BV21.0036 Verslag commissie Samenleving van 4 februari 2021
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Samenleving
Datum vergadering
: 4 februari 2021
Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Leon Erwich, Machiel Crielaard, Wouter Hoppenbrouwer VVD : Marloes Draak, Juval Pat El, Eric Kampinga CDA : Nelleke Bouman, Dave Bergwerff WIJ Lansingerland : Leon Hoek, Erwin Barendregt CU : Paul Lieverse D66 : Erik Jonker, Eva Heijblom GroenLinks : Selgei Gabin PvdA : Petra Verhoef, Valmir Xhemaili Wethouders
: Ankie van Tatenhove
Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Alexander Kuipers Commissiegriffier : Rianne Kokke Afwezig CU GroenLinks
: Kees-Willem Markus : Anja de Geus
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond beste collega’s, we gaan eens kijken of we gaan beginnen. Dan moet de helft van u plus één ja zeggen op het goede moment. Om dat te vergemakkelijken, ga ik uw namen opnoemen, dan weten we zeker dat u degene bent, die u zou moeten zijn. De heer Barendregt, de heer Bergwerff, mevrouw Bouman, de heer Crielaard, mevrouw Draak, mevrouw Gabin, mevrouw Heijblom, de heer Hoek, de heer Jonker, de heer Kampinga, de heer Lieverse, de heer Pat El, mevrouw Verhoef, de heer Xhemaili: aanwezig. de heer Erwich: Ik was wat laat, maar ik ben aanwezig. De heer Hoppenbrouwer: Ik ben er ook. De voorzitter: Dan heb ik alle aanleiding om deze vergadering te openen. Goedenavond, welkom allemaal. Ik meld u, dat mevrouw De Geus van GL altijd aanwezig was bij de vergaderingen, maar zij zal voortaan niet meer aanwezig zijn bij de commissie samenleving. Hetzelfde geldt voor de heer Markus, officieel een commissielid, maar niet standaard aanwezig. 2. Insprekers De voorzitter: Iets wat we niet vaak hebben, dat is een inspreker. Vanavond is dat meneer Bloemhart namens Volley2B. Inspreker: De heer Bloemhart: Samen met Van der Bunningh, die zit ook in deze vergadering.
De voorzitter: Gaat hij ook wat zeggen of is hij ter ondersteuning van u? De heer Bloemhart: Als er vragen komen en hij die beter kan beantwoorden, dan laat ik het graag aan hem. Fijn, dat we mogen inspreken in deze vergadering. Ik denk dat ik om te beginnen mijn excuus moet maken aan veel van u. Ik heb u de afgelopen 4 weken nogal eens lastig gevallen met mails en stukken m.b.t. de beachvolleybal locatie Volley2B. Ik heb niet de bedoeling gehad heel veel tijd te willen innemen, maar tegelijkertijd: we geloven dat onze plannen goed zijn voor Lansingerland en volledig aansluit bij het beleid, dat de gemeente voor staat. Ik wilde u graag betrekken, omdat we eigenlijk niet zo goed begrijpen waarom we hier inmiddels met de gemeente 2 jaar over praten. Dat we begrip ervaren voor de situatie van Volley2B en er positief gereageerd wordt op onze ideeën, maar tegelijkertijd niet veel verder komen in de realisatie van de locatie. In de beantwoording van de technische vragen, die gesteld zijn door Leefbaar Lansingerland, staat een aantal onjuistheden en zaken die ons verbaasd hebben. Daarom gebruiken we de tijd graag om een paar dingen onder uw aandacht te brengen. Het is een sport die de laatste jaren fors is
1/27
gegroeid tot maar liefst 480 leden, waarvan meer dan de helft jeugd. Daarmee zijn we na eredivisieclubs de club met de meeste jeugdleden in zuid Nederland. Met onze club proberen we goed bij te dragen aan het realiseren van de doelstellingen, zoals de wethouder die gepresenteerd heeft op de avonden van de sport en zoals vastgelegd in bijvoorbeeld het sportakkoord. De leeftijd van onze leden varieert van 4 tot 74 jaar. Opvallend is dat we de tieners, in tegenstelling tot de landelijke sporttrend, bij Volley2B goed weten vast te houden. Ook als je kijkt naar andere doelstellingen uit het sportakkoord, dan zijn wij eigenlijk de ideale club om mee door te bouwen en doelstellingen te realiseren. Beachvolleybal heeft zich net als andere beachsporten de laatste jaren enorm ontwikkeld. Inmiddels zijn er meer dan 400 beachlocaties in Nederland aangelegd. Dat is niet zo gek, want als je kijkt naar de sportaccommodaties van alle sportaccommodaties buiten de openbaar toegankelijke locaties zijn de beachlocaties de goedkoopste om aan te leggen en het goedkoopst in onderhoud. Dat biedt dus heel veel sportruimte voor relatief lage kosten.
Volley2B had ook zo’n locatie op het terrein van HBR, maar nadat de gemeente met hen afspraken maakte over het aanleggen van een waterveld naast de beachvelden, moest Volley2B daar helaas vertrekken, want zand en een waterveld gaan helaas niet samen en het terrein was van HBR, dus hield het voor ons op. Sinds de aankondiging in het voorjaar van 2019 zijn we met de gemeente in gesprek gegaan over een oplossing en onze inzet was toen ook al: zo snel mogelijk een andere beachlocatie, zodat we in 2020 daar alweer konden spelen. De beantwoording van de technische vragen wekt een beetje de indruk, dat we pas sinds december eigenlijk goed aan tafel zitten, maar dat klopt niet helemaal, want het voorstel om iets te doen met de locatie op het softbalterrein dateert van 12 februari vorig jaar. Dat is inmiddels ook al een paar dagen na een jaar geleden. Dat het niet zo goed van de grond kwam, leek vooral te maken hebben met het accommodatieplan, dat eerst moest worden afgestemd en wat ook steeds verder op schoof in de tijd, aanvankelijk medio 2019, eind 2019, begin 2020 en zo door. In de beantwoording van de technische vragen zag ik nu, dat het ergens dit voorjaar met u behandeld zou moeten worden. Vorige jaar gaf de gemeente aan, dat ze zelf bezig was om een al dan niet tijdelijke locatie bij de Zijde te creëren, waar meerdere beachsporten konden worden beoefend.
Wij hebben toen aangedrongen op een snelle oplossing, want de tijd begon te dringen. We zijn een beetje verbaasd, dat in de beantwoording staat dat de gemeente pas in maart de aanvraag naar het gespecialiseerde bureau heeft gedaan, terwijl we op 12 februari met elkaar afspraken dat we alles op alles zouden zetten om in april een locatie te hebben gerealiseerd. Volley2B wil niet afwachten en niet klagen, ook nu niet. Zaken gaan zoals ze gaan. Maar met de coronacrisis en het uitblijven van nieuwe locaties zijn inmiddels 2 indoorseizoenen, maar ook een beachvolleybal seizoen verloren gegaan. De indoorseizoenen vanwege corona, de beachvolleybalseizoenen omdat er geen locatie beschikbaar was. Dat dreigt nu ook met het volgende beachseizoen. Juist nu indoor sporten voorlopig nog niet mogelijk is, is het van belang dat we buiten kunnen volleyballen. Dat kan met ons plan en het hoeft niet zo duur te zijn, ook niet zo duur als in de beantwoording van de technische vragen. We hebben een schatting gedaan van € 60-70.000. De HBR locatie heeft destijds € 16.000 gekost. Niet helemaal vergelijkbaar, omdat een aantal voorzieningen er al was, maar dit verschil is volgens ons wel erg groot. Wij hebben zelf een plan ingediend. Daarin zijn de kosten voor de velden € 25.000.
