BV21.0065 Verslag commissie Algemeen Bestuur van 7 april 2021
Tekst van het document
Allereerst wil ik de PvdA bedanken voor hun oplettendheid en het agenderen van dit agendapunt. Er bestaat volgens mij geen verschil van mening tussen de fracties over de uitgangspunten, dat we een voldoende aanbod van sociale woningbouw willen hebben. We zijn een rijke gemeente met veel rijke inwoners, maar we willen niet alleen maar huizen bouwen voor mensen met een grote portemonnee. Die grondprijzen voor die sociale woningbouw zijn daarbij een belangrijk aspect en daarom ga ik graag op de geformuleerde vragen in. Met betrekking tot de grondprijzen vinden we het van een goed financieel beleid getuigen, dat je regulier evalueert en bekijkt of bijstelling noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat de lasten bij de juiste partijen terecht komen: inwoners, ondernemers, ontwikkelaars, beleggers en woningbouwcorporaties. Tegelijkertijd hebben we ook een grote uitdaging in Lansingerland om genoeg sociale woningbouw te realiseren. Dat is niet een klein probleem, dat is door andere fracties ook genoemd, dat is echt een crisis. Niet alleen lokaal, maar ook nationaal. Ik word graag gecorrigeerd door de wethouder, maar de grondprijs is toch wel één van de prikkels die een rol spelen minimaal bij het al dan niet tot ontwikkeling komen van genoemde sociale woningbouw die wij zo hard nodig hebben. In dat kader klinkt de bijstelling aan de hand van de uitgevoerde benchmark niet logisch.
Je zou verwachten, dat de grondprijzen in ieder geval niet hoger zou worden, want we hebben al zo’n enorme achterstand. De brief van 3B Wonen van 24 maart 2021 schetst de consequenties in haar ogen van die verhoging. De verhoging is niet gestoeld op een gezamenlijke ambitie om maximaal, en ik onderstreep het woord maximaal, in te zetten op woningbouw, door het creëren van een goed financieel resultaat voor de gemeente. Overigens is laatstgenoemde natuurlijk ook een relevant perspectief. Dan zou ik wel verwachten, dat we hierover expliciet een afweging maken in de raad. Daarom is het ook goed, dat de PvdA, waarvoor nogmaals dank, dit nu heeft geagendeerd. Verder geeft 3B Wonen terecht aan, dat Lansingerland geen gemiddelde gemeente is m.b.t. sociale woningbouw, hetgeen dus ook een reden is om juist van de uitgevoerde benchmark af te wijken. We lopen achter. Tenslotte maakt 3B Wonen nog een pijnlijke opmerking over het proces. Kennelijk worden zij onvoldoende betrokken en zij ze zelfs bij een aantal punten gepasseerd. Dat staat letterlijk in de brief. Dat vind ik echt heel bijzonder, als je in eerdere bijdragen van het college hebt benadrukt hoe belangrijk het is om met strategische partners samen te werken in een netwerk om met zijn allen die maatschappelijke doelen te halen m.b.t. de sociale woningbouw.
Ik ben wel erg geschrokken van alle bijdragen van de fracties, moet ik eerlijk zeggen. Ik zie een heel groot verschil in analyses. Ik hoor hier zelfs mensen met droge ogen beweren, dat de verhoging van de grondprijs weleens zou kunnen leiden tot meer sociale woningbouw. Ik lees in de brief van 3B Wonen, dat dat niet zo is, dat zij er heel anders tegenaan kijken, eigenlijk diametraal het tegenovergestelde. Het kan niet allebei waar zijn. Ik wil ook graag van de wethouder horen: hoe krijgen wij hier als raadslid, want ik ben geen expert in woningbouw noch in grondexploitaties en alles wat daarmee te maken heeft, hoe krijg ik hier nu een goed beeld bij, een haalbaar beeld, want mij is het niet helder. Is het nu, en daarom wil ik van de wethouder horen of bevestigd kan worden, dat een verhoging van de grondprijs geen enkele invloed
22/33
heeft van het behalen van onze doelstellingen m.b.t. sociale woningbouw, zoals sommige fracties suggereren. Of heeft het een positieve dan wel negatieve invloed? Daar ben ik dan ook wel heel erg benieuwd naar. Tot zover mijn bijdrage. De heer Duk, GL: GL was er blij met het vernieuwde bod van het college aan de provincie om meer sociale woningen te gaan bouwen. Nu komt datzelfde college met een verhoging van de grondprijs voor sociale huur- en koopwoningen. Uiteraard zijn we hier zeer verbaasd over. Wat een belachelijk plan. Voor GL is verhoging onacceptabel. Als zelfs de VVD het heeft over ‘rauw op het dak vallen’ dan zegt dat genoeg. Ik sluit me daarom volledig aan bij de bevlogen inbreng van de PvdA. Niet alleen zij, maar ook 3B Wonen en de huurdersvereniging luiden de noodklok. Laat deze noodkreet niet ongehoord. De plicht voor de goede zorgen voor de volkshuisvesting is een grote. Als blijkt dat de grondverkoop te weinig oplevert, dan ligt het voor GL eerder voor de hand om de prijs voor woningen waar de winst voor de bouwer te hoog ligt te doen in plaats van dit. Dit zijn dus twee-onder-één-kappers en vrijstaande woningen, dat zijn segmenten waar de markt invloed op mag hebben in tegenstelling tot de volkshuisvesting. Door deze prijsverhoging bindt het college het paard achter de wagen. We zouden bouwen voor onze eigen behoefte. Die behoefte ligt bij betaalbare woningen.
Daar moeten we dan dus het bouwen zo goedkoop mogelijk voor maken. We moeten betaalbaar gaan bouwen. Er moeten extreem veel betaalbare woningen bij komen. Deze prijsstijging staat dat enorm in de weg en is dus onacceptabel. Als we hieraan vast houden, dan gaat of de kwaliteit of de kwantiteit achteruit. Komt het niet uit de breedte, dan komt het uit de lengte. Gelukkig zijn er landelijke eisen aan de duurzaamheid van woningen. Ik ben alleen bang, dat de aantallen woningen niet aan de lokale wensen voldoen. GL vindt het verder zeer vreemd, dat niet Pijnacker Nootdorp als vergelijkbare gemeente is gekozen. Het kan niet zo zijn, dat in een samenwerking tussen de gemeente en 3B Wonen de laatste zo verrast wordt door een prijsstijging als deze. Daar moet de informatievoorziening uit het college echt heel veel beter. Dit kan zo niet. De raad en 3B Wonen moeten actiever worden meegenomen in zulke ingrijpende prijswijzigingen. Een aantal partijen geeft aan, dat er geen link zou zijn tussen de grondprijs en het percentage sociale woningen of durven zelfs te beweren dat een duurdere grondprijs meer sociale woningen zou opleveren. Belachelijk. Daarbij nemen ze Lansingerland als voorbeeld. Daarbij melden ze alleen niet, dat deze gemeente een extreem laag maximum percentage als beleid had. Niet de grondprijs maar het zeer respectieve coalitieakkoord was toen leidend.
Nu die begrenzing met het nieuwe bod aan de provincie iets is weg gehaald, moet de gemeente er niet een andere barrière voor in de plaats leggen. Ik sluit me dus helaas toch aan bij de fractie van de PvdA als het gaat om de zorgen om de haalbaarheid van ons bod aan de provincie en daarmee het halen van de behoefte uit de bevolking. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Dank aan het initiëren van het bespreekpunt en dank voor alle inbrengen. Ik ben hier vanavond in uw aanwezigheid in de hoedanigheid van portefeuillehouder grondzaken. We hebben ook in ons midden mijn collega mevrouw Arends, die portefeuillehouder wonen is. Vanzelfsprekend zijn al onze besluiten als collegiaal bestuur namens ons allemaal, maar mocht er specifieke vragen zijn, en misschien zijn er 1 of 2 gesteld, op het terrein van wonen dan ga ik graag het woord zo overgeven aan mevrouw Arends, maar het gros van de beantwoording zal, hoop ik, van mij kunnen komen. Dit is een belangrijk onderwerp, dat de diverse fracties aanzet tot stevige inbrengen. Ik heb zelfs gehoord, dat het een belachelijk idee is. Ik heb ook gehoord, dat het een erg goed idee is. Dus het is goed, dat we hier het debat over voeren. Er is ook het e.e.a. gezegd over de informatievoorziening en over het proces, ik ga er zo uitgebreid op in na een korte inleiding, als u mij dat toestaat.
