CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BV20.0186 Verslag commissie Algemeen Bestuur van 2 december 2020

Commissie Algemeen Bestuur 13 januari 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering31.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dan is het een persoonlijke uiting van die kunstenaar en daar kan dan iedereen op zijn of haar manier betekenis aan geven. Dank u wel. Beantwoording college Burgemeester Van de Stadt: Ik zou geen tekstexegese willen voeren hierop, maar inderdaad, de titel van de motie is: kunst in het Huis van de Samenleving. Dat heeft bij het college en bij mij geleid tot inspiratie om dat ook op kunstzinnige wijze vorm te geven. Of aan de letterlijke tekst of aan de inhoud van de motie of de bedoeling van de motie tegemoet is gekomen, is vaak aan u natuurlijk. In hoofdzaak wordt ook gezegd: aan de indiener van de motie. Ik ben blij, dat de heer Ruijtenberg zegt: ik heb er wel erg lang op moeten wachten, maar het resultaat is dan ook boven verwachting. Dat was geen goedmakertje, mevrouw Verhoef, in de richting van de heer Ruijtenberg, maar wel een oprecht excuus of betrokkenheid bij de heer Ruijtenberg: het heeft mij ook te lang geduurd. Dit zijn typisch van die onderwerpen, die ontzettend makkelijk lijken en die dan ook, omdat ze zo makkelijk zijn soms, er gewoon af en toe doorheen schieten, waar we met de capaciteit ook af en toe moeten schuiven. Dat is niet terecht, meneer Ruijtenberg, zeker niet in het belang van het onderwerp, want ik ben ook heel blij, dat het er nu ligt. Ik denk ten eerste aan de commissie: inderdaad, ik vind het belangrijk dat het breed gedragen wordt. Dat is één.

Ik denk dat u dat ook moet vinden, een aantal leden heeft dat ook gezegd. Twee. Ik denk dat de afweging is, niet zozeer kijken naar de tekst van de motie, maar het effect dat je wil bereiken. Sommigen zeggen: als je de letterlijke tekst doet, dan leidt dat tot een duidelijker beeld. Het is duidelijk wat er staat. En anderen, daartoe behoor ik en ook het college: door middel van het vorm geven in een gedicht trek je de aandacht naar de tekst. De tekst kennen we allemaal wel, min of meer. In gelijke gevallen gelijk behandeld, dat is wel een begrip in dit land. Met een gedicht wordt de aandacht er naar getrokken, dan worden mensen aan het denken gezet: wat betekent dat nou eigenlijk? Mijn constatering is dat mensen het wel vaak met de mond belijden, maar als het op henzelf en op hun gedrag van toepassing is het al snel vergeten wordt, wat dat nou eigenlijk betekent. Daarmee is deze vorm veel effectiever. Dan is het: vind je de simpele tekst effectiever of vind je deze wijze, mensen wat laten denken, effectiever? Daar zit geen goed of fout in, daar kan je gewoon over van mening verschillen en die laat ik aan u. Ik denk wel, dat het belangrijk is, dat er gewoon een heldere uitspraak komt van de commissie. Er zijn twee opties: dit wordt in stemming gebracht en de meerderheid beslist.

Dat zou kunnen betekenen, als u tegen bent, als een meerderheid tegen zou zijn, dat u bij optie 2 uitkomt. Dan heb ik er wel behoefte aan, dat de raad klip en klaar is in wat zij dan willen. Dan zou ik ook verwachten, dat er een tegenvoorstel komt van deze of gene, die zeggen: wij willen die tekst op die ronding geplakt hebben of iets dergelijks. Daar zal het college uiteraard niet voor gaan liggen, want uw wens is daarin leidend. Nogmaals: ik heb in alle oprechtheid samen met wethouder Van Tatenhove en het college

22/33

geprobeerd uw motie naar eer en geweten uit te vullen. Een motie is een verzoek, het is geen opdracht, het is primair een verzoek aan het college. Dan mag u van ons verwachten, dat wij proberen om dat zo goed mogelijk en creatief op te lossen. Daaruit komt dit voorstel, wat we met reden bij u brengen. Ik roep u op: steun dit voorstel. Ik denk dat het effectief is om het op deze wijze te doen. Ik denk dat het mooi is, ik denk dat het recht doet aan de lokale invulling. Het is ook heel simpel, het zijn geen dure kunstenaars of dure dingen, die we doen. Zoals met de vlag: we doen het vooral praktisch. Ik denk dat dit echt wat toevoegt in de hal van het Huis van de Samenleving, in de lijn van de titel van de motie ‘kunst in het Huis van de Samenleving’. En dat we daarmee ook echt recht doen aan de inhoud van het artikel. Dank u wel. Tweede termijn De heer Ruijtenberg, GL: Inderdaad, de motie heet: kunst in het Huis van de Samenleving. Kunst moet prikkelen, moet uitdagen, je moet er iets van vinden, het moet niet te vlak zijn. Uiteindelijk willen we wel iets neerzetten, waarvan ik denk: dat past bij deze gemeente. We willen geen Jeff Koons achtig standbeeld neerzetten, dat zou inderdaad hier niet passen. Maar we wilden wel iets doen, passend bij deze gemeente.

De tekst, die nu staat in de hal van het gemeentehuis: kan ik u ergens mee van dienst zijn of kan ik u ergens mee helpen of wat er precies staat, doet mij altijd een beetje denken alsof ik de hal van de Termeulen vroeger binnen kwam: kan ik u ergens mee helpen? Dat vind ik juist niet passen in ons gemeentehuis. Dat je in het Huis van de Samenleving iets hebt, waar je over nadenkt, dat vind ik juist hartstikke goed. Dat vind ik echt van eminent belang. Daar hoort een Huis van de Samenleving voor te zijn. Als we dan gaan kijken naar de invulling, moet het prikkelend zijn. Ik constateer: het kunstwerk hangt er nog niet eens, maar het voldoet nu al aan de eisen: het is prikkelend. Vier partijen vinden het een goed voorstel van het college, vier partijen vinden het een minder goed voorstel van het college. Als iedereen stemt volgens de fractielijn en ik heb goed geteld, dan zou de stemming 17/16 worden en zou het voorstel aangenomen worden. Dat is ideaal, dat is precies wat je wil, want dan heb je er over nagedacht. De heer Van Doorn: Ik heb een vraag en misschien wel een voorstel aan meneer Ruijtenberg. Als initiatiefnemer van deze motie vind ik het erg van belang, dat hij daar een mening over geeft.

Juist omdat we raadsbreed naar consensus proberen te komen of in ieder geval, dat we er raadsbreed achter kunnen staan: hoe kijkt meneer Ruijtenberg naar een aanvullend verzoek om te kijken of er een combinatie te maken is van en de tekst, zoals die er is, en het kunstwerk, om vanuit dat perspectief misschien nog wel meer prikkeling mee te geven in die discussie. Zodat mensen zien: hé, hier staat artikel 1, dit is hoe Lansingerland daar kleuring aan heeft gegeven vanuit de samenleving. Is er een dergelijk model te bedenken? Daar zijn creatieve geesten voor, die dat zouden kunnen. Ik ben benieuwd hoe meneer Ruijtenberg daar over denkt als we zo’n voorstel zouden doen. De heer Ruijtenberg: Als dat de overige partijen, die nu nog hun bedenkingen erbij hebben, als hen dat over de streep zou trekken, dat strek ik graag die hand naar hen uit om hen daarmee over de streep te helpen. Ik ben zelf totaal niet creatief, ik weet niet hoe dat eruit zou moeten gaan zien, maar gelukkig hebben we mensen, die dat wel kunnen, maar ik zou zeker die handreiking willen doen naar hen. Dus ja, ik sta daar voor open, zeg ik maar eerlijk, meneer Van Doorn. Mevrouw Verhoef: Het is mij niet helemaal duidelijk wat de handreiking is, want de heer Van Doorn had het over een combinatie van de tekst en het kunstwerk.

