BV21.0073 Verslag Gemeenteraad d.d. 22 april 2021
Tekst van het document
Verzoekt het college het in de raad vastgestelde “Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland” niet te versturen naar de glastuinbouwsector, maar in een fysiek overleg dit “Handelingsperspectief biomassaverbranding” hen te overhandigen met een indringend beroep van college op het morele appel af te zien van het bouwen van biomassacentrales. Tijdens het overleg met glastuinbouwsector ook deze motie van de gemeenteraad aan hen te overhandigen, waarin ook de gemeenteraad bij de glastuinbouwsector aandringt om geen nieuwe biomassacentrales in Lansingerland te realiseren. Dat was de motie. Dan een reactie op de motie van GL. L3B zal tegen deze motie stemmen. Aanleiding is de brief van het college van gisteren 21 april. In principe is het mogelijk om nu sturend op te treden door geen vergunning af te geven. Dat zal ambtelijk heel veel tijd gaan kosten in het opstellen van een raadsvoorstel en een raadsbesluit. Daarnaast staat ons een veel tijd kostende procedure rond een aanvraag te wachten, waarvan gezien de landelijke tendens van afbouwsubsidies hoogstwaarschijnlijk achteraf gezegd kan worden: hadden we het maar niet gedaan. Met de brief kunnen wij instemmen en in het bijzonder met de slotalinea, die in die brief staat. Vandaar dat wij tegen die motie zullen stemmen. Dank u wel.
De heer Machielse, VVD: Grotendeels in lijn met wat wij in de commissie ook al hebben aangegeven, hebben wij vergelijkbare zorgen aan wat de heer Blonk zei en wat de heer Ruijtenberg zei over biomassacentrales in Lansingerland in de bredere zin. Dan kijken we naar: wat is effectief en wat is pragmatisch om dat aan te pakken? Dus zal mijn fractie de motie van de heer Blonk en L3B ondersteunen, om in gesprek te gaan met de tuinders en het moreel appel te doen. Ik denk dat dat de wethouder van het CDA wel toevertrouwd is, een appel, notabene van het Christen Democraten Appel. De motie van de heer Ruijtenberg, van GL, zullen wij niet steunen. Niet omdat we de intentie niet onderschrijven, maar omdat we het niet proportioneel vinden naar het effect wat het zou kunnen sorteren. Dank u wel. De heer Van der Stelt, CDA: Wat betreft de motie van GL en anderen, dan kan ik in lijn met de heer Blonk op antwoorden, dat wij er niet voor zullen stemmen. Het college heeft daar helder op geantwoord, ook nog bij brief. Wat betreft de motie van L3B zullen wij ook tegen stemmen, hoewel de inhoud ons vanzelfsprekend aanspreekt. Want zoals vorige spreker al aangaf, is het wethouder Van den Beukel zeer wel toevertrouwd om op dit dossier naast het per post of digitaal overhandigen van het, Christen Democratisch Appel is het trouwens, maar dit is het appel vanuit het college.
Dat zal hij ook nog laten volgen in zijn vele persoonlijke contacten door het ook gewoon alsdan over te brengen en ook partijen te wijzen op de vele alternatieven, die er inmiddels zijn. Daar heeft de heer Van den Beukel heel veel kaas van gegeten, dus dat gaat helemaal goed komen, dus in die zin vinden wij deze motie wat overbodig. Daar laat ik het bij. De heer Jumelet, WIJ: Het hele biomassaverhaal, met name de houtstook, daar zijn wij als fractie op tegen, om maar even kort te zijn. We willen ook alles in het werk stellen om dat tegen te gaan. Inwoners hebben heel veel last van van alles en nog wat zoals fijnstof, dus in die zin is het ook gerechtvaardigd om het beleid, dat het college voorstaat maar ook wat pas in hetgeen WIJ denkt, om alle middelen aan te wenden om dat te voorkomen op het grondgebied van Lansingerland. Wij zijn mede indiener van de motie, die door de heer Blonk is voorgelezen. Het appel, wij vinden dat dat heel erg moet worden uitgedragen, dat is één. En twee, de motie van GL zullen wij ook steunen, want ze bijten elkaar niet, ze liggen in elkaars verlengde of ze kunnen naast elkaar heel goed bestaan. Op het moment dat wij daar stappen kunnen maken om op één of andere manier de komst van biomassacentrales tegen te gaan, dan vindt u ons aan uw zijde. Wij steunen van harte beide moties. Dank u wel.
De heer Markus, CU: Tijdens de commissie hebben we inderdaad als hele commissie geworsteld met het meer inhoud geven aan het handelingsperspectief, meer duidelijkheid geven, meer kracht geven. Daar is 22/33
inderdaad een poging toe gedaan met de twee moties. De eerste, van L3B, kunnen wij van harte ondersteunen. Het is misschien wat symbolisch, deze motie, maar symboliek kan heel goed werken. Ik denk dat met deze motie de wethouder nog steviger in zijn schoenen staat, dat staat hij al, om ook namens de raad duidelijk te maken, ook in een fysieke overhandiging, dat wij absoluut niet achter nieuw te bouwen biomassacentrales staan. Maar graag zouden wij meer kracht bij zetten. GL heeft daar ook een motie over ingediend, daar hebben wij ons eens goed over gebogen. Voor ons spelen eigenlijk twee zaken. Landelijk loopt er natuurlijk van alles om de subsidie terug te laten lopen en te stoppen. Als dat gebeurt is het ook klaar met biomassacentrales. Wij vonden het niet handig om dan tegelijkertijd als gemeente zelf een proces op te starten, want als je daarmee klaar bent, is het landelijk ook klaar en dan heb je dat voor niets gedaan. Dus wij vinden de motie, zoals die nu voor ligt, zeer sjiek, want het zegt eigenlijk: we geven ruim een jaar de tijd, we wachten even af wat er landelijk gebeurt en als we dan zien dat er landelijk geen acties worden ondernomen richting biomassacentrales, dan gaan we als een speer aan de slag als gemeente om de bouw van biomassacentrales in ieder geval niet te vergunnen in onze gemeente. Dat lijkt ons een uitstekende aanpak.
Daarmee doen we er alles aan om de bouw van biomassacentrales in onze gemeente te voorkomen en dat is een doel, dat wij graag nastreven, en als ik het goed hoor de gehele raad. Ik kijk ernaar uit om alle tegenstanders, die dat net aangaven, van hun trede terug zien keren. Ik ben benieuwd. Ik hoop ook, dat de wethouder dit van harte kan ondersteunen. Dank u wel. De heer Muis, D66: Ik kan eigenlijk wel aansluiten bij de twee voorgaande sprekers, van de CU en van WIJ. Wij kiezen ook duidelijk voor het inperken van de mogelijkheden, wat binnen onze macht ligt. Een symbolische en een praktische motie, wij hebben ze beide mede ondertekend, omdat wij denken dat het inderdaad in elkaars verlengde ligt. Ik ben ook heel benieuwd wat de wethouder van de praktische motie gaat vinden. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik ben er wel, maar ik zat nog even te tikken, maar nu ben ik de tekst kwijt. Ik zit in iets wat hier niets mee te maken heeft, sorry. De biomassacentrales hebben ook, wat onze fractie betreft, geen relevante rol in de warmtevoorziening van de glastuinbouw. Er zijn betere alternatieven nu en in de toekomst, dus het moet ontmoedigd worden door onze gemeente om verder daarin te investeren door de glastuinbouw en al zeker helemaal niet voor derden. De motie van L3B, daar zijn wij mede indiener van.
Dat is inderdaad meer een symbolische motie, zou je kunnen zeggen, maar ik denk dat het toch heel belangrijk is dat de wethouder in persoon dit stuk gaat overhandigen en dan ook dat appel in persoon gaat doen. De motie van GL, die onderschrijven we eigenlijk ook, de intentie van die motie, die willen we eigenlijk ook steunen. Ik ben toch even op het verkeerde been gezet door de inbreng van de heer Blonk van L3B, alsof dat veel ambtelijke tijd zou kosten, geld enzovoorts. De heer Markus zegt dat dat eigenlijk niet hoeft, dat we het eerst een jaar bekijken, kijken wat er landelijk gebeurt en dat het eigenlijk een tweestaps proces is. Ik wil graag van het college horen hoe zij aankijken tegen deze motie en dan nemen we daarover een besluit, maar in principe kunnen we ook die motie van GL steunen. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Ik zou iedereen willen bedanken voor zijn inbreng en ook de inspreker voor zijn inbreng. Ik zou heel kort daarop kunnen reageren, want daar worden toch 1, 2, 3 dingen ter sprake gebracht, waar ik voor de compleetheid van dit debat wel op zou willen reageren. Allereerst, iedereen weet dat wij als gemeente zeker qua duurzaamheidsbeleid, maar het geldt in den brede, heel graag in gesprek zijn met alle maatschappelijke partners. Lansingerland samen duurzaam is volgens mij één van de aanstichters van het burgermeetnet.
