niet anders gekund of anders geformuleerd, maar grosso modo is dit toch wel heel herkenbaar in hetgeen we met elkaar hebben doorgemaakt, doorleefd hebben, maar ook op basis van de uitgangspunten. Ik ben het met de heer Van As eens, rondom het verkeer, dat daar wellicht iets doorgeschoten wordt, dat zou enige correctie mogen. Als het gaat om hoe nu verder, het is al gezegd over de communicatiekanalen, het is een omvangrijk verhaal, een verhaal dat heel veel in zich heeft en de vraag is of de gebruikelijke communicatiekanalen zich daarvoor lenen en ook de periode die daarvoor bedacht is van 6 weken. Uiteindelijk moet het ook iets zijn, waarin onze inwoners zich kunnen herkennen, in hetgeen erin staat. Het is niet een stuk van de raad, het is een stuk van ons als gemeente als geheel. Het rapport dat erbij zit rond het leefmilieu effectrapportage hebben wij als zodanig geïnterpreteerd als zijnde omgevingsplan, dat er gaat komen, om hetgeen minder scoort goed te corrigeren naar de toekomst toe en daarmee ook antwoord te geven op gesignaleerde zaken, die in dat rapport staan. Maar we maken ons niet veel zorgen, we zien dat als een uitdaging om dat heel goed te laten landen straks in het omgevingsplan. Er is ook iets gezegd over het aantal woningen.
Volgende maan, begreep ik, zullen we daar over praten. Ja, dat wordt een grote uitdaging, de woningbouw, en we hopen zeker dat we daar de kansen kunnen gaan benutten om in ieder geval de problemen die we zien in onze samenleving rondom woningbouw en het verkrijgen van een woning met elkaar gaan oplossen. Daar kan de omgevingsvisie ons goed bij helpen. Tot slot een punt, dat ik al eerder in het proces heb aangegeven, wellicht voor de toekomst: we redeneren heel erg vanuit het heden naar de komende jaren toe. Eigenlijk hadden wij graag wat meer visionair willen zijn in het verhaal als gemeente, waarbij we veel meer een beeld moeten neerzetten: waar wil ik zijn over 40 jaar? Vanuit dat punt kun je dan terug redeneren naar het heden, maar het lijkt alsof we vanuit het heden, vanuit de gegevenheid zoals het nu is, gaan kijken: hoe kunnen we nou stappen maken om wellicht een aantal problematieken op te lossen. Maar het had mooi geweest om in de omgevingsvisie veel meer visionair te zijn dan we nu zijn. Wellicht is dat voor de versie 2.0 of 3.0 of misschien wel 4.0 een uitdaging. Ik dank u wel. De heer Hofman, CU: De omgevingsvisie. Wat ons betreft, ook door andere partijen al gememoreerd, een goed stuk. Het is goed leesbaar. We gaan straks deze 1.0 versie vast stellen en dan willen we bij onze burgers gaan ophalen wat zij ervan vinden.
Om die reden zouden wij eigenlijk graag willen beginnen met een procesvoorstel. Wat ons betreft is het goed om deze versie straks te gaan vast stellen en eventueel commentaar te verwerken in versie 2.0. Laten we dan eerst input bij onze burgers ophalen en als het commentaar dat we nu geven bij versie 2.0 nog niet verwerkt is, dan is het een goed moment om te amenderen. Zo voorkomen we een grote hoeveelheid amendementen op dit stuk, dat waarschijnlijk de meesten van ons in de basis een goed stuk vinden. Dat zeg ik even zonder een waardeoordeel uit te spreken over de reeds aangekondigde amendementen overigens. Ik zei al: een goed stuk. Met name hoofdstuk 3 van de visie, die past erg goed bij ons als CU. De quote dat de openbare ruimte een groot sportpark is, kan zo in ons verkiezingsprogramma, dan hebben we die alvast geclaimd. Een samenleving die gezond is en sterk, daar staan wij sterk voor. Zoals gezegd: wij hebben wel een aantal aandachtspunten. We gaan die niet vatten in amendementen, we gaan graag zien wat daarmee gebeurt richting versie 2.0 en dan gaan we onze mind nog opmaken of we het eventueel willen amenderen. Bijvoorbeeld Horti Science. Daar staat over, dat daar waar kassen worden afgedankt, dat er wordt voorgesorteerd op woningbouw.
