CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV21.0036 Verslag commissie Samenleving van 4 februari 2021

Commissie Samenleving 11 maart 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering26.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ik denk wel dat we realistisch moeten zijn, zonder dat we de ambitie verloren laten gaan, want daarom is dit plan geschreven, we willen een hoger bereik. Over de kosten en de dekking heb ik al iets gezegd: het is aan u om een keuze te maken, of er extra fte’s beschikbaar mogen komen voor dit plan en ik hoop van harte dat u dat doet. Meneer Hoppenbrouwer doet nog de suggestie om de beantwoording van de technische vragen toe te voegen aan de nota. Ik denk, dat het een suggestie is die we zouden kunnen overnemen door er een bijlage van te maken i.p.v. een beantwoording van technische vragen, want als het u helpt om het beter leesbaar te maken, dan denk ik dat het goed is om toe te voegen. En u doet een suggestie voor de ondertitel van het plan. Ja, daar moet u zelf maar op terug komen of u dat wil, want het plan ligt voor zoals het voor ligt, dus als u dat zou willen wijzigen, dan denk ik dat u als raad daar het initiatief voor moet nemen. En de 1.200 die de rekenkamer noemde, of die overeenkomstig is met de aantallen op blz.2. Dan moet ik even kijken wat daarover wordt gezegd in mijn app, want die vraag vond ik wel erg technisch. Even kijken of ik die zo snel kan vinden, anders kom ik daar in de tweede termijn op terug, als u het goed vindt. Over het meetbaar maken: we zijn in overleg met een club mensen rond de P&C documenten en hoe we monitoren en hoe we dingen beschrijven.

Dat geldt ook voor het sociaal domein. Omdat we hebben gezegd, dat we over dit onderwerp willen rapporteren in de rapportage van het sociaal domein, stel ik voor dat we die discussie ook daarin meenemen, hoe we dit inzichtelijk maken, welke KPI’s we daarvoor willen opnemen. U had al laatste suggestie, dat huisuitzetting niet alleen voor gezinnen met kinderen moet worden voorkomen, maar ook voor volwassenen. Daar kan ik eigenlijk alleen maar bij aansluiten. Huisuitzetting gun je echt niemand, want het is natuurlijk vreselijk dat je zonder iets op de wereld staat en moet zien te vinden waar en wanneer je weer een dak boven je hoofd hebt. Los van het feit, dat het maatschappelijke kosten met zich mee brengt, doet het ook emotioneel natuurlijk ontzettend veel, dus daar kan ik me bij aansluiten. Dan ben ik bij de laatste vraag. De heer Hoppenbrouwer: Ik wacht nog op een antwoord.

21/27

Wethouder Van Tatenhove: U bedoelt het antwoord van die 1.200. De heer Hoppenbrouwer: Op de regisseur en de wettelijke taak of dat het een vrije keus van de gemeente is. Wethouder Van Tatenhove: De ketenregisseur is een keuze die samen hangt met dit beleidsplan, dat is niet de wettelijke taak. De 1.200 van bijlage 2 is overeenkomstig de cijfers van de rekenkamer. Tweede termijn De heer Kampinga, VVD: Het uitvoeringsplan en daarbinnen de ketenregisseur zijn een conditio sine qua non voor het succes van dit plan. Dus, dat is geen chantage, maar als we dit willen doen, dan kom je niet onder die 2 fte uit, maar dat is even een constatering. Gelukkig dat de wethouder dat ook voluit zo vermeldt. De huisuitzetting en de groep van 1 à 2 keer modaal, dat zijn voorbeelden, dank meneer Hoppenbrouwer, dat u dat zo noemde. Bij huisuitzetting dacht ik ook: dat is nou een voorbeeld waar je in elk geval prioriteit aan geeft. Dat bedoelde ik met keuzes. Wat is prioriteit? Daar moet je een keuze maken. (…) een huisuitzetting, of je nou een klein huisje hebt of een groot huis, dat is een drama, daar zijn we het over eens. Even kort. Er werd iets gezegd over een iPhone.

