BV21.0036 Verslag commissie Samenleving van 4 februari 2021
Tekst van het document
Ik denk niet dat we heel verschillen. We hadden het niet en wij zien trends en we denken dat die trends blijvend zijn en dat die passen bij het karakter van Lansingerland, dus dat het dan onderdeel in het nieuwe accommodatieplan zou kunnen worden van de basis infrastructuur. Volgens mij zeggen we hetzelfde. Dan kom ik bij uw tweede vraag: hoe ik nu kan aangeven, dat het om een groot bedrag gaat? Dat heeft te maken met het feit, dat wij een berekening hebben laten maken door een bureau, wat het kost om een professioneel beachvolleybalveld aan te laten leggen, dat een structureel karakter krijgt, dus dat we het aanleggen op een plek wat een definitieve beachvolleyballocatie is. Als wij dat in ons eentje moeten betalen, dan is dat een groot bedrag. Als we een deel moeten betalen, dan relateer je het aan de investering die de club eventueel zelf doet. Maar vooralsnog, het bedrag dat ik heb genoemd, dat begroot is door het bureau, dat is dan wanneer de
11/27
gemeente 100% voor zijn rekening neemt. Dan is het natuurlijk best wel een fors bedrag als je een integrale afweging wil maken in een sportaccommodatieplan voor alle sporten. De heer Hoppenbrouwer: Dan herhaal ik toch mijn eerste termijn opmerking. Het gaat om € 60.000, daar heeft u het over. De padelbanen kostten € 50.000. Met andere woorden: het verschil is € 10.000. Dus daar maakt u deze principiële afweging in. Vervolgens heeft Volley2B, volgens mij door inspreker, gezegd dat zij geld op de plank hebben liggen, los van subsidies om van die 60k wat af te snoepen. Ik begrijp nog steeds niet waarom u er niet uit gekomen bent. Ik snap het gewoon echt niet, want alle afwijzingsgronden zijn eigenlijk niet van toepassing. Of zegt u nou alleen: ze hebben pech gehad, dat het een binnensport is, omdat ze geen buitenaccommodatie vierkante meters hebben, daarom kon het bij de padel wel, omdat ze op het stukje van Triomf zaten en bij de inskate was het ook bestaand. Het is dus gewoon domme pech, dat het een binnensportvereniging is. Is dat juist? Wethouder Van Tatenhove: Nee, dat is niet juist, want ik ben met Volley2B ook in gesprek, ook over binnensport en we zijn ook in gesprek over de buitensport. We hebben in december een plan gekregen met ondersteuningsverklaringen.
In december is ook vanuit onze sportmedewerkers gevraagd, gemaild, om die financiële onderbouwing aan te leveren en die hebben wij nog niet gekregen. Ik denk dat het goed is wat u zegt om het gesprek met Volley2B te vervolgen en op te pakken en te kijken wat nou de daadwerkelijke financiële onderbouwing is van hun aandeel in de kosten en wat er dan eventueel overblijft voor de gemeente om hun tegemoet te komen. Dan kom ik bij de vraag van meneer Bergwerff. Ik denk dat het inderdaad goed is om inzichtelijk te maken over welk bedrag we het dan nog hebben als het gaat om het aandeel, dat de gemeente moet financieren, of de werkzaamheden die de gemeente dan zou moeten doen, zoals ze het ook hebben gedaan bij de aanleg van de locatie bij HBR. Ik denk dat het ook goed is, dat u zegt: we moeten dan zelf een afweging maken. U kwam nog terug op de watervelden. Volgens mij heb ik dat in de eerste termijn ook al gezegd: het aanleggen van de beachvolleybalvelden was een samenwerking tussen HBR en Volley2B. Toen was er nog geen sprake van, dat HBR ook daar het grasveld zou willen ombouwen in een waterveld. Ik denk dat er anders ook niet voor die locatie was gekozen, want er is echt geïnvesteerd.
Er is drainage gerealiseerd en er is goed zand op gelegd, dus het was echt een hele mooie beachvolleybal locatie en dat doe je natuurlijk in principe niet voor 3 jaar, tenminste, niet op zo’n professionele manier. Dan leg je misschien dezelfde hoop zand neer, die bij de Zijde heeft gelegen, maar niet een professioneel beachvolleybalveld. Dus dat was achteraf gewoon heel jammer, dat er voor die plek is gekozen, maar op dat moment, dat het een initiatief was van die twee verenigingen, was het een heel mooi initiatief. Ik denk niet dat dat dan betekent dat er rechten opgebouwd zijn, want het was een initiatief van 2 verenigingen en de gemeente heeft daar waar gevraagd mede gefaciliteerd, maar meneer Hoek, ik denk niet dat we dan kunnen zeggen dat de gemeente verplicht is om een nieuw veld aan te leggen op een andere plek. Ik denk wel, dat het goed is, dat hebben we ook gedaan, om met de vereniging in gesprek te gaan en te kijken welke mogelijkheden er zijn er waar de mogelijkheden zijn, maar dan heb je wel de samenwerking van twee partijen nodig om dat tot een goed einde te brengen. Op het moment, dat er een financiële afweging bij hoort ook echt uw raad als degene, die moet aangeven of dat dan wel of niet kan. Dan moet het financiële plaatje duidelijk zijn en rond zijn om naar uw raad te brengen. Als we het integraal willen afwegen, dan hoort dat bij het accommodatieplan.
Vanwege de doorlooptijd van het accommodatieplan was het idee om bij het accommodatieplan mee te nemen in een integrale afweging en onder het kopje ‘beachsporten’. Het accommodatieplan heeft een wat langere doorlooptijd dan gepland. Vooruitlopend op het accommodatieplan is een optie, als ik u zo hoor. Dan kom ik bij de afronding. Aan de andere kant: hij komt in maart naar u toe en ik denk niet dat we het heel veel eerder zouden kunnen doen, tenzij er in maart een bespreekstuk wordt geagendeerd, omdat er een financieel plaatje ligt, want ik hoor wel instemming met het genoemde puntje van het soft- en honkbalveld als er verder geen claims op die grond zouden liggen. Mag ik hem zo samenvatten? Mevrouw Verhoef: Toch even voor de opheldering. De wethouder zegt: hij komt in maart naar u toe. Hij is dan het sportaccommodatieplan. Maar mijn vraag is: bedoelt u dan: in maart gaan we daar een beeldvorming over hebben, waarbij zowel de commissieleden als de sportverenigingen worden uitgenodigd en daarna gaan we het in commissieverband bespreken? Wat is: hij komt naar u toe? De heer Hoek: Vroeger had Veronica ook de slogan: Veronica komt naar u toe deze zomer. Maar ik vrees, dat het voor Volley2B te laat is als het deze zomer is. Ik hoor de wethouder wel zeggen, en daar ben ik wel nieuwsgierig naar: er zijn geen claims in die hoek tot op heden.
Mag ik dat dan interpreteren: als we een tijdelijke voorziening zouden realiseren, dan zou dat hier kunnen, los gezien van het accommodatieplan? Wethouder Van Tatenhove: Als er een tijdelijke voorziening zou worden gerealiseerd op die punt, dan is de afweging: doe je iets tijdelijk of doe je iets permanent als het gaat om de kosten? Als het een tijdelijke voorziening is en het hele kostenplaatje ligt bij Volley2B, dan is het een andere afweging die u moet maken, dan wanneer het een tijdelijke voorziening is, waarvan de kosten voor een deel of geheel bij de gemeente worden neergelegd. In elk geval: op dit moment hebben wij niet van een andere club de vraag voor die plek, waar eerst soft- en honkbal was. Wat ik in de eerste termijn ook heb aangegeven: het is wel onderdeel van een sportpark en de vierkante meters van een sportpark kun je maar één keer definitief aan iemand geven voor een structurele bezetting. Ik denk dat dat iets is, wat we integraal moeten afwegen. Als je zegt: we benoemen die punt en we gaan ook zoeken naar iets permanents, dan is de
12/27
volgende stap, dat er een financieel plaatje bij moet liggen wat of dicht is, zodat we alleen maar hoeven te bediscussiëren of we de grond beschikbaar stellen. Als er in het financiële plaatje vanuit de volleybal nog een vraag of een verzoek of een claim ligt bij de gemeente, dan kom ik terug bij de raad met een verzoek zoals ik dat ook heb gedaan bij de padelbanen en bij die inline skatebaan: vindt u het goed, dat wij een budget beschikbaar stellen om de vereniging die beachvolleybalvelden aan te laten leggen? Ik denk dat het goed is om de afweging integraal te doen. Maar als u zegt: wij lopen daarop vooruit, dan is maart de eerste mogelijkheid dat u daar een besluit over neemt. Wat ik in reactie op mevrouw Verhoef net heb gezegd, is dat wij het accommodatieplan afronden in maart en dat het dus in maart uw kant op komt. Ik verwacht dan dat het in principe in april zou kunnen worden besproken, maar ik heb geen idee wanneer er een beeldvorming gepland staat over het accommodatieplan. Die kalender heb ik niet voor de geest. De voorzitter: Dan zie ik dat we aan het eind van de beraadslagingen zijn gekomen. U weet wat u te doen staat als raadslid als u er iets mee wilt. Meneer Hoek, ik wil u nog heel kort een nabrander laten geven.
