CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0042 Verslag van de raadsvergadering van 18 februari 2021

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de vorige vergadering28.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

of er criteria zijn die passen bij Lansingerland, die ook kunnen helpen om het beleid tussentijds bij te sturen. Wat meer inzicht geeft dan alleen de vroegsignalering, die de wethouder noemde en het aantal mensen met problematische schulden. Ik denk dat we het zo vooral moeten zien. Zo heb ik het ook van de wethouder gehoord. Het wordt geen daschboard cultuur. Het past in het plan en het is dus ook mogelijk om niet bij de volgende vergadering, maar bij één van de volgende samenleving commissievergaderingen ons te informeren, dan denk ik dat de wethouder positief is over de motie en hem ook vindt passen in de plannen van het college. Ik heb er op dit moment niets aan toe te voegen. De motie breng ik graag in stemming. Ook dank aan iedereen die heeft geholpen om hem te verbeteren in de uren of dagen voor vanavond. Dank u wel. De voorzitter: Daarmee maakt het amendement niet langer deel uit van onze beraadslaging. De heer Lieverse, CU: Ook voor mij weinig reden om aan te vullen. Misschien één punt. De wethouder ging wat makkelijk over het punt heen, wat in de motie staat, voor de rapportage per jaar. Het feit dat wij het nu aangeven, deze motie, is niet een reden om later te horen te krijgen: u bent er zelf bij geweest om het wel of niet te vragen. Schuldhulpverlening bleek door het rekenkamerrapport onder de maat te zijn, zoals het gaat in onze gemeente.

Ofwel: we moeten echt een vinger aan de pols houden en daar is deze motie echt voor bedoeld. Mevrouw Gabin, GL: De beantwoording van de wethouder was helder. We moeten realistisch en zorgvuldig zijn, dus het amendement steunen we niet. Of, het was al ingetrokken. We zijn verder erg blij, dat de wethouder de motie wilt omarmen. We wachten de ontwikkelingen af. Dank u wel. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik heb weinig toe te voegen aan de wijze woorden, die ik vanavond gehoord heb. Er is één oproep aan de wethouder, die zegt: het uitvoeringsplan heb ik toegezegd in de commissie. Dat zei ze ook: dat ga ik ter info aanbieden. Het zou haar sieren als zij het als wethouder zelf op de agenda van de commissie samenleving zet. Mede gelet op de belangen, die de meeste fracties hebben meegegeven aan de meetbare resultaten, die wij voor inwoners met problematische schulden willen oplossen. Ik zou het haar echt vinden sieren om het niet ter info en dan maar bij goed geluk, dat er een raadslid is, die het ziet en het erop zet. Nee, doet u het zelf en laat zien dat u het ook belangrijk vindt. Dank u wel. De voorzitter: De wethouder kan natuurlijk niks op de agenda zetten, dat doet de agendacommissie, maar ze kan het wel actief agenderen. Daar hebben we net een discussie over gehad in het presidium, dus dat zullen we de wethouder vragen, of zij het actief wil agenderen, zo vertaal ik uw vraag.

De heer Kampinga, VVD: Ik sluit me voor 99% aan bij meneer Hoppenbrouwer. Ik wil er nog aan toevoegen: the heart of the matter is in dit geval het uitvoeringsplan in combinatie. De heer Hoppenbrouwer: Met de kans dat meneer Meester zegt, dat ik ook melig aan het worden ben, maar waar zit nou die ene procent in? De heer Kampinga: Dat de ketenregisseur daar annex aan is, dus ik vind het eigenlijk één geheel. Het uitvoeringsplan plus ketenregisseur. Dank u wel. De heer Bergwerff, CDA: Fijn, dat de motie omarmd wordt door de wethouder. De antwoorden van de wethouder op de vragen van het CDA, maar ook van de andere partijen, zijn positief. Wij als CDA zien geen reden om de motie niet te steunen, dus wij steunen hem wel. Ik wil wel even zeggen, dat ik me aansluit bij L3B, ook al had ik dat al gezegd in de commissievergadering, dat wij ook wel graag willen dat het uitvoeringsplan of implementatieplan, hoe je het wil noemen, behandeld wordt in de commissievergadering. Het zou inderdaad mooi zijn als wij daar niet om hoeven te vragen. Dank u. De heer Hoek, WIJ: Geen andere inzichten. Wij zullen de motie volmondig steunen. De heer Jonker, D66: Ik sluit me graag aan bij vorige sprekers. Ook wij zullen de motie steunen. Wethouder Van Tatenhove: Ik hoorde nog twee punten. Ik denk dat meneer Lieverse en ik elkaar verkeerd begrepen hebben.

Het is echt niet de bedoeling, dat wij van u criteria af laten hangen of het wel of niet terug komt in de jaarrapportage van het sociaal domein, want daarvan hadden we al gezegd, dat het heel goed is, dat het daar gewoon een nieuw, vast onderdeel van wordt. Ik denk wel, dat het goed is om met u als raad na te denken over de criteria, omdat daar natuurlijk de discussie al langer over loopt in onze commissie: hoe weten we nou of we de goede dingen doen en of ze het goede uitwerken? Van dat discussiepunt denk ik wel dat we het nog bij de kop moeten vatten. Dat gaat misschien aan de hand van het uitvoeringsplan. Misschien loopt dat vooral in de commissie, die nadenkt over rapportages en de P&C documenten, maar in elk geval komen we daarover te spreken. Ik hoor uw verzoek ook om het uitvoeringsplan te bespreking in de commissie, dus ik zal zorgen dat het uitvoeringsplan naar u toe komt met een goede brief of met een raadsvoorstel, waarin we in elk geval goed duiden over welke dingen ik graag met u als commissie van gedachten wissel. Er staan waarschijnlijk ook dingen in die echt vooral 12/29

voor de uitvoering zijn, maar ik zorg dat het met een goede begeleidende brief of raadsvoorstel uw kant op komt. De heer Kampinga: Ik wil toch graag nog een pleidooi houden voor de ketenregisseur, want dat is eigenlijk het grote nieuwe punt. Twee fte, dus een zware bezetting. Dat daar ook iets van wordt gezegd, waar daar de bedoeling van is. Is dat niet logisch? Wethouder Van Tatenhove: Ik weet niet zo goed wat ik daarop moet zeggen. Volgens mij hebben we in de commissie besproken wat de bedoeling is van de ketenregisseur. Dat was het grote gebrek, dat de rekenkamer heeft aangetoond. De ketenregisseur moet er in elk geval voor zorgen, dat er verbinding blijft tussen die verschillende aspecten die nu als los zand wel aanwezig waren, maar niet verbonden. Die ketenregisseur, daarvan hebben we in het raadsvoorstel aangegeven, dat we die heel graag willen, omdat die cruciaal is bij de uitvoering van dat plan, maar dat we die fte’s, die we daarvoor nodig hebben, integraal moeten afwegen straks bij de kadernota en dat het plan daarna terug komt om te kijken of het uitgevoerd kan worden, zoals het is geformuleerd, want daar is die ketenregisseur cruciaal. (…) dat onderstreep ik wel. De heer Kampinga: Ik proef aldoor: ja, geld. Maar het gaat natuurlijk om de inhoud.

Welke opdracht krijgen die ketenregisseurs in het kader van het uitvoeringsplan om het nu tot een succes te maken? Want dat willen we toch met zijn allen? De heer Hoppenbrouwer: Ik mag alleen interrumperen op de wethouder en het gaat over de brief, die zij mij heeft toegezegd, daar wil ik nog even op terugkomen. De heer Lieverse: Ik wilde aan de voorzitter vragen of dit een derde termijn wordt, wat meneer Kampinga nu initieert. De voorzitter: Hij is nog aan het interrumperen, ga ik van uit. De wethouder krijgt nog één keer de kans om te antwoorden tot tevredenheid van de heer Kampinga. Wethouder Van Tatenhove: Ik kan er niet zoveel aan toevoegen. De ketenregisseur is cruciaal in het realiseren van de doelstellingen, die we hebben verwoord in het plan. Hij krijgt vanzelfsprekend een rol om ervoor te zorgen, dat het uitvoeringsplan uitgerold kan worden, zoals we hebben besproken in de commissie. De heer Kampinga: Laat maar. Mevrouw Verhoef: Ik denk dat als de wethouder het uitvoeringsplan naar ons toe gaat sturen en we gaan het bespreken in de commissie, dat er in dat plan ook wel iets zal staan over die ketenregisseur. Dan is de heer Kampinga ook tevreden, denk ik. De heer Hoppenbrouwer: Ik doe nog even een checkvraag, want ik hoor de wethouder nu zeggen: ik ga het aan de raad toesturen. Daar bekroop mij toch weer het woord ‘informeren’. Mevrouw Verhoef zei het wat scherper.

