CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0065 Verslag commissie Algemeen Bestuur van 7 april 2021

Commissie Algemeen Bestuur 19 mei 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering31.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERSLAG Commissie Algemeen Bestuur BV21.0065 Datum vergadering

: 7 april 2021

Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Johan Philippens, Marjolein Gielis, Don van Doorn VVD : Nathalie van Bakel, Ed van Santen, Edwin Vervaet CDA : Matthijs Ruitenberg, Frans Ammerlaan WIJ Lansingerland : Petrine van Olst, Dianne van Heusen CU : Jurjen Dieleman D66 : Erik Jonker, Brecht Weerheijm GroenLinks : Menno Duk PvdA : Petra Verhoef, Hamid Azzouzi Burgemeester Wethouders

: Pieter van de Stadt : Jan-Willem van den Beukel, Kathy Arends

Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Leon Hoek Commissiegriffier : Lianne van den Houten Afwezig Voorzitter VVD CU D66 GroenLinks

: Jan Pieter Blonk : Nathalie van Bakel : Paul Lieverse : Ineke den Heijer : Marko Ruijtenberg

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goed, dames en heren, mijn telefoon zegt dat het acht uur is. Welkom bij de commissie AB van 7 april. Een aantal mensen is verhinderd, dat zal u niet ontgaan zijn. Met name de voorzitter is er niet, vandaar dat u het met mij moet doen. Mevrouw Den Heijer is er niet en laat zich vervangen door de heer Jonker. Mevrouw Van Bakel is verhinderd, de heer Lieverse is verhinderd en de heer Ruijtenberg is verhinderd en wordt vervangen door de heer Duk. De eerste mededeling gaat over het feit, dat er veel stukken zijn na geleverd. Ik kan me dan ook voorstellen, dat er behoefte is aan een leespauze. Ik kijk even richting het scherm of daar behoefte aan is, dan kunnen we de vergadering voor een X-aantal minuten schorsen. Is er behoefte aan een leespauze? Nee, dat is niet het geval, prima, dan gaan we meteen door. Ik heb nog een mededeling vanuit de agendacommissie. De D-brieven, dat zijn de brieven van het college, zullen in het vervolg niet meer geagendeerd worden door de agendacommissie. Iedere fractie is verantwoordelijk voor het agenderen van een D-brief. Dat moet dan middels het formulier, dat daarvoor is bijgevoegd. Ook het college kan brieven agenderen en zal dan een toelichting meezenden waarom zij van mening is, dat deze brief geagendeerd wordt.

Dus voor de toekomst is het niet meer aan de agendacommissie, maar aan ieder individueel commissielid of raadslid om een D-brief te agenderen. Dan hebben we nog een mededeling omtrent bespreekpunt 5.c, dat gaat over het faciliteren van ondernemers na versoepeling van de coronamaatregelen. Aan de stukken zijn toegevoegd een brief van het college met bijlage, herstelplan ‘samen de schouders eronder zetten’. En bij agendapunt 5.d bespreekpunt verhoging grondprijzen is aan de stukken toegevoegd een brief van het college en beantwoording van raadsvragen. Dat wat betreft de mededelingen. Ik moet de namen nog opnoemen om te kijken of iedereen aanwezig is. De heer Ammerlaan, de heer Azzouzi, de heer Dieleman, de heer Van Doorn, mevrouw Gielis, de heer Jonker, mevrouw Van Heusen, mevrouw Van Olst, de heer Philippens, de heer Duk, de heer Ruitenberg, de heer Van Santen, mevrouw Verhoef, de heer Vervaet, de heer Weerheijm: aanwezig. Dan constateer ik, dat er voldoende commissieleden zijn om deze vergadering voort te zetten.

1/33

2. Insprekers De voorzitter: Er hebben zich voor deze vergadering geen insprekers gemeld. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 10 maart 2021 De voorzitter: Wenst iemand hierover het woord? Dat is niet het geval. Dan is het verslag bij deze vast gesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Iemand iets over de agenda? Dat is niet het geval. Inventarisatie rondvraag: De voorzitter: Er zijn geen rondvragen ingediend. 5. Bespreekpunten: 5.a Brief Ambtelijke organisatie onder druk Mevrouw Van Olst, WIJ: Wij hebben gemeend deze brief, die geplaatst is op het web, toch nog te willen bespreken, want wij ontvingen op 15 februari in ons digitale fractieoverleg de burgemeester. Als het goed is hebben alle 8 fracties overleg gehad met de burgemeester. Hij gaf daarbij aan, dat de werkdruk in het gemeentehuis door corona te hoog was geworden en dat daarom bekeken moest worden wat er eventueel uitgesteld kon worden of op een andere manier vervangen kon worden. In onze fractie ging het toen met name over het skippen van onderdelen uit de P&C cyclus. Dat is bij andere fracties misschien iets anders geweest. Later, op 3 maart, volgde dus de brief, die is bijgevoegd bij dit bespreekpunt. Het eerste wat mij hierbij opviel is iets procesmatigs.

Vrijwel iedere dag krijgen we updates over de coronacijfers, wat natuurlijk interessant is, maar dat hoor je in principe ook op het journaal. Maar deze brief, waarin dus zaken worden benoemd, die wij als drukke bijbaan als raadslid toch wel graag willen weten, maar niet altijd op AtWork kijken. Ik was daardoor verrast. Ik dacht: waarom kan dat niet gemaild worden? Dus dat is een verzoek voor de volgende keer omtrent dit soort zaken. Ik zou het e.e.a. toch nog graag door willen spreken met de rest van de commissie en met het college. Dan kom ik bij de inhoud van mijn bespreekpunt. In de brief wordt erover gesproken, dat de trend van het thuiswerken in Nederland over de hele linie lijkt te betekenen dat de productiviteit omhoog gaat. In ieder geval bij de organisaties waar wij van WIJ werken gaat de productie omhoog, maar bij het gemeentehuis dus niet. Ik ben dus wel benieuwd waar dat dan uit blijkt en hoe het kan dat dit dus heel erg afwijkt. Er wordt over gesproken dat er extra taken zijn i.v.m. corona en het inrichten van de vaccinatielocatie. Dat is logisch, dat daar meer tijd naar toe gaat, maar dat zijn natuurlijk niet de mensen die bijvoorbeeld een motie behandelen, zij doen niet de facilitaire zaken regelen, denk ik, dus daar zouden we graag wat meer van willen weten. Dan het meest opvallende, vind ik, de motie kantoren ombouwen tot woningen, dat die wordt gestopt.

Dat staat zo haaks op het woningtekort. Wij willen gewoon heel graag weten: hoe kan dat nou? Waarom is nou precies daarvoor gekozen? Welke andere zaken zijn wel door gegaan? Maar dit wordt gestopt. Dat geldt ook voor de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Welke afweging is gemaakt? Welke projecten zijn nog meer overwogen? Waarom zijn deze dan niet gekozen? Waarom wordt er niet voor gekozen om weer tijdelijke krachten in te zetten voor deze extra werkzaamheden? In de brief staat niets over de chillplekken, maar tijdens de commissie samenleving is daarover gesproken. Toen bleek dat de voorbereiding ernstige vertraging heeft opgelopen door corona. Waarom staat dit dan niet in de brief? Waarom is deze keuze gemaakt? Welke punten staan er dan nog meer niet in die brief? Ik ben dus benieuwd welke onderwerpen bij andere fracties nog gemist worden of waar extra aandacht voor moet komen. Graag jullie reactie daarop. De heer Van Doorn, L3B: Een aantal vragen richt zich vooral op het college om verduidelijking te geven op de afwegingen die gemaakt zijn. Onze fractie herkent niet per definitie dat over de hele linie Nederland productiever is geworden van corona. Dat kan op onderdelen wel en ik denk dat het zeer sterk afhangt van de thuissituatie.