Dat is wel grappig, want in het schuldhulpverleningsplan van Den Haag staat: mensen met financiële stress kunnen vaak niet meer helder denken en nemen daardoor sneller domme beslissingen, zoals de nieuwste iPhone kopen, terwijl de rekeningen zich opstapelen. Dit vrij recente inzicht in de gedragswetenschap drukt een belangrijk stempel op de schuldhulpverlening in Den Haag. Ik ben geen gedragswetenschapper, maar ik kan me er goed in vinden, dat je van dat soort kennis en inzichten gebruik moet maken. Vervolgens één ding: ik denk dat het bijna zo oud is als de wereld, dat mensen bij hun familie, vrienden en iets later misschien eens bij een werkgever soms kunnen aankloppen, of ze krijgen gewoon aandacht van: hé, we hebben het idee dat er iets niet goed gaat met jou, vertel eens. Ik weet van mijn collega mevrouw Draak, die dat professioneel heeft ervaren, dat er heel vaak een goede rol voor de werkgever ligt. Ik weet ook uit eigen ervaring, dat familie en vrienden daar ook een goede rol in kunnen spelen. Ik vond het een beetje jammer, dat het door de CU werd afgedaan als dat het niet goed zou zijn. Dat wilde ik graag even recht zetten, dank u wel. De heer Lieverse: Het is natuurlijk heel fijn als je goede vrienden hebt. Het is ook heel erg fijn als je een goede werkgever hebt.

Mensen met problematische schulden hebben vaak helemaal geen werkgever en ze hebben verkeerde vrienden en er zijn malafide bureaus, die hun leningen verstrekken en dan raken ze van de regen in de drup. Dat was de achtergrond van mijn opmerking. De heer Kampinga: Dat klopt ook. De heer Bergwerff, CDA: Ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording op alle vragen. Duidelijke antwoorden. Ik kan nu wel weer gaan inzoomen op allerlei details, maar dat is nergens voor nodig, dat heeft ook helemaal geen zin en geen invloed op het standpunt van het CDA, want wij zijn en blijven voor dit plan. Wij zien het uitvoeringsplan met veel nieuwsgierigheid tegemoet. Dank u wel. De heer Barendregt, WIJ: Nog een aantal opmerkingen van mijn kant. Ik ben blij, dat L3B aandacht vroeg voor de alleengaande mens. Ook als alleengaand mens is het zeker niet fijn om onder een brug te moeten slapen. De ketenregisseur: ik denk dat het uiteindelijk wel de moeite waard is. Het plan staat of valt er ook een beetje mee, zoals zojuist ook al werd gezegd. Ik hoor een toezegging van de wethouder als het gaat om verslaglegging van hoe het nu gaat met de vroegsignalering. De cijfers begrijp ik nog steeds niet helemaal, vooral dan die 18% in combinatie met blz.65 van het rekenkamerrapport.

Als je daar dat blauwe tabelletje ziet, dan staat er dat wij een bereik hebben van 1.200, dat zijn de mensen met problematische schulden, dat we daar dus een bereik hebben van 8%. Ik hoor net dat we een bereik hebben van 18% als het gaat om deze doelgroep. Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die cijfers zo uit elkaar kunnen liggen. Volgens mij, die 1.200, dat is toch de reguliere doelgroep? Terwijl u net zegt, dat we daar 18% zouden scoren. Wellicht dat dat nog even toegelicht kan worden. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Ik begrijp uit wat de wethouder antwoordde, dat mijn opmerking over de vrijwilligerssubsidie misplaatst was. Ik dacht echt te begrijpen uit die tabel onder kosten, dan subsidies, dat er een korting in zat op de hulpverlening door Kwadraat, Humanitas en Schuldhulpmaatje. Als ik dat verkeerd heb, hoor ik dat graag, nu of anders buiten de vergadering. Wat het belangrijkste punt betreft, de kosten voor de ketenregisseur: inderdaad zal het waarschijnlijk wachten zijn op de toestemming van de raad pas bij de kaderbrief. Dan is het wel een groot goed als meneer M. in functie blijft. Ik begrijp uit wat de wethouder hier terloops over zegt, dat hij in ieder geval tot de zomer in functie blijft. Dan kunnen we in ieder geval profiteren van diens expertise om een soort ketenregisseursfunctie alvast te verzorgen.