Wij vroegen ons af: is er dan nog wel ruimte voor laagwaardige tuinbouw? Of willen we enkel nog inzetten op die hoogwaardige tuinbouw? We missen wat visie rondom de ontwikkeling van de N209 en N471. We lazen op blz.74 bijvoorbeeld dat de kern Bleiswijk een actieve kerkgemeenschap heeft. We hebben ook kerkgenootschappen in de andere kernen en mensen uit onze fractie, die uit die andere kerkgemeenschappen komen, voelden zich een beetje achtergesteld bij het enkel vermelden van deze quote bij de kern Bleiswijk. Op blz.76 gaat het over de milieukwaliteit van buurtschap en linten. Wat ons betreft mag dat worden geknipt. De milieukwaliteit wordt hier als laag beoordeeld. Als we dit als visie zo neerzetten, dan brengt het ook risico met zich mee voor de
16/34
buurtschappen in plaats van kansen voor de linten. Op blz.83 wordt het Rottegebied aangehaald. Het Rottegebied wordt daar neergezet als een gebied waar intensieve recreatie mogelijk is. Wat ons betreft mag dat ook onder extensieve recreatie, want er zijn ook voldoende kansen daar voor de natuur. De leefmilieu effectrapportage, die bijgevoegd is, biedt erg veel slimme oplossingen richting versie 2.0, waar het college wat ons betreft nog sterk mee aan de gang mag. Met name op het gebied van geluid liggen er echt grote uitdagingen. Wij zien heel graag wat het college en de ambtenaren daarvan maken in de 2.0 versie. Dat was het even wat ons betreft in de eerste termijn. De heer Muis, D66: Ik ga even heel snel voorbij aan alle complimenten. Ik kan alleen maar beamen, dat hele proces, hoe dat is gelopen, maar ik wil het allemaal niet herhalen. Ik wil eigenlijk graag gelijk inzoomen op een aantal zaken, die ons zijn opgevallen. Zoals ook door de heer Van der Lubbe bij de inspraak is aangegeven, ligt het niet voor de hand dat de raad alleen betrokken wil zijn op hoofdlijnen bij het uitvoeringsprogramma van de omgevingsvisie. Het voorbeeld van de Driehoek toont aan, dat richtinggevende uitspraken door de raad niet automatisch landen in de uitwerking, wat we telkens weer proberen recht te zetten.
Bovendien is het een dynamisch document, daarom kun je ook niet op voorhand zeggen waar je wel of niet participatie wil en ik welke mate. Dat betekent eigenlijk dat de raad, als die zijn volksvertegenwoordigende rol ook in de toekomst wil blijven uitoefenen, dat goed in gedachten moet hebben als we later in het jaar, in november, het gaan hebben over delegeren van zaken m.b.t. het omgevingsplan aan het college. Maar goed, dit is alvast een soort winstwaarschuwing. Ik hoop dat we daar met elkaar iets van kunnen gaan vinden als raad en als commissie. De omgevingsvisie moet natuurlijk de huidige structuurvisie vervangen. Het heeft een hoog abstractieniveau aan de ene kant en volgens mij zijn we het allemaal eens over de hoofdlijnen, de kwaliteiten en de opgaven. Maar, zoals je ook ziet, bijvoorbeeld aan de hand van de Driehoek Noordpolder of andere kleinere tussenzinnetjes in zo’n enorme stapel tekst. Voor die ook relatief kleine ontwikkelingen kunnen het best harde consequenties hebben, wat wij nu opstellen en ook vast stellen. Het gaat dus meer om een globale richting, wat we hier aan het doen zijn. De heer Hofman zei het al: er komt nog een versie 2.0. We gaan het pas vast stellen in februari 2022, dus we hebben nog alle tijd om ideeën, die wij hier zelf hebben, en de inspraakreacties te amenderen of moties over in te dienen.
The devil is in the details en daarom wil ik toch vast wat concrete puntjes mee geven, ook voor de andere fracties om er eens over na te denken. Of we daar wellicht nu of voor de versie 2.0 samen moties of amendementen over in kunnen dienen. De heer Hoppenbrouwer heeft het ook al gezegd: blz.63, blz.73, de omgevingsvisiekaart en de opmerkingen over Driehoek Noordpolder. Ja, wij willen daarvan maken dat het niet een woningbouwlocatie is, maar een studielocatie. Eventueel bij de aanduiding, omdat het toch dynamisch is, tot nader order on hold, want dat is ook de realiteit, dus waarom niet de realiteit opnemen. Dan wordt er op blz.21 gesproken over de Zoetermeer Rotterdam busbaan. Ik dacht: dan gaan we nu horen, dat er een andere ambitie is, maar die lees ik daar niet. Het is een beetje typisch om in zo’n visie voor de lange termijn niet op te nemen, dat je die zou willen vertrammen in de toekomst. Dan wordt ook het e.e.a. gezegd over woningbouw, dat we nu vooral 80% eengezinswoningen hebben. Tegelijkertijd wordt er gezegd, dat er steeds kleinere huishoudens komen. Ook daar zou je verwachten, dat er dan inderdaad een iets meer visionaire uitspraak volgt van: misschien moeten we dan, willen we die eenpersoonshuishoudens ruimte bieden, kleiner gaan bouwen. Je kan wel allemaal eengezinswoningen bouwen, maar dat is natuurlijk helemaal niet te betalen.