De heer Hoek: Met name de laatste woorden van de wethouder, die stemmen mij wel enigszins vrolijk, in de zin van dat we een beetje de padelbanen constructie kunnen volgen om voorafgaand aan het accommodatieplan toch stappen te zetten. Interpreteer ik dat goed? Mevrouw Verhoef: De wethouder zegt dus eigenlijk: waarschijnlijk gaan we het bespreken in de commissie samenleving vergadering van april. Wanneer de beeldvorming is, dat weet ze niet, maar dat kan de griffie regelen. Dat betekent dan dus wel, dat het accommodatieplan in maart al wel naar de raad toe zou moeten, want dan moet het dus ook tegelijkertijd naar de sportverenigingen, zodat we dat met zijn allen in een beeldvorming daarover van gedachten kunnen wisselen. In maart moet het klaar zijn en in april kunnen we het in de commissie bespreken. Zo heb ik met de griffie ook steeds gesproken en dat is, als het goed is, de ambtelijke organisatie weer terug in gevloeid. Wethouder Van Tatenhove: Wat mevrouw Verhoef zegt klopt. Wij zijn van plan om het in maart uw kant op te sturen. We proberen dat zo tijdig te doen, dat het in april op de agenda kan. Ik hoop, dat dat allemaal lukt, maar daar zetten we in elk geval koers op. De beeldvorming, ja nogmaals, dat is niet precies mijn onderwerp en ik heb het ook niet scherp, maar daar heeft de griffie ongetwijfeld precies een beeld bij.
Dat wordt dan georganiseerd en daar kunnen wij natuurlijk gewoon aan meewerken, om die beeldvorming goed vorm te geven. Meneer Hoek gaf aan dat vooruitlopend op het accommodatieplan een besluit genomen zou kunnen worden om wel of niet de beachvolleybalvelden deze zomer mogelijk te maken: dat ligt er dus wat mij betreft een beetje aan, wat de financiële consequenties zijn van het plan. Als Volley2B dat helemaal voor eigen rekening neemt, dan kom ik misschien alleen maar met een verzoek uw kant op voor een stuk grond. Maar als er een financiële vraag aan onze kant wordt neergelegd, dan is het aan u om af te wegen of u dat op dit moment wel wil doen. U weet dat de financiële situatie niet echt super rooskleurig is op dit moment, dat we heel zorgvuldig moeten zijn in de afwegingen en dat doet, wat ik meen, toch altijd het liefst op een integrale manier. Dan zou dit erop vooruitlopen en dat kan, maar dat is aan u om die keuze te maken. Maar op dit moment weet ik nog niet wat de claim is of het verzoek, dat bij de gemeente wordt neergelegd voor een eventuele financiële bijdrage in het voorstel van de beachvolleybal zelf. De heer Hoppenbrouwer: Over die financiën, ik blijf toch maar even eigenwijs en standvastig. In de technische beantwoording geeft u aan, en u zegt: als de technische vragen beantwoord worden, die zie ik als wethouder.
Daarin schrijft u dat het om een fors bedrag gaat. Waar baseert u dat dan op, waarop u o.a. Volley2B afwijst? Uw uitspraak van nu past niet bij de beantwoording aan L3B. Daar volsta ik even mee. De heer Hoek: Als laatste wil ik nog zeggen: weet je, alles kost geld. Dat ben ik met de wethouder eens. Maar op het moment dat het je ambitie is, dat je de sportiefste gemeente van Lansingerland wil worden, dan geef ik u op een briefje, dat je niet altijd je hand op de portemonnee kan blijven houden en dat je daarop volgend ook stappen moet willen ondernemen. Volgens mij zou dit er een hele mooie stap voor zijn. Daar wil ik het bij houden. De voorzitter: Ik heb geen vragen meer gehoord, dus ik besluit dit bespreekpunt. Hartelijk dank allemaal. Ook dank aan meneer Hoek voor het inbrengen. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Plan schuldhulpverlening 2021-2025 De voorzitter: U heeft gezien, dat er wat stukken bij zitten o.a. het advies van de adviesraad sociaal domein. Er zijn technische vragen gesteld door de CU en L3B. We bieden een wat ruimere spreektijd in de eerste termijn van 5 minuten en daar ga ik u aan houden, gezien het tijdstip en de hoeveelheid mensen waarmee u bent. Ik weet uit ervaring, dat degene die niet aan het woord is het altijd erg fijn vindt als het beperkt wordt tot 5 minuten, dus dat gaan we nu echt doen. Let zelf ook even op uw klokje.
Ik verspring even in mijn sprekerssysteem, we gaan naar de één na grootste fractie, dat is de VVD. De heer Kampinga, VVD: Met een positieve grondhouding wil ik graag het volgende opmerken. Wij vonden het erg goed om te horen, dat de wethouder oprecht aangaf, dat het niet goed gaat met de schuldhulpverlening en dat het veel beter geregeld moet worden. Dus niet vergoelijkend wijzen naar
13/27
andere regiogemeenten, waar het ook slecht gaat. Nee, het moet veel beter. Dat gaf veel hoop. In de raad van december stelden wij daarom ook, dat we vooralsnog vertrouwen daarin hebben totdat het tegendeel blijkt, dat het beleidsplan met het uitvoeringsplan mooi zou zijn of goed zou zijn. Het voorliggende plan integrale schuldhulpverlening lijkt met stoom en kokend water tot stand te zijn gekomen. En dat begrijp ik, want er was haast bij. Het is de vraag of het dan wel helemaal voldragen is. De belangrijkste reden, dat wij ons dat afvragen is: het uitvoeringsplan ontbreekt vooralsnog. Dit maakt natuurlijk integraal deel uit van het hulpverleningsplan. Zonder uitvoeringsplan is het lang niet compleet. Je zou kunnen zeggen, dat de ketenregisseur daar invulling aan moet geven. De rol en taken van die ketenregisseur zijn wat ons betreft niet volledig duidelijk. Wordt het monitoren en achteraf verslag doen? Of speelt deze functionaliteit, ketenregisseur, want het gaat namelijk over 2 fte, een rol in de sturing naar goede uitvoering? Hoe dan ook, voor deze functionaliteit staat 2 fte. Die komen uit het niets, of niet, maar die zijn dus additioneel ten opzichte van het vigerende plan. Wat zijn de taken precies en de bevoegdheden van die ketenregisseur? Dat is mij niet duidelijk. De feitelijke uitvoering blijft immers extern.
Plangroep, Kwadraat, Humanitas, Schuldhulpmaatje, dat blijft min of meer zoals het nu ook is. Op zichzelf niets op tegen, maar die ketenregisseur, die uit 2 fte bestaat, die komt daar bovenop. Trouwens, de financiering van die 2 extra fte is nog onduidelijk. Er staat niet voor niets in het raadsvoorstel, bij alle drie de punten, dat er nog een voorbehoud is, dat het nog goedgekeurd moet worden. We stellen eigenlijk een plan vast, waarvan nog niet zeker is, dat het ook uitgevoerd kan worden. Dan heb ik het over misschien wel het belangrijkste punt: de ketenregisseur. In de midterm review 2 wordt o.a. aangegeven, dat er keuzes gemaakt moeten worden. Je moet prioriteren. Ik heb vanmiddag het stuk van Den Haag zitten lezen, schuldhulpverlening, een heel helder verhaal trouwens. Ik kan er niet over oordelen, want het ging heel snel, maar het zag er ook heel goed uit. Dat was trouwens van 2020 tot 2024, wij lopen natuurlijk een jaartje achter, maar dat is niet anders, dat kunnen we niet meer inhalen. Voor het halen van doelen moet namelijk ook betaald worden. Het moet ook betaalbaar zijn. Daarom moet je soms keuzes maken. Je kunt niet alles doen. Bij een bereik van 1.200 is ieder optimaal hulp verlenen een illusie, vandaar de prioritering, denken wij, en keuzes maken, maar dat zit hier nog niet in. Wellicht komt dat in het uitvoeringsplan, maar dat kennen we nog niet.