Ik wil beginnen bij wat voor mij vanuit mijn portefeuille grondzaken echt wel het begin is en dat is inderdaad het grondbeleid. Het is herhaaldelijk genoemd. Het is in 2019 vast gesteld, dus niet in een grijs ver verleden, maar het is vrij vers van de pers. Zo’n kaderbrief grondprijzen is dus niet ons sociale woningbouwbeleid, het is een stukje grondbeleid. Dat ziet op snippergroen, dat ziet op vrije sector woningen, het ziet ook zeker op sociale koopwoningen. Het heeft natuurlijk een relatie met de woonportefeuille, vandaar dat we samen hebben opgetrokken in de voorbereiding hiervan, collega Arends en ik en als college hebben we er een besluit op genomen. Dus het heeft raakvlakken, maar we moeten het toch primair beschouwen als uitvoering van ons grondbeleid, zou wel mijn voorstel zijn. U heeft geen van allen opmerkingen gemaakt over de andere aanpassingen, die deze kaderbrief grondprijzen voorstelt. Ik wil ze toch kort benoemen. Ook de vrije kavels gaan 7,5% omhoog. Dat type heftige percentages kenmerkt de tijd waarin we zitten, de turbulentie op de woningmarkt. Wat er ook in zit is een grote vereenvoudiging van ons snippergroenbeleid. Daar worden mensen niet heel onrustig van, het is wel aardig om te benoemen, dat we proberen daar de werklast voor het ambtelijk apparaat te verminderen, dat te vereenvoudigen, maar dat even terzijde.
Uit zo’n percentage van 7,5% stijging van vrije kavels kun je aflezen dat de turbulentie op de woningmarkt, ook zeker in Lansingerland, heel groot is. Dat heeft positieve aspecten en negatieve aspecten. Het betekent dat we relatief minder krijgen uit het gemeentefonds, daar hebben we het bij de kaderbrief misschien wel over. Maar die turbulentie was
23/33
inderdaad aanleiding om goed en gedegen die benchmark uit te voeren. Mevrouw Verhoef heeft het over een middagje googelen. De mensen die het met een middagje googelen bij elkaar kunnen breien, die neem ik graag aan. Het is wat mij betreft een zorgvuldig stukje werk, waarin o.a. naar voren komt wat de prijzen zijn en wanneer die tarieven zijn vast gesteld. Wat je ziet is dat de tarieven, die vorig jaar zijn vast gesteld significant hoger zijn dan de tarieven die eerder zijn vast gesteld. Daarin lees je ook af wat de situatie bij relatief vergelijkbare gemeenten is. Natuurlijk is ook gekeken naar, en hebben we ook die kennis al, van de omvang van de sociale sector in die gemeenten en ook de vraag of ze daar woningen gaan toevoegen de komende jaren of dat ze daar gaan inkrimpen. Er zijn ook legio gemeenten, waar woningen worden toegevoegd, sociale woningen worden toegevoegd en waar ook de grondprijzen een stuk hoger zijn dan bij ons. Dan hebben diverse woordvoerders erop gewezen, dat dit natuurlijk een impact heeft op 3B Wonen of, beter gezegd, op woningcorporaties, dit voorstel van het college om de tarieven te verhogen. Ik hecht eraan om het goede perspectief erop te blijven houden, dat we niet hier onszelf rijk aan het maken zijn als gemeente.
Eén van de eerste besluiten die ik mocht nemen als wethouder, toen ik aantrad, was in de wijk Meerpolder 20 vrije sector woningen in te ruilen voor 20 sociale woningen. Dat was een optie, daar waren we niet toe verplicht, maar dat leek een goede kans om dat te doen, omdat er in Meerpolder relatief weinig sociaal was. In de bespreking bleek toen, dat die keuze, de vrije keuze van dit college, er wel toe zou leiden dan we € 900.000 minder opbrengsten zouden realiseren. € 900.000 meer lasten voor onze inwoners. Dat hebben we gedaan, dat heb ik gedaan in een voorstel aan het college, het college was ermee akkoord en ik heb dat meteen transparant gecommuniceerd, kan ik me nog herinneren, in diverse berichtjes. Om mensen in alle transparantie zonder suggestie wel er kennis van te geven, dat sociaal toevoegen belangrijk is en tegelijkertijd financiële consequenties heeft. Als we dat vertalen naar het nu, dan zie je dat we nu op dit moment iets minder dan € 50.000 subsidiëren per sociale woning en dat wordt een beetje negatiever. Mijn computer valt in slaapstand en mijn cijfers vielen weg. Maar heel specifiek voor wie het wil weten: op dit moment is het € 44.000 of € 58.000, een appartement respectievelijk een woning, dat we toeleggen op het toevoegen van een sociale woning versus een vrije sectorwoning. Dat wordt in het voorstel € 40.000 respectievelijk € 51.000.
Dat blijft alsnog een heel significante bijdrage van onze gemeenschap aan de realisatie van sociale woningbouw. Wij vinden dat verantwoord, maar het is niet alsof we hier rijk van worden als gemeente, geenszins. Ik vind het ook, in de richting van iedereen die heeft gevraagd hoe het zich verhoudt tot Wilderszijde, mevrouw Verhoef had daar een stellige opmerking over, die suggereerde toch en het spijt me mevrouw Verhoef, want ik waardeer uw integriteit, maar u suggereerde dat het college misschien dit voorstel zou hebben gedaan om het tekort op Wilderszijde wat te verkleinen. Dat is in de volgorde der dingen, heb ik geschreven in de beantwoording van uw vragen, niet hoe het is gegaan. Het is zo, dat natuurlijk dit soort zaken, dit soort keuzes een effect heeft op elke grondexploitatie in onze gemeente, maar ik zou er toch echt voor willen pleiten om ons grondbeleid en ons woningbouwbeleid wel in relatie met elkaar te zien, maar ook separaat te behandelen, anders krijg je doorredeneringen en dat zou onzuiverheid in de hand werken. We voeren hier inderdaad gewoon ons grondbeleid uit. Richting de woordvoerders die hebben gezegd: dit is een slecht moment om dit te doen, het voelt als een slecht moment. Dan zeg ik: is er een goed moment om de prijzen te verhogen voor sociale woningbouw? Ik waag het te betwijfelen.
Ik denk dat dat volgend jaar niet is, het jaar erop ook niet en misschien vorig jaar ook wel niet, want gevoelsmatig is dit vervelend om te doen. Tegelijkertijd mag u van mij verwachten, van ons verwachten als college, dat we ons niet altijd willen laten leiden door gevoel, maar door rationele afwegingen en bovendien door beleid, dat u heeft vastgesteld. Een aantal vragen specifiek wil ik langslopen, die gesteld zijn. Dat was o.a. de vraag van de fractie van L3B, de heer Philippens, die zei: welke stappen kunnen we nu zetten? Dat was een specifieke vraag aan mij gericht: welke stap kunnen we zetten om 3B Wonen weer aan boord te trekken? Voor een deel zal collega Arends daar misschien iets meer over zeggen, zij is onze accountmanager, huiselijk gezegd, voor 3B Wonen. We proberen het goed te kanaliseren, die communicatie. Vanuit mijn perspectief: ik trek me ook echt aan, dat 3B Wonen zich zo behandeld voelt, dat ze dat opschrijven in een brief. Ik vind dat buitengewoon vervelend. Dat is niet hoe we als college willen opereren. Ook niet hoe het vanuit mijn perspectief gegaan is. Juist hebben we ervoor gekozen om voorafgaand aan het collegebesluit de woningcorporatie ervan in kennis te stellen en ook hun reactie te vernemen en dat te wegen. Dat is niet wat alle gemeenten doen. Er is namelijk ook wat tegenin te brengen.