Daar heb ik 2 maanden geleden mee gesproken en ik zie er zeer naar uit om met de heer Van Teffelen en zijn mede bestuurders van het meetnet ook binnenkort in gesprek te treden, want dat was inderdaad nog niet gebeurd op dit dossier en dat is wel jammer. Wel is het zo, dat de data van het burgermeetnet inderdaad via RIVM gewoon worden ingevoerd in de landelijke kennis. Wat dan misschien een misverstand is, dat ik even uit de weg wil ruimen, is dat we ons niet baseren op data uit Waddinxveen in ons handelingskader, daar ging het slechts om even te leren van de impact van biomassa op de lokale situatie. De data waar over gesproken wordt in ons handelingskader gaat echt over data uit Lansingerland, gecheckt bij RIVM en DCMR, dus volgens mijn kennis is dat de juiste kennis om ons op te baseren. Dan naar de moties kortheidshalve en gelet op het moment. De heer Blonk van L3B heeft een motie ingediend, waarin hij mij vraagt om fysiek het appel te overhandigen. Inderdaad, appelleren dat doe ik graag, maar niet heel veelvuldig, want het moet wel impactvol blijven. Of het fysiek mag van onze minister president, demissionair, dat moeten we even bezien, maar zo gauw mogelijk en coronaproof doe ik dat heel graag.
Ik denk niet dat het gebruikt moet worden in ons bestuur om dit soort hele operationele werkwijzen voor te schrijven aan elkaar, maar in dit geval kan ik me er iets bij voorstellen, dus als de raad dat graag wil, dan zal ik dat fysiek doen. Ik tref natuurlijk de vertegenwoordigers van de glastuinbouwsector heel regelmatig. Gisteren nog vroeg een tuinder, het zou koren op uw molen zijn, die kon zich niet voorstellen waarom iemand überhaupt een biomassacentrale zou willen bestieren. Die ontmoetingen zijn veelvuldig en kan ik ook laten volgen op uw motie. Dat is 23/33
prima. Dan de motie van de heer Ruijtenberg van GL. Die heb ik eerder in conceptversie langs zien komen en die lijkt een beetje af te wijken van de versie die er nu is en dat is wel plezierig, want het blijft wel een worsteling van wat nou een proportioneel middel is, ook voor mij als wethouder. Ik zie de schaarse capaciteit op het gemeentehuis en die wil je impactvol inzetten. We zijn heel druk, zoals u weet, met het realiseren van meer restwarmtevoorziening bij ons in Lansingerland, bij het faciliteren van meer geothermie voor juist de dingen die we willen en daar wil ik graag met mijn mensen aan werken. Dan is het maken van zo’n paraplu-herziening van bestemmingsplannen, ik heb dat laten nagaan, dat is dan een exercitie die inderdaad te overzien is, maar het is toch wel ongeveer twee werkweken van onze deskundigen en een paar duizend euro voor een stedenbouwkundig plan. Dan kan je zeggen: ach, dat poets je weg in de marge. Maar het zijn toch wel weer serieuze professionele uren, die we dan besteden aan iets, waarvan je je moet afvragen of dat inderdaad opweegt tegen het risico. Want even voor de helderheid: ik zie 4 categorieën centrales in Lansingerland, de open haarden daar gelaten. De ene categorie vergunde centrales, die al gebouwd zijn, daar doet het niets voor. De tweede categorie, vergunde centrales, die nog niet gebouwd zijn, daar doet het ook niets voor.
De derde categorie, nog niet vergunde centrales, die aan derden zouden willen leveren, daar doet het iets voor, maar wel met het risico op planschade. En de vierde categorie, biomassacentrales die alleen aan het eigen bedrijf leveren, daar doet het ook niets voor. Maar die derde categorie, als je daar 1, 2 of 3 biomassacentrales zou voorkomen dankzij een herziening van het bestemmingsplan, dan kan dat hier wat waard zijn. Mijn taxatie op basis van kennis van de sector is dat dit nu niet nodig is en dus niet opportuun om dit middel daarvoor in te zetten. Als de raad tot een ander oordeel komt, dan voer ik dat uit, zo kijk ik ernaar. Dan vind ik het wel plezierig om inderdaad wel maximaal lang proberen het landelijk beleid te volgen. Dat is natuurlijk on hold nu vanwege de landelijke formatie. We weten niet hoe het uiteindelijk zal uitpakken met de formatie, voorlopig ligt het behoorlijk stil, dus het kan best wel een poosje duren voordat het voornemen, waarvoor ik brede steun zie in Den Haag, leidt tot een concreet afbouwpad en een keuze van het kabinet. Dus als u mij die ruimte wel wilt geven, mocht de motie aangenomen worden, dan hoop ik dat we het dus nooit nodig gaan hebben om hier lokaal beleid voor te ontwikkelen. Veel liever zie ik dat ze in Den Haag met één ogenschijnlijk eenvoudige pennenstreek eigenlijk dit gewoon qua businesscase gewoon onmogelijk maken.
Nogmaals, ik zou er niet voor willen kiezen, voor het voorgestelde in de motie van GL, maar mocht u er anders naar kijken, dan zal ik het netjes uitvoeren en hoop ik wel die ruimte echt te kunnen benutten tot einde van deze raadsperiode. Ik denk dat ik het daar even bij laat. Dank u wel. Inspreker: De heer Van Teffelen: Ik wil toch nog even vertellen, dat wij weldegelijk contact hebben gehad het afgelopen jaar, want dat was één van de vragen, met wethouder Fortuyn in de commissie ruimte. Er zouden gesprekken volgen, ook gezien de mogelijke manieren van meten, waarbij ook het geluid opgenomen zou worden. Maar daar is het bij gebleven, dus er is niets gebeurd. Het aantal keren, dat wij in de media hebben gestaan, is aardig wat keren geweest. We hebben ook de publicaties van de fijnstofpieken bij de jaarwisseling in de Heraut enzovoorts gezet. Dus er is weldegelijk door ons het nodige gecommuniceerd. Dat wij helemaal niets doen, moet toch eigenlijk weg blijven. Tweede termijn De heer Ruijtenberg, GL: Ik wil graag niet alleen reageren op de motie van L3B, maar ik wil ook enige verduidelijking geven op onze eigen motie. Het klopt wat de wethouder zegt, er was in eerste instantie een ander concept binnen gekomen. Dit is uiteindelijk de definitieve versie. Met deze definitieve versie beogen wij juist om de wethouder alle ruimte te geven om op termijn beleid hierover te maken.
Ook wij constateren dat er in Den Haag, in de landelijke politiek, geen draagvlak meer is voor biomassa. Dat is een goede ontwikkeling, want persoonlijk zou ik het liefst alle biomassa willen afschaffen, maar tussen droom en daad zitten nou eenmaal wetten en praktische bezwaren. Dat gezegd hebbende. Wij zien inderdaad dat er in Den Haag nu een trend is, dat het niet wil. Daarom hebben wij gezegd: de formatie kan best lang duren. Ik voorzie dat het zomaar pas oktober zal zijn voor we misschien eindelijk een keer een kabinet hebben. En dat dat kabinet dan inderdaad met een pennestreep zegt: geen businesscases meer, geen biomassacentrales. Daarin volgen wij de wethouder helemaal en krijgt hij alle ruimte. Daarmee is er dus ook geen druk op het ambtelijk apparaat. De mensen gaan niet van andere projecten af om daarvoor ingezet te worden. Nee, we geven iedereen de tijd en ruimte. Mocht nu onverhoopt er in Den Haag toch een andere beslissing genomen worden, dan zeggen wij tegen de wethouder: dan komt deze motie in wethouder en pas dan moet er een raadsvoorstel komen, waardoor biomassacentrales geen vergunning krijgen. Het is dus een motie die je over een hele lange termijn en een maximale raadsperiode van 11 maanden uit zou kunnen smeren als het een beetje tegen zit. Daarmee hoop ik een antwoord te hebben gegeven op de vraag van de heer Blonk, dat de ambtenaren geen tijd hebben.