Ja, het wordt hoog tijd voor nieuwe effectieve schuldhulpverlening. Alleen het voorliggende beleidsplan goedkeuren is een sprong in het duister, omdat een aantal dingen die heel wezenlijk zijn nog niet bekend zijn. De mensen met problematische schulden zijn daarmee ons inziens niet gediend. Beter misschien toch nog heel even uitstel en met een compleet plan komen, maar dat kan misschien ook weer niet, want die ketenregisseur is er nog niet enzovoorts. Dus kort en goed: wij vragen ons af of het nu wel al tijd is om hier een besluit op te nemen, al is het maar onder voorbehoud van financiën enzovoorts. Dank u wel. De heer Bergwerff, CDA: Ik bedank de wethouder voor het document. Het CDA vindt het inhoudelijk een goed document en de punten vanuit de aanbevelingen rekenkamer zijn hierin terug te vinden. Wij mogen ervan uit gaan, dat de gemeente met dit plan veel beter zicht krijgt in het aantal huishoudens met problematische schulden. Het monitoren van de vooruitgang en de rol van de verbinder heeft een duidelijke plek gekregen in het plan. Wij hebben er nu wel vertrouwen in, dat er prioriteit gegeven wordt aan de uitvoering van dit beleid. Even wachten op het uitvoeringsplan, maar wat we nu zien, daar zijn we echt wel enthousiast over. Even een verzoek aan de wethouder.
In het vervolg is het wel zo overzichtelijk om een document bij de stukken toe te voegen, waarbij wij precies kunnen afleiden welke aanbevelingen van de rekenkamer waar in het stuk te vinden is. Wij als raadsleden komen daar wel uit, maar het gaat hier om een gevoelig document, een heel belangrijk document. Ik kan me voorstellen dat er inwoners zijn, die met schuldhulpverlening te maken hebben, die het heel interessant vinden om dit document te lezen, dus zeker een document als dit moet zo behapbaar mogelijk zijn voor iedereen. Even terug naar de inhoud. De ketenregisseur heeft een cruciale rol bij het waar maken van de aanbevelingen van de rekenkamer. Als die ketenregisseur zo’n cruciale rol in het geheel heeft, zou ik daar eigenlijk nu al wat meer over willen lezen en dan inderdaad iets meer op detailniveau. Bijvoorbeeld: wat gaat die persoon precies doen? Hoe komen we aan deze persoon? Waarom heeft hij zo’n cruciale rol? Graag daar even op inzoomen. Dat hebben we nu niet, ik snap ook heel goed dat dat terug komt in het toekomstige uitvoerings- en implementatieplan. Daar zal die rol van de ketenregisseur verder worden uitgelegd. Maar ik had er eigenlijk nu ook al wat meer over willen lezen, omdat dit zo’n belangrijk aspect is.
Ik heb nog wel een vraag aan de wethouder, ik citeer even uit het voorstel raad: dit plan kunnen wij vast stellen onder voorbehoud van de besluitvorming bij de kaderbrief 2022 en bij de bijstelling van de begroting bij de zomerrapportage 2021. Einde citaat. Wat als we het bij de kaderbriefbehandeling helemaal niet eens worden over die € 150.000? Gaat dit plan met de ketenregisseur dan niet door? Wat gebeurt er dan? Moeten we een plan B maken? Hopelijk kan de wethouder mij hier wat duidelijkheid over geven. Daarbij vraag ik me af wanneer die ketenregisseur gaat starten met zijn werk. Kan dit dan pas na de behandeling en vaststelling van de kaderbrief? Of pas na de zomerrapportage? Dat is voor mij even niet duidelijk. Het CDA vraagt zich ook even af, de CU heeft in de technische vragen gevraagd wat de wethouder vindt van de ASD en of de ASD nog een advies heeft gegeven. Na die beantwoording kregen wij dat document pas, eigenlijk heel laat. Vanmiddag kregen wij pas het document van de reactie van de wethouder op de ASD.
14/27
Ik vraag me af: waarom is dat nou zo laat gekomen? De aanbevelingen ASD waren al op 26 november 2020 verzonden. Met name ben ik benieuwd wat de wethouder terug laat zien uit het uitvoeringsplan aangaande het advies van de ASD, want de wethouder gaf aan, dat dit terug komt. Waar ik heel nieuwsgierig naar ben, misschien kan de wethouder daar wat over zeggen: in het advies van de ASD staat dat monitoring en rapportage op de schulden veroorzaakt door de coronacrisis apart te benoemen en waar mogelijk voor de hieraan verbonden schuldhulpverlening aanvullend budget vrij te maken. Dat zou betekenen, dat je dan schulden verbonden aan de coronacrisis apart pakt ten opzichte van schulden niet gekoppeld aan de coronacrisis. Misschien kan de wethouder al iets vertellen, wat zij hiervan vindt, want blijkbaar gaan wij dit ook terug zien in het uitvoeringsplan. Ter afsluiting: het CDA is van mening, dat de aanbevelingen van de rekenkamer terug komen in het plan schuldhulpverlening. Dat is waar het hier nou echt om gaat. Wat ons betreft is het inhoudelijk een goed plan en zijn wij akkoord en moet dit in werking worden gesteld. Dank u wel. De heer Barendregt, WIJ: Het voorliggende plan schuldhulpverlening 2021-2025 is geschreven in helder Nederlands. Verder spreekt het stuk genuanceerd over het begrip schulden.
Zo valt er in het voorwoord te lezen, dat iedereen in een problematische schuldensituatie terecht kan komen. Tegelijkertijd wordt in het plan opgemerkt, dat het hebben van schuld niet in alle gevallen problematisch is. Dat is allebei waar. Aan het nieuwe plan schuldhulpverlening ligt een wetswijziging ten grondslag. Door deze wetswijziging krijgt de gemeente er een aantal taken bij. In het plan zijn er drie tussenkopjes, dat wil zeggen: vroegsignalering, gegevensuitwisseling en het vergroten van de integraliteit. Deze drie zaken zouden in principe in het voordeel van de klant moeten werken. Om de extra taken uit te kunnen voeren, moeten gemeenten alleen wel de nodige kennis en kunde in huis hebben. WIJ begrijpt, dat hier extra ambtelijke capaciteit voor nodig is. Het doet wel de vraag rijzen: hoe staat het vandaag de dag met vroegsignalering? De herziene wet is immers al ingegaan op 1 januari 2021. Verder vinden we het ambitieniveau, dat spreekt uit het plan, niet altijd even hoog. Bijvoorbeeld als het gaat over het bereiken van de schuldhulpverlening. Over de doelgroep zelfstandigen en middelbaar tot hoger opgeleide inwoners wordt gezegd: we streven ultiem naar een bereik gelijk aan het bereik van de huidige doelgroep beneden modaal inkomen, zijnde 18%.
Dit kun je toch geen hoog bereik noemen? Wat kunnen we leren van gemeenten met een hoger bereik? Ik vroeg me ook af waar die 18% vandaan komt. Als ik het rapport van de rekenkamer erop nasla, dan zie ik op blz.67 dat we een bereik van 8% zouden hebben als Lansingerland zijnde, dus dat begrijp ik niet helemaal. In het verlengde hiervan ligt ook de vraag: waar worden in het plan schuldhulpverlening de aanbevelingen van de rekenkamer concreet gemaakt? L3B heeft hier ook een technische vraag over gesteld, waarvoor dank. Ik parafraseer even het antwoord. Een deel zit op de wijze van uitvoering. Omdat het een richtinggevend plan is, worden sommige aanbevelingen pas concreet bij de daadwerkelijke uitvoering van het plan. Ik begrijp dit antwoord procesmatig gezien wel, maar gevoelsmatig niet. Vooral als het gaat om de gevolgen van de coronacrisis. Had er na bijna een jaar coronacrisis al niet een aanvalsplan klaar moeten liggen? De heer Bergwerff verwees er ook al naar, wat de ASD hierover heeft gezegd, dat er toch mogelijk twee sporen moeten komen: voor coronaschulden en de normale schuldhulpverlening. Ik denk dat dat wel een goed plan is.
