Agendabundel
Tekst van het document
Als raad hebben wij toen met een grootst mogelijke meerderheid ingestemd met die verdeling van deze woningen, alleen fractie Neeleman was toen tegen. Op basis hiervan zijn afspraken gemaakt met de projectontwikkelaars. Toen in 2016 is in het overleg, dus in het raadsvoorstel van 24 november, tussen college en projectontwikkelaar een voor de grex enorme verbetering gekomen. Ook is toen het BTW probleem opgelost. Dat waren toen voor de raad enorm belangrijke punten, financieel gezien. Dat is toen heel goed opgelost. Maar met dat lage percentage sociale huur hebben we als raad, achteraf gezien, beter om moeten gaan. Maar wat nu voor
20/34
ligt, kunnen we niet meer terug draaien, zo simpel is het. Daar zijn ook afspraken over gemaakt, dus dat is lastig. Wat nu voor ligt, na overleg met de projectontwikkelaar, is ondanks dat de percentages gelijk zijn gebleven een verbetering omdat er meer sociale huurwoningen komen, omdat er gewoonweg meer woningen gebouwd worden, 193/312. Echter, deze verbetering staat dan weer in schril contrast met wat het college heeft geschreven in de brief aan Gedeputeerde Staten van 17 maart. In die brief is de suggestie gewekt voor die 30% te gaan, 30% sociale huur. Het is van het college niet slim geweest om in die brief aan GS dit zo op te schrijven. Het mist ook elke grond, gezien de afspraken met de projectontwikkelaar. De raad kan eigenlijk alleen maar instemmen met het voorstel als gevolg van zijn besluit van 24 november 2016. De raad moet blij zijn, dat er een verhoging is van het aantal te bouwen woningen, waardoor we meer sociale huurwoningen hebben. Ook een groot aantal meer betaalbare woningen. Maar over het laatste aantal ben ik vanwege definiëringen, die 84 woningen in het betaalbare segment, niet helemaal zeker maar daar hebben we het net al over gehad, dus daar ga ik nu verder niet op in.
De vraag is: wat is de verdeling van die 124 woningen betaalbaar in dit voorstel, gezien de definiëring die geuit heb bij de woonvisie? Dan kom ik bij de parkeernormen, daar ben ik kort over. De norm voor het autoparkeren zo dicht bij het hoogwaardig OV, metrolijn E en de bus, is voor ons anders dan in Wilderszijde. Dat is voor het overgrote deel in Wilderszijde niet op loopafstand en hier is dat wel het geval, dus wij kunnen instemmen met de scherpere parkeernorm voor Westpolder Bolwerk deelplan 4 west, omdat het uitstekend is op korte loopafstand van het hoogwaardig OV. Ook heel goed dat de parkeergarage een derde extra laag op komt voor ruim 90 auto’s. Wij zullen voor dit voorstel gaan stemmen dadelijk in de raad, maar ik wil nog wel even weten hoe die verdeling is van die 124 woningen. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: De komende jaren ronden we de ontwikkeling van de gouden griffelbuurt en het Westpolder Bolwerk project af, één van de grootste ontwikkelingen in onze gemeente de afgelopen 15 jaar. Met vele woningen, een winkelcentrum, metrostation een behoorlijk gebied zo bij elkaar. Met het voorstel om in deelplan 4 west een deel van de woningen te bouwen in de vorm van appartementen en hiermee een groot aantal extra woningen toe voegen zal de VVD dan ook instemmen. Deze appartementen zijn zeer in trek en het helpt echt gezien de druk op de woningmarkt.
De VVD begrijpt en steunt daarom de afweging van het college om de ruimte, die zit in het bestemmingsplan samen met de ontwikkelaar te gebruiken en niet heel nieuwe procedures op te starten. Dit leidt alleen maar tot ongewenste vertragingen en kosten. We maken nu meer sociaal en betaalbaar dan op basis van de oorspronkelijke contractafspraken zou gebeuren. Mooi dat dit met gesloten beurs kan. Complimenten daarvoor voor het college. De VVD maakt zich wel zorgen over het verlagen van de parkeernorm, aangezien parkeren bij een station altijd zeer in trek is. Niet zozeer dat bewoners, die er wonen, kunnen lopen naar het station, maar er zijn ook mensen, die naar het station toe willen. In combinatie met de extra parkeerlaag voor de bestaande garage bij metrostation Berkel Westpolder en het onderzoek naar het verwachte autobezit in dit deel van de wijk kan de VVD toch instemmen met dit voorstel. Dank u wel. De heer Van der Stelt, CDA: Ik vind dat hier op zich een mooi voorstel ligt van het college. Goed om te kijken hoe we dit gedeelte zo goed mogelijk kunnen bebouwen aansluitend bij de woonbehoefte en ook de wijzigingen daarin. Anders dan de heer Blonk maak ik mij niet zo heel veel zorgen over de eerder gestuurde brief aan de provincie. Ik vind dat het aan het college is om te bepalen waar woningen worden gebouwd.
In het eerder gedane aanbod stonden wel meer dingen in, waarvan we ook vanavond hebben kunnen constateren, dat we het daar niet allemaal over eens zijn, dus de kans dat het allemaal gerealiseerd gaat worden acht ik niet bijzonder groot. Maar op zich een heel mooi plan. Maar net als de heer Van Santen maak ik mij wel zorgen over de verlaagde parkeernorm. Op zich snappen wij wel de redenering daarachter, gegeven het feit dat het heel dicht bij het OV is en dat je bouwt voor een doelgroep die misschien ook maximaal gebruik maakt van het openbaar vervoer, maar de aanname en ook de studie, die is gedaan, kijkend naar de cijfers van het CBS hoe het is gesteld met de parkeerbehoefte, dat is wel in het hier en nu. Er zijn ook studies, die aantonen, dat dit aan het veranderen is en dat de auto helemaal niet naar de periferie verdwijnt, maar juist aan belangstelling zal toenemen, zeker in de toekomst. Mag ik het college wijzen op een brief van de minister van infrastructuur en waterstaat, op 14 januari gestuurd aan de Kamer over de toekomst van de mobiliteit. Daar staan hele behartigwaardige dingen genoemd, die wel heel relevant zijn voor de ontwikkeling van dit stukje wijk en die ook relevant zijn voor de eerdere mobiliteitsvisie, die we besproken hebben. Ten aanzien van de parkeernormen: daar wordt eigenlijk gesteld dat er eerder meer behoefte is aan parkeervoorzieningen dan minder.
Eigenlijk de enige knop waar je aan zou kunnen draaien, voor zover je daar al aan zou kunnen draaien, is dat mensen maximaal overgaan op een elektrische scooter of een elektrische fiets, dan wel gebruik maken van een taxi. Maar de studies tonen aan, dat zeker ook bij elektrificatie mensen gewoon een parkeerplek willen hebben. Als die niet voor de deur staat, wel een beetje in de buurt en te allen tijde voorzien van een laadpaal. Dat zie ik met deze verlaagde parkeernormen niet 1, 2, 3 gebeuren, maar daar maken we ons daar ernstige zorgen over, dat als je dit
21/34
zo handhaaft dat het niet een rommeltje gaat worden in de toekomst. Dus ik zou het college in overweging willen geven om wel een terugvalscenario te ontwikkelen, dat je eventueel misschien nog een laag op het parkeerdek kunt realiseren, maar in ieder geval, dat je voldoende flexibel bent om de mogelijk toenemende behoefte aan auto’s, ook in de toekomt, te accommoderen. Als de wijk eenmaal ontwikkeld is, dan wordt het wel heel erg lastig om dat allemaal in te passen. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Ik dank de heer Blonk voor zijn archiefwerk, om het maar even zo te zeggen. In het raadsvoorstel zag ik dat niet heel erg tot uitdrukking komen. We begrijpen natuurlijk de overwegingen van het college en de uitkomst is op zich mooi als het gaat om de inzetten rondom sociaal en betaalbaar. Maar het had wat helderder in het voorstel kunnen staan. Wij zullen ook zeker steun geven aan het voorstel. Ik ben het niet snel eens met de heer Van der Stelt, maar in dit geval ben ik het wel eens. Diezelfde discussie hebben we ook gevoerd rondom de parkeernorm in Wilderszijde. Daar hebben we met elkaar gezegd: het autobezit en autogebruik zijn 2 verschillende dingen. Zeker ook in deze coronatijd. Als je de CBS-cijfers erop naslaat, dan zie je dat het autobezit toeneemt in Nederland.
