CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Samenleving 20 mei 2021, gemeente Lansingerland61.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

In onze beleving kan het veel tijd, geld en wachtlijsten schelen, die we beter aan de zorg kunnen besteden. Dus L3B ziet het graag opgenomen. Bovendien verzoeken wij u dit onderdeel ook mee te nemen in de aanpak van die wachtlijstproblematiek, want daar kan ook een aandachtspuntje in meegenomen worden. Daar sluiten we gelijk aan bij mevrouw Heijblom, die dat zo keurig netjes formuleerde als een prominentere plek in de regiovisie. Daar staan wij helemaal achter. Ik vroeg me nog even af in verband met die AVG: over hoeveel organisaties praten we nou eigenlijk in Lansingerland, die daar eventueel in mee zouden moeten gaan? Dan had ik nog wel een vraag over de pleegzorg. Die zijn heel schaars en het uitgangspunt moet toch zijn, dat iedereen op een goede manier kan worden opgevangen? Is het dan niet beter om ook de focus op een sterke thuisbasis te gaan leggen? Veel problemen horen ook gewoon bij de ontwikkeling van een kind en kunnen prima worden opgelost binnen een eigen familie- of vriendenkring. Hierdoor houden gezinnen beter grip op hun eigen leven? Hoe lossen we het tekort aan pleeggezinnen op? Daar heb ik eigenlijk nog helemaal niets van gehoord. Ik sla even de dingen, die meneer Hoek in zijn rondvraag heeft gesteld, over. Die had ik hier ook in mijn vragenlijstje staan.

Als laatste zou ik eigenlijk willen pleiten voor een jip-en-janneke versie van deze visie voor de jeugdhulp voor de kinderen waar eigenlijk deze visie over gaat. Tot nu toe is dit mijn bijdrage, dank u wel. De voorzitter: Ik wil even 5 minuten schorsen, want ik ben ook maar een mens. Schorsing De voorzitter: Beste commissieleden, ik heropen de vergadering en we gaan voor de beantwoording van uw eerste termijn naar de wethouder. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik begin met de regiovisie, want er zijn veel inhoudelijke vragen gesteld o.a. naar aanleiding van de rondvraag over de wachtlijsten, maar ik begin met de regiovisie. De regiovisie, zoals die nu op de agenda staat, is voor de tweede keer geagendeerd. Het is in eerste instantie geagendeerd om aanvullingen en zienswijzen op te halen, die mee te nemen vanuit de 15 gemeenten en een aangepast regiovisie ter besluitvorming voor te leggen aan de 15 raden. Dus dat is wat hier nu ligt. Daar is inderdaad ook de ASD in gekend. De opmerkingen zijn zoveel mogelijk verwerkt in deze versie. Wij werken als regio Rotterdam Rijnmond met zijn vijftienen al een tijdje samen. Het rijk vindt dat dat eigenlijk in heel Nederland zou moeten. Dat die samenwerking wat inniger moet dan het in de meeste regio’s is, maar bij ons is die al helemaal geformaliseerd in een gemeenschappelijke regeling. Voor ons is

21/36

dus de regiovisie wel nieuw, maar we waren er al wel over aan het nadenken om dat te doen. Dat heeft o.a. te maken met het feit, dat we bezig zijn met voorbereiding van een nieuw inkoopproces. Dan is het heel goed om met zijn vijftienen te doordenken of je dat doet vanuit regionaal en lokaal waar het moet, of dat je zegt: lokaal waar het kan en regionaal waar het moet. Dat laatste is inderdaad het uitgangspunt geworden. We kiezen voor lokaal waar het kan en regionaal waar het moet. Het vertrekpunt is dus lokaal. Dat geldt dus voor 15 gemeenten. De zorgaanbieders vinden dat overigens af en toe wel jammer, want voor hen is het natuurlijk makkelijker als 15 gemeenten vanuit een regionale visie zouden werken en uniforme werkwijze hanteren. Nu is dat dus niet zo. We kiezen voor lokaal en 15 gemeenten zijn verschillend georganiseerd. In het proces rond het schrijven van die regiovisie en het nadenken over de volgende inkoopperiode hebben we met MVS een bijzonder traject gehad. Met eerst een kennisgeving dat ze het voornemen hadden om uit te treden. Uiteindelijk heeft MVS besloten om binnen de GR te blijven, maar voor een deel van de regionaal ingekochte zorg dat in subregionaal verband te doen. Dus we krijgen inderdaad straks een groep van 12 en een groepje van 3 gemeenten, maar ze blijven gelukkig wel onderdeel van de GRJR.

Dus we kunnen in die zin ook straks van elkaar leren als zij dingen anders inkopen dan dat de rest van de 12 gemeenten doen, dan kunnen we over een aantal jaar bekijken wat er nou beter is, voor de kinderen of voor het systeem, en dan kunnen we dat vergelijken. Wat de effecten voor ons als gemeente zijn, dat kan ik nu eigenlijk nog niet zeggen. Daar kunnen we misschien iets over vertellen op het moment, dat die inkoopprocessen doorlopen zijn. Maar de verwachting is dat we met zijn twaalven voldoende massa hebben om goed te kunnen onderhandelen met de zorgaanbieders over het zorglandschap, dat we willen hebben in de toekomst of dat we in stand willen houden, omdat het nu goed functioneert. Dat is rond de regiovisie. In deze regiovisie, geeft het CDA aan, is niets meegenomen over het Covid-effect. Dat hebben we wel gedaan bij de kadernota. Ik denk dat uw opmerking bij de kadernota is geplaatst en dat is ook waar die hoort, want de kadernota kijkt vooruit naar het volgende jaar en hoe we de zorg moeten gaan begroten. Daar is het effect van Covid heel belangrijk. De regiovisie vertelt meer hoe we samen willen werken en de kadernota kijkt vooruit naar de begroting en welke effecten we daarin mee moeten nemen. Daar staat die weldegelijk in n.a.v. de zienswijze, die wij als gemeente Lansingerland hebben ingebracht bij de kadernota.

Wat bij de regiovisie natuurlijk ook hoort is: hoe houd je elkaar vast en hoe zorgen we ervoor dat we krijgen wat we nodig hebben en dat we geen wachtlijsten hebben en dat het betaalbaar blijft. Daar zit een spanning op. Zonder wachtlijsten is op dit moment bijna niet mogelijk in het hele land. In het hele land zijn op dit moment wachtlijsten. Dat is deels een kwestie van extra geld. Deels heeft het ook te maken met personeelsproblematiek en met wat we dan heel knullig noemen: verstopping in de keten. Dat is echt systeemtaal. Soms blijft een kind op een plekje zitten, omdat het volgende plekje nog niet beschikbaar is. Dat is dan een verstopping in de keten. Per saldo heeft het waarschijnlijk te maken met gebrek aan personeel of gebrek aan budget om het personeel in dienst te nemen. In het algemeen is gebrek aan budget het probleem. Daarom zijn we ook als VNG op de stoep gaan staan bij het ministerie. Daarom loopt er nu arbitrage, omdat het ministerie nog niet heeft gezegd, dat dat bedrag aan de gemeente zal worden uitgekeerd, wat AEF onafhankelijk heeft becijferd. Dus daar loopt een discussie, maar dat is iets wat in de regiovisie niet zo expliciet benoemd hoeft te worden, omdat dat iets is wat je juist in je kadernotaproces wilt benoemen omdat dat gaat over de alledaagse praktijk waar je tegenaan loopt en waar je het anders wilt doen.

Wat wel goed is om inderdaad te benoemen en aandacht te geven, is dat je daar als regio op in moet zetten, dat die contacten met die partijen ook in het kader van de monitoring goed zijn en stevig zijn. Dat vraagt een adequate inrichting van de uitvoeringsorganisatie, die aan die 15 gemeenten gekoppeld is. Die is beter op orde en beter op sterkte dan dat die een paar jaar geleden was. Ik moet zeggen, dat ik daar echt de resultaten van zie. Er is veel meer aan data beschikbaar. Als je data hebt, kun je trends en ontwikkelingen zien en zie je de knelpunten eerder. De eindverwachtingen zijn er eerder en zijn realistischer. Zorgaanbieders, maar ook de 15 gemeenten, worden eerde aangesproken op het aanleveren van de cijfers, ook wanneer ze achter blijven. Dus daar is in de bedrijfsvoering echt veel verbeterd. Dat levert daardoor dus ook meer en bruikbaardere informatie op. Het kan natuurlijk nog beter, maar daar worden in elk geval goede stappen gezet. Dan een paar concrete dingen rond de problematiek die er nu is.