We vragen van de gemeente eigenlijk alleen om de inzet van gemeentediensten en niet om geld voor die velden, want onze club kan zelf, als het een definitieve locatie wordt, een flinke bijdrage leveren. Er zijn subsidiemogelijkheden en we zien ook nog wel wat sponsormogelijkheden. Als we ook kleedkamers, toiletten en dergelijke aanbrengen, dan wordt het bedrag wat hoger. Dan is er nog een gat van ongeveer € 27.000. Dan doen we niets (…) De plaatjes zien er mooi uit, maar het zijn vooral zeecontainers, palen en doeken, want we willen juist een strandgevoel oproepen. Naast beachvolleybal is het terrein nog voor heel veel andere sporten ook geschikt. We zijn bereid om met iedereen samen te werken, ook als andere mensen een claim op dat stuk van het terrein hebben gelegd. Voor ons des te meer reden om dan snel aan tafel te gaan en ervoor te zorgen, dat we met al die mensen kunnen sporten, inclusief de 500 Volley2B leden. Ik dank u voor de interesse die uw fracties de afgelopen weken hebben getoond. En WIJ Lansingerland voor het inbrengen van het onderwerp vanavond. We kijken uit naar het vervolg. Dank u wel. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Dank u wel, meneer Bloemhart, voor de introductie. Niet helemaal een onbekend verhaal nu voor mij, na enig deskresearch en fieldresearch. Waar ik een beetje naar op zoek ben, u zegt: die € 25.000.
Hebben we het dan over de 3 velden overeenkomstig de HBR velden? Dat waren er 3 en jullie willen er nu 4. Dus als we het over een veld hebben, dan hebben we het over 4 velden? De heer Bloemhart: Ja. De heer Hoppenbrouwer: Dus dat is juist. U verwacht van de gemeente enige inzet als het gaat om drainage, hekwerk en dat soort dingen, heeft u enig idee wat dat kost? De heer Bloemhart: We hebben geprobeerd daarover aan tafel te raken weer eind november met de gemeente, maar op die mails hebben we geen antwoord meer gekregen. Dus wij zijn niet meer aan tafel geweest sinds eind november. Mevrouw Verhoef, PvdA: Dank u wel voor de toelichting. Ik heb uw brieven, die u heeft gestuurd soms heel goed gelezen, soms even vluchtig. Ik heb nu ook naar het bespreekstuk gekeken wat WIJ heeft ingediend, maar het is mij nog niet helemaal helder wat nu precies het probleem is. Ik begrijp eigenlijk
2/27
uit uw verhaal, dat u een locatie op het oog heeft. U heeft ook een plan hoe u dat kunt doen. Klopt dat? Wat is het probleem? Is de locatie nog niet beschikbaar? Of is er geld tekort? Waar zoekt u van ons steun of een toelichting? De heer Bloemhart: Eigenlijk is het probleem: we hebben op korte termijn een locatie nodig om weer te kunnen beachen. En we worden eigenlijk iedere keer verwezen naar het moment waarop het accommodatieplan is vast gesteld en dat er voor die tijd eigenlijk niet zoveel mogelijk is. Dat is eigenlijk het probleem. Wij kunnen aan de gang, maar het accommodatieplan schuift nu al twee jaar op. Daar begint nu voor ons de boel te knellen. Mevrouw Verhoef: Mag ik nog even doorvragen. Als u zegt: wij kunnen aan de gang. Dan bedoelt u: wij zijn klaar om ergens op een plek die beschikbaar, het zand gaan storten en gewoon het mooi te gaan maken om te gaan spelen. Dat is eigenlijk wat u zegt, want de plek is er dus nog niet, de beoogde locatie. De heer Bloemhart: Dat is eigenlijk het probleem. De vorige keer bij HBR hebben we het in zes weken kunnen realiseren, de velden. Voor nu is dat ook het belangrijkste. We hebben een plan ingediend in twee fases. De velden zijn natuurlijk het allerbelangrijkste, als die er liggen kunnen we spelen. Dat zou in niet al te lange tijd gerealiseerd kunnen worden, maar dan hebben we wel een locatie nodig.
De heer Bergwerff, CDA: Meneer Bloemhart, erg bedankt voor uw inspraak. Wat ik even niet verstond, is het bedrag. U zei: als we kleedkamers willen, we willen het heel basic houden, dan hebben we wel een extra bedrag nodig. Toen noemde u een bedrag, maar dat heb ik niet goed verstaan, kunt u dat herhalen. De heer Bloemhart: Het gat, dat er dan nog is, is € 27.000. Dan hebben we dus de velden, paviljoen, kleedkamers, naar het toilet kunnen is ook wel handig als je daar een dag staat, maar dan lopen de kosten natuurlijk nog wat op. Dan is er nog een gat, waarvan we overigens denken, dat we de helft daarvan met sponsoring en andere subsidies wellicht bij elkaar gaan krijgen. Dit is allemaal in redelijk korte tijd uitgezocht. Inmiddels weten we dat we voor de LED-verlichting mogelijk ook nog wat subsidie kunnen krijgen. Dus er zijn nog wel meer mogelijkheden, denken we. Maar wat we in korte tijd konden doen, leidt tot dit gat voor het totale plan, € 27.000. De voorzitter: Dank u wel, meneer Bloemhart en meneer Bunning op de achtergrond. We gaan dit onderwerp bespreken, dus u kunt blijven hangen in Teams, dan hoort u hoe er over gesproken wordt. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 14 januari 2021 De voorzitter: Daar zijn geen wijzigingen op binnen gekomen. Mogen we het vast stellen? Ja. 4.
Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Iemand over de agenda? Nee? Er zijn niet veel varianten mogelijk. Inventarisatie rondvragen: De voorzitter: Er zijn er twee. Meneer Hoek over de chillplekken en meneer Pat El over de stageplekken voor MBO studenten. Heb ik dan niemand gemist? Nee? Dan weet u dat die vragen aan het eind van de vergadering komen. 5. Bespreekpunten: 5.a Beachvelden Volley2B De voorzitter: Het bespreekpunt is ingebracht door WIJ. U heeft gezien dat L3B daar nog technische vragen over heeft. De heer Hoek, WIJ: Een ieder heeft kennis kunnen nemen van het bespreekpunt. Het bespreekpunt wijkt niet veel af van de rondvraag, die ik een aantal weken geleden gesteld heb. Dat heeft alles te maken met het feit, dat de beantwoording mij niet gerust stelde. De heer Bloemhart heeft al een redelijke opsomming gegeven van de voorgeschiedenis. Het meest belangrijke is, dat Volley2B in 2016 in samenwerking met HBR, want toentertijd uniek was, dat twee verenigingen de samenwerking zochten, een mooie beachlocatie hebben gerealiseerd. In maart 2019 kwam het bericht, dat HBR een hockeyveld naar voren had getrokken en water en zand gaan niet goed samen. Dat betekende dat de samenwerking van korte duur was en dat was natuurlijk reuze jammer.
Zeker ook gezien het feit, dat afgelopen zomer eigenlijk buitensport de enige mogelijkheid was, gezien de corona-ellende. Dat kan gebeuren, je kan in de tijd wat averij oplopen, maar ik denk wel dat alle inspanningen erop gericht moeten zijn, dat op het moment dat je overtuigd bent van het feit, dat beachspelen de toekomst zijn, wat ook in de sportnota wordt meegedeeld, dan moet er een ultieme inspanning gepleegd worden om een vereniging verder te helpen, zodat zij niet twee seizoenen overslaan. Dat is ook de reden waarom ik dit weer als bespreekpunt heb ingediend, voor met name de reactie van de wethouder. Ik snap best dat een rondvraag geen discussie wordt, maar het stelde mij niet gerust, omdat zoals de heer Bloemhart ook al zei er heel erg gelift wordt op het accommodatieplan, dat inmiddels al drie keer is uitgesteld, waarvan nu wordt gesteld, dat het maart wordt. Dan moet er nog een beeldvorming plaats vinden. Ik ga u echt in
3/27
alle eerlijkheid op een briefje geven, dat we dan het voorjaar van 2021 niet gaan redden. Dat is niet te verkopen, denk ik, gezien het feit dat het al vanaf maart 2019 speelt. Vandaar dat ik een aantal vragen aan de individuele fracties heb. De eerste vraag is: vindt u dat er door de gemeente een uiterste inspanning gepleegd moet worden om een tijdelijke locatie aan te wijzen om beachvolleybal in het voorjaar van 2021 mogelijk te maken? Daarbij heb ik tijdelijk tussen aanhalingstekens gezet, want het is natuurlijk bijzonder prettig, wanneer je op een locatie meteen voor een permanente optie zou kunnen gaan. De volgende vraag is: vindt u dat er parallel aan dit traject gekeken moet worden naar een structurele oplossing, mocht het een tijdelijke locatie worden? Bent u het met mij eens, dat buiten volleybal zeker in coronatijd een mogelijk alternatief is voor volleybal in de zaal? Volgens mij heb ik eerder al twee voornemens gehoord. Eén voor nemen van de gemeente, en dat weet ik zeker, dat we uiteindelijk beachvolleybalvelden gaan realiseren. Dan denk ik: als dat je voornemen is, wacht er dan niet mee tot het accommodatieplan er is, maar neem er een voorschot op. En het voornemen van Volley2B is om dat voor onze gemeenschap te realiseren. Hoe mooi kan het zijn? Die twee moeten te combineren zijn.
