BV21.0073 Verslag Gemeenteraad d.d. 22 april 2021
Tekst van het document
die beide uit elkaar getrokken onderdelen, dat ze die op willen pakken. Ten aanzien van de ontsluiting, moet ik zeggen, ligt er natuurlijk een prima matrix van 71 pagina’s, waarin alles staat wat de gemeente vindt, wat de deskundigen vinden, wat de bewonerscommissie vindt. En daar kunnen ze ook mee leven, heb ik begrepen. Het is ook gewoon een goed stuk. Dat kan opnieuw ter sprake komen in een participatie als het nieuwe voorstel daarvoor gaat komen. De heer Jumelet: Ik heb even mijn raam open gezet, want misschien gaat er een gejuich op in de edelsteenbuurt, maar het bleef toch een beetje stil. De heer Blonk: De afstand is ook wat verder, bij uw huis vandaan. De heer Jumelet: Dat klopt. Misschien heeft u het wel gehoord. Ik hoop het, maar ik verwacht het niet. Dit is natuurlijk een pleister op een bloedende wond. Hier gaat het natuurlijk uiteindelijk helemaal niet om. We hebben het hier vanavond over het participatietraject, dat tot nu toe gelopen is en wat meer dan een jaar geduurd heeft. Hoe kijkt u daar dan tegen aan? We kunnen procesmatig nu er iets tussen voegen, maar hoe kijkt u nu eigenlijk aan tegen wat er nu gebeurd is en wat er ontstaan is in de edelsteenbuurt m.b.t. dit onderwerp als het gaat om participatie? Daar hoor ik u eigenlijk niet over. We zoeken het allemaal in procesmatige oplossingen. De heer Blonk: Ik ga toch weer in herhaling vallen.
Ik heb gezegd: de aanpak gaat nu anders worden. Ik heb op zaterdagmiddag 10 april uitgebreid met twee mensen van de bewonerscommissie gesproken. Daarbij hebben we alles aan de orde gehad. Ik heb gehoord hoe het gegaan is, hoe zij erin zitten. Toen heb ik gezegd: ik begrijp dat, ik begrijp dat het niet goed gegaan is. Dat heb ik geuit door net te zeggen: het gaat nu anders. Ik heb zelfs gezegd hoe mijn fractie erin zit. Mijn fractie heeft gezegd: in principe kan er van ons gebouwd worden in de Driehoek Noordpolder, alleen, wij vinden dat de ontsluiting niet door de edelsteenbuurt mag. Zij zijn het er niet mee eens, dat wij vinden dat er gebouwd kan worden, maar ze waren het wel met me eens, dat het niet door de edelsteenbuurt mag. Dat standpunt dragen wij al ongeveer anderhalf jaar uit. De participatie moet dus op een andere manier en volgens mij zou dat een nieuwe kans moeten krijgen, omdat het niet goed gegaan is. De heer Muis: Het moment is eigenlijk gepasseerd: het gaat niet over wel of niet bouwen of wel of niet door die edelsteenwijk. Natuurlijk, uiteindelijk kom je daar op uit, maar het gaat nu echt over die participatie, die gewoon mislukt is. Focus met zijn allen daar nu eens op. De heer Blonk: Ik heb aangegeven, dat de participatie niet goed gegaan is en dat die nu anders gaat worden en er is aangegeven, dat die anders gaat worden. Ik weet niet wat ik er 11/33
meer over moet zeggen, maar dat is wat ik zeg. Die twee raadsvoorstellen, nummer 1 en 2, die ik net aangegeven heb, kunnen dus in één raadsvergadering vastgesteld worden, maar ook in die volgorde. De heer Jumelet: Mijn vraag aan meneer Blonk is eigenlijk een klein beetje: wat is uw visie op hoe het vertrouwen hersteld kan worden van de bewoners in het hele proces? Dan moet u het niet zoeken in wat u net aangaf, in wat uw standpunt is rondom al of niet bebouwen, maar gewoon in het proces. Hoe haal je nou als wethouder, als college of als raad 600 bewoners weer aan tafel, zodat je weer het open gesprek hebt over dit onderwerp? Hoe kijkt u daar nou tegen aan? De heer Blonk: Goed en opnieuw oppakken van de participatie. En daarnaast ook wat de wethouder aangegeven heeft. In feite een nieuwe start maken en kijken of je een streep kunt zetten en opnieuw kunt beginnen daarin. Dat is ook wat aangegeven is, dat die participatie gewoon opnieuw moet beginnen. Dat is wat ik vind. Ik hoop ook, dat de bewoners dat ook willen op die manier. Dus of er participatie gaat komen, en ik ben ervan overtuigd wat de inspreker heeft mee gegeven, dat zij ook opnieuw die participatie willen gaan starten met de gemeente op een goede manier, een betere manier dan er gedaan is.
We zijn ook blij, dat er op heel korte termijn een brief van het college gaat komen, waarin even geschetst wordt hoe we de komende tijd op gaan pakken. Ik denk dat ik daarmee het belangrijkste heb aangegeven. Een streep zetten, een nieuwe poging doen op een betere manier de participatie vorm gaan geven. Dank u wel. De heer Machielse, VVD: De wethouder heeft vanavond vragen beantwoord over het proces voor de ontwikkeling van de Driehoek Noordpolder. Een proces, dat we als raad en commissie zelf hebben vorm gegeven en wat het college, zoals ik het zojuist ook in de beantwoording en voorbeelden heb terug gehoord van de wethouder, naar eer en geweten doorloopt. Maar zoals ik ook eerder heb aangegeven, houdt participatie in dat we recht doen aan zorgen, ideeën en suggesties. Maar draagvlak creëren kan je niet. Draagvlak vind je of vind je niet. Dat kun je een college dan ook niet vragen. Deze avond voelt voor de VVD wat vreemd, om nog voordat het college ook nog maar één stuk naar de raad heeft gestuurd over een onderwerp te willen interpelleren. Ik denk dat de beantwoording van de wethouder meer dan helder maakt hoe het college aankijkt tegen het proces en het verdere proces, welke zorgen ze herkent en erkent en ook hoe het college het in het vervolg aan wil pakken. Zoals de heer Blonk ook al zei: wat er moet veranderen.
Dat was mij overigens in recente brieven aan de raad ook helder. Ik geef dan ook aan, dat ik het middel van deze avond, interpellatie, misschien niet helemaal begrijp. Dit had misschien in een rondvraag gekund, maar ieder zijn spel, laten we zeggen. Laten we dan ook concluderen dat een heldere aanpak besproken moet kunnen worden in deze raad. De heer Muis: De Machielse mag vinden wat hij vindt, maar ik denk zomaar dat hij daar heel erg alleen in staat. Het is echt niet dat er zich nu ineens een probleem opdoemt in de participatie. We hebben het er al zoveel keer over gehad in de commissie. We hebben zoveel toezeggingen en beloftes gekregen. Als je dan hoort van al deze bewoners, dat ze zich echt niet gehoord en erkend voelen, dat ze zich zelfs geschoffeerd voelen, om dan met droge ogen te zeggen, dat het allemaal wel goed gelopen is en dat je niet kunt bedenken waarom we hier het college ter verantwoording willen roepen of in dit geval de verantwoordelijk wethouder Arends, dan heeft u het niet helemaal begrepen, wat mij betreft. De heer Jumelet: Ik zou graag de volksvertegenwoordiger van de VVD in het dualistisch systeem toch even herinneren aan het feit, dat 14 dagen geleden de Heraut vol stond met flink wat brieven. De Heraut kon ze niet allemaal publiceren, dus die heeft ook verwezen naar de website. Er is menigmaal ingesproken het afgelopen jaar.
