CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimte 14 september 2021, gemeente Lansingerland48.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De heer Stolk zou eigenlijk ook wel willen, dat zijn stuk ook omgezet werd naar een woningbouwplan, als ik het goed begreep, maar dan verplaatsen we natuurlijk het probleem, want naast Flora Stolk ligt het volgende bedrijf van Stolk en daarnaast ligt het bedrijf van Moerman en daarnaast ligt het bedrijf van Koolhaas. Voordat we het weten hebben we lintbebouwing langs de Hoeksekade en ik denk niet dat dat helemaal de bedoeling was. Ik weet niet wat de wethouder voor gesprek gaat houden met de heer Stolk, maar dat zou ik toch graag even willen weten. Dank u wel. De voorzitter: Meneer Markus, ik heb begrepen dat u een bespreekstuk wil ergens in september of wanneer dan ook. De heer Markus, CU: Het gaat nu even om het bestemmingsplan dat hier voor ligt. Ik snapte in de eerste termijn niet helemaal wat de heren Van Harn en Alsemgeest bedoelde met de vergelijking, maar nu geloof ik wel. We moeten inderdaad voorkomen dat de weeffout, die hier zit, rond die sociale woningbouw in A inderdaad niet in dit plan zit, want als we dat kunnen herstellen is dit de laatste kans. Mocht er een weeffout zitten, ik heb het overigens zelf niet kunnen controleren, maar dan is dit de kans. Het is natuurlijk gevaarlijk om in een welles/nietes spel over onderzoeksrapporten te komen, het ene bureau zegt tegen het andere bureau enzovoorts.

De wethouder geeft duidelijk aan, dat de bedrijfsvoering absoluut niet wordt belemmerd. Als ik de wethouder goed beluister, de heer Duk geeft aan, dat dit plan echt geen stand houdt bij de Raad van State, dat vind ik nogal een boute uitspraak overigens, dus ik hoop dat de heer Duk dat in zijn bijdrage nog wil toelichten, want die heeft daar schijnbaar heel veel verstand van, maar ik zou wel even willen weten of mevrouw Arends dat kan bevestigen. We slaan natuurlijk een ontzettende flater als gemeente als we weer naar de Raad van State gaan en vervolgens zeggen ze: u had toch moeten meten in de zomer. Dat zou ik echt een aanfluiting vinden. Niet alleen voor ons, maar ook richting de ondernemer. Dus dat zou ik nog even van de wethouder in de tweede termijn willen horen. Dank u wel. De heer Van der Stad, D66: Wij hebben een helder antwoord van de wethouder ontvangen en we hebben geen aanvullingen. De heer Duk, GL: Als we hier willen bouwen, dan zal eerst het vliegveld moeten sluiten, maar dat standpunt kent u al van GL. Uiteraard was bij het onderzoek de overlast van vliegtuigen laag, zoals de wethouder zei, want zoals ik al zei: rond die periode werd nauwelijks gevlogen. Dat gezegd hebbende.

31/34

Was er nou echt niet meer mogelijk dan enkel dit onderzoek om onze verdediging, die waarschijnlijk zal moeten gaan komen bij de Raad van State te versterken? Ik neem aan, dat we alle zeilen bij hebben gezet. De wethouder gaf aan, dat het onderzoek in de zomer niet mogelijk was vanwege de tijdsdruk. Een aanvechting bij de Raad van State kost nog veel meer tijd. Ter afsluiting. De heer Markus vroeg waar ik op baseerde, dat de Raad van State hier niet in mee gaat. Uiteraard is dit alleen maar natte vinger werk. Inderdaad, ik ben nogal bang, dat wij weer een flater gaan slaan. Lansingerland staat er gewoon bijna om bekend om hoe vaak wij bij de Raad van State bakzeil halen en dat wil ik dit keer niet weer hebben. Dus ik wil gewoon een goede onderbouwing hebben voordat we een besluit nemen. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik kan me daarbij aansluiten. De wethouder was heel overtuigd. De bedrijfsvoering komt niet in gevaar, het woongenot komt niet in gevaar, er ligt eigenlijk geen grasspriet in de weg. Ik wil dat wel heel zeker weten voordat we hier een besluit over nemen, anders wordt het weer een langslepend heel vervelend dossier en daar heeft ook mijn fractie geen zin in. Dus ik kan nu nog niet zeggen of het een hamerstuk is. Ik voel me nog niet helemaal tevreden gesteld. Dank u. Mevrouw Zwinkels, L3B: We zitten nu in een welles/nietes verhaal.

De bedrijfsvoering zal doorgezet kunnen worden, maar hoe is het dan als bewoners claims gaan indienen? Ik kan me voorstellen, dat dat gaat gebeuren. Ik heb aan de wethouder gevraagd of zij genegen is om een tweede onderzoek te laten uitvoeren in de zomermaanden, dus nu. Dat kan op korte termijn. Ik zou graag ook over het gesprek, dat zij met de firma Stolk heeft, een terugkoppeling willen zien van haar. Dan kom ik even terug op wat de heer Alsemgeest zei. Als die locatie van Stolk bebouwd zou gaan worden, dan zit je weer tegen een ander bedrijf aan. Dat klopt. Maar de bouw, die nu tegen Stolk aangebouwd wordt, daar zit heel weinig ruimte in. De huizen staan echt op heel korte afstand van het bedrijf. Als er op die locatie van Stolk met dit stuk gebouwd gaat worden, dan kan er veel meer afstand gehouden worden van de naastliggende bedrijven en zal de geluidsoverlast ook minder zijn. Dat is één ding. Voor ons is het sowieso geen hamerstuk. Wij overwegen een motie of amendement over een tweede onderzoek in te dienen. Dank u. De heer Van Santen, VVD: Ik hoorde de wethouder zeggen: worst case scenario. Vrij vertaald is dat het ergst mogelijke scenario, dat er is en kennelijk wordt er toch aan getwijfeld door veel partijen. Ik zou dan toch van de wethouder willen horen: is er nog een worst worst case scenario? Dank u wel.

Wethouder Arends: Worst worst, laat ik daar eerst mee beginnen. Het bestemmingsplan is Raad van State proof. Het onderzoek, dat is verricht, is door een zeer gerenommeerd geluidsbedrijf gedaan, alles is onderzocht naar een worst case scenario. Dat betekent met alle geluiden in de ergste situatie. Het bedrijf had in die zin mee kunnen werken en het geluid dat het in de zomer produceert aan kunnen zetten om het geluid te laten horen. Maar ook dat is niet nodig. Het is echt aan alle kanten onderzocht, wat er mogelijk is. Het enige is op 1 punt en daarvoor is een maatwerkvoorschrift nodig en die wordt geboden. De ondernemer wordt niet beperkt in zijn bedrijfsvoering. Nog de vraag: is het nodig om een clausule op te nemen in het bestemmingsplan t.a.v. die starterswoningen? Er zijn 2 verschillende ontwikkelaars. Wij hebben veel vertrouwen in deze ontwikkelaar. De anterieure overeenkomsten zijn wel in dezelfde periode opgemaakt, dus mogelijk zou daar nog een slag in gemaakt kunnen worden. Dat is in die zin niet nodig voor het bestemmingsplan, want dat maakt het ruimtelijk mogelijk. Het gaat vanavond niet hier over, over deelgebied A, maar er komt (…) een brief naar u toe over de juridische stappen, die wij gaan zetten naar de ontwikkelaar als het gaat over deelgebied A.

Van wat wij in een anterieure overeenkomst afspreken verwachten wij dat een ontwikkelaar dat realiseert zoals we met de partij overeengekomen zijn. Dus voor het bestemmingsplan is de clausule dan ook niet nodig. Ik snap dat u zegt: we moeten het zeker weten. Ik kan niet meer zeggen dan wat ik nu mee geef. Dat wij vinden dat het bestemmingsplan nu Raad van State-proof is en dat het onderzoek zeer zorgvuldig is uitgevoerd met de worst case scenario. (….) en die wordt toegepast, zodat ook daar geen risico op zit. Eigenlijk had ik mijn vraagteken gezet toen mevrouw Zwinkels haar betoog hield, alleen, op de één of andere manier komt die nu pas binnen. Het was een procedurele vraag, die ik wilde gaan stellen, namelijk: als de fractie van L3B een motie of amendement wil indienen, waarin een extra onderzoek wordt gevraagd, vindt zij dan dat er dan wel besluitvorming kan zijn op dit bestemmingsplan? Of moet dan eerst de uitkomst van dat onderzoek bekend zijn? Mevrouw Zwinkels: Dan moet eerst de uitslag van dat rapport binnen zijn, van dat onderzoek. De heer Van Harn: Mevrouw Arends geeft aan, dat er 2 ontwikkelaars zijn, deel A en deel B, en dat ze een heilig vertrouwen heeft in de tweede ontwikkelaar en dat er daarom niets aangepast hoeft te worden. Misschien had mevrouw Arends ook wel evenveel vertrouwen in de eerste ontwikkelaar en dat is ook fout gegaan.

