Agendabundel
Tekst van het document
Het is natuurlijk moeilijk om te peilen wat voor soort school er nou specifiek moet komen, want de inwoners van Wilderszijde zijn natuurlijk nog niet bekend. Om dit verder te onderzoeken vinden wij wel heel belangrijk, want wij vinden dat er echt wel een nieuw onderwijsconcept zonder denominatie de kans moet krijgen om zich te vestigen. De uitgangspunten zien er op zich goed uit. Toch spreekt het hier en daar weinig van urgentie en is het af en toe vaag. Bij het punt ‘voldoende openbaar onderwijs’ zou wat meer geschreven kunnen worden over de huidige status, namelijk dat er een tekort is aan openbaar onderwijs en innovatieve onderwijsconcepten. Het is nu nog algemeen van aard, vinden wij. Het liefst hebben wij hier een percentage staan. Verder hopen wij dat de wethouder constant haar best doet om daadwerkelijk nieuwe schoolbesturen te benaderen. Kan de wethouder hier meer inzicht in geven? De heer Xhemaili, PvdA: Gezien de leerlingenprognoses en de schaal van scholen in Lansingerland is het in Wilderszijde mogelijk om 2 tot 3 nieuwe basisscholen te stichten. Hier hebben we gelijk een vraag over aan de wethouder: hoe en wanneer wordt de behoefte in kaart gebracht, wat ouders voor onderwijs willen in Wilderszijde? Het is al een paar keer genoemd, dat we nog niet aan het bouwen zijn.
Hoe ga je sec de behoefte in Wilderszijde meten, als daar nog niets op de planning staat qua huizenbouw? Wat voor mijn fractie belangrijk is, is dat er een goede spreiding is van het onderwijs in Lansingerland, dus ook in Wilderszijde. Genoeg diversiteit in onderwijs, dus ook voldoende aanbod voor openbaar onderwijs en andere soorten onderwijs, die nu niet worden genoemd in de memo’s en in het raadsvoorstel. Ik kan me wel vinden in het voorstel van mevrouw Gabin, om daar een extra onderzoek voor in te lassen, om te kijken wat de Lansingerlandse bevolking nou wil, wat voor onderwijs in Wilderszijde. Een zorg voor ons is wel, dat bestaande scholen leeg kunnen trekken door de komst van nieuwe scholen. Die zorg werd ook door andere fracties benadrukt. We moeten voorkomen, dat door de komst van nieuwe scholen er kannibalisme ontstaat in de wijde omgeving van Lansingerland. In de uitgangspunten staat ook, dat duurzaamheid in acht wordt genomen. Dat vinden wij ook belangrijk. We hebben een maatschappelijke opgave om energieneutraal te zijn binnen nu en 10, 20, 30 jaar. Wat mijn fractie betreft moeten scholen niet an sich duurzaam maar puur duurzaam zijn en energieneutraal. Verder is natuurlijk veiligheid belangrijk. Voor een basisschool is het belangrijk, dat de locatie makkelijk toegankelijk is, te voet, met de fiets en met de auto.
Scholieren moeten zelfstandig naar school kunnen gaan. In de stukken staat verder dat er 2 tot 3 scholen komen. Ik heb een aantal vragen aan de wethouder daarover. Betekent het, dat als er 3 scholen komen, dat op 1 locatie 2 scholen komen en bij die andere locatie 1 school? Dus 2 kleine scholen en 1 school? Hoe moet ik dat zien? Kan de wethouder dat toelichten? Wat voor invloed heeft de gemeente in de keuze voor de scholen? Uit de stukken begrijp ik, dat alles eigenlijk qua keuze bij OCW ligt. Maar kan de gemeente daar nog iets in sturen? Kan de wethouder dat toelichten? Ik merk dat er bij de sprekers heel veel energie zit om samen te werken. Dat doet mij deugt om te horen. Dat ze ook voor innovatie willen kiezen hoe wij tot een nieuwe school kunnen komen. Dus ik ben benieuwd naar de reactie van de wethouder, wat de sturingsmogelijkheden zijn richting OCW hierin. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Er zijn in elk geval behoorlijk veel aandachtspunten en een aantal vragen. Ik zal proberen zoveel mogelijk te beantwoorden en anders komt er in de tweede termijn vast nog wel iets terug. Ik begin even bij het document, want ik kreeg o.a. van de VVD wat vragen over de stedenbouwkundige uitgangspunten, die genoemd staan op blz. 7 en 8 van het document.
Dat is niet specifiek een uitgangspunt voor de scholen, want dat waren de stedenbouwkundige uitgangspunten, die horen bij de wijk Wilderszijde. Ik ga hier in elk geval niet vragen om die term aan te passen. Ik denk dat dat in een bespreking rond Wilderszijde hoort, want hier hebben we het over de uitgangspunten voor de nieuwe scholen. Wij hebben bij de bespreking in Wilderszijde aangegeven, dat er qua leerlingental en
11/36
qua profiel van Lansingerland ruimte zou zijn voor 3 scholen. Met ongeveer 1.000 leerlingen komen we aan de Lansingerlandse norm, als ze ongeveer 300 leerlingen per school gaan tellen. Daarmee hebben we in Wilderszijde ook aangegeven, dat we niet kiezen voor 1 school, die 1.000 leerlingen heeft, maar dat we bij de Lansingerlandse manier blijven. Dat zou dan gerealiseerd kunnen worden op 1 of 2 locaties. Hoe die verdeling is, meneer Xhemaili, dat wordt t.z.t. bekend. Of dat 1 school is op 1 locatie en 2 op een andere. Stel, dat het concept dat net besproken is, landt en het 3 scholen op 1 locatie wordt en 1 school op 1 locatie. Of dat het er 3 worden en die kiezen voor 1 en we hebben maar 1 plek voor onderwijs in Wilderszijde, dat is allemaal nog mogelijk. In de vierkante meters hebben we er rekening mee gehouden, dat het op 2 locaties zou kunnen in Wilderszijde. Dan zitten we dus met de nieuwe wet, die zijn intrede doet in dit jaar en die dingen verandert, waarmee OCW de beslissing neemt of een nieuwe school zich mag vestigen. Onze situatie is natuurlijk uniek, omdat we met een blanco lap grond beginnen en daar woningen op gaan bouwen en dat dit dus een ander proces is dan de vorige keer.
Bij dit proces ligt het initiatief ook niet bij de gemeente om een onderzoek uit te voeren wat er wenselijk is in die wijk, maar moeten de schoolbesturen aangeven, dat er voldoende belangstelling is voor hun concept. Wij kunnen een zienswijze waarin we aangeven wat wij vinden van dat concept, dat op die plek zou landen. Vandaar dat we deze uitgangspunten hebben gedefinieerd, die nu voor liggen. Als een school aangeeft dat er voldoende belangstelling is en dat het de verwachting is, dat het op die stichtingsnorm komt, dan is het aan OCW om te beoordelen of ze daarmee zeggen dat die school een plekje zou kunnen krijgen in Wilderszijde. We hebben de huidige schoolbesturen, zoals ze vanavond hebben ingesproken: zij hebben belangstelling voor Wilderszijde. Ik heb gesprekken gehad met 2 besturen van vrije scholen, dat is een jaar geleden. En inmiddels hebben we ook belangstelling en ook gesprekken gehad met schoolbesturen die meer Montessori-achtig onderwijs zouden willen starten in Lansingerland. We weten dat er belangstelling is om een ander concept te realiseren. Maar wat de besturen net al aangaven: ook de scholen, die we op dit moment in Lansingerland kennen, zowel openbaar als protestant-christelijk als rooms-katholiek, werken niet alleen vanuit hun denominatie, maar ook vanuit hun onderwijsconcepten.