Je kan natuurlijk veronderstellen, dat de samenleving heel maakbaar is op dit punt, maar wij zijn daar toch wat terughoudender in, want zeker de coronacrisis heeft aangetoond, dat men toch andere keuzes maakt dan we wellicht voor ogen zouden hebben, ook in de situatie van corona. Het autobezit heeft weer een nieuwe vlucht genomen. Het is een risico, dat je neemt, in dit plangebied. Ook eens, een terugvalscenario, zoals we ook bedacht hebben in Wilderszijde, zou toch wel aanbevelingswaardig zijn. Een vraag die ons bezig houdt: de parkeergarage, die nu nog heel erg gekoppeld is aan het station. We hebben een aantal jaar geleden besloten tot realisatie van die parkeergarage. Het had met name tot doel om mensen, die gebruik zullen maken van de E-lijn, toch te faciliteren dat ze hun auto kwijt kunnen. Op het moment dat straks in die nieuwe wijk de parkeernorm toch te laag blijkt te zijn en een verhoogd aantal mensen gebruik maakt van de vergrote parkeergarage, dan kan het weleens gaan conflicteren met de uitgangspunten, die we destijds hebben afgesproken rondom het parkeren ten behoeve van de reizigers van elders in Lansingerland.
Mijn vraag aan de wethouder: hoe ziet hij dat? Loop je gevaar met het aantal plaatsen dat we hebben voor de E-lijn voor andere inwoners van Lansingerland, dat die gebruikt gaan worden door mensen uit de wijk? Want dan zou je wellicht tot een iets andere keuze kunnen komen, dan alleen maar 1 dek op de parkeergarage. Wij vinden het een groot risico. Wellicht bij de verkoop van de woningen zou je heel erg moeten gaan inzetten in de communicatie dat deze wijk bedoeld is met name voor mensen die gebruik maken van om problemen wellicht voor te zijn. Maar ik ben het met het CDA eens: je zal toch waarschijnlijk een terugvalscenario moeten hebben, want de maakbaarheid is beperkt op dit punt, denken wij. Dank u wel. De heer Markus, CU: Ik heb net als de heer Blonk, ik zat vandaag in de auto, meestal luister ik dan naar muziek, maar nu ben ik even terug gaan luisteren naar de discussie in de commissie AB uit 2016. Wel leuk om stemmen, die ik lang niet gehoord heb weer uitgebreid aan het woord te horen, met name die van de heer Abee. Zoals wij allemaal weten, was hij altijd als een goed CDA-er betaamt uitgebreid in zijn woordvoering. De heer Van der Stelt is daar een positieve uitzondering op, maar daar komen we later nog wel een keer op terug.
Het is toch wel even goed om te memoreren en de heer Blonk gaf het ook aan: we waren toen ontzettend blij, dat we uit die bubbel van Westpolder Bolwerk kwamen. Het zat helemaal vast, er werd niet gebouwd, we zaten met enorme schulden en we hebben daar een enorme slag geslagen in zowel de grex, maar ook in bouwtempo. Dus het was een enorm goede stap voorwaarts, waarvan we niet gedacht hadden dat dat op zo’n manier gesloten kon worden. Er vielen termen over de ontwikkelaar daar, die ik niet hier zal herhalen in deze discussie, maar het laat zien dat het een ontzettend lastige discussie was, waarvoor de heer Abee zich toen ontzettend ingezet heeft samen met het college om dat voor elkaar te boksen. Dus we komen van heel ver. Ik had toen nooit gedacht, dat we 6 jaar later nog een verbetering van de grondexploitatie, niet zozeer financieel, maar wel qua aantal huizen voor elkaar zouden krijgen, dus dat is absoluut iets om trots op te zijn. Ook goed om te zien, dat een ontwikkelaar ook beseft, dat het soms verstandig is om anders en slimmer te bouwen naar de behoefte die er is. Dus wij zijn ontzettend blij met de toevoeging van extra woningen met name in het betaalbare segment.
Natuurlijk, even andere percentages als het gaat om sociaal en dat soort zaken, maar gezien het feit waar we vandaan komen met deze ontwikkelaar en deze wijk, denk ik dat we zeer tevreden moeten zijn met het resultaat, dat hier voor ligt. Mooi ook, dat dat met een gesloten beurs kan. Wat betreft de parkeernormen: wij geloven daar wat meer in. We zien meer in het land terug komen, dat rondom hoogwaardig OV gerekend wordt met een lagere parkeernorm, dus wij zien dat wel zitten. Dat zagen wij ook bij Wilderszijde zitten. Ik ben het wel met de heer Jumelet eens: dat moet dan ook de reclame worden voor die huizen daar, want dat is dan wel waar je op moet inzetten. Trek dan ook die inwoners of bewoners, die dat ook fantastisch vinden en die graag gebruik maken van het OV. Dan is de parkeernorm ook haalbaar. Ik weet ook, dat mensen het ontzettend interessant vinden om naast een OV-knooppunt te wonen, want ik denk dat we daar een mooi reclameslogan kunnen verzinnen, die 2 vliegen in 1 klap slaat. Een prima voorstel, een fantastisch plan, zeker gezien het feit waar we in
22/34
Westpolder vandaan komen. Ik denk dat het een prachtig slot is van een grote ontwikkeling, die we op deze manier mooi afsluiten. Dank u wel. De heer Van der Stad, D66: Voor D66 is het voorliggende een prima voorstel, Westpolder Bolwerk afronden door aan deelplan 4 een behoorlijk aantal woningen toe te voegen. De toevoegingen zijn met name goedkope c.q. betaalbare woningen. Met de huidige vraag in de markt kan je daar eigenlijk niet op tegen zijn. De parkeernormen dienen wel naar beneden gebracht te worden om het te kunnen verwezenlijken, maar de ligging van de wijk en de doelgroep van de woningen lenen zich daar voor, aldus gedaan onderzoek. Daarnaast biedt de parkeergarage in de nabijheid een oplossing middels het toevoegen van een extra parkeerlaag. D66 is zeker positief, maar in de communicatie en verkoopinformatie naar toekomstige bewoners moet wel helder zijn, dat er weinig parkeerruimte is. In de omliggende wijken is het reeds erg krap, terwijl daar een hogere norm wordt gehanteerd. Hoe ziet de wethouder dit? Zoals in de presentatie werd aangegeven, wordt er rekening gehouden met escapes. De oplossingen dienen gevonden te worden bij de parkeergarage indien de parkeerdruk toch hoog is dan voorzien. Wat D66 betreft is deze nieuwe wijk bij uitstek geschikt voor een experiment met deelauto’s. Ik parafraseer uit het AD Den Haag van 11 juni j.l.
: de opmars van de deelauto is niet meer te stuiten. Gemiddeld wordt iedere deelauto door ongeveer 10 personen gebruikt en in Den Haag rijden er inmiddels meer dan 5.000. Wethouder Van Asten is dolblij met het concept. De sociale cohesie verbetert door samen te werken aan de leefbaarheid van de buurt en elektrische deelauto’s verbeteren de uitstoot, daar waar zij vaker de ruimte innemen van brandstof aangedreven auto’s. D66 wil graag van de wethouder weten hoe er tegen het deelconcept gekeken wordt en of dat van begin af aan bij de ontwikkeling van de wijk kan worden meegenomen en of de gemeente hier een actieve rol in kan en wil spelen. Tot zover onze bijdrage. De heer Duk, GL: Eigenlijk kan ik het heel kort houden, want mijn voorgangers hebben eigenlijk alles al gezegd, wat ik wilde zeggen. Ik sluit me dan ook volledig aan bij de heer Blonk over de hoeveelheid sociale huurwoningen. Hij heeft er alles over gezegd, dus beperk ik mij tot de parkeernorm. Er is een gedegen onderzoek gedaan. De uitkomsten van dit onderzoek geven aan, dat voor deze wijk de parkeernorm lager mag zijn dan die in de gemeente is. GL deelt de zorgen van de heer Van der Stelt uiteraard niet. GL onderschrijft namelijk de conclusies van dit onderzoek. Het college heeft deze uitkomsten ook overgenomen. Voor GL is dit dus een hamerstuk.