Ik wil graag van de wethouder een bevestiging, dat zij dit onderwerp actief gaat agenderen. Die twee woorden wil ik graag horen. Wethouder Van Tatenhove: Dat heb ik gehoord en dat heb ik ook bedoeld te zeggen: er komt een heel duidelijke brief bij of een raadsvoorstel. Ik had gehoord dat u zei: agendeer het zelf actief, anders glipt het bij ons soms tussen de andere brieven door en missen wij het. De voorzitter: Zo hebben wij het afgesproken, meneer Hoppenbrouwer, in het presidium, dat wethouders worden geacht duidelijk te maken welke stukken de raad vooral wel op zijn agenda zouden moeten willen hebben en welke dat misschien zelf aan de raad overgelaten zouden kunnen worden. U heeft hier duidelijk de wens van de raad kenbaar gemaakt, dus ik ga er ook geheel van uit, dat de wethouder dit actief onder de aandacht zal brengen van de raad. Dan zal de agendacommissie het ongetwijfeld op de agenda plaatsen. De voorzitter: Dan zijn we aan het einde van deze behandeling. Ik ga u vragen of u stemming wenst op het voorstel en dan de motie. Als u dat niet doet, is het automatisch aangenomen. Dus als u tegen wilt stemmen, dan moet u dat in stemming willen brengen. U kunt ook, als u denkt dat de stemming niet positief voor u gaat verlopen of niet negatief eigenlijk, dan kunt u ook zeggen: ik hoef geen stemming, maar ik wil geacht worden tegen gestemd te hebben. Die optie is er ook nog.

Als wij gaan stemmen, dan zal ik de stemprocedure nog even uitleggen. Maar eerst ga ik vol goede moed u vragen het voorstel in stemming te brengen, of u stemming wilt over het plan schuldhulpverlening 2021-2025. Wenst u stemming? Dat is niet het geval, daarmee is dit voorstel aangenomen. Dan de motie, ingediend door mevrouw Verhoef van de PvdA. Wenst u stemming over deze motie? Ook dat is niet het geval, dan is deze motie ook aangenomen. Daarmee zijn we aan het einde van dit agendapunt. 8.b Zienswijze Ontwerp Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening De voorzitter: Omdat dit een voorstel is, dat niet in de commissie is geweest, geef ik eerst even het woord aan de wethouder. Ik breng u ook in herinnering, dat hier een spreektijd voor afgesproken is van 5 minuten in de eerste termijn en 3 minuten in de tweede termijn. Wethouder Fortuyn: Goedenavond raadsleden, fijn u weer eens tweedimensionaal te ontmoeten. Er ligt voor u een voorstel, een zienswijze op de luchtruimteherziening, die door het ministerie is aangegeven. Wij hebben getracht te verwoorden, datgene waarop wij kritisch zijn ten aanzien van hetgeen Lansingerland raakt en ook u raakt en uw vertegenwoordiging als inwoner.

Ik ben benieuwd of u met deze zienswijze, die wij voor u gemaakt hebben namens, of u daar nog aanvullingen op heeft of dat u zegt: dat heeft u prima gedaan, eigenlijk: de ambtenaren hebben het prima gedaan. En we kunnen deze brief ook namens u aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat sturen. Aldus. Eerste termijn De heer Blonk, L3B: Ik wil ermee beginnen, dat het college voor onze raad een uitstekende zienswijze heeft geschreven. Ik wil toch nog een paar punten even benadrukken. Het eerste punt is de interferentie 13/29

vliegverkeer Schiphol / Rotterdam The Hague Airport. De luchtruimherziening is gericht op verduurzaming van het luchtruim om de negatieve impact van het vliegverkeer op de leefomgeving te verminderen. Prima verwoord door de minister, maar hebben wij, het gebied rondom Rotterdam The Hague Airport, er wat aan? Plukken wij de zoete vruchten van dat rijksbeleid? Of zijn het wrange vruchten, die bij Lansingerland, Hillegersberg, Schiebroek en Schiedam op de schaal liggen? Ja, die liggen op de schaal en dat is erg zuur. Omdat Schiphol en RTHA zo dicht bij elkaar liggen en Schiphol veelal voorrang heeft op Rotterdam, moet het vliegverkeer van RTHA vaak afwijken van de standaardroutes, hetgeen tot extra hinder leidt voor de inwoners van Lansingerland. Het verzoek van ons college aan de minister om dit probleem op te lossen ondersteunen wij dan ook voluit en van harte. Een ander punt. Lokale gevolgen van het continu klimmen, continu dalen en vaste routes. Nog een paar wrange vruchten van minister Cora van NIeuwenhuizen, die van de fruitschaal af moeten. De minister maakt een keuze, door uit te gaan van het principe van zoveel mogelijk continu klimmen, continu dalen en het gebruik maken van vaste routes. Zij beoogt hiermee, dat de vliegroutes hoger zijn, dat er gevlogen wordt met minder vermogen en minder uitstoot en minder geluidshinder. Prachtig allemaal.

Echter, het plan MER wijst erop, dat deze principes betekenen dat in de directe omgeving van de luchthavens, dus ook rond RTHA en in Lansingerland, juist meer geluidsbelasting optreedt in plaats van minder. Het college verwoordt het heel goed door te schrijven, dat dit niet verdedigbaar en niet acceptabel is. Dan heb ik nog een punt over de planuitwerkingsfase, gebaseerd op een lokale situatie. Terecht, dat het college op de minister een klemmend beroep doet om de uitwerking van de routes en de vertrek- en landinsprocedures voor RTHA te baseren op lokale situaties en daarbij het verminderen van geluidshinder en uitstoot als belangrijke maatstaf te hanteren. Terecht het verzoek om bij vertrek- en landingsprocedures voor RTHA zo min mogelijk boven stedelijk gebied te vliegen. Zeker moet de minister ook rekening houden met onze andere door het rijk opgelegde opgaven, zoals de verstedelijkingsopgave en de regionale energiestrategie, waar we dadelijk nog over gaan praten. De toename van de capaciteit van het luchtruim. Het plan MER laat zien, dat met de invoering van die voorkeursbeslissing de capaciteit van het luchtruim in Nederland groter wordt en dus het aantal vliegtuigbewegingen op verschillende luchthavens kan toenemen.

Terecht, dat in de zienswijze is opgenomen, de minister te verzoeken uit te spreken, dat RTHA niet tot de luchthavens behoort, waar het aantal vliegtuigbewegingen zal toenemen. Het betrekken van de regionale stakeholders. Ook terecht het verzoek dat de gemeente in de planuitwerkingsfase van RTHA nauw betrokken wordt en dat ook blijft. De fractie van L3B stemt in met de tekst van deze zienswijze. Tot slot wil ik mijn collega raadsleden graag herinneren aan de beeldvorming, die op initiatief van Ad Somers in samenwerking met L3B, gehouden op 6 juni 2018, waarbij ook aanwezig waren Luchtverkeersleiding Nederland, Inspectie Leefomgeving Transport, RTHA en DCMR. Het ging met name over de overlastmeldingen in relatie met de vliegroutes rond RTHA, die wel heel erg ruim zijn en onnodig vaak boven gebouwd gebied vliegen. In maart vorig jaar, de pre coronatijd, was het nog niet veel anders dan 3,5 jaar geleden ten tijde van de beeldvorming. Goed, dat de zienswijze hier op in gaat. Compliment voor wethouder Fortuyn en zijn ambtenaren, de wijze waarop zij dit dossier aanvliegen, om maar even in de termen van het vliegen te blijven. Dank u wel. De heer Van As, VVD: In de commissie ruimte van 30 juni hebben wij al gesproken over de ontwerp luchtvaartnota. Daar hebben wij als zienswijzen op de luchthaven in brede zin en wat ermee samen gaat gedeeld.