Dat het dan 1.000 is, dat heb ik ook wel, dat gevoel, van hoeveel concepten zijn er eigenlijk? Als je het hebt over onderwijsconcepten, dan doemde bij mij ook in eerste instantie de bekende op als de vrije school, Montessori, Jenplan en Dalton. Maar inmiddels is er dus veel meer aan onderwijsconcepten. Daarom is ook elk onderwijsconcept, dat door de bestaande schoolbesturen gerealiseerd zou worden, een toevoeging op wat er al is. Ik deel met een aantal van u, en ik herken het ook als ouder, dat je kiest voor een school en een concept en een denominatie die past bij jouw kind of bij je eigen overtuigingen. En dat het dus niet automatisch is, dat je kiest voor de school die om de hoek staat. Ik denk dat we dat ook nooit zullen voorkomen en dat ook niet moeten willen voorkomen. Ouders moeten kunnen kiezen voor het schoolconcept, dat bij hun past. Maar het moet ook niet zo zijn, dat we straks met leegstand zitten in bestaande wijken en dat we moeten bijbouwen in nieuwbouwwijken. Dat hebben we eerder bij het IHP ook genoemd. Dus we zullen blijven rekenen met die afstandscriteria voor uitbreiding en voor dislocaties. Daarom is het op zich ook wel een te overwegen punt, dat de schoolbesturen hebben ingebracht. Als je start vanuit een dislocatie, en dan is er binnen de nieuwe wet de mogelijkheid om t.z.t.
dat te veranderen in een zelfstandige school, maar als je start vanuit een dislocatie, dan kun je op een andere manier starten vanuit je relatie met een bestaande school. Dan heeft u wat gezegd over de duurzaamheid. Ik hoor een pleidooi voor de ENG normen en dat sluit aan bij wat we eerder in het iHP hebben afgesproken, dus dat is hartstikke mooi. Eén van u deed het voorstel, volgens mij was dat meneer Jonker, om ‘waar het kan’ te schrappen. Ik denk dat dat heel goed is, want we hebben als uitgangspunt om te kiezen voor duurzaamheid en ‘waar dat kan’ breekt dat eerder af, terwijl dat niet het uitgangspunt is. Dus die kunnen uit het uitgangspunt schrappen. Frisse school, daar hebben we bij het IHP met de schoolbesturen ook uitgebreid over gesproken. Dat hoort er wat ons betreft qua duurzaamheid gewoon bij. Als we het hebben over adequate huisvesting, dan hoort de ventilatie daar ook zeker bij. Dat was natuurlijk altijd al een aandachtspunt en het is op een aantal van onze redelijk nieuwe scholen een issue geweest, dus daar hebben we zeker van geleerd. Corona onderstreept dat nog: als de ventilatie niet goed is, dan moet je gewoon met je winterjas in een lokaal gaan zitten waar de ramen open staan. Ik denk dat die met stip bovenaan is komen te staan. Hetzelfde geldt voor een digitale infrastructuur. Zonder digitale infrastructuur kan een school niet meer functioneren.
Dat heeft corona alleen maar onderstreept, dus dat hoort er ook bij. Daar hebben we bij het IHP over gesproken. Even kijken welke punten we nog hebben. Mevrouw Gabin vroeg nog aandacht voor het openbaar onderwijs. Ik herhaal maar weer wat ik bij het IHP ook een aantal keer heb gezegd: wij hebben geen voorkeur voor welke denominatie of welk onderwijsconcept ook. Dat onderbouwen de schoolbesturen zelf, ook in de nieuwe situatie. We hebben als gemeente wel een plicht om ervoor te zorgen, dat er voldoende openbaar onderwijs beschikbaar is. En dat is er op dit moment ook. Ze zijn mij allemaal even lief. Ook de relatie met de schoolbesturen, die wij hebben als gemeente, is gewoon goed. Ik denk dat u dat ook heeft gezien aan de inspraak net. Er is op dit moment ook geen tekort aan openbaar onderwijs. Ik weet niet waarom u dat veronderstelt, mevrouw Gabin, maar dat is op het moment echt niet zo. Ouders kunnen kiezen waar ze hun kinderen naartoe sturen. We hebben met schoolbesturen afspraken gemaakt, wat ook al werd gezegd door mevrouw Van Vuuren, dat de kinderen welkom zijn op elke school en dat ouders de keuze
12/36
hebben waar ze de kinderen naartoe sturen. Ook in de wijk Wilderszijde is wat ons betreft voor alle denominaties en voor alle schoolbesturen, die met een ander concept willen komen en willen starten, is daar ruimte voor. Juist daarom willen we kiezen voor die objectieve criteria. Dan nog een puntje over de gymzaal of de sportzaal of sporthal. In Wilderszijde kiezen we voor de bouw van een sporthal, omdat er voor het onderwijs ruimte nodig is om te sporten. Maar uit het onderzoek voor de sportaccommodaties is gebleken dat we met het toevoegen van een sporthal in Wilderszijde ook kunnen voorzien in de groei en in de behoefte die er is voor het gebruik van de sporthallen voor de verenigingen. Dus er komt geen gymzaal. De bedoeling is, dat er een sporthal wordt gerealiseerd. En het advies om bewegen te stimuleren, groenblauwe schoolpleinen, dat het goed gepositioneerd wordt ten opzichte van de bewoonde wereld, dat advies nemen wij ook mee. Want de ervaring die we hebben bij Mozaïek, het Baken komt ook regelmatig langs, maar in elk geval in de buurt van de Oudelandselaan, ik denk dat we daarvan hebben geleerd, dat we daar heel kritisch naar moeten kijken, wat wel en niet wenselijk is. Volgens mij heb ik dan een heleboel behandeld en ik ga ervan uit, dat dat voldoende is.
De voorzitter: Ik verzoek de commissieleden, dat als ze al een tweede termijn willen, dat ook heel kort te doen, want we hebben nog meer. Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: Wethouder, dank voor uw opmerkingen en beantwoording van mijn vragen. Dat was in mijn geval opvallend. Ik heb een pleidooi gedaan om toch nog eens even goed naar die onderwijsconcepten te kijken. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe we dat aan het vorkje prikken. Ik hoor dat bijvoorbeeld Dalton, Jena en Montessori, dat dat wel een onderwijsconcept is, maar ik denk dat in de onderwijsvisie is bedoeld, nogmaals ik was er niet echt voor, dat het daar om wezenlijk iets anders ging, zoals een vrije school en Steve Jobs. Dat is volgens mij echt onderscheidend. Ik heb nu het idee, dat het dan toch een beetje een mix wordt. Ik ben daar eerlijk gezegd nog niet uit. Twee is: ik zou toch nog aan de wethouder willen vragen of zij nog een keer die hele uitdaging m.b.t. die dislocatie, wat betekent de impact van het voorstel van de 3 schoolbesturen? Ik neem aan, dat u wel begrijpt, waar ik naar op zoek ben. Ik probeer eigenlijk een soort slotanalyse te maken van wat dit nou eigenlijk betekent. Worden we er inderdaad wijzer van? Ik gaf als voorbeeld: wordt de grootte van de taart daardoor kleiner? Meneer Wiegeraad zei dat het niet zo was.
Ik zou toch nog wel van u willen weten, als het kan in een brief, dat ik even tot me kan indringen. Verder ga ik toch nog even terug naar D66 en de VVD, en ze met alle plezier even verwijzen naar het antwoord van de wethouder, waar ik het helemaal mee eens was. Het kan natuurlijk niet zo zijn, dat er straks doordat twee partijen vinden dat het mogelijk moet zijn om scholen leeg te laten lopen, dat we straks leegstand hebben in wijk A en dat we bij gaan bouwen in B. Dat lijkt me echt verre van zinvol. De onderwijsuitgaven lopen al aardig uit de klauwen, dus laten we dat nou wel in controle houden. De heer Jonker: Ik deel uw schets van mijn bijdrage niet helemaal of helemaal niet, dat D66 het wil laten leeglopen. Ik zei alleen, dat wij voor vrije keuze zijn van scholen, de ouders. Dat kan betekenen, dat als je een excellente school op een bepaalde plek hebt, dat het leidt tot een vertrek van leerlingen bij andere scholen. En ja, tenzij u tegen vrije schoolkeuze bent door ouders, dat kan, dat dat de mening is van L3B, maar zal u mij weer verwijten, dat ik u verkeerd parafraseer. Laten we het genuanceerd houden. De heer Pat El: Ik had dezelfde opmerking. Ik zou de heer Hoppenbrouwer willen vragen hoe hij dat dan denkt te bewerkstelligen. De heer Hoppenbrouwer: Hoe ik dat ga bewerkstelligen, dat weet ik niet.