De heer Jonker, D66: Allereerst wil ik de wethouder bedanken voor het beantwoorden van de verschillende vragen. Ook wil ik haar bedanken voor haar toezegging, dat ze zich in ieder geval wil inspannen om de gegevensuitwisseling zo transparant mogelijk te beschrijven op de website, zodat burgers daar kennis van kunnen nemen als ze dat willen. Eén puntje, dat nog niet aan de orde is

22/27

gekomen, dat is wel in de technische vragen beantwoord, maar ik vind dat niet helemaal duidelijk is of ze misschien ook het woord ‘onafhankelijke toetsing’ kan meenemen in hoofdstuk 5. Er staat nu wel, dat er toetsing evaluatie plaats vindt, maar de exacte aanbeveling van de rekenkamer was: laat jaarlijks door een onafhankelijke partij (of door de gemeente zelf) steekproefsgewijs tevredenheidsonderzoek uitvoeren onder de mensen, die zich hebben aangemeld voor een traject van Plangroep, Humanitas, Schuldhulpmaatje et cetera. Onze voorkeur gaat toch wel uit naar een onafhankelijke partij in plaats van dat we ons eigen vlees gaan keuren. Misschien kan dat woordje erbij in hoofdstuk 5, ook in het beleidsdeel, zodat we van elkaar weten, dat we dat hebben afgesproken. Daar wil ik het voor nu bij laten. Mevrouw Gabin, GL: Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Veel zaken zijn opgehelderd. De ingebrachte input wordt meegenomen, daar zijn we heel erg blij mee. Wij pleiten voor het actieve bestrijden van schulden door laagdrempelige schuldhulpverlening en maatwerk toe te passen. Daar voorziet het beleidsplan in tot zover. We zijn erg benieuwd naar de uitwerking van het plan. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil ook de wethouder bedanken voor de beantwoording van de vragen. Vele vragen, overigens.

Het doet de PvdA-fractie deugd om te horen dat er extra oog is voor de statushouders om te voorkomen, dat zij onnodig in de schulden komen door verschillende leningen aan te gaan om hier een bestaan op te bouwen. Dat is positief. Ik denk ook, dat het positief is, dat er een ketenregisseur in de armen wordt genomen om te kijken hoe de integraliteit gewaarborgd kan worden omdat het toch een best complex systeem is van de hulpverleners, schuldenoplossingen en sanering van schulden. Echter, we zijn nog steeds van mening, dat het ambitieniveau van dit plan echt nog hoger moet. Ik ben echt benieuwd hoe de wethouder dat wil gaan realiseren, maar daar kom ik zo op terug. Ik heb nog één vraag, die ik niet in mijn eerste termijn kon stellen en dat gaat over de coronacrisis en zelfstandige ondernemers. Zoals u allemaal weet is er veelvuldig gebruik gemaakt van de TOZO regeling in onze gemeente, in heel Nederland overigens. Daar heb ik een vraag over. Is het niet verstandig om nu al rekening te gaan houden met een forse extra vraag naar schuldhulpverlening voor zelfstandigen? Aangezien de coronacrisis niet ophoudt nadat iedereen is gevaccineerd dit jaar. Ik denk dat de effecten van de coronacrisis zeker dit jaar en volgend jaar echt nog aan gaan houden.

Daarom vraag ik aan de wethouder: is het niet verstandig om er nu al extra rekening mee te houden, dat er een hoop schuldhulpverleningsvraagstukken gaan zijn de komende jaren? Is deze doelgroep ook concreet in beeld? Weten we wat er bij hen precies speelt? Dan mijn algemene conclusie. De nota is inhoudelijk gezien een goede stap vooruit. Het laat een compleet beeld zien van de beschikbare instrumenten en het geeft een goede analyse van de huidige beschamende stand van zaken. De PvdA-fractie zet wel grote vraagtekens bij de hoogte van het beschikbare budget om beleid en uitvoering op een hoger plan te brengen, zoals ik net benoemde. De geplande stappen vooruit blijken maar heel kleine stapjes te zijn. Verbetering gaat zo veel te langzaam en veel te traag. De raad zal bij de bespreking van de kaderbrief 2022 steviger de portemonnee moeten trekken dan nu voorzien. Die extra € 150.000 is structureel voor de ketenregisseur, dat is te karig, dus daar moet echt wat aan worden gedaan om het ambitieniveau te bereiken. Hoe gaat het college dit dekken? Bij de bespreking van de begroting werd immers al gesproken over bezuinigen op het gemeentelijk apparaat, dus ik ben oprecht heel erg benieuwd wat het college hierbij gaat voorstellen, aangezien we moeten gaan bezuinigen. Dank u wel. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik wilde eigenlijk nog interrumperen op de PvdA.