Ik ga gelijk mee met het verzoek van meneer Lieverse om daar tijdens een volgende commissie wat uitgebreider bij stil te staan, want er zijn in de afgelopen periode zoveel rapporten verschenen, dat het goed is om daar in elk geval iets over te vertellen, waarbij het AEF rapport heel belangrijk is, omdat het heeft aangegeven, dat de gemeenten in Nederland structureel geld tekort komen en dat er niet zoveel mogelijkheden zijn om dat als gemeente individueel in te lopen, dus dat er ook echt een probleem ligt bij het rijk. Dat Covid, naar het zich nu laat aanzien, voor de komende jaren een extra vraag op specialistische jeugdzorg zal laten zien. Ook die zien we in heel Nederland. Die zien we dus ook in Rotterdam Rijnmond. In onze regio is er een signaal uitgegaan richting het ministerie, dat het bij ons heel lastig is om de kinderen, die met spoed behandeld moeten worden, nog een plekje te geven, omdat onze zorgaanbieders vol zitten en er zonder geld ook geen extra personeel ingezet kan worden. Nou hebben wij in onze contracten vanuit de regio met de zorgaanbieders afgesproken, dat kinderen voor een spoedbehandeling nooit op een wachtlijst mogen komen, omdat het een spoedkind is. Dus we hebben inmiddels in de GR afgesproken, dat er een extra budget beschikbaar moet worden gesteld. Dat betekent

22/36

dat er een vraag komt naar alle gemeenten om de bijdrage incidenteel te verhogen, omdat we vinden dat die spoed geleverd moet kunnen worden. We hebben daarnaast een brief gestuurd naar het ministerie van: dit is de situatie in onze regio. Wij zijn de grootste regio in Nederland, dus bij ons is het probleem ook iets groter. Dus we zitten op dit moment aan tafel met het ministerie om die cijfers goed te doorgronden, hoe dat in elkaar steekt. We hebben al gezegd, dat we de spoedkinderen zeker niet voor de deur laten staan. Daar was het ministerie heel blij mee, maar we hebben wel wachtlijsten. In reactie op de vraag van meneer Lieverse, die zei dat er gesproken wordt over ondersteuningsteam. Ook die zit bij ons aan tafel om te zoeken naar mogelijkheden, hetzij bij de zorgaanbieders, hetzij bij de gemeenten om iets te doen wat wij misschien over het hoofd hebben gezien. Of dat tot inzicht komt, weten wij nog niet, maar feit is wel dat de GRJR samen met de zorgaanbieders de reguliere wachtlijsten vanuit een team bekijkt en kijkt bij welke zorgaanbieder een kind het beste geholpen zou kunnen worden. Dat kan eventueel ook een lokaal team zijn.

Dat hebben wij als gemeenten niet altijd in beeld, dat een kind op een wachtlijst staat, omdat heel veel kinderen voor specialistische zorg door iemand anders worden gestuurd, hetzij door een huisarts, hetzij door een medisch specialist, hetzij vanuit de jeugdbescherming. Dan is bij ons niet bekend, dat een kind vanuit onze gemeente op die wachtlijst staat. Daarom hebben we n.a.v. de wachtlijstproblematiek afgesproken met de zorgaanbieders, dat de wachtlijstproblematiek hun gezamenlijke probleem is en niet het probleem van een individuele zorgaanbieder, waar het kind op de wachtlijst staat. En dat ze dat gezamenlijke probleem analyseren om te kijken waar het kind zo snel mogelijk het beste geholpen kan worden. Dus daar zijn we al mee bezig. Dan kom ik ook bij het punt waar mevrouw Draak aandacht voor vroeg. We hebben wachtlijsten en we hebben zorgaanbieders. We hebben in de GRJR 15 gecontracteerde partners. We lopen richting een nieuwe aanbestedingsprocedure en daarbij denken we er wel over na of we iets anders moeten doen met deze ervaring om ervoor te zorgen dat je kunt interveniëren op het moment dat de zorgaanbieders vol zitten. Maar met vrij gevestigde aanbieders werken voor specialistische jeugdzorg kan niet, gewoon contractueel niet.

Maar het is ook het punt, dat ook door een aantal aangestipt is: specialistische kinderen hebben vaak complexe problematiek en die complexe problematiek kan bijna altijd eigenlijk alleen maar door die wat grotere organisaties worden behandeld, omdat het zo complex is. Daar zijn gevestigde aanbieders meer lokaal verbonden met de wat eenduidigere problematiek. Het lijkt me goed om daar in een volgend overleg nog wat meer bespreking aan te wijden n.a.v. de onderzoeken die er zijn geweest. De brief, die dan waarschijnlijk vooraf nog wordt gestuurd, maar ik denk dat het goed is om dit alvast te benoemen: dat er bij ons geen spoedkinderen op de wachtlijst staan, dat de wachtlijsten het gezamenlijke probleem zijn van de aanbieders en dat we alles proberen te doen wat kan om die wachtlijsten te verkorten, dat er een ondersteuningsteam voor de jeugd betrokken is bij de gesprekken bij de GRJR en het ministerie over onze knelpunten en dat we ook open staan voor onorthodoxe maatregelen, maar dat we soms ook echt wel gebonden zijn aan de aanbestedingsafspraken, die we hebben gemaakt. Dan het laatste punt, dat ik een goede suggestie vond van meneer Erwich, om te kijken of deze visie ook in jip-en-janneketaal gevat zou kunnen worden.

Ik denk dat dat heel interessant is, om te kijken of we zo’n versie op de website kunnen opnemen, die dan gewoon in oer-Rotterdams, want die regio zijn we uiteindelijk, vertelt wat ouders en kinderen van ons mogen verwachten. Het uitgangspunt is bij ons in de hele regio: doe het zo lokaal mogelijk. Maar een kind dat thuis kan blijven, blijft thuis. Zo thuis mogelijk is het uitgangspunt. Pleegzorg is de volgende stap, maar er zijn totaal te weinig pleegouders. Het is lastig om pleegouders te vinden en vast te houden, maar het is wel een belangrijk aandachtspunt omdat het dichterbij is dan andere vormen van opvang. Dus als het kan, proberen we pleegzorg in te zetten. Ik denk dat ik de grote lijnen wel heb gehad, het gaat tenslotte om het vast stellen van de regiovisie. De voorzitter: Meneer Lieverse, u wilt er voor de volgende vergadering een bespreekpunt van maken. Kunt u nog even omschrijven wat u dan ter sprake zou willen brengen? Dat betekent misschien dat bijdragen in de tweede termijn misschien kunnen wachten. De heer Lieverse: Een aantal thema’s is aan bod gekomen vandaag, maar om daar verder mee te komen van hoe de gemeente bijvoorbeeld toezicht kan houden op de kwaliteit van zorgaanbieders, daar zou ik graag over door willen praten.

Hoe te voorkomen dat zorgaanbieders aan de haal gaan met geld, waardoor de kosten onnodig omhoog gaan door te selecteren op de minst complexe zorg en daarbij de wachtlijsten juist te verergeren. Dat soort problematiek zou ik graag aan bod willen laten komen. De voorzitter: Met dat in het achterhoofd, dat we dat een volgende maand gaan bespreken, gaan we de tweede termijn in. De heer Erwich, L3B: Ik heb nog geen antwoord gehad op mijn vraag. Die wil ik nog behandeld hebben als het kan. Dat gaat over de praktijkondersteuner en over de versoepeling van de AVG. Daar zou ik toch wel antwoord op willen hebben. Wethouder Van Tatenhove: Het hoort iets minder bij de regiovisie, iets meer bij een jaarrapportage of een bespreek. Maar de praktijkondersteuners bij de huisarts zijn in september begonnen, dus heel veel resultaten heb ik nu nog niet op mijn netvlies. Wel dat ze gewaardeerd worden door de huisartsen en dat er echt al een flinke groei is van het aantal huisartspraktijken, dat ermee wil gaan werken, ook op basis van de positieve ervaringen van collega’s. En de versoepeling van de AVG:

