BV21.0059 Verslag Gemeenteraad 25 maart 2021
Tekst van het document
De uitvoering en de structurele uitvoeringskosten zijn complex en voor Lansingerland nog niet in beeld gebracht en heeft logischerwijs ook geen onderdeel kunnen zijn van de in september 2020 gehouden raadpleging van de inwoners van Lansingerland. Het is goed mogelijk dat ondanks het goed scheiden van afval door onze inwoners, en het daardoor reduceren van hun eigen hoeveelheid restafval, diezelfde inwoners toch een hogere eindrekening gepresenteerd krijgen, met alle mogelijke ongewenste effecten van dien. Dan ga ik nu na mijn nulde termijn gelijk door naar mijn eerste termijn. Het college wil per 1 januari 2023 een variabel tarief voor restafval invoeren, oftewel diftar. Het staat erbij, onder verwijzing naar de inwonerraadpleging, dat diftar het beste aansluit op de wensen van onze inwoners. Ja, ook het CDA is uiteraard een partij, die luistert naar onze inwoners en van mening is, dat de uitkomsten van een 22/36
raadpleging onder onze inwoners richtinggevend moet zijn voor beleid. Er is zorg over de hoeveelheid afval die we met elkaar produceren. Het nieuwe afvalbeleid moet goed zijn voor het milieu. Een meerderheid is voorstander van het principe: meer restafval is meer betalen. En een minderheid is voorstander van het wegbrengen van het restafval, oftewel: omgekeerd inzamelen. Maar het zondermeer nu besluiten dat wij diftar gaan invoeren en dat pas over 2 jaar zonder de uitvoeringsconsequenties daarvan in beeld te hebben, dat vinden wij geen goede zaak en niet fair naar onze inwoners. Zoals ook door onze woordvoerder Van der Stelt is opgemerkt in de commissie ruimte lijkt bij een meerderheid van de raad het idee te leven, dat elk huishouden met diftar de afvalstoffenheffing omlaag kan scheiden. Of dat het geval is, moet nader in kaart worden gebracht. Het CDA gelooft er in ieder geval niet heel veel van. Ook wethouder Fortuyn leek in de commissie ruimte dezelfde mening toegedaan. Ik ga niet opnieuw in op alle in de commissie ruimte genoemde zorgen betreffende de uitvoeringskosten. Onderzoeksmateriaal van Rijkswaterstaat, dat via de CU tot ons kwam, hebben die zorgen niet weg kunnen nemen. U allen weet, dat sommige gemeenten alweer afscheid nemen van diftar.
Voordat wij in onze gemeente een beslissing nemen over al of niet diftar willen wij alle met de invoering hiervan gemoeide uitvoeringsvraagstukken en incidentele en structurele kosten voor onze gemeente en inwoners in beeld hebben. En graag voor de verkiezing van de nieuwe gemeenteraad. Laten we eerlijk zijn en leren van het verleden. Als alle toestanden en ellende rond de toeslagenaffaire, waar ons geweldige Kamerlid Pieter Omtzigt zo voor heeft ingespannen, ons iets geleerd heeft, dan is het dat uitvoeringsdetails en consequenties van beleid goed in beeld brengen en dan pas besluiten nemen van groot belang is. Een taak die volksvertegenwoordigers, zowel lokaal als nationaal, niet licht op moeten vatten. Dat is de reden waarom wij dit amendement hebben ingediend. Wij hopen dat wij op uw steun kunnen rekenen. Onderwijl hopen wij dat de modernisering van ons afvalbrengstation snel gestalte krijgt, nu voorzien per eind 2022. Voor heel veel inwoners zal dat een welkome maatregel zijn. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Ik heb de eer en het genoegen om vanavond op veel onderwerpen het geluid te laten horen van WIJ. Eindelijk ligt er een weloverwogen voorstel als het gaat om afvalbeleid. Het heeft lang geduurd.
De heer Ruijtenberg heeft in de raad van een jaar geleden een haarscherpe analyse gegeven van de redenen waarom het wellicht allemaal zo lang duurt, maar dat laat ik even voor wat het is. Er ligt nu een weloverwogen voorstel rondom het afvalbeleid. We nemen een besluit of we nemen geen besluit, een principebesluit bestaat volgens ons niet, dat kan bestuursrechtelijk ook helemaal niet, volgens mij, maar daar zal de voorzitter of de griffie wellicht iets over kunnen zeggen. Volgens mij kunnen wij niet een principebesluit nemen. Volgens mij nemen we een besluit of we nemen geen besluit. We vinden het ook eigenlijk een raar amendement. Dan moet je gewoon voorstellen om het van de agenda te halen: we vinden het onvoldragen, want we willen nog op een aantal punten een verdieping hebben. Wat ons betreft, ligt er een goed voorstel voor, waar we mee van start kunnen, want we lopen al achter op hetgeen we moeten doen. Dat betekent dat wij nog steeds teveel restafval per inwoner hebben. We moeten er veel harder aantrekken om die 100kg te gaan halen en uiteindelijk nul kilo. Het scheidingspercentage moet ook aanzienlijk verbeterd worden. Om nou weer een jaar te gaan wachten, dat schiet wat ons betreft niet echt op.
Daarbij komt dat wij ook wel weer bang zijn, dat wij straks in een soort verkiezingsretoriek terecht gaan komen, omdat volgend jaar om deze tijd de gemeenteraadsverkiezingen zijn en wellicht dan met allerlei overwegingen een besluit gaan nemen, waar we achteraf weer spijt van hebben. Er ligt nu een goed stuk. Laten we alsjeblieft gewoon een besluit nemen. Als we vinden dat het onvoldragen is, dan moeten we met elkaar tegen stemmen en de wethouder terug sturen om zijn huiswerk opnieuw te doen. Maar we kunnen volgens mij niet een principebesluit nemen, waardoor we uiteindelijk een jaar vertraging oplopen. Met andere woorden: wij zullen voor stemmen, we vinden het een goed verhaal. We gaan er gewoon voor. De heer Markus, CU: Zoals in de commissie al aangegeven, zijn wij zeer tevreden met de invoering van diftar. Dit in de eerste plaats, omdat uit allerlei verschillende onderzoeken is gebleken, dat diftar echt gaat bijdragen aan betere scheiding van ons afval. Dat beter scheiden is echt noodzakelijk om onze afvalstromen veel beter te beheersen. Uit onderzoek blijkt ook, het CDA gelooft er niet helemaal in en ik snap dat het om een gemiddelde gaat, maar dat gemiddeld gezien de kosten voor inwoners afnemen en dat gemiddeld gezien het scheidingspercentage fors toeneemt. Dit ten opzichte van allerlei andere onderzoeken.
Natuurlijk, de invoering van diftar zal lastig zijn en zal in het begin moeizaam zijn, daar hebben we ook op ingezet: veel communicatie en handhaving. Ik breng nog even in herinnering: toen we begonnen met het scheiden van ons plastic, hoeveel mails, telefoontjes, boze inwoners we hebben gehad, hoe rommelig het eruit zag, maar als je ziet hoe goed het nu loopt met plastic zakken, dan heb ik er alle vertrouwen in, dat diftar op die manier ook goed gaat. Zeker als we met elkaar onze rug recht houden en doorgaan op de ingezette weg. Het is wat ons betreft ook een zeer uitvoerig en goed voorbereid proces geweest. Er is nog een burgerraadpleging uitgevoerd. Er is alle tijd geweest om vragen te stellen over de invoering en over de kosten. Dat is allemaal niet gebeurd en om nu op het laatste moment te zeggen: we willen een principebesluit nemen. In onze optiek is dat uitstel waar ook afstel van komt. Dat gaat ons echt te ver. Wij willen nu zeer snel dit nieuwe beleid invoeren. Ook gesterkt door het feit, dat elk jaar waarin we een te laag scheidingspercentage hebben, we elk jaar € 4 ton aan extra belastingen kunnen betalen. Dat is ook gemeentegeld, wat we dan ook over de balk gooien, wat zonde is. 23/36
Dus wij zullen zeker tegen het amendement stemmen. Snel doorpakken nu, snel aan de gang met communicatie, met de verdere voorbereiding, zodat we inderdaad in 2023 vol gas van start kunnen gaan met het diftar systeem. Dank u wel. De heer Muis, D66: Een principebesluit klinkt als een soort van voornemen, intentieverklaring, maar eigenlijk gewoon uitstel en proberen het over de verkiezingen heen te tillen. We wachten hier al heel erg lang op met z’n allen. Al drie jaar is van alles gedaan, een rekenkameronderzoek, we hebben nog weer een jaar genomen voor een burgerpeiling. Volgens mij is het nu tijd om door te pakken. Dat zou ook het CDA aan moeten spreken. Er is een eind gekomen aan een heel lang proces. De samenleving is geraadpleegd, dus ik snap ook niet waar die twijfel vandaan komt. Ik kan me wel voorstellen, dat de bevolking progressiever blijkt te zijn, dan dat sommige partijen bij aanvang dachten. Dat is dan een mooie bijvangst, dat is mooie winst. Ik zou zeggen: doe er je voordeel mee. Maar het is nu echt de hoogste tijd om tot actie over te gaan en de hoeveelheid restafval met zijn allen heel snel terug te gaan dringen. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ja, diftar. In de commissie is mijn partijgenoot de heer Duk zeer lovend geweest over dit voorstel. Dat is een terechte conclusie, die hij heeft getrokken. Het is een heel goed voorstel. Het is doordacht.
