CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimte 6 april 2021, gemeente Lansingerland63.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

Er is gewoonweg te weinig of geen aanbod. Of ze het willen of niet, ze zijn genoodzaakt om naar omliggende steden te vertrekken, terwijl voor heel veel jongeren toch de gedachte is: ik zou graag in Lansingerland willen blijven wonen. Ook hier is de vraag wat ons betreft: wat en hoe gaan we hier mee om in de woonvisie? Veel ouderen willen doorstromen naar een gelijkvloerse woning. Zij zijn in veel gevallen genoodzaakt te blijven wonen in de voor hen te grote eengezinswoning. Mijn fractie vindt het dan ook pijnlijk, dat zelfstandig wonende ouderen niet zelfstandig de stap kunnen maken naar een passende gelijkvloerse woning, die goed faciliteert in het zelfstandig kunnen blijven wonen. Wederom de vraag: wat en hoe gaat de woonvisie hier feitelijk antwoord op geven? Tot slot nog een drietal opmerkingen. Op blz.5 wordt uitgegaan van inbreiding. Dat was net ook al even aan de orde. Hoe ziet de wethouder dit in relatie tot de verduurzaming van de woonwijken en de gewenste kwalitatieve woonmilieus? Bestaande woningen klaar maken voor de toekomst, lees verduurzamen. Recent onderzoek laat zien dat het verduurzamen van de bestaande woning wellicht € 40.000 kost. Deze visie is voor de jaren ’21 – ’25. Mijn fractie pleit er dan ook voor om de komende jaren te benutten om goed te onderzoeken hoe en wat kan en de inwoners van Lansingerland hierover goed te informeren.

De beelden die nu komen, dat is nogal wat. € 40.000 voor een bestaande woning, dat schrikt mensen ernstig af. Dat zou ook ten koste kunnen gaan van de ambities die we hebben met elkaar. Het derde punt. Antispeculatiebeding. Wij hebben daar als fractie meerdere keren al aandacht voor gevraagd. Mijn vraag aan de wethouder is: krijgt deze nou ook daadwerkelijk een plek in de woonvisie, zoals eerder toegezegd is overigens. Afsluitend. Waar een wil is, is een weg. Lansingerland doet het. Laten we het dan ook echt gaan doen voor onze jongeren, starters, midden inkomens en ouderen. Laat dat dan ook luid doorklinken in de woonvisie voor de komende jaren. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Eigenlijk kunnen we kort zijn. We zijn het roerend eens met de uitgangspunten van de woonvisie. Maar. Maar. Wellicht heeft het beleid een wat hardere draai nodig om daar te komen, waar we de stip op de horizon willen zetten. Ik vermoed eigenlijk, dat er geen partij is, dat niet kan leven met de uitgangspunten, zoals die hier beschreven zijn. Eigenlijk, zo algemeen zijn ze. Het gevaar daarmee is, dat als er straks in de woonvisie echt keuzes gemaakt worden, dat alle partijen dan verrast zijn. We kunnen met deze uitgangspunten nog heel veel kanten op. Wij zouden graag zien, dat we n.a.v. deze bespreking kunnen voorsorteren op heldere keuzes.

In plaats van een flauwe bocht, willen wij misschien wel een heel scherpe bocht. In de uitgangspunten staat nu, dat we evenwichtig gaan groeien op alle segmenten, met specifieke aandacht voor doelgroepen. Maar het accent voor die doelgroepen sneeuwt onder als je in de nieuwe plannen niet vol inzet op die doelgroepen. Met de noodkreet van de inspreker van vanavond vind ik niet, dat dat we kunnen volstaan met uitgangspunten, waarmee we nog alle kanten op kunnen. Sociale huur, ouderen, flexwonen, duurzaamheid, termen als BENG en ENG, het zijn allemaal termen die echt wel in meer of mindere mate voorkomen in de uitgangspunten. Maar wat meer en minder aandacht krijgt, is niet duidelijk en dat kan dus als een verrassing naar ons toekomen in de definitieve woonvisie. We willen voorkomen, dat met deze uitgangspunten een andere visie naar voren komt dan we voor ogen hebben. Wat ons betreft zetten we meer in op deze doelgroepen, met name de bouw van appartementen voor ouderen en gaat dat ten koste van eengezinswoningen, omdat we de doorstroming daarmee bevorderen. Daarnaast hebben we in de afgelopen jaren al geregeld vooruit verwezen naar de woonvisie in moties en toezeggingen.

Ik zal u de nummertjes besparen en ik heb verschillende collega’s een aantal moties en toezeggingen al horen opnoemen, maar het gaat om moties over kantoren, die tot woningen worden omgevormd, onderzoek naar meer mogelijkheden voor seniorenwoningen, om concreet iets te doen aan de wachttijden voor sociale huurwoningen, over het anti-speculatiebeding. Het gaat om gedane toezeggingen vanuit het college over flexwonen, tiny houses, wederom de wachttijd voor sociale huurwoningen. Deze zaken zouden allemaal moeten terug komen in de woonvisie, maar die zien wij niet of met zeer beperkte keuzes terug. We kunnen wat de CU betreft twee kanten op met dit stuk. Ofwel we stemmen met algemene stemmen in met deze uitgangspunten en zijn dan collectief verbaasd bij het gereedkomen van de definitieve woonvisie, omdat dit toch niet kon

21/42

zijn wat er op basis van de uitgangspunten van verwacht kon worden. Of we vragen aan de wethouder om dit stuk scherp te maken met concrete richtingen, waar we rekening mee kunnen houden. Ik zou zowel aan de wethouder als aan de overige fracties willen vragen hoe zij de verhouding tussen deze uitgangspunten en de definitieve woonvisie zien en of zij om teleurstelling te voorkomen niet nu al aanscherping van de uitgangspunten noodzakelijk vindt. Dit was onze bijdrage in de eerste termijn. Dank u wel. De heer Muis, D66: Ik kan eigenlijk gelijk reageren op voorgaande spreker en ook eigenlijk voorgaande sprekers. Ik ben het er heel erg mee eens om inderdaad het scherper te maken, zoals de heer Hofman voorstelt. Ik kom daar zo wel op terug. Ik denk ook dat er een hardere draai nodig is, om met de woorden van de heer Hofman te spreken. Ook de andere opmerkingen kunnen we onderschrijven. De tiny houses, het flexwonen, zakelijke gebouwen omvormen tot woningen. Naast betaalbaarheid goed te kijken naar de woningtypes. Het versnellen en het bijsturen is ook wat wij missen in pijler 2, maar ik zal hem toch even van voor naar achter doorlopen. Ik heb daar geen 5 minuten voor nodig. De eerste pijler, fijn en toekomstbestendig wonen. Daar zijn we het natuurlijk helemaal mee eens. Meer groen, duurzaamheid, ruimte om te bewegen en te ontmoeten. Meer gevarieerd aanbod is zeker nodig.

Ook is het logisch om te verdichten rond knooppunten. En we zijn ook blij dat expliciet wordt benoemd, dat we bestaande woonwijken krachtig willen houden. Een inbreiding moet een bijdrage leveren aan het aanwezige woonmilieu, ook voor dit aspect. Dat betekent wel iets, als je dat zegt. Dat betekent, dat je goed moet nadenken hoe je dan een bestaande woonwijk krachtig houdt en of een inbreiding daadwerkelijk een verrijking is of een bijdrage levert aan een bestaand woonmilieu. Dan de kern van het verhaal: een plek voor iedereen. Er is al veel over gezegd. Er zou inderdaad een aanscherping of een extra inspanning of een boost, of hoe je het noemen wilt, moeten komen voor die doelgroepen waarvoor nu onvoldoende aanbod is. Dat is die hele rij: jongeren, starters, empty-nesters. Eigenlijk kan je het beter omdraaien en zeggen: alles los van hoge inkomens en dure eengezinswoningen. Die focus is te groot, die moet worden doorbroken. Wat is er nu extra nodig om daadwerkelijk voor een doorbraak te zorgen? Nu wordt het omschreven als: we hebben extra oog of aandacht. Maar daarmee gaat er natuurlijk helemaal niets veranderen. Nogmaals, helemaal eens om het aan te scherpen op dit punt. Dan de derde pijler, wonen in verbondenheid. Op zich goed, dat dit wordt benoemd. Alleen, er worden relaties gelegd met de omgeving, met de regio, met andere beleidsthema’s.