Ik ken ook veel verhalen van met name jonge gezinnen met kinderen, die thuis bleven en thuis onderwijs, dat dat niet per definitie de productie op het werk verhoogde, maar dat er een heel lastige balans ontstond tussen thuis alles georganiseerd krijgen, waarvoor ik overigens alle begrip heb, en ook de taken van je werk nog volledig kunnen uitvoeren. Ik ben wel nieuwsgierig in welke mate daarvan sprake is bij de gemeente. Maar de aanname dat het over de hele linie productiever is geworden, dat is discutabel. Ten aanzien van de motie ‘kantoren ombouwen’ was ook de fractie van L3B bijzonder verrast, vooral omdat er in de onderbouwing gesteld werd, dat andere zaken hogere prioriteit hadden. Dat vind ik vreemd, want als iets prioriteit heeft momenteel dan hebben we het over het woningtekort en de lange wachtlijsten, dus iedere quick win daar zou ik energie op zetten. Ik zou dan ook wel graag van het college willen weten wat zij daar nou concreet mee hebben vrij gespeeld met die actie. Ten aanzien van wat wij nog missen: in principe niet. Het is al jammer genoeg, dat de gemeente

2/33

moet overgaan tot dit besluit. Ik zag in het Binnenlands Bestuur een artikel, dat wij helaas niet de enige zijn in Nederland, die daarmee te kampen heeft. Dat met name op beleidsontwikkeling er meerdere gemeenten zijn, die vertragen. Wat we dan missen wil ik reframen naar de samenleving zelf, dat ze in de uitvoering zo min mogelijk last hebben van het niet uitvoeren van taken. Dus alles wat direct de dienstverlening raakt dat moet vooral door blijven gaan. Dus wij hadden niet specifiek punten, die wij missen op deze lijst, dan wel waar we geschrapt willen hebben. Dat neemt niet weg, dat ik graag een toelichting wil op het ombouwen van het gemeentehuis in dit geval naar kantoren en al die quick wins, die er mogelijk nog liggen. Dit was het in de eerste termijn. De heer Vervaet, VVD: Wij sluiten ons wel aan bij WIJ. Wij zijn van mening dat er eerder productiviteitstoename dient te zijn dan afname. We hebben als extra vraag wat de gemeente als optie heeft om de productiviteit te gaan verhogen. Dat was het. Bedankt. De heer Ammerlaan, CDA: Er wordt over gesproken dat de trend in Nederland zou zijn dat thuis werken efficiënter zou zijn. Ik sluit me aan bij de woorden van meneer Van Doorn, ik heb daar grote twijfel over. WIJ stelt dat, maar is dat wetenschappelijk bewezen, zou ik terug willen vragen, want wij twijfelen daar in grote mate aan.

Wij begrijpen dat het college aangeeft, dat de extra afwijkende taken meer tijd kost, ik kan me dat voorstellen. Alles wat je gewend bent en dan op een andere plek doet, dat gaat nog, maar het zijn ook andere taken en dat maakt het lastig voor wat er allemaal door het gemeentehuis gedaan moet worden en ervoor zorgen dat alles moet door draaien. Dat in combinatie met thuis werken kan ik me voorstellen, dat het er niet efficiënter op wordt. Die gemaakte afwegingen zijn door de door ons aangestelde bestuurders zo gedaan. Ook wat meneer Van Doorn zei: het is van belang, dat juist de zaken voor de inwoners gewoon door draaien, dat zij er niets van merken. Dat vind ik ook heel belangrijk. Op zich hebben wij begrip voor de afwegingen die gemaakt zijn. Als wij het lijstje nakijken, dan kan ik me daar in grote lijnen in vinden wat er gedaan is. Er moeten dingen gebeuren, het kan niet anders. De vraag over waarom er niet meer tijdelijke krachten zijn aangesteld of aangenomen, ja, dat is natuurlijk tegenstrijdig, want we willen met zijn allen dat de loonkosten beheerst worden. Die opmerking snap ik niet helemaal, want we willen dat het niet meer kost, dan moeten we ook geen extra mensen in gaan huren, naar mijn idee. Dat is niet wat we willen. Uiteraard hopen wij ook, dat alles weer zo snel mogelijk normaal wordt, dat lijkt me het handigst.

Nog even over het kantoren ombouwen tot woningen. Ook gelezen. Maar ik zag er ook een zinnetje bij staan: andere beleidsontwikkelingen kennen een hogere urgentie. Ik kan me heel goed voorstellen, dat je liever hebt dat er op dit moment hard doorgewerkt wordt aan de ontwikkeling van o.a. de bouw in Bleiswijk en dat we daar sneller en meer huizen mee bereiken dan met het ombouwen van kantoren, die meestal niet in het bezit zijn van de gemeente en ook niet zo simpel is. Wat quick wins betreft, zit ik liever in de grote hap: het bouwen en ontwikkelen van de bouwlocaties. Dat was het. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: We hebben het bespreekpunt van WIJ doorgelezen. Bij ons bleef vooral de vraag aan het college, waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Die kan ik niet beantwoorden, dat moet vooral de portefeuillehouder straks uiteraard gewoon doen. We kunnen wel onze visie erop geven. Dan ligt die dicht tegen de visie van voorgaande spreker aan. Enerzijds: het klopt, productiviteit neemt voor een deel toe door thuis werken, dat laten de onderzoeken ook zien. Ik lees ook in Binnenlands Bestuur dat we echt met zijn allen sneller kunnen werken thuis. Maar tegelijkertijd zullen we ook, ik denk dat iedereen dat heeft wie vroeger een kantoortijger was en tegenwoordig opeens thuis werkt, we merken dat in de gemeenteraad net zo goed: sommige dingen gaan niet zo heel gemakkelijk thuis.

Creatief nadenken, tot nieuwe initiatieven komen, de toevallige ontmoetingen waar af en toe hele goede dingen uit ontstaan, die zijn echt verrekte ingewikkeld. Dan spreek ik nog niet eens over al die medewerkers van onze gemeente, die op dit moment thuis werken met kinderen, die dan weer in quarantaine zitten omdat er iemand in de klas corona heeft, die een aantal maanden kinderen thuis hebben gehad. Ik wil vooral bij dit agendapunt namens de fractie van de CU onze waardering uitspreken voor al die medewerkers van de gemeente Lansingerland, die flink hebben omgeschakeld in de afgelopen periode om ook met de nieuwe omstandigheden, die vorig jaar in maart zijn ontstaan, weer al hun werk te doen en vooral kijken naar alles wat er wel is bereikt, want ik ben ook heel trots op alles wat onze organisatie ook gewoon weer voor elkaar heeft gebokst in deze bijzondere omstandigheden, om iedere keer met die coronamaatregelen aan de slag te gaan, maar ook een heleboel dagelijkse bezigheden gewoon door heeft laten gaan. Tegelijkertijd, we hebben de brief gelezen, we snapten die goed, we kunnen het ons voorstellen, maar we missen wel een beetje structuur daarin.

Als ik me niet vergis, hebben we vorig jaar toen de coronacrisis begon een keertje een overzicht van het college gehad met deze onderwerpen, die op de bestuurlijke planning stonden: die stellen we uit door corona, want dat lukt nu niet, daar komen we niet aan toe. We hebben het er toen ook met elkaar over gehad en we vonden dat een prima keuze. Nu merk je dat een aantal onderwerpen in zo’n brief naar voren komt. Mevrouw Van Olst refereerde al aan een punt, dat in de commissie samenleving is genoemd, dat lukt nu niet door corona. Laten we met elkaar kijken of we dat ook op een gestructureerde manier kunnen blijven doen, want dat thuis werken

3/33

zal nog wel even aanhouden. Iedere keer met nieuwe maatregelen aan de slag gaan, zoals zo’n plan voor ondernemers, waar we zo meteen over spreken, dat blijft ook nog wel een tijdje nodig. Dat zorgt er dus voor dat soms dingen, die we heel graag willen, dat die een tijdje niet kunnen, omdat ze wat meer naar achteren worden geschoven. Maar dan zou ik wel aan het college willen vragen dat op een gestructureerde manier te doen, om daarin continu te laten zien wat de effecten zijn van het thuis werken, van nieuwe coronamaatregelen en dergelijke op de bestuurlijke planning, zodat we daar goed als raad en college met elkaar het gesprek over kunnen voeren en dat we ook goed kunnen begrijpen waarom een bepaalde keuze wordt gemaakt omdat het niet mogelijk is om een andere keuze te maken. Dus dat zouden wij aan het college mee willen geven bij dit bespreekstuk. De heer Jonker, D66: Het bespreekpunt, zoals het is ingebracht door de fractie van WIJ is, zoals door anderen ook gezegd, vooral gericht op het college, wat logisch is, gezien de aard van het onderwerp. Hoe wij ernaar kijken is dat wij ook wel geschrokken zijn toen we de brief ontvingen. We betreuren het, dat een groot aantal belangrijke opgaven nu blijven liggen. Bij sommige keuzen is de argumentatie overigens helder, zeker te midden van corona hebben gewoon niet alle zaken dezelfde prioriteit.