Is de tekst artikel 1 of is de tekst de tekst van het gedicht? Want dan krijg je dus kunst op kunst. Als artikel 1 ergens verwoord kan worden en daar is ook nog een vormgeving bij, zodat het oog daarnaar toe trekt, zodat mensen ook die tekst gaan lezen, dan snap ik hem. Om dan ook nog het gedicht, waar bepaalde fracties zich niet helemaal in kunnen vinden, om dat ook nog in te willen brengen, dat is misschien een stap te ver. Dat is even mijn vraag: wat is precies de handreiking? De voorzitter: Ik begrijp de verwarring. Misschien kan de heer Van Doorn even uitleggen wat hij precies bedoelt, want hij was wat onduidelijk in zijn tekst, klopt. De heer Van Doorn: Natuurlijk wil ik dat doen, ook al was de vraag aan de heer Ruijtenberg. Het kunstwerk moet het kunstwerk blijven, dat staat wat mij betreft als een paal boven water. Het gaat meer om de context van het oorspronkelijke idee met artikel 1 om daar in het verlengde of in de buurt ook een dergelijke tekst aan te brengen, zodat wel het verband te zien is tussen de twee zaken. Volgens mij vallen de andere partijen niet zozeer over het kunstwerk an sich en het gedicht, als wel dat die tekst niet herkenbaar is in relatie tot het kunstwerk. De voorzitter: Even helder. U zegt: de tekst van artikel 1 moet erin staan en daarnaast het gedicht.

Dat bedoelt u? De heer Van Doorn: Nu gaat u aan mij vragen op welke manier het vorm en inhoud wordt gegeven. De voorzitter: Ik vraag wat u bedoelt, wat u wilt, want dat is niet duidelijk. De heer Van Doorn: Dat spijt me dan, maar het is precies hoe ik het zeg. Dat kunstwerk ligt er nu, het voorstel is het voorstel. Maar om daar bij te betrekken ook artikel 1. Dat hoeft niet in dat kunstwerk, maar daarbij of in het verlengde daarvan. Op die manier een combinatie te maken van beide. De heer Ruijtenberg: De heer Van Doorn was voor mij volstrekt duidelijk, dat je inderdaad een kunstwerk hebt en dat je daaromheen in een randschrift, ik weet niet hoe je dat moet gaan doen, nogmaals, ik ben geen kunstenaar en totaal niet creatief, maar dat je daaromheen nog een extra verwijzing maakt naar artikel 1. Ik sta er uiteraard voor open als dat de overige partijen over de drempel trekt om hiermee in te gaan. Aan de andere kant hoop ik heel erg, dat

23/33

het niet nodig is. Ik hoop dat de partijen na ampel beraad toch gaan roepen: we hebben onze bedenkingen, maar uiteindelijk vinden we het waardevol en mooi, ook omdat het juist het duwtje in de rug is voor onze lokale kunstenaars. Het is inderdaad niet een Jeff Koons of een andere dure kunstenaar, die van buiten gehaald wordt. Het is een stadsdichter, een man die in deze gemeenschap woont, een man die al vaker voorgedragen heeft, o.a. bij de opening van het nieuwe plein bij ’t Vierkantje. Ik denk dat iets is waar waarde in zit en dat daarom al de overige 4 fracties moeten denken: ja, we gaan het ermee doen. Is het niet nodig, dan wil ik graag met de heer Van Doorn of met andere fracties samen werken om tot een ander voorstel te komen. Maar ik hoop, nogmaals, dat we hier raadsbreed het voorstel kunnen omarmen. Daar wil ik het bij laten. Mevrouw Van Bakel: Het is me toch niet helemaal helder of de heer Van Doorn en de heer Ruijtenberg nu hetzelfde bedoelen. Ik kreeg de indruk, dat er nu sprake zou zijn van twee aparte voorstellen. 1. We houden het gedicht vast, want daar is toch een meerderheid voor op dit moment. En 2. Dat de lijn, de regel die vanuit de grondwet nu benoemd is, dat die ook een plek krijgt. Dan heb je mij mee en mijn hele fractie. Als we ervoor kiezen om die 2 afzonderlijk in beeld te brengen, dan zetten we met zijn allen een stap naar voren toe.

Maar ik weet niet of dit nu ook zo bij de heer Ruijtenberg is geland. Of ik heb de heer Van Doorn verkeerd begrepen. De heer Ruijtenberg: Dat is bij mij zo geland inderdaad. Ik denk dat de heer Van Doorn en ik het in ieder geval eens zijn. Nu gaat u mij toch vragen om op de stoel van de kunstenaar te gaan zitten, maar je zou ook kunnen denken aan het wapen van Nederland, een soort heraldisch bord en daaronder staat dan Je maintiendrai. Dat je nu een soort bord maakt met daarin het gedicht en daaronder een verwijzing naar artikel 1. Of artikel 1 prominent en daaronder het gedicht. Dat het op die manier verweven wordt, maar nu ga ik heel erg op de stoel van de kunstenaar zitten. Maar ik denk dat de heer Van Doorn en ik elkaar in ieder geval begrijpen. De heer Weerheijm, D66: Dank aan de burgemeester voor de beantwoording. We hebben een hele discussie hoe we dit nou uiteindelijk in de praktijk gaan brengen. Als ik de verschillende partijen overzie, dan zitten we volgens mij wel op één lijn. Dat we allemaal vinden, dat artikel 1 een prominente plaats moet krijgen, dat we allemaal vinden dat kunst in het Huis van de Samenleving een mooie plaats krijgt. En dat we ook allemaal vinden, dat het een heel mooi gedicht is, dat is gemaakt. Als ik het voorstel van de heer Van Doorn en de heer Ruijtenberg goed volg, dan zorgen we dat al die dingen mooi naar voren komen.

Dan moet het mogelijk zijn om ons als raad er volledig voor uit te spreken. Dank u wel. De heer Dieleman, CU: Als zelfs GL met toch communistische achtergronden gaat beginnen over heraldische borden, dan hebben we een zeer bijzondere avond vandaag, maar dat is ook weleens leuk. Helemaal eens met de lijn van de heer Weerheijm. De heer Ruijtenberg: U vergeet te noemen, dat we ook progressief radicaal zijn, dat we ook evangelisch zijn en dat we ook pacifistisch zijn. Onze achtergrond is niet louter communistisch. Meneer Dieleman, ik weet dat u het als grapje bedoelt, maar u zou zich niet moeten bedienen van dat soort frames. De heer Dieleman: Nee, dat ben ik het met u eens. Het was inderdaad een grapje. Ik was zeker naast de CPN niet PSP, PPR en de EP vergeten. Dat is een volkomen terechte constatering van de heer Ruijtenberg, die ook zeker wel weet dat de linkerwang nog hartstikke actief is binnen GL, zodat het EP gedachtengoed daar ook nog in door klinkt. Even reagerend op wat de heer Weerheijm net zei. Natuurlijk, we zijn het er allemaal over eens, dat artikel 1 heel belangrijk is. Volgens mij gaat het echt alleen maar om de vraag welke uitwerking we daar voor kiezen en kan een aantal fracties niet leven met het voorstel dat nu voor ligt. Ik ben het niet met de heer Ruijtenberg eens, dat het goed zou zijn als we tot een 17/16 in de raad zouden komen.

Dat zou ik echt heel erg jammer vinden. Ik baal er ook van, dat ik vanavond moet aangeven, dat wij tegen dit voorstel zijn, want wij hadden ook het liefst gehad dat we raadsbreed opvolging zouden geven aan de motie, die we raadsbreed hebben aangenomen. Ik denk dat we tot een compromis moeten kunnen komen, maar dat moeten we in de komende 2 weken richting de raadsvergadering maar even uitzoeken of we daar met elkaar uit komen. Dat zou in de vorm kunnen zijn van een amendement, waarin we aan het raadsvoorstel toevoegen, dat we niet alleen het gedicht, maar ook de tekst van artikel 1 verwerken in het voorstel. Dat is volgens mij wat ik net de heer Van Doorn en de heer Ruijtenberg hoorde zeggen. Op die manier kunnen we dat er prima in amenderen als we dat met elkaar willen. Daarover zal ik nog moeten overleggen met mijn fractie. U ook met uw fracties waarschijnlijk. Dat gaan we dan richting de raadsvergadering voorbereiden. Dat even voor nu. We moeten er richting de raadsvergadering nog even verder aan werken om te kijken of we tot een raadsbrede oplossing kunnen komen. Dat zou wel mijn voorkeur hebben. Dank u wel. Mevrouw Van Olst, WIJ: Wat ik al in de eerste termijn zei: dit gedicht is natuurlijk al kunst op zich. Bij het uitschrijven van de motie is er niet echt een vormvereiste aangekondigd. De heer Ruijtenberg heeft het over: dan komt er een kunstwerk te hangen.