Het is allemaal weer rupsje nooitgenoeg. We hebben een taakstelling, meneer Xhemaili. Ik ga terug naar beantwoording wethouder. Ik ben aangenaam verrast, in eerste instantie, dat de wethouder zegt: het is een technische vraag. Terwijl ik hem als technisch heb ingediend en terug krijg en aangemerkt is als een politieke vraag, dus misschien een afstemming met de bestuursadviseur, zou ik zo zeggen. Maar eigenlijk was mijn intentie: die 1.200 huishoudens, die in bijlage 2 stond, waarvan u zegt dat het overeenkomstig de rekenkamer is, dat zijn dus data die u al jaren kennelijk heeft. Ik vind het nou zo verrassend, dat toen de rekenkamer zei: u heeft maar een spot op ongeveer 185 huishoudens. Dat u eigenlijk had kunnen weten, dat wij die 1.200 huishoudens eigenlijk niet in beeld hadden en dat we eigenlijk de verantwoordelijkheid hadden moeten pakken om dat eerder op te pakken. Ik vind het nog wel heel makkelijk om te zeggen: het komt overeen met de rekenkamer. We laten dus een aantal mensen al jarenlang in de steek. Dan de ketenregisseur, dat was helder, dat is een gemeentelijke keuze, die wij nu gaan maken. Dan de verantwoording. Dat gaat me even iets te gemakkelijk. Ik denk dat het voor ons echt heel belangrijk is om op één of andere manier in deze besluitvorming vast te leggen wanneer wij denken dat dit een succesvolle ingeslagen weg is. Nu te verwijzen naar een werkgroep m.b.t.

de planning en control cyclus, die gaat nooit in die gedetailleerdheid stil staan bij de nota schuldhulpverlening. Ik zou echt willen pleiten om u uit te dagen om dat echt voor de raadsvergadering op papier te zetten voor ons. De heer Lieverse: Over het vorige puntje, die getallen, die 1.200. Was het echt zo verrassend voor u, meneer Hoppenbrouwer? Was het niet zo, dat die 1.200, die schatting, gebaseerd is op demografische kenmerken van onze gemeente, wel of niet werkzaam zijn, leeftijd, opleidingsniveau, dat soort zaken en dat het dus

23/27

een getal is, dat we al heel lang wisten. De heer Hoppenbrouwer: Het antwoord is, dat ik inderdaad verrast was, dat zou aan mij kunnen liggen. Het gaat mij erom, dat het college ook in de reactie naar de rekenkamer gewoon zegt: inderdaad, dat wisten we niet. Dezelfde conclusie, die ik trok, die trok het college ook. Ik verbaas me er nu over, dat de bijlage 2 mij de indruk geeft, dat de wethouder die gegevens wel had. De heer Lieverse: Ik ben misschien niet duidelijk met mijn vraag. Ik bedoel: dat getal van 1.200 is wel heel duidelijk, maar het is niet hetzelfde als het aantal hulpvragers. Dat is namelijk nou juist het probleem, waar we tegenaan lopen. Wij niet alleen, alle andere gemeenten ook in Nederland. Er zijn te weinig mensen, die de weg naar hulp weten te vinden. De heer Hoppenbrouwer: Dan is het een discussie die ik dan nu even niet kan plaatsen, dus dat doen we een ander keertje, want anders wordt de voorzitter heel verdrietig. Ik ga door met mijn verhaal. Nog even terug naar de vraag, die ik nog niet gesteld heb. De opmerking van meneer Lieverse over de subsidies, ik neem aan dat hij dat ook haalt uit de nota 4.2.

Ik zou het op prijs stellen als die informatie niet alleen naar meneer Lieverse gaat, want ik ben ook wel nieuwsgierig, want bij kosten subsidie, dan zie ik een afbouw van de subsidie naar 2024, dus daar zou ik ook graag deelgenoot van gemaakt willen worden. De tweede vraag op dat plaatje is wel technisch, excuses. In de technische beantwoording wordt gezegd, dat de inkoop schuldhulp € 210.000 is en in de plaatjes tot 2024 kom ik die hele 210 niet tegen, het begint bij 150 tot en met 192. Ook daar zou ik graag nog een toelichting op willen. Dan is mijn andere vraag nog, ja, dat uitvoeringsplan, iedereen kijkt er met belangstelling naar uit, maar ik hoorde eigenlijk een beetje uit de woorden van de wethouder, dat het niet de bedoeling was of is, dat de raad daar nog een plasje over gaat doen. Wij stellen nu de kaders vast op dit plan, het uitvoeringsplan krijgen we misschien ter info, maar het is niet bedoeld om dat in de commissie te bespreken. Graag een bevestiging daarvan om te voorkomen, dat we daar verkeerde verwachtingen over hebben onderling. Het laatste is een vraag, die ik nog open had in de eerste termijn. Wat is nou de koers, en dat heeft te maken met spoor 8, als het gaat om: stel, dat iemand nou schulden heeft gekregen door fraude, gaan wij hen dan ook helpen? Wat is de koers van het college? Dank u wel.

Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik ga ze maar weer even langs. Meneer Kampinga gaf aan: voor huisuitzetting is aandacht, want dat is een drama als je dat overkomt. Ik heb dat inderdaad al in de eerste termijn gezegd. Ik denk dat het belangrijk is om nu aan te geven, dat we dat ook nu niet zomaar doen en dat we ook nu alles op alles zetten om te voorkomen dat iemand het huis uit gezet wordt. Dat geldt zeker voor gezinnen met kinderen, maar ook bij volwassenen zonder kinderen is het een drama, dus dat willen we eigenlijk nooit. Wat dat betreft is vroegsignalering een middel, waarvan het rijk terecht heeft gezegd: daar moeten we nu echt een wettelijke taak van maken. Want hoe eerder we erbij zijn, hoe eerder we weten dat er achterstanden zijn, hoe eerder we met mensen in gesprek kunnen gaan om te voorkomen dat het financieel slechter wordt. U stipte ook aan, dat in het plan van Den Haag iets staat over de domme keuzes die mensen maken als ze financiële stress hebben. Dat klopt. Er is zelfs een heel boek over geschreven, het is ook echt wetenschappelijk bewezen dat dat zo is. Mensen lopen terug in hun IQ op het moment dat financiële stress je hoofd de hele dag bezig houdt. Ook daarom is onze keuze nu dus dat je eerst met de schulden aan de slag moet en de rest er dan bij pakken, omdat we inmiddels dus wetenschappelijk weten, dat het anders niet loont.

Je moet echt eerst daarmee aan de slag. Mensen maken inderdaad domme keuzes als het hoofd vol zit. Dat wil je ook niet, want daar wordt de problematiek meestal alleen maar groter van. En de aanpak van mobility mentoring is daar eigenlijk heel goed in, ook dat is inmiddels ervaren, dat dat werkt. Vandaar dat die term ook in dit beleidsplan terug komt, want we willen naar die aanpak toe. Dan ga ik met WIJ nog een keer proberen om het rekensommetje te doen. We hebben volgens de gegevens, die we ook uit CBS halen in Lansingerland te maken met ongeveer 1.200 huishoudens die problematische schulden zouden hebben. Daarvan heeft een deel, en dat is ongeveer een derde, een laag inkomen. Die bereiken we makkelijk, daar bereiken we ongeveer 18% van. En 2/3 deel van de populatie in Lansingerland heeft een hoger inkomen, vaak zelfs rond de twee keer modaal, die bereiken we veel moeilijker. Daar bereiken we dus zo weinig mensen van, dat het percentage dat we van de 1.200 bereiken 8% is. Van mensen met een laag inkomen is het percentage dus 18%. Ik hoop, dat ik het nu wel duidelijk heb uitgelegd, dat is dan inmiddels de derde of vierde poging, want bij de behandeling van het rapport van de rekenkamer heb ik ook geprobeerd om het uit te leggen hoe het zit.

Dan blijft meneer Lieverse de vraag houden hoe het nu precies zit met die subsidies en meneer Hoppenbrouwer vroeg dat ook, dus ik denk dat het goed is om daar even schriftelijk op terug te komen voor de raadsvergadering, zodat we daar geen misverstand meer over hebben hoe dat precies in elkaar zit. D66 vroeg om in het hoofdstuk 5 toe te voegen dat er een onafhankelijke toetsing of een klanttevredenheidsonderzoek wordt uitgevoerd. Ik denk dat het goed is om dat inderdaad toe te voegen, want we proberen natuurlijk om dat door een derde partij te doen, zoals we het bij de WMO en jeugdzorg ook altijd door externen laten doen. De PvdA herhaalde het idee om het ambitieniveau omhoog te brengen, maar dat laat ik aan u. Dit is wat er voor ligt. Ja, we proberen inderdaad nu al te anticiperen op de gevolgen, die corona heeft, want ook wij verwachten dat er een extra hulpvraag komt.