Echter, D66 maakt zich wel zorgen over de toekomst. Nu afschalen betekent dat er zaken zijn die in de toekomst weer opgepakt moeten worden of ingehaald moeten worden. Door af te schalen neemt in feite de druk op de toekomstige organisatie en bezetting toe. Dus op korte termijn is dit aantrekkelijk, maar op de lange termijn is er nog geen structurele oplossing voor. Ik hoor graag hoe de portefeuillehouder hier op de iets langere termijn tegenaan kijkt. Ik wil ook even aanhaken bij de opmerking van de heer Ammerlaan, die heel stellig zei: ja, we gaan natuurlijk niet extra inhuren, want dat kost geld en dat is niet de bedoeling. Ik dacht: nou ja, dat lijkt me juist een politieke afweging op een bepaald moment. Als er achterstanden zijn op onderwerpen, dan moeten we die op een gegeven moment wel gaan inlopen. Misschien dat we wel bereid zijn daarvoor extra geld of dekking te realiseren. Daar ben ik ook even benieuwd naar, hoe de wethouder hier naar kijkt, want op deze manier ingrijpen, zoals we nu doen, kunnen we natuurlijk maar één keer doen. Dat kunnen we niet voortdurend herhalen, over een paar maanden bijvoorbeeld. Daar wilde ik het bij laten voor de eerste termijn. De heer Duk, GL: Allereerst dank aan de fractie van WIJ voor het agenderen van dit punt. GL begrijpt dat de ambtelijke organisatie onder druk staat. Dat was al voor de coronacrisis en die helpt uiteraard niet mee.

Dat er dan keuzes moeten worden gemaakt, begrijpt GL ook. Maar daar houdt het begrip op. Als er prioriteiten moeten worden gelegd, dan doet de raad dat. Het is dus niet de bedoeling, dat de raad een briefje krijgt met: deze dingen doen we niet. We merken dat de antwoorden van raadsvragen vertraging oploopt. Ook wachten we al een jaar langer dan werd toegezegd op de uitwerking van de verduurzaming van het zwembad, iets waardoor een miljoen euro letterlijk in rook aan het opgaan is. De huidige crisis zal snel worden opgevolgd door de volgende veel grotere crisis: de klimaatcrisis. Het is onacceptabel en wrang dat door deze crisis de verkenning voor een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie wordt gestopt. Straks kunnen de mondkapjes af, maar moeten we met laarzen door de straten waden. Verder, de kantoren die omgebouwd zouden kunnen worden naar woningen. Steeds meer mensen werken thuis, dus de vraag naar kantoren zal afnemen, terwijl de vraag naar woningen enorm groot blijft. Het is dus echt een gemiste kans om dit nu niet aan te pakken. Juist in de coronacrisis zijn jongeren meer op straat en is er extra behoefte aan hangplekken. Het bevreemdt GL dan ook, dat ook deze vertraging oploopt. Ik wacht de eerste termijn van het college af voor ik verder ga. Dank u wel. De heer Azzouzi, PvdA: Wij danken de fractie van WIJ voor het agenderen van dit punt.

Er is veel gezegd, ik ga me beperken tot de kern van het verhaal. De fractie van de PvdA snapt de gecommuniceerde werkdruk van de organisatie. Dat hoor ik vaker in het land en dat ervaar ik ook zelf. Het is goed dat de organisatie met een prioriteitenlijst komt of met dingen die niet gedaan worden. De vragen van WIJ zijn gericht aan het college. We zijn benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. We hebben zelf ook een aantal vragen aan de portefeuillehouder. We hebben in de begroting 2021 een deelbudget m.b.t. personeel toegekend. Wat is ermee gedaan? We zijn het eigenlijk niet eens met het CDA m.b.t. extern inhuren of extra inhuur. Dat kan een oplossing zijn. Als het om corona gaat, want we hebben ook vanuit de raad een reserve corona, die kan ook benut worden om dat soort dingen te doen. We zijn voor prioriteiten, dat dingen die kunnen wachten, ook kunnen wachten. Maar dingen, die met raadszaken te maken hebben om inzicht te krijgen en inhoudelijk dingen te kunnen behandelen, dat moet voor gaan. We wachten even de antwoorden van de portefeuillehouder af, dan komen we terug in de tweede termijn. Dank u wel. Beantwoording college Burgemeester Van de Stadt: Ik mag de beantwoording doen, als portefeuillehouder P&O. Eerst even een algemene opmerking. Er is gesproken over productiviteit, ik denk dat dat een gebalanceerde discussie was.

Maar ik wil erop wijzen, dat dat niet het argument is dat wij hebben aangewend hiervoor. Dus of

4/33

het nou hoger of lager is, dat laat ik in het midden. Ik kan wel aan die discussie toevoegen, dat bij de gemeente nog altijd gemiddeld gesproken veel jonge vrouwen werken en dat een groot deel van de thuiszorgtaken nog steeds, helaas, op hun schouders komt, is de ervaring, maar dat is niet de reden. De belangrijkste reden is: er zijn heel veel extra activiteiten in verband met corona. De voorbeelden, die genoemd worden zijn maar heel klein. U krijgt de coronabrieven. U moet zich voorstellen, dat er heel veel tijd gaat zitten in het uitvoeren van de regelingen voor de verschillende doelgroepen die er zijn. Er is ook in overleg met u heel veel geïnvesteerd in contacten met onze maatschappelijke organisaties, het vrijwilligerswerk enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. Dat is echt gemeentebreed. Er zijn afdelingen, die heel specifiek geraakt worden. Mijn afdeling veiligheid, het vertalen van al die maatregelen van het kabinet, die moeten naar iedereen toe, naar handhaving toe, maar ook naar organisaties toe. Communicatie, daar ligt een grote opgave. Een aantal daarvan ziet u terug hierin. Soms is het klip en klaar, een verschuiving van activiteiten, denkt u maar aan jeugd. Sommige reguliere activiteiten kunnen gewoon niet, maar daarnaast is er behoefte aan alternatieve activiteiten voor jeugd. Het is niet dat we minder voor jeugd doen, het is meer een reguliere verschuiving.

Een tweede algemene opmerking, die ik wil maken en ook belangrijk is: we moeten het wel relativeren. Het is niet zo, dat we hier de helft van het ambtelijk apparaat mee vrijspelen. Dit bestrijkt nog niet eens een procentje van onze werkzaamheden. Het is echt een hele kleine marge van alles wat wij doen. Je krijgt nog steeds je paspoort, je uitkering, je wordt nog steeds aan het werk geholpen, de wegen worden onderhouden, de brandweer rukt uit, weet ik veel wat. Het gros van onze reguliere activiteiten gaat gewoon door. Laten we ook niet denken van: zit er nou zoveel extra werk en moet er zoveel vrij gespeeld worden? Dat zou ik graag willen relativeren. Er is heel veel extra werk, denk ik. En ik denk dat u dat ook elke keer ziet. Tegelijkertijd beperken we het in die zin redelijk beperkt. We hopen dat slim te doen. De afweging daarvan staat gewoon in de brief, hoe we dat proberen af te wegen in die keuzes. Bijvoorbeeld zaken met een grote administratieve last en dergelijke. Ik zou mevrouw Van Olst, die ernaar vraagt, willen zeggen, dat in de brief vooral de afpellingen staan. De heer Jonker zegt: gaat het niet verschuiven, een soort boeggolf, die je later terug krijgt? Ook dat is wel een criterium. We proberen dingen vooral te schrappen, exact om het effect dat de heer Jonker voorziet voor te zijn. Dan hebben wij een rijtje van zaken, die spelen.