Wat hebben we nog meer? Openbaar groen. De voorzitter: Wilt u het tempo erin zetten? U bent over de 3 minuten heen. De heer Muis: Ik ga snel door, het is niet heel veel meer. De N209 werd ook door andere collega’s genoemd. Die wordt genoemd op blz.74, maar de status van de geluidsoverlast komt daar verder niet in terug. Ook historische linten is genoemd, op blz.76 wordt gesteld dat nieuwe initiatieven zich zullen blijven aandienen, maar dat het geen probleem is als het past in het karakter van het lint. Dat lijkt me, gezien de discussie die we hier met elkaar hebben gehad, toch wat zwak geformuleerd. Tot slot, als ik mag, geluid. De conclusie in de omgevingsvisie is dat de belasting hoog is en te hoog is. Er wordt gerefereerd aan leefomgeving effectrapportage, die apart is bijgevoegd. In die rapportage staan allerlei adviezen en maatregelen om daar iets aan te doen, maar de omgevingsvisie zelf zegt: ja, dat is zo, punt. Het kan zijn, dat het allemaal in die omgevingsvisie 2.0 wordt recht gebreid, maar ik snap niet waarom wij die leefomgeving impactbeoordeling moeten vast stellen in combinatie met de omgevingsvisie 1.0, terwijl er niets mee wordt gedaan op dit moment. Daar wil ik graag de wethouder over horen, waarom ervoor gekozen is om nu niet over die concrete suggesties en aanbevelingen over te nemen.
Ik had graag nog ingegaan op de collega’s, maar die tijd is mij niet gegund, dus daar kom ik op terug in de tweede termijn. Dank u wel. De heer Duk, GL: Na een grondig proces met de klankbordgroep en contact met (…) ligt er nu een omgevingsvisie 1.0 voor ons. Een positief stuk, waar GL zich in het algemeen in kan vinden. Het is een goede opzet voor de versie 2.0. Juist omdat dit een eerste opzet is, ligt het voor GL voor de hand om de beslissingsbevoegdheden nog bij de raad te houden en pas op een later moment de bevoegdheden aan het college over te dragen mocht daar aanleiding voor zijn. Het moet niet zo zijn, dat het college zonder langs de raad te gaan bebouwing in de Driehoek Noordpolder of een enorm appartementencomplex in het
17/34
historisch lint toestaat. Wat GL betreft blijft de Driehoek Noordpolder groen en het lint historisch. Een ander besluit zonder dit met de raad te bespreken is voor ons onaanvaardbaar. Ook over die rolverdeling kan ik nog weinig vinden in het huidige stuk. Hoe kijkt het college daar naar? GL is van mening, dat de raad het hoogst orgaan is en moet blijven en dus het college dient te controleren en vooraf bij te sturen. Ik deel de verbazing van de heer Hoppenbrouwer over de prominente plaats van Horti Science plots inneemt. Ik sluit me dan ook aan bij zijn woorden daarover. Ondanks dat GL blij is met de eerste versie hebben we wel wat aandachtspunten, die in de komende versies uitgewerkt dienen te worden naar onze mening. De energietransitie gaat de komende jaren een zeer grote impact hebben op onze gemeente. Over 19 jaar wil de glastuinbouw CO2 neutraal opereren, dat heeft enorme gevolgen voor wat er boven de grond en onder de grond aan infrastructuur gaat nodig zijn. Brokaleidingen met CO2 en gasleidingen zullen minder gebruikt worden, er zal nog veel meer elektrische capaciteit nodig zijn, er zullen windmolens geplaatst gaan worden, er zullen nog meer geothermiebronnen komen en het warmtenet gaat worden uitgebreid. Dat zijn enorme zaken, waar de gemeente haar regierol zou moeten pakken om overlast te voorkomen.
Dat vraagt om een proactieve houding, waar nu de houding nog afwachtend lijkt te zijn en zich vooral richt op de nadelen van bijvoorbeeld windenergie. Ik zou graag een uitwerking willen zien van waar, wanneer en onder welke voorwaarden activiteiten mogelijk zijn en dus ook onder welke voorwaarden kassen nog gebouwd mogen worden als ze nog niet CO2 neutraal zijn en wanneer niet. De klassieke milieuthema’s luchtkwaliteit, licht, geur, geluid, trilling en bodem- en waterkwaliteit worden wel genoemd, maar ik ben nog op zoek naar waar we heen willen met deze thema’s. Om het onder duurzaamheid te laten vallen of onder milieu, vind ik minder van belang, we moeten vooral verbeteren. De milieueffectrapportage laat nu zien, dat het huidige stuk verslechtering of stilstand met zich mee draagt. De waterkwaliteit in onze gemeente is op sommige plekken in de gemeente matig tot slecht. Er zijn nog geen smart-doelen opgeschreven om hier verandering in aan te brengen. Ook op het gebied van geluid mis ik deze meetbare doelen, daarom zou ik graag van de wethouder horen, dat deze wel worden opgenomen in de versie 2.0. Als we als doel kunnen hebben de meest sportieve gemeente van Nederland te zijn, dan moeten we er ook voor kunnen zorgen, dat die sporten in de gezondste lucht zonder geluidsoverlast kunnen worden uitgevoerd.
