CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Samenleving 20 mei 2021, gemeente Lansingerland61.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

Bundel van de Commissie Samenleving van 20 mei 2021

Agenda bijlagen BV21.0075 Agenda Samenl 20-05-2021 1 2 3

Opening en mededelingen voorzitter Inspreker(s) Vaststelling verslag vorige vergadering BV21.0070 Verslag commissie Samenleving van 8 april 2021

4 5 5.a

Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen Bespreekpunten Rol gemeente bij controleren jeugdzorgaanbieders en bij voorrang urgente zorg - ingebracht door CU Griffie<br> T21.03640 Rol van de gemeente (1) bij het controleren van de gecontracteerde jeugdzorgaanbieders op kwaliteit van zorg en (2) bij het voorrang geven aan de meest urgente zorg. T21.03641 Bijlage bij bespreekpunt Jeugdzorg T21.03642 Bijlagen bij bespreekpunt Jeugdzorg Stelsel in groei

5.b

Visie op samenwerking bestaande schoolbesturen Wilderszijde Griffie<br> I21.09004 Beantwoording Technische raadsvragen Commissie 20 mei 2021 U21.02647 Opvattingen over scholencampus van dislocaties in Wilderszijde

6 6.a

Stukken ter advisering aan de raad Accommodatieplan Sport 2021-2030 - spreektijd 5' 1e/3' 2e termijn <P class=Huisstijlkleinekop>Gevraagde beslissing:</P> <OL> <LI>Het Accommodatieplan Sport 2021-2030 (T21.01062) vast te stellen.</LI> <LI>Het afwegingskader ten behoeve van verzoeken voor investeringen zoals beschreven in hoofdstuk 4.1 van het bovengenoemde plan vast te stellen en te hanteren bij besluit-vorming over toekomstige investeringen in sportaccommodaties.</LI> <LI>Definitieve besluitvorming over de in dit plan opgenomen investeringen mee te nemen in de Kadernota 2022.</LI></OL><br>Ankie van Tatenhove<br>SA<br> Voorstel Raad 16523 T21.01062 Accommodatieplan Sport 2021-2030 (concept) Technische vragen WIJ Lansingerland Technische vragen L3B

7.a

Actualiteiten uit het college U21.02952 Vervolgproces midterm review

7.b 7.c 8

Actualiteiten uit de commissie Verbonden partijen Rondvraag en sluiting

Agenda bijlagen 1 BV21.0075 Agenda Samenl 20-05-2021

Agenda Aan de leden van de Commissie Samenleving c.c. College van B&W, MT Uw brief van/kenmerk

ons kenmerk/afdeling -Griffie

Onderwerp Agenda Commissie Samenleving d.d. 20 mei 2021

Doorkiesnummer 010-8004391/4392

Bijlage(n)

Lansingerland 29 april 2021

Geachte commissieleden, Hierbij ontvangt u de agenda voor de vergadering van de Commissie Samenleving, te houden op donderdag 20 mei 2021 om 20.00 uur in de raadszaal van het gemeentehuis aan de Tobias Asserlaan 1 te Bergschenhoek. U bent uitgenodigd deze vergadering bij te wonen. De agenda voor de a.s. vergadering luidt als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 5.a. 5.b. 6. 6.a. 7.a. 7.b. 7.c. 8.

Opening en mededelingen voorzitter Inspreker(s) Vaststelling verslag vorige vergadering Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen Bespreekpunten Rol gemeente bij controleren jeugdzorgaanbieders en bij voorrang urgente zorg - ingebracht door CU Visie op samenwerking bestaande schoolbesturen Wilderszijde - stuk wordt zsm toegevoegd na B&W van 6/5 Stukken ter advisering aan de raad Accommodatieplan Sport 2021-2030 - spreektijd 5' 1e/3' 2e termijn Actualiteiten uit het college Actualiteiten uit de commissie Verbonden partijen Rondvraag en sluiting

Hoogachtend, de voorzitter, Alexander Kuipers

3 Vaststelling verslag vorige vergadering 1 BV21.0070 Verslag commissie Samenleving van 8 april 2021

VERSLAG Commissie Samenleving

Datum vergadering

: 8 april 2021

Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Leon Erwich, Machiel Crielaard, Wouter Hoppenbrouwer VVD : Marloes Draak, Juval Pat El, Eric Kampinga CDA : Nelleke Bouman, Frank Buijs WIJ Lansingerland : Leon Hoek, Marije van Hagen CU : Kees-Willem Markus, Paul Lieverse D66 : Erik Jonker, Eva Heijblom GroenLinks : Selgei Gabin PvdA : Petra Verhoef, Valmir Xhemaili Wethouders

: Kathy Arends, Ankie van Tatenhove

Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Alexander Kuipers Commissiegriffier : Rianne Kokke Afwezig CDA

: Dave Bergwerff

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond allemaal, ik ga de lijst van commissieleden voorlezen om te kijken of we een quorum hebben. Als u even een teken van leven wil geven, heel graag. Mevrouw Bouman is technisch nog bezig om binnen te komen. De heer Crielaard, mevrouw Draak, de heer Erwich, mevrouw Gabin, mevrouw Van Hagen, mevrouw Heijblom, de heer Hoek, de heer Kampinga, de heer Lieverse, de heer Pat El, mevrouw Verhoef, de heer Xhemaili: aanwezig. De heer Hoppenbrouwer meldt zich nog niet. De heer Jonker: U heeft mij niet genoemd. De voorzitter: Heb ik u overgeslagen? En de heer Buijs als vervanger van de heer Bergwerff. Ik ga heel even met de griffier overleggen. U bent in voldoende aantallen aanwezig, dus ik open de vergadering van de commissie samenleving. Hartelijk welkom allemaal en in het bijzonder aan mevrouw Marije van Hagen. U hoorde haar opnoemen bij het lijstje, hartelijk welkom, mevrouw Van Hagen van WIJ, uw eerste commissie samenleving. Ik geloof vast, dat dat een wederzijds genoegen gaat worden. Ik wens u heel veel succes in dit laatste commissiejaar. Mevrouw Van Hagen: Hartelijk dank. De voorzitter: Dan doe ik u nog even de mededeling over het feit, dat de agendacommissie heeft besloten, dat zij niet meer brieven van het college aan de raad als bespreekpunt agenderen in de commissie.

De agendacommissie heeft besloten, dat als u als commissie of fractie een brief belangrijk vindt om te agenderen, dat u dat dan zelf moet doen, dat doet de agendacommissie niet meer voor u. De agendacommissie heeft ook het college gevraagd om brieven, waarin zij dossiers van kaders voorzien, actief op de agenda van de commissies te plaatsen, zodat deze met de commissies besproken kunnen worden. Daar zit een beetje bureaucratie achter, namelijk: u moet dat op tijd doen en u moet dat even via het juiste formuliertje doen. Het makkelijkst kunt u het onthouden zodra u een brief ziet, waarvan u denkt, dat die besproken moet worden in de commissie: bel even met de commissiegriffier en dan gaan we ervoor zorgen, dat dat procedureel ook goed komt. Dus houd in de gaten of er brieven voorbij komen, waarvan u denkt dat het belangrijk is om te bespreken, want de agendacommissie wil daar geen uitspraak meer over doen, want het is een beetje politiek en daar is de agendacommissie niet voor bedoeld. Dat zijn de mededelingen. 2. Insprekers De voorzitter: Er zijn drie insprekers, zij spreken alle drie in over het stuk dat we straks gaan behandelen over de selectie van het onderwijs in Wilderszijde. Ik wil hen in de volgorde van mijn lijstje het woord

1/36

geven, dat zou dan beginnen bij de heer Christophersen, alleen weet ik niet of meneer Christophersen er al is en daar lijkt het niet op. Dan gaan we naar de volgende spreker, dat is mevrouw Van Vuuren van de Scholengroep Holland. Ik geef u het woord, maximaal 5 minuten. Als u gesproken hebt, kunnen commissieleden die nog een verhelderende vraag hebben dat nog aan u kwijt. Inspreker 1: Mevrouw Van Vuuren: We horen als drie sprekers bij elkaar, de Stichting Scholengroep Holland. De heer Christophersen is van de Laurentius Stichting en de heer Wiegeraad is er voor het Spectrum. . We hebben ieder een stukje, maar het is een samenhangend verhaal. De inleiding zal de heer Christophersen zo doen. Even samengevat leggen wij u voor, dat wij openbaar onderwijs en katholiek onderwijs en protestant onderwijs heel graag met zijn drieën in een nieuw gebouw willen in de gemeente Wilderszijde. Ik zal u toelichten waarom wij dit zo belangrijk vinden. Wij zijn sterk samenwerkende besturen, allemaal ontzettend gericht op het kind. Dat het kind in Lansingerland zo goed mogelijk onderwijs krijgt. Door die onderwijskundige samenwerking kunnen wij in één gebouw heel goed ruimten benutten, optimaal benutten, omdat we alles gaan delen. Dus er komt een maximale ruimte voor de kinderen, ook belangrijk voor de kwaliteit van ons onderwijs.