Wordt het opgehangen? Of is het misschien een beeld? Dat staat er niet in. Ik denk juist, dat je dit voorstel, zoals het er nu ligt, juist aan moet nemen in het vertrouwen dat je af gaat wachten hoe de kunstenaar het vorm gaat geven, eventueel in combinatie met het gedicht. Er moet uit blijken, dat het wel om artikel 1 gaat. Ik kan me voorstellen dat anderen

24/33

denken: ik wil perse die tekst erbij. Maar misschien leent het kunstwerk er zo voor, dat het heel duidelijk is. Ik weet niet of ik het zo goed heb uitgelegd, maar ik denk dat er al heel veel kracht uit gaat van het gedicht zelf. Het zou zonde zijn als je het daarmee teniet doet. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: Ik heb al diverse dingen langs horen komen. Opmerkingen, suggesties. Ik ben op de achtergrond links en rechts al even aan het overleggen geweest. Er werd door meneer Van Doorn gezegd: je moet er niet te technisch of klinisch in zitten. Ik hoorde zeggen, letterlijk: zo zie ik het niet, dat we er zo strak in zitten. Artikel 1 is gewoon duidelijk en daar ging het om. Dat wil ik erover zeggen. Wij vinden het gewoon heel belangrijk, dat het tot uiting komt. Kunst moet gewoon duidelijk zijn, maar ik kom ook weleens onduidelijke kunst tegen. Ik ben niet zo’n kunstliefhebber, minder dan burgemeester Van de Stadt, die is daar meer van, merk ik in zijn woorden en dat is prima. Het moet duidelijk zijn en dat is ook de strekking wat we met zijn allen willen. Het voorstel van de heer Van Doorn, kunnen we niet een soort combi maken, ja, ook meneer Dieleman heeft diezelfde gedachte, dan kunnen wij ons er denk ik wel in vinden. Daar gaan we de goede kant mee op, denk ik. Dan moet één van de twee ook niet een bijzinnetje gaan worden.

Als het is van: we gaan het gedicht doen en in een bijzinnetje zetten we nog artikel 1, dan hebben we ook ons doel niet bereikt. Als we elkaar zo beluisteren, kunnen we wel tot een raadsbreed verhaal komen, want inderdaad 17/16, dat is niet iets om zo het Huis van de Samenleving in te gaan. Een goede combi van deze twee dingen, ik denk dat we daar mee kunnen leven, maar ik moet het uiteraard nog even in de fractie bespreken. Dank u. Mevrouw Van Bakel, VVD: Het is goed, dat meningen verschillen, maar hierover lijkt een compromis toch een zeer wenselijke situatie. Het is van belang om tot raadsbrede steun te komen. Wat ons betreft is de combinatie, die al eerder is aangegeven, een prima voorstel. Wij kunnen ons daar dan absoluut in vinden. Wat ons betreft wordt dan die artikel 1 zin opgenomen in het voorstel en daarmee wat ons betreft akkoord. Ik ga het amendement van de heer Dieleman zien, dan krijgt hij onze steun en ik hoop ook van de rest. Dank u wel. De heer Van Doorn, L3B: Het doet me in ieder geval deugd dat alle partijen een poging ondernemen om bij elkaar te komen. Volgens mij is dat wel de winst van vanavond. Het laat zich ook zien, dat als politici zich met kunst gaan bemoeien, dat je wel een hele complexe discussie krijgt. Laten we allemaal dicht blijven waar we van zijn i.p.v. op andere stoelen te gaan zitten.

Laten we wel zijn: er is een meerderheid voor het voorstel, zoals het er ligt. Laten we proberen het te verrijken, zodat we er raadsbreed steun voor kunnen krijgen. Ik kijk uit naar de komende weken, waarin wij ongetwijfeld met elkaar op de lijn komen op welke manier we daar vorm en inhoud aan kunnen geven. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Natuurlijk wil ook onze fractie graag een unaniem, een breed gedragen voorstel hebben. Dat zullen we dan ook steunen. Een kunstobject kan een eyecatcher zijn, dat trekt je oog er naar toe. Als je op dat moment dan ook het gedicht leest, dan kan daar een soort van combinatie zijn, die een meerwaarde heeft. Voor ons is het wel belangrijk, dat ook artikel 1 zelf, dus de tekst daarvan ergens in het gemeentehuis een plek krijgt. Als dat op de plek kan zijn in die ronding, waar nu staat ‘waarmee kunnen we u van dienst zijn’ dan zou dat bijvoorbeeld een mooie optie zijn. Een gemeente moet van dienst zijn. Volgens mij is het mooi om op die plek juist artikel 1 nu een prominente plek te geven. Maar dat is maar een suggestie. Daar wilde ik het bij laten. We gaan er in de komende weken wel uit komen. Ik vertrouw op de heer Dieleman, dat hij zijn creativiteit hierop los gaat laten. Dank u wel. Burgemeester Van de Stadt: Er zijn in dit land vele regels, waar ik als particulier het niet mee eens ben.

Ze zijn soms met 1 stem meerderheid in de Kamer aangenomen en dat maakt niets uit voor die regel. Met de heer Ruijtenberg schrik ik niet terug voor een meerderheid met 1 stem verschil. Ik ga ervan uit, dat als we iets aannemen, een besluit, dat het gewoon geldt en iedereen het ermee eens is. Maar, zeg ik ook direct, en anderen hebben dat ook al gezegd: bij zo’n onderwerp is het van groot belang, dat je het met zijn allen draagt. Dat vind ik hier echt cruciaal. Het was een gezamenlijke motie, dat is een deel van de kracht, dat moeten we tot uitwerking laten komen. Ik proef bij u allen die intentie. Dat vind ik prachtig, een prachtige discussie. Toen de heer Van Doorn zijn voorstel deed, dacht ik eerlijk gezegd: briljant. Waarom? Omdat ik het direct visualiseerde. Ik ga niet vooruit lopen, want kunstenaars kunnen dat beter dan ik, maar denk aan een beeld over bijvoorbeeld de bevrijding, een herdenkingsmonument, dan heb je een beeld, dat de aandacht trekt en je hebt in de sokkel bijvoorbeeld de namen van slachtoffers. Ook dat is ongelooflijk belangrijk. Denk aan kunstwerk en toelichting. Mevrouw Verhoef heeft het over de cirkel, maar ik denk dat zowel de tekst als het gedicht daar niet in passen, behalve in kleine lettertjes, maar ook daar: dat is niet aan ons. Straks hopelijk aan de jury, aan u.

Je zou kunnen denken aan het gedicht in kunstzinnige, kleurige letters, en geheel in zwart daaronder artikel 1 de tekst. Dat kan op velerlei kunstzinnige wijze uitstekend samen gaan. Enerzijds om aandacht te trekken met het gedicht en anderzijds klip en klaar die voetnoot, die asteriks: dit is waar het om gaat. Ik zie het voorstel van de heer Van Doorn en de heer Ruijtenberg als indiener ook omarmd en dat is een verrijking van het voorstel.