Ik sluit me wel graag aan bij de woorden van de heer Markus, dat het OV de reclame zou moeten zijn. Uiteraard is monitoring na de bouw verstandig en vragen we extra aandacht voor de elektrische laadpalen infrastructuur en de opwekking van de benodigde energie, want daar delen we de gedachten van de heer Van der Stelt wel. Er zullen hier heel veel meer laadpalen moeten komen. Ik roep het college op om bij de inrichting een microgrit met 4 cold to grit opties te implementeren, maar we hebben het vertrouwen, dat het goed gaat komen. Ik wil het college niet doodknuffelen, maar hier verdient het complimenten. GL ziet dit dan dus ook als hamerstuk. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook mijn fractie is blij, dat Westpolder Bolwerk, het laatste deel, nu uiteindelijk gecompleteerd gaat worden. We zijn ook, net als veel andere fracties blij, dat daar een flink aantal extra huizen in het betaalbare segment wordt toegevoegd ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Daarom vol begrip dat de parkeernorm omlaag moet, om dat mogelijk te maken. Er is, zoals al uitgelegd door de heer Duk, uitgebreid onderzoek gedaan door Spark, dat het in principe mogelijk is door een extra laag op de parkeergarage te bouwen. Het ligt dicht bij een vervoersknooppunt, zoals ook al heel duidelijk in het voorstel uitgelegd is. Eigenlijk lijkt niets in de weg te staan om op deze manier het voorstel uit te gaan voeren.
Het is mij dus ook niet helemaal duidelijk waarom een aantal andere fracties vraagt om een terugvalscenario. Ze zien een hoop beren op de weg, een groot risico, heb ik genoteerd. Het is mij niet helemaal duidelijk, maar ik hoor graag van de wethouder of er inderdaad is nagedacht over een terugvalscenario, of dat nodig wordt geacht, of dat we hier gewoon een heel goed plan hebben, waar we binnenkort een klap op kunnen geven, want zo staat mijn fractie er voorlopig in. Dank u wel. De voorzitter: Ik hoor een aantal vragen. Meneer Blonk de 124 woningen. Dan hoor ik het CDA zeggen: terugvalscenario en de zorg over de parkeernorm. Meneer Jumelet over de E-lijn en de bewoners straks van die wijk, hoe gaat dat allemaal gebeuren? De communicatie met nieuwe bewoners en nog een keer het terugvalscenario. En de elektrische laadpalen. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Het ging in rap tempo en ik heb goed mijn best gedaan om alles op te schrijven, maar ik zal een paar keer haperen om alles bij elkaar te rapen, want het is een veelomvattend voorstel. Het lijkt in het raadsbesluit alleen te gaan over de parkeernorm, maar eigenlijk gaat het natuurlijk over een heel stuk mooi nieuw Westpolder. Vandaar ook best wel een diversiteit aan vragen,
23/34
waarvoor veel dank. Dank ook voor alle complimenten. Het college is eigenlijk ook heel trots op dit voorstel. Er is met heel veel inzet aan gewerkt, want Westpolder is een succesvolle wijk. Van een succesvolle wijk zeggen sommige coaches weleens: daar moet je het concept niet van veranderen. Never change a winning team. Toch hebben we het team hier wel een beetje willen bijstellen. Dat heeft niets te maken met de prestaties van Oranje, maar wel met de ligging van dit stukje wijk. Zo’n plek bovenop een metrostation, dat hebben we maar op 1 plek in Lansingerland. Station Rodenrijs hebben we ook, maar dat is iets minder dicht bebouwd daaromheen. Dus een unieke plek werkelijk, die we heel goed en maar één keer goed kunnen benutten. Dus vandaar dat we ervoor hebben gekozen om deze wijk zo in te richten, dit stukje van de wijk, dat we 130 meer woningen realiseren, 20 meer sociaal, een verdubbeling van het aantal betaalbare woningen met behoud van de dorpse verschijningsvorm, eigenlijk het spiegelen van het mooie, gouden hart, met veel ruimte voor groen. Kortom: we hebben kansen gezien het echt fors te optimaliseren. Tegelijkertijd loop je tegen een dilemma aan. Een aantal van u heeft het ook benoemd: parkeren, daar ga je afwijken van de vastgestelde parkeernota.
Daar moet je goede redenen voor hebben, want het is waar dat het vervolgens ruimte oplevert, meer woningen betekent ook meer gestapelde woningen, die parkeerplaatsen moet je vervolgens ergens kwijt. Binnen de allonge, zoals dat heet, met de ontwikkelaar hebben we willen zoeken naar mogelijkheden om met een zorgvuldige parkeernorm ruimte te creëren voor die optimalisatie. Wat het college betreft, zijn we daar goed in geslaagd. Ik zal zo op de specifieke vragen en zorgen ingaan naast overigens ook te constateren, dat een aantal fracties gewoon de zorgvuldigheid van het onderzoek waardeert en graag overneemt. Toch maar even starten bij de vraag van de heer Blonk van L3B, een specifieke: hoe zit het met de categorisering van betaalbaar? Dat had misschien nog een slagje helderder gekund in het raadsvoorstel, meneer Blonk. Het is als volgt: 67 woningen vallen in de traditionele categorie betaalbaar, zoals die bekend is binnen Westpolder. Die heeft misschien de heer Markus langs horen komen in zijn podcast. Dat zijn woningen die een huur kennen tot € 985 per maand. En te koop worden aangeboden tot € 220.000. Dat zijn 67 woningen. Dan hebben we nog 57 woningen, die onder de NHG grens vallen en die is u bekend. Zo is de verdeling naast de sociale woningen en daarvoor is u ook bekend wat daar de tarieven voor zijn. Vervolgens kom ik op het hoofdstuk parkeernorm, o.a.
de fracties van het CDA en WIJ en VVD hebben daar een aantal vragen over gesteld. Een terugvalscenario is misschien een groot woord, maar weldegelijk heeft het college een heel behoedzame keuze willen maken. We zien trends, die zouden kunnen suggereren dat er minder behoefte is aan auto’s, zeker op deze plek, maar we zien ook het rapport waar de heer Van der Stelt naar verwijst, en dat is ook gebruikt in de mobiliteitsnota. Wat dat betreft is dat ook een stuk analyse, waar je rekening mee hebt te houden als lokaal bestuur. Een beetje ter nuancering van de inbreng van de heer Van der Stelt: de analyse van het ministerie en dat rapport suggereert een forse toename van automobiliteit, maar niet heel significant een toename van de noodzaak van een aantal extra parkeerplaatsen. Dat zijn 2 dingen, waartussen een verband zit, maar dat verband is niet 1 op 1. Wat voor behoedzaamheid heeft het college dan willen betrachten met die parkeernormen? Wie het onderzoek van Spark goed tot zich genomen heeft, en het is een heel lijvig onderzoek, gelukkig was de samenvatting ook goed, ziet dat we een aantal afslagen hebben toegepast. Er is goed gekeken naar het werkelijke autobezit in Lansingerland, van Bleiswijk tot Bergschenhoek tot Berkel. Er is ook gekeken naar het autobezit van de doelgroepen, die de ontwikkelaar hier wil trekken.
Ik zeg met name de ontwikkelaar, want de ontwikkelaar gaat zich er een inspanning voor getroosten om die doelgroep te bereiken. Daar zien we wel op toe als gemeente, dat ze de communicatie exact richten op de doelgroepen, waar we hier over spreken. En dat die communicatie ook zeker gewag maakt van het mobiliteitsconcept en de locatie en de ideale fietsvoorzieningen, OV-voorzieningen en wat dies meer zij. Dus daar hebben we ook een rol in, een verantwoordelijkheid als gemeente. Daar zien we ook op toe en de ontwikkelaar zien we daarin als een partner. Terug naar die behoedzaamheid. Dat ziet erop, dat het theoretisch autobezit en ook het werkelijke autobezit in Lansingerland, dat de basis is voor de voorgestelde parkeernorm, dat er afslagen op zijn toegepast. Je zou theoretisch kunnen verwachten, dat een fors percentage minder mensen een auto heeft naast station Westpolder, dan in Bleiswijk noord. En het theoretische percentage hebben we vervolgens teruggebracht naar 10%. Dus we verwachten, dat maar 10% minder auto’s zullen voorkomen bij eigenaren naast Westpolder dan naast een gemiddelde woning in Bergschenhoek noord, waar het OV een stuk minder goed voorzien is. Dus daar zit een behoedzaamheid in. Er zit ook een behoedzaamheid in de toepassing van deze parkeernorm. Wij hebben goed gekeken naar de kansen die het P&R gebouw biedt, een aantal van u heeft eraan gerefereerd.