Ik wil alleen voorkomen, met macrowaarneming, en meneer Jonker heeft natuurlijk een terecht punt, ik kan natuurlijk moeilijk aan de vrije keuze van mensen zitten, maar we een list moeten verzinnen om te voorkomen, dat we straks scholen moeten afbouwen omdat ze leeg staan en dat we elders bij moeten bouwen. Dat is kapitaalvernietiging van de grootste orde. Dus dat willen we echt voorkomen. Voor de rest ben ik wel nieuwsgierig: en hoe nu verder? Het is verre van transparant, nou ja, het is wel transparant, maar niet helemaal duidelijk welke koers we nu gaan varen en welke rol wij hebben. Ik vond het een beetje verwarrend: de wethouder had een keurig stappenplan aangegeven en nu beginnen de scholen al ergens bij stap 4, want zij moeten een zienswijze hebben. Ik had de indruk, dat de schoolbesturen iets van ons verwachtten. Daar zou ik met de wethouder een regieafspraak willen maken. Dank u wel. De heer Pat El, VVD: Om met het eerste te beginnen: als het zo is, dat er andere scholen komen in Lansingerland en scholen lopen daardoor voor een deel leeg: het is niet anders. We kunnen moeilijk scholen die achter blijven, het is ook allemaal speculeren wat we nu doen, maar stel, dat zou zo zijn, dan kunnen we moeilijk scholen die eigenlijk niet goed genoeg meer zijn in de hedendaagse maatschappij overeind proberen te houden, omdat we anders met een leeg gebouw zitten.
Ja, het is vervelend, maar het is niet anders. Ik hoop, dat u me nog kan horen, want ik zet even mijn beeld uit. Daarnaast begreep ik het antwoord van de wethouder compleet niet. Dat ging erom, dat de wethouder aangaf, toen ik vroeg over voorwaarden die in het document staan, over mental map, over het bewustzijn creëren bij leerlingen over het klimaat, toen kreeg ik als antwoord: dat heeft met de
13/36
gebouwen te maken, dat heeft niets met de discussie vandaag te maken. Ten eerste staan deze voorwaarden gewoon in het document, die de criteria heeft, die wij zouden moeten hebben voor scholen. Dus als die daar niets mee te maken hebben, dan moeten ze volgens mij niet in het document staan. Maar wat schetst mijn verbazing, vervolgens zegt de wethouder: ik hoor steun voor de ENG normen. Die hebben wij als VVD nooit gegeven, want wij willen daar dan wel eerst de implicaties van zien, de kosten implicaties. Maar daar zegt de wethouder enthousiast: ja, dan passen wij daar wel even de tekst aan. Voor de VVD is het of deze zaken, die ik in de eerste termijn besproken heb, daar waar het gaat over mental map, waar het gaat over kinderen bewust maken van het klimaat, maken wel onderdeel uit van het plan. Dan moeten ze wat ons betreft aangepast worden. Of ze maken niet onderdeel uit van het plan of onze zienswijze, ik zeg plan, maar ik moet zienswijze zeggen, maar dan moeten ze ook niet in het document staan. Want anders vind ik het een hele verwarrende discussie worden. De wethouder gaf zelf aan. De heer Hoppenbrouwer: Ik heb een beetje moeite met de bijdrage van de heer Pat El. U gaat eigenlijk bestaande beslissingen, die wij het afgelopen jaar hebben genomen, die gaat u weer ter discussie stellen.
Ik kon het nu niet zo snel vinden, maar er is een motie dan wel amendement geweest over de groenblauwe schoolpleinen. Daar gaat u nu ineens weer afstand van nemen. Dus dat vind ik lastig. Het tweede is. Wij hebben in de onderwijsvisie, meen ik, uitgesproken, dat wij gaan voor ENG, dat is een kostbare versie m.b.t. duurzaamheid. Je kan ook naar BENG gaan, maar je moet in een Xaantal jaar, in 2040 meen ik, dan moeten we aan ENG voldoen, gewoon de wettelijke eis. Volgens mij geïnitieerd door de VVD Tweede Kamerfractie. Ik vind het lastig dat alle beslissingen die we genomen hebben, willens en wetens met een meerderheid van de raad, dat het nu weer ter discussie wordt gesteld. Dus dat zou ik aan meneer Pat El mee willen geven. De heer Pat El: Laat ik dan heel helder zijn. Ik weet van de groenblauwe zones, maar hier staat dat kinderen bewust moeten worden gemaakt van een duurzame leefomgeving. Dat is iets anders dan dat je zegt: richt het in. Nee, ik maak mijn doel ook duidelijk. Daarmee impliceer je ook, dat een nieuwe school daaraan moet voldoen. Die moet niet alleen maar zo ingericht zijn, maar die moet ook daadwerkelijk de kinderen daarop sturen, want anders zet je het niet in een document. Die mindmap bijvoorbeeld, ik zou niet weten waar wij dat als raad besloten hebben.
Dus mijn advies zou zijn: mocht dit allemaal terug grijpen naar besluiten, dan vind ik ook dat het duidelijk in het document gezet moet worden, want anders is het bijna niet mogelijk om met dit document te werken. De heer Xhemaili: Het zijn woorden in de strekking van de heer Hoppenbrouwer. Volgens mij maakt de heer Pat El een denkfout. Je moet weldegelijk in de toekomst ENG zijn, ENG en BENG, in 2040 of 2050 zelfs. Het lijkt me juist zeer verstandig dat als je nu iets nieuws gaat optuigen, dat je gelijk aan de juiste normen en wetten voldoet. Dan hoef je niet achteraf te gaan repareren. Daarnaast ben ik het niet met u eens als u zegt: school moet niet bezig zijn met duurzaamheid en dat aan leerlingen mee geven. Het lijkt me juist wel verstandig als een school daar juist wel aandacht aan besteed op een jonge leeftijd, zodat men bewust wordt van duurzaamheid en daarmee om te gaan. Ik denk dat dat een heel mooie bijdrage is van een school in een onderwijsconcept, of het nou Montessori is of openbaar, katholiek of christelijk, het moet een standaard goed worden, vind ik. De heer Pat El: Volgens mij heeft meneer Xhemaili helaas niet geluisterd naar waarom ik deze punten naar voren bracht. Dat geldt ook voor de heer Hoppenbrouwer. Ik zeg helemaal niet, dat wij tegen ENG zijn.
Ik geef aan, dat de wethouder op mijn opmerkingen, dat we criteria neerzetten naar nieuwe scholen, u geeft zelf het voorbeeld van klimaatbewust maken van leerlingen, dat is een criterium. Wij zijn het daar als VVD niet mee eens, u misschien wel. Dat kan. Ik geef aan, dat dat een criterium is. De wethouder zegt vervolgens: nee, dat is geen criterium, dat heeft er niets mee te maken. En ik geef aan, dat het daarmee heel onduidelijk wordt. Ik ga graag met u het debat aan, met iedereen, of dat een criterium zou moeten zijn of niet, maar nu vind ik het onduidelijk. De wethouder geeft aan: nee, het is geen criterium. Wij als VVD lezen: het is wel een criterium. Dan zijn we het er niet mee eens. Of het moet niet in het document staan, want het gaat over een heel ander onderwerp. Maar nu vinden wij het zeer verwarrend. Dat is eigenlijk de enige opmerking, die ik maakte. Mijn laatste punt, want daar is de wethouder niet op ingegaan, of misschien heb ik dat niet gehoord. Dat ging over de discussie die wij hebben over het leegrekken van de scholen. In de eerste termijn hebben wij daar onze mening over gegeven. Wij vinden dat dat geen criterium moet zijn, maar we willen graag ook de reactie van de wethouder daarop hebben. Dank u wel. De heer Hoppenbrouwer: Ik heb nog een interruptie om meneer Pat El.