Je kunt zeggen: dat zou je niet moeten doen, want uiteindelijk weet je ook welk belang ze meebrengen, dus hoe reëel, hoe verstandig is het om het ‘slachtoffer’ van gemeentelijk beleid te vragen wat ze ervan vinden. Je kunt het antwoord van tevoren uittekenen. Nee, dat vinden we toch verstandig om te doen, want vanuit partnership zou je elkaar in kennis stellen van belangrijke beslissingen, ook als je ze nog slechts voornemens bent. De intentie is steeds om dat stap voor stap heel gezamenlijk te doen. Dat is het ook geweest, u heeft het ook gelezen. We wilden zelfs eerst 3B Wonen informeren en vervolgens de raad. Dat is inderdaad allemaal wat turbulent geworden, ook na besluitvorming in het college. Ik denk dat we het eerst te bureaucratisch hebben willen aanpakken. In andere jaren is nooit de kaderbrief grondprijzen naar de raad gestuurd, omdat het college de bevoegdheid is. Toen we het besluit namen, zeiden we: we moeten toch wel een brief sturen naar de raad, het is nog niet klaar, maar laten we dat gauw gaan doen. Met de
24/33
kennis van nu: ja, de informatiestroom is inderdaad te laat uw kant op gekomen. Ik heb geen zin om daarover te gaan zwartepieten richting de ene of de andere partner, daar wordt de relatie alleen maar slechter van. Dus u kunt rekenen op mijn volle inzet om de relatie, waar die geschaad zou zijn, weer te herstellen, want vanzelfsprekend werken we vanuit een partnership met maatschappelijke organisaties en met bedrijven, maar zeker met maatschappelijke organisaties zoals 3B Wonen. Wat ik er nog aan wil toevoegen richting de heer Philippens om ze weer aan boord te trekken. Vanuit mijn portefeuille Wilderszijde samen met u heel snel doorpakken op Wilderzijde realiseren. Daar is een brief onderweg naar u, over brieven gesproken, binnenkort een beeldvorming en een bespreking in de commissie, waarin we een hele grote stap gaan zetten in het toevoegen van sociaal in Lansingerland. Ik denk dat we daarmee weer de hand aan de ploeg kunnen slaan samen. Ik proef ook bij uw raad eigenlijk wel dat ongeduld en dat ongeduld hebben wij zelf als college ook, om er echt snel die versnelling aan te brengen en richting realisatie te gaan.
De fractie van de VVD bij monde van de heer Van Santen vroeg: waarom zijn die prijzen nu pas verhoogd, had dat niet een beetje eerder gekund of gemoeten? Ja, ik kan me aansluiten bij de woorden van de heer Dieleman, die zei: het is natuurlijk nu heel pregnant, die turbulentie. De prijsstijgingen gaan nu zo hard, dus dat zal de aanleiding zijn geweest voor een benchmark onderzoek. Zo is het inderdaad. In eerdere fase was een besef van enorme turbulentie minder groot, er is toen niet de prioriteit gegeven aan het uitvoeren van een benchmark onderzoek, maar dat is nu zeer zeker wel het geval geweest. Het onderzoek is afgerond in december vorig jaar en heeft vervolgend geleid tot dit voorstel. Wat mij betreft, was de goede suggestie van meneer Van Santen, doen we dit elk jaar en gaan we elk jaar een afweging maken. En wel een afweging die inderdaad een politieke component heeft: wat doe je met het benchmark onderzoek? Ja, sowieso acteren conform de nota grondbeleid, maar je blijft er wel bij nadenken. Het is niet alsof wij nu lijdzaam altijd de collega gemeenten volgen. We voeren ons grondbeleid en dat is heel simpel, dat zegt feitelijk: voer comparatief onderzoek uit en baseer daarop je grondprijs voor sociale huurwoningen. De fractie van WIJ stelde niet zozeer een vraag aan mij als portefeuillehouder, maar bracht ook wel ter sprake: dit voelt tegenstrijdig.
Ik wil toch ook beamen, dat ik snap, dat het tegenstrijdig voelt. Zo hebben we er zelf natuurlijk ook mee geworsteld en naar gekeken, ook vanuit het college, van: hoe valt dit nu, is die timing eigenlijk wel handig? We hebben net een debat gevoerd over de woonvisie, we hebben een provinciebrief, ja, dat voelt contra-intuïtief. Tegelijkertijd hebben we een grondbeleid uit te voeren. Dan ben ik het ook wel eens met die woordvoerders, die zeiden: is het niet veel verstandiger om als gemeente of als private ontwikkelaar het niet nodeloos duur te maken om sociaal toe te voegen? Ook dit intuïtie mag hier wel een rol spelen. Ik gaf al aan het voorbeeld van die woningen in Meerpolder, dat was bijna € 1mln voor 20 woningen. Dan slik je wel even als verantwoordelijk bestuurder, als zo’n keuze wordt voorgelegd. Als het dan net iets minder is dan € 1mln, dan voelt het alweer anders dan als het iets meer is dan € 1mln. Dat betekent niet dat de uitkomst anders wordt, maar je maakt het jezelf als verantwoordelijk bestuurder, met ook de verantwoordelijkheid voor de financiën van onze gemeente, als je het heel veel duurder maakt. Niet alleen naar onszelf, maar ook richting andere partijen. We hebben natuurlijk een bittere pil te verwerken gehad als het ging om de uitslag regeling woningbouwimpuls.
Wat we daar hebben geleerd en voortdurend hebben gehoord van het rijk, maar ook van de provincie, is: wees niet te conservatief, maak een onrendabele top op projecten niet onnodig groot. Door al te veel risicoreserveringen aan te houden, al te conservatief te zijn in je aannames, maak je het al snel duurder. Dus als wij van de provincie een bijdrage verlangen voor het toevoegen van sociaal, dan stelt de provincie de vraag: wat doe je met je prijs voor sociale gronden? Ook dat perspectief wil ik wel even meegeven. De heer Dieleman refereerde aan een VNG-rapportage of een andere woordvoerder. Ik denk dat dat een terechte verwijzing is, want die geeft hier ook aandacht aan. De fractie van de CU stelde specifiek de vraag: hoe kijkt u naar de relatie met 3B Wonen? Ja, die moet worden verbeterd. Altijd, maar zeker nu, gezien de sentimenten die zijn geuit in de brieven, zowel aan het college als aan de raad. Vanzelfsprekend krijgen ze van ons een net antwoord. Maar veel belangrijker is, volgens mij, met elkaar voortdurend aan tafel te zitten en aan tafel te blijven zitten. Dat doe ik met enige regelmaat met name op het onderwerp duurzaamheid, maar collega Arends en ambtelijk nog heel veel vaker.
De fractie van D66, de heer Jonker, vroeg: is dit nou niet een prikkel, laten we reëel zijn, is dit niet toch een prikkel, dat grondbeleid, een hogere of een lagere prijs? Ja, vanzelfsprekend weegt het mee. Als we nu zouden besluiten ons grondbeleid aan te passen en te zeggen: weet u wat, we gaan voortaan de grond voor sociaal om niet beschikbaar stellen, ja, dan wordt het nog veel aantrekkelijker om sociaal te realiseren of voor een woningcorporatie. Alsnog zal het voor een private ontwikkelaar minder aantrekkelijk zijn dan een vrije sector woning toevoegen, maar het maakt dus weldegelijk uit. Tegelijkertijd ben ik het helemaal eens met de heer Philippens en de heer Van Santen, die zeggen: het maakt niet het grootste verschil. Uiteindelijk zijn het keuzes in percentages bij ontwikkelingen en ook percentages die we afdwingen bij private ontwikkelingen, vergeet dat ook niet te vermelden. Die maken het grootste verschil. Dan heb ik alle vragen van alle woordvoerders beantwoorden. Zo niet, dan hoor ik het heel graag. Dan wil ik mijn collega Arends vragen om aan te vullen, met name op het onderwerp relatie 3B Wonen. Tot zover.
25/33
Wethouder Arends: Even als aanvulling op mijn collega als het gaat over de relatie met onze belangrijke partner als het gaat over het toevoegen van sociale huurwoningen. Op basis van onze gezamenlijke belangrijke ambitie zijn de ambtelijke en bestuurlijke overleggen sinds vorig jaar geïntensiveerd en ook gestructureerd georganiseerd. Dat is ook n.a.v. onderlinge afstemming afgesproken, zodat we juist op de hoogte zijn van elkaar agenda, ook de strategische agenda. Hierdoor hebben we jaarlijks meerdere malen overleg, dus zowel ambtelijk als bestuurlijk. Met als voornaamste doel elkaar te vinden en het goed toevoegen van woningen op de sociale woningvoorraad, maar ook als duurzaamheid en het maken van prestatieafspraken, die we jaarlijks met elkaar doen. Deze intensievere en gestructureerde overleggen hebben we ook doorgezet in dit jaar, dus 2021, na een positieve evaluatie daarop van onze beide kanten, dus zowel vanuit 3B Wonen als vanuit de gemeente. We willen dat dit jaar vast houden en daarmee blijven werken aan de relatie. Het besluit van de grondprijzen heeft natuurlijk een effect. Ik heb ook begrepen, ook vanuit de brief die naar het college is gestuurd, dat het geen positief effect heeft op de samenwerking.