Ik vraag me ook af: is de gemeente wel voldoende zichtbaar als dienstverlenende partij? Het straatbeeld van vandaag de dag, als je zo eens rond gaat lopen in Lansingerland, en je komt eens voorbij de bushalte, want je staat er niet meer te wachten, maar je ziet de bushalte wel, dan zie je nog de posters hangen van: laat je testen. Maar een poster over waar je terecht kunt als je schulden hebt, is toch veel zeldzamer. Concluderend: door de wetwijziging zou de gemeente beter inzicht moeten kunnen krijgen in wie de klant is. Juridisch gezien is er nu ook meer mogelijk. Het hoe moet alleen echt nader uitgewerkt worden. Hier mag ook best wat vaart achter. Zeker rondom het dossier schuldhulpverlening en corona. We kijken daarom uit naar het uitvoerings- en implementatieplan. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Schuldhulpverlening is voor onze fractie een speerpunt. Daar zijn wij voor als gemeente, vinden wij. Dan gaat het niet over zoiets als geen nieuwe iPhone kunnen kopen. We bedoelen dan, dat er mensen zijn, die niet eens normaal eten kunnen kopen voor hun gezin. Of ze kunnen niet eens koken, omdat hun fornuis kapot is. Schuldhulpverlening heeft ook te maken met mensen, die beschadigd zijn in hun zelfbeeld. Mensen moeten leven met schaamte. Het gaat om gezinnen, die kapot gaan, die geen uitweg meer zien.
Wat we belangrijk vinden van dit plan en wat er goed in omschreven wordt, is dat het erom gaat, dat nu een klein deel van de mensen met problematische schulden, slechts een klein deel zoekt hulp, zoekt professionele hulp. Er wordt wel gezegd: wat mooi dat werkgevers er wat voor doen, wat mooi dat vrienden helpen. Maar het helpt hen juist vaak van de regen in de drup. Goede hulp is een heel traject doorlopen, zodat ze er echt uit komen. Wij hebben uitgekeken naar het beleidsplan en ik had in drie punten wat willen zeggen hierover. In de eerste plaats over het proces, maar wat het CDA hierover zei, kunnen wij geheel nazeggen. We vonden het teleurstellend, dat de toezegging, die gedaan is over het advies vragen aan Schuldhulpmaatje en Humanitas op zo’n povere manier gebeurd is. Het is alleen maar verwerkt in het plan. En zo ook voor de ASD, dat we daar nadrukkelijk om moesten vragen en dan ook nog moesten raden wat er van overgenomen is. Onze fractie
15/27
heeft het opgelost door zelf met Schuldhulpmaatje en thuisadministratie van Humanitas uitgebreid te spreken, zowel bij het rekenkamerrapport als nu opnieuw. Ik wil twee punten zeggen, eerst wat we sterk vinden aan het plan en dan wat wij zwak vinden of aanpassing verdient. Wat we sterk vinden is de centrale rol van de ketenregisseur. Dat moet ik toelichten. Ten eerste herkennen we bij de uitvoerders dat zij daar enorm blij mee zijn. Ze zeggen: dit is het antwoord op de zwakke punten bij de uitvoering, want wij doen ons werk wel, maar we hebben juist die continuïteit nodig. Het beheer van: waar komen wij aan gegevens, hoe wordt de integrale aanpak bewaakt? Zij zeggen: die persoon had eigenlijk al gisteren aangesteld moeten zijn. Waarom het ook sterk is, is de uitleg in het beleidsplan, dat haast een college is. Ook met termen, die ik zelf op moest zoeken, wat betekent precies mobility mentoring? Na erop gestudeerd te hebben: het overtuigt. De actualiteit van de toeslagen affaire laat zien, dat een plan voor schuldhulpverlening of überhaupt financiële problemen zich niet moet beperken tot uitvoering. Juist moet het ook gaan om alert blijven op het onderliggend beleid. En dat doet dit plan. Het spreekt over de diverse sporen en legt uit waar schuldhulpverlening aan moet voldoen in deze tijd anno 2021.
De ketenregisseur, dat is het zwakke punt tegelijkertijd, is ook een hachelijk iets als het zou uitvallen, zelfs als het door meer dan één persoon uitgevoerd gaat worden. We zijn benieuwd van de wethouder te horen wat het zou betekenen als dat toch schade lijdt. Stort dan het hele plan in elkaar? Is mogelijk zelfs overwogen, dat de hele schuldhulpverlening extern ondergebracht wordt? Uitbesteden is theoretisch ook een manier om aan de wettelijke eisen te voldoen. Een ander punt, vrijwilligers. Op dit moment spelen vrijwillige hulpverleners een essentiële rol. In het plan lezen we echter, dat er subsidie gekort gaat worden. Daar snappen we helemaal niets van. Zo weten we dat het bij Schuldhulpmaatje geheel besteed wordt aan verplichte opleiding van vrijwilligers. Het aantal vrijwilligers bij beide organisaties, die wij gesproken hebben, is reeds terug gelopen. Laten we dus deze bezuiniging niet doorvoeren, maar graag hoor ik ook daar de wethouder over. Onze conclusie is dat wij vooral de sterke punten van het plan zien. Implementatie kan en mag niet uitgesteld worden. Want zoals het rekenkamerrapport liet zien: er is nu aanpassing nodig, de uitvoering schiet overal tekort. Een investering van anderhalve ton, het lijkt veel, maar als we kijken naar de kosten is het niet veel. Dan denk ik niet alleen aan de financiële kosten.
Er is winst te halen op maatschappelijk en menselijk terrein. Dat alleen al zou voldoende reden moeten zijn. Maar er is ook een economisch punt. Een huisuitzetting kost al € 10.000. Maar dan heb je ook een gezin, dat in de hulpverlening zit. De kosten die daarmee gemoeid zijn, zouden voor de gemeente heel veel hoger zijn dan deze investering gaan doen. Tot zover, ik wil me graag aan de tijd houden. De heer Jonker, D66: Allereerst, het maatschappelijk belang van schuldhulpverlening, daarover hoeven we niet lang bij stil te staan. Het is vaak genoemd en herhaald. Tegelijkertijd wil ik een extra element blijven herhalen, dat we kunnen aannemen, dat door de huidige coronacrisis de urgentie van een goede aanpak op dit onderwerp alleen maar zal toenemen. Daarom zijn we blij, dat er nu een plan ligt, dat we met elkaar kunnen bespreken. Ik wil de wethouder en de betrokken ambtenaren bedanken voor het opstellen. De structuur was helder. Ik had net als de CU bij het lezen nog even dat ik een aantal termen moest opzoeken, maar op een gegeven moment was er wel goed uit te komen. Toch hebben we nog wat opmerkingen bij de inhoud. Voor de verandering achteraan te beginnen. In de bijlage treffen we een cijfermatig beeld aan van de situatie in Lansingerland, waardoor we ook nu ook (…) veilig het gesprek kunnen voeren.
De cijfers illustreren ook de problemen, zoals een teruglopend aantal aanmeldingen. Wat wel opvalt is dat in de tabel op blz.18 alleen de Plangroep cijfers zijn opgenomen en niet die van Kwadraat, Humanitas en Schuldhulpmaatje. Er wordt vervolgens in de tekst vermeld, dat dit 90 personen zijn op jaarbasis, dan is dan meer dan die in de tabel zelf staan voor het betreffende jaar. Ik denk dat we er een volgende keer naar moeten streven om die met elkaar te verwerken, want anders zou je het snel verkeerd kunnen lezen. De analyse wordt ook vervolgd, de tabel op blz.19, waarin de genoemde 90 personen per jaar ook niet zijn verwerkt, lijkt. Ten aanzien van de inhoud is het verder prettig dat we de aanbevelingen van de rekenkamer als toetssteen hebben naast ieders politieke inbreng. Een flink aantal is verwerkt. Ik haal er nog een aantal punten uit en ik wil de wethouder nog om een reactie vragen. Aanbeveling 3 herinneren we ons nog wel, dat was: verbeteren toegangsproces tot schuldhulpverlening door te zorgen voor centrale ingang, waarbij een professionele welzijnsaanbieder een brede screening doet. En o.a. het principe: 1 klant, 1 plan, 1 regisseur. En we houden de huidige structuur van toegang, staat in het plan. We vragen ons af of dat helemaal in lijn is met die aanbeveling.