25/33

Volgens mij kan een kunstenaar daar wat mee en kan de jury daar straks wat mee. Ik zou u dan voorstellen, volgens mij is dat niet zo ingewikkeld: bij de gevraagde beslissing kunt u gewoon toevoegen, zoals in de bijlage vast te stellen, en dan een zinnetje toevoegen: met dien verstande dat de letterlijke tekst op heldere wijze. Is dat dan voldoende? Is het dan gelijkwaardig? Daar hebben we een jury voor en dat zijn vertegenwoordigers van uw 8 fracties. U bent er zelf bij om dat als jury te beoordelen. De jury kan ook zeggen, als geen van de voorstellen bevallen: we doen het niet. Ik zou voorstellen dat de jury en de kunstenaar, die deel uitmaakt van de jury, er een goed proces van maken. Het is een redelijk briljant voorstel om het draagvlak in de raad breed te maken op een wijze, waar ik zeer aan hecht. Dank u wel. De voorzitter: Dan zijn we aan het eind van deze beraadslagingen. Ik vond het een heel goede discussie. Ik concludeer dat het een bespreekstuk is in de raad en dat er een amendement komt. De commissieleden gaan dat met elkaar voorbereiden. We zien dat dan als amendement in de raad van 17 december. 6.d Instellen kapitaallasten dekkingsreserve RvR De Groenzoom De heer Dieleman, CU: Heel kort. Een prima voorstel. Geen opmerkingen. Het mag als hamerstuk naar de raad.

De heer Weerheijm, D66: Een heel ander voorstel dan waar we het net over hadden, maar ook namens D66 geen verdere aanvullingen of opmerkingen. De heer Ruijtenberg, GL: Ik sluit me aan bij voorgaande twee sprekers. Niets aan toe te voegen. Hamerstuk. De heer Azzouzi, PvdA: Voor ons is het ook een helder voorstel. Dank voor de stukken. Duidelijk voor de toets reserve kapitaallasten. Het is een hamerstuk wat ons betreft. De heer Philippens, L3B: Ik kan verklappen, dat de volgende twee wel hamerstukken zijn. In deze is het goed, dat we daar een reserve voor opstellen, voor de positieve resultaten uit de Groenzoom. Ook omdat het niet meer in de grex mag volgens de accountant. We hebben wel onze vraagtekens bij waarom dat dan kapitaallastendekkingsreserve moet zijn. Die doen we om de kapitaallasten te dekken van voorgenomen investeringen. Ik heb daar toch wel een paar punten bij. Ik weet niet hoeveel er uiteindelijk geïnvesteerd gaat worden. Er zijn blijkbaar afspraken gemaakt met de gemeente PijnackerNootdorp over die investeringen. Ik weet die niet. Is dat nog iets wat aan de raad verstrekt kan worden? Aan de andere kant weten we ook niet welke winsten uit deze grex komen. Volgens mij is het de intentie om de investeringen daaruit te dekken. Dan kijk ik even naar het BBV, wat wij ook genoemd hebben in onze notitie.

Daar staat bij zo’n kapitaallastendekkingsreserve: enkel plaats vinden wanneer de reserve omvang gelijk is aan de totale kapitaallasten die voort vloeien uit de investering. Als wij niet weten wat de investering is, als wij nog niet weten welke winst wij uit die grex gaan halen, dan stel ik me toch echt de vraag: moeten we nu al een kapitaallastendekkingsreserve uit op gaan stellen? Dan kijk ik even naar onze vrienden over de gemeentegrens, Pijnacker-Nootdorp. Zij hebben hetzelfde probleem, maar zij hebben een bestemmingsreserve hiervoor ingesteld. Met die kapitaallastendekkingsreserve, het probleem daarmee is dat we niet sparen voor de vervangingsinvestering. Mij is ook onduidelijk of er een vervangingsinvestering moet plaats vinden, ja of nee. Als er wel een vervangingsinvestering moet plaats vinden, wat we dan doen: we schuiven de rekening door naar de volgende generatie. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Ik vind het moeilijk omdat ik nog niet zeker weet hoeveel we eigenlijk gaan investeren. Er zitten heel veel vragen voor mij bij dit voorstel. Ik hoop, dat de wethouder daar een antwoord op kan geven. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: Ook dank voor de beantwoording van mijn technische vragen op dit punt, waarin te lezen valt, het laatste deel van het antwoord, dat het de uiteindelijke omvang van de investering niet zeker is.

Dat is één van de redenen waarom er geen voorziening gevormd kan worden. Dat was mijn vraag eigenlijk. Daarmee is al een deel van het antwoord op de vraag van de heer Philippens duidelijker, van: wat gaat het dan worden. Maar ik neem aan, dat de wethouder daar antwoord op gaat geven. Ik ben even in afwachting daarvan. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: Wat mij betreft wel een helder voorstel. Duidelijk. Natuurlijk zijn er vragen, maar datgene wat gereserveerd wordt, wordt geïnvesteerd. Zo staat erin. Wat mij betreft een hamerstuk. Dank u. Mevrouw Van Olst, WIJ: Ik kan, denk ik, wel instemmen met het voorstel, want volgens mij is het nou juist dat die onduidelijkheid maakt dat je zo’n soort reserve kan instellen of moet instellen. Ik hoor graag nog wel een toelichting op de vragen van de heer Philippens door de wethouder.

26/33

Wethouder Van den Beukel: Veel instemming, ook een enkele vraag. Laat ik beginnen bij het begin om de context wat te schetsen, ook voor de meeluisteraars. Het is zo, dat we dit als een technische wijziging hebben ingestoken. Je moet geen kapitaal accumuleren binnen een grondexploitatie, omdat je een andere bestemming moet gaan gebruiken. Dus doe dat in een reserve. Inderdaad, dank voor de technische vragen, zeg ik richting de heer Van Santen. Dat geeft de mogelijkheid te verhelderen waarom het geen voorziening is. Dit is een eenmalige opbrengst van het realiseren van extra woningbouw in de randen van de Groenzoom langs de Noordersingel. Die eenmalige opbrengst, daarvan is inderdaad de afspraak, dat die ten goede moet komen aan de Groenzoom. Voor een klein deeltje wordt het eerst natuurlijk afgeroomd, maar dat gebeurt direct vanuit de grex om de provincie nog een bepaald bedrag te geven, maar vervolgens is de rest voor de Groenzoom. Een eenmalig bedrag. Dat eenmalige bedrag gaan we dus niet gebruiken om onderhoud te plegen, om de onderhoudslasten voor vele jaren te dragen. We willen geen structurele lasten met incidentele baten dekken. De afspraak is gemaakt in de context van de Groenzoom. Vroeger was het nog een gemeenschappelijke regeling met een bestuur en dergelijke, u weet er misschien nog van, inmiddels werkt het een beetje anders.

De afspraak is gemaakt om daar investeringen mee te plegen. Dat zijn inderdaad investeringen in zaken als ruiterpaden, zaken als extra bossages, dat type dingen. U hoort mij het woord investeringen gebruiken, omdat het als investeringen in de boeken gaat. Dat zijn dan activa. Het klinkt een beetje vreemd, het komt op mij in eerste instantie ook een beetje vreemd over, om bomen en bosjes en ruiterpaden als zodanig te beschouwen, maar zo is het in onze financiële wereld van een gemeente. Dat betekent, dat de opbrengst, die inderdaad nog niet helder is, hangt af van welk type woningen en er gebouwd worden, hoeveel, dat soort zaken, dat die opbrengst in de activa gaat, dus in kapitaalgoederen. Omdat het eenmalig is en je moet het tot een besteding brengen en je wilt het tot besteding brengen, is het eigenlijk de enige weg die wij zien om er een kapitaallastenreserve van te maken, anders kan je hem niet tot besteding brengen volgens het doel, dat er voor gesteld is. De gemeente Pijnacker-Nootdorp, dat heeft de heer Philippens goed nagevraagd, heeft op dit moment een bestemmingsreserve. Die hebben ze al een paar jaar geleden ingesteld, want dat project is bij hen al veel eerder afgerond, ruimte voor ruimte. Ze hadden er 20 en wij hebben meer dan 50. Bij hen staat het geld gewoon geparkeerd.