Uiteraard gaan we daar als college en ik als portefeuillehouder in gesprek met 3B Wonen, om juist onze in mijn ogen goede samenwerking , intensieve samenwerking, door te pakken ook dit jaar, want we hebben een grote ambitie. U sprak er vanavond ook over, over de brief die we als college naar de provincie hebben gestuurd. Die hebben we vooraf ook uitgebreid besproken met 3B Wonen en daar willen we gezamenlijk voor staan. Daarin is ook onze relatie en de samenwerking van fundamenteel belang. Dank u wel. De voorzitter: Gezien de tijd, die we besteed hebben aan de eerste termijn, wil ik echt sturen op 3 minuten in de tweede termijn. Tweede termijn Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik zat druk te tikken en kon even niet terug komen in deze gezellige bijeenkomst, de commissievergadering. Ik wil allereerst alle fracties en ook het college bedanken voor de uitgebreide beantwoording van de vragen. Ik merk bij alle fracties, dat dit toch een belangrijk thema is, dat ze blij zijn met de agendering. Dus dank voor de beantwoording. Ik merk, dat de coalitie heel mooi op één lijn zit. Ik heb daar niet of nauwelijks het woord ‘volkshuisvesting’ horen vallen. De bijdragen, die ik heb gehoord zijn voornamelijk vanuit een ontwikkelaarsperspectief, marktperspectief.
Het lijkt erop, dat deze strategische schoonheidsfout van het college, ik druk het netjes uit, in ieder geval als het gaat om de communicatie richting 3B Wonen en ook de communicatie richting de raad, maar ook een strategische misser, heb ik er dan toch maar van gemaakt, als het gaat om de knop waar je aan kunt draaien om sociaal bouwen mogelijk te maken, dat die eigenlijk wordt goedgepraat door de coalitie. Wat ik eigenlijk vooral terug hoor, is dat het herstel van de relatie tussen 3B Wonen en het college, dat dat heel belangrijk is. Nogal wiedes. Daar hadden we geen politieke gedachtenuitwisseling voor nodig. Als je als volkshuisvester, en dat zou je moeten zijn als gemeente, een corporatie echts als een volwaardige partner ziet en dat ook al jarenlang had gedaan, dan waren we niet in deze penibele situatie gekomen. Dit is niet iets wat van de ene op de andere dag is ontstaan. Mevrouw Arends suggereerde, dat dit een gevolg zou zijn van het feit, dat de prijs verhoogd was, maar het lijstje van aandachtspunten dat vanuit 3B Wonen werd genoemd, had te maken met informatie rondom het aanvragen van de impulssubsidie, rondom Wilderszijde, getallen in brieven naar de provincie. Er was een heel duidelijke lijst, die eigenlijk helemaal los stond van die grondprijzen. Dit was, denk ik, de klap op de vuurpijl, waarbij de stop eraf vloog, laat ik het zo maar zeggen.
Dus blijven werken aan de relatie, dat is het minste wat je uit dit gesprek had willen halen. Dus wat ons betreft, heeft het college een hele vreemde invulling als het gaat om maximaal faciliteren van de sociale huurbouw. Bij de oppositie zag ik heel hartstochtelijke verhalen en ik zag er vooral de hartstocht, die ik ook zelf voel voor de mensen om wie het gaat, de mensen die heel hard een woning nodig hebben. En niet het redeneren als een projectontwikkelaar, maar echt redeneren als: welke taak kan ik als overheid, en we zijn allemaal onderdeel van die lokale overheid, hebben? Het marktconform, het meebewegen met de vrije sectorprijzen, dat is genoemd, ook door wethouder Van den Beukel. Het is een turbulente grondmarkt, ongetwijfeld, maar je mag van die benchmark afwijken als je een inhaalslag wil doen in de sociale bouw. Wethouder Van den Beukel heeft zelf ook aangegeven: een lagere grondprijs heeft natuurlijk ook een voordeel voor een woningbouwcorporatie. De grootste onzin, zo heb ik het echt opgetikt hier, wat ik vandaag heb gehoord is: lage prijzen, de VVD heeft het gezegd, volgens mij CDA ook, lage prijzen leiden niet tot een hoger percentage sociale woningbouw, kijk maar naar het verleden, toen waren in Lansingerland de prijzen laag, nou, er werd niet sociaal gebouwd. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld. Het waren politieke keuzes van het college destijds.
Er was ook vrij weinig grond beschikbaar voor de corporatie om te gaan bouwen. Dat had hele andere redenen waarom dat in het verleden niet is gebeurd. Verder heb ik ook nog gehoord van de VVD: we hebben hier te maken met een zeer draagkrachtige woningbouwcorporatie, zij hebben jarenlang kunnen profiteren van de lage prijs, dus laten we daar nu vooral de laten bij leggen. Ik vind dat ongelooflijke redeneringen. Het CDA heeft het over: we moeten de brede belangen dienen, de
26/33
Lansingerlandse belastingbetaler moet dat allemaal gaan opbrengen, het subsidiëren van dit soort woningen. Maar goed, het CDA weet ook, dat we een stukje geld, laten we zeggen, een groot stuk incidenteel geld hebben liggen, u weet allemaal waar ik het over heb, om dit soort dingen te doen. Dat waren in grote lijnen de dingen. Ik zal nog kort kijken of ik iets gemist heb. De voorzitter: Heel kort, hoor. Mevrouw Verhoef: Ik denk dat ik het kort kan maken. De centrale vraag, die eigenlijk voor ligt is: moet je de bouw van sociale huurwoningen nou echt benaderen als een markt? Of moet je ervoor kiezen dit echt als een overheidstaak te zien en je ook echt te kwijten van de taak, die je als overheid hebt, namelijk te zorgen voor woningen voor mensen, die dat nodig hebben. Dan heb ik het vooral over sociale en betaalbare woningen. De heer Van Santen: Ik was even aan het zoeken hoe ik de interruptie moest doen. Ik had een vraag. Mevrouw Verhoef vindt het ongelooflijk, dat van die woningcorporatie, maar u onderbouwt niet waarom u dat ongelooflijk vindt. Dat zou ik graag willen horen. De woningcorporatie heeft een eigen vermogen van € 470mln, over 2019 een resultaat van € 70mln gehaald, waarvan € 8mln niet uit waardestijging woningen, maar gewoon uit een operationeel resultaat. Wat is daar zo ongelooflijk aan dan? Want dat onderbouwt u dan niet.
Mevrouw Verhoef: Ik vind het niet ongelooflijk dat een woningbouwcorporatie een goed resultaat behaalt, alleen ik vind het vreemd dat u die lasten bij de woningbouwcorporatie legt voor de bouw van sociale huurwoningen, terwijl ik denk dat het juist is waar we ons als lokale overheid hard voor moeten maken. Dat is wat ik heb gezegd. U legt het neer alsof zij hebben kunnen profiteren al die jaren en hun zakken hebben gevuld. Die toon klonk er een beetje doorheen, maar dat heeft u vast niet bedoeld. De heer Van Santen: Dat zijn inderdaad niet de woorden, die ik heb gebruikt, zakken vullen, maar wat ik wel heb gezegd is, dat zij een zeer goede vermogenspositie hebben en wat dat aangaat makkelijk een prijsstijging kunnen hebben, dat is iets heel anders dan je zakken vullen. Ik heb ook gehoord van de wethouder, dat het verlies of de bijdrage die onze inwoners moeten doen van € 50.000 per woning, dat wordt nu rond de € 40.000 per woning. We weten ook hoeveel woningen we nog willen bouwen, ook uw partij wil nog heel veel woningen bouwen. De voorzitter: Mag ik u erop wijzen, dat het een interruptie is en niet uw termijn.