Ik had zelf nog wat moeite om precies duidelijk te krijgen wat die ketenregisseur precies gaat doen, maar ik wil ook wel geduld hebben tot het uitvoeringsplan. Ik vroeg me ook af wat dan de relatie is tussen de ketenregisseur en ik hoop de vaste casemanager, die iedereen heeft met schulden en hoe die afstemming en communicatie dan plaats vindt. Ik vraag me ook af of de wethouder even wil reflecteren op de aanbeveling die ik noemde, aanbeveling. In hoeverre de huidige situatie voldeed en wat u nu verandert in dit plan om dat te verbeteren, om daar invulling aan te geven. Dat was ons nog niet helemaal duidelijk. Het volgende punt, aanbeveling 6, is de onafhankelijke toetsing, klanttevredenheidsonderzoek. Ik zag hem nog niet, maar misschien heb ik niet goed gelezen. Misschien kan de wethouder aangeven waar dat zit, want dat lijkt me wel een heel belangrijke. En als laatste punt in deze termijn zou ik aandacht willen vragen voor transparantie in het gebruik van data en algoritmes. Een actueel onderwerp, dat momenteel
16/27
veel aandacht krijgt en terecht. Ook in dit plan, voor de oplettende lezer, is er sprake van veel gegevensuitwisseling met ook veel partijen buiten de gemeente o.a. vroegsignalering met behulp van een matchingssysteem. Naast dat iedereen natuurlijk moet voldoen aan geldende wet- en regelgeving, AVG en de veel genoemde menselijke maat, is ook gewoon transparantie belangrijk. Kan een burger kennis nemen van welke data verwerkt worden in het kader van deze schuldhulpverlening, met wie die worden uitgewisseld en welke algoritmes op hoofdlijnen worden toegepast, bijvoorbeeld in het kader van vroegsignalering? Dan bedoel ik dus niet, dat het in raadsstukken beschreven staat, want de meeste mensen kunnen die niet vinden en lezen die ook niet. Maar dat op een logische plek op de website van de gemeente dit beschreven wordt. Dat kan relatief simpel door de gebruikte gegevenselementen te noemen, met welke overheidspartijen en andere partijen die worden uitgewisseld, ook welk systemen er worden ingezet, zoals het genoemde matchingssysteem. Kan de wethouder dit toezeggen? Dat zou ik heel prettig vinden. Indien er inspiratie nodig is, kan gekeken worden naar de gemeente Amsterdam, die dit bijvoorbeeld doet in de website algoritmeregisteramsterdam.nl . We hoeven het niet zo groot op te zetten, maar een stukje transparantie lijkt me ook belangrijk hier. Daar wilde ik het voor nu bij laten.
Mevrouw Gabin, GL: Op basis van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening is er een nieuw beleidsplan schuldhulpverlening opgesteld, dat richting moet geven aan de integrale schuldhulpverlening. In het plan is er veel aandacht besteed aan de onderliggende problematiek en nazorg. Dat vindt GL heel positief. In het plan staat centraal: eerst schuldenvrij, dan de rest. Maar voor ons is het niet duidelijk wanneer er dan precies de gedragsondersteuning wordt ingezet. In het kader van nazorg, nadat iemand schuldenvrij is, wordt het dan ingezet? Het is voor ons nog niet helemaal duidelijk. Het lijkt ons immers verstandig om meteen met dit traject te beginnen en dus niet af te wachten wanneer iemand schuldenvrij is. Ook bij het ASD zijn onduidelijkheden geconstateerd op dit gebied, vooral wat betreft preventie en nazorg. Het volgende dat we wilden uitlichten is paragraaf 3.2.5, daar worden instellingen als middelbare scholen, huisartsen, onderwijsverenigingen, ondernemersverenigingen, sportverenigingen en kerken benaderd. Ik had bij het laatste graag het woord kerk veranderd zien worden in religieuze instellingen. Je hebt namelijk ook te maken met een moskee in Lansingerland en wellicht ook andere gebedshuizen. Dat wordt nu vergeten. GL vindt het goed om te zien, dat er een rol is weg gelegd voor vrijwilligers. Zij zijn de ogen en oren van de gemeente.
Samen werken en in contact blijven met het netwerk in de gemeente is dan ook heel erg belangrijk. Op welke wijze worden deze samenwerkingsstructuren ondersteund en verstevigd, is de vraag. Voorheen hebben wij ook onze zorgen geuit en om meer aandacht gevraagd over de complexiteit van problemen en of dat niet te belastend zou zijn voor vrijwilligers. In het advies van de ASD worden onze zorgen ook benoemd. Tot slot wilde ik het volgende nog even toelichten. Uit diverse onderzoeken blijkt dat bij geldproblemen de zorgverzekering de eerste kostenpost is, die mensen niet meer kunnen betalen. Vanaf je 18e ben je verplicht een eigen zorgverzekering af te sluiten, want dan ben je namelijk officieel volwassen en word je geconfronteerd met verantwoordelijkheden. Een nieuw schuldenplan voorziet in vroegsignalering door de gemeente, maar GL wil de zorgverzekeraars stimuleren om ook zelf proactiever te zijn. Zorgverzekeraars mogen wel hun klantencontact verbeteren. Ze sturen stug standaard herinneringsbrieven op. Dit zorgt ervoor, dat die vaak niet geopend worden door de mensen. Er dient met de mensen worden meegedacht. Is het een idee om hierover met zorgverzekeraars in gesprek te gaan om indien mogelijk gezamenlijk verbeterpunten m.b.t.
klantencontact in kaart te brengen? En zorgverzekeraars te stimuleren om hun klantcontact aan te passen ten behoeve van schuldhulppreventie? Bijvoorbeeld door klanten in een eerder stadium telefonisch te benaderen in plaats van standaardbrieven toe te sturen. Wat vindt de wethouder hiervan? Moeten we dit niet verwerken in de ambities? Tot zover. De heer Xhemaili, PvdA: We bespreken vandaag in de commissie samenleving het raadsvoorstel schuldhulpverlening 2021-2025 met als titel ‘de schaamte voorbij’, van schulden naar schuldenvrij. Wat ik overigens best een vreemde titel vindt, want het wekt iets op, dat het zonde is om schuld te hebben en als een straf is. Wat volgens mijn fractie het kernprobleem is, is het feit dat het college de inwoners met problematische schulden moet kennen om deze beter te kunnen bereiken en helpen. Regie en een passend aanbod aan schuldhulpverlening zijn volgens het college dan ook cruciale instrumenten om de inwoners die bereikt worden ook daadwerkelijk te helpen. De nieuwe aanpak van schuldhulpverlening loopt via de 7 sporen, ik ga ze niet allemaal opnoemen. Deze aanpak juicht mijn fractie toe. We lopen graag nog een aantal zaken langs in de nota. We weten uit een nota en ook uit het rapport van de rekenkamer, dat niet mals was, dat 2/3 van de inwoners met problematische schulden een inkomen hebben dat hoger is dan één keer modaal.