Waar baseert u uw vertrouwen op? Wethouder Arends: laat ik het zo zeggen. Wat er is fout gegaan? Er is eigenlijk helemaal niets fout gegaan. Wij maken een afspraak met een ontwikkelaar in een gebied, dat u ruimtelijk mogelijk maakt en daar ligt een anterieure overeenkomst onder. Dat zijn afspraken tussen een overheid en een ontwikkelaar en dat onderteken je gezamenlijk en daarmee heb je vertrouwen dat je dat doet. Als een ontwikkelaar zich daar niet aan houdt, dan zetten wij vervolgstappen. Als het over de ene ontwikkeling gaat, dat hebben wij laten

32/34

weten, dan onderzoeken we die juridische stappen en dat moet dan naar het college, maar daarna komt het naar u toe, welke juridische stappen wij zetten. Wij hebben geenszins ervaringen met deze ontwikkelaar om hem te wantrouwen, dus onze basishouding naar elke ontwikkelaar is dat we vertrouwen hebben in de afspraken, die we met de ontwikkelaar maken. Eigenlijk zien we dat ook altijd prima verlopen. Daar waar het niet loopt, dat heeft u gesignaleerd, dat hebben wij gesignaleerd, dat hebben we al langer met elkaar gesignaleerd en daar is ruimschoots onderzoek naar gedaan, welke stappen wij daar kunnen zetten en die gaan we dan ook zetten. Maar dat is echt deelgebied A. Ik wil dat echt wel scheiden. Wat nu voor ligt is het bestemmingsplan van deelgebied B, dat alleen op basis van geluid is aangepast, want op basis daarvan heeft de onderneming bezwaar gemaakt. Dat is uitgevoerd, dat ligt nu aan u voor. Dus het gaat nu niet over deelgebied A. Ik zou u willen vragen om dat wel te scheiden en om ook niet ontwikkelaars daarmee te vergelijken, want dat zou mogelijk recht doen aan deze ontwikkelaar van deelgebied B. De heer Van Harn: Ik wil alleen maar de wethouder vragen om toch niet in dezelfde valkuil terecht te komen als bij deel A. Dat is de enige zorg, die ik heb en daar wil ik haar voor behoeden. De heer Alsemgeest: De heer Van Harn heeft natuurlijk helemaal gelijk.

We (….) niet door elkaar. Maar het moet natuurlijk wel zo zijn, want de wethouder zegt: we hebben juridische stappen gezet. Maar het is eigenlijk pas gezet, nadat het CDA na een half jaar dat er niets gebeurde aan de bel getrokken heeft. Het is nog een keer in een versnelling gekomen, nadat de heer Van Harn en ik nog een keer aan de bel getrokken hebben. Dat is een beetje jammer. De voorzitter: Ik denk dat er genoeg gezegd is over deel A en we zijn nu bezig met deel B. Ik zit naar de klok te kijken. De heer Van Santen: Een vraag aan de wethouder. Wat ik hoor, is dat er afspraken liggen. Als iemand zich er niet aan houdt, dan heb je een probleem. Dat kan bij elke ontwikkeling gebeuren, dus ik ben ook heel benieuwd, daar kun je helemaal niets aan doen. Je hoopt, dat het vertrouwen er is, dat mensen een overeenkomst na komen, dus ik zou wel willen weten: wat moet de wethouder dan doen? Wethouder Arends: De vraag van de heer Van Santen was volgens mij aan iemand anders. Wat vindt meneer Van Harn wat de wethouder zou moeten doen? De heer Van Santen: Mijn vraag is: wat kunt u dan doen? Wethouder Arends: Wat wij doen is heldere afspraken in de anterieure overeenkomst maken en u maakt planologisch iets mogelijk. Op basis daarvan maken wij afspraken en die maken wij heel helder. Je ziet wel, dat er een hele overspannen woningmarkt is.

Je ziet ontwikkelaars die kansen zien met een woning in het startersegment, waarin je een tijd geleden die afspraak hebt gemaakt, die nu veel meer waard zijn. Dus zo’n ontwikkelaar probeert grenzen op te zoeken en mogelijk het voor elkaar te krijgen om andere afspraken met ons te maken. Daarover zijn we al langdurig met deze ontwikkelaar in gesprek, al meerdere gesprekken. En dat heeft er zeker toe bijgedragen, dat de politiek dat ook signaleert, maar wij waren al bezig met deze ontwikkelaar en dat zat scherp op ons netvlies. Maar alvorens je een vervolgstap zet, dan moet je je juridisch goed laten informeren. Dat is nu gedaan en we gaan de volgende stap zetten. Maar het heeft echt met plangebied A te maken. Wij gaan niet bij elk incident ervan uit, dat alle ontwikkelaars zich niet houden aan afspraken die wij maken, daar waar we heel goede ervaringen hebben met ontwikkelaars, zoals we afspraken met hen maken. Ik snap de zorg van de heer Van Harn, want wij willen allemaal met elkaar, daar waar we in woningbouwontwikkelingen afspraken maken over het segment, dat iedereen zich daaraan houdt, want we zeggen niet voor niets dat we starterswoningen willen toevoegen of betaalbare woningen toevoegen. Dan willen we ook met elkaar, dat iedereen zich daaraan houdt.

Daarom ga ik ook niet buigen naar deze ontwikkelaar, de ontwikkelaar van deelgebied A, om tegemoet te komen aan zijn wens om iets anders te doen qua prijsstelling. Daarom zitten we er zo stevig in, omdat we dat willen doen wat nodig is voor de behoefte van de inwoners van Lansingerland. De voorzitter: We gaan even kijken of alle vragen in de tweede termijn beantwoord zijn. Wethouder Arends: Volgens mij heb ik alles beantwoord. Ik heb het idee, dat ik alles heb kunnen beantwoorden. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik toch nog even terug naar mevrouw Zwinkels, want ik hoorde een amendement of een motie. Blijft u daarbij? Mevrouw Zwinkels: Ja, want ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of de wethouder van plan is om een zomeronderzoek te doen. En ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of de wethouder een terugkoppeling geeft over de gesprekken, die zij met de firma Stolk Flora gaat hebben over verdere ontwikkeling van dat gebied. Wethouder Arends: Een tweede onderzoek, een extra onderzoek in de zomer, is niet nodig. U mag ervan uit gaan, dat dit gerenommeerde bedrijf het juiste onderzoek heeft gedaan met de worst case. Het is Raad van State proof. Dat als eerste. Ten tweede vraagt u: wilt u een terugkoppeling geven van de bespreking met de heer Stolk. Natuurlijk wil ik dat doen.

Ik kan me dat voorstellen in een commissie ruimte, bij informatie uit het college, dat ik daar u over mee neem, een terugkoppeling over hoe dat gesprek is verlopen . Dus dat kan ik zeker doen bij een terugkoppeling vanuit het college in de volgende commissie ruimte. De voorzitter: Dat is een toezegging, heb ik gehoord. Komt er nog een amendement of een motie? Mevrouw Zwinkels: Ik denk het. Het is voor ons geen hamerstuk. De voorzitter: Helder. Dan is dat duidelijk. Dan kunnen we het agendapunt afsluiten. Geen hamerstuk. Uw fractie komt daar op terug.