Op het moment, dat het tot besteding komt van die middelen, doen we dat in gezamenlijkheid, Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp, omdat we samen over die Groenzoom gaan. Wat zij dan voornemens zijn te doen, is de bestemmingsreserve omzetten in een kapitaallastenreserve. Dat dat nu nog niet het geval is, heeft slechts te maken met de historie van de reserve. Zo laten ze ons ambtelijk weten. Dat zijn de vragen op dit moment. Als u prijs stelt op de afspraken met Pijnacker-Nootdorp, om die nogmaals te ontvangen, die zijn ongetwijfeld ergens een keer verdeeld met de gemeenteraad, maar als u zegt: fris ons even op, dan kan ik daar gerust nog een brief over sturen. Dank u wel, dat waren de vragen. Tweede termijn De voorzitter: Ik heb het idee, dat CU, D66, GL, PvdA geen behoefte hebben aan een tweede termijn, omdat zij al hebben aangegeven, dat het een hamerstuk moet zijn. Hetzelfde geldt voor het CDA, neem ik aan. De heer Philippens, L3B: Mijn vraag is eigenlijk: als ik kijk naar de gemeente Pijnacker-Nootdorp: zij zaten eerder in het proces. Daar zat ik ook aan te denken: moet je dan niet eerst een reguliere bestemmingsreserve instellen, waar je al dat geld in verzamelt tot het moment dat je zeker weet dat je aan de slag gaat en gaat investeren. Ik begrijp, dat dat het idee is van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

Ik vraag me af: waar zitten wij dan in dat moment? Zitten wij als Lansingerland dan ook al op dat moment van investeren? Hoe kan het dan, dat we nog niet weten hoeveel geld we eruit gaan krijgen en hoeveel we dan kunnen investeren? Is het dan niet handigere om net als de gemeente Pijnacker-Nootdorp voor nu een normale bestemmingsreserve in te stellen en als we het scherper hebben, dan eventueel naar zo’n kapitaallasten gaan, als we er echt mee aan de slag gaan? Dat was hem. De heer Van Santen, VVD: Ik heb geen vragen meer. Dank u wel. Mevrouw Van Olst, WIJ: Voor mij is het helder. Hamerstuk. Dank u wel. Wethouder Van den Beukel: Dank u wel, ook voor de laatste verhelderende vragen. Waarom kiezen we niet hetzelfde pad? De opbrengst, die al een poos geparkeerd staat bij Pijnakcer-Nootdorp willen ze wel een keer tot besteding brengen. En wij willen dat ook graag, omdat de Groenzoom een ontzettend gewaardeerd natuurgebied is, een recreatie- en natuurgebied. Het is goed om het geld dan ook niet te lang op de plank te laten liggen, maar het op een goed moment tot besteding te brengen. Wanneer dat moment exact is, hangt af van het tempo waarin we de Groenzoom, de ruimte voor ruimte rechten, verder gaan verkopen. Dat project is volop in uitvoering. Als u langs fietst, ziet u de kavels, die bouwrijp

27/33

worden gemaakt, op een natuurvriendelijke manier overigens, maar dat even terzijde. Wanneer we het exacte moment hebben, dat we zeker weten, dat we eerst de provincie kunnen uitbetalen en vervolgens voldoende middelen hebben om samen met Pijnacker-Nootdorp een bestedingsplan te maken, dat kan ik u nu op dit moment niet zeggen. Daar is het project nog te zeer voor in ontwikkeling. Maar dat het, wat het college betreft, niet nodig is en ook niet handig is om eerst een bestemmingsreserve te maken als je nu al weet, dat daarmee uiteindelijk kapitaalsinvesteringen moeten worden gedaan, dat is wel de lijn die ik hier voor het voetlicht probeer te brengen. Dat is ook wat ik u toch wel wil aanraden, om die koers te kiezen. Het lijkt een beetje onnodige tournure om eerst de ene reserve te kiezen en vervolgens daar de andere van te maken. Waar gaat het aan besteed worden? De heer Philippens: Misschien gaat de wethouder er nu op in, maar ik had nog een puntje open staan over de vervangingsvraag van de investeringen. Wethouder Van den Beukel: Laat ik beginnen bij de investeringen. De Groenzoom kunnen we zo mooi maken als we zelf willen. Het is al mooi, maar het kan altijd mooier en beter en ook nog wel wat uitgebreider. Als we een bossage aanleggen, in het Annie M.G.

Schmidtpark heeft u misschien gezien dat de biodiversiteit wat verrijkt is door collega Fortuyn, dan is dat een eenmalige flinke opgave, maar daarna is de natuur zo vriendelijk om zichzelf in stand te houden, mits je hem voldoende onderhoud. Dus bij groene investeringen valt het reuze mee met vervangingsinvesteringen. Misschien zijn ze er wel niet. Bij de categorie ruiterpaden, die ik net noemde, is ook de eerste investering veel hoger dan de vervolgens de vervangingsinvesteringen zijn. Dat is toch echt iets anders dan een gebouw, dat typisch groot onderhoud heeft en misschien wel na 40 jaar echt afgeschreven is. Hoe het exact zit per goed, per onderdeel, dat hangt af van de keuze die we nog gaan maken. We weten nog niet exact welke type investeringen het uiteindelijk worden. De voorzitter: Dan zijn we nu aan het eind van deze discussie. Ik stel toch voor om dit als een hamerstuk naar de raad te brengen. Is dat akkoord? Ik zie ja knikken. Dan gaan we dat doen. 6.e Vaststellen legerverordening en bijbehorende tarieven 2021 De heer Philippens, L3B: Hamerstuk. De heer Van Santen, VVD: Geldt voor ons ook. Ook voor het volgende punt. De heer Ammerlaan, CDA: Hamerstuk. Mevrouw Van Heusen, WIJ: Twee keer hamerstuk. De heer Dieleman, CU: Dit is voor ons een hamerstuk. Het volgende ook. Mevrouw Den Heijer, D66: Voor ons is dit een hamerstuk. Mevrouw De Geus, GL: Het is een hamerstuk.

De heer Azzouzi, PvdA: Ook een hamerstuk. De voorzitter: Dan hoeven we ook niet naar de wethouder. Dit gaat als een hamerstuk naar de raad. 6.f Vaststellen belastingverordeningen en tarieventabellen 2021 De voorzitter: Ik heb gemerkt, dat u allen voor dit agendapunt ook heeft aangegeven: hamerstuk. Klopt dat? Mevrouw De Geus, GL: Ik ga het dit keer niet over de hondenbelasting hebben, want dat gaat dan een beetje vervelend worden, maar ik wil het dit keer hebben over iets wat ons allemaal aangaat en dat is de afvalstoffenheffing. Die gaat verhoogd worden van € 290 naar € 305 voor een meerpersoonshuishouden. Ik weet wel, dat dit tarief is vast gesteld en al langs de raad geweest is. Ik wil het ook niet perse over het bedrag hebben, ik wil het meer hebben over de verdeling van het bedrag in het meerpersoonshuishouden. Op 9 december komt er een beeldvormingsavond over de uitkomst van de enquête onder de bewoners. Ik wil van de wethouder vragen of hij misschien al een doorkijkje kan geven. Ik zal het toelichten. Meerpersoonshuishouden, dat geldt ook voor een tweepersoonshuishouden. Als ik het dan op mezelf betrek, hebben wij een kleine kliko van 140 liter. Als wij die één keer in de 8 à 10 weken aan de stoeprand zetten, is die nog niet vol. Dat doen we niet, we zetten hem gewoon iedere 2 weken neer.

