CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV20.0186 Verslag commissie Algemeen Bestuur van 2 december 2020

Commissie Algemeen Bestuur 13 januari 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering31.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ten aanzien van dit punt zien wij dat het college verschillend met de compensatiegelden omgaat. De ene keer stoppen we dat in een reserve crisismaatregelen en de andere keer via een overhevelingsvoorstel, denk daarbij aan verkiezingen. Naar onze mening is dit niet consequent. Wellicht kan de wethouder dit toelichten. We zien verder dat het opleidingsbudget niet helemaal benut wordt in 2020 in verband met corona. Het college geeft aan, dat dit een aandachtspunt is

11/33

voor 2021. We willen alvast mee geven, dat wij geen voorstander zijn van bezuinigingen op het apparaat of in de bijbehorende opleidingsbudgetten. Tot slot t.a.v. het punt BCF: zoals bij de behandeling van de begroting 2021 vinden we het jammer dat het college nog budgettaire ruimte laat liggen. Deze pot is structureel van aard en hoort structureel opgenomen te worden. Het argument van risico afwijking werkelijk versus raming geldt bijna voor alle budgetten en beschikkingen. Structureel realistisch ramen is zeker mogelijk. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Ik dank alle raadsleden voor hun bijdragen. Ik hoop, dat ik zo goed te verstaan ben. Er is waardering uitgesproken voor het stuk, die geef ik graag door aan de medewerkers. Het is inderdaad een hoop techniek en een hoop werk om het goed en zorgvuldig te verwerken. Het was ook gewoon in financieel technische zin een turbulent jaar, omdat de normale gang van zaken, de normale gemeentefondsuitkeringen, daar wordt van alle kanten van afgeweken, dus dat vraagt veel attentie en scherpte. Veel van uw bijdragen gingen over uw visie op de crisis en het verdere verloop daarvan. De heren Van Santen en Philippens hebben aangegeven: we kijken terug en dan zijn we best tevreden over de compensatie van het rijk. En ik deel dat. Als we nou vooruit kijken, zouden we niet te ruim in ons jasje moeten gaan zitten.

Een aantal andere fracties zegt: het topje van de ijsberg hebben we misschien wel gezien. Mevrouw Den Heijer kwam met die passende metafoor. De waarheid is: wij zijn geen van allen trendwatcher. En zelfs al waren we trendwatcher, dan was het nog maar de vraag of dat heel veel waarde zou hebben. Ik denk dat ik u niet verras met het standpunt van het college herhalen, dat we graag bestuurskracht willen tonen voor onze inwoners, voor onze samenleving. Dat hebben we, denk ik, gedaan dit jaar tot nu toe en daar blijven we mee door gaan. U ziet ook het lijstje van uitgaven, wat we hebben gedaan uit de reserve crisismaatregelen en het is nogal wat. Het zijn uiteindelijk gewoon sportverenigingen, die hun kantine-inkomsten zagen wegvallen en daardoor de bodem van hun kas in zicht zagen komen en die we tegemoet hebben kunnen komen. Dat soort dingen hebben we gedaan en er zijn nog veel andere voorbeelden. A fin, u heeft het zelf gelezen. Dat doen we en dat hebben we gedaan in verreweg de meeste gevallen zonder zekerheid dat het rijk daarvoor zou compenseren. Het rijk is wel goed en ruimhartig geweest het afgelopen jaar met compensatie, maar de kosten gaan voor de baten. We hebben zelf het risico aanvaard, dat het rijk niet zou compenseren. Dat doen we waarschijnlijk, als het aan het college ligt, ook het komende jaar weer.

Wel aan de hand van strikte criteria, we gaan geen niet aan corona gerelateerde kosten vergoeden. U kent de criteria en die hebben we goed toegepast en die blijven we goed toepassen. Maar we willen wel die bestuurskracht blijven tonen. We kunnen hoop hebben op het rijk, dat ze zullen blijven compenseren het komend jaar, maar we weten ook dat er verkiezingen aankomen in Den Haag. We weten ook, dat de kosten van de crisis oplopen en dat we nu al merken dat het rijk wat begint te aarzelen met het compenseren van de oplopende kosten in het openbaar vervoer. Of daar heel veel optimisme gerechtvaardigd is, dat is maar zeer de vraag. Dan is de vraag: hoe ga je daarmee om? We hebben daarvoor een reserve crisismaatregelen ingesteld. Ik had vorige week een overleg met de wethouders financiën in de regio Haaglanden en ik zag deze vraag een beetje aankomen van de gemeenteraad. Ik heb daar mijn licht opgestoken en geconstateerd, dat de gemeente Delft, de gemeente Zoetermeer, de gemeente Den Haag enzovoorts allemaal een reserve crisismaatregelen instellen van een bij hun gemeente passende grootte. Wat is dan passend? Dat is natuurlijk de vraag, die nu voor ligt. Is € 3,5mln teveel? Ik hoop het wel, ik hoop dat het veel te veel is, ik hoop dat we € 3,5mln kunnen terug storten in de algemene reserve volgend jaar.

Maar de vraag is: wat win je ermee? Dat is de wedervraag die ik wil stellen aan de heer Van Santen en de heer Philippens. Wat win je ermee door bij voorbaat het budget in te perken? U heeft de zekerheid, dat het college volgens de geijkte criteria prudent zal omgaan met het budget. Maar door het bij voorbaat fors af te romen, lopen we ergens wel een risico, dan aanvaardt u het risico dat we niet het eerste half jaar, maar misschien wel het tweede half jaar ons voor een situatie gesteld zien, dat we inderdaad eerst met u een P&C moment moeten zoeken om de reserve aan te vullen, voordat we, zoals recent, vrij snel kunnen reageren op een verzoek van uw raad om, noem een wat, de BOA’s te compenseren, zoals politieagenten gecompenseerd worden. Ik denk dat zo’n situatie met ons allen nu met uw overvolle agenda en het college met zijn activiteiten om de samenleving te dienen, dat we daarmee niet gebaat zijn. Het kan. Het is een keuze, die aan uw raad is, maar het college acht het niet verstandig. Dat even over de reserve crisismaatregelen. Daarnaast was er nog een aantal andere rake vragen, want het is inderdaad een informatierijk document, zoals werd opgemerkt. Eén van de vragen ging over de onderbesteding duurzaamheid. Het klopt, dat onze duurzaamheidsagenda breder is dan energiebesparing alleen. We hebben 3 pijlers: energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie.

Maar daarnaast hebben we nog heel veel andere zaken, die we doen. Gisteren is in de commissie ruimte het actualiteitenoverzicht duurzaamheid gedeeld. Ik denk dat de oogst ook afgelopen jaar buitengewoon rijk weer was, ook deze laatste paar maanden. Het is wel zo, dat inderdaad de regeling RRE ons in de schoot werd geworpen en veel van onze doelstellingen op het vlak van energietransitie dichterbij brengt. De enorme campagne Opgewekt in Lansingerland, u kent misschien de billboards van langs de Boterdorpseweg, u kent

12/33

misschien de energiewinkel, zijn hele mooie uitingen en activiteiten, die zeer gewaardeerd worden door onze inwoners, die van tevoren niet op die manier waren voorzien en waar we dus tonnen van het rijk voor hebben gekregen. Dat vraagt ook iets van de ambtelijke capaciteit, maar dat doet ook iets met het benodigde budget, dat lager was dan voorzien. Dat is de belangrijkste verklaring van de onderbesteding. Wat is dan de verklaring voor dat woordje ‘gedeeltelijk doorschuiven’ naar 2021? Dat heeft ermee te maken, dat je die subsidie moet matchen, je moet er evenveel geld tegenover zetten, zelf, als je van het rijk krijgt. Om dat matchen mogelijk te maken, hoeven we maar een gedeelte over te brengen naar volgend jaar. Er is een vraag gesteld over ICT kosten en of die niet onder één noemer kunnen worden gebracht. Dat heeft ermee te maken, dat ICT zijn onderverdeeld in corona-gerelateerde kosten, die dekken we via de reserve crisismaatregelen, maar dat zijn niet die gewone kosten, die al voorzien waren in de reguliere operatie, dus daarom zijn het twee verschillende componenten. Er is ook een vraag gesteld over het opleidingsbudget. Nee, dat willen we inderdaad niet aframen. Op opleiden willen we juist in 2021 nog meer inzetten. Dat rendeert op allerlei goede manieren als onze medewerkers zich goed kunnen scholen, dus dat is een bewuste keuze. Voor de compensatie verkiezingen.