33/34

7a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: We hebben een overzicht gehad over A13/A16. Geeft dat nog aanleiding tot? Daar zie ik niets over binnen komen. De wethouders, die misschien te elfder ure, en het is nu al twaalf uur geweest, toch nog iets willen melden. Daar zie ik ook niets voor binnen komen. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Ook daar niemand. 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Ook niet. Nee. 8. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 00.05 uur (30 juni 2021): Dan ben ik bij het laatste agendapunt gekomen, de rondvraag. Aan het begin had ik al gemeld: er zijn geen rondvragen binnen gekomen. Dan ga ik over tot de sluiting. Het was een zeer enerverende avond. Een avondvullend programma met forse onderwerpen. Ik dank u allen voor uw inzet, de beantwoording van het e.e.a. ook richting de wethouders. Ik zou zeggen: even weer bijkomen en voor straks welterusten. Het was de laatste vergadering voor het zomerreces, even weer bijkomen en in september gaan we weer vrolijk verder met de commissie ruimte. Ik dank u en welterusten voor straks.

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

34/34

5.a Bespreekpunt L3B Huisvesting Arbeidsmigranten 1 U21.04165 Huisvesting van arbeidsmigranten

De gemeenteraad van Lansingerland Postbus 1 2650 AA Berkel en Rodenrijs

Van

College van B&W

Onderwerp

Huisvesting van arbeidsmigranten

Datum

29 juni 2021

Ons kenmerk

U21.04165

Geachte leden van de gemeenteraad, Inleiding Op 22 juni j.l. informeerden wij u over de stand van zaken met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten (U21.03956). Ongeveer gelijktijdig heeft KaFra Housing zich met een brief rechtstreeks tot de voorzitters van de gemeenteraadsfracties gericht. Zij geeft daarin aan het niet eens te zijn met het besluit van ons college om geen medewerking te verlenen aan een huisvestingsinitiatief voor een locatie nabij de Laan van Mathenesse-Violierenweg. Met deze brief geven wij u duiding aan ons standpunt. Standpunt KaFra KaFra Housing geeft het belang aan van goede en voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten. Zij blijft van mening dat de locatie Laan van Mathenesse-Violierenweg voor haar de beste plek is. De doelstelling van KaFra Housing onderschrijven wij van harte. We zijn er trots op dat Lansingerland, als één van de eerste gemeenten in de regio, in een goed samenspel tussen uw raad en ons college, beleid en een toetsingskader heeft opgesteld. Inmiddels heeft dit geleid tot een aantal concrete initiatieven. Toetsingskader Het toetsingskader geeft richting aan de planologische haalbaarheid van een initiatief. Onder andere zijn bepalingen opgenomen over ligging en zichtbaarheid vanaf de openbare weg.

Uit een reactie in het kader van de participatie is ons duidelijk geworden dat een aangrenzende grondeigenaar voornemens is een bouwmogelijkheid te benutten. Daardoor wordt de door KaFra beoogde locatie aan het zicht onttrokken en is het initiatief in strijd met het toetsingskader. Een van de uitgangspunten van het toetsingskader is dat nieuwe locaties buiten de kernen, maar bij voorkeur in de nabijheid van de bebouwde kom van de kernen moeten liggen. De verbijzondering “bij voorkeur in de nabijheid van de bebouwde kom”, is mede bedoeld om een brug te slaan tussen gemeentelijk beleid en provinciaal beleid. Immers, het provinciaal beleid richt zich op huisvesting binnen de kernen. 1/2

Het toetsingskader biedt de mogelijkheid om af te wijken. Vanwege de plannen voor de doorontwikkeling van het Horti Science Park is het niet verstandig om van deze mogelijkheid gebruik te maken. Dit nog afgezien van de vraag hoe de provincie vanuit haar beleidsstandpunt daartegenover zou staan. Horti Science Visie Het opstellen van een Horti Science Visie is een van de tien samenhangende opgaven van het Toekomstperspectief. Dat doen wij met betrokkenheid van diverse instellingen, bedrijven, ondernemers, onderwijsen kennisinstellingen. In de visie zal doorontwikkeling van het Horti Science Park centraal staan. Samen met MRDH, Innovation Quarter en Wageningen University&Research Center onderzoeken wij de ontwikkelpotentie (U21.03896). De onderzoeksresultaten gebruiken we om vanuit ruimtelijk perspectief de juiste condities voor de verdere ontwikkeling te kunnen stellen. Resumé De door KaFra Housing beoogde locatie is op een aantal punten in strijd met het toetsingskader. De plannen voor de doorontwikkeling van het Horti Science Park geven ons, mede in relatie tot het provinciale beleid, niet de ruimte om van het toetsingskader af te wijken. Overleg met KaFra. Overigens zijn wij met KaFra Housing in goed overleg over mogelijke andere locaties voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

Wij kunnen ons voorstellen dat u behoefte hebt aan een nadere toelichting op ons standpunt en de lopende initiatieven. In dat geval adviseren wij u het onderwerp “huisvesting arbeidsmigranten” te agenderen voor een vergadering van de commissie Ruimte.

Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland

Lucas Vokurka Secretaris

drs. Pieter van de Stadt Burgemeester

2/2

1 T21.07188 Bespreekpunt huisvesting arbeidsmigranten cie ruimte d.d. 14-9-2021

AGENDEREN BESPREEKPUNT COMMISSIE Registratienummer

:

T21.07188

De commissie ruimte in vergadering bijeen d.d. 14 september 2021 Onderwerp: Huisvesting Arbeidsmigranten Reden om onderwerp op agenda te plaatsen: Graag wil de fractie van Leefbaar 3B met alle fracties en het college in de commissie Ruimte de problematiek van de huisvesting van arbeidsmigranten bespreken. Het is van groot belang dat in Lansingerland de problematiek van de huisvesting van arbeidsmigranten goed wordt opgepakt. Lansingerland is door het ministerie van BZK aangeduid als één van de vijf koplopergemeenten. Er werken heel veel arbeidsmigranten in Lansingerland. Niet alleen in de glastuinbouw, maar ook bij grote distributiebedrijven van nagenoeg alle landelijke supermarktketens, grote webwinkels en de forse hoeveelheid logistieke bedrijven. Menswaardige huisvesting van arbeidsmigranten moet goed geregeld zijn. Ook voor arbeidsmigranten die in Lansingerland werken. Daarnaast wordt door voldoende woonruimte voor arbeidsmigranten de druk op de reguliere woningmarkt voor huidige en toekomstige inwoners verminderd. Op 23 juni 2020 heeft het college van B&W het Toetsingskader initiatieven huisvesting flexwerkers Lansingerland versie 1.0 vastgesteld. Het Toetsingskader is als bijlage toegevoegd. Het Toetsingskader bestaat uit twee onderdelen. 1. Bedrijfs- en plattelandswoningen. Hier kunnen flexwerkers, waar arbeidsmigranten ook toe behoren, wonen.

Dit is staand beleid en wordt in de dagelijkse praktijk uitgevoerd. Anders ligt het met het tweede onderdeel. 2. Nieuw te bouwen woonaccommodaties in het buitengebied. Die kunnen gebouwd worden op percelen van glastuinders, logistieke bedrijven, gemeentegrond of grond van een ontwikkelaar, mits wordt voldaan aan het toetsingskader. Het toetsingskader bestaat uit 15 op zich zelf reële onderdelen. Nieuw te bouwen huisvesting voor arbeidsmigranten is nog niet van de grond gekomen. Afwijzing nieuwbouw huisvesting arbeidsmigranten KaFra-Housing Het college geeft in de brief van 29 juni 2021 aan de raad aan dat de door Kafra beoogde locatie op een aantal punten in strijd is met het toetsingskader. De nieuwbouw van KaFra aan de Violierenweg zal (in tegenstelling tot wat het college aangeeft) altijd zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Dit kan geen afwijzingsgrond zijn op basis van het toetsingskader. In het toetsingskader staat dat de huisvesting van arbeidsmigranten buiten de kernen moet liggen, maar bij voorkeur nabij de bebouwde kom. De afstand van de beoogde locatie tot de dichtstbijzijnde supermarkt in Bleiswijk is 2,6 km. Tien minuten rustig fietsen.