Tot slot wordt er gesteld, dat wij geen voorschot nemen op het accommodatieplan, maar als we het volgende onderwerp op deze agenda onder de loep nemen, doen we eigenlijk precies hetzelfde, als we het over de schuldhulpverlening hebben. Dan nemen we een voorschot op de inhoud en tijdens de kaderbrief gaan we het daar over hebben. Ik geef u op een briefje, dat tijdens de kaderbriefbehandeling echt de hele schuldhulpverlening niet meer terug gedraaid wordt. Dan wordt gesteld: daar hebben we in de commissie samenleving van 3 februari min of meer een besluit over genomen. Dus ik zou er erg op aan willen dringen om constructief mee te denken met de vereniging om te bezien of we op de meest korte termijn het e.e.a. kunnen realiseren ten einde te voorkomen dat we twee seizoenen op rij niet buiten kunnen volleyballen, terwijl het in maart 2019 al bekend was. Verder heeft de heer Bloemhart ook nog gesproken over mogelijke claims, die daar in het gebied liggen. Ik ben benieuwd, want dat is mij absoluut niet bekend, om welke claims het dan zou gaan. Dank u wel. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Als ik mij beperk tot de vragen van WIJ, die zijn best ruim geformuleerd en op alle vragen zou je natuurlijk ja kunnen antwoorden. Maar de vraag is of je dan wel de verwachtingen, die je daarmee wekt ook kan waarmaken.
Meneer Hoek had het er net al over, met een knipoog naar de kaderbrief, want uiteindelijk wringt daar de schoen. Als je naar de technische vragen kijkt, met dank aan het college voor de beantwoording, dan gaat het er uiteindelijk om, dat de uitdaging zit in het feit, dat er een beperkt aantal vierkante meters en financiën beschikbaar zijn. Dat vraagt dus, hoe vervelend ook, een integrale afweging, zeker als je het hebt over structurele en toekomstige voorzieningen. Over deze afweging, hoe vervelend ook, zal uiteindelijk toch die discussie plaats vinden bij het accommodatieplan sport. Met deze cleane constatering is Volley2B natuurlijk niet geholpen. Wat de heer Bloemhart al zei: vanaf 2016 lagen er al drie volleybalvelden bij de hockey en die zijn ook door de gemeente onderhouden, voor een jaarlijks bedrag van € 16.000. Meneer Hoek had het er ook over: vanaf maart 2019 is de gemeente in overleg met Volley2B voor een nieuwe locatie i.v.m. het noodzakelijk vertrek bij HBR. Wat ik het lastige vind bij de beantwoording van onze technische vragen, van L3B in plaats van Leefbaar Lansingerland ter correctie van meneer Bloemhart, daar blijkt dat de gemeente een afwijzingsgrond gebruikt omdat beachvolleybal niet behoort tot de basissport infrastructuur.
Dus het enthousiasme van meneer Hoek, het college is voornemens om die velden te realiseren, daar heb ik niet de bevestiging van gekregen. In de beantwoording staat: het past niet in de basissport infrastructuur. Wat ik nu heel graag van het college zou willen weten: waarom vallen de padelbaan en de skatebanen wel onder die basissport infrastructuur? Immers, die hebben we nog niet eens vast gesteld. In de uitgangspuntennotitie, die wij in november 2019 hebben besproken, staat dat dat t.z.t. komt bij het accommodatieplan. Daar hebben wij als raad, heb ik ook gezegd toen wij over de Hoge Land uitdagingen spraken, nog geen letter van gelezen of gekregen van dat accommodatieplan. Ik zou ook echt niet weten wat die definitie is. Wat ik lastig vind en moeilijk te verkroppen op basis van de huidige beschikbare informatie, is dat in maart 2019, toen er dus gesproken werd met Volley2B, het college ook had kunnen zeggen: we hebben nu een aanvraag rond de padelbanen en de inline skating, maar by the way, we hebben ook nog Volley2B en misschien nog een andere, waar meneer Hoek ook nog terecht naar verwees. Ik ben nou zo nieuwsgierig naar de wethouder, waarom zij op dat moment niet aan de raad heeft gezegd: jongens, wij lopen nu vooruit op het accommodatieplan, ik vind ze passen in de basissport infrastructuur.
Waarvan we de definitie niet kennen, maar het is mij ook volstrekt onduidelijk, waar ze dan wel onder horen. Daar ben ik eigenlijk echt wel heel nieuwsgierig naar. Dus dat wil ik graag van het college weten. Nog één laatste en dan stop ik. Dat is waar meneer Bloemhart het ook over had: dat is het verschil in geld. Er circuleren diverse bedragen. Ik zou heel graag van het college willen weten: wat is het geld waarvan zij de conclusie trekken om te zeggen, los van de basis infrastructuur: vonden wij het ook een te hoog bedrag? Want de afwijzingsgrond bij de padel was dat het om een bescheiden bedrag ging. Wij weten allen als raad, dat het toen bij de padelbanen om € 50.000 ging. Stel, dat het college het correct heeft met die € 60.000, dan praten we over € 10.000 en dat kan natuurlijk nooit een afwijzingsgrond zijn. Dat zijn de zaken, die ik vooraf graag van de wethouder verneem alvorens in de tweede termijn te vinden wat ik ervan vind. Dank u wel.
4/27
Mevrouw Draak, VVD: Ik zag het bespreekpunt voorbij komen en eigenlijk was mijn eerste gedachte: ojee, als raadslid moet je je toch niet voor het karretje laten spannen door één belanghebbende, of in dit geval, één vereniging. Met die achterdocht, dat is een groot woord, maar met dat in mijn achterhoofd ben ik me gaan verdiepen in het hele verhaal. Als ik naar de beantwoording op de technische vragen kijk, dan zie ik eigenlijk, dat het college best een legitieme afweging wil maken tussen het totale accommodatieplan, de kosten die ermee gemoeid zijn en dat blijkbaar meer claims liggen op het stuk grond. Als je die dingen bij elkaar optelt, dan zou je kunnen zeggen, da het best legitiem is om, ondanks hoe vervelend het voor de vereniging is, te zeggen: we wachten het accommodatieplan af. Maar goed, dat is de systeemwereld. Daar hebben we het in een ander licht al over gehad in voorgaande vergaderingen. Als je dan even gewoon afdaalt in de leefwereld, dan zie ik een vereniging, die al 2 binnensportseizoenen verloren heeft zien gaan en een buitensportseizoen, terwijl het een heel kansrijke vereniging is. Als je zegt: we zijn de tweede jeugdvereniging van zuid Nederland, en ik ga ervan uit dat die cijfers kloppen.
Ik heb ook contact gehad met een bestuurslid, meneer Bunning, die zegt: we zijn eigenlijk zelfs gewoon de 18e volleybalvereniging van Nederland, dus dan ben je gewoon een vrij grote vereniging. De behoefte is al duidelijk, niet zoals met padel dat we nog even moeten kijken of het wel aanslaat op basis van een mooi verhaal, maar we weten al dat 400 van 500 leden heel actief aan het beachvolleyballen zijn. Dan heb je natuurlijk dat we allemaal last hebben gehad van corona, heel veel jeugd kan helemaal niet sporten, zeker niet binnen. Als je dan al die dingen bij elkaar optelt, een vereniging die een goed plan heeft, het grootste deel van het plan zelf wil en kan betalen, desnoods via sponsors, dan voelt het toch wel een beetje erg ambtelijk, dan zal ik verder niet in herhaling vallen met mijn voorgangers, dat het dan zo lang moet duren voordat daar een beslissingen over genomen kan worden. Als wij als raad kaders moeten stellen, dan zou ik willen zeggen: als er een andere claim is, die gelijkwaardig kansrijk is op dat gebied, in sportpark Bergschenhoek waar we het dan over hebben, dan zou je kunnen zeggen: dan moeten we beide verenigingen of meerdere verenigingen eerlijk afwegen. Welke claim is er dan? Die vraag is ook al gesteld.