Nee, een stapje terug. Meneer Azzouzi zegt: wordt er nou consequent gehandeld? We hebben compensatie van het rijk gekregen en de ene keer loopt het via de reserve crisismaatregelen en de volgende keer gaat het via de algemene middelen. Het heeft te maken met de manier waarop het wordt aangereikt. De ene keer gaat het via het gemeentefonds, dan is het een uitkering waar een aantal suggesties in staat waarvoor het bedoeld is, maar die niet specifiek geoormerkt is. In dat geval beschouwen we het als een bijdrage conform de septembercirculaire, maar niet als een specifiek geoormerkt stuk geld, dat we dus onderbrengen in de reserve crisismaatregelen. Daar zijn we consequent in en dat is de verklaring voor die twee verschillende manieren, waarop die geldstromen door onze begroting heen lopen. Ik denk dat ik hiermee alle vragen beantwoord heb in de eerste termijn. Tweede termijn De heer Philippens, L3B: Ik wil de wethouder bedanken voor de toelichting en ook alle andere fracties voor het ingaan op mijn punt. De wethouder begon met bestuurskracht bij het college. Dat doet mij goed, want dat is ook de taak van het college om bestuurskracht te tonen, maar het is de taak van de raad om goede kaders en controle uit te voeren. Volgens mij zit deze op: welke kaders pak je? We zitten in moeilijke tijden, het gaat toch om veel geld. Van mij horen daar dan stevige kaders bij.

Dan heb je of de doelen van je reserve wat scherper of waar je hem voor in kunt zetten scherper. Of je bent wat voorzichtiger met hoeveel geld je daar voor uit gaat geven. Zo pak ik even die kaders. Wat verliezen we daar dan mee? Wat winnen we daar dan mee? Voor ons is dat steviger vinger aan de pols en steviger die kaders. Dat kun je nog een stapje verder zetten. We zetten € 3,7mln in, misschien hebben we € 1,7mln niet nodig, hopelijk niet. Maar die € 1,7mln zouden we dan ook voor iets anders in kunnen zetten. Nu zetten we die vast in zo’n bestemmingsreserve, maar die zou ook mogelijk ergens anders voor ingezet kunnen worden. Wat verliezen we hier dan mee? Dat is één vergadermoment over € 1,7mln. De wethouder gaf aan: mogelijke onderbezetting in BOA’s. Maar ik schat het college dusdanig in, dat ze dat bijtijds kunnen waarnemen, daar mee komen en dat we dan kunnen bijsturen en eventueel de reserve op kunnen lossen. Dat gezegd hebbende, dat is hoe ik erin zit in die kaderstellende en controlerende rol. Ik ben ook even aan het zoeken, hoe ik hiermee verder ga. Ik wil op zijn minst de wethouder even uitdagen: zou ik een toezegging kunnen krijgen, dat we in de zomerrapportage een soortgelijke rapport krijgen, zoals we die hebben gehad in de slotwijziging. Dat zou mij al een stukje meer richting het compromis laten geraken. Dat even de crisismaatregelen.

Ik had nog een aantal losse punten, die ga ik even langs. Vanuit onze partij werd het belangrijk gevonden, we zien dat wordt afgeroomd op burgerparticipatie. We willen het college oproepen om daar prio op te blijven geven, ook in deze moeilijke tijden. Dat we als gemeente nauw contact blijven houden met de burger. Deze gaat misschien best wel diep, maar even richting de wethouder: areaal uitbreiding, daar hebben we € 250.000 onderbesteding. Bij de meicirculaire werd door het college aangegeven, zich zorgen te maken over die balans van die areaal uitbreiding. Enerzijds: we worden groter en daar zijn kosten mee gemoeid. Daar krijgen we ook een vergoeding mee, maar staan de kosten in verhouding met de vergoeding die we krijgen? Nu zien we eigenlijk een onderbesteding. Betekent dat dat die zorgen weg zijn? Of dat het nog steeds speelt maar dit jaar misschien wat minder? Daar ben ik nog even benieuwd naar. Ik heb nog een punt en ik denk dat die voor de burgemeester is. Organisatieontwikkeling. Daar zien we nu dat er weer € 4ton wordt doorgeschoven. In 2019 hebben we daar ook al € 2ton op doorgeschoven. Loopt dat proces nog goed? Heeft de burgemeester nog iets van de raad nodig op dat gebied? Als laatste heb ik nog een verzoek aan de wethouder en eigenlijk het verzoek om dat heel kort te doen.

We hebben nu de september circulaire en daar zijn ook wat nieuwe dingen in te vinden, die hebben we nog niet mee genomen in de begroting. Of de wethouder misschien al een klein doorkijkje kan geven, wat het effect is van die septembercirculaire op 2021. Echt kort, niet te lang. Daar wilde ik het bij laten. Dank u wel.

13/33

De heer Van Santen, VVD: Altijd leuk om een man van € 2mln genoemd te worden. Vroeger was het de man van € 6mln. Alle gekheid op een stokje. Ik hoor de wethouder zeggen, dat het heel onzeker is, wat er van het rijk komt. Dat ben ik het met hem eens. Dat is ook de reden dat ik rekening houd met nul. Alles wat we dan krijgen is dan een meevaller, dus daar verschillen we niet van inzicht. Dan hoor ik: het is moeilijk in te schatten. Maar toch wordt er een inschatting gemaakt met een bedrag, dat nu op die reserve wordt gezet. Mijn vraag is dan eigenlijk: waarom geen € 10mln? Dan zal een aantal mensen zeggen: dat is te gek. Blijkbaar is er dan toch wel iets van een inschatting te maken. We kunnen natuurlijk ook met elkaar de discussie voeren van: wat maakt het uit, doe niet zo moeilijk. Maar er zijn ook veel kosten, die soms in een grijs gebied zitten. Is het nu corona-gerelateerd? We zitten in de coronatijd. Er zijn heel veel zaken, zijn ze corona-gerelateerd? Ik wil het college ook niet in de verleiding brengen om dan op een reserve, die misschien te riant is, daar wat kosten weg te boeken. Dat moeten we niet willen met elkaar. Dat is voor ons ook best wel moeilijk achteraf vast te stellen, of het nou wel helemaal correct is of niet. Kijk je naar de uitgaven van 2021, dan begroot je eigenlijk met deze reserve het dubbele. Dat vind ik nogal wat.

We zitten niet meer in de periode dat we niets wisten. We weten nu veel meer. Ik vind het toch wat makkelijk in die zin. Aan de andere kant kan ik ook tellen. Op het moment dat ik merk, dat er geen meerderheid in deze commissie en dus in de raad is, dan heeft het weinig zin om met een amendement te komen, dus zal ik goed luisteren naar de sprekers die komen. Dan is de suggestie van de heer Philippens, in de zomerrapportage eenzelfde verantwoording te krijgen, dat is dan een doekje voor het bloeden. Dus dat wacht ik graag af, hoe de wethouder daarop reageert. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: Als ik kan tellen kom ik aan € 2mln voor de ene meneer en € 2mln voor de andere meneer, dat is € 4mln. Ik vind het goed, ik vind het fijn, niet om voor de wethouder te praten of voor het college, dat een hoop partijen inzien dat je ruimte moet geven. Als ik het dan zo beluister, dan denk ik terug aan mijn historie. Heren van € 2mln. Mijn winkels gaf ik altijd wisselgeld mee, want anders kunnen ze niet teruggeven. Ik moest nogal eens wat wisselgeld bij de bank halen om te zorgen dat de boel kan draaien. Ik hoor de wethouder zeggen: ik hoop dat ik van die € 3mln kan terug storten. Ja, dat hoop ik ook. Als ik dan zie, een paar maanden geleden, dat het verenigingsleven huur terug gegeven hebben, en als ik dan zie wat we van het rijk terug krijgen, dan denk ik: dat is te weinig.