Op het moment dat je het ziet ontsporen, want het is niet de eerste keer, de Maalderij heeft ingesproken, we hebben het standplaatsenverhaal gehad ook niet zo heel erg lang geleden, het terrassenbeleid, villa De Lans enzovoorts, zo kunnen we misschien nog wel meer voorbeelden noemen, dan is het toch wel het moment om hier eens met elkaar over te spreken en niet zeggen: wacht het raadsvoorstel af en dan gaan we er heel zakelijk in zitten. Nee. Hier is toch iets aan de hand in de samenleving. U als volksvertegenwoordiger moet hier dan toch ook iets van gaan vinden, want dit gaat toch niet goed? De heer Machielse: Allereerst in de richting van de heer Muis. U mag mij de hele avond woorden in de mond leggen, maar de woorden die u uitsprak heb ik niet in de mond genomen, dus daar ga ik ook verder niet op antwoorden. Wel in de richting van beide heren, de heren Jumelet en Muis, wil ik aangeven, dat ik zojuist heb gezegd, dat ik het bijzonder vervelend vind wat er is gebeurd, begrijp me niet verkeerd. Als een bewoner bij ons komt, bij de raad komt of wie dan ook, en zegt: ik heb het gevoel dat mijn input niet wordt meegenomen door de gemeente. Dan is dat iets wat wij bijzonder serieus moeten nemen. Maar dan gaan we naar twee dingen kijken: wat zijn de afspraken die we hebben gemaakt als raad? Wij hebben gevraagd om een werkgroep verkeer.
Wij hebben niet gevraagd om een co-creatie op een nota van uitgangspunten of een participatietraject op een wijkontwikkeling. Wij hebben gevraagd om een participatietraject in een werkgroep verkeer. Er ligt een document waarvan de bewonerscommissie zelf heeft gezegd, als ik de raadsbrieven lees: we staan er achter, maar we willen niet geassocieerd worden met die ontwikkeling. Dat is voor mij een helder proces. Dat neemt niet weg dat de zorgen, die er zijn, over de rest van de wijk. De heer Jumelet: Wat ik nou zo bijzonder vind, is dat u het heeft over een bewoner. We hebben het hier over 600 inwoners van onze gemeente, dus dan moet er toch wel iets aan de hand zijn wat van dermate urgentie is om daar dan op in te springen met elkaar als raad, als volksvertegenwoordigers? U moet zich niet verschuilen achter het proces, want dan negeert u de inwoners van onze gemeente. De heer Machielse: Heldere vraag. Voor de VVD, of het nu 1 bewoner is of 600 bewoners, die bij ons iets aankaarten: wij nemen beide serieus, laat daar geen twijfel over bestaan. Natuurlijk, hoe meer hoe 12/33
zwaar wegender, maar beide nemen wij uiterst serieus. Ten aanzien van het proces heb ik gezegd wat ik gezegd heb, over die werkgroep verkeer: die hebben wij zelf ingesteld, daar ligt ook een participatieresultaat van, dat hebben we vorige week allemaal kunnen inzien. Ik vraag me dan ook af, ik heb van het weekend nog even de discussies in de raad en in de commissie terug gekeken, toen we die participatiewerkgroep instelden, toen heeft geen enkel van de raadsleden vanavond aanwezig gezegd: hé, we zouden die participatie breder moeten trekken dan die werkgroep verkeer. Of: ik ga een amendement indienen om toch een participatie te doen op die hele wijk. Dat neemt niet weg, dat input aangehoord moet worden, vragen beantwoord moeten worden, maar ik heb de wethouder duidelijk horen zeggen, dat dat exact is wat er gaat gebeuren. Ik kan me best voorstellen, dat als er op 8 april een webinar is, dat je niet binnen 1 dag alle vragen beantwoord kan hebben, maar dat weet ik verder niet. De heer Ruijtenberg: Ik vind het bijna ontroerend om te zien hoe de heer Machielse het vuur uit zijn sloffen loopt om zijn eigen wethouder te verdedigen, dat is hartstikke goed als de van de VVD bent.
Ik wil wel vragen aan de heer Machielse: er zijn 600 bewoners die nog ontevreden zijn over dit participatieproces, u zegt ze serieus te willen gaan nemen, maar hoe wilt u het serieus nemen en hoe wilt u het geschonden vertrouwen van de bewoners herstellen? Wat voor maatregelen, wat voor ideeën, wat voor suggesties heeft u? Wat wilt u uw eigen wethouder mee geven van: mevrouw Arends, doe dit, zodat die 600 bewoners niet en masse de Heraut hoeven aan te schrijven, maar dat ze zich tevreden voelen met een proces, ook als zou blijken dat het proces voor hun een vervelende uitkomst zou hebben? De heer Machielse: Op dat eerste punt: de wethouder werkt voor de raad. Dus ja, mevrouw Arends en ik zijn van dezelfde partij en ongetwijfeld betekent dat dat we dezelfde standpunten of ideeën hebben bij hoe een gemeente eruit ziet. De heer Ruijtenberg: Het eerste was geen vraag, het was een opmerking, dus daar hoeft de heer Machielse echt geen antwoord op te geven. De voorzitter: Ik heb u niet het woord gegeven. De heer Machielse: Dan uw eerste vraag, hernummerd: hoe vind ik dat het proces hersteld kan worden? Dat is exact zoals ik de wethouder heb horen zeggen: ga in gesprek met die bewonerscommissie, vraag hen zelf. Dit is het proces.
Er komt een raadsvoorstel ontsluiting en er komt een raadsvoorstel nota van uitgangspunten, welke rol ziet uw bewonerscommissie voor uzelf weg gelegd in dat proces, op welke punten wilt u nog inbreng kunnen geven? Dat betekent niet, dat we die altijd één op één kunnen overnemen, begrijp me niet verkeerd. Dan moet je aan die bewonerscommissie vragen: welke rol ziet u voor uzelf weggelegd? Daar komt een resultaat uit wat naar de raad komt en dan is het aan ons, de heer Ruijtenberg, mij en onze andere 31 collega’s om een besluit te nemen. Dat is hoe ik het herstel van vertrouwen zie. Transparant in gesprek gaan en duidelijk stellen welke verwachting inwoners mogen hebben bij het vervolgtraject. Dat begint enerzijds met het proces en daarna met de persoonlijke stap om het gesprek aan te gaan: welke rol ziet u voor uzelf weg gelegd? Ik meen daarmee de vraag van de heer Ruijtenberg te hebben beantwoord, dus ga ik door met mijn eigen inbreng. Het traject om te komen tot een raadsbesluit over de Driehoek Noordpolder loopt en het loopt al een tijd. Wellicht een formaliteit, dat zal u niet verbazen, maar de VVD zal de motie van D66 niet steunen. De aanpak van het college doet ons inziens namelijk meer recht aan de bewoners. Er moet immers duidelijkheid komen voor hen. Een beslissing van de raad dus. Ik ben heel benieuwd naar de brief waarin dit zijn beslag krijgt.
Want op inhoud kunnen we van mening verschillen, maar het lijkt me sterk dat iemand tegen dit proces kan zijn om duidelijkheid te geven aan al die bewoners en hun te vragen welke rol zij nog wensen in dat proces. Ik snap heel goed, dat je als omwonende zorgen hebt over deze mogelijke ontwikkeling. Ik woon bijvoorbeeld zelf ook al heel lang langs een drukke weg, de Oudelandselaan. Ook al stoort het me zelf niet, kan ik me goed voorstellen, dat je je zorgen maakt over de ontsluiting, veiligheid en de extra voertuigen. Juist daarom is het zo belangrijk, dat het college aan de slag blijft met dit proces om te komen tot een raadsbesluit en daarmee duidelijkheid voor omwonenden. Dat is dan ook mijn oproep aan de raad vanavond. We volgen het proces en neem dan ook een besluit. Tot slot. De woorden van de wethouder geven de VVD daarin vertrouwen. Het is mij duidelijk dat hier door een team van ambtenaren, onafhankelijke experts keihard gewerkt wordt naar het beste voorstel. Wat dat dan ook is, laten we dit proces recht doen. De heer Jonker: Een korte vraag. U zegt: dat geeft mij als VVD vertrouwen. Even een gewetensvraag: als u zich verplaatst in de rol van de inwoner, die het betreft, denkt u dat die ook vertrouwen heeft in de woorden van de wethouder als u haar betoog heeft gehoord? De heer Machielse: Allereerst doet me dit een beetje denken aan de vorige raadsvergadering.