Wat ik wilde zeggen met die leegloop is, en ik kan me niet voorstellen dat de VVD daar niet voor is, dat je leegstand voorkomt, dat je dat als een desinvestering terug krijgt en dat je nieuw gaat bouwen. Dat is het principe waar ik op doel. Die mental mapping, dat staat inderdaad nergens. Maar ik heb ook de indruk, dat u twee brieven door elkaar haalt, want het gaat over de uitgangspunten. U begon in uw betoog over verkeersveiligheid, maar die staan echt niet in de uitgangspunten. Het gaat ons nu om de uitgangspunten. Het woord criterium is niet aan de orde. Mevrouw Bouman, CDA: Een heleboel terminologieën, die volgens mij op een gegeven moment terug komen als een school gebouwd gaat worden. Daar hebben we in het verleden regelmatig mee te maken gehad. Over duurzaamheid, over frisse lucht enzovoorts. Ik vind dat soort items voor vanavond niet ter zake doende. We hebben het hier over de uitgangspunten. Waar ik grote problemen mee heb, is de
14/36
leegloop die e.e.a. met zich mee zou kunnen brengen. Dat mis ik in het hele verhaal bij de uitgangspunten, hoe het college daarmee denkt om te gaan. Dat blijft een zorg van mij. Het kan best zijn, dat er scholen een aantal leerlingen hebben, dat kan in Bleiswijk zijn, en dat leerlingen vanuit Bleiswijk dan toch naar Wilderszijde gaan. Dan denk ik: wat doe je dan met zo’n pand enzovoorts? Ook gelet op het feit, dat wij toch over niet al te lange tijd met nieuwbouw ook in Bleiswijk weer geconfronteerd gaan worden. Dus dat vind ik wel even een item, dat daar nog even goed over nagedacht moet worden, want het kan toch niet zo zijn, dat je bij de een wat gaat toestoppen en bij de ander loopt het leeg. Wat gaan we dan doen? Dan hebben we een gigantisch groot probleem. Ik heb nog niets gehoord van de wethouder over wat ik vroeg over de onderwijsvisie Wilderszijde. Ik zei: heb ik dat verkeerd gelezen? Hebben we dat gehad? Of moet het nog aan de raad voorgelegd worden? Daar ben ik toch zeer benieuwd naar. Ik heb de wethouder wel iets horen zeggen, dat zij een jaar geleden gesproken heeft met twee scholen, die een bepaald concept hadden, en ook over Montessori. Het ging over de twee vrije scholen.
Mijn vraag is: zijn dat scholen die van buiten komen? Er staat in de stukken dat er iets op antroposofisch gebied er de nodige scholen zijn, die buiten Lansingerland hun vestiging hebben en misschien toch ook wel belangstelling hebben. Vandaar mijn vraag: is daar ook belangstelling, vanuit buiten Lansingerland, om hier wat te willen vestigen. Daar ben ik benieuwd naar. Mevrouw Van Hagen, WIJ: Dank u. Nee, ik heb niets toe te voegen. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Ik heb weinig toe te voegen. Ik ben blij met een aantal bijdragen, met name van L3B, die een aantal punten duidelijk formuleerde, waar wij erg mee ingenomen zijn. Ik was even benauwd, dat de VVD ons klimaatgekkies zou gaan noemen, bij wat we in deze uitgangspunten hebben geformuleerd, maar ik hoop dat dat voorbij waait. Mevrouw Gabin, GL: Wanneer er 4 van de 22 basisscholen openbaar zijn in heel Lansingerland, dan wil ik dat niet bestempelen als voldoende aanbod, ervan uitgaande dat ouders genoeg keuze willen hebben, zoals de wethouder dat wel stelt. Ik ben daadwerkelijk benaderd door ouders, die beperkt zijn in het onderbrengen van hun kinderen. Zij moeten verplicht uitwijken naar omringende gemeenten zoals Zoetermeer, Pijnacker en Rotterdam. Dat ouders zich erbij neergelegd hebben en zijn uitgeweken is geen legitimatie om het openbaar onderwijs niet uit te breiden.
Daar verschillen wij van mening, dat kan, maar vooralsnog wijst het onderzoek uit 2017 uit, dat ouders weldegelijk behoefte hebben daaraan. De heer Hoppenbrouwer: Begrijp ik nu, dat er mensen vanuit Lansingerland, die naar een openbare school willen en daar niet terecht kunnen? Is dat nu uw boodschap? Waar wijken ze naar uit? Of is het per ongeluk speciaal onderwijs? Want dat hebben we inderdaad niet. Ik ben even nieuwsgierig: wat voor mensen zijn dat dan? Mevrouw Gabin: Mensen, die interesse hebben in alternatieve onderwijsconcepten, zoals Montessori, zoals de vrije school, en die heb je hier niet in Lansingerland en in Zoetermeer toevallig wel. Die moeten uitwijken naar Zoetermeer. Dat was mijn bijdrage. De heer Xhemaili, PvdA: Voor de PvdA fractie is een aantal dingen belangrijk: goede spreiding van onderwijs, genoeg diversiteit in onderwijs, dus ook genoeg openbare basisscholen en bestaande scholen mogen geen kannibalisme zijn voor de omliggende scholen. Ik heb nog 2 vragen tegoed. Eentje sluit aan bij de woorden van mevrouw Gabin, over de behoefte voor scholen. Wanneer wordt de behoefte in kaart gebracht, welk onderwijs ouders in Wilderszijde willen? Dat is nog niet door de wethouder beantwoord. Mijn tweede vraag, die niet is beantwoord: wat voor invloed heeft de gemeente in de keuze van de scholen? Aangezien OCW nu de touwtjes in handen heeft bij de keuze daarvan.
Wethouder Van Tatenhove: Ik ga eerst even in op de opmerking van mevrouw Gabin over dat er onvoldoende openbaar onderwijs is in Lansingerland. Volgens mij is dat niet het geval. In elke kern is openbaar onderwijs en er is ook voldoende ruimte om kinderen daar aan te melden. Wat u met uw toelichting op de vraag of op de interruptie van meneer Hoppenbrouwer aanduidt, dat snap ik wel. Dat is niet een vraag naar openbaar onderwijs, dat is de vraag naar een onderwijsconcept, dat in Lansingerland niet voorhanden is. Dat sluit dus aan bij wat er in de onderwijsvisie is gezegd. Dat noemen we dan niet openbaar onderwijs, maar dat is dan algemeen bijzonder onderwijs. Maar openbaar onderwijs hebben we in alle drie de kernen en in alle drie de kernen is er ook ruimte voor kinderen, waarvan de ouders graag willen dat ze naar openbaar onderwijs gaan. Want we zijn voor die diversiteit en dat zijn we altijd al geweest en daarom is er ook in alle wijken ruimte voor de verschillende denominaties en waar het kan ook voor verschillende onderwijsconcepten, maar het is aan de besturen zelf om te kiezen voor een onderwijsconcept. Waar ouders dan behoefte aan hebben, meneer Xhemaili, hebben wij geïnventariseerd toen we bezig waren met die onderwijsvisie.
Maar het is nu de opdracht aan de schoolbesturen om bij hun aanvraag het ministerie ervan te overtuigen dat er voldoende belangstelling is voor het onderwijsconcept, dat zij willen aanbieden. De schoolbesturen die mee willen dingen naar een plekje in Wilderszijde zullen zelf in beeld moeten brengen middels een marktonderzoek of middels die handtekeningen, waar het vanavond al over ging, dat er voldoende belangstelling is voor het concept dat
15/36
zij willen realiseren. Dan kom ik gelijk bij mevrouw Bouman. De besturen, die we hebben gesproken, die vrije scholen vorig jaar en onlangs, dat zijn schoolbesturen die nu nog niet in Lansingerland zijn gevestigd. Dus er is belangstelling van buiten Lansingerland om in Wilderszijde wellicht met een school te starten. Die opdracht ligt dan ook bij die schoolbesturen om dat marktonderzoek te doen om te laten zien dat er belangstelling is voor hun concept. De heer Xhemaili: Ik vind het nog best wel lastig. Als nu die onderzoeken worden gedaan door de schoolbesturen, die vinden in 2021 of 2022 plaats. Wilderszijde is, ik hoop zo snel mogelijk, maar zeker de komende 5 of 6 jaar zeker niet af. In de tussentijd kan de behoefte veranderen in soorten basisscholen in Wilderszijde. Hoe wordt daarmee omgegaan? Als er nu besloten wordt voor een openbare, christelijke en katholieke, terwijl voor 5, 6 tot 8 jaar wordt besloten voor een andere soort school. Wethouder Van Tatenhove: Dat is precies het punt, dat de drie schoolbesturen vanavond aangaven en waar we ervaring mee hebben. Volgens mij refereerde een aantal van u daar ook al eerder aan. We hebben die ervaring met de Kleine Kapitein. De schoolbesturen zullen moeten aantonen, dat er voldoende belangstelling is om te starten, maar ze zullen ook een doorkijkje moeten doen naar hoe levensvatbaar hun schoolconcept is in de toekomst.
