BV21.0065 Verslag commissie Algemeen Bestuur van 7 april 2021
Tekst van het document
Dat laatste geldt wat ons betreft ook voor alle dossiers: het verminderen van bureaucratische regelingen. We zijn heel erg benieuwd naar de creatieve aanvullingen van andere fracties op het voorstel dat VVD, CDA en wij vandaag als bespreekpunt hebben neergelegd. Dan terug naar de titel: laten we er in ieder geval samen de schouders onder zetten en ervoor zorgen dat we onze lokale ondernemers zoveel mogelijk kunnen en zullen steunen in deze zware coronatijden. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: De stukken kwamen heel erg laat, moet ik zeggen. Een paar weken geleden hebben we zitten kijken: wat moeten we naar voren brengen? Met meneer Van Santen en L3B, maar ik ben even uw naam kwijt. We hebben zitten kauwen op de titel. Ja, en dan komt er ineens een mooie titel uit. Ik heb zondag na lopen denken, wat voor titel we nou moesten verzinnen en dan komt er een mooie titel uit. We komen met een bespreekstuk en op alles wat we gevraagd hebben, is een antwoord. Als het college altijd zo snel is, dan wordt het nog heel spannend, wat we allemaal te verduren krijgen. Maar dat terzijde. We hadden de belangrijkste vraag aan het college: wilt u ervoor zorgen, dat er een plan klaar is als er dadelijk weer wat versoepeld mag gaan worden? Wat versoepelt, zeg ik met name, want het is nog niet zo, dat vanaf 21 april alles los gaat. Maar er wordt over geld gesproken en dat is mooi.
Ik vind het veel geld. Maar het is niet alleen geld. Het ligt met name bij waar wij al langer aan denken. Wij hebben contact met de winkeliersvereniging gehad: waarom kan de gemeente nou niets doen, er is toch een pot. Er zijn ondernemers die het moeilijk hebben. Op vele gebieden is het beleid dat er gedaan wordt wat er gedaan kan worden, maar er kan wel wat omheen gedaan worden. Om de samenleving weer een boost te geven, als er weer wat kan, dat geldt voor onze ondernemers, maar dat geldt natuurlijk ook voor onze inwoners, dat we weer die gezellige, gezonde en fijne bruisende kernen krijgen, waar iedereen het naar zijn zin heeft, want dat is toch belangrijk, dat er weer zuurstof in de samenleving komt. Dat is belangrijk. Daarom is op zich het idee dat we 2 jaar lang de contributie van de winkeliersverenigingen gaan financieren, dat vind ik een fors bedrag, maar het geeft de winkeliersverenigingen wel ruimte en stabiliteit en continuïteit. Ik ben jarenlang bestuurder geweest, jarenlang penningmeester geweest. Ja, als ondernemers het moeilijker hebben, dan is het ook weleens lastig om de contributie binnen te halen. Meneer de voorzitter, u lacht even, dat snap ik, dat geeft niet. Maar het geeft de verenigingen rust.
Voor ondernemers die lid zijn van de winkeliersvereniging, niet alle ondernemers zijn lid van de winkeliersvereniging, maar dan zie je wat het waard is als ondernemer. Het is fijn, dat de gemeente de contributie op zich neemt, dat geeft rust en dat zorgt er ook voor dat er geen afmeldingen zijn en dat de boel het snelst weer door kan draaien. Als ik naar het plan kijk, dan geeft dat veel antwoord op onze vragen, op onze opmerkingen. Ik denk dat het meeste er wel in staat. De terrassen waren al toegezegd en die vinden we allemaal belangrijk. Maak het makkelijk voor ondernemers, dat ze kunnen ondernemen, dat het snel gaat met vergunning aanvragen, dat het niet teveel geld kost of geen geld kost. Allemaal goede dingen. Communicatie. Koop lokaal. Als ik dat beluister bij ondernemers, dan is dat bij veel inwoners wel doorgedrongen: koop lokaal. Ik hoor dat. Dus allemaal positief. Ik had één puntje. Dat moet de gemeente maar met (….) opnemen. Er staat: een event organiseren bij de heropening van horeca en winkels. Daar staat € 10.000 voor. Op het totaal van die € 565.000 kan ik zeggen dat die € 10.000 om een evenement te organiseren in drie kernen te weinig is. Je moet zuinig op je geld zijn. Er wordt gezegd: we hebben dat coronafond toch? Maar we hebben ook gezegd: het hoeft niet allemaal uitgegeven te worden.
Het moet wel goed uitgegeven worden, want het blijft ons geld, van de samenleving. Maar die € 10.000, dat wil ik toch aan de wethouder mee geven: laten we daar nog even met de winkeliersvereniging over spreken, want € 3.500 per winkelcentrum, daar kan je niet zoveel voor doen. Dat zou iets meer mogen zijn en misschien ergens anders weer wat minder. Daar wil ik het even bij laten, dank u. De voorzitter: Mijn complimenten, meneer Ammerlaan, dat u maar 1 zondag nodig had om zo’n pakkende titel te bedenken. Echt klasse. Mevrouw Van Heusen, WIJ: Direct al bij het lezen van het door de VVD, CDA en L3B ingebrachte bespreekpunt vonden wij het een sympathiek voorstel om aandacht te vragen voor ondernemers, zodat
12/33
ze direct kunnen profiteren van toekomstige versoepelingen van coronamaatregelen. We hadden wel een aantal vragen, zoals: is er capaciteit om zo’n plan te maken, is het qua wetgeving realiseerbaar en is het financieel haalbaar? Maar wat bleek? Er was een herstelplan in de maak met als titel: samen de schouders eronder zetten. Dat is vandaag naar ons toegestuurd. Dus we hebben het heel snel doorgenomen en overlegd onderling. We zijn in grote lijnen heel blij met dit plan, waarvoor dank aan de ambtenaren en college. We lezen dat er, om dit plan uit te voeren, wellicht weer een prioritering aangebracht moet worden in taken van de ambtelijke organisatie. Gezien het eerste bespreekpunt van deze avond was dit wel te verwachten. Toch vinden we het wel bijzonder, want er is al tijd gestoken in het opstellen van dit plan. Het uitvoeren daarvan kunnen we toch grotendeels wel overlaten aan de winkeliersvereniging, dachten wij, en dat de gemeente alleen faciliteert. Graag horen we van de wethouder hoe hij of zij dat ziet. Dan of het financieel haalbaar is. De geschatte kosten per onderdeel van het plan zijn duidelijk aangegeven en kunnen gedekt worden uit de coronareserve. Maar wat al gezegd is: het is wel heel veel geld. Het is fijn dat we nu meteen dit overzicht erbij hebben.
Vooral die kosten van € 450.000 voor het betalen van de bijdrage aan winkeliers- en horecaverenigingen voor 2021 en 2022 springen er wel uit. Dat is wel heel veel geld. Wij vragen ons af hoeveel kosten deze verenigingen eigenlijk gemaakt hebben tijdens coronatijd. Immers, er waren geen braderieën, geen feesten en dergelijke. Dus wij vragen ons af of het dan niet aan deze verenigingen is om die bijdragen voor dit jaar en voor volgend jaar misschien geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden in plaats van het door de gemeente te laten betalen. Wij hebben dus geen inzicht in wat de uitgaven zijn van die verenigingen en ook niet wat hun reserve is. We willen graag van de wethouder weten hoe dat zit. In het plan wordt ook aangegeven, dat dit een generieke maatregel is en dat maatwerk beter op zijn plaats zou zijn, maar dat het dan nog meer zou gaan kosten. Nu zijn er ondernemers, die qua omzet nagenoeg niet te lijden hebben gehad onder de coronacrisis, sterker nog, supermarkten hebben landelijk een ruim 11% hogere omzet gegenereerd. Andere levensmiddelenwinkels en bloemenzaken zijn als essentiële winkels gewoon open gebleven. Graag zien wij, dat de gemeente deze ondernemers dan in ieder geval oproept om de bijdrage of misschien een gereduceerde bijdrage toch zelf te betalen. Wij zien graag hoe de wethouder dit ervaart.