Het is iets waarvan wij zelfs in een verkiezingsprogramma hadden kunnen schrijven; ik plagieer nu de heer Markus een beetje op het vorige onderwerp. We zijn zeer content met dit. Maar we lopen hier al jaren en jaren tegenaan. Meneer Jumelet zei het ook, meneer Muis zei het ook. Er zijn onderzoeken geweest van de rekenkamer, we hebben het zelf geanalyseerd, ik heb destijds met mevrouw Den Heijer van D66 nog iets geroepen over het eerlijke verhaal, het traineert, het duurt, het duurt, het duurt. Feit blijft gewoon, dat wij als Lansingerland één van de slechtste jongetjes van de klas zijn als het aankomt op afval. We leveren veel te weinig in. Zoals ook de heer Markus al zei, dat zorgt ervoor dat de afvalstoffenheffing steeds hoger gaat worden. Als wij nu hier geen keuze maken, daar hebben de 63.000 inwoners in deze gemeente last van. Vervolgens vraagt het CDA ons om het nog een keer op de lange baan te schuiven, waardoor we eigenlijk een principebesluit nemen. Ik ben heel benieuwd naar het antwoord op de vraag van de heer Jumelet, want ik denk ook dat het niet kan. Volgens mij neem je een besluit of je neemt geen besluit. Als het CDA van mening is, dat het besluit anders moet worden, dan zou men volgend jaar of op een later moment weer gewoon een nieuw voorstel moeten indienen, dus ik ben benieuwd naar het antwoord. Laten we een besluit nemen.
Laten we diftar nu eindelijk gaan invoeren. Ik vind de toelichting van het CDA op zich wel curieus. Als we kijken naar de eerste bullet en de tweede bullet, ja, dat klopt inderdaad. Daar kan je geen speld tussen krijgen. Bij de derde bullet denk ik dat het CDA de inwoners van Lansingerland onderschat. Juist omdat we er al zo lang mee bezig zijn en juist omdat we al zo lang praten over dit verhaal, het is heel vaak in de Heraut geweest en in andere kranten, denk ik dat de inwoner van Lansingerland heel goed heeft kunnen bepalen wat haar of zijn mening is over dit onderwerp. Nu aangeven: wij denken dat de inwoners van Lansingerland geen goede keuze heeft gemaakt. Ik denk dat dat niet goed is. Als de heer Omtzigt van het CDA ons één ding heeft geleerd, is dat je juist moet luisteren naar je burgers. Het CDA moet luisteren naar het signaal dat de burgers hebben afgegeven en nu niet roepen: wij denken dat ze dat niet goed hebben gedaan. Dat is wat de heer Omtzigt ons geleerd heeft. De vierde bullet: ja, het is goed mogelijk dat ondanks het scheiden van afval dat onze inwoners toch een hogere eindafrekening gepresenteerd gaan krijgen. Daar denk ik niet in, maar goed, het is mogelijk. Echter, wat weten we wel zeker? Als we geen diftar gaan invoeren, dan is het zeker dat de burgers een hoger tarief gaan krijgen.
In het kader daarvan zeg ik: laten we dit amendement afwijzen en laten we het voorstel aannemen. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook wij zijn zeer positief gestemd over het voorstel, dat er nu ligt, voor het afvalbeleid. De keuze voor diftar van het college is heel bewust. Een duidelijke stap-voor-stap aanpak met de mogelijkheid om het beleid verder uit te bouwen. Tussentijd zijn evaluaties ingebouwd. Een hele duidelijke toelichting ook op schrift, maar ook door de wethouder tijdens de commissie over de communicatie. Parallel beleid om eventueel negatieve gevolgen van het beleid te verminderen. En ook bewustwordingsprogramma’s. Ook wordt heel duidelijk aangegeven hoe de kosten beheersbaar gehouden kunnen worden voor de gemeente, maar ook voor de burgers. De burgers zijn geconsulteerd en ze hebben zich voor deze optie uitgesproken. De wethouder heeft ons ook verzekerd dat kwetsbare burgers, ouderen met een beperking of een kleine beurs ook gefaciliteerd zullen worden. Wat wil je nog meer, zou je denken. We begrijpen dus absoluut inhoudelijk niet dit amendement van het CDA. Het lijkt een politieke zet richting de coalitiegenoten of ik weet niet tegen wie. Het leidt tot verschuiven van een heel belangrijke beslissing tot na de verkiezingen met alle gevolgen van dien. Een nieuwe wethouder, of de oude, dat weet ik niet, maar een nieuwe wethouder wordt daarmee verrast.
Het is nu goed doorwrocht, we moeten nu gewoon doorpakken en diftar invoeren. Dat heeft een aantal andere fracties ook heel helder verwoord. Die wurggreep, waarin het CDA graag blijft zitten op dit dossier en op een aantal andere dossiers, dat pakt uiteindelijk nadelig uit voor de inwoners. Dat moet nou maar eens een keer ophouden. De heer Muis zei het ook heel mooi: de bevolking is progressiever dan het CDA denkt. Daar wilde ik mee afsluiten. Dank u wel. 24/36
De heer Blonk, L3B: Op de oude voet doorgaan met het ophalen en verwerken van ons huishoudelijk afval, dat kan niet. Naast de stijgende kosten die wij moeten betalen voor het verbranden van ons restafval, is de rijksbelasting van elke ton restafval, die verbrand wordt, enorm gestegen. Van € 13,21 naar € 32,63 per 1.000 kg restafval. Voor onze gemeente is dat inmiddels opgelopen tot € 390.000 in 2020. Dat wordt bij ongewijzigd beleid de komende jaren nog veel meer. We moeten dus iets doen. Nascheiding heeft onze echte voorkeur, maar bij monde van wethouder Fortuyn van een tijd geleden heeft de AVR aangegeven de komende jaren geen capaciteit te hebben voor nascheiding van restafval en PMD uit Lansingerland. Dat is heel jammer. Omgekeerd inzamelen doen we al bij flatgebouwen, appartementen en in nieuwbouwwijken met grondgebonden woningen. Maar om dat bij bestaande grondgebonden woningen te doen en de bewoner zo’n 200 meter laten lopen met de zak restafval naar een ondergrondse container is niet klantvriendelijk en vervuiling van GFT, PMD en papier met restafval zal dan erg groot zijn. Dus die service bij het ophalen van vuil aan huis moet blijven zoals het nu is. Dan blijft er diftar over. Ik heb zorgen geuit over de vervuiling van GFT, PMD en papier met restafval. Ik heb daar schriftelijke vragen over gesteld.