Ik heb, los van de fracties, afhankelijk van waar die fractie in mijn schema zat, of die brief bij mij ook al bekend was, dus niet bij iedere fractie heb ik het even uitgebreid kunnen bespreken, maar ik heb ook gezegd: dit is niet in beton gegoten. Als u andere prioriteiten heeft en wensen heeft, dan gaan we daar direct in mee en dan gaan we direct kijken hoe we dat goed kunnen doen en hoe we dat vorm kunnen geven. Ik heb een aantal van uw opmerkingen gehoord en daar kan ik dan ook gelijk wat over zeggen. Laat ik beginnen met de kantoren, dat zou niet onze prioriteit zijn. Ik denk wel, wat de heer Ammerlaan zegt: het gaat een beetje verschuiven. Er wordt op dit moment heel veel in de woningbouw naar voren gehaald, met name Bleiswijk. Dat komt allemaal op diezelfde afdeling neer, het is ook een beetje autonoom wat daar gebeurt. Bij die kantoren kan ik u zeggen, in overleg met de wethouder, dat de motie weldegelijk in uitvoering is. Er is een bureau gevraagd de kantorenlocaties te inventariseren in beeld te brengen, welke (on)mogelijkheden er zijn voor transformatie. De verwachting is dat dit in mei opgeleverd wordt en dan kunnen we dat aan u aanbieden. Dus daar kan ik u hopelijk een beetje gerust stellen, dat bij de wethouder eigenlijk dezelfde gedachte als bij u leefde. Het volgende punt van mevrouw Van Olst, de klimaatadaptatie.

Dat is een stukje precies lezen, dan hadden we dat duidelijker moeten opschrijven, zeg ik gelijk, maar er staat in die zin: er vloeien momenteel geen risico’s voort uit het stoppen met het uitwerken van de motie kantoren ombouwen tot woningen en de fasering in de verkenning voor uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Dus we stoppen niet, we faseren hem alleen een beetje. Dat is nadrukkelijk overlegd met de wethouder duurzaamheid, die daar zeer fanatiek in is, zoals u weet. Hij zou zeker niet geaccepteerd hebben, dat we dat stoppen. Wat de fasering betekent, kunt u beter met de wethouder duurzaamheid bespreken, maar laat ik voorop stellen: dat gaat gewoon door. Het wordt alleen even wat meer gefaseerd. Volgens mij is dat niet een heel schokkende wijziging, maar als u daar meer over wilt weten, kunnen we dat altijd met de wethouder duurzaamheid bespreken. Maar het is niet stoppen. Dat staat er niet. Maar ik begrijp wel, dat zo’n dubbele zin misschien wat onduidelijk is. Dan is er een aantal kleinere puntjes, die genoemd zijn. Dat zit ook een beetje in de overweging, die mevrouw Van Olst heeft. De chillplekken staan er niet en lopen wel vertraging op, hoe zit dat? Deze brief gaat specifiek vanuit het personeelsdossier in uw richting. Er zijn een heleboel dossiers die door corona vertraging oplopen.

Vandaag nog de jaarrekening van de veiligheidsregio gepresenteerd aan het dagelijks bestuur: investeringen die niet door kunnen gaan, materialen die niet geleverd worden enzovoorts. Daar hebben we allemaal mee te maken. Dat heeft niets te maken met de ambtelijke organisatie. Wij doen een heleboel zaken in overleg met onze inwoners. En heel veel overleg met onze inwoners is moeilijk vorm te geven in corona. Dat zou je theoretisch digitaal kunnen doen, maar niet iedereen is digitaal vaardig enzovoorts. Hoe het met die chillplekken loopt staat echt autonoom. U kunt te allen tijde de discussie voeren over tempo en niet tempo, maar de chillplekken vragen veel burgerparticipatie. Het is een niet door omwonenden gemakkelijk geaccepteerde verschijning. Daar zit echt een intensief traject aan, daar zou u de bewoners ook op kunnen aanspreken. Ik zou dat echt apart willen doen. Die chillplekken hebben voor het college ook gewoon prioriteit, maar

5/33

het moet wel kunnen. Staan er andere punten in de brief, ja, zoals ik al zei, die niet gerelateerd zijn aan personeel. Zijn er nog andere projecten overwogen? Ja, er is dus een heleboel overwogen, maar er zijn dingen in de overleggen die ik heb gevoerd met u terug gefloten. Eén van die zaken is de P&C cyclus. Daar was gewoon veel weerstand tegen, dus dan stellen we die prioriteit anders. Het is ook herbevestigd door het presidium. Wonen en kadernota zijn voor het presidium prioriteiten. In dat evenwicht denk ik dat we deze brief hebben geschreven. Ik hoop, dat ik mevrouw Van Olst en anderen enigszins gerust heb kunnen stellen op de ergste punten. Laten we vooral trots zijn op het feit dat onze ambtelijke organisatie een heleboel extra werk verzet en daar maar weinig regulier werk voor verplaatst. Dat is wat de organisatie zo onder druk zet, want dat doen ze onder moeilijke omstandigheden. Ik denk dat ik daar op dit moment heel trots op ben, op wat we op dit moment presteren. Dank u wel. Tweede termijn Mevrouw Van Olst, WIJ: Ik wil in ieder geval iedereen hartelijk danken voor alle input. Ik vind het toch wel mooi om te zien, dat het bij alle partijen min of meer leeft. Ik heb een aantal dingen opgeschreven, waarvan ik dacht: daar heeft u wel gelijk in. Bijvoorbeeld meneer Dieleman.

Juist de toevallige ontmoetingen en de creativiteit, die missen we inderdaad door digitaal alles te doen. Dat snap ik ook echt wel, dat de mensen in het gemeentehuis dat natuurlijk ook missen. Bij deze wil ik zeker mijn waardering uitspreken voor de mensen in het gemeentehuis, die naast hun gewone taken dit er allemaal bij doen. Ik vond het wel een verhelderende uitleg van de burgemeester, dat het niet zozeer is omdat mensen uitvallen, maar dat het er echt aan ligt, dat er meer te doen is. Wat mij ook opviel, wat ik een goede verwoording vond van het probleem, waar ik dan tegenaan loop, is dat er structuur ontbreekt in de brief of in het proces. Nu heeft de burgemeester per fractie eigenlijk ingebracht: hier zit ik mee, wat vinden jullie? Het is eigenlijk niet gebundeld bij elkaar, dus die structuur missen we. Het is niet zo, dat wij alles moeten weten en over alles mee moeten praten, maar ik denk dat er meer gedragenheid is als van tevoren wordt gezegd: we hebben deze punten en deze keuze is gemaakt. Dan is het duidelijk wat de andere afwegingen waren, want dat weten we nu natuurlijk nog niet. Ik begrijp, dat het heel veel activiteiten zijn. De kantorenmotie gaat gelukkig toch door en de klimaatadaptatie wordt gefaseerd, die twee punten zijn helder uitgelegd, helemaal prima. Maar we weten dan nog steeds niet hoe die keuze is gemaakt.

Misschien is dat toch iets wat voor de volgende keer zeker voor de lange termijn mee genomen moet worden in dit gebeuren. Maar voor de korte termijn moet het dan nu zo, maar voor de lange termijn, want wie weet hoe lang dit nog gaat duren en of er nog andere activiteiten afgezegd of verschoven moeten worden, dat het op die manier gedaan kan worden. Dank u wel. De heer Van Doorn, L3B: Dank voor de toelichting en de geruststellende woorden, dat het primaire proces op volle toeren door draait. Uitstekend, daar zijn we blij mee. Het is er ook een mooi voorbeeld van dat dit hele document niet in beton is gegoten, met het voorbeeld dat de motie kantoren ombouwen gelukkig gewoon opgepakt is, daar zijn wij specifiek nog erg blij mee. Belangrijk vind ik wel nog om te melden, dat we inderdaad scherp moeten kijken naar wat voor proces brengen wij dit soort boodschappen in de toekomst, een volgende keer. Dat we dat steeds integraal beet pakken in plaats van de versnippering. Dat is wel een les, die we uit deze sessie kunnen leren, hoewel allemaal goed bedoeld en goed ingezet, dat gaat wel helpen om meer draagvlak te krijgen aan het begin al. Tot slot wil ik vanzelfsprekend mijn enorme waardering uitspreken voor de ambtelijke organisatie, die onder hoge druk uitstekende dienstverlening blijft leveren. Daar zijn wij absoluut super trots op. Daar wilde ik het bij laten.