Waar we het wel over eens kunnen zijn, is dat inderdaad vooral de winkels die dicht zijn geweest financieel gecompenseerd moeten worden. Dan willen we nog een opmerking maken bij punt 13, het uitstel van betaling van lokale belastingen. Wij vragen ons af of het niet gewoon mogelijk is om naar evenredigheid van winkelsluiting om die gemeentelijke belasting gewoon kwijt te schelden. Wij willen graag van de wethouder horen of dit mogelijk is. Tot zover onze bijdrage in de eerste termijn. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Soms heb je van die bespreekpunten, die dan geagendeerd worden en dan lees je dat en dan denk je: ja, ik kan me niet voorstellen dat het college hier niet mee bezig is. Eigenlijk was dat mijn bijdrage voor vanavond, maar inmiddels bleek dat dat terecht was, want het college was hier inderdaad mee bezig. Er is een prima plan opgestuurd. Volgens mij heeft de burgemeester dat vaker aangekondigd in zijn corona updates, dat het college daarmee bezig was. Het ziet er wat ons betreft gewoon goed uit. Eigenlijk is mijn bijdrage heel kort. Een prima plan. Het enige wat we nog hadden: het is natuurlijk op ondernemers gericht, dat is hartstikke belangrijk en hartstikke goed om daarmee aan de slag te gaan.
Tegelijkertijd vroegen we ons af of we dit soort herstelplannen ook gaan maken voor andere organisaties in Lansingerland die te lijden hebben onder de gevolgen van de coronacrisis. Ik weet dat het college met de buitensport bezig is geweest. De Kievit was weer open afgelopen weekend, allemaal hartstikke mooi. Maar wij dachten ook aan verenigingen, kerken, andere organisatie die de afgelopen tijd met de coronamaatregelen zijn geconfronteerd, of daar ook gekeken kan worden welke bijdrage daar aan geleverd kan worden vanuit de gemeente. Dank u wel. De heer Weerheijm, D66: Ik had een beetje hetzelfde gevoel als de heer Dieleman bij het lezen van het bespreekpunt. Goede punten, allemaal ingebracht door de verschillende fracties die het geschreven hebben, waarvan ik dacht: ik neem aan dat de gemeente daar inderdaad mee bezig is. Wat blijkt inderdaad, zoals de heer Ammerlaan al zei: heel ons verlanglijstje wordt eigenlijk ingevuld. We herkennen in het plan dat door de gemeente is verstuurd ook een aantal punten waar we het zelf de afgelopen maanden ook al over hebben gehad in deze commissie of in de raad rondom de begroting. Een hoop goede punten om onze lokale ondernemers net even een boost te geven in deze toch voor veel mensen moeilijke tijden. Ook mijn inbreng daarbij kort. Goed plan en ga er vooral zo meer door.
De heer Duk, GL: Aangezien ik drie kwartier voor deze vergadering hoorde, dat ik de plaats van de heer Ruijtenberg mocht overnemen, heb ik niet het gehele stuk van het college kunnen doornemen. Zoals de heer Van Santen al zei: deze kwam ook wel erg op het laatste moment binnen. Daarom reageer ik enkel op het bespreekpunt van de VVD. Een prima voorstel van de VVD fractie om ondernemers te ondersteunen na de coronacrisis, maar GL zou willen voorstellen om dit niet enkel te beperken tot ondernemers, maar dit uit te breiden met maatschappelijke organisaties, verenigingen en kerken, zoals de heer Dieleman ook al zei. Ook zij hebben enorme klappen gehad. GL heeft wel een aandachtspunt. Door het voorstel zal er verlies van inkomsten voor de gemeente zijn. De VVD wil deze kosten opvangen
13/33
door de reserves te gebruiken, die hiervoor zijn. Wij zijn nog niet helemaal overtuigd, dat die hierdoor het effectiefst worden ingezet. Verder moet het niet zo zijn, dat door te ruimhartig om te gaan met bijvoorbeeld de terrassen de overlast daarvan te groot wordt. Welke grenzen wil de VVD daarom wel aanhouden? Uiteraard gaan we ervan uit, dat hier een goede lijn in gevonden zal worden. Het voorstel om de uitvoering van de plannen waar mogelijk bij de winkeliersvereniging te leggen en niet door het al overbelaste ambtenarenapparaat te laten uitvoeren, van de fractie van WIJ, vind ik een erg goede. Die verenigingen zijn daar zeer kundig in. Ook het voorstel om de belastingen voor winkels af te laten hangen van de hoeveelheid sluiting kan ik steunen. Al met al een zeer sympathiek voorstel. Dank u wel. De heer Azzouzi, PvdA: We hebben het herstelplan ook later gezien. Wat betreft het bespreekpunt: we hadden een aantal vragen daarover, maar die werden eigenlijk beantwoord in het herstelplan. Of de kosten structureel zijn of incidenteel. Er is een budget aangegeven. Een aantal punten, die het bespreekstuk behandelt, dachten wij dat het vanzelfsprekend is dat de organisatie of het college ermee bezig is. We hadden wel de kanttekening, dat het allemaal tijd gaat kosten.
In verbinding met het eerste agendapunt van deze vergadering, dat er ook aandacht besteed moet worden aan de druk op de ambtelijke organisatie voor het uitvoeren van dit plan. Het plan zelf ondersteunen wij. We willen wel van het college horen of van de wethouder, dat er ook een doorkijk is gegeven verder dan 2022 voor een aantal dingen. We sluiten ons ook aan bij het verhaal van de CU. Dat het eigenlijk integraler moet worden, ook voor andere organisaties, maar waarom ook niet voor inwoners of medewerkers van die winkels en van die organisaties. Is het college ook daar mee bezig? Dat waren eigenlijk de vragen vanuit onze kant. Maar een prima plan: uitvoeren en een doorkijk geven voor na 2022. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Arends: Goedenavond allemaal. Fijn dat we dit met elkaar bespreken en dat een aantal partijen dit als bespreekstuk heeft geagendeerd. Het klopt dat het college al enige tijd bezig was met het opstellen en inrichten van een herstelplan. Ik zag dit bespreekstuk en ik heb er alles aan gedaan, ook de medewerkers, om u te voorzien vandaag van het herstelplan, zoals het college dat voor ogen ziet, aan u aan te bieden, zodat u dat integraal kunt bespreken. Gisteren hebben wij als college daar een besluit over genomen. Ik ben dan ook heel erg blij, dat het gelukt is om u dit voor deze vergadering dan ook aan te kunnen bieden.
Maar misschien was het mooier geweest om dat nog eerder te doen, maar in ieder geval mag u weten, dat wij ons uiterste best daarvoor hebben gedaan. Maar het liep dus parallel, het is geen antwoord op uw bespreekstuk, maar als college waren wij hier al enig tijd mee bezig. Als u het goed vindt, ga ik de fracties na, want er zijn enkele vragen gesteld. Naast dat ik ook de waardering, die ik hoor, van alle partijen over het plan zal overbrengen aan de ambtenaren, die daar veel tijd en plezier aan hebben gehad om dit in samenspraak met de verenigingen, de ondernemersverenigingen en winkeliersverenigingen, op te zetten. De heer Van Santen vroeg: hier zijn allerlei maatregelen, maar stel nou dat er ondernemers zijn, die geen gebruik kunnen maken van een landelijke maatregel. Hoe gaat de gemeente daarmee om? Ja, u ziet in dit herstelplan, dat het eigenlijk een generiek plan is met een grote reikwijdte, waarin eigenlijk geen individuele staatssteun is, maar voor de brede groep van winkeliers, dan wel voor ondernemers als evenementen en dergelijke. De individuele aanpak, dan is het echt een steunmaatregel vanuit Den Haag. Wat wij wel kunnen doen, is ook het meedenken met de individuele ondernemer om te kijken wat er nog meer is. U weet inmiddels ook, dat we de TONK maatregel hebben.