Is dit een reële grond om het verzoek af te wijzen? Aanknopingspunten in het toetsingskader betreffende de afwijzingsgronden zijn in relatie met de WUR en het Horti Science Park niet helder en de afwijzingsgronden zijn daarom onduidelijk. Graag nodigen we het college uit om aan de hand van het Toetsingskader nader in te gaan op de afwijzing van de aanvraag van KaFra Housing aan de Violierenweg in Bleiswijk. Zijn met KaFra nog andere locaties in Lansingerland besproken? Huisvesting arbeidsmigranten, gericht op de logistieke sector In de brief van 22 juni 2021 van het college aan de raad wordt aangegeven dat er een initiatief is vanuit de logistieke sector betreffende de realisering van huisvesting voor arbeidsmigranten en dit ter beoordeling bij het college ligt. Kan het college een update geven van de stand van zaken. Zeker in de vergelijking met KaFra Housing aan de Violierenweg is het voor de raad van belang hier uiterlijk

10 september 2021 helderheid over te krijgen, zodat de commissieleden dit in de vergadering van 14 september 2021 kunnen meenemen in de beeldvorming. Bijlagen: Toetsingskader initiatieven huisvesting flexwerkers Lansingerland, vastgesteld door college B&W op 23 juni 2020, versie 1.0 Brief college aan de raad Huisvesting arbeidsmigranten van 22 juni 2021 Brief college aan de raad Huisvesting van arbeidsmigranten van 29 juni 2021 Te bespreken in commissie: De afwijzing (zie brief van het college aan de raad van 29 juni 2021) op het verzoek van KaFra om aan de Violierenweg in Bleiswijk een nieuwbouwproject huisvesting arbeidsmigranten te realiseren en het initiatief voor de bouw van huisvesting voor arbeidsmigranten, gericht op de logistieke sector (zie brief van het college aan de raad van 22 juni 2021), willen we met de fracties en het college bespreken in de commissie Ruimte. Voor een goede bespreking van dit agendapunt stellen wij voor dat het college -voor de eerste termijn van de commissie- eerst een toelichting geeft. Ondertekening en naam, Jan Pieter Blonk Namens de fractie van Leefbaar 3B 23 augustus 2021

1 T20.06488 Toetsingskader huisvesting flexwerkers(arbeidsmigranten)

Toetsingskader initiatieven huisvesting flexwerkers Lansingerland. vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 27 juli 2020, versie 1.0 Inleiding De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2019 beleid vastgesteld voor de huisvesting van arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de glastuinbouw, verder te noemen Flexwerkers. Dit beleid is gericht op het faciliteren van initiatieven uit de markt. Naast de glastuinbouwsector kunnen dit ook initiatieven uit andere economische sectoren zijn, zoals de logistiek. Op basis en ter uitvoering van het door de gemeenteraad vastgestelde beleid toetsen we initiatieven aan de volgende regels om te bepalen of we in principe mee willen werken aan het initiatief. Dit toetsingskader hanteren we in de vooroverlegprocedure. De vooroverlegprocedure zorgt ervoor dat de aanvrager aan de hand van het toetsingskader een principe uitspraak krijgt over de planologische haalbaarheid van het initiatief. Zo zorgen we ervoor dat een aanvrager een complete en vergunbare formele aanvraag om omgevingsvergunning kan indienen en voorkomen we dat een aanvrager kosten en tijd investeert in een onhaalbare aanvraag. Algemeen We werken in principe mee aan initiatieven die uitgaan van huisvesting in de onderstaande gevallen. 1.

Bedrijfs- en plattelandswoningen Onder de in dit toetsingskader vermelde voorwaarden en als het plan voldoet aan vigerend beleid, visies, wet- en regelgeving en met de benodigde vergunningen is kamergewijze bewoning door flexwerkers toegestaan. Het aantal personen dat van een woning gebruik mag maken is gerelateerd aan het gebruiksoppervlak van de woning (een woonfunctie wordt niet bewoond door meer dan één persoon per 12 m² gebruiksoppervlakte conform artikel 7.18 Bouwbesluit) en de parkeerfaciliteiten. 2. Nieuw te bouwen woonaccommodaties in het buitengebied (op percelen van glastuinders, gemeentegrond of grond ontwikkelaar) zijn tijdelijk toegestaan, mits wordt voldaan aan onderstaand toetsingskader. In alle andere gevallen verlenen we geen medewerking. Toetsingskader Ter invulling van bovenstaande algemene randvoorwaarden geldt het volgende toetsingskader: Begrippenkader - flexwerker (arbeidsmigrant): een (EU) burger die zich op basis van economische motieven tijdelijk in Lansingerland vestigt om werk te verrichten - logies: het gedurende een relatief kort tijdsbestek verstrekken van verblijf aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben - logiesgebouw: een gebouw of gedeelte van een gebouw waarbij het bieden van tijdelijk onderdak aan mensen centraal staat, niet zijnde een maatschappelijke voorziening. Eén en ander zoals bedoeld in het Bouwbesluit 2012.

De specifieke uitgangspunten van Lansingerland voor in gebruik te nemen nieuwe locaties: 1. Nieuwe locaties liggen buiten de kernen, maar bij voorkeur in de nabijheid van de bebouwde kom van de kernen en niet in de recreatiegebieden van de gemeente.

2. Tijdelijke vormen van huisvesting kunnen als volgt worden vergund 1: Nieuwbouw tijdelijk, max 10 jaar. In deze gevallen kan via de reguliere procedure door het college op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2, Wabo jo artikel 4, elfde lid, Bijlage II Bor, een omgevingsvergunning worden verleend voor een termijn van ten hoogste 10 jaar. Het moet wel aannemelijk zijn dat de activiteit zonder onomkeerbare gevolgen kan worden beëindigd. Nieuwbouw tijdelijk, 15 jaar (uitgebreid) Omgevingsvergunning voor het bouwen (en, in het geval van strijdigheid met het bestemmingsplan: voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve) van een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in het Bouwbesluit 2012 met daarin bepaald dat de omgevingsvergunning geldt voor een daarbij aangegeven termijn. Die termijn kan ogv artikel 2.23 en 2.23 Wabo jo artikel 5.16 Bor ten hoogste 15 jaar bedragen. Indien de in de vergunning bepaalde termijn korter is dan 15 jaar, kan die termijn worden verlengd tot 15 jaar. Na afloop van de termijn moet de vergunninghouder de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld hebben. De uitgebreide procedure is van toepassing als dit mogelijk wordt gemaakt met een project afwijkingsbesluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, Wabo. In dit geval vraagt het college een verklaring van geen bedenkingen aan de raad.

Voor de nieuwbouw kan ook worden gekozen voor het maken van een nieuw (postzegel)bestemmingsplan. In dat geval is de raad bevoegd. 3. Naast het vereiste onder punt 2 is ook een exploitatievergunning op grond van artikel 2:35 APV vereist. 4. Om versnippering te voorkomen en te kunnen voorzien in een professionele vorm van beheer en toezicht moeten nieuw te bouwen woonaccommodaties een zekere omvang hebben. Een aantal van minimaal 30 huisvestingsplaatsen (bedden) geldt als richtlijn voor particuliere locaties (veelal op het grondgebied van een tuinder). Voor grotere, veelal zelfstandige huisvestingslocaties, geldt maatwerk. Afhankelijk van de draagkracht van een locatie (stedenbouwkundig en sociaal) wordt voor één huisvestingslocatie als richtlijn een maximum van 300 huisvestingsplaatsen gehanteerd. NB: als blijkt dat verschillende grotere initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten zich in de nabijheid van elkaar bevinden (aangrenzende percelen of percelen gelegen op een afstand van minder dan 150 meter van elkaar) dan worden die tezamen gezien als één huisvestingslocatie. 5. Het betrokken uitzendbureau of het bedrijf dat de exploitatie voor haar rekening neemt, dient aangesloten te zijn bij de ABU, NBBU, SNA 2 of gelijkwaardige organisatie.