Ten eerste is het mooi, dat de ontwikkelaar ervoor betaalt, voor die extra parkeerlaag in het voorstel, maar vervolgens zie je ook, dat het gebruik van het P&R gebouw heel mooi aansluit, mooi complementair is op het gebruik door forenzen en bewoners. Dus de behoedzaamheid is ook, dat we zien dat die extra parkeerlaag en het huidige gebruik van het P&R gebouw, dat daar nog ruimte tussen zit. Het is niet zo, dat het in één keer vol zal zijn. We zien ook, dat juist het beweeglijk maken van het gebruik door de ene groep en het gebruik door de andere groep, dus niet een slagboom ertussen zetten, een slagboom die zegt: dit is voor bewoners en dat is voor forenzen, dat het helpt om een goede benutting te krijgen van het parkeergebouw. Daarmee maak je goed gebruik van alle slack die erin zit. Dus er is een aantal manieren waarop we de behoedzaamheid echt goed hebben geborgd, hoewel strikt genomen op basis van
24/34
het werkelijke autobezit en het theoretische autobezit we een lagere parkeernorm hadden kunnen voorstellen. Er zijn overigens ook gemeenten, die een lagere norm voorstellen. Ik zal niet met Amsterdamse voorbeelden komen, maar je hoeft niet ver te gaan zoeken. In Rotterdam, in stadswijken, zijn de parkeernormen bij metrostations toch wel fors lager. Voor wie het interesseert, daar hebben we een vergelijking van gemaakt. Al met al, op deze unieke locatie volgens ons echt een passende parkeernorm. Maar vervolgens gaan we niet stil zitten. We maken een plan en vervolgens landt dat in een samenwerkingsovereenkomst en vervolgens hoort er natuurlijk heel veel monitoring bij, dus dat wil ik ook toezeggen, voor zover u dat al niet van ons aannam, dat we die monitoring zorgvuldig zullen uitvoeren. Die monitoring kan er bijvoorbeeld toe leiden, dat we in eerste instantie weliswaar geen scheiding aanbrengen, dus forenzen parkeren en bewonersparkeren in het P&R gebouw, maar dat we ertoe over zouden kunnen om op diverse zoals dat mogelijk is wel daar een scheiding aan te brengen. We denken ook, een andere mitigerende maatregel, dat het passend is om een stuk van de blauwe schijf zone, parkeerzone, van het huidige gouden hart uit te breiden naar dit deel van Westpolder.
Zo heb je een aantal knoppen waar je aan kunt draaien, waaraan je ook wilt draaien als lokale overheid, als gemeente, om goed in te spelen op het daadwerkelijke gebruik en de daadwerkelijke ontwikkeling van autobezit. Dan de communicatie, ik heb er al iets over gezegd, die is bepalend, mede bepalend, voor het succesvol aantrekken van de doelgroep. Deze woningen op zich al, gelet op de ligging en de grootte, en dat is fors kleiner dan gebruikelijk in Westpolder, trekken van nature al een bepaalde doelgroep. Die doelgroep is heel erg groot in Lansingerland, dan hebben we het specifiek over starters. Inspreker hoeft er maar aan te refereren aan het begin van deze avond, hij had er een persoonlijk verhaal bij, die vraag van starters naar deze woningen, benedenwoningen, bovenwoningen, appartementen is enorm, dus vanzelf is de verwachting gerechtvaardigd dat die met name als eerste hun vingers zullen opsteken voor deze veelal appartementen, die we hier gaan realiseren. Maar ook ouderen, die graag willen doorstromen naar gelijkvloerse woningen en die ook typisch een wat lager autobezit hebben dan jonge gezinnen met kinderen, die trekken hier van nature naar toe, maar zeker ook in de actieve communicatie hoor je je daarop te richten. Een vraag van D66 over deelauto’s en hoe we daarmee aan de gang gaan, wil ik graag proberen te beantwoorden. In de mobiliteitsvisie is er het e.e.a.
over gezegd. Er is ook aangegeven, dat we deelmobiliteit, deelauto’s, als een kansrijke ontwikkeling zien. Dat wil niet zeggen, dat we daar nu al rekening mee houden. Even voor alle helderheid en scherpte, we gaan er niet van uit in deze voorgestelde parkeernorm, dat men massaal aan het autodelen zal slaan. Het zou mooi zijn, het zou goed zijn, in Den Haag worden honderden deelauto’s elke dag gebruikt, één deelauto door gemiddeld 10 huishoudens gemiddeld, dus dat heeft een heel mooi multiplier effect. In Lansingerland is het nog niet zo ver, wij zijn een ander type gemeente wat dat betreft. Het zou wel heel mooi zijn, als het hier ook goed van de grond komt. En in de uitvoeringsagenda, die hoort bij de mobiliteitsvisie, collega Fortuyn, heeft hij mij verzekerd, is zeker van plan om voor Lansingerland breed en dus ook voor Westpolder inderdaad daar verder een stimulans aan te geven. Hoe exact we dat vorm geven in de wijk Westpolder, daar kunnen we nader over komen te spreken bij de uitwerking van de mobiliteitsvisie. Ik kijk even snel door mijn aantekeningen heen om te kijken of ik belangrijke opmerkingen, zorgen, vragen gemist heb. Ik vermoed eigenlijk van niet. Gelet op de korte inbreng van de raadsleden zou ik het hierbij willen laten om toch ook een beetje een trendbreuk te veroorzaken met mijn voorganger aan wie de heer Markus refereerde. Dank u wel.
Tweede termijn De heer Blonk, L3B: Complimenten aan het college voor het voorstel. Voor L3B kan dit een hamerstuk worden. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: Goede opmerkingen van de heer Van der Stelt over de terugvaloptie. Ik hoorde de heer Van den Beukel daar wel een aantal zaken over zeggen, er zijn wel mitigerende maatregelen, maar zou hij nog even concreet kunnen ingaan op de vraag of het mogelijk is, of er überhaupt naar gekeken is en of het technisch kan, stel, dat het helemaal vast loopt in zo’n wijk met parkeren of er een derde bouwlaag op die parkeergarage mogelijk is, dus of er nog 1 zou kunnen komen in de toekomst. Dank u wel. De heer Van der Stelt, CDA: Laat ik beginnen de heer Markus te bedanken voor zijn compliment. Dank ook aan de wethouder voor zijn nadere toelichting die mij overigens nog niet helemaal gerust stelt n.a.v. het onderzoek, waaraan ik heb gerefereerd. Want er is wat mij betreft wel een verschil tussen een onderzoek, dat ziet op een toekomstperspectief richting 2040 en een onderzoek dat gebaseerd is op de situatie in het hier en nu, waarvan in het voorstel sprake is. Nu hebben we allemaal geen glazen bol, maar het gaat mij erom, net als wat de wethouder zegt: als je die wijk eenmaal hebt ontworpen en gebouwd, dan ben je dus niet meer zo flexibel als je wilt inspelen op veranderde omstandigheden.
Vandaar opnieuw de vraag: zijn er terugvalopties? Desgewenst kan ik via de griffie het onderzoek van het ministerie van infrastructuur en waterstaat van begin dit jaar toezenden aan de collega’s, mits ze daar
25/34
belangstelling voor hebben. De heer Duk: Begrijp ik de heer Van der Stelt nou correct en gaat hij ervan uit, dat het aantal auto’s per huishouden in de periode tot 2040 gaat toenemen? Of denkt hij dat het gelijk blijft? Als dat laatste het geval is, dan is dus een onderzoek dat in het hier en nu is gewoon correct. De heer Van der Stelt: Ik baseer mij even op het onderzoek, dat ik heb gelezen. Daar staat dat er eigenlijk sprake van is, dat men verwacht dat de auto een revitalisering doormaakt, anders dan in allerlei eerdere studies, er is ook de verwachting van mobility at service, het autodelen, het autonoom rijden enzovoorts, dat juist door de elektrificatie en misschien ook wel door corona, maar dat haal ik er nu zelf bij, dus vergeet dat maar, dat de auto een opmars doormaakt. Ik vind het ook heerlijk om met de trein te reizen naar mijn werk, maar ik vind het ook heerlijk om in mijn vrije tijd gewoon voor de deur in mijn auto te kunnen stappen en boodschappen te kunnen doen en op vakantie te gaan. Dat zal voor heel veel inwoners gelden van die prachtig nieuwe wijk. Daar gaat het mij om, dat we dat niet zomaar wegvlakken van: dat zal niet gebeuren, we richten ons wel op een doelgroep die dat allemaal niet zo belangrijk vindt, want daar gaan wij natuurlijk niet over.