Vaak ligt het zelfs rond twee keer modaal. Dit is een groep, die de gemeente onvoldoende bereikt en in beeld heeft. Zoals ik al vaker heb benoemd in mijn woordvoering: schulden komen bij alle lagen in de samenleving voor. Daar ligt dus de uitdaging voor de gemeente en voor het college. Dat mag nog wel meer prominent in de nota op papier worden gezet, hoe we deze doelgroep meer kunnen bereiken. Immers, volgens het college worden de lage inkomens, gelijk aan één keer modaal, wel bereikt. In de inleiding van het beleidsplan zegt wethouder Van Tatenhove, een quote, dat niemand met schulden volledig zelfredzaam is. Op eigen kracht kom je niet zomaar uit de
17/27
schulden, je hebt hulp nodig en een plan nodig voor de toekomst. Ik sluit de quote. Het valt mijn fractie op, dat het college in deze nota meer afstand neemt van de tot nu toe omarmde beleidsvisie, eigen kracht en zelfredzaamheid. Dat doet mijn fractie ontzettend veel deugd en ziet het als doorbraak, en juicht deze verandering in de visie van harte toe. Vraag aan de wethouder: wil het college onze analyse dat er een verandering in de visie is, minder op afstand beleid wordt gemaakt en meer naar zichzelf toetrekt? Naast de regie wil het college ook (…) krijgen op schuldhulpverlening zelf. De uitvoering van de schuldhulpverlening ligt buiten de gemeentelijke organisaties, waardoor de grip op de uitvoering te ver van het gemeentelijk apparaat is komen te staan. Dat heeft ook een aantal collega’s benoemd tijdens deze woordvoering vanavond. Het huidige aanbod schuldhulpverlening is volgens het college voldoende integraal. Dan is het lastig om te zien of er voldoende passend aanbod is qua hulp. Zo voorziet de gemeente bijvoorbeeld niet in aanbod voor ondernemers met schuldenproblematiek. De inzet van een ketenregisseur schuldhulpverlening, die regie houdt op (…) juicht onze fractie op zich dan ook wel toe. Dat zal de integraliteit ten goede komen. Het college wil goed aansluiten op het armoedebeleid.
Ik quote weer: (…) regelingen en subsidies zijn opgezet om inwoners met armoedeproblematiek te ondersteunen, met name wanneer dit gezinnen zijn met kinderen. De stijging aan deelname bij o.a. stichting Leergeld geeft aan, dat de weg naar voorzieningen als deze goed wordt gevonden. We blijven het onder de aandacht brengen. Einde quote. Dat doet ons deugd, dat het bereikt en gevonden wordt. Wel heb ik nog een vraag aan de wethouder. Geldt dit ook voor het voorzieningenbeleid in het kader van de participatiewet? Hoe goed wordt die bereikt? Veel voorzieningen zoals meubilair voor statushouders, die zich hier vestigen, worden als leenbijstand verstrekt, waardoor het toch al minimale bijstandsinkomen wordt verkleind. Daarnaast moet je ook denken aan de studieschuld die ze opbouwen bij de inburgeringscursussen. Dat is ook niet mals. Zo werkt de gemeente mee aan het ontstaan van de schuldenproblematiek bij deze inkomens doelgroep. Vraag aan de wethouder: hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? In het kader van de vroegsignalering stelt het college dat uit huidige meldingen, ongeveer 10 per maand, achterlopen bij het voorgestelde van 400 per maand. Er wordt gezegd: we streven om minstens op te schalen naar 100 meldingen per maand eind 2021, waarvan 70% naar verwachting bestaat uit enkelvoudige meldingen. Volgens mij laat dit weinig ambitie zien.
Daar refereert ook mijn collega van WIJ aan. Vraag aan de wethouder: waarom is er sprake van zo’n trage opschaling? Getuigt het van een te lage ambitie, ja of nee? Het college meet het resultaat door jaarlijks te kijken naar de cijfers van het CBS over het aantal personen, dat in Lansingerland is gesignaleerd met problematische schulden. Gemiddeld over de afgelopen jaren waren dat ongeveer 1.200 personen. Dat moet eind 2021 gedaald zijn naar 1.080 personen. Vraag aan de wethouder: waarom gaat dit in een slakkentempo? Waarom gaat dit niet sneller? Blz.12 in de nota toont het beschikbare budget voor de hele schuldhulpverlening. Hiermee is € 365.000 gemoeid. Dit budget moet uitgebreid worden met de ketenregisseur. Het college vraagt hiervoor € 150.000 extra geld. Hier heb ik wel een aantal vragen over aan de wethouder, dan sluit ik mijn eerste termijn. Vraag aan de wethouder: over hoeveel formatie-uren gaat het? Hoeveel geld is er nodig om het ambitieniveau, zoals aangegeven in de 7 sporen, hoog te laten zijn? Kan het college ten behoeve van het debat over de kaderbrief 2022 een overzicht geven van de mogelijke hoge ambitieniveaus inclusief het kostenplaatje? Hoe gaat het college dit dekken? Bij de bespreking van de begroting werd er immers over gesproken om te gaan bezuinigen op het gemeentelijke apparaat. Ik ben heel erg benieuwd naar de antwoorden van de wethouder hieromtrent.
Ik laat het voor nu hierbij mijn eerste termijn. De voorzitter: Gebruikt u ook vooral het instrument van technische vragen stellen van tevoren, dat levert al veel inzicht. De heer Hoppenbrouwer, L3B: L3B kijkt ernaar vanuit de visie, dat wij moeten streven naar een problematische schuldenvrije gemeente. Wat ons betreft ligt de nadruk daarop, dat de toegang tot schuldhulpverlening vooral laagdrempelig en breed toegankelijk is. Dat de nadruk ligt op vroegtijdige signalering en dat er een gerichte aanpak is waarbij de oplossing centraal staat en niet de schuldvraag. Die elementen zien wij tussen de regels in de nota terug, dus daar zijn wij enthousiast over. Verder de beantwoording van de technische vragen, waarvoor wederom dank, is voor mij eigenlijk voor het eerst helder geworden in hoeverre er opvolging is gegeven aan de aanbevelingen van de rekenkamer. Want in de huidige nota zelf, zoals die er nu ligt, wordt het niet zo 1, 2, 3 herkend. L3B zou het op prijs stellen als de beantwoording van de technische vragen op dat vlak integraal in de nota zou worden opgenomen. De beantwoording gaf vervolgens ook wel iets meer zicht, ondanks dat ik begrijp dat mijn collega’s nog aan het zoeken zijn naar een beter beeld wat de ketenregisseur gaat doen. Dus overall hebben we er best een goed gevoel bij. Maar ik heb toch nog 10 opmerkingen. De eerste is de titel.
Ik weet niet welke partij er ook even naar verwees, ik dacht de PvdA. Ondanks de goede intenties met het voorwoord, blijft het woord schuldig toch in de eerste lezing een negatieve annotatie te hebben. Wij zouden willen voorstellen om de titel te wijzigen in ‘we gaan naar een problematische schuldenvrije gemeente’. Want ik heb van meneer Kampinga geleerd, dat je nooit schuldenvrij kan zijn, want je hebt namelijk ook mensen met een hypotheek en dergelijke. Dus dat was weer een leermoment van mij, een lesje economie. Mijn tweede opmerking is: in mijn technische vragen is er eentje afgekeurd, meerdere, maar deze was politiek. Misschien dat ik het niet helemaal goed heb begrepen, maar één van de
18/27
hoofdconclusies van de rekenkamer was, dat de gemeente slechts ongeveer 185 nieuwe huishoudens op zijn netvlies had, terwijl de rekenkamer zei: volgens mij is de doelgroep naar schatting 1.200 huishoudens. Ik heb misschien bijlage 2 verkeerd begrepen, maar daar zie ik toch een hele opsomming, waarbij de 1.200 in ieder geval herkend wordt. Mijn vraag is eigenlijk: is deze 1.200 van de rekenkamer nu ook overeenkomstig bijlage 2? Mocht dat zo zijn: waarom heeft het college dat dan eigenlijk zo laat of niet opgepakt? Mijn derde opmerking gaat over de inzet van de ketenregisseur. Daar is veel naar gevraagd. De enige vraag die nog niet is gesteld, in hoeverre dit nou een uitvloeisel is van de wettelijke taak of dat dit gemeentelijke vrijheid is. Dus daar ben ik nieuwsgierig naar en dat heeft mede ook met de financiële afweging te maken. De PvdA telt 7 sporen. Ik heb er 8 geteld, dus misschien zijn we er eentje bij de wissel kwijt geraakt. Op zich lijkt mij die benadering prima. Het enige wat ontbreekt, en dat hebben we bij meerdere nota’s gehad, bij de onderwijsnota, de midterm review, daar heb ik niemand nog over gehoord: wanneer kunnen we nou vast stellen, dat de ingeslagen weg, die nu voorgesteld wordt, succesvol is? Ik zou die kwantitatieve en kwalitatieve gegevens meetbaar willen zien.