Ik ben tot de conclusie gekomen, dat in de eerste twee jaar menskracht en financiën zijn geregeld voor dit probleem. De jaren 2023 en 2024 gaan geëvalueerd worden begin 2025. Dan gaan we kijken n.a.v. die evaluatie hoe we daarmee verder gaan. Maar ik ben wel kritisch geweest. L3B heeft pas vlak voor de commissievergadering van 9 maart het uiteindelijke standpunt bepaald. Het allerbelangrijkste is dat L3B heeft geluisterd naar wat de bewoners hebben aangegeven in de representatieve inwonersraadpleging. Het niet alleen luisteren, maar ook handelen naar de meerderheid van de bewoner, wat bewoners aangeven, dat is voor L3B een basisprincipe. Daar handelen we nu ook naar. Nu het uitstellen en doorschuiven, het amendement van het CDA. In coalitieverband hebben wij de afgelopen twee jaar regelmatig overleg gehad over het afvalbeleid. Afgelopen maandagavond nog. En dan komt er gisteren, als een konijn uit de hoge hoed, dit amendement. Het CDA van de hashtag #nudoorpakken, zie ik op 10 maart de paginagrote advertentie van de CDA lijsttrekker Wopke Hoekstra in de landelijke dagbladen. Dus nu doorpakken. Daar zie ik bij dit belangrijke dossier bij de lokale CDA-fractie weinig van terug. Nu doorpakken. Uiterlijk over 10 maanden een definitief besluit nemen, geeft het CDA aan. Het is allemaal complex in de uitvoering.
Als je die complexiteit in een half jaartje kan oplossen, daar gelooft toch niemand in, als het echt zo complex is. Vergeet het maar, dat ga je pas oplossen in de praktijk. Dus zegt de fractie van L3B: nu doorpakken. Wij zullen tegen het amendement stemmen en voor het voorstel. Tot slot heb ik nog een vraag voor de programmawethouder duurzaamheid de heer Van den Beukel. Hij weet, dat diftar financiële kanten heeft, dat weet iedereen. Maar hij weet ook heel zeker, dat het ook heel veel duurzaamheidsaspecten in zich heeft. Hoe kijkt hij, als programmawethouder duurzaamheid, tegen diftar aan? Dat zou ik graag van hem horen. Niet van wethouder Fortuyn, die over dit onderwerp gaat, maar ik wil het zien vanuit de hoek van duurzaamheid, van de programmawethouder duurzaamheid, hoe hij daar in zit. Dank u wel. De voorzitter: Ik geef u aan, dat het college niet uit twee wethouders bestaat, maar dat elke wethouder alleen namens het college spreekt. Voor alle duidelijkheid. De heer Blonk: Ik zou het toch graag van wethouder Van den Beukel willen horen. De voorzitter: Uw oproep was helder. De heer Machielse, VVD: De heer Jumelet noemde het een goed verhaal, het voorstel van het college. Als er één ding is wat ik heb geleerd in de afgelopen jaren als raadslid, is het dat ieder goed verhaal vaak twee kanten heeft.
Er kunnen veel aanknopingspunten in zitten voor verbetering van beleid en toch zitten er vaak risico’s in en negatieve kanten aan beleid. Het is dan ook niet nieuw dat wij de afgelopen commissie ruimte vergadering onze zorgen hebben geuit over de voorgestelde invoering van diftar. De VVD blijft geloven in een brede inzet aan maatregelen met als ultieme optie natuurlijk nascheiding, wat voor ons de enige optie blijft voor de lange termijn. Het college heeft ons aangegeven, dat het simpelweg niet kan nu. Dan moeten we realistisch zijn en ook kijken naar wat wel kan. Want niets doen is geen optie. Invoering van diftar zal niet gepaard gaan zonder, hoe zal ik het noemen, hobbels. De risico’s op vervuiling van andere afvalstromingen, de invoeringskosten, de privacy van de gechipte containers en alle andere voorbeelden, die ik nog kan noemen, baren ons toch grote zorgen. We begrijpen heel goed, dat het CDA voorstelt om daar nog eens nader naar te kijken. Om die complexiteit van de invoering nog eens tegen het licht te houden en overwogen een raadsbesluit te nemen als we weten wat het betekent om het in te voeren. Wat we ook hebben gemist bij de bespreking in de commissie was dat kostenaspect. Niets doen, gaf de heer Blonk o.a. in zijn bijdrage aan, maakt sowieso de kosten hoger voor je inwoners.
Maar als ik het snel uitreken, dan kost een ton aan afval verbranden met de huidige belasting ongeveer evenveel als wat de invoeringskosten van diftar zijn per huishouden in het eerste jaar. Ik weet, een vergelijking die compleet mank gaat op structurele kosten, maar ook de invoering van dit voorstel is niet zonder kosten. Dus we zijn erg benieuwd naar wat de lasten uiteindelijk gaan worden voor onze inwoners. Een variabel tarief valt of staat met het tarief zelf. Daarom wil ik toch aan de wethouder vragen om nog eens scherp te kijken naar het voorstel van het CDA. Als het niet kan, wat een aantal raadsleden aangeeft, om een principebesluit te nemen, dan horen we dat natuurlijk graag, maar wij voelen echt wel wat voor het overwegen van hoe die invoering gedaan moet worden, welke tarieven daar aanhangen en hoe we dat echt aanpakken naar onze inwoners toe. Want laat helder zijn: de burgerpeiling, die is uitgevoerd, moet richtinggevend zijn voor het afvalbeleid. Daar zijn wij zeker niet tegen. Maar in de burgerpeiling waren de tarieven niet bekend. Was niet bekend hoe het exact 25/36
zou gaan werken voor de inwoners. Dus het is best mogelijk, dat er nog nieuwe inzichten uit komen, maar dat horen we graag nog van de wethouder. Daar wilde ik het in de eerste termijn bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Ik bespeur, dat u uw best doet, maar dat lukt nog niet zo goed, om het kort te houden. Wij stomen in razend tempo op een tweede avond af. Om 23.00 uur heeft u vier uur vergaderd, dan ga ik u vragen of u door wilt gaan. Dat is op voorwaarde, dat er dan uitzicht is op een korte verlening. Anders gaan wij door. De griffier gaat aan de leden van het presidium even een appje sturen of dat morgen of maandagavond wordt. Ik vraag de leden van het presidium even uw appje in de gaten te houden. Ik verzoek u echt met klem: houd het korter, want anders komen wij terug. Ik sta geheel tot uw dienst, zowel morgenavond als maandagavond. Dat weet u. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Ik zal het kort houden. Vanuit het college willen wij het voorstel, zoals het nu op tafel ligt, en het besluit, daar houden wij aan vast. Met andere woorden: het amendement van het CDA ontraden wij u. Met de vraagstelling van meneer Machielse m.b.t. tarieven: dat heb ik in de commissie ook uitgelegd. Uiteindelijk komt de kostenstructuur, wat variabel en wat niet variabel is, in een voorstel naar u toe. Dat komt in december, wanneer de tarieven door u als gemeenteraad worden vastgesteld.
Dan worden ook de tarieven vast gesteld: wat is variabel en wat is vast. Dus in die zin heeft u nog volop invloed over dat effect. Uitstel en niets doen is geen optie. Daarmee denk ik, dat ik de zaak toegelicht heb. Er is veel over gesproken, er is twee jaar over gedaan. Ik zou graag willen dat er een besluit komt bij meerderheid, het liefst unaniem, want het gaat hier wel ergens over. Dit raakt de samenleving, maar ook op positieve wijze. We hebben het uitvoerig kunnen bespreken in de afgelopen commissievergaderingen. In die zin zou ik graag de beantwoording hierbij laten. Er stond nog één vraag open, misschien dat u die kan beantwoorden: of een principebesluit überhaupt mogelijk is. Dat gaat mijn petje te boven. Wellicht dat u daar een antwoord op heeft. Aldus. De voorzitter: Ik kan u zeggen, dat dit amendement gewoon getoetst is door de griffie. De griffie heeft het amendement goed bevonden, dus kan het, is mijn simpele conclusie. Voor de tweede termijn vraag ik wie dringend behoefte heeft aan een tweede termijn en ook echt wat toe te voegen heeft even hun handje op te steken. Dan inventariseer ik dat. De heer Ruitenberg, de heer Machielse, de heer Blonk, de heer Markus. De anderen niet. Mochten zij toch wat willen zeggen, kunnen zij dat via een interruptie doen. Tweede termijn De heer Ruitenberg, CDA: Ik kan tellen, dus ik weet hoe dit voorstel gaat eindigen.