24/27

We hebben de zelfstandigen op dit moment goed in beeld. Hoe we de extra inzet dekken, dat zal voor een deel te maken hebben met de extra middelen die we van het rijk krijgen in verband met alle gevolgen van corona. Is die hele doelgroep al in beeld? Dat weten we op dit moment niet. Degenen, die zich tot nu toe hebben gemeld, daar heeft mevrouw Arends al meerdere keren verslag van gedaan, volgens mij zelfs in de commissie, maar in elk geval ook in de weekbrieven, over die TOZO-regelingen, nu wordt het TOINK, daar wordt ook in Lansingerland goed gebruik van gemaakt. Aan de ene kant stemt het natuurlijk tot vreugde, dat mensen de weg weten te vinden. Aan de andere kant betekent het dat ondernemers, zelfstandigen in Lansingerland het ook echt nodig hebben. Dus we zijn daar voor en ze weten ons te vinden. Meneer Hoppenbrouwer stelde opnieuw de vraag over de monitoring. Analoog aan het advies van de rekenkamer is het heel logisch om daar concreet afspraken over te maken bij het opstellen van het uitvoeringsplan, dat ter info naar u toe komt, niet ter besluitvorming, want een uitvoeringsplan is niet iets wat we aan de raad ter besluitvorming voorleggen. U wil graag nog een keer een toelichting op de kosten. Ik denk dat u daar vandaag ook niet uitkomt, dus ook daarvan zou ik de toezegging willen doen om die vraag dan schriftelijk te doen, zodat we hem ook zorgvuldig kunnen formuleren.

Ik hoop dat u daarmee instemt. De heer Hoppenbrouwer: Ik ben blij met de schriftelijke toezegging over die 210 en 150. Maar zou u dan ook meteen kunnen meenemen, iedereen is zo over meneer M. , ik ken die man niet, maar dat is een inhuur en dat levert natuurlijk ook geld op. Dan zou je zeggen: dat schrap je weg tegenover de ketenregisseur. We geven dat geld dus kennelijk al uit. Ik ga ervan uit, dat vast personeel goedkoper is dan inhuur, dus eigenlijk hebben we de dekking al gevonden. Wethouder Van Tatenhove: Dat is een interessante vraag, maar inhuur zit op tijdelijk geld en vast personeel zit op structureel budget. Dus dat is niet perse hetzelfde. Daarom ligt toch echt de vraag voor om een integrale afweging te maken voor de inzet, die we nu vragen voor de ketenregisseur, zodat het ook echt geborgd is en zodat we ook echt iemand kunnen zoeken die zich voor langere tijd aan ons wil verbinden, want dat hebben we bij de uitvoering van dit plan echt wel nodig, dat iemand investeert in relaties en daar vervolgens ook echt vorm en inhoud aan kan geven. Dan was uw laatste vraag wat onze inzet is als iemand forse schulden heeft en dat door fraude komt. Dan zijn er altijd nog verschillen in fraude. Is het heel bewuste fraude of is dat fraude omdat iemand niet perse willens en wetens, maar we de wet heeft overtreden en foute keuzes heeft gemaakt.

Onze inzet is om echt naar mensen te kijken wat ze nodig hebben als ze in problematische schulden zitten en ook om in geval van fraude te kijken hoe we iemand kunnen helpen om wel weer gewoon zelfstandig en op eigen kracht en weer zelfredzaam door het leven te gaan, want daar help je mensen mee. Volgens mij heb ik dan de vragen besproken. Ik heb een paar toezeggingen gedaan en ik denk dat we proberen voor de raadsvergadering met een aantal van die toezeggingen terug te komen en dan het plan overlaten aan de raad. De heer Hoppenbrouwer: Ik heb toch nog één checkvraagje. U had het over die monitoring. Mijn vraag is: wanneer is het nu een succes? Ik begrijp nu, dat u daar geen antwoord op gaat geven. Althans, u verwijst het naar de uitvoeringsplannen. Klopt dat? Wethouder Van Tatenhove: Ja, klopt. De voorzitter: Dan zijn we aan het eind van de tweede termijn, ook van de kant van het college. Dan is het de vraag of iemand van de partijen dit stuk als bespreekstuk naar de raad wil brengen. De heer Xhemaili: Voor ons is het nog geen hamerstuk. We zitten toch te kijken of we de ambitie wat hoger kunnen brengen, want wat nu op papier staat is voor ons veel te traag en gaat het op een slakkentempo uitgevoerd worden. Daar helpen we niemand mee in deze crisis. De voorzitter: Geen commentaar verder. De heer Lieverse: Als ik geen commentaar mag leveren, dan slik ik mijn handje weer in.