Als zij onder die norm blijven, onder die stichtingsnorm, dan betekent dat ook het einde van de school, tenzij je met die school onderdeel bent van een groter geheel. Dat is wat die 3 schoolbesturen aangaven. Als een dislocatie in Wilderszijde blijft steken op 200 leerlingen en de norm is 280, maar die dislocatie is onderdeel van stichting Spectrum en met het gemiddelde kan die school wel blijven bestaan, dan is er meer zekerheid, dan wanneer je een eenpitter hebt, zoals we in het verleden met de Kleine Kapitein hebben gehad. Maar die garantie kan ik aan de voorkant natuurlijk ook niet geven. De populariteit hangt af van het concept, soms ook gewoon van de directeur en het team, dat een school laat floreren. Sommige ouders kiezen nog wel specifiek voor een denominatie en minder voor en concept. Dus hoe beter een school een goede positie heeft, hoe meer keuze er is voor de ouders en voor de leerlingen. Wat de 3 bestuurders aangaven: als je combineert onder één dak, en die ervaring hebben we inmiddels in Lansingerland, dan kan een lokaal van kleur verschieten. Dan is het het ene jaar een lokaal voor het openbaar onderwijs en het volgend jaar heeft het openbaar onderwijs minder leerlingen en geen recht op dat ene lokaal, maar dan kan het makkelijk worden toegeschoven aan een ander schoolbestuur, die op dat moment die leerlingen heeft.
Dat is het voordeel van op één campus gaan zitten. Dat is wat de schoolbesturen vanavond ook aangaven. De heer Pat El: In het verlengde van het antwoord van de wethouder, dat proces: gaan de aanvragen onder de nieuwe wet hetzelfde proces doorlopen? Of gaan ze onder het oude proces verlopen? Wethouder Van Tatenhove: Aanvragen die onder de oude wet worden ingediend en gehandhaafd, worden onder het oude regime behandeld. En aanvragen die worden ingediend onder de nieuwe wet, die lopen het spoor via OCW met een zienswijze vanuit de gemeente. De heer Hoppenbrouwer: Nog even een vraagje. Door het Spectrum werd verteld, dat er 3 onderwijsconcepten waren, tussen die 3 scholen. Is het nu niet zo, dat we het risico lopen dat als iemand zegt: we doen alles met natuurlijk leren, ik noem maar even een dwarsstraat en het openbaar onderwijs doet dan traditioneel, dat dan de klaslokalen aangepast moeten worden? Zit daar niet een zorg? Ik heb het idee, dat we dan een probleem aan het creëren zijn. U lacht erom, dus u herkent het waarschijnlijk. Wethouder Van Tatenhove: Ja, ik herken het. Ik heb het toevallig vanmiddag nog genoemd in het gesprek met een ander bestuur, want die hadden we inderdaad bij de kwestie de Kleine Kapitein. Toen die stopte bleek het gebouw aangepast te zijn op hun schooltype en schoolconcept.
Dat is voor ons wel een les, maar dat is niet eentje die nu in deze uitgangspunten staat. Dat hoort bij het bouwen van een flexibel pand, noem ik het maar even. Maar dat is wel een aandachtspunt waar we van geleerd hebben, van de Kleine Kapitein, dat een gebouw door een ander gebruikt moet kunnen worden. Mevrouw Bouman: Ik weet niet of de wethouder al klaar is met haar beantwoording, want ik had nog een vraag over de onderwijsvisie Wilderszijde. Wethouder Van Tatenhove: Daar ga ik dan maar gelijk op in. De onderwijsvisie hebben we geëvalueerd, dat hebben we met de schoolbesturen gedaan, daar komen wij nog op terug met een brief. Maar ik weet niet precies wat u met een onderwijsvisie voor Wilderszijde bedoelt. Wat we nu in elk geval nodig hebben zijn de uitgangspunten om straks een objectieve zienswijze te kunnen geven aan het ministerie op het moment dat zij ons vragen wat wij vinden van de aanvraag van een schoolbestuur. Dat is wat vanavond voor ligt. Mevrouw Bouman: Ik herhaal even wat in de stukken staat: de onderwijsvisie Wilderszijde moet nog worden vastgesteld door de raad. Het staat met deze woorden in de stukken. Als dat niet zo is, moet dat even bijgesteld worden, want dit geeft verwarring. Wethouder Van Tatenhove: Dan gaan we daar even de juiste formulering aanpassen. U gaf ook nog aandacht aan de leegloop en dat de VVD ook.
Wat buiten kijf staat, is dat elke ouder moet kunnen kiezen voor het onderwijsconcept waarvan hij of zij overtuigd is dat het het beste is voor het kind. Wat we niet willen, en dat is ook al door een aantal van u aangegeven, is dat er scholen leeg staan. Dat hebben we ook in het IHP uitgebreid besproken met de schoolbesturen, dat hebben we ook bediscussieerd in de commissie. We hebben afstandscriteria geformuleerd. Ook al is een schoolconcept heel populair, dat wil niet zeggen dat we in locatie A gaan bijbouwen en in locatie B leegstand accepteren. Dat betekent dat er dislocaties komen en dat we heen en weer rijden, zoals we dat nu ook doen. Dan vroeg de VVD nog aandacht voor de mental map en het klimaat bewust zijn, wat op blz. 7 en 8 wordt genoemd van het document dat u hebt gekregen als memo 2, uitgangspunten. Ik wijs u er toch maar even op, dat dat een bijlage is. Het is weliswaar een bijlage bij het document over de
16/36
uitgangspunten, maar dit is een bijlage over de stedenbouwkundige nota van uitgangspunten voor het bouwen van onderwijsgebouwen in Wilderszijde. Wat mij betreft, laten we hem even links liggen voor vanavond, want vanavond gaat de bespreking alleen over de uitgangspunten voor het onderwijs en het onderwijsconcept en hoe we daarop reageren. Hoe die scholen er straks uit komen te zien en wat de algemene uitgangspunten zijn voor Wilderszijde, voor die wijk, over duurzaamheid en hoe we om gaan met de bouw, dat zou ik even willen parkeren voor een ander moment, want daar gaat het nu vanavond niet perse over. Dan de vraag van L3B hoe we nu verder gaan en dat vooral n.a.v. de inspraak van vanavond. Ik ga maar even een vraag bij u terug leggen en dan moet de voorzitter maar even kijken hoe we die oppakken. Ik hoorde de schoolbesturen vragen om een reactie naar hun, een zienswijze. En ik hoor o.a. meneer Hoppenbrouwer ook vragen: wat vindt het college van de suggestie van de scholen om met een dislocatie te gaan werken.
Ik wil voorstellen om in overweging te nemen om dan over dit punt misschien in de commissie van mei nog een bespreekpunt toe te voegen, waarbij ik dan aan de voorkant in ieder geval iets op papier zou kunnen zetten hoe wij er tegenaan kijken, tegen het starten in Wilderszijde vanuit dislocaties vanuit de 3 bestaande besturen, maar dan wel in een samenwerking, zodat er ruimte over blijft voor een ander bestuur en een ander concept. De voorzitter: Dat zou aan de hand van een brief zijn? Wethouder Van Tatenhove: Dan lijkt het mij wijs, dat ik in elk geval in een brief aangeef hoe wij tegen het voorstel van die schoolbesturen aankijken vanuit het college, omdat het iets anders is dan waar we tot nu toe van uit gingen. Zij zouden dan willen starten vanuit dislocaties. De heer Pat El: Omdat we toch een nieuw proces in gaan nu. Gaan die aanvragen van de scholen die nu al lopen ergens nog dit nieuwe proces raken? Dat is voor mij als commissielid niet helemaal duidelijk. We zijn nu criteria aan het opstellen. Gaan die aanvragen ook in het nieuwe systeem draaien? Of wordt dat een soort parallel aanvraagproces? Ik zie niet in hoe dat samen gaat vallen. Wethouder Van Tatenhove: De aanvragen, die nu ingediend worden, en we weten nog niet zeker of ze definitief blijven, moeten onder het oude regime worden behandeld.
Die gaan dan over de vraag of er nu iets kan worden toegevoegd aan het huidige onderwijs, dus daar beslissen we dan over zoals dat in het verleden ook deden. Dat moet met goedkeuring en instemming van de andere schoolbesturen en dat gaat dus niet specifiek over Wilderszijde. Eén van de schoolbesturen heeft ook expliciet aangegeven, dat ze zouden willen starten in Westpolder. De heer Hoppenbrouwer: Ik ben blij met de suggestie van de wethouder met daarbij een kleine aanvulling als het kan omdat het ook een beetje een noviteit is, proef ik een beetje als ik insprekers mag geloven, of er ook de mogelijkheid is om bij het ministerie al de temperatuur van het badwater te voelen, of zij die flexibiliteit die wij betrachten doordat ze met zijn drieën iets gaan doen of daar bij OCW ruimte voor is, of dat zij zeggen: je kan hoog of laag springen, maar we willen 3 afzonderlijke aanvragen. De voorzitter: Kunt u dat navragen, wethouder? Wethouder Van Tatenhove: Ja, er staat een gesprek gepland, volgens mij volgende week, met het ministerie, dus het lijkt me heel goed om deze kwestie expliciet aan de orde te stellen. De voorzitter: Dan noteren we voor de vergadering van mei, dat u voor die tijd met een brief komt, waarin u een reactie geeft op wat er vanavond besproken is en dan kan dat in mei nogmaals geagendeerd worden.