23/36

voor zover ik weet stellen we die vraag op het moment dat we een gesprek doen, maar dat ga ik nog even voor u navragen. Ik veronderstel dat we dat al vragen, omdat dat het een stuk makkelijker maakt, maar ik weet het niet 100% zeker. De heer Erwich: Ik heb alles in de visie bekeken, maar er staat verder niets in. Misschien wordt de vraag wel gesteld, maar ik zou dit graag opgenomen zien in die regiovisie dan, dat het in ieder geval een must is, dat dat gevraagd wordt. Wethouder Van Tatenhove: Dat is een lokale vraag. Ik neem hem mee. Tweede termijn Mevrouw Draak, VVD: Ik ben blij met de suggestie van meneer Lieverse voor het bespreekpunt. Eigenlijk doordat het eerste agendapunt een beetje erg veel tijd heeft gekost, heb ik mijn bijdrage hierover een beetje ingekort. Vervolgens blijkt dat ook uit de reactie van de commissieleden. Dus inhoudelijk ga ik er dan verder niet helemaal op in, want dat bespreekpunt gaat ons daar meer ruimte voor bieden. Ik wil twee dingen graag nog even toelichten dan wel rechtzetten. De reden dat ik de regiovisie heel goed leesbaar vond, was waarschijnlijk dat ik niet echt had verwacht dat er hele concrete dingen in zouden staan. Juist omdat we al wisten, dat we in Lansingerland naar lokale aanpak toegaan waar het kan. Eigenlijk moeten al onze gesprekken en discussies over concrete punten niet in de regiovisie besproken worden.

Dus dat was misschien een andere invalshoek van mij. Even over de vrij gevestigde: ik herken veel over de problemen met vrij gevestigde en dat zij inderdaad niet echt geschikt zijn voor complexe zorg. De reden dat ik het noemde als mogelijke oplossing voor sommige situaties, is dat juist de grote aanbieders degene zijn die erom bekend staat dat ze kijken of het pakketje dat ze aangeleverd krijgen wel makkelijk genoeg is. Als dat niet lukt, dan schuiven ze het door, waarmee dus niet naar het kind of het probleem wordt gekeken en ook geen maatwerk wordt geleverd. Dat is juist wat we nu veel terug horen over de grotere aanbieders. Dat was even het licht waarin ik dit wilde zeggen. Daar wilde ik het even bij laten. De voorzitter: Dan gaan we naar de man die volgens mij in deze problematiek fantastisch werk levert, privé. De heer Buijs, CDA: Ik zou van dat laatste van alles kunnen zeggen, maar dat ga ik nu even niet doen. Bedankt, wethouder, voor de beantwoording in de eerste termijn. Ik heb daar een vraag over. Volgens mij was het CDA Lansingerland vrij helder over twee zaken, namelijk de financiële kant en de aanbod sturing. Mijn mede fractiegenoot heeft de wethouder nog terug gehoord over die aanbodsturing. Of bedoelde de wethouder misschien te zeggen dat ze iets had begrepen van onze vraag toen ze het had over complexe materie en eenvoudige problematiek.

Ik hoor nu ook net mevrouw Draak daar nog even over. Ik denk dat het belangrijk is, mevrouw de wethouder, om te kijken hoe we aan de aanbodzijde deze jeugdzorg zo efficiënt en zo effectief mogelijk maken. Daarmee wil het CDA Lansingerland niet zeggen, dat wij kinderen en hun ouders in de kou willen laten staan, maar het gaat er vooral om, dat er nog zoveel mis is in aanbod, waar nog zoveel kan worden geoptimaliseerd. Ik zie mevrouw Draak ook al schudden met haar hoofd. Het andere punt, dat wij hebben aangebracht, over de financiën: u noemde zelf de kadernota, maar die vinden wij financieel nog steeds niet super helder. De impact van wat er nu gaande is met de pandemie en met die 3 gemeenten, misschien wilt u ons permitteren om er toch nog iets verder op in te gaan, want dat is voor ons als CDA Lansingerland wel belangrijk. Dank u wel. De heer Hoek, WIJ: Er wordt steeds over een visie gesproken, maar ik vind het helemaal geen visie. Ik vind het een werkdocument. We gaan experimenteren, we gaan kijken wat werkt. Een visie vind ik toch een meer afgebakend document, waarin staat wat we gaan doen. De wachten, als ik de wethouder goed begrijp dan is dat moeilijk aan te geven te reflecteren op de Lansingerlandse situatie omdat dat bij de aanbieders ligt.

Het zou toch in de toekomst wel prettig zijn als we daar meer beeld en geluid bij zouden krijgen, juist omdat we op lokaal niveau invulling moeten gaan geven aan die jeugdhulp. Wellicht kan dat in de toekomst dan wat meer inzichtelijker gemaakt worden. Ja, weet je, jip-en-janneketaal vind ik prima, alleen, ik denk niet dat het hele stuk er duidelijker op wordt. Ik vind het eigenlijk vis noch vlees, waarin heel veel open eindjes worden gelaten. Ik heb moeite met dit stuk, eerlijkheidshalve. Dank u wel. Mevrouw Heijblom, D66: Ik snap die moeite wel een beetje van meneer Hoek, want het is een beetje een processtuk. Heel veel proces en niet zoveel inhoud. Dan weet je eigenlijk niet zo goed wat er daadwerkelijk van terecht gaat komen of wat beoogd is, dus daar kan ik wel een beetje in mee gaan. Maar goed, er is blijkbaar voor deze manier gekozen. M.b.t. het CDA, die aanbodzijde, ik denk dat dat een hele goede vraag is, dat de wethouder daar echt nog even op terug moet komen. Ik merk dat de wethouder m.b.t. dit onderwerp heel geëngageerd is. Ik merk: het gaat u echt aan het hart. Ik vraag me wel een beetje af, ook uw reactie waar het gaat over die wachtlijsten en de financiële problematiek: voelt u zich nou ook een beetje klem zitten? Ook met die corona, die er nu aan komt en die wachtlijst, die waarschijnlijk langer gaat worden.

Stevenen we nou een beetje af op een kleine ramp? Of voel ik dat

24/36

niet goed aan? Het is een beetje naast die visie, maar daar kom ik een beetje op als gevolg van uw reactie. De voorzitter: Een unheimisch gevoel, dat hebben we volgens mij allemaal. Mevrouw Gabin, GL: Ik heb even gemist of de wethouder is ingegaan op de verplichte regionale samenwerking. Indien ze dat niet heeft genoemd, zou ze daar dan nog even kort op in kunnen gaan? Wij stemmen in met de suggestie van de heer Lieverse om dit op een later tijdstip nog even rustig te bespreken met elkaar. Mevrouw Verhoef, PvdA: Dank voor de beantwoording door de wethouder. Ik heb nog niet een heel duidelijk antwoord gekregen op de vraag van: krijgt u nou het gevoel dat er meer grip en sturing mogelijk is met deze visie? Ik weet niet of dat mee genomen kan worden in het bespreekstuk dat eraan komt, maar als u daar nog kort een antwoord op heeft, wat zegt uw intuïtie op basis van de ervaringen, die u tot nu toe heeft en wat hier nu in het visiestuk staat. Biedt dat meer kansen? De heer Hoek ziet in een visie iets heel anders dan ik. Een visie is van: waar wil je naar toe? Dan zou je het dus hebben over doelen. Zoals ik het stuk lees, en dat zegt de wethouder ook, gaat het veel meer over: hoe gaan we dat samen doen? Hoe gaan we samenwerken? Dat zijn inderdaad wel heel verschillende dingen. In die zin begrijp ik dat de heer Hoek er ook mee worstelt.

De heer Hoek: Ik worstel en kom boven, mevrouw Verhoef, maar dat terzijde. U had het net over het bespreekstuk van de heer Lieverse, daar ben ik het volledig mee eens. Alleen, dit is wel het moment dat we aan deze knoppen kunnen zitten, daar waar het gaat om de regiovisie. Het wordt een beetje mosterd na de maaltijd. Want stel je voor, dat daar nou briljante ideeën uit voort komen, dan hebben we toch een beetje het nakijken. Bent u het dat met mij eens? Mijn vraag aan u is, en meneer Lieverse kan niet reageren, maar hoe we daar dan mee om moeten gaan, of we het mogelijk nog op een andere manier kunnen aanvliegen. Mevrouw Verhoef: Ik kreeg van meneer Lieverse de indruk, dat hij met name een aantal recente rapporten en ontwikkelingen gezamenlijk wil duiden en ook wil kijken: wat betekent dat dan voor de uitvoering, voor onze positie hier in Lansingerland. Dat is nooit mosterd na de maaltijd, want vanuit een visie ga je het natuurlijk gewoon doen en bijstellen als dat nodig is. Dat kan altijd nog. Dat is eigenlijk mijn antwoord op uw vraag. Die visie geeft volgens mij een aantal uitgangspunten van hoe we het willen doen, namelijk lokaal versterken, regionaal en lokaal aan elkaar koppelen, daar kan ik niet tegen zijn. Ik denk dat er een aantal goede uitgangspunten in zitten. In die zin ben ik niet bang om de visie vast te stellen.