Met als gevolg dat mijn omgeving hun afvalzakken met blikjes, flessen enzovoorts bij ons in de kliko gooien. Ik heb ook geen reden om het niet te doen, want ik moet toch gewoon betalen, ik moet ook gewoon die verhoging betalen. Zoals jullie allemaal weten heeft GL regelmatig gepleit voor DIFTAR. Ik vraag me af wanneer er iets gaat gebeuren. Wanneer wij beloond worden, omdat wij afval scheiden i.p.v. dat we bestraft worden, dat we moeten betalen voor de mensen die dat niet doen. Wanneer gaat

28/33

er überhaupt iets gebeuren? Wanneer denkt de wethouder aan 100 kilo per persoon te komen? Wij halen de 50 per persoon per jaar niet eens. Dank u wel. De heer Azzouzi, PvdA: Wat ons betreft is het een hamerstuk, maar we hebben een vraag aan de wethouder. We zien dat de waardeontwikkeling van niet woningen stijgt. We zijn benieuwd waarom. Waarom ook niet voor woningen? Dat is de vraag aan de wethouder. Mevrouw Den Heijer, D66: Ik snap niet dat het een hamerstuk is. Het is best een belangrijk onderwerp dit, de belastingverhoging, die we weer moeten doorstaan. Het is een duidelijk stuk, maar het is wel pijnlijk dossier aan het worden. Wij staan vierkant achter het college om de lokale lasten te verlagen naar het landelijk gemiddelde, maar die komen nu niet tot stand bij deze toezegging. Natuurlijk weten we dat de coronacrisis niet meehelpt, maar het ontbreken van nieuw afvalbeleid, de collega’s van GL wijzen er natuurlijk ook al naar, draagt hier ook niet echt aan bij. We willen natuurlijk niet steeds in herhaling vallen, maar we vinden het wel belangrijk genoeg om het te blijven vermelden. We liggen nog steeds 15% boven het landelijk gemiddelde. We hebben nu ook de verhoging van de OZB voor nietwoningen. De timing is niet echt optimaal voor onze ondernemers, om hier een verhoging voor in te gaan stellen.

We zijn toch wel bang, dat iedereen erg teleurgesteld is over de gemeentelijke belastingen, die hier worden verhoogd. We kunnen natuurlijk niet anders, dan hiermee instemmen, daarom zal het wel een hamerstuk worden, maar we vinden het toch wel belangrijk om er een notitie van te maken, dat we hiervan balen. We hopen eigenlijk ook, dat het college een plan heeft liggen om die doelstellingen toch te gaan halen. Daar wil ik het bij laten. Dank u wel. Wethouder Van den Beukel: De belastingverordening is in beginsel voor mij. Voor het afval verwijs ik naar collega Fortuyn, want die is daar beter in thuis en dat is zijn portefeuille. Dank voor de vragen. Dit is inderdaad eigenlijk een technische vertaling van de keuze, die we gemaakt hebben bij de begroting. Zo hoor ik ook de inbreng van mevrouw Den Heijer. Die discussie hebben we goed gevoerd en ik hoor er ook geen vragen bij. Daar komen we ongetwijfeld weer over te spreken rondom de kaderbrief. De vraag, die ik heb genoteerd voor mijzelf is van de heer Azzouzi over de waardeontwikkeling. De waardeontwikkeling wordt voortduren gemonitord door de SVHW, de uitvoerende instantie voor onze belastingen. Die stellen ze af en toe bij. De waardeontwikkeling voor woningen is significant.

Iedereen die in Lansingerland probeert een huis te kopen of een huis bezit, persoonlijk stond ik een paar jaar geleden onder water en nu weer niet, dus soms zit het mee en soms zit het tegen, maar in elk geval: dit is de laatste bijstelling voor niet-woningen. De bijstelling voor woningen is eerder al geweest. Het heeft slechts te maken met de timing, dat dit nu even hier benoemd wordt. Die was bij de begroting al verwerkt voor de woningen. De vraag over afval: collega Fortuyn. Wethouder Fortuyn: Interessante discussies vanavond. Ik heb er al een paar mee gemaakt in de verschillende commissies. Het gaat de goede kant uit, moet ik zeggen. (….) Mijn netwerk is niet helemaal scherp meer. Op 8 december hebben wij een beeldvormende avond. In het eerste kwartaal 2021 is er een commissie. U weet dat dit dossier in de commissie ruimte behandeld wordt, maar u bent van harte uitgenodigd om ook bij de beeldvormende avond te zijn en eventueel ook nog uw vertegenwoordigers in de commissie ruimte daarover te informeren. Het lijkt me niet kiesch om nu al vooruit te lopen op de presentatie. Dat gaan we gewoon op 8 december doen. Vervolgens hebben we het eerste kwartaal de commissiediscussie. Vervolgens komt er een collegevoorstel. Dan is het aan u om de koers te kiezen, of u elke 2 weken de grijze bak aan de kant zet of 4. Dat is aan u. U bent uiteindelijk aan zet om het beleid te bepalen.

Ik wilde het op deze manier beantwoorden. Tweede termijn Mevrouw De Geus, GL: Ik ben tevreden met de toelichting van meneer Fortuyn. We gaan het volgend jaar horen, hoe het gaat aflopen, hoe het gaat verlopen. De heer Azzouzi, PvdA: Dank aan de wethouder voor de beantwoording. We begrijpen, dat het een kwestie van timing is. Dat was helder. Dank u. Mevrouw Den Heijer, D66: Ik heb er ook niets meer op aan te merken. Bedankt voor de beantwoording, hoewel we daar niet zo heel erg veel mee kunnen op dit moment. Het is gewoon de status quo. Ik ben benieuwd hoe lang de coalitiepartijen met deze verhoging mee kunnen gaan. Ze zijn nu erg stil. De heer Dieleman, CU: We worden zo enorm uitgedaagd door mevrouw Den Heijer als coalitiefracties. We hebben hierover een debat gevoerd, een aantal weken geleden, bij de begroting, waar deze dingen allemaal al in stonden. Dat is de reden waarom we nu stil zijn. We zijn gewoon aan het uitvoeren wat we

29/33

in de begroting al hebben opgenomen, wat we vonden van de plannen die voor lagen. Daarvoor kunnen we heel goed de beschouwingen van een aantal weken geleden terug lezen. De voorzitter: Verder nog fracties, die wat willen opmerken? Dat is niet het geval. Geen vragen gesteld aan het college. Mag ik concluderen dat dit als een hamerstuk naar de raad kan? Ja, volgens mij wel. Oké, dan gaan we dat doen. 7a. Actualiteiten uit het college Burgemeester Van de Stadt: De actualiteiten worden nog steeds vooral beheerst door de corona-zaken, waar u goed over geïnformeerd bent met de brieven. Als u daar vragen over heeft, staan we daarvoor open. Vooral de brieven, daar heb ik niets aan toe te voegen. Op het gebied van mijn portefeuille verder is het rustig. Er zijn geen dingen die u moet weten en niet weet op dit moment, is mijn inschatting. De heer Dieleman, CU: De burgemeester gaf aan: als er vragen zijn over de corona-zaken, dat we die kunnen stellen. We hebben 1 vraag. De TWM is gisteren van kracht geworden, de tijdelijke maatregelen Covid-19. Onder de TWM krijgt de burgemeester een aantal bevoegdheden, die hij onder de noodverordeningen niet had. Hij is, net als over al zijn werkzaamheden, verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad.

Nu weet ik dat de VNG een concept beleidskader voor burgemeesters heeft opgesteld, hoe om te gaan met de bevoegdheden van de burgemeester onder de TWM en dat er onder meer iets geregeld moet worden over de verantwoording aan de gemeenteraad. In de brieven, die we van het college hebben gehad de afgelopen vrijdag (….) maar niet welk instrumentarium hij daarvoor in gaat zetten. Daar waren we wel benieuwd naar. Of de burgemeester daar al een beeld van heeft. Of hij dat via de maandelijkse rapportage aan ons doet. En op welke wijze wij als raad controle kunnen houden op bevoegdheden, die de burgemeester op basis van de TWM uitoefent de komende periode. De heer Weerheijm, D66: Wij hadden ook nog een paar vraagjes over het coronabeleid. Wat wij ons afvroegen. Afgelopen vrijdag in Rotterdam natuurlijk de problematiek rond Black Friday en de drukte in de binnensteden. Het was ook hier in Berkel centrum heel erg druk afgelopen weekend. We gaan nu richting feestdagen. We willen drukte zoveel mogelijk vermijden. In Rotterdam werden de winkels eerder gesloten. Aan de andere kant hoor je winkeliers in het land zeggen: we moeten juist bredere openingstijden hebben om de drukte te spreiden. We vroegen ons af hoe de burgemeester hier in zat, in deze discussie. En hoe de verhoudingen zitten in de veiligheidsregio, want dat is voor mij niet zo heel erg duidelijk.