Dus als een individuele ondernemer zo hoog zit, dan is daar ook een andere voorziening voor, om daar gebruik van te maken. Maar in verband met staatssteun kiest het college er ook niet voor om individueel een financiële bijdrage aan één ondernemer te geven, want daar zijn nou juist de landelijke maatregelen, steunmaatregelen, voor in het leven geroepen. Ik vind het heel mooi, dat mevrouw Gielis zegt, om dat nog een keer te benadrukken: samen de schouders eronder zetten. Ja, het is een bewuste keuze om het zo te noemen. Want we kunnen met elkaar denken: de ondernemers doen veel, de overheid doet heel veel, maar eigenlijk gaat het in samenspraak. Hoe kunnen wij hier samen met ieder zijn eigen rol soms in financiële zin en soms in faciliterende zin, hoe kunnen we dat met elkaar doen op het moment dat de maatregelen versoepeld worden, dat wij als gemeente ook klaar staan voor die ondernemers om die verruiming en de ondersteuning mogelijk te maken. De heer Ammerlaan gaf ook nog aan: is € 10.000 dan niet te weinig als het gaat over een extra financiële bijdrage om een event te organiseren. Er zijn al horecaondernemers die vorig jaar al gedachten hadden om een event te organiseren en dit is gewoon een extra financiële bijdrage uit de gemeente aan hen. Maar zij kunnen zelf de organisatie inrichten en daarin willen ze zelf ook aan de lat staan.
Maar het is meer een extra financiële impuls, zodat de gemeente laat zien er achter te staan en ook iets financieel wil bijdragen daartoe. Mevrouw Van Heusen vroeg zich af: aan de ene kant financieel en aan de andere kant faciliterend. Ja, we kiezen heel bewust voor een combinatie van beide. Daar waar ondernemers het allemaal zelf kunnen organiseren en kunnen ontwikkelen, zullen we vooral een faciliterende rol innemen. Dat ziet u ook bij de verschillende acties. Maar we willen ook een generieke financiële impuls geven, wat vooral de bruisendheid van de kernen en ook de evenementen, de simpelheid en niet de financiële last
14/33
daarvan, mogelijk maken. Vandaar dat het echt die combinatie is, waarin het samenwerken opgezet wordt, ook tussen die lokale bedrijven bij meerdere acties. Een hele goede vraag van mevrouw Van Heusen. Zij geeft aan: er toch ondernemers, winkeliers, die het gewoon hartstikke goed doen. We weten de voorbeelden, denk ik. Dan is het ook terecht, dat zij dan hun lidmaatschap blijven betalen. Dat vind ik ook een terechte vraag. Wij zullen daar uiteraard ook aandacht voor vragen, voor de ondernemers die dat gewoon kunnen doen, dat ze hun lidmaatschap gewoon blijven betalen aan hun eigen winkeliersvereniging. Dus dat lijkt mij een heel goede vraag, die zullen wij zeker meenemen. De vraag over actiepunt 13, uitstel van betalingen, de belastingen: kunnen die niet kwijt gescholden worden? Ik ben wel even benieuwd naar mevrouw Van Heusen of zij daar een dekking voor ogen heeft daarin. In ieder geval is dat niet de keus van het college op dit moment daarvoor, omdat je dan op het gebied van staatssteun gaat komen, omdat je dan een individuele onderneming steunt. Om volledig alles kwijt te schelden voor alle ondernemers, dat is echt een heel groot bedrag. Ik ben dan wel benieuwd hoe mevrouw Van Heusen dan de dekking voor zich ziet.
Meerdere woordvoerders vroegen: kunnen we dit niet voorzien voor verenigingen of kerken of andere organisaties? De heer Dieleman begon daarover en ook de heer Duk en ook wel de heer Azzouzi, die dat nog noemde. Volgens mij is dat goed. Ik zal het ook overdragen aan mijn collega, mevrouw Van Tatenhove, die vooral daar gesprekken heeft. Volgens mij is er al een aantal maatregelen, die daarvoor in gang gezet zijn, maar ik zal haar die vraag stellen om daar naar te kijken. Ik hoor van meerderen van u, dat daar ruimte voor is om daar over na te denken. Mogelijk in de tweede termijn kunnen de andere fracties daar ook nog iets over zeggen. Dan de doorkijk naar 2022. Wat we nu gedaan hebben, is echt voor dit jaar. Ook als het gaat over de lidmaatschapskosten, dat willen we dan eind dit jaar evalueren ook voor 2022. Ook de uitbreiding van de terrassen, dat loopt ook door in dit voorstel, of het besluit dat het college heeft genomen, tot mei 2022. Maar het is wel een terechte vraag. Volgens mij moeten we dit jaar goed met elkaar monitoren, ook de verruiming. Laten we hopen, dat we van de zomer, dat hebben we vandaag gehoord, dat de verruiming gaat komen, en laten we hopen, dat we van de zomer al heel ver daarin zijn. Maar het is wel een goede vraag om ook te kijken: wat zou het eventueel vragen van de gemeente voor 2022 en misschien ook 2023.
Die vraag nemen we wel mee om dit jaar te evalueren en ook om te kijken hoe we dan kijken naar die andere jaren. Volgens mij heb ik dan redelijk alle fracties bediend. Dank u wel. De voorzitter: Ik wil u erop wijzen, dat de spreektijd in de tweede termijn slechts 2 minuten is, dus houd u zich daar aan. Tweede termijn De heer Van Santen, VVD: Ik heb geen 2 minuten nodig, want ik heb alle antwoorden gehoord op alle vragen, die gesteld zijn. En die klonken mij logisch of ze worden nog uitgezocht, dus ik heb daar verder niets aan toe te voegen. Nogmaals: succes met de uitvoering. Mevrouw Gielis, L3B: Als mede indiener van dit stuk. Dank voor de reactie van de wethouder. Eén vraag wellicht over de financiën. De heer Ammerlaan had het over die € 10.000, maar misschien kunnen we daar iets mee wisselen, daar had hij het al over: misschien is er nog wat te schuiven in het budget. Bij punt 12 wordt er gezegd: inzet corona coaches op drukke momenten. Daar is € 20.000 budget voor vrij gemaakt, maar die € 20.000 lijkt ons, wat L3B betreft in ieder geval, iets wat gewoon bij de reguliere werkzaamheden van een marktman, een ambtenaar die de markt begeleidt, hoort. Het gaat over afstand houden, mondkapjes en dat soort dingen. Dat lijkt ons iets wat de winkeliers zelf moeten doen en wat de marktmeester, dat was het woord dat ik zocht, sowieso in controle moet hebben.
Dus wat ons betreft zou daar misschien wat wisselgeld kunnen zitten. Maar voor de rest: prima plan, laten we ervoor gaan met zijn allen, want zoals het plan ook heet: samen staan we sterk. Dank. De voorzitter: Meneer Ammerlaan, wat vindt u van het creatieve voorstel van mevrouw Gielis? De heer Ammerlaan, CDA: Ik vond het heel creatief. Er zijn nog wel meer creatieve mogelijkheden. Maar ik denk dat het lijstje, dat we hier nu zien in de begroting, zoals tegenwoordig gezegd wordt: niet in beton gegoten is. Ik gaf het de wethouder mee. Er werd ook gezegd: die winkeliersverenigingen hebben geld in hun zak gehouden. Ik weet: als je geen activiteiten kan organiseren, dan hoef je niets uit te geven. Dat is inderdaad zo. Maar ik kan u verzekeren: als er dadelijk weer wat kan, dan willen de winkeliersverenigingen gewoon activiteiten doen en dan zijn ze ook weer gauw door hun geld heen, denk ik. Ik wil de wethouder meegeven, dat je voor € 10.000 in 3 kernen niet zo heel veel kan doen. Ik laat het verder aan de wethouder en haar uitstekende ambtenaren over om daar creatief mee om te gaan. Daar heb ik alle vertrouwen in, wat A. en R. betreft, die hier mee bezig geweest zijn. Ja, ik denk dat dat wel goed komt. Ik vond het een mooie opmerking van de wethouder, dat ze zei: het heeft tijd gekost voor de ambtenaren en plezier.