Ik hoop dat de wethouder dat voor de gemeenteraad dit schriftelijk doet toekomen: wanneer vinden wij dat wij over 2 jaar dit succesvol hebben aangepakt en is er ook geen aanleiding om de rekenkamer te vragen om een nieuw rapport te doen? Dan mijn volgende opmerking, die gaat over de fte’s. Wij hebben in de begrotingsbehandeling gesproken over een lastenverhoging van € 2,2mln. Dat betrof o.a. 18,45 fte, waarvan 10 fte voor het sociaal domein bedoeld waren. Mijn vraag is nu: zitten deze 2 fte in die 10 verdisconteerd? Of is de opmerking van meneer Kampinga juist, dat het top-on komt? Over de ASD is al iets gezegd, dus dat laat ik liggen. Dan mijn laatste opmerking en dan ben ik bijna binnen mijn 5 minuten. De huisuitzetting, daar had de CU het ook over. Er wordt nu een omstandigheid gemaakt, dat we geen huisuitzetting willen als er sprake is van kinderen. Maar ik denk dat wij moeten streven naar en misschien wel beleid moeten maken, dat voor iedereen, ook al heb je geen kinderen, moet worden voorkomen, met daarbij de knipoog naar de opmerking die meneer Lieverse maakte, dat het ons uiteindelijk veel meer geld zou kosten, los nog van de sociale en maatschappelijke impact. Dat was voorlopig mijn eerste termijn. Dank u wel.
Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik was juist blij met de grondige bespreking en ik probeer wel alle punten en in elk geval de vragen te beantwoorden in de eerste termijn en anders ga ik er zomaar van uit, dat er een tweede termijn komt, waar we wat eventueel overblijft terug laten komen. Het voorstel is inderdaad gebaseerd op de ideeën, die we hadden n.a.v. de bespreking van het rapport van de rekenkamer met de aanbevelingen, die daarin zaten. En voor een deel heeft het natuurlijk ook te maken met de wettelijke taak, die we erbij hebben gekregen per 1 januari. Dat zijn twee dingen, die in dit plan samen komen. Het is inderdaad een zoveel mogelijk integrale benadering en daar geeft de titel ook wel een beetje alle ruimte aan: we willen dat mensen zich veilig voelen om met hun schuld aan de slag te gaan. We willen dat doen niet als een op zich staand probleem, maar we willen kijken wat mensen nodig hebben om het weer op eigen houtje op de rit te krijgen. Dan kom ik gelijk bij wat de PvdA aangaf: we zijn niet een gemeente van afstand, we zijn een gemeente van nabijheid. We willen mensen, die hulp nodig hebben helpen, maar wel waar het kan om het stokje weer in eigen hand te nemen en weer op eigen benen en in eigen kracht de toekomst tegemoet te lopen. Dat is eigenlijk wat je terug proeft in het plan, dat nu voor ligt.
Daarom zeggen we: eerst schuldenvrij en dan de rest. Dat betekent niet, dat we niet met de rest aan de slag gaan als dat al kan. Het betekent dat je niet met de rest aan de slag moet gaan en de schuldenproblematiek moet laten liggen tot het laatst, want dan kom je niet verder. Zonder het oplossen van de schuldenproblematiek lukt het niet om mensen weer het zelf te laten doen. Dus als je schulden hebt, moet je daarmee aan de slag en zo snel mogelijk ook de rest mee nemen, maar in elk geval met de schulden aan de slag. Dat als eerste. Dan ga ik gewoon maar de fracties langs, want dan doe ik het beste recht aan alle vragen. Er ligt een compleet plan, meneer Kampinga. Het voorstel is ook om over dit plan een besluit te nemen. Het voorstel, zoals het in het raadsvoorstel in de verschillende punten wordt benoemd, is eigenlijk een identiek voorstel, zoals we in het verleden ook hebben gehad bij de onderwijsvisie en bij de cultuurnota en volgens mij ook bij de sportvisie, omdat we nu wel het plan willen bespreken en ook het beleid en de beleidsuitgangspunten willen vast stellen, maar er een financiële component aan zit, die nu nog niet in de begroting zit, moeten we een stukje van deze besluitvorming mee nemen naar de toekomst, omdat we in de kadernota de integrale afweging maken, waar we extra geld aan willen besteden.
Dus als er bij de kadernota een koers wordt uitgezet en bij de begroting extra geld voor wordt toegekend, dan hebben we ruimte om aan de slag te gaan met die ketenregisseur. Dan kunnen we het hele beleidsplan uitvoeren met alle doelstellingen en ambities, die er nu in zitten. Beslist u als raad al dan niet op voorspraak van het college, maar in ieder geval u als raad doet uitspraken over wat er inkomt. En beslist u dat dat niet gebeurt, dat er geen extra geld beschikbaar komt voor die fte’s die in het plan genoemd worden, dan kunnen we dus ook niet aan de slag met de ambities, zoals ze hier verwoord zijn. Het ontbreken van een ketenregisseur is wel echt heel erg knellend in de plannen, die hier beschreven zijn. Dus van mijn kant hoort u alleen maar een pleidooi om in elk
19/27
geval voor die ketenregisseur wel extra middelen beschikbaar te stellen. Maar nogmaals: dat is een keuze, die de raad moet maken. Volgens mij refereerde meneer Bergwerff eraan, we weten dat het financieel echt andere tijden zijn dan een aantal jaar geleden, dus het vraagt echt een zorgvuldige afweging, denk ik. Meneer Hoppenbrouwer had het daar ook over en vroeg of deze fte’s onderdeel uitmaken van de bespreking die we hebben gehad bij de begroting in november. Nee. Daar zit deze ketenregisseur nog niet in. Dus dat is er eigenlijk eentje, die er bovenop komt. Dan kom ik bij het CDA. Het advies van de ASD: meestal sturen we die standaard mee. Dat is in dit geval niet gebeurd, dat is, denk ik, gewoon een vergissing in de hectiek. Die komt in het vervolg gewoon weer mee, want we weten dat u dat waardeert. Het is een advies aan het college, maar het is echt geen probleem om dat mee te sturen naar de gemeenteraad. Ik begreep van u, dat u hem vandaag pas hebt gekregen. Daar heb ik geen idee van, want volgens mij is het eerder nagezonden. Dus of het ergens in een systeem is blijven hangen, geen idee. Bij mij stond het bij de stukken. Dan kom ik bij WIJ. Die stelde een heel actuele vraag: hoe het op dit moment zit met de vroegsignalering over de maand januari. Dat zou ik een technische vraag noemen, waar ik dan schriftelijk op wil reageren, want die actuele informatie heb ik niet.
Het lijkt me ook niet heel specifiek relevant voor de beoordeling van dit plan. Het is een wettelijke taak, die we erbij hebben gekregen sinds 1 januari en daar zijn we gewoon mee aan de slag gegaan. U gaf ook aan, dat de ambities wel wat hoger mogen. Ja, dat is mooi, maar dat betekent ook, dat er nog meer inzet moet zijn. Ik denk dat het goed is om nu te beginnen met wat we hebben beschreven. Natuurlijk hopen we, dat met de inzet van de ketenregisseur de samenwerking nog beter is. En we hopen ook, dat de mensen de toegang beter weten te vinden en eerder aan de bel durven te trekken voor professionele hulp. Zoals ook meneer Lieverse aangaf: eigenlijk is dat altijd het beste, ondanks alle goede wil die er is van werkgevers en vrienden, die mee willen helpen, maar professionele hulp is beter. Zelf heb ik soms nog wel de illusie, maar de toekomst zal uitwijzen of dat uitkomt, dat corona schulden ook wel makkelijker bespreekbaar zal maken, omdat meer mensen nu van de ene op de andere dag ongeveer in de problemen komen. Ik denk dat het in de beleving een ander onderwerp wordt. Dat geeft ons ook wel hoop, dat mensen eerder aan de bel durven te trekken en ons ook makkelijker weten te vinden. Meneer Barendregt vroeg ook hoe we aan die 18% van de doelgroep komen. Dat was de doelgroep van mensen met een laag inkomen.