Daarnaast hebben we te maken met leerlingenzorg, dus inclusief onderwijs. Wij willen heel graag dat alle kinderen, ook die met zorg, bij hun broertjes en zusjes naar hun eigen school kunnen en niet uit de wijk moeten. Als wij daar samen zitten, kunnen wij meer voorzieningen samen creëren en dan kunnen die kinderen gewoon bij hun broertjes en zusjes op school. We hebben te maken met een groot lerarentekort, een belangrijke factor om samen te willen werken op die ene locatie om met elkaar nog meer aantrekkelijke werkgevers te zijn. Dan is maar te denken aan jonge ouders, leerkrachten, tijdelijke vervanging, dat je die gezamenlijk hebt. Dat je veel meer gebruik kan maken van vakdocenten, dus gym, muziek, techniek, handvaardigheid. Die vakken die je maar een paar uur per week geeft. Samen kun je iemand in dienst nemen. En ook specialisten op het gebied van leerlingenzorg. Denk aan jeugdcoach, logopedist, jeugdverpleegkundige enzovoorts. We kunnen ons ook professionaliseren op gezamenlijke thema’s en daar een verdeling in aanbrengen. Het gaat ons bieden, of de kinderen bieden, een hele rijke fysieke leeromgeving, die heel erg zal bijdragen aan onze kwaliteit. Denk daarbij aan kleutergymzaal, een aula, gemeenschappelijk in te richten en te benutten. Daardoor hebben we veel meer ruimte voor mooie leerpleinen en voor allerlei groepslokalen.

Financieel gezien, biedt het natuurlijk ook heel veel voordelen. Gezamenlijk gebruik maken van die faciliteiten en die flexibiliteit, betekent ook dat als de ene school gymt, dat je ook makkelijker terug gaat, makkelijker wisselt van lokalen. Dan heb je nog een praktisch punt, maar je hebt ook een vereniging van eigenaren. Ook daar zal de ervaring van de gemeente zijn, dat daar een groot belang is, dat besturen goed met elkaar samenwerken. Daarbij willen we heel graag samen met de kinderopvang om ervoor te zorgen, vooral die voorschoolse educatie die zo ontzettend belangrijk is voor die eerlijke kansen, voor gelijke kansen, die wij kinderen geven, dat die ook sterk bij de scholen betrokken is en waardoor we een goede inzet hebben, ook van de mensen die daar werken: wat is er mogelijk voor hen binnen het onderwijs? We zien in het land mooie voorbeelden, ook van basisscholen die samenwerken met speciaal onderwijs, jeugdzorg, andere zorg- en welzijnsorganisaties. Hoe meer scholen daarin samenwerken, hoe mooier je die samenwerking vorm kunt geven. Denk maar aan het mooie voorbeeld van de jobcoach, die we kennen in Lansingerland. Hoe mooi is het als iemand heel veel uren beschikbaar is, omdat je als scholen bij elkaar zit en makkelijk met elkaar samenwerkt. Dit was even mijn pleidooi om te laten zien wat de voordelen zijn van de drie scholen.

Dan kijk ik of de heer Christopher er al is. De voorzitter: Begrijp ik dat u drieën een gezamenlijk verhaal heeft? Dan laat ik u alle drie even uw verhaal doen en dan gaan we daarna kijken of er een rondje vragen nodig is. Mevrouw Van Vuuren: Dat heeft mijn voorkeur. Dat is handiger. Inspreker 2: De heer Christophersen: Ik vroeg me af of de heer Wiegeraad ook aanwezig is. Ik denk dat hij het best kan afronden. Mevrouw Van Vuuren: Ik ben gestart bij het middenstuk om te starten met de voordelen. De heer Christophersen: Zoals mevrouw Van Vuuren al zei: drie schoolbesturen, Scholengroep Holland, het Spectrum, Laurentius stichting: wij spreken gezamenlijk in. Een ieder van ons zou een deeltje voor zijn rekening nemen. Nu klinkt het wat als van de hak op de tak, maar ik hoop, dat de boodschap wel goed overkomt. Mijn naam is de heer Christophersen, ik ben bestuurder bij de Laurentius stichting. Wij willen graag onze visie op het onderwijs in de wijk Wilderszijde toelichten aan uw commissie samenleving. Naast een aanvulling op de uitgangspunten en het plan van aanpak van de gemeente Lansingerland, die wij van harte onderschrijven, willen we u vanuit de scholen een gezamenlijke aanpak vanuit onze samenwerking en de visie op goed onderwijs toelichten.

Waarom een gezamenlijke aanpak? Waarom vanavond drie schoolbesturen? De drie Lansingerlandse schoolbesturen willen zich natuurlijk graag ook vestigen in die wijk Wilderszijde met een gezamenlijk sterk en divers onderwijsaanbod en in bij voorkeur een scholencampus met meerdere voorzieningen. Wij zijn er van overtuigd dat we alleen door deze intensieve samenwerking als schoolbesturen uw geformuleerde uitgangspunten optimaal

2/36

kunnen realiseren en daarmee ook het verschil kunnen maken naar individuele schoolbesturen. Denominaties spelen altijd een rol, maar het is in deze tijd niet het voornaamste. Het gaat om een visie op onderwijs met een gevarieerd aanbod van onderwijsconcepten, dat aansluit bij de behoeften van ouders en kinderen. Wij hebben als schoolbesturen ervaring met moderne en aansprekende vormen van onderwijs. Het primair onderwijs is sterk in ontwikkeling en wij doen daar als schoolbesturen volop in mee. Daarboven, bovenop die mooie onderwijsconcepten, hebben wij als drie schoolbesturen ervaring in de samenwerking met elkaar en hebben een sterk onderling vertrouwen. Dat bleek ook wel bij het bouwen, samen met de gemeente, met wethouder Van Tatenhove aan het IHP. Ook In Berkel Westpolder hebben wij zeer positieve ervaringen opgedaan. De nieuwe wetgeving ruimte voor nieuwe scholen maakt het echter lastiger om de gezamenlijke visie te realiseren in Wilderzijde. Je wordt als schoolbesturen eigenlijk meer concurrent, omdat je gaat samenwerken. Om deze reden willen we u graag de samenwerkingsvoordelen voor ouders, kinderen, gemeente en de schoolbesturen nog eens een keer goed toelichten. Daarnaast hebben we de behoefte bij de commissie te toetsen hoe we middels uitbreiding van bestaande scholen in Wilderszijde kunnen starten en vragen wij u aan het eind om een zienswijze op ons voorstel.

Ik dank u wel voor het toehoren. Ik geef graag het woord over aan de heer Wiegeraad. De voorzitter: Aan de voorzitter. Dan ga ik naar meneer Wiegeraad toe. Inspreker 3: De heer Wiegeraad: Ik ben de heer Wiegeraad, bestuurder bij het Spectrum en (..). Ik zal even het laatste stukje toelichten. De heer Christopher gaf al aan: de nieuwe wet op het stichten van scholen, die in 2021 van kracht gegaan is. De nieuwe wet geen schoolbesturen allen de mogelijkheid als individueel bestuur een nieuwe school kenbaar te maken bij het OCW. Door de nieuwe wet is het mogelijk dat er aan de hand van de toetsingscriteria meerdere scholen toestemming gaan krijgen om een school in Wilderszijde te kunnen stichten. Wij hebben laten onderzoeken en uit laten rekenen dat om een nieuwe school te kunnen stichten er ongeveer 120 handtekeningen nodig zijn van ouders, die een kind hebben van 2, 3 of 4 jaar, die woonachtig zijn in een cirkel van 6 kilometer rond Wilderszijde. Onze inschatting is dat alle drie de schoolbesturen, die voor u zitten hier, dit wel voor elkaar gaan krijgen. Elke school heeft inmiddels al vaak meer dan 250 4-jarigen op de school aanwezig. Het zou dus zo kunnen zijn dat er meer dan drie toekenningen komen voor nieuwe scholen bij de start. Het is echter wel zo, dat na 11 jaar deze scholen moeten voldoen aan de stichtingsnorm van 262 leerlingen.