Het hoeft helemaal geen uitstel te betekenen, laat ik nog een keer duidelijk zijn. Nog steeds is ook in ons amendement het eindpunt 1 januari 2023. Er is alleen nog een tussenmoment ingevoegd, waarin je alle uitvoeringsconsequenties nog eens goed tegen het licht houdt. Ik denk dat dat heel goed is, om dat te doen. Er zijn heel veel variabelen. Hoe hoog maak je dat variabele tarief nu precies wel en niet. Ik hoor de wethouder zeggen: dat doen we bij de tarieventabel in december 2022. In januari 2022 ga je dan het tarief vast stellen voor 1 januari 2023. Dat is best kort. Misschien dat je het al een beetje weet bij de begroting, maar dan nog steeds. Ik denk dat het beter is om dit soort keuzes met allerlei variabelen, die je erin kan zetten, ga je voor een hoog variabel tarief of voor een lager tarief, wat doet dat dan precies met het gedrag van mensen? Al dat soort vraagstukken zijn nog niet op tafel geweest. We hebben het alleen maar over het principe, dat je verschillende prijzen wil, maar hoe heftig je dat instrument in wil zetten, dat is nog niet op tafel geweest. Dat lijkt me bijzonder cruciaal. Net als heel veel andere uitvoeringsdingen. Het staat er nu heel algemeen: ja, we doen iets met minima, ja, er komt iets voor mensen met een medische aandoening.
Maar hoe dan precies, zonder dat dat ervoor zorgt dat mensen gratis hun afval mee geven aan minima en dergelijke, dat is helemaal nog niet uitgewerkt. Wij denken dat het heel goed is om dat wel eerst te doen. Maar nogmaals, ik kan tellen. Dat is helder. Ik hoop natuurlijk van ganser harte. Mevrouw Verhoef: Ik heb een vraag. De heer Ruitenberg vindt deze nota van uitgangspunten eigenlijk heel vaag. Maar dat vond u bij de uitgangspunten voor de woonvisie eigenlijk niet. Ik begrijp het niet helemaal. De heer Ruijtenberg: Ik heb eigenlijk dezelfde vraag als mevrouw Verhoef. Aan de ene kant hebben we een nota van uitgangspunten. Daarvan zegt het CDA: dat vinden wij prima, het hoeft niet aangescherpt te worden. Aan de andere kant hebben we hier een nota van uitgangspunten en daarvan zegt de heer Ruitenberg: dat kan niet, je moet het van tevoren scherp stellen. Dat vind ik bijzonder. Eigenlijk dezelfde vraag als mevrouw Verhoef. De heer Ruitenberg: Er is één heel kenmerkend verschil. Dit is geen nota van uitgangspunten. Dit is het beleid, wat in principe niet meer terugkomt. Het woonbeleid, dat was een nota van uitgangspunten en het woonbeleid gaan we later nog een keer vast stellen, dus dat komt over een tijdje nog een keer terug bij ons. Hetzelfde gold ook voor de mobiliteitsvisie. Dit was een aantal uitgangspunten en het komt nog een keer terug.
In principe komt dit nooit meer terug in deze raad, los van het vraagstuk over privacy en los van de tarieventabel 26/36
vlak voor de invoering. We gaan nu al deze dingen doen en het komt niet nog een keer op tafel. Dan zeggen wij: wij vinden dat er nog een tussenstap tussen moet zitten. Wij denken echt dat dat verantwoord is, hoe je dit moet doen. Het is echt een groot vraagstuk. Nogmaals, ik hoop echt dat ik geen gelijk heb, dat meen ik van ganser harte. Dat het geen chaos wordt of dat er rariteiten uit komen, maar ik vrees het wel. Daarom denken wij dat het goed is om die tussenstap erin te zetten. Laat ik ook helder zijn: het amendement zal het waarschijnlijk niet halen, tenzij ik met deze tweede termijn ineens een aantal mensen heb overtuigd om toch tegen de fractiediscipline in te stemmen. Dat zou leuk zijn. Maar als het het niet haalt, dan zullen wij niet voor het voorstel stemmen zoals het er nu ligt. Dan weet u alvast, dat wij stemming wensen. De heer Markus, CU: Heel kort. Waar ik een beetje van baal in deze discussie, is dat er allerlei thema’s op tafel worden gelegd, waarvoor we twee jaar lang de tijd hebben gehad en dat het nooit gebeurd is. Dat vind ik echt raar en vreemd. Ik hoop, dat we nu goed en snel met elkaar een besluit kunnen nemen. Laten we nu met elkaar de boel oppakken en verder gaan.
Dat wil ik toch nog even kwijt in deze termijn, omdat het lichtelijk irriteert, dat het nu opeens boven tafel komt, door VVD en CDA, terwijl ze daar tijd zat voor hebben gehad in de afgelopen jaren. De heer Blonk, L3B: Eén conclusie, ik heb geen vraag, maar ik concludeer dat wethouder Van den Beukel via wethouder Fortuyn aangeeft, dat hij het niet eens is met zijn eigen CDA fractie. Dank u wel. De heer Machielse, VVD: Kort. Ik wil de wethouder bedanken voor zijn beantwoording. Dat wist ik, omdat we het er in de commissie over hebben gehad. Maar laat helder zijn: wij hebben eerder gezegd, dat de burgerpeilingen richtinggevend moet zijn voor het nieuwe afvalbeleid. We zijn voornemens ons daar onszelf aan te houden, maar wij gaan ook heel scherp zijn op de uitvoering, want onze zorgen zijn niet weg en niet minder geworden, dus wij kijken wel reikhalzend uit naar die invoering en hoe het college daar naar gaat kijken en natuurlijk de evaluatie na een paar jaar, want de optie die wij echt willen voor de langere termijn is nog niet uit het zicht, daar zullen we aandacht voor blijven vragen, daar kunt u op rekenen. Dank u wel. Wethouder Fortuyn: Ik houd het ook kort. Wat gezegd is in een eerdere fase: het gaat hier over kostenbeheersing. Er zat een staatje bij, wat de voordelen ervan zijn.
Het gaat hier om kostenbeheersing en ik denk dat ik iedereen steun, die voor het collegevoorstel gaat stemmen. Ik denk dat we in de raad nu moeten doorpakken. De voorzitter: Dan gaan we over tot de stemming. Als eerste stemmen we dan over het amendement, ingediend door de heer Ruitenberg, het principebesluit over afvalbeleid. Ik vraag u of u stemming wenst. De heer Ruitenberg: Zeker. De voorzitter: Dan gaan we stemmen. Ik open de stemming. U kunt stemmen. We missen nog meneer Erwich en mevrouw Gielis. Mevrouw Gielis: Het nummer van het voorstel? De voorzitter: We stemmen over het amendement, het principebesluit over afvalbeleid. In uw agenda is dat 8.c.1. Mevrouw Gielis: Ja, ik heb hem. Als het goed is, is die binnen nu. De voorzitter: Ja, die is binnen. Dat betekent dat ik de stemming sluit. Er zijn 12 stemmen voor uitgebracht en 18 tegen. Het amendement is daarmee verworpen. De voorzitter: Dan gaan we stemmen over het voorstel zelf, het afvalbeleid. Dat is agendapunt 8.c. Is hierover stemming gewenst? De heer Ruitenberg: Jazeker. De voorzitter: Dat had u al aangekondigd. We gaan over tot stemming. Ik open de stemming. U kunt stemmen. De heer Muis missen we nog. De heer Muis: Ik heb al een paar keer voor gestemd. Ik weet niet wat er gebeurt. Ik ben voor in elk geval. De voorzitter: U heeft voor gestemd, dank u. Dan sluit ik de stemming.