In het rapport van de rekenkamer, dat heb ik bij de behandeling van het rapport ook aangegeven, worden eigenlijk de mensen met een laag inkomen opgeteld bij de doelgroep, die we bereiken van de mensen met meer dan één keer modaal, soms wel bijna twee keer modaal. Dat gemiddelde staat in het rekenkamerrapport, maar van de doelgroep met een laag inkomen bereiken we in onze gemeente 18%. Dat is meer dan het gemiddelde van andere gemeente. Wij bereiken heel weinig van een heel groot deel van onze doelgroep, omdat een heel groot deel van onze doelgroep meer dan die ene keer modaal heeft. Daarom is die optelling een ander percentage. Dat is het percentage, dat in het rekenkamerrapport staat. Maar we streven er dus naar om het bereik van het grootste deel van onze doelgroep met een hoger inkomen echt flink naar boven te brengen, omdat ook daar de schulden problematisch zijn, ook al is er een hoger inkomen. Voor de problematiek rond corona, daar zitten we natuurlijk bovenop. De regelingen die daar zijn o.a. voor de ondernemers en alle maatregelen, die het rijk daarvoor beschikbaar stelt, daar zijn we mee bezig. U vroeg ook: zijn we voldoende zichtbaar als dienstverlenende organisatie rond schuldhulpverlening? Dat is een terechte vraag, want dat is ook het probleem waarom we de doelgroep slecht bereiken. Je moet als doelgroep weten waar je moet zijn.
Dat is dus waarom we daar nu meer werk van willen maken. Een ketenregisseur kan in samenwerking met de partners natuurlijk ook meer doen als we meer mensen daarop in kunnen zetten. Of we dat dan met een postercampagne gaan doen of op een andere manier, dat moeten we gewoon uitdenken, uitvinden misschien ook wel, wat werkt. Ik ben het wel met u eens, dat we alles op alles moeten zetten om juist die doelgroep, die zich niet automatisch aan de balie meldt, wel de weg te wijzen waar je naar toe kan als je financieel in de problemen zit. Dan kom ik bij de CU, die inderdaad ook aangaf: nu zoekt slecht een klein deel van de mensen met problematische schulden professionele hulp, dat moet echt verbeteren. U vroeg ook wat er gebeurt als de ketenregisseur uitvalt. Ja, ik ben heel bang, dat als de ketenregisseur uitvalt, dat we dan blijven doen wat we deden en dat dan ook het commentaar blijft dat we hadden. Dat het versnipperd beleid is en dat het beleid aan kracht zou winnen als er iemand boven zit of naast zit, bovenop zit in elk geval, die de lijntjes bij elkaar brengt en die kan zorgen voor continuïteit en een sterke keten. Daarom is die ketenregisseur echt heel belangrijk. Het is ook belangrijk, dat het niet perse één poppetje is, maar dat daar meer mensen op dat punt weten van de hoed en de rand en in de gaten houden of het werkt en of de lijntjes bij elkaar komen.
U gaf aan, dat er op de subsidie gekort wordt voor de vrijwilligers, maar dat kan ik niet helemaal plaatsen, want we subsidiëren Schuldhulpmaatje en Humanitas voor de inzet die ze doen om met de vrijwilligers aan de slag te gaan. Ik zou u willen vragen dat iets meer te duiden of dat misschien nog in een technische vraag te stellen, want ik kan het zo niet plaatsen. Ik heb het nog even aan S. gevraagd, maar die wist ook niet wat u precies bedoelt. Dan kom ik bij D66. U had ook een vraag over de ketenregisseur, wat die precies gaat doen, en u relateerde dat aan het uitvoeringsplan. Ik denk dat u daar een belangrijk punt heeft, dan het beleidsplan is het ene deel en het uitvoeringsplan is natuurlijk minstens zo belangrijk. Het is niet een plan, dat naar de raad gaat voor goedkeuring, maar als ik u zo hoor, bent u wel geïnteresseerd in het plan als het er ligt, ik denk dat het geen probleem is om
20/27
dat naar u toe te sturen ter kennisname, want in het uitvoeringsplan wordt de taak van de ketenregisseur precies ingevuld. De ketenregisseur is er vooral om ervoor te zorgen, dat iemand in beeld blijft, want dat was ook het commentaar van de rekenkamer, dat iemand soms uit beeld raakt, omdat hij wel een gesprek heeft gehad en daarna niets meer van zich laat horen of tussen 2 organisaties in verdwijnt. Dat vond de rekenkamer een risico. De ketenregisseur kan ervoor zorgen, dat die nabijheid blijft. Maar iemand die ook al contact heeft met een casemanager, ik weet niet precies welke term u eraan gaf, dat blijft natuurlijk een aanspreekpunt. De ketenregisseur is specifiek voor de schuldenproblematiek en om de lijn daarin te houden. U vroeg ook aandacht voor de transparantie met een suggestie om te kijken hoe Amsterdam verwoordt op zijn website hoe de gemeente omgaat met het uitwisselen van gegevens. Ik denk dat dat een goede tip is en ik beloof u, dat ik die meeneem en vraag om te kijken hoe wij op onze website kunnen vertellen welke gegevens wij verzamelen, houden en welke gegevens wij uitwisselen. Dan kom ik bij GL. Ik heb al iets gezegd over dat we kiezen voor de slogan ‘eerst schuldenvrij en dan de rest’. U deed de suggestie om kerk te vervangen door religieuze instellingen. Ik denk dat dat een terecht punt is, dus ik stel voor, dat we daar de tekst op aanpassen.
U legde er de nadruk op, dat de structuren worden verstevigd. Dat is ook terecht, dat u daar aandacht voor vraagt. Daar speelt de ketenregisseur een belangrijke rol in, want als een ketenregisseur organisaties meer met elkaar verbindt, dan weet je elkaar ook makkelijker te vinden en dan worden structuren al snel steviger, dus dat is ook een belangrijk aandachtspunt, waar we in het uitvoeringsplan een taak neerleggen bij de ketenregisseur. U vroeg ook terecht aandacht voor de belasting van vrijwilligers. Daar proberen we inderdaad aandacht voor te hebben. Niet alleen voor deze vrijwilligers, maar ook voor anderen. Daar proberen we ook met het vrijwilligers informatie punt op te focussen, door in de periode dat het de week is van de vrijwilligers extra aandacht voor het fenomeen vrijwilligers en vrijwilligerswerk, maar ook door vrijwilligers te ondersteunen waar nodig en door de organisaties bijvoorbeeld budgetten te bieden via subsidie om vrijwilligers te trainen, zodat ze met een goede bagage hun werk kunnen doen. U vroeg of we misschien contact op kunnen nemen met de zorgverzekeraars, om hun te adviseren om wat klantvriendelijker te zijn. We hebben niet zo makkelijk contact met zorgverzekeraars, maar af en toe spreek ik ze weleens. Ik denk wel, dat het een punt is om het ook eens met hen te bespreken.
Ik ga er overigens ook vanuit, dat doordat er meer aandacht is voor de schuldenproblematiek en doordat er nu wettelijk sinds 1 januari een andere aanpak is, dat de benadering überhaupt bij deze partijen nog eens een keer onder de loep genomen wordt en dat daar wel veranderingen in optreden. Ik hoop van ganser harte dat het automatisch verzenden van brieven daarmee langzaam uitsterft, maar dat is misschien een wens, die wel nog wat tijd nodig heeft. De PvdA, ik denk dat ik inmiddels wel wat punten heb genoemd. U vroeg ook nog aandacht voor de voorzieningen in de participatiewet. Dat is eigenlijk wel een ander onderdeel. Maar in elk geval: bij de statushouders zitten we er al een tijdje wat strakker op, om ze te begeleiden en te voorkomen dat ze in grote schuldenproblematiek komen door het afsluiten van een lening voor hun studie of voor de eerste inrichting. Juist om te voorkomen dat iemand al met een financiële last start op het moment dat hij hier aan een nieuwe toekomst gaat bouwen. En u kwam eigenlijk ook met het voorstel om de ambities wat bij te schroeven naar boven en voor andere dingen wat naar beneden. Ik denk dat het goed is om van start te gaan en te kijken hoe het werkt, voordat we nu de ambities nog hoger stellen, temeer omdat we ook in reactie op meneer Hoppenbrouwer moeten kijken hoe we het meetbaar maken en zeggen of het wel of niet succesvol is.