Toen kreeg ik de vraag van de heer Ruijtenberg of ik in mijn glazen bol wil kijken, maar ik ga proberen zo goed mogelijk antwoord te geven op uw vraag. Als ik inwoner ben en ik kijk naar dit debat, dan denk ik twee dingen. Dan denk ik: wat gaat er nu gebeuren, ik wil duidelijkheid. En: waar kan ik mijn input kwijt, waar kan ik mijn zorgen nog uiten? Juist op dat tweede zit voor mij en mijn partij het cruciale verschil. Dat de wethouder vanavond heeft gezegd: ik, wethouder, ga persoonlijk in gesprek om die inwoners te vragen welke rol zij voor zichzelf weggelegd zien in dat verdere proces naar dat beslispunt ontsluiting en dat beslispunt nota van uitgangspunten en défacto voor de raad de go-or-no-go. Dus ja, meneer Jonker, en ik heb eerder deze avond één van de bewoners horen inspreken, dat leek me een uiterst voor rede vatbare kerel, die ook uitsprak: wij willen graag meedenken in dat proces en professioneel participeren. Dan kan ik mij heel goed voorstellen, dat dit proces daar recht aan doet. Ik reken erop daarmee uw vragen beantwoord te hebben. Mijn slotwoorden had ik eigenlijk al uitgesproken. Ik blijf bij mijn inbreng. Laten we dit proces recht aan doen. Dank u wel. 13/33
De heer Van der Stelt, CDA: Het CDA heeft al herhaalde malen aangegeven, dat wij belang hechten in zijn algemeenheid, maar zeker ook ten aanzien van de Driehoek Noordpolder, aan een zorgvuldig proces. Ik heb dat ook recent nog gememoreerd toen we spraken over het aangescherpte aanbod van het college over de woningbouwopgave, die we richting de provincie hebben gestuurd. Daar stond ook de Driehoek Noordpolder in als ontwikkellocatie, onder verwijzing naar de structuurvisie. Ik heb toen wel gewezen op het feit, dat we daar een proces hebben lopen en we niet op de zaken vooruit kunnen lopen als zou daar inderdaad gebouwd kunnen worden. Dat wilde ik toch nog even gememoreerd hebben. Dan naar de kern van de zaak. We hebben het niet echt over de inhoud, althans, dat is niet de bedoeling. We hebben het ook niet sec over burgerparticipatie als onderwerp, maar ik kan daar toch niet helemaal los van komen, van beide thema’s. Ik constateer, en dat vind ik echt heel vervelend en gelukkig hoor ik de wethouder dat ook wel zeggen, dat het hier echt harstikke mis is gegaan. Dat blijkt natuurlijk ook wel uit de reacties van bewoners, overigens niet de eerste keer, het is al een tijdje dat er grote zorgen zijn over wat er gebeurt, hoe je daar invloed op kunt uitoefenen.
Ik vind dat wij als raad, maar ik ga ervan uit dat het college dat volop doet, dat wij echt moeten reflecteren op de vraag: waarom gaat dit nou zo grondig mis? We praten allemaal over participatie, maar ik denk dat wij niet goed uiteen zetten wat we daaronder verstaan, wat het betekent. Is het invloed aanwenden, voor je belang kunnen opkomen of is het ook meepraten en mee beslissen? U kent het allemaal wel. Het één of het ander maakt nogal een slok op een borrel uit. Wat ik ook denk is dat veel van de betrokkenen zich afvragen: wat gebeurt er nou eigenlijk met mijn inbreng? Zie ik dat ergens terug? Wordt daar iets mee gedaan? Hoe zit het eigenlijk met het proces? Waar kan ik op welk moment zien wat er met mijn inbreng wordt gedaan? Ik kan me heel goed voorstellen, als ik de film terug kijk van de webinar, dat dat niet duidelijk is. Dat moet echt anders en beter. Mensen maken zich zorgen over wat er wordt besloten over hen, zonder hen. Daar gaat het toch in de kern om? Ik ben wel blij, dat de wethouder vanavond klip en klaar heeft aangegeven hoe het proces er nu uitziet. En ook klip en klaar heeft aangegeven, dat er nog geen besluit is genomen. Dat er wel op basis van de werkgroep verkeer snel, althans, ik neem aan dat dat snel gebeurt, een voorstel wordt gedaan of er wel of niet een verkeersontsluiting mogelijk is en wat de impact daarvan is op de omgeving.
Dan ben ik het met de heer Muis eens: dat moet wel een compleet verhaal zijn, zodat je een integrale afweging kunt maken. Als het college meent dat dat mogelijk is, linksom of rechtsom, dan komt daar natuurlijk ook een voorstel voor bouwen. Laat ik ook nog even duidelijk maken, dat voor het CDA het absoluut, even een punt van inhoud, absoluut geen uitgemaakte zaak is dat daar gebouwd kan worden. Dat hangt wat ons betreft niet alleen af van de vraag of daar een goede verkeersontsluiting kan plaats vinden, maar het hangt ook van andere factoren af. Van het hele groene karakter van onze wijk, het type woningbouw, dat er dan kan komen, afstanden tot het centrum enzovoorts. Daar gaan we nog over praten, dus daar houd ik nu verder mijn mond over, maar ik wil het maar gezegd hebben: voor ons is het nog geen uitgemaakte zaak of er wel of niet gebouwd moet worden, nog even los van de verkeersontsluiting. Nogmaals, ik ben blij dat de voorstellen er gaan komen, want ik ben het ook met de heer Machielse eens, dat de inwoners recht hebben op duidelijkheid. Wij moeten als raad nu gaan beslissen wat er kan op basis van voorstellen van het college en of het daar wenselijk is.
Daarin moeten de omwonenden, de belanghebbenden heel goed worden meegenomen, dus ik ben ook blij met de toezegging of met de reactie van de wethouder, dat het vervolgproces klip en klaar in een brief tot de raad komt en ook richting betrokkenen wordt gestuurd. Dan kan daar in ieder geval geen misverstand over bestaan. Mocht het ook daadwerkelijk tot verdere uitwerking komen van woningbouw, dan ligt het wat mij betreft in de rede dat belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld te participeren, waarbij we dan wel heel duidelijk moeten ondertitelen wat dat betekent. Of dat het betekent dat we naar hen luisteren en daar ons voordeel mee doen of dat het meer om het lijf heeft. Kortom, ik vind het wel echt heel erg dat we het er op deze manier over moeten hebben, maar het is wel goed dat we het doen. De voorstellen van de wethouder in reactie op de interpellatievragen geven mij wel het vertrouwen dat we de dingen in de goede volgorde doen en dat we daarmee als raad onze afweging kunnen maken. Ik zou zeggen: hoe eerder, hoe beter. Waarbij tijd niet voor kwaliteit moet gaan, vanzelfsprekend. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Mijn fractie was toch eigenlijk wel verbijsterd, maar ook geïrriteerd over hetgeen in de afgelopen weken rondom de participatie zich heeft voorgedaan in de Driehoek.
Ik wil toch even gezegd hebben, dat wij de discussie van vanavond compleet los zien van de inhoud, los zien van het al of niet bebouwen van de Driehoek. Het gaat ons vanavond echt om het participatietraject, dat in de afgelopen maanden, zo niet jaren, heeft plaats gevonden in dit verhaal. Aan de voorkant hadden wij vertrouwen, dat er een goede participatie zou plaats vinden. De wethouder heeft het destijds redelijk ambitieus aangekondigd. Maar dan is het toch wel teleurstellend als je ziet dat wij vanavond op deze manier erover moeten spreken en moeten concluderen dat het eigenlijk gewoon faliekant mis gegaan is. Het is iets wat al lang aan de orde is, want hebben op meerdere momenten de bewoners ook in de commissie ruimte gehad, ook in de raad gehad, als het gaat om inspraak. Er waren toch wel wat signalen, die wij als raad, maar ook als college en ook als wethouder, hebben gekregen, dat het daar toch niet echt lekker liep. De vraag is dan ook, het is vanavond al eerder gezegd: welke regie heeft de wethouder gepakt om ervoor te zorgen dat het goed gaat? Dan zegt zij: ik heb mijn lesje geleerd en ik ga een aantal dingen anders doen naar de toekomst toe. Wij hebben toch wel een redelijk actieve herinnering aan 14/33
andere dossiers in de afgelopen jaren, waar toch ook de participatie en het contact met de burgers mis gegaan is. Vanavond hebben we ook de inspraak gehoord van de bewoners rondom de maalderij; daar kan je het mee eens zijn of niet mee eens zijn, daar kan je ook een boom over opzetten. Maar als je kijkt naar het proces, is daar in de participatie het ook allemaal niet fantastisch gegaan. Daarnaast het standplaatsenverhaal, daar hebben wij ook nog een herinnering aan. Daarvan zeggen we: dat had anders gekund en anders gemoeten. In die zin lijkt het wel een soort patroon. Dat maakt toch dat wij de woorden rondom ‘een les leren’ en ‘naar de toekomt toe ga ik het anders doen’ toch met een glimlach op het gezicht aanhoren, want het lijkt wel meer op een patroon. We geven haar op dat punt graag het voordeel van de twijfel, maar het is natuurlijk wel iets wat we niet meer aan de orde willen hebben in deze raad. Het lijkt er ook een beetje op, dat de wethouder het overlaat aan ambtenaren, aan onafhankelijke voorzitters et cetera. Mijn vraag is ook, dat is een beetje lastig natuurlijk in deze situatie: wat heeft de wethouder gedaan n.a.v. de commotie die ontstond op 8 april? Heeft zij bijvoorbeeld zelf de telefoon gepakt of gezegd: ik ga daar langs, want ik wil praten met die bewoners, want dit gaat gewoon faliekant mis.