Ik had gehoopt, dat we van die € 5mln (..). Waarom geen € 10mln? Er moest een bedrag neergezet worden. Waarom zouden we nu halverwege de crisis dat aan gaan passen? Stuur in de wind, koffiedik kijken, zeg het maar. Het is geen doekje voor het bloeden. Tussentijds, is dat bij de zomerrapportage. Ik heb voor mezelf op staan: één keer per kwartaal een kort, simpel overzicht. We moeten ook zorgen, dat we niet teveel ambtenaren aan het werk zetten om een heel mooi lijstje te maken. Dat is zonde van de tijd en van het geld. Dat wil ik onze wethouder en zijn mensen niet aandoen. Ik wil ook, net als de andere mensen, dat er goed inzicht is, waar de kosten voor gemaakt worden. De verleiding om er meer mee te doen, ja, die is er anders ook, ook als je € 2mln houdt, dan kunnen ze ook meer doen. Ik kan u verzekeren: als mensen wat willen verdoezelen, dan lukt het altijd. Daar moeten we niet van uit gaan. We moeten uitgaan van duidelijk inzicht, overzichtelijk. Dat willen we allemaal. Geef ons college de ruimte. Ik denk, dat dat belangrijk is, dan komen we er met zijn allen het beste uit. Dank u wel, dat was het. Mevrouw Van Olst, WIJ: Ik kan ook tellen. Ik vind de opmerking van de heer Philippens m.b.t. de wijzigingen van het beleid, de momenten dat je extra geld nodig hebt, dat dat misschien één vergadermoment is.

Als je nu natuurlijk ziet hoe snel het gaat, ook bijvoorbeeld met de maatregelen, waar we helemaal geen invloed op hebben, waar we helemaal niets van kunnen zeggen, dat laten we gewoon gebeuren. Dat moet dus ook zo, maar dan kan het dus zomaar zijn, dat de gemeente ineens heel snel moet schakelen en iets moet opschalen of iets moet doen. Dan denk ik, dat de inschatting van de wethouder en het college dusdanig is, dat die € 5mln dan inderdaad een schatting is, ruim geschat voor de afgelopen maanden, maar misschien voor het komend jaar net aan of misschien ook wel ruim, laten we dat hopen. Ik denk toch, dat we het zo moeten houden hoe het nu is. Ik ben er eigenlijk van uit gegaan, dat had ik in de eerste termijn al gevraagd, hoe het nou zat met die meetmomenten. Als we een lijstje krijgen, een soort bestedingscontrole van: hieraan is het uitgegeven. En dat krijgen we bijvoorbeeld bij de zomerrapportage of kaderbrief of iets dergelijks, dan kunnen we op die manier vinger aan de pols houden. Ik denk dat dat efficiënter. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Ik zat net te denken: misschien kunnen we iets van die € 2mln gebruiken om de heer Van Santen te helpen aan een goede wifi-verbinding, dan kan die onze hoofden weer zien i.p.v. alleen onze initialen. Dat lijkt me een prachtige besteding van deze middelen. Nee, serieus.

De meest treffende opmerking in de eerste termijn vond ik de opmerking van de wethouder: waarom zouden we dit niet doen? We hebben het geld. We hebben hiermee de mogelijkheden om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. De heer Van Santen geeft in zijn tweede termijn aan: we ramen nu het dubbele van de realisatie aan coronakosten van 2020, we ramen het dubbele in de begroting voor 2021. Dat klopt. En ik sluit ook helemaal niet uit, dat het nuttig is. Het zou zomaar kunnen, dat we volgend

14/33

jaar nog gruwelijk veel kosten gaan maken, omdat de coronacrisis langer voort duurde dan die in 2020 voort duurde. Toen konden mensen het op hun tandvlees misschien nog wel vol houden, terwijl we in 2021 echt de gevolgen gaan merken. Wij vinden het heel verstandig om het geld, dat we hier als raad met zijn allen voor gelabeld hebben eerder dit jaar, om dat ook in 2021 weer beschikbaar te houden. Waarom zouden we het niet doen? We hebben het geld, we hebben een grote opgave en we hebben een college dat prudent omgaat met die middelen. Ik wil een stapje weg doen van de opmerking van de heer Van Santen in zijn tweede termijn. Hij had het erover: als er een pot geld is, komen mensen in de verleiding om die te gebruiken. Dat gevoel herkent mijn fractie echt absoluut niet. Als wij een reserve instellen met een specifiek doen, dan herkennen wij het niet, dat ons college dan de neiging zou hebben om die te gebruiken om er allemaal dingen in te stoppen, die op het randje zitten van wel of niet bij de doelstelling passen. Dat vond ik een beetje doorschemeren in de woorden van de heer Van Santen en daar wil mijn fractie toch in deze tweede termijn een stapje van weg doen. Wij hebben het idee dat het college heel verstandig omgaat met de middelen, die we beschikbaar stellen.

Dat ze het echt gebruiken om de gevolgen van de coronacrisis in Lansingerland op te vangen, zoals we met elkaar hebben afgesproken. Een goed rapportagemoment, dat lijkt me uitstekend, de zomerrapportage, de slotwijziging, de jaarrekening, die lenen zich daar heel goed voor. We gaan er dan ook van uit, dat die daar weer mooi in terug komen. Dank u wel. Mevrouw Den Heijer, D66: Dank u wel voor deze tweede termijn. En ook voor de bijdrage van de wethouder, de antwoorden op mijn reactie. Ook nog op de discussie over de coronagelden. Ik denk dat het goed is, dat we dat hier even met elkaar gevoerd hebben. Dat we ook even verkend hebben met elkaar hoe we erin zitten. Ik blijf op de toer zitten, dat wij vinden dat het goed is om het op deze manier in te laten stellen, blijven stellen. Dat we daar niet iets van af hoeven te doen. Ik had ook even de reactie, zoals de heer Dieleman die had, op de bijdrage van de VVD. Natuurlijk komen daar heus wel verantwoordingsmomenten. Als we wat willen weten, kunnen we ook vragen waar het aan besteed wordt. Ik heb daar eigenlijk wel alle vertrouwen in, dat het goed wordt besteed. Op dit soort belangrijke dossiers moeten we dat gewoon met elkaar hebben, anders lijkt me dat lastig worden. Als er een amendement komt, zullen wij waarschijnlijk tegen gaan stemmen. Nog even terug naar de duurzaamheidsmiddelen.

Misschien had ik de vragen technisch moeten stellen. Die onderbesteding is echt wel jammer. Ik als ambtenaar weet hoe niet handig dat is om te doen. Ik begrijp de verklaring niet helemaal. U gaf aan: omdat er geld gematcht moet worden met subsidiegeld. De systematiek snap ik, maar dan begrijp ik niet dat het gedeeltelijk wordt overgeheveld en waarom dat niet helemaal wordt overgeheveld. Misschien moet dat nog verder worden uitgelegd. Ik weet niet of dat kort kan, maar dan hoor ik dat graag. We hebben juist gekort op duurzaamheid. Ik kan me de discussie nog herinneren rondom de begroting, waarin op duurzaam beheer bezuinigd zou moeten worden. Nu is er geld over. Dat is toch wel heel erg jammer. Ik zou het zonde vinden als er geld verdwijnt uit het budget voor duurzaamheid. Dan heeft u het nog uitgelegd m.b.t. de extra uitgaven voor ICT. U stelt dan die € 205k puur voor de automatisering is, los van corona, en dat die € 130k alleen voor het thuis werken was. Maar dan hebben we het in de tekst toch anders gelezen, dat het er anders in staat. We gaan er even van uit, dat wat u hier zegt, dat dat de waarheid is. Misschien staat het in de tekst dan wat op een verkeerde manier uitgelegd. Ik denk dat ik daarmee alle punten heb gehad, die wij belangrijk vonden. Ja, dat was het voor de tweede termijn. Dank u wel.

Mevrouw De Geus, GL: Ik hoorde meneer Van Santen zeggen: doe niet zo moeilijk. Maar dat zou ik ook niet willen beweren, dat die dat doet. Wij zijn wel van mening, dat € 3,7mln gewoon gereserveerd kan blijven staan voor de crisismaatregelen. De wethouder heeft al eerder gezegd, was het vorige week in de beeldvorming, maar toen zei hij al: als we het niet nodig hebben, komt het gewoon terug. Het zal zeker niet zo zijn, dat we opeens alles corona-gerelateerd gaan noemen en het geld op gaan maken. Wij hebben er vertrouwen in, dat het goed gaat en goed komt en dat de wethouder de ruimte krijgt, die hij nodig heeft en het ook op een juiste manier zal besteden. Dat is het. Dank u wel. De heer Azzouzi, PvdA: We danken de wethouder voor de antwoorden. We zijn blij, dat het college voornemens is om te investeren in de opleidingsbudgetten van het apparaat en daarmee ook in het personeel. Ten aanzien van het punt van L3B en VVD: op zich is dat punt vanuit de controlerende taak van de raad goed. Maar bij ons weegt het snel schakelen en het helpen van mensen zwaarder dan een potje en de hoogte van dat potje. Dat geld is van ons en komt terug bij ons. We kunnen het ons wel voorstellen, dat wij regelmatig geïnformeerd worden over de stand van zaken achteraf. Het is heel moeilijk om te bepalen of die uitgaven echt betrekking hebben op corona of niet.