Ik maak me veel meer zorgen over: gaat die uitvoering goed, hoe houden we daar grip op, begrijpen de verschillende partijen elkaar echt goed, hoe gaat die samenwerking nou echt vorm krijgen? Maar dat is nu niet aan de orde, denk ik. De heer Lieverse: Mevrouw Verhoef raadt het heel goed. Ik had inderdaad de bedoeling met het bespreekpunt aan te kaarten hoe wij beter grip krijgen, niet zozeer op de uitgaven, want wij praten meestal over de uit de pas lopende financiën, maar: hoe krijgen we zicht op de uitvoering? Kan de gemeente dat wel? Of, als de gemeente dat niet kan: wat is er voor nodig om er wel grip op te gaan krijgen? De heer Hoek: De heer Lieverse heeft het zojuist beantwoord, dank u wel. De voorzitter: Was dat uw bijdrage? Mevrouw Verhoef: Jazeker. De heer Erwich, L3B: Ik heb toch nog wel n.a.v. de beantwoording een paar vragen, want ik ben eigenlijk geschrokken van het antwoord waar de wethouder mee kwam. Dat een team bekijkt de wachtlijsten van de gemeente, nee, een team bekijkt de wachtlijsten en de gemeente heeft het niet in beeld. Dan denk ik: hoe kan je dat nou vertalen naar de duizenden wachtende kinderen? Ik had het overgeslagen, omdat ik dacht: dat komt dadelijk wel in beeld n.a.v. de vragen van meneer Hoek. Er zijn ernstige zorgen in die psychiatrische inrichtingen met duizenden wachten, tot een jaar, lees ik hier.

Hoe kan het dan zijn, dat we dat als gemeente niet in beeld hebben? Dat vind ik toch een beetje raar. Daar zou ik dan toch wel een beetje antwoord op willen hebben. Hoe gaan we dat dan aanpakken, als we niets in beeld hebben daarvan? Meneer Lieverse, het is een hartstikke fijn voorstel, we zijn er blij mee. We gaan zien wat het ons brengt. Ik had nog wel een vraag over lokaal waar het kan. Hoe mooi dat uitgangspunt ook is: hoe gaan we daar nou technisch mee om? Stel nou eens, dat wij een hele ommezwaai maken en regionaal centraal zetten i.p.v. lokaal. Zou dat dan niet goedkoper zijn zonder dat daar een kind de dupe van is? Dat zou ik nog wel interessant vinden om te weten. Voor de rest, ja, de grootste puzzel in mijn hoofd was dat het team van de gemeente eigenlijk geen kijk heeft op de wachtlijsten. Dat was mijn grootste (…). Wethouder Van Tatenhove: Ik begin eerst met de zorg van meneer Erwich. De gezinnen of de jongeren of de kinderen, die bekend zijn en zich aanmelden bij onze eigen balies of bij het CJG of bij Welzijn Lansingerland of bij Kwadraat, die hebben wij in beeld. Maar de kinderen die op de wachtlijst staan van de specialistische jeugdzorg, die komen niet altijd en misschien zelfs meestal niet via onze lokale consulenten, maar die komen meestal via de route van huisarts of van een medisch specialist of vanuit de jeugdbescherming.

Daarom hebben wij geen zicht op die wachtlijsten, van die specialistische jeugdhulpaanbieders, omdat die kinderen niet via onze toegang daar gekomen zijn. Die specialistische jeugdhulpaanbieders hadden tot voor kort hun eigen wachtlijsten en daarvan hebben we als 15

25/36

wethouder gezegd: dat willen wij niet. Wij willen dat dat één wachtlijst wordt van de specialistische jeugdhulpaanbieders gezamenlijk en dat jullie die wachtlijst bekijken welke kind door wie het beste geholpen kan worden, want het kan best zijn, dat een kind op de wachtlijst staat van aanbieder P maar dat die door aanbieder J ook geholpen zou kunnen worden, waar de wachtlijst korter heeft of waar een plekje is voor het kind. De heer Erwich: Ik wil even duidelijkheid over wat u net zei. U zegt: we hebben daar geen kijk op. Ik weet niet wat er precies bedoeld wordt met die wachtlijsten, waarvan u zegt: wij hebben dat in beeld. Prima. Maar er zijn ook Lansingerlandse kinderen, die kennelijk ergens anders op een wachtlijst staan. Zij hebben dan misschien verkeerd voorgesorteerd en daardoor komen ze op een wachtlijst. Maar u moet toch gewoon kunnen opvragen: hoe zit het met de kinderen in Lansingerland, hoe zit het met de wachtlijst hier? Want dan kan je sturen. Als je niets weet en alleen maar het kleine stukje, dat je toevallig zelf in de grip hebt, dan kan je wel foute conclusies trekken en denken: nou, Lansingerland, het gaat wel goed. Want die 200, die op andere wachtlijsten staan, die zien we niet. Dat kan ik niet rijmen, sorry. Wethouder Van Tatenhove: Hoe kan ik dat beter uitleggen? De kinderen, die via onze eigen toegang komen, die hebben we in beeld.

Daar weten we maten en rugnummers van, om het maar even plat te zeggen. Maar de kinderen die via een ander spoor niet bij een lokaal team komen, dus niet bij onze consulenten, maar die doorgestuurd worden door bijvoorbeeld de huisarts naar een specialistische GGZ aanbieder, om dat voorbeeld maar even te noemen, dat kind zien wij niet. Dat weten wij pas op het moment dat het kind in zorg komt, dat het een kind is van Lansingerland. Op het moment dat wij akkoord moeten geven, dat het kind daar in zorg komt. Dus zolang dat kind op die wachtlijst staat, weten wij dat in principe niet totdat we zeggen tegen die aanbieders: we willen dat jullie samen die wachtlijst weg gaan werken en ons vertellen welke kinderen dat zijn omdat we dan kunnen kijken of sommige kinderen dan lokaal geholpen kunnen worden. Daar sturen we dus nu strakker op, omdat dat een probleem is dat wij ons als wethouders aantrekken en wat u zich ook aantrekt, hoor ik. De heer Jonker: Even over de wachtlijsten. Ik hoop dat toegevoegd kan worden aan de sessie, die de heer Lieverse aan het organiseren is voor dit onderwerp, want er is genoeg over te bespreken. Mijn beeld is ook, dat het team jeugd geen inzicht heeft in detail van de wachtlijsten per aanbieder van specialistische jeugd GGZ. Klopt dat? Wethouder Van Tatenhove: Ja, dat klopt.

De heer Jonker: Dat is ook lastig, want je weet niet hoe lang een wachtlijst is bij verschillende aanbieders. Daar moet je vaak zelf achteraan. Wethouder Van Tatenhove: Dat hebben we in het verleden al geprobeerd om het via een website wel inzichtelijk te maken, maar dat is heel lastig, omdat het snel achterhaald is op het moment dat je überhaupt schaarste hebt. Daar hebben we mee gestoeid, om dat te doen, maar dat bleek heel lastig om die actueel te houden. De heer Jonker: Ik bewaar verder punten tot de discussie die we later organiseren. Wethouder Van Tatenhove: Overigens weten onze consulenten natuurlijk wel welke aanbieders er regionaal gecontracteerd zijn, die die zorg kunnen aanbieden en waar een huisarts heel vaak kiest voor een specifieke aanbieder. Onze consulenten hebben wel meer beeld wie het zou kunnen doen. De heer Buijs: We proberen u niet op een woordje te vangen, maar even voor de duidelijkheid. In de eerste termijn gaf u toch aan, dat spoedkinderen niet op de wachtlijst staan. In uw beantwoording aan de heer Erwich kwam toch weer dat vermoeden terug, dat er weldegelijk spoedkinderen op de wachtlijst staan. Of hebben we dat verkeerd begrepen? Ik hoop het laatste. Wethouder Van Tatenhove: Ja, u heeft gelijk, het is het laatste wat u zei.