Ik heb de indruk, dat het heel erg wordt overgelaten aan de ambtelijke staf, aan de adviseurs en dat de wethouder heel erg op afstand blijft, waardoor het ontsporen van zo’n proces wellicht ook nog wel verder gaat dan nodig zou zijn. Ik geef daarmee niet de zwarte piet richting de ambtenarij, maar wel in het feit dat degene die hier verantwoordelijk voor is er ook leiding aan geeft en ook de regie bepaalt, dat is toch uiteindelijk de wethouder. De vragen die gesteld zijn door de heer Muis blijven toch wel heel erg formeel en procesmatig wat dat betreft. Er spreekt weinig gevoel uit. Ik kan het me best voorstellen, want het is ook een lastig debat voor de wethouder, maar ik had het heel erg op prijs gesteld, mijn fractie had het heel erg op prijs gesteld als de wethouder had gezegd: jongens, dit is niet goed gegaan, mijn excuses, ik ga er persoonlijk voor zorgen, dat ik heel snel met de bewoners aan tafel kom om daar een goed gesprek over te hebben, dan gaan we het proces in om burgerparticipatie opnieuw te doen. Maar dat hoor ik haar niet zeggen. Dat vind ik heel erg jammer.
Ik blijf er een beetje bij, en dat werd ook al gezegd door één van de collega’s: waar zit nou het gevoel van de wethouder als het gaat om het feit dat zij denkt: dit is inderdaad niet goed gegaan en ik moet er inderdaad voor zorgen, dat ik het vertrouwen weer herstel tussen de organisatie, tussen het college en de inwoners. Maar dat hoor ik niet en dat vind ik heel erg jammer. Dan kunnen we procesmatig en procedureel reageren en ervoor zorgen dat er weer een aantal stappen wordt gezet, dat is hartstikke goed, maar dan missen we toch nog wel één element en dat is het vertrouwen, dat je feitelijk kan herstellen door het goede gesprek. En ook misschien als wethouder of als college, maar ook misschien als coalitie, om over je eigen schaduw heen te stappen en zeggen: laten we nou alsjeblieft dat vertrouwen herstellen door de wijk in te gaan en daar het gesprek aan te gaan. Dat vind ik wel een voorwaarde om het nieuw te starten participatieproces tot een succes te brengen daar. Of dat dan betekent of er wel of niet gebouwd wordt, dat is de uitkomst van de inhoud en dat zien we dan wel weer. Maar uiteindelijk vinden wij dat het goede gesprek met de inwoners moet plaats vinden. De heer Machielse: Ik heb een heel simpele vraag voor de heer Jumelet. Of hij op mijn uitnodiging ingaat om dat gezamenlijk als raad te doen: de wijk in en spreken over de verwachtingen van de bewoners t.a.v.
het nieuw te vormen participatietraject. De heer Jumelet: Uiteraard wil ik dat van harte doen. Maar de vraag is wel eventjes wie het vertrouwen in eerste instantie geschonden heeft. Dat is uiteindelijk de wethouder c.q. het college. Ik wil met alle plezier de wijk ingaan, maar uiteindelijk vind ik dat de wethouder voorop hoort te gaan in deze en het gesprek met de inwoners zelf moet voeren en het niet alleen moet overlaten aan de ambtelijke staf of aan de raad, maar ook zelf. In gezamenlijkheid kan je veel doen, maar dat betekent ook, dat het college en de wethouder die stap moeten maken. Ik wilde afronden, want ik probeer kort van stof te zijn. De conclusie is eigenlijk: ik zou heel graag van de wethouder richting de bewoners een excuus willen horen en dat ze zegt: joh, dat heb ik niet goed gedaan en dit gaan we beter doen. Ik ben in afwachting of zij daartoe bereid is. Dank u wel. De heer Markus, CU: Vorige week heb ik indringend en goed en in alle openheid en eerlijkheid met het bewonerscomité gesproken. Dat was een prettig gesprek, moet ik zeggen. Daarin hebben zij ook toegelicht hoe zij het afgelopen participatietraject ervaren hebben. En ook waarom zij het webinar en het bestuurlijk programma van eisen compleet anders beleefden dan zij hadden verwacht en waarom dit voor hun aanleiding gaf tot het geven van een noodkreet.
Als wij de webinar bekijken en het programma van eisen zien en ook horen hoe de bewoners erin zaten, dan horen we heel goed, dat dit een enorme knauw gegeven heeft aan hun vertrouwen. We snappen heel goed, dat zij die noodkreet uiten, want juist dat vertrouwen is in een participatieproces van cruciaal belang. De wethouder geeft in haar beantwoording aan dit ook te betreuren. Zij geeft aan, dat als zij beter had geweten hoe die verwachtingen eruit zagen en wat de mensen ervan verwachtten, dat zij die webinar op deze wijze niet had gehouden. Dit maakt voor ons maar weer eens heel duidelijk hoe precair, hoe ingewikkeld zo’n participatietraject is zonder dat je goed weet van elkaar wat de verwachtingen zijn en wat mensen verwachten van de verschillende documenten die je naar elkaar opstuurt. De wethouder eindigt haar betoog met een procesvoorstel. Het belangrijkste daarin is wat ons betreft het gesprek dat zij aangaat met de bewoners. Wij kunnen van alles vinden van hoe een participatietraject eruit moet gaan zien, maar het begint wat ons betreft met een goed gesprek met de bewoners om het vertrouwen te herstellen en met elkaar goed af te stemmen hoe zij een verder vervolg van het participatietraject, als ze daar zin 15/33
in hebben of als ze daar geen zin in hebben, om dat met elkaar op een goede manier vorm te geven. Wat ons betreft, als het participatietraject weer is opgestart, is de uitkomst van dat traject samen met de stukken die onze kant op komen uiteindelijk het dossier op basis waarvan wij een besluit moeten nemen. Inderdaad met een besluit over de ontsluiting van de wijk. Nogmaals, we kijken uit naar de uitkomst van dat gesprek. Ik denk dat het goed is, dat het plaats gaat vinden. Wat ons betreft gaan we verder snel aan de slag. Laten we snel, maar zeker ook zorgvuldig, een besluit nemen, want de onduidelijkheid die nu voort blijft duren al jaren, moet wat ons betreft snel beëindigd worden door gewoon een besluit te nemen als raad in dit proces. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Volgens mij mag het voor niemand een verrassing zijn, ook gezien mijn interrupties, dat ik nogal vreemde gevoelens overhoud aan de beantwoording van de wethouder. Ik heb de twee partijen, die in de coalitie zitten, horen zeggen tot twee keer toe beide, dat de wethouder klip en klaar is geweest. Ik heb partijen horen uitspreken dat ze een gevoel hebben dat het goed gaat, op niet echt aanwijsbare reden waar dat gevoel van komt. Ik heb, denk ik, toch echt naar dezelfde antwoorden geluisterd en ik vind de wethouder allesbehalve klip en klaar.