Wetende dat er ongeveer 1.000 verwachte leerlingen komen, zou dat dus wat toekomst geven aan de drie scholen. Dat zou kunnen betekenen, dat nieuw gestichte scholen van één van onze besturen deze niet zou kunnen halen. Maar, wij zouden de scholen open kunnen laten houden, omdat we werken met een gemiddelde schoolgrootte per bestuur of eventueel zo’n school laten fuseren met een andere school van ons bestuur in de buurt. Voor nieuwe toetreders is dit wel een risico. Als zij de stichtingsnorm niet halen, kan sluiting een gevolg zijn. Door vroegtijdig aan te sluiten door de samenwerkende schoolbesturen bij de ontwikkeling en de bouw van de wijk Wilderszijde is dan ook noodzakelijk. Het samenwerken en samenwonen in één scholencampus vraagt veel voorbereiding. Maar ook de personele en financiële uitdagingen moeten het hoofd geboden worden. In deze tijden van een groot lerarentekort moet vroegtijdig geworven worden voor de scholen in de wijk Wilderszijde. Daarbij kennen wij, als samenwerkende schoolbesturen de arbeidsmarkt in Lansingerland wel goed en hebben zij een goede uitgangspositie om deze werving goed te laten verlopen.

Wij vragen de commissie een zienswijze te geven om een deel van de toekomstige onderwijsbehoefte, kortom toekomstige leerlingen, toe te wijzen aan de huidige schoolbesturen door middel van het stichten van een dislocatie van een bestaande school of verhuizen van een huidige school binnen de gemeente Lansingerland. Wij hebben namelijk op basis van wet -en regelgeving daar geen beperkingen in kunnen vinden. Als dat zo is, gaan we formeel geen nieuwe scholen stichten. Wel heeft iedere school de ruimte op deze locatie het onderwijs zo in te richten dat dit echt goed afgestemd wordt op de leerlingen van Wilderszijde en op de onderwijsvisies binnen de gemeente Lansingerland. Naast de 3 bestaande schoolbesturen die dan het liefst in één gebouw een campus kunnen vormen, is het mogelijk dat een 4e school, bijvoorbeeld een vrije school of een ander concept, de minimale stichtingsnorm kan behalen. Dat zou ook in de campus kunnen, maar ook in een gebouw elders in de wijk. Vanwege de termijn die OCW heeft gesteld in de nieuwe wetgeving dienen wij, als we dat zouden doen, onze aanvraag voor het stichten van een school voor 1 juni 2021 in te dienen. Wij vragen u dan ook voor deze termijn uw reactie op ons voorstel te willen geven. Ik dank u wel. De voorzitter: Dank voor uw inspraak alle drie.

Ik denk dat het handig is als de tekst, die u hebt gebruikt misschien verspreid wordt onder de commissieleden. U kunt het mailen aan de griffier, dan zorgt zij ervoor, dat het morgen naar de commissieleden toegestuurd wordt. Ik wil met de elektronisch handjes werken: zijn er commissieleden die een korte verhelderende vraag willen stellen. De heer Lieverse, CU: Een korte vraag, die een beetje technisch is, want er werd heel veel verteld. U bent met zijn drieën bezig gemeenschappelijk een aanvraag te gaan doen, maar u legde uit, dat de wetgever veronderstelt, dat het drie aparte aanvragen zouden moeten worden als het drie besturen

3/36

betreft. In hoeverre is die samenwerking dan toch bij OCW straks heel duidelijk? Mevrouw Van Vuuren: Op het moment dat we een aanvraag doen bij OCW, dan betreft het een nieuwe school, dus dan zijn het afzonderlijke aanvragen. Op het moment dat we werken volgens het voorstel, dat de heer Wiegeraad net zei, dus dat je start met een nevenvestiging, dan is er geen sprake van een aanvraag bij het ministerie. De heer Jonker, D66: Allereerst wil ik de insprekers bedanken voor hun betoog. Ik ben blij, dat we de tekst nagestuurd krijgen, want er zaten een hoop aspecten aan, die ik nog even rustig wil bestuderen. Ik waardeer sowieso de intentie en de inspanning, die wordt geleverd op het gebied van samenwerking en het zoeken naar nieuwe mogelijkheden. Wij zien liever dat de verschillende scholen samenwerken in de wijk, dus ik hoop, dat we dat later nog kunnen bespreken in de commissie, hoe we daar tegenaan kijken en hoe dat gefaciliteerd kan worden. Ik was nog benieuwd naar één detail. Heeft u ook al contact met de wethouder hierover gehad en is daar al wat uit gekomen. Mevrouw Van Vuuren: Ja, hierover is contact geweest met de wethouder. Volgens mij is ze ook aanwezig. We hebben met elkaar gesproken over de meerwaarde van deze scholen. Dat kan de wethouder beter zelf zeggen, hoe zij ernaar kijkt, dan dat ik dat zeg. De heer Pat El, VVD: U allemaal bedankt voor uw inspraak.

Ik heb 2 korte vragen. Als ik het goed beluisterd heb, dan zei u dat u denkt dat u met 3 schoolbesturen meer synergie kan bereiken dan één school in zijn eentje. Misschien dat u dat nog even kort kunt toelichten voor ons als commissie waarom u dat denkt. En nummer 2. Als ik u goed beluister, zei u dat u graag onze mening wilde over de zienswijze, of wij voorrang zouden geven aan bestaande scholen in Lansingerland. Kunt u nog kort toelichten waarom dat voor u een heel groot verschil zou maken? Dat waren mijn vragen. Mevrouw Van Vuuren: Dat zit op heel veel gebieden. Die zit allereerst op je onderwijskundige samenwerking. Je zet een gebouw neer van een aantal vierkante meters, als je goed met elkaar samenwerkt, kun je dat optimaal gebruiken. Een speellokaal, een technieklokaal, dat normaal teveel ruimte vraagt, dat kun je nu gebruiken omdat je het met drie scholen tegelijk doet. Als je kijkt naar specialistische zorg voor leerlingen, waarvan we net zeiden: we vinden het belangrijk dat die kinderen bij hun broertje op de katholieke school, hun zusje op de protestante school zit en niet hoeft uit te wijken. Met elkaar kunnen we die specialistische voorzieningen veel vaker creëren, dan dat we in ons eentje kunnen. Dat is ook wat ons als besturen bindt: het hart voor het kind. Hoe kunnen wij nou het beste onderwijs geven? Dus daar zit de synergie in.

Alles wat ik verder noemde heeft daar ook mee te maken. Als je kijkt naar personeel: we weten allemaal dat er een groot personeelstekort is. Dat zit ook in Lansingerland voor een groot deel op je kort tijdelijke vervanging. Het is belangrijk voor die kinderen, dat het onderwijs gewoon door gaat. Samen kunnen wij veel makkelijker een pool hebben en mensen over en weer uitwisselen. Dus we zijn massa aan het creëren. Dat geldt ook voor leerkrachten, die we in dienst nemen, voor kunst, cultuur, techniek, noem maar op. Als we dat met zijn drieën doen, dan zijn er veel meer mogelijkheden. Verder die benutting van al die speciale ruimten, denk maar aan gymzalen. Als je die voor 1 school neer zet, staat die toch relatief veel leeg. Met z’n drieën kun je dat goed benutten allemaal ten gunste van bijvoorbeeld leerpleinen of wat dan ook, waarop kinderen nog prettiger kunnen leren. Dat noemen wij in het onderwijs een rijke leeromgeving bieden, ook fysiek, waar kinderen zich goed voelen. De voorzitter: Ik vind het een overtuigende lijst. De heer Wiegeraard: Voorrang is eigenlijk niet wat we vragen. Het gaat er eigenlijk om, dat we ervoor willen zorgen, dat er onderwijs voor die kinderen komt. De manier om dat te doen betekent, dat er nieuwe scholen kunnen komen.