Ik zou het toch fijn vinden van de wethouder als ze openheid van zaken geeft over wie nog meer van het oude softbalveld in Bergschenhoek gebruik zou willen maken en welke kosten er dan mee gemoeid zijn om dat klaar te maken voor de andere vereniging. Dan kunnen we met elkaar afwegingen maken en zeggen: moet deze vereniging helaas, hoe pijn het ook doet en hoe vervelend het ook is, toch nog een seizoen wachten en maken we de integrale afweging? Of staan alle seinen op voorhand een beetje op groen? Nogmaals, ik ga niet in herhaling vallen ten opzichte van wat mijn voorgangers zeggen. Ik wil heel graag van de wethouder weten waarom in dit geval zo wordt gehamerd op het plan, terwijl het erop lijkt, dat hier gewoon een levensvatbaar plan ligt voor een braakliggend sportterrein. Dat is het voor dit moment. De heer Bergwerff, CDA: Het CDA wil allereerst WIJ hartelijk bedanken voor het indienen van dit bespreekpunt. Het CDA vindt het goed, dat verenigingen ons als raadsleden weten te vinden, indien zij het gevoel hebben via de gebruikelijke route e.e.a. niet wenselijk verloopt. We spreken hier over een vervelende situatie, waar Volley2B momenteel in zit. Ik wil toch even benadrukken, dat Volley2B vanaf 2016 gebruik maakte van die drie volleybalvelden bij HBR. Door realisatie van watervelden aangrenzend aan deze zandvelden konden de velden niet meer gebruikt worden.
Dit kwam toentertijd als grote verrassing voor deze volleybalvereniging. Die beachvolleybalvelden zijn trouwens inmiddels al verwijderd, zoals u weet. Wat het CDA heel bijzonder vindt, is dat de watervelden van HBR geplaatst zijn naast die beachvolleybalvelden. Er is blijkbaar, lijkt het, niet voorzien dat zand en water niet samen gaat. Daarom is mijn vraag aan de wethouder: is er voorafgaand aan de realisatie van de watervelden niet nagedacht over de impact die dit heeft op die zandvelden? Om te antwoorden op de vragen van WIJ: het CDA vindt zeker dat de gemeente haar uiterste inspanning moet leveren om beachvolleybalvelden in het liefst voorjaar 2021 te realiseren. Volley2B heeft niet gevraagd om die watervelden bij HBR en daarom vinden wij een passende oplossing op zijn plaats. Een structurele oplossing heeft de voorkeur. De wethouder antwoordde op de technische vragen, dat een permanente locatie qua kosten nauwelijks verschilt met een tijdelijke locatie, dus de kosten hoeven hierom niet mee te wegen als je het hebt over tijdelijk of permanent. De derde vraag, of het CDA het eens is, dat buiten volleybal zeker in deze coronatijd een mogelijk alternatief is voor volleyballen in een zaal. Het antwoord hierop is natuurlijk ja, dat is een feit. Buiten volleyballen is inderdaad een alternatief en ja, de coronamaatregelen spelen daarin mee.
Op het moment dat de maatregelen wat versoepeld worden, zal je zien, dat je wel weer buiten mag sporten, misschien niet binnen. Mensen hebben behoefte aan een uitlaatklep in deze coronatijd, dus dat antwoord ik gewoon ja. De locatie honk/softbalveld in Bergschenhoek, waar al eerder aan gerefereerd is, wordt als optie genoemd vanuit de volleybalvereniging. Of dit nou een wenselijke plek is, kan ik niet goed beoordelen. Het is gewoon belangrijk om te weten, inderdaad wat de VVD ook al zei: welke verenigingen willen daar nog meer aanspraak op maken? En wat kost dat? Als we dat weten kunnen we natuurlijk een goede afweging maken. Kan de wethouder vertellen of er meer verenigingen zijn, zo ja, welke vereniging, die interesse hebben in die locatie? Daarbij wil ik wel gezegd hebben, dat gezien de buitenvelden van Volley2B afgenomen zijn en zij 400 leden hebben, die toentertijd gebruikt
5/27
maakten van deze velden, enige prioriteit op dit verhaal wel op zijn plaats is. Ik wil de afweging wel maken, dat ik best wel snap, ook omdat de velden afgenomen zijn, dat Volley2B wellicht voorrang kan krijgen op andere verenigingen. Het is gewoon een goed verhaal. Er is vraag naar buiten volleyballen en die velden zijn weg gehaald bij HBR, noodgedwongen. In die zin zie ik enige prioriteit wel voor me. Een snelle oplossing past ook goed bij het voornemen om de sportiefste gemeente van Nederland te zijn, zoals de wethouder dat graag noemt als ze het heeft over sport in Lansingerland. Ik ga afronden. Ik wil even de vragen, die ik net noemde, nog kort opsommen. Klopt het volgens de wethouder dat de beachvolleybalvelden afgenomen zijn van Volley2B zonder goed overleg met hen? Is er in 2018 rekening gehouden bij de realisatie van de watervelden van HBR, dat dit ten koste gaat van die zandvelden? Welke verenigingen hebben naast Volley2B ook interesse getoond in dat sportterrein Bergschenhoek? Waarom wordt er aangaande het plan om gebruik te maken van het softbalterrein in die technische vragen 8 december 2020 genoemd, terwijl dit zoals meneer Bloemhart al zei 12 februari 2020 had moeten zijn? Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Dank aan WIJ voor het agenderen van dit punt, waar wij allemaal brieven over gekregen hebben.
Trouwens, tot onze verrassing bleek ook in onze fractie lijntjes naar deze vereniging te lopen. Het hielp ons om een extra goed beeld te vormen van de problematiek. In zijn algemeenheid willen we graag opmerken, dat we elk initiatief, dat in deze moeilijke tijd genomen wordt, dat ons helpt of ons stimuleert om te blijven bewegen en te sporten, gewaardeerd moet worden. De coronamaatregelen maken het al zo moeilijk voor verenigingen, dus ook deze verdient steun. Dat wil ik vooraf zeggen. En extra blij met verenigingen, die ook nog een mogelijkheid extra onderzoeken om te trainen of te sporten buiten waar het veiliger is in coronatijd. Het is één van de dingen, die ook gevraagd werden in het bespreekpunt van WIJ. Bovendien is buiten sporten goedkoper, ook een hulp om er positief naar te gaan kijken. Het past ook nog in ons beleid om breedte sport voorrang te geven. Ook dat is een positief punt. Toch, alle fracties hebben het al genoemd, wij zitten ook te wachten op die integrale afweging. We zitten te wachten op het accommodatieplan. Ik denk dat we toch ook een beetje naar onszelf moeten kijken, als commissie: wij hebben ook iets laten schieten. We zouden een beeldvorming organiseren, de PvdA heeft daar initiatief voor genomen.
Maar het was steeds een om elkaar heen draaien: wat doen we nou eerst? Eerst de beeldvorming of eerst het accommodatieplan, dat in de beeldvorming ingebracht wordt? Ik heb het idee, dat ook door ons gehannes op dit gebied er vertraging is gekomen, want die integrale afweging hebben we echt keihard nodig om verstandige keuzes te maken. Voordat ik hier meer over kan zeggen, zou ik graag van de wethouder willen horen wat de voortgang is op het accommodatieplan. De voorzitter: We zijn natuurlijk wel nieuwsgierig naar welke fractieleden er aan beachvolleybal doen, maar daar praten we na de vergadering wel even over. Ik heb wel een idee. Mevrouw Heijblom, D66: Ik doe niet aan beachvolleybal, maar ik zou het wel leuk vinden in de toekomst, dus goed dat meneer Hoek dit punt agendeert, vinden wij. Om maar kort en krachtig op zijn vragen te antwoorden. Vindt u dat er door de gemeente een uiterste inspanning gepleegd moet worden om een locatie aan te wijzen? Ja, dat vinden wij. Wij moeten alles doen om de jeugd maximaal te helpen in deze moeilijke tijden, zeker als het om sport en bewegen gaat. En juist met dit soort dingen kan de gemeente een helpende hand bieden. Ik heb net geleerd van meneer Hoppenbrouwer, dat deze sport niet bij de basissport infrastructuur hoort.