Ik kan me dat heel goed voorstellen, dat het ook plezierig is om dit op te stellen. Het is ook gewoon leuk om dit te doen. Ik had 2 dingen. Ik had in mijn oorspronkelijke tekst
15/33
staan over het verenigingsleven, maar omdat het zo framede op ondernemers heb ik het weg gelaten. Maar de opmerking over verenigingen en maatschappelijke organisaties, ik denk dat dat meer bij samenleving aan de orde komt, dat het zeker ook besproken moet worden, want al die verenigingen staan op een dood spoor. Ik sprak de voorzitter van de korfbal afgelopen zaterdag: ik hoop dat ik niet teveel leden verlies en dat ik de boel vast kan houden. Ook die verenigingen hebben een boost nodig, dat wil ik zeker vermelden. De opmerking: overlaten aan winkeliersverenigingen. Dat is inderdaad een punt. Ik kan u garanderen: als de winkeliersverenigingen iets zelf doen, is het vaak veel goedkoper dan als het door de gemeente gedaan moet worden. Dat scheelt een hoop geld. Wat winkeliersverenigingen zelf kunnen doen, graag zelf laten doen. Dat is voor iedereen beter. Voor de rest ben ik blij met alle opmerkingen. De versoepelingen moeten nog komen. Ik volg ook de opmerking van de heer Dieleman, die op zich terecht zei: ik had het al verwacht. Een ander zei dat ook, dat ze er al mee bezig zijn om een plan klaar te hebben. Maar de opmerking van de wethouder die zei, dat ze heel erg hun best gedaan hebben om dit op tijd klaar te hebben voor bij dit bespreekstuk: dat heeft in ieder geval succes gehad. Want het heeft ertoe geleid, dat het er één voor twaalf was, maar dat het er toch is.
Dan heb ik begrip voor het feit, dat het zo laat is. Dan hebben we toch ons doel bereikt. Dank uw wel. Dat was het. Mevrouw Van Heusen, WIJ: De wethouder vroeg aan mij de dekking voor die kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Ik begrijp, dat dat over heel veel geld gaat. Maar het gaat mij natuurlijk niet om het volledig kwijt schelden, maar naar evenredigheid van hoe lang ze dicht hebben moeten zijn. Dat ze dan over dat deel wellicht geen belasting hoeven te betalen. De dekking dacht ik dan te kunnen vinden uit die winkeliersverenigingen, die hopelijk gewoon hun bijdrage krijgen van die winkels die gewoon open zijn geweest. Dus dat we daar niet die € 450.000 voor kwijt zouden zijn. Dat wilde ik nog even toevoegen. De heer Dieleman, CU: Ik heb geen behoefte aan een tweede termijn. De heer Weerheijm, D66: Ik heb ook geen opmerkingen. De heer Duk, GL: (…) Ik heb ook geen bijdrage. De heer Azzouzi, PvdA: We bedanken de wethouder voor de heldere antwoorden. We zien nu wel de doorkijk voor na 2022 bij de kadernota langs komen. In onze bijdrage hebben we gezegd: ook medewerkers, die misschien in die winkels of in die organisaties werken, die naar huis zijn gestuurd of ontslagen zijn, daar vragen wij ook aandacht voor van het college, maar dat is een andere portefeuille. Dank u wel.
Wethouder Arends: Het is fijn, dat meerderen van u ook creatief mee denken als het gaat over het verruimen van het budget. Volgens mij geeft u gewoon heel goed aan: het is niet in beton gegoten. Ik voel bij u ook de ruimte, dat als in de uitvoering blijkt, dat er wat meer ruimte over is en als het andere wat meer kost, dat we daartussen natuurlijk kunnen schuiven. Dan zal ik zeker de gedachte die u heeft over de financiële ondersteuning bij zo’n event, dat u het niet erg zou vinden als daar iets meer aan gegeven wordt, mits het totale budget daar ruimte voor heeft. Dat vind ik wel goed, dat ik dat meeneem, ook in de uitvoering bij de ambtenaren om er naar te kijken als er ruimte voor is. Ik hoor mevrouw Van Heusen aangeven: eventueel bij het ene, als dat niet wordt gevraagd, dan dekking voor het andere. Ja, het gaat echt wel om meer geld. Er zijn heel veel winkels, die niet open konden, dus dat gaat echt over heel veel geld. Ik weet niet hoeveel, want dat heb ik niet uitgezocht, maar mijn indruk is dat het heel veel is. U mag daar natuurlijk een keuze in maken bij de begroting of bij de kadernota, dat u zegt: wij willen dat op voorhand wel uitgezocht hebben en wij willen bijvoorbeeld met een amendement of met een motie vragen om dat te doen.
Het college kiest daar nu niet voor en kiest echt wel voor die generieke aanpak, maar het is vrij aan u om daar een keuze in te gaan maken. Rondom die verenigingen had ik al aangegeven, dat ik dat met mijn collega oppak. Het klopt dat het dan in de commissie samenleving dan zijn beste plek heeft. Volgens mij hebben we dan dit mooie bespreekstuk, ingediend door meerdere fracties van u, kunnen bespreken. Dan gaan we nu over tot uitvoering. Volgens mij kunnen zowel de ondernemers als de ambtenaren naar een mooie samenwerking voor het openen, of het stopzetten van de maatregelen, als het rijk dat wil, en naar een mooie zomer met elkaar. Dank u wel. De voorzitter: Oftewel: niet in beton maar fluïde, ook weer zo’n modern woord. Dan sluiten we dit agendapunt af. 5.d Verhoging grondprijzen sociale huur- en koopwoningen Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik ga het woord voeren bij dit mooie bespreekstuk, althans, de inhoud vinden wij wat minder mooi, maar we vinden het wel heel fijn, dat we op korte termijn dit nog op de agenda
16/33
hebben mogen plaatsen, ook met toestemming van de voorzitter, omdat het gaat over een heel belangrijk onderwerp, over een groot sociaal onrecht. Er is een enorm tekort aan sociale huurwoningen in Lansingerland en in de regio. We hebben vorige week van de directeur van 3B Wonen, mevrouw Vliet Vlieland, een indringende set aan filmpjes gepresenteerd gekregen in onze mailbox. Filmpjes van allerlei woningzoekenden. Deze mensen hebben ieder hun eigen verhaal en ze zitten letterlijk vast. Ze kunnen bepaalde stappen niet zetten in hun leven. Ze wonen noodgedwongen gescheiden van familieleden, bijvoorbeeld. De urgentie knalt van het scherm af, maar deze moedige mensen uiten zich op een heel waardige manier, ook al staat het huilen hen nader dan het lachen. Uitgerekend nu, in een periode van grote sociale woningnood in Lansingerland, verhoogt het college de grondprijzen voor de sociale huur en ook voor de sociale koopwoningen, maar het gaat in dit geval vooral om sociale huur. In 2 stappen wordt die verhoging gedaan. Voor de eengezinswoningen gaat het om een verhoging van € 15.760 in 2020 naar een niveau van € 25.000 in 2022. En voor meergezinswoningen gaat de prijs van € 13.130 in 2020 naar € 20.000 in 2022. Zo hebben we in de memo, dat was toegevoegd, kunnen lezen. Percentages, een stijging van rond de 60% over die 2 jaar.
Dat past wat ons betreft op geen enkele manier bij het verhaal van een college dat steeds zegt tegen de raad, tegen de regio, tegen de provincie en het rijk, dat ze een hoge ambitie heeft om een inhaalslag te gaan maken in de sociale en betaalbare bouw. Het bouwen van goede kwaliteit, duurzaam, passend in een dorps karakter. En het college zegt dat te willen doen, samen, dat heb ik hier met hoofdletters staan, met hun partner in deze: 3B Wonen. Bij die ambitie hoort dus een gematigde grondprijs, wat ons betreft, om dat mogelijk te maken. Het college zat met een exploitatiegat op het plan Wilderszijde en is toen gaan uitzoeken aan welke knop er nog gedraaid kon worden. Alleen de grondprijsknop was nog niet ingezet. Bij deze. Maar het probleem ziet het college hierbij helemaal niet. Ze hebben antwoord gegeven, waarvoor dank, op korte termijn op de raadsvragen die we hebben gesteld. Ze hebben een brief gestuurd op 3 april. Daarin geeft het college aan: de grondprijzen voor sociale woningbouw bewegen mee met de grondprijzen in de vrije sector. En ten tweede: correcte waardering van grond is belangrijk, zodat de lasten bij de juiste partijen terecht komen, namelijk inwoners, ondernemers, ontwikkelaars, beleggers en woningbouwcorporaties.