Ik heb ook geen goed gevoel over gehouden aan de beantwoording van de wethouder en dat komt vanuit een paar punten. Ik heb even wat opgeschreven voor mezelf. Op een gegeven moment is de vraag gesteld: hoe kan het zijn dat de bewoners niet aanwezig wilden zijn om de resultaten van de werkgroep te overhandigen aan de wethouder? Daar geeft de wethouder aan: ze wilden niet aanwezig zijn, omdat ze eigenlijk wel achter die conclusies stonden van die werkgroep, maar ze willen eigenlijk niet dat er gebouwd wordt, dus het kwam ze niet zo goed uit. In mijn beleving leg je dan de bal bij de inwoners. Heel kenmerkend vond ik het, toen er gevraagd werd: hoe denkt u het vertrouwen te herstellen? Daar begon de wethouder niet over het geschonden vertrouwen bij de inwoners, maar ze begon over als er een aanvraag komt van een eigenaar van de bouwgronden, dan moet je daar serieus naar kijken. Een heel procesmatig en plichtmatig antwoord, waarbij in mijn beleving het belang van de bouwonderneming boven dat van de inwoners gesteld werd. Ik vond het een heel opmerkelijk en kenmerkend antwoord. In één van de vragen, die de heer Muis voortreffelijk heeft opgesteld, staat het woord ‘diskwalificatie’. Daar komt de wethouder met een zeer formalistisch antwoord: dat woord ‘diskwalificatie’ laat ik voor jullie rekening. Dat klopt, dat hebben wij inderdaad opgeschreven, althans, de heer Muis.
Maar dat ik ook wat je van 594 inwoners hoort, dat ze diskwalificeren hoe dit proces is gegaan. Wederom, ik hoor niet dat de hand in eigen boezem gestoken wordt. Ik hoor niet: ik heb dit verkeerd gedaan. Ik hoor niet: we hadden het anders moeten aanpakken. Er is gevraagd: kunnen wij een brede rapportage ontvangen plus alle beschikbare notulen? Daar is het antwoord: het lag in de planning. Ik heb in het proces rond de standplaatsen al eerder gevraagd aan de wethouder: mevrouw de wethouder, waar zijn uw politieke voelhorens? Ook hier vraag ik weer: waar zijn uw politieke voelhorens? U had kunnen beseffen, dat dit een dossier is, dat gevoelig ligt, dat dit een dossier is waar veel onvrede heerst. Het had u gesierd als u had gezegd: raad, dit is stom geweest van mij, ik heb het niet goed gedaan, jullie krijgen onmiddellijk alle dingen. Dan het formalistische antwoord: het ligt in de planning. Ik vind dat echt bijzonder. Er wordt ook continu gezegd: het is nog helemaal niet klaar, de nota van uitgangspunten, en alle burgerparticipatie is nog niet klaar, het is nog niet afgerond, we gaan alle opmerkingen daarin verwerken.
Ik heb eigenlijk maar één hele korte vraag: hoeveel positieve reacties aangaande het participatieproces, nog niet eens over het bouwen zelf, maar aangaande het proces, verwacht de wethouder dat zij kan noteren? Waar is het gevoel, dat deze burgers hebben, dat hen onrecht aangedaan wordt, waar wordt dat goed gemaakt? Het had deze wethouder echt gesierd, ik heb het net gezegd en ik zeg het nog een keer, als ze de hand in eigen boezem had gestoken, als ze had gezegd: ik heb dit fout gedaan, ik reik de hand uit naar de inwoners van de Noordpolder en we gaan dit helemaal opnieuw doen, we gaan dit proces opnieuw aanpakken, we zetten een streep eronder en we gaan opnieuw de participatie doen. Alleen dan kan je ons inziens daadwerkelijk het geschonden vertrouwen bij de burgers hervinden. Ik heb dat niet gehoord. Ik heb partijen horen zeggen, dat ze het gevoel hebben dat het gebeurt op die manier. Ik heb het de wethouder niet horen zeggen, en ik citeer de heer Machielse en ik citeer de heer Van der Stelt: ik heb de wethouder dat niet klip en klaar horen zeggen. Ik heb het niet gehoord. Misschien heb ik het fout, dat kan, maar ik zou het graag hier willen aangeven. Al met al ben ik teleurgesteld over de beantwoording van de wethouder. Die teleurstelling komt omdat dit niet het eerste dossier is waarin de wethouder nogal gespannen omgaat met verwachtingsmanagement.
We hebben de standplaatsen al genoemd. We hebben vandaag de inspraak gehoord over de maalderij, waarbij de inspreker zegt: het ligt niet alleen bij het college, het ligt ook bij de ambtenaren. Dat is een zorgwekkend bericht, wat daar vandaan komt. Ook in dat opzicht moet je aangeven: ik doe het opnieuw, ik heb het fout gedaan, ik ben niet handig geweest, ik pak het opnieuw aan. Ik ben teleurgesteld in de beantwoording van de wethouder en ik vraag de wethouder nogmaals met klem om echt die hand uit te steken, dat gebaar te maken naar de inwoners: ik ga het anders doen. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Het staat als een paal boven water: de mensen die in de edelsteenwijk wonen moeten koste wat kost in het participatieproces betrokken blijven. Dat is waar we uiteindelijk met zijn allen naar op zoek moeten gaan, om dat te bewerkstelligen. Maar het had nooit zover moeten komen. De PvdA vindt net als een aantal andere fracties, met name de oppositiefracties, dat dit een bijzonder 16/33
treurige situatie is, die nu ontstaan is. Het is ook al genoemd door anderen: de wethouder is niet sensitief genoeg gebleken in dit hele traject. Vanaf dag 1 was heel duidelijk dat het bebouwen van de Driehoek Noordpolder zeer gevoelig lag in deze wijk. Dan kan je niet als wethouder anderhalf jaar lang iedere keer net de foute snaar raken, ook al heeft de wethouder misschien de juiste bedoelingen, maar keer op keer de foute snaar raken, dan zit er iets niet snor, zoals bij dat laatste webinar. Ik heb de wethouder wel iets horen zeggen over een voorstel, waarmee zij zal komen om de rol van de bewoners van de edelsteenwijk en andere belanghebbenden in het verdere proces te verhelderen en ook hun rol beter tot zijn recht te laten komen. Maar hoe de wethouder dat nou wil gaan doen, dat is me echt nog niet duidelijk. Als dat ergens in een brief is beschreven, waarom vertelt u het dan niet nog even heel duidelijk aan ons, aan de raad, aan de bewoners van de wijk, in uw eigen woorden? Het is wat mijn fractie betreft nu het meest praktisch om heel even een time out te nemen van een week, dan een goed gesprek te voeren als wethouder met de ambtenaren met de mensen in de wijk om de sfeer eerst toch weer te verbeteren, de relatie te verbeteren tussen gemeente en de bewoners.
De wethouder moet daarbij warmte en begrip tonen en dan kan er een nieuwe start worden gemaakt met het participatieproces waarbij de wethouder heel duidelijk moet aangeven wat het niveau is van de burgerparticipatie en dan kan er gezamenlijk naar een besluitvormingsproces worden toegewerkt. Dat zijn heel logische stappen, die nu voor liggen, maar ik heb het de wethouder niet zo duidelijk horen zeggen. Het college moet de bewoners goed informeren en hen raadplegen en die raadpleging ook zichtbaar laten terugkomen in de stukken. Dat wil niet zeggen, dat precies wordt gedaan wat de bewoners willen, maar het moet wel duidelijk zijn wat ermee is gedaan. Het zou dus helpen als de raad maandelijks wordt geïnformeerd over de voortgang en dat ook de burgers daar een afschrift van krijgen. We zijn wel blij met de splitsing, die de wethouder voorstelt, die wij zelf ook eigenlijk hebben voorgesteld, als oppositie. Dus een los raadsbesluit over de verkeersontsluiting. Maar om in diezelfde vergadering ook een voorstel met de nota van uitgangspunten te moeten vast stellen en meteen een goor-no-go, waarom dat zo dicht op elkaar moet zitten, dat is ons niet duidelijk. Dat is een punt, dat ik wil meegeven. Dan heb ik nu eigenlijk de hamvraag en dat is een vraag aan de wethouder zelf, maar dat kan ik via de voorzitter doen.