Ik zit niet zo goed in alle wetgeving. Hetzelfde geldt voor de mondkapjesplicht, die sinds gisteren actief is. Ik lees dat de BOA’s er de eerste twee weken niet op gaan handhaven. Ik vroeg me af hoe de burgemeester en de gemeente omgaan met winkeliers, nu deze plicht er is, en winkeliers ondersteunen rondom deze plicht en de handhaving daaromheen. De heer Ammerlaan, CDA: Ook ik heb wat vragen over corona an sich. Ik heb de heren Dieleman en Weerheijm gehoord over met name regelgeving. Ik zit aan de praktische kant te denken. Ik ben afgelopen zaterdag naar Welkoop geweest en het viel mee. Het was geen Black Friday, dat ze over de hoofden heen lopen. Maar we gaan de decembermaand in en zoals u weet, weet ik een beetje dat het dan wat drukker kan worden. Mijn vraag aan de burgemeester is: rond de feestdagen gaan mensen meer kopen. Het verruimen van winkeltijden lost over het algemeen niet iets op, want de mensen zijn vaak toch gericht op bepaalde tijden. Is de burgemeester nog van plan om extra handhaving in te zetten in onze winkelgebieden, met name Berkel, om te zorgen dat er misschien wat gestuurd moet worden? Dan hebben we ook de jaarwisseling nog, waarop het als het goed is muisstil is en er geen vuurwerk is, wat meneer Ruijtenberg heel erg zal waarderen. Ik ben toch bang, dat er toch het e.e.a. kan gebeuren. Is de burgemeester c.q.

de veiligheidsregio nog van plan om er extra op in te zetten? Dat zijn mijn vragen. Burgemeester Van de Stadt: Ik denk dat dit direct de vraag van de heer Dieleman beantwoord. Dit is ook verantwoording afleggen. Ik ben heel blij met de vragen. Om daarmee te beginnen: extra bevoegdheden en de verantwoording daarover. Beide zijn inderdaad dagelijks onderwerp van mijn activiteiten. De burgemeester is in zijn eentje bevoegd gezag op openbare orde en veiligheid en te allen tijde legt hij daar verantwoording over af. Dus dat verandert wat mij betreft helemaal niet. Dat doe ik normaal gesproken niet via een bepaalde rapportage. Er zijn verschillende instrumenten. Dingen die ik niet openlijk kan bespreken, doe ik via het presidium. Er zijn verschillende vormen van verantwoording. Ik denk ook, ik kaats hem een beetje terug, meneer Dieleman, ik bedoel het niet flauw, maar het is natuurlijk ook hoe u wilt dat ik verantwoording afleg. De brieven zijn bij uitstek het communicatiemiddel op dat moment. Daarin mag u verwachten, dat ik u actief informeer. Dat is een goed instrument om verantwoording af te leggen, of bijvoorbeeld op dit moment of door het agenderen van. Ik zou het zo min mogelijk extra willen optuigen, maar ik ben er zeker niet tegen om maandelijks een extra brief of zoiets specifiek op mijn portefeuille te laten komen. Dan de concrete vragen.

Ik heb ook in het college gisteren gezegd: er komen op ons, als burgemeesters, drie uitdagingen af de komende maand. Ten eerste de

30/33

algemene drukte met name in de winkelcentra, zoals die al gesignaleerd zijn in. Over de algemene drukte in de winkelcentra op dit moment maak ik me niet heel veel zorgen. Ik denk, dat dat bij ons wel goed gaat. We kunnen nog wat doen met routes, eenrichtingverkeer of iets dergelijks, maar ik heb niet de indruk dat daar direct mijn grote angst zit. Wel drukte op locatie. De heer Dieleman: Wat mij betreft, laten we de burgemeester even zijn verhaal afmaken. Dan geef ik antwoord op de vraag, die hij net naar mij terug kaatste. Ik vind het prima om de burgemeester zijn termijn te laten afmaken. Burgemeester Van de Stadt: De individuele drukte bij winkels. Dan moet u denken aan een rij voor de winkel of wachten op de winkel of teveel drukte in de winkel. De drukte in de winkel, klip en klaar, is de verantwoordelijkheid van de winkelier. Daar blijft mijn oude handhavingslijn, die ik met u gedeeld heb. Eén keer zeggen wij het vriendelijk, de tweede keer sturen wij een brief. En de derde keer kan er een boete volgen of sluiting van de winkel. Dat heeft altijd te maken met: is de winkelier wanhopig of gooit hij er met de pet naar? We kijken altijd naar individuele omstandigheden. Het gaat echt niet altijd om die boete van € 4.000. Die hebben we niet zo veel uitgedeeld, maar eentje van € 500, omdat ik best enig begrip had. Er was een foute lijn vanuit de brancheorganisatie aangereikt.

Moet je dat de individuele winkelier kwalijk nemen? Of individuele ondernemer? Dat is de handhavingslijn daar. Dat geldt in het verlengde naar de ruimte voor de winkel. Sommige winkeliers, maar ook andere organisaties zeggen: buiten mijn deur houdt het op. Ik heb eerder een voetbalclub, waar voor de deur, buiten de poort, na feesten altijd heibel ontstond, aangesproken: het zijn jullie gasten, jullie feestje. Dat betekent ook als ze het feestje verlaten en voor de deur herrie schoppen, vandalisme en dergelijke, dan is het jullie verantwoordelijkheid. Als ze weg fietsen en 500 meter verderop iets slopen, dan houdt uiteraard de verantwoordelijkheid van die sportvereniging op. Hetzelfde waarom ik één van onze cafés heb gesloten, omdat mensen buiten glazen, die ze in het café gekocht hadden, en flesjes kapot gooiden. Dan heeft de eigenaar van het café een grote verantwoordelijkheid, dan is het zeer afhankelijk van hoe wij ermee omgaan van wat hij zegt. Dat geldt ook voor winkeliers. Een rij voor een deur. Dan huren ze maar een bewaker in. Als die rij er staat, hebben ze kennelijk aan ons niet te vrezen, maar ze kunnen ook een bewaker inhuren. Dat is hun verantwoordelijkheid. Als een winkel zegt: dat vinden wij niet onze zaak, dat is een zaak van u. Prima, dan los ik het op. Dan sluit ik de winkel. Zo simpel is het wat mij betreft.

Anders kan het overigens niet, ik zou niet weten hoe ik het anders moet doen. Dat is probleem 1. Probleem 2: vuurwerk. Is nu niet naar gevraagd, maar sluit wel aan bij de vraag van meneer Ammerlaan over extra handhaving. Ik heb met het college besloten dat vanaf aanstaande vrijdag elke weekendavond, vrijdag-, zaterdag- en zondagavond tussen 18.00 en 23.00 uur extra particuliere beveiliging in onze dorpen aanwezig is om vuurwerkoverlast aan te pakken. We krijgen al veel klachten, we hoeven ons geen illusies te maken, dat er ruimschoots illegaal vuurwerk voor handen is, los van wat er over de grens wordt gehaald. Het college heeft mij gesteund in mijn wens om daar extra particuliere inzet op te plegen. Wij vinden dat dat kan worden betaald uit de coronareserve, die u ons ter beschikking heeft gesteld, het is immers een daaruit voortvloeiende maatregel. De wethouder financiën moet dat nog even nakijken. Hij luistert nu kritisch mee, maar u kunt ervan uit gaan, dat wij dat op een correcte manier gaan vorm geven. Anders moet ik bij u komen, als dat nodig. 3: oudejaarsavond zelf. Daar doen wij wat wij de afgelopen jaren sowieso altijd doen. Dat betekent: in de centra is er cameratoezicht. Vorig jaar voor het eerst met succes toegepast, om daar vandalisme terug te dringen. Dat heeft goed gewerkt. We huren ook daar particuliere beveiliging in.