Ik herhaal daarin graag, dat ik daar balans heb genoemd. Balans tussen het economisch belang, het gemak van een luchthaven in de buurt, de werkgelegenheid en daar tegen de hinder, de geluidsoverlast en de vervuiling. Wat voor ons heel belangrijk is: niet meer overlast. De zienswijze, opgesteld door het college, heeft wat ons betreft de juiste toon en de juiste punten worden benoemd. Vooral de aandacht, die wordt gevraagd voor het risico op juist meer overlast voor omwonenden, direct rond de luchthaven. Ik noem even het continu klimmen en dalen en de vaste routes, die ook beschreven worden in de zienswijze die voor ligt en daarmee de aandacht voor onze inwoners. Het college komt gewoon duidelijk en goed op voor Lansingerland. Het is ook goed om te lezen, dat er met de partners in de bestuurlijke regiegroep RTHA is overlegd en dat ook de bewonersvertegenwoordigers verenigd in de stichting ABREL ons allen wel bekend, een gezamenlijke zienswijze hebben ingediend. Daarmee komen we met zijn allen op voor onze belangen. De VVD herkent zich in de zienswijze en kan dan ook instemmen met het hier voor liggende raadsvoorstel, waarmee wat ons betreft de zienswijze kan worden vast gesteld. Ik sluit me aan bij de heer Blonk: complimenten aan de wethouder, en de ambtenaren niet te vergeten, voor de hier voorliggende zienswijze. Dank u wel.

De heer Van der Stelt, CDA: Wat vorige sprekers hebben gezegd, ga ik niet allemaal herhalen, maar ik wil wel gezegd hebben dat ik vind dat de wethouder, het college, uitstekend aan de bal is op dit dossier. Ik vind het een voortreffelijke zienswijze, er worden goede accenten gelegd. Met deze zienswijze namens onze raad geven we echt het goede signaal af. Laten we dat blijven doen in het belang van onze inwoners. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Het zal geen ander geluid zijn dan van de eerdere sprekers. Wij vinden het een uitstekende zienswijze. Complimenten voor de wethouder en zijn ambtenaren. Wij denken dat de zienswijze heel erg de vinger op de zere plek legt als het gaat om het feit, dat er juist meer 14/29

geluidsbelasting optreedt in plaats van minder, als de plannen door gaan zoals ze nu voor liggen. Als inwoner van Bergschenhoek weet ik als geen ander wat de huidige tijd, waarin eigenlijk heel weinig wordt gevlogen, wat je gaat missen qua geluidsoverlast. Je bent er in de jaren al wat aan gewend geraakt, maar het ontbreken van de vliegbewegingen dan is het wel fijn dat je in een soort oase van rust zit en zeker op bepaalde uren. In die zin zou het toch wel vreselijk zijn, op het moment dat die geluidsoverlast post corona weer verder zou toenemen, dan dat het al was. Wij denken dat met deze zienswijze de vinger echt op de zere plek wordt gelegd, waar die hoort te liggen. Daar waar we op moeten komen voor onze inwoners, is dit bij uitstek een goed signaal richting de minister. De heer Blonk en meneer Van As zijn op detail ingegaan op de zienswijze en op een aantal onderdelen. Dat ga ik inderdaad ook niet herhalen. Wat ons betreft, kunnen we hem vast stellen. Zo snel mogelijk een postzegel erop richting Den Haag sturen. Dank u wel. De heer Markus, CU: Ik kan kort zijn. We wonen in de omgeving van een luchthaven. We hebben daar elke dag overlast van. Ik mag het geluk hebben, dat ik ook onder de aanvliegroute mag wonen. Het is nu inderdaad erg stil, maar ik weet wat de herrie betekent.

Het kan toch niet zo zijn, dat we dat nu met een luchtruimherziening alleen maar gaan vermeerderen. De luchtruimherziening moet juist betekenen om het voor iedereen juist leefbaarder te maken. Dus ik vind het in die zin onbegrijpelijk, dat juist de omgeving van luchthavens, die al veel overlast hadden, hiermee alleen maar meer overlast krijgen. Dat is wat ons betreft echt ontoelaatbaar. Het is prima dat het in de zienswijze scherp is verwoord. Blij ook, dat we daarin samen optrekken met de regiogemeenten. Ik ben zeer benieuwd wat het ministerie met deze zienswijze gaat doen. Dank voor de scherpe zienswijze. Wat ons betreft, kunnen we daar van harte mee instemmen. De heer Muis, D66: Niet echt iets nieuws ten opzichte van voorgaande sprekers. Dat kunnen we alleen maar onderstrepen. Ik hoorde even de verspreking van de heer Blonk, hij had het over Lansingerluid. Dat is de spijker op zijn kop. We staan natuurlijk achter de doelen van de voorkeursbeslissing voor de luchtruimherziening, maar het lijkt inderdaad niet goed uit te pakken voor ons, voor Lansingerland en omgeving. Het is dus goed, dat er een stevige en goed afgestemde zienswijze ligt. Die kan wat ons betreft worden ingediend bij de minister.

Het roept tegelijk wel de vraag op: wat kunnen wij verder? Wat kunnen wij hier nu verder aan doen dan dit duidelijke signaal afgeven? Wellicht dat de wethouder daar nog suggesties voor heeft. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ook vanuit de fractie van GL niets anders dan waardering en lovende woorden voor deze zienswijze. In de diverse alinea’s is er goed aangegeven wat de pijnpunten zijn, die ook ons dwars zaten. Het is gewoon een heel goede brief. Dank aan de wethouder, dank aan de ambtenaren. Ik ga de 5 minuten zeker niet nodig hebben. Ik wil alleen één ding zeggen: in de alinea ‘toename capaciteit luchtruim’ staat de zin: wij verzoeken u uit te spreken dat RTHA niet tot de luchthavens behoort, waar het aantal vliegtuigbewegingen zal toenemen. Ik zal bijna de wethouder willen uitdagen om dat nog iets aan te scherpen en aan te geven dat Rotterdam The Hague Airport op termijn verplaatst dan wel gesloten dient te worden, zodat dit ruimte kan bieden voor woningbouw, die onze regio heel hard nodig heeft. Daar wilde ik het bij laten. De voorzitter: Ik zie de wethouder al grinniken. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook van onze kant lof voor deze zienswijze. Het is natuurlijk fijn, dat er nu eindelijk een herziening ligt van het Nederlandse luchtruim met allerlei goede doelen voor ogen.

Beter gebruik van het luchtruim, beperking van klimaateffecten en hinder en ook verruiming van het gebruik van de lucht om te vliegen, zowel voor burgers als voor militairgebruik. Die concept zienswijze, zoals wij hem lezen, doet een klemmend beroep op de minister om bij de uitwerking van de routes en de vertreken landingsprocedures voor RTHA goed te baseren op de lokale situatie en daarbij het verminderen van geluidshinder en uitstoot als een heel belangrijke maatstaf te hanteren. Er zit ook een verzoek in om vertrek- en landingsprocedures voor RTHA zo min mogelijk boven stedelijk gebied te laten plaatsvinden gelet op de negatieve effecten op de leefomgeving. Maar ook de negatieve effecten op de veiligheid. We zijn blij, dat die punten zijn opgenomen in de zienswijze. Het lijkt er wel op, dat het niet zozeer gaat om het algemene plan, waar het nu over gaat, maar dat u ook al in de brief vooruit loopt op de concrete uitwerking voor het luchtruim rond RTHA, dus in de planuitwerkingsfase. Wij steunen het, dat u al in die richting gaat. Het is goed om daar nu al heel duidelijk over te zijn. U komt dus duidelijk op voor de lokale belangen, maar bij dat lokale belang hoort wat ons betreft ook ervoor zorgen, dat er voldoende draagvlak, steun, is om die luchthaven wel hier te houden.