Kan de wethouder echt degene zijn die dit proces weer vlot trekt en ervoor zorgt dat we hier met zijn allen zonder kleerscheuren uit komen? Moet misschien een andere wethouder dit overnemen om ervoor te zorgen, dat er niet nog meer brokken worden gemaakt? Dan wil ik tot slot zeggen, het moet wel duidelijk zijn: de PvdA heeft geen principiële bezwaren tegen bouwen in de Driehoek, maar de overwegingen om dit niet te gaan doen, willen we zeker duidelijk in overweging nemen. We willen wel zeker weten, dat een goede ontsluiting mogelijk is, dat het financieel haalbaar is. Maar we hechten eraan om daarbij alle belangen goed mee te wegen van de mensen die daar nu wonen, de mensen die zo graag een woning zoeken, krijgen, en de ontwikkelaars. Ik denk dat ik daar voor nu even genoeg mee heb gezegd. Ik ben heel benieuwd wat de reactie is van de wethouder. Of ze echt die stappen kan maken, maar ik geef het woord nu aan de voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: U stelt die vraag, maar u weet ook, dat dit het einde is van deze interpellatie volgens ons RvO. Daar staat klip en klaar in: de interpellant voert niet meer dan twee maal het woord, punt. De heer Muis is volgens de letterlijke tekst klaar. De overige raadsleden, burgemeester en wethouders niet vaker dan één maal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Ik hoor bij u, mevrouw Verhoef, ik hoor ook bij anderen, het is de vraag of het een oproep is of een antwoord is, dat u de wethouder nog een keer aan het woord wilt laten komen. Ik vraag u als raad of u dat wenst. Dus eigenlijk nog een reactie om op enkele vragen te reageren aan de wethouder en daarmee het debat af te sluiten. Of dat u strikt bij het reglement van orde blijft en dan is het hiermee klaar en gaan wij over tot stemming over de motie. Om u het mogelijk te maken om te reageren, doe ik een concreet voorstel. Het concrete voorstel is hier het debat te beëindigen en de vraag van mevrouw Verhoef als retorisch op te vatten als een oproep aan de wethouder. Dan vraag ik: mevrouw Verhoef, wilt u antwoord daarop van de wethouder? Want dan leg ik die vraag voor aan de raad. Mevrouw Verhoef: Ik heb volgens mij ook andere fracties vragen horen stellen. Ik kijk ook even naar de heer Muis, want hij wil graag een schorsing aanvragen. Ik ga nu waarschijnlijk off track, maar ik hoef niet perse nu antwoord van de wethouder, want het is niet de bedoeling om dat nu acuut af te dwingen. Laat ik het zo zeggen: het zou iets kunnen zijn wat te overwegen valt. Maar ik zou liever de regie terug willen geven aan de voorzitter, maar ook de heer Muis het woord willen geven via u. De voorzitter: Dan ga ik even naar de heer Muis.
De heer Muis, D66: Ik weet niet of alle partijen daar toestemming voor moeten geven, maar het lijkt mij persoonlijk niet zinvol. Volgens mij zijn alle meningen en standpunten gewisseld. Ik heb niet de illusie, dat er ineens heel andere inzichten zullen komen. Dus wij willen graag de motie, die eerder is aangekondigd, in stemming brengen. En ik zou inderdaad, als we niet een extra termijn gaan doen, 5 minuten schorsing willen hebben om te bepalen welke andere motie we in stemming willen brengen. De voorzitter: Dan ga ik even naar de heer Jumelet en de heer Ruijtenberg, die ook een handje hebben opgestoken. Maar ik geef wel aan, ook in hun richting: u bent de interpellant. Ook wat mij betreft heeft het waarde wat u wenst als aanvrager van het debat. 17/33
De heer Jumelet, WIJ: Ik hoop dat ook mijn bijdrage waarde zal hebben. Ik zou toch wel willen voorstellen om de wethouder nog even te laten reageren op hetgeen gezegd is. Het is met name ook gevraagd of zij een aantal dingen wil doen richting de bewoners. Bijvoorbeeld mijn vraag of zij haar excuses wil maken. Ik ben er toch wel erg benieuwd naar of zij dat wil gaan doen, ja of nee. Ik zou wel voor willen stellen om de wethouder de gelegenheid te geven om nog even te reageren op hetgeen gezegd is. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik sluit me eigenlijk aan bij de woorden van de heer Jumelet. Hoewel mijn vragen natuurlijk ook wel retorisch opgevat kunnen worden, dat ben ik mij bewust. Ik zou toch wel willen weten van de wethouder hoe zij, er zijn harde woorden gevallen door de oppositiepartijen met name, en ik zou toch wel willen weten hoe zij reflecteert op de woorden die nu gevallen zijn. De heer Muis heeft een schorsing aangevraagd, waarin wij ook moties overwegen. Ik wil het antwoord en de reflectie van de wethouder op de woorden die gevallen zijn ook laten meewegen in mijn positiebepaling over verdere moties. De heer Muis is aan zet, maar ik zou het op prijs stellen als de wethouder even zou kunnen reageren. De voorzitter: Ik ga even in conclaaf met de griffier. Een moment. De voorzitter: Geachte leden van de raad, het is een ingewikkelde kwestie.
Ik had even een discussie hier met de griffier. We hebben van tevoren aangegeven wat het proces is en daar heeft u mee ingestemd. Dat maakt duidelijk: hier eindigt de interpellatie. Daar staat ook heel duidelijk in het reglement van orde, dat u verlof kunt geven tot. Dat geldt bijvoorbeeld voor het antwoord van de wethouder, dat staat er klip en klaar in. Als de heer Muis nog een motie zou willen indienen, een nieuwe, dan kan dat niet meer in een termijn, maar de heer Muis kan altijd om een ordevoorstel vragen en in dat ordevoorstel een motie indienen. Dus die gelegenheid heeft de heer Muis in feite dus nog, volgens onze reglementen. Daarmee ligt er het concrete verzoek van de heer Muis en anderen om de wethouder nog te laten reageren. Daarna de heer Muis een ordevoorstel te laten doen en daarbij eventueel een motie in te dienen of eventueel een ordevoorstel te doen en een motie in te dienen. Dat is dan het voorstel, dat aan u gedaan wordt. Daar zult u als raad over moeten beslissen en dat is gewoon bij stemming. Ik ga voor een reactie allereerst naar de heer Machielse. De heer Machielse, VVD: Wat ik lastig vind hieraan: we kunnen uiteraard als raad besluiten om nog een termijn te doen en nog een termijn en nog een termijn.
Maar de principiële vraag, die ik aan het begin van dit debat heb gesteld is: welk middel kiest de interpellant voor zijn debat? Hij heeft ervoor gekozen om geen bespreekpunt te doen, waarbij je meerdere termijnen hebt tussen raad en college, maar hij heeft bewust gekozen voor het middel van interpellatie, waarbij het reglement van orde, notabene ook van deze raad, klip en klaar, om die woorden nog maar eens in de mond te nemen, voorschrijft via welk proces dat verloopt. Dus ik vind het toch uitermate opmerkelijk, dat mijn eerdere suggestie om het in een bespreekpunt te doen, omdat ik het gevoel had dat de heer Muis op zoek was naar meer antwoorden van de wethouder, in de wind is geslagen en nu toch met een verzoek komt om een nadere reactie. Ik doe dan ook een beroep op uw raad om of je te houden aan het middel van interpellatie of tegen elkaar te zeggen bij dit soort zaken: dan moeten we geen interpellatie doen, dan moeten we gewoon een bespreekpunt doen. Anders moeten we ons reglement van orde aanpassen. Voor al die scenario’s ben ik te porren, maar als we niet in staat zijn om debatten te voeren volgens de regels, die we er zelf voor vast stellen, dan hoeven we ze ook niet meer vast te stellen. De heer Muis, D66: Zo is het natuurlijk niet. Het reglement van orde geeft de voorzitter ruimte en ook aan de raad, als we daarmee instemmen, er nog een termijn aan vast te plakken.