Veel gemeenten doen dat maandelijks in een update naar de raad. Dat was mijn bijdrage in de tweede termijn. Wethouder Van den Beukel: Beginnend bij de reserve crisismaatregelen, want die vraagt de meeste aandacht in het debat. De heer Philippens vraagt om een toezegging om bij volgende P&C producten een vergelijkbaar overzicht te geven. Ja, bij de instelling van de reserve crisismaatregelen hebben we dat al

15/33

met elkaar afgesproken. Het is inderdaad zo, dat ook bij de jaarrekening er een geactualiseerd overzicht komt. Ook bij andere P&C producten, zoals de zomerrapportage. Dat kunt u verwachten. Het is overigens ook besproken in de BAC, de commissie met de accountant vorige week. De accountant zal extra aandacht schenken hieraan, dus ik denk dat dat een extra slot op de deur is. Dan is er nog een vraag gesteld over areaal uitbreiding. Dat heeft er slechts mee te maken, het staat misschien wat cryptisch geformuleerd, dat opnieuw is geanalyseerd wat meer nauwkeurig hoeveel extra middelen we daarvoor nodig hebben. Dat bleek lager, voor die areaaluitbreiding. Het onderhoud van wijken, die vanuit de grondexploitatie naar de reguliere exploitatie gaan, daar bleek minder nodig. Vanwege die onderbesteding is dat budget naar omlaag bijgesteld. Er is ook nog doorgegaan op het thema duurzaamheid. Ik heb het een beetje ingewikkeld gezegd. Misschien is het inderdaad passender om het technisch af te doen, maar ik waag een poging. Het is eigenlijk als volgt. We hebben een fors budget gekregen. Dat is € 430.000. Daarvan is € 270.000 besteed in 2020 en de rest wordt nu overgeheveld. Dus dat is bij elkaar € 160.000, kosten en opbrengsten.

Verder is voor de onderbesteding van duurzaamheid door het team gevraagd om dat toch te intensiveren, om die overtollige middelen toch tot besteding te brengen voor 2021. We gaan dus niet haasten om dat stantepede uit te geven. Daarom is het zo plezierig, die budgetoverhevelingen, niet alles gaat op deze manier hup, terug, de algemene middelen in. Maar we kennen de systematiek van budgetoverhevelingen juist om te voorkomen, dat adviesbureaus onze deur plat lopen rond november of december, omdat ze een beetje geld ruiken. Er zijn plekken, waar dat wel gebeurt. Ik heb nog één vraag. Meneer Azzouzi heeft de beantwoording gemist uit de eerste termijn. Het ging over het BTW compensatiefonds, daar vroeg meneer Azzouzi nog een keer aandacht voor. Ik heb het nog eens nagezocht in de analen. We hebben een aantal jaar geleden bewust de keuze gemaakt om dat niet als structureel te beschouwen, omdat het nu eenmaal zo is, dat het BTW compensatiefonds eindig is. Het is niet reëel dat je daar op een gegeven moment achter het net vist. Vandaar een beetje prudenter begrotingsbeleid, dat we daar toch aan wensen vast te houden. Als u zegt: ik wil er nog eens over doorspreken, dan is het een meer uitgebreider debat waard. Meer leden van uw commissie zouden daarbij gebaat zijn dan vanzelfsprekend.

Er was nog een vraag over de septembercirculaire, van de heer Philippens: kunt u een kijkje geven naar het effect daarvan op de meerjarenbegroting? Daar is een brief over gestuurd, over de impact van de septembercirculaire, een poosje geleden. Ik denk dat we daarin goed uiteen hebben gezet, wat de effecten daarvan zijn. En natuurlijk, de effecten voor 2020 zijn in deze slotwijziging verwerkt. Voor 2021 hebben we al de opschalingskorting al meegenomen. Die zou worden afgeschaft voor 2021, dat wisten we al en dat hebben we dus ook al gedaan. Dat in de tweede termijn. Dank u wel. Burgemeester Van de Stadt: Een logische vraag van de heer Philippens. Ik zal niet al te uitgebreid antwoorden, want het inhoudelijke antwoord zit in de brief, die komt zoals we bij de begrotingsraad hebben besproken. De relevante vraag is natuurlijk het budget en het doorschuiven van het budget. Wat is er dan in de vertraging? Daar komt het even op neer. De organisatieontwikkeling kent een technische kant, die is redelijk afgerond. Dan praten we over de techniek: hoe is de website vorm gegeven, de nieuwe functies, directie en dergelijke, alsmede herwaardering functies en bla bla bla. Dat is de technische kant, daar zijn we netjes op orde. Maar de tweede kant van de organisatieontwikkeling is om van die nieuwe teams ook teams maken. Het gaat over cultuur, werkwijze, dat soort dingen.

Dat is het afgelopen door corona vrijwel onmogelijk gebleken en geweest. Als je niet samen zit in een team, met zijn allen in een zaaltje, dan kan je ook geen training doen. Sowieso zijn trainingen heel moeilijk enzovoorts. Op dat punt is klip en klaar vertraging ontstaan in de organisatieontwikkeling en daar zijn deze budgetten met name op gericht. Nogmaals: ik verwijs de heer Philippens graag naar de brief naar de raad, die nog gaat komen. Dan bent u weer helemaal bij. Als we praten over dit budget moet u in hoofdlijnen daar de verklaring zoeken. Dank u wel. De voorzitter: We zijn aan het eind van de bespreking. Kan dit als een hamerstuk naar de raad? De heer Philippens: Ik had ook nog een vraag gesteld over de areaaluitbreiding. Die € 350.000 (…) en hoe dat relateerde tot de meicirculaire en de zorgen die we daarover hadden. Misschien kan hij daar nog even kort op ingaan. Of heb ik die gemist. De voorzitter: Hij heeft het erover gehad. Wethouder Van den Beukel: Ik heb net geprobeerd de vraag te beantwoorden, maar kennelijk niet afdoende. Poging twee. De areaaluitbreiding is een inschatting op basis van de dan geldende inzichten, van wat we nodig hebben om de toevoeging van ons areaal als we weer een wijk af hebben, om die te onderhouden. De inschatting bleek omlaag te kunnen. Daar zijn we verheugd over. Dat betekent dat we die kosten omlaag aframen.

De voorzitter: Dan wil ik u voorstellen om dit als een hamerstuk naar de raad te brengen. Ik kijk even naar VVD en L3B, want dat zijn degenen, die dat niet zouden willen vanwege amendementen. Nee? Dan gaan we besluiten dat dit een hamerstuk wordt. Ik zit al een hele tijd in de politiek, maar vanavond heb ik toch wel heel bijzondere woordkeuzes gehoord. Krediet aanvragen, bestemmingsreserve aanvragen bij

16/33

de raad. Dan gaat de raad tegenwoordig met de pet rond bij het college. Dat zijn nieuwe bewoordingen, maar ik moest er wel een beetje om lachen. 6.b Algemene Plaatselijke Verordening 2021 De heer Buitendijk, CDA: Het CDA vindt het goed, dat de APV geüpdatet wordt. Dit om het gereedschapskistje van de gemeente nieuw te houden. Het messenverbod en de motorclubs is goed. De kans dat dit gebeurt, bestaat. En zo hebben we er handhaving op en kunnen we het veilige gevoel in Lansingerland beschermen. We moeten dus alert zijn. Toch heb ik de vraag waarom er geen burgerparticipatie plaats vond. De gemeente heeft nu een passieve houding door het meenemen van suggesties gehouden. Maar we willen als Lansingerland een gemeente zijn naast de burger. Vindt het college dat zij een actievere vorm hierbij moet aannemen? Dat is het. De heer Vervaet, VVD: Voor ons is het een hamerstuk. Een goede aanvulling, een goede uitbreiding. We zijn tevreden (….). Mevrouw Gielis, L3B: Eerder deze avond veel gesproken over het messenverbod, dat is af gekaard. Over dat standpunt zijn we helder en stellig geweest. Over de overige aanpassingen in de APV kunnen we kort zijn. Als gezegd zijn we voorstander van deregulering, maar soms is regulering nodig aan de voorkant om deregulering naderhand te voorkomen. Om die reden zullen wij instemmen met de toevoeging van het voorstel m.b.t.