Hoe graag ik ook huizen gebouwd zie hier in de omgeving, wij zien wel dat de luchthaven een functie heeft voor vervoer, economische ontwikkelingen enzovoorts. Ook de draagkracht vanuit de omgeving is heel belangrijk. Daar kan een goed plan voor de herziening van het Nederlandse luchtruim bij helpen. Dus wij steunen de zienswijze. Dank u wel. Beantwoording college

15/29

Wethouder Fortuyn: U allen bedankt voor het rijkelijk complimenteren van de kwaliteit van de zienswijze. Ik zal dat zeker doorgeven aan de ambtenaren in kwestie. Er zijn een paar vragen gesteld en even een opmerking mijnerzijds. De luchtruimherziening heeft een aantal generieke standpunten ingenomen, dat was met name het klimmen en het dalen. Ik denk dat we heel goed hebben ingezoomd nu via de zienswijze. Voor hun is het dat, waardoor je de problemen in Gelderland en Overijssel niet meer hebt; dan zit je nog een klein beetje in de polder. Als je numeriek gaat tellen, heb je Overijssel en Gelderland daarmee geholpen. Op zich hoeft de maatregel niet te bijten, maar hij bijt wel in RTHA. Vandaar dat wij deze scherpte hebben aangebracht van: let op, de bebouwing is zo dicht bij het vliegveld, deze generieke maatregel kan je hier niet zomaar toepassen. De heer Muis vraagt terecht: wat verder? Dat doet mevrouw Verhoef eigenlijk ook: het lokale belang, hoe krijgen we dat nu verder voor elkaar? In de eerste plaats: er zal een reactie komen op de zienswijze. Velen van u weten: we krijgen een reactie, daar kunnen we over het algemeen niet zoveel mee. Maar we zullen hier wel scherp op sturen, want we zitten namelijk in de tweede fase. Dit gaat namelijk over generieke verhalen, want het hele luchtruim wordt herzien, waardoor er meer ruimte ontstaat.

Er zijn afspraken gemaakt met militaire vluchten, die zijn verplaatst. Er zijn andere afspraken gemaakt, ook intercontinentaal. Dat betekent dus dat er meer banen vrij komen in het luchtruim. Dat betekent ook, dat de interferentie met Schiphol meer ruimte biedt om minder conflict te hebben met RTHA. Dat zijn ook wel mooie dingen, het is niet allemaal negatief wat er gebeurt met de luchtruimherziening. Het was natuurlijk een kakofonie aan opgebouwde jaren van allerlei routes, die door elkaar heen liepen en de interferenties, die plaats vonden. Dus op zich is het goed, dat de luchtruimherziening er is, dat is de kern van het verhaal. Echter, welk effect heeft het bij ons in de omgeving? Dat hebben we in de zienswijze goed verwoord met elkaar. Daar heeft u complimenten voor gegeven en ik denk ook, dat we precies de pijnpunten pakken, waar we aandacht voor willen hebben. En het vervolgtraject zit ook in het participatietraject. Daar hebben jullie ook informatie over gekregen. Met veel partijen wordt er rond de tafel gesproken met RTHA als initiatiefnemer om draagvlak te creëren in de regio. Dat doen ze via een mutual gains approach. Met andere woorden: laten we nou eens kijken hoe we de inbedding van het vliegveld op een goede manier kunnen doen, waarbij leefkwaliteit in alle vormen, hinder, stof et cetera, met elkaar kunnen bespreken.

Dat doen we met alle openheid, waarbij we de belangen kunnen wegen en laten we ons vooral op feiten baseren. Dat is eigenlijk het vervolg, dat nu loopt. Dat is eind van dit jaar klaar. Aan de hand van dat gegeven, zal het voorkeurscenario, in welke vorm dan ook, daar zit eventueel ook krimp bij, om dat met elkaar goed te doorgronden. Dus in dat proces zitten we volop, ook met de bewonersvertegenwoordigers van de gemeente Lansingerland. In die zin zijn we op dit moment in de onderzoeksfase. We houden ons met name bezig met feiten. Ik moest inderdaad lachen, mijn microfoon stond uit, normaal had ik in de raadszaal gezeten en dan had u mijn bulderende lach gehoord over de open deur van meneer Ruijtenberg. Ja natuurlijk, GL is landelijk druk bezig om het vliegveld te sluiten en daar woningbouw te doen. Als u een meerderheid in de raad krijgt, bent u welkom, dan wil ik hem aanpassen, maar ik denk dat het op dit moment even niet aan de orde is. Ik vond het wel een leuke opmerking en ik kon er hartelijk om lachen. Hier wilde ik het bij laten. Tweede termijn De heer Blonk, L3B: Aanvankelijk had ik niet de bedoeling om een tweede termijn te gaan gebruiken, maar ik heb toch behoefte om te reageren op de inbreng van meneer Ruijtenberg van GL. De wethouder gaf het al aan: het is een onderdeel van het verkiezingsprogramma van GL voor de Tweede Kamer, de sluiting van RTHA.

Er is zeker ook in de omgeving van RTHA, ook in Lansingerland, zijn er heel wat inwoners, die toch wel behoefte hebben aan dat vliegveld. In die zin zijn wij tegen sluiting van het vliegveld. Wat wij niet willen, is dat er een uitbreiding is, dat er uitbreiding van geluid is, van vliegbewegingen, van fijnstof, noem het allemaal maar op. Liever zou het nog wat minder kunnen door technische ontwikkelingen, maar sluiten van het vliegveld, dat zien wij niet zitten. Dat wilde ik toch nog even aangeven. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Het is niet het moment om hier een uitgebreid debat over te voeren, moet ik eerlijk zeggen, dus ik heb een heel korte reactie. Ik vroeg me eigenlijk af of de heer Blonk een vraag had gesteld of dat hij dit als een soort tweede termijn beschouwde. Ik heb niet echt een vraag gehoord, maar ik wil wel even aangeven: ten eerste is het niet alleen het verkiezingsprogramma van GL landelijk, maar ook GL afdelingen in Schiedam en in Rotterdam; men heeft erop gereageerd, dat men dit een goed plan vindt. Zeker Rotterdam is daar toch een heel belangrijke in. Immers, GL is daar onderdeel van de coalitie en Rotterdam is nu eenmaal heel belangrijk voor de vestiging van RTHA.

De economische waarde van het vliegveld, daar wordt altijd mee geschermd, maar als we het nu een keer gaan doorrekenen, ook wat het doet qua banen hier, dan valt het heel erg mee of tegen, afhankelijk van hoe je het zegt. Het is een argument dat altijd gebruikt wordt, waarvan we zeggen: dat is niet onderbouwd. Het is meer, dat er mee geschermd wordt. Het is nu niet het moment om hierop te gaan reageren, maar ik zou graag hier op termijn misschien een bespreekpunt van maken in de commissie ruimte. De voorzitter: Dat kan altijd. Ik ga meneer Blonk niet het woord geven, want we gaan niet in discussie. U heeft een statement gemaakt, dat was uw tweede termijn. De heer Blonk: De heer Ruijtenberg heeft mij een vraag gesteld. De 16/29

voorzitter: Of het uw tweede termijn was, geen andere vraag. De heer Ruijtenberg zie ik ook schudden. Sowieso, meneer Blonk, laten we niet de discussie hier doen. De discussie is zeker te voeren op elk moment, sterker nog, er moet nog campagne gevoerd worden tenslotte naar alle gelegenheid. Ik ga nog heel kort naar de heer Van As en dan sluit ik echt dit agendapunt af. De heer Van As, VVD: Ik vind het heel moeilijk om niet inhoudelijk te reageren. Ik ga dat ook niet doen. Ik vind het punt, dat de heer Ruijtenberg maakt, dat we dit nog een keer bespreken in de commissie, vind ik een mooie suggestie, zodat we hier nog een keer uitgebreid over van gedachten wisselen. Het laatste wat ik hier nu over wil zeggen, is dat de VVD zich aansluit bij de woorden van de heer Blonk, dat wij ook tegen volledige sluiting van de luchthaven zijn. Dank u wel. De voorzitter: Als u behoefte heeft aan een discussie, dan kunt u dat als raad of commissie entameren dan wel de wethouder vragen om een discussiestuk of iets dergelijks. Als dat laatste het geval is, dan verzoek ik u wel enigszins terughoudend te zijn gezien de werklast, die er op dit moment in coronatijd ligt. Daarmee kom ik aan het einde. Ik geloof niet, dat er nog wat aan de wethouder gevraagd is. Die zie ik ook niet reageren. Nee.