Ik heb erover gezegd, dat ik dat niet nodig vind. Volgens mij is er helemaal geen probleem en is het helemaal geen gedachtenwisseling. Ik vind het echt buiten de orde, deze opmerking. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Richting de heer Machielse wil ik zeggen: er is inderdaad een reglement van orde, maar in dat reglement van orde staat ook, dat als de raad en de voorzitter verlof geven, dan kunnen we daar van afwijken. Dus dan houden we ons nog steeds aan de regels. Verder zou ik willen zeggen: ik beloof dat ik er geen termijn van zal maken, ik beloof ook, dat ik geen nieuwe vragen aan de wethouder zal stellen. Ik ben alleen heel erg nieuwsgierig naar haar beleving van deze interpellatie en haar beantwoording. En of ze deemoediger is in ieder geval. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Ik heb zelf geen behoefte aan een eigen tweede termijn, maar ik ben wel benieuwd naar de reactie van de wethouder, dus in die zin, wat de heer Ruijtenberg ook aangeeft, als de raad in meerderheid zegt: wij doen dit, dan zou ik het heel fijn vinden als de wethouder reageert. De voorzitter: Dan vraag ik aan u: wenst u nog een beantwoording van de wethouder? Dat is waar het nu om gaat. De heer Muis heeft aangegeven geen nieuwe termijn te hoeven. Daarna kan de heer Muis altijd nog besluiten tot een ordevoorstel. Wenst u nog een opmerking van de wethouder. Ik ga u allereerst 18/33
vragen of u daar stemming over wenst. Zo niet, dan is het voorstel aangenomen en is er nog een tweede termijn van de wethouder. Als u dat niet wilt, dan moet u even aangeven, dat u stemming wenst. De heer Machielse, VVD: Ik kan niet anders dan dat aanvragen, dat zult u begrijpen. De voorzitter: Helder. Dan gaan wij stemmen over dit voorstel. De stemming gaat alleen over de vraag of de wethouder nog antwoord geeft. U weet hoe de stemming werkt. Als u IBABS even vernieuwt, zodat u het binnen krijgt, dan vindt u nu onder punt 8.2 ordevoorstel eerste termijn wethouder, dat moet tweede termijn wethouder zijn. Het is ordevoorstel 1, termijn wethouder. De heer Blonk: Ik heb even behoefte aan overleg met mijn fractie. Even schorsen om met mijn fractie te overleggen. Dit is iets wat ik niet van tevoren had ingeschat en ik wil dat toch even overleggen. De voorzitter: Dat begrijp ik. Is 5 minuten voldoende? De heer Blonk: Ik denk het wel. De voorzitter: Ik schors voor 5 minuten. Het is geen bespreking, daarna gaan we stemmen. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik zie dat iedereen is teruggekeerd. Ik ga eerst even naar de heer Blonk, want die heeft een schorsing aangevraagd of hij nog wat wil mededelen. Dan heb ik nog handjes van de heer Muis en van de heer Machielse. De heer Blonk, L3B: Ik heb even overlegd met mijn fractie.
Wij vinden het belangrijk, dat de wethouder een antwoord geeft op die vragen, maar niet dat er verder nog een discussie over is. Dus sec het antwoord van de wethouder. De heer Muis, D66: Ik wil zo straks een ordevoorstel doen om een andere motie in te dienen en ik wil niet het moment missen, vandaar dat ik dit nu even aankondig. De heer Machielse, VVD: In het kader van het feit, dat een denkproces nooit stopt, heb ik mij zojuist beraad op mijn verzoek tot stemming en ik wil het verzoek over een stemming tot de aanvraag van de wethouder voor een reactie op de zojuist gestelde vragen intrekken. De voorzitter: Dan ga ik opnieuw die vraag stellen. Het voorstel is de wethouder nog een reactie te vragen. Wenst u stemming over dat voorstel? Dat is niet het geval. Dan gaan we nu naar de wethouder en daarna zullen wij goed opletten of u een ordevoorstel aanvraagt. Beantwoording wethouder Wethouder Arends: Uiteraard wil ik altijd reageren op alle vragen, die u stelt. U vraagt mij nu ook om te reageren en dat doe ik uiteraard. Er is in dit debat veel gesproken over gevoel. Nou, u mag weten: ook ik heb hier slapeloze nachten van. Want het is een ongelooflijk ingewikkeld proces. Aan de ene kant hoor ik van bewoners dat ze echt niet willen dat er gebouwd wordt. En hun zorg. Die wil ik te allen tijde ongelooflijk serieus nemen.
Aan de andere kant, dat ik de opdracht heb, die ik ook met regelmaat van u hoor: er moet gebouwd worden, er moeten veel woningen bij. Dat is echt een discrepantie. Ik sta echt met al mijn vezels voor een heel zorgvuldig proces. Ik vertrouw ook de inzet van alle ambtenaren. Ik hoef niet overal zelf bij te zijn, want het zijn hele goede medewerkers, die het in mijn optiek heel zorgvuldig en afgewogen doen. Maar ik hoor u ook en ik hoor ook het gevoel van de bewoners. Daarom heb ik ook in mijn bewoording genoemd dat ik dat erken, herken en dat ik daarover met bewoners in gesprek wil. Om juist met hen te spreken over waar hun gevoel vandaan komt. Maar ook om met hen afspraken te maken hoe zij hun rol zien in het verdere proces. Zoals ik u toezegde in mijn bewoording van het interpellatiedebat kom ik met een brief om u daarover te informeren. We komen ook nog op de inhoud uitgebreid met elkaar in gesprek. Dit is voor nu mijn reactie. De heer Muis, D66: ik wil graag een ordevoorstel doen en 5 minuten schorsen, zodat wij een motie in kunnen dienen. De voorzitter: U heeft een ordevoorstel, omdat u een motie wilt indienen. En dan schorsen we daarna. Ook daarvoor heeft u toestemming van de raad nodig. Dus ik ga de raad vragen: wenst u stemming over dit ordevoorstel? U moet de heer Muis toestemming geven om een motie in te kunnen dienen.
Geeft u de heer Muis toestemming om een motie in te dienen? Wenst u stemming? Zo niet, dan krijgt de heer Muis die gelegenheid. U wenst geen stemming. Daarmee, meneer Muis, is u die gelegenheid geboden. Ik begrijp dat u ook een schorsing wenst. 5 minuten? De heer Muis: Ik moet ook even schakelen met de griffie, dus ik ben bang dat het iets langer dan 5 minuten zal duren. 10 minuten zou moeten lukken. De voorzitter: Het is nu 2 minuten voor half elf. Om tien over half elf gaan wij door. Ik schors de vergadering. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. De heer Muis heeft een ordevoorstel ingediend en gelegenheid gekregen om een motie in te dienen. 19/33
De heer Muis, D66: Het is de bedoeling, dat ik deze nu toelicht en dat we over beide moties stemmen. Is dat correct? De voorzitter: Nee, u moet deze gewoon indienen. Punt. Het is een ordevoorstel. Geen termijn en niks niet, dus u dient zich gewoon aan de tekst van de motie te houden. We gaan inderdaad daarna over beide moties stemmen. De heer Muis: Prima. Dank. M2021-009 Gehoord de gehele beraadslaging, overwegende dat de burgerparticipatie bij de Driehoek Noordpolder wederom is mislukt, de wethouder onvoldoende regie heeft genomen in dit proces, met als resultaat dat bewoners zich het gehele proces niet gehoord en zelfs geschoffeerd voelden. Van mening dat er genoeg momenten zijn geweest waarop de wethouder had kunnen ingrijpen en tegelijk ook de raad had kunnen informeren, maar dat niet nodig achtte. Van mening dat nu belangrijke informatie en inzichten van bewoners worden gemist, hoe ze hiernaar kijken, wat zij daarvan vinden, maakt dat het gevoerde beleid niet leidt tot een integraal voorstel met alle informatie, om daar als raad een weloverwogen afweging in te kunnen maken. Spreekt uit het door de wethouder gevoerde beleid qua proces en participatie rond dit ruimtelijke plan af te keuren en stelt voor dat de wethouder dit dossier overdraagt aan een andere wethouder. En gaat over tot de orde van de dag. Ondertekend en mede ingediend door PvdA, WIJ en GL.
De voorzitter: Dan gaan wij over tot de stemming over beide moties. Dat gaan we even zorgvuldig doen. De heer Machielse, VVD: Ik wil een schorsing van 10 minuten aanvragen om ons voor te bereiden op de beraadslagingen over de moties die zo meteen voor liggen. De voorzitter: Er is geen beraadslaging. We gaan stemmen. De heer Machielse: Dan wil ik me daar op voorbereiden, alstublieft. De heer Jumelet, WIJ: Ik wilde aankondigen, dat ik graag een stemverklaring wilde afleggen bij de motie van afkeuring. De voorzitter: U gaat gewoon stemmen. Stemverklaringen doen we doorgaans bij hamerstukken. Hier gaan we gewoon over stemmen en u heeft al verklaard wat u vindt, dus dat is een beetje een extra termijn vragen. De heer Jumelet: Het is één zin, niet echt een termijn. Ik zou graag een stemverklaring willen afleggen bij deze motie. De voorzitter: Ik ga daar even met de griffier over in conclaaf. De heer Ruijtenberg, GL: Ik heb eigenlijk hetzelfde verzoek als de heer Jumelet, maar ik begrijp dat u in conclaaf gaat. De heer Hoek, WIJ: Het was meer een ordevoorstel. Als we toch gewoon gaan stemmen, kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat de VVD geen 10 minuten nodig heeft om te kijken wat ze stemmen. Dan zou ik willen voorstellen om die schorsing teniet te doen. De voorzitter: Ik ga u daarover een voorstel doen. Moment. Het volgende. Een stemverklaring mag uiteindelijk, maar wel kort.