Ik heb daarmee de wethouder heel veel ruimte gegeven. Ik denk dat de heer Markus het inderdaad heel goed gezien heeft en heel goed uitgelegd heeft, dat er heel veel tijd is. Deze motie beoogt om ervoor te zorgen, dat we op termijn geen biomassacentrales meer hebben. Ik hoop dat daarmee de partijen, die nu aangeven tegen te stemmen toch voor zullen stemmen. Dan over de motie van de heer Blonk. We hebben 24/33
hem niet mede ingediend en dat komt omdat wij een beetje huiverig zijn voor het doen van een moreel appel aan bedrijven. Er wordt wel vaker een moreel appel gedaan op ondernemingen op het gebied van diverse quota waarbij wij dan merken, dat het appel heel mooi is, maar feitelijk toch niet is. Daarmee twijfelen wij aan de kracht hiervan. Echter, we vinden het wel een heel mooi symbolische motie en wij zullen voor deze motie stemmen. De heer Blonk, L3B: De heer Ruijtenberg daagt me toch wel even uit t.a.v. zijn eigen motie. Ik begrijp dat ook wel. Ik vind het fijn, dat hij onze motie ondersteunt, maar zijn motie, ja, ik ben er toch bang voor. Het college schrijft die brief niet voor niets. De wethouder nuanceert het nu zojuist wel even, maar ik zie dat toch niet zitten. U bent tegen uitbreiden van biomassacentrales, maar dit heeft toch een kans dat er zoveel druk komt op de ambtelijke organisatie, waarbij je dus achteraf kunt zeggen: het is niet nodig geweest. Ik blijf bij het standpunt, dat we deze motie niet ondersteunen. De heer Ruijtenberg: Ik heb de heer Blonk bij het vorige agendapunt heel veel horen zeggen over het gevoel. Ik hoop dat ik bij hem nu het gevoel kan neerleggen, dat dat dus absoluut niet de bedoeling is. Deze motie gaat echt pas spelen als Den Haag een beslissing zou nemen, die wij hier allemaal niet voorzien.
Wij voorzien allemaal dat er een streep doorheen gaat. Dus ik zou echt de heer Blonk willen oproepen om voor deze motie te stemmen, want dan hebben we iets in handen om het tegen te gaan mocht het doorgaan. Er wordt op dit moment echt geen druk gelegd op het ambtelijk apparaat, zij zijn veel te hard nodig voor andere dingen. Dit is echt een terugvalscenario als er een negatief iets zou zijn in Den Haag, waar ik overigens niet van uit ga. Dus ik zou de heer Blonk echt willen vragen om nogmaals zijn gevoel te willen laten spreken. De heer Blonk: Dit heeft niet zoveel met gevoel te maken, zoals bij het vorige agendapunt was. Dit is totaal wat anders. Op het moment, dat het echt nodig zou zijn, dan zijn wij als raad mans genoeg om op dat moment in te grijpen en zeggen: nu moet u komen met een raadsvoorstel daarvoor. Dus in die zin, kunnen we dat ook afwachten. Het zijn twee kanten: we kunnen de uwe nemen, maar we kunnen het ook even afwachten. In feite wachten ze alle twee even af. Wat dat betreft heeft u me net niet over de streep getrokken. Mijn gevoel tegen biomassacentrales heb ik net al geuit. De heer Machielse, VVD: Een korte reactie. Ik waardeer wel het appel dat de heer Ruijtenberg van GL aan mij doet.
Ik denk alleen, even kort toegelicht, dat ook als we eerst wachten op landelijk beleid of dat er wel of niet komt, dan blijf ik daarna van mening dat ik nog steeds zit met die proportionaliteit. De hele maatschappelijke tendens over biomassa is al aan het omschakelen. Ondernemers ken ik allemaal als buitengewoon redelijke mensen, die ook uitermate positief in de wedstrijd zitten. Dan ben ik geneigd mee te gaan met het plan van de wethouder om het juist de relatie met de ondernemers, een moreel appel, en die route te blijven volgen. De moties spreken elkaar niet tegen, dat is correct, maar wij zullen toch, alles overwegende, uw motie niet steunen, terwijl we het doel wel na blijven streven. Dank u wel. De heer Van der Stelt, CDA: Dat zijn mooie slotwoorden van de heer Machielse. Dat we hetzelfde doel wel blijven nastreven, dat doen wij ook. Maar ik heb in de gedachtewisseling en ook in de reactie van de wethouder eigenlijk geen argumenten gehoord, die maken dat wij voor de motie zouden zijn, dus ik laat hierbij aantekenen dat wij tegen de moties zullen stemmen. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: We hebben eigenlijk weinig toe te voegen aan onze eerste termijn. We zullen beide moties van harte steunen. Ze liggen in elkaars verlengde, ze kunnen parallel aan elkaar, ze spreken elkaar niet tegen.
Het doel heiligt wat dat betreft de middelen als het gaat om het feit dat we tegen biomassa zijn. Dus van harte. Dank u wel. De heer Markus, CU: Ja, kort. Ik kan ook knopen tellen wat betreft de motie van GL, maar ik ben in ieder geval blij dat, mocht Den Haag anders besluiten, dat L3B samen met ons allen een motie indient om alsnog biomassacentrales in Lansingerland niet te vergunnen. Die toezegging staat van de heer Blonk, dus in die zin heb ik er alle vertrouwen in, dat we dat in de toekomst gaan voorkomen. Dank u wel. De heer Muis, D66: Nee, dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Wij zijn mede indiener van de motie van de heer Blonk, dus daar zullen we uiteraard voor stemmen. Ik kan nu zeggen, dat ik na de toelichting van de heer Ruijtenberg voor de motie van GL zal stemmen. Ik vond de toelichting heel helder en volgens mij kon de wethouder er ook wel mee leven. Dank u wel. Wethouder Van den Beukel: De reactie die zou zijn hoe ook de uitkomst is vanavond, we zijn ook bezig parallel met de uitgangspunten van ons milieubeleidsplan, zoals vorig jaar aangekondigd in de begroting.
Ik denk dat het goed is om dat hier even te memoreren, het zit in de pijplijn, het zit nog niet bij het einde van de pijplijn, maar het is wel heel belangrijk, vind ik, vinden wij als college, om op de thema’s lucht, maar ook geluid, licht en de andere klassieke milieuthema’s echt een helder beeld te vormen, waar we staan en wat onze ambities zijn. We hebben het nu echt over biomassa, maar ik merk dat de discussie met name gaat over het luchtkwaliteitsaspect daarvan. Wat dat betreft zijn we hier niet over 25/33
uitgepraat, wat mij betreft, wat ons betreft, als raad en als college en volgt hier nog meer, want we willen natuurlijk naar die WHO adviesnormen. En hoewel 90% van de vervuiling, van de fijnstof, van buiten de gemeentegrenzen komt, hebben ook wij daar een verantwoordelijkheid daarin, net als de regio, dus we zullen hieraan blijven trekken en sleuren. Dank u wel. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het einde van deze tweede termijn en gaan wij over tot de stemming over de beide moties. Als eerste gaan wij stemmen over de motie M2021-010, geen biomassacentrale anders dan voor eigen gebruik. De heer Machielse: We moeten nog over het voorstel stemmen. De voorzitter: U heeft het correct. Het zijn moties. We gaan dus eerst naar het voorstel en daarna naar de motie. Meneer Machielse, u let goed op, op dit late tijdstip. Dat is fijn. Fijn, dat je nog jong bent. Je mag toch niet uit, dus je bent ook heel wakker op dit tijdstip. We gaan over tot stemming over het voorstel. Dat is het handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland. Ik vraag u: wenst u stemming over dit voorstel? Dat is niet het geval en daarmee is het voorstel aangenomen. De voorzitter: Dan gaan wij alsnog stemmen over de moties. Eerst de motie geen biomassacentrale anders dan voor eigen gebruik.