Mijn punt is: kunnen wij, zijn wij in staat, is het mogelijk om adaptief te zijn mocht die trend zich doorzetten naar toch meer elektrische auto’s, dat je dat kunt opvangen daar. That’s all. De heer Jumelet, WIJ: Dank voor de beantwoording van de wethouder. Ik blijf met het CDA toch wel een beetje twijfel houden rondom het autobezit. Dan heb ik het niet zozeer over het gebruik, of het nou autonoom is, elektrisch of wat dan ook, maar het bezit ook straks in die wijk. Ik heb al de maakbaarheid genoemd, in hoeverre zou je daar naar een lagere norm kunnen? Je zal natuurlijk heel erg moeten gaan sturen aan de voorkant, dat dit een wijk is met een verlaagde parkeernorm. Ik blijf een beetje worstelen met de vraag in hoeverre je, op het moment dat het toch niet helemaal gaat zoals voorspeld wordt, je kan anticiperen op die verhoogde norm of het verhoogde autobezit. Daarmee ook een klein beetje rondom die parkeergarage. Waar ik zelf een beetje bang voor ben: op het moment dat daar een verhoogde druk vanuit de wijk komt, mensen willen met openbaar vervoer reizen en willen met de auto naar het station, die richting Rodenrijs gaan, en dan krijg je problematiek daar in die wijk. Het soort waterbed-effect. Ik zit nog een klein beetje op de wip als het gaat om het terugvalscenario.
Dat wil ik graag nog bespreken in mijn fractie: hoe gaan we daar nou mee om? Ter voorkoming van problemen in de nabije toekomst op het moment dat die wijk daadwerkelijk bewoond gaat worden. Dat was het. Dank u wel. De heer Markus, CU: Geen verdere aanvullingen op mijn eerste termijn. Wat ons betreft een hamerstuk. Nogmaals, het is een prima plan. De heer Van der Stad, D66: Wij hebben ook geen toevoegingen. De heer Duk, GL: Ik besef nu pas, dat dit raadsvoorstel een mooie illustratie is van het feit dat gratis parkeren niet bestaat. Door het aantal parkeerplaatsen te verlagen verdienen we nu met dichte portemonnee een hoop extra woningen, terwijl het groen blijft. De heer Van der Stad gaf aan, dat we in deze wijk zouden moeten inzetten op deelauto’s. Dat lijkt me heel verstandig, zeker om voor inwoners de keuze om geen auto te kopen te vereenvoudigen. Ik hoop oprecht, dat we hier actief in zullen ondersteunen. Dan kan zelfs het gebruik toenemen zonder meer auto’s te hebben die geparkeerd staan. Ik eindig met een herhaling van een oproep voor aandacht voor een microgrit en 4 cold to gritt implementaties en dan vooral nu al de infrastructuur daarvoor voor te bereiden. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb geen verdere toevoegingen of vragen. Ik wil alleen nogmaals benadrukken, dat ik heel blij ben dat er extra bereikbare woningen worden toegevoegd.
Mijn fractie begrijpt heel goed, dat dat dus betekent dat je gebruik gaat maken van het openbaar vervoer, dat daar is en daar hoor gewoon een lagere parkeernorm bij. Daar is niets vreemd aan. De mensen die daar een gelijkvloers en wat kleiner betaalbaar appartement gaan huren, die weten dat ook van tevoren als daar goed over gecommuniceerd wordt door de ontwikkelaar en eventueel de gemeente. Dus het past eigenlijk gewoon perfect, dus wat ons betreft geen belemmeringen. Een hamerstuk. De voorzitter: De heer Van Santen vroeg of er nog een extra parkeerdek op zou kunnen komen en de heer Van der Stelt heeft toch nog wat zorgen in het kader van als die trend zich voort zet enzovoorts. Wethouder Van den Beukel: Ik heb een paar vragen genoteerd. Eerste een technische, die ik eerst zal beantwoorden. Is er een extra laag op de P&R? Er is rekening gehouden met een extra laag, die we nu voorzien, dus daar is constructief helderheid en zekerheid over, dat dat mogelijk is. Of er daar bovenop nog een extra laag kan, dat wil ik voor u uitzoeken. Dat is nog niet gedaan. Dat zou interessant zijn. Vervolgens is het de vraag of je het stedenbouwkundig wenselijk vindt, maar het is in elk geval iets om na te gaan, dus daar kom ik bij u op terug.
De voorzitter: Is dit een toezegging? Dat u het meldt aan ons voordat het in de raad komt? Wethouder Van den Beukel: Niemand zal het onmogelijk houden, maar ik
26/34
weet niet of wij zo snel een constructieberekening, die voldoet aan fatsoenlijke standaarden, kunnen realiseren. Ik ga me ervoor inspannen. Mag ik dat toezeggen? Dan een terugvaloptie. Die komt voort uit de duidelijk verwoorde zorg over de trends, die zich ook anders kunnen ontwikkelen dan we misschien de laatste jaren hadden gedacht. Toch even in de herhaling. Onze lezing van het onderzoek is dat het inderdaad het goed mogelijk is, dat er veel meer mobiliteit zal komen in brede zin, veel meer OVmobiliteit, maar ook veel meer automobiliteit. Als we allemaal heerlijk rustig elektrisch kunnen rijden, is dat goed voor het milieu en stil en misschien wel gedeeld of autonoom, dan ga je vanzelfsprekend weer eens heerlijk een weekendje naar Ameland of naar Limburg. Dan zijn dat meer autokilometers, niet perse meer parkeerplaatsen, maar het is een trend om heel reëel over te zijn. Tegelijkertijd geldt dan wel, dan grijp ik terug op de mobiliteitsvisie, ik heb hem hier voor me, daarin zit de leidraad voor het college en het is ook een leidraad, die u aan ons heeft mee gegeven met het vaststellen: in het uitgangspunt 6 staat dat we een locatiegerichte prioriteitenladder hanteren.
Dat zit nu nog niet specifiek in de parkeernota, zoals u weet, maar die prioriteitenladder geeft al aan in woonwijken en nabij hoogwaardig openbaar vervoer, en dat is Westpolder, dat is zeker deelplan 4 west, daar geldt de prioriteitsvolgorde OV en fiets op 1, 2 de emissieloze auto en vervolgens brandstofauto. Dus het accommoderen van heel veel meer parkeren staat niet voorop in wijken direct nabij hoogwaardig openbaar vervoer. Nabijheid is misschien een rekbaar begrip, maar dat dit nabij is zult u met mij eens zijn. Dus dat is de opdracht die we hebben gekregen als college van u om daar heel duidelijk prioriteit in aan te geven op deze locatie. Dat betekent niet dat we in de maakbaarheid van de samenleving geloven. Ik geloof dat er andere partij zijn of misschien waren, die geloven in de nieuwe mens, maar daar doen we heus niet aan mee, maakt u zich geen enkele zorgen over de politieke kleur van dit college, maar we willen recht doen aan de uitgangspunten van de mobiliteitsvisie en de nota. Ik denk tot zover voor dit moment. Wethouder Fortuyn: Goedenavond commissieleden. Ter ondersteuning van wat wij als college zeggen dat er nu een mooi resultaat op tafel ligt. Natuurlijk wringt het op het dossier parkeren en parkeernormen.
Ik zit natuurlijk aan veel tafels, niet alleen maar de tafel van de gemeente Lansingerland, maar ik zit ook in het MIRT, ik zit ook bij de MRDH aan tafel, ik zit ook bij de provincie aan tafel. Wat je ziet in vele rapporten, er zijn vele rapporten, dat er een verschuiving plaats vindt in mobiliteitsbehoefte. Je ziet ook een verschuiving van bezit naar gebruik. Dat is een generatie waar ik niet heel erg een representant van ben, maar het zijn wel de jongeren die de toekomst zijn van de gemeente Lansingerland. We hebben het over doorstroming, starterswoningen, bereikbaarheid, en zij kijken toch wat anders tegen bezit aan. Ze kijken minder materialistisch en ze kijken meer efficiënt: hoe kom ik van A naar B? Dat zie je in heel veel rapporten terug komen. Uiteraard, dat rapport van I&W waar de heer Van der Stelt op wijst, is ook iets om rekening mee te houden. Maar er is ook rekening te houden met het feit, dat wij corona hadden. Meneer Van der Stelt wil het er niet bij halen, maar toch moeten we het er toch maar een beetje wel bij halen. Er wordt anders gedacht over op de werkplek aanwezig zijn. De hybride vorm zal nog uitgekristalliseerd moeten worden. Alleen maar digitaal werkt niet en alleen maar op kantoor moeten zijn is ook een discussiepunt.