De heer Van Santen: Dan kom ik op mijn vraag: vindt u het dan terecht, dat er zoveel bij onze burgers wordt gelegd, terwijl er zo’n rijke woningbouwcorporatie is? Mevrouw Verhoef: Wat ik ongelooflijk vind, is dat we in deze rijke gemeente, dat er zo’n lange wachtlijst is omdat er zo weinig betaalbare woningen zijn voor allerlei mensen met allerlei belangrijke sociale rollen in onze samenleving. Dat vind ik ongelooflijk. Ik hoor eigenlijk ook de wethouder zeggen, dat het hele grondbeleid eigenlijk complex is. Misschien handelt de wethouder volgens de grondnota en dan is dat goed, maar het is niet uit te leggen aan mensen die huizen zoeken. Precies zoals ik het net zei. We zijn rijk, we kunnen best allemaal een paar tientjes bijdragen om dit van de grond te krijgen. Maar u zegt: laat de woningbouwcorporatie dat maar betalen. Dat zijn politieke keuzes en daar staat de PvdA niet achter en de voltallige oppositie sluit zich, denk ik, bij mij aan. Ik beraad me nog op een eventuele motie, maar dat hoort u nog wel in de aanloop naar de raadsvergadering. Iedereen nogmaals dank voor de uitgebreide reacties. De voorzitter: Omwille van de tijd, u was de indiener van dit bespreekstuk en ik heb uw meer tijd met wat coulance behandeld, maar ik wil nu echt gaan vast houden aan de 3 minuten in de tweede termijn. De heer Philippens, L3B: Ik zal proberen om het kort te houden.
Ik vind het jammer hoe we hem nu afsluiten, dit punt, want ik en meerdere collega’s van mij hebben hele inhoudelijke woordvoering gedaan. Ik heb de rapportages van de VNG aangehaald, waar die koppeling tussen grondprijs en de snelheid van wonen, daar zit een percentage, maar dat is klein. Dat heb ik allemaal beargumenteerd. Ik heb daar de gesprekken over gevoerd met 3B Wonen, ik heb er binnen mijn partij over gesproken. De heer Jonker: U noemde het even, daarom haak ik er even op in. U zegt terecht, dat heeft de wethouder ook bevestigd, dat hebben we allemaal kunnen horen: verhoging van de grondprijs heeft een negatief effect op de realisatie van de sociale woningbouw. We kunnen discussiëren over hoe groot die is, maar de verhoging van de grondprijs heeft daar impact op. In feite zegt 3B Wonen dat ook in die brief. Het heeft in ieder geval geen positief effect. Dan vraag ik me af: hoe kunt u dat dan rijmen met de ambitie die we ook hebben als gemeente om daar op in te zetten, op diezelfde sociale woningbouw. Dat is dan toch strijdig? Of neemt u dat verlies voor lief dan? De heer Philippens: Er zijn heel veel verschillende variabelen, die er spelen. De VNG heeft aangegeven, dat die variabele met prijs er gewoon niet is of zeer klein. Er is al aangedragen: er zijn andere knoppen waar we aan kunnen draaien en dan draaien we aan die knoppen.
Het punt dat ik hier vooral wilde maken, en die maak ik dan ook even af, is dat ik er inhoudelijk op ben ingegaan en dat dat wordt weggezet als het volgen van een coalitiestandpunt. Dat is het gewoon niet. We hebben er goed over nagedacht. Op basis daarvan zijn wij tot deze overweging gekomen. Die punten heb ik gemaakt. Er is ook een vervolg op gekomen, ik dank de beide wethouders voor de proactieve houding richting de relatie met 3B Wonen. Daar wil ik het bij laten. De heer Van Santen, VVD: Ik reageer nog even op mevrouw Verhoef, over alles bij de woningcorporatie. Na deze verhoging blijft er nog steeds € 40.000 subsidie per woning. Dan vind ik niet, dat je dan alles bij de woningcorporatie legt. Ik ben blij met de toezegging van de wethouder, dat er elk jaar een
27/33
benchmarkonderzoek wordt gedaan. Daar komt mijn opmerking ‘rauw op het dak’ vandaan. Als je het af en toe doet, dan krijg je van die enorme schokken. Dat komt natuurlijk ook door de turbulentie van de woningmarkt, dat begrijp ik ook, maar als we wat vaker met kleinere stapjes verhogen, dan heb je dat natuurlijk niet. Daar ben ik eerder voorstander van. En ik heb de wethouder weldegelijk horen zeggen, naar het voorbeeld dat hij gaf van de 20 woningen, dat het voor het college of bestuurder nu wel makkelijker is als er minder verlies is op zo’n traject om zo’n besluit te nemen. Daar zie ik toch wel een deel van de bevestiging van mijn betoog, maar iedereen kan er natuurlijk uit halen wat hij graag wil horen. Dank u wel. Mevrouw Verhoef: Ik had al een interruptie willen doen bij de heer Philippens, bij de heer Van Santen kan ik het ook doen. Ik wil nog even op de heer Van Santen terug komen. Het geld van 3B Wonen, de mooie getallen die u noemde, dat is natuurlijk uiteindelijk opgebracht door de huren, grotendeels van mensen die niet zeer draagkrachtig zijn. Als u vindt dat dat dan vooral weer moet worden uitgegeven bovenmatig, dat kan. Ik wilde tegen de heer Philippens zeggen: ik zeg wat ik zeg. Het zijn 4 coalitiepartijen, die heel mooi op één lijn zitten. Daar feliciteerde ik mee. U bent inhoudelijk er netjes op in gegaan en daar dank ik u voor.
Ik wil wel aan alle coalitiepartijen vragen, ook aan u nu: hoe legt u straks verantwoordelijkheid af aan de inwoners die straks geen betaalbaar huis hebben? Dank u. De heer Philippens: Dank, dat ik daar even op in mag gaan. Wat ik ook in mijn woordvoering heb aangegeven: wij sturen op die doelen en die doelen gaan we behalen. Dat heb ik ook aangegeven. Op twee manieren hebben we die klem gezet om dat sociaal te realiseren. Daar hebben we afspraken in de raad op gemaakt en daar hebben we afspraken met de provincie over. Ik ben inhoudelijk ingegaan op waarom ik denk dat deze grondprijzen niet tot een vertraging leiden. Daar verwijs ik naar terug. De heer Ruitenberg, CDA: Er is veel gezegd. Een heel goede discussie met inhoudelijke argumenten over en weer vanuit verschillende benaderingen. Dat is goed in een raad, dat dat zo gaat. Ik wil nog een paar dingen wel inbrengen. Allereerst: ik hoor steeds de term marktconform. Ik vind dat in dit kader toch eigenlijk een wat verkeerd gekozen term, want wat er feitelijk gebeurt is dat de prijs in vergelijking wordt gebracht met sociale grondprijzen in andere gemeenten. Dat is iets anders dan marktconform. Er is gewoon gekeken naar wat sociale grond kost in een andere gemeente. En als gemeente Lansingerland zorgen wij ervoor dat we ongeveer op hetzelfde gemiddelde gaan zitten. Het is niet zo, dat we hier de markt volgen.
We volgen hier het beleid van de ons omringende gemeenten. Dat is het eerste. Het tweede is de term volkshuisvesting. Mevrouw Verhoef noemde dat. Ook het CDA, de uitvinder van de term volkshuisvesting, kan zich daar zeer in vinden. Ik geloof dat wij landelijk gepleit hebben voor herinvoering van een ministerie van VROM of in ieder geval een ministerie van volkshuisvesting. We moeten het thema wel breder gaan bekijken. We hebben nu in hetzelfde grondbeleid staan, dat we onze Vinex gemeente afbouwen, onze Vinex taakstelling en daarna doen we geen actief grondbeleid meer. Dat betekent dus dat als de Vinex klaar is, Wilderszijde feitelijk en we doen nog een beetje Bleiswijk erbij, Westpolder is bijna klaar, Meerpolder is bijna klaar, Rodenrijs is ook bijna klaar, dus er is niet zo heel veel meer. Alles wat daarna komt, komt feitelijk van particuliere ontwikkelingen en dat dwing je af met die percentages. Hoe groter het prijsverschil is tussen sociaal en vrije sector, des te harder de onderhandelingen zullen worden met de aanbieders van dat soort commerciële activiteiten. Dus onderschat u niet: op het moment dat u zegt ‘volkshuisvesting’ dan zal je breder moeten kijken: moeten we ook niet weer terug naar een actief grondbeleid? Dat is een heel andere fundamentele discussie, die je dan weer om de hoek krijgt.