De nieuwe wetgeving is dit jaar van kracht gegaan en geeft veel meer ruimte tot het stichten van nieuwe scholen dan de oude wetgeving dat deed. Dit betekent dus: formeel gesproken zouden wij als 3 besturen een aparte school kunnen aanvragen. Er zouden misschien nog andere besturen in de omgeving zijn, die allemaal een school kunnen aanvragen. Op het moment dat je voldoet aan voldoende handtekeningen zou het zomaar kunnen zijn, dat er 6 of 7 scholen ontstaan en toegekend worden. Dat is volgens ons geen wenselijke situatie. Een andere mogelijkheid is om te zeggen als gemeente: we kennen de leerlingen toe aan bestaande scholen, namelijk we zorgen ervoor dat een deel van de wijk een uitbreiding wordt van de scholen die al vlak in de buurt staan, zoals in Westpolder ook gebeurd is. Op dat moment zouden leerlingen naar de dislocaties gaan, dan hebben we niet te maken met stichtingsnormen en opheffingsnormen, omdat die namelijk al gelden bij de bestaande scholen. Daarnaast zou er nog steeds ruimte zijn om nieuwe scholen te stichten buiten onze besturen, waardoor de diversiteit groter wordt. In plaats van dat er dus allerlei nieuwe scholen ontstaan, ook van onze besturen, die in de toekomst misschien voor een situatie zorgen, dat een aantal van die scholen geen bestaansrecht heeft, omdat ze de stichtingsnorm niet halen.

De heer Christophersen: Ik wil nog een korte aanvulling doen op die synergie. Drie samenwerkende schoolbesturen, dat is één. Maar ook de samenwerking en de synergie met de kinderopvang en met wijkvoorzieningen zijn heel belangrijk om te noemen. Juist doordat je heel erg gericht bent op die wijkvoorzieningen, die samenhang met de kinderopvang, kan je echt synergie maken. Dat wilde ik nog even toevoegen.

4/36

De heer Buijs, CDA: Allereerst bedankt voor de presentatie. In aanvulling op wat er al is gewisseld, vroeg ik mij af: in hoeverre heeft u overleg met alle scholengemeenschappen in Lansingerland? In hoeverre is er sprake van een soort waterbedeffect. Stel, uw nieuwe school komt er, zouden dan de leerlingen van andere scholen daar ook naar toe gaan of vice versa? De heer Christophersen: Eigenlijk hebben wij altijd gesprekken over een goede spreiding van scholen over de gemeente en dat doen we samen met alle schoolbesturen in het IHP. In het verleden deed je dat dan ook met alle schoolbesturen in Lansingerland binnen het IHP. De nieuwe wet maakt dat beeld veel onrustiger, want iedereen kan een nieuwe school stichten. Wij weten niet welke andere partijen er nog meer zijn. Wij weten wel, dat wij een heel mooi samenwerkingsverband zijn en een heel mooi aanbod kunnen doen op de uitgangspunten en de visie van Lansingerland. De heer Wiegeraad: Mag ik nog even kort aanvullen? We hebben wel overleg gehad met de besturen, die binnen de gemeente op dit moment actief zijn. Dan hebben we het over de NVKO, die met katholieke scholen in Bleiswijk zitten en met LEF, dat is van de Parel. Die zijn op de hoogte van de plannen en daar hebben we goed contact mee. De heer Hoek, WIJ: Dank voor de inspraak. Mooi, dat u elkaar gevonden heeft.

Maar, als ik de stukken goed lees en ik kijk naar de nieuwe systematiek, de nieuwe wetgeving, dan gaat deze wetgeving uit van belangstelling van ouders en niet langer van godsdienst of levensbeschouwing. Wat ik ook in de stukken lees, is dat met name het ministerie van OCW bepaalt en er dus over gaat. Dan lijkt het mij legitiem, dat je als gemeente die belangstelling toetst en aan de hand van die belangstelling, zal het ministerie daar iets van moeten vinden. Dat komt niet helemaal overeen met de aanvliegroute, die u kiest door handtekeningen te verzamelen. Kunt u daar iets over zeggen? Ik zou er wel een groot voorstander van zijn om inderdaad die belangstelling de doorslag te laten geven, want dat is nou juist uniek aan de nieuwe wetgeving. De heer Wiegeraad: Dat klopt. Er zijn inderdaad twee mogelijkheden. Dat is marktonderzoek en het behalen van voldoende handtekeningen om een school te kunnen stichten. Zo is het ook aangegeven in de wetgeving. Op die twee pijlers. Het schoolbestuur dat het voor elkaar krijgt om ouders met kinderen, die op 1 januari 2022 2, 3 of 4 jaar zijn, hun handtekening te laten zetten, dus belangstelling tonen voor het schoolaanbod, als dat er 120 zijn, heet het ministerie al een reden om de school toe te kennen. De heer Hoek: Die handtekeningactie kwam ik in de stukken niet tegen of ik heb er overheen gelezen, dat zou kunnen. Vandaar mijn vraag.

De heer Wiegeraad: Laat ik het anders noemen: het gaat om de belangstelling, door middel van een handtekening, dat een ouder zegt: ja, ik kies voor dat schoolconcept. De heer Hoek: Maar dat zou evengoed kunnen zijn, dat er uitkomt, dat de voorkeur uitgaat naar 3 openbare scholen. De heer Wiegeraad: Absoluut. Elke school, die een aanvraag doet voor 1 juni moet bij het ministerie met een concept komen, met een gedachtegang en zal straks voldoende belangstelling moeten hebben voor als het ministerie het gaat toekennen. Mevrouw Gabin, GL: Dank aan de bijdragen van andere partijen. Ik had twee vragen. De ene ging over alternatieve samenwerkingen, of dat onderzocht is, maar die is al gesteld door de heer Buijs. Er werd ook verteld, dat denominatie geen rol meer speelt perse. Dat hoorde ik de heer Christhophersen zeggen. Hoe moet ik dat opvatten? Dat heb ik niet helemaal helder staan. Ik neem dat Laurentius en het Spectrum de christelijke godsdienst of levensbeschouwing vertegenwoordigen in de nieuwe school in Wilderszijde. Ik vroeg me ook af in hoeverre de afzonderlijke identiteiten van de scholen kan worden gewaarborgd bij een samenwerking. Ik heb ook wel zorgen: stel, het slaagt, dan komen er ook natuurlijk (…). De heer Christophersen: Denominaties, als ik zeg dat dat niet meer te zake doet, dan is dat niet helemaal juist.

Wat aan de orde is, is dat wij allemaal heel mooie onderwijsconcepten hebben, hele moderne onderwijsconcepten. Volgens mij kiezen ouders, en dat merk ik elke dag weer, voor een onderwijsconcept, dat aansluit bij de behoefte van hun kinderen en wat het best passend is, daar kiezen ze voor. Ik geloof er zeker in, dat ieder schoolbestuur dat kan, maar wij hebben daar ervaring in om moderne onderwijsconcepten, echt vooruitstrevende onderwijsconcepten, in deze wijk te realiseren. Daar bovenop, en dat is eigenlijk wat wij vanavond willen vertellen, kunnen wij iets extra’s brengen, dat is namelijk onze gezamenlijke samenwerking. Die is vrij uniek in Nederland. Wij zeggen als drie schoolbesturen: we slaan de handen ineen en we bieden eigenlijk drie fantastische onderwijsconcepten, die nieuw zijn voor de gemeente Lansingerland in een nieuwe wijk. Dat is eigenlijk wat wij vanavond graag over het podium willen krijgen, waarbij we een lange route hebben en dat is het stichten van een nieuwe school met veel afbreukrisico, want dan word je eigenlijk meer concurrent van elkaar. Of via ons voorstel, waar we uw zienswijze op vragen, dat is het stichten van een school via een nevenvestiging. Mevrouw Heijblom, D66: Ik vind het een beetje lastig verhaal, maar wel dank voor jullie verhaal. Uiteindelijk denk ik dat diversiteit ook heel erg belangrijk is.