Wij interpreteren dat zo bij de PvdA: het college ziet haar rol als het gaat om bouwen van sociale huurwoningen als een commerciële actor in die woningmarkt, waarbij de prijzen door de markt worden vast gesteld. Vandaar het mee bewegen met die grondprijzen in de vrije sector. Maar het gaat bij sociale huur helemaal niet om een woningmarkt, maar het gaat om volkshuisvesting. Dat is bij uitstek een overheidstaak, die rust op art.22 van de grondwet. Daar is recht op huisvesting verankerd. Dat artikel geeft een instructienorm aan de overheid om ervoor te zorgen, dat er sociaal gerechtigheid heerst als het gaat om het kunnen wonen. Ik zeg het wat formeel, maar daar gaat het wel om. Dus je moet een ontkoppeling hebben van de grondprijzen voor sociale huurwoningen en de vrije sector. Dus het vast stellen van die grondprijs, dat doet het college op basis van een politieke afweging. Als je dat in het algemene belang zou doen, dan zou je de woningbouwcorporatie niet als een marktpartij zien, maar als een volwaardige, strategische partner in het kader van de grondwettelijk volkshuisvestingstaak. De woningbouwcorporatie doet die taak voor de lange termijn. Dat kan je dus niet over één kam scheren met beleggers en ontwikkelaars. Als je daar wat meer lasten wil neerleggen, zoals het college zegt, dan is dat begrijpelijk, maar dat doe je niet bij je partner de woningbouwcorporatie.
Om kort te zijn: het doel moet zijn om huizen voor mensen haalbaar en betaalbaar te houden en de last te leggen bij commerciële partijen, die die lasten inderdaad kunnen dragen. Ook het hele benchmark onderzoek is wat ons betreft een vervulling van een nare politieke keuze, die het college heeft gemaakt. Er is regionaal een vergelijkend onderzoek gedaan. Een A4tje met grondprijzen, wat je op een middag bij elkaar kun googlen. Waarom is er wel een vergelijkend onderzoek gedaan naar grondprijzen en niet naar de percentages sociale huurwoningen in andere gemeenten in de regio? Want dan had het college kunnen zien dat Lansingerland helemaal onderaan bungelt en een enorme inhaalslag heeft te maken als het gaat om sociale bouw. Dan is juist die lagere grondprijs een bijzonder prettige bijkomstigheid. De impact is geschetst. Aan ons als raad via een c.c., we kregen de brief doorgestuurd, die ook aan het college is gestuurd: 3B Wonen heeft uitgelegd wat de impact is. Het levert een verlies aan investeringscapaciteit op voor de corporatie van € 10mln over de 1.000 te bouwen huizen, die nu zijn afgesproken. Dus pak hem beet: € 1mln per 100 huizen, die gebouwd worden. Dat geld vloeit maar gedeeltelijk in de kas van de gemeente, want 3B Wonen betrekt 80% van de gronden van andere partijen en niet van de gemeente.
Dus de schade is enorm en veel groter dan het voordeel dat de gemeente hierbij financieel zou hebben. Het college zegt in de brief, ik begin nu wel af te ronden: het verhogen van die grondprijzen doet echt niet af aan de doelstellingen, die de gemeente heeft, om meer sociaal te bouwen. Dat is heel makkelijk gezegd. Sommige fracties trappen daar misschien in, maar de haalbaarheid van die gezamenlijk geformuleerde doelen in de sociale nieuwbouw komen wel onder druk te staan in tijd, kwaliteit en duurzaamheid. 3B Wonen schetst ook en passant de relatie met het college, nou ja, de relatie, in ieder geval de communicatie en het geïnformeerd worden door het college: dat laat te wensen over. Ook de raad is natuurlijk niet geïnformeerd over deze (…) prijs. Dat gebeurde pas nadat de brief kwam en dat wij daar vragen over stelden. Wij hadden allang deze informatie moeten hebben, toen het ertoe deed, toen we debatteerden over Wilderszijde, over de woonvisie, over de brief aan de provincie, maar het
17/33
college zweeg in alle talen, ook toen ik de bal naar wethouder Arends rolde bij de vorige raadsvergadering, waar ik een heel duidelijke hint gaf, toen had ze daar een toelichting op kunnen geven. Dus het college speelt mooi weer voor de buitenwacht, voor de regio, maar als puntje bij paaltje komt, dan pakt het niet de faciliterende rol in de bouw, die nu gepakt had kunnen worden. De vragen die we aan de fracties hebben: wat vindt u van de verhoogde grondprijzen voor de sociale bouw? Deelt u de gedachte dat je juist in een periode van grote sociale woningnood dat niet zou moeten doen? Bent u ook verrast net als wij? Had u actief geïnformeerd willen worden? Vindt u dit passen bij de ambitie van het college dat zegt meer sociaal en betaalbaar te willen bouwen? Maakt u zich zorgen, dat dit leidt tot minder sociale woningbouw? Maakt u zich zorgen over de kwaliteit en de duurzaamheid van de sociale woningbouw? En vindt u, dat is de belangrijkste vraag, dat het college dit besluit zou moeten heroverwegen en de grondprijzen zou moeten terugbrengen naar het oude niveau of in ieder geval een lager niveau of de verhoging zou moeten uitsmeren over een langere periode? Het is immers een politiek besluit en dat kan dus ook weer worden terug gedraaid. Ik hoor graag van de fracties of u ook hier, net als bij het vorige agendapunt, gaarne de schouders eronder wilt zetten.
De solidariteit die u voelde bij de ondernemers is heel mooi, maar ik hoop dat u dat ook voelt voor de mensen, die een betaalbaar dak boven hun hoofd zoeken. Dat we als gemeentebestuur daar voor kunnen staan en dat die mensen op ons kunnen rekenen. Dank u wel. De heer Philippens, L3B: Ook hier weer: ik ben achteraf blij, dat mevrouw Verhoef van de PvdA dit onderwerp heeft geagendeerd. Ik zal er inhoudelijk op in gaan, maar voor mij is belangrijk de relatie. Die stipte mevrouw Verhoef ook aan, die wil ik ook hier terug pakken. Daarom ben ik blij dat dit geagendeerd wordt om die te kunnen tackelen. Met uw goedkeuring wil ik 2 lijnen uitbouwen. Enerzijds op de inhoud en op het proces en ten tweede de relatie en de samenwerking tussen gemeente en 3B Wonen pakken. Middels die lijn, even richting de PvdA, denk ik dat ik alle vragen aanstip. Mocht dat niet zo zijn, dan hoor ik dat, dan pak ik die eventueel in de tweede termijn. Ik vind het goed om aan de voorkant aan te geven, dat ik alle betrokkenen hierin heb gesproken. Op basis van die feedback, die terugkoppeling, die gesprekken, dat wij als L3B de volgende (…) lijn hebben. Op inhoud is het, dat wij de stap van het college om de grondprijzen marktconform te maken, die begrijpen we. Daar hebben we een aantal argumenten voor. Al die argumenten samen brengen ons op het standpunt. De eerste is heel simpel.
Het college voert de nota grondbeleid uit. Dat hebben we met elkaar in 2019 samengesteld, we hebben dat raadsbreed ondersteund. Dat was een soort van historische bijeenkomst, toen nog met wethouder Abee. Die was historisch kort, omdat we ons daar allemaal in konden vinden, in die nota grondbeleid.. Daar hebben we twee heel concrete kaders mee gegeven, opdrachten, die nu waanzinnig belangrijk zijn. 1. Grondprijzen is een collegebevoegdheid, is een collegebesluit. 2. Hoe bepalen we die waarde van de grondprijs? Dat is marktconform. Dat heeft het college nu gedaan. Dus daarmee heeft het college onze opdracht, die we raadsbreed gegeven, uitgevoerd. Dan snappen we natuurlijk nog steeds, dat het een heel pijnlijke verordening is. Mevrouw Verhoef gaf het al aan: het is waanzinnig stevig. Die wil ik ook even in een stukje perspectief plaatsen om hem even meerjarig te bekijken. Als we inzoomen op die 2 jaar: eens, dat is een waanzinnig pijnlijke verhoging. Maar als we breder kijken naar 5 of 6 jaar terug, dan kan ik hem ook omdraaien. Dat we in die jaren ook flink onder de marktprijs hebben gezeten. Daar heeft een bepaald voordeel gezeten, of in woningcorporatie termen: een relatief rendabel DO is daar gecreëerd kunnen worden door 3B Wonen.