Wenst u stemming? De heer Machielse: Ik wens een stemming, maar het is voor mijn partij ook voldoende als wij geacht worden tegen te hebben gestemd, maar ik weet niet precies hoe dat werkt qua meerderheid. De heer Blonk: Ik wil er gewoon stemming over. De voorzitter: Dan gaan wij gewoon stemmen, dat is helder. Dan ga ik de stemming open maken en u wacht nog even. Ja, u kunt gaan stemmen. De heer Van Santen nog. De heer Van Santen: Ik ben het heel even kwijt. We zitten nu bij 9.a.2 of niet? De voorzitter: Nee, 9.a.1. U moet hem misschien even refreshen. Ik sluit de stemming. Met 13 stemmen voor en 18 stemmen tegen is deze niet aangenomen. De voorzitter: Dan gaan we stemmen over de motie M2021-011 moreel appel op de glastuinbouwsector om geen nieuwe biomassacentrales te bouwen. Ik open de stemming. Hij is open. Meneer Van Santen, u weer. De heer Van Santen: Het zal het tijdstip zijn. Normaal gaat het me goed af. De voorzitter: Ik heb het nooit eerder bij u opgemerkt. Dan doen we het mondeling, want u bent de enige. De heer Van Santen: Ik ben tegen. De voorzitter: U bent tegen. Dan sluit ik de stemming. Dan is het met 6 stemmen tegen en 25 stemmen voor aangenomen.
9.b Motie vreemd aan de orde M2021-012 Verhoging grondprijzen sociale bouw voorlopig beperken tot 2021 Mevrouw Verhoef, PvdA: Naar aanleiding van de verhoging grondprijzen voor de sociale bouw, het ging om 40% prijsstijging in 2021 ten opzichte van 2020, en een optie voor nog eens extra 20% prijsstijging in 2022, is er een verontruste brief van woningbouwcorporatie 3B Wonen gestuurd aan ons college, waarvan de raad een week later een afschrift kreeg van de directeur van 3B Wonen, mevrouw Vliet Vlieland, met een toelichtende korte brief. De strekking van die brief, en ik kom nu bij een deel van de overwegingen, in de brief stelde 3B Wonen, dat de verhoging van de grondprijs vergeleken met de prijs van 2020 een onverwacht grote stijging is voor de woningcorporatie, waarop men niet had geanticipeerd. 3B Wonen had geraamd met een grondprijs van 2020 met een jaarlijkse indexatie. 3B Wonen stelde dat deze prijsverhoging betekent voor hen dat er voor het nu afgesproken aantal te bouwen sociale huurwoningen, ongeveer 1.000, al een kostenstijging van rond de €6 miljoen is te verwachten voor de corporatie, gerekend met alleen die eerste prijsstijging over 2021.
De corporatie gaf in de brief aan, dat door deze verhoogde grondprijzen met dezelfde investeringsruimte minder woningen gebouwd zouden kunnen worden dan nu geraamd of op duurzaamheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de woningen ingeleverd zou moeten worden. De prijsstijging moet ook voor een deel worden opgebracht door de huurders van 3B Wonen, die natuurlijk al weinig draagkracht hebben financieel. De zorg was dus van de corporatie, maar ook van de oppositiepartijen, die ons steunde om er een bespreekstuk van te maken bij de commissie AB, de angst bestond dat dit tegen zou werken in het verlagen van het tekort aan sociale huurwoningen in Lansingerland. Een zeer zorgelijke situatie, dus daarom nu deze motie. Ingediend ook mede door D66, GL en WIJ, een motie vreemd aan de orde. Het debat is uitvoerig gevoerd op 7 april, daar bedank ik alle fracties hartelijk voor. De voltallige oppositie vond dat die verhoging van de grondprijzen voor sociale bouw moest worden terug gedraaid, in ieder geval voor een deel. De coalitie vond dit in grote lijnen niet nodig met duidelijke argumenten, die verhoging had misschien al eerder moeten plaats vinden, het was in lijn met de omliggende gemeenten en het zou volgens onderzoek echt geen gevolgen hebben voor de sociale bouw.
Gelukkig lieten alle fracties wel zien, dat hun ambitie om sociale bouw niet verder te vertragen nog steeds overeind is gebleven. Wij weten niet of het college inmiddels contact heeft gehad met 3B Wonen over de zorg, dat die stijging van de grondprijzen echt onwenselijk is. We zijn wel blij ook met de verhelderende inspraak van directeur Vliet Vlieland en we hopen ook dat de coalitiefracties die opheldering ook waarderen. We zoeken met deze motie vreemd aan de orde eigenlijk een oplossing, die past bij een gemeente, die van harte samenwerkt met een corporatie die, zoals mevrouw Vliet Vlieland aangaf, een corporatie die al 100 jaar met hart en ziel sociaal bouwt in onze gemeente. Wij zoeken die verbinding. Wethouder Van den Beukel liet dat ook in het debat duidelijk zien. Ik ga nu naar het dictum. 26/33
M2021-012 De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen op 22 april 2021, gehoord de beraadslaging, roept het college op om de grondprijzen voor sociale huurwoningen tot en met 2024 te handhaven op het niveau van 2021, m.u.v. de jaarlijkse indexatie, en in 2025 te onderzoeken of de grondprijzen verhoogd zouden moeten worden. En gaat over tot de orde van de dag. Mevrouw Gabin, GL: Wij begrijpen, dat er in eerste instantie gewoon gehandeld is in lijn met de uitgangspunten van de nota grondbeleid, maar wij vinden dat het college bij de uitvoering van het grondbeleid de actuele situatie dient te bezien. Wij zijn sterk van mening, dat de verhoging van de grondprijzen een negatieve impact heeft op sociale woningbouw. Om goedkope woningen te realiseren, kunnen gemeenten sturen op middeldure woningen of sociale woningen door voorwaarden te stellen. Daar horen dan ook lagere grondprijzen bij. Als gemeente hebben we een ambitie om meer sociale woningbouw te bouwen. Het college was net zo goed bezig. In het bod naar de provincie toe staat meer sociale woningbouw dan in het coalitieakkoord. Maar door de grondprijs weer te verhogen, levert het in feite geen verbetering op. Geen gunstig klimaat voor meer sociale woningbouw. In de commissievergadering had de wethouder het over de vraag of het valt te billijken.
Heeft de verhoging maatschappelijke effecten, die acceptabel zijn? Volgens de wethouder wel, maar wij vinden van niet. Wij kampen met een huizencrisis en de wachttijden lopen alsmaar op. Gezien de huidige omstandigheden is het nodig om het beleid aan te passen. Wij missen enige welwillendheid van het college hierin. Vandaar ook onze steun aan de motie van de PvdA. De heer Jonker, D66: Wij zijn mede indiener van deze motie. Allereerst wil ik de PvdA bedanken voor het signaleren en agenderen van dit agendapunt en het opstellen van de motie. Natuurlijk ondersteunen wij hem volledig. Ik ga niet alle argumenten herhalen, maar ik hoop dat alle fracties, die ook in andere debatten regelmatig memoreren, dat de woningbouw toch echt de hoogste prioriteit is, ook voor deze motie stemmen. Het is niet ontkend. Het is weldegelijk een aspect dat een rol speelt bij het realiseren van onze ambities ten aanzien van de woningbouw. Laten we dus nu ook alles eraan doen om die doelen te halen met elkaar. Daar wil ik het bij laten. De heer Dieleman, CU: De motie. Ja, we hebben hier natuurlijk een uitgebreid gesprek over gevoerd in de commissie algemeen bestuur deze maand, dus in die zin zal onze inbreng niet heel erg verrassend overkomen, neem ik aan. Even een punt wat ons van tevoren van het hart moet. We stellen in deze gemeente nota’s vast. Ik noem bijvoorbeeld de nota grondbeleid.