Aansluiting bij een dergelijke organisatie staat borg voor kwaliteitseisen op het gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies, veiligheid op de werkvloer en gedragsregels. 6. De exploitant van de huisvestingslocatie beschikt binnen 6 maanden na startdatum exploitatie over het SNF3 keurmerk. 7. Professioneel beheer en toezicht moeten gegarandeerd zijn in de vorm van een getekende schriftelijke verklaring/beheerplan. In deze verklaring/beheerplan garandeert de huisvestende partij onder andere: - 24 uur per dag/7 dagen in de week bereikbaarheid voor klachten en een registratie van klachten en meldingen 1

Naast de opsomming van het te volgen vergunningenproces kan afhankelijk van de aanvraag ook het verkrijgen van andere

vergunningen verplicht gesteld zijn dan wel het doen van meldingen, zoals beschreven in de Wabo, APV, het Bouwbesluit 2012 en een Bibob toets 2

ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen; NBBU: Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen: SNA: Stichting

Normering Arbeid 3

SNF: Stichting Normering Flexwonen

-

fysieke aanwezigheid binnen 1 uur bij calamiteiten dagelijks toezicht camera toezicht een huisreglement waaruit blijkt hoe wordt omgegaan met overlast en verstoring van de openbare ordeveiligheid(maatregelen, aanpak, sancties). Ook de onderwerpen drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voertuigen, geluidsoverlast en zwerfafval dienen minimaal in het reglement te worden opgenomen. - toe te zien op inschrijving van de flexwerker in de BRP4 indien deze 4 maanden of langer in de gemeente verblijft/ verblijven zal. Toe te zien op uitschrijven van de flexwerker na vertrek uit de gemeente. 8. Zorgvuldige stedenbouwkundige, landschappelijke en verkeerskundige inpassing is een vereiste. Voor ruimtelijke inpassing gelden de volgende richtlijnen: - De woonaccommodaties houden de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur herkenbaar en verstoren deze niet. - Bij voorkeur langs de bestaande ontsluitingswegen. - Geïsoleerde op zichzelf staande enclaves die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg zijn niet toegestaan. - De grotere accommodaties hebben een groene campusachtige uitstraling (maximaal 35% van het perceel is bebouwd en minimaal 25% van het perceel heeft een groene inrichting met een duidelijke recreatieve gebruikswaarde). - Er dient te worden voldaan aan de voor deze woontypologie geldende parkeernormen.

Voor de verschijningsvorm gelden specifieke richtlijnen: - Bebouwing heeft een eenvoudige hoofdvorm passend bij en in maat en schaal afgestemd op de structuur waar de locatie een onderdeel van is. - De uiterlijke verschijningsvorm van de nieuwbouw heeft een zekere kwaliteit; bebouwing met een unitachtige of een woonwagenachtige uitstraling zijn niet toegestaan. - De entree naar een woongebouw heeft een representatieve vormgeving passend bij de woonomgeving. - Dichte gevels (bijvoorbeeld een blinde muur) grenzend aan de openbare ruimte zijn niet toegestaan. - Erfafscheidingen hebben een hoogte van maximaal 2,0 meter op het achtererf en maximaal 1 meter op het voorerf en een kwaliteit passend bij een woonomgeving - Kleuren zijn terughoudend en afgestemd op de omliggende bebouwing. Bijlage 1 geeft met referenties verduidelijking van de criteria. 9. De omvang van de locatie en het exact aantal huisvestingsplaatsen is maatwerk en wordt ook gerelateerd aan de draagkracht van het gebied in het kader van de sociale cohesie; in principe wordt geen medewerking verleend in de gevallen dat zich in de nabijheid van de locatie een concentratie van woonhuizen bevindt, waarvan de concentratiegraad vergelijkbaar is aan die in een straat van een woonwijk(zie voetnoot 1). 10. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. De Parkeernorm bedraagt 0,33 parkeerplaats per flexwerker. 11.

Inpandige en/of uitpandige recreatiemogelijkheden vormen onderdeel van de locatieontwikkeling; 12. Voor de flexwerkers van een locatie wordt door de huisvester een sociale kaart gemaakt van de voorzieningen in de nabijheid van de locatie (winkels, huisarts, apotheek, openbaar vervoer, sport, restaurants); Deze informatie wordt in de taal van de flexwerker beschikbaar gesteld en in ieder geval ook in het Nederlands en Engels. 4

Basis Registratie Personen

13. Locaties in de glastuinbouwgebieden vormen geen belemmering voor duurzame uitbreidings- of herstructureringsmogelijkheden van de glastuinbouw. 14. Alle geldende plaatselijke ruimtelijke procedures , beleidskaders en verordeningen ,met wettelijke bepalingen ten aanzien van woon- en leefklimaat, ontheffingsmogelijkheden, bezwaar- en beroepstermijnen blijven onverminderd van kracht. 15. Het college van burgemeester en wethouders kan gemotiveerd van dit toetsingskader afwijken voor initiatieven die niet volledig voldoen aan de toetsingscriteria of waarin de criteria niet voorzien indien de aard, omvang of kwaliteit van een initiatief daartoe aanleiding geven.

Bijlage 1 Referenties Toetsingskader Initiatieven tijdelijke huisvesting flexwerkers Lansingerland Referenties van tijdelijke huisvesting voor flexwerkers

Labour Hotel in Diemen

Irenehof in Peel en Maas

Bebouwing met een unitachtige uitstraling is ongewenst.

Kwalitatief hoofwaardig modulair wooncomplex dat geen unitachtige uitstraling heeft

Bosruiter in Zeewolde;

Logiesgebouw in Katwijkerbroek

Huisvesting voor flexwerkers in een groene

Buitenruimte heeft een duidelijke recreatieve

campusachtige omgeving

gebruikswaarde

Huisvesting Agrostar Nabij Oud Karspel Bebouwing heeft richting de openbare ruimte een transparante uitstraling

De Veste in Dedemsvaart;

Wooncomplex Jobcenter in Den Haag

De woonentree heeft een aantrekkelijke uitstraling

Voorbeeld van onaantrekkelijk vormgegeven woonentrees

Voorbeeld van een hekwerk dat slecht past bij een

Voorbeeld van een eenvoudig hekwerk dat goed past bij een

woonfunctie

woonfunctie

1 U21.03956 Huisvesting arbeidsmigranten

Aan de gemeenteraad van Lansingerland Postbus 1 2650 AA Berkel en Rodenrijs

Van

College van B&W

Onderwerp

Huisvesting arbeidsmigranten

Datum

22 juni 2021

Ons kenmerk

U21.03956

Geachte leden van de gemeenteraad,

De agendacommissie heeft gevraagd om informatie over de stand van zaken met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten. Met deze brief informeren wij u daarover. Grote(re) initiatieven Met drie initiatiefnemers zijn we in gesprek over initiatieven van enige omvang. Twee initiatieven zijn gericht op een permanente vorm van huisvesting, het andere is een tijdelijk huisvestingsinitiatief. Over het plan voor huisvesting aan de Violierenweg, een van de permanente initiatieven, bent u eerder geïnformeerd. Het bestemmingsplan biedt daarvoor mogelijkheden. Een vooroverlegplan (conceptaanvraag) is in behandeling. Voor het andere permanente huisvestingsinitiatief is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig. Omdat het provinciaal beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten is gericht op het bieden van mogelijkheden binnen BSD (binnen stads- en dorpsgebied) is over dit initiatief met de provincie overlegd. De provincie heeft ons onlangs laten weten dat zij in principe met de locatie instemt. Zodra met de initiatiefnemer afspraken zijn gemaakt over het vervolgproces (dmv een anterieure overeenkomst) informeren wij u nader. Het plan voor tijdelijke huisvesting is gericht op de logistieke sector en bevindt zich ook in de omgeving van de logistieke clusters. Zodra dit –recente- initiatief met de omgeving kan worden gedeeld informeren wij ook u.

Het met u gedeelde initiatief aan de Laan van Mathenesse is door ons afgewezen. Dit initiatief is niet verenigbaar met het gezamenlijke streven van bedrijfsleven en gemeente om de kenniscluster rondom de WUR te verstevigen. Door andere ontwikkelingen in de directe omgeving kan bovendien niet worden voldaan aan het toetsingskader.

1/2

Klein(ere) initiatieven Enkele principe aanvragen voor kleinere initiateven zijn afgewezen, omdat de locatie zich niet aan de openbare weg bevindt, te ver van een kern verwijderd of het initiatief te kleinschalig is. Analyse Rijksvastgoedbedrijf Lansingerland is een van de vier gemeenten in Nederland die door het Rijksvastgoedbedrijf zijn geselecteerd voor een pilot. Het Rijksvastgoedbedrijf, facilitator van de commissie Roemer die was belast met het in kaart brengen van alle facetten die samenhangen met de huisvesting van arbeidsmigranten, bood ons dat aan om een brug te slaan tussen ons beleid en dat van de provincie. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft ons beleid geanalyseerd en de analyseresultaten met ons en de provincie gedeeld. Een dezer weken denken wij de adviezen van het Rijksvastgoedbedrijf tegemoet te kunnen zien. Wij vertrouwen u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Zodra over initiatieven of de analyse van het Rijksvastgoedbedrijf meer bekend is, informeren wij u.

Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland

Lucas Vokurka Secretaris

drs. Pieter van de Stadt Burgemeester

Contactgegevens

Cees Verhoeff

Team

Ruimtelijke Economische Strategie

Domein

Ruimte & Economie

Email

info@lansingerland.nl

Telefoon

14 010

Postbus 1 2650 AA Lansingerland www.lansingerland.nl

2/2

6.a Vaststellen ontwerp-Omgevingsvisie 1.0 1 Voorstel Raad 17060

Onderwerp

Vaststellen ontwerp Omgevingsvisie 1.0

Portefeuillehouder

Ankie van Tatenhove

Registratienummer

BR2100074

Datum Raad

30 september 2021

Gevraagde beslissing: De ontwerp Omgevingsvisie 1.0 inclusief Leefmilieueffectrapportage vast te stellen en vrij te geven voor zienswijzen gedurende een periode van zes weken via onze communicatiekanalen.

0. Samenvatting De Omgevingswet is de grootste wetswijziging sinds de invoering van de Grondwet. Maar liefst 26 wetten (en meer dan honderd Algemene Maatregelen van Bestuur en ministeriële regelingen) op het gebied van ruimte, wonen, milieu, natuur, water en infrastructuur worden erin samengevoegd. Er komt daarmee één integrale wet op het gebied van de fysieke leefomgeving die alle bestaande wetten op dat gebied vervangt. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland op 1 juli 2022. Een Omgevingsvisie is een van de kerninstrumenten onder de Omgevingswet. De Omgevingsvisie is een integrale strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. Elke gemeente moet uiterlijk in 2024 haar Omgevingsvisie hebben vastgesteld. De gemeentelijke Omgevingsvisie leent zich echter goed om in aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet al mee te experimenteren. Daarbij is de Omgevingsvisie – in tegenstelling tot de vroegere structuurvisie - een dynamisch document en ‘groeit’ en ontwikkelt mee met maatschappelijke ontwikkelingen. Op het moment dat de Omgevingsvisie 1.0 definitief is vastgesteld wordt de huidige Structuurvisie Lansingerland (2010) ingetrokken. Vanaf 2018 zijn we als gemeente bezig met het stapsgewijs opstellen van een Omgevingsvisie. We zijn begonnen met een pilot voor Bleiswijk.

Op 16 juli 2020 heeft uw gemeenteraad de “Nota uitgangspunten en koers, Omgevingsvisie gemeente Lansingerland” met breed draagvlak vastgesteld. De afgelopen periode is de vastgestelde nota opgewerkt richting een ontwerp Omgevingsvisie. Dit met gebruikmaking van het traject Toekomstperspectief en de input van de dialoogavonden. Het Toekomstperspectief Lansingerland is een intern proces om het fysieke en sociale domein verder op elkaar af te stemmen. Vanuit dit traject zijn inhoudelijke bouwstenen aangeleverd voor deze Omgevingsvisie 1.0. Ook is een Leefmilieueffectrapportage (LER) op gesteld. Daarin staan op hoog abstractieniveau de potentiële milieueffecten, zowel positief als negatief, genoemd die voortkomen uit de inhoudelijke koers zoals opgenomen in de Omgevingsvisie.

1. Aanleiding Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet is de grootste wetswijziging sinds de invoering van de Grondwet. Maar liefst 26 wetten (en meer dan honderd Algemene Maatregelen van Bestuur en ministeriële regelingen) op het gebied van ruimte, wonen, milieu, natuur, water en

1

infrastructuur worden erin samengevoegd. Er komt daarmee één integrale wet op het gebied van de fysieke leefomgeving die alle bestaande wetten op dat gebied vervangt. Kortom, een gigantische omslag. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Om dit te bereiken krijgt de gemeente een aantal nieuwe instrumenten, die met elkaar in de zogenaamde beleidscyclus in verband staan. Deze bestaat kort gezegd uit: beleidsbepaling (Omgevingsvisie), doorwerking (Omgevingsplan), uitvoering (vergunning, toezicht en handhaving) en evaluatie. De wet biedt daarnaast meer ruimte voor lokaal maatwerk. Ook beoogt de wet een betere en snellere besluitvorming. Met de invoering van de Omgevingswet staan wij aan het begin van een ingrijpende stelselwijziging van in totaal maar liefst tien jaar. De gemeente en ook uw gemeenteraad hebben de afgelopen jaren op verschillende manieren gewerkt aan het voorwerk van de Omgevingswet. Dit jaar staat in het teken van de verdere voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet. Op basis van de 27 minimale acties van de VNG hebben wij vijf deelprojecten (ook wel sporen genoemd) gedefinieerd. Naast het overkoepelende spoor 0 (over ambities, strategie, aanpak, financiën en communicatie) gaat het om vijf sporen: 1. Omgevingsvisie, 2. Omgevingsplan, 3. Vergunningverlening, toezicht en handhaving, 4.

Digitaal Stelsel Omgevingswet en 5. Veranderopgave. De Omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten onder de Omgevingswet en tevens het eerste instrument dat door de gemeente Lansingerland wordt opgeleverd. De Omgevingsvisie vervangt de huidige Structuurvisie Lansingerland (2010). Deze Omgevingsvisie is tot stand gekomen met gebruikmaking van het traject Toekomstperspectief en de input van de dialoogavonden. Het Toekomstperspectief Lansingerland is een intern proces om het fysieke en sociale domein verder op elkaar af te stemmen. Vanuit dit traject zijn inhoudelijke bouwstenen aangeleverd voor deze Omgevingsvisie 1.0, onder andere op het terrein van Wonen, Mobiliteit, Horti Science, Duurzaamheid en de Kwaliteit van de Leefomgeving. Ook vanuit de sociale opgaven is een bijdrage geleverd, denk hierbij aan de opgaven Ouderen Langer Thuis, Jeugd of Volwassenen in de Knel. Naast de Omgevingsvisie is er ook gewerkt aan een Leefmilieueffectrapportage (hierna: LER). In de LER staan op hoog abstractieniveau de potentiële milieueffecten, zowel positief als negatief, genoemd die voortkomen uit de inhoudelijke koers. De LER is als bijlage bij de Omgevingsvisie opgenomen. De gemeenteraad is bevoegd om de Omgevingsvisie inclusief de LER vast te stellen.

2. Maatschappelijk effect De Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 is een langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving van Lansingerland. Daarmee geeft de Omgevingsvisie op een hoog abstractieniveau de inhoudelijke richting aan de gewenste duurzame ontwikkeling van de gemeente, met aandacht voor nieuwe ontwikkelingen en behoud en beheer van bestaande omgevingskwaliteiten. De Omgevingsvisie helpt ons bij het richtinggevend koers bepalen ten aanzien van maatschappelijke ontwikkelingen en daarbij het bewaken van de balans tussen een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Op het moment dat de Omgevingsvisie 1.0 definitief is vastgesteld wordt de huidige Structuurvisie Lansingerland (2010) ingetrokken.

2

3. Argumenten 1. De Omgevingsvisie heeft als doel om voor Lansingerland te sturen op een aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving. De huidige Structuurvisie dateert uit 2010 en is toe aan actualisatie. De komst van de Omgevingswet en daarmee de Omgevingsvisie als integraal kerninstrument geeft ons de mogelijkheid om onze visie voor de fysieke leefomgeving te actualiseren. In de Omgevingsvisie zijn ambities en doelen opgenomen die de richtinggevende koers voor de komende jaren inzet. Met deze richtinggevende koers houden we regie en spelen we in op maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, klimaat- en energieopgaven en andere vormen van werkgebieden en mobiliteitsvraagstukken. 2.

De Omgevingsvisie fungeert als inhoudelijk vertrekpunt en kapstok voor andere beleidsinstrumenten. De Omgevingsvisie is het eerste instrument dat de gemeente ter voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet vaststelt. Op een hoog abstractieniveau bepaalt de visie de koers van de gemeente. In de visie worden de ambities en doelen vastgelegd. Om deze ambities en doelen ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen en/of te laten komen moet er beleidsdoorwerking plaats vinden. In onder andere het Omgevingsplan (met regels voor de fysieke leefomgeving) en eventueel in gebiedsgerichte of thematische Omgevingsprogramma’s (niet verplicht, maar met concrete acties om uitvoering te geven aan de visie).