Er zijn 25 stemmen voor uitgebracht, 5 tegen. Daarmee is het voorstel aangenomen. 8.d Huis van de Samenleving De voorzitter: De wethouder en mevrouw Bouman hebben het al over de papierwinkel gehad, het is bij mij niet anders. Er is een amendement ingediend door de fractie van D66. De heer Jonker, D66: D66 heeft heel lang intern overlegd over dit voorstel. Zoals al in eerdere besprekingen is gewisseld, hikken we heel erg aan tegen de totale omvang. Ook de aard van de activiteiten. Tegelijkertijd hebben we dankbaar kennis genomen van de aanvullende informatie, die weliswaar geheim, met ons is gedeeld, waardoor we een beter beeld kregen van zowel de activiteiten als de totale omvang. Af en toe bij de werkzaamheden vonden we het niet helemaal klinken als het Huis van de Samenleving, als je sommige dingen las die er moesten gebeuren. Veel techniek en dat soort zaken. Maar na rijp beraad en lang overleg hebben we toch besloten om het voorstel te steunen en ons amendement niet in te dienen. Daarom trekken we het bij deze in. De voorzitter: Dat scheelt in ieder geval in tijd, heb ik zomaar het vermoeden. U trekt het in. Daarmee kijk ik even of bespreking nog noodzakelijk is. We bespreken het in principe, omdat er een amendement 27/36
is ingediend. Ik ga proberen met u een snelle eerste termijn ronde te maken, waarin u een kort statement kunt maken over het voorstel. Dan proberen we zo snel mogelijk naar de stemming te gaan. De heer Ruijtenberg, GL: De actie van D66 verrast en verbaast mij een beetje. Wij waren namelijk van plan om dit amendement te steunen. We hadden het niet mede ingediend, omdat wij hoopten dat de partijen transparantie zouden betrachten. Wat de heer Omtzigt ons geleerd heeft, is dat de overheid transparant moet zijn, te allen tijde namelijk. Maar er is een andere keuze gemaakt hier. We hadden het gesteund. Wij zijn namelijk van mening, dat het bedrag van € 5 ton, dat uitgetrokken wordt hiervoor, nogal vrij hoog is. Wij zijn van mening, dat het voor een lager bedrag kan, dat er gekeken moet worden naar circulariteit, dat je nu dingen kunt reserveren en dat je in eerste instantie veiligheid zou kunnen uitvoeren en dingen die te maken hebben met ergonomie (..). De voorzitter: U heeft uw microfoon uit gezet. De heer Ruijtenberg: Ja. Per ongeluk, denk ik. Wij waren zelf van mening, dat we dit wilden steunen, want wij denken dat het goedkoper kan. We hadden het ons ook nog voor kunnen stellen, dat je het in twee stappen doet. Dat je nu eerst een bedrag uitgeeft, dat echt noodzakelijk is voor ergonomie en voor veiligheid en dat je op een later moment gaat kijken of het echt wel nodig is.
Een aantal bouwkundige kosten, die erin zitten, zijn nogal fors, denken wij. Maar we hebben nu eigenlijk niets om te bespreken, want er is geen amendement om iets te doen. Ik wil in ieder geval gezegd hebben, dat we dan in ieder geval een stemverklaring gaan uitbrengen. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Voor onze fractie was het een hamerstuk. Het amendement hadden we niet gesteund. Er is heel duidelijk uitgelegd waar het om te doen is: veiligheid, ARBO-aanpassingen en ook voor een deel een betere dienstverlening en daar hoort ook een bepaalde aankleding bij, omdat het inderdaad het Huis van de Samenleving is. Daar mag het ook fijn vertoeven zijn. Er staat dat niet tot op de laatste euro het bedrag opgesnoept gaat worden, als het voor minder kan, kan het voor minder. Het gaat over afschrijven over vele jaren, dus dat is te behappen. We hadden het amendement niet gesteund. Wat ons betreft, was het ook niet op de agenda gekomen. Dank u wel. De heer Van Doorn, L3B: Dit is even een verrassende wending. In lijn met de commissiebehandeling hadden wij het amendement niet gesteund. Dat wil niet zeggen, dat we er lichtzinnig naar hadden gekeken, want de geschiedenis leert dat L3B per definitie kritisch is op investeringen in het gemeentehuis. Dat wij met het voorstel zouden meegaan is niet een vanzelfsprekendheid.
Wat we nog wel mee willen geven: omdat wij constateren, zoals net de PvdA dat net al keurig aangaf, dat nut en noodzaak is aangetoond om op veilige, gezonde en gastvrije wijze ons personeel te kunnen huisvesten en gasten te ontvangen, maar we gaan er als fractie wel van uit, dat het gezien de forse financiële uitdagingen, die voor ons liggen, het college er alles aan gaat doen om de daadwerkelijke kosten zo laag mogelijk te houden. Daar wilde ik het bij laten. De heer Van Santen, VVD: Het was voor ons geen hamerstuk, ook als er geen amendement was geweest. Dat bleek toch wel uit de bijdrage in de commissie. Er is gevraagd om een specificatie, zodat we ons oordeel konden geven. Die hebben we gekregen. Er zijn ook nog technische vragen gesteld door het CDA, wat nog meer licht op de zaak heeft gebracht. Het ging er ons om, dat het vooral gaat om de noodzakelijke investeringen uit veiligheidsoptiek. We vinden het in deze tijd, laten we daar heel eerlijk over zijn, heel moeilijk om zo’n groot bedrag aan het gemeentehuis weer te verbouwen, aan de hal, terwijl we gisteren hebben gehoord hoe de financiële situatie van de gemeente is. Daar hebben wij echt wel moeite mee. Aan de andere kant: als zaken noodzakelijk zijn vanuit veiligheidsoptiek dan heeft dat toch bij ons voorrang, als we eraan denken dat er iets fout gaat, omdat we de investering niet hebben gedaan.
We hebben begrepen uit de antwoorden op de technische vragen, dat het overgrote deel voor die veiligheid is. Daar vertrouwen wij op, dat dat correct. Rest mij eigenlijk een beroep te doen op de wethouder Fortuyn van L3B, en ik hoorde de heer Van Doorn dat ook al zeggen, om zeer kritisch te kijken bij de aanbesteding en aanschaf van zaken. Wethouder Fortuyn heeft al gezegd: ik denk dat het wel lager kan, eerder deze vergadering. Dat zou ik heel mooi vinden. Wat ons betreft soberheid in deze financieel moeilijke tijden is het devies. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: Ik had hetzelfde als meneer Van Santen. In de commissie konden we het onderwerp niet afmaken, we moesten vandaag verder gaan. Daar kwam het op neer, want er was gewoon te weinig bekend. De kostenspecificatie, daar heb ik vragen over gesteld. Ik dacht: laat ik het toch een keer proberen, omdat er in de commissie al diverse keren om gevraagd is. Het overgrote deel van de begroting van het voorgestelde bedrag zou noodzakelijk zijn voor de eisen op het gebied van veiligheid, ergonomie en informatieveiligheid. Het had in de commissievergadering anders gemoeten, we zijn eigenlijk op het verkeerde been gezet. We spraken over het Huis van de Samenleving, we hebben daar een keer een budget van € 50.000 voor vrij gemaakt. Er zou nog een plan komen, hoe dat verder ingevuld zou worden.
En wat krijgen we terug? Een ontwerp met de vraag om een budget beschikbaar te stellen voor met name investeringen op het gebied van veiligheid en dergelijke. Dus we werden op het verkeerde been gezet en daarvoor verliep de commissievergadering eigenlijk een beetje rommelig, was de wethouder ook niet even blij en wij ook niet. Wij zijn voor goede dienstverlening in een veilige 28/36
omgeving. Maar we willen ook, dat ons gemeenschapsgeld goed uitgegeven wordt. Daar wringt het een beetje. GL had graag de boel open gegooid, ik snap dat. We hebben de begroting gezien allemaal en de wethouder heeft er wat van gezegd, dat is op zich wel fijn. Hij zei: het kan scherper, ik ga me er zelf mee bemoeien. Hij zegt ook: ik ben ondernemer geweest, ik heb tijdig mijn enveloppenfabriek verkocht. Hij weet ook hoe dingen gaan, dus ik hoop dat we bij die voorgestelde investering echt kijken naar wat noodzakelijk. Ik zou ook de wethouder willen vragen: houd het nog eens tegen het licht. Misschien een tweede raming. Zijn deze voorzieningen voor veiligheid nodig? Kan het niet anders en minder, maar wel met de goede veiligheidseisen. Misschien dat een tweede bedrijf er even zijn licht tegen aan houdt. Geld is geld. Onze burgers kijken naar het gemeentehuis, dat al heel wat geld gekost heeft. Net als meneer Van Santen zei: er moet bezuinigd worden, we moeten voorzichtig zijn met het geld. Daarom ook een dringende oproep aan de wethouder: ga kijken of het voor minder kan. Graag een terugrapportage. Misschien dat we dan tot de conclusie kunnen komen, dat we de wethouder een compliment kunnen geven, omdat het voor een aanzienlijk lager bedrag uitgekomen is. Dat zou ik eigenlijk willen. Dank u. De heer Hoek, WIJ: Misschien moeten we er wel een principevoorstel van maken.