Alleen ook hier komt er geen concrete invulling. Het belangrijkste daarin is: er wordt geschetst dat we rekening hebben te houden met allerlei belanghebbenden en stakeholders, alleen de manier waarop, daar wordt dan niets over gezegd. Dus ook dat zou volgens mij aangescherpt kunnen worden met hoe en met wie we wonen in verbondenheid vorm willen geven. Nu is het een heel vaag hoofdstuk eigenlijk. Dank u wel. De heer Duk, GL: GL is blij met de nota van uitgangspunten, waar we het vandaag over hebben. Fijn en toekomstbestendig wonen, een plek voor iedereen en daarbij wonen in verbondenheid, wie kan daar nou tegen zijn? Dat betekent voor GL gevarieerd, energieneutraal en betaalbaar bouwen en bestaande bouw aanpassen aan de huidige tijd. Kantoren die tot woningen worden omgebouwd, wijken die diverser worden en uiteraard van het gas af gaan. Verder zijn we blij, dat eindelijk de sociale woningbouw een plek krijgt in de visie, die zij verdient. Maar uiteraard is er een aantal punten, waar we extra aandacht voor willen vragen. Mevrouw Vliet Vlieland heeft daarnet zeer indrukwekkend opgeroepen om snel en betaalbaar sociaal te bouwen. Uiteraard deel ik deze oproep van harte. 1.500 sociale woningen is een minimum en daar moeten we dus niet van afsnoepen. Als er in Wassenaar 26% sociale huurwoningen kunnen staan, dan kan dat hier ook.

We moeten nu snel meer sociaal bereikbare woningen bouwen. Over woningen voor statushouders schrijft het college, dat ze op zoekt gaat naar alternatieve woningen voor deze groep. Op zich staat GL daar niet negatief tegenover. De nood is groot en dan moet er creatief worden gedacht. Mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, kan dat ook. Uiteraard moeten het volwaardige woningen zijn, aangezien we het hier hebben over volwaardige inwoners van Lansingerland. Clustering kan tot gevolg hebben, dat de integratie in de maatschappij minder makkelijk gaat en zal in onze ogen dus moeten worden voorkomen. Fijn, dat zelfs de VVD pleit voor diversiteit binnen de wijken. Als het inderdaad om tijdelijke bewoning gaat, moet er dus extra aandacht komen voor de doorstroom kansen. Dat betekent meer sociaal bereikbare woningen bouwen. Voor vrouwenopvang, dak- en thuislozen wordt gekeken naar de uitstroom van ex-inwoonsters van Lansingerland. Dit is begrijpelijk, maar in onze ogen niet reëel. Er staat geen hek om Lansingerland en mensen met urgentie zullen een huis moeten vinden, ook als ze van buiten de gemeente komen. Die mensen en de regulier woningzoekenden verdienen een huis, zoals afgesproken met de regio en de provincie moeten we ons deel daarvan opnemen. Dat betekent: meer sociaal bereikbare woningen bouwen.

De aandacht voor circulair bouwen, klimaatadaptief en duurzame vormen van energievoorziening staan in dit stuk, maar er had nog wat meer aandacht voor mogen zijn, maar de uitgangspunten zijn prima. Ik kijk uit naar de uitwerking in de woonvisie. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Hofman, dat we niet voor alles kunnen kiezen en dat we dus ook moeten kiezen voor minder dure woningen. Een aanscherping van de

22/42

keuzes is inderdaad op zijn plaats. Ik vat mijn betoog samen: laten we veel sociale en duurzame woningen bouwen en daarbij rekening houden met wat dat betekent voor de samenleving. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: De PvdA-fractie is blij, dat we vanavond eindelijk het voorstel over de uitgangspunten voor de nieuwe woonvisie van onze gemeente kunnen spreken, want de stapels documenten over bouwen en wonen in Lansingerland hebben zich inmiddels flink opgestapeld. Ik zal ze niet allemaal opnoemen, maar het gaat inderdaad van masterplannen tot studies tot STEC onderzoeken enzovoorts. Het is goed om nu echt stappen te maken met de uitgangspunten allereerst en dan snel door te stappen naar de woonvisie, want het is tijd dat de heipalen worden geslagen en niet alleen maar stapels papier hoger worden gemaakt. Het proces van de besluitvorming is inderdaad traag. Als voorbeeld: het is maar de vraag of het bestemmingsplan Wilderszijde nog voor 1 juni 2021 aan onze raad gepresenteerd gaat worden. Dan zitten we dus alweer een jaar na het vaststellen van het masterplan voor deze locatie. Snelheid is één van de uitgangspunten, die voor ons heel belangrijk zijn. De nota van uitgangspunten voor de nieuwe woonvisie, zoals we hem nu voor ons hebben liggen, bevat wat onze fractie betreft weinig nieuws. Het is vrij algemeen.

Het zijn de bekende zorgen, die we natuurlijk allemaal delen, over onze woningmarkt. Het staat nu nog een keer op een rij. Het formuleert 3 pijlers, die de basis vormen voor de woonvisie. Fijn en toekomstbestendig wonen, een plek voor iedereen en wonen in verbondenheid. Je kunt er niet tegen zijn. Er staan best een aantal heel goede punten in, die we ook herkennen, ook van de diverse discussieavonden, die we hebben gehad met de fracties en de ambtenaren. Maar wat ons betreft wordt er gekozen voor veel krachtigere taal in dit stuk. Dat moet taal zijn, die laat zien dat we het schrijnende woontekort voor bepaalde groepen als prioriteit 1 zien in onze Lansingerlandse samenleving. Daar horen dus ook wat krachtigere termen bij, zoals: betaalbare huizen bouwen gaat voor dure huizen bouwen. Of bijvoorbeeld: we gaan nu eindelijk eens vaart maken met bouwen. Of bijvoorbeeld: wij ledigen de woningnood binnen 15 jaar. Dan heb je uitgangspunten waar je echt met zijn allen mee vooruit gaat. Ik hoor dat ook wel van een aantal andere fracties. Die 3 pijlers vormen een brede kapstok, maar krijg je daar je prioriteiten mee op orde? Dat is eigenlijk wat ik wil zeggen. Wat ik ook wil zeggen, is: wij zouden heel graag in deze woonvisie ook kwantitatieve uitgangspunten hebben. Het is nu vooral een kwalitatief verhaal.

Waarom niet meer kwantitatief? Zoals percentages te bouwen sociaal en betaalbare huizen? De jaren waarmee we de wachtlijsten voor een sociale huurwoning willen verkorten, de snelheid waarmee men scheef woont doorstromen, het aantal koopwoningen onder de € 3 ton wat we willen hebben binnen 10 of 15 jaar. Moet dat allemaal wachten, dat soort concrete getallen, percentages, tot die definitieve woonvisie? Waarom niet nu al bij de uitgangspunten? Anders zouden we straks inderdaad bij de woonvisie weleens een hele grote teleurstelling kunnen hebben, of in ieder geval, dan nog heel veel moeten bijbuigen. Hoe denken de andere fracties daarover? Ik heb het van een aantal ook wel gehoord. Zou u ook meer kwantitatieve uitgangspunten willen hebben? Wat dan al in de richting komt van doelen. Tot slot een punt. Er is een passage in de pijler ‘een plek voor iedereen’, ik ga hem toch even citeren, daar staat: we willen 3 manieren inzetten om diverse doelgroepen een plek te geven in Lansingerland. De eerste manier is woonruimteverdeling, een aantal voorbeelden. De tweede manier is om alternatieve, tijdelijke woonvormen te ontwikkelen, zoals flexwonen en collectieve woonhofjes en omgebouwde kantoorpanden. En de derde manier is door nieuwe woningen te bouwen. Einde citaat.

Wat wij willen zeggen is: deze aanpak, die hier geschetst wordt bij die pijler is voor ons alleen acceptabel als die drie manieren niet in hiërarchische volgorde staan. Wat ons betreft staat juist dat laatste punt, oplossen door nieuwe woningen te bouwen, bovenaan. Sociaal en betaalbaar bouwen is prioriteit. Voor flexwoningen zijn we ook te vinden. Dat kan inderdaad voor de korte termijn een oplossing bieden. Over de tiny houses, hoe mooi en hoe leuk ze ook zijn, voor sommige mensen echt heel bijzonder om in zo’n huis te kunnen wonen, we hebben ook begrepen, dat daar aardig wat grond voor nodig is en dat het in die zin dus niet perse in aantallen een grote oplossing is voor de woningnood. Ook diversiteit in de wijken vast houden, verschillende woningtypen en prijsklassen door elkaar heen bouwen, daar zijn wij zeker voor te vinden. Daar wilde ik het voor nu bij laten. Ik vat het nog even samen. Het allerbelangrijkste is dus meer kwantitatieve uitgangspunten ook mee nemen. En het geheel ook krachtiger neerzetten. Waar gaan we voor staan? Waar ligt de prioriteit? Dank u wel. De voorzitter: Ik heb een heleboel gehoord. Met name een paar items. Eén en ander moet scherper neergezet worden. Even aanhakend op wat mevrouw Verhoef meldde: scherper, zeker op de uitgangspunten. De pijlers, daar zou ook nog wel het nodige over gemeld kunnen worden.