In principe is er in alle kernen particuliere beveiliging en wat achter de hand. En we zijn van plan op een aantal hotspots voor jeugd ook cameratoezicht toe te passen om snel te kunnen ingrijpen als dat noodzakelijk is. Uiteraard: repressie is altijd achteraf. We zijn druk bezig om te zorgen, dat er goede activiteiten zijn voor de jeugd. Ik heb begrepen dat er morgen vanuit WIJ in de commissie samenleving vragen over zijn. Daar zal wethouder Van Tatenhove dat bespreken. Het is nog niet rond, dus ik heb nog geen informatie. Maar we proberen virtueel vertier voor onze jeugd te regelen voor oud en nieuw. Het is dit keer het enige moment in het jaar, dat wij heel blij zijn als hun tablet of tv zitten i.p.v. op straat. Ik denk dat ik daarmee een stukje verantwoording mooi vorm heb kunnen geven. Dank u wel. Tweede termijn De heer Dieleman, CU: Ik denk dat de burgemeester voor nu prima verantwoording heeft afgelegd. We krijgen natuurlijk wekelijks brieven van het college, maar even formeel staatsrechtelijk: de burgemeester moet verantwoording afleggen over wat hij doet, dus niet in een brief van het college, want de burgemeester moet dat als eigenstandig bestuursorgaan aan ons verantwoording afleggen. Laten we dat lekker pragmatisch doen en een paragraaf opnemen in de brief, die we daar van het college over krijgen. Ik ben nog wel een beetje zoekende.

We krijgen op zich prima brieven, maar de burgemeester krijgt er een aantal bevoegdheden bij, op dit moment al, om ontheffingen te kunnen verlenen hoe terughoudend de burgemeester daar in deze periode ongetwijfeld mee om zal gaan. In de toekomst zal die ruimte mogelijk nog groter worden. Wat ik heel fijn zou vinden is als iedere keer, dat die ruimte groter wordt, de burgemeester ons daarover informeert, dat hij nieuwe bevoegdheden heeft gekregen en dat wij daar dus toezicht op kunnen houden op basis van de ministeriële regeling, die op een later

31/33

moment weer uitgevaardigd zal gaan worden. En ook één keer in de zoveel tijd hoe vaak hij gebruik heeft gemaakt van die bevoegdheden. Dat zou in ieder geval informatie zijn, die ik erg prettig zou vinden om mijn rol als raadslid uit te kunnen voeren. De heer Ammerlaan, CDA: De beantwoording van de burgemeester is duidelijk. Ik heb nog een vraag. Hij vertelde netjes en goed m.b.t. hoe winkeliers er mee om moeten gaan. Ik vroeg me af of het nog noodzakelijk is om de ondernemers voor de decembermaand nog even extra te wijzen op wat ze van de gemeente mogen verwachten en wat wij van de ondernemers mogen verwachten. Ik weet niet of daar behoefte aan is. Denk u, dat het nog zin heeft of zou het genoeg bekend moeten zijn? De heer Weerheijm, D66: Ik had nog de vraag gesteld over de mondkapjesplicht. Burgemeester Van de Stadt: Terecht, meneer Weerheijm. Om daarmee te beginnen: dit is uitgebreid in de regio besproken. Dit is niet makkelijk. Iedere burgemeester zal u dat vertellen. Het is ongelooflijk makkelijk om vanuit het kabinet te zeggen: wij maken een regel en u gaat dat maar handhaven. U weet ook, dat er vele handhavingskwesties op ons bordje liggen, van scooters tot te hard rijden, en dat we echt niet kunnen leveren wat onze bevolking van ons vraagt op locaties. Dus dat vind ik heel makkelijk gezegd. We gaan er pragmatisch mee om.

Mensen nemen primair zelf hun verantwoordelijkheid. De gemeente handhaaft in het gemeentehuis de mondkapjesplicht, de winkelier in zijn winkel. Ik was overigens vandaag in de winkel van de zoon van één u, van één van de raadsleden, niet deze commissie, en: voorbeeldig. Pijlen op de grond, mondkapjes, dispensers. Daar ligt die verantwoordelijkheid. Wat doen wij in het openbaar gebied? Dat is ook aan de BOA’s zelf. Er zullen mensen zijn, die het gewoon gaan negeren, desnoods bewust. De BOA zal een inschatting moeten maken: is hier adstructie of is hier iemand het vergeten, hoe wordt ermee omgegaan? Ze zullen ook een inschatting moeten maken: wat doen we? Inderdaad, op het moment dat mensen vrij bewust de mondkapjesplicht overtreden, dan wordt er beboet. Ik ben ook altijd van, als mensen zeggen: oeps, ik ben hem vergeten, dan is het heus niet de bedoeling, dat er direct beboet wordt. De drietrapsraket, die we bij de winkeliers handhaven, is bij winkelend publiek natuurlijk lastiger, of bij mensen in een publieke ruimte. Wanneer geef je een mondelinge waarschuwing en wanneer schriftelijk? Maar ik vind dat de BOA’s daar pragmatisch en naar bevind van zaken ermee moeten omgaan. Dat zal ik nauw met ze volgen. Het moet een beetje praktisch worden opgelost. Uiteindelijk vind ik overigens primair: de samenleving is zelf verantwoordelijk.

Meneer Ammerlaan: het zou genoegzaam bekend moeten zijn. We hebben veel contacten met met name de winkeliersvereniging, maar het is goed om het even na te gaan. Ik zal communicatie contact laten opnemen met de winkeliersverenigingen: is het helder? Zijn we het met zijn allen hier over eens? Weten jullie wat er verwacht wordt. Dan zo nodig doen we wat extra. Dan naar de heer Dieleman: met beide voorstellen kan ik het van harte eens zijn. We doen het pragmatisch in de brief, er komt een aparte aanduiding openbare orde en veiligheid, van de portefeuilleburgemeester: wat speelt er nu? Als ik de wet heel erg plat sla, dan is eigenlijk de belangrijkste verandering voor mij als burgemeester: we werken met noodverordeningen, dat is keihard, simpelweg. Nu gaan we naar een wet, die eigenlijk zegt: de minister bepaalt, u mag niet strenger zijn dan de minister, maar u mag wel uitzonderingen maken. Wij zijn als Rotterdamse regio op dit moment ongeveer de slechts presterende regio, dus de kans dat wij de eerste zijn om uitzonderingen te maken, inclusief mijzelf, is niet groot. Dat lijkt mij niet terecht. Maar die bevoegdheid ligt er wel. Ik ben er heel blij. We hebben erg geworsteld met zijn allen, het is uitgebreid in het presidium besproken, inzake Charlies.

Er was een generieke regeling, waarvan we eigenlijk met zijn allen vast stelden: ja, pakt die hier nou redelijk uit? Die gelegenheid zouden we kunnen aangrijpen. Dat heb ik toen goed vooraf gecommuniceerd met het presidium. Ik vind het uitstekend om zoiets met u helder te communiceren. Ik moet even denken aan het praktische. De bevoegdheid ligt bij mij, ik verantwoord in principe achteraf. Ik probeer uw toorn voor te zijn, door zo vroeg mogelijk met u in overleg te gaan, maar soms staat het dat gewoon niet toe. Misschien een maandelijkse brief, even het opsommen, misschien, als er grote zaken zijn wijzigingen, de gaan spelen, beleidslijnen die ik wil vast stellen, dat ik die mooi vooraf met u kan bespreken. Ik ga er gewoon mijn best voor doen. Ik denk dat we dat echt wel redden het komende jaar. Dank u. De voorzitter: Dan kunnen we dit agendapunt afsluiten. Goed dat de raad regelmatig schriftelijke Covidinfo krijgt van GGD en veiligheidsregio en ook mondeling in deze commissie. Mogelijk komt er ook maandelijks schriftelijke info van de burgemeester daarover. Ik denk, dat wij als raad goed geïnformeerd zijn en blijven, zoals het er nu uitziet. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Commissieleden, die hier gebruik van willen maken? Nee, dat is niet het geval.

32/33

7c. Verbonden partijen De voorzitter: Is er info te geven zowel vanuit het college als van de raad t.a.v. verbonden partijen? Nee, ook niet het geval. 8. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 23.25 uur: Rondvragen zijn er niet. Dan zijn we bij de sluiting. Ik wil u hartelijk bedanken voor uw inspanningen weer en de voorbereiding die u gedaan heeft voor deze avond. Voor dadelijk welterusten, morgen weer gezond op. Ik zie u de volgende keer weer.

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

33/33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=03b2c1c3-3b69-4fdf-82ec-21128b6539c4