Spoedkinderen, daarvan hebben we gezegd dat die nooit op een wachtlijst mogen staan en daarom hebben we daar nu ook extra budget voor beschikbaar gesteld, waarvan de rekening volgens de gewone verdeelsleutel naar de gemeente gaat. De heer Buijs: Omdat u even daarvoor zei: er waren meerdere wachtlijsten en die heeft u nu ineen geschoven. Dat is natuurlijk een positieve ontwikkeling. Wethouder Van Tatenhove: Dan loop ik vast vooruit op de bespreking van de volgende keer. Wat we zien en waar we weleens buikpijn van krijgen, ik ook, is dat kinderen zo lang op de wachtlijst staan, dat ze uiteindelijk met een spoedding wel ineens in de spoedketen terecht komen en dan geholpen moeten worden. Ik zie meerdere raadsleden knikken. Dat is wat we niet willen, dat is ook de reden dat we vanuit onze regio naast de VNG een brief hebben gestuurd naar VWS: er is hier echt een knelpunt. Dat lossen we niet op door het zwembad te sluiten in 15 gemeenten of de bieb dicht te doen. Er moet echt iets gebeuren, want er is gewoon geld tekort. De heer Buijs: Ik wil ook geloven in uw goede intenties, maar het punt van de spoedkinderen en al die onduidelijke lijsten, dat is door deze interventie weg genomen. Dat is heel positief. Dank u wel.

Wethouder Van Tatenhove: Ik ga afronden met de suggestie om alle inhoudelijke punten, die er nog genoemd zijn, mee te nemen in de bespreking van de volgende keer omdat het agendapunt dat vandaag geagendeerd is vooral het instemmen met de regiovisie, die is aangevuld en aangepast n.a.v. de opmerkingen die u eerder heeft gemaakt. Dus een vraag over een grote aanbieder, schuiven die nou wel of niet makkelijk door, hoe zit het in onze regio, hoe krijgen we sturen en hebben we ook meer sturing dan dat we in het verleden hadden, ik denk dat we dat nog een keer moeten bespreken n.a.v. de rapporten, waar meneer Lieverse het over had. Als u dat goed vindt. De voorzitter: Ik ga daar niet over, dus ik kijk even rond. Intussen is het de vraag of het een hamerstuk of een bespreekstuk wordt voor de raad. De heer Erwich: Mag ik nog een vraag stellen. Ik heb nu twee keer gevraagd over die AVG, maar ik heb hem toch een beetje gemist, denk ik, misschien wel door mijn onrust over de wachtlijsten en het team. De voorzitter: Volgens mij hadden we toegezegd daar in een brief op terug te komen. De heer Erwich: Prima, dus dat is een toezegging. Dank u wel.

26/36

De voorzitter: Zijn er raadsleden, die hier een bespreekpunt van willen maken? U weet hoe het werkt. De heer Buijs: Ja. We kunnen hier nu als CDA Lansingerland nog geen beslissing over nemen, dus we willen het graag nog een keer bespreken. De voorzitter: Ik heb het over de raad. In de raad is het in principe de bedoeling, dat u het amendeert of met een motie komt en niet om deze hele discussie nog een keer over te doen. Maar als u dat wilt, maken we er een bespreekpunt van. De heer Buijs: Dank u wel. Wethouder Van Tatenhove: Mag ik nog iets vragen aan meneer Buijs? Wat voor het CDA het eventuele bespreekpunt is of waar u een amendement of motie zou overwegen. Dit is de visie, die al eerder is besproken en aangepast en in 15 gemeenten wordt besproken. En het is een visiedocument. Er komt nog een regionale agenda. De drie uitgangspunten zijn het belangrijkst: hoe vinden wij elkaar met zijn vijftienen? De heer Buijs: We hebben de vrijheid om er nog even op terug te komen. We willen nog even bezien op welk item, maar ik kan me voorstellen dat we op aanbodsturing en op de financiële impact nog het e.e.a. willen amenderen. De voorzitter: Kan dat, wethouder? Het is een stuk van 15 gemeenten. Wethouder Van Tatenhove: Als er een amendement komt, neem ik dat mee naar de regio en dat moeten we in de regio kijken wat we daarmee doen, met het amendement.

Het ligt er ook een beetje aan wat de tekst is of de opgave van het amendement. De voorzitter: Een bespreekpunt op verzoek van het CDA vanwege het mogelijk indienen van een amendement. De heer Erwich: Ik had nog een vraag gesteld: stel dat we nou een ommezwaai gaan maken. Maar over een ommezwaai heb ik niets meer gehoord. Wethouder Van Tatenhove: Klopt, want we hebben juist niet een ommezwaai gemaakt. We hebben juist gekozen voor lokaal waar het kan, met zijn vijftienen, en regionaal waar het moet of meerwaarde heeft. De heer Erwich: Maar stel dat we nou wel een ommezwaai maken. De voorzitter: Nee, nu grijp ik even in. Het is kwart over elf, we hebben nog een flink agendapunt. Ik vind dit niet meer handig om dat soort filosofische beschouwingen te plaatsen. Dan wil ik u uitnodigen om daar in de raad nog iets over te zeggen, die vrijheid heeft u uiteraard. Dan maken we een uitglijder aan het eind van deze beraadslaging, laten we dat niet doen. Ik sluit de beraadslaging over dit punt. 6.b Beleidsplan Wet inburgering Mevrouw Bouman, CDA: Het is oktober 2020 dat wij een keurige toelichting gekregen hebben op de wet inburgering ingaande per 1-1-2021. Helaas ging dat niet door vanwege allerlei vragen o.a. t.a.v. de financiële stroom naar de gemeente. Ik heb in de tussentijd gezien, dat de ASD advies gegeven heeft over dit beleidsplan.

Ik heb ook gelezen, dat de adviezen van de ASD overgenomen zijn door de wethouder o.a. over de contractafspraken aangaande de inkoop van de leertrajecten. Hierbij ook dank aan de ASD. Ik sla een heleboel dingen. De teneur van het hele verhaal is, dat daar waar de statushouder eerst geacht werd zelf een heleboel te moeten gaan regelen, komt nu de regie bij de gemeente te liggen. Ja, regie op diverse items. Dan heb ik het over inburgering. Dan sla ik weer een aantal dingen over. Dan wordt er gesproken over een integrale aanpak gecombineerd met items uit het sociaal domein als participatie en de WMO en misschien nog wat over de 10 beleidsaccenten. Ik mag hopen, dat we daar niet de nodige strepen door gaan zetten, want dat zou consequenties voor onze inburgeraars kunnen gaan krijgen. Het uitgangspunt voor het beleidsplan: snel, direct aan de slag. Duurzaam maatwerk en reguliere samenwerking met derden indien niet lokaal het e.e.a. geregeld kan worden dan wel regionaal. Dus inkoop, dat we dat op leertrajecten gaan doen: prima. Dan de nodige aandacht voor thema’s als budgetbeheer ter voorkoming van schulden en gezondheid en welzijn. Allemaal toch items, die ik in het sociaal domein tegen kom. De items, die door het college aangegeven worden, die kunnen we onderschrijven. Maar ik heb toch nog wel een vraag.

Zijn de verwachtingen niet wat al te hoog gespannen? Als ik lees dat het hebben van 1/3 van de bijstandsuitkeringen, dat deze naar de doelgroep statushouders gaat? Dat is erg veel, dat komt tegen de 200 aan, volgens mij. Wat is er afgelopen jaren gedaan? Zeker in het kader van veerkracht, om die te versterken, op het gebied van participatie, schuldhulpverlening, zelfredzaamheid. Dat is ook allemaal te herleiden tot het sociaal domein. En niet te vergeten het begeleiden van het aan het werk krijgen van onze statushouders. Ik realiseer me, dat je voor werk afhankelijk bent van werkgevers, maar toch: hebben wij wel voldoende inspanningen gepleegd om deze statushouders aan het werk te krijgen? Los van de argumenten: ja, ze hebben nog geen Nederlands enzovoorts. Dan nog even over financiën. Dat is nu wel duidelijk geworden, hoe de financiële stromen gaan lopen. We krijgen een voorschot en na afloop een verrekening. Daarbij zeg ik dat het zeer belangrijk is hoeveel inburgeraars daadwerkelijk begeleid worden. Met andere woorden: er wordt een forse inspanningsverplichting toch wel van deze en gene verwacht. Wat hebben we daarvoor nodig? Effectief maatwerk. Naar de doelgroep een strikte regie. Een team bij de gemeente. Specifieke kennis en handelingsvrijheid. Verwachtingsmanagement, dat aan de voorkant zit ten opzichte van de inzet van leren van de participatie.