Ik hoor toch, ja, ik weet niet, hoor, maar ik hoor een beetje kartelvorming, om heel eerlijk te zijn. Daarmee sluit je anderen uit. Ik zie niet in waarom jullie als individuele scholen ook niet goed met andere scholen zouden kunnen samen werken. Als je daar vroeg bij bent, dan kun je ook nog naar huisvesting en dergelijke kijken. Ik begrijp uw bedoelingen. De voorzitter: Uw verhelderende vraag luidt? Mevrouw Heijblom: Of dat een beetje waar is? Of ik het nou goed begrijp? Mevrouw Van Vuuren: Ik wil daarmee ook nog even ingaan op de vraag van

5/36

mevrouw Gabin, die zij net stelde, over die verschillende identiteiten. Wordt het een eenheidsworst? Maakt het geen verschil meer of je openbaar bent, katholiek of protestant? Natuurlijk is dat wel een verschil, want anders zouden wij met elkaar één bestuur vormen en met één identiteit. Het is evident waar katholiek onderwijs voor staat, waar protestant-christelijk onderwijs voor staat en het openbaar onderwijs, die ik vertegenwoordig. Dat neemt niet weg, dat je met elkaar ervoor moet gaan zorgen, daarom is onze samenwerking ook zo bijzonder, dat je echt het beste kan doen voor die kinderen in Lansingerland. Daar staan wij voor, dat is niet een eenheidsworst. Er zullen leerkrachten zijn, die bewust kiezen voor een katholieke school, een protestante school of een openbare school. Als je het hebt over de grote krapte met invalleerkrachten, daar kun je dat soort voorkeuren eigenlijk niet of nauwelijks meer laten spelen. Wij zitten ook al met elkaar, met alle besturen, in een hele grote pool van leerkrachten. Het is absoluut niet zo, dat wij een kartelvorming voor staan, want ieder van ons kan een eigen school aanvragen met vrij grote kans, dat dat ook slaagt vanuit het ministerie.

Waarom wij pleiten voor met zijn drieën, omdat wij hier eigenlijk kijken naar een heel innovatieve manier van samenwerken, dat we onze identiteit behouden, maar veel meer gebruik gaan maken van dat met elkaar samenwerken met maar één doel en dat is: oog voor dat kind, dat het kind zich goed kan ontwikkelen, dat dat kind goed in deze samenleving staat binnen die eigen omgeving. Daar zitten onze drijfveer. Samenwerken is iets wat heel moeilijk is, ook in het onderwijs, terwijl we allemaal leven van overheidsgeld. In de gemeente Lansingerland, dat hebben we niet in andere gemeenten, hebben wij een unieke samenwerking tussen protestant-christelijk en openbaar onderwijs en dat is goed voor de kinderen. Dat is dus de reden waarom we zeggen: wat zou het mooi zijn als wij met elkaar op één plek zouden kunnen zitten en daar laten zien, met behoud van onze eigen identiteit, want die vinden wij ook belangrijk, en ook met een goed en verschillend onderwijsconcept, want ook daar zullen we niet hetzelfde doen, maar in al dat extra wat nodig is, om dat met elkaar te benutten. Mevrouw Van Hagen, WIJ: Bedankt aan de insprekers voor het mooie verhaal. Ik vind de samenwerking erg positief klinken. Ik ben zelf werkzaam als leerkracht, dus ik heb er van dichtbij mee te maken. Ik had een vraag t.a.v. de onderwijsconcepten Montessori of vrije school.

Die zijn er op dit moment niet in Lansingerland en ik kan me zomaar voorstellen dat dat in Wilderszijde wellicht een kans gaat krijgen. Zo’n school gaat wellicht een regiofunctie vervullen. Ik ben benieuwd in hoeverre daar rekening mee gehouden wordt. Ten aanzien van die bijzonder onderwijsconcepten ben ik benieuwd hoe er gedacht wordt over de aantrekkende werking ten opzichte van andere scholen in Lansingerland. De heer Wiegeraad: De eerste vraag. Juist door ons voorstel om er dislocaties van te maken, waardoor we niet met een stichtingsnorm te maken hebben en dus kleiner kunnen blijven, geeft juist ruimte om ook een stroming als Montessori of vrije school kans van slagen te hebben in de wijk. Dus daar staan we zeer open voor, dat hebben we ook aangegeven. Binnen onze eigen scholen, we hebben onze eigen identiteit, maar identiteit is niet meer de enige richting die onze scholen geven. Het is onze basis, onze kern, maar de manier hoe wij het onderwijs vorm geven, daar kunnen we wel enorm verschillen. Dan hebben we het over unit-onderwijs, sommige scholen werken wel vanuit een klas, andere werken met wereldburgerschap. Zo heeft elke school binnen de besturen een eigen signatuur. We zullen zeker in Wilderszijde naar concepten toe gaan, die de meest moderne vorm van onderwijs zijn.

Dan hebben we het over onderzoekend leren, ICT-vaardige leerlingen, burgerschapsvorming, dat een cruciale rol gaat krijgen in combinatie met zingeving, wat ook vanuit de verschillende identiteiten vorm gaat krijgen. Wij zeggen weleens in het modern onderwijs: Montessori is een schooltype dat al oud is, het Montessori onderwijs van nu is niet meer het Montessori onderwijs van 60 jaar geleden. Dat heeft zich ook doorontwikkeld. We willen juist ruimte geven aan ook andere scholen om de diversiteit in de wijk groter te maken. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Dank aan de insprekers. Leuk om de heer Wiegeraad weer even te zien als oud-directeur van de Wiekslag. Begrijp ik het nu goed, ik zit eigenlijk op dezelfde lijn als mevrouw Heijblom, moet ik eerlijk zeggen. Ik ben ook een beetje puzzeld. Is het nu zo, dat als je uitgaat van de dislocatievariant, dat je dan eigenlijk de ruimte voor een nieuwe school verkleint? Het aantal leerlingen blijft 1.000. Er is gezegd: 6 of 7 scholen. Maar dat kan natuurlijk nooit waar zijn, dat de gemeente toestemming gaat geven voor 7 scholen, dat lijkt me een utopie. Ik heb de indruk, dat als je kiest voor een dislocatie, dan maak je de taart wat kleiner voor nieuwe scholen. Heb ik dat goed begrepen of niet? De heer Wiegeraad: Het is juist het tegenovergestelde.

De nieuwe wetgeving geeft aan: bij 120 belangstellenden kun je al een school stichten; vanuit verschillende hoeken binnen een cirkel van 6km om Wilderszijde heen, dus dat betekent dat belangstelling ook in Pijnacker opgehaald kan worden, in Hillegersberg, een hele grote regio. Om belangstelling te krijgen, dat gaat redelijk snel. 120, het zou zomaar kunnen dat als 7 scholen dit gaan vragen, dat er dus 7 aanvragen komen, die allemaal wel voldoende belangstelling aan de oorsprong hebben. Als het rijk, als OCW het toekent, dan heb je als gemeente de plicht om in ieder geval voor huisvesting te zorgen. Het klinkt even hard: de gemeente gaat niet over het stichten van scholen, alleen maar in het voorzien van huisvesting. De voorzitter: Ik moet u onderbreken, want we moeten echt voort, we hebben een lange agenda. Met onderwijsmensen is het

6/36

altijd zo: die mensen zijn zo gepassioneerd, dat zit in het bloed, dat merk ik aan alles. Maar we moeten echt verder. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik probeer nog één dingetje te begrijpen. Dat gaat over dat samenwerken. Met passie worden die drie onderwijsconcepten geduid, dat er toch wel verschillen zijn. Maar nu proefde ik toch, dat een protestant-christelijke docent in het kader van de problemen van de bezetting ook bij het openbaar onderwijs voor de klas kan gaan staan. Begrijp ik dat nou goed? Of begrijp ik dat verkeerd? Mevrouw Van Vuuren: Bij het openbaar onderwijs kan sowieso iedereen, wat voor gezindte dan ook, voor de klas staan. Bij ons geldt er maar één ding en dat is het respecteren van ieders mening en daar goed mee om kunnen gaan. Dat is wat wij onze kinderen leren. Waar verhalen samen komen. Niemand is openbaar, iedereen is iets, iedereen is bij ons welkom. Als je kijkt naar de katholieke en de christelijke, die zijn ook algemeen toegankelijk. Zij kunnen beter voor zich spreken, maar er is geen probleem als iemand veel in het openbaar onderwijs staat als het vervanging betreft. Mevrouw Bouman, CDA: Ik had even wat technische problemen. Het is zeer zelden dat dat bij mij gebeurt, maar ik ben er weer met hulp van derden. Ik heb een deel van de toelichting van de dame en heren gemist. Maar mijn vraag t.a.v.