Dus dan kunnen wij overgaan tot de vraag of u stemming wenst over het vast stellen van de zienswijze ontwerp voorkeursbeslissing luchtruimherziening. Dat is niet het geval. Daarmee is het vast gesteld. 8.c Reactie op wensen en bedenkingen RES Wethouder Van den Beukel: We blijven even in de sfeer van de zienswijzen. Zojuist de zienswijze over de luchthaven, nu gaat het over de zienswijze regionale energiestrategie. Even een korte inleiding. Het is een ingelast consultatiemoment. Waarom dan? Omdat we in de regio, maar ook dit college, blijven zoeken om de volksvertegenwoordiging goed aan te haken bij een nieuw ingewikkeld proces. Daarom toch dit gesprek over deze wensen en bedenkingen en niet pas bij de RES 1.0 over een tijdje. In diezelfde context moeten we ook de beeldvormende avond zien van eind januari en ook die drie regionale informatiemomenten, die primair voor raadsleden werden georganiseerd in de eerste helft van februari. Ik weet dat een heel aantal van u zich daar bij heeft aangesloten, dus dat vind ik heel plezierig. Dat vergroot altijd het niveau van ons debat, het kennisniveau. De reikwijdte van vanavond: we hebben het alleen over een eventuele reactie op de antwoorden op de wensen en bedenkingen. Dus niet over de inhoud van de gehele RES, dat gesprek volgt in juni als we bezig zijn met de inhoudelijke vaststelling van de RES 1.0. Dan even inhoudelijk.

We vinden als college de voorgenomen beantwoording in zijn algemeenheid duidelijk en afdoende. De in onze brief opgenomen reactie beperkt zich dan ook tot de belangrijke rol van de rijksoverheid als degene die het beleidsmatig in moet richten om gemeenten te helpen die transitie vorm te geven. Het is ook belangrijk, zeg ik tot slot, dat we wel realistisch zijn over wat er aan lokale sentimenten, wensen, doorwerking kan krijgen in een regionaal product, want daar zijn heel veel partijen bij betrokken. Die reikwijdte is beperkt. We gaan naar de voorgenomen beantwoording kijken. Het is prima om de reactie van het college, want het is uw reactie uiteindelijk, aan te scherpen. We voorzien wel bestuurlijke en procesmatige uitdagingen als er nu zaken terug gelegd moeten worden, die de fundamenten van de RES zouden raken. Zo ingewikkeld is het nu eenmaal, zo’n regionaal proces. Dat is de inleiding. Dank u wel. Eerste termijn Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik zat nog even wat te typen en te schuiven in mijn teksten, maar ik ga het gewoon doen. Allereerst wil ik zeggen, dat de reactie die het college heeft geschreven op de beantwoording van onze wensen en bedenkingen, daar kunnen wij helemaal mee instemmen. De wethouder gaf het zelf ook aan, de rol en verantwoordelijkheden van de rijksoverheid, van de ministeries bijvoorbeeld, die moeten heel helder zijn.

Ze kunnen van alles zeggen, maar als niet duidelijk is wie dat gaat doen, dan blijft het toch een beetje in het midden hangen. Ik heb nog wel een vraag aan de wethouder. Ik weet dat het nu alleen over die beantwoording gaat van wensen en bedenkingen, vragen die we hebben gesteld, maar ik ben wel benieuwd hoe het zit. We gaan in juni verder spreken over de RES, als raad. Hoe zit het met de burgerparticipatie hierbij? Dat vraag ik met name in de context van het feit, dat we toch een inspanningsverplichting hebben van 12 mega Watt aan windenergie. Dat gaat dan om, ik schat, 3 hoge windturbines. De burgers zouden zich straks voor een voldongen feit gesteld kunnen voelen rondom windturbines of andere zaken, die uit die RES voort vloeien. Misschien kan de wethouder nog iets zeggen over het proces van de burgerparticipatie bij het tot stand komen van de finale RES. Dat was het verder. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: De nut en noodzaak van de energietransitie hoeven we gelukkig steeds minder uit te leggen. Dat de RES daar een zeer belangrijke rol in speelt, ligt dan ook voor de hand. De fractie van GL is blij, dat er een extra consultatiemoment is opgenomen bij de wensen en bedenkingen. De democratische onderbouwing van de RES is daarbij gebaat. Al had onze fractie, en dan met name de heer Duk, dit stuk graag in de commissie ruimte behandeld.

Het gros van de wensen en bedenkingen, die deze raad had, zijn overgenomen. Dat is goed om te zien. Toch is er één punt, waar GL extra aandacht voor 17/29

wil vragen. Het gebruik van restwarmte in het warmtenet moet geen financiële prikkel opleveren, die milieubelastende warmteopwekking stimuleert. Dit is op initiatief van GL opgenomen in de wensen en bedenkingen onder het kopje ‘aandacht voor een aantrekkelijk aanbod voor glastuinbouw’. Het is alleen niet opgenomen in de beantwoording van de RES op dit punt. Ook in de brief van het college is deze omissie niet opgenomen. Daarom stellen wij de vraag aan de wethouder of dit alsnog kan worden opgenomen. Het is een veelgehoorde klacht namelijk bij warmtenetten. De warmte komt uit niet milieuvriendelijke bronnen. Restwarmte uit de petrochemische industrie, die hebben wij nogal wat hier in Rijnmond, is zo’n bron. Het is beter om deze warmte nuttig te gebruiken in een warmtenet dan te laten vervliegen, maar dit moet er niet aan bijdragen, dat installatie daarom blijft draaien. Warmtelozingen in oppervlaktewater zou kostbaar moeten zijn en het leveren aan de warmterotonde zou gratis moeten zijn, is de mening van GL. Bronnen zoals geothermie, zonnewarmte en warmtepompen zouden wel een vergoeding horen te krijgen. Daar wilde ik het graag bij laten. De heer Muis, D66: D66 is het eens met de beantwoording van het college. Die is grotendeels afdoende.

Met de beantwoording wordt inderdaad inzichtelijk hoe de onderwerpen, die wij in Lansingerland van belang achten, doorwerken in de regionale afspraken, die we met elkaar willen maken. We zijn ook blij om terug te lezen, dat de draagkracht van het landschap gebaseerd zal worden op een algehele afweging van belangen en dat er specifieke aandacht komt voor de inzet op energiebesparing. Verder zijn wij ook akkoord met de opmerkingen van het college in de brief. Het is dus prima om deze terug te geven aan de RES organisatie. Dank u wel. De heer Markus, CU: Wij hebben op hetgeen gezegd is geen aanvullingen. Een prima reactie zo. We zien verdere discussie van de RES de komende periode in de commissie wel tegemoet. De heer Jumelet, WIJ: Wat mij trof in de inleiding van de wethouder, is dat hij toch inderdaad de betrokkenheid van de raad heel erg hoog in het vaandel heeft staan. Daarmee geeft hij eigenlijk ook een uitermate goede uitwerking aan de motie, die in 2019 is aangenomen, raadsbreed volgens mij. Een motie die wij hebben ingediend, samen met GL en D66 over de betrokkenheid van de raad. Zeker met deze extra consultatieronde, uitstekend, want daarmee is de betrokkenheid van de raad heel groot. En zeker omdat het een grote impact heeft op onze samenleving, maar ook om de duurzaamheidsdoelstellingen te gaan halen in 2030 en 2050.