De heer Vervaet, VVD: We gaan akkoord met de toelichting. Verder niets in te brengen. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: Burgemeester, heel erg bedankt voor uw uitstekende uitleg. U gaf een duidelijk beeld. Een puntje, dat ik uit de opmerkingen opmaakte was inderdaad het proces. Dat kan wel beter, om het beter te duiden. Een ander puntje dat de burgemeester ook belangrijk vond, is te zeggen en horen: waar we nu over spreken is maar een heel klein gedeelte van alle werk dat gedaan wordt. Er wordt gewoon door de medewerkers heel hard gewerkt en dat verdient gewoon een pluim. Dat was het. De heer Dieleman, CU: De toelichting van de burgemeester is ook wat ons betreft helder, dus daar kunnen we goed mee uit de voeten. Ik heb nog even gekeken. Vorig jaar noemden we dat een routekaart, waarin we toen met elkaar afspraken hebben gemaakt over wat we wel en wat we niet gingen doen. Nu weet ik inmiddels uit het landelijke, dat corona routekaarten er zijn om daarna je voeten mee te vegen en om het er niet al te vaak echt bij te pakken. Maar ik zou me toch kunnen voorstellen, dat zo’n gestructureerd instrument heel prettig zou zijn om te hebben, om met de agendacommissie of in deze commissie regelmatig het gesprek te voeren over wat er nou niet lukt en wat er nou wel lukt.

Dus als we het op die manier iets meer zouden kunnen structureren, dan kunnen we kijken of dat instrument erbij kan helpen, dan zou onze fractie daar enorm mee geholpen zijn. Die zou ik nog als suggestie aan de burgemeester mee willen geven. Dank u wel.

6/33

De heer Jonker, D66: Ik wil de burgemeester bedanken voor zijn heldere toelichting. Voor dit moment zijn we daar tevreden mee. Daar wil ik het bij laten. De heer Duk, GL: Dank aan de burgemeester voor de extra uitleg. De waardering voor ons ambtelijk apparaat is nog verder gegroeid. Het is verder fijn, dat de klimaatadaptatie niet gestopt wordt, enkel gefaseerd. Ondanks dat ben ik nog niet geheel op dat punt gerust gesteld. Ik zou de wethouder duurzaamheid dan ook willen vragen hierover de raad een aanvullende uitleg te geven. Dit kan wat mij betreft per brief of mondeling in de commissie. Dank u wel. De heer Azzouzi, PvdA: De antwoorden van de burgemeester waren helder. Ik mis nog antwoord op mijn twee vragen. Het ging over het incidenteel budget van € 1,4 mln die bij de begroting 2021 toegekend is. Was dat makkelijk uit te voeren? Of was het lastig omdat het incidenteel is? We waren voor een structureel budget, maar ik kan me voorstellen dat als je het incidenteel hebt, dat je moeilijk mensen kan vinden, die 1 jaar een contract hebben of extra inhuur die duur is. Kan de portefeuillehouder hier iets over zeggen? Daarnaast ook het verhaal van: als het echt corona is, dan hebben wij budget toegekend. Dat zit ook in die reserve. Ik maak me in die zin ook zorgen om de organisatie. Het is makkelijk te zeggen: dit gaan we toch doen, die motie gaan we uitvoeren.

Maar als je echt kijkt naar de ambtenaren, zij ervaren die werkdruk. Het vergt ook management ingrepen om extra bezetting te kunnen regelen en we hebben daar budget voor. Graag een uitleg van de portefeuillehouder. Burgemeester Van de Stadt: Laat ik met de heer Azzouzi beginnen. Zijn vragen gaan meer over het algemene personeelsbeleid dan over het personeel. Nee, ik heb bij de begrotingsbehandeling gezegd: met incidenteel budget kan je niet structureel personeel werven. Terecht, zegt de heer Azzouzi ook. Er zijn natuurlijk ook gewoon budgetten voor inhuur, er is ook vacatureruimte, er is een heel regulier personeelsbeleid. In de brief staat niet voor niets: het is al druk bij ons. Dat is de basis waarmee we begonnen. Het is niet zo, dat we ergens een soort van reserve hadden, die we in konden zetten. En er kwamen extra taken, dus dat loopt direct op elkaar over. Daarom ben ik blij, dat we het zo redden. Theoretisch: we hadden uit het coronabudget extra personeel kunnen werven, maar ook daarvoor geldt: dit zijn veel taken, die je echt binnen je reguliere apparaat moet doen, waar je niet zomaar iemand voor kan inhuren. Maar inderdaad, de motie ‘ombouwen kantoren’ is mooi uitgevoerd door een kantoor, een bureau. Even theoretisch, ik ken het dossier niet, dan zouden we dat de wethouder moeten vragen, zouden we het misschien anders zelf hebben uitgevoerd.

Dat soort overwegingen worden elke dag in huis gemaakt binnen de door u gestelde kaders van budget, maar u kunt erop vertrouwen, dat wij proberen er creatief mee om te gaan om het maximale eruit te halen. Dan denk ik dat er één algemene opmerking blijft liggen van de lede van de commissie: hoe pak je zo’n proces aan? Laat ik voorop stellen: het is een beetje een catch-22. Als wij enerzijds ergens wat gaan weghalen en het vervolgens gaan stoppen in een heel programma optuigen, dan kom ik niet helemaal uit. Mijn inschatting hiervan was vooral: dit is echt klein. Dus het is echt in de uitvoering zoveel mogelijk, politieke keuzes hebben we zoveel mogelijk vermeden, denk maar aan P&C cyclus, denk ook aan de chillplekken, dat soort dingen proberen we echt overeind te houden. Bij de kantoren, dat was echt een politieke prioriteit, waar u wel in eerste instantie aan gedacht heeft. Er zijn ook wel afwegingen gemaakt natuurlijk. De insteek was dan ook: laten we het niet groter maken dan het is. Laagdrempelig proberen te doen met zo min mogelijk weer iets optuigen, dit uitvoeren. Dus gewoon in de organisatie: wat kan naar jullie inschatting nu even geschrapt worden of een jaartje overgeslagen zonder schade? Die hebben we gewoon geturfd. Dus mevrouw Van Olst, uw opmerking daarover: er is niet zo heel veel overwogen daarin.

Het is meer van: als we de update van onze algemene lokale verordening een keertje zouden niet doen, wat we jaarlijks doen, dan sterft er niemand, dan hebben we een keertje een jaartje overgeslagen daarin. Dat speelt niet nu, dat speelt pas volgend jaar weer, dan is er hopelijk weer een (…), dus die staat niet op de lijst. Maar u moet aan dat soort afwegingen denken. Overwegen: wat speelt nu, wat speelt de komende maanden? Zonder een boeggolf te veroorzaken. Zo hebben we geprobeerd het praktisch vorm te geven. Meneer Dieleman, ik hoop dat een routekaart gewoon niet nodig is, dat het even hierbij blijft, dat we goed in staat zijn dit te doen en dat de andere processen gewoon regulier bij u komen via de P&C cyclus, waarin het werkprogramma, dat u ons opdraagt, wordt vast gelegd en dat we daar goed uitkomen. Dank u wel. De voorzitter: Een redelijke geruststelling, dat er geen slachtoffers vallen als de APV een keer uitgesteld wordt. Dat doet mij deugt. Dank u wel. 5.b Gemeentelijke ombudsman De heer Weerheijm, D66: Ik zal even een korte introductie geven op het bespreekpunt, dat voor ligt. U heeft het allen natuurlijk ook gelezen. Afgelopen 27 januari hebben wij in een beeldvormende avond kennis mogen maken met zowel de nationale ombudsman, die op dit moment het ombudsmanwerk doet voor Lansingerland, en de gemeentelijke ombudsman van Rotterdam. Tijdens die beeldvormende avond

7/33

bleek dat een gemeentelijke ombudsman over het algemeen wat dichter bij inwoners kan staan, bijvoorbeeld d.m.v. spreekuren in de gemeente, en ook dat informatielijntjes wat korter zijn, zowel richting de raad als richting het college, door bijvoorbeeld jaarlijkse rapportages die gemaakt worden over binnengekomen klachten. Naar aanleiding van deze beeldvormende avond vroeg de fractie van D66 zich eigenlijk af hoe de andere fracties aankijken tegen de toekomst van het ombudswerk in Lansingerland. Daarover hoor ik heel graag de andere fracties. Dank u wel. De heer Philippens, L3B: Dank aan de heer Weerheijm voor het agenderen van dit bespreekpunt. We hebben een mooie beeldvorming gehad en we gaan nu richting oordeelsvorming. Complimenten om het zo op te pakken en ik deel graag hoe wij hier als partij in staan. Op hoofdlijnen hebben wij de voorkeur voor de huidige procedure van klachten die we hebben binnen de gemeente Lansingerland. Dus dat wij gebruik maken van de dienst van de nationale ombudsman en daarmee ook de nationale kinderombudsman. Daar hebben we een aantal argumenten voor. Dienstverlening is voor onze partij waanzinnig belangrijk, voor veel partijen maar wij spenderen er extra geld aan. Als (…) voor die dienstverlening is een goede klachtenprocedure. Wij vinden het belangrijk, dat in die procedure ook vooral de gemeente dicht bij de inwoners staat.