En niet te vergeten de monitoring van de resultaten op de inkooptrajecten en de effecten t.a.v. de participatie. De financiële uitnutting moet toch ook wel duidelijk en goed naar voren komen. Dan is mijn vraag: zijn wij hier klaar voor? Dank u. Eerste termijn. De heer Hoek, WIJ: Ik mag hopen, dat we er klaar voor zijn, want het is al een jaar uitgesteld, dus ik ga er van uit, dat we er klaar voor zijn. Als je het nou hebt over een goed stuk, dan vond ik dit een

27/36

bijzonder prettig leesbaar stuk, waar ik zeer tevreden over ben. Ik ben blij, dat het hele traject weer terug gaat naar de gemeente. Ik denk dat wij dat veel beter kunnen dan wanneer je het aan de mensen zelf overlaat. Er waren toch wel wat commerciële partijen, die iets andere redenen hadden dan op een goede, adequate manier onze asielgerechtigde medemens te helpen. Ik vind het bijzonder prettig, dat er een passende leerroute komt, dat er ingezet wordt op werk en dat er een stukje financiële ontzorging in het gehele plan zit. Goed ook, dat er ruimte is voor maatwerk, want dat is met name met deze doelgroep natuurlijk een must. Er komen mensen uit oorlogsgebieden, die echt wel iets anders aan hun hoofd hebben aanvankelijk, het verwerken van trauma’s voordat zij verder kunnen met hun leven. Dus ik vind dat het een goed gebalanceerd plan is, waar ik zeer tevreden over ben. Ik ben het wel eens met mevrouw Bouman, die stelt: het gaat ook om werk. Ja, daar gaat het ook om. Mijn perceptie is altijd geweest, dat de gemiddelde statushouder maar wat graag wilde werken, maar dat de wet- en regelgeving op onderdelen hem in de weg zat. Ik wil dan ook vragen of de gemeente al contact heeft gehad met stakeholders hier in de regio. We krijgen steeds meer grote bedrijven, waar mensen prima aan de slag kunnen.

Ik zou ook willen vragen: hoe gaan we nou om met het gegeven, dat iemand uit Syrië komt, opticien is en vervolgens we hem een schoffel in zijn handen duwen en zeggen: kijk eens, fijn hè, je mag gaan werken. Er moet ook een optimale inspanning gepleegd worden om deze mensen, die over het algemeen bijzonder deskundig zijn en een prima opleiding hebben gehad in het land van herkomst, om te bekijken hoe we deze op een adequate manier weer terug kunnen krijgen in hun oude beroep, want daar doe je echt recht aan. Ik vind dat dat ook een inspanning moet zijn. Die zie ik niet in het stuk terug, maar ik zou er wel voor willen pleiten. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: De CU is heel blij met deze nieuwe wet. We hopen ook, dat het nu wel ingevoerd gaat worden, komende 1 januari. We vinden ook het plan heel goed, wat er tot nu toe voor geregeld is. We hebben 2 punten van zorg. Er wordt rekening gehouden met de traumatische situatie waarin de persoon verkeert of waaruit hij vandaan gekomen is. Wat wordt er bedoeld met rekening houden met die situatie? Betekent dat dat er minder hoge eisen gesteld worden bij de inburgering of bij de taalvaardigheidseisen? Hoe gaat het in grote lijnen? Of wordt er bemiddeld bij het zoeken naar hulp? Wat betekent precies de zorgtaak voor de gemeente in zo’n traject? Het tweede punt is de datum van invoering.

Hoe loopt het traject wat betreft de inkoopprocedures? Ook het traject om de eigen medewerkers op tijd klaar te hebben, medewerkers in dienst van de gemeente. Of de applicaties, die daarvoor nodig zijn. Dat zijn de twee punten van zorg. Ik beperk me in mijn spreektijd gezien de klok. Mevrouw Heijblom, D66: D66 bedankt de wethouder voor dit beleidsplan wet inburgering. D66 heeft op verschillende manieren wat moeite met de toon van dit stuk. Niet perse met wat erin staat, want dat is best aardig, maar we missen wel de waardenverbinding, met cultuursensitief te werk gaan en de menselijke maat in dit stuk. Op zich, tegen de uitgangspunten en de werkwijze die in het stuk staan, daar kan niemand tegen zijn, maar de behoefte om uit te gaan van het individu en de menselijke maat is wat anders dan duurzaam maatwerk, zoals beschreven staat. Daarnaast valt regelmatig de betuttelende toon in het document op en daar krijg ik echt een beetje pijn in mijn buik van, om heel eerlijk te zijn. Ik zal het even illustreren, onder uitgangspunt 2, direct aan de slag, staat genoemd: zodra een inburgeringsplichtige statushouder in de gemeente woont, kennen we direct een participatieplek, startplek, toe. Hierdoor ontstaat direct een regulier week- en dagstructuur.

Dan denk ik: wat is dat in deze 24-uurs economie? Hiermee zorgen we ervoor dat de inburgeringsplichtigen op een actieve manier beginnen aan een leven in Lansingerland. Een duidelijke structuur met activiteiten zorgt voor een gezonde instelling. Oh ja? Volgens mij is dat nogal persoonlijk. De vraag is of het gezond is. Gaat de gemeente over een gezonde instelling? Dat vraag ik me af. Van waaruit alle aspecten van het leven kunnen worden geadresseerd en daarnaast draagt een actieve houding eraan bij om te kunnen doorgroeien naar een betaalde baan. Om heel eerlijk te zijn: ik ken genoeg mensen met een baan zonder actieve houding. Ik zou het toch wel fijn vinden als de wethouder daar nog een keer dit stuk op laat screenen. Ook een beetje in lijn met wat meneer Hoek zegt over die werkgevers. Ik mis in het rijtje van ondernemers, onder duurzaam maatwerk, bedrijven zoals Wageningen Universiteit in Bleiswijk en Koppert. Zo kan ik er nog wel een aantal verzinnen, waar ook WO’ers aan de slag kunnen. Want behalve die opticien zitten er ook genoeg WO’ers tussen, die deze kant op gaan. Ja, meneer Kampinga, ik zie u schudden, maar het is echt waar. Daar moeten we oog voor hebben. Tot zover. Mevrouw Gabin, GL: De fractie van GL betreurt ook het uitstellen van de invoering van de nieuwe wet inburgering.

Het bleek een verkeerde keuze te zijn geweest om inburgeraars zelf de volledige verantwoordelijkheid te geven voor het behalen van het inburgeringsexamen waaronder de inkoop van scholing. Met de nieuwe wet krijgen de gemeenten de spilfunctie, een rolverdeling die vergelijkbaar is met decentralisatie in het sociaal domein en de zorg, maar met helaas wisselend succes. We zijn erg benieuwd naar hoe er gereageerd wordt als de wet niet werkt, zoals beoogd wordt door het rijk. We hebben 2 grote zorgpunten, namelijk de taaleis, die gesteld wordt, die gaat fors omhoog van A2 basisgebruiker naar B1 onafhankelijk gebruiker. We begrijpen de inhoudelijke ambitie, maar is het een

28/36

haalbare en realistische eis? Wat gaat de wethouder doen als de B1 taaleis te hoog blijkt te zijn en in de praktijk blijkt, dat veel inburgeraars die niet gaan halen? Wat zijn de consequenties daarvan? Daar zijn wij heel erg benieuwd naar. Het volgende punt waarover wij ons zorgen maken is de positie van mensen, die voor gezinshereniging naar Nederland komen. Gezinsmigranten moeten het namelijk op eigen kracht doen. Zij moeten hun eigen inburgeringstraject bekostigen met een lening van DUO en moeten voor hun eigen taalonderwijs blijven zorgen. Het oude systeem blijkt nou juist niet gewerkt te hebben, zoals ik had beschreven in mijn inleiding, ook voor deze groep. Is de wethouder bereid om maatwerk te leveren voor deze groep mensen, ook als er geen financiële middelen daarvoor beschikbaar worden gesteld vanuit het rijk? Om in te haken op de heer Hoek en mevrouw Heijblom. De heer Hoek sprak over de inspanning die geleverd moet worden om passend werk naar opleidingsniveau te zoeken voor de inburgeraars. Daar staan wij helemaal achter. We zien dat ook graag terug in het beleid. Ook wij beamen de toon van het stuk, waar mevrouw Heijblom het over had. Dat vonden wij ook op bepaalde momenten niet correct geformuleerd. De heer Xhemaili, PvdA: De PvdA-fractie is super blij met dit raadsvoorstel en ik ga toelichten waarom. Veel migranten / statushouders zijn inburgeringsplichtig.