De jongeren, de ouderen, de starters enzovoorts. De toezeggingen, welke gedaan zijn, het anti-speculatiebeding, heldere keuzes maken, wat gaan we doen. Er zijn toch wel de nodige vragen aan u om deze nota iets scherper te maken. Beantwoording college

23/42

Wethouder Arends: Ik zou graag willen beginnen met het feit dat vrijwel alle partijen aangeven zich heel goed te kunnen vinden in de nota van uitgangspunten. Ik hoor zelfs een aantal zeggen: je kunt hier bijna niet op tegen zijn. Dat ben ik het met u eens: hier kan je niet op tegen zijn, want dit is precies waar we aan willen werken. Dat geeft het kader: waar willen we aan werken? Dat is geduid in deze 3 pijlers. De volgende stap is: op wat voor manier willen we dat doen? Ik kom straks even terug op de aandachtspunten, die de heer Meester mee geeft of mevrouw Verhoef en alle anderen. En de scherpte. Ja, dat is inderdaad echt de volgende fase. Ik hoor uw behoefte. U heeft er vanavond al veel over gezegd. Die gaan we dus ook mee nemen. Ik ga zo meteen even per fractie langs, wat u daarover heeft genoemd. De derde stap is dan: de uitvoering. Wat gaan we dan precies doen? We zitten nu in: waar willen we aan werken? Dan: op welke manier willen we dat doen? Dat is echt de woonvisie. En het derde is: de uitvoeringsplannen en wat we dan daadwerkelijk gaan doen. Al deze 3 stappen gaan we dit jaar met elkaar doen. Dus nu het kader, de uitgangspunten. De volgende is de woonvisie met alle elementen. En dan het uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma wordt ook nog dit jaar aan u voorgelegd om daarover in gesprek te gaan.

Als u het goed vindt, dan ga ik even per fractie na wat zij aan extra waarde hebben mee gegeven aan aandacht voor de woonvisie. Ik ga bij de eerste spreker beginnen, dat is de heer Meester. Hij geeft eigenlijk 3 elementen aan, die hij graag meer aandacht wil geven in de woonvisie. Hij noemt tiny houses, flexwonen en hergebruik van gebouwen. Dat zijn inderdaad 3 onderwerpen die terug komen in de woonvisie. Sterker nog, flexwonen, daar heb ik eerder een toezegging op gedaan. In de bestuurlijke planning staat dat het eind deze maand in ieder geval naar het college komt. We zijn met een memo bezig om ook naar u te brengen over het flexwonen. Maar naast tiny houses gaat de woonvisie ook in op de Knarrenhof of het CPO. Dus allerlei vormen, die u vanavond aandacht geeft: ik vind het ook belangrijk, dat we dat een plek gaan geven in de woonvisie. Meneer Meester geeft aan, andere partijen geven dat ook aan, een belangrijk element, over de doorstroming en ook het percentage van bandbreedte, het aantal sociaal, aantal betaalbaar. Ik zie veel fracties daarover vragen. Een deel staat natuurlijk al in de memo. Een deel staat er in wat de behoefte is, uitgebreid op wat er vanavond op de agenda stond, na 2040, wat de behoefte is. Dan zien wij vooral ook, meerdere partijen hebben daar aandacht voor gevraagd, levensloopbestendig wonen, gelijkvloerse woningen.

Vooral het toevoegen van starterswoningen, van seniorenwoningen. Die scherpte moet het ook echt in de volgende fase krijgen. Wel goed, dat u vanavond al die onderwerpen al benoemt, want die komen overeen met mijn beelden daarop. De heer Machielse noemt nog wat extra aandachtspunten, ook als het gaat over statushouders. We hebben eerder met elkaar daarover gesproken: de taakstelling die we voor 2021 krijgen. Omdat we de wachttijden niet nog verder willen laten oplopen, is ook echt de stap: het toevoegen van meer woningen. Dat is de grootste knop. We willen meer woningen. Ook flexwoningen, als het gaat over urgentie. Mevrouw Vliet Vlieland noemde dat vandaag ook al in haar bijdrage: hoe kun je die urgentie bedienen? Dat zou in de vorm van flexwonen kunnen, in tijdelijke huisvesting. De heer Van Harn had hele goede vragen. Wat betekent kwalitatieve woningen? Wat betekent veilig leven? Is dat dan sociale cohesie? Of zien we dan een gezonde omgeving? Dat is allemaal een extra invulling, een scherpte, die in de woonvisie terug moet komen en in het uitvoeringsprogramma. Nu gaat het echt over het kader, dat we zeggen: daar willen we aan werken. De vervolgstap is: wat betekent dat dan precies? De heer Jumelet gaf aan hoe belangrijk het is om vraag en aanbod in evenwicht te brengen. Dat is ook waarom we de lokale behoefte onderzoeken gedaan hebben. Per kern, maar ook in de regio.

STEC heeft meerdere onderzoeken gedaan, die heeft u ook gezien, er zijn meerdere avonden daarover geweest. Dat ziet u ook terug in de memo, die vandaag op de agenda stond. Dat is een belangrijke opgave, die we willen doen. We willen de behoefte, die lokaal is, en de behoefte die regionaal is. De lokale behoefte is vooral gelijkvloerse woningen en vooral in kwalitatieve zin voor seniorenwoningen. Vanuit de regio is vooral behoefte aan gezinswoningen. Daarin willen we een goede balans en een goed evenwicht brengen in de diversiteit van wijken, wat de heer Machielse ook aangaf, in verschillende prijsklassen, maar ook in woningbouwtypen, zodat we een mooie, fijne buurt met een dorps karakter willen gaan bouwen, waar je ook over 50 nog trots op bent, als je daar langs rijdt en daar woont. De heer Jumelet vroeg nog wat er dan over 4 jaar anders is dan nu. Dat is toch de hoeveelheid woningen, die we gaan toevoegen. Er staan heel veel plannen op stapel. We hebben o.a. het plan Bleiswijk naar voren gehaald. Die hadden we aanvankelijk niet in het vizier, in die zin, dat het niet in het coalitieakkoord stond. Op vraag van het CDA hebben we die echt naar voren getrokken. Daar heeft u onlangs de nota van uitgangspunten vast gesteld. Voor u komt volgende maand het college met een voorstel over de nota van uitgangspunten voor Wolfend.

Dus ze zijn behoorlijk op dreef om vooral nieuwe woningen toe te voegen, waarin de behoefte lokaal voor betaalbaarheid en gelijkvloerse woningen en goed gedifferentieerde woningen of wijken tot stand te brengen. Het anti-speculatiebeding, daar heeft de heer Jumelet eerder aandacht voor gevraagd. Dat zit goed op ons netvlies en dat komt natuurlijk ook terug in de uitvoering, maar dat is al eerder terug gekomen in ons beleid. Ik weet even niet hoe dat precies heeft, of het nou grondbeleid is, maar eerder is het door de heer Abee ook genoemd, ik weet even niet in welk beleidsstuk, maar het staat we genoteerd, ook in het beleid van ons, dat we dat niet willen. De heer Hofman merkte terecht op: het is heel algemeen. Ja, dat klopt. Op dit moment is het heel algemeen. Het gaat van grof naar fijn, dus we gaan steeds scherpere keuzes samen met u maken. De heer Muis gaf dat ook al aan: er moet een harde

24/42

draai komen. Dat ben ik het met u eens. De volgende stap wordt al een stuk verfijnen en een stuk concreter. De heer Duk en mevrouw Verhoef, ik denk dat ik redelijk op die vraagstukken in algemene zin antwoord heb gegeven. En de oplossing is het toevoegen van woningen. Wat mevrouw Verhoef ook nog zei, over de tiny houses, daar hebben we inderdaad meerdere keren over gesproken, dat is inderdaad niet de grootste klapper qua aantallen. Dat is meer het flexwonen. Maar tiny houses is natuurlijk wel een mooi voorbeeld van een particulier, die zegt: ik zou graag een tiny house willen. Maar dat is niet de grootste klapper van de aantallen. Dat klopt, wat mevrouw Verhoef daarover aangeeft. Om het niet te lang te maken, volgens mij heb ik redelijk alles behandeld en anders komt het terug in de tweede termijn. Tweede termijn De heer Meester, L3B: Ik bespeur bij de wethouder de intentie om in ieder geval aandacht te geven aan de punten, die vanuit de commissie naar voren zijn gebracht. Dat vind ik positief. Desalniettemin wil ik toch nog even een slag om de arm houden ten aanzien van een eventueel amendement, dat wij misschien zouden willen indienen voor de uitgangspunten. Ik wil ook nog even aandacht geven aan wat punten. De wethouder zegt, dat de woonvisie in de loop van dit jaar beschikbaar zou komen en het uitvoeringsplan aan het eind van het jaar.