We zijn nadrukkelijk bezig met allerlei organisaties en instituties, denk aan universiteiten en scholen op dit moment om spitsmijding te doen, zodat we het openbaar vervoersaanbod goed kunnen faciliteren. Al die elementen bij elkaar doen mij overtuigen dat een verlaging van de parkeernorm rondom HOV-punten, want daar gaat het hier om, met goede voorzieningen, dat geldt zeker voor de gouden griffelbuurt, daar heb je heel goede voorzieningen, daar zit ook een uitstekend sushirestaurant, een afhaal restaurant, je kan daar alle kanten uit. Dat brengt mee, dat dit een gebied is waar dit best neer te zetten is. Natuurlijk moet je een terugvaloptie hebben. Er is gevraagd: is er een derde laag op te zetten? Nee, die is er niet op te zetten, want de P&R, dan beantwoord ik de vraag van meneer Van den Beukel maar even, mijn collega: die parkeergarage is gereed gemaakt om er nog een extra laag op te zetten. Dat weet ik omdat dat mede gefinancierd is door de MRDH en het is in een samenfinanciering tot stand gekomen. Maar goed, alles is mogelijk, we kunnen ook een tunnel onder de Rotte brengen en als een derde laag op moet, dan zetten we er gewoon een paar palen naast en dan zetten we er gewoon een derde laag op. Ik denk dat het niet zo ingewikkeld hoeft te zijn, dus die terugvaloptie, los van de welstandscommissie, is altijd haalbaar en maakbaar.
Het is een beetje moeilijk in de glazen bol kijken, ja, klopt, maar laten we ook kijken naar de toekomst en de ladder van Fortuyn. Meneer Van den Beukel noemde het anders, we gaan van OV, fiets dan auto, liefst elektrische en dan pas fossiel, daar gaan we op inzetten. De mobiliteitsvisie moet nog verder inhoud krijgen in de uitvoering, maar ik zou toch partijen op willen roepen om dit plan te steunen, dit parkeernormenverhaal ook te omarmen en ik ben het met alle partijen eens: breng het wel goed op de markt. Dus die reclame rondom de hub, het prachtige voorzieningenniveau van zowel scholen als vanuit de voorzieningen voor de dagelijkse behoefte van voeding en anderszins, laten we dat als marketingpool gebruiken en nadrukkelijk zeggen, dat het hier rondom een OV-knooppunt is waar uitstekende ontsluitingen mogelijk zijn en deelgebruik ook een prachtig alternatief is. Het is meer ter ondersteuning van hetgeen de heer Van den Beukel overbrengt.
27/34
De voorzitter: Dank voor uw toelichting. Meneer Van der Stelt wilde een notitie doorgeven richting de collega’s, ik denk dat dat in goede aarde valt bij de collega’s, dus meneer Van der Stelt dank alvast. Ik ga even nog naar de heer Jumelet, want die wilde nog het e.e.a. bespreken in de fractie. Ik beluister dat er bij velen zich een hamerstuk voordoet. Kan het voor de heer Jumelet ook een hamerstuk zijn? En dat u eventueel tijdens de raadsvergadering zegt: ik heb nog even een punt. De heer Jumelet: Ja hoor, dat lijkt me een uitstekende conclusie. De voorzitter: Als ik het goed gehoord heb, kan het als een hamerstuk door tenzij, maar dat horen we dan. 6.c Vaststelling bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" De voorzitter: Ik kijk naar de klok, het is zeker kwart over elf en we hebben nog een bestemmingsplan. Ik vraag u allen om het kort te houden. Op verzoek ga ik starten bij de heer Van Harn en daarna de heer Alsemgeest. Dan de kleinere fracties en dan naar boven. De heer Van Harn, CDA: We hebben hier te maken met een bestemmingsplan, dat eerder is vernietigd als gevolg van een beroep ingesteld bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State door het naastliggende bedrijf Stolk Flora, dat vervolgens het gelijk aan haar kant heeft gekregen van de rechter.
De gemeente heeft als gevolg daarvan een milieubelastend onderzoek laten uitvoeren. Echter, het bedrijf Stolk Flora heeft hier niet aan willen meewerken, omdat ze bezwaar maakte tegen het feit dat het onderzoek in het najaar plaats vond in plaats van in de zomer, want in de zomer is het moment waarop het bedrijf volop functioneert en volgens haar het meeste geluid produceert. Wethouder, waarom niet gewacht tot de zomer om het milieubelastend onderzoek uit te voeren en zo het naburige bedrijf tegemoet te komen in haar wensen? Nu lezen we in de stukken, dat er een welles/nietes discussie is ontstaan tussen de ene partij, die de test heeft uitgevoerd en aan de andere kant de partij, die het niet eens is met de resultaten en zich niet kan vinden in hoe de geluidstesten zijn uitgevoerd. Om me niet laten verleiden tot het trekken van een conclusie de volgende vraag aan de wethouder. Waarop baseert u zich, dat u nu wel denkt het gelijk aan uw kant te hebben, stel, dat het bedrijf Flora opnieuw naar de rechter stapt? Er is recentelijk een artikel in de Heraut verschenen over het bestemmingsplan deel A. Het ging erover, dat er 14 sociaal bereikbare woningen al bijna een jaar na gereedkomen nog steeds onbewoond zijn. Een onbegrijpelijke en een zeer ongewenste situatie en de inspreker van vanavond, de heer Bergwerff, refereerde hier ook aan.
Maar wat lees ik nu? Feitelijk zijn er geen inhoudelijke aanpassingen aan het vernietigende plan gedaan, behalve dat het akoestisch rapport is toegevoegd. Dit verbaast mij ten zeerste. Heeft de wethouder dan niets geleerd van de nog steeds voortdurende ongewenste situatie? Dank u wel. De heer Alsemgeest, WIJ: Ik kan mij een heel stuk met de heer Van Harn verenigen, maar toch niet helemaal. Toen ik de stukken las, kwam ik daarin tegen, dat Stolk Flora niet had mee willen werken aan het akoestisch onderzoek en dat verbaasde mij eigenlijk een beetje, want normaal gespreken weten we allemaal: het is beter om mee te praten, aan tafel te blijven tijdens het praten dan weg te lopen en te zeggen: ik doe niet meer mee. Ik had verwacht, toen ik vanavond hoorde dat er 3 insprekers waren, dat er in ieder geval iemand van Stolk Flora zou inspreken of een vertegenwoordiger namens het bedrijf. Ook dat is niet het geval. Dat verbaast mij helemaal, want dan denk ik: ben je wel helemaal serieus in je dingen, dat je zegt: ik wil dit niet, dit kan niet. Dus dat vond ik erg jammer, want ik had hem er wel wat vragen over willen stellen. Dat het bestemmingsplan weer is neergelegd zoals het was, daar ben ik het met de heer Van Harn eens. Is er dan niets geleerd? Moeten we er niet een kleine aanpassing in doen? Alles behalve dat akoestisch onderzoek, waar ik dan wel vertrouwen in heb.
Want als men ervan spreekt, dat er zomers meer last is dan in de winter, dan denk ik: dat zou weleens mee kunnen vallen. Flora Stolk is een vol continu bedrijf, dat door middel van verwarming en koeling en dergelijke zomers en ’s winters ongeveer dezelfde productie heeft van planten door het hele jaar heen. Dus ik denk dat de overlast niet zoveel anders zal zijn in het najaar dan in de winter dan in de zomer. Dit is een beetje wat ik erover wil zeggen. Ik wil wel graag, net als de heer Van Harn, weten van de wethouder waarom ze niet meteen ergens een clausule in heeft laten zetten, dat het met die betaalbare woningen in ieder geval, al zijn het er maar 4 in dit stukje, dat dit anders moet. Dank u wel. De heer Markus, CU: Twee ondernemen en nog een referentie naar het derde onderwerp, dat ingebracht wordt door de heer Van Harn en door de heer Alsemgeest, namelijk de sociale huurwoningen. Als eerste daarover. Volgens mij is het een andere ontwikkelaar. Nu ontslaat je dat niet van het feit om het goed te regelen, maar in die zin is er geen koppeling te maken met de andere deellocatie. Wat betreft de Raad van State en Stolk Flora en dat er niemand nu in komt spreken. Ja, dat had gekund. Wij hebben de heer Stolk hier wel over gesproken.