Heel goed, dat wij als raad op deze manier betrokken worden en betrokken zijn. In navolging van de heer Markus heb ik eigenlijk aan de beantwoording, zoals die er ligt, eigenlijk niets toe te voegen. De brief, zoals die er nu ligt vanuit het college richting de RES organisatie: het lijkt me uitstekend om hem zo te versturen. Dank u wel. De heer Van der Stelt, CDA: Fijn, dat er nog een extra consultatieronde is ingelast. Ik kan wederom zeggen, dat met deze zienswijze het college wat ons betreft heel goed werk aflevert. Wij kunnen absoluut instemmen met de twee accenten, die in de zienswijze worden gelegd. Dank u wel. De heer Machielse, VVD: Eigenlijk in navolging van voorgaande spreker: wij kunnen ons ook zeker vinden in de beantwoording van het college en de nadere duiding die zij geven. De verleiding is groot om toch nog een zienswijze toe te voegen of een nieuw aandachtspunt, maar dat zal ik niet doen. Ik heb wel nog een vraag aan de wethouder en dat is misschien een beetje creatieve vraag. Ik merkte bij mijzelf en een aantal van onze leden, die ik over de RES sprak, dat er vaak nog een beetje onduidelijk is: wat is nu precies de rol van de inwoners, participatie, de raad? Wanneer gaat dat nou allemaal komen? Eerder heeft de wethouder mij weleens geattendeerd op de website, die daarvoor in het leven is geroepen. Daar staat alles op, maar uitermate complex.

Ik heb dan zin om daar doorheen te gaan lezen, een paar uur tijd, maar ik kan me ook voorstellen dat de meeste inwoners daar geen zin in hebben. Juist omdat dit zo’n impact kan hebben op de directe leefomgeving van inwoners, was de creatieve vraag of idee, die ik aan de wethouder wilde voorleggen: is het niet een idee om een keer een info-grafic te plaatsen in de Heraut of op onze website of in de nieuwsbrief het een keer wat extra aandacht te geven? Want het is nogal wat, waar we het eigenlijk over hebben. Dat proces duurt lang, het bestaat uit veel stappen, dat weten we allemaal, maar dat we daar toch al op een manier wat aandacht aan geven. Dus daar wilde ik de wethouder nog een klein beetje in uitdagen. Dat hoor ik graag. Wat betreft de zienswijze, zoals voorgaande sprekers zeiden: goed werk afgeleverd. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Ten aanzien van de onderwerpen nummer 9 en nummer 12, de hoofdmoot van onze reactie, daar kunnen we mee instemmen. Ten aanzien van 12, het optrekken van de ministeries m.b.t. de warmterotonde, om dat voortvarend te realiseren, misschien wil ik daar nog even een suggestie mee geven. We hebben een warmteproject gehad van Rotterdam-Leiden en dat is een jaar of 10 geleden begonnen. Daar is nauwelijks iets bereikt met uitzondering van een financieel debacle.

Met dat in het achterhoofd moet het nu toch wel haalbaar gaan worden op een andere manier, maar dan moeten die bakens wel echt verzet worden. Een suggestie is voor het college om die opmerking mee te nemen, dat we dat echt anders moeten doen dan toen dat 10 jaar geleden is begonnen. Er zijn ook nog onderwerp 10 en 11, het lokale draagvlak voor energietransitie en de betaalbaarheid van de energietransitie. Inwoners 18/29

moet een beeld geschetst worden over de toekomst voor wat betreft energie, in welke vorm dan ook. Specifiek wil ik aangeven, dat het percentage van de kosten dat een huishouden nu aan energie kwijt is, moet na de transitie minimaal gelijk zijn, maar mag zeker niet hoger zijn. Misschien dat het college wil overwegen om een dergelijke reactie mee te nemen, maar misschien ben ik daarvoor nu in een te vroeg stadium, maar dat kan ik niet helemaal beoordelen namelijk. Verder hebben we hele grote zorgen over de kosten van de noodzakelijke capaciteitsverhoging van de elektrische infrastructuur. Dat weten we allemaal, gedoe met Stedin. Hoe dat verder gaat lopen, komt later nog aan de orde, dus vragen daarover ga ik nu niet stellen. Onderwerp 13 is het draagvlak van het landschap. Windturbines en zonneparken moeten passen in de omgeving en er moet draagvlak zijn van de omgeving. Draagvlak kun je creëren door direct financieel nut van de belanghebbenden in de omgeving te regelen. Misschien kan het college dit ook meenemen in de reactie, maar misschien ben ik hier ook weer te vroeg mee. Ik werd getriggerd door een artikel in Binnenlands Bestuur, dat ik gisterenochtend las. Ik citeer: omwonenden van windpark Oostpolder in Groningen worden financieel gecompenseerd voor het plaatsen van de windturbines in hun omgeving. Dat hebben de initiatiefnemers afgesproken met de provincie Groningen.

Dit is een structurele, jaarlijkse financiële tegemoetkoming voor inwoners rond een aantal windmolens, die daar staan. Draagvlak kweken kan je ook op een wat banale manier, maar er zijn heel veel mensen gevoelig voor dat geld. Tot slot. Meer aandacht voor de regionale rol van regionale overheden. De RES, de naam zegt het al, heeft een regionaal karakter, maar het grootste deel van de hieruit voort vloeiende uitvoeringsvraagstukken ligt bij die gemeenten. Dat is begrijpelijk, omdat het principe van het lokaal draagvlak binnen die gemeentegrens ligt. Mijn vraag aan het college is: hoe gaat het college om met regionale sturing in relatie met lokaal draagvlak. Zeg maar de burgerparticipatie, wat een aantal collegae ook al aangegeven heeft. Dat was mijn eerste termijn. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Dank voor de inbreng van de raadsleden o.a. van die raadsleden, die zeiden: plezierig om zo meegenomen te worden. Dat is goed te horen, want dat is de inzet, dat we het samen doen. Dan een aantal concrete vragen is gesteld, in willekeurige volgorde. De heer Duk had een heel concrete. De heer Duk gaf aan: let op, is er nou wel voldoende gedaan met onze hele concrete vraag, wens, dat het gebruik van restwarmte niet als positieve prikkel mag werken voor het nog langer renderen van milieuvervuilende warmteopwekking. Dat is wel een goed punt.

Ik wil het oppakken en ongeveer als volgt om de conceptreactie uit te breiden met een zinssnede als: we verzoeken u in de definitieve beantwoording specifiek aan te geven welke mogelijkheden de regio ziet om te voorkomen dat het gebruik van restwarmte een financiële prikkel oplevert, die milieubelastende opwekking van warmte stimuleert. Ik ben heel benieuwd of de heer Ruijtenberg zich daarin zou kunnen vinden. Ik wil daarbij opmerken, dat ik begrijp vanuit contacten met ministeries, dat er ook wordt gedacht aan een soort warmteleveringsplicht voor dat type installaties, waardoor ze gratis die warmte moeten uitkoppelen. Ik denk dat dat helpt om het doel te bereiken, dat u formuleert. Dan een vraag van mevrouw Verhoef over burgerparticipatie in het vervolg. Dat is een makkelijke vraag, maar moeilijk om te beantwoorden, vind ik. Waarom dan? Het abstractieniveau van deze RES is hoog, de heer Machielse verwees daar ook naar, dus het is niet zo heel makkelijk om dit op een goede manier met betrokken burgers te bespreken. Je moet heel erg de diepte in om mensen daadwerkelijk op een zinnige manier te laten participeren. Dus participatie uiteindelijk, is onze visie, werkt het beste als je het kunt hebben over concrete projecten. Dat is ook waar we als college in het kader van energietransitie de meeste inspanningen op zullen plegen, op moeten plegen.

Tegelijkertijd is er al veel gedaan aan participatie. Ik breng even in herinnering de swipocratie app en het burgerpanel, waar we aandacht aan hebben besteed. En ook de burgerparticipatie energietransitiebreed wordt gevoerd. Dat doen we ook op tal van andere projecten, ook als gemeente Lansingerland. Er volgt dus nog e.e.a. vanuit de RES organisatie. We hebben al best wel wat gedaan. Tegelijkertijd moeten we daar geen overspannen verwachtingen van hebben, want daadwerkelijk de noodzaak van het participatietraject van visievorming vooralsnog. De fractie van de VVD, waaronder de heer Machielse, vroeg unaniem: toch wel wat concreter, simpeler maken in de vorm van bijvoorbeeld een infografic in de Heraut. Dat is op zich sympathiek, al was het maar dat onze lokale kranten, media, Heraut, Hart van Lansingerland, wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken in deze moeilijke coronatijd, waarin ze misschien minder advertenties kunnen plaatsen dan ze normaal gesproken doen. Ik vind het een goede suggestie, ik wil hem graag oppakken en meenemen. Vervolgens wel even goed kijken wat de juiste manier is. We hebben bijvoorbeeld ook een grote groep van betrokken Lansingerlanders bij de energietransitie in de vorm van die facebookgroep ‘opgewekt in Lansingerland’ en er is ook de energiewinkel.