Als ik kijk naar hoe lang er over gedaan is om de nota van uitgangspunten te maken, dan word ik toch een beetje zenuwachtig, eerlijk gezegd, want ik vraag me af of dat wel gehaald gaat worden, temeer ook daar we voorlopig nog even met de lockdown te maken hebben. We hebben ook nog een keer te maken met het feit, dat het college een brief van ‘help, we verdrinken’ gestuurd heeft aan ons. Ik zou wel graag even willen, dat de wethouder daar toch nog eens even goed overweegt van: halen we dat nou wel? Als ze dat inderdaad toezegt, zou ik haar daar wel aan willen houden. De heer Hofman vroeg nog even een reactie op: is het wat algemeen? Dat heb je natuurlijk met uitgangspunten, die zijn wel wat algemeen. Dat is altijd zo, maar ik ga er toch maar weer even van uit, dat de wethouder, en ik heb gezien dat er een redelijk aantal ambtenaren mee luistert, dat ook de ambtenaren goed geluisterd hebben naar wat de commissie zou willen en dat we dat dan in ieder geval in de woonvisie, die naar ik hoop inderdaad snel verschijnt, zouden kunnen terugvinden. Daar wil ik het maar bij laten. De heer Machielse, VVD: Ik wil aanhaken bij de zorg, die de heer Meester uit, want dat gevoel bekroop mij ook een beetje na de eerste termijn. Wat verwachten we hier nu als commissie van? De uitgangspunten zijn misschien wat algemeen.

Ik vond de suggestie van mevrouw Verhoef om er een kwantitatieve lading aan mee te geven wel een mooie, maar eigenlijk niet voor vanavond. Ik lees in het raadsvoorstel van het college, dat ze de komende maanden besprekingen willen organiseren met de commissie over de visievorming in aanloop naar de definitieve woonvisie in juni. Dus als ik het goed heb begrepen, misschien kan de wethouder dat zo meteen bevestigen of ontkennen, dan zou mijn voorstel aan mevrouw Verhoef zijn om dan die gesprekken met elkaar te voeren over de kwantificering, die u noemt, en de nadere inhoud eraan te geven. Maar dat valt of staat wel een beetje met hoe de wethouder er naar kijkt en of ik het proces goed heb begrepen. Als dat niet zo is, dan hoor ik dat ook graag. Ten aanzien van de inhoud van deze nota van uitgangspunten heb ik niets aan te vullen op mijn eerste termijn. Daar wil ik het bij laten. De heer Van Harn, CDA: Ik had nog een puntje open gehouden voor de tweede termijn, waar ik niet aan toe gekomen was in de eerste termijn. Dat gaat over primaire verantwoordelijkheid. Onder het kopje primaire verantwoordelijkheid staan ook de arbeidsmigranten genoemd. Echter, hier treedt de gemeente slechts faciliterend op, zo staat te lezen, en wordt het initiatief aan de markt gelaten.

Ik vraag me af: waarom faciliterend? Als het vermeld staat onder de doelgroepen van de gemeente primair verantwoordelijk. Hier zou ik graag nog een nadere toelichting van de wethouder op willen. Dan als vervolg nog op mijn eerste termijn: tijdens de dialoogavond van 8 februari kwam duidelijk naar voren, dat de woonzorg in de wijk meegenomen moet worden. Wij als CDA-fractie zijn het daar helemaal mee eens. Wat de scherpte en de onduidelijkheden betreft in deze nota: ook tijdens de dialoogavond is al aangegeven, en nu wordt het vanavond weer aangegeven, dat we dat terug zouden moeten kunnen vinden in de komende woonvisie. Laat ik daar maar van uit gaan. Hier wil ik het bij laten. Dank u wel. De heer Jumelet: In ieder geval heeft de wethouder twee vragen niet beantwoord van mijn kant. Dat ging over inbreiding in relatie tot de gewenste woonmilieus en verduurzaming in de woonwijken. Twee, over de bestaande woningen verduurzamen in relatie tot de kosten, die daar wellicht mee gemoeid zijn, in relatie tot: hoe gaan we mensen gemotiveerd krijgen om dit te gaan doen in de komende jaren? Ik hoop, dat de wethouder die 2 vragen nog wil beantwoorden. Dan blijft wel de urgentie rondom versnellen en bijsturen. De wethouder heeft natuurlijk gelijk als ze zegt: je kan het er niet mee oneens zijn, met wat er staat.

Maar wij hadden gehoopt, en misschien komt het dan in de woonvisie, dat is ook de aanscherping die collega Hofman aangeeft, van: hoe ga je die versnelling en die bijsturing

25/42

organiseren? Ik hoop dan van harte dat in de woonvisie straks ook letterlijk staat dat bij voorbeeld de woninglocaties Bleiswijk en Bergschenhoek wellicht op een iets andere manier de realisatie te doen, of de totstandkoming, zodat we de tijd wat korter kunnen maken, opdat wij vraag en aanbod op korte termijn tot elkaar kunnen brengen. In die zin ben ik het van harte eens met de CU om toch wat scherper te formuleren en toch wat grotere woorden te gebruiken, zeker straks in de woonvisie, maar eigenlijk in de pijlers. De suggestie van de collega van de PvdA, de kwalitatieve uitgangspunten, ja, eigenlijk zou je het wel moeten doen, want daarmee geef je jezelf duidelijke doelen en kaders mee voor de komende jaren. Het is allemaal niet zo vrijblijvend, in gedachten de discussie die we hadden. Wat dat betreft zou het toch goed zijn als we wat meer duiding geven, ook kwantitatief. Over het anti-speculatiebeding tot slot: daar is destijds een harde toezegging gedaan, dat die in de woonvisie zou komen. Ik begreep niet helemaal van de wethouder of ze dat nou zo zei, maar het is wel een harde toezegging destijds geweest. Dus wij verwachten, dat die in de woonvisie terecht gaat komen. Dat was het even. De heer Hofman, CU: Wij hebben in de eerste termijn gevraagd om aanscherping van de nota van uitgangspunten.

In de beantwoording geeft de wethouder eigenlijk aan, dat zij ons mee wil nemen in het proces naar de definitieve woonvisie toe om ons te behoeden voor verrassingen. Nou, dat is dan een variant waar we nog wel mee kunnen leven, maar anders gaan we krijgen wat we in deze commissievergadering nu heel duidelijk gezien hebben: dat iedereen dit stuk op zijn eigen manier gaat uitleggen. In die zin complimenten voor collega Duk. De inleiding van zijn bijdrage sprak boekdelen, waarin hij in 3 zinnen weer gaf, wat deze nota van uitgangspunten voor GL betekent. Ik kan me niet voorstellen, dat collega Machielse van de VVD dezelfde conclusie verbindt aan deze zelfde nota van uitgangspunten. Daarom is die strakkere duiding richting de definitieve woonvisie echt noodzakelijk. Kwantitatieve doelen: ik hoop dan dat we daar in dat tussenproces ook aan toe gaan komen. Dus ja, een oproep ook van mijn kant aan de wethouder om dat ook mee te nemen in het tussenproces richting die definitieve woonvisie. Even kijken, heb ik nog meer punten, die ik in de tweede termijn wilde noemen? De wethouder gaf nog aan, dat op heel veel vlakken in de nota van uitgangspunten staat beschreven wat de behoeftes zijn die we zien. Dat vind ik ook heel goed. Dat is beschouwend. U zei ook in uw bijdrage, dat deze nota moet beschrijven wat we gaan doen.