Deelt de wethouder deze behoefte? Ik houd het hierbij om een beetje de tijd van meneer Muis goed te maken. Mevrouw Verhoef, PvdA: Allereerst complimenten aan de wethouder en haar team. Ook wij zijn blij met wat er nu ligt. Een lijvig document en ook het participatietraject was netjes met de dialogen, die zijn gevoerd. Het is een belangrijk document. De omgevingsvisie heeft als doel om Lansingerland te sturen op een aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving. Het is ook het vertrekpunt en een kapstok voor allerlei andere beleidsinstrumenten. Op die manier bepaalt het dus ook de visie op de koers van de gemeente, dus het gaat echt over de toekomst van onze mooie gemeente. Onze fractie heeft dus vooral met die blik op de toekomst naar dit document gekeken, rekening houdend met allerlei ontwikkelingen en al die mooie kansen voor de gemeente Lansingerland. Dan begin ik bij de paragraaf wonen. Terecht stelt die omgevingsvisie 1.0 dat Lansingerland de komende jaren tot 2040 minstens 8.000 huizen moet gaan bouwen. Maar opvallend is, dat er met geen woord gesproken wordt over de gevolgen hiervan. Onze gemeente zal dan groeien naar zeker 90.000 inwoners, maar over de maatschappelijke en infrastructurele consequenties hiervan staat in deze omgevingsvisie 1.0 geen woord. Er wordt ook helemaal niets gezegd over de bouw, de mogelijke bouw, van de vierde kern Bleizo.
Is dat misschien politiek gevoelig? Wij zouden dat er gewoon bij zetten, dat dat een optie is om daar te gaan bouwen? Hoe kijken het college en de andere fracties hiernaar? Wat de PvdA ook mist in de omgevingsvisie is de uitspraak dat we de komende jaren minstens 50% sociaal, betaalbaar en bereikbaar gaan bouwen en dat het bouwen voor onze jongeren een absolute noodzaak is voor de sociale continuïteit in onze gemeente. Dat is een moeilijk woord, maar we bedoelen: hoe zorg je ervoor, dat je een evenwichtige gemeente houdt met bijvoorbeeld jonge mensen, die kinderen krijgen, maar die, ook belangrijk, vrijwilligerswerk doen? Waarom staat het er niet in? Is dat per ongeluk? Anders voegen wij dat graag toe. De glastuinbouw. Op dit moment is nog ongeveer 10% van het glastuinbouwareaal niet bezet. De vraag is: gaan daar nog kassen gebouwd worden? De situatie duurt al zeker 15 jaar. Nu de beschikbaarheid van grond voor woningen en andere typen bedrijvigheid steeds groter wordt, ontstaat de vraag, en wij stellen die vraag dan ook, of er geen aanleiding is om tot bestemmingswijzigingen over te gaan voor grond die nu nog voor de glastuinbouw bestemd staat. Denk maar aan de gronden in de Berkelse Noordpolder, die aan de Edelsteenwijk grenzen.