Zeg ik dat goed? Wethouder Van Tatenhove: Van die uitgangspunten, daar kom ik dan wel op terug, maar de uitgangspunten zoals we die nu hebben gedefinieerd, daar wil ik dan niet al teveel meer op in gaan. Meer over het proces met de initiatieven die nu ingediend zijn. De voorzitter: Hoe scherper u uw brief afbakent, hoe meer ter zake de discussie kan zijn, denk ik dan. Mevrouw Verhoef: Dat was ook mijn verzoek. De brief moet scherp zijn, maar het moet ook duidelijk zijn waar de commissie het dan precies over moet hebben, waar nog antwoorden op nodig zijn of reacties, omdat het vandaag best wel langs elkaar heen leek te gaan. Hopelijk kan het in mei wat strakker gaan. De voorzitter: Dat vind ik ook, dank u wel. Aan de andere kant: het is een mooie Nederlandse traditie om enorm lang en diepgaand te praten over onderwijsvormen in denominaties. Dat doen we volgens mij al 150 jaar als het niet langer is. Hartelijk dank. Dan is dat het bespreekpunt. De heer Xhemaili: Ik had nog één vraag: de invloed van de gemeente op de keuze van de scholen. Of heb ik dat gemist bij de uitleg van de wethouder. Wethouder Van Tatenhove: Volgens mij kunnen wij op dit moment alleen maar een zienswijze indienen en moeten schoolbesturen aangeven middels marktonderzoek of middels handtekeningen hoeveel belangstelling er is voor hun concept.
Dat heb ik als eerste aangegeven, toen u als laatste het woord had gekregen in de tweede termijn. De voorzitter: Dan zijn we nu klaar met onderwijs Wilderszijde. Ik kijk even naar de klok: het is tien uur geweest. Laten we er geen nachtwerk van maken. We hebben nog twee punten, we hebben nog een rondvraag, nog actualiteiten. Tenzij u er wel nachtwerk van wilt maken, ga ik er toch een beetje de vaart in zetten. 6. Stukken ter advisering aan de raad
17/36
6.a Regiovisie Jeugdregio Rijnmond De voorzitter: Hier hebben we al uitgebreid beeldvorming over gehad, dus het zou zomaar kunnen dat u zich in uw bijdrage heel erg gaat beperken. Ik verspring een stapje in de partij die het woord krijgt, ik begin nu met de VVD. Mevrouw Draak, VVD: Dat ben ik dan. Voor wat betreft de regiovisie: ik wil eigenlijk een compliment geven aan de schrijver van het stuk. Ik had er een beetje tegenop gezien, maar het was verrassend kort en to the point, goed leesbaar. Wat ik fijn vind, is dat de wens van de gemeente Lansingerland om zoveel mogelijk lokaal te doen waar mogelijk is, nu voor de hele regio als ambitie is neergelegd. Dat spreekt de VVD erg aan. Eigenlijk zijn we gewoon heel benieuwd hoe dit nu in de toekomst gaat uitpakken, of het nou echt een verschil gaat maken of niet. Ik zou haast willen zeggen: we nemen het voor kennisgeving aan. Ik heb alleen nog een drietal vragen voor de wethouder hierover. Specialistische jeugdhulp, waaronder dus jeugd GGZ, blijft regionaal ingekocht worden. Vorige week is uitvoerig in het nieuws gekomen, dat de wachtlijsten hier echt totaal de pan uit rijzen en onacceptabel zijn, dat complexe hulpvragen worden doorgeschoven tot ze uiteindelijk weer terug bij de huisarts op het bordje liggen.
Ik heb de wethouder onlangs een podcast doorgestuurd van het NOC, waar een dag de spoedpoli van Youzin de Capelle aan de IJssel werd gevolgd. Het beeld dat daar wordt geschetst over het aantal kinderen, dat met spoed hulp nodig heeft het gewoon niet kan krijgen omdat alles volgepland is, daar schrok ik enorm van. Tegelijkertijd lees ik, dat het college aan het ASD antwoord op een advies van hun: dat crisiszorg en spoedzorg bij ons goed gaat, dus altijd binnen 24 uur crisiszorg of binnen 5 dagen spoedzorg. Dat is met elkaar in tegenspraak. Ik wil heel graag van de wethouder weten hoe het nu met de wachttijden voor dit soort complexe zorg bij onze Lansingerlandse jongeren zit. In hetzelfde kader wil ik nog toevoegen dat ik deze regiovisie niets heb gelezen over de vrij gevestigde hulpverleners. Ik denk dat die juist kunnen helpen in de wachtlijsten terugdringen en ook in snellere hulp. Kan de wethouder mij vertellen hoe wij in Lansingerland en in de gemeenschappelijke regeling daar tegenaan kijken? Ik vond het echt een omissie. Als laatste wil ik toch nog graag iets weten over de 3 gemeenten, Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, zij zouden bij de gemeenschappelijke regeling blijven, dat is ook gebeurd, maar nu gaan ze toch een aparte positie innemen: ze gaan hun eigen inkoopmodel hanteren voor specialistische jeugdhulp.
Dit werd eigenlijk als een feit gepresenteerd, maar er wordt niet vermeld wat wij met hun ervaringen gaan doen. Ik was daar toch een beetje over in verwarring. Ik zou daar graag wat meer uitleg over willen hebben van de wethouder. Dat waren mijn 3 punten. De voorzitter: Ik weet niet of ik als voorzitter een punt van orde kan maken, maar dat doe ik dan toch. Ik hoor u hetzelfde vragen als wat meneer Hoek straks in zijn rondvraag gaat vragen. Ik wil aan meneer Hoek vragen en ook aan de wethouder of zij dan niet gelijk ook die rondvraag kunnen meenemen, namelijk wat de Lansingerlandse situatie is in de verhalen die we horen. De heer Buijs, CDA: Het CDA Lansingerland is al langere tijd bezorgd over de jeugdhulp in Lansingerland. We hebben rond de beeldvorming van het najaar nog geïnformeerd bij de wethouder over de impact van de Covid-19 pandemie op de ambities. Die waren op dat moment nog niet meegenomen. Ook nu weer zien wij de regiovisie als weinig concreet op dat punt. Wat nu wel duidelijk is geworden uit het laatste concept, is dat de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam nu toch wel degelijk uit die gemeenschappelijke regeling stappen met specialistische jeugdhulp.
Vandaar onze vraag, gezien ook onze onzekere financiële toekomst, wat nu de budgettaire implicaties voor Lansingerland zullen zijn van die regiovisie in het algemeen en van die move van die MVS gemeenten, dus Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, in het bijzonder bij die specialistische jeugdhulp. Ten tweede: het CDA Lansingerland heeft al diverse keren bepleit, dat grip op jeugdzorg niet alleen gaat over kosten, volumes en uitvoering, maar dat er ook aandacht moet zijn voor aanbodsturing. Het CDA Lansingerland ziet nog altijd weinig beweging op dat punt bij het college. Wel hebben we uiteraard de brief van het college gezien van 19 maart, waarin het college, en daar zijn we blij mee, de discussie opwerkt over wat het gewenste voorzieningenniveau in Lansingerland zou moeten zijn. Dat krijgt echter in de regiovisie nog weinig vorm. Je zou toch zeggen: het aantal aanbieders, welke zorg ze leveren en hoe de kwaliteit hiervan geëvalueerd wordt, dat is allemaal mooi meegenomen om niet in de uitvoeringsfase tot allerlei problematische situaties te komen. Dus vandaar onze tweede vraag aan de wethouder: heeft zij weet van de problematiek van het ondeugdelijk aanbod en de beperkte taakopvatting van gemeenten en gemeenschappelijke regeling als het gaat om aanbodsturing en hoe ziet zij de beste weg voorwaarts in dit kader? Dat was de bijdrage van ons in de eerste termijn.