Voor mijn gevoel, zoals ik er nu in zit, ik heb dat niet precies uitgerekend, maar dan streept het voordeel van vroeger de pijn van nu voor een deel weg of grotendeels weg. Misschien voelt dat niet zo. Dat is het pijnlijke, om hem nu in die 2 jaar te pakken. Achteraf gezien, denk ik dat we veel eerder hadden moeten beginnen met het marktconform maken. Dan hadden we het in kleine stapjes gedaan, dan hadden we hetzelfde resultaat gehad, maar de pijn wat meer verdeeld en dan voelt het wat minder stevig. Volgens mij is het ook goed afgewogen en noodzakelijk. Er is een vergelijking gemaakt met o.a. gemeenten met gelijksoortige woningbouwopgaven. Drie (…) sociale opgaven. Daarnaast sluit het ook aan bij een rapportage van de VNG, die juist oproept aan gemeenten om marktconform die prijzen neer te zetten, omdat je anders ongeoorloofde staatssteun hebt, om dat te voorkomen. Als laatste heb ik niet het gevoel dat we iets geks doen. We hebben ons vergeleken met andere gemeenten, met vergelijkbare opgaven, ook op sociaal. Die hanteren daar marktconforme prijzen, die bouwen daar ook sociaal, die corporaties die daar bouwen, die doen dat ook. Het effect. Want dat is even een heel belangrijk onderdeel. Die prijzen gaan omhoog, wat gaat er dan mee gebeuren? Gaan we dan minder sociaal bouwen? Ik verwacht het niet.
Het college geeft dat aan, maar ik denk dat ik het wat scherper kan onderbouwen, omdat dat ook uit de rapportage van de VNG komt. Zij geven aan, dat de grondprijzen van gemeenten geen effect hebben op de bouwsnelheid. Dat hebben ze niet gevonden. Sterker nog, Lansingerland is daar het grote voorbeeld van. We hebben de afgelopen 40 of 50 (…) onder die marktconforme prijs gezeten. We hebben meermaals, mevrouw Verhoef, samen op de bühne gestaan om er maximaal aan te trekken om de woningbouw te realiseren, maar ook toen die prijs laag stond waren er andere effecten, die ervoor zorgden dat het moeilijk was om het te realiseren. Dus ook andersom verwachten wij niet dat dit een vertragend effect gaat hebben. Daarnaast, als laatste punt op dat gebied: die prijzen zijn richtinggevend. Er is ruimte voor maatwerk,
18/33
dat geeft het college ook aan. Op verschillende projecten zal dat maatwerk ook gezocht worden om de snelheid erin te houden en, zoals het college ook aangeeft, dan zal 3B Wonen er de voorkeurspartner bij zijn. In die zin ben ik voldoende gerust gesteld dat daar geen vertraging komt. Als laatste op dat punt, als allerbelangrijkste: als L3B wil ik ook graag sturen op de percentages. Op de percentages woningbouw, welke opgaven we hebben en welke specifieke categorieën we bouwen. Daar hebben we afspraken op gemaakt. Voor mijn gevoel hebben we die nu op twee manieren klem gezet, dat we die echt gaan realiseren. Dat is enerzijds, de ene klem, is ons als raad en coalitie, daar hebben we afspraken over gemaakt. En anderzijds zijn er nu ook afspraken en verplichting vanuit de provincie. Dus als L3B sturen we erop, blijven we erop sturen en ik ben ervan overtuigd, dat we dat ook gaan realiseren. In die zin snap ik het en kunnen we ons vinden in het marktconform maken van de grondprijzen. Het laatste punt, dat is misschien het allerbelangrijkste punt: ik heb hier met de betrokken personen over gesproken. Wat is dan hoor is dat persoon A dit zegt en dat persoon B dat zegt. Er wordt nu gecommuniceerd via brieven met eventueel ook dat er snel informatie is uitgebracht of lekken van informatie. Dat zijn best wel stevige aantekeningen.
De waarheid zal ergens in het midden liggen, maar er loopt naar mijn gevoel iets niet goed in de relatie en de samenwerking tussen deze twee partijen. Die wil ik even onderstrepen. Daarover heb ik een heel belangrijke vraag aan de wethouder. Hoe duidt de wethouder dit? Zou ze een inkijkje kunnen geven in hoe specifiek, welke eerste stap de wethouder zou kunnen zetten om die relatie te herstellen en de samenwerking weer op te pakken. Ik snap, dat het van twee kanten moet komen. Maar welke stap kunnen wij nu als gemeente zetten om een hele belangrijke partner met het sociaal bouwen om die weer aan boord te trekken? Daar wil ik het bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dat was ruimschoots over de 3 minuten heen, maar dat is u vergeven. In de tweede termijn zal ik meer op de tijd gaan zitten. Gezien de importantie van het onderwerp kunnen we het hebben en het tijdstip. De heer Van Santen, VVD: Het is inderdaad een belangrijk onderwerp. Goed dat het geagendeerd is. We kunnen hier niet genoeg over spreken, zeker als er hier en daar misschien verschillend over gedacht wordt. Ik ga dadelijk in op de vragen, die de PvdA heeft gesteld, maar ook even uw bijdrage. U heeft moeite met die vergelijking van die grondprijs, die regionaal is gebeurd bij andere gemeenten. Er is gekeken naar de sociale grondprijzen. Ik begrijp niet wat daar nou niet correct aan is geweest.
De vorige woordvoerder zei het ook al: eigenlijk bewijst Lansingerland, dat een lage grondprijs nou niet noodzakelijkerwijs tot hele hoge percentages sociale woningbouw leidt, wat u wel suggereert in uw bijdrage, hoe graag u dat ook anders zou willen zien. Maar die vergelijking bewijst de praktijk, dat het niet opgaat. Dan ga ik graag in op uw vragen. Vraag 1, wat vinden we van de verhoging: eigenlijk vraagt u dat bij vraag 6 ook, als het gaat over het besluit, daar ga ik graag bij vraag 6 op in. De vraag of wij verrast zijn en of wij actief geïnformeerd willen worden: bij dergelijke prijsstijgingen, die fors zijn, daar hoort wel een proactieve informatievoorziening naar de raad bij. In het antwoord op uw technische vraag 12 bevestigt het college, dat het wel goed is. Misschien dat u daar zelf nog even op kunt reflecteren. Het college meent dat dat goed gegaan is. Dan de ambitie van het college, of dat op deze manier wel bereikt kan worden, eigenlijk een beetje hetzelfde als vraag 4, de zorgen om de sociale woningbouw: eerlijk gezegd maak ik me nu juist minder zorgen, nu de prijs omhoog gaat. Ik kijk er echt heel anders tegenaan dan u.
Waarom is dat? Eén van de voorwaarden, die wij als gemeente stellen, los van de afspraken die we over de sociale woningbouwpercentages maken, waar de heer Philippens aan refereerde, is het natuurlijk ook dat we randvoorwaarden stellen ten opzichte van de financiën, dat het betaalbaar moet blijven voor ons als gemeente. Door die grondprijzen te verhogen, lopen de verliezen op sociale woningbouw voor ons terug. Ik acht dus eigenlijk de kans op realisatie van die percentages, die zijn afgesproken, juist groter dan voorheen. Ik kijk er op een heel andere manier tegenaan dan u dat doet. Dan uw vraag 5: gaat het niet ten koste van kwaliteit en duurzaamheid van die huizen, die dan gebouwd worden? Dat kan ik niet met zekerheid beoordelen, dat is aan de woningbouwcorporatie, maar ik verwacht eerlijk gezegd van niet. Als ik kijk naar de jaarrekening van 2019 van 3B Wonen, 2020 heb ik nog niet kunnen zien, dan zie ik daar een financieel zeer draagkrachtige woningbouwcorporatie, die profiteert van de huidige hoos in de woningmarkt. Ook als we niet kijken naar de waardestijging van woningen, maar alleen naar het operationeel resultaat, dan was dat over 2019 iets van € 8mln, meen ik, zeer riant. Dat soort cijfers kunnen wij als gemeente niet tonen in elk geval. Binnenkort hebben we een kaderbrief en dan praten we over minder bedragen, volgens mij. Dus die financiële situatie is anders.