Ik zou eigenlijk zeggen: gezien de belangstelling vanuit de jeugd, maar ook vanuit de klimaatproblematiek, het wordt alleen maar warmen in de zomer, alleen maar droger, dan moeten we natuurlijk juist beachvolleybalvelden hebben in onze gemeente. Dus ook dat punt zou ik er graag aan toe willen voegen. Vindt u dat parallel aan dit traject gekeken moet worden naar een structurele oplossing? Ja, uiteraard. Bent u het met ons eens, dat buiten volleyballen zeker in deze coronatijd een mogelijk alternatief is voor volleyballen in een zaal? Ook daar zei de CU net al wat over. De ventilatie is buiten in ieder geval optimaal, maar we zijn geen kenners, of het echt een alternatief is. Maar natuurlijk, als de vereniging het wil, willen wij helpen. Afsluitend willen wij het college oproepen om breder te kijken waar het verenigingsleven en sportverenigingen kunnen worden ondersteund. Ze krijgen al forse klappen te verwerken in deze coronatijd. Ze vormen een essentieel onderdeel van wat Lansingerland zo’n mooie gemeente maakt. Nu is het moment om ze maximaal te helpen, wat D66 betreft. Mevrouw Gabin, GL: Allereerst waardeert GL dat Volley2B zich zo inzet voor hun leden en overige geïnteresseerden in volleybal. Ook erkennen wij de onmacht en frustraties, die Volley2B heeft, maar we hebben wel een aantal vraagtekens.
In de mail van het bestuur van Volley2B wordt aangegeven, dat vanwege corona buiten sporten voorlopig nog de enige optie zal zijn. Maar gezien de briefing van RIVM vandaag is een tijdpad voor volleyballen in het voorjaar waarschijnlijk niet realistisch. Zoals het er nu uit ziet, zijn buitenactiviteiten voorlopig van de baan voor meer dan 2 personen. Maar de omstandigheden veranderen natuurlijk constant, maar het is wel een onzekere situatie waarin we ons bevinden. Wij zijn het wel eens, dat volleybal een broodnodige uitlaatklep kan vormen voor inwoners van Lansingerland. Vandaar dat wij bijzonder veel belang hechten aan het realiseren van een beachvolleybalveld. Er dient
6/27
dus een uiterste inspanning te worden gepleegd om een locatie aan te wijzen. Nu hebben wij slechts één kant van het verhaal gehoord. In het kader van hoor en wederhoor willen wij graag afwachten wat het college in te brengen heeft. Van het college horen wij graag wat de specifieke bezwaren zijn en waarom er geen gesprek heeft plaats gevonden om tot een compromis te komen. Tot zover. Mevrouw Verhoef, PvdA: Er is al veel gezegd. Er is een aantal belangrijke vragen gesteld. Laat ik gewoon beginnen met te zeggen: de vragen die de heer Bergwerff zo heel netjes aan het eind op een rijtje zette, dat waren ook de vragen, die ik had genoteerd. Als die worden beantwoord, dan kan ik ook in de tweede termijn, die er nog wel zal komen, iets beter woordvoering doen. Maar laat ik zeggen, dat ik het heel jammer vind voor de beachvolleybalclub, dat het zo ontzettend lang heeft geduurd, voordat er een oplossing is gevonden voor het feit, dat ze nu niet buiten kunnen volleyballen. Dat is één, heel vervelend dat het lang heeft geduurd. Wat mij betreft was daar eerder een tijdelijke oplossing gevonden. Er zijn allerlei redenen, waarom dat niet is gelukt, maar laat ik zeggen: dat is jammer. In een gemeente als de onze zou dat eigenlijk niet zo moeten zijn, dat er toch niet in ieder geval een tijdelijke oplossing gevonden kan worden.
Uiteindelijk zijn we natuurlijk voor de beachvolleybalclub en voor allerlei sportverenigingen altijd op zoek naar een permanente oplossing. Wat ons betreft wordt daar zo snel mogelijk op af gestevend. We zijn het wel eens met het college, en ook met een aantal andere fracties, als wordt gezegd: uiteindelijk moet je een integrale afweging kunnen maken. Er is maar zoveel grond beschikbaar voor sporten, er is maar zoveel geld beschikbaar. Op zich kunnen we daarin mee gaan, maar het is natuurlijk heel vervelend dat het accommodatieplan is uitgesteld. Er doet zich nu een mogelijkheid voor om een veld bij het sportgebied in Bergschenhoek te gaan gebruiken. Blijkbaar is daar competitie van een andere club. Daar krijgen we dus graag helderheid over, maar dat zou dan wat ons betreft wel een meer permanente oplossing moeten zijn, want ben je twee keer ergens een veld aan het aanleggen en dat lijkt ons ook niet handig. Ik weet niet of ik nou antwoord heb gegeven op de vragen van WIJ. Ik ga ze er nog even bij pakken. Ja, dus we vinden wel dat er een uiterste inspanning gepleegd had moeten worden om in ieder geval in het verleden, in het afgelopen jaar, anderhalf jaar, tot een tijdelijke locatie te komen. Het liefst zien we wel een structurele oplossing en daarbij past wat ons betreft wel de inpassing in dat accommodatieplan.
Buiten volleyballen is natuurlijk belangrijk en zeker een goed alternatief voor de zaal. Dan wil ik nog even terugkomen op de opmerking van de heer Lieverse. De PvdA fractie heeft inderdaad al in het voorjaar van 2020 gezegd: het is belangrijk om een brede beeldvorming te hebben met alle sportverenigingen over het sportaccommodatieplan, eventueel over een concept, zodat we ook de opmerkingen, de pro’s en de cons’s die diverse sportverenigingen geven bij zo’n accommodatieplan, kunnen mee nemen in onze overwegingen, in onze oordeelsvorming richting een definitief sportaccommodatieplan. In het najaar is via vragen van L3B een bespreekstuk aan ons voorgelegd. Dat ging over prestatiesport en over mogelijk een groot vierde sportterrein voor verschillende sporten in Lansingerland, om die mogelijkheid te onderzoeken. Dat heeft de wethouder toegezegd daar nog verder onderzoek naar te doen, op verzoek van onze commissie. Maar ik wil dus niet dat iemand hier de indruk heeft, dat het feit dat wij vroegen om een brede beeldvorming, dat dat de vertraging heeft opgeleverd. Het is uiteindelijk het college, dat om wat voor reden dan ook een vertraging met het sportaccommodatieplan heeft. Daar hebben heel veel sportverenigingen last van, ook Volley2B. Dit sportaccommodatieplan had er al lang moeten liggen, daar hadden we met zijn allen allang een fijne, brede discussie over kunnen hebben.
Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Er zou zomaar het beeld kunnen ontstaan, dat de wethouder beachvolleybal helemaal niks vindt. Deze wethouder was heel blij, toen ze in 2016 het lintje kon doorknippen bij HBR voor die beachvolleybalvelden, die daar toen zijn aangelegd. Dat was een initiatief van HBR en Volley2B gezamenlijk. Dat initiatief is ontstaan tijdens één van de allereerste sportbijeenkomsten, die we hadden, sinds ik sport in mijn portefeuille had. Dat was echt een feestje om te vieren. De samenwerking leidde echt tot iets nieuws. Op dat moment had HBR er nog helemaal niet over nagedacht, dat ze het naastgelegen grasveld ooit ook zouden willen omzetten in een waterveld, anders was er nog wel drie keer over nagedacht of het wel de inzet en het geld waard was om daar die beachvolleybalvelden aan te leggen voor Volley2B. Het leek een heel mooie samenwerking, dat is het ook een aantal seizoenen geweest, vooral op initiatief van HBR en Volley2B, maar wel met medewerking en inzet van de gemeente. Het werden watervelden en toen moest Volley2B op zoek naar een andere plek. We zijn begonnen met het sportaccommodatieplan, waar u als raad om heeft gevraagd en ik denk terecht. We hebben gezegd, dat we vooruit zouden kijken naar 2030 om onze sportaccommodaties te toetsen op de grootte in relatie tot het aantal inwoners, dat we in 2030 hebben.