Ik ben het wel eens met de heer Ruijtenberg, die zegt: misschien moeten we wel een knip maken in het Huis van de Dienstverlening en het Huis van de Samenleving. Hoewel mijn vrouw 20 jaar geleden wel heel erg raar keek, toen ik haar een principe huwelijksaanzoek deed, maar dit terzijde. Maar daar gaat het een beetje over. Kiezen we nou voor een Huis van de Samenleving of een Huis van de Dienstverlening. Bijgevoegde stukken lezend concludeer ik, dat het nog steeds om het Huis van de Samenleving gaat. Het krediet, dat nu gevraagd wordt, gaat met name om veiligheid, ARBO dienstverlening en een aantal voorzieningen die het mogelijk maakt om in de toekomst het Huis van de Samenleving te realiseren. Zo lees ik het. Dat kost € 500.000 (…). Daar moeten we nog de € 50.000 bij optellen, die we daar al eerder voor hebben uitgegeven. Om dit huis geschikt te maken (…). Klopt dit, is mijn vraag. Uiteraard hebben we geld over voor veiligheid en ons personeel moet op een veilige manier kunnen werken, ARBO-technisch verantwoord, daar mag je nooit op bezuinigen. Dus laat dat duidelijk zijn. Maar dan is de cruciale vraag: moet dit € 550.000 kosten? Ik bedoel dit: je kan iemand achter kogelvrij glas zetten, maar je kan ook een muurtje metselen. Er zijn vele gradaties mogelijk. Gisteren tijdens de beeldvorming omtrent de kadernota kwam aan de orde, dat de coalitie op afspraken kan terug komen.
Dat was een heel duidelijk item. Ik was er ook verbaasd over. Mijn vraag is: moet dit niet zo’n afspraak zijn? Dus terugkomen op het Huis van de Samenleving, juist omdat we onder enorme financiële druk staan. Ook misschien wel, omdat we onlangs hebben ingestemd met de realisatie van Blok B. Moeten we niet gewoon zeggen, dat Blok B ons Huis van de Samenleving wordt? En dat het gemeentehuis gewoon bedoeld is voor de reguliere gemeentehuistaken. Het gaat uiteindelijk om gemeenschapsgeld. Het gemeentehuis heeft al bijzonder veel gekost (..). Het bestaat 9 jaar, de gevels zijn vervangen, de invalidelift is aangepast. Ik vind het legitiem om te zeggen: laten we dat nog eens heroverwegen. Nogmaals, ik heb blaren op mijn tong van de discussie vorige week over een beachvolleybalveld, maar dat ging over een bedrag van € 10.000. Iedereen moest weten wat er nou precies van betaald werd, hoe duur iets was. En we gaan nu € 550.000 uitgeven zonder dat we eigenlijk weten of dit nou een reële prijs is, of dit allemaal reëel is, en of (…..). Om het een Huis van de Samenleving te laten worden, dat is nog meer investeren in dit verhaal. Het lijkt me dus niet vreemd, dat wij willen weten wat we voor die € 550.000 precies gaan doen, of het niet goedkoper kan en of dit het is en of er straks mogelijk nog een aanvullend krediet komt.
Ik zou in overweging willen geven om Blok B het Huis van de Samenleving te laten zijn. Dank u wel. De voorzitter: Uw microfoon had moeite uw tempo bij te houden, maar op die manier houdt u het wel kort. Ik denk overigens wel, dat u voor iedereen te volgen was. De heer Lieverse, CU: Ik kon meneer Hoek niet overal verstaan, maar ik heb wel begrepen, dat hij een paar originele opmerkingen maakte. Over wat Blok B ook zou kunnen betekenen op dit vlak enzovoorts. Nu het amendement van tafel is, rest ons nog één punt te benoemen. Dat is de communicatie naar inwoners. Daarom zijn wij wel tevreden, dat we in deze vergadering niet ingaan op detailniveau, op wat deze verbouwing allemaal zou gaan betekenen. Als we het over de details zouden gaan hebben, over het aantal stoeltjes bij de leestafels e.d. zou het het risico hebben, dat we in een frame komen, dat mensen zouden kunnen gaan denken: is het allemaal wel even belangrijk? Of is het alleen maar een kwestie van opleuken? Wij zijn er inmiddels van overtuigd door de goede rapportage die we gekregen hebben inclusief de geheime bijlagen, dat het wel degelijk belangrijk is. Het gaat niet alleen om de dienstverlening voor onze inwoners, het gaat ook om de medewerkers zelf. Ook medewerkers, die er werken, zijn onze inwoners. Dus de aspecten van veiligheid, ergonomie, de vluchtroutes enzovoorts, wij zijn daar heel tevreden over.
Tot zover onze ingekorte bijdrage. Wethouder Fortuyn: Dank u wel, raadsleden voor uw inbreng. Ook mij verraste dit, maar aan de andere kant: ik ben wel blij dat het weg is. Ik dank de heer Jonker, dat hij hier een streep doorheen gehaald heeft. Ik denk dat we met zijn allen over de inhoud het wel eens zijn. De uitvoering en de euro’s, daar zijn vraagtekens bij te plaatsen. Dat had ik al in de commissie ook aangegeven, dat ik daar mijn bemoeienis zal aanwenden. Ik weet net als u wat de opgave is het komende jaar en jaren m.b.t. eventuele bezuinigingen. Weet, dat ik het inderdaad als doel stel om het goedkoper te maken en ook 29/36
doelmatig te maken. Niet teveel franje, we moeten het sober doen, maar weer niet zo sober dat het zijn doelmatigheid voorbij schiet. Dan kom ik terug op de term Huis van de Samenleving. Dat is geboren, dat punt wil ik wel maken, dat wij willen aangeven als bestuur, als ambtelijk apparaat, dat wij er zijn voor de samenleving en niet andersom. Dat is eigenlijk de reden, waarom we het het Huis van de Samenleving noemen. Als het terug gaat naar het technocratische en we zeggen Huis van de Dienstverlening, ja, what’s in the name? Met Huis van de Samenleving willen we benadrukken, dat dit huis ook voor de samenleving is en dat wij ten dienste staan van diezelfde inwoners. De suggestie om Blok B het Huis van de Samenleving noemen: ik laat het lekker aan u over. Maar what’s in the name? Wij hebben het het Huis van de Samenleving genoemd. Nogmaals, de argumentatie heb ik mee gegeven. Hier wilde ik het bij laten. De voorzitter: Ik vraag even wie er behoefte heeft aan een tweede termijn. Ik zie niets verschijnen. Dan ga ik ervan uit, dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Dan gaan wij linea recta over naar de stemming over dit voorstel. Wenst u een stemming? De heer Ruijtenberg: Niet om stemming aan te vragen, maar om een stemverklaring af te geven. De fractie van GL wil geacht worden tegen te stemmen. Ik wil het uitdiepen als u mij het woord geeft.
De voorzitter: Is dit voldoende? De heer Ruijtenberg: Als u mij het woord geeft om een stemverklaring af te geven, wil ik graag het woord. De voorzitter: De heer Hoek ook een stemverklaring? De heer Hoek: Ja, dat is correct. De voorzitter: Dan doen we geen tweede termijn. De heer Ruijtenberg, GL: De fractie van GL is geacht om tegen dit voorstel te zijn. Niet omdat wij tegen een aanpassing van het Huis van de Samenleving zijn. Ook wij erkennen, dat het broodnodig is om aanpassingen te doen met name op het gebied van ergonomie en met name op het gebied van veiligheid. Wij denken alleen dat dit niet het juiste voorstel is. Zoals de heer Fortuyn kan bogen uit zijn werkzame carrière, kan ook ik zeggen, dat het mijn dagelijkse werk is om iets te vinden van kantoorinrichtingen. Van daaruit heb ik gekeken naar de stukken en kon ik niet anders dan tot de conclusie komen dan dat dit goedkoper kan. Daarom is de fractie van GL tegen dit voorstel. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Woorden van gelijke strekking. Wij hadden graag toch een knip gezien in het gemeentehuis toerusten op de juiste ARBO wet- en regelgeving, veiligheid en dat soort zaken. En later de discussie voeren m.b.t. het Huis van de Samenleving. We hebben Blok B, daar kan je prima een Huis van de Samenleving van maken.