Montessori en de vrije school, want dat is ook een onderwijsconcept dat nieuw is, is in de tussentijd beantwoord. Ik begrijp dat deze drie schoolbesturen de handdoek met elkaar in de ring gegooid hebben en zeggen: we willen met de samenwerking verder gaan t.a.v. het stichten van een school in Wilderszijde. Heb ik dat goed begrepen? Mevrouw Van Vuuren: Wij hebben wel het voornemen om drie aparte scholen te zijn, als dat uw vraag is. Mevrouw Bouman: Dus drie aparte scholen met ieder een eigen concept. Oké, dat is helder. Mevrouw Van Vuuren: Het zou zelfs Montessori kunnen zijn, bij wijze van spreken. De voorzitter: Ik wil u alle drie hartelijk danken. U bent welkom om in de stream te blijven hangen. Dit onderwerp is straks snel aan de beurt, dus voor u hoeft het geen nachtwerk te worden. Ik hoop eigenlijk voor de rest van de commissie ook niet. Ik doe een beroep op u om vanavond de vaart erin te houden. We hebben best een volle agenda. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 11 maart 2021 De voorzitter: Daar zijn geen verzoeken op binnen gekomen. Is er iemand die daar iets op te zeggen heeft? Nee. Dan stel ik het verslag van de vorige vergadering vast. 4.

Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Is er iemand die daar een verzoek heeft? De heer Kampinga: We hebben op de valreep nog een brief gekregen over informatie die 11 maart niet behandeld kon worden? Is er nog gelegenheid op enig moment om daar een korte vraag over te stellen? De voorzitter: Ik stel voor, dat we dat even doen bij de actualiteiten uit de commissie. Dat is de plek, want het zijn ook actualiteiten uit de commissie, alleen iets minder actueel inmiddels. Inventarisatie rondvragen: De voorzitter: Er is een vraag binnen gekomen van meneer Hoek over jongeren met ernstig psychische problemen. Heb ik iemand gemist? Nee. 5. Bespreekpunten: 5.a Selectie onderwijs Wilderszijde De voorzitter: De wethouder heeft gevraagd een inleiding te geven. Wethouder Van Tatenhove: Wat mij betreft hoeft het niet. Ik denk dat de aanleiding duidelijk is. De wet is veranderd, of: er is een nieuwe wet aangekondigd, die zijn intrede doet in 2021. Dat betekent dat de besluitvorming over het stichten van nieuwe scholen bij OCW ligt en niet langer bij de gemeente. U heeft bij de insprekers gehoord hoe dat in zijn werk gaat. Wij krijgen als gemeente de gelegenheid om daar een zienswijze op in te dienen.

Om te voorkomen, dat die heel subjectief is, leek het ons goed om daar uitgangspunten voor vast te stellen, zodat we aan de hand van die uitgangspunten echt een objectieve zienswijze kunnen inleveren bij het ministerie. Het leek mij heel goed om dat met u te bespreken. Temeer om waar net aan werd gerefereerd bij de behandeling destijds van de onderwijsvisie, er zijn grote verwachtingen opgenomen ten aanzien van de schoolconcepten in Wilderszijde en de vernieuwing die we daar zouden willen. Daarom denk ik dat het goed is, dat de commissie zich uitspreekt over de uitgangspunten, zodat we straks als college een goede zienswijze kunnen geven op het moment, dat de aanvragen worden ingediend. De voorzitter: Dank u wel voor de improvisatie. Ik denk dat de agendacommissie het een goed idee vond, dat u een inleiding gaf. Wethouder Van Tatenhove: Ik vind het een prima idee om het zo te doen, want anders ben je aan de achterkant aan het repareren qua beeldvorming. Ik vind het een goed voorstel.

7/36

De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik ben de gelukkige en dan heeft u de rest van de avond geen last meer van mij. Ik moet eerlijk zeggen, dat mijn voorbereiding wezenlijk anders was, want ik ben eigenlijk een beetje puzzeld n.a.v. de insprekers. Niet puzzeld door het voorwoord van de wethouder. Zij zegt: de uitgangspunten zijn bedoeld om subjectiviteit te voorkomen en we hadden hoge verwachtingen m.b.t. die onderwijsconcepten. Als het nou om die uitgangspunten sec gaat, kon ik daar overall wel mee leven, ware het niet dat ik wel wat twijfels had over het uitgangspunt wijknetwerken, want die hebben we net weg bezuinigd. Dat is deel 2 waar de wethouder het over had, maar ook de insprekers: over het onderwijsconcept. Ik merk bij mezelf, dat ik heel verward ben wat nu een onderwijsconcept aan het worden is en wat het uiteindelijk is. Ik had mijn huiswerk gedaan en heb één van de drie insprekers gesproken. Die zei: Montessori zit in dezelfde slipstream als Dalton en Jena en die Rudolf Steinerversie is wezenlijk wat anders. Ik ben vandaag, zoals u mij kent (…….). Wat moet ik hier nou mee? Ik zou eigenlijk willen pleiten voor een extra benen-op-tafel over die onderwijsconcepten en misschien wel de puzzeling die mevrouw Heijblom had, om daar nog een keer goed bij stil te staan.

Wat wordt hier nou vanavond eigenlijk gezegd en wat betekent het nou eigenlijk? Wij als L3B hebben niet zo heel erg enthousiast gereageerd op de onderwijsvisie, zoals u weet. Die onderwijsconcepten, volgens mij zitten we echt niet op een vrije school te wachten. Maar als er echt aangetoond kan worden, dat er een behoefte is, wie ben ik dan, of wij als L3B, om te zeggen: die school mag er niet komen. Maar we hebben er wel heel slechte ervaringen mee, als we kijken naar de Kleine Kapitein. En als meneer Wiegeraad zegt: er dreigen 6 of 7 scholen op ons af te komen. 7 maal 120 is 840, dan ben ik al bijna bij die 1.000. Dat vind ik wel een beeld waarvan ik denk: moeten we dat in die uitgangspunten op één of andere manier de nek omdraaien voor zover dat kan. Ik zou in de uitgangspunten willen zeggen: er komen max 3 scholen of 4, maakt niet uit. Dat is waar ik nu een beetje naar op zoek ben. Even snel de uitgangspunten. Onderwijsaanbod: prima. Onderwijsconcepten: ben ik verward. Verbinding met de wijk: vind ik een lastige, omdat we daar op aan het bezuinigen zijn. Samen met de VVD hebben we daar altijd onze twijfels over gehad. Ook aan de knoppen-stukken die we gehad hebben, gaat ook de combinatiefunctionaris mogelijkerwijs bezuinigd worden. Dan zou dat weg kunnen vallen. Clustering met kinderopvang: prima. Stimuleren spelen en bewegen: ook prima.

Maar daarbij wel de winstwaarschuwing, dat we geen herhaling willen van het gedoe, dat we nu bij de school bij het Mozaïekgebouw hebben, het schoolplein aan de OUdelandsehof, waarbij inwoners extreem veel last hebben van overlast van jeugd. De duurzame schoolomgeving: dat lijkt me alleszins redelijk om uit te gaan van 1-methode, ondanks dat BENG natuurlijk wel goedkoper is, maar volgens mij is dat niet verstandig, want dan gaat het t.z.t. toch naar die ENG toe, dus doe het dan maar in één keer goed. Ik heb het wel in de stukken zien staan, maar ik zou bij de uitgangspunten toch wel een knipoog willen hebben naar de frisse scholen als beleidsaccent, omdat daar vooral aandacht wordt besteed aan de binnen kwaliteit. Met corona is dat volgens mij helemaal hot geworden. Waar mevrouw Gabin he terecht over had, is dat we zeker moeten voorkomen, dat bestaande scholen worden leeg getrokken. Dat hoorde ik haar ook zeggen, dat ze daar zorgen over had. Dat ben ik wel met haar eens. Als afsluiting: ik denk dat we met dat bewegen zouden moeten pleiten, niet voor een gymzaal, maar voor een sportzaal. Dat zeg ik even n.a.v. de beeldvorming rondom sportaccommodaties, waarbij sporthallen kennelijk zo populair zijn, dat ze vol raken qua bezettingsgraad en bij de gymzalen was de bezettingsgraad zorgelijk.

En toch nog als laatste die vrije school, stel dat die er zou komen: trekken we dan niet heel veel leerlingen van buiten aan? Dat we dan hetzelfde ongelijke gevoel krijgen als bij het voortgezet onderwijs, dat wij dat allemaal moeten betalen, terwijl de scholieren van Pijnacker-Nootdorp en Rotterdam dan allemaal deze kant op komen. Dus daar maak ik me wel zorgen over. Dit is in eerste instantie mijn bijdrage. Dank u wel, want ik heb iets meer tijd gekregen dan mij is toegestaan, dank. De heer Pat El, VVD: Ik denk dat het ermee te maken heeft met wat de heer Hoppenbrouwer zei: dat we ons als commissie moeten afvragen of we dit allemaal in één avond bolwerken of moeten we toch niet eens een ronde verder doen? Laat ik even bij het begin beginnen. Wat wij als VVD begrepen hebben, is: er is gekeken naar de behoefte van ouders of toekomstige bewoners in Lansingerland. En er is gezegd, dat er behoefte is aan o.a. een aantal nieuwe onderwijsconcepten. Wat de VVD betreft, is iedereen vrij om hier een school te vestigen als daar genoeg animo voor is.