Om er inhoudelijk op in te gaan, over zomer en winter en waarom er verschillen in zitten, ik ben geen tuinder, maar ik heb begrepen, dat er wel grote verschillen zijn, want in de zomer moet hij koelen en dat maakt meer herrie dan in de winter. Ik wil ook niet ingaan op het onderzoek, of dat nou goed of fout is uitgevoerd. Ik heb eigenlijk een heel simpele vraag aan de wethouder. Wij snappen de zorgen van de ondernemer. Kan de wethouder ons garanderen dat de
28/34
ondernemer gewoon zijn bedrijfsvoering voort kan zetten zonder dat hij, als die woningen er staan, elke week geconfronteerd wordt met klagende omwonenden, die ook nog een punt hebben, waardoor hij belemmerd wordt in zijn bedrijfsvoering? Als je die ondernemer zeker stelt, dat hij zijn bedrijfsvoering voort kan zetten, zoals hij dat nu doet, dan is er volgens mij geen vuiltje aan de lucht, misschien wel, maar dan is de bedrijfsvoering verzekerd en daar draait het die ondernemer om en dat snap ik ook, want hij zat daar eerst en dan komt er een ontwikkeling omheen. Het kan toch niet zo zijn, dat een ontwikkeling de bedrijfsvoering van een aanpalend beïnvloedt, die er al langer zat. Dat wat betreft dat. Sprekend met die ondernemer zijn we ook wat verder gaan kijken naar die locatie. Dat is een beetje buiten de orde, maar wij willen in september met een bespreekpunt komen. We zaten kritisch te kijken naar deze kas, die zit midden in een woningbouwlocatie. Zoals sommigen van u wellicht weten is ooit in Bergschenhoek bedacht om daar een hele woonwijk van te maken.
Die gedachte willen we ook in het kader van onze oproep om eens een keer boven Lansingerland te hangen en dat in de commissie te bespreken, om gewoon even te verkennen: hoe kijken we daar als commissie tegen aan? Ik hoef daar nu nog geen reactie op van mijn collega’s, dat moeten we in september doen, want de tijd is nu niet om daarover in debat te gaan. Het bestemmingsplan kan wat ons betreft akkoord zijn, maar wel onder de voorwaarde dat de wethouder kan beamen dat de bedrijfsvoering van dit bedrijf op geen enkele manier belemmerd wordt door de nieuwe plannen, die er nu liggen. Dank u wel. De heer Van der Stad, D66: Aanvullend op een eerder genomen besluit van deze raad heeft een geluidsonderzoek plaats gevonden met o.a. als doel de bedrijvigheid in kaart te brengen van Stolk Flora. Stolk Flora heeft namelijk terecht zorgen inzake de mogelijke belemmering van de normale bedrijfsvoering. Goed dus, dat hier onderzoek naar gedaan is. D66 is van mening, dat de gedane metingen en berekeningen zorgvuldig hebben plaats gevonden. Gezien de bijdrage in de geluidsbelasting van Stolk Flora versus overige geluidsbronnen, zoals vliegverkeer met veel hogere piekbelasting, en de gemeentewaarden op de plaats van het gevelvlak, zouden wij in kunnen stemmen met het voorstel aan de raad, maar graag een bevestiging van de wethouder omtrent bedrijfszekerheid. Tot zover onze bijdrage.
De heer Duk, GL: GL zit in haar maag met dit bestemmingsplan. We hebben de vorige keer, dat dit werd behandeld, voor gestemd, nadat we extra aandacht hadden gevraagd voor de geluidsoverlast. Maar de geluidsoverlast, waar we het toen over hadden, was primair dat van het vliegveld. Ondanks de vliegtuigen, die bij deze locatie laag overvliegen, hebben we toen prioriteit gelegd bij de woningbouw. Deze overlast wil ik wel mee nemen in de bespreking van een eventuele wijk, zoals de heer Markus voorstelt. Toch heeft de Raad van State met goede redenen dit besluit nietig verklaard. Er is na deze uitspraak een onderzoek gedaan, waardoor het college van mening is, dat het aanpassen van het bestemmingsplan nu wel mogelijk is en daar zit de crux. Dit onderzoek is uitgevoerd toen het bedrijf, waar het geluid vandaan komt, rustiger was door de winter en het vliegveld rustiger was door corona. Dit lijkt niet representatief voor de geluidsdruk gedurende het gehele jaar. Dit onderzoek lijkt alleen wel de enige reden waarom het college de onderbouwing nu wel voldoende acht. Dit onderzoek gaat naar verwachting van GL niet worden geaccepteerd door de Raad van State. Wij vinden in ieder geval, dat dit echt niet voldoende is. Ons vermoeden is dan ook, als we dit bestemmingsplan aannemen, dat we dan weer voorsorteren op een verlies aldaar met alle daarbij behorende kosten.
Daarnaast is het de vraag of je wel woningen moet willen bouwen onder zo’n aanvliegroute en zo dicht naast het al bestaande bedrijf. Dit voorstel gaat GL dus niet steunen. Ondanks dat wil ik mijn complimenten geven voor de aanpassingen in de duurzaamheidsparagraaf ten opzichte van de vorige keer. Ik sluit af met een oproep aan het college om echt grondigere de juridische onderbouwing voor te bereiden als ze ervan uit mag gaan dat een besluit aangevochten gaat worden bij de Raad van State. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook mijn fractie zit een beetje in de maag met dit voorstel, dit bestemmingsplan. Mijn eerste reactie, toen ik het opnieuw grondig las, was: wie wil daar nou eigenlijk bouwen op een plek zo dicht tegen een bedrijf aan? Waarom is dat niet eerder als onhaalbaar of onwenselijk aangemerkt? Het lijkt nu alsof de enige manier voor het bedrijf (…) en zich bedreigd voelt in de bedrijfsvoering. De enige manier lijkt nog in een welles/nietes spel verzeild te raken met de gemeente en dat kan ook niet de bedoeling zijn. Als ik kijk naar de gegevens: ik weet niet of het geluidsonderzoek representatief is voor de normale gemiddelde geluidsproductie van het bedrijf Flora Stolk, dus ik kan dat nu eigenlijk helemaal niet goed beoordelen, of dat nou echt een goed onderzoek is geweest.
Ik heb ook geen zekerheid, en andere fracties hebben daar ook naar gevraagd, of die ondernemer inderdaad veilig gesteld kan worden als het gaat om de bedrijfsvoering, dat het netjes voortgezet kan worden, maar ik weet ook niet zeker of de toekomstige bewoners er zeker van kunnen zijn, dat ze daar prettig kunnen wonen, dus ik weet eigenlijk helemaal niets. Ik wacht in eerste instantie op de beantwoording van de wethouder en dan zien we wel weer. Dank u.
29/34
Mevrouw Zwinkels, L3B: Ik zal proberen mijn woordvoering ietsje korter te maken, daar mijn collega raadsleden al van alles gezegd hebben hierover. Goed dat er naar de Raad van State is geweest, omdat daarna een geluidsonderzoek is gedaan. Laat ik zeggen, dat wij echt kunnen begrijpen, dat de firma Stolk zich ongerust maakt over de door het bedrijf geproduceerde geluidsoverlast voor die nieuwbouw en de daar eventueel uit voortvloeiende reacties c.q. claims op hun bedrijfsvoering. Dat akoestisch onderzoek is in november gedaan, waaruit blijkt dat de geluidsoverlast binnen de perken blijft en er meer overlast is van de weg en het vliegverkeer. Dat zou de zorgen weg moeten nemen. De firma Stolk blijkt er nog niet gerust op te zijn. Zij zijn van mening, dat in de zomermaanden hun bedrijf meer produceert en er meer aan afvoer en invoer is en het geluid dus toeneemt. Zij zouden willen zien, dat er in de zomermaanden ook een geluidsonderzoek wordt gedaan. Kan de wethouder zo’n tweede geluidsonderzoek starten? Verder heeft de firma Stolk in gesprek met enkele raadsleden, ook al gememoreerd door de heer Markus, aangegeven, dat over de herontwikkeling van zijn glastuinbouwbedrijf naar woningen in gesprek te willen met de wethouder, maar dat is niet van de grond gekomen. Wij willen de wethouder vragen dit gesprek op korte termijn aan te gaan.