Dat is niet what’s in the name, maar daar heb ik het daadwerkelijk over de activiteiten, die daar plaats vinden i.p.v. dan op het gemeentehuis. Vandaar zullen wij tegen stemmen. De voorzitter: Dan vraag ik u: wenst u stemming? Dat is niet het geval. Dan is het voorstel aangenomen en zijn de fracties van GL en WIJ geacht tegen gestemd te hebben. De voorzitter: De fractievoorzitters hebben het liefst, dat we de vergadering afmaken, dus ik ga u erbij helpen. Dat doe ik ook, omdat ik weet hoe het college erin zit. Dat is mijn informatievoorsprong. Ik kan u zeggen bij deze drie agendapunten zou u geen problemen moeten hebben. Niet onderling en niet met het college, dus ik ga u proberen ervan te doordringen, dat u niemand hoeft te overtuigen zozeer en dat we dan heel snel moeten kunnen afronden. 8.e Brandbrief Voortbestaan openbaar vervoer metropoolregio Rotterdam-Den Haag onder druk De voorzitter: De heer Blonk vertegenwoordigt u in de MRDH, dus ik verzoek u ook om steunend naar de heer Blonk te luisteren. De heer Blonk, L3B: De heer Muis en ik zitten in de adviescommissie vervoersautoriteit. Wij hebben verzocht dit op de agenda te zetten. U heeft dat toegestaan, dank daarvoor. Het is belangrijk om deze brief van de gezamenlijke 23 gemeenten naar Den Haag te sturen om de druk erop te zetten om meer geld over te maken voor het OV in de MRDH. Dat was het.
Ik denk dat iedereen het daarmee eens is. De voorzitter: Ik ga vragen wie het woord hierover wilt voeren of dat u hiermee kunt instemmen. Ik zie niemand. Dan ga ik direct over naar de stemming over dit voorstel. Wenst u stemming? Dan gaat u allen akkoord met het verzenden van deze brief namens de raad van Lansingerland. 8.f Motie vreemd aan de orde M2021-004 Fonds duurzaam funderingsherstel De voorzitter: Ik ga naar meneer Meester om het toe te lichten en ik ga daarna bij afwijking even naar de wethouder. Dan weet u op basis van de discussie tussen de heer Meester en de wethouder hoe daar de stand ligt. Dan hoop ik dat u er snel uit kunt komen. Een afwijking van de normale regels, maar volgens mij heeft u daar wat aan. De heer Meester, L3B: Een aantal weken geleden werd de commissie ruimte benaderd, schriftelijk, door mevrouw Van Tilburg, die aan de Rotte woont. Ze woont ook niet veraf van de A16 in aanleg en de aannemerscombinatie de Groene Boog heeft een nulmeting uitgevoerd en daarbij bestaande 30/36
funderingsproblemen geconstateerd. Mevrouw Van Tilburg heeft een aantal medestanders, die in dezelfde situatie zitten. Zij heeft ons gesuggereerd om aansluiting te zoeken bij het fonds duurzaam funderingsherstel. De Rotte loopt door in Rotterdam en ook de Rotterdammers hebben funderingsproblemen. Rotterdam is aangesloten bij het fonds duurzaam funderingsherstel. Het zou gelijke kansen geven als ook Lansingerland zich zou aansluiten. We hebben al eerder vragen daarover gesteld. In 2019 art.37 vragen. Er is ook een motie van GL, die door de raad is aangenomen in 2019 geweest. In beide gevallen heeft het college geantwoord: wij hebben eigenlijk geen concrete gevallen, dus het is op dit moment niet opportuun. Die concrete gevallen zijn er nu wel. De mensen hebben een naam, een gezicht en een adres. Wij vinden dus, dat hier een andere situatie is ontstaan en dat dat nu een ander standpunt rechtvaardigt. Samen met de heer Markus van de CU, de heer Ruijtenberg van GL en de heer Jumelet van WIJ dien ik daarom de volgende motie in. M2021-004 De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen overwegende: de overwegingen heeft u allemaal toegezonden gekregen. Verzoekt het college om vast te stellen of er onder de in de overweging bedoelde inwoners zijn die niet zelfstandig een lening kunnen verkrijgen.
Indien deze situatie zich voordoet de gemeente Lansingerland aan te sluiten bij het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. In dat geval via de geëigende kanalen aan inwoners van Lansingerland kenbaar te maken dat deze faciliteit beschikbaar is en hoe men hiervan gebruik kan maken en gaat over tot de orde van de dag. Dat is ons voorstel. Wethouder Van den Beukel: Dit gaat niet primair over de A16, daar zal ik niets over zeggen. Dank aan de heer Meester voor zijn inbreng en voor het op de agenda zetten van dit item. We hebben er in de commissie niet uitgebreid over kunnen spreken. Er is wel sprake van een briefwisseling en een motie, maar er is niet recent een debat geweest. Ik hoop en verwacht, dat ook inwoners meeluisteren, die misschien wel kampen met funderingsproblematiek. Daarom is het wel goed om de verwachtingen goed te managen en iets te zeggen over funderingsproblematiek en ook de verantwoordelijkheid van elke partij daarin. De motie is ons echt sympathiek als college en het onderwerp is belangrijk. Daarom zal ik uitleggen wat ik met sympathiek bedoel en hoe we met de motie zouden willen omgaan. Ten eerste: je zult maar in een huis wonen, waarvan de fundering slecht blijkt. Herstel kost misschien wel € 60.000. Dat bedrag of een vergelijkbaar bedrag staat ook genoemd in de brief van mevrouw Van Tilburg.
We weten ook, dat de kosten van herstel van je vloer en je keuken nog niet zijn meegerekend. Dat wordt weleens vergeten, maar het kan een hele kostbare operatie zijn. Dat is dus schrikken en zeker wanneer je vreest, dat de situatie verslechtert. Dat is ook niet altijd het geval overigens, dat een funderingsprobleem voortschrijdend is. Ik heb zelf in een huis gewoond, dat al 50 jaar scheef stond, maar stabiel scheef en dan heb je eigenlijk geen probleem. Maar als je situatie verslechtert, zoals mevrouw Van Tilburg schrijft, dan is dat natuurlijk buitengewoon serieus en buitengewoon storend en vervelend. Mevrouw Van Tilburg schrijft dat ze behoefte heeft aan een duidelijk aanspreekpunt, aan een loket, voor dit thema bij de gemeente. Dat is iets wat we kunnen doen en wat we ook zullen doen. Vervolgens wil ik drie dingen zeggen, heel basaal, over funderingsproblematiek ook in relatie tot de Rottekade. Eerst de aansprakelijkheid. Als aangetoond wordt, dat de A16 significant bijdraagt aan funderingsschade en het wordt gemonitord, zoals duidelijk is, dan is de aannemerscombinatie De Groene Boog de partij die daarvoor aangesproken kan worden ook middels een claim. Dan heeft het dus niet primair te maken met de gemeente. Meer algemeen geldt het ook als één van u last heeft van funderingsproblematiek, die te maken heeft met graafwerkzaamheden van de buurman.
Dan is het in principe een aansprakelijkheidskwestie. Het tweede: eigen verantwoordelijkheid. Er is heldere jurisprudentie over van de Hoge Raad en ook in de wet staat het met zoveel woorden: fundering is in principe een verantwoordelijkheid van de pandeigenaar en niet anders. Bijvoorbeeld bij de Rooms Katholieke kerk in Berkel, weet u, daar hebben ze meer dan € 1mln zelf opgehaald om de fundering te herstellen. Dan de gemeentelijke verantwoordelijkheid: wat is die? Dat is in beginsel een zorgplicht voor de grondwaterstand. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij het waterschap. Die zorgplicht vullen we in voor bijvoorbeeld kapotte rioleringen te repareren. Die verantwoordelijkheden wil ik scherp neerzetten om te voorkomen, dat iemand de indruk zou kunnen krijgen, dat de gemeente verantwoordelijk is voor funderingsproblematiek in alle gevallen. Dat is niet zo. Je zou kunnen zeggen: daarmee is de kous. Nee, dat zegt het college niet. Want stel dat één van de inwoners aan de Rottekade of elders in de problemen zit zonder dat een ander daaraan schuld heeft, dus zonder dat de aansprakelijkheid kan worden neergelegd bij iemand, en er financiële problemen ontstaan. Dan zou inderdaad het fonds een goede oplossing kunnen zijn. Dan zijn we er principieel echt toe bereid om toe te treden tot het fonds.