Dus wij snappen jullie initiatieven, ik kijk even naar de schoolbesturen, alleen, wij willen daar niet een uitzonderingspositie voor creëren, want ons uitgangspunt is: iedereen die een goed concept heeft en kan aantonen, dat ze voldoende achterban hebben en voor voldoende leerlingen kunnen zorgen, die moeten gewoon een eerlijke kans krijgen. Dan even naar de heer Hoppenbrouwer, die iets zei over onderwijsconcepten als de Kleine Kapitein. We hebben daar het risico dat we onderwijsconcepten en hoe goed een school bestuurd wordt door elkaar gaan halen, maar misschien dat de wethouder er iets over kan zeggen. Dan wilde ik naar het document, dat de uitgangspunten bevat, waarbij de wethouder aangaf: we willen heldere uitgangspunten. Het document heeft een aantal heel heldere uitgangspunten, laat ik dat zeggen. Er staat iets over verkeersveiligheid bijvoorbeeld. Het is heel helder. Het staat helaas ook vol met onheldere en wat de VVD betreft onwenselijke zaken. Ik moet daar toch een paar voorbeelden van geven, waar wij problemen mee hebben. Er staat bijvoorbeeld in, dat de scholen een duurzame leefomgeving met inspirerende

8/36

binnen- en buitenruimten moet hebben. Ik zou de wethouder willen vragen of dat criteria zijn, inspirerend, want criteria zijn helder en eenduidig. Zo niet, dan denk ik dat we dit soort zaken uit het document moeten halen. Er staat bijvoorbeeld ook in, op blz.7, beeldkwaliteit: de scholen maken bij bewoners deel uit van de mental map. Ik weet niet wat een mental map is en volgens mij voegt dat ook niet zoveel toe aan het vinden van juiste, goede scholen voor Wilderszijde. Wat ons betreft, moeten we dat er gewoon niet in zetten. Ik heb nog een kort voorbeeld, dat ook belangrijk is. Het staat op blz.8. Een groenblauw schoolplein draagt actief bij aan het onderwijs in het bewustzijn van kinderen over het klimaat. Het is volgens mij niet aan ons als gemeente om kinderen duidelijk te maken hoe belangrijk het klimaat is. Dat is wat ons betreft aan de school en aan de ouders, wij moeten als gemeente niet in dat verhaal mee gaan, door het als criterium mee te nemen in een dergelijk document. Dan heb ik nog een heel belangrijk punt. In het document staat, en de heer Hoppenbrouwer noemde dat, maar daar verschillen wij, denk ik, van mening, dat nieuwe scholen niet het effect moeten hebben, dat ze bestaande scholen leeg trekken. Dat kan je interpreteren als: een nieuwe school mag zeker niet beter zijn dan de scholen die we al hebben.

Want ja, een hele goede school, die nog beter is dan de goede scholen die we al hebben in Lansingerland, ja, je hebt kans dat die heel veel animo krijgen en dat ouders besluiten hun kinderen van de scholen, die er nu zijn, af te halen en op de nieuwe school te zetten. Soms ook gewoon uit praktische overwegingen. Ze willen bijvoorbeeld een nieuw concept, ze zetten daar hun oudste of jongste kind op en een kind die al op een andere school zit, wordt mee genomen. Wat ons betreft moet dit niet in dit document staan. We moeten er gewoon voor zorgen, dat er goede scholen komen. Als er betere scholen komen, zal dat effect hebben op de andere scholen, maar volgens mij moeten we niet als een scheidsrechter willen op die stoel te gaan zitten. Wij begrijpen, dat er al een aantal aanmeldingen is van geïnteresseerde scholen. Vandaag hebben we drie schoolbesturen gehoord, maar er zijn meer scholen. Kan de wethouder een toelichting geven hoe dat proces gaat lopen, omdat we die aanmeldingen al binnen hebben, maar we zijn nog de criteria aan het bespreken. Dat was het voor de eerste termijn. Mevrouw Bouman, CDA: Wat ik al zei: ik heb een deel gemist. Maar ik geloof, dat ik toch enigszins begrijp wat er allemaal naar voren gekomen is.

De wethouder heeft al aangegeven wat de wijziging is per juni 2021 en dat nu leidend is het aantal belangstellenden, ouders, kinderen, die aangeven, dat zij misschien wel voor een nieuw schoolconcept willen gaan. Het schoolconcept is misschien zeer divers en daar zouden we ons misschien nog een keer over kunnen buigen of horen wat dat allemaal met zich mee brengt. Ik hoorde vanavond allerlei terminologieën over me heen komen, waarvan ik denk: dat heb ik in mijn tijd niet gehoord, dat is allemaal nieuw. Wat het punt is, we hebben het over Wilderszijde en het toekomstige Wilderszijde wordt gekenmerkt door het landschap van ontmoetingen. Dat zie ik toch wel terug komen in de uitgangspunten, zoals de verbinding met de wijk, de clustering van voorzieningen. Dat vind ik allemaal wel prachtig, dat dat daar naar voren gebracht is, ook o.a. het uitgangspunt: stimuleren van spelen en schoolpleinen. Ik hoor iemand zeggen: zou je niet naar de gymzaal moeten kijken i.p.v. de sporthal. Ik denk dat het goed is, want sporthallen hebben we in mijn optiek wel voldoende. Maar dat is misschien verdere uitwerking. Ik heb ook de inleiders gehoord over hun zienswijze t.a.v. de samenwerking, prachtig, maar toch met een eigen concept.

Ik beluisterde ook, dat als je 120 handtekeningen hebt of belangstellende hebt, die iets zouden willen, dat dat dan toch in aanmerking zou kunnen komen voor een bepaalde invulling van een school in misschien wel Wilderszijde. Waar ik met al die uitgangspunten toch wel een probleem had, dat was het uitgangspunt diversiteit, vandaar dat ik het al aangaf t.a.v. Montessori en de vrije school. Ik heb er iets over gehoord, maar wat mij wel even bezig houdt, en ik heb het ook van sommigen gehoord, dat is de leegloop bij bestaande scholen. Als je een hele nieuwe school sticht daar, dan is het prima als dat niet ten koste gaat van leerlingen van andere scholen. Maar het kan toch niet zo zijn, dat hier misschien wel van concurrentie zou kunnen gaan spreken als er dus kinderen van een bepaalde school afgehaald worden en dan naar zo’n nieuwe school met misschien een nieuw schoolconcept daar in Wilderszijde terecht komen. Dan is er een school die achterblijft met een aantal leerlingen. Dan hoor ik over de vestigingsnorm, dat je een bepaald aantal leerlingen moet hebben om een school nog in stand te kunnen blijven houden. Het zal toch niet zo zijn, dat we daar op termijn X tegenaan gaan lopen. Met andere woorden: concurrentie ligt dan toch op de loer. Ik heb gehoord, dat er al belangstelling is vanuit bepaalde scholen om toch een hand op te steken voor Wilderszijde.

Mijn vraag is: is er al belangstelling bekend van buiten Lansingerland? Er zijn natuurlijk ook nog de nodige scholen, die buiten Lansingerland misschien wel hier ook nog het e.e.a. willen doen, wat dan misschien weleens ten koste zou kunnen gaan van bestaande scholen. Dat is even een vraag aan de wethouder. En of zij ook rekening houdt met de hele leegloop. Ik hoop niet dat dat gaat gebeuren. Hoe gaan we daar dan mee om, met dat soort items? Dan heb ik nog een andere vraag. Misschien heb ik iets over het hoofd gezien of niet gelezen of is het al behandeld. In de stukken lees ik, dat de onderwijsvisie Wilderszijde nog door de raad vast gesteld moet worden. Ik was even het spoor bijster. Krijgen we dat nog? Of is dit de aanleiding tot? Hebben we dat misschien bij de onderwijsvisie gehad? Dat zou ik wel graag willen weten. Maar de leegloop bij bestaande scholen, daar hebben we toch wel de nodige zorgen over. Dat mag in onze optiek niet aan de orde zijn. Bij deze, in de eerste termijn.