het artikel over de outlaw motorcycle gangs, een lastige term. We hebben wel nog een vraag aan het college. Er wordt in het voorliggende voorstel niet gesproken over een aanpassing van het beleid voor de standplaatshouders voor de verkoop van commerciële middelen. In onze beleving stond die aanpassing voor eind dit jaar op de planning en zou die in deze APV in het voorstel voor de wijziging van de APV worden meegenomen. Kunt u ons bijpraten over de status van het standplaatsbeleid? Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: De PvdA kan zich ook goed vinden in de voorgestelde veranderingen in de APV. Over het messenverbod hebben we het inderdaad gehad. Er staat nog wel in het eerste punt van dat artikel een typo, iets met in en voor het gebouw, dus dat moet nog even worden gecorrigeerd. De verheldering van de burgemeester over: het geldt in heel Lansingerland en de scouts mogen wel met hun mes op pad. Dat spreekt voor mij nog niet heel helder uit dat artikel, maar dat kan ook mijn gebrekkige juridisch inzicht zijn. Als dat nog iets beter verhelderd zou kunnen worden, daar of op een andere plek, dan zou dat prettig zijn. Ik heb nog één vraag en dat viel me vanavond pas op, anders had ik daar misschien nog een technische vraag over gesteld. In het stuk, dat naar de raad is gegaan, staat bij het punt kanttekeningen: deze actualisatie leidt tot een toename van regels.

Dan staat er: deze toename vn regels is ten eerste nodig voor de aanpak van ondermijning. Op zich zijn wij ervoor, dat ondermijning wordt aangepakt. Ik vermoed dat het heeft te maken met de outlaw motorcycle clubs, zoals dat zo mooi heet. Maar in de hele APV en ook in de toelichting op de veranderingen, kan ik het woord ondermijning niet vinden. Wij moeten 1 en 1 en 1 is drie bij elkaar optellen. Dus deze kanttekening en het belang blijkbaar van het aanpakken van de ondermijning met deze aanpassingen, dat is mij niet geheel helder geworden uit de toelichting op de veranderingen. Tenzij mijn zoekfunctie in IBABS het niet doet. Dat was eigenlijk mijn bijdrage. Verder is het allemaal netjes weergegeven en kunnen wij er goed mee leven vanuit de PvdA-fractie. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: De APV. Bij het onderwerp over het messenverbod is er al heel veel over gezegd. Aan de hand daarvan waren wij enigszins benieuwd hoe het messenverbod opgenomen zou zijn in deze APV. Nu er nadrukkelijk staat dat het niet om bepaalde deelgebieden gaat, die dan aangewezen worden, maar dat het voor de totale gemeente geldt, kunnen wij ons daar heel goed in vinden. Dat is een goede toelichting. Verder, ja, ik moet even ingaan op mevrouw Verhoef. Ik heb de typo eigenlijk niet gezien. Ik neem aan, dat dat gaat over de toelichting.

Ik geef daar bij het eerste lid, halverwege in en voor publiek toegankelijke gebouwen, dat ze daar op doelt, dat staat wat omslachtig, maar het is wel correct. Volgens mij is daar niet echt sprake van een typo, moet ik eerlijk zeggen. Verder wil ik het heel kort houden. Ik begrijp, dat de toevoegingen er zijn. Sommige dingen zijn op basis van het RIEC aangenomen. Het lijkt me logisch, het lijkt me handig. Ondermijning is waarschijnlijk niet iets wat er wettelijk in staat, waar je mensen op kan aanspreken, maar gaat over een totaliteit van zaken die als ondermijnend beschouwd kunnen zijn. Ik vermoed, dat het er daarom niet in staat, maar ik hoor daar graag van de burgemeester een toelichting op. Dan heb ik een vraag aan de heer Buitendijk. Burgerparticipatie bij een APV. GL is altijd heel erg voor burgerparticipatie, hoe meer hoe beter. Maar ik vraag me toch af: hoe had meneer Buitendijk bedacht om burgerparticipatie bij een APV te laten plaats vinden. We spreken al met veel partijen. We hebben al een gereedschapskist. Stelt hij dan voor dat we elk jaar een rondgang laten gaan: dit willen we wel of dit willen we niet eruit? Ik zou graag wat meer details willen horen, hoe de heer Buitendijk dit ziet. Daar wil ik het bij laten. Dank u wel.

17/33

Mevrouw Den Heijer, D66: We hebben het over technische wijzigingen en inhoudelijke wijzigingen, we hebben ze gezien, over het algemeen helemaal prima. Ook over het messenverbod hebben we het al gehad. Wij waren ook wel even benieuwd naar het participatieproces rondom de APV. Wij kunnen het ons voorstellen hoe het nu is vorm gegeven en we vragen ons af of grootschalige participatie voor een APV meerwaarde heeft. We zijn ook wel benieuwd hoe het CDA dat verder zou willen inkleuren dan. We hebben nog wel een punt en de vraag is even of we dat nou zijn vergeten op te nemen. Er was een raadsbrede motie aangenomen, die het college opdraagt om met vermindering van plastic afval bij evenementen aan de slag te gaan. Deze motie riep op tot het instellen van extra regelgeving in de APV om het gebruik van wegwerp plastic te verminderen. In het overzicht van de motie staat vermeld, dat dit verder uitgewerkt wordt in het evenementenbeleid, wat nu vanwege corona on hold staat. Ook staat er vermeld, dat de raad in november op de hoogte zou worden gesteld. De fractie van D66 vraagt zich dus af hoe het staat met de uitwerking van die motie. We hebben deze raadsbreed aangenomen voor het verminderen van wegwerp plastic. We hebben er in de APV niets over terug gelezen. We willen heel graag horen doe dat precies zit. Daar laten wij het bij. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Heel kort.

Allereerst een messcherpe vraag van mevrouw Den Heijer, net voor ons. Daar hadden wij nog niet over nagedacht, maar echt heel scherp, omdat het inderdaad in deze APV opgenomen had moeten worden. We zijn buitengewoon benieuwd naar de reactie van de portefeuillehouder op dat punt. De burgemeester heeft bij de behandeling van het messenverbod nog uitgebreid antwoord gegeven op de vraag, die ik in de tweede termijn had gesteld. Na de tweede termijn had ik niet meer de gelegenheid om hem te beantwoorden. Het was een helder antwoord, dus alsnog: dank daarvoor, burgemeester. Mevrouw Van Heusen, WIJ: Wij dachten: hamerstuk. Maar we zijn ook wel benieuwd nu naar wat mevrouw Den Heijer heeft gevraagd over de evenementen en het plastic. Dat was het. Burgemeester Van de Stadt: Bedankt weer aan alle raadsleden voor uw inbreng. Een aantal vragen en opmerkingen. Allereerst de participatie, de heer Buitendijk vroeg er wat over en mevrouw Den Heijer gaf deels het antwoord, denk ik. De heer Ruijtenberg ook. We hebben eens in de zoveel jaar echt een gehele update van de APV. Dan gaan we van A tot Z door die APV heen met een stofkam. Dat hebben we drie jaar geleden gedaan. Dan mag je ook een uitgebreid inspraaktraject verwachten, los even van de vraag wat dan precies je partijen zijn, want dat zijn vaak ook de vakpartijen hierin, meer dan bevolkingsbreed, meer hun vertegenwoordiger ook.