Misschien is het net zo effectief, waar we ook het doel mee bereiken dat u nastreeft, meneer Machielse, door in die groep eens een keer een webinar te doen bijvoorbeeld. Maar de idee van een advertentie met een infografic wil ik zeker oppakken, want als we dat op een passende manier kunnen doen, en we denken dat het voldoende concreet is om impact te maken, dan wil ik daar zeker niet voor weglopen. De heer Blonk had een aantal vragen en opmerkingen heel concreet, waarvoor dank. Hij begon met het debacle van het warmteproject Rotterdam-Leiden. Ik snap dat het zo overkomt. Veel Rotterdammers die hiermee zijn gestart, die ervaren het ook zo, als een financieel blok aan het been. Tegelijkertijd: ik denk dat het genuanceerder ligt. Ik zie dat het hele warmteproject, die hele 19/29

warmterotonde in Zuid-Holland, heel complex is, maar dat er achter de schermen wel echt stapjes worden gezet, als het gaat om warmteleveringen in Den Haag, als het gaat om warmteleveringen in Leiden, in het Westland en ook hier bij ons in het Oostland. Dus we maken echt wel zeker stappen. Dus pleiten voor een radicale omslag, ik denk dat het ons uiteindelijk niet verder helpt. Ik ben het wel zeer met u eens als u zegt: daar moeten tastbare resultaten worden geboekt, want in geklets kun je niet wonen. Of: van geklets kun je geen kas warm stoken. Dus dat is de volle inzet van ons. Of andere verwoordingen in het concept RES daar heel veel aan bij helpt, dat weet ik niet. Ik denk wel dat het heel belangrijk is, zoals we ook voorstellen, dat het rijk daar zijn rol pakt, nog meer dan ze nu daadwerkelijk al doen. U maakt ook een punt, terecht, over de betaalbaarheid van die energietransitie en ook voor individuele huishoudens, misschien wel mensen met een kleine portemonnee. Het krijgt een goede plek in de RES, mede ook door de ingediende wensen en bedenkingen. Daar wordt in de regio goed over nagedacht. Het is wel een breed begrip, ook op nationaal niveau, waar randvoorwaarden voor gecreëerd moeten worden. Dan gaat het bijvoorbeeld over het begrip woonlasten neutraal.

Weet u, het staat in het klimaatakkoord makkelijk opgeschreven, maar er zijn niet veel mensen, die weten wat daarmee bedoeld wordt. Dus er is landelijk een werkgroep mee aan de slag (…) een aantal betrokken wethouders, heel concreet specifiek maakt om dat als toetsingskader te kunnen formuleren. Ik denk dat het niet wijs is om in onze RES, onze regio, daar een nieuwe norm voor te bedenken, hoe sympathiek ook. Ik denk dat het voor het nationale bouwwerk meer effectief is. Maar lokaal zeker, dat weet u ook, naar de motie van mevrouw Verhoef, besteden we daar ook veel aandacht aan o.a. via het uitdelen van de energiebespaarboxen aan het fenomeen betaalbaarheid. Dan maakt u zich zorgen over de kosten van de capaciteitsverhoging van de elektrische infrastructuur. Ja, die zorgen deel ik, die delen we. Daarom is het heel goed en belangrijk, dat Stedin aan tafel zit, want voor je het weet plan je toch een stukje duurzame energieopwekking op een plek, die vanuit het net geredeneerd behoorlijk duur is. Technisch kan alles, maar is het ook betaalbaar, is de vraag, dus daar hebben we volle aandacht voor. Dan de draagkracht van het landschap en ook de betrokkenheid van belanghebbenden, daar ging u op in. In het klimaatakkoord, weet u misschien, staat dat het streven is dat 50% van dat type projecten, van windprojecten, lokaal eigendom krijgt. Wij vinden dat ook heel belangrijk.

Het is ook belangrijk om dat hier in Lansingerland te bespreken in de context van concrete initiatieven voor wind en grootschalige zon. Dus dat zit wat ons betreft al goed in de concept RES. We hebben ook zelf een verantwoordelijkheid om dat hier lokaal invulling te geven. Het is ook goed, dat de energiecoöperaties, niet alleen de onze in Lansingerland, maar met name ook de koepel, op die manier participeren en de RES projecten heel scherp houden om ervoor te zorgen, dat de participatie voorop komt te staan en er geen letter wordt afgedaan, geen komma, van de landelijke afspraken over streven naar lokaal eigendom. Tot slot maakte de heer Blonk een opmerking over: hoe ga je nou om met regionale afspraken over zaken die lokaal draagvlak moeten hebben. Volstrekt terecht. Uiteindelijk is het lokale bestuur, zijn wij het, bent u het, heeft het college daarin een rol om te bepalen wat er wel of niet gebeurt in de gemeente. Dus windturbines langs de A12, daar is onderzoek naar, dat weet u, daar gaan we toch in Lansingerland over. Daar zijn opinies over van andere overheden, daar hebben we rekening mee te houden en er wordt regionaal voortgang gemonitord, kennis gedeeld om de gemeente te ondersteunen, maar uiteindelijk maken wij lokaal beleid, faciliteren we projecten en creëren we ook draagvlak.

Dat moeten doorlopend doen door te communiceren, participatie te organiseren, energietransitiebreed, maar ook per project. En draagvlak volgend uit participeren van mensen helpt natuurlijk enorm. Dat willen we ook echt verankeren in ons eigen lokale beleid. Het zit in de concept RES, maar dat wij het verankeren is des te belangrijker. Een concreet voorbeeld, dat ik zelf heel aansprekend vind, is het zonnedak op de schuur van een tuinder. Het is door Lansingerlanders zelf gefinancierd, zij zijn feitelijk eigenaar van het project. Een andere, heel recente, misschien heeft u het gehoord, misschien nog niet, zijn de eigenaars van molen De Valk naast de Bergboezem. Zij hebben het plan opgevat om van hun oude windmolen, een paar honderd jaar oud, een windturbine te maken, om daar een dynamo in te installeren. Zij zoeken ook naar participatie van omwonenden. We proberen ze te helpen door ze in contact te brengen met de lokale energiecorporatie. Dat is echt concreet participatie bevorderen, stimuleren, faciliteren als het gaat om concrete projecten. Op dat vlak krijgt u onze volledige steun en inzet. Tot zover voor de eerste termijn. Tweede termijn De heer Ruijtenberg, GL: U had ook de heer Duk kunnen zeggen. Goed dat als het over energietransitie gaat de naam van de heer Duk zo bekend is, dat zelfs de wethouder onmiddellijk aan hem denkt.

De wethouder heeft een concrete vraag aan mij gesteld met een voorstel. Het antwoord daarop is: ja, wij kunnen instemmen met zijn voorstel. Daar wil ik het bij houden. De heer Blonk, L3B: Wethouder, hartelijk dank voor de beantwoording. Ik begin met te zeggen, dat mijn fractie zal instemmen met de reactie, maar ik heb toch nog een opmerking. De wethouder gaf aan: ja, we moeten tastbare resultaten hebben juist ten aanzien van zo’n warmterotonde. Ja, die tastbare resultaten gaan wel heel erg traag. Datzelfde geldt voor de capaciteit van de elektra infrastructuur, zorg over het tempo daarvan. Ik lees elke ochtend Binnenlands Bestuur digitaal, gisterenochtend zag ik ook 20/29

weer een artikel staan met een grote kop: stroomsector vreest voor haalbaarheid 2030. Dan staat er: grote projecten voor de energietransitie, zoals het elektrificeren van industrie, warmtenetten, waterstofproductie en versterking van het elektriciteitsnet moeten dit jaar beginnen om in 2030 operationeel te zijn. Dat blijkt uit een onderzoek van CE Delft, dat is één of ander bedrijf, dat expert is op dat gebied. Die zorg wordt dus hier geuit. Ik hoor van de wethouder: we moeten toch tastbare resultaten hebben, het gaat allemaal niet zo makkelijk, het is moeilijk allemaal. Ik vraag dan aan de wethouder: hoe gaat hij nou om met die vrees, dat we het doel van 2030 niet gaan halen? Dat was mijn slotvraag. De heer Markus, CU: Ik denk dat het goed is om nog even te reageren op de aanvulling, die de wethouder in de brief doet naar aanleiding van de opmerking van GL. We vonden dat een meer dan uitstekende aanvulling, dus uitstekend om dat zo te doen. Dank u wel. Wethouder Van den Beukel: Hoe gaan we om met die vrees? Vrees is een slechte leidraad of leermeester, hoe luidt het spreekwoord? Ik denk niet dat we vanuit vrees acteren, maar wel vanuit een urgentie. We voelen een urgentie om met realistische duurzaamheid, zoals in ons coalitieakkoord staat, gewoon de hand aan de ploeg te slaan, te blijven staan.