De gemeente, die in goede maar ook slechte tijden als het minder gaat dicht bij de inwoners staat. Het is volgens ons dan ook primair aan de gemeente om die klacht te ontvangen en die op te lossen en om er ook van te leren. Zodoende ook om het vertrouwen van de inwoner op de korte en lange termijn te waarborgen. In die zin is dat in dezelfde lijn als van de heer Reinier van Zutphen, de nationale ombudsman. Hij geeft aan: de gemeente in eerste lijn en de nationale ombudsman in tweede lijn. Als ik dat dan vergelijk met de gemeentelijke ombudsman, dan is het fijn om dat verhaal te horen. Grosso modo hoor ik dan dat die dezelfde taken uitvoert als de nationale ombudsman. Daarmee ben ik even aan het zoeken naar de meerwaarde. Het enige voordeel, dat ik zie, dat de heer Weerheijm ook gaf, is dat een gemeentelijke ombudsman misschien wat dichter bij de inwoners staat. Dat klinkt in eerste instantie mooi, maar als je daar dieper op ingaat, kan het er ook toe leiden dat de drempel lager is en dat inwoners eerder naar die ombudsman stappen. Dat kan er ook voor zorgen, dat die ombudsman tussen de gemeente en de inwoner komt te staan. Dat de inwoner eerder naar de gemeentelijke ombudsman stapt, waar hij voorheen de klacht indiende bij de gemeente. Dat vinden wij onwenselijk. Wat ik aangaf: de gemeente in eerste lijn om er wat van te leren.

We vinden het dan niet nodig om een extra persoon (…) gemeente aan inwoners te plaatsen. Volgens mij is het ook niet nodig. We werden toegelicht, onze huidige klachtenprocedures: 98% wordt ondervangen in informele klachtenprocedures. Er blijft dan 2% over voor de formele klachtenprocedure. Dan hebben we de nationale ombudsman als achtervang, maar ook als escalatielijn. Dus als een inwoner echt de gemeente niet meer vertrouwt, dan ga je naar de nationale ombudsman. Dat is negen keer gebeurd, heb ik begrepen, waarvan vijf keer een doorverwijzing. In het kader van die samenwerking, die korte lijntjes naar ons als gemeente, daarbij vond ik het heel mooi om te zien hoe de ambtenaren van de gemeente, hoe goed die samenwerking leek te zijn met de nationale ombudsman. Grosso modo vinden wij het belangrijk, dat de gemeente in goede en slechte tijden dichtbij haar inwoners staat. Wij denken dat de nationale ombudsman daar beter bij past. Als laatste ook nog even onze eigen rol als volksvertegenwoordiger, dat zal u herkennen: als lokale partij worden wij vaak benaderd. Dat is breder dan alleen een klachtenprocedure, maar ook door onze rol zorgen we ervoor dat de gemeente zo dicht mogelijk bij de inwoners blijft staan. Met een goede klachtenprocedure van de gemeente, een nationale ombudsman en ons als volksvertegenwoordiging hebben we een mooie driehoek om dit maximaal goed op te vangen.

Daar wil ik het bij laten. De heer Vervaet, VVD: Wij sluiten ons toch wel aan bij wat de heer Philippens net zei. Wij zien ook niet echt een toegevoegde waarde van een aparte gemeentelijke ombudsman. We zijn er toch ook wel van overtuigd, dat de klachten en alle zaken die (….) toch wel goed en snel worden opgepakt. Voor die paar die niet goed gaan, dan kunnen ze naar een nationale ombudsman. Daar hebben we niet veel extra aan toe te voegen. Misschien nog de vraag aan D66 wat ze denken meer te bereiken hiermee? Omdat het maar om een klein aantal specifieke gevallen gaat, die net even buiten de boot vallen? Dat is het, bedankt. De heer Ruitenberg, CDA: Allereerst dank aan de fractie van D66 voor het agenderen van dit voorstel en het eerder organiseren van de beeldvormende avond. Ik moet zeggen, dat wij veel geleerd hebben tijdens die beeldvormende avond, maar dat we het ook een wat wonderlijke avond vonden, omdat we toch een beetje het gevoel hadden, dat we in een soort verkooppitch van verschillende ombudsmannen terecht waren gekomen. Althans, zo kwam het bij ons een beetje over. Maar het komt niet daardoor, dat wij wat twijfelen bij de meerwaarde van een gemeentelijke ombudsman.

Eigenlijk zou je moeten zeggen, en ik denk dat ook de heer Philippens dat al wat zei: een ombudsman zou niet nodig moeten zijn op het moment dat de gemeentelijke organisatie, het college en ook wij als raadsleden allemaal onze taak goed opvatten. Het is eigenlijk een soort extra, die je ernaast hebt voor als het niet goed gaat. Maar wij zien ook niet direct, en ik moet zeggen dat het op een aanname gebaseerd is, ik heb daar geen

8/33

wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, dat het bij de gemeenten die wel gebruik maken van de Rotterdamse ombudsman, dat daar de tevredenheid of de klachten significant veel minder zijn dan bij ons, die gebruik maken van de nationale ombudsman. Maar wellicht heeft de heer Weerheijm daar wel onderzoek naar gedaan, bijvoorbeeld via waarstaatjegemeente.nl. We moeten ook keuzes maken in deze tijden. We weten allemaal sinds de beeldvorming van anderhalve week geleden, dat we voor een hele grote taakstellende bezuiniging staan. Dat vraagt ook aan ons als raadsleden, dat we keuzes maken van wat we prioriteit willen geven. Op het moment dat je als gemeente nu overstapt van de nationale ombudsman naar een gemeentelijke ombudsman, dat vraagt in ieder geval inzet. Het zal waarschijnlijk ook energie vragen van de organisatie en dat kost dus ook middelen, die we op dit moment wellicht ook in andere zaken moeten steken. Vandaar dat wij als CDA zeggen: dit heeft op dit moment niet onze prioriteit om in te zetten als actie. Dank u wel. Mevrouw Van Heusen, WIJ: De fractie van D66 wil graag van de andere fracties horen hoe zij aankijken tegen de toekomst van het ombudsmanwerk in Lansingerland. We willen D66 bedanken voor het organiseren van de beeldvorming en voor het agenderen van dit bespreekstuk. Het was zeer verhelderend, de beeldvorming.

Tijdens die beeldvorming is het ons duidelijk geworden, dat de huidige inrichting van de ombudsmanfunctie in Lansingerland met een eigen klachtencoördinator N. en de nationale ombudsman als sparing partner en als tweede lijn prima werkt. Ongetwijfeld zal ook aansluiting bij de gemeentelijke ombudsman, mevrouw Zwaneveld en haar team, ervoor zorgen dat de ombudsmanfunctie goed zal worden uitgevoerd. De fractie van WIJ ziet echter geen aanleiding om ons nu aan te sluiten bij de gemeentelijke ombudsman. Immers: welk probleem lossen we daarmee op? Wij zien geen probleem. Wij zien zelfs als voordeel bij de huidige manier van werken, dat als de klacht via de eigen klachtencoördinator wordt verwerkt, we direct inzicht krijgen in de kwaliteit van de dienstverlening van de ambtenaren. Zo kan waar nodig snel en direct worden bijgestuurd. Dus wat WIJ betreft: laten we het houden zoals het nu is. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Wij hinkten nog een beetje op twee benen, toen we dit in onze fractie bespraken. Ik ben blij, dat ik nog geen standpunt in hoef te nemen vanavond, dat ik gewoon even mag delen hoe het gesprek in onze fractie ging. Enerzijds kunnen we ons wel iets voorstellen bij de pluspunten, die D66 schetste in het bespreekpunt. Het is inderdaad best lekker als je een ombudsman hebt, die wat herkenbaarder is en die dus ook wat makkelijker te vinden is voor inwoners.