Daarin maken we afspraken over hoe we om willen gaan met ons grondbeleid. Wij vinden het ook van belang als wij als raad die nota’s vast stellen, dat we ons daaraan houden en dat we die ook gebruiken als uitgangspunt voor de keuzes die het college maakt. En, dat hebben we in de commissie AB ook uitgebreid besproken deze maand, het college heeft een keuze gemaakt die goed past binnen onze nota grondbeleid. Uiteraard, als het college signaleert, dat er iets in de nota staat wat onhandig is of waardoor ongewenste effecten optreden, nemen we aan, dat het college dat altijd bij ons aan zal geven en dan zijn we echt prima in staat om daar kritisch met elkaar naar te kijken. Maar we denken in dit geval, dat het ook eigenlijk wel een goede keuze is. Ook al riep het bij ons ook een gevoel op van: moet je dat nou willen doen in een periode waarin we allemaal willen dat er snel gebouwd wordt? Dus toen de eerste stukken van mevrouw Verhoef erover binnen kwamen en wij het in onze fractie bespraken, dachten we ook: hoe heeft het college in vredesnaam deze keuze kunnen maken? Maar toen we er in de commissie verder met elkaar over doorspraken, gingen we dat wel beter begrijpen, ook in de antwoorden die het college op de schriftelijke vragen van de PvdA heeft gegeven, dat er ook gewoon goede redenen zijn om marktconforme prijzen te hanteren.
Dat het ook voor een betrouwbare overheid van belang is, dat je prijzen vast stelt die in de markt normaal zijn. Dan zitten we wel in heel bijzondere marktomstandigheden. De huizenprijzen schieten door het plafond, daar weten de huizenzoekers ook in deze raad alles van. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de grondprijzen dan. Daarom vinden wij het ook van belang dat we die grondprijzen dan ook netjes marktconform houden. En we hadden dat inderdaad misschien al eerder moeten doen, want de stap is nu ineens heel erg groot. Als we in de afgelopen jaren netjes de nota hadden uitgevoerd, was de stap nu veel redelijker geweest dan het nu klinkt, omdat we nu ineens procentueel een heel grote stap doen. Maar als ik naar de motie kijk en naar het dictum, waarin de indieners voorstellen om de prijs tot en met 2024, dat is nog 4 jaar, want pas in 2025 zouden we een heroverweging doen, dan handhaven we de prijzen van nu, dan handhaven we de prijzen eigenlijk op een heel oud niveau. Dan vraag ik me af: welke omstandigheden zouden er dan kunnen zijn om het dan wel mogelijk te maken om de prijzen te verhogen? Of gaan we dan voor altijd op de bottomline zitten waar we nu op zitten? Gaan we die prijzen nooit meer verhogen? Of gaan we in 2025 een enorm grote stap maken? De kans dat de waarde van grond gewoon doorstijgt, is natuurlijk zeer aanwezig.
We hebben er in de commissie uitgebreid over gedebatteerd, er is vanavond nog een aantal dingen over gezegd. Het lijkt ons verstandig om nu de keuze te maken, die het college gemaakt heeft. Wij kunnen ons daar goed in vinden. En dan gewoon eerlijk het beleid uitvoeren, dat we met elkaar hebben vastgesteld en de prijzen te hanteren die passen in een markt, zoals die er nu is. Tot zover. Dank u wel. 27/33
Mevrouw Van Olst, WIJ: Lansingerland heeft een inhaalslag te doen als het gaat over de sociale woningbouw. Het verhogen van de grondprijzen lijkt hier haaks op te staan. Daar hebben we het uitgebreid over gehad tijdens de commissie. Het klopt, we hebben met zijn allen het grondbeleid vast gesteld, dat is helemaal waar, maar we hebben het ook al eens gehad over voortschrijdend inzicht. Dat lijkt hier ook van toepassing. Niet dat we het hele grondbeleid weer om moeten gooien, helemaal niet, maar wij vinden juist, daarom zijn we ook mede indiener, de gekozen tussenstap die mevrouw Verhoef van de PvdA gekozen heeft om juist deze tussenstap te doen, ook in overleg met 3B Wonen, om dan juist en onze doelen te halen en niet helemaal af te stappen van het vast gestelde grondbeleid. Dus ik doe een oproep aan de coalitiecollega’s om ook hiermee in te stemmen. Dank u wel. De heer Ruitenberg, CDA: Om maar direct duidelijk te zijn: wij zullen deze motie niet steunen. Inhoudelijk hebben wij onze argumenten al gedeeld in de commissie algemeen bestuur en die zijn niet veranderd. Wij denken dat de relatie tussen sociale grondprijzen en de aantallen te bouwen niet perse aantoonbaar aanwezig zijn, gezien de aantallen woningen bij ons met een hele lage prijs de afgelopen jaren gebouwd zijn en de aantallen die in andere gemeenten zijn gebouwd met een hogere prijs.
Ik vind het ook heel belangrijk om een kanttekening te maken. De heer Dieleman noemt de prijzen marktconform. Als je de prijzen van deze grond marktconform zou maken, dan zouden ze veel hoger worden dan ze nu zijn. Nog steeds, ook met de aangepaste prijzen, die eigenlijk meer op het regionaal niveau zijn getrokken, investeren wij als gemeente enorm veel in sociale woningbouw, tot zo’n € 40.000 per huurwoning. Wij vinden dat we nog steeds enorm solidair zijn met alle mensen die dit betreft. Wij vinden het wel heel belangrijk om op te merken, dat op het moment dat er concrete problemen zouden komen rondom financiering van projecten van 3B Wonen bij bepaalde locaties bijvoorbeeld of voor duurzaamheid, dat er dan een goed gesprek moet zijn tussen de gemeente en 3B Wonen om te kijken op welke wijze dit opgelost kan worden. Dat kan bijvoorbeeld via garantstellingen en er zullen vast ook andere creatieve manieren mogelijk zijn. Ik denk dat het heel goed is, dat de beide wethouders ingaan op de warme uitnodiging die vanavond bij de inspraak is uitgesproken door mevrouw Vliet Vlieland voor een digitale kop koffie om daar met elkaar over te spreken. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat de beide wethouders heel graag deze kop koffie gaan drinken. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: Ik hoop dat ik wat scherper ben dan bij de moties van de biomassacentrales.
We hebben hier al uitgebreid stil gestaan in de commissie en ik sluit me ook geheel aan bij het betoog van de heer Dieleman. Toch wil ik een aantal punten noemen m.b.t. deze motie. Ik stel ook vast, dat het college uitvoering geeft aan het beleid en ik ben blij, dat de wethouder tijdens de commissievergadering heeft toegezegd dat er elk jaar zo’n regionaal prijsonderzoek wordt gehouden. Hiermee voorkomen we in elk geval dat de prijsstijgingen van deze omvang in de toekomst worden voorkomen. Dus daar ben ik blij mee. Als ik kijk naar de motie van de PvdA, dan is de kern eigenlijk dat zij vreest dat door de prijsverhoging minder sociale woningen worden gebouwd. En ze wijst dan vooral naar de positie van de woningbouwvereniging. Wij zijn hier minder bevreesd voor. In onze regio zijn woningbouwverenigingen kennelijk in staat om sociale woningen toe te voegen met deze grondprijzen. Het lijkt me dat de financieel zeer gezonde 3B Wonen dat ook moet kunnen doen. Als ik dan kijk naar de woningbouwvereniging, dat is van belang, maar de PvdA gaat voorbij aan de positie van de gemeente, ook die is van belang. De bedragen die naar sociale woningbouw gaan, zijn bijzonder groot. Ik heb de wethouder horen zeggen: wel € 50.000 per woning. Ik hoor zelfs af en toe hogere bedragen dan dat. Deze subsidiestroom moet opgebracht worden door de belastingbetaler, dat weten we allemaal.
En daar zijn wij geen voorstander van, van hogere lasten. Dus de gemeente moet zorgen, dat het financieel beheersbaar blijft. Als je kijkt naar het dossier van Wilderszijde, waar het voorbereidend proces direct werd gestaakt toen de subsidie van het rijk weg viel. Dus de kant van de gemeente is weldegelijk van belang, het gaat niet alleen om de woningbouwvereniging. Ik wil daarbij ook nog eens wijzen op het meerjarig financieel miljoenentekort, dat wij als gemeente hebben en dat wij zullen moeten oplossen. Tot slot. Wij zijn van mening dat de toe te voegen aantal woningen in Lansingerland meer een vraagstuk is of er gronden beschikbaar zijn voor woningbouw en welk deel daarvan door de gemeente wordt aangewezen als sociaal. Bij Wilderszijde is het percentage door het college verhoogd naar 25%. Wij twijfelen er dan ook niet aan, dat deze sociale woningen gebouwd gaan worden. U begrijpt, wij gaan deze motie dan ook niet steunen. Dank u wel. De heer Philippens, L3B: Ook aan de voorkant een stukje duidelijkheid van ons. Wij kunnen die motie ook niet steunen. Ik heb ook al heel veel argumenten in de commissie gegeven, die ga ik niet allemaal herhalen. Maar omdat de gehele oppositie hier voor stemt en ook omdat mevrouw Vliet Vlieland heeft ingesproken, vind ik het wel goed om een aantal punten nog even toe te lichten.