Zitten de omwonenden daar op de komst van 10 tot 12 meter hoge kassencomplexen te wachten op de plek waar nu nog de koeien grazen? Of ziet men daar toch liever laagbouw? Het zijn allemaal belangrijke vragen en deze visie lijkt er toch wat te weinig aandacht aan te geven. Dan de toekomst van de N209, ook daar wordt eigenlijk weinig over gezegd. Als de A16 komt is het een directe verbinding met de A12 en wij denken dat er een heroverweging zou moeten zijn m.b.t. de status van deze weg. Wat ons betreft wordt het een 50km/u weg, een gebiedsontsluitingsweg voor Bleiswijk en Bergschenhoek en verliest het de provinciale status. Waarom is dat zo interessant? Dan komen er allerlei mooie kansen voor het omliggende gebied en kun je ook Bleiswijk en Bergschenhoek ook veel mooier op elkaar laten aansluiten. Je kan er bouwen, van alles en nog wat doen, we krijgen een
18/34
heel andere situatie. Ook dat zou meegenomen moeten worden, het gaat over een blik op de toekomst. De voorzitter: Wilt u uw betoog beëindigen? U bent over de 3 minuten. Mevrouw Verhoef: Ja, dat zal ik doen. Ik had nog iets over het geluid, waar ook de heer Duk iets over heeft gezegd, maar dat kan ik eventueel tot de tweede termijn bewaren. De oplossingen, die er liggen, om het geluid omlaag te brengen worden niet genoemd en die zijn er volgens mij weldegelijk. De financiën, we willen dat duidelijk wordt uitgelegd dat het best onzeker is wat de inkomsten zullen zijn en de uitgaven onder de nieuwe wet. Ook dat zouden we wat nadrukkelijker willen zien. Daar laat ik het bij voor nu. Dank u wel. De voorzitter: Ik zag mevrouw Van Tatenhove driftig schrijven. Er zijn een heleboel vragen gesteld over een lange termijnvisie, over het middengebied, de N209, wonen, kassen, Noordpolder, moet dat niet anders omschreven worden, kortom: een heleboel items. Misschien heeft u ze allemaal genoteerd. Ik hoop het, maar als het niet zo is horen we dat in de tweede termijn. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Er zijn inderdaad een heleboel onderwerpen genoemd, maar ik begin met het aanvaarden van de complimenten, die u heeft uitgedeeld voor het proces, dat we samen hebben doorlopen. Er luisteren gelukkig ambtenaren mee, dus die hebben ook gehoord, dat zij daarvoor bedankt werden.
Maar ik denk dat een compliment aan de raad ook op zijn plek is, want het is inderdaad een lang proces geweest, maar wel een gezamenlijk proces. En er ligt nu een eerste versie van onze omgevingsvisie. Zoals door meerderen van u al gezegd: er komt ook weer een 2.0 en een 3.0 versie. Ik denk dat het goed is om straks even te bespreken wat we met deze allereerste versie gaan doen. Die ligt nu bij u, dus daar ga ik in principe niet zoveel meer aan wijzigen, maar als u zegt: er moeten in deze versie nog zaken aangepast worden voordat die ter inzage wordt gelegd en voordat mensen een zienswijze kunnen geven, dan denk ik dat het goed is dat u daar inderdaad het instrument van een amendement of een motie voor gebruikt, maar ik denk zelfs een amendement. De suggestie die meneer Hofman het meest concreet noemde, maar die een aantal anderen van u ook in overweging namen, is dat u zegt: in de volgende versie die komt nemen we de opmerkingen die nu zijn gemaakt en die we daadwerkelijk kunnen aanpassen mee in de versie, die in februari weer terug komt naar de raad. Dan loop ik de vragen per fractie langs. Meneer Hoppenbrouwer gaf aan: we worstelen nog een beetje met de vraag of we wel voldoende anticiperen op verdere groei. Ik denk dat dat een opmerking is, die we met ons mee zullen nemen. Je legt elke keer de horizon een stuk verder.
Een opmerking over een vierde sportpark moet wel gedragen zijn door de koers die we uitzetten, dat is nu een onderwerp dat nog in discussie is bij de raad, of we daar inderdaad ruimte voor zouden moeten reserveren, dat was ten tijde van het opstellen van dit document nog niet aan de orde. Gaan we inderdaad verder groeien na die 75.000 inwoners, dan komt dat weer langs en dan zijn we misschien toe aan versie 5.0, dan zit dat er waarschijnlijk ook weer in, maar op dit moment zit dat er inderdaad nog niet in. Horti Science is door u genoemd en ook door een aantal anderen, dat het in de uitgangspunten notitie in 2020 helemaal nog niet werd genoemd. Ook dat is een punt dat laat zien, dat het goed is dat het een levend document is en dat we na de eerste versie weer een volgende versie krijgen op het moment dat de gedachtenvorming over specifieke onderwerpen in de gemeente meer kleur krijgen. Onze glastuinbouw en onze identiteit als glastuinbouwgemeente is daar inderdaad wel een mooi voorbeeld van.
Dat hebben we nu gevat in Horti Science en mede dankzij alle besprekingen, die we u heeft gehad over het toekomstperspectief staat het nu ook veel prominenter op de agenda en kenmerken we Lansingerland als de Horti Science gemeente, dus ik denk wel dat het goed is dat het nu in deze versie wel echt met die naam en die termen hier genoemd wordt, ondanks dat het in de uitgangspuntennotitie die naam nog niet had. Dat u zegt: daar kunnen we nog niets aan ontlenen, wat we doen met het al dan niet beschikbaar stellen van financiën, dat vind ik een heel andere discussie, die hoort bij de begroting. U vroeg uw collega’s of ze het oké vinden, dat verschillende opgaven samen gebundeld worden in duurzaamheid, die laat ik bij de collega’s. De Driehoek Noordpolder, door meerderen genoemd, door u en door het CDA aangekondigd dat u daar zou willen amenderen, dat die tekst consequent in de nota en in de tekeningetjes moet worden aangepast, zoals u hem net voor de vakantie heeft gedefinieerd als een onderzoek- of een studielocatie, dat amendement zien we tegemoet. Als dat is voordat het ter zienswijze wordt gelegd, dan passen we dat nog aan. Met Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer hebben we vanzelfsprekend contact. We hebben kennis genomen van hun visies en zij zijn ook uitgenodigd voor gesprekken over onze visie.