3.

De wetgever stelt ons verplicht om een integrale Omgevingsvisie voor de gehele fysiek leefomgeving te hebben vastgesteld. De Omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten onder de Omgevingswet en vervangt de huidige Structuurvisie. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet – voorlopig gepland op 1 juli 2022 – is de gemeente verplicht om uiterlijk in 2024 een vastgestelde Omgevingsvisie te hebben. De Omgevingsvisie zoals de Omgevingswet het instrument beoogt is een dynamisch instrument dat meegroeit en ontwikkelt met veranderende maatschappelijke opgaven. Het nu vaststellen van de 1.0 versie van de Omgevingsvisie biedt ons de gelegenheid om de nieuwe manier van werken meer eigen te maken. Vanaf vaststelling van de Omgevingsvisie 1.0 zullen wij dit document periodiek actualiseren en krijgen alle beleidsvelden van de fysieke leefomgeving hier een plek. Hoe wij dit voor ons zien, hebben wij toegelicht in de twee beeldvormende avonden over de invoering van de Omgevingswet op 2 en 22 juni 2021. Voor de volledigheid staat hierbij nogmaals de schematische weergave van de werking van dit kerninstrument.

3

4. Kanttekeningen 1. Enkele beleidsonderwerpen zijn nog niet opgenomen Het kernmerk van een dynamisch instrument is dat het altijd in ontwikkeling is. Ook bij de 1.0 versie van de Omgevingsvisie is dit het geval. Dit betekent dat een aantal beleidsterreinen slechts op hoofdlijn en summier is opgenomen. Het is een zoektocht geweest om de juiste balans te vinden in het abstractieniveau en te komen tot een volledige Omgevingsvisie. Ook na vaststelling van de 1.0 versie blijven we onze inhoudelijke koers verder door ontwikkelen. Ook dan doen we dit in samenwerking met onze ketenpartners, maatschappelijke instellingen en samenleving. 2. De Omgevingsvisie heeft geen financiële paragraaf De Omgevingsvisie geeft inhoudelijk richting aan de ontwikkeling van Lansingerland in de komende jaren. De uitvoering zal plaatsvinden door bewoners, bedrijven en instellingen en de gemeente zelf. De financiële consequenties hangen af van de verdere uitwerking en kunnen in dit stadium nog niet inzichtelijk worden gemaakt. Voor wat betreft de financiële gevolgen voor de gemeente geldt dat deze via de gebruikelijke P&C-documenten worden voorgelegd.

4

5. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel De kosten voor het opstellen van de Omgevingsvisie 1.0 inclusief Leefmilieueffectrapportage hebben wij begroot in onze projectbegroting. De kosten komen ten laste van de Reserve actieplan Omgevingswet (fcl 8822000/ 6822540). 6. Juridische aspecten Uw gemeenteraad is op grond van artikel 3.1, lid 1 van de Omgevingswet bevoegd de Omgevingsvisie vast te stellen. De Omgevingswet treedt pas na vaststelling van de Omgevingsvisie in werking (juli 2022). De Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 heeft daarom onder de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) de status van een structuurvisie (artikel 2.1 Wro), maar is geheel opgesteld vanuit het gedachtegoed onder de nieuwe Omgevingswet. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de Omgevingsvisie Lansingerland 1.0 de status van Omgevingsvisie. Dit is op grond van een gelijkstellingbepaling in de Omgevingswet. De Wro geeft geen procedurele eisen voor een structuurvisie. De Inspraakverordening is wel van toepassing, omdat er sprake is van het vaststellen van gemeentelijk beleid. De Inspraakverordening verklaart Afdeling 3.4 Awb van toepassing op de procedure omtrent het vaststellen van het gemeentelijk beleid. 7. Duurzaamheid Duurzaamheid vormt een van de beleidsonderwerpen in de Omgevingsvisie. 8. Extern draagvlak / burgerparticipatie Burgerparticipatie is belangrijk onder de Omgevingswet.

De wet stelt dat de gemeente als bevoegd gezag participatie toepast bij het opstellen van een Omgevingsvisie. Hieronder volgt een opsomming welke activiteiten wij ondernomen hebben voor burgerparticipatie in opmaat naar voorliggend document. Wij hebben in de hele aanloop perspectieven en toekomstbeelden opgehaald bij gebruikers en gewerkt aan commitment voor de langetermijnvisie en de keuzes die worden gemaakt. 

Gedurende het proces van totstandkoming van de Omgevingsvisie 1.0 is met diverse partijen afstemming gezocht. Zo zijn de ketenpartners, denk aan de Veiligheidsregio, GGD, buurgemeenten, provincie Zuid-Holland, Staatsbosbeheer en Stedin, betrokken. Onze ketenpartners hebben belangrijke aandachtpunten meegegeven. Daarnaast zijn de georganiseerde belangenorganisaties in twee termijnen betrokken bij het opstellen van de Omgevingsvisie. In eerste termijn bij het formuleren van aandachtspunten en in tweede termijn ter verificatie van de conceptversie. Bij het opstellen van de Nota Uitganspunten Koers is bij circa 1000 inwoners per thema opgehaald wat mensen belangrijk vinden.

Met het in ontwerp vaststellen en terinzagelegging van de Omgevingsvisie ontstaat er nog een mogelijkheid voor eenieder om een zienswijze in te dienen en op die manier een reactie kenbaar te maken. Bij het door ontwikkelen van de Omgevingsvisie naar een 2.0 versie en/of thematische actualisatie zal uiteraard wederom participatie van de samenleving plaatsvinden.

5

9. Verdere procedure Ter inzage legging Op grond van de Inspraakverordening wordt iedereen in de gelegenheid gesteld om gedurende een periode van 6 weken een reactie te geven op de ontwerp Omgevingsvisie Lansingerland inclusief Leefmilieueffectrapportage. Via diverse communicatiekanalen, waaronder de Staatscourant en de gemeentelijke website, wordt de aandacht gevestigd op de mogelijkheid om te kunnen reageren. Reageren kan schriftelijk en mondeling. Na verwerking van de reacties wordt de Omgevingsvisie Lansingerland voor vaststelling aan uw raad aangeboden. Dat is naar verwachting in februari 2022. Eerste van reeks inhoudelijke raadsbesluiten Zoals gezegd, de (invoering van de) Omgevingswet betreft een grondige omslag, ook voor uw gemeenteraad. De wet verandert de relatie tussen inwoners en de overheid. Het ‘nee, tenzij’ verandert in ‘ja, mits’. De rol van uw gemeenteraad verandert ook. Dit jaar gaan wij graag verder met uw gemeenteraad in gesprek over de keuzes die te maken hebben met de Omgevingswet. In het raadsbesluit invoering Omgevingswet van 3 juni 2021 (BR2100033) informeerden wij u over onderstaand overzicht van de raadsvoorstellen die wij voornemens zijn in 2021 aan uw gemeenteraad voor te leggen. De voorliggende ontwerp Omgevingsvisie is de eerste van deze reeks raadsvoorstellen.

In de komende periode passen wij zo nodig onze planning aan op de inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2022. Wij hebben u hierover geïnformeerd op 1 juni 2021 met onze brief ‘Inwerkingtreding Omgevingswet verplaatst naar 1 juli 2022’ (U21.03459).

Onderwerp*

1.

Ontwerp Omgevingsvisie en

Beeldvorming

Commissie

Raads-vergadering

(raadsbreed)

Ruimte/AB

8 september

14/15 september

30 september

9/10 november

25 november

2 of 22 juni

9/10 november

25 november

2 of 22 juni

9/10 november

25 november

2 of 22 juni

9/10 november

25 november

2 of 22 juni

9/10 november

25 november

Bijzonderheden

LER (besluit terinzagelegging) 2.

Instelling Commissie

Nu Erfgoed- en welstandscommissie

Ruimtelijke Kwaliteit 3.

Delegatie raad aan B&W delen omgevingsplan

4.

(Burger)participatiebeleid en – verordening

5.

Besluit over bindend adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s)

6.

Plan van aanpak transitiefase omgevingsplan inclusief versie 1.0

6

7.

Verordening

7/8 december

23 december

nadeelcompensatie 8.

Herziening Legesverordening

8 december

23 december

9.

Verordening kwaliteit VTH

7/8 december

23 december

10.