De woonvisie moet zijn: op welke manier gaan we het doen? Als dan deze nota van uitgangspunten beschrijft wat we gaan doen, dan verwacht ik iets meer dan een beschouwing van wat we zien. Ik verwacht te zien wat we gaan doen. Ik heb nu begrepen hoe we daar gaan komen richting de woonvisie. Ik kan daar mee leven, maar als de wethouder nog vooraf op een aanscherping deze nota van uitgangspunten nodig vindt als tussenstap, dan zou ik dat toejuichen. Ik wil het daar bij laten. De heer Muis, D66: Ja, wij zouden dat ook toejuichen, maar ik merk al dat partijen wat aan het opschuiven zijn naar een tussenproces of een later moment, waarop we gaan beoordelen of we daadwerkelijk iets gaan doen voor die specifieke doelgroepen, die nu genoemd zijn onder ‘een plek voor iedereen’. Mijn tekst begon oorspronkelijk ook met ‘daar kun je natuurlijk niet op tegen zijn’. Dat zei de wethouder ook, alleen, bij heel veel partijen kwam daarachter nog een komma en een maar. We kunnen dat in een volgende fase doen en we kunnen daarin worden meegenomen, maar het zijn wel uitgangspunten en je zou toch verwachten, dat die stevig genoeg zijn om sturing te geven aan beleid waarmee je bepaalde problemen of een verkeerde balans in die woningmarkt echt wil herstellen.

Nu klinkt het een beetje als een ideale wereld, waar we oog hebben voor alles en iedereen, dus ja, je kunt hier inderdaad niet op tegen zijn, op deze uitgangspunten, maar het geeft nog onvoldoende sturing. Wat ook eerder is gezegd door anderen: waar ieder zijn eigen ding in kan zien. Dus we zullen wel moeten wachten, als iedereen dat prima vindt, op de volgende fase naar het wat en het hoe. Dus wij kunnen hiermee instemmen. Ik heb niet de illusie, dat er nog dingen in gewijzigd gaan worden, behalve het amendement dat de heer Meester aankondigde. Maar ik denk dat we ons maar moeten richten op het vervolg van dit proces richting woonvisie. Dank u wel. De heer Duk, GL: De wethouder gaf af, dat Bleizo niet in het coalitieakkoord zou staan. Dit klopt niet. Ik citeer: we zetten in op een groter aanbod van starterswoningen en jongerenhuisvesting in Lansingerland. Een onderzoek naar een alternatief programma voor Bleizo west steunen we mede vanuit dat perspectief. Maar mogelijk heb ik haar in eerste instantie niet goed verstaan. Mevrouw Verhoef vroeg of wij ook willen, dat er meer kwantitatieve doelen worden opgenomen in de uiteindelijke visie. Daar is het antwoord een duidelijk ‘ja’. Ik zou graag daarover met deze commissie voor het opstellen van die visie keuzes in willen maken.

Behalve percentages, wachttijden en aantallen, zou ik graag in de uiteindelijke visie ook kaders waarbinnen gebouwd kan worden zien. Kaders op het gebied van karakter, maar ook hardere cijfers over geluidsdruk, invloed op de gezondheid, de locatie van de woning en de luchtkwaliteit. We zijn blij, dat de wethouder ons mee gaat nemen in de keuzes die voor liggen bij het opstellen van de uiteindelijke visie. Ik heb in mijn eerste termijn al aangegeven wat ik zag in de uitgangspunten. Ik ben benieuwd naar de lezing van de andere partijen, zoals de heer Hofman dat ook graag hoort. Het voorliggende stuk is een mooie fundering voor de keuzes, die de raad in de aanloop naar

26/42

de uiteindelijke visie gaat maken. Ook deel ik de angst van mevrouw Verhoef, dat tiny houses veel grond gebruiken voor relatief kleine hoeveelheden woningen. Deels. De huizen zijn tiny, de grond eromheen vaak niet. Maar daar kan mogelijk creatief in geacteerd worden. Juist door de kleine afmetingen van de woningen kunnen moeilijk te vullen percelen flexibel worden ingevuld. Ik kijk uit naar het proces naar de uiteindelijke visie. Voor nu houd ik het hier bij. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb goed geluisterd naar de wethouder. Ze heeft de fasering op zich duidelijk uitgelegd. Het gaat er nu om: waar willen we aan werken. Straks komt wat en dan komt hoe. Toch blijf ik bij het punt, dat als je uitgangspunten vast stelt, dat het dan ook gaat om keuzes maken en prioriteiten stellen. Het lijkt nu alsof deze woonvisie alles wil, maar je zult toch keuzes moeten maken. Er is al allerlei onderzoek gedaan, we hebben allerlei gesprekken gevoerd met elkaar. Al die informatie kan ons richting geven en deze uitgangspunten nu verder aanscherpen, dus we begrijpen niet goed, waarom dat net niet een slagje kan krijgen. Als dat nodig is, zullen we kijken of er op geamendeerd kan worden. Ook blijf ik bij het punt, en daar is de wethouder niet heel direct op ingegaan, maar het kan er wat krachtiger staan. Ook dat heeft met prioriteiten te maken.

Je kan als uitgangspunt nemen: het oplossen van het schrijnende woontekort voor bepaalde groepen is prioriteit nummer 1. Als uitgangspunt gaan we daarmee verder die woonvisie ontwikkelen. Dat is iets heel anders dan pijlers op een gelijk niveau neerzetten, alsof ze allemaal evenveel waard zijn. Ik heb nog geen antwoord gehad op mijn vraag, maar misschien had ik hem ook niet helemaal als een vraag geformuleerd. Het ging over het punt ‘een plek voor iedereen’. Daar worden 3 manieren genoemd om diverse groepen een plek te geven. 1, woonruimteverdeling. 2, alternatieve tijdelijke woonvormen ontwikkelen. 3, nieuwe woningen bouwen. Wij willen graag van de wethouder horen: staan die 3 op gelijk niveau of zit er een hiërarchie in? Wat ons betreft moet ‘meer woningen bouwen’ gewoon gebeuren en niet als een sluitpost staan. Het liefst zouden we ‘nieuwe woningen bouwen’ bovenaan hebben staan, maar ik wil minimaal van de wethouder horen of er geen hiërarchie in zit, dus dat woningen bouwen de sluitpost vormt bij het zoeken van oplossingen voor woontekorten bij de diverse doelgroepen. Op zich waren dat mijn punten, maar zoals gezegd: het mag scherper en minimaal prioriteiten aangeven. Als er geen percentages in kunnen, daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen. Daar wilde ik het voor nu bij laten. De voorzitter: Er zijn nog wel een paar vragen, die niet beantwoord zijn o.a.

over de inbreiding, over verduurzaming, over de prioriteiten en ten aanzien van de planning misschien, want dat is misschien ook wel handig. Ik hoorde ook nog, dat misschien een aantal amendementen in aantocht is, maar dat gaan we zo nog even beluisteren. Wethouder Arends: Laat ik beginnen met de planning en het proces. We noemden al de drie stappen, die belangrijk zijn. We zitten nu in de stap: waar willen we aan werken. Dat zijn echt de kaders, die u vanavond mee geeft in de nota van uitgangspunten. De volgende stap is inderdaad: wat gaan we doen? Dat is de woonvisie. De heer Machielse vroeg terecht: worden we daarin meegenomen? Ja, u wordt daar als raad uitgebreid in meegenomen. Dan is de volgende stap: hoe gaan we dat doen? Als ik dan kijk naar de planning qua maanden, wanneer gaan we nou de volgende stap doen, dan is één van de dingen, die de heer Meester ook al aangaf, de zorgvuldigheid, dat is inderdaad echt belangrijk. Het betrekken van stakeholders, de bewoners. Mijn inzet is, dat wij voor de zomer met het visiestuk, en daarvoor zijn we natuurlijk al een proces samen met u gegaan, dat we dat voorleggen aan de commissie en aan de raad. In oktober willen we het uitvoeringsprogramma, het uitvoeringsplan, aan u voorleggen. Dat is de ambitie die wij hebben, maar we willen natuurlijk een heel zorgvuldig proces met externen, stakeholders, bewoners, maar ook met u als raad.