9/36

Mevrouw Van Hagen, WIJ: Wij maken ons wel zorgen over hoe nou precies die behoefte gepeild wordt bij ouders. Ouders kiezen voor een school op basis van veiligheid, nabijheid en ontwikkelingsgericht onderwijs. Het is ons nog niet duidelijk hoe nu precies die behoefte gepeild wordt. Ik heb nog steeds een beetje het gevoel, dat eerst de scholen worden neergezet en daarna komen pas de huizen. Hoe wordt die behoefte nu precies gepeild? Daarnaast wil ik nog een keer aanstippen, dat de aantrekkende werking van bijvoorbeeld een Montessori school of een vrije school ten opzichte van andere scholen in Lansingerland, dat vind ik ook een punt van aandacht. Daarnaast, als ik zo de stukken lees, dan wordt er gesproken over groenblauwe schoolpleinen, dat kinderen zich bewust worden van klimaatontwikkeling. Als ik dan naar andere scholen in Lansingerland kijk, dan vind ik het contrast heel groot. Daar maak ik me wel zorgen over. Ik ben benieuwd hoe daar met die aantrekkende werking wordt omgegaan. Dank u wel. De voorzitter: Gefeliciteerd met uw eerste bijdrage. Mevrouw Van Hagen: Dank u. De heer Lieverse, CU: Wij zijn blij met het stuk, dat we gekregen hebben, om daar onze visie op te kunnen geven. Ook om te kunnen reageren op de insprekers, in tweede instantie.

Ik hoor het al een beetje via de whatsapp langs komen: het is best een complex iets wat deze besturen naar voren brachten, maar op zich wel fijn, want in de uitgangspunten lezen we ook, dat een tijdige uitvraag bij de schoolbesturen onderdeel is van wat er gebeuren moet. En als schoolbesturen ook ons als commissie benaderen, is het alleen maar welkom. Wat mevrouw Van Hagen zojuist ook al noemde: waaraan is behoefte? Ik heb terug gekeken naar een artikel in de Heraut, dat verscheen n.a.v. een vraag van de week, nog maar 2 maanden geleden n.a.v. onze bespreking over de onderwijsvisie-evaluatie. Daar kwam een aantal dingen uit naar voren, die best interessant zijn voor ons. Het blijkt namelijk dat 49% van degenen, die het ingevuld hebben, dat kan best een kleine groep geweest zijn, kiest voor een school met een denominatie. 26% kiest voor goed traditioneel onderwijs. En vervolgens wordt gekozen voor scholen dicht bij huis, modern schoolgebouw, gezonde leeromgeving en pas heel laag, 7%, komen zaken als Montessori, Steve Jobs, gepersoniseerd leren enzovoorts. Ofwel: ik denk toch dat veel mensen, die nu in Lansingerland wonen, we weten natuurlijk niet wie er straks in de nieuwe wijk gaan wonen, kiezen voor scholen, zoals wij die nu hebben. Dat betekent dat ik de inbreng van de 3 schoolbesturen, die proberen samen te werken, wel een heel aantrekkelijk idee vind hebben.

Een aantal opmerkingen zal ik puntsgewijs doen. We zouden aan willen dringen op ENG normen bij de bouw van de scholen. We zouden willen benadrukken het belang van ruimte en ventilatie, niet alleen om het corona van nu, want ik hoop dat dat voorbij is straks, maar ook om de onderwijskundige aspecten, het omgaan met kinderen met autisme, met ADHD, die vereisen dit soort zaken. Tot zover onze bijdrage. De heer Jonker, D66: Allereerst in relatie tot de insprekers: ik wil het niet helemaal bespreken in extenso, het was best een compleet verhaal, zoals ook door de heer Lieverse opgemerkt. Maar het was een beetje dubbel. Aan de ene kant vinden wij innovatie heel goed in het onderwijs, om in samenwerking en in nieuwe vormen te denken. Tegelijkertijd werd door mijn collega terecht aangegeven, dat je moet oppassen dat je die diversiteit concurrentie inhoudt. Ik denk dat het goed is om op een later moment dit nog eens te bespreken, want ik heb me daar nu niet op voorbereid, om dat in extenso te reflecteren. Wel nog een paar kleine punten t.a.v. de documenten, die nu geagendeerd zijn, waar we het in hoofdlijnen mee eens zijn. Ik denk dat het goed is, dat we ons allemaal moeten realiseren, dat we alleen maar input leveren en dat OCW uiteindelijk beslist. Onze polsstok heeft wel een bepaalde lengte in dit kader. Maar dan toch even naar de teksten.

Het eerste wat ons opviel was het woordje ‘adequate onderwijshuisvesting’. Ik weet dat dat een juridische term is, maar als je zo’n tekst leest, dan klinkt het als sober, net voldoende. Het heeft niet een bepaalde uitstraling met een wervende werking. Misschien is daar niets aan te doen. We ondersteunen de genoemde uitgangspunten uit de IHP, die herkennen we ook. Overigens lijkt het, zoals ook door de heer Hoppenbrouwer genoemd, wel verstandig om de lessen van corona mee te nemen in de nieuwe huisvesting. Welke huisvestngsconcepten passen nu het beste bij de situatie, dat we meer afstand moeten houden, dat we moeten ventileren. Ik hoop, dat dat allemaal onder het woordje ‘adequaat’ valt. Daar wil ik graag een reactie van de wethouder. Onder punt 2.6 duurzame schoolomgeving staat de zin: we geven het goede voorbeeld en kiezen voor duurzaam waar het kan. Ik zou zeggen: laten we de woorden ‘waar het kan’ schrappen. We hebben zowel nationaal als lokaal een grote ambitie op het gebied van duurzaamheid. Als het niet kan, dan kan het niet, dus dan hoeven we dat ook niet te vermelden. Anders gaan we bij voorbaat onze ambitie nuanceren of verkleinen. Dan het laatste punt, dat ook door de VVD is geadresseerd. Ik was er eerst wat genuanceerder over, maar het punt ‘bestaande scholen niet leeg trekken’ vinden wij ook wel problematisch.

Het suggereert inderdaad, dat het zo moet zijn dat de nieuwe school vooral niet beter mag zijn dan andere scholen, want dan is het gevaar dat het andere scholen leeg trekt. Het kan natuurlijk zijn, dat de meest briljante school van de regio straks in Wilderszijde land en dat iedereen in Lansingerland naar die school wil. Ja, dat hoort er dan ook bij. Ik zeg niet, dat we daar blij mee moeten zijn, maar dat kan gebeuren. Dan is leegtrekken het gevolg van de enorme kwaliteit van die school. Daar moet je niet per definitie een belemmering voor opwerpen. Ik kan ook uit ervaring spreken als ouder. Wij

10/36

hebben ook niet gekeken naar de wijk. Wij gingen gewoon alle scholen langs en hebben gekeken wat we het beste pakket als geheel vonden. Daar hebben we geprobeerd ons kind aangemeld te krijgen. Tenslotte een klein puntje. Het gaat nergens over, maar we zitten nu ook weer via een digitale lijn te vergaderen. De onderliggen digitale infrastructuur wordt nu nergens genoemd. Misschien past het wel helemaal niet bij deze uitgangspunten en is dat allemaal al lang heel goed verwerkt in onderliggende of zelfs andere plannen, maar ik denk wel dat we ervoor moeten zorgen, dat die digitale infrastructuur voor de scholen, wat het ook wordt en waar ze ook komen, dat die goed wordt geregeld. Dat was al belangrijk, maar het wordt alleen maar belangrijker, ook in dit soort tijden. Daar wilde ik het voor nu even bij laten. Mevrouw Gabin, GL: In de grondwet staat, dat de gemeenten dienen te zorgen voor voldoende openbaar onderwijs binnen haar grenzen. Kinderen dienen overal in Nederland naar school te kunnen gaan en dat niemand genoodzaakt is om onderwijs te volgen dat uitgaat van een specifieke godsdienst of levensbeschouwing. Uit onderzoek van 2017 blijkt dat ouders in Lansingerland met name een onderwijsconcept als Montessori en vrije school missen. Wij vragen ons af of er nog een vervolgonderzoek over de actuele behoefte komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=a77c25dd-7cf1-4e13-8f41-65b16f1d2eb5