Besluit taken DCMR

7/8 december

23 december

11.

Handhavingsbeleid en

7/8 december

23 december

Februari 2022

Februari 2022

uitvoeringsprogramma inclusief Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) 12.

Bespreken reactienota/

Januari 2022

vaststellen omgevingsvisie 1.0

- Exacte vergaderdata in 2022 zijn nog niet bekend - Laatste raadvergadering in huidige samenstelling voor verkiezingen

*Vanaf 2022 verwachten wij diverse juridisch-technische wijzigingen vanwege de Omgevingswet. Deze leggen wij dan aan uw raad ter besluitvorming voor. Het gaat om bijvoorbeeld het herzien van het Delegatiebesluit Lansingerland 2013, herzien van de Coördinatieverordening Wro 2011, intrekken besluit Verklaring Van Geen Bedenkingen.

Bijlagen

Ontwerp Omgevingsvisie 1.0 (T21.05411) inclusief Leefmilieueffectrapportage (T21.05413)

7

Datum Raad Registratienummer

30 september 2021 BR

Onderwerp

Invoering Omgevingswet

De raad van de gemeente Lansingerland; Na het voorstel gelezen te hebben Op basis van de argumenten de Omgevingsvisie heeft als doel om voor Lansingerland te sturen op een aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving; de Omgevingsvisie fungeert als inhoudelijk vertrekpunt en kapstok voor andere beleidsinstrumenten; de wetgever stelt ons verplicht om een integrale Omgevingsvisie voor de gehele fysiek leefomgeving te hebben vastgesteld. Rekening te houden met de inwerkingtreding van de Omgevingswet; Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Besluit(en) De ontwerp Omgevingsvisie 1.0 inclusief Leefmilieueffectrapportage vast te stellen en vrij te geven voor zienswijzen gedurende een periode van zes weken via onze communicatiekanalen. Dit Raadsbesluit is vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 30 september 2021, de griffier,

drs. Marijke Walhout

8

1 T21.05411 Ontwerp omgevingsvisie 1.0 gemeente Lansingerland

Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond Ontwerpversie

Ontwerp omgevingsvisie

1

Colofon Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond Foto’s door Ariane Kok, gemeente Lansingerland en KuiperCompagnons Ontwerpversie 05-07-2021

2

Inhoudsopgave Voorwoord door wethouder 

5

1.Inleiding  1.1. Omgevingsvisie Lansingerland 1.2. De Omgevingswet 1.3. Proces 1.4. Rolopvatting en sturingsfilosofie  1.5. Leeswijzer

7 7 9 10 12 13

2.Lansingerland in 2021  2.1. Het verleden en het nu als basis voor de toekomst 2.2. Regionaal perspectief: Lansingerland in ontwikkeling  2.3. Identiteit en kernkwaliteiten  2.4. Onze opgaven  2.4.1. Gezonde en veilige samenleving 2.4.2. Wonen 2.4.3. Kwaliteit van de leefomgeving  2.4.4. Mobiliteit 2.4.5. Horti Science  2.4.6. Economie 2.4.7. Duurzaamheid  2.5. Regionale positionering

15 15 15 20 26 26 27 29 29 30 31 31 36

3.Op weg naar een verbonden, vindingrijk en gezond Lansingerland 3.1. Introductie 3.2. Verbonden in de metropool 3.2.1. Ambitie op hoofdlijnen 3.2.2. Sterke ruimtelijke structuren en ruime groengebieden 3.2.3. Toekomstbestendige omgeving  3.2.4. Goed bereikbaar en moderne mobiliteitsvormen  3.3. Vindingrijk en ondernemend 3.3.1. Ambitie op hoofdlijnen 3.3.2. Home of Horti Science  3.3.3. Lokaal en regionaal werken en ondernemen 3.3.4. Slimme verduurzaming 

41 41 42 42 45 46 47 48 48 51 52 53

3.4. Gezond samen leven 3.4.1. Ambitie op hoofdlijnen 3.4.2. Een sterke samenleving met oog voor mensen 3.4.3. Gezonde levensstijl in een passende omgeving 3.4.4. Ontwikkelen met karakter 3.5. Omgevingsvisiekaart

56 56 59 60 61 63

4.Een koers voor de verschillende delen van Lansingerland 4.1. Gebiedskwaliteiten  4.2. Levendige kernen, linten en buurtschappen 4.2.1. Omschrijving deelgebied 4.2.2. Algemene uitgangspunten  4.2.3. Berkel en Rodenrijs & Bergschenhoek  4.2.4. Bleiswijk  4.2.5. Linten en buurtschappen  4.3. Groene flanken 4.3.1. Omschrijving deelgebied 4.3.2. Algemene uitgangspunten  4.4. Hoogwaardige bedrijvigheid 4.4.1. Omschrijving deelgebied 4.4.2. Algemene uitgangspunten 

65 65 68 68 70 72 74 76 78 78 80 84 84 86

5.Werken met de Omgevingsvisie  5.1. Inleiding 5.2. Sturingsfilosofie  5.3. De Omgevingsvisie en de andere Omgevingswetinstrumenten 5.4. Lokale en regionale samenwerking 5.5. Uitvoering 5.6. Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal 5.7. Samenhang met leefomgeving effectrapportage 5.8. Monitoring, aanvulling en herziening

91 91 91 92 94 94 95 97 100

Bijlagen103 Bijlage 1. Ontstaansgeschiedenis 103 Bijlage 2. Projectentabel 110 Ontwerp omgevingsvisie

3

4

Voorwoord door wethouder Hoe ziet u Lansingerland in de toekomst? Met die vraag gingen wij de afgelopen jaren in gesprek met onze inwoners, ondernemers en partners. Dit leverde mooie gesprekken op en ook waardevolle input voor de uitdagingen waarvoor we staan en de keuzes die we moeten maken in de toekomst voor ons Lansingerland. Lansingerland staat voor verbonden, vindingrijk en gezond. Ik ben trots dat we om dit te realiseren de eerste versie van de Omgevingsvisie hebben vastgesteld. In de visie hebben we de uitdagingen en keuzes geschetst voor Lansingerland in 2040. Lansingerland staat voor een groene, gezonde en duurzame leefomgeving, waar alle inwoners veilig en prettig kunnen wonen, werken, recreëren. We hebben een unieke ligging midden in de Metropoolregio. Hier werken de wereldspelers uit de glastuinbouw (Horti Science) aan impactvolle oplossingen voor complexe, mondiale voedselvraagstukken, voor huidige en toekomstige generaties. Met deze visie hebben we zowel bestuurlijk, als samenleving een afwegingskader voor de uitdagingen waar we als Lansingerland voor staan. Ik wil alle inwoners, ondernemers, ketenpartners en belangenorganisaties bedanken voor hun bijdragen. Samen maken we Lansingerland! Op onze website lansingerland.nl/omgevingsvisie vindt u de meest recente versie van de Omgevingsvisie.

Ook in de toekomst werken we graag met u samen aan de doorontwikkeling van deze Omgevingsvisie en blijven we graag met u in gesprek voor een verbonden, vindingrijk en gezond Lansingerland.

Ankie van Tatenhove Wethouder Omgevingswet

Ontwerp omgevingsvisie

5

1

6

1.

Inleiding

1.1. Omgevingsvisie Lansingerland Het doel van de omgevingsvisie In de Omgevingsvisie beschrijven we wat voor gemeente we in de toekomst willen zijn. De Omgevingsvisie schets de gewenste ontwikkelingen voor thema’s als wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. In 2040 is Lansingerland, nog meer dan nu, verbonden, vindingrijk en gezond. Om dat voor elkaar te krijgen moeten we strategische keuzes maken en bepalen wat ons beleid voor de fysieke leefomgeving is. De uitkomst van dat proces hebben we in de voorliggende Omgevingsvisie beschreven. De Omgevingsvisie vervangt daarmee de gemeentelijke structuurvisie uit 2010. De visie geeft op hoofdlijnen antwoord op de volgende vragen: • Welke ambities hebben we voor het toekomstig Lansingerland? Hoe willen we dat Lansingerland er in 2040 uitziet? • Welke uitdagingen en ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen kent Lansingerland? • Welke keuzes maken we vandaag om het toekomstige Lansingerland vorm te geven?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=e6966300-6e2d-4a1e-9a72-a427a11acd71