We hebben drie sportparken, zoals u weet, het is in oktober aan de orde gekomen. Als je een integrale afweging maakt en daarbij toetst of die sportaccommodaties voldoende ruimte bieden, dan is elk stukje grond natuurlijk een schaars stukje grond. Dat betekent dat je kritisch moet kijken als er een ruimteclaim komt voor een plek, die wel binnen de bestemming sport ligt, maar die op dat moment nog geen bestemming heeft. Eén van die
7/27
plekken is de plek waar eerst soft- en honkbal nog een oefenveld had. Die is inmiddels niet meer in gebruik, dus die ruimte heeft op dit moment wel een bestemming sport, maar het wordt niet gebruikt. Maar in eerste instantie, toen we met het sportaccommodatieplan aan de slag gingen, was het de verwachting, dat er nog meer claims zouden komen of vragen voor beachsporten. Het beeld is inmiddels, dat alleen Volley2B opteert voor beachsporten en ook heel concreet dat puntje noemt. Ik denk niet dat er op dit moment een directe claim ligt of vraag van andere clubs voor die grond, maar we zijn in het accommodatieplan natuurlijk nog wel bezig met de puzzel: wat doen we met de plek die er is binnen de sportparken en waar zien we nog een ruimtevraag, die we in de toekomst moeten honoreren. Ik ga niet zeggen dat er niet toegezegd kan worden aan één of andere vereniging, dat dat punt voor hen bestemd kan worden. Alleen als het een definitieve bestemming heeft en het is niet integraal afgewogen, dan is het wel een definitieve bestemming voor een vereniging. Dan concreet over Volley2B. Wij zijn inderdaad al een geruime tijd in gesprek met Volley2B. Eerst zonder een concrete plek, maar eind vorig jaar wel de focus op die punt van het soft- en honkbalveld.
Ik denk niet dat het zinvol is om hier alle data te noemen, maar er is in elk geval nog afgelopen december contact geweest, ook vanaf onze kant via de mail n.a.v. het aangeleverde plan met de vraag om de financiële onderbouwing, want dat is op dit moment voor ons in elk geval nog niet duidelijk. Wij hebben een berekening laten maken door een bureau m.b.t. wat een beachvolleybalveld zou kosten als het compleet moet worden aangelegd. Dat is die € 60.000, die meneer Bloemhart ook noemde. Wij hebben op dit moment nog geen inzicht in de precieze kostenraming en de verdeling van de kosten. Als Volley2B zelf een groot deel zou doen of misschien wel alles, geen idee, en wat dan precies de inzet zou zijn van de gemeente. Dat is wel nodig om überhaupt een voorstel te doen aan de raad als ik vooruit zou lopen op het accommodatieplan. Dat is ook het verschil, waar meneer Hoppenbrouwer naar vraagt, met padel en de skate- of skeelervereniging, maar het was de schaatsvereniging Lansingerland. De schaatsvereniging in Lansingerland zocht al lang naar een plek. Ze hebben ook een tijd gestoeid om dat samen te doen met de Pedaalridders. Die hadden een samenwerking met een paar verenigingen uit Rotterdam en die zouden mee kunnen investeren in de verbouwing van het sportpark Noordrand. Dan zou voor hun een eenmalige bijdrage helpen om in Rotterdam mee te kunnen doen met die andere verenigingen.
Dan zou hun verzoek of hun claim om ook in Lansingerland een eigen plek te krijgen vervallen. Dat is het voorstel, dat ik aan u heb voorgelegd en daar heeft u ja op gezegd. Bij de padelbanen kwam de vraag om voor die nieuwe sport te investeren op hun eigen park. Dus geen andere grond waar nog een ander een verzoek of claim op zou kunnen leggen. Ook die zouden zelf investeren en daarom hebben we ook vooruitlopend op het accommodatieplan die vraag aan u voorgelegd: kunt u daarmee instemmen, dat we met een eenmalige investering deze vereniging binnen de grenzen van hun eigen accommodatie helpen om die padelbanen aan te leggen. Dat is het verschil met Volley2B. Dat is geen vereniging, die een eigen accommodatie heeft, waar we met een eenmalige investering nu iets kunnen doen. Ze komen met een verzoek voor een locatie, waar eventueel een andere sportvereniging ook nog een beroep op zou kunnen doen. Wat het precieze geldbedrag is, dat ermee gemoeid is, is voor ons op dit moment nog niet helemaal helder. Maar ook ik ben er een voorstander van, dat de verenigingen, als ze kunnen, nu ook buiten gaan sporten, want dat is op dit moment als je mag sporten de veiligste manier. Ik denk dat we ook een zorgvuldige afweging moeten maken, het liefst in een integraal plan.
Het integrale plan komt wat ons betreft in maart naar u toe, zodat het waarschijnlijk in april besproken zou kunnen worden in de commissie. Dat is dan anders dan wat ik had beloofd in reactie op die bespreking in het najaar, want de discussie toen horende over de sportbeeldvorming heb ik toen gezegd: dan stel ik voor dat we eerst een beeldvorming doen en dat ik daarna met het accommodatieplan kom, omdat in die beeldvorming in elk geval alle sportverenigingen nog een keer gehoord zouden worden. Ik heb uiteindelijk van de griffie begrepen, dat het toch de bedoeling is, dat het andersom gaat. Dus als wij het accommodatieplan in maart naar u toe sturen, dan is dat wel besproken met de sportverenigingen door ons, maar als u daar zelf nog een hoorzitting over wil organiseren of een andere vorm van beeldvorming, zoals in het najaar besproken door u, dan gaat wellicht of misschien die bespreking in de commissie nog verder naar achter in de tijd, maar dat laat ik aan u. Waar de verenigingen in elk geval afgelopen periode ook druk mee bezig zijn geweest en waarom het ook wel lastiger is geweest om met het sportaccommodatieplan aan de slag te gaan, was de inzet en het aanpassingsvermogen wat ze nodig hadden om ook in coronatijd iets anders te doen. En daar kan ik ze echt alleen maar om prijzen.
Er is door de sportclubs echt zoveel gedaan om te zorgen dat met name onze jongeren gewoon konden blijven sporten. Daar kan ik ze echt alleen maar complimenten voor geven. Dat dan het meedenken over een accommodatieplan zowel aan de kant van de sport als bij onze medewerkers sport iets minder voortvarend gaat dan we hadden gehoopt en verwacht, dat vind ik echt heel jammer, maar ik snap het ook wel. Er is met corona heel veel tijd gaan zitten in het verzinnen van alternatieven en daar geef ik de sportclubs en onze medewerkers ook gewoon complimenten voor. Helaas betekent dat dus iets voor het sportaccommodatieplan, het is niet anders. Tweede termijn
8/27
De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ja, wat moeten we nu met deze beantwoording? Laat ik in eerste instantie zeggen: dank, wethouder, maar u heeft wat mij betreft nog niet mijn vraag beantwoord, waarom wel de padel en de ijsclub, maar in de stukken staat inline skate, vandaar dat ik er gebruik van maakte. Waarom u in de technische beantwoording zegt, dat het geen onderdeel is van de basis infrastructuur. Meneer Hoek was ook zo enthousiast, dat hij dat ergens gelezen had, maar in de beantwoording staat gewoon: wij wijzen de beachvolleybalvelden af, omdat het niet past in de basis infrastructuur. U deed nu heel enthousiast, dat u er wel open voor staat, maar het is niet wat u geantwoord heeft. Het tweede antwoord waar u nu van afwijkt, is dat de tweede afwijzingsgrond was, dat het geld dat de padelbanen vroegen, dat is de makkelijkste vergelijking, dat dat bescheiden bedragen waren. Nu vertelt u tegen mij, dat u eigenlijk helemaal geen inzage heeft in wat nu het financiële plaatje wordt, want daar zit u kennelijk op te wachten. Hoe kunt u dan in de technische beantwoording aangeven, dat het om een heel groot bedrag gaat? Ik ben u op deze twee afwijzingsgronden dus echt kwijt, dus daar moet u me echt nog even mee helpen.