Maar dit is slechts de jaarlijkse update. Het gaat dus alleen maar even over deze puntjes. Deze puntjes zijn geen puntjes, die direct de burger op de been brengen. Wat niet wil zeggen, dat zij niet ongelooflijk belangrijk zijn. Het zijn inhoudelijke toevoegingen en die zijn vrij technisch. Ze zijn vooral het gevolg van zaken die bij de VNG gewijzigd zijn of die door partnerorganisaties, met name RIEC, het regionaal informatie en expertise centrum, een heel belangrijk adviseur van de regiogemeenten, opgenomen. Daar valt niet zoveel over te burgerparticiperen. Ik kan kortheidshalve geheel bij het antwoord van de heer Ruijtenberg over de vraag van mevrouw Verhoef terecht zeggen: hoe zie ik dat punt van ondermijning hierin terug? Dat ziet u in het totaal aan die technische wijzigingen, met name de eerste en de derde zijn het gevolg van wat er op ons afkomt. Ook vijf zou daar onder kunnen vallen. Het messenverbod, een gevolg van de motie van de raad. Daar zaten de raad, het college en ik op één lijn. Nummer vier is wat wij simpelweg hebben geconstateerd, of liever gezegd, wat DCMR heeft geconstateerd en waarom het wenselijk is om dat even aan te scherpen. Dat zegt ook iets over de burgerparticipatie. Dan de twee punten. Eerlijk gezegd vind ik dat ik dat actief hierin had moeten zeggen, want die vragen zijn volkomen terecht. Standplaatsen en plastic.

Ze stonden op de nominatie voor de APV. Waar zijn die dan? De APV volgt op beleid. Bij beide geldt, dat het beleid, wat vanuit de respectievelijke wethouders moet worden gemaakt, dat gaat over de standplaatsen en het evenementenbeleid. Die zijn gewoon nog niet klaar. Dan kan ik nog niets opnemen in. Een beetje ook zoals we over het messenverbod hebben gesproken en het dan direct opnemen in. We zijn in afwachting van het evenementen- en standplaatsenbeleid. Ik begrijp van de wethouder over het standplaatsenbeleid, maar ik heb 2 vragen en ik weet niet waar het antwoord over gaat: in Q1 of Q2 wordt het beleid verwacht. Dat is eigenlijk de basis. Ik zou u willen voorstellen, dat ik u schriftelijk laat weten hoe het met beide beleiden staat, het evenementenbeleid en het standplaatsenbeleid, wanneer we dat kunnen verwachten. Dank denk ik dat het goed is, dat u zelf in mijn richting laat weten wat u dan wilt met het tempo van de aanpassing van de APV. Normaal is de volgende update over een jaar. Stel, dat het evenementenbeleid of standplaatsenbeleid in Q1 al komt, dan wilt u misschien niet zo lang wachten. We kunnen altijd tussendoor een aanpassing van de APV doen. Nogmaals, als u het beleid vast stelt en u wenst dat het zo snel mogelijk in de APV wordt opgenomen, dan sta ik geheel tot uw dienst.

Maar laten we u even schriftelijk antwoorden, of door de respectievelijke portefeuillehouders antwoorden, hoe het met de beleiden staat. Ik geloof niet dat dat een mooi woord is. Volgens mij heb ik alle punten beantwoord. Dank u wel.

18/33

Tweede termijn Mevrouw Gielis, L3B: Ik ben blij met de toezegging van de burgemeester om schriftelijk mijn vraag te beantwoorden. Ik wil er wel graag op wijzen, dat de wethouder eerder dit jaar op ons verzoek, een vrij dringend verzoek trouwens, heeft aangegeven, dat ze uiterlijk Q4-2020 met een antwoord zou komen. Dus wij vertrouwen er wel op, dat wij ergens begin volgend jaar een antwoord krijgen. Dan kunnen we inderdaad, zoals u aangeeft, alsnog besluiten om de APV aan te passen. We willen wel dringend verzoeken om een antwoord, want het was een toezegging van de wethouder. Dank u wel. De heer Buitendijk, CDA: Ik bedank allereerst de burgemeester voor zijn antwoord en de andere fracties voor hun inbreng. Het stuk sprak in het begin over een noodzakelijke actualisatie. In mijn optiek is het belangrijk om burgers actief te benaderen bij noodzakelijke onderwerpen van de gemeente. Nu worden de suggesties, die gegeven zijn, meegenomen. Dat is dus een passieve houding. Om echt een laagdrempelige gemeente te zijn, een burgernaastegemeente is een actievere houding vereist. Daar wil ik het bij laten. De heer Ruijtenberg, GL: Dat wij allemaal hier een actieve houding willen van de gemeente, ik denk dat we het daar, alle 8 partijen, over eens zijn.

De vraag, die wij eigenlijk hadden gesteld aan de heer Buitendijk en waar we geen antwoord op hadden gekregen: hoe had het CDA precies gedacht om de burger hierbij te betrekken? Welke denkrichting heeft hij daarin? Alleen maar roepen: we moeten actief zijn. En vervolgens niets daarvan vinden verder, vind ik iets te gemakkelijk afschuiven richting het college. Ik neem aan, dat het CDA, ik ken ze als verantwoordelijke bestuurderspartij, daar echt wel gedachten over heeft, hoe die actieve samenleving dan bereikt gaat worden. De voorzitter: Ik beschouw dit als een interruptie. De heer Buitendijk: Het CDA zou gewoon een actievere houding willen zien. Bij noodzakelijke onderwerpen wordt gezegd: dit is een noodzakelijke actualisatie. Een passieve houding, zoals die nu naar voren is gebracht, is in mijn optiek niet genoeg. Een burgerparticipatie zou fijn zijn. Mensen benaderen, die suggesties hebben. Dat zou prima zijn in mijn beeld. De heer Ruijtenberg: De heer Buitendijk vervalt in herhaling. We zijn het allemaal eens, dat we die actieve samenleving willen hebben. De vraag is: hoe had hij in gedachten dit te bereiken? Dat we het willen, daar zijn we het mee eens. Dat meneer Buitendijk zegt: het is een noodzakelijk iets. Ja, het is inderdaad noodzakelijk, we moeten hem elk jaar wijzigen, de APV, omdat regelgeving nu eenmaal verandert.

Ik ga het nog een keer vragen: hoe had hij verwacht deze burger te bereiken, wat is zijn concrete actie. De heer Buitendijk: Een concrete actie is mensen direct benaderen. Een concrete actie, die het beste hierbij past, bij zo’n onderwerp. Mevrouw Den Heijer, D66: Ik wil op zich meneer Buitendijk wel helpen. Je zou met een burgerpeiling best wel die APV de ether in kunnen gooien om te kijken wat mensen ervan vinden en wat ze nog missen. De burgemeester gaf ook aan, dat je dat niet eindeloos kan doen. Je moet ook wel kiezen in de onderwerpen, waarbij je dat wil hebben. Dat zou ik eigenlijk aan de heer Buitendijk willen meegeven: je moet echt de onderwerpen kiezen, waar je die actieve houding het meest nodig hebt, want dan krijg je ook het beste resultaat. Misschien dat de APV op dit moment nog prima in de raad besproken kan worden. Wij zijn namelijk ook een afspiegeling van onze samenleving. Dan mijn tweede termijn. Ik snap dus, en dat hebben we ook in de stukken gezien, dat we eigenlijk wachten op het evenementenbeleid, dan pas kunnen we dit opnemen in de APV. Dat heb ik zo goed begrepen, denk ik. Maar de motie, die we hebben gemaakt en die ook raadsbreed is aangenomen, geeft al een heel deel van dat beleid aan. Die geeft aan: er moet een vermindering plaats vinden van dat wegwerpplastic of er moet een verbod komen op het wegwerpplastic.

Ik vraag me even af: is dat niet al wat we hebben afgesproken met elkaar en wat dus ook al een plek kan krijgen in die APV? Ik ben even benieuwd hoe de burgemeester dat ziet of beoordeelt. Burgemeester Van de Stadt: De boodschap van mevrouw Gielis is luid en duidelijk en die kan ik ook alleen maar doorgeven, natuurlijk, aan de wethouder, want dat is niet zozeer een vraag, maar een boodschap, zo vat ik hem maar op, die ga ik doorgeven. Dat lijkt me volkomen helder. Inzake het wegwerpplastic: mevrouw Den Heijer, ik vind uw vraag volkomen terecht. Eerlijk gezegd aarzel ik ook een beetje of ik niet gewoon vind, dat het er best in had mogen staan. Dat zeg ik gewoon maar eerlijk in uw richting. Nogmaals: we volgen altijd het beleid. Maar inderdaad zegt u: hadden we het beleid op dit onderwerp specifiek, het standplaatsenbeleid is anders, want daar weet ik echt niet wat ik moet opnemen, maar op dit onderwerp specifiek niet gewoon als een verbod kunnen opnemen? U weet, ik ben het inzake het verbod geheel met de raad eens, met de commissie eens. Ja, ik moet eerlijk zeggen: ik ben er niet zo zeker van. Ik ga hem dus even mee nemen. Die vraag van u ga ik ook mee nemen in dat beleid.