Wat we eigenlijk willen doen is dat we voor al onze inwoners willen bouwen. We moeten daar veel bouwen, extra bouwen, maar er moet ook extra aandacht zijn voor de minder kapitaalkrachtige inwoners. Daarvoor bouwen we sociale huurwoningen. Als L3B vinden we dat belangrijk en daarom zijn we 3,5 jaar geleden naar onze kiezers gestapt en hebben we afspraken gemaakt: we willen tenminste 20% sociaal en 25% op specifieke trajecten. Daar sturen we op, daar hebben we op gestuurd, daar blijven we op sturen en dat gaan we ook realiseren. Maar ik denk ook, daar werd al aan gerefereerd: sociale huur kent ook een prijs. Op iedere 28/33
sociale huurwoning, die we realiseren, kost ons € 58.000. Dat is best een pittige prijs. Als L3B zeggen wij dan: daar willen we best de portemonnee voor trekken, maar dan moet dat er ook wel voor zorgen, dat we daar sociale huurwoningen mee realiseren. Om dat goed uit te zoeken, hebben we grondbeleid vast gesteld, daar is al een paar keer naar gerefereerd, anderhalf jaar geleden. Daarmee hebben we als gehele raad, dus ook de oppositie, het college de opdracht gegeven om eens naar die grondprijzen te kijken. De heer Ruitenberg gaf aan: marktconform, conform de gemiddelde gemeenten. Dat is niet om 3B Wonen te pesten of om lukraak die grondprijs omhoog te gooien, maar om een gedegen grondbeleid te voeren. Wij zijn verantwoordelijk voor de belasting, die de inwoners hebben afgedragen en die willen we zo goed mogelijk inzetten. Nu is dat onderzoek uitgevoerd en dan komt er uit, dat we een zeer lage prijs hebben in Lansingerland en dat we veel geld toeleggen op sociale woningen. Nogmaals, als het nodig is om het te realiseren, dan willen wij dat doen. Maar wij zijn tot de conclusie gekomen dat dat niet nodig is. We hebben veel gemeenten in onze omgeving, die die prijzen hebben, die normale prijzen, en die realiseren ook hun woningbouw.
Sterker, er is een aantal rapporten, ik heb er in de commissie al aan gerefereerd, die dat ook onderbouwen, die juist oproepen: zorg dat je niet te lage prijzen hebt. Op basis daarvan concluderen wij dat deze grondprijzen dus geen effect hebben op de snelheid van bouwen van sociale woningen. Heeft het dan totaal geen effect? Nee. Dat doet pijn. Het doet met name pijn bij 3B Wonen, dat heeft mevrouw Vliet Vlieland aangegeven. Deze club moet in 2 jaar tijd in normale prijzen gaan bouwen en een normale prijs voor die grond gaan betalen. Dat is een pittige stijging, dat snap ik. En ik sluit aan bij de heer Dieleman: hadden we daar niet eerder mee moeten beginnen, dan hadden we die pijn wat meer uitgesmeerd. Maar je kan hem ook in een breder perspectief trekken, dat heb ik ook in de commissie aangegeven. Kijk je naar deze twee jaar, dan doet dat pijn. Maar kijk even een aantal jaar terug. 3B Wonen heeft hier ook van geprofiteerd. Dat hoeft niet erg te zijn. Mevrouw Vliet Vlieland gaf dat al aan, het is ook maatschappelijk kapitaal. Technisch AB gelegenheden, maar wel met een resultaatbestemming sociale woningbouw. Volgens ons is dat niet per definitie nodig. Nogmaals, wij willen tenminste 20% en 25% sociaal. Dat gaan we ook realiseren. We zien ook, dat heeft mevrouw Vliet Vlieland aangegeven, dat 3B Wonen er goed voor staat. Er is kapitaal om daarop te investeren.
Daar zijn wij 3B Wonen zeer erkentelijk voor. Sterker, we hadden ook niet anders verwacht van een partij, die zo hoog aangeschreven staat. Laten wij nu dat kapitaal dan ook goed inzetten om het te realiseren. Op dezelfde manier dus als woningcorporaties dat in andere gemeenten doen. Met genormaliseerde prijzen, met een gelijke verdeling van de lasten. Ik heb er alle vertrouwen in, dat dat met 3B Wonen gaat lukken. Om het punt nog af te maken, als laatste: wij zitten hier voor de inwoners van Lansingerland, we behartigen hun belangen. Ik kan het zelf niet, daarom stemmen we tegen deze motie, aan de inwoners uitleggen dat we circa € 7.000 per sociale woning toeleggen, dus extra belasting aan hen vragen, als dat niet nodig is voor het behalen van onze doelen. Ik kan niet uitleggen, dat we dat dan niet in veiligheid kunnen investeren of in dienstverlening of in het sociaal domein. Dat is wel het gevolg van deze motie en daarom stemmen wij tegen. Als allerlaatste en misschien eigenlijk wel het belangrijkste van deze kwestie, is de samenwerking tussen de gemeente en 3B Wonen. Die moet hersteld worden. Daar hebben wij in de commissie ook nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. Daar hebben wij het college nadrukkelijk toe opgeroepen. Ik zie nu een heel duidelijke uitgestoken hand vanuit 3B Wonen.
Ik raad het college aan en ik roep het college op om die uitgestoken hand ook heel erg ter harte te nemen en om digitaal een kop koffie te gaan drinken. Daar wil ik het bij laten, dank u. De voorzitter: Dan zou het de beurt zijn aan mevrouw Vliet Vlieland, maar ik denk dat zij niet meer aanwezig is in de vergadering. Ik vraag het even. Mevrouw Vliet Vlieland, bent u er nog? Daar heb ik ook wel begrip voor, zeg ik maar even, gezien het tijdstip. Nee, mevrouw Vliet Vlieland is er niet meer. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Dank, alle woordvoerders, voor hun inbreng. Om even met mevrouw Vliet Vlieland te beginnen, ik vind het jammer dat ze er niet meer is, maar het is niet zo’n ramp in mijn geval, omdat we die uitgestoken hand met mijn hand, weliswaar met een beetje afstand, toch tegenover te stellen, samen met collega Arends weliswaar. Het is niet zo, dat de relatie primair wordt behartigd door de portefeuillehouder wonen, maar als het gaat om duurzaamheid of grondprijzen, dan heb ik natuurlijk verantwoordelijkheid en vervoeg ik me graag samen met collega Arends bij 3B Wonen en zeker bij de directeur. Daar geen misverstand over. Dan wederom kortheidshalve even ingaan op de motie zonder al te veel omhaal van woorden. Het zal u niet verbazen, het college is hier geen voorstander van. Dat is niet omdat we geen voorstander zijn van het bouwen van sociale woningen.