Dus inderdaad één zin en daar ga ik u aan houden, meneer Jumelet. Iedereen kan een schorsing aanvragen, meneer Hoek. Ik vind 10 minuten ook wel heel lang, meneer Machielse, zeker gezien het tijdstip en we hebben nog een agenda. Ik ga u 5 minuten geven. De heer Machielse: Daar ben ik dankbaar voor. De voorzitter: Dan schorsen wij voor 5 minuten en dan gaan we om tien voor elf verder. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. De heer Machielse heeft een schorsing aangevraagd. Heeft u iets mede te delen? Of kunnen we overgaan tot de stemming? De heer Machielse, VVD: Wat de VVD betreft, kunnen we overgaan tot de stemming. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we hierbij over tot de stemming. We gaan twee keer stemmen. U ziet ze in uw IBABS onder 8.1 en 8.4, voor alle duidelijkheid. Punt 8.2 en 8.3 hebben we gedaan. Dus 8.1 en 8.4. Ik heb twee aanvragen voor stemverklaringen, die doen we vooraf. U moet dus even duidelijk maken over welke motie u een stemverklaring wil afgeven, maar dat doen we even vooraf, want anders moeten we dat tussendoor weer wisselen. De heer Blonk: Mag ik ook een stemverklaring voor de eerste motie? De voorzitter: Ja. Het kan voor beide. De heer Jumelet, WIJ: Ik wil een stemverklaring afleggen voor de motie van afkeuring, dus de tweede motie.
De heer Ruijtenberg, GL: Ik wil graag een stemverklaring afleggen voor de motie M2021-009, motie van afkeuring. 20/33
De voorzitter: U ook de tweede. En meneer Blonk ook. De heer Blonk: Ik wil een stemverklaring voor de eerste motie. De voorzitter: Uitstekend. Dan gaan we eerst naar u, meneer Blonk, en dan gaan we daarna over de eerste motie stemmen. De heer Blonk, L3B: Wij zullen tegen die motie stemmen. De drie punten in het dictum, dat zijn drie punten in ieder geval in de tekst van de wethouder aangegeven, dat die aangepakt zullen worden. Daarom is voor ons die motie overbodig. Daarom stemmen we tegen. De voorzitter: Dan gaan we stemmen over deze motie. Het is motie M2021-008, herstel van vertrouwen, in IBABS onder 8.1. Ik kijk even en ga de stemming openen. U kunt stemmen nu. Mevrouw Gielis en de heer Markus nog. De heer Markus: Er gaat bij mij iets niet goed. Noteer voor mij een tegen stem. De voorzitter: Een tegenstem van de heer Markus. En mevrouw Gielis, wilt u ook even mondeling stemmen? Bent u daar? We gaan er op dit moment van uit, dat mevrouw Gielis niet in de vergadering aanwezig is. Daarmee sluit ik de stemming. De motie is verworpen met 22 stemmen tegen en 9 stemmen voor. De voorzitter: Dan gaan we over naar de volgende motie, motie M2021-009, de motie van afkeuring. De heer Jumelet, WIJ: Wij hebben de wethouder expliciet in de gelegenheid gesteld om in de tweede termijn te reageren met name vanuit het hart op de oproep, die wij gedaan hebben.
Helaas heeft ze die mogelijkheid niet opgepakt, maar toch weer procedureel gereageerd en wij betreuren dat ten zeerste. Dat maakt dat wij ons genoodzaakt voelen om mede deze motie in te dienen en voor te stemmen. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Met bezwaard gemoed ben ik mede indiener van deze motie van afkeuring. De wethouder heeft van ons ook een tweede termijn alle kans gekregen om haar deemoedigheid uit te spreken en een gebaar te maken richting de inwoners. Wij constateren, dat zij dat niet gedaan heeft en dan kunnen wij helaas niet anders dan voor deze motie stemmen. De voorzitter: Daarmee gaan we over tot de stemming over deze motie. Ik open de stemming. Een moment, nog niet stemmen, ik geef u een seintje als u mag stemmen. Ja, u kunt stemmen. Ik sluit de stemming. Met 22 stemmen tegen en 9 stemmen voor is ook deze motie niet aangenomen. Daarmee zijn we aan het einde van dit agendapunt, de interpellatie. 9. Bespreekpunten: 9.a Handelingsperspectief Biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland De voorzitter: Er zijn meerdere moties aangekondigd: één door GL en één door L3B. Ik begin bij de fractie van GL, ga daarna naar L3B en dan gaan we van groot naar klein door. De heer Ruijtenberg, GL: Gezien het tijdstip, en we hebben best wel een volle agenda hierna, zal ik niet de discussie in de commissie over doen en uitsluitend de motie voorlezen.
M2021-010 De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen op 22 april 2021, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een maatschappelijke discussie is over de wenselijkheid van houtige biomassacentrales; in de huidige bestemmingsplannen geen artikelen zijn opgenomen die levering aan derden uitsluit; de wethouder in de vergadering commissie ruimte van 6 april heeft aangegeven vergunningen te willen weigeren van derden, niet zijnde voor eigen gebruik en vergunningsaanvragen van tuinbouwbedrijven in het glastuinbouwgebied wel te willen honoreren; het mogelijk is om levering van warmte aan derden te verbieden, dus daarmee enkel centrales voor eigen gebruik toe te staan; er in Pijnacker-Nootdorp wel zo’n artikel is opgenomen in het bestemmingsplan; gemeentelijke vergunningen enkel noodzakelijk zijn als de biomassacentrale groter dan 15 MW en/of voor meer dan eigen gebruik produceert.
Van mening zijnde dat: binnen warmte samenwerking Oostland het wenselijk is dat het beleid tussen de gemeenten zo veel mogelijk gelijk is; de verbranding van houtige biomassa geen toekomst heeft; dat nieuwbouw van biomassacentrales niet op draagvlak kan rekenen; de huidige wettelijke mogelijkheden onwenselijk zijn ten behoeve van het produceren en leveren aan derden en zo de kap van bossen stimuleren; er geen nieuwe vergunningen tot bouwen of exploiteren biomassacentrale zouden moeten worden vergeven. Roept het college op, als er geen landelijk beleid komt dat biomassacentrales ontmoedigt, deze raadsperiode een raadsvoorstel voor te leggen waardoor houtige biomassacentrales geen vergunning krijgen voor exploitatie en bouw als zij voor meer dan alleen eigen gebruik produceren. En gaat over tot de orde van de dag. Ik dien deze motie in namens de collega van D66, de heer Muis.
21/33
De heer Blonk, L3B: De motie die L3B in gaat dienen, wordt mede ondertekend door WIJ, D66 en PvdA. Het betreft het moreel appel glastuinbouwsector om geen nieuwe biomassacentrales te bouwen. M2021-011 De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen, gehoord de beraadslaging, overwegende dat: biomassacentrales al langere tijd ter discussie staan; maatschappelijke en technische onvrede over de vermeende duurzaamheid van biomassaverbranding hand over hand toe neemt; de hoeveelheid hout die nodig is, zo enorm is dat in Nederland de groei van bomen dat niet kan bijhouden. Zodoende moet er van over de hele wereld en met name uit Canada hout worden verscheept naar ons land om aan de grote vraag van hout te kunnen voldoen; de verwachting is dat in Nederland, maar ook wereldwijd, de rol van biomassacentrales geen of een zeer beperkte rol zal spelen bij de energievoorziening in de nabije toekomst; warmteleidingen en geothermie al veel in de glastuinbouw wordt gebruikt, maar in capaciteit nog te gering is. Van oordeel zijnde dat warmteleidingen en geothermie veel geschikter zijn om op termijn alle glastuinbouwbedrijven te voorzien van warmte; tot de tijd dat er voldoende capaciteit is van warmteleidingen en geothermie is gas stoken milieutechnisch gezien aanzienlijk beter dan het verbranden van houtige biomassa.