Dat verzoek van die paar tuinders om een extra aardwarmteput te mogen boren, die vergunningverlening pakken we met gezwinde spoed op. Dat is onze verantwoordelijkheid en dat leidt tot concrete resultaten. Ook die warmterotonde, daar heb ik al een toezegging gedaan om uw raad te informeren over de stand van zaken. Die brief wordt, terwijl wij nu spreken getypt. Daar zult u in terug lezen hoe we daar concreet proberen te werken aan resultaten. Maar er zijn veel afhankelijkheden bij dat voorbeeld ook van andere partijen. Als we daar binnen enige tijd kunnen spreken van, ik maak het even heel praktisch en technisch, een T-stuk op die grote warmtelink, dus een aftakking, die naar Oostland kan gaan, dan denk ik dat het vreselijk concreet en tastbaar is en dat wij daar als Oostland heel blij mee kunnen zijn. Dat is een ander voorbeeld naast zo’n warmteput en naast zo’n zonnedak, waar we ons concreet voor inzetten. Dat was het, dank u wel. De voorzitter: Dan zijn we aan het einde van de bespreking van dit punt. Ik vraag u of u stemming wenst over de voorgestelde reactie op wensen en bedenkingen regionale energiestrategie. Ik zie niemand die stemming wenst en daarmee is deze reactie dan vastgesteld door uw raad.

8.d Motie vreemd aan de orde M2021-003 Aanleg beachvolleybalvelden De heer Hoek, WIJ: Het zal u niet ontgaan zijn, dat wij dit onderwerp de afgelopen weken, maanden op de agenda hebben gezet. Het begon met een rondvraag, vervolgens een bespreekpunt. Dat heeft nu geresulteerd in een motie. De inhoud kan ik u besparen, want die is bij u gevoeglijk bekend. Ik heb in de motie nog een kleine aanscherping aangebracht, maar voor de rest is die bij u bekend. Deze week heb ik verschillende keren contact gehad met bijna alle fracties om te kijken hoe we een motie kunnen opstellen, die wellicht voor een ieder uitlegbaar is en die mogelijk ook gesteund kan worden. Ik denk dat deze motie daar het resultaat van is, waar ik wil onderstrepen, dat het met name gaat om het realiseren van de eerste fase, dat is primair het buiten volleybal mogelijk te maken voor Volley2B dit seizoen, zodat ze in coronatijd niet nog een seizoen moeten missen. Dat zou toch bijzonder wrang zijn, zeker ook gezien het feit, dat in verschillende gemeentelijke stukken aangegeven wordt, dat met name de beachsporten booming zijn en zeker toekomst hebben en wij ook als gemeente de ambitie hebben uitgesproken de sportiefste gemeente van Nederland te willen worden. Daar past deze motie, in mijn optiek, prima bij. De inhoud kent u. Ik wil dan ook het dictum voorlezen.

M2021-003 Draagt het college op om voorafgaand aan behandeling van het accommodatieplan sport in commissie en raad, het voormalig oefenveld van honk- en softbal vereniging Orioles te bestemmen als beachvolleyballocatie. Ook omdat er geen claims liggen, is dat wat mij betreft niet heel erg ingewikkeld. In de eerstvolgende commissie vergadering van 11 maart de kosten van egaliseren en het herstellen van drainage inzichtelijk te hebben en dit, voorafgaand aan de commissievergadering, te overleggen met het bestuur van de volleybalvereniging. Op basis van dit gesprek kan de volleybalvereniging aangeven wat zij zelf kunnen realiseren. Zodoende kan een overzicht gegeven worden wat de eerste fase zal kosten om beachvolleybal in het voorjaar mogelijk te maken. Hierover een raadsbesluit voor te bereiden voor de raadsvergadering van 25 maart 2021 en bij een positief besluit van de raad alles in het werk te stellen om op 1 mei 2021 te kunnen beachvolleyballen. Alle overige kosten en voorzieningen tijdens de behandeling van het accommodatieplan integraal af te wegen. En gaat over tot de orde van de dag. Dank u wel. De heer Bergwerff, CDA: Ik wil via u de heer Hoek van WIJ bedanken voor deze motie. In de motie, welke nu voor ligt, worden eigenlijk twee dingen gevraagd. Het voormalig oefenveld van honk- en softbal vereniging Orioles te bestemmen als beachvolleyballocatie.

Zoals meneer Hoek al aangaf, hebben wij van 21/29

de wethouder gehoord tijdens de commissievergadering, dat er geen andere verenigingen zijn, die een beroep doen op deze locatie. Mede daarom zien wij dit ook niet als een probleem. De volgende vraag uit deze motie betreft de opdracht aan het college om de kosten voor de eerste fase inzichtelijk te maken. Dit moet volgens de motie gedaan worden voor de volgende commissievergadering. Mijn vraag aan de wethouder: schat de wethouder in dat dat gaat lukken voor de volgende commissievergadering? Wij willen ook graag weten wat die kosten zijn, want als die eerste fase gerealiseerd is, kan de vereniging gebruik gaan maken van die buitenvelden. Echter, we kunnen allemaal aanvoelen dat tijdens de aankomende commissievergadering een bespreekpunt gepresenteerd zal worden met daarin een vraag voor een financiële bijdrage vanuit de gemeente om in de kosten van de eerste fase te voorzien. Als ik het juist heb, en dat denk ik wel, dan hoor ik dat graag van de indiener in de tweede termijn. Ik wil wel echt even gezegd hebben: wanneer de raad akkoord geeft op de uitvoering van die eerste fase, waardoor die vereniging gebruik kan maken van die buitenvelden, dit niet automatisch betekent dat we bij de behandeling accommodatieplan sport ook akkoord geven op de financiële bijdrage voor de riolering en elektriciteit voor toiletten, kleedkamers en eventueel douches.

Wij kunnen natuurlijk nu niet voorspellen wat de raad daarover gaat zeggen en gaat stemmen. Dit moet zowel de indiener als de vereniging Volley2B echt helder hebben. Dit zou dus zomaar kunnen betekenen, dat er buiten gevolleybald kan worden, maar er verder geen voorzieningen zijn. De vraag is of dit wenselijk is. Voor nu kunnen wij hoogstwaarschijnlijk met deze motie instemmen, tenzij de wethouder zegt: we gaan dat niet redden, om die informatie te hebben voor aankomende commissievergadering, maar het CDA is gewoon nieuwsgierig naar de kosten voor die eerste fase. We horen de reactie van de wethouder. Op naar het worden van de sportiefste gemeente van Nederland. Dank u wel. Mevrouw Draak, VVD: Ik wil eigenlijk even beginnen met de complimenten voor meneer Hoek van WIJ en ook voor Volley2B, want de motie die er nu ligt is echt wel het resultaat van veel overleg met elkaar. De VVD heeft in de commissievergadering gezegd: wij voelen heel veel sympathie voor Volley2B, wij gunnen alle volwassen-, maar vooral ook alle jeugdleden, hun buitenseizoen. Dat hebben ze al een keer moeten missen, ook 2 binnenseizoenen, dus in dat opzicht staan wij er zeer positief tegenover. Maar wij vinden ook, dat we een goede afweging moeten maken voor de sport in Lansingerland als geheel, daar is juist het accommodatieplan voor bedoeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=92488fac-b1d7-4ea5-aa41-309ea0adc7b7