Dan zou ik naar D66 nog even willen zeggen, ik weet niet of ik haar helemaal goed begreep, maar het is niet zo dat ik niet vind, of dat L3B niet vindt, dat ze niet in die basis infrastructuur passen, maar het was de mening van het college. Ik weet niet of ik u goed begrepen had, ik dacht dat ik op de vingers werd getikt, maar even voor de helderheid. Ik vind het wel een punt van discussie, want het gaat wel over die beachvolleybalvelden, maar als je gegoogled hebt, dan zie je ook dat in 2017/8 rapporten zijn waarbij men zegt: de beachsporten hebben nu hun niveau bereikt. Het is eigenlijk een beetje aan het afvlakken. Daar moeten we wel even serieus naar kijken. Wat gaan we nu doen? Ik zou toch nog willen pleiten om toch nog te kijken naar die tijdelijke voorziening en misschien minder met de formele volleybaleisen en misschien wel binnen snipper vierkante meters binnen de bestaande sportvelden. Ik weet nog wel, dat ik bij Volley2B zei: ik sta ook op het strand te beachvolleyballen. Toen zeiden ze: nee, dat kan niet, het moet echt schelpenvrij en weet ik het allemaal, veel te klein. Als we dat soort dingen nu los laten, is het dan niet mogelijk om wat te realiseren? Ik dacht zelf aan Outdoor Valley, de ligweide van de Windas of misschien Annie M.G. Schmidt. Mevrouw Draak, VVD: De eerste woorden van meneer Hoppenbrouwer hadden ook de mijne kunnen zijn.
Ondanks alle wijze woorden, die meneer Hoppenbrouwer heeft gesproken, ben ik nog steeds een beetje aan het kauwen op: wat moet ik nu met deze beantwoording? Ik heb een kort gesprekje gehad gisteren met de heer Bunning van Volley2B. Mij waren de financiën eigenlijk al heel snel duidelijk. Dus volgens mij hoor ik daar sowieso een belangrijke suggestie, dat er even een kort koffiemomentje via Teams gepland moet worden tussen de wethouder en het bestuur, om heel even met elkaar te bespreken: waar gaat het hier nu eigenlijk over? Dan kan je iets wat we heel groot kunnen maken in een totaal afweging, kunnen we misschien iets kleiner maken. Wat niet wegneemt, dat ik ook nog steeds wel echt aan het dubben ben over die totaalafweging, die willen we eigenlijk met elkaar ook maken. Het is en blijft lastig. Toch denk ik, dat we moeten gaan voor een structurele oplossing, dat heb ik tussen de regels door tegen meneer Hoek gezegd net. Een tijdelijke oplossing, daar voel ik niet voor, want je kunt zeggen dat het even duur is, maar een tijdelijke oplossing moet opgebroken worden en verplaatst, dus het is uiteindelijk altijd duurder. Ik neig er toch naar om te zeggen: als er geen andere concrete aanspraak op dat stukje braak liggend sportterrein ligt, dan is het toch alleen maar een kans om daar alvast mee aan het werk te gaan. Kunnen we dan parallel niet alvast iets doen of dingen uitzoeken.
Ik zou daar van de wethouder toch iets meer servicegerichtheid verwachten, wat ook één van de doelstellingen van onze gemeente is. Dus daar wil ik toch nog graag even een reactie op horen. Tot zover. De heer Bergwerff, CDA: Ik ben het wat dat betreft helemaal met de VVD eens. Een structurele oplossing is qua financiën misschien ook wel verstandig. Maar ik vind het ook wel zo netjes naar de volleybalvereniging, want zij willen ook een stukje zekerheid en weten waar ze aan toe zijn. Dat kan het beste wel met een structurele oplossing. De heer Hoppenbrouwer: Ik ben wel nieuwsgierig hoe het CDA kijkt naar het rentmeesterschap, hoe wij dan al die kosten gaan betalen. Ik mag ook aannemen, dat u weet dat we voor heel veel belangrijke financiële keuzes staan. Als we hier structureel geld aan gaan uitgeven, wat zou u dan willen inleveren? Waar gaat u de dekking vandaan halen? De heer Bergwerff: Daar ben ik nog niet op gekomen, maar ik wilde nu over die financiën gaan beginnen. Dat is ook het knelpunt, waar wij mee zitten. We hebben alles aangehoord. De kosten voor de velden € 25.000. Wij zeggen dan wel: een kleedkamer hoort daarbij en een toilet, ik denk niet dat je daar onder uit komt. Toen werd er gesproken over € 27.000, dat maakt € 52.000. Dan hebben we het nog over gemeentewerken. Ik denk dat je zomaar aan die € 60.000 zit.
Ik hoop, dat ik het mis heb, maar daar ben ik echt bang voor. Het CDA wil het liefst dat de wethouder dat zo snel mogelijk met Volley2B concreet krijgt: wat gaat het kosten, wat wordt exact van de gemeente gevraagd? Mevrouw Draak: Even een korte vraag. Heeft u ook begrepen, van de vereniging, dat het grootste deel van die bedragen, die u noemt, door de vereniging zelf kan worden opgehoest? De heer Bergwerff: Zeker, dat is ook de reden dat ik zeg: het lijkt me heel verstandig dat de vereniging en de wethouder nu echt met een concreet plan komt, waar de kosten definitief zijn. Als wij de kosten niet helemaal duidelijk hebben, kunnen wij als CDA geen goede afweging maken. Dan kunnen wij niet zeggen: laten we dit prioriteit geven, want. Die kosten zijn
9/27
gewoon heel belangrijk, dat is de basis van heel het plan. Daarbij wil ik nog wel even aan de wethouder vragen, ik had gevraagd: is er in 2018 rekening gehouden bij de realisatie van de watervelden van HBR, dat dit ten koste ging van die zandvelden? Dat wil ik toch nog even weten? Is daar van tevoren rekening mee gehouden? Of kwam het eigenlijk ook als een verrassing? Dit was even mijn bijdrage. De heer Lieverse, CU: Het liefst hebben we een accommodatieplan en een integrale afweging die het mogelijk maakt om de diverse aanvragen die er zijn of die er zouden kunnen zijn, zouden kunnen komen, met elkaar te vergelijken en tot een goed plan te komen. Wat de wethouder zojuist zei helpt een beetje om te begrijpen waar het wringt. Wat ik in de eerste termijn zei over de PvdA was overigens niet bedoeld als kritiek op de PvdA, integendeel, het was ter verduidelijking van mijn punt, dat het ook een beetje aan ons zelf ligt, meervoud, de hele commissie, dat wet het een beetje hebben laten schieten. Omdat er onduidelijkheid was, moeten we eerst een accommodatieplan hebben of slechts een concept plan, zoals mevrouw Verhoef heeft gezegd, of gaan we eerst die beeldvorming in? Mevrouw Verhoef: Het ging er niet om, dat ik dacht dat u de PvdA erop aansprak, maar ik vind het ook niet terecht dat u er de hele raad op aanspreekt.
De opties waren: we doen eerst een brede beeldvorming en dan gaan we het accommodatieplan maken. Dan blijkt dat het weer niet past bij wat we eigenlijk willen. De wethouder heeft gezegd: als jullie eerst een brede beeldvorming doen, dan wordt het accommodatieplan nog later. Terwijl wij juist vonden: je moet het accommodatieplan kunnen voorleggen en dan kun je in gesprek gaan. De heer Lieverse: Ik hoor geen vraag, maar op deze toelichting kan ik wel wat zeggen. De CU was, toen het plan opkwam van een beeldvorming, geen voorstander daarvan. Wij zagen het liever eerst komen op een accommodatieplan, om die op zijn merites te beoordelen. De meeste fracties hebben allerlei lijntjes met sportverenigingen en kunnen zelf inventariseren hoe dat valt en of het wel of niet klopt hoe zij erin gehoord zijn. Dat over dat punt. Kortom, de conclusie voor ons is: een integrale afweging is te verkiezen. Aan de andere kant heb ik van de wethouder niets gehoord, waarom Volley2B niet een basissport infrastructuur zou verdienen. We hebben daar geen argumenten tegen gehoord. Dus wij zijn op dit moment heel erg positief over de aanvraag. Mevrouw Heijblom, D66: Onze be(..)iging van de punten is eigenlijk niet veranderd na de eerste termijn. Ik wil me wel heel erg aansluiten bij de logica van het betoog van mevrouw Draak van de VVD, want dat vond ik een mooi verhaal, daar kan ik me helemaal in vinden.