Al in 2017 heeft de PvdA-fractie namelijk raadsvragen gesteld over de inburgering in Lansingerland. Ook hebben we toen een bespreekpunt gemaakt in de commissie samenleving n.a.v. het rekenkameronderzoek. Uit dit rapport bleek dat maar 33% van de statushouders de inburgering haalde. Daarnaast vonden we de regie van de gemeente veel te klein. De PvdA-fractie bleef hameren op meer regie in dit traject om juist de inburgeringscowboys te stoppen en de inburgeraars te helpen met goed onderwijs. Onze zorg was terecht, want nu grijpt de rijksoverheid in met een nieuwe wet. Tot op heden zag men veel misstanden en fraudegevallen door deze inburgeringscowboys. Misstanden en fraude bij inburgering zijn schadelijk voornamelijk voor de inburgeraars. Daarnaast ontstaat er oneerlijke concurrentie met bureaus, die wel bonafide zijn. Ineffectieve inburgering in de Nederlandse maatschappij en misbruik van een kwetsbare groep mensen. Echter, de marktwerking bij de inburgering heeft laten zien dat er veel perverse effecten ontstaan. Oplichting en fraude komen te vaak voor bij malafide bureaus. Door deze nieuwe wet inburgering komt daar gelukkig een einde aan en dat doet mij deugd. Want zoals benoemd zijn juist de meest kwetsbaren de dupe. Zij komen flink in de financiële problemen en halen niet eens de inburgeringstoets.

Stel je voor, je ontvlucht een oorlogsgebied vol ellende en je komt te wonen in het veilige Nederland. Je denkt een normaal leven te kunnen starten ondanks alles wat je hebt meegemaakt. Hier kom je er achter, dat je gelijk met een schuld van € 10.000 in je nieuwe leven begint met alle ellende van dien. De immigrant / statushouder begint gelijk met een 0-2 achterstand in de Nederlandse maatschappij. Wat mij en de fractie van de PvdA echt aanspreekt, is dat de gemeente verantwoordelijk is voor de maatschappelijke begeleiding en financiële ontzorging van de inburgeringsplichtige statushouders in de eerste 6 maanden als nieuwe Lansingerlander. Hierdoor kunnen statushouders wennen aan hun nieuwe leven en met beide voeten in rustiger vaarwater terecht komen. De gemeente Lansingerland levert maatwerk, waardoor de inburgeraar niet de markt op hoeft met veel perverse prikkels, om te zoeken naar een cursus die goed is. Het inburgeringsonderwijs moet gewoon goed zijn en daar zorgt nu gelukkig de gemeente voor. Een ander voordeel van deze nieuwe wet, is dat de gemeente dankzij deze regierol eindelijk de inburgering kan combineren met toeleiding tot arbeid. De collega’s Heijblom, Hoek en Gabin hebben daar ook even over gesproken.

Wij vinden het ook heel erg belangrijk, dat ook daarop maatwerk wordt geleverd om te kijken hoe per niveau het beste maatwerk geleverd kan worden om naar arbeid toe te leiden. Zo worden statushouders sneller financieel onafhankelijk. Deze integrale aanpak spreekt ons zeer aan, in combinatie met maatwerk via de verschillende leerroutes. Hierdoor kan men snel volwaardig meedoen aan de Nederlandse maatschappij. Voor iedereen een win/win. We zorgen ervoor, dat inburgeraars van een 0-2 achterstand naar 2-2 gaan en daarna winnen in de maatschappij met 4-2. Ik heb nog wel een aantal vragen aan de wethouder. Zijn er al gesprekken gevoerd met werkgevers over startersplekken voor inburgeraars, zodat zij snel kunnen doorstromen naar een regulier en passend werk? In het raadsvoorstel lees ik, dat de kostendekking al geregeld is. Dat is fijn. De helft van de kosten is gemerkt en de andere helft niet. Ik stel mij voor, dat de tweede helft van de gelden ook gemerkt wordt voor de inburgering. Kan de wethouder dat toelichten? De laatste vraag, die ik heb, gaat over de huisvesting van extra statushouders in Lansingerland. Dit jaar en volgend jaar moet de gemeente Lansingerland meer statushouders vestigen.

De vragen, die ik aan de wethouder heb, zijn: hoe wordt in dit raadsvoorstel rekening gehouden met de extra vestiging van statushouders? Is er genoeg capaciteit hiervoor aan personeel om deze extra statushouders te begeleiden bij hun inburgering? Indien dat niet het geval is: wat gaat de wethouder doen om dat wel te regelen en daarmee rekening te houden? Al met al zien wij dit als een heel mooi beleidsstuk en goed raadsvoorstel. Dank u wel. De heer Crielaard, L3B: De heer Hoek noemde het net ook al even: wij vinden het ook een erg prettig en leesbaar stuk. Dus daarvoor van mij de complimenten. De Lansingerlandse hoofddoelstelling voor het inburgeringsstelsel kan L3B van harte onderschrijven. Wij denken dat binnen de maximale eigen draagkracht participeren in de Lansingerlandse samenleving het beste is voor de inburgering. We denken

29/36

dat de subdoelen mooi aansluiten op de hoofddoelstelling. Mevrouw Gabin had het over de zorg omtrent de taaleis, of het niet te ambitieus is. Ik begrijp de zorg, dat Nederlands voor een nieuwkomer niet een makkelijke taal is. Tegelijkertijd zijn wij als L3B juist hartstikke blij met het maatwerk, dat geboden wordt, die verschillende leerroutes. De statushouders die niveau B1 aankunnen, wij denken dat ze daar echt heel veel voordeel uit halen, omdat het ook goed is voor de doorstroming naar werk. Dan de uitgangspunten, die zijn naar onze mening goed uitgewerkt. We zijn blij, dat aansluiting wordt gezocht bij het sociaal domein en de handreiking van Divosa. Dan nog een vraag t.a.v. het derde uitgangspunt. Het college geeft in het beleidsplan aan met zoveel mogelijk lokale partijen te willen samenwerken, dat er een beroep wordt gedaan op ondernemers in onze belangrijkste economische sectoren. Dat is een mooi streven, maar zoals ook in het plan aangegeven is, is afhankelijkheid van externe partners kwetsbaar. Daar sluit ik me aan bij een vraag, die ook al door de PvdA en WIJ is gesteld. Kan de wethouder toelichten hoe gezorgd wordt voor een (…) en betrokkenheid van samenwerkingspartners. Het is belangrijk dat zij goed op de hoogte zijn van het plan inburgeringsparticipatie van de inburgeraar. Zoals aangegeven bij de uitgangspunten wordt er flink geïnvesteerd in de inburgeraars.

In dat licht begrijp ik een vraag, die eerder gesteld is in de behandeling in november door de heer Bergwerff. Hij vroeg naar handhavingsmogelijkheden als een inburgeraar weigert of niet meewerkt. Zoals de heren Barendregt en Lieverse toen ook terecht opmerkten, kunnen sancties ook voor financiële problemen zorgen. Ik heb de afgelopen maanden de kans gehad om daar nog even te reflecteren op die discussie. Ik zou de wethouder daarom willen vragen: wat wordt er gedaan in het kader van preventie? Wat kunnen we überhaupt doen om zulke situaties te voorkomen? De wethouder zoekt aansluiting op ons beleid sociaal domein, bijvoorbeeld de elementen t.a.v. preventie in de Lansingerlandse standaard. Dan ook nog een vraag betreffende monitoring. Het is goed dat de raad bij de jaarrapportage sociaal domein in 2021 geïnformeerd wordt over de inburgeringsresultaten. Een vraag, die wij hierover nog hebben is of het college bij het rapporteren van de resultaten ook voornemens is om voormalige inburgeringsplichtigen een huidige daarbij te betrekken. Mogelijk kan dit helpen bij het eventueel verbeteren van de kwaliteit van het aanbod. Dan wat betreft de financiën. Er is bij mij nog enige verwarring, die de wethouder hopelijk kan wegnemen. De resterende kosten voor de maatschappelijke begeleiding komt voor onze gemeente terecht op bijna € 100.000.