De voorzitter: Meneer Hoek, vindt u het goed om uw rondvraag mee te nemen in uw bijdrage? De heer Hoek, WIJ: Dat zal ik doen. Mevrouw Draak begon haar woorden met te zeggen, dat ze het een prettig leesbaar stuk vond. Ik vond het echt een bijzonder vervelend stuk om te lezen. Het is een brei aan woorden. Er worden heel veel mogelijkheden gepresenteerd, maar weinig concreets. Dat heeft ook
18/36
alles te maken, en dat begrijp ik natuurlijk, met het feit dat we gaan werken aan een visie. Het is nog geen visie, we gaan eraan werken. We moeten een nieuwe visie presenteren en een aanpak. Dan zijn er 3 onderdelen, die bijzonder belangrijk zijn. Sterk lokale infrastructuur, daar gaan we aan werken, een aansluitende regionale infrastructuur en ‘samen gaan we leren wat werkt’. Dat zorgt er ook een beetje voor dat het niet van A tot Z concreet kan zijn. Met name de lokale infrastructuur, daar ben ik nieuwsgierig naar. Onlangs hebben we onze 10 beleidsaccenten soort weg bezuinigd, waarbij ik denk, dat daar bijzonder waardevolle zaken in zaten, die prima 1 op 1 passen in die lokale infrastructuur waar hier over gesproken wordt. Dan denk ik aan ‘de leraar trekt aan de bel’, de problematiek van jongeren met financiën, dat soort zaken. Dan denk ik: dat hebben we dan tijdens de begrotingsbehandeling on hold gezet, terwijl ik denk: daar zitten echt bestanddelen in, die we 1 op 1 kunnen gaan aanwenden om onze jeugd beter te bedienen. De regiovisie moet uiteindelijk antwoord gaan geven op een aantal zaken, maar er moet vooral een regioagenda komen en verder gaat het erom, en dat is het hoofddoel, dat er hulp aan kwetsbare kinderen en gezinnen verder versterkt gaat worden. Dat moeten we natuurlijk nooit uit het oog verliezen, want experimenten mogen nooit ten koste gaan van dit doel.
Dus ik zie dit hele verhaal als een werkdocument en ik ga ervan uit, dat het hier nog veelvuldig terug zal komen. Dat weten we. We hebben Berenschot gehad, die al een aantal schoten voor de boeg heeft gegeven. Inderdaad, laten we samen leren wat beter kan. Dan, en dat sluit aan op de vraag die mevrouw Draak stelde, en dat is ook mijn rondvraag, omdat er op teletekst de afgelopen week de volgende tekst stond: de zorg voor jongeren met ernstige psychische problemen is vast gelopen. Kinderen vanaf een jaar of 12 met ziektebeelden als suïcidaliteit, depressie of eetstoornissen krijgen niet de hulp die ze nodig hebben. De wachtlijsten kunnen oplopen tot een jaar, zegt de inspectie gezondheidszorg en jeugd. Duizenden kinderen staan erop. Corona heeft de problematiek die er al was verder vergroot, zegt de IGJ. Volgens de IGJ is er ook sprake van een uitputtingsslag onder personeel, omdat mensen wel zorg willen leveren, maar dat niet kunnen door personeelstekorten. Dan vraag ik me af, want ik lees ook de coronabrieven van de gemeente: eigenlijk constateer ik dat in die brieven menigmaal gesteld wordt, dat het met onze jeugd heel redelijk gaat. Dat zou betekenen, dat Lansingerland een positieve uitzondering zou zijn op de rest van het land, dat zou ik bijzonder prettig vinden, maar ik denk dat dat niet het geval is.
Mijn vraag is: hoe wordt dit geïnventariseerd door de gemeente, deze psychische problematiek? Hebben we een vangnet op de een of andere manier klaar liggen om deze jongeren op het juiste tijdstip te helpen? Ik denk het haast niet, gezien het feit dat ze nergens terecht kunnen. Graag antwoord op de vraag m.b.t. onze wachtlijsten en hoe wij deze problematieken binnen onze gemeentegrenzen inventariseren. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Ik sluit heel graag aan bij wat meneer Hoek zojuist vertelde, want een aantal punten komt zeer overeen met wat ik naar voren wil brengen. Over het stuk wil ik wel opmerken, dat de adviesraad sociaal domein zich wel weer van de goede kant heeft laten zien, want ze hadden heel belangrijke aanmerkingen. Ook de reactie van de gemeente daarop vind ik correct. De inschatting die WIJ naar voren brengt, dat er toch wel wat over de problematiek heen gepraat wordt met een brei aan beleidsmatige opmerkingen, terwijl we om ons heen zien hoe groot de problemen zijn. Met ‘om ons heen’ bedoel ik wat er over geschreven wordt in o.a. het NRC. Terecht ook dat gezegd wordt dat de midterm review nog moet gaan plaatsvinden door ons. Dat betekent ook, dat we kritisch moeten gaan kijken of er wel of niet bezuinigd kan worden op deze punten, terwijl we zien dat juist op dit terrein zulke grote problemen aan het ontstaan zijn en alleen maar toenemen.
Niet alleen aan de financiële kant. We praten regelmatig in deze commissie over het uit de pas lopen bij de rijksbijdrage, dat wij teveel uitgeven aan jeugdzorg en dergelijke. Ik denk aan de problematiek, die er echt is, waar het om gaat. Ik had een rondvraag ingediend, die ik weer terug getrokken heb. De reden is, die komt namelijk heel erg overeen met wat meneer Hoek zojuist naar voren bracht: eigenlijk zou ik het liever als een bespreekpunt voor de komende vergadering indienen, omdat een aantal zaken die ik tegen gekomen ben in die artikelen, waar ik net heel vluchtig naar verwees, geven een aantal handvatten, die ook gaan over de zorgaanbieders. Mevrouw Draak zegt toch wel even vrij makkelijk: de vrijgevestigde aanbieders zouden een rol kunnen spelen. Terwijl juist uit die stukken blijkt, dat daar heel veel kritiek op mogelijk is. Vaak wordt ondermaats gewerkt door deze kleine partijen. Maar ook de gemeente: hoe houdt de gemeente toezicht op deze zorgaanbieders? Wat doet de inspectie, behalve vaststellen dat de wachttijden uit de pas lopen. Ofwel: ik wil vast aankondigen dat er een bespreekpunt dan ingediend wordt via de agendacommissie voor de komende keer. Maar ik wil het wel zodanig tijdig doen, vraag ik aan de wethouder, dat ook de wethouder daar dan ook van tevoren op kan reageren door misschien op die vragen te reflecteren.
Met nadruk wil ik naar voren brengen, dat dit bespreekpunt niet is om het college de les te lezen, maar om samen in de commissie met de wethouder te kijken hoe we hier verder mee kunnen komen. Ik heb één vraag rond de regiovisie aan de wethouder, als het nu beantwoord kan worden. Het is n.a.v. het vragenuurtje afgelopen dinsdag. Ik hoorde staatssecretaris Blokhuis een aantal dingen zeggen over de regio’s die er zijn, maar ook had hij het over bovenregionale ondersteuningsteams om iets te doen aan de problematiek waar meneer Hoek het net ook al over had. Zijn die er al? Of is het alleen maar een soort van gedachtenspinsel? Wat kunnen we hiervan verwachten? Dank u.
19/36
Mevrouw Heijblom, D66: D66 wil de wethouder bedanken voor deze regiovisie Jeugd in regio Rijnmond. De consultatieronde en het advies van de ASD heeft goede antwoorden en meegevers aan de GRJR opgeleverd, maar we willen toch nog aandacht vragen voor 2 punten. Dat komt ook bij de voorgaande sprekers veel terug. Dat zijn die wachtlijsten. In de visie krijgen de wachtlijsten beperkt aandacht. Hierin staat: om effectieve maatregelen te nemen is het van belang om een goed en gedeeld beeld te hebben van de oorzaak en oplossing van de wachtlijsten op verschillende plekken in het systeem. In dit kader wordt ook de monitor ‘kind in de keten’ verder ontwikkeld. In de reactie op de brief van de ASD, waarin de ASD vraagt de wachtlijstproblematiek als centraal onderdeel van de regiovisie op te pakken, wordt aangegeven dat de wachtlijstproblematiek de aandacht heeft van zowel de gemeente Lansingerland als de GRJR. Echter, er wordt gesproken over werkgroepen als wachtlijstscreening, zorg(..)teams en het verlichten van administratieve lasten, zodat er meer tijd naar zorg kan. Maar uit deze oplossingen en de reactie op de brief van de ASD spreekt wat D66 betreft te weinig urgentie. Dit is wel zorgelijk, want wel zeer noodzakelijk, gezien de soms schrijnende problematiek.