Vorig jaar stond het fonds op het punt om opgeheven te worden, omdat er in de praktijk heel weinig leningen worden aangevraagd. Nu is dat niet meer het geval. Er zijn wel maar 3 gemeenten aangesloten, waar de problematiek vele, vele, vele malen groter is dan bij ons. In Rotterdam gaat het om heel veel meer woningen dan bij ons, dan is het ook wel logisch, dat je zo’n fonds hebt ingesteld. Maar de 350 andere gemeenten zijn er allemaal niet bij aangesloten. Dat zegt wel iets. Daarom zou ik wel enkele overwegingen willen meegeven en u willen vragen of u mij daarin steunt, meneer Meester. Ten eerste: 31/36
het fonds werkt over het algemeen zo, en dat lijkt me ook verstandig, dat kunnen we zelf voor een deel bepalen als gemeente, maar het is wel een beetje een stelregel, dat er twee voorwaarden zijn verbonden aan die leningen. Ten eerste dat de problemen urgent moeten zijn, dus niet nog 10 jaar kunnen lijden. En ten tweede dat bewoners zelf niet in staat moeten kunnen zijn om de operatie te betalen en die bewijslast daarvan ligt bij de inwoners. Niet bij de gemeente. Wij kunnen niet die verantwoordelijkheid over nemen. Dat leidt er wel toe, die scherpe criteria, dat er in de praktijk dus heel weinig leningen verstrekt worden. We weten nu nog niet of die Rottekade problemen in aanmerking zouden komen voor zo’n lening. Dus is dit een oplossing voor dat probleem? Dat weten we nog niet. Ik vraag u wel de ruimte om dat eerst te onderzoeken. U zegt er ook iets over in het eerste stukje van uw dictum, maar dan gaat u alleen in op de financiële problematiek en is de bewijslast ook niet helemaal helder, of die nou bij de bewoner ligt of bij de gemeente. Ik zou zeggen: laten we onderzoeken of die problematiek bestaat, financieel, en of die urgentie daar is. Ik zou willen voorkomen, dat we een fonds optuigen, dat niet wordt benut. Ten tweede wil ik u vragen: het aansluiten bij dat fonds vraagt ook het nodige werk, bijvoorbeeld het opstellen van een regeling, communicatie.
Dat vraagt om fors ambtelijke capaciteit en die ambtelijke capaciteit is er op dit moment simpelweg niet. Elke lening bovendien kost ongeveer € 15.000 aan garantiegeld, dat is niet perse weg, dat kan weg zijn, maar niet perse, waarvoor ook geen dekking is in de begroting. Dus voor we die stap zetten, zult u vanuit uw budgetrecht sowieso eerst mij de ruimte moeten geven om het op te pakken. Dus daar hoort de stap van een raadsvoorstel tussen. Ten derde: om te bepalen hoeveel leningen we kunnen verwachten, we hebben het nu over de Rottekade, is eigenlijk eerst een gemeentebreed onderzoek nodig van enkele tienduizenden euro’s om proactief die problemen in kaart te brengen. De Rottekade is erg lang, zoals u weet. Ik weet niet hoe de situatie in Bleiswijk is op dit moment, dat hebben we niet proactief onderzocht. Pas dan, als je dat weet, weet je of je het hebt over 10 of 100 of 500 leningen, die je mag verwachten. Dus over € 150.000, € 1,5mln of € 7,5mln. Dat maakt nogal uit. Het nadeel van het uitvoeren van zo’n onderzoek is dat het misschien niet alleen geld kost, maar ook tijd, die afgaat van de urgentie die aan de Rottekade wordt gevoeld. Dat is wel een dilemma. Kortom, dan rond ik af: ik wil graag voorstellen om het vaste aanspreekpunt te creëren en goede informatie op te nemen op de gemeentelijke website, over de funderingsproblematiek.
Ten tweede: de situatie langs de Rottekade echt gaan beschouwen met die inwoners om te bekijken of een fonds passend zou zijn, een oplossing zou zijn voor hun probleem en of er niet andere oplossingen zijn, zoals die aansprakelijkheid. Ten derde: als we dat weten, dan kom ik graag bij u terug met een rapportage daarvan en, als dat een oplossing blijkt te zijn voor het probleem, met een voorstel voor een gemeentebreed onderzoek, zodat we weten hoe groot die vraag zal zijn en voor een raadsvoorstel inclusief budget voor het instellen van zo’n fonds. Als u met die interpretatie akkoord kunt gaan, en dit lijkt mij echt de goede manier om het te doen, dan zijn we het volgens mij helemaal eens. Tot zover. De voorzitter: De wethouder doet een tegenvoorstel, wat volgens mij een meevoorstel is. Als u het daar over eens kunt worden samen, dan scheelt dat enorm. De heer Meester, L3B: Ik wil de wethouder bedanken voor zijn uitgebreide exposé, dat hij gegeven heeft over de problematiek. Ik ben het ermee eens, dat het zo in elkaar zit. Wij als raad zullen aan moeten geven wat er moet gebeuren. De intentie van deze motie is om ervoor te zorgen dat de gemeente invulling geeft aan de zorgplicht ten opzichte van de inwoners. De wethouder is verantwoordelijk voor de uitvoering. De heer Van den Beukel heeft adequaat aangegeven hoe hij dat wil aanpakken. Ik ben daar best tevreden over.
Wat mij betreft, zullen op deze manier ook de inwoners aan hun trekken kunnen komen. Dank u wel. De voorzitter: Ik stel even vast, als ik het goed begrijp: meneer Meester dient de motie in. Als die wordt aangenomen, is de uitvoering zoals de wethouder die gezegd heeft. Dat is waar de heer Meester en de wethouder het over eens zijn. Ik maak een ronde langs alle fracties. De heer Van As, VVD: Het is een heel sympathiek voorstel, dat de heer Meester doet. Dank daarvoor. We hadden het beter eerst in de commissie met elkaar kunnen bespreken. Wat ons betreft was het punt: waar zouden we nu ja tegen zeggen? Het is in ieder geval een maatschappelijk probleem, problemen met de fundering. Het voormalig moeras dat ons omringt en waar wij in wonen en op bouwen. Dat is ook echt een probleem voor de mensen, die het betreft. Het gaat om je huis. Dat kan ik me goed voorstellen. Wat ik eigenlijk hoor: het voorstel dat de wethouder doet, daar kan ik mij volledig in vinden, daarmee zou de motie volgens mij niet nodig zijn. Ik hoor alleen maar toezeggingen. Ik zou willen vragen of de heer Meester misschien wil overwegen om zijn motie in te trekken en het te doen met deze toezeggingen van de wethouder. Dat zou wat ons betreft meer dan voldoende zijn. Voor ons de belangrijkste zorg, als ik kijk naar de motie, is: we weten niet wat het ons potentieel kan gaan kosten.
Wat de wethouder aangeeft, de situatie beschouwen, een loket instellen, goede info op de website, dat hij terug komt met een voorstel inclusief budget, daar kunnen we ons volledig in vinden. Zouden we de motie aannemen, zouden we voor stemmen, dan weten we gewoon niet wat het ons kan gaan kosten, want we weten niet 32/36
waar het verder nog speelt. Daar zijn we dus niet voor. Daar wil ik het bij laten. Ik hoop dat de heer Meester bereid is om de motie in te trekken en het te doen met de toezeggingen. Dank u wel. De heer Ruitenberg, CDA: Dank aan de heer Meester voor de motie. Interessant onderwerp. Natuurlijk hartstikke vervelend voor mensen, die daarmee te maken hebben. Zoals de motie er lag, dacht ik: hij is wel erg kort door de bocht. We stellen vast dat er een probleem is en dan worden we automatisch lid of we sluiten ons automatisch aan bij een fonds, zonder daarbij alle consequenties goed af te wegen en precies te weten wat het dan inhoudt. Met de woorden, zoals de wethouder die heeft uitgesproken, van: hé, we gaan het echt via een raadsvoorstel doen en alle pro’s en contra’s eens tegen het licht houden, wat kost dat ons, en dan nemen we een besluit. Dan kunnen we er wel goed mee uit de voeten. De motie in combinatie met de interpretatie van de wethouder maakt dat wij dit kunnen steunen. Ik denk dat het goed is om te beseffen, dat met de veendijken, die we behoorlijk veel hebben in Lansingerland, de Rottekade is er maar één van, maar er zijn er veel meer, dat het best een groter onderwerp kan zijn dan dat wij hier met elkaar zomaar bedenken. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Wij zijn mede indiener van deze motie.