De heer Meester vroeg ook: wordt de input meegenomen? Uiteraard. Er zijn meerdere medewerkers, die nu heel goed naar u luisteren. Ik kreeg net een appje: we luisteren echt heel erg goed. Alles wat u mee gegeven heeft, wordt goed beschreven en komt terug in de volgende fase. De heer Van Harn vroeg: arbeidsmigranten, aan de ene kant is dat faciliterend en aan de andere kant welke verantwoordelijkheid, hoe zit dat dan? We hebben eerder met elkaar gesproken over het beleid en over het toetsingskader van arbeidsmigranten. Het klopt, dat wij daar een faciliterende rol in hebben. Hij staat wel benoemd nu in de uitgangspunten, maar het is niet zo dat wij daar een taakstelling op hebben of dat wij een verantwoordelijkheid hebben in de hoeveelheid woningen, zoals bij statushouders. Dat is niet zo bij arbeidsmigranten. De twee vragen van de heer Jumelet kan ik nu niet concreet beantwoorden. Ik ga ervan uit, dat die in een volgende fase terug komt. Over de motivatie, over duurzaamheid, ja, dat is een proces. Dat kan ik niet concreet beantwoorden, hoe we dat in deze fase gaan doen. Dat is voor de volgende fase belangrijk. Over vraag en aanbod dichter bij elkaar: ja, dat ziet u ook echt wel in de memo terug. En ook meer duiding qua toevoegen van woningen, dat staat daar ook, ook gelijkvloers wonen.

Dus het is ook goed, dat u die leest, want het is input voor de volgende stap naar de woonvisie. De heer Jumelet gaf terecht aan: over het anti-speculatiebeding is eerder een toezegging gedaan. Dat klopt. Het komt inderdaad terug in de woonvisie en in het uitvoeringsprogramma. Ik bedoelde: we hebben daar eerder met elkaar over gesproken en ook met elkaar aangegeven, dat we dat een belangrijk punt vinden, dat we dat gaan opnemen. De heer Duk gaf aan: wat zegt de wethouder

27/42

nou over Bleizo west? Wat ik benoemde in de eerste termijn ging over Bleiswijk: de woningbouwlocatie van Bleiswijk. Het ging niet over Bleizo west. In het coalitieakkoord hadden we niet vooraf bedacht, dat we ook een groot woningbouwprogramma in Bleiswijk gingen doen. Maar met name op vragen van het CDA hebben we dat naar voren gehaald en heeft u daar onlangs een nota van uitgangspunten vast gesteld. Die bedoelde ik. Het ging dus niet over Bleizo west. Mevrouw Verhoef vroeg nog over de drie punten, 1, 2 en 3. Dat is niet hiërarchisch. Het is niet zo dat 1 de belangrijkste is en dat 3 niet het belangrijkst is. Het is niet hiërarchisch. Zeker het woningen bouwen, dat vinden we met elkaar heel belangrijk. Ik denk dat ik alles heb behandeld. Dank u wel. De heer Jumelet: De wethouder ging wel even in op de verduurzaming van de bestaande woningen, begreep ik. Ze zegt: dat schuif ik even door naar een volgende fase. Mijn concrete vraag rondom inbreiding en verdichting in relatie tot verduurzaming en gewenst kwalitatief woonmilieu, schuift die ook door naar een volgende fase? Of bent u die vergeten? Wethouder Arends: Nee, zeker niet vergeten. Uiteraard, bij inbreiding is ook het thema duurzaamheid. Ook bij een inbreidingslocatie, bijvoorbeeld bij Berkel centrum oost, dan is ook dat belangrijk.

Bij elk woningbouwprogramma, of dat nou klein is bij een inbreilocatie of een grote uitleglocatie is duurzaamheid één van de onderwerpen, die daar bij zijn. Ik kan er alleen nu niet concreet antwoord op geven, maar bij elke inbreilocatie vinden we ook duurzaamheid van belang, ook klimaat, al die facetten. De voorzitter: Ik hoor de wethouder het nodige melden t.a.v. diverse toezeggingen, wat er allemaal nog over ons heen komt voor de woonvisie, dat er nog stappen gezet gaan worden in een soort tussenfase. Wanneer dat gaat plaats vinden, daar zullen we met zijn allen naar moeten kijken, of dat realistisch is voor de zomer, dan wel daarna, maar dat zullen we nader bekijken. Ik zit nog wel met twee zaken. Ik hoorde de heer Meester zeggen: ik overweeg een amendement. En ik hoorde mevrouw Verhoef dat ook melden, een amendement. Ik vraag aan de heer Meester of dat nog ter zake is en ook aan mevrouw Verhoef. De heer Meester: Ik heb zeker wel behoefte om daar nog tenminste even overleg over te plegen, of we dat gaan doen. Wat mij betreft is het voor dit moment een bespreekstuk. Mocht het anders zijn, dan zal ik dat in de raadsvergadering tijdig melden. Mevrouw Verhoef: Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Meester. Ik zit er op dezelfde manier in. De voorzitter: Dan gaan we dat bezien. Dan kunnen we dat wel of niet verwachten, maar dat zien we wel t.z.t. bij de raadsstukken.

Dank voor uw inbreng voor dit punt. Ik kijk even naar de klok. Het is kwart over tien, elf uur halen we, denk ik, niet. Tenzij. 6.b Uitgangspunten Mobiliteitsvisie 2040 De voorzitter: We hebben bij beeldvormende avonden en dialoogavonden het e.e.a. gehoord. De heer Blonk, L3B: Rondom die huizen moet ook veel mobiliteit zijn, dus wat dat betreft past het wel in het vervolg. De mobiliteitsvisie 2040. Terecht opgemerkt, dat we door de coronacrisis heen moeten kijken. Onze sociale contacten op werk, thuis en in vrije tijd komen terug. Ook het gebruik van het OV, dat zeker in Nederland op het oude niveau terug komt, zal zelfs toenemen. Dat thuis werken een blijvend karakter zal hebben, daar kun je je vraagtekens bij zetten. Covid-19 zal, wat veel virologen zeggen, dadelijk beheersbaar zijn met vaccinatie, op eenzelfde manier, waarop ook nu andere virussen beheersbaar zijn. Maar nu zijn we zover nog niet. Daarbij komt dat ook het sociale contact op het werk erg wordt gemist en dat de digitale borrel op vrijdagmiddag ook niet het ideale beeld is, waar iedereen naar uitkijkt. Dus ons voorstel is om in de uitgangspunten mobiliteitsvisie geen rekening te houden met thuiswerken, zoals dat tijdens de coronacrisis van 2020 en nog dit jaar het geval is geweest. Wij zijn nu en in 2040 geen grote stad.

Wij zijn wel in 2040 een grote gemeente met drie kernen, te weten Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk met zo’n 90.000. Lansingerland is daarbij ook niet vergelijkbaar wat betreft het OV, hier minder dan in de grote stad. Het autobezit is hier meer dan in de stad. In de nota staat: Lansingerland ligt midden in een stedelijk gebied. Zo wil L3B dat niet karakteriseren. Het ligt met Pijnacker-Nootdorp tussen de stedelijke gebieden Rotterdam, Zoetermeer, Delft en Den Haag. Dat moet qua inrichting ons uitgangspunt blijven. Dorps kan ik het niet meer noemen, maar zeker wel suburbaan. Dat is een groot verschil met stedelijk. In onze gemeente zal, net als in heel Nederland, het fietsen enorm toenemen. Daar moet rekening mee gehouden worden, betreffende veilige fietsroutes en adequate fietsparkeervoorzieningen bij stations, drukke buslijnen en winkelcentra. Zie de contourenschets nationaal toekomstbeeld fiets, dat gisteren is gelanceerd. Meer fietsen door onze inwoners zal zeker niet leiden tot een forse vermindering van autobezit. Het zal en en zijn. Er liggen meer grote opgaven de komende 20 jaar. Meer inwoners, meer auto’s, fietsers, steppen en scooters. Meer bezorgdiensten in de wijk. Meer OV nodig in de wijk en bij winkelgebieden. Er is een enorme inhaalslag voor het OV nodig.