Tegelijkertijd herkennen wij ons ook heel erg in wat er door een aantal andere fracties al eerder naar voren is gebracht: dat je weliswaar een ombudsman moet hebben, omdat de gemeentewet bepaalt dat we een ombudsman moeten hebben als gemeente, maar dat je tegelijkertijd ook wil voorkomen, dat de ombudsman al te vaak moet worden ingezet. In the end ben je vooral als gemeente aan zet om dingen goed op te lossen. Daarom vonden we ook de bijdrage van onze gemeentelijke klachtenfunctionaris tijdens de beeldvormende avond, waaraan eerder werd gerefereerd, dan ook positief. We hadden zoiets van: we hebben het eigenlijk best goed geregeld. We zouden het jammer vinden, dat als we zouden overstappen naar de gemeentelijke ombudsman, dat we daarmee die klachtenfunctionaris die we hebben en die best goed werk doet, dat we die kwijt zouden raken, want we vinden het ook heel waardevol als we in de organisatie klachten worden opgepakt en dat ook iemand in de organisatie zit, die laat weten dat er iets is waar je aandacht voor moet hebben. Ook als je de gemeentelijke ombudsman hebt, dan zal het altijd nog een beetje op afstand staan. Een beetje afstand tussen de ombudsman en de gemeente is ook niet zo verkeerd. Want als je bij de nationale ombudsman terecht komt, dan heb je echt wel wat gedoe met de gemeente en is het ook een last resort.

In die zin vinden we het ook niet zo gek om daar de nationale ombudsman voor te gebruiken, want een gemeentelijke ombudsman zit misschien wel iets te dicht op de gemeentelijke organisatie in plaats van dat die afstand er blijft, die voor een ombudsman er gezond is om heel objectief en kritisch naar een gemeentelijke organisatie te kunnen kijken op het moment dat het echt nodig is. De nationale ombudsman heeft daar natuurlijk gewoon uitstekende middelen voor. Tegelijkertijd de voordelen van een ombudsman, die wat zichtbaarder is, een kinderombudsman en dat soort zaken, daar voelen we ook wel iets voor. Maar zo alles afwegende en ook met dank aan de andere fracties, die er al wat woorden aan gewijd hebben, denk ik dat mijn fractie zich aan zal sluiten bij de fracties die eerder gesproken hebben, die op dit moment niet zoveel voelen voor het aanpassen van de procedure zoals we die nu hebben. Dank u wel. De heer Duk, GL: Een overheid, die haar burgers serieus neemt, geeft de optie aan burgers om door een onafhankelijke en onpartijdige instantie klachten te laten behandelen. De ombudsman is zo’n instantie. Het is wenselijk om deze ombudsman zo dicht mogelijk bij de burger te hebben staan. Aansluiten bij de Rotterdamse ombudsman ligt dus voor de hand. Als jonge gemeente is het extra fijn, dat daar ook een kinderombudsman bij hoort.

Zoals gezegd, staat een ombudsman dicht bij de burger. Zeker als we daar net bij aangesloten zijn, is bekendheid hieraan geven van belang. Alle opties om de drempel zo laag mogelijk te krijgen, moeten dus overwogen worden als het aan GL ligt. Uiteraard is het positief als er weinig klachten zijn en is het het beste als de gemeente klachten zelf oplost, maar elke burger die tegen

9/33

een probleem aanloopt, moet zo laagdrempelig mogelijk gebruik kunnen maken van de ombudsman. Daarmee is het dus handig om die zo dicht mogelijk bij de burger te hebben staan. Verder is het ook wenselijk om de ombudsman dicht bij de gemeente te laten staan. Een gemeentelijke ombudsman zal de situatie in die gemeente beter kennen en zal ook beter de trends kunnen rapporteren, waardoor de gemeente hier beter kan leren. Ik vind het een erg prettig voorstel van de fractie van D66 en bedank ze voor het agenderen hiervan. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik zal het woord voeren op dit punt. Ook vanuit onze fractie dank aan de fractie van D66 voor het organiseren van die avond met de gemeentelijke ombudsman en ook de landelijke ombudsman. Dat was een heel duidelijke avond. Een mooie beeldvorming dus. De meerwaarde van de nationale ombudsman werd ons op die avond heel duidelijk. Die heeft een mooi omlijnde onderzoeksrol, waar wij als gemeente, net als veel andere gemeenten, ook ons voordeel mee kunnen doen. Wij zien dat ook wel aanvullend op wat de rekenkamer doet, dus het versterkt in die zin ook andere onderzoeksinformatie, die we als raad aangereikt krijgen. Net als de heer Philippens zien wij wel, dat de gemeente juist heel dicht bij de inwoners moet staan, een zorgende gemeente moet zijn, die de helpende hand biedt.

Wie zou dat beter moeten kunnen dan de gemeente zelf? Dat is in onze ogen de aangewezen partij om dat zo goed mogelijk te doen en daar door de jaren heen steeds beter in te worden. Er is nu een heel duidelijke structuur ingericht, waarbij de inwoners weldegelijk met hun klachten over bijvoorbeeld ervaren drempels, die ze bij de gemeente tegen komen, bij de klachtencoördinator terecht kunnen. Die dame heeft haar rol ook heel duidelijk toegelicht en die leek ook heel goed voor die taak geschikt te zijn en dat ook heel serieus op te pakken. Dus wij zien, als dat nodig mocht zijn, liever wat meer middelen weggezet om die rol nog te versterken, maar dat niet uitsmeren richting een gemeentelijke ombudsman. Het woord kinderombudsman wordt ook genoemd in het stuk van D66. Daarbij heeft mijn fractie nog wel even gedacht: zit daar een meerwaarde, missen we daar iets? Maar ook daarbij vinden we: wat voor volwassenen geldt, moet ook voor kinderen gelden. De vangnetten moeten er zijn bij de gemeente zelf of de partners van de gemeente voor jeugd, zoals jeugden jongerenwerk, CJG, JGZ-partners, de sportclubs. Dus als het nodig is, liever daar versterking aanbrengen. Samenvattend: we zien geen meerwaarde van een gemeentelijke ombudsman, om ons daarbij aan te sluiten. Dank u. De voorzitter: Ik kijk naar de heer Weerheijm. Hij heeft geen korte reactie van het college gevraagd.

Hij wilde het net ophalen bij de verschillende fracties. Ik vraag even aan u of u een korte reactie van het college wenst. Tweede termijn De heer Weerheijm: Ik denk niet dat dat perse nodig is. Ik zou wel nog graag in willen gaan op de punten van de andere fracties natuurlijk. Bedankt voor alle reacties en voor het gesprek hier in de commissie. Ik hoor een aantal vragen en een aantal punten, die naar voren wordt gebracht. Ik wil een aantal dingen ook nog wat duidelijker toelichten. Ik hoorde van veel: de gemeente hoort toch aan zet te blijven. Dat is ook als je de keuze maakt om met de Rotterdamse ombudsman te gaan samenwerken, dan blijft de gemeente primair aan zet. De klacht komt als eerste gewoon nog bij de gemeente binnen. Alleen, als de inwoner er niet uitkomt met de gemeente, dan is het niet de nationale ombudsman waar naartoe wordt gegaan, maar dan juist naar de gemeentelijke ombudsman. Het verschil is dan natuurlijk, u heeft misschien ook weleens op de website van de nationale ombudsman gekeken, het verschil tussen daar online een klacht indienen of ergens naar binnen lopen, waar iemand zit, van de gemeentelijke ombudsman om daar een verhaal te kunnen doen. Of een gemeentelijke ombudsman, die gewoon bereikbaar is, ook als daar een vraag komt, die eigenlijk eerst voor de gemeente bestemd is.