Aan volkshuisvesting zouden wij nog willen toevoegen: we hebben juist woningbouwcorporaties om volkshuisvesting vorm en inhoud te geven. Ik vind dat we de rol van de gemeente feitelijk moeten benoemen: wij als gemeente staan garant voor die woningbouwcorporatie als tweede garantsteller. Er is het waarborgfonds sociale woningbouw en dan is er een garantstelling van de gemeente. Daar staat het CDA van harte achter, dat moeten we ook doen. Als we dat hoger zouden moeten maken om alsnog investeringen mogelijk te maken, zodat 3B Wonen goedkoop kan lenen, dan staat het CDA daar zeer voor open en ook voor andere creatieve oplossingen. Daar wil ik het bij laten. Mevrouw Van Olst, WIJ: Wat een avond. Ik hoorde de wethouder zeggen, dat u 3B Wonen slachtoffer noemt van gemeentelijk beleid. Daar ben ik het wel mee eens. Dat gemeentelijk beleid is door onszelf vast gesteld. Daarnaast geeft u aan, dat u dacht: dit is misschien contraproductief, om dit nu op deze manier te doen. Dat is dus wel gebleken. Dat soort beslissingen worden genomen en dat heb je weleens. Alleen, nu achteraf constaterend is het dus gewoon niet goed uitgepakt, omdat ook de relatie verstoord is. U geeft aan, dat de grondprijs weldegelijk uitmaakt. Om niet weggeven is natuurlijk wel heel weinig, maar een stijging van deze omvang zorgt er dus voor, dat onze grootste partner 3B Wonen zijn strategie moet heroverwegen.
Daar zitten zij mee. Wat kunnen we nou concreet doen om die relatie te herstellen? Heel smart. Zou u kunnen heroverwegen of kunnen wij dat misschien met een motie doen, om het eventueel te kunnen matigen? Dus uit te smeren over een langere periode. Wellicht dat dat wat meer ruimte geeft in de liquiditeit van 3B Wonen en dat zij toch weer aan tafel komen en het goede verhaal kunnen voeren. De heer Van Santen: U heeft het erover, dat de woningcorporatie haar strategie misschien moet heroverwegen. Maar als het benchmark onderzoek nu goed geweest is en voor de woningcorporatie die gronden ongeveer even duur zijn, waar ze dan hun activiteiten mogen uitvoeren,
28/33
dat weet ik niet precies, wat gaan ze dan doen als het overal ongeveer hetzelfde is? Mevrouw Van Olst: Er is wel een verschil in, want volgens mij zijn de gronden in onze buurgemeente goedkoper. Ik weet ook niet precies hoe het zit, alleen, ik kan me voorstellen dat zij natuurlijk een prognose maken voor een jaar of een lange termijn prognose en dat dat nu ineens wordt aangepast. Dan is het heel mooi, dat het CDA aanbiedt: we kunnen die garanties verruimen en we kunnen meedenken met leningen en alles. Dat is ook heel fijn, dat daarin wordt meegedacht, alleen, ik denk dat het voor de gemeente eigenlijk niet zoveel uitmaakt, dat je dat nu over een langere periode uitsmeert. Ik denk dat het mes dan aan twee kanten snijdt. En je kan je prijs verhogen, maar je kan het wel op een normale, rustige manier doen, zodat de relatie hersteld kan worden. De heer Van Santen: U zegt dat er lagere prijzen zijn in andere gemeenten. Twijfelt u dan aan dat benchmark onderzoek? Mevrouw Van Olst: Nee. Dat staat in dat benchmark onderzoek. De heer Van Santen: We gaan toch naar wat gemiddeld in de regio is? Mevrouw Van Olst: Volgens mij is het in Pijnacker-Nootdorp goedkoper. Dank u. De heer Dieleman, CU: Er is een hoop informatie gewisseld. Ik ben blij, dat het college deelt dat er iets te doen is in de relatie tussen 3B Wonen en de gemeente en dat ze hebben aangegeven daarmee aan de slag te gaan.
We zijn buitengewoon benieuwd naar de gevolgen die eraan worden gegeven en wat het betekent voor de samenwerking tussen corporatie en gemeente. Dus daar gaan we ongetwijfeld nog vaak met elkaar over spreken. Voor nu heb ik in de tweede termijn geen aanvullende punten op staan. Dank u wel. De heer Jonker, D66: Ik wil de wethouders bedanken voor hun reactie. Met alle prettige details en illustraties en contexten die werden verschaft in de toelichting: laten we dan toch even for the record noteren wat de wethouder impliciet aangaf, dat een verhoging van grondprijzen voor sociale woningbouw weldegelijk in ieder geval enige negatieve impact heeft op de realisatie daarvan. Dan kun je discussiëren over hoe groot die is. De veel gemaakte opmerking dat de woningbouwcorporaties teveel geld hebben in de ogen van sommige fracties, vind ik een ontzettend interessant debat, maar dat was niet de onderbouwing van de verhoging van de grondprijzen. Daar wil ik het best over hebben, maar dat is in feite gewoon een afleidingsmanoeuvre. We moeten hier gewoon puur kijken: zijn er acties, die wij zelf doen op dit vlak, dragen die nu wel of niet bij aan het behalen van onze sociale woningbouwdoelstellingen? Met andere woorden: het grondbeleid lijkt hier te prevaleren boven het belang van de sociale woningbouw, tenzij de grondprijs daar een extra impuls is daarvoor, maar dat is niet zo.
Tegelijk constateer ik dat in de stukken staat, dat het grondbeleid niet in steen is gebeiteld. Maatschappelijk belang kan altijd een reden zijn tot aanpassen en bijstelling, al begrijp ik dat je daar zorgvuldig en terughoudend mee moet omgaan. Ik hoop echt, dat het college hier nog even over nadenkt en misschien zelf aanleiding ziet n.a.v. de inbreng van de andere fracties om tot een aanpassing te komen op dit vlak. De heer Duk, GL: Ik weet niet of het te zien is, maar het schaamrood staat me op de wangen. De voorzitter: Het is te zien. De heer Duk: Daar was ik al bang voor. 3B Wonen geeft aan, dat de relatie tussen de gemeente en de woningcorporaties niet goed is en dat er sprake is van eenrichtingsverkeer. In de reactie van de wethouder klinkt eigenlijk alleen maar, dat ze het zo goed doen. Ik hoor geen enkel begrip, geen enkel punt, dat de relatie beter zou kunnen maken. Nogmaals mijn vraag aan de wethouder: wat kan er beter worden gedaan door de gemeente in deze relatie, zodat zij gezamenlijk kunnen bouwen aan betaalbaar wonen voor onze kinderen en kleinkinderen, iets wat ik in de landelijke campagne heb zien langskomen. Ik zie een coalitieakkoord waar minder sociale woningen in stonden dan nu het bod aan de provincie is en een prijsstijging van de grond voor dit soort woningen. Ik kan die twee zaken niet los zien.
Dat de coalitiepartijen zich kunnen vinden in het niet halen van het bod, is logisch. Dat deelt GL uiteraard niet. Ik ben dan ook erg benieuwd en kijk uit naar de mogelijke motie van de PvdA. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Dank voor de inbreng in de tweede termijn. Ik zit een beetje te dubben: ga ik mijn emotionele reactie geven of probeer ik het heel nuchter te houden? Ik denk toch maar een beetje van beide, maar wel een beetje om de beurt. Het zit me wel hoog, dat mevrouw Verhoef en ondergetekende en het college dichter bij elkaar staan dan nu wordt gesuggereerd. Alsof het college niet bezig is met volkshuisvesting. Alsof we hier niet zeer vele, honderden, betaalbare woningen aan het toevoegen zijn, al hebben gedaan en ook nog gaan doen. Alsof we niet tientallen miljoenen reserveren voor het toevoegen van betaalbare woningen. Dat vind ik toch merkwaardig, dat nu mij of ons wordt aangewreven als zouden we niet bezig zijn met dat type opgave en als dat ik geen mensen zou kennen, die worstelen met het vinden van een sociale huurwoning. Zeker ken ik die. Dat is buitengewoon vervelend. Als je in die situatie zit en het college trekt zich dat aan en het college heeft dat ook één en andermaal bij monde van diverse collegeleden aangegeven, dat we daar pal voor staan, voor die opgave.