De voorzitter: Een derde termijn doen we niet. Het wordt een bespreekstuk, dus houd uw kruit droog, dat komt in de raad nog. Dank u wel, het gaat dus als bespreekpunt naar de raad. 7a. Actualiteiten uit het college Wethouder Van Tatenhove: Ik wil een paar puntjes noemen. We hebben een meldpunt ingericht voor de ondersteuning van de slachtoffers van de toeslagenaffaire. We hebben ook een bedrag gekregen van het rijk om die ondersteuning te bieden. Het is bijna € 40.000, dus we kunnen ook echt daadwerkelijk dat doen met het budget. Inmiddels zijn we ook met 2 personen concreet aan de slag. Afgelopen dinsdag heb ik samen met de burgemeester een gesprek gevoerd via Teams met jongeren. We hadden de uitnodiging verstuurd via de partners, dus onderwijs, sportclubs en jeugd- en jongerenwerk, culturele verenigingen. We hebben een leuk gesprek gehad, tips gekregen voor in coronatijd, waar wij mee aan de slag kunnen. Ze hebben met elkaar tips gedeeld. De burgemeester en ik denken allebei dat dit de eerste keer zou moeten kunnen zijn in een reeksje. We weten nog niet met welke frequentie, maar het werd erg gewaardeerd, ook door de jongeren, dus ik denk dat het belangrijk is dat in deze coronatijd nog even te blijven doen. De aanwezigheid van de burgemeester is echt wel van meerwaarde in zo’n gesprek, is mijn ervaring. Als laatste: aanstaande maandag gaan de basisscholen weer open.

De kinderopvang gaat weer gewoon open. Dat betekent dat de noodopvang dan weer ten einde is, behalve voor de BSO opvang, omdat de reguliere BSO nog niet open gaat. Wij voorzien op dit moment, dat alle scholen gewoon de deuren open doen. Dat waren de mededelingen.

25/27

Mevrouw Verhoef, L3B: Ik wil een hele korte vraag stellen over de opmerking die de wethouder maakte over de toeslagenaffaire. Zij zei dat er twee gezinnen of huishoudens zich hebben gemeld, dat ze daarmee in contact zijn. Maar ons is ter ore gekomen, dat de belastingdienst BSN nummers doorgeeft aan gemeenten, zodat zij ook proactief in contact kunnen treden met andere mensen die gedupeerd zijn. Dat zijn er in Lansingerland rond de 30, als ik het goed heb begrepen. Ik vroeg me af of die informatie klopt. We weten dat het in andere gemeenten nu al gebeurt, maar volgens mij hier ook al sprake van is. Wethouder Van Tatenhove: Ik weet dat die ongeveer 30 klopt. Maar of wij al BSN nummers hebben gekregen van de belastingdienst, dat weet ik niet, dus dat zou ik moeten navragen. De voorzitter: Is er een manier waarop u dat kunt laten weten aan de commissie? Wethouder Van Tatenhove: In een kattenbelletje. De heer Crielaard, L3B: Ik had nog een korte vraag op het gesprek van de wethouder met de jongeren. Ik was benieuwd hoe groot de respons was en of dat naar tevredenheid was. Wethouder Van Tatenhove: Er waren ongeveer 20, 25 aanmeldingen en de meeste van de aanmeldingen waren er ook, dus we zaten met meer dan een scherm aanwezigen. We hadden een gespreksleider ingehuurd voor die avond. Dat was een heel geschikte jongen om dat te doen. Dat helpt ook voor een goed gesprek.

We hebben gewerkt met Mentimeter en dat geeft de jongeren gelegenheid om anoniem in te vullen waar ze zich druk om maken of waar ze mee zitten en het geeft de gespreksleider de mogelijkheid om het gesprek te vormen aan de hand van bijzondere thema’s of wat het dichtst opkomt in een woordwolk. Het was echt een mooi gesprek. De heer Hoek, WIJ: Interessant dat er met jongeren gesproken wordt. Ik weet dat de wethouder in Barendrecht er ook heel erg actief mee is. Dus dat is goed, dat verdienen ze. Gezien er allemaal speelt in andere gemeenten is het ook echt bittere noodzaak. Heeft u nou nog vanuit deze gesprekken een soort beleidspunten gedestilleerd om in de toekomst actief mee aan de slag te gaan? Wethouder Van Tatenhove: Beleidspunten nog niet, maar ik zeg niet dat dat in een volgend gesprek niet zou kunnen komen. Wel heel praktische ideeën om bijvoorbeeld bankjes neer te zetten langs wandelroutes, omdat jongeren net als heel veel volwassenen in groepjes van 2 gaan wandelen bij gebrek aan andere mogelijkheden. Maar ze zeggen: dan willen we onderweg ook weleens op een bankje gaan zitten en even chillen en niet alleen op chillplekken. De voorzitter: U preludeert al op de rondvraag. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Nee? 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Nee? 8.