Als daar ook de conclusie van is, dat ik ook met u zeg: eigenlijk hadden we wel genoeg om hem op te nemen, dan ga ik u zo snel mogelijk een hele kleine wijziging van de APV voorstellen, want dat zou ik dan terecht vinden. Daar ga ik u schriftelijk in mee nemen. Dan tenslotte richting de heer Buitendijk: het noodzakelijke is kern hierin en dat zijn vooral noodzakelijke aanpassingen, zoals dat in de lijst staat, gevolgen van ontwikkelingen in rechtspraak, wijziging van wet- en regelgeving, wijziging

19/33

modelverordening. Dat zijn geen dingen waar we voor kiezen, dat zijn gewijzigde omstandigheden, die vragen om een andere tekst bijvoorbeeld. Dat zijn dan de dingen, die er in staan. Dan zijn er een paar inhoudelijke wijzigingen, daar gaan wij over. Zoals in de inleiding staat: het actief uitvragen door ons aan interne en externe partners. Het gaat nu om die 5 punten. Is 1 van die 5 punten zo, dat je daar de bevolking van vraagt: wat vindt u daarvan? Ik verzeker u, als ik bijvoorbeeld onderwerp 4 neem. De heer Ruijtenberg: Het was als interruptie bedoeld, maar het wordt nu een handreiking aan de burgemeester. U mag van mij de burgemeester eerder laten uitspreken en dat u daarna bij mij terug komt. Burgemeester Van de Stadt: Incidentele festiviteiten binnen en buiten, dan denk ik dat onze inwoners daar zeer enthousiast van worden, als we dat doen. Zeker de inwoners die daar rond wonen. Dat hoef ik ze dan ook niet te vragen bij wijze van spreken. Ik zeg ook nog maar een beetje streng, tussen aanhalingstekens: de primaire burgerparticipatie, die ik doe, is via u, want u bent de vertegenwoordiger van 63.000 inwoners en mijn klankbord wat die 63.000 inwoners van mijn voorstellen vinden. Die geef ik ook nog maar even aan u mee. Dank u wel.

De heer Ruijtenberg: Oorspronkelijk een interruptie, maar de burgemeester was zo enthousiast en toegeeflijk over het plastic bij evenementen, wordt dat eigenlijk een soort van handreiking. Ik graaf even in mijn geheugen. Ik meen mij te herinneren, dat de burgemeester op een gegeven moment heeft gezegd, dat er in de APV de regel komt: de burgemeester kan nadere regels stellen voor evenementen. Bij art. 2.25.6, daar staat die zin ook nadrukkelijk in: de burgemeester kan nadere regels stellen voor evenementen. Daar staat nu een punt. Hij zou daar een komma of puntkomma van kunnen maken en daar een toevoeging doen op het gebied van plasticbeleid. Dat is een handreiking. Een kleine toevoeging zou misschien kunnen helpen daarin. Dank u wel. De voorzitter: We zijn nu aan het eind van deze bespreking. Ik zit nog even met het volgende. Het voorstel ligt bij de raad, dus het college kan in feite niet zomaar gaan wijzigen. Tenzij wij zeggen: u kan dat. Maar de meest koninklijke weg is wel, dat mogelijk D66 een amendement voorbereid, mogelijk in samenwerking met het college, met de burgemeester in dit geval. Ik denk dat dat beter is dan dat tussendoor het college een raadsvoorstel gaat wijzigen, want dat vind ik een lastige. Dat wil ik u mee geven. Dat betekent dus ook, dat het een bespreekstuk voor de raad wordt, vanwege een amendement op het plastic bij evenementen.

Heb ik dat zo goed samen gevat? Kunt u daarmee leven, mevrouw Den Heijer? Mevrouw Den Heijer: Dat lijkt me prima. Ik wil wel graag met de burgemeester overleggen, hoe we dit het beste kunnen doen. Als dit de beste manier is, dan kunnen we het daar even over hebben, wat er precies in moet. Uw voorstel lijkt me de juiste. De heer Dieleman: Het lijkt mij heel gebruikelijk, dat het college na een commissievergadering nog weleens dingen wijzigt in onze stukken. Dat doen we eigenlijk heel vaak. Bijvoorbeeld als we een zienswijze naar een GR sturen, dan gebeurt het eigenlijk altijd, dat het college zegt: we passen het nog even aan, we markeren dat geel en dan brengen we dat naar de raad toe. Ik heb er geen enkel probleem mee, als we dat nu ook gewoon doen. Dat is een stuk pragmatischer. De voorzitter: Mijn voorstel is ook pragmatisch. U heeft gelijk, dat komt ook voor. Dat komt met name voor t.a.v. een zienswijze. Dat is correct. Maar een zienswijze komt vaak niet meer terug in de raad, maar vaak wel alleen in de commissie. Daar hebben we er ook een heel aantal van gehad. Ik denk dat we gewoon even kunnen vast houden, dat er gewoon een amendement komt door D66 in overleg met het college opgesteld. Daarover waren we het in ieder geval al eens voor de interruptie van de heer Dieleman. Dan gaan we dat zo doen.

6.c Uitwerking motie M2019-021 artikel 1 Kunst in het Huis van de Samenleving De heer Ruijtenberg, GL: De dag, die je wist dat zou komen, is dan eindelijk daar. Dat is ook een mooie dichtregel, die ooit gebruikt is. Anderhalf jaar nadat we voor het eerst hierover spreken met een motie die raadsbreed aangenomen is, hebben we nu eindelijk een voorstel van de raad. Hoewel het heel lang geduurd heeft, moet ik zeggen, dat ik ontzettend blij ben met dit raadsvoorstel. Het is een beter voorstel dan waar ikzelf destijds voor ingezet had. Dat behelsde namelijk puur het plaatsen van de verwijzing naar art.1 in het Huis van de Samenleving. Wat er nu gekomen is, uiteindelijk: er is een gedicht gemaakt door onze stadsdichter, er wordt samen met een vormgever gekeken naar een aantal uitgangspunten voor 3D dingen, waarmee het een kunstwerk gaat worden. Zoals ik al heel vaak gezegd heb hier en ik ga het nog een keer zeggen: wat zuurstof is voor de longen, is kunst voor de geest. Het is belangrijk, dat we op deze manier artikel 1 en kunst en cultuur verbinden aan elkaar, dat is positief, dat is goed. Het is ook een steuntje in de rug van de lokale kunstwereld in Lansingerland, die het soms toch wel verdraaid lastig heeft hier. Eén van de kanttekeningen is: mensen kunnen het niet mooi vinden. Of: de jury kan het niet mooi vinden. Dat klopt.

Dat is soms, hoe gek het ook klinkt, wel een beetje de bedoeling van kunst. Kunst die te braaf is, die iedereen mooi vindt, is geen echte kunst. Kunst moet prikkelen, kunst moet tot de verbeelding spreken. Het moet spraakmakend zijn. Je moet er iets van vinden. Die gedachte, in samenwerking met het gedicht, dat ik een schitterend gedicht vind, met daarin de verwijzing naar artikel 1, kan ik van zeggen, namens de gehele fractie van GL, dat we hier volledig achter staan. Het kan wat ons betreft zo als een hamerstuk naar de raad. Dank u wel.

20/33

De heer Weerheijm, D66: Na deze prachtige woorden van de heer Ruijtenberg, kan ik daar nog maar weinig aan toevoegen. Ik denk dat de woorden van de heer Ruijtenberg heel mooi samenvatten, waar het in het raadsvoorstel over gaat. Inderdaad, ook voor de fractie van D66 is het natuurlijk gewoon een hamerstuk en gaan we hier gewoon mee aan de slag. Dan hebben we binnenkort een heel mooi kunstwerk in het Huis van de Samenleving. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Ik wil mijn bijdrage beginnen met het voorlezen van artikel 1 van onze grondwet. Daarin staat: allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Dus discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan. Wij hebben met elkaar in deze raad een motie aangenomen, waarin we opriepen om de tekst van artikel 1 aan te brengen in ons gemeentehuis. Het spijt me na de woorden van de beide vorige sprekers, maar wij zijn niet blij met het voorstel dat nu voor ligt. Wij zijn ook voornemens, als het zo blijft, als er geen hele rare dingen gebeuren in het debat vanavond, om tegen dit voorstel te gaan stemmen. En daar balen we van, want we hebben van harte de motie gesteund om de tekst van artikel 1 aan te brengen in ons gemeentehuis. De tekst van artikel 1 van de grondwet is wat ons betreft uitermate krachtig.