Tegelijkertijd is het uitvoeren van uw grondbeleid, ons grondbeleid, geen schoonheidsfout, mevrouw
29/33
Verhoef. Het is geen schoonheidsfoutje, het is duidelijk aangegeven, ook door diverse van uw collega’s, dat we hier bezig zijn met het uitvoeren van uw beleid. In de relatie met 3B Wonen, al zou het helpen om te zeggen: weet u wat, dat grondbeleid stellen we even een paar jaar uit, want we vinden het zo fijn voor de relatie om het in de la te leggen. Dat is niet waar u ons voor besteld heeft als college, om uw beleid niet uit te voeren. Money can’t buy me love. Dat zou niet mijn stijl zijn om een goede relatie te kopen. Het is wel zo, dat we natuurlijk oog hebben voor de relatie en voor de impact. Richting mevrouw Van Olst, even op de impact. De heer Jonker: Het grondbeleid. Ik vind het heel goed, hoor, dat u pal staat voor het grondbeleid (…) als gemeenteraad met elkaar. Maar tegelijkertijd staat in hetzelfde grondbeleid ook, dat een maatschappelijk belang altijd kan prevaleren en dat je daar dus ook op kan bijstellen. Ik snap die starheid even niet. Ik snap best, dat u een gedegen financieel beleid wilt voeren en een betrouwbare partner wilt zijn, ook meerjarig, maar in feite zegt u: we hebben grondbeleid en dat kunnen we niet bijstellen, daar kunnen we niets aan veranderen, dat is het grondbeleid. Maar we hebben ook maatschappelijke doelstellingen en de woningbouw is een heel belangrijke, dat zult u met mij delen. Dan moet je er met elkaar naar kijken.
Dan moet je kijken wat er moet veranderen. Dat mis ik een beetje in uw verhaal. Of is het gewoon onmogelijk? Kan het grondbeleid eigenlijk nooit worden aangepast en is dat een conditio sine qua non? Daar ben ik dan benieuwd naar. Wethouder Van den Beukel: Dank u wel voor uw inbreng? Natuurlijk is het zo, dat je oog moet hebben voor het effect van beleid. Ongetwijfeld zit er een hardheidsclausule in, zoals u die beschrijft. Maar het beleid is ook helder. Het beleid zegt: Zo ga je om met het subsidiëren van sociale woningbouw. En we gaan van gemiddeld iets meer dan € 50.000 naar gemiddeld iets meer dan € 45.000 per woning conform dat beleid. Dat is het uitgangspunt. Natuurlijk moet je daar het debat over voeren: is het te billijken? Dan wil ik reageren op wat u heeft aangegeven en diverse andere woordvoerders: heeft dit effect op de doelstellingen? Mevrouw Verhoef: Ik kan zeggen: ik zit heel erg op één lijn met de heer Jonker. Ik had precies dezelfde vraag: kun je dat grondbeleid niet aanpassen? Dat zei de heer Jonker ook en de wethouder was al bezig met de beantwoording. Wethouder Van den Beukel: Als raad mag u het beleid aanpassen. Als u zegt dat het op de kop moet, dan kan dat. Tot die tijd voeren we als college en uw nederige dienaar uw beleid uit.
Ik vind het overigens wel heel verstandig beleid, dus ik zou niet direct aanleiding zien om het beleid aan te passen, maar dat terzijde. Zo liggen de verhoudingen in onze gemeente. Het gaat om: wat je hier voorstelt, is dat te billijken? Heeft het maatschappelijke effecten, die je acceptabel vindt? De heer Jonker heeft of mij verkeerd geciteerd of ik heb me verkeerd uitgedrukt als zou ik hebben gezegd, dat dit impact heeft op de realisatie van de doelstellingen. Wat ik heb willen zeggen, in elk geval, en volgens mij ook heb gezegd is dat het natuurlijk een effect heeft op de rentabiliteit van een project. Als we de grond gratis maken, dan wordt het rendement van een project ietsje groter. Als we de grond heel duur maken, wordt het rendement ietsje lager. Tegelijkertijd, even bedrijfseconomisch, op de totale contante waarde van een project over een hele looptijd, is uiteindelijk die component grondprijs relatief zeer beperkt. Dus dat moeten we ook niet overdrijven, maar hij is er, ja, vanzelfsprekend. Als de grond duurder is, moet het geld ergens vandaan komen. Is het vervolgens te verwachten, dat onze doelstellingen hiermee in gevaar komen? Er zijn toch heel serieuze gemeenten, die ook honderden woningen sociaal gaan toevoegen? Krimpen aan den IJssel of Alblasserdam, waar de grondprijzen echt hoger zijn dan bij ons en waar ook die woningen toegevoegd worden.
Dus we hebben echt oprecht geen aanleiding om te veronderstellen, dat onze doelstellingen in gevaar komen. De praktijk wijst namelijk echt anders uit. Het heeft weldegelijk effect op de rentabiliteit van een project, maar wij zien niet dat dit een negatief effect zal hebben op de realisatie van uw en onze doelstellingen. Dan is afwijken van het beleid dus eigenlijk, want ons betreft, wat mij betreft, niet te rechtvaardigen, omdat onze maatschappelijke doelen niet hierdoor in gevaar komen, voor zover we dat kunnen overzien, het blijft altijd dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. De heer Jonker: Om het even zakelijk en feitelijk te houden. Ik begrijp uw beantwoording, dank daarvoor. Ik snap ook de economische termen, die u gebruikt. Tegelijkertijd staat dit wel diametraal ten opzichte van de brief van 3B Wonen. Zij hebben een belang, daar ben ik me van bewust, dat woningcorporaties hun eigen belang hebben, maar ik vind dat er toch wel een heel groot verschil is tussen de argumenten, die 3B Wonen aanvoert en de impact die het heeft op het realiseren van de doelstelling versus u, die zegt, en ik geloof u ook, daar gaat het niet om, ik vertrouw u wel, maar u zegt oprecht: het heeft eigenlijk een heel beperkte invloed en het is niet zo heel relevant.
Dan vind ik het als raadslid een beetje ingewikkeld worden, want dan moet ik gaan kijken: de experts van 3B Wonen zeggen het één, u zegt het ander. En nou moet ik denken bij mezelf: wie heeft er gelijk? Kunt u daar misschien wat op reflecteren? Wethouder Van den Beukel: ja, heel graag. In onze gemeente is een aantal corporaties actief. U weet dat er prestatieafspraken zijn gemaakt met 4 woningcorporaties, misschien zijn het er 3, dan zal collega Arends mij corrigeren, maar ik dacht 4. We zien, dat heb ik ook aangegeven, in diverse andere gemeenten, bijvoorbeeld buurgemeente Zoetermeer, waar de grondprijs echt heel fors hoger is dan bij ons voor sociale woningen, zoals u heeft kunnen lezen in de benchmark, daar zit echt vele duizenden euro’s tussen, ook daar wordt nog sociaal gerealiseerd. Ik snap vanuit het perspectief van 3B Wonen, dat ze zeggen: hé, dit is echt wel heel vervelend, dit heeft namelijk impact op onze meerjarenprognoses. Tegelijkertijd is er bij hen het bewustzijn van het feit, dat de grondprijzen bij ons relatief laag waren.
30/33
Die feiten zijn al een poos onder experts bekend. Ik kan me voorstellen dat het weerstandsvermogen, maar het is aan hen, dat ze al enige tijd rekening hebben kunnen houden met een verhoging van de grondprijs. Maar dat is echt aan hen. We onderscheiden de rollen als corporatie en als gemeente. Dus ik snap, meneer Jonker, uw worsteling. Mijn antwoord daarop zou zijn: we zien elders dat het kan tegen echt heel andere prijzen in gemeenten waar de woningprijzen lager liggen dan bij ons voor een belangrijk deel. Dat onderstreept alleen maar het argument. Ik zie ook, dat er corporaties zijn, die potentieel productief willen worden in Lansingerland of dat al zijn, die ook hiermee uit de voeten zouden kunnen. Dat maakt het niet minder vervelend voor een corporatie, die had gedacht of gehoopt, dat ze tot een aantal jaar, niet tot in lengte van jaren, aardig stabiel zouden blijven, maar het is dan toch wel te nuanceren, zoals ik dat nu doe. Ik wil er nog één ding aan toevoegen. Even over de impact. Dat wil ik ook zeggen richting mevrouw Van Olst, hoe snel die impact dan komt op zo’n woningcorporatie. Ik denk dat het goed is om even te schetsen hoe dat nu werkt. Het is niet dat nu plotseling die woningcorporatie dat even moet aftikken bij de gemeente. Een project als Wilderszijde heeft natuurlijk een looptijd van heel vele jaren.