Die de begeleiding ook makkelijker kan doen richting de gemeente, omdat het gewoon over één op één contact gaat in plaats van via een website met DigID en al dat soort zaken. Daarnaast gaat het de fractie van D66 ook om de lokale feeling. Er zijn heel veel opgaven, die tegenwoordig regionaal worden opgepakt. De gemeentelijke ombudsman van Rotterdam is ook aangesloten bij een aantal gemeenschappelijke regelingen, waar we onderdeel van uitmaken. We weten allemaal, dat die gemeenschappelijke regelingen steeds meer invloed krijgen in het dagelijks bestuur van onze gemeente en dat inwoners daar steeds vaker tegen problemen aanlopen met de organisatie. Dat dan de ombudsfunctie op hetzelfde niveau zit, als het nou om de gemeente gaat of de veiligheidsregio of de MRDH, dat dat allemaal bij dezelfde persoon terecht komt, is in de visie van D66 een groot voordeel, wat het contact makkelijker maakt. Maar we zijn het met de andere fracties eens, dat de leidende rol natuurlijk nog steeds bij de gemeente ligt, ook aansluiting bij de gemeentelijke ombudsman zou dat niet veranderen. Ik hoop dat ik zo een beetje de verschillende vragen van de fracties heb kunnen beantwoorden, maar ik zie nog een interruptie. De heer Philippens: Even een verhelderende vraag aan de heer Weerheijm. Die laagdrempeligheid, het binnen stappen. Ik had het over die 9 momenten waarop de nationale ombudsman is benaderd.

Is het waardevol om dat voor die 9 te doen? Of misschien heeft de heer

10/33

Weerheijm het idee, dat we nu ombudsklachten missen en die we dan wel met zo’n gemeentelijke ombudsman ondervangen? De heer Weerheijm: De laatste zin viel een klein beetje weg, maar ik ga proberen te interpreteren wat er gevraagd werd. Inderdaad, die 9 momenten worden genoemd. Is het dan nodig om een eigen ombudsman voor die 9 momenten te hebben? Het is een beetje lastig om hier count effect hier tegenaan te kijken. Het is natuurlijk ook te verwachten, dat als de drempel laag is mensen eerder het juiste loket zullen vinden bij een ombudsman als ze al langer tegen problemen aanlopen. Ik hoop natuurlijk van harte ook bij aansluiting bij een gemeentelijke ombudsman, dat het aantal zo laag blijft als dat het nu is, maar dat kunnen we van te voren niet weten. Ik weet niet wat uw tweede vraag was, want toen viel de verbinding even weg. De heer Philippens: Volgens mij heeft de heer Weerheijm die al beantwoord. Of hij verwacht dat er meer klachten gaan komen, maar dat heeft hij beantwoord. Dank u wel. De heer Vervaet, VVD: Bedankt voor de toelichting. Het was duidelijk. De heer Dieleman, CU: Wel de complimenten voor D66 en het enthousiasme waarmee ze hun voorstel deden. Dat vind ik heel tof, dat fracties initiatief nemen om hun plannen naar voren te brengen en daar met de commissie over te debatteren. Dus complimenten aan de fractie van D66 hiervoor.

De heer Duk, GL: Ook van ons uiteraard de complimenten. Voor de rest geen aanvulling. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb geen aanvullingen, maar ook van onze kant nogmaals dank aan D66. De voorzitter: Prima. Dan is dit onderwerp afgerond. 5.c Faciliteren ondernemers na versoepeling corona maatregelen De heer Van Santen, VVD: Mooi, dat er op zo’n avond heel veel bespreekpunten worden ingebracht door ons als raad. Zoals ik er nu inzit, is dit een record: 4 punten. Met het oog op de naderbij komende versoepelingen hebben wij dit bespreekpunt ingebracht een tijdje geleden. In de bespreking worden ook enkele voorbeelden genoemd van ondersteunende maatregelen, met input ook van het CDA en L3B, met als doel dat er een plan van aanpak komt. Wij zijn op onze wenken bediend, want inmiddels ligt er een dergelijk plan en is het ook bijgesloten bij de agenda. Het heeft de naam herstelplan gekregen. Ik ben benieuwd waarom dat 1 minuut voor 12 is toegevoegd aan de agenda, dat hoor ik graag van de portefeuillehouder. Wat mij betreft volstaat met uw goedvinden, dat we dat plan dan bespreken, omdat dat toch voor een deel overeenkomt met het bespreekpunt. Het bespreekpunt riep juist op tot een plan en dat is er nu. Als u het goed vindt, ga ik dat plan bespreken.

De voorzitter: Dat lijkt me handig, omdat dat een reactie van het college is op wat u heeft ingebracht, dus het lijkt me handig dat u dat in de bespreking mee neemt. De heer Van Santen: Uit de online sessie, die wij als VVD hebben gehouden met de lokale ondernemers, vorig jaar en ook dit jaar, hebben we veel signalen ontvangen. Ik ben ook zeer content dat ik veel van deze signalen terug zie in het herstelplan. Veel ondernemers en winkeliers zijn door de huidige crisis in meerdere mate getroffen. Vanuit de VVD hebben wij voor ogen dat op het moment dat het weer mogelijk is, dat er dan een vliegende start wordt gemaakt en wij onze lokale ondernemers zoveel mogelijk steunen, zodat zij sterk uit deze crisis kunnen komen. Als ik dan naar dat plan kijk, dan zie ik enerzijds dat er maatregelen zijn, waarbij financiële ondersteuning gegeven wordt, zoals het kwijtschelden van precariorechten of het niet vragen van kosten voor een vergunning voor een evenement of het niet betalen van lidmaatschapskosten van winkeliers aan hun ondernemers- of winkeliersvereniging. Anderzijds zien we ook maatregelen, die de gemeente niet direct geld kosten, maar de ondernemers en de winkeliers faciliteren, zoals het toestaan aan de horeca van grotere terrassen, die we al eerder hebben gezien vorig jaar. En hopelijk dat die op 21 april open gaan, is het laatste nieuws.

En bijvoorbeeld het lokaal inkopen van het kerstpakket voor de medewerkers van de gemeente en het uitstellen van het betalen van lokale belastingen. Dit alles heeft natuurlijk ook een prijskaartje en dat begrijpen wij als VVD als geen ander. Ik wil ook onderstrepen, dat dit tijdelijke maatregelen zijn. Gelukkig hebben wij geld gereserveerd via de royale reserve voor coronamaatregelen, het coronafonds genoemd, het is vanavond al eerder aan de orde geweest. Ik heb nog wel een vraag voor die ondernemers, die geen gebruik kunnen maken van de vangnetten, die er nu zijn, met name landelijk, maar toch door corona worden geraakt. Kunnen we voor hen nog iets betekenen in dit kader? Dat is de vraag aan de portefeuillehouder. Tot slot: u begrijpt, dat wij dankbaar en trots zijn, dat dit herstelplan voor de lokale ondernemers er ligt en we wensen het college heel veel succes met de uitvoering. Dank u wel. Mevrouw Gielis, L3B: Het was even spannend. De voorzitter: Het was zeker spannend. U was even uitgevallen, maar ik kreeg zojuist het goede bericht, dat u weer helemaal in ons midden bent. Dat is maar goed ook. Mevrouw Gielis: Ik ben tijdig en goed in jullie en in ons midden. Het is een zeer actueel onderwerp. Het gaat over het versoepelen van coronamaatregelen en laten we hopen, dat die 21 april al

11/33

deels kunnen ingaan. De heer Van Santen heeft al een hoop verteld. Het is fijn, dat het college de noodzaak onderkent. Toevallig heeft het college, nou ja toevallig, een herstelplan toegestuurd met als titel ‘samen de schouders eronder zetten’. Een titel die wat L3B betreft op alle onderwerpen van toepassing is. Samen de schouders eronder zetten. De timing voor de verzending van het herstelplan was misschien wel wat laat of misschien juist goed getimed, dat wil ik in het midden laten, maar de titel is perfect: samen de schouders eronder zetten. VVD, CDA en L3B hebben dit niet voor niets samen op de agenda gezet. Wij kunnen niet anders dan het aangeboden herstelplan van het college ondersteunen, want voor zover we kunnen zien, het was kort dag, is er goed geluisterd naar onze wensen. L3B heeft bij herhaling gevraagd om deze communicatie ter bevordering van lokale inkoop. Wij hebben gepleit voor het ontzien van kosten voor een aanvraag van evenementenvergunningen. Wij pleiten al jaren voor een hogere bijdrage aan ondernemersverenigingen voor Sinterklaasintochten of Oranjefeesten. En L3B heeft fors ingezet om een bijdrage voor inwoners en ondernemers te steunen in coronatijd. En L3B was meermaals touwtrekker, samen met de VVD, voor verruiming van terrassen in coronatijd. Bovenal is L3B voorstander van het verminderen van bureaucratische regelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=dc2cc31b-9b27-4f4c-a6fe-317bcc826e12