Die proberen we zo maximaal mogelijk op elkaar aan te laten sluiten, waar dat goed is, maar ook bij hen zal het een levend document zijn, dus als iets nu nog niet genoemd wordt, wil dat niet zeggen dat het helemaal niet meer bij hen op het vizier staat of dat we daar niet over discussiëren, maar we lopen natuurlijk wel onze eigen processen. U had een opmerking over eenzaamheid. Ik ben het met u eens, dat elk mens dat zich eenzaam voelt er eentje teveel is en daar moeten we vooral aandacht voor hebben, zowel uit de samenleving als vanuit de overheid, wat we kunnen doen om eenzaamheid te voorkomen. Relatief gezien valt het in onze gemeente mee en daarmee heb ik niets gezegd over de absolute aantallen, want zoals ik zei: elke eenzame is er één teveel. We kunnen daar naar kijken in de versie 2.0. Als u zegt: dat is voor
19/34
mij te laat, het moet nu al aangepast worden, dan zou u dat ook mee moeten nemen in een amendement. Dan gaf u aan, en dat is ook door meerderen genoemd, dat u aandacht wil voor de communicatie. Bij communicatie gaan we inderdaad wat creatiever nadenken op welke manieren we dat doen. We zullen dat in elk geval via de krant doen en via social media, maar we denken er ook over na om de jeugd er weer specifiek bij te betrekken, al dan niet via de scholen. En we gaan ook aan de slag met ideeën over webinar, inloopavond, interview, panelvorm. Ik denk dat we dankzij corona, maar dat klinkt een beetje gek, ook wel andere mogelijkheden hebben ontdekt. Ik heb o.a. zelf een aantal keer aan een webinar deel genomen. Als je dat op een mooie manier doet, dan is dat veel makkelijker dan met zijn allen in een zaal gaan zitten en een avond organiseren. Ik denk dat we daar de vruchten van een vervelende periode ook moeten kunnen plukken en dan is dit een mooi onderwerp om daarmee aan de slag te gaan en zeker ook met jongeren, want we zijn inderdaad bezig met een document dat ook een blik geeft op de toekomst. De VVD vroeg aandacht voor de discussie, die we hebben gehad over het autogebruik. Hoe we alternatieven stimuleren en voorkomen dat het autootje pesten wordt.
Ik denk dat we daar in de tweede versie inderdaad goed moeten kijken naar de formulering, want ik herken die levendige discussie, die we daar over hebben gehad en het compromis dat toen in die uitgangspuntennotitie is geland. Dus ik ga daar beloven, dat we daar naar de versie van februari nog even kritisch bij onszelf nagaan hoe we dat moeten formuleren. U vroeg ook aandacht voor de communicatie, die heb ik al beantwoord. Het CDA kondigde aan mee te doen met het amendement over Noordpolder. En gaf ook aan, dat de tekst over de 8.000 nieuwe woningen te prematuur is. Die staat er zoals die er staat. De PvdA kijkt er anders naar. Als u dat nu wilt wijzigen, laat ik dat aan u en anders is het goed om te kijken hoe dat in de versie van februari definitie gefofmuleerd wordt. WIJ sloot aan bij de opmerking over verkeer, die de VVD ook had gemaakt en vroeg ook aandacht voor de communicatie. U zei ook: hadden we niet veel meer visionair moeten of kunnen zijn? Dat vind ik eigenlijk wel een heel mooie vraag. Ik denk dat we met ons beste kunnen het gesprek zijn aangegaan een paar jaar geleden over de omgevingsvisie.