Het rijk zal nu zijn verantwoordelijkheid betreffende OV en corona moeten nemen, om nu en in de komende 2 à 3 jaar het OV op de been te houden. Er zal ook de komende 20 jaar voldoende parkeerruimte voor auto’s in woonwijken beschikbaar moeten zijn. Dat geldt ook voor voldoende parkeergelegenheid bij winkelcentra en supermarkten. Mensen, die eens per week voor een heel gezin boodschappen doen, kunnen dat niet op de fiets. Ruimte voor de auto’s, ook de elektrische, inperken is niet goed in suburbaan gebied. Houd daar rekening mee in nieuwe wijken. Het huidige aantal

28/42

parkeerplaatsen in woonwijken en winkelgebieden aanzienlijk verminderen? Nee. Dat zal geen uitgangspunt moeten zijn. Nu nog even een reactie op de uitgangspunten, die het college voorstelt. Uitgangspunt 1, faciliteren toenemende behoefte aan mobiliteit: akkoord met het uitgangspunt. Uitgangspunt 2, we maken onze mobiliteit duurzamer en gezonder, punt b daarvan: akkoord met de volgorde van de ladder, wel twee aanvullingen. Ten eerste het fietsen en het wandelen: het moet altijd mogelijk zijn om de fiets bij gestapelde bouw binnen te stallen. Dus: daar bij woningbouw rekening mee houden. Het tweede gaat over openbaar vervoer. De norm moet maximaal 400 meter zijn van woning naar OV halte. Nog een punt 2.e. L3B gaat niet akkoord met het beperken van autoparkeerruimte in woonwijken en bij winkelcentra. Zeker geen parkeerplaatsen opheffen in bestaande woonwijken. Uitgangspunt 3, we werken aan moderne vervoersoplossingen: akkoord. 4, we nemen verantwoordelijkheid en stimuleren anderen: ook akkoord. 5, dat is het laatste uitgangspunt, we hanteren een locatiegerichte prioriteitenladder: daar hebben wij twee wijzigingen in. De eerste gaat over de kernen centra met voorzieningen en winkels. Dat is de volgorde: fiets, emissieloze auto, brandstof en OV. Daar willen wij het OV plaatsen direct na de fiets.

Datzelfde geldt voor de woonwijken bestaand, diezelfde volgorde, ook het OV na de fiets plaatsen. Samenvatting van de belangrijkste punten: meer OV in de woonwijken en winkelcentra, goede fietspaden, voldoende en goede fietsparkeerplaatsen bij stations en winkelcentra, inzetten op minder gebruik van de auto in plaats van autobezit en voldoende parkeerplaatsen voor auto’s bij winkelcentra in de woonwijken. Dank u wel. De heer Van As, VVD: Inhoudelijk ingaand op het stuk, dat voor ligt: de trends worden herkend. Wij reizen meer, we willen beter gaan reizen en we reizen slimmer. Niets aan af te dingen en van harte ondersteund. Dit stuk is nog wel erg algemeen. Ik ben het verder eens met de heer Blonk, dat we ook voorbij Covid-19 moeten kijken. Zo hebben wij er ook naar gekeken. De afgelopen 2 jaren wordt bij het bespreken van verschillende specifieke verkeerssituaties gerefereerd aan de mobiliteitsvisie, die in 2020 zou komen. Het is nu maart 2021 en er ligt geen mobiliteitsvisie, maar we zijn nog bij de uitgangspunten. Ik ben er wel door teleurgesteld. Ik heb behoefte aan duidelijkheid over wanneer deze er wel ligt. In het raadsvoorstel lees ik dat dat het derde kwartaal van dit jaar is. Ik hoor graag van de wethouder of dit dan ook een harde toezegging is. Mogen we ervan uit gaan, dat er dan wel een actuele mobiliteitsvisie ligt? Het is er ook echt tijd voor.

Wij zijn in ieder geval razend benieuwd en kijken reikhalzend uit naar deze mobiliteitsvisie. Wij zien deze ook met vertrouwen tegemoet. Terug naar de inhoud. Ten aanzien van het eerste uitgangspunt: geheel eens met het faciliteren van de toenemende behoefte aan mobiliteit. Belangrijk dat we de regio goed bereikbaar houden. Daarbij sluit ik ook aan bij de heer Blonk. Ten aanzien van het tweede uitgangspunt, we maken onze mobiliteit duurzamer en gezonder. Daar kun je niet tegen zijn. Dat is goed voor iedereen, voor onze omgeving en ook volgt dit de trend van beter willen reizen. Wel hebben wij zorgen om de route er naartoe. In de voorliggende nota wordt sterk de prioriteit gegeven aan fietsen en wandelen met auto’s op de laatste plaats. Zoals de heer Blonk ook al aangaf: we leven in een mooie, dorpse, landelijke omgeving, suburbaan is daar een term voor, te midden van de grote steden. Bereikbaarheid is bij ons dus echt wel wat anders dan in die omliggende steden, dat kun je niet zomaar vergelijken. Je kunt ook niet verwachten, dat iedereen altijd overal heen gaat op de fiets of met het OV. De werkelijkheid voor veel van onze inwoners is, dat de auto nog noodzakelijk is om naar het werk te gaan, zeker straks als we Covid voorbij zijn, boodschappen te doen, familiebezoekjes buiten de regio te doen.

Ook voor onze ondernemers in de gemeente is het belangrijk, dat zij bereikbaar zijn en blijven. Focus zoals aangebracht in deze nota is wel een mooi streven, maar alleen als ook het OV fijnmazig is ingeregeld voor onze hele gemeente, als fietspaden, routes en parkeervoorzieningen ook allemaal goed zijn ingeregeld, als het OV voldoende capaciteit aankan, denk aan de E-lijn, en voldoende frequent rijdt, denk aan de bus in Bleiswijk. Dit is nu nog niet altijd zo. Onze inwoners hebben naar verwachting voorlopig nog wel even een auto nodig. Dit komt ook uit de laatste mobiliteitspeiling, daar kom ik zo nog even kort op terug. Wat betreft de uitgangspunten 3 en 4: daar kunnen wij ons ook in vinden. Moderne vervoersoplossingen worden omarmd, alleen maar mooi, er gaat veel veranderen. Ook het nemen van verantwoordelijkheid en het stimuleren van andere partijen om dat ook te doen, past ook de VVD goed. Ten aanzien van het vijfde uitgangspunt, we hanteren een locatiegerichte prioriteitenladder, het volgende. Het uitwerken van plannen met deze ladder is hoe dan ook een mooi streven. Het past bij een toekomstvisie 2040 en verder. Hierbij moeten we echt wel goed rekening houden met de lokale behoefte van inwoners en bedrijven. Wij kunnen ons niet voorstellen dat de auto dan binnen afzienbare tijd zomaar uit het straatbeeld verdwijnt.

Hoe graag we ook duurzamer willen zijn, gras gaat immers niet harder groeien als je eraan trekt. Om nog maar eens een inmiddels beroemde quote aan te halen. Wat wij ons wel kunnen voorstellen, is dat ontwikkelingen in samenwerking met onze inwoners en ondernemers in gang worden gezet. Het vanuit de gemeente afdwingen van minder autogebruik door bijvoorbeeld parkeernormen zondermeer te verlagen, daar kan de VVD niet mee instemmen en zeker niet in de al bestaande wijken. Zorg er als gemeente voor, dat er goede alternatieven zijn, werk die uit, realiseer ze, maak ze mooier en beter. We maken het daarmee voor onze inwoners aantrekkelijk om te kiezen voor duurzamere alternatieven. Dan als bijna laatste, maar eigenlijk misschien wel het allerbelangrijkste, de verkeersveiligheid. Dit wordt in één bullet aangestipt

29/42

bij uitgangspunt 2, maar het verdient wat ons betreft een geheel eigen uitgangspunt. In deze commissie zijn de afgelopen jaren verschillende situaties aan de orde geweest, waar de verkeersveiligheid het onderwerp van gesprek en zorg was. Zo noem ik als voorbeeld niet limitatief: het Bolwerk in Berkel, de benodigde ontsluiting van de gouden buurt in Berkel, de Jacob Marislaan, de Bergweg Noord, oversteekplaatsen bij scholen, de snelheid in 30km zones. Deze punten zouden worden geadresseerd in de mobiliteitsvisie, is door de wethouder vaak gezegd. Dit duurt dus nog even. We moeten nog even geduld hebben. Wij zijn voornemens om op het punt van verkeersveiligheid een amendement in te dienen tijdens de behandeling in de raad, waarin we dat nadrukkelijker willen benoemen en uitwerken. Daarnaast overwegen we ook om daarin mee te nemen nog iets over het autogebruik. Wat ons betreft, zouden we willen voorstellen om dit als bespreekpunt in de raad op te nemen. Dank u wel. Hier wil ik het voor de eerste termijn bij laten. De heer Van der Stelt, CDA: Ik kan in belangrijke mate aansluiten bij het betoog van voorgaande sprekers. Er ligt op zich een goede uitgangspunten notitie, maar ook wij vinden hem nog wel wat algemeen.