We zijn echt trots als college op ons voorstel om in Wilderszijde meer dan 1.000 betaalbare woningen te bouwen, waarvan zo’n 650 sociaal. Dat doen we heel bewust, omdat we dat buitengewoon belangrijk vinden, de volkshuisvesting in Lansingerland. We zijn ook blij met de bouwers daarvan. We bouwen als gemeente niet zelf woningen, we zijn wel gemeenten, die bezig zijn met een eigen woningbouwbedrijf, maar wij als Lansingerland niet. We hebben daar heel goede partners voor, waarvan ook heel vertrouwde. Onze huisleverancier is natuurlijk 3B Wonen, die al sinds Patrimonium en de St. Jozef woningbouwvereniging hier al actief is. En dat koesteren we, want zij maken dat mogelijk, die goede plannen die wij hier als bestuur maken. We hebben het alleen niet primair over volkshuisvesting, we hebben het hier primair over ons grondbeleid, 29/33
of laat ik zeggen: uw grondbeleid, dat we als college uitvoeren. We hebben dus geen aanwijzing, dat dat doel, die doelen die ik noemde, in gevaar komen door deze verhoging van de grondprijzen. Want inderdaad, de subsidie gaat van ongeveer € 50.000 gemiddeld naar ongeveer € 45.000 gemiddeld. Alsnog een enorm bedrag, dat onze inwoners opbrengen. Dat ze volgens mij met liefde opbrengen, omdat zij ook graag een complete samenleving zien in Lansingerland, waar ook mensen met een dunnere portemonnee een plek vinden en een dak boven hun hoofd vinden. De wachtlijsten zijn lang, te lang. Maar toch geen aanwijzing dat onze ambities problemen komen door het verhogen van de grondprijzen, ook omdat in veel andere gemeenten met echt hogere grondprijzen dan bij ons en lagere WOZ-waarden dan bij ons de bouw gewoon doorgaat ondanks hogere grondprijzen. Stel, we zouden de motie uitvoeren, wat zou er dan gebeuren? Het klinkt dus heel sympathiek voor een woningcorporatie, maar ik zie tenminste drie dingen die dan zouden gebeuren. Ten eerste echt een strijdigheid met ons grondbeleid, met de nota grondbeleid en ook hogere kosten voor de belastingbetaler. Dat is één. Twee: je creëert een soort stuwmeer.
Door een aantal jaren de huren te indexeren, sorry, de grondprijs te indexeren, loop je het risico dat je over een aantal jaar weer tegen zo’n enorme plotselinge stijging aanloopt en dat is vervelend. Liever doen we dat geleidelijk. Of, en dat is ook een aspect hiervan, stel dat de woningmarkt doet wat hij pas heeft gedaan en hij stort in, dan zou je hiermee ook eigenlijk zeggen: nee, daar moet je ook geen oog voor hebben. Kortom: je bent eigenlijk iets aan het fixeren in een dynamische woningmarkt, wat je niet zou moeten willen fixeren. Tot slot, als derde, wat we zouden doen als college als we deze motie verder uitvoeren, is over ons graf heen regeren. Er zijn jaren, die in deze motie worden genoemd, dat we echt het stokje hebben overgegeven aan een volgend college. Zij moeten de ruimte hebben om goede afwegingen te maken. Tot slot: de motie ontraden wat het college betreft. Dat doet niets af aan het feit, dat we die relatie met 3B Wonen heel graag sterk willen houden en het willen versterken. Daar heeft u onze volle inzet voor. Dan sluit ik me ook aan bij de opmerking van de heer Ruitenberg, die zei: kijk ook naar wat je op andere vlakken kunt doen voor een woningcorporatie die een behoefte zou hebben. Als ze daar andere financiële vraagstukken zouden hebben, die ze met ons willen delen, dan hoort het bij een partnership als je ook die op tafel legt.
Dat je niet alleen maar praat over locaties en grondprijzen, maar dat je echt samen zoekt naar: wat is het juiste instrumentarium, wat zijn de mogelijkheden van ons als partners om die hele grote bouwopgave ook echt samen te realiseren en bij voorkeur met de juiste leverancier. Tot zover. Tweede termijn (…….) Mevrouw Verhoef, PvdA: Het zit niet bij, want het is ook als ik hem op mute zet. (…...) Mevrouw Verhoef, PvdA: Zoals altijd als je indiener bent van een gezamenlijke motie, dan kun je teleurgesteld zijn als het niet loopt zoals je verwacht of als je hoopt. Ik heb de indruk gekregen, in ieder geval bij de heer Dieleman, maar ook bij een aantal andere fracties, dat ze even hebben gedacht, dat we het op het niveau van 2020 wilden houden. Wat we hier voorstellen is: de 40% stijging van 2021 gaat gewoon in, maar daarnaast zetten we het een periode vast. Ik wil dat nog even opgehelderd hebben, want met name de heer Dieleman leek dat niet zo te zien. Laat ik beginnen bij die uitgestoken hand, waarvan iedereen zei: laten we de uitgestoken hand van mevrouw Vliet Vlieland van 3B Wonen pakken. Die uitgestoken hand had wat mij betreft van het college moeten komen, want er lang een brandbrief van 3B Wonen en daar is geen reactie op gekomen.
Het siert haar eigenlijk, dat ze zo beschaafd en rustig heeft ingesproken, terwijl een aantal dingen in het vorige debat haar en haar collega’s best wel hebben geraakt. De heer Van Santen leek daar absoluut niet gevoelig voor, want die zei een aantal dingen waarvan ik dacht: hij heeft echt niet goed opgelet. De nota grondbeleid hebben we inderdaad vast gesteld, daar moeten we ons aan houden. Als de wethouder dat echt een onhandige nota had gevonden, dan had hij dat kunnen melden. Dat heb ik hem niet horen doen, anders hadden we daar wel een initiatiefvoorstel voor kunnen maken op het verzoek van de wethouder. Dat is niet gebeurd, dat is dus een keuze geweest, waar de coalitiepartijen zich ook achter aan sluiten. Ik ga even een aantal reacties langs. Ja, het doet pijn bij 3B Wonen, heb ik bijvoorbeeld L3B, de grootste fractie, hier horen zeggen. Die schijnt ook niet te begrijpen, net als een aantal andere fracties, dat die pijn vooral ligt bij de huurders van 3B Wonen, maar die pijn ligt ook bij de 40% van de burgers, die in het algemeen aangewezen zijn op een sociale huurwoning of net in de prijsklasse daarboven. Er is hier een aantal fracties, die dat niet helemaal op hun netvlies hebben staan, dat 3B Wonen zich inzet voor die burgers en dat wij als raad ons ook voor die burgers moeten inzetten. Ik voel in bredere zin van de coalitie geen steun voor deze motie.
Men denkt dat het geen gevolgen zal hebben. De uitgestoken hand had van het college moeten komen. Wat ik eigenlijk nog wil vragen, we gaan de motie gewoon in stemming brengen, maar wat ik wil vragen aan de wethouder, en ik heb hem in die richting wel iets horen zeggen, ik zou de wethouder willen vragen of hij nog een toezegging wil doen, dat hij inderdaad met 3B Wonen, maar ook met de ontwikkelaars wil toewerken naar een gezamenlijk actieprogramma op het gebied van wonen, 30/33
waarin open gesprekken worden gevoerd, gemeente, 3B Wonen en de ontwikkelaars, over de financiën vanuit een gezamenlijke ambitie om snel en goed sociaal te bouwen. En waar dat nodig is om af te wijken van de richtlijn grondprijzen, dus eventueel naar beneden af te kunnen wijken, zodat er maatwerk geleverd kan worden. Volgens mij hoorde ik de heer Ruitenberg in die richting hinten. Mochten er nou echt problemen zijn, gezamenlijk in gesprek gaan. Ik hoop dat de wethouder in die richting nog iets van een toezegging kan doen. Daar wil ik het voor nu bij laten. Dank u wel. Mevrouw Gabin, GL: Wij zijn enigszins blij met de uitgestoken hand van het college. Dat de verhouding hersteld dient te worden is evident. Het college dient hier veel zaken goed te maken, wat ons betreft. Verder wordt er gezegd, dat het grondbeleid gebruiken om te sturen naar meer sociale woningbouw niet de oplossing is, je hebt meer instrumenten om dat te doen, wordt er gezegd, maar ik heb nog geen concreet voorstel gehoord. Er wordt veel verwezen naar andere gemeenten en marktconforme prijzen, maar we hebben een opgave op zichzelf. Dat wilde ik nog even benadrukken. De heer Jonker, D66: Ik zal niet alles herhalen, maar even heel kort. We hebben een nationale crisis op woningbouwgebied, die groter is dan ooit tevoren in onze geschiedenis. Dus die kunnen we niet groot genoeg maken, ook niet politiek.