Rondvraag en sluiting De heer Hoek, WIJ: Ik heb een vraag over de realisatie van 5 eerder toegezegde chillplekken. Uiteraard snap ik, dat in coronatijd het fysiek niet handig is om chillplekken te realiseren, omdat je dan bewerkstelligt dat jongeren bij elkaar kruipen. Echter, het is wel zaak, dat alle voorbereidingen doorgaan, zodat er meteen gestart kan worden met de realisatie als corona voorbij is. Wat is in deze de actuele stand van zaken? Zijn de locaties al bekend? Is er al met omwonenden gesproken? Zijn de materialen al besteld? Kortom: kan er meteen gestart worden met de realisatie zodra corona achter de rug is, zodat we niet dan nog eens een keer moeten bedenken: ohja, dat was er ook nog aan de hand. Ik vind dat corona in deze geen excuus kan zijn om de zaak niet uit te voeren. Wethouder Van Tatenhove: Meneer Hoek, ik moet u toch helaas teleurstellen, want in deze coronaperiode is het heel lastig om met omwonenden van eventuele geschikte locaties in gesprek te gaan en participatie was in dit punt juist wel heel belangrijk. Dus naast dat corona energie van medewerkers heeft gevraagd op andere onderwerpen, is het ook niet mogelijk om het participatieproces op dit moment goed vorm te geven voor die chillplekken. Dus nee, het ligt op dit moment nog stil. Helaas. De heer Hoek: Een reactie. Ik vind het echt niet aan de orde.

Daar waar half Nederland gewoon doorwerkt middels Teams. Je kan ook een brief door de bus doen en mensen uitnodigen om in een Teams bijeenkomst bijeen te komen, dat doen we ook met andere zaken. Ik vind het niet acceptabel, dat we zo eenvoudig kunnen stellen: nee hoor, corona is er debet aan. Dit speelt al heel lang. Ik vraag het bijna ieder voorjaar en ieder voorjaar word ik weer met een kluitje in het riet gestuurd. Ik denk dat corona niet zo’n soort universeel excuus mag zijn om dit soort zaken weer op zijn beloop te laten. De heer Pat El, VVD: Ik hoop dat u me kunt horen, want ik heb problemen (…). We weten allemaal dat corona vele groepen raakt waaronder onze jeugd. Er zijn in de regio Rijnmond o.a. 4.000 MBO studenten, die nog steeds geen stageplek hebben kunnen vinden. De redenen daarvoor zijn ons allemaal bekend. Dus mijn rondvraag is of het college in deze bijzondere omstandigheden actief bezig is of de mogelijkheid heeft om stagiaires te kunnen plaatsen en waar mogelijk lokale contacten en kanalen te gebruiken om

26/27

onze jeugd te helpen om een stageplek te vinden en ze zo wat meer zicht te geven op een toekomst. Ook in strijd tegen verveling en alle andere zaken. Wat ons betreft is de vraag: in hoeverre kan het college helpen om de MBO studenten aan stageplekken te helpen onder deze moeilijke omstandigheden om ze toch een tunnel naar de toekomst te geven. Dank u wel. Wethouder Van Tatenhove: Het is inderdaad een knellend probleem, want zonder een goede stage kunnen sommige studenten ook hun studie niet afronden. Waar het kan vragen we aan werkgevers om daar in elk geval oog voor te hebben en daar goed over na te denken. Wij hebben een contract met de Jonge Krijger stichting, die jongeren krijgen. Daar hebben we gevraagd om nu met extra aandacht zich in te zetten voor deze jongeren en mee te zoeken naar stageplekken, maar het is op dit moment echt een knelpunt, dat ben ik het met u eens. We zien wel, dat jongeren de weg naar de Jonge Krijger ook weten te vinden, dus daar zijn we wel blij mee. De voorzitter, om 23.10 uur: Dan zijn we daarmee gekomen aan het einde van deze vergadering. De formele oogst is een bespreekpunt voor de raad. Ik wens u nog een fijne avond en ik sluit de vergadering.

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

27/27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=c789f866-6243-4503-9fd5-9c495018c4a0