Pas op het moment van realisatie van een nieuw kavel of een nieuw bouwveld, op dat moment vindt die transactie plaats en komt die financiële impact daadwerkelijk tot stand. Dus die verhoging in 1 of 2 stappen, ja, uiteindelijk landt die over een periode van heel vele jaren. Wolfend is ook nog heel ver weg. Het landt uiteindelijk pas in de cash flow, in de kasstromen, van een woningbouwcorporatie. Ik denk dat de impact al iets meer uitgesmeerd is dan nu als beeld zou kunnen ontstaan in de tijd. Mevrouw Verhoef: Inmiddels heeft de wethouder zoveel gezegd, dat ik mijn gedachten daarbij kwijt ben. Ik krijg de indruk, dat de wethouder heel veel invult van hoe woningcorporaties in algemene zin hierin staan. Ik kan dat ook niet op zijn merites beoordelen. Ik hoor het maar even aan. We zitten hier om meer sociale woningbouw op zo kort mogelijke termijn te kunnen realiseren. Ik wil gewoon dat we dat met zijn allen kunnen bereiken. Ik verwacht van het college daarin een constructieve houding nu. De voorzitter: Ik hoor geen vragen. Het is meer een constatering. Wethouder Van den Beukel: Volgens mij ben ik aan het eind gekomen van de beantwoording van de specifieke vragen. Mocht ik iets hebben vergeten, dan hoor ik het graag bij interruptie. Ik wil het hier, op dit tijdstip, bij laten. Ware het niet, dat ik nog één ding wilde toevoegen. Dat gaat even over die buurgemeenten.
Pijnacker is genoemd, waar de tarieven lager zouden liggen. Ze hebben daar een bandbreedte, maar dat daar gelaten, laat ik voor het debat noemen en voor de meekijkende mensen: in een andere buurgemeente, in Zoetermeer, daar liggen de tarieven tussen de € 22.000 en € 35.000. Wij komen bij lange na niet in de buurt van die € 35.000. Het beeld is echt wisselend in onze omgeving. Ik wil niet zeggen, dat we Zoetermeer moeten navolgen, geenszins, maar ik denk dat de feiten goed beschikbaar zijn voor iedereen om zelf kennis te nemen van de situatie in onze buurgemeenten en ook zijn eigen oordeel over te vellen. Maar op basis van onze deskundigheid, de grondeconomen en de bouweconomen et cetera is het uiteindelijk een afgewogen voorstel. Wethouder Arends: In mijn beeld is de heer Van den Beukel eigenlijk ingegaan op alle vragen, die er nog lagen. Hij twijfelde nog even over met hoeveel woningcorporaties wij werken. Dat zijn er 4: 3B Wonen, Havensteder, Wooninvest en Woonzorg. Dat zijn de 4 corporaties waarmee we in Lansingerland werken. Dank u wel. De voorzitter: Dan constateer ik dat ook dit bespreekstuk de aandacht heeft gehad, die het verdient. Het is aan de fracties om te kijken hoe zij hier vervolg aan geven. 6. Stukken ter advisering aan de raad: De voorzitter: Die zijn er niet, dus die kunnen we redelijk snel aftikken. 7a.
Actualiteiten uit het college De voorzitter: Er zijn diverse coronabrieven aan dit agendapunt toegevoegd. De burgemeester zal eerst het e.e.a. toelichten. Daarna kunnen er vanuit de commissie vragen beantwoord worden. Burgemeester Van de Stadt: Het is goed om er even op in te gaan ondanks het late uur. Mocht u willen reageren en het wat laat vinden, dan ben ik natuurlijk ook overdag en ’s avonds tot uw beschikking. Ik wilde even algemeen iets zeggen over waar we nu staan, in Lansingerland, omdat dat belangrijk is in het kader van de landelijke ontwikkelingen. U heeft de discussie gelezen in de kranten over de terrassen en dergelijke. Er is ook wat irritatie ontstaan bij veel burgemeesters, dat het lijkt alsof de 4 grote gemeenten plotseling alleen maar pleiten voor verruiming van de terrassen, terwijl dat brede steun had in burgemeestersland. En overigens ook bij mij. Ik wil u toch even mee nemen. Wij zitten in een regio. In die regio is de regioburgemeester leidend. De regioburgemeester heeft een grote stad met een hoop drukte en grote terrassen onder zich. Dan vind ik het passend voor een gemeente als wij, die het misschien wat makkelijker heeft, om daar ook enigszins loyaal en ondersteunend aan te zijn en dus niet zelfstandig in het openbaar te gaan pleiten voor openstelling terrassen, wat misschien bij ons wel kan,
31/33
maar in Rotterdam niet. Maar weet dus als u zo’n bericht leest, van die burgemeesters, dat het niet iets is wat zij op eigen titel alleen maar zeggen, maar dat dat in het algemeen bestuur van de veiligheidsregio als burgemeesters ook met onze regioburgemeester uitgebreid bespreken. Ik denk dat het goed is, dat u dat even weet. We hebben niet heel veel ruimte voor eigen beleid in dit kader. Het is een pandemie, dus het valt gewoon onder de minister, hij is daarin leidend. Daar hebben we ons aan te houden, maar daarbinnen proberen we wel de Lansingerlandse accenten altijd te zetten. Dat ziet u ook in de brief over de handhaving. Eigenlijk is het beleid in de regio, van de regioburgemeester: als je het overtreedt moet je een boete krijgen. Maar u ziet: bij ons is het beleid, dat we eerst met de winkelier of wie het betreft het gesprek aangaan en niet gelijk beboeten. Dat heeft u net nog met wethouder Arends besproken. We zetten ook die coaches in om mensen aan te moedigen afstand te houden, anders dan mensen direct beboeten. Dat doen we eigenlijk al het hele jaar. Volgens mij gaat het mede daarom met het draagvlak goed.
In algemene zin kan ik u zeggen, als u wilt weten wat ik zoals bepleit in zulke regionale vergaderingen, die overigens wel vertrouwelijk zijn, maar ik bepleit daar doorgaans wat wij hier altijd proberen vorm te geven: geef met name de winkeliers, de sportclubs, de markt zelf de verantwoordelijkheid om dingen te organiseren, dat ze veilig en coronaproof kunnen verlopen in plaats van rucksichtslos vanuit Den Haag alles te sluiten. Daarbinnen proberen wij dat vorm te geven, binnen die regels van de minister. U heeft het gezien in mijn besluit om bijvoorbeeld sporten in de openbare ruimte toe te staan, dat is al even genoemd vanavond. Zo proberen we binnen de regels van de minister de ruimte te zoeken voor gepast beleid in Lansingerland. Ik denk dat dat heel belangrijk is. U heeft ook het nieuws gehoord en gelezen. Er is waarschijnlijk wat verlichting in aantocht, is het geluid. Daar bereiden we ons uiteraard op voor, ook wethouder Arends natuurlijk, de terrassen, ook vanavond al even genoemd. We gaan proberen voor onze inwoners alles soepeltjes en goed en positief te laten verlopen. Mocht u daar in algemene zin vragen over hebben, dan ben ik ook gewoon tussendoor altijd beschikbaar, als raadsleden zich afvragen: hoe zit dat nou? Dat kan gewoon. Daar zou ik het nu even bij willen laten. Er is nog veel over te zeggen, maar gezien het tijdstip denk ik dat dit het belangrijkste is.
De heer Weerheijm, D66: Niet perse over de toelichting van de burgemeester, maar net iets anders, wat ons in de stukken opviel en ook in de media en in de Tweede Kamer de afgelopen dagen besproken werd. Over de TONK regeling. De minister zei: gemeenten gaan wel heel voorzichtig om met alle voorwaarden rondom de TONK regeling. Het viel ons op, dat in de stukken, in de coronabrief, stond dat slechts 5 aanvragen voor de TONK regeling tot nu toe zijn gedaan in Lansingerland. De voorwaarden in Lansingerland zijn vrij strikt, maximaal € 2.500 aan tegoeden, dat mensen mogen hebben. Dat gaat ook over spaartegoeden van minderjarige kinderen en dergelijke. Het is dan ook logisch, dat er maar zo’n kleine groep op afkomt. Ik vroeg me eigenlijk even af hoe het college daar tegenaan kijkt, gezien de uitspraak van de minister en gezien het kleine aantal. Burgemeester Van de Stadt: Misschien is het beter als wethouder Arends, die deze regelingen uitvoert, hierover wat zegt. Eventueel kunnen we het ook schriftelijk doen als het uitgebreider moet. Wethouder Arends: Onlangs is daar een vraag over gekomen. Die hebben we ook beantwoord. Als u het goed vindt, wil ik hem even goed en zuiver beantwoorden, dus ik neem de vraag graag mee van de heer Weerheijm, dan kom ik daar schriftelijk op terug, om er wat meer duiding op te kunnen geven.