Tegelijkertijd hoor ik heel veel woorden, waarbij eigenlijk iedereen die daar even doorheen prikt kan horen, dat eigenlijk niemand zegt dat een lagere grondprijs niet helpt bij het realiseren van de ambities op het gebied van sociale woningbouw. Dat betekent dus dat de coalitie zich daar niet maximaal voor in wil spannen en ook niet de financiële consequenties daarvan wil bespreken, maar gewoon zegt: dat doen we niet omdat we grondbeleid hebben. Verder valt me ook op, dat aan de ene kant daar veel warme woorden worden gesproken, door sommigen althans, over de strategische partner die 3B Wonen is. 3B Wonen is de expert op het gebied van woningbouw en sociale woningbouw, anders zijn ze niet onze strategische partner. Tegelijkertijd sturen ze een brandbrief, waarin ze benadrukken iets t.a.v. die grondprijzen, maar dat is dan precies hetgeen wat de coalitie niet doet. Dan denk ik: ja, woorden als ‘strategische partner’ ja, dat is een beetje nep. Als je een strategische partner serieus neemt, dan luister je ook naar inhoudelijke argumenten van die strategische partner. En dat gebeurt dus niet. Daar wil ik het voor nu bij laten. De heer Dieleman, CU: Ik kan van alles zeggen, maar dan ben ik mijn bijdrage in de commissie AB opnieuw aan het uitspreken, maar dat lijkt me nergens voor nodig, dus ik heb geen behoefte aan een tweede termijn.
Mevrouw Van Olst, WIJ: Even verder ingaand op die strategische partner, waar je natuurlijk heel erg blij mee mag zijn als gemeente. Het is zonde dat de relatie een beetje vertroebeld is. Wij vertrouwen erop, dat dat wordt hersteld. Maar deze gezonde financiële partner, die wij dus hebben, hoe komt het nou dat die financiële partner zo gezond is? Omdat die dus de juiste keuzes maakt, dus een brandbrief stuurt, dus aangeeft bij de gemeente: joh, dit kan zo niet, het moet uit de lengte of uit de breedte. Qua aantallen zal het misschien wel lukken, maar een huis heeft een bepaald bedrag en dat gaat dan toch inboeten op kwaliteit of wellicht op duurzaamheid. Moeten we dat dan willen? Ik wil toch ook aan de wethouder vragen als we hier niet met zijn allen mee gaan instemmen, daar lijkt het op, of het dan nog mogelijk is om het op een andere manier uit te smeren, deze verhoging. Dank u wel. De heer Ruitenberg, CDA: In aanvulling op wat de heer Dieleman zei: ik wil niet in herhaling vallen. Het is al na middernacht, dus geen behoefte aan een tweede termijn. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: Dat geldt voor mij ook. Dank u wel. De heer Philippens, L3B: Hetzelfde. Dank u wel. Wethouder Van den Beukel: Ik heb een paar vragen gehoord in de tweede termijn.
Ten eerste een vraag van de PvdA, die vraagt: kunnen we nog een toezegging krijgen op een actieprogramma samen met 3B en ontwikkelaars? Ja, het actieprogramma, ik benoem al nieuwe acties initiëren, ja, maar het actieprogramma dat we samen hebben heet eigenlijk gewoon prestatieafspraken. Die maken we primair met de woningcorporaties. Die hebben we vrij recent vast gesteld. Daar zijn private ontwikkelaars terecht geen partij bij, die hebben voor een deel een strijdig belang. Maar ik neem uw suggestie wel zo ter harte, dat ik wederom zeg: wat we kunnen doen om op andere vlakken andere instrumenten in te zetten om die doelen nog eerder te bereiken of beter te bereiken of duurzamer te bereiken, die inzet mag u van mij, van ons, verwachten. Dat is meteen een brug naar de vraag van mevrouw Gabin van GL. Zij refereert even aan andere concrete instrumenten. Wat zouden die dan zijn? Eigenlijk de allerbelangrijkste die we hebben, is de eis die we kunnen stellen bij bestemmingsplannen aan een percentage sociaal. En dat doen we dus ook volop. Niet altijd met waardering tot gevolg van de ontwikkelende partijen, maar dat doen we wel, want dat is belangrijk. Dat leidt vervolgens tot een neerwaartse druk op de winst van ontwikkelaars. Toch is dat maatschappelijk heel erg goed te verantwoorden. Mevrouw Verhoef: Het gaat over de allereerste toezegging, die de wethouder deed. Ik 31/33
had ook gevraagd of daar de aspecten rondom mocht er toch financiële problematiek zijn of financiële afwegingen gemaakt moeten worden of ook dat in die samenwerking aan de orde kan komen. Daar hoorde ik u niets over zeggen. Kunt u daar nog iets over zeggen? Wethouder Van den Beukel: In de eerste termijn heb ik daar iets over gezegd, in de zin dat ik de inbreng van de heer Ruitenberg van het CDA zo heb begrepen, dat hij inderdaad het college uitdaagt om goed te begrijpen en te vernemen van de woningcorporatie 3B Wonen, of zij inderdaad financiële beperking kennen anders dan op de factor grondprijzen, waar zij een rol zien voor de gemeente. Dat betekent niet, dat we niet rolvast moeten blijven als gemeente. Maar tegelijkertijd, waar wij een rol hebben, wij hebben natuurlijk al een rol in de vorm van garantstelling achter het waarborgfonds, maar waar we die rol nog anders zouden kunnen invullen met behoud van onze rol, moeten we daar in beginsel voor open staan en binnen de kaders die u voor ons stelt als gemeente kijken wat we kunnen doen. Dus dat zou mijn antwoord nu zijn, maar ik heb nog geen concrete vragen of voorstellen van 3B Wonen gehoord, omdat dat gesprek nog niet heeft plaats gevonden. Mochten die er zijn en mochten ze ergens in de knel komen, dan kom ik bij u terug. Het partnership van de heer Jonker van D66, dat wil ik toch even iets inkleuren, kort.
Partnership betekent niet dat je natuurlijk het altijd eens bent. Partners vertellen elkaar ook de waarheid, tenminste, zo zit ik in mijn eigen relatie en ook in relatie met stakeholders van de gemeente. De waarheid is, dat het voor een corporatie interessant is om altijd buitengewoon lage grondprijzen te hebben en misschien nog wel 50% lager dan ze nu zijn. Tegelijkertijd is dat niet in het belang van de gemeente en in het belang van onze inwoners, zoals wij dat hier proberen te representeren in ons beleid. Dus luisteren, ja, maar op dit vlak het perse roerend eens zijn, dat lijkt mij niet haalbaar, ook niet in een goede relatie in alle gevallen, al zou je het anders willen. Tot slot de fractie van WIJ bij monde van mevrouw Van Olst vroeg: kun je het nog anders uitsmeren, de verhoging? Jazeker, in theorie kan dat. In theorie kunnen we daar niet twee jaar voor nemen maar 3, 4, 5, 6, 7. Dan versterk je het gegeven, dat je eigenlijk nu afwijkt van je eigen grondbeleid, omdat je dus langer afwijkt van de norm, die regionaal echt anders ligt dan hier nu is ingestoken in Lansingerland. Dat is niet het voorstel van het college. Het voorstel is eerder om die stap wat sneller te zetten, niet in 1 jaar, maar wel in 2 jaar, om vervolgens op een ordentelijke wijze mee te bewegen met de ontwikkelingen in de regio.
Die zijn al stormachtig genoeg met 6,5 of 7% waardestijging op sommige segmenten het afgelopen jaar. Maar dan trek je in ieder geval even een been bij. Dat been is overigens miljoenen groot. Een kleine nuance daarbij: in 1 jaarschijf is dat eerder tonnen groot dan miljoenen groot. Dan is het nog steeds veel geld, maar wel minder dan die miljoenen. Tot zover. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het eind van deze beraadslaging. Ik ga er zomaar van uit, dat u stemming wenst, dus ik ga direct over tot de stemming. Ik open de stemming en houd u nog even vast. Ik open de stemming en dan kunt u stemmen. Mevrouw Van Olst en de heer Van Santen. Mevrouw Van Olst: Sorry, ik was even uitgelogd. Moment. De heer Van Santen: Ik krijg hem niet. Toch wel, het gaat goed. De voorzitter: We zijn er. Ik sluit de stemming. Dan zijn er 9 stemmen voor en 22 tegen. Daarmee is de motie verworpen. 10. Hamerstukken: 10.a Bekrachtiging geheimhouding 10.b Beleidsplan Wet inburgering 10.c Beleid "In het wild levende dieren in de openbare ruimte, opvang en overlast" 10.d Wijzigen bebouwde komgrens Molenweg 10.e Benoeming commissie BAC 10.f Benoeming agendacommissie 10.g Woonplaatsontheffing wethouder Simon Fortuyn 10.h Regiovisie Jeugdregio Rijnmond De voorzitter: Dan gaan we snel naar de hamerpunten.