Juist door dat zinnetje: dat iedereen die zich in Nederland bevindt in gelijke gevallen gelijk behandeld wordt. Dat stukje zien we op geen enkele wijze meer terugkomen in het gedicht, dat nu is geschreven en wat verder uitgewerkt wordt in een kunstwerk. De heer Ruijtenberg geeft aan: kunst moet prikkelen, kunst moet aanzetten tot nadenken. Absoluut. Dat is zeker een belangrijke functie van kunst. Maar dat is niet wat wij voor ogen hadden toen wij anderhalf jaar geleden deze motie steunden. Wij willen niet iets wat prikkelt, niet iets wat ruimte biedt voor interpretatie en dat soort zaken. Wij willen heel helder in ons gemeentehuis duidelijk maken, dat discriminatie absoluut not done is in de gemeente Lansingerland. Daarvoor hebben we een heel krachtig middel, namelijk de tekst van het eerste artikel van onze grondwet. Met die intentie hebben we de motie gesteund. Dat zien we in dit voorstel helaas niet terug komen. We zijn heel benieuwd naar de reactie van de portefeuillehouder en het gesprek met de andere fracties in deze commissie. Maar als het voorstel blijft zoals het nu is, kunnen wij het eigenlijk gewoon niet steunen. Dank u wel. Mevrouw Van Olst, WIJ: Wij waren blij verrast. We hadden natuurlijk ook verwacht, zoals wordt aangegeven, dat artikel 1 ergens wordt verwerkt in een kunstwerk en dat het al tot kunst is gemaakt, doordat er gedicht van is gemaakt.

Dat is natuurlijk ook al kunst. Ik vind het trouwens een heel mooi gedicht. Maar of het een letterlijke invulling is van de motie. Ik houd er wel van, dat er een verhaal omheen zit. Het spreekt mij heel erg aan. Ik vind het erg mooi en ik ben echt benieuwd naar de resultaten, zoals ze worden gepresenteerd binnenkort. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: Ik heb vandaag ook eens even goed gekeken naar de motie, die er was. Er staat tot vier keer toe: de tekst van artikel 1. Ik moet u eerlijk zeggen: ik kende de tekst van artikel 1 niet. Zoals ik ook al zei, dat ik de APV niet uit mijn hoofd ken. Dus ik heb ook artikel 1 gelezen en ik vind dat een heel duidelijke tekst, die recht doet aan datgene wat we willen. Ik vind het gedicht heel mooi, maar het is naar ons idee, en dat ben ik het met de CU eens, niet datgene wat we beoogd hadden, maar ik vind ook naar de burger toe, dat artikel 1 veel duidelijker is, als datgene wat we willen beogen. We zitten er ook in, dat we zeggen: ik vind het hartstikke mooi. Ik ben het met de heer Ruijtenberg eens, dat het te lang geduurd heeft, maar we zijn nu zover. Dan hebben we een motie m.b.t. artikel 1 en dan komt er een gedicht, dat voor mijn gevoel zegt: is dat nou datgene wat we wilden? We wilden artikel 1 naar voren brengen en dat doen we hier niet mee. Ik wil even afwachten wat de portefeuillehouder zegt.

Wij zijn er nog niet zo voor, dat dit zo door gaat. Dank u. Mevrouw Van Bakel, VVD: Ik sluit me toch ook een beetje aan bij de woorden van het CDA en CU. Met grote verbazing hebben we dan ook kennis genomen van het raadsvoorstel over de uitvoering van de motie artikel 1 kunst in het gemeentehuis. Ik vraag me echt af: waar is het mis gegaan? Waarom is er geen antwoord op de vraag gekomen, namelijk: onderzoek de mogelijkheid om de tekst van artikel 1 in het gemeentehuis te plaatsen. Wat mij betreft een zeer duidelijke vraag, die absoluut uitvoerbaar is. Maar in plaats van deze motie uit te voeren, is hier de vrije hand genomen en heeft men een eigen interpretatie op de grondwet laten maken met alle goede bedoelingen. Echter, wat de VVD betreft leent artikel 1 van de grondwet zich simpelweg niet voor eigen interpretatie. Wat de VVD betreft, zou het raadsvoorstel dan ook geen steun krijgen en stellen wij voor om de motie uit te voeren, waar de hele raad voor heeft gestemd. Dank u wel. De heer Van Doorn, L3B: Wat een fantastisch voorstel ligt hier voor. Creatief, dat niet alleen, klinisch, juridische formulering, zo pakkend weten te vangen in een gedicht. Complimenten voor de creativiteit en ook van het college om het op deze manier in te vullen.

Want laten we wel wezen: het onderwerp van de motie, we kunnen elkaar vangen in woordjes, maar dat is: kunst in het huis van de samenleving. Wat ik nog belangrijker vind daarin, is dat het gedicht ook nog een product is van een lokale topdichter. Die

21/33

geeft leven, die geeft betekenis aan woorden. Laten we wel zijn: dat is een beetje het doel van kunst. Om vervolgens discussie te krijgen, geprikkeld te worden. Hoe mooi is dat, als artikel 1 daar de basis van is. Ik verbaas me dus dan ook wel een beetje over de weerstand op puur het technisch klinische zinnetje, terwijl er in de samenleving iemand is, die daar betekenis aan heeft gegeven. Wij gaan dit voorstel van harte ondersteunen. Ik roep toch de collega’s op, die daar nog second thoughts over hebben om daar nog even goed over na te denken, want hoe mooi zou het zijn als we hier als raad met zijn allen achter gaan staan. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Soms denk ik weleens: ik wou dat L3B zo vrijzinnig en zo creatief was, zoals ze zich nu uiten als het gaat om het bouwen van een mooie dorpsvilla langs een bepaalde weg in onze gemeente. Laat ik voorop stellen, dat ik heel blij ben, dat aan deze motie nu uitvoering is gegeven door het college. Wij waren degenen, die blij waren dat de ceremonie voor het hijsen van de regenboogvlag weer in ere is hersteld, maar dat is maar 1 onderdeel van wat artikel 1 beoogt. Wij waren eigenlijk ook wel verbaasd over de, laat ik het zo zeggen: de Ford werd een Rolls Royce. Voor GL is het misschien goed om te zeggen: de gewone fiets werd een elektrische fiets. Ik denk dat ik ook weet hoe het komt.

Misschien is het wel zo, dat de portefeuille voelde van: ik heb hier eigenlijk wat goed te maken, want ik heb de heer Ruijtenberg heel lang laten wachten op de uitvoering van die motie. Hij had daar heel veel behoefte aan, de heer Ruijtenberg, en de andere fracties met hem, dat dit nou eindelijk eens tot uitvoering zou worden gebracht. Maar als je sec kijkt naar wat de motie vroeg, dan was dat: zet die tekst ergens mooi zichtbaar in de hal van het gemeentehuis. Ik herinner me het debat en ik zei: kan het niet op die mooie cirkel, waar ook staat: wij zijn u van dienst, of: wij dienen u graag. Ik weet niet meer wat er staat, want ik ben helaas al zo lang niet geweest in dat mooie gemeentehuis. Het gedicht van onze gemeentedichter: ik vind het een heel mooi gedicht. Het lijkt me ook een heel passende reactie van de gemeentedichter als bijvoorbeeld artikel 1 wordt onthuld, de opening zeg maar daarvan, in het gemeentehuis, dan kan de gemeentedichter als reactie daarop het gedicht in onze lokale kranten publiceren of op een andere manier kan daar aandacht aan worden gegeven. Eigenlijk zitten wij ook wel op de lijn van de CU, CDA, VVD van: doe gewoon zoals we met zijn allen hebben afgesproken. Iedereen die daar verder nog een kunstzinnige uiting aan wil geven in onze gemeente, die kan dat natuurlijk doen. Daar mag dan ook best in de media enige aandacht voor zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=03b2c1c3-3b69-4fdf-82ec-21128b6539c4