Eigenlijk zie ik het dus als een verschuiving van geld van de woningbouwcorporatie deels naar de gemeente. Dan heb ik het idee, dat we als gemeente financieel nu meer een zwakke schakel zijn in dit dossier en dat er door het verhogen van de grondprijs meer evenwicht komt tussen die twee partijen. Dat lijkt me juist een goede zaak voor de sociale woningbouw. Ik heb het antwoord natuurlijk al een beetje gegeven op vraag 6, moet het besluit overwogen worden. Nou, wat mij betreft, absoluut niet. Ik stel juist voor, dat het wel door gaat. Even kijken wat ik daar verder nog over kan zeggen. Het is natuurlijk een keuze om die prijzen te hebben zoals ze waren. De woningbouwcorporatie heeft daar jaren van kunnen profiteren en dat is hopelijk gunstig geweest voor de woningbouwcorporatie, maar het lijkt me dat nu dat been bijgetrokken moet
19/33
worden. Ik heb nog wel twee vragen aan de portefeuillehouder aansluitend. Waarom die grondprijzen nu pas verhoogd worden eigenlijk? Waarom dat niet eerder gedaan is? Nu zie je dat die schokken erg fors zijn. In twee jaar weliswaar, maar dit zijn percentages, bij wie het ook komt, wel rauw op het dak vallen, ook al heeft de woningcorporatie al die jaren kunnen profiteren van de lage prijs. Waarom nu pas? Waarom is dat onderzoek niet eerder gebeurd? We lopen echt uit de pas als gemeente. Zou dan niet aansluitend daarop jaarlijks een indexatie kunnen komen van die grondprijzen, zodat die schokken achterwege kunnen blijven? Dat is mijn tweede vraag. Dank u wel. De heer Ruitenberg, CDA: Dank aan de PvdA voor het agenderen van dit agendapunt, goed dat we het erover hebben. Wij begrijpen als CDA-fractie uiteraard heel goed, dat 3B Wonen geschrokken is, niet blij is met dit voorstel en deze forse verhoging van de grondprijzen voor sociale huurwoningen. Als ik de directeur van 3B Wonen was, had ik hier waarschijnlijk ook tegen geageerd. Tegelijkertijd is het onze taak als gemeenteraad om brede belangen af te wegen. In ons grondbeleid staat daarom een benchmark, zoals nu is uitgevoerd, een vergelijking tot de regio. Het college voert feitelijk het door de raad vastgestelde grondbeleid uit. De heer Philippens zei het ook al.
Wij als CDA vinden dat nog steeds een goed beleid, want het is goed om iedere keer weer te kijken of jouw grondprijzen voor alle categorieën en ook voor sociale woningbouw nog in vergelijk zijn met de regio. Niet te hoog en ook niet te laag. Wij hebben geen aanwijzing, dat het in andere gemeenten in de regio qua sociale woningbouw heel veel minder gaat dan het in Lansingerland gaat. Op het moment dat ik het idee zou hebben, dat in andere gemeenten in de regio helemaal niet meer sociaal gebouwd wordt als gevolg van misschien te hoge grondprijzen voor sociale huurwoningen, zou ik er anders over denken, maar ik heb die aanwijzingen niet. Dus wij denken dat dit verstandig beleid is en dat dit dus kan. Dat je dan in een belangenafweging moet zeggen: als je het niet doet, vraag je feitelijk een extra vergoeding of een extra subsidie voor sociale woningbouw, die wordt opgebracht door de Lansingerlandse belastingbetaler, die dan iets anders niet kan doen. Dat het een issue is, dat weten we allemaal: we moeten straks ook weer fors gaan bezuinigen. Laat even helder zijn, dat ook het CDA erkent, dat het toevoegen van betaalbare woningen een topprioriteit is. Alleen de vraag is: wat is het juiste middel om daar te komen? Dus dat even in relatie tot vraag 1 van het bespreekpunt van de PvdA. Dan de tweede vraag, die gaat over de actieve informatieplicht.
Als ik het stuk, alle vragen en alle stukken goed gelezen heb, was het de bedoeling van het college om direct na het collegebesluit een brief op te stellen en die richting de gemeenteraad te sturen. Alleen is het door de agendering en de brief van 3B Wonen in een wat andere stroomversnelling gekomen, maar ik heb het idee dat het college ons zeer actief wilde informeren nadat zij conform het door ons gegeven mandaat een besluit had genomen. Dus ik heb geen aanwijzing, dat het college ons niet actief heeft willen informeren. Dan de vraag: is dit de juiste manier? Ik denk dat dat eigenlijk de kernvraag is, de derde vraag: vindt u het een goede ambitie die ons college heeft uitgesproken richting meer sociaal en betaalbare woningbouw te bereiken? Je kunt die manier van twee kanten benaderen. De PvdA benadert hem wat vanuit de vraagkant. Die zegt feitelijk: je moet zorgen dat de prijs heel laag is, want dan zal er veel gevraagd worden. Ja, dat is ook logisch. Tegelijkertijd zit het probleem hier in de woningbouw in de aanbodkant: er is te weinig aanbod van sociale woningbouw. Dat komt deels vanuit de gemeente, maar ook deels vanuit andere woningbouwontwikkelingen, die niet op gemeentelijke grondexploitaties staan.
Door die grondprijs iets te verhogen wordt het voor alle aanbieders van grond van woningbouwprojecten minder onaantrekkelijk om sociale woningbouw te realiseren versus vrije sectorwoningen. Natuurlijk is er altijd nog een gat, maar dat gat wordt nu wel iets kleiner. Dus je zou ook kunnen zeggen: juist door het verkleinen van dat gat, zal het aanbod vergroot kunnen worden en zal je eerder meer dan minder sociale huurwoningen krijgen. Hoe dat uit zal pakken, dat zal moeten blijken. Hoe het uitpakt met een heel lage prijs, dat hebben we gezien. Hoe het uit gaat pakken met een wat hogere prijs, ja, dat zal de komende jaren moeten blijken. Helder is dat we door jaarlijks die prijzen opnieuw vast te stellen door het college, ook straks als het grondbeleid weer herijkt moet worden, kunnen wij daar de vinger aan de pols houden. De vierde vraag is de vraag over sociale woningbouw, maar die heb ik eigenlijk net beantwoord, het hoort een beetje bij vraag 3. Dan het effect op kwaliteit en duurzaamheid. Ik vind dat lastig om te beoordelen, moet ik eerlijk zeggen. Ik heb niet de jaarrekening van 3B Wonen bekeken, zoals de heer Van Santen dat gedaan heeft. Ik constateer wel, dat ik geen aanwijzingen heb dat het in gemeenten met hogere sociale grondprijzen, dat het daar qua duurzaamheid en onderhoud heel veel slechter gesteld is dan in Lansingerland. Ik heb die aanwijzing in ieder geval niet.
Ik vind wel, dat wij als gemeente de vinger goed aan de pols moeten houden. Daarom ook de vraag van de heer Philippens over de relatie, zeer gerechtvaardigd: hoe zorgen we ervoor dat die relatie goed blijft? Dat als er problemen ontstaan met 3B Wonen of als 3B Wonen er qua financiering niet meer goed uit komt, of het nou gaat om nieuwbouwprojecten of over de verduurzaming en het onderhoud, dat wij als gemeente daarin constructief mee denken over hoe dat op te lossen valt. Als CDA denken wij daar ook graag over mee als dat aan de orde zou mogen komen. Dan als laatste: moet dit besluit worden heroverwogen? Dat vinden wij niet. Wij vinden wel, dat we jaarlijks goed moeten kijken. We kunnen het ons voorstellen: moet je die tweede stap zetten? Maar dat is dan meer een punt voor volgend jaar. Maar
20/33
deze eerste stap die nu gezet wordt: wij kunnen die lijn goed steunen. Wat ons betreft gaat het nu vooral over herstel van relatie, dat zou de topprioriteit moeten zijn. Dank u wel. Mevrouw Van Olst, WIJ: Ik krijg toch een beetje de indruk, dat het college geen uitbreiding wil in sociale huur- en koopwoningen. Dat zeg ik even cru, maar deze indruk krijg ik hier echt van. Want hoe rijmt deze verhoging met de uitspraak, dat er meer betaalbare woningen moeten komen? Het voelt gewoon heel tegenstrijdig. Of we het er nu mee eens zijn of niet, niemand kan het ermee eens zijn, dat deze informatie tot ons komt via 3B Wonen. Waarom zijn we hier niet over geïnformeerd? Wij willen mevrouw Verhoef van de PvdA in ieder geval hartelijk bedanken voor het agenderen van dit bespreekpunt. Met de vragen die zij stelt, kan ik mijn punt ook wel maken. Wat vindt uw fractie van de verhoogde grondprijzen? Dat kan gewoon niet de bedoeling zijn, dat op dit moment die grondprijzen worden verhoogd, zeker niet in dit tempo. Bent u daardoor verrast? Ja, dat had ik al gezegd. Vindt u dit een goede manier om de ambitie, die het college heeft richting de provincie? Nee, dat is natuurlijk absoluut niet de manier om meer geld te krijgen bij de provincie. Het is juist goed als je laat zien: zo hebben we het bedacht en zo gaan we het doen. De benadering, zoals de heer Philippens o.a.