Ik denk dat we ook hier in de toekomst het stokje steeds een stukje verder kunnen leggen en dat het inderdaad ook heel goed is om aan de hand van een gesprek en over het toekomstperspectief te kijken of we terug kunnen blikken: wat voor gemeente willen we straks zijn, hoe zit dat dan met de glastuinbouw, hoe innovatief is die dan, wat gebeurt er met andere glastuinbouw, wat gebeurt er met gebieden die mogelijk vrij komen? Ik denk dat de oefening, die u zo even tussen neus en lippen door noemt, ga eens visionair kijken en kijk dan terug, dat dat een heel mooie is, als dit document er ligt, als we die basis hebben, ook verder te gaan met het nadenken over de toekomst van Lansingerland. Ik zou zeggen: een plus voor uw opmerking daarover. Dan had de CU het procesvoorstel. Wat mij betreft is dat een goed voorstel. De opmerkingen die dan in de zienswijzen worden gemaakt en die vanuit de raad worden verzameld, die zouden mee kunnen in de volgende versie. U gaf aan: er zijn grote uitdagingen, die we nog moeten tackelen als het gaat over geluid. Anderen gaven aan: de ontwikkelingen zullen ons daarin ook wel bij helpen, omdat we waarschijnlijk straks het vervoer met minder geluid produceren. Maar dat er ontwikkelingen liggen, dat laten o.a. die tabelletjes zien. Dan gaf D66 aan, dat niet alle richtinggevende uitspraken van de raad automatisch landen in het document.
Ik ga meneer Muis een beetje gerust stellen en tegelijkertijd ook aangeven: laten we elkaar vooral scherp houden. Daar is dit document misschien ook wel een mooi voorbeeld van, want richtinggevende uitspraken die de raad doet, die moeten natuurlijk een plek krijgen in het eerstvolgende document. U had het vooral over de Driehoek Noordpolder. Op blz.63 met het kaartje staat dat het een woningbouwlocatie is en op blz.73 staat het iets zachter geformuleerd, het is een studielocatie of een onderzoeklocatie. Daar zie je dat het ook gewoon mensenwerk is, zo’n document opstellen, en dat je ook zomaar ergens in een tekening of in een kaartje iets vergeet. Laten we elkaar scherp houden om het juist te formuleren en niet direct daar iets achter zoeken, dat het college iets perse niet noemt of bewust vergeet, want dat is echt niet het geval. De raad heeft zijn verantwoordelijkheden en ook zijn positie en het college handelt daar natuurlijk gewoon naar. Ik denk wel dat het goed is om samen na te denken over wat de rolverdeling is tussen raad en college, dat gesprek moeten we nog voeren, want dat komt nog niet naar voren in dit document. Ik denk dat dat een vervolgstap is: wat delegeert u aan het college en wat blijft bij de raad zelf? De milieueffectrapportage wordt tegelijk met deze ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegd, dan kunnen we die straks ook vast stellen.
Dat gaat dan in combinatie met de omgevingsvisie. Wat daar nog uit komt, wordt straks ook mee genomen in die 2.0 versie. Dat waren de vragen en opmerkingen van D66. GL heeft aandacht gevraagd voor die Horti Science, wat al genoemd werd. En u gaf ook aan, dat er meetbare doelen moeten worden gesteld. Dat ben ik het ook helemaal met u eens. De vraag is of dat in de omgevingsvisie moet landen of juist vooral in de omgevingsplannen. Als daarvan wel een deel in de omgevingsvisie zou kunnen landen in de toekomst, dan denk ik dat het goed is om dat bij de update of bij de volgende versies mee te nemen. We moeten een keer een start maken en dat voorstel ligt nu aan u voor. En de PvdA gaf nog even een andere blik op het document, wat ik eigenlijk ook wel een heel mooie vind. Het is ook een kapstok voor andere beleidsdocumenten. Ik denk dat u daarmee de spijker op de kop slaat. Het is niet zo dat alles vanuit de omgevingsvisie verder aan beleidsdocumenten wordt geproduceerd, maar het past er wel bij. De koers die we uitzetten, die we vast leggen in deze omgevingsvisie, dat is wel de koers van Lansingerland en de andere onderwerpen krijgen
20/34
daar hun plekje dan weer in. U zegt: er wordt nog niets concreets genoemd over een vierde kern Bleizo. Ook daar zou ik zeggen: dat staat nu nog niet in deze versie, omdat we nog niet zo concreet zijn, maar u weet waar aan gewerkt wordt, waar over nagedacht wordt. Als we bij versie 3.5 wel zo ver zijn, dan heeft het waarschijnlijk een concrete naam. Dat geldt ook voor de concrete benoeming voor wie we bouwen. Mijn collega Arends is natuurlijk bezig met wonen in de meest uitgebreide vorm: waar bouwen we en wat bouwen, wat hebben we nodig? Dat zal t.z.t. weer zijn vertaling krijgen in de volgende versie van de omgevingsvisie. Hetzelfde geldt voor uw droom over de N209. Als dat niet meer een provinciale weg is, maar een gebiedsontsluitingsweg, dan zijn we een paar versies verder, maar het is goed om vooruit te kijken en te kijken: wat heeft de toekomst nodig om Lansingerland die mooie gemeente te laten blijven, die het nu is en die we hebben beschreven in deze eerste versie van de omgevingsvisie. Volgens mij heb ik een heleboel punten behandeld. Ik zou het woord terug willen geven. De voorzitter: Volgens mij had mevrouw Verhoef iets gevraagd over het financiële gedeelte, maar dat zal ze zelf nog wel even oppakken. Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: Of de wethouder erin geslaagd is, ik vind het al heel knap dat ze uit de hoeveelheid aan dingen gekomen is.