Even voor meneer Hoppenbrouwer, u moet wel goed luisteren, want ik tikte u helemaal niet op de vingers. Ik zei dat u mij juist wat geleerd had over die basissport infrastructuur en dat beachvolley daar nog geen deel van uitmaakt. Dat leek mij nou juist zo’n goed idee. Om dat even recht te zetten. Mevrouw Gabin, GL: De wethouder geeft aan, dat het plan van Volley2B voor de realisatie van beachvolleybalvelden wordt meegenomen in het accommodatieplan, zodat het college een integrale afweging kan maken ten aanzien van zowel financiële ondersteuning als in het gebruik geven van grond. Ik geef het niet graag toe, maar die integrale afweging is wel heel erg belangrijk, ook om overige verenigingen niet tekort te doen door halsoverkop grond toe te wijzen, maar ik vraag de wethouder toch om zich er nog even over te buigen en te proberen om een alternatief te bieden. Mevrouw Verhoef, PvdA: We hebben het nu over de beachvolleybalvelden. Ik moet zeggen, dat ik door de beantwoording van de wethouder niet heel gelukkig werd, omdat er in mijn ogen nog steeds verwarring is over de fasering van dat sportaccommodatieplan, de beeldvorming. Nogmaals, mij is verteld: als je nu eerst een beeldvorming doet, dan komt het sportaccommodatieplan nog later. Wij wilden juist ook van de sportclubs de reactie hebben op het sportaccommodatieplan en dan pas oordeelvorming en besluitvorming.
Laat ik dat dan toch nog een keer gezegd hebben. Ik begrijp nu wel van de wethouder dat ze in gesprek is met sportclubs, ik neem dus aan ook met de beachvolleybal over hun wensen, althans, dat meen ik uit haar verhaal op te maken, maar dat wil ik dan nog wel graag horen. Wordt de beachvolleybalclub meegenomen in de gesprekken over de verdere totstandkoming van het sportaccommodatieplan? Dan kom ik toch nog bij de vraag: als de wethouder dan zo dicht bij de sportclubs staat en daar zo goed mee in gesprek is in deze fase van het sportaccommodatieplan, de puntjes op de i zetten, dan heeft zij toch ook wel goed zicht op: kunnen andere clubs aanspraak maken op die grond bij het sportpark Bergschenhoek? Ze kan toch ook wel zeggen: het is toch eigenlijk wel bijna zeker, dat de beachvolleybalclub daar terecht kan? Dan had ze nu toch wel geweten of er andere claims op gemaakt gaan worden. Ik begrijp hem nog niet helemaal. Ik wil graag nog antwoord van de wethouder of in het sportaccommodatieplan echt de beachvolleybal wordt meegenomen. Dan zal ik ook nog zeggen: ik wil graag dat dan het sportaccommodatieplan breed wordt besproken met sportclubs en dat wij daar als raad bij kunnen zijn als commissie en kunnen horen wat zij ervan vinden. Zo was het plan, wat mij betreft, dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Een ieder bedankt voor zijn toch positieve bijdrage.
Ik beluister veel goede wil om tot een oplossing te komen. Volgens mij is dat altijd het begin van de oplossing. Wat mij verbaast, is dat
10/27
we het constant hebben over een integrale afweging, terwijl ik denk: het wel of niet realiseren van beachvolleybalvelden hoort toch niet bij deze integrale afweging? Want Volley2B had 3 beachvolleybalvelden met goedkeuren van de gemeente aangelegd bij HBR, dus die hebben daar een soort rechten. De gemeente heeft daar zelf nog aan meegeholpen. De wethouder heeft trots de opening gedaan. Nu blijkt dat door omstandigheden die beachvolleybalvelden daar weg moeten, dan gaan we toch niet de discussie herhalen of er wel of geen nieuwe beachvelden moeten komen? Dat is de omgekeerde wereld. Daarnaast denk ik: TOBG heeft juist brand gehad, de tribune en het veld zijn beschadigd. Dan gaan we toch ook het in stand houden van dat veld niet aan de orde stellen in een integrale afweging? Volley2B had beachvolleybalvelden, die moeten door omstandigheden weg, dan vind ik dat je als gemeente de plicht hebt om in ieder geval die velden op een andere locatie weer te herrealiseren. De heer Hoppenbrouwer: Ik begrijp het enthousiasme van meneer Hoek, maar de integrale afweging zit hem natuurlijk eigenlijk in het feit, dat we maar een beperkt aantal vierkante meters en beperkte financiën hebben. Dat is de reden, waarom we integraal willen afwegen op basis van alles wat er ligt en de claims die er wel of niet liggen, dat is nu een beetje onduidelijk.
We moeten wel oppassen dat we daar niet te makkelijk gaan redeneren, omdat iedereen Volley2B van alles gunt. De tweede opmerking: de gemeente is wat mij betreft niets verplicht. Ik begrijp van de wethouder, dat het een initiatief was van HBR en Volley2B. Er is vanuit servicegerichtheid van de gemeente die € 16.000 gegeven. Ik vind niet dat het verplaatsen is door een gemeentelijke actie, want de velden hebben zij op eigen initiatief geïnitieerd. De plicht om dat op te lossen, dat vind ik wel een beetje ver gaan, ondanks dat ik van Volley2B houd, maar dat vind ik wel een beetje te snel door de bocht. Dank u. De heer Hoek: Ik heb het niet over een plicht gehad, maar ik vind wel dat je dat moreel eigenlijk moet willen. Het is een mooi initiatief en we hebben dat met goedkeuring van de gemeente daar gerealiseerd, daar is goed overleg over geweest in 2016. De wethouder heeft het geopend, gemeentewerken heeft nota bene nog werkzaamheden verricht. Dan vind ik dus echt, dat het een stukje, ik wil niet zeggen verplichting, maar een uiterste inspanning vergt om het opnieuw te realiseren, op het moment dat het door onvoorziene omstandigheden eerder is gestopt. Weet je, deze discussie, natuurlijk, financiën is een belangrijk onderdeel.
Maar op het moment dat wij in onze sportnota met grote letters zeggen dat we de sportiefste gemeente van Lansingerland willen worden, dan vind ik dat een prachtig mooi initiatief. Volgens mij hoort het realiseren van beachvolleybalvelden prima bij deze ambitie. De integrale afweging, daar denk ik iets anders over. Ik zeg: in mijn optiek wel een soort verplichting. Er is een stuk grond, daar zijn op dit moment geen claims, er is geen enkele vereniging die heeft gezegd: dat zouden wij ook wel willen. Dan denk ik vanuit die morele verplichting en de integrale afweging: jongens, ga snel met elkaar rond de tafel zitten, kijk hoe je er financieel technisch uit komt en ga aan de slag met het realiseren. Dat zou mijn voorstel zijn. Als de wethouder daar een toezegging voor kan geven, dan bespaart dat mij het opstellen van een motie, maar ik zou dat wel van daadkracht vinden getuigen op het moment dat we deze beslissing zouden nemen. Dank u wel. Wethouder Van Tatenhove: Ik zal even kijken welke concrete vragen er nog zijn en die zal ik dan nog beantwoorden. Dan kom ik aan het eind nog wel tot wat ik nu samenvat in uw inbreng. Het klopt, meneer Hoppenbrouwer, dat beachvolleybal nu geen onderdeel is van de basisinfrastructuur.
Beach sporten scoren wel steeds beter in populariteit, we denken zelfs dat het een blijvertje is, dus het zou zomaar kunnen betekenen dat we dat in Lansingerland toevoegen aan de basis infrastructuur voor sport. Maar dat betekent natuurlijk ook wel, dat we daar rekening mee moeten houden in het budget en dat je daar dan integraal over na moet denken, wat dat dan betekent, want dan wordt het waarschijnlijk wel een financiële claim met een structureel karakter als we zeggen dat het bij de basissport infrastructuur gaat horen. De heer Hoppenbrouwer: Ik ben de wethouder in dat opzicht een beetje kwijt. U zegt nu bevestigend dat het niet in de sportbasis infrastructuur past. Maar in paragraaf 4.4 van de uitgangspunten notitie geeft u zelf aan, dat er rekening gehouden moet worden met trends en ontwikkelingen. U geeft zelf op pagina 7 expliciet aan, dat de padelbanen maar ook de beachsportvelden die nieuwe sportvelden zijn, die de onder de ontwikkelingen en trends horen. Dus ik vind het raar, dat u dit in de uitgangspuntennotitie schrijft om te komen tot een sportaccommodatienota en nu zegt, bevestigen datgene wat in de technische vragen van L3B stond, dat het niet een basisdeel is van de infrastructuur. Ik snap dus niet uw uitspraak en de tekst die u ons heeft laten vast stellen. Dank u wel. Wethouder Van Tatenhove: Dat wordt een soort semantische discussie.