Tegelijkertijd staat in het raadsvoorstel dat een zorgvuldige aanpak leidt tot minder uitgaven in het sociaal domein. Ik vroeg me af hoe ik dat dan moet duiden. Heb ik nou een ton extra lasten door die nieuwe wet? Of is het op termijn juist een besparing? Dat is voor mij nog niet helemaal duidelijk. Dan wil ik tot slot de ASD bedanken voor het uitgebrachte advies. Het is goed dat het college het advies onderschrijft om het mogelijk ook aan te passen in het beleidsplan. Het advies van de ASD om in een integrale aanpak ook extra aandacht te hebben voor veilige deelname aan het verkeer zet me aan het denken. In het rapport zwemveiligheid van nieuwkomers staat dat tussen 2004 en 2018 ruim drie keer zoveel mensen verdronken zijn van niet Westerse afkomst als mensen met een Westerse afkomst. De VNG stelt dat verschillende gemeenten zich actief inspannen om zwemvaardigheid bij statushouders te verbeteren. In dat verband vroeg ik me daarom af: wordt er bij de inkoop van aanbieders ook aandacht voor gevraagd? Tot zover mijn bijdrage. Mevrouw Draak, VVD: Ik ga mijn best doen om niet teveel in herhaling te vallen. Ik vond het ook een heel goed stuk.

Wat ik er vooral prettig aan vond, is dat de risico’s eerlijk werden benoemd en dat er een heel goed inzicht wordt gegeven in wat er eigenlijk allemaal aan activiteiten nodig is voor het ambtelijk apparaat om deze nieuwe aanpak tot uitvoering te brengen. Dat vond ik heel veel inzicht geven. De VVD is heel erg blij, dat deze wet nu hopelijk dan eindelijk van start gaat, omdat de oude aanpak tot hele grote problemen leidt. Er werd veel te veel verantwoordelijkheid neergelegd bij de nieuwkomers. Normaal is de VVD natuurlijk erg voor eigen verantwoordelijkheid, maar op het moment dat blijkt dat mensen daar enorm van in de problemen komen, dan is het juist goed dat we de regie nu naar ons toe trekken, waardoor de nieuwkomers een veel betere start zullen maken en sneller echt deel uitmaken van onze samenleving. Wat me ook opviel, daar wil ik graag van de wethouder iets over horen, is dat wij gemiddeld 50 inburgeringsplichtigen per jaar gaan ontvangen in de komende 4 jaar. Ik dacht eigenlijk gehoord te hebben, dat dat er veel meer waren, maar misschien haal ik dan statushouders en inburgeringsplichtigen door elkaar. Misschien kan de wethouder daar iets meer over zeggen. Voor wat betreft de inburgering is 50 personen per jaar volgens mij een goed overzienbaar aantal, waar we het gewenste maatwerk op kunnen leveren. Over werk had ik ook een vraag. Meerderen hebben dat ook al gezegd.

Ik vroeg me echt af of het nou realistisch is om te verwachten, dat iedereen direct aan de slag gaat. Er wordt wel een kleine reserve gemaakt voor mensen, die daar nog niet aan toe zijn, dat daar maatwerk voor wordt gemaakt. Maar dan nog steeds. Ik las in het antwoord aan ASD dat er voor 28 participatieplekken rekening is gehouden, maar in een zeer beperkt aantal sectoren. Dat hebben meerdere collega’s van mij genoemd. Toch lang niet iedereen zal in de logistiek of in de tuinbouw willen werken, er zijn veel meer opties. Hoe wil de wethouder samen met het werkgeversservicepunt dan realiseren dat er echt maatwerk op werkkansen wordt gemaakt? Mijn laatste punt is eigenlijk: het verbaast me een heel klein beetje, dat niemand anders het nog heeft genoemd. Ik maak me juist heel veel zorgen over het financiële stuk. Er wordt gesteld, dat het rijk alle kosten voor de nieuwe wet

30/36

inburgering zal compenseren, maar als we kijken naar de effecten van decentralisaties op gemeentelijke budgetten in afgelopen jaren, dan ben ik daar toch niet zo gerust op. Het risico zit er volgens mij in, dat Lansingerland nu deze hele organisatie en activiteiten gaat optuigen conform de inschatting van wat het rijk denkt dat aan ons toegewezen zal worden aan inburgeringsplichtigen. Vervolgens krijgen we misschien toch minder mensen toegewezen en dan zitten wij dus met de financiële gebakken peren, omdat het rijk dan een lagere vergoeding gaat geven. Ik zou er echt op willen aandringen, dat de wethouder, dat de gemeente Lansingerland niet pas aan de bel gaat trekken bij het rijk en bij de raad op het moment dat het al te laat is. Ik zou echt graag willen weten hoe de wethouder zelf deze risico’s ziet en wat ze van plan is te gaan doen om ervoor te zorgen dat deze decentralisatie nu eens niet gaat leiden tot een financieel debacle voor gemeenten. Daar wil ik het voor mijn eerste termijn even bij laten. Beantwoording college Wethouder Arends: Ik merk dat het laat op de avond is, dus iedereen ging steeds sneller praten en heel snel alle vragen stellen, dus ik hoop, dat ik u helemaal volledig kan voorzien, want het ging echt in een heel hoog tempo.

Dus alvorens mijn excuses als ik in de eerste ronde niet alles heb kunnen opschrijven, maar dan verwacht ik dat u mij zeker in de tweede termijn opnieuw de vragen gaat stellen. Allereerst een algemene reactie. Wat ik hoor, is dat er een grote mate van tevredenheid is over het stuk en zeker over dat deze nieuwe wetgeving wordt ingevoerd. Ik ben het daar ook echt volledig mee eens. Ik ben zo blij, dat deze wet eraan komt. Volgens mij, ik hoorde meerdere fracties daar ook over, is het eigenlijk een teleurstelling, dat het werd uitgesteld. Die teleurstelling was ook bij mij, want volgens mij geeft dit echt een heel goede kans met de invoering van deze wetgeving om veel meer de ondersteuning, die het nodig heeft voor een inwoner die hier komt inburgeren om die naast te staan, zowel in maatschappelijke ondersteuning als ook in het participeren van onze samenleving. Om het niet te lang te maken, probeer ik alle vragen te beantwoorden en dan hoop ik dat het voorzien is. Ik begin met mevrouw Bouman van het CDA. Zij geeft aan: zijn de verwachtingen niet te hoog? Ze ziet nu het percentage in de bijstand, dat is ongeveer 30%. 1/3 betreft mensen met een asielachtergrond, statushouders, en dat is zeker een zorgpunt. Maar de verwachting is niet te hoog, want de nieuwe wet is heel anders ingericht. Dat geeft alle kansen om direct bij de start de participatie op te starten.

Dat is echt een andere situatie dan de beperkte mogelijkheden die wij nu daarin hebben en ook de financiële beperkte mogelijkheden. De verwachting is wel hoog, dus we zien heel veel kansen. Uiteindelijk moet blijken hoe dat uitpakt, maar alle vertrouwen is daar wel. Ik denk dat mevrouw Bouman ook dat vertrouwen heeft, nu er een andere wetgeving is, dat het veel meer steun en begeleidingsmogelijkheden voor deze groep gaat krijgen. Ten aanzien van de financiën, meerdere partijen spraken daar over. Mevrouw Bouman vroeg ook: zijn we er nu wel klaar voor? Ja, alles is in het teken gesteld om de voorbereidingen te treffen. We hebben een langere periode gekregen voordat de wetgeving eraan komt. We hopen, dat die nu per januari in werking gaat treden. We hebben alle vertrouwen, want we zijn heel goed voorbereid, ook alle inkoop staat klaar om na deze bespreking vorm te gaan geven. Volgens mij gaat dat helemaal goed. De heer Hoek is ook heel positief te spreken over dit stuk, dat hoor ik graag natuurlijk, maar hij stelt ook heel goede vragen. Is er al contact met stakeholders? Hoe ziet dat eruit? Ook naar de werkgevers. Daar stelden meerdere fracties vragen over. Die stonden eigenlijk al in 2020 gepland, om met werkgevers actief de gesprekken aan te gaan. Door het uitstel van de wetgeving zijn ook die gesprekken opgeschort. Het WSP is ook helemaal voorbereid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=a77c25dd-7cf1-4e13-8f41-65b16f1d2eb5