Nu komt er ook een uitvoeringsprogramma, dus dan kan het verder geconcretiseerd worden, maar als het gaat om uitgangspunten, dan vinden ook wij, dat de auto er wel heel erg bekaaid van af komt. Die wordt eigenlijk een beetje weg gedefinieerd in dit verhaal en dat vinden we niet realistisch, zoals ook al door de heer Van As is aangegeven. Ook wij vinden dat, als het gaat om het autogebruik, dat de parkeervoorzieningen niet teniet gedaan moeten worden en dat er dus ook ruimte moet zijn bij de winkelcentra. Wij vinden het ook belangrijk, dat zouden wij in de uitgangspunten graag verwoord zien, dat we bij de winkelcentra gratis parkeren als uitgangspunt handhaven. Ik denk dat dat belangrijk is naar onze ondernemers toe, om daar duidelijkheid over te betrachten. Verder, maar dat heeft een beetje te maken met het algemene karakter, was het verhaal heel erg gericht op personenmobiliteit en minder op goederenvervoer. Ik dacht dat de heer Blonk er ook al even naar verwees. We leven natuurlijk in een tijd, en dat is door corona nog veel duidelijker geworden, dat we goed oog moeten hebben voor het vervoer van pakketten en bevoorrading. Dat moet ook een plek krijgen in de uitgangspunten, dat dat geaccommodeerd moet worden, het liefst ook op een innovatieve wijze.

De gekkigheid, die we nu dagelijks in al onze straten zien, dat de busjes af en aan rijden, dat is niet veilig, niet economisch en het is ook niet duurzaam. Dus er zou eigenlijk in onze mobiliteitsvisie wel iets tegenover gesteld mogen worden. Het punt van de verkeersveiligheid, ook door de heer Van As genoemd, missen we eigenlijk volledig. Ja, het wordt even aangestipt, maar dat hoort hier echt bij, dat heeft de wethouder ook eerder toegezegd. Wij zullen een amendement van die strekking ook gaarne steunen. Misschien nog even een specifiek punt, dat kan bij het uitvoeringsprogramma een plek krijgen: als je het hebt over slimme vormen van mobiliteit, we kennen de discussie over het gebruik van het OV, we weten niet wat corona doet, oké, we abstraheren in dit verhaal natuurlijk even van corona, maar wij zouden ook wel willen kijken of je niet zou kunnen inzetten op een slimme wijze van vervoer. Ik denk bijvoorbeeld aan kleinere bussen om de diverse kernen maximaal te kunnen bedienen en dat ook op een economische wijze. Nogmaals, dat zou ook in een uitvoeringsprogramma een plek kunnen krijgen. Hier wilde ik het bij laten voor de eerste termijn. Dank u wel. De heer Alsemgeest, WIJ: Voor ons ligt de nota uitgangspunten mobiliteitsvisie 2040. Dit is één van de tien opgaven van het toekomstperspectief van Lansingerland.

Eén van de eerste zinnen, die ik lees is: een krachtige samenleving is een verbonden samenleving. Dat is natuurlijk een waarheid als een koe. Onze gemeente is prachtig centraal gelegen in één van de drukste gebieden van de Randstad en is daarom ook een gewilde plek om te wonen, te werken en te recreëren. Maar waar zouden we zijn als we niet op een uitmuntende manier verbonden zouden zijn met de rest van de Randstad en nog verder? Het is dus van groot belang om een visie te hebben op die mobiliteit. Een visie is echter nog geen vrijbrief voor goede mobiliteit. Als we even terug gaan in de tijd, voor de coronacrisis, kunnen we ons allemaal nog herinneren dat we regelmatig in de file stonden op de snelwegen net buiten onze gemeente, maar ook op de provinciale wegen, die onze gemeente doorkruisen. Als we dachten met het openbaar vervoer onze reis te maken, kwamen we ook regelmatig tot de ontdekking dat het daar overvol was. Nu een jaar later is het allemaal even anders. De wegen worden alweer voller, maar in het openbaar vervoer blijft het nog angstvallig stil. Het mag dus duidelijk zijn, dat we wel een visie kunnen hebben, maar dat de omstandigheden, welke deze dan ook moge zijn, altijd wel weer roet in het eten kunnen gooien. Over een aantal maanden hopen we allemaal ingeënt te zijn en het normale leven, dat we gewend waren, weer op te kunnen pakken.

Wat we echter nog niet weten, is hoe. Blijven we meer thuis werken, zoals we dat nu doen? Of gaan we toch weer naar het kantoor? Of welke werkplek dan ook. Met welk vervoersmiddel. Het laatste jaar zijn er opvallend veel tweedehands auto’s verkocht, maar ook heel veel elektrische fietsen. Dit kan erop duiden, dat men het openbaar vervoer wil ontlopen om niet besmet te raken. Hoe lang gaat het duren voor deze angst weg is en we weer zonder aarzelen in de bus of de E-lijn stappen? Dan moeten we ook maar hopen, dat het openbaar vervoer er is nog is de staat, die het nu heeft, want er staan wel wat bezuinigingen op de rol in het openbaar vervoer. Al met al een vage toekomst betreffende de mobiliteit in onze omgeving. Dat zou nog wel eens even zo kunnen blijven. Het

30/42

getuigt dan ook wel van moed als je in deze tijd met een nieuw mobiliteitsplan komt, een nieuwe visie. Hoe gaan we na de crisis naar ons werk? Hoeveel woningen worden er nog in onze gemeente bij gebouwd? De mobiliteit van de Greenport, recreatie en niet te vergeten het verduurzamen van onze mobiliteit. De nota van uitgangspunten mobiliteitsvisie steekt volgens ons goed in elkaar. Al kunnen we ons ook wel vinden in een aantal opmerkingen, die de voorgaande sprekers gemaakt hebben over het toch wel een beetje wegduwen van het autogebruik, wat ons inziens niet goed is, en nog een aantal andere zaken, maar daar kom ik later misschien nog op terug. Maar we zouden van de wethouder graag willen weten waarom er achter die mobiliteitsvisie 2040 staat en niet 2030. Met deze vage toekomst voor ons, lijkt het ons goed om de stip op de horizon niet al te ver vooruit te zetten. Als we nu zien wat er door de omstandigheden in een jaar tijd kan veranderen, vinden we een looptijd van 10 jaar meer op zijn plaats. We willen dan ook graag van de wethouder weten of dat misschien ook nog een optie is of dat hij blijft bij 2040. Tot zover. Dank u wel. De heer Markus, CU: Dat het hoog tijd is voor een nieuwe mobiliteitsvisie is duidelijk. De wereld om ons heen is veranderd.

Er staan weer nieuwe, grote woningbouwplannen op stapel en in Lansingerland zijn alle mobiliteitsknelpunten zeker nog niet opgelost. Goed dus, dat nu de eerste aanzet er ligt. Een visie op mobiliteit tot 2040. De visie start met enkele trends, die wat ons betreft herkenbaar zijn. Deze trends maken duidelijk dat duurzame en toekomstvaste keuzes noodzakelijk zijn om Lansingerland ook de komende decennia bereikbaar en leefbaar te houden voor inwoners en iedereen, die Lansingerland komt bezoeken. Wat ons betreft, en zo staat het ook in ons verkiezingsprogramma, zijn dus voor duurzame, toekomstvaste mobiliteit een paar zaken belangrijk. We moeten op zoek naar nieuwe, innovatieve ideeën, die moeten voorrang krijgen. Elektrisch rijden, automatische voertuigen voor planten- en groentevervoer van kas naar trein zijn zaken, die wij een warm hart toedragen. Daarnaast vinden wij het belangrijk, dat bij korte afstanden, alles tot 10 of 15 kilometer, de fiets op 1 moet staan. De fiets is het duurzame vervoersmiddel voor deze korte afstand. Voor de langere afstanden is het OV een prima alternatief. Vanuit deze punten hebben we dan ook gekeken naar de voorliggende mobiliteitsvisie en vooral de 5 uitgangspunten. Allereerst het faciliteren van de toenemende behoefte. Dat er een toenemende mobiliteitsbehoefte is, blijkt uit allerlei verschillende modellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=4385ab96-b34a-411c-ad88-261c537c8400