De toekomst van het glastuinbouwbedrijf van Stolk Flora in Bergschenhoek is moeilijk omdat aansluiting op het warmtenet onmogelijk is. Stolk heeft voor zijn orchideeën veel warmte nodig. Mijn vraag aan de wethouder is dus: kan zij een tweede geluidsonderzoek starten en kan zijn op korte termijn een gesprek aangaan met de firma Stolk? Dank u. De heer Van Santen, VVD: Het voordeel als je de laatste bent is dat je niet zo veel meer hoeft te zeggen, dat zal ik ook niet doen omwille van de tijd. Als ik het allemaal zo hoor en ik heb het voor mezelf bekeken, dan gaat het om: is er geen overlast voor toekomstige bewoners en kan het bedrijf zijn bedrijf blijven uitoefenen? Dat hoor ik graag van de wethouder. De voorzitter: Die vragen heb ik ook gehoord. Hoe zit het met de toekomst van de bewoners t.z.t. en ook naar de heer Stolk met zijn bedrijf? Wat gaat het allemaal met zich mee brengen? En of er nog een gesprek zou kunnen plaatsvinden en een tweede geluidsonderzoek. Beantwoording college Wethouder Arends: Terecht, dat u zich zorgen maakt, want alles wat we willen is niet een ondernemer in zijn bedrijfsvoering belemmeren. En dat toont dit geluidsonderzoek aan. Uiteraard geldt, dat elke ondernemer, maar ook deze ondernemer, aan het activiteitenbesluit moet voldoen. Maar uit het geluidsonderzoek blijkt dat overtreding van de geluidsnormen niet zal plaats vinden.
Bij het geluidsrapport is namelijk, ook omdat er geen medewerking is verleend aan het geluidsonderzoek, een worst case scenario gehanteerd. Daarbij is er van uitgegaan, dat de gemeente geluidsbelasting inclusief het zeer hoge achtergrondsniveau, dan moet u denken aan verkeer op de Hoeksekade en andere wegen en het vliegtuiglawaai, volledig afkomstig is van de kassen van Stolk. En dat is natuurlijk niet zo. Daarnaast is uitgegaan van de worst case inschatting van het aantal verkeersbewegingen op het terrein van Stolk Flora B.V. Daarbij komt dat de gemeente geluidsniveaus op alle ontvangstpunten ruimschoots onder de geluidsnormen liggen met 1 uitzondering van 1 punt in de nachtperiode. Hiervoor is maatwerk voorschrift nodig. Met zo’n maatwerkvoorschrift wordt Stolk niet in zijn bestaande bedrijfsvoering beperkt. Bij een eventueel handhavingsverzoek van bijvoorbeeld een nieuwe bewoner, dat de bedrijfsvoering van Stolk in strijd met de geluidsnormen van het activiteitenbesluit is, zal wel onderscheid gemaakt moeten worden van vliegtuigen en verkeer op de Hoeksekade. Dus ook wat niet afkomstig is van Stolk moet dan binnen de normen van het activiteitenbesluit zijn. Met andere woorden: de bewoner kan geluid ervaren, dan moet natuurlijk alleen het geluid van het betreffende bedrijf gelden.
Omdat er dus een dubbele worst case scenario is gehanteerd, zal naar de stellige verwachting van de geluidsdeskundige geen overtreding betekenen. Het geluidsonderzoek is door een zeer gerenommeerd bedrijf gedaan (…) door het onderzoeksbureau SVH gedaan. Ondanks dus dat de heer van de onderneming niet heeft meegewerkt, zijn we wel van een worst case scenario uitgegaan. De uitkomst van het onderzoek is voorgelegd aan de onderneming en dat is ook meegenomen in de eindrapportage. Dan kijk ik nog even naar de vragen, die afzonderlijk zijn gesteld. Dus eigenlijk nog het antwoord op de vraag van de heer Markus: wordt de bedrijfsvoering belemmerd? Zijn we daar verzekerd van? Jazeker. Bij het worst case onderzoek is een ruime marge genomen bij het bepalen van de geluidsbelasting van het bedrijf op de nieuwe woningen. Overtreding is dus echt niet aan de orde. Bij een maatwerkvoorschrift, met name in de nacht, wordt de huidige bedrijfsvoering ook toegestaan. De ondernemer kan gewoon doorgaan met zijn bedrijf. Het is belangrijk, dat dit nader is onderzocht. De vraag van de heer Van Harn is: waarom is er nou niet gewacht? Dat heeft 2 elementen. Wachten tot de zomer zou echt te lang duren en de woningvraag is gewoon heel groot. Mensen staan echt in de rij om daar toekomstig te gaan wonen.
Die afweging en omdat de methode prima is vanuit het geluidsonderzoek, vonden wij het goed om doorgang te geven voor deze ontwikkeling. En dus het onderzoek te doen, zodat we het weer u kunnen voorleggen voor besluitvorming. Of het gelijk aan onze kant is, ja, zoals ik het net geschetst heb, dat we
30/34
echt uitgegaan zijn van worst case, gaan we ervan uit, dat dat afdoende is voor de bescherming van de bedrijfsvoering. De heer Van Harn noemde ook nog even de situatie van deelgebied A. Dat betreft een andere ontwikkelaar. De contracten die gedaan zijn voor beide gebieden is wel rond dezelfde tijd gedaan. In het bestemmingsplan maakt u de ontwikkeling mogelijk en deelgebied B betreft 4 starterswoningen. De heer Duk van GL vroeg naar het geluid van het vliegveld. Dat was eigenlijk geen issue, dus het onderzoek is meer gericht op de bedrijfsvoering van Stolk. Mevrouw Zwinkels vindt het belangrijk, de woningen, dat dat snel gebeurt omdat de vraag groot is. Mevrouw Zwinkels vraagt ook of ik in gesprek wil met de heer Stolk. Ik heb eerder gesproken met de heer Stolk ook in zijn ambitie, wat hij graag zou willen met zijn bedrijf. Er staat een afspraak gepland in het kader hiervan, dat vindt nog plaats voor de raadsbehandeling. Die afspraak stond al gepland met de ondernemer. En de herontwikkeling van het gebied, de heer Markus noemde al dat hij daar graag een bespreekstuk over wil. Het is inderdaad een apart dossier, goed dat u daar als commissie mogelijk over in gesprek wil gaan. Daarin wel mee gevend, dat het belangrijk is, dat u beseft dat ook de provincie daar een belangrijke rol mogelijk in zou kunnen hebben. Volgens mij heb ik geprobeerd alles zo goed mogelijk te beantwoorden.
Dank u wel. Tweede termijn De heer Van Harn, CDA: Mevrouw de wethouder gaf antwoord, dat er voor deel A een andere ontwikkelaar is. Maar tevens lees ik ook, dat er aan het bestemmingsplan niets is gewijzigd. Dan denk ik dat ook de anterieure overeenkomst identiek is aan deel A. Het probleem zat juist in deel A, maar dat weet u beter dan ik, dus daar zou ik graag een reactie op willen horen van de wethouder. Hebben we hier met een andere anterieure overeenkomst te maken of niet? Dank u wel. De heer Alsemgeest, WIJ: Dank aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Toch nog even terug komend op wat de heer Van Harn zojuist zei, waar de heer Markus zijn eerste opmerking over maakte, dat we niet deel A moeten combineren met deel B. Dat kan natuurlijk ook niet, want het zijn 2 verschillende stukken. Maar het is natuurlijk wel zo, dat die bestemmingsplannen identiek zijn. Ook al is het dan niet met dezelfde ontwikkelaar, denk ik wel dat het goed is om er nu een clausule in te zetten, dat de huizen die in dit deelplan zitten op een andere manier verkocht gaan worden dan in het A-plan. Dat is wel belangrijk. Dat we er een clausule in maken, dat dat nu niet weer tegen dezelfde fout aanloopt. Mevrouw Zwinkels had nog een vraag.