deed, meer als ondernemer: dit had al veel eerder moeten gebeuren, ze hebben al die tijd mazzel gehad. Dan denk ik: volgens mij had er ook al veel eerder sociale woningbouw moeten plaatsvinden op grotere schaal. Dit moeten we dus nu goed herstellen. Hebben wij destijds met die korte vergadering met de heer Abee misschien niet goed er over nagedacht, maar dat wil niet zeggen dat we daar dan alles aan moeten ophangen. Ik vind het zeker een overwegen waard om daar op terug te komen en om dan ook een goede sier te maken richting provincie. Maakt u zich zorgen, dat dit leidt tot minder sociale woningbouw? Ik denk het dus wel. Ook in relatie met onze grootste partner op dit vlak, die dus nu erg teleurgesteld is, wat geheel te begrijpen valt. Ik denk dat als zij dat elders sneller kunnen doen, dat ze dat misschien wel gaan doen. Maakt u zich zorgen dat we inboeten op kwaliteit? Ja, dat denk ik wel. Die € 20.000 moet toch ergens vandaan komen, dus dan zal het er misschien minder fraai uitzien. En de duurzaamheid natuurlijk, die zal erbij inschieten voor een deel. Vindt u dat het college dit besluit zou moeten heroverwegen? Dat vinden wij zeker. Er moet minimaal gematigd worden, dus over een langere periode uitgesmeerd worden. Het is logisch, dat je zoveel mogelijk marktconform bent, maar om dit op dit moment te doen met deze opgave voor ons, dat rijmt gewoon niet.
Zeker niet als ik lees, dat de wachttijd van 53 maanden naar 81 maanden is gestegen in 4 jaar tijd, in 3 jaar tijd zelfs. Gewoon hebben gewoon meer betaalbare woningen nodig. Dan is het gewoon tijd om daar nu met onze grootste partner mee aan de slag te gaan. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Er zit een verschil in mijn reactie toen ik dit stuk de eerste keer las en toen er nog wat informatie bij kwam en we er nog eens goed over gesproken hadden in onze fractie. Want primair, als je leest dat het college met zulke prijsverhogingen komt, dan denk je: wat gebeurt er in vredesnaam, hoe kan dat, dat slaat helemaal nergens op. In de loop van de tijd hebben we gelukkig een hoop informatie erbij gekregen. Dat hielp ook om goed ons standpunt voor vanavond voor te bereiden. We hebben nog contact gehad met deze en gene, de stukken van het college opgevraagd, dat heeft geholpen om tot onze voorbereiding te komen. Onze reactie is wat minder primair dan dat we hem gegeven zouden hebben als u het had gevraagd toen we de stukken van mevrouw Verhoef voor de eerste keer voorbij zagen komen. Overigens complimenten om het op deze manier te agenderen, ook fijn om dat met elkaar snel te kunnen bespreken.
Een aantal zaken en volgens mij loop ik daarmee ook de vragen van mevrouw Verhoef langs, alleen misschien niet helemaal in de volgorde waarop ze ze gesteld heeft, maar in het verhaal zouden ze allemaal voorbij moeten komen. Het belangrijkste om aan het begin te constateren, is dat er gewoon is gehandeld in lijn met de uitgangspunten in de nota van ons beleid. De heer Philippens begon daar vanavond al over. We hebben met elkaar een nota grondbeleid vast gesteld en het college heeft geconstateerd, dat we ons eigenlijk in de afgelopen tijd niet aan die nota hebben gehouden, dat de prijzen niet meer marktconform waren en dat daarin een inhaalslag nodig was. Tegelijkertijd herken ik dan wel de vragen, die ook de heer Van Santen stelde: hoe kan het dat we daar nu achter komen en dat we daar in de afgelopen jaren niet achter zijn gekomen? Eigenlijk hebben we in de afgelopen jaren de nota grondbeleid niet helemaal gevolgd, maar we snappen dat er een moment komt, dat je daar naar kijkt, zeker in de buitengewoon bijzondere marktomstandigheden, die er op dit moment zijn en dat je merkt dat de grondprijzen, die we hanteren niet meer marktconform zijn. Daarin kunnen we dus ook best de afweging van het college volgen. We zijn ook niet van mening, dat het besluit nu heroverwogen zou moeten worden.
De nota grondbeleid is uitgevoerd en we hebben het idee, dat er in die nota grondbeleid nog steeds verstandige dingen staan. Het is de vraag of je je grondprijs moet willen inzetten als het instrumentarium om te sturen op de bouw van meer sociale woningen. Er zijn natuurlijk meer mogelijkheden, die je als gemeente in samenwerking met de corporatie hebt. Ik zou liever hebben, dat we daarin met elkaar tot een grondige en gedegen afweging komen m.b.t. welk instrumentarium we daar in willen zetten in plaats van dat we verder gaan met de toch soort impliciete keuze die we in de afgelopen jaren hebben gemaakt met de lage grondprijs, die we hadden voor sociale woningen in onze gemeente. Had hierover op een andere manier gecommuniceerd moeten worden? Ja.
21/33
Laten we daar heel helder over zijn. Ook wij vinden het niet prettig, dat we dingen op een besluitenlijst van het college lezen, zonder dat daarover een brief is gestuurd op hetzelfde moment. Het was echt handiger geweest als het college ons daarover direct had geïnformeerd en dat we alle informatie en de afwegingen goed vanuit het college in één keer hadden ontvangen in plaats van dat dat nu in de beantwoording van de vragen vandaag moest gebeuren. Die beantwoording van de vragen gaf veel helderheid, maar het was handiger geweest als we daarover direct waren geïnformeerd. Het is toch iets wat vragen oproept. Dat bleek ook wel uit wat ik net zei, hoe we primair hierop reageerden. Dat is wat ons betreft ook een les, die meegenomen moet worden. Het belangrijkste wat we vanavond mee zouden willen geven, het besluit over die grondprijs kunnen we volgen en dat kan wat ons betreft ook in stand blijven, daarin wil ik me aansluiten bij de uitstekende bijdrage die de heer Philippens daarover heeft gehouden, die ga ik niet helemaal over doen. Het belangrijkste punt vinden we de relatie tussen 3B Wonen en de gemeente. We hebben de brieven van 3B Wonen grondig doorgenomen. Ik heb vandaag nog contact gehad met 3B Wonen. De heer Philippens zei het ook al: we horen dit verhaal van 3B Wonen.
In de brief van het college lezen we een andere kant van het verhaal en de waarheid zal ongetwijfeld in het midden liggen. Maar duidelijk wordt wel dat in de relatie tussen 3B Wonen en de gemeente wat spanning zit. Die spanning zal vanaf de verschillende zijden anders ervaren worden, er zullen twee verschillende verhalen en twee verschillende invalshoeken bij zijn. Ik wil hier niet de scheidsrechter zijn wat het juiste verhaal is, maar ik heb wel het idee, dat er iets moet gebeuren om die relatie te verstevigen. Want als ik de brief van 3B Wonen lees, die aan het college is gestuurd, dat 3B Wonen het vooral ervaart als eenrichtingsverkeer in plaats van strategisch partnerschap, dan baart me dat zorgen. Los van het feit, dat er twee kanten aan het verhaal zouden zitten en het college daar ook een bepaald beeld bij zal hebben, vind ik het niet fijn dat onze belangrijke partner op het gebied van sociale woningbouw, die fantastisch werk hier in deze gemeente doet, dit gevoel heeft. Dat lijkt ons iets om snel mee aan de slag te gaan. We horen graag van het college hoe zij daar tegenaan kijken. Tot zover in de eerste termijn. Dank u wel. De heer Jonker, D66: Ik heb een betoog, waarin ik denk alle vragen te beantwoorden, maar als het niet zo is, dan hoor ik het wel van de PvdA in de tweede termijn.