Ik heb slechts één reactie gekregen van de VVD, misschien indirect van GL, als het gaat over: is het nou handig om de klimaatadaptatie en de energietransitie onder één noemer te noemen. Volgens mij zijn ze zo complex, dat het mij handiger lijkt om dat in ieder geval in de omgevingsvisie 2.0 toch te knippen, maar daar hoor ik toch nog graag mijn collega’s over. Ik vond het leuk, dat u WIJ een compliment gaf, een plus voor de opmerking rondom het visionaire, maar volgens mij was ik daarmee begonnen met de vraag: is het wel voldoende, want we gaan nu tot 75, is het voor daarna wel toereikend? Ik heb het voorbeeld van het sportpark gebruikt, maar volgens mij was de boodschap hetzelfde, dus ik heb het maar als een compliment ervaren. Communicatie: ik werd blij, dat u al bezig bent met de creativiteit en dat de jeugd de aandacht krijgt, die het verdient als toekomstige bewoners. Verder hebben mijn collega’s mij wel verder geholpen, want dat had ik zelf niet zo scherp, als het gaat om de N209 en N471. Ik laat even aan hen of dat nu al moet of dat anders moet. Ook het vertrammen, dat noemde de heer Muis, allemaal dingen die de revue passeerde. Wat ik als laatste nog zou willen zeggen is: u zegt: daar moeten we een start mee maken.
Het enige waar ik nog even mee worstel: waar gaat nu straks die juridische toetsing plaats vinden? Is dat nou op basis van de visie? Of gaan we straks heel veel omgevingsplannen hebben, waarbij daar het juridische kader is? Als we telkens onze visie aanpassen, zou je ook de indruk kunnen wekken, dat we dan aan het zwalken zijn, de ene keer doen we wel hoogbouw en het jaar erop doen we geen hoogbouw. Dat vind ik een beetje lastig, maar dat is een juridisch dingetje. Verder hebben wij aangekondigd met een amendement te komen, ondanks dat ik geluisterd heb naar meneer Hofman van de CU. Ik ben het met hem eens: de basis is op zich goed. Maar dit gaat niet over de basis, dit gaat over de maatschappelijke onrust en inspreker en de inwoners in dat vlak serieus nemen. Ik ben het met uw opmerking eens, we moeten niet met 1001 amendementen komen, tenzij ze heel wezenlijk voor partijen zijn uiteraard. Maar als het gaat om de actieve kerkgenootschappen en de linten en buurten knippen, dan denk ik: misschien moet dat in versie 2.0 of een motie, onderwerpen die we in ieder geval terug zouden willen zien, maar dat laat ik graag aan de collega’s over. Ik ben over de 2 minuten, dus ik trek nu mijn keutel in. Dank u wel. De heer Van As, VVD: Dank wethouder, voor de uitgebreide en heldere beantwoording. Ik hoor dat de wethouder zelf geen wijzigingen meer zal aanbrengen in deze versie.
Ik kan me dat ook voorstellen in de gang van zaken en in de agendering en het vervolg. Ik denk wel dat wachten op een volgende versie: ik vind dat jammer. Dat denk ik niet, maar dat vind ik. Ik hoor best wat aankondigingen en afwegingen van collega’s ook, ik heb zelf een idee. We gaan het nu aan bewoners voorleggen, laten we ervoor zorgen dat het een breed gedragen versie 1.0 is, die wordt voorgelegd. In reactie nog op de heer Hoppenbrouwer kwam voorbij het knippen van onderwerpen van duurzaamheid. We hadden daar niet zo over nagedacht. We hadden geen bezwaar dat het zo is opgenomen, maar ook tegen het knippen. Misschien is het eigenlijk wel een goed idee om dat op zo’n manier toch de aandacht te geven, die het verdient. Wat betreft communicatie: goed te horen dat dit weer creatief wordt opgepakt. Dat is de wethouder wel toevertrouwd. We zien het ook weer met veel belangstelling tegemoet, leuk. Mijn vraag over het autogebruik, stimuleren en hoe dat in de nota van uitgangspunten stond: ik vind het belangrijk om dat in deze versie al op te nemen. De VVD fractie overweegt dan ook een amendement op dit punt om dat stuk in lijn te brengen met de nota van uitgangspunten. Wat ons betreft agenderen we dit stuk dan ook zeker als bespreekstuk, maar dat ging al gebeuren met de aankondigingen van andere partijen, ik heb meerdere gehoord.