De oplossing lijken in dit stuk vooral gevonden te worden in systeemoplossingen, terwijl het over de juiste en tijdige zorg voor de jeugd gaat. Dan zijn andere meer pragmatischer en cliëntgerichtere maatregelen nodig. Wij adviseren de wethouder met klem de wachtlijstproblematiek daarom centraal op te nemen in de regiovisie. Mevrouw Gabin, GL: Ik zal mijn bijdrage even verkorten omwille van de tijd. Binnen de regio en de regiovisie wordt gevraagd om na te denken over een governance, over de manier waarop we juridisch vorm gaan geven hoe de samenwerking tot stand komt en de landelijke trends gaan meer in de richting van regionale samenwerking. Kan de wethouder daar meer uitleg over geven? Wat wij missen in de regiovisie is hoe we kijken tegen de toekomstgerichte opgaven, die we hebben in het sociaal domein. Maar ook hoe zien we (…). Iemand heeft zijn microfoon aan staan. Maar ook hoe we het zorglandschap zien de komende in de samenwerking met de zorgaanbieders en dus ook de ketenpartners. Wij willen de ASD bedanken voor het advies, dat is uitgebracht en we willen graag dat de op- en aanmerkingen overgenomen worden, in het bijzonder die van de wachtlijsten, daar moet afzonderlijk aandacht aan worden besteed. Tot slot willen wij nogmaals het belang van het goed organiseren van de toegang en de marktwerking benadrukken.
Er zijn bureaus en professionals die met elkaar aan het concurreren zijn. Een kind krijgt al snel een label om daar winst uit te halen. De marktwerking moet er echt wel uit. Maak professionals verantwoordelijk voor de inhoud, maar ook voor de schaarste, zouden wij zeggen. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook van onze kant dank aan de wethouder en alle anderen, die hebben meegewerkt hieraan, dat de regiovisie nu bijna klaar is. We zijn het erover eens, dat ieder kind dat in de knel komt het verdient om samen met zijn ouders en eventuele broers en zusjes zo goed mogelijk hulp te krijgen via de jeugdhulp, maar de wachttijden zijn veel te lang, dat is al gezegd. De kosten zijn te hoog en niet altijd krijgt het kind de passende hulp, die nodig is. Dat moet anders en de visie stipt een aantal belangrijke punten aan, die kan daarin een versterking zijn van de jeugdhulp in onze regio en dat is goed. Wij hebben de indruk ook uit de beeldvorming die is geweest, dat goed de tijd is genomen om deze visie zo goed passend mogelijk te maken met input uit allerlei relevante hoeken. De uitgangspunten zijn in grote lijnen goed. Die sterke lokale infrastructuur, dat hebben anderen ook al genoemd, is heel belangrijk. Maar ook het afstemmen van regionale en lokale infrastructuur op elkaar. Die verandering van opdrachtgeverschap klinkt wat formeel, maar dat wordt wel goed toegelicht.
Echt een omdraai daarin maken. Dus de uitgangspunten zijn goed. Wat wij prettig vonden was te zien, dat er aandacht is voor passend onderwijs en preventie. Met name die preventie, daar hebben we al een aantal keer op gehamerd, ook samen met andere fracties. Er is één punt, waar we nog aandacht voor willen vragen, dat is punt 3, wat ook in het consultatiedocument wordt genoemd: grip en sturing. Wij en ook andere fracties hebben vaak zorgen geuit over het gebrek aan grip en grip krijgen op en sturing kunnen geven aan die grote gemeenschappelijke regeling met als doel zo goed mogelijk en tijdig zorg bij de kinderen te krijgen. Daar wordt nu wel het e.e.a. uitgelegd. Er wordt gezegd: gemeente en zorgaanbieders gaan samenwerken. Er wordt samen geleerd en ontwikkeld, samen leren wat werkt. Maar dan worden er vervolgens termen gebruikt als '‘het wordt vast gelegd in contracten’. Dat klinkt abstract en juridisch. Hoe zit het met vertrouwen in elkaar? Elkaars cultuur en waarden begrijpen, dat soort termen missen we eigenlijk. Dan komen ook weer de experimenten om de hoek. We zijn niet zo van de pilots. De belangenbehartiging blijkt nog veel sterker te moeten, maar waarom was dat dan nog niet op orde? We hebben bijvoorbeeld richting zorgverzekeraars.
Dus de vraag aan de wethouder is eigenlijk: hoe kijkt zij hier tegen aan? Heeft ze het gevoel dat we op het onderdeel meer grip en sturing krijgen, ook echt een stap vooruit kunnen maken met deze visie? Dat is een vraag aan de wethouder. Verder wil ik nog een aantal opmerkingen maken over de dingen die zijn gezegd. De wachttijden verkorten. Echt de wachttijden die urgentie geven en centraal stellen, wat mevrouw Heijblom zei en mevrouw Draak had het daar ook over. Ik denk dat dat heel belangrijk is, dus dat willen we graag ondersteunen. De vrij gevestigde hulp, dat noemde mevrouw Draak als een eventuele oplossing, maar ook wij hebben daar
20/36
stukken over gelezen, zoals de heer Lieverse ook aangaf, dat dit niet altijd een oplossing is. Het gaat vaak om heel lichte gevallen, die daar misschien bij gebaat zijn, maar echte problematiek lijkt daar niet direct mee opgelost te zijn. De heer Buijs stelde ook een aantal goede vragen o.a. het vertrek van die 3 gemeenten, wat is daarvan de impact op de gemeenschappelijke regeling financieel? En natuurlijk de vraag van de heer Hoek: hoe staat het hier nou met de lange wachtlijsten waarover gerapporteerd wordt? Wat betekent dat voor de kinderen? Hele goede vragen. Tot slot, het lijkt lang, maar ik reageer meteen op alle fracties, het bespreekpunt van de heer Lieverse. Ik denk dat dat zeker zeer zinvol is om samen met elkaar, maar ook met de wethouder, te kijken: hoe kunnen we hier nu echt op korte termijn handen en voeten geven aan die visie en de problemen die we met zijn allen zien? Dank u wel. De heer Erwich, L3B: Ik ga even in op de visie van de regio jeugdhulp, welke nu in een nieuwe vorm is opgesteld. Het zijn in mijn ogen mooie en veelbelovende woorden, maar ondanks dat hebben we toch wel een paar vragen. Ik sluit even een paar dingen uit, die ik al van meneer Hoek als rondvraag heb gehoord en van mevrouw Heijblom, die daar op gewezen heeft, dus ik sla even een stukje over, want ik neem aan dat die beantwoording wel goed komt.
Wat wordt nu voor Lansingerland het verschil tussen wat we nu doen in de gemeenschappelijke regeling jeugd en de nu voorliggende nieuwe regiovisie? Wat is nu de meerwaarde van deze regiovisie voor Lansingerland? Ook hebben we nog een vraag over de praktijkondersteuner. Deze moet ervoor gaan zorgen dat de zorg wordt afgeschaald, zonder dat het kind daar de dupe van wordt. Dat is mooi. Maar wat wordt daarbij de definitie van passende zorg? Er wordt ook gesproken over zwaardere hulp afbouwen. Is het nu zwaardere hulp afbouwen of te zware hulp afbouwen? Op 23 april 2020 is ons amendement over veranderopgaven jeugdhulp aangenomen. Hierin zijn 4 punten omschreven, waaronder of het wenselijk is om te monitoren of de maatregelen van de veranderopgave effect hebben. Het leek verstandig om een knip te maken in 2021. Dus onze vraag was wel een beetje: wanneer verwacht de wethouder de resultaten van de inzet van onze praktijkondersteuner? Is daar al iets van bekend? Een ander aspect, dat ik eigenlijk mis en wat niet is meegenomen in de visie, en L3B heeft daar al meerdere keren aandacht voor gevraagd, voor de versoepeling van AVG. Graag zouden we hierbij opnemen, dat bij de intake gesprekken toestemming of mandaat wordt gevraagd om de info te delen met hulporganisaties